RV2026-001-bijlage-1-ro-zeek-40-hellouw-28-aug-2025.pdf
Tekst van het document
Bestrijdbaarheid
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
25
Ruimtelijke Onderbouwing
Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. •
Zelfredzaamheid Met de term "zelfredzaamheid" wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Kijkend naar de functie van de beoogde ontwikkeling (wonen) wordt aangenomen dat de aanwezigen voldoende zelfredzaam zijn. Bij het relevante scenario ‘toxische wolk’ (doordat bij een calamiteit een tankwagen openscheurt, er toxische vloeistof uitstroomt die vervolgens uitdampt) is het advies om binnen te blijven, ramen en deuren te sluiten, en ventilatie uit te zetten. Het plangebied valt buiten het bereik van de bestaande WAS-palen (Waarschuwings- en Alarmeringsstelsel, WAS). Het ministerie gaat echter op termijn deze wijze van alarmering in Nederland gefaseerd beëindigen. De zelfredzaamheid van de burgers binnen de gemeente kan vergroot worden door het gebruik van NL-alert. Hierop wordt door de overheid de komende jaren verder geïnvesteerd. Burgers zullen echter zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken. Vanaf de locatie kan naar het zuiden (van de bron af) gevlucht worden.
Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen twee ondergrondse buisleidingen voor aardgas, te weten: - een regionale hogedruk-aardgasleiding (nr. W-527-07, met een diameter van 8 inch en een werkdruk van 40 bar); - een hoofdtransportleiding (nr. A-555, met een diameter van 42 inch en een werkdruk van 40 bar). De regionale leiding ligt direct ten noorden van de A15. De hoofdtransportleiding ligt op ca. 15 meter ten zuiden van het plangebied, en op ca. 30 meter van de locatie waar de nieuwe woning gerealiseerd zal worden. Zoals uit figuur 10 blijkt is de PR 10-6-contour niet van toepassing op het plangebied. Ook ligt het plangebied buiten het invloedsgebied (95 meter) van de regionale leiding. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de hoofdtransportleiding, zowel binnen de 1% letaliteitcontour alsook binnen de 100% letaliteitcontour van deze leiding. Op grond van het Bevb is dan formeel een GR-berekening en uitgebreide verantwoording nodig. Maar omdat de planlocatie in het buitengebied ligt waar de personendichtheid al bijzonder laag is en deze met het toevoegen van één vrijstaande woning ook niet noemenswaardig toeneemt, is op voorhand duidelijk dat het GR kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en zal de toename sowieso minder dan 10% van de oriëntatiewaarde bedragen. Daarmee wordt een nader onderzoek niet nodig geacht.
Beperkte verantwoording groepsrisico Ingevolge artikel 12, lid 3, sub b, van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het GR. In deze verantwoording hoeft alleen ingegaan
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
26
Ruimtelijke Onderbouwing
te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen bij een ramp of zwaar ongeval. Daaromtrent kan het volgende worden vermeld. •
Bestrijdbaarheid De mogelijke risico’s van aardgastransport door buisleidingen zijn incidenten waarbij het gas als gevolg van beschadiging van de buisleiding vrijkomt en eventueel ontbrandt. Dit kan resulteren in de volgende effecten: brandbare gaswolk, explosie en een fakkelbrand. De gevolgen hiervan zijn warmtestraling als gevolg van de fakkel en de wolkbrand en overdrukeffecten als gevolg van de explosie. De hulpverleningsdiensten zullen bij een breuk van de gasleiding zich richten op het redden van mensen, het ontruimen en afschermen van de omgeving met behulp van waterschermen en het blussen van secundaire branden. De mogelijkheden voor rampenbestrijding bij de gasleiding worden wel bemoeilijkt door de warmtestraling die vrijkomt bij een breuk van de gasleiding. Om een goede rampenbestrijding mogelijk te maken dient het plangebied en de omgeving goed bereikbaar te zijn, te zijn voorzien van voldoende blusmiddelen en opstelplaatsen. Gezien de ligging van het plangebied in het buitengebied is het aannemelijk dat hiermee geen grote problemen te verwachten zijn. De bereikbaarheid is wel een aandachtspunt. Want hoewel het plangebied vanuit het zuiden bereikbaar is via de Zeek, ligt de ondergrondse buisleiding ook ten zuiden van het plangebied. Bij een calamiteit is de planlocatie niet direct te bereiken.
De A15 ligt weliswaar op korte afstand van het plangebied, maar parallel daaraan loopt de Haaftense Molenvliet. Maar dat wijkt niet af van de huidige situatie, noch zal dat in de toekomst veranderen.
•
Zelfredzaamheid Zoals aangegeven zijn de vluchtmogelijkheden in geval van een calamiteit in noordelijke en zuidelijke richting beperkt. Wel zijn er vluchtmogelijkheden in oostelijke en westelijke richting via het open graslandschap. Hiervan kan gebruikt gemaakt worden, omdat de zelfredzaamheid van personen in het gebied goed zal zijn. Er wordt immers geen ‘zeer kwetsbaar gebouw’ gebouwd waar verminderd zelfredzame personen verblijven, dat wil zeggen mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Zoals aangegeven kan de zelfredzaamheid van burgers vergroot worden door het gebruik van de NL-alert.
Reserveringsgebied Buisleidingen Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in de ‘Structuurvisie Buisleidingen 20122035’ ter hoogte van de zuidelijk gelegen hoofdtransportleiding een reserveringsgebied is opgenomen voor de aanleg (uitbreiding) van toekomstige buisleidingen van nationaal belang. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is dit reserveringsgebied met een zone van in totaal 70 meter (35 meter aan weerszijden van de hoofdtransportleiding) ook vastgelegd. De beoogde locatie waar de bouwactiviteiten plaatsvinden ligt op ca. 30 meter van de huidige ondergrondse leiding en daarmee gedeeltelijk in het aangewezen reserveringsgebied voor buisleidingen van nationaal belang. Echter, de toets aan de instructieregels van het Bkl gelden niet voor activiteiten die al voor inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) rechtmatig
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
27
Ruimtelijke Onderbouwing
waren toegelaten. En op grond van de regeling in het huidige bestemmingsplan zijn nu ook al andere activiteiten binnen het reserveringsgebied toegestaan. Los daarvan heeft de Gasunie reeds aangegeven dat het mogelijk is om met een strook van 20 meter te werken. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan vanuit het aspect externe veiligheid. 4.7
ECOLOGIE
Normstelling en beleid9 Bij de bescherming van de natuur bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderscheid gemaakt in de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 De Ow richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten die kunnen leiden tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000activiteit verkregen is. Natuurnetwerk Nederland Natuurgebieden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren worden beschermd door de Provinciale Omgevingsverordening. In Gelderland is dit beschermd als het Gelders Natuurnetwerk (GNN), aangevuld met de Groene Ontwikkelingszone (GO). Soortenbescherming Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor van nature in het wild levende dieren of planten. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Ow bevat regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Daartoe geldt een specifieke zorgplicht en een vergunningplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde bij activiteiten voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving.
De vergunningplicht is van toepassing bij activiteiten met schadelijke handelingen voor beschermde soorten: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten, soorten uit het Verdrag van Bern of Bonn en nationaal beschermde soorten (uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Het is verboden om die handelingen te verrichten zonder omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit. Bij activiteiten in de fysieke leefomgeving is het daarom nodig om na te gaan of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Provincies kunnen voor nationaal beschermde soorten in de Omgevingsverordening vrijstellingen opnemen van de vergunningplicht in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
9
In afwijking van voetnoot 5, is in deze paragraaf niet getoetst aan de wetgeving die voor 1 januari 2024 gold, maar aan de huidige geldende wetgeving, zijnde de Omgevingswet (Ow). Dit omdat fysieke ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden na 1 januari 2024 ten aanzien van de gebieds- en soortenbescherming moeten voldoen aan de Ow. De Ow heeft op dit punt een rechtstreekse werking.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
28
Ruimtelijke Onderbouwing
Toetsing en uitgangspunten plan Om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op beschermde gebieden en soorten die kunnen optreden als gevolg van de beoogde woningbouw in het plangebied, is door adviesbureau Blom Ecologie een natuurtoets in de vorm van een quickscan10 uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan is als bijlage 2 bij deze motivering gevoegd. Uit de quickscan komen de volgende resultaten naar voren. Resultaten Quickscan Soortenbescherming Er zijn geen beschermde flora en fauna in en direct om het projectgebied aangetroffen, noch sporen van beschermde soorten. Ook is uitgesloten dat het plangebied functioneert als essentieel onderdeel van het leefgebied van beschermde soorten. Nader soortenonderzoek is daarmee niet nodig. Zie ook het overzicht in bijgaande tabel 1.
Tabel 1 - Overzicht van voorkomende en niet uitgesloten beschermde soorten in het plangebied, de mogelijke essentiële functie voor beschermde soorten en noodzakelijke vervolgstappen (bron: Quickscan Natuur, Blom Ecologie)
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’ op een afstand van ca. 3,1 kilometer. Aan de hand van de beoogde ruimtelijke ingreep en de bijbehorende werkzaamheden geldt voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Voor het onderdeel stikstofdepositie wordt het volgende overwogen. Gedurende de werkzaamheden kan er een tijdelijke verhoogde stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Gezien de grote afstand (3,1 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en omdat er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. In de quickscan wordt
10
Blom Ecologie B.V., ‘Quickscan Natuur Zeek 6 te Hellouw. Oriënterend onderzoek natuur in het kader van de Omgevingswet’, 24 januari 2025 Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
29
Ruimtelijke Onderbouwing
aangegeven dat een stikstofonderzoek middels de AERIUS Calculator achterwege kan blijven. Ten aanzien van de specifieke zorgplicht Natura 2000-gebieden hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende het GNN, GO, Weidevogelgebied, Ganzenrustgebied of Beschermingszone natte landnatuur. De dichtstbijzijnde beschermde gebieden liggen op een afstand van circa 420 meter (GNN) en circa 35 meter (GO). Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Houtopstanden De planlocatie valt buiten de aanwijzing voor beschermde houtopstanden en is geen oude bosgroeiplaats zoals aangewezen op de Omgevingsverordening van provincie Gelderland. Ten aanzien van de specifieke zorgplicht houtopstanden hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. Vervolgstappen en maatregelen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Zorgplicht Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna. Verder mogen de beoogde dempwerkzaamheden niet leiden tot aantasting van functioneel leefgebied van beschermde vissoorten.
Hiervoor wordt aangegeven dat de dempwerkzaamheden in één werkrichting uitgevoerd dienen te worden om aanwezige vissen voldoende uitwijkmogelijkheden te bieden. Deze maatregelen vallen onder de algemene zorgplicht. Ook dient rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen die een activiteit uitvoert die nadelige gevolgen kan hebben voor de natuur, verplicht is om maatregelen te treffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken. Dit geldt zowel voor het uitvoeren van handelingen als voor het nalaten ervan, wanneer dit nadelige gevolgen kan hebben. In de rapportage worden de volgende maatregelen benoemd: • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.
• De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
30
Ruimtelijke Onderbouwing
de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. Conclusie Aan de hand van de uitgevoerde Quickscan natuur wordt geconcludeerd dat kan worden voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de Omgevingswet onderdeel natuur. Er is geen nader onderzoek nodig en er hoeft geen nadere omgevingsvergunning (inzake natuur) te worden aangevraagd. Wel dienen enkele algemene maatregelen te worden getroffen ten aanzien van de algemene en specifieke zorgplicht. 4.8
WATER
Normstelling en beleid De gemeente West Betuwe is niet primair verantwoordelijk voor alle watertaken, maar moet de waterbelangen wel goed beschrijven en afwegen binnen de ruimtelijke ordening. Een van de instrumenten hiervoor is de verplichte watertoets. De watertoets houdt in dat het Waterschap beoordeelt of de waterbelangen voldoende zijn afgewogen. De voor de gemeente en waterschap van belang zijnde wateraspecten zijn hieronder beschreven. Volgens de Wet gemeentelijke watertaken (2008) is de gemeente verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater en hemelwater. De gemeente mag vervolgens zelf bepalen op welke wijze het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Verder heeft de gemeente de zorgplicht voor het in openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen, om structurele problemen als gevolg van een voor de gebruiksfunctie nadelige grondwaterstand in openbaar bebouwd gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover doelmatig is en niet de verantwoordelijkheid is van het waterschap of de provincie. Het waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en beheer van het waterpeil. Daarnaast is het waterschap verantwoordelijk voor het zuiveren van het afvalwater.
Het is van belang dat de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie toereikend is voor de toename aan vervuilingseenheden en dat het afvalwater niet te veel verdund wordt met regenwater. Het waterschap is sinds de inwerkingtreding van de Waterwet (eind 2009) ook verantwoordelijk voor het beheer van het grondwater. Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoetsproces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. Hieronder is een overzicht gegeven van relevante nota’s aangaande de waterhuishouding, uitgesplitst naar de verschillende bestuursniveaus. Allen hebben als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief).
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
31
Ruimtelijke Onderbouwing
Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP); • Waterwet. Provinciaal • Interim Omgevingsverordening (IOV); • Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP). Waterschapsbeleid • Waterbeheerprogramma 2022-2027 • Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland; • Legger wateren; • Legger waterkeringen. Gemeentelijk • Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe (2021) Toetsing en uitgangspunten plan In het plangebied wordt een nieuwe vrijstaande bedrijfswoning gerealiseerd. Het betreft de uitplaatsing van de woning uit de Achterste Hellouwse Molen, naar een separate locatie, op ruim 35 meter ten zuidoosten van de molen. De nieuwe woning wordt verdiept aangelegd en krijgt een eigen in- en uitrit op de bestaande toegangsweg. Hiervoor wordt de bestaande schuur ten zuiden van het bakhuis verwijderd. Waterbergingsopgave en watercompensatie De ontwikkeling zorgt ervoor dat het verhard oppervlak in het plangebied beperkt toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De te verwijderen schuur heeft namelijk een oppervlakte van ca. 31 m2, terwijl de nieuwe bedrijfswoning een (grond)oppervlakte heeft van ca. 145 m2. Verder is de nieuw aan te leggen in- en uitrit ca. 40 meter lang en ca. 4,5 meter breed (180 m2). De verharding in het plangebied neemt daarmee in totaal met ca. 295 m2 toe.
Op grond van de beleidsregels van het waterschap is watercompensatie niet nodig, omdat er een eenmalige vrijstelling mogelijk is van de compensatieplicht bij een toename in verharding van minder dan 1.500 m² in landelijk gebied. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Maar in de gemeentelijke ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe’ is aangegeven dat ook bij kleinere nieuwbouwprojecten waterberging verplicht is. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 20 liter per m 2 verhard oppervlak op het perceel (oftewel 20 mm) als de totale omvang van het verhard oppervlak niet meer is dan 500 m2. Uitgaande van de totale toename van verharding binnen het projectgebied (gebouwen en terreinverharding) betekent dit dat rekening gehouden moet worden met waterberging met een totale capaciteit van 5,8 m3 (20 mm x 290 m2 / 1000). Als onderdeel van het project wordt daar invulling aangegeven door het dakvlak van de nieuwe bedrijfswoning als ‘groen dak’ uit te voeren. Uitgaande van een allround sedumdak kan minimaal 30 liter water per m2 geborgen worden, wat neer komt op 4,35 m3 (30 liter x 145 m2). De overige benodigde waterberging wordt gerealiseerd door de aanleg van extra oppervlaktewater (zie ook hierna).
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
32
Ruimtelijke Onderbouwing
Oppervlaktewater en beschermingszones Binnen het plangebied (kadastraal perceel, nummer H 1335) is water aanwezig. Het betreft een smalle watergang die in de Legger Water is aangeduid als tertiair water (C-watergang). Wateren van tertiair belang zijn voor het waterbeheer hebben geen beschermingszone en er geldt geen jaarlijks onderhoudsplicht. Verder grenst de planlocatie in het zuiden en oosten aan een bredere watergang (primair water / A-watergang). Deze wordt door het waterschap onderhouden en kent een beschermingszone van minimaal 4 meter breed, gemeten uit de insteek. In bijgaande 11 is dit in beeld gebracht. Op grond van de Waterschapsverordening gelden er regels voor activiteiten die plaatsvinden binnen de begrenzing van de beschermingszone. Voor sommige activiteiten geldt op grond van de Waterschapsverordening een meldings- of vergunningplicht.
Figuur 11 – Uitsnede interactieve kaart Legger Wateren in relatie tot het plangebied en de locatie van de nieuw te bouwen bedrijfswoning (in rood aangeduid) (bron: Legger Wateren, waterschap Rivierenland)
Als onderdeel van de bouw van de nieuwe bedrijfswoning wordt het zuidelijk deel van de bestaande smalle watergang (tertiair water) gedempt. De oppervlakte hiervan bedraagt ca. 415 m2. In bijgaande figuur 12 is dit in beeld gebracht. Ter compensatie wordt ten noorden van de woning, ten noorden en zuiden van de bestaande tertiaire waterloop, nieuw oppervlaktewater gecreëerd met een oppervlakte van ca. 500 m2. Ook dit is in figuur 12 in beeld gebracht. Daarmee wordt ruimschoots aan de verplichte watercompensatie voldaan. De woning zelf en ook de bijbehorende werkzaamheden vallen niet binnen de beschermingszone van de primaire watergang. Ook valt de nieuw aan te leggen inen uitrit buiten de betreffende beschermingszone.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
33
Ruimtelijke Onderbouwing
Figuur 12 – Overzicht te dempen en nieuw aan te leggen water
Hoewel verwacht wordt dat de activiteiten en werkzaamheden als onderdeel van het voorliggende plan geen nadelige invloed hebben op de functie van de bestaande watergang, is in overleg met het waterschap nagegaan voor welke werkzaamheden een vergunningplicht van toepassing is. Dit geldt sowieso voor aanpassingen aan de tertiaire watergang. Dit is echter een apart traject dat de verlening van de omgevingsvergunning als onderdeel van de zgn. Wabo-afwijkingsprocedure niet in de weg staat. Riolering Het vuile huishoudelijk afvalwater vanuit de nieuw te bouwen woning zal worden afgevoerd via een nieuw aan te leggen gescheiden rioolstelsel, welke aansluit op het gemeentelijk rioleringssysteem. Via het gemeentelijk rioleringssysteem zal het afvalwater worden afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Hemelwaterafvoer Voor het hemelwater wordt de voorkeursvolgorde vasthouden – bergen - afvoeren gehanteerd. Het dakvlak van de nieuwe woning wordt als ‘groen dak’ (met sedum) uitgevoerd. Behalve dat dit voor een groene uitstraling zorgt, heeft dit ook een positief effect met betrekking tot klimaatadaptatie (o.a. het bufferen van hemelwater en het tegengaan van hittestress). Het (overtollige) hemelwater afkomstig van het dak van de nieuwe woning, zal apart worden ingezameld en gescheiden blijven van het vuile huishoudelijke afvalwater.
Omdat infiltratie van hemelwater in de bodem ter plaatse niet mogelijk is, wordt dit water afgevoerd op de aangrenzende watergang.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
34
Ruimtelijke Onderbouwing
Watertoets Om de waterbelangen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, is specifiek voor dit project een digitaal wateradvies aangevraagd via de website www.hetwateradvies.nl. Aan de hand van een vragenboom is beoordeeld of, en zo ja, welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. In dit kader wordt ook verwezen naar bijlage 7 van deze motivering waarin de resultaten van de Digitale Watertoets zijn opgenomen. Op basis van de uitkomsten van de digitale toets is vastgesteld dat de normale procedure van het Waterschap Rivierenland van toepassing is. Het resultaat van deze toetsing is ter beoordeling voorgelegd aan het Waterschap. Het waterschap heeft laten weten (per email, d.d. 21 augustus 2025) dat er voor aanpassingen aan de tertiaire watergang een vergunning bij het waterschap nodig is (omgevingsvergunning wateractiviteit). Hiervoor dient aangetoond te worden dat dezelfde oppervlakte of meer water teruggebracht wordt in de nieuwe situatie. In figuur 12 is dit op hoofdlijnen al in beeld gebracht, en duidelijk dat er voldoende ruimte aanwezig is om hieraan tegemoet te komen. Als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteit zal dit nader worden uitgewerkt, ook met de benodigde dwarsprofieltekeningen.
Zoals reeds benoemd is dit echter een apart vergunningentraject dat niet in de weg staat aan de verlening van de omgevingsvergunning als onderdeel van de Wabo-afwijkingsprocedure. Verder heeft het waterschap in haar reactie op het plan aangegeven dat langs de primaire watergang een beschermingszone van 4 meter ligt die vrij moet blijven van obstakels. Daarbij wordt verzocht om in het zuidoostelijk deel van het plangebied een extra meter vrij te houden, zodat de onderhoudsmachine goed de bocht kan nemen maken. Bij de uitwerking van de plannen wordt daarop toegezien, maar hieromtrent worden ook geen problemen verwacht. Conclusie Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding in het plangebied en omgeving. De ontwikkeling is bezien vanuit het aspect water uitvoerbaar. 4.9
ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE
Normstelling en beleid Monumentenwet Ter implementatie van het Verdrag van Malta, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. De kern van de Monumentenwet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald. Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Deze bepalingen blijven daarmee ook van toepassing op aanvragen waarop ingevolge de Invoeringswet Omgevingswet het ‘oude recht’ van toepassing is. Archeologiebeleid West Betuwe In 2021 heeft de gemeente West Betuwe een Archeologische Beleidskaart op laten stellen. De kaart is gebaseerd op een uitgebreide inventarisatie van het
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
35
Ruimtelijke Onderbouwing
gemeentelijk bodemarchief en geeft aan welke gebieden een archeologische verwachting hebben. Per gebied is vastgelegd wanneer bij ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met archeologie. De regimes die hiervoor gelden zijn weergegeven op de Beleidskaart Archeologie. Voor iedereen is dan in één oogopslag duidelijk aan welke regels moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen waar archeologische waarden in het geding kunnen zijn. Cultuurhistorie Goede ruimtelijke ordening betekent dat er, onder meer bij het opstellen van ruimtelijke plannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Hierdoor wordt de bescherming van cultuurhistorische waarden niet meer alleen geregeld via de Erfgoedwetgeving, maar ook via het proces van de ruimtelijke ordening. Archeologie in relatie tot het plangebied In figuur 13 is een uitsnede opgenomen van de archeologische beleidskaart ter hoogte van het plangebied. Hieruit blijkt dat de locatie grotendeels in het gebied ligt met 'Waarde-Archeologie 5’, en het meest noordelijk deel in 'WaardeArcheologie 4’.
Om mogelijke archeologische waarden te beschermen stelt de gemeente in haar beleid dat in gebieden met ‘Waarde-Archeologie 4’ gericht archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen van meer dan 500 m² én dieper dan 30 centimeter onder maaiveld. In gebieden met 'Waarde-Archeologie 5’ geldt deze voorwaarde voor bodemingrepen van meer dan 2.500 m² én dieper dan 150 centimeter onder het maaiveld. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied, de bouw van een nieuwe vrijstaande woning met een oppervlakte van ca. 145 m2 en bijbehorende herinrichting van het terrein, wordt de drempelwaarde voor archeologisch onderzoek niet overgeschreden. Er is voorafgaand aan de werkzaamheden dus geen archeologisch onderzoek nodig. Wel blijft de meldingsplicht van archeologische toevalsvondsten conform de Erfgoedwet (artikel 5.10 en 5.11) van kracht. Concreet betekent dit dat indien bij het graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan melding gemaakt dient te worden bij de Minister (in de praktijk de gemeente als Bevoegd Gezag).
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
36
Ruimtelijke Onderbouwing
Figuur 13 – Uitsnede Archeologische Beleidskaart West Betuwe, in relatie tot het plangebied (in rood aangeduid)
Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Zoals reeds in paragraaf 2.1.2 is benoemd, zijn er op het molenerf aan de Zeek 40 diverse monumentale bouwwerken aanwezig. De Achterste Hellouwse Molen is aangewezen als rijksmonument, en het bakhuisje als gemeentelijk monument. Beiden zijn een aantal jaren geleden gerestaureerd, waarbij de woning in de Achterste Hellouwse Molen is veranderd in een bezoekerscentrum. Deze cultuurhistorisch waardevolle objecten blijven behouden. Binnen het projectgebied zelf zijn geen monumentale bouwwerken aanwezig. De locatie van de nieuw te bouwen woning is mede ingegeven door de resultaten van het onderzoek naar de invloed van de windvang op de molen (zie ook bijlage 1). Daarbij wordt de niet-monumentale vrijstaande schuur verwijderd, om plaats te maken voor de nieuwe woning. Op deze manier blijft de verschijning van het bestaande complex van bebouwing (molen, bakhuis en vrijstaande schuur) goeddeels ongewijzigd (molen, bakhuis en vrijstaande woning). Ook wordt de nieuwe woning verdiept aangelegd, zodat de aantasting van het landschap en de molenbiotoop zo beperkt mogelijk blijft. Met andere woorden, de ontwikkeling houdt zoveel mogelijk rekening met het landschap (openheid, molenbiotoop) en de cultuurhistorie (monumentale waarde objecten en ensemble).
Het voorliggende (bouw)plan voor de nieuwe bedrijfswoning bij de Achterste Hellouwse Molen is voorgelegd aan de monumenten- en welstanscommissie en akkoord bevonden.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
37
Ruimtelijke Onderbouwing
4.10
KABELS EN LEIDINGEN
Voor planologisch relevante kabels en leidingen gelden verschillende beschermingsen veiligheidsafstanden waar bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening mee moet worden gehouden. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt wel een ondergrondse hogedruk aardgasleiding (zie ook paragraaf 4.6 van deze onderbouwing). Deze heeft belemmerde strook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Omdat deze leiding zich op circa 30 meter bevindt van de locatie waar de nieuwe bedrijfswoning zal worden gerealiseerd, vormt dit geen belemmering. 4.11
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
Normstelling en beleid Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Dit geldt ook voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking. Voor welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit mer en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen.
In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Beoordeling plan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer, • Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of • Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. ECLI:NL:RVS:2017:694) hangt het van de concrete omstandigheden van het geval af of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. In dit kader wordt het volgende overwogen. Op het perceel Zeek 40 wordt de bouw van een vrijstaande bedrijfswoning voorzien. Hiervoor wordt een bestaande schuur verwijderd. Om deze redenen wordt het project niet aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. In dit kader wordt ook verwezen naar de uitspraak van de Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
38
Ruimtelijke Onderbouwing
Raad van State van 12 juni 2019 (zaaknummer 201807060/1/R1). In deze uitspraak is geoordeeld dat de wijziging van het gebruik van een perceel door de realisatie van twee eengezinswoningen niet aangemerkt wordt als een stedelijk ontwikkelingsproject indien het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Dit geldt ook voor het plangebied. Conclusie Voor dit plan hoeft geen MER of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling te worden gemaakt.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
39
Ruimtelijke Onderbouwing
5
UITVOERBAARHEID
5.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12 van de Wro is de gemeente verplicht voor gronden waarvoor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt verleend een exploitatieplan vast te stellen. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. In artikel 6.12 lid 2 Wro is bepaald dat geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het voorliggende plan voorziet in de bouw van een nieuwe bedrijfswoning bij de Achterste Hellouwse Molen op het perceel Zeek 40. Het betreft een initiatief van een particulier die de bedrijfswoning wil realiseren en het plangebied gekocht heeft van de Molenstichting voor het Gelders Rivierengebied. Tussen die stichting en de particulier zijn contractuele afspraken gemaakt over het toezicht op de molen en de invulling van de functie als bedrijfswoning (beheerderswoning). Dit in aanvulling op het geldende bestemmingsplan (Veegplan, 2017) waarin is vastgelegd dat de beoogde woning de status heeft van een bedrijfswoning. Die status blijft ongewijzigd. Alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het plan komen ook voor rekening van de initiatiefnemer. Daarmee zijn er geen kosten voor de gemeente West Betuwe aan het plan verbonden.
Verder wordt door de gemeente voor het in behandeling nemen van het project en de procesbegeleiding kosten gemaakt. Ook deze kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer en worden verrekend via de leges. Geconcludeerd wordt dat het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is, de financiële dekking voor het plan geregeld is en de economische uitvoerbaarheid voldoende is gewaarborgd. 5.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Bij de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 lid 1, onder c, in samenhang met 2.12 lid 1 onder a, sub 3 van de Wabo, is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Deze ruimtelijke onderbouwing en de overige bijbehorende documenten worden door de gemeente gedurende zes weken ter inzage gelegd, waartegen eenieder een zienswijze kan indienen.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
40
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
41
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 1. ONDERZOEK INVLOED WINDAANBOD VOOR DE LAAGLANDSE MOLEN TE HELLOUW
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 2. MEMO MOLENBIOTOOP
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 3. VOORONDERZOEK BODEM
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 4. AKOESTISCH ONDERZOEK RAIL- EN WEGVERKEERLAWAAI
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 5. ONDERZOEK GELUIDWERING VAN DE GEVELS
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 6. QUICKSCAN NATUUR
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
BIJLAGE 7. DIGITALE WATERTOETS
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
Ruimtelijke Onderbouwing
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl