RV2026-001-bijlage-1-ro-zeek-40-hellouw-28-aug-2025.pdf
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING OMGEVINGSVERGUNNING NIEUWE BEDRIJFSWONING
ZEEK 40 HELLOUW GEMEENTE WEST BETUWE
Opdrachtnummer
: 99.594
Datum
: 28 augustus 2025
Versie
:2
Auteurs
: mRO b.v.
Behorend bij besluit college van burgemeester en wethouders d.d.
:
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING ...................................................................................... 2 Aanleiding......................................................................................... 2 Ligging van het plangebied ................................................................. 2 Geldende planologische situatie ........................................................... 4 Leeswijzer ........................................................................................ 6
2.1 2.2
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ............................................ 7 Huidige situatie ................................................................................. 7 Toekomstige situatie .......................................................................... 9
3.1 3.2 3.3
BELEIDSKADERS ........................................................................... 12 Rijksbeleid ....................................................................................... 12 Provinciaal beleid .............................................................................. 13 Gemeentelijk beleid .......................................................................... 16
2
3
4
MILIEU ......................................................................................... 19 4.1 Verkeer en parkeren ......................................................................... 19 4.2 Bedrijven en milieuzonering ............................................................... 19 4.3 Bodem ............................................................................................ 20 4.4 Geluid ............................................................................................. 21 4.5 Luchtkwaliteit ................................................................................... 22 4.6 Externe veiligheid ............................................................................. 23 4.7 Ecologie........................................................................................... 28 4.8 Water .............................................................................................. 31 4.9 Archeologie & Cultuurhistorie ............................................................. 35 4.10 Kabels en leidingen ........................................................................... 38 4.11 Milieueffectrapportage ....................................................................... 38
5 5.1 5.2
UITVOERBAARHEID ...................................................................... 40 Economische uitvoerbaarheid ............................................................. 40 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................... 40
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING .................................... 41 Bijlage 1. Onderzoek invloed windaanbod voor de Laaglandse molen te Hellouw Bijlage 2. Memo Molenbiotoop Bijlage 3. Vooronderzoek bodem Bijlage 4. Akoestisch Onderzoek rail- en wegverkeerlawaai Bijlage 5. Onderzoek geluidwering van de gevels Bijlage 6. Quickscan natuur Bijlage 7. Digitale watertoets
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
1
Ruimtelijke Onderbouwing
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Op het perceel aan de Zeek 40 in het buitengebied van de gemeente West Betuwe, is een molen met bijbehorende gebouwen en kunstwerken aanwezig. Het gaat om de Achterste Hellouwse Molen, een zogenaamde wipwatermolen uit 1864. Samen met de verderop gelegen Voorste Hellouwse Molen hield deze molen eeuwenlang de polder van Hellouw droog. Beide molens (Rijksmonumenten) zijn recent gerestaureerd en bij de restauratie zijn ook de bijbehorende monumentale gebouwen en kunstwerken zoals bakhuizen en sluizen betrokken. In de Achterste Hellouwse Molen is de aanwezige bedrijfswoning veranderd in een bezoekerscentrum, waar nu de eeuwenlange geschiedenis van het waterbeheer van de dorpspolder Hellouw wordt verteld. De Molenstichting voor het Gelders Rivierengebied wil ten behoeve van het toezicht op de molen en vanwege de financiële instandhouding van de molens, in combinatie met een verdere ruimtelijk-functionele ontwikkeling daarvan, een nieuwe bedrijfswoning (dienstwoning) bij de Achterste Hellouwse Molen mogelijk maken. Het betreft de uitplaatsing van de bedrijfswoning uit de molen naar een separate locatie, op ruim 35 meter ten zuidoosten van de molen. De nieuwe bedrijfswoning wordt verdiept aangelegd en krijgt een eigen in- en uitrit op de bestaande toegangsweg. Hiervoor wordt de bestaande schuur ten zuiden van het bakhuis verwijderd.
De beoogde nieuwbouw is niet mogelijk op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’ van de voormalige gemeente Neerijnen. De gemeente West Betuwe wil de nieuwe bedrijfswoning mogelijk maken middels het verlenen van een omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Een dergelijke vergunning kan verleend worden op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 1. Dit wordt ook wel een uitgebreide afwijkingsprocedure genoemd. Een omgevingsvergunning op basis van dit artikel kan echter alleen worden verleend als de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het voorliggende document voorziet in deze goede ruimtelijke onderbouwing. 1.2
LIGGING VAN HET PLANGEBIED
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente West Betuwe, noordwestelijk van de kern Helllouw en ten zuiden van de rijksweg A15 met parallel daarin de Haaftensche Molenvliet. Het plangebied heeft betrekking op het zuidelijke deel van het perceel aan de Zeek 40, waarop de Achterste Hellouwse Molen gevestigd is. De gronden zijn kadastraal
1
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Tegelijkertijd is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vervallen. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het ‘oude recht’ van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. De aanvraag om omgevingsvergunning voor de nieuwe vrijstaande woning naast de Achterste Hellouwse Molen op het perceel Zeek 40, is op 28 december 2023 ingediend. Dat betekent dat hiervoor de Wabo van toepassing blijft en de ‘oude’ afwijkingsprocedure conform artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo kan worden gebruikt. Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
2
Ruimtelijke Onderbouwing
bekend als gemeente Haaften, sectie H, nummer 1335. Het plangebied heeft daarmee een oppervlakte van circa 1.425 m². De ligging en begrenzing van het plangebied zijn in bijgaande figuren weergegeven.
Figuur 1 - Globale ligging plangebied op een topografische kaart (bron: PDOK)
Figuur 2 - Ligging en begrenzing plangebied op een luchtfoto, in combinatie met de kadastrale gegevens (bron: PDOK)
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
3
Ruimtelijke Onderbouwing
1.3
GELDENDE PLANOLOGISCHE SITUATIE
Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden twee bestemmingsplannen: - ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’ dat op 26 juni 2013 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Neerijnen 2 is vastgesteld; - ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’, vastgesteld door de gemeenteraad van West Betuwe op 30 juni 2020. Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017 In dit bestemmingsplan heeft het plangebied voor het overgrote deel de bestemming ‘Maatschappelijk’ als bedoeld in artikel 11 van de bijbehorende regels. En smalle strook in het uiterste zuiden van het plangebied heeft de bestemming ‘Bos’ (artikel 8). Zie ook figuur 3.
Figuur 3 – Uitsnede tijdelijk deel omgevingsplan bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’. In rood aangeduid het plangebied. (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking mRO)
Gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, zoals opgenomen in de ‘Tabel Maatschappelijk’. In deze tabel is voor het adres Zeek 6 te Hellouw aangegeven dat een Molen met expositieruimte is toegestaan, inclusief 1 bedrijfswoning. Aangenomen wordt dat met dit adres de Achterste Hellouwse Molen bedoeld wordt. Aan de hand van de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is dit feitelijk het adres Zeek 40. Verder is voor het gehele bestemmingsvlak de aanduiding ‘wonen’ opgenomen, 2
Vanaf 1 januari 2019 is de gemeente Neerijnen samen met de gemeenten Geldermalsen en Lingewaal opgegaan in de nieuwe gemeente West Betuwe Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
4
Ruimtelijke Onderbouwing
waarmee de gronden ook bestemd zijn voor wonen. Tevens is een tweetal aanduidingen van toepassing voor de instandhouding en bescherming van de ter plaatse aangegeven monumentale bouwwerken. Het betreft de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ en de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’. Binnen de betreffende maatschappelijke bestemming is ter plaatse géén bouwvlak aangegeven. Daarmee wordt het bestemmingsvlak gezien als bouwvlak. Volgens de ‘Tabel Maatschappelijk’ is in totaal 135 m2 aan gebouwen toegestaan. Daarbij zijn specifiek voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen (en aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen) nadere bouwregels van toepassing, onder andere met betrekking tot de maximum toegestane goot- en bouwhoogte. Voor bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen zijn deze gesteld op respectievelijk 6 en 10 meter. Gronden met de bestemming ‘Bos’ zijn onder meer bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos, bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats, houtteelt/houtproductie. Maar ook behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, en extensief recreatief medegebruik is toegestaan. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, zoals erf- en terreinafscheidingen.
Verder heeft het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Deze dubbelbestemming bepaalt dat alleen bij projecten in het kader van de Tracéwet en projecten met een bodemingreep/ verstrorende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² onderzocht moeten worden op eventuele archeologisch waardevolle resten. Tot slot zijn er twee gebiedsaanduidingen van toepassing. Het betreft de aanduiding ‘overige zone - open landschap’ en de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - open landschap’ zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de instandhouding van de openheid van het gebied. Ter bescherming hiervan zijn boomkwekerijen en boomgaarden niet toegestaan, noch het aanleggen en planten van bomen of hoogopgaande beplanting. De aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ is opgenomen in verband met de nabijgelegen Achterste Hellouwse Molen. Ter bescherming van de windvang op de molen gelden aanvullende bouwregels. Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 In dit plan is het geldende parkeerbeleid van de gemeente West Betuwe vastgelegd. In paragraaf 4.1 wordt nader op dit aspect ingegaan.
Afwijking ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan De beoogde bouw van een bedrijfswoning is niet mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’. Hoewel het gebruik van een bedrijfswoning als onderdeel van de bestemming ‘Maatschappelijk’ al wel is toegestaan, wordt de maximum toegestane oppervlakte van 135 m2 zoals vastgelegd in de ‘Tabel Maatschappelijk’ in artikel 11.1 overschreden. De nieuwe bedrijfswoning heeft namelijk een (grond)oppervlakte van ruim 145 m2. Om de bouw van de bedrijfswoning planologisch-juridisch mogelijk te maken, zal derhalve door middel van de verlening van een omgevingsvergunning moeten
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
5
Ruimtelijke Onderbouwing
worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan. Hiervoor zal een uitgebreide afwijkingsprocedure conform artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3˚ van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden doorlopen 1. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van deze procedure. 1.4
LEESWIJZER
De ruimtelijke onderbouwing is verder als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie van het plangebied en directe omgeving, waarbij tevens kort wordt ingegaan op de historische ontwikkeling. Ook komt de beoogde toekomstige situatie aan de orde. Hoofdstuk 3 omvat het beleidskader, waarin het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid in relatie tot de beoogde ontwikkeling kort wordt toegelicht. Hoofdstuk 4 betreft de verantwoording ten aanzien van de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de nieuwe ontwikkeling. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 ingaan op de uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij is onderscheid gemaakt in de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
6
Ruimtelijke Onderbouwing
2
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE
2.1
HUIDIGE SITUATIE
Historische ontwikkeling Ten noorden van het dorp Hellouw staan twee wipmolens met bijhorende gebouwen. Beide molens bemaalden de voormalige Dorpspolder Hellouw. De zuidelijke molen, Voorste Hellouwse Molen genaamd, bemaalde het hoogste gedeelte van de polder. De noordelijke molen, Achterste Hellouwse Molen genaamd, bemaalde het lage deel. Beide molens staan 750 meter uit elkaar. Vooral de Achterste Molen, die zeer dicht tegen de A15 is gelegen is een zeer bekende molen in de streek. Hoewel de molens vrij dicht bij de Waal staan, watert de polder toch via de noordzijde op de Linge af. Op de boezem die bij het dorp Acquoy in de Linge uitmondt, loosden in totaal 11 molens hun water. De boezem werd tevens gebruikt voor lokaal scheepvaartverkeer Bij de Achterste Molen zit een verlaat, zodat men vanuit de boezem in de wetering van de dorpspolder kon komen en zo Hellouw kon bereiken. De Linge was al in 1304 bij Tiel afgedamd en is feitelijk dus een dode rivier. In tegenstelling tot de Waal en de Lek met hun hoge rivierstanden, was de Linge dus beter geschikt om een polder op te laten af wateren. De hoge rivierstanden zorgden er indirect voor dat ook het niveau van de Linge kon stijgen. Daarnaast kon de hoeveelheid regen die in het gebied valt, het waterniveau aanzienlijk laten fluctueren. Om deze reden lagen er bij beide molens zogenaamde Blafferts.
Dit waren doorlaten waar een wachtdeur als een soort terugslagklep in scharnierde. Bij laag water stroomde het overtollige water via de Blaffert zo uit de polder de Linge in. Bij hoog water sloot de Blaffert zich en maalde de molen weer uit. De molens bij Hellouw zijn de laatste twee wipmolens die in Gelderland resteren. De molens vertonen sterke overeenkomsten met de diverse wipmolens in de Vijfheerenlanden, met de name De Voormolen van Ter Leede te Leerdam. Deze molens zijn jarenlang onderhouden door molenmaker Gerdessen uit Asperen. Deze molenmaker bracht bij de molens een aantal typische zaken aan zoals een kruller, een naar binnen draaiende deur in het bovenhuis, klossen waarmee de koker nog extra wordt afgesteund op de kokerbalken en een ophekking met een smalle voorzoom met een uitsparing voor de roeketting. Op de huidige molenlocaties hebben al eeuwen molens gestaan. De eerste molens op deze plek zijn in 1572 door kruiend ijs (na een overstroming) verwoest. De Achterste Molen is in 1627 nogmaals door kruiend ijs omver gedrukt. In 1803 is de Voorste Molen verbrand en in 1864 onderging de Achterste Molen hetzelfde lot. De molens zijn herbouwd en bemaalden tot 1947 de polder Hellouw. In 1953, 1967, 1994 en 2014 ondergingen de molens restauraties. De molens waren voorheen eigendom van het Polderdistrict Tielerwaard (19531974) en nog eerder van Polder Hellouw (tot 1953).
Sinds 1953 is de Molenstichting Gelders Rivierengebied eigenaar van de molens en direct aangrenzende gronden.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
7
Ruimtelijke Onderbouwing
Figuur 4 – Bestaande situatie Achterste Hellouwse Molen, bezien vanaf de Rijksweg A15 (bron: Google Streetview)
Plangebied en omgeving De Achterste Hellouwse Molen is in het noorden van het perceel Zeek 40 gesitueerd. Het is een wipwatermolen uit 1864 en ligt pal naast de snelweg A15 en de Betuwelijn. De molen is getooid met rustige kleuren; zwart, afgebiesd met zwart en witte accenten voor de zichtbaarheid in het donker. De wieken zijn meer dan 26 meter lang.
Molen (Rijksmonument, nr. 30348)
Grote Blaffert
Bakhuis (gemeentelijk monument
Sluis Schuur
Figuur 5 – Luchtfoto perceel Zeek 40 te Hellouw (bron: PDOK)
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
8
Ruimtelijke Onderbouwing
De molen is een rijksmonument dat een aantal jaren geleden is gerestaureerd. Als onderdeel van de laatste restauratie, waarbij ook de bijbehorende monumentale gebouwen en karakteristieke kunstwerken zoals het bakhuis en de sluis waren betrokken, is de bedrijfswoning in de Achterste Hellouwse Molen veranderd in een bezoekerscentrum. Hier wordt nu de eeuwenlange geschiedenis van het waterbeheer van de dorpspolder Hellouw verteld. De molen is ingericht in de stijl van de jaren vijftig. Ook zijn diverse duurzaamheidsmaatregelen toegepast. Zuidwestelijk van de molen staat een bakhuisje. Het gebouw heeft een oppervlakte van ca. 27 m2, bestaat uit 1 bouwlaag met een kap (zadeldak) en heeft de status van gemeentelijk monument. Ten zuiden van het bakhuis is nog een gepotdekselde schuur aanwezig. Dit gebouw heeft een oppervlakte van ca. 31 m 2 maar geen monumentale status. In dit kader wordt ook verwezen naar figuur 5. Het erf is verder hoofdzakelijk groen ingericht, in combinatie met diverse watergangen die in verbinding staan met het aangrenzende open polderlandschap. Het verharde parkeerterrein westelijk van het bakhuis vormt hierop een uitzondering. Dit terrein is via een relatief lang pad vanaf de kruising met de wegen Meikampgraaf/ Mert te bereiken. Zuidelijk van het plangebied is een bosperceel aanwezig, bedoelt voor houtproductie. De bomen zijn een aantal jaren geleden gekapt.
2.2
TOEKOMSTIGE SITUATIE
Zoals reeds in de inleiding van deze ruimtelijke onderbouwing aangegeven wil de Molenstichting voor het Gelders Rivierengebied vanwege de financiële instandhouding van de molens, in combinatie met een verdere ruimtelijkfunctionele ontwikkeling daarvan, een nieuwe vrijstaande bedrijfswoning bij de Achterste Hellouwse Molen mogelijk maken. Dit ter vervanging van de inpandige bedrijfswoning die na de restauratie is veranderd in een bezoekerscentrum.
Bestaande Molen
Bestaand Bakhuis
Nieuwe bedrijfswoning
Nieuw pad
Figuur 6 – Situering nieuwe bedrijfswoning en aanleg nieuw pad op het perceel Zeek 40 te (bron: Van Wijngaarden & De Vries Bouwkundigen)
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
9
Ruimtelijke Onderbouwing
De nieuwe bedrijfswoning wordt op ruim 35 meter ten zuidoosten van de molen gesitueerd en krijgt een eigen in- en uitrit op de bestaande toegangsweg in het westen. Hiervoor wordt de bestaande schuur ten zuiden van het bakhuis verwijderd. De nieuwe bedrijfswoning heeft een oppervlakte van ca. 145 m2 en wordt verdiept aangelegd. Om extra daglicht en ventilatie in de ondergrondse ruimte te creëren wordt aan zowel de noord- en zuidzijde een extra bakconstructie (zgn. koekoek) gecreëerd. De bedrijfswoning krijgt een hellend dakvlak dat schuin afloopt (een zgn. lessenaarsdak), met de lage zijde naar de molen gewend. De goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk ca. 2,7 meter en 7,3 meter (gerekend vanaf peil). Daarbij wordt uitgegaan van een groen dak (met sedum). Bovendien wordt tegen, en in het verlengde van de noordgevel van de bedrijfswoning, over een lengte van 30 meter een erfafscheiding in de vorm van schanskorven aangelegd. Bijgaande figuren geven een impressie van de beoogde situatie.
Figuur 7 – Plattegrond (begane grond) van de nieuwe bedrijfswoning (bron: Van Wijngaarden & De Vries Bouwkundigen)
Figuur 8 – Doorsneden van de nieuwe bedrijfswoning (bron: Van Wijngaarden & De Vries Bouwkundigen) Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
10
Ruimtelijke Onderbouwing
Figuur 9 – Gevelaanzichten van de nieuwe bedrijfswoning (bron: Van Wijngaarden & De Vries Bouwkundigen)
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
11
Ruimtelijke Onderbouwing
3
BELEIDSKADERS
3.1
RIJKSBELEID
Nationale Omgevingsvisie De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder Wet ruimtelijke ordening. De NOVI vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat.
In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • een duurzaam en economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken zijn 21 nationale belangen in de NOVI benoemd waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf 3.1.2. Relatie met het plangebied In de NOVI worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het plangebied. Wel is in het algemeen ‘het realiseren van een goede omgevingskwaliteit’ van belang. Ter onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze plantoelichting.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ten behoeve van de bescherming en de verwezenlijking van de nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. Hoewel in het Barro de kaderstellende uitspraken uit de voorheen geldende SVIR werden bevestigd, blijven deze ook onder de NOVI gelden. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen:
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
12
Ruimtelijke Onderbouwing
• • • • • • • • • • • •
Rijksvaarwegen; Kustfundament; Grote Rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Relatie met het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een van de bovengenoemde gebieden. Daarmee is het plan niet strijdig met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Deze houdt in dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de behoefte aan die ontwikkeling moet worden beschreven en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, gemotiveerd moet worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit afwegingskader verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder is daarmee een belangrijk instrument voor een goede ruimtelijke ordening. Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".
Uit de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Zo wordt een project vanaf 12 woningen of meer aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Relatie met het plangebied In het plangebied wordt de realisatie van 1 nieuwe bedrijfswoning mogelijk gemaakt. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat daarmee géén sprake is van een 'ladderplichtige stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Een nadere toets aan de Ladder is daarmee niet nodig. 3.2
PROVINCIAAL BELEID
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Hiermee is de Omgevingsvisie uit 2014 komen te vervallen en wordt vooruitgelopen op de aankomende Omgevingswet. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
13
Ruimtelijke Onderbouwing
De provincie legt in deze visie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Om dit te bereiken worden zeven met elkaar samenhangende ambities nagestreefd: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Een op de toekomst toegerust klimaatbeleid (klimaatbestendig). 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Een voortvarend en innovatief circulair beleid zonder afval. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur en een beschermend beleid voor biodiversiteit. 5. Bereikbaarheid: Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. 6. Vestigingsklimaat: Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. 7. Woon- en leefomgeving: Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat en anticiperend op ontwikkelingen. Hoewel de Omgevingsvisie met deze ambities vooral een visie op hoofdlijnen betreft, is ook een vijftal wettelijke planfiguren in de Omgevingsvisie opgenomen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Deze planfiguren waren ook al in de voorgaande Omgevingsvisie (vanaf 2014) opgenomen en worden daarmee gecontinueerd.
Het gaat daarbij onder andere om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden, en de aanwijzing van locaties voor de mogelijkheden om zonneen windenergie op te wekken. In dit kader zijn een viertal themakaarten opgesteld (Themakaart Ruimtelijk beleid, Themakaart Waterbeleid, Themakaart Milieubeleid en Themakaart Natuur- en landschapsbeleid) die bij de uitvoering van het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie 2018 een belangrijke rol spelen. Relatie met het plangebied Aan de hand van de vier themakaarten is geconcludeerd dat er geen (ruimtelijke) opgaven gelden waarmee specifiek in voorliggend bestemmingsplan rekening gehouden hoeft te worden. Daarmee is er geen strijdigheid met het provinciale beleid. Omgevingsverordening Gelderland Tegelijk met de vaststelling van de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ is ook de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ vastgesteld. De Omgevingsverordening betreft de juridische vertaling van de provinciale omgevingsvisie en heeft als doel om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau.
De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. Naderhand zijn er nog diverse actualisatieplannen van de Omgevingsverordening vastgesteld met regels voor sectorale beleidsdoelen, wat onder meer geresulteerd heeft in een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023). Zie in dit kader ook voetnoot 1 op blz. 2 van deze onderbouwing.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
14
Ruimtelijke Onderbouwing
Relatie met het plangebied Voorliggend plan gaat uit van de bouw van een nieuwe bedrijfswoning op het perceel van de Achterste Hellouwse Molen. Het betreft het verplaatsen van de bedrijfswoning uit de bestaande molen. Als onderdeel van de (afgeronde en noodzakelijke) restauratie voor het behoud van de molen heeft de woning in de molen nu de functie als bezoekerscentrum en is een woonfunctie niet meer mogelijk. In relatie tot het plan, waar op grond van het geldende bestemmingsplan de functie van een bedrijfswoning al is toegestaan, is een aantal provinciale regels uit de Omgevingsverordening van belang. Molenbiotoop De planlocatie ligt in een aangeduide molenbiotoop waar de regels uit artikel 2.64 gelden. Hierin is bepaald dat binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk is als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Om de meest geschikte plek voor de nieuwbouw van de woning te bepalen is in opdracht van de Molenstichting voor het Gelders Rivierengebied onderzoek gedaan naar de verwachtte invloed van het windaanbod op molen. De rapportage van dit onderzoek3 is als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek worden hierna weergegeven.
Resultaten onderzoek molenbiotoop In het onderzoek is geconstateerd dat het molenerf in een overwegend open gebied ligt, met aan de zuidzijde een smalle strook bos. Het maaiveld ter plaatse van de beoogde nieuwe woning ligt op 1,0 m+ NAP. Geconcludeerd wordt dat de geplande woning en ook de molen zelf bij zuidelijke wind beiden volledig in het gebied liggen waar de windsnelheid maximaal wordt gereduceerd vanwege het bos. Inherent hieraan is dit het gebied waar de zogenaamde wervel zich maximaal manifesteert. Wanneer de wind nu uit zuidelijke richting op de molen komt, zal dat op de molen nu en na bouw van de woning worden ervaren als een bijzonder instabiele, vlagerige wind. Dit zal na bouw van de woning nauwelijks anders blijken te zijn. De nieuw te bouwen woning komt midden in het gebied te staan waar de verstoring van de wind maximaal is, de lijwervel zone. De hoogte van de geplande woning is vergeleken bij de hoogte van het bos dusdanig beperkt dat de nieuw te bouwen woning nauwelijks effect zal hebben op de windvang van de molen Daarbij wordt in het onderzoek geconstateerd dat binnen het molenerf en het geplande bouwvlak een bouwwerk met een hoogte van circa 11 meter mogelijk is, zonder dat dit de denkbeeldige lijn tussen de roedetip van de molen en het aangrenzende bosperceel overschrijdt.
Een eventueel effect van de woning op de windvang van de molen zal pas kunnen worden gemerkt wanneer het bos zou worden verwijderd. Nader advies molenbiotoop Omdat het genoemde bos inmiddels is gekapt en er daardoor discussie kan ontstaan over de vraag of het uitgevoerde onderzoek aangepast moet worden, is door Six advocaten een memo opgesteld. In deze memo 4 wordt ingegaan op de 3
Alhof bouwkundig adviesbureau, Onderzoek invloed windaanbod voor de Laaglandse molen te Hellouw, i.v.m. bouwplanontwikkeling’, 17 november 2021 4 Six Advocaten, ‘Memo Molenbiotoop’ (kenmerk 65.540), 22 november 2024 Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
15
Ruimtelijke Onderbouwing
juridische vraag of moet worden uitgegaan van de feitelijke situatie of van de planologische situatie. Aan de hand van een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangegeven dat niet uitgegaan dient te worden van de feitelijke situatie maar van hetgeen het geldende bestemmingsplan (maximaal) mogelijk maakt. Zowel voor wat betreft het project als voor wat betreft de bestaande bebouwing en bomen. Als de bomen gekapt zijn of weggaan moet worden beoordeeld hoe groot de kans is dat deze weer terug komen. Bij een productiebos is die kans 100%. En zolang de bestemming dus (uitsluitend) bos is en er geen voorwaarden zijn opgenomen voor het herplanten van de bomen, dient het onderzoek naar de effecten van de bomen uit te gaan van de aanwezigheid van die bomen. De betreffende Memo is volledigheidshalve als bijlage 2 bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied Het plangebied is gelegen in een minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied. In paragraaf 3.2.5b en artikel 3.32 van de provinciale Omgevingsverordening is vastgesteld dat in dit gebied mijnbouwwerken niet zijn toegestaan. Tevens is in dit artikel vastgesteld dat het verboden is om handelingen te verrichten waardoor de beschermende werking van de bodemlaag wordt of kan worden aangetast.
Ook het verrichten van activiteiten, waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd, zijn verboden. Dat geldt ook voor boringen en grond- of funderingswerken op een diepte van meer dan 30 meter. In voorliggende situatie is hier geen sprake van, waardoor de ligging in dit gebied geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.3
GEMEENTELIJK BELEID
Omgevingsvisie West Betuwe De gemeenteraad heeft de ‘Omgevingsvisie West Betuwe’ op 22 februari 2022 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn waarin aan de hand van de huidige kwaliteiten van de fysieke leefomgeving de ambities en gewenste toekomstige ontwikkelingen in de gemeente op hoofdlijnen zijn beschreven. Hiervoor zijn drie kernambities opgesteld: 1. De gemeente West Betuwe zet in op toekomstbestendige en leefbare kernen; 2. Als gemeente West Betuwe ontwikkelen we ons tot dé fruitgemeente van Nederland; 3. De gemeente West Betuwe versterkt haar beleefbaar rivierlandschap waarin kleinschaligheid en 'de dorpse sfeer' de boventoon voeren. Vervolgens zijn deze kernambities verder uitgewerkt in 7 thema’s: 1. Gezonde en leefbare leefomgeving; 2. Wonen en voorzieningen; 3. Mobiliteit en bereikbaarheid; 4. Economie en ondernemerschap; 5. Landbouw; 6. Energie en klimaat; 7. Natuur, cultuur en recreatie.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
16
Ruimtelijke Onderbouwing
Relatie met het plangebied Voorliggend plan gaat uit van de bouw van een nieuwe bedrijfswoning op het perceel van de Achterste Hellouwse Molen, in het buitengebied van de gemeente. Het betreft het verplaatsen van de bedrijfswoning uit de bestaande molen. Want als onderdeel van de (afgeronde en noodzakelijke) restauratie voor het behoud van de molen heeft de woning in de molen nu de functie als bezoekerscentrum. Daarmee is de beoogde planontwikkeling zeer specifiek en niet direct te relateren aan de genoemde kernambities. In het algemeen draagt het project wel bij aan de economische draagkracht van het buitengebied en de instandhouding van het molenerf en bijbehorende monumentale bouwwerken. Er is dan ook geen sprake van strijdigheid met de omgevingsvisie. Woonvisie West Betuwe 2020-2030 De gemeente West Betuwe is in 1 januari 2019 ontstaan uit de fusie van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Door deze samenvoeging was er de behoefte voor een geharmoniseerd en geactualiseerde woonvisie. Hieruit is de Woonvisie West Betuwe 2020-2030 voortgevloeid. De doelstelling van deze woonvisie is een toekomstbestendige woningmarkt, waarin ruimte is voor alle doelgroepen zodat de gemeente een leefbare, maar ook groene gemeente zal zijn en blijven. Deze doelstelling is daarbij vertaald in een viertal leidende principes: 1.
Beschermen van de unieke landschappelijke kwaliteiten en het dorpse karakter van West Betuwe en haar 26 kernen; 2. Voor elke inwoner is een passende woning haalbaar en betaalbaar; 3. Ieder kan gezond en veilig wonen; 4. Woningbouw is mogelijk in elke kern, passend bij de aard en schaal van de kern. Extra groei krijgt de ruimte in de A2-corridor. Relatie met het plangebied Er zijn geen uitgesproken doelen gesteld voor woningbouw in het buitengebied van de gemeente. Bovendien is de nieuw te bouwen woning onderdeel van een ruimtelijk-functionele herontwikkeling van de Achterste Hellouwse Molen; een zeer specifiek en gericht kleinschalig woningbouwplan, met als doel de duurzame instandhouding van het molenerf en bijbehorende monumentale bouwwerken. Gids voor Ruimtelijke kwaliteit Met de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wil de gemeente West-Betuwe bestaande bijzondere ruimtelijke kwaliteiten - met name de cultuurhistorische waarden en identiteit - kunnen waarborgen en anderzijds burgers meer ruimte bieden bij het realiseren van hun bouwplannen. Dit vraagt om een welstandsbeleid op maat. Enerzijds wordt rechtszekerheid en voorspelbaarheid geboden, maar anderzijds is er ruimte voor dialoog en afwijking van de spelregels, indien blijkt dat er betere alternatieven zijn.
De Gids kent compacte afwegings- en toetsingskaders, waarbij een logisch verband is gelegd tussen waarden, kernkwaliteiten, ambities en ontwerprichtlijnen. De gemeente wordt in zeven deelgebieden onderscheiden. Relatie met het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied en maakt onderdeel uit van het deelgebied 'Komgronden'. Hiervoor geldt het beleidsniveau ‘Keuze’, waarvoor is aangegeven dat verandering van het (bebouwings)beeld mogelijk is. Dit geldt zowel naar structuur als naar architectuur, maar altijd met behoud van stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarde. Uitgangspunt is het intact houden/niet aantasten van de omgevingskwaliteit.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
17
Ruimtelijke Onderbouwing
De nieuw te bouwen bedrijfswoning wordt verlaagd aangebracht, en is zodanig op het perceel gepositioneerd dat rekening wordt gehouden met de windvang van de molen (molenbiotoop). Het schetsontwerp is uitgevoerd in een vormentaal en volume die de cultuurhistorische waarde van de molen en het bakhuis versterken. Door de verdiepte aanleg, het groene dak (sedum) en indeling van de gevels zal het open polderlandschap zo min mogelijk aangetast worden. Bovendien maakt de erfafscheiding (in de vorm van schanskorven) integraal deel uit van het ontwerp van de woning, waarmee tevens de geluidsoverlast van de snelweg aanzienlijk gereduceerd wordt.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
18
Ruimtelijke Onderbouwing
4
MILIEU
In dit hoofdstuk wordt een aantal milieu- en omgevingsaspecten toegelicht die bij een ruimtelijk plan in beschouwing moeten worden genomen 5. 4.1
VERKEER EN PARKEREN
De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe vrijstaande bedrijfswoning op het perceel Zeek 40. Deze woning komt in de plaats van de voormalige bedrijfswoning in de Achterste Hellouwse Molen, die na de laatste restauratie is omgevormd tot een bezoekerscentrum. De verkeersbewegingen als gevolg van de woonfunctie zullen in de nieuwe situatie dan ook niet significant wijzigen/ toenemen. Hiervoor zijn ook de kencijfers van het CROW geraadpleegd. Het CROW is een onafhankelijk kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer. Op grond van CROWPublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’, waarin ook kencijfers voor de verkeersgeneratie van verschillende functies (waaronder wonen) zijn aangegeven, blijkt dat voor een vrijstaande bedrijfswoning in het buitengebied rekening gehouden moet worden met 8,6 motorvoertuigen per etmaal / per woning. De nieuwe woning blijft gebruik maken van het zuidelijk gelegen pad dat dienstdoet als toegangsweg en aansluit op de wegen Meikampgraaf/ Mert. Wel krijgt de nieuwe bedrijfswoning een eigen in- en uitrit op de bestaande toegangsweg. Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen.
De gemeente West Betuwe heeft het beleid met betrekking tot parkeren vastgelegd in het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’. Dit plan is op 30 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor de te hanteren parkeernormen sluit de gemeente aan bij de parkeerkencijfers van het CROW, zoals die gesteld zijn in CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Volgens de gebiedsindeling van het Paraplubestemmingsplan geldt er voor het plangebied een stedelijkheidsgraad van 'Niet stedelijk' in het 'Buitengebied'. En volgens het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ moet er worden uitgegaan van de maximale parkeernormen van de genoemde CROW-publicatie. Voor het plangebied geldt daarmee een parkeernorm van 2,7 parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning. Bij de nieuw te bouwen woning is genoeg ruimte om de benodigde aantal parkeerplaatsen op ‘eigen’ erf te realiseren. Hiervoor kan de genoemde in- en uitrit aangewend worden, aangezien deze met een lengte van ruim 30 meter lang genoeg is om meerdere auto’s te stallen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het aantal parkeerplaatsen voor de bezoekers voor de Achterste Hellouwse Molen niet wijzigt. 4.2
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
Normstelling en beleid Er dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Dit van belang voor een adequate bescherming van een goed woon- en leefklimaat. De toelaatbaarheid van milieubelastende bedrijvigheid en milieugevoelige functies kan worden beoordeeld met behulp van de systematiek en methodiek van de VNG brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. 5
Aangezien op de aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het ‘oude recht’ van toepassing is, is in dit hoofdstuk getoetst aan de wetgeving zoals die gold voordat de Omgevingswet in werking trad.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
19
Ruimtelijke Onderbouwing
Deze brochure bevat indicatieve afstanden (richtafstanden) tussen bedrijven en milieugevoelige functies in verschillende omgevingstypen (b.v. rustige woonwijk en gemengd gebied). Deze richtafstanden gelden ten aanzien van de hinderaspecten geluid-, stof- en geurhinder en gevaar, en kunnen worden gezien als de afstand waarbij onaanvaardbare hinder van een milieubelastende activiteit voor gevoelige functies kan worden uitgesloten. De richtafstanden worden toegekend op basis van een milieucategorie, waarbij de afstanden uiteenlopen van 10 m voor bedrijven uit milieucategorie 1 tot 1500 m voor bedrijven uit milieucategorie 6. Toetsing en uitgangspunten plan In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die hinder veroorzaken. Omgekeerd worden met voorliggend project ook geen hinderlijke activiteiten mogelijk gemaakt, die van invloed zijn op de omliggende bebouwing. Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan. 4.3
BODEM
Normstelling en beleid Het is wettelijk geregeld dat nieuwbouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om deze reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. Als blijkt uit het onderzoek dat de bodem niet geschikt is dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd, om de bodem wel geschikt te maken. Toetsing en uitgangspunten plan In het plangebied wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Door advies- en ingenieursbureau TAUW6 een vooronderzoek bodemonderzoek uitgevoerd om inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de planlocatie. De rapportage van het onderzoek is als bijlage opgenomen bij de ruimtelijke onderbouwing. Op basis van het uitgevoerde onderzoek (volgens NEN 5725) blijkt het volgende. Er wordt geconcludeerd dat de locatie als onverdacht wordt beschouwd op bodemverontreiniging (hooguit licht verontreinigd). Op basis van de aanwezige gegevens, waaronder een reeds eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (2014) en feitelijke omstandigheden van het terrein, wordt niet verwacht dat de maximale toelaatbare kwaliteit wordt overschreden. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie wordt niet noodzakelijk geacht.
Conclusie Vanuit het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor het plan.
6
TAUW Nederland, ‘Vooronderzoek bodem Zeek 6 te Hellouw’ (Kenmerk: R0011297880AMY-V01-mwl-NL), 21 augustus 2024 Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
20
Ruimtelijke Onderbouwing
4.4
GELUID
Normstelling en beleid Voor het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh kent voor geluid als gevolg van weg- en railverkeer en gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden voor de geluidbelasting op nieuwe geluidgevoelige objecten. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, bij ruimtelijke plannen die nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk maken, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. Toetsing en uitgangspunten plan In het plangebied wordt een nieuwe bedrijfswoning gerealiseerd, een nieuw geluidgevoelig object op grond van de Wgh. Noordelijk van het plangebied ligt de Rijksweg A15 en de Betuwelijn. Omdat de nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen de geluidzone van deze weg en spoorweg is een akoestisch onderzoek uitgevoerd 7. De rapportage van het onderzoek is als bijlage 4 opgenomen bij de ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten en conclusies worden hierna weergegeven. Resultaten akoestisch onderzoek rail- en wegverkeer Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de woning vanwege railverkeer voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Vanwege de A15 voldoet alleen de zuidgevel van de woning aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Op de hele noord- en westgevel en op de verdieping op de oostgevel is de geluidsbelasting hoog; de hoogste geluidbelasting Lcum = 61 dB bedraagt. Derhalve zijn geluidreducerende maatregelen afgewogen. Bronmaatregelen op en aan de A15 zoals verlaging van verkeersintensiteiten, verlaging van snelheid en het aanbrengen van een geluidreducerend wegdek zijn, vanwege de functie en aard van de A15 en vanwege financiële argumenten niet acceptabel. Het plaatsen van een geluidscherm of - wal is een overdrachtsmaatregel. Overweging van een dusdanige maatregel is alleen relevant als het een concentratie van meerdere woningen betreft. Daarnaast dient sprake te zijn van een aaneengesloten schermlengte. Het realiseren van een scherm of wal langs de A15 of in het tussenliggende gebied is stedenbouwkundig, landschappelijk en financieel niet acceptabel. Om deze reden wordt verzocht om voor de westgevel op de begane grond van de woning een hogere geluidswaarde aan te vragen. En omdat de begane grond en de eerste verdieping van de noord- en westgevel, evenals de eerste verdieping van de oostgevel, niet voldoen aan de maximaal toelaatbare hogere waarde van 53 dB vanwege wegverkeer, moeten deze gevels – of delen daarvan – worden uitgevoerd als dove gevels.
Resultaten onderzoek geluidwering gevels Om te bepalen of met het voorliggende bouwplan kan worden voldaan aan de gestelde eisen met betrekking tot het geluid van buiten uit het Bouwbesluit 2012, is een onderzoek naar de geluidwering van de gevels uitgevoerd8. Ook de rapportage van dit onderzoek is volledigheidshalve integraal als bijlage opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing (zie bijlage 5).
7
Croonen Adviseurs, ‘Rapport akoestisch onderzoek behorende bij het bestemmingsplan Achterste Molen Zeek 6, Hellouw’ (Kenmerk: RAO01-0252725-01A), 9 januari 2014 8 SPA WNP ingenieurs, ‘Geluidwering gevels Zeek 6 in Hellouw. Onderzoek geluidwering van de gevels’ (Rapport 2400448.2100.r01), 15 augustus 2024 Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
21
Ruimtelijke Onderbouwing
Uit het onderzoek blijkt dat de berekende karakteristieke geluidwering voldoet aan de gestelde eisen, uitgaande van de in het rapport omschreven constructies en materialen, inclusief aangegeven geluidwerende voorzieningen. In dit kader wordt verwezen naar tabel 1 op blz. 5 van het genoemde rapport. Hogere grenswaarde De procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde samen met de procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan in gang worden gezet. Met andere woorden, het ontwerp-besluit hogere grenswaarde wordt gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. 4.5
LUCHTKWALITEIT
Normstelling en beleid Titel 5.2 van de Wet milieubeheer bevat normen op het gebied van de luchtkwaliteit. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) van belang. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. De wet is enerzijds gericht op het voorkomen van negatieve effecten voor volksgezondheid. Anderzijds biedt de wet mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde, of; • een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit of; • een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide.
Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
22
Ruimtelijke Onderbouwing
Toetsing en uitgangspunten plan In het plangebied wordt een nieuwe vrijstaande bedrijfswoning gerealiseerd. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is ook gekeken naar de heersende concentraties van stikstofdioxide en fijn stof. Hiervoor is gebruik gemaakt van de resultaten uit kaarten van de Atlas Leefomgeving, een initiatief van de Rijksoverheid. Aan de hand van de luchtkwaliteitskaarten (monitoringsjaar 2023) blijkt dat ter hoogte van het plangebied sprake van een maximale concentratie van: - 18,1 µg/m³ NO2; - 16,0 µg/m³ PM10; - 8,7 μg µg/m³ PM2,5. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden van 40 μg/m³ voor stikstofdioxide en fijnstof PM10 en 25 µg/m³ voor fijnstof PM2,5. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het plan. 4.6
EXTERNE VEILIGHEID
Normstelling en beleid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Wettelijk kader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De regelgeving voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijsen gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.
Ten aanzien van externe veiligheidsrisico’s geldt wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). • Het PR richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de te realiseren basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Het wordt uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon op een plaats in de omgeving van een risicovolle activiteit zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van door die activiteit veroorzaakte calamiteit. Een kans op overlijden van 1 op de miljoen per jaar (PR=10 -6) wordt
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
23
Ruimtelijke Onderbouwing
•
aanvaardbaar geacht. De PR 10-6 is een harde grenswaarde welke niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom de risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen liggen. Het GR is bedoeld voor het beperken van de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet “op de kaart” worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (F) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Daarbij geldt dat nieuwe bebouwing niet is toegestaan binnen de zogenaamde 10 -6contour van het PR rond bedrijven waarin opslag en/of verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt, noch langs de PR 10-6-contour langs -transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Verder geldt dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Er dient een verantwoording GR opgesteld te worden indien een bestemming gepland is binnen het invloedsgebied. Toetsing en uitgangspunten plan Aan de hand van de digitale kaart externe veiligheid van de Atlas Leefomgeving is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en nabij het plangebied (zie figuur 10). Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Het plangebied ligt dan ook buiten het invloedsgebied van Bevi-bedrijven. Ook ligt het plangebied niet binnen de veiligheidsafstanden van bestaande stationaire risicobronnen, waarop het Bevi niet van toepassing is. Het gaat om bijvoorbeeld vuurwerkverkooppunten (niet aanwezig nabij het plangebied) en andere risicobronnen waarvoor in het Activiteitenbesluit veiligheidsafstanden zijn opgenomen. Bovendien worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
Gemeente West Betuwe Zeek 40 Hellouw mRO b.v. / RO / 99.594 – v2 / 28 augustus 2025
24
Ruimtelijke Onderbouwing
Figuur 10 – Uitsnede Archeologische Beleidskaart West Betuwe, in relatie tot het plangebied en de locatie van de nieuw te bouwen bedrijfswoning (in rood aangeduid) (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Transportroutes gevaarlijke stoffen Ten noorden van het plangebied zijn transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor aanwezig. Het betreft de Rijksweg A15 en de Betuwelijn, op respectievelijk ca. 100 en 140 meter van de planlocatie. Zoals uit figuur 10 blijkt ligt het plangebied buiten de PR 10-6-contour van zowel de A15 (Route G14) alsook de Betuwelijn (Route 202). Wel ligt de planlocatie binnen 200 meter van routes uit het Basisnet. Op grond van het Bevt is dan formeel een GR-berekening en uitgebreide verantwoording nodig. Maar omdat de planlocatie in het buitengebied ligt waar de personendichtheid al bijzonder laag is en deze met het toevoegen van één vrijstaande woning ook niet noemenswaardig toeneemt, is op voorhand duidelijk dat de grens waarboven de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld, sowieso niet overschreden wordt. Oftewel, het GR is kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en de toename bedraagt minder dan 10% van de oriëntatiewaarde. Daarmee wordt een nader onderzoek niet nodig geacht. Beperkte verantwoording groepsrisico Op grond van de regels uit het Bevt (artikel 7 en 9) is nog wel een beperkte verantwoording van het groepsrisico toepassing. Daarbij dient ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. •