RV2025-101-bijlage-bopa-willem-de-zwijgerweg-12-14-16-geldermalsen.pdf
Tekst van het document
Gemeente West Betuwe
BOPA Willem de Zwijgerweg 12-14-16 Geldermalsen
Augustus 2025
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
EDOK-RO
EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 0342-422288 06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl www.edok-ro.nl
Documenttitel
BOPA Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Datum
04-08-2025
Gemeente
West Betuwe
Webadres gemeente
www.westbetuwe.nl
Contactpersoon
XXX
Projectnummer
2024-RM-01
Opsteller
EDOK-RO
Contactpersoon
XXX
2
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing projectgebied 1.3 Planologisch kader 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en beschrijving initiatief 2.1 Historie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie
9 9 9 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regio 3.4 Gemeentelijk beleid
15 15 18 20 21
Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 m.e.r.-beoordeling 4.2 Duurzaamheid 4.3 Gezondheid 4.4 Parkeren en verkeer 4.5 Natuur 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geluid 4.8 Milieubelastende activiteiten 4.9 Omgevingsveiligheid 4.10 Trillingen 4.11 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.12 Bodem 4.13 Water
25 25 25 26 26 27 30 31 32 32 34 36 37 38
Hoofdstuk 5
Financieel-economische uitvoerbaarheid
41
Hoofdstuk 6
Participatie
43
Hoofdstuk 7
Belangenafweging en conclusie
45
Bijlagen
47
Bijlage 1
Natuurwaardenonderzoek
49
Bijlage 2
Stikstofonderzoek
51
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
53
Bijlage 4
Historisch bodemonderzoek
55
Bijlage 5
Water
57
Bijlage 6
Participatieverslag
59
3
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
4
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor het perceel Willem de Zwijgerweg 12, 14, 16 in Geldermalsen heeft de initiatiefnemer de gemeente verzocht medewerking te willen verlenen om drie woningen en vijf appartementen toe te voegen. Een gedeelte van de detailhandelslocatie wordt gesloopt om deze acht woningen mogelijk te maken. De gemeente West Betuwe heeft aangegeven hieraan medewerking te willen verlenen, onder de voorwaarden dat de benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en dat het uitgewerkte plan wordt voorzien van een goede motivering in de vorm van een ETFAL inclusief verslag van participatie. Het initiatief is in strijd met de regels van het (tijdelijk) omgevingsplan van de gemeente West-Betuwe. Om alsnog een vergunning te verkrijgen, voor het mogen afwijken van de regels dient een BOPA te worden opgesteld. Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA): wat is het? Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl.
Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. Deze BOPA is opgesteld om aan te tonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Begrenzing projectgebied
Het plangebied is gelegen in het centrum van de woonkern Geldermalsen in de gemeente West-Betuwe.
Afbeelding 1.1: Ligging in Geldermalsen
5
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Het perceel is gelegen tussen de Willem de Zwijgerweg en Lingedijk. Op navolgende luchtfoto wordt de globale begrenzing van het plangebied weer gegeven.
Afbeelding 1.2: Luchtfoto met plangebied (rode lijnen) Kadastrale gegevens Kadastrale gemeente
: Geldermalsen
Sectie
:G
Nummers
: 174, 2146 en 2147.
Het perceel heeft een oppervlakte van circa 1.380 m2.
Afbeelding 1.3: Uitsnede kadastrale kaart
6
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
1.3
Planologisch kader
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Geldermalsen woongebied 2011' .Dit bestemmingsplan is onherroepelijk sinds 18 december 2013. Per 01 januari 2024 is dit plan in werking gegaan in het 'Omgevingsplan gemeente West Betuwe'. Voor het plangebied geldt de enkelbestemming 'Wonen - Dorpsbebouwing beeldbepalend 1' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie'. Daarnaast geldt de functie aanduiding 'detailhandel' en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding hoofdgebouw'.
Afbeelding 1.4: Uitsnede geldend bestemmingsplan Het plan voor de realisatie van drie woningen en vijf appartementen voldoet niet aan artikel 20.1.2 onder f Aantal woningen Per hoofdgebouw is maximaal één woning toegestaan met dien verstande dat: 1. tevens woningen zijn toegestaan voor zover deze bestaan op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 2. een kangoeroewoning wordt aangemerkt als één woning. Op basis hiervan zijn de in totaal acht nieuwe woningen niet mogelijk.
1.4
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk van dit plan wordt de huidige en gewenste situatie van het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst dat relevant is voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op het beleid. Onderwerp van hoofdstuk 4 zijn de omgevingsaspecten waaraan de nieuwe ontwikkeling is getoetst. In hoofdstuk 5 is de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 6 is ingegaan op de participatie en tot slot in hoofdstuk 7 de conclusie.
7
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
8
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en beschrijving initiatief
Historie
Geldermalsen is ontstaan als een gestrekt oeverwaldorp tussen de huidige Herman Kuijkstraat en Kerkstraat en is uitgegroeid tot een streekcentrum en de hoofdkern van de gemeente West Betuwe. Voor de uitbreiding is de bebouwing gegroeid langs de Lingedijk, de pleinruimte rond de kerk en langs de linten daaromheen. De Willem de Zwijgerweg heeft al jarenlang de functie van verbindingsweg tussen Geldermalsen-Centrum en de wijk 't Rot. In 1933 werd de Julianabrug geopend waardoor de weg ook voor de verbinding tussen Geldermalsen en Buren van belang werd. In dat jaar veranderde de gemeenteraad de naam van de weg in Willem de Zwijgerweg, dit ter nagedachtenis aan Willem van Oranje. Daarvoor heette de weg Rooienweg of Rothseweg, dit omdat de straat naar de voormalige buurtschap 't Rot liep. Voor de aanleg van de Randweg tussen de Willem de Zwijgerweg en de Rijnstraat was een deel van de weg onderdeel van de rondweg van Geldermalsen en was er ook veel vrachtverkeer. Anno 2013 is de weg vooral van belang als fietsstraat.
2.2
Huidige situatie
De planlocatie betreft een winkelpand. Het winkelpand bestaat uit drie geschakelde opstallen. Een aantal opstallen hebben dakkapellen en aanbouw met plat dak. Rondom de opstallen ligt een verhard pad met aan de achterzijde gelegenheid voor parkeren. Langs het pad lopen groenstroken met wildgroei. Rondom het winkelpand staat nieuwbouw.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto bestaande situatie Navolgende afbeeldingen geven het aanzicht vanaf de Willem de Zwijgerweg en de Lingedijk weer. Op de verdieping van de panden aan de Willem de Zwijgerweg bevinden zich twee appartementen. Deze blijven nagenoeg ongewijzigd.
9
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Afbeelding 2.2: Aanzicht vanaf de Willem de Zwijgerweg
Afbeelding 2.3: Aanzicht vanaf de Lingedijk De volgende afbeelding geeft de visualisatie van de bestaande situatie weer.
Afbeelding 2.4: Visualisatie bestaande situatie
10
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
2.3
Toekomstige situatie
Een gedeelte van de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Het bestaande gedeelte aan de zijde van de Willem de Zwijgerweg wordt de begane grond verbouwd ten behoeve van vijf appartementen. Op het gedeelte van de te slopen bebouwing worden drie woningen gerealiseerd.
Afbeelding 2.5: Nieuwe situatie Hierna volgt een overzicht van de oppervlakte van de appartementen en de woningen.
Verklaring afkortingen: BVO
: buitenwerks buitengevel
GO
: gebruiksoppervlak binnenwerks (zonder buitenmuur) en hoogte vanaf 1,50m’
NETTO : oppervlakte binnenwerks (zonder buitenmuur) en tussen de muren en hoogte vanaf 1,50 m’, exclusief meterkast en berging (deze tellen niet mee bij netto woonoppervlakte.
11
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen De navolgende indicatie van de verkoopprijzen bepaald, prijspeil 2025: appartement met nummer 1 indicatie koopsom € 425.000,- appartement met nummer 2 indicatie koopsom € 445.000,- appartement met nummer 3 indicatie koopsom € 315.000,- appartement met nummer 4 indicatie koopsom € 300.000,- appartement met nummer 5 indicatie koopsom € 330.000,- woning met nummer 6 indicatie koopsom € 560.000,- woning met nummer 7 indicatie koopsom € 405.000,- woning met nummer 8 indicatie koopsom € 535.000,-Hierna volgen een aantal impressies.
Afbeelding 2.6: Visualisatie appartementen zijde Willem de Zwijgerweg
Afbeelding 2.7: Visualisatie dakterras en tuin appartementen
12
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Afbeelding 2.6: Visualisatie woningen Er worden natuurlijke kleuren en duurzame materialen toegepast. de drie woningen worden niet aangesloten op gas en als beng uitgevoerd. Het parkeren vindt op eigen terrein plaats (zie ook 4.4).
13
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
14
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3.
Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB's)
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
15
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: de dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); waarborgen van de veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.
Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Beoordeling initiatief Voor het initiatief zijn geen specifieke instructieregels van toepassing. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. In artikel 5.129g van het Bkl wordt de ladder als volgt omschreven: 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
16
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Dit plan maakt de realisatie van acht extra woningen mogelijk. Dit zijn minder dan 11 woningen, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de behoefte van de ontwikkeling niet hoeft te worden aangetoond. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor het voorliggende plan. 3.1.4
Nationale Woon- en Bouwagenda (maart 2022)
De Nationale Woon- en Bouwagenda is één van de grote speerpunten van de huidige regering. Het woningtekort is groot en loopt verder op, voor steeds meer mensen dreigt wonen onbetaalbaar te worden. Ook zijn er te weinig woningen beschikbaar voor diverse aandachtsgroepen . Om de woningnood in Nederland het hoofd te bieden publiceerde de minister voor VRO op 11 maart 2022, de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het doel is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Dit is verder uitgewerkt in onderstaande zes programma's: 1. Woningbouw 2. Een thuis voor iedereen 3. Betaalbaar wonen 4. Verduurzaming gebouwde omgeving 5. Leefbaarheid en veiligheid, en 6. Wonen en zorg voor ouderen. Bouwen van betaalbare woningen Kern van de Nationale Woon- en Bouwagenda is de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030 en het opvoeren van de bouwproductie naar 100.000 woningen per jaar. Hiertoe worden ook flexwoningen en de transformatie van bestaand vastgoed gerekend. Van de te realiseren woningen moet tweederde betaalbaar zijn. Hierbij gaat het om sociale huur (tot €879,66,- per maand, prijspeil 2024), middenhuur (tot €1.155,81 per maand, prijspeil 2024) en betaalbare koop (aankoopprijs tot €435.000,-) prijspeil 2024.
Aanvullend geldt dat van de nieuw te bouwen woningen minimaal 28% sociale huur is gebouwd door corporaties en de streefnorm voor het aandeel sociale huur in de bestaande voorraad 30% is. Versterken van regie Het Rijk ziet een gebrek aan regie als één van de belangrijkste oorzaken voor de huidige woningnood. Daarom wordt die regie stevig hernomen, waarbij de verschillende overheden een rol hebben. Zo krijgt dit onder meer invulling door de nationale opgaven te vertalen naar wederkerige prestatieafspraken met provincies. De provincies vertalen die afspraken vervolgens met gemeenten in regioverband. De coördinatie van dit laatste proces is belegd bij de provincies, waarbij de opdracht is om in regionaal verband te komen tot realisatieafspraken op gemeenteniveau. Versterking van de regie betekent ook dat het Rijk en de provincie een veel grotere en actievere rol in het woonbeleid krijgen. Dat geldt voor zaken zoals: het aantal te bouwen woningen; het minimale percentage sociale huur en betaalbare koopwoningen; de huisvesting van aandachtsgroepen; Het ontwikkelen van verschillende visies en instrumenten door gemeenten (woonzorgvisie, woonwagenbeleid, toewijzing woningen aan bijzondere doelgroepen).
17
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Conclusie Het toevoegen van acht nieuwe woningen, draagt bij aan de kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van woningen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Sinds 1 maart 2019 gelden de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de geactualiseerde Omgevingsverordening. Op 19 december 2018 stelden Provinciale Staten deze vast en deze is op 1 maart 2019 in werking getreden en nadien een aantal maal herzien. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen.
Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. De dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van de woningen die we in 2050 in Gelderland nodig hebben, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Soms zijn zelfs tijdelijke woonvormen nodig willen we snel in kunnen spelen op de vraag. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De provincie heeft zorg en aandacht voor de woonbehoeften van alle Gelderlanders. Ook zijn de meeste woningen verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Ook kijkt de provincie naar het vraagstuk van klimaatadaptatie en hoe zij wonen slimmer kunnen aanpakken. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de inwoners.
De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen om de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland: nu en in de toekomst te verbeteren. De provincie heeft de ambitie: Om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De provincie wil de bestaande bebouwde omgeving optimaal benutten met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Conclusie De bebouwing wordt gerealiseerd binnen de bebouwde kom en is bestemd voor starters en senioren. De woningen voor senioren worden levensloopbestendig. Het plan is zorgvuldig ingepast in haar omgeving. Het plan sluit hiermee aan op de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
18
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland (2023)
De regels in deze verordening werken door in plannen. Onderstaande regels zijn relevant voor dit plan Artikel 2.1 (regionale woonagenda) 1. Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. 2. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid. 3. Als nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een plan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling. Artikel 2.2 (instructieregel plan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een plan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een plan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a.
er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Toetsing Het toevoegen van acht woningen in Geldermalsen, geeft invulling aan de grote woningbehoefte. De ontwikkeling is in paragraaf 3.1.3 getoetst aan de ladder. Artikel 2.65b Klimaatadaptie 1. Voor zover een plan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het plan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing In het plangebied worden infiltratiekoffers aangebracht om bij regenval water in op te vangen. 3.2.3
Gelderse Woondeal
Het Rijk heeft met de provincies afspraken gemaakt over de provinciale bijdrage aan de nationale opgaven. In Gelderland is afgesproken de komende jaren in te zetten op de bouw van 100.000 woningen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en waarvan minimaal 28% sociale huur door corporaties. Om de gestelde Gelderse woningbouwambitie te kunnen realiseren, riep de provincie het Kabinet op om steun te geven (=randvoorwaarden). Het gaat dan om: 1. Onrendabele toppen: De grote hoeveelheid eisen aan woningbouwprojecten kan er toe leiden dat ze meer geld kosten dan ze opleveren. Om de woningen betaalbaar te houden is een financiële bijdrage nodig.
19
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen 2. Bereikbaarheid: Er zijn extra investeringen (en dus financiële ondersteuning) nodig in diverse mobiliteitsnetwerken (weg, ov, fiets etc.) zodat werkgelegenheid en voorzieningen bereikbaar blijven. 3. Ambtelijke capaciteit: Er is structureel geld nodig voor extra ambtelijke capaciteit bij gemeenten om onder andere plannen te maken, te toetsen en te begeleiden. 4. Stikstof: Er is voldoende stikstofruimte nodig om voldoende (betaalbare) woningen te kunnen realiseren. Specifiek voor Rivierenland is hierbij nog aangegeven dat er ook oplossingen gevonden moeten worden voor de spuitzonering, de capaciteitsproblemen van het energienet en de verbetering van de bereikbaarheid via de A2, A15 en Rijnbrug. 3.2.4
Actieplan Wonen 2020-2025
De provincie Gelderland heeft haar woonbeleid vastgelegd in het Actieplan Wonen 2020-2025. Daarbij spelen verschillende opgaven: Belangrijke kwalitatieve verbeteringen op de woningmarkt vragen om aandacht. Bijvoorbeeld de snellere doorstroming van huishoudens en de grotere beschikbaarheid van zowel betaalbare woningen voor starters, ouderen en andere doelgroepen, als van sociale en middeldure koop en huurwoningen. Bij de bouwproductie spelen een aantal belangrijke ambities: een zorgvuldig en zuinig gebruik van de ruimte, klimaatadaptatie, een circulaire bouw en energievoorziening, en inspelen op demografische ontwikkelingen. Een vlotte woningbouw wordt bemoeilijkt door verschillende knelpunten. Denk aan de capaciteitstekorten bij bouwbedrijven, gemeenten en nutsbedrijven en gestegen bouwkosten. Met name bij energievragende grondstofproducten is er onzekerheid door de oorlog in Oekraïne. We zien op dit moment al dat grote veiligheidsmarges worden afgegeven bij prijzen tussen ontwikkelaars en aannemers, mede ten gevolge van grondstof schaarste. Ook door stikstofregels en -toetsen, duurzaamheidscriteria en procedures komt de bouw op locaties minder snel van de grond. De urgentie is zo hoog, dat provincie Gelderland met het Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave.
Drie doelen staan in het actieplan centraal: Doelstelling 1: versnelling van de woningbouw (sneller). Doelstelling 2: meer betaalbare woningen (betaalbaar). Doelstelling 3: meer flexibele woonvormen (flexibel). Met het Actieplan Wonen wil de provincie de komende vijf jaar de bouw van circa 45.000 woningen versnellen. De provincie heeft 14 maatregelen en acties ontwikkeld om deze versnelling haalbaar te maken. Daarvoor is 30 miljoen euro beschikbaar gesteld. 3.2.5
Conclusie
De realisatie van acht woningen draagt bij aan het oplossen van het woningtekort. Er is sprake zorgvuldig en zuinig ruimte gebruik en de woningen worden energiezuinig gebouwd. Hiermee wordt voldaan aan het provinciale beleid.
3.3
Regio
3.3.1
Regionale Woningbouwprogrammering
Door de provincie wordt elke paar jaar een prognose opgesteld over de toekomstige woningbehoefte. Deze prognoses zijn voor de provincie input voor afspraken met regio's over het woningbouwprogramma. Het maken van deze afspraken wordt door de provincie opgelegd via de Omgevingsverordening Gelderland. In 3.1.3 is al ingegaan op het Regionale Woonagenda Rivierenland 2020 – 2030. Hieruit blijkt dat er voor West-Betuwe tot 2030 ongeveer 2.200 woningen nodig zijn. De realisatie van de acht woningen is dan ook hard nodig om aan de woningbehoefte te voldoen.
20
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen 3.3.2
Woondeal Rivierenland
De Gelderse Woondeal is vervolgens vertaald in regionale Woondeals. Deze regionale Woondeals zijn het bestuurlijk akkoord tussen Rijk, provincie en gemeenten in regioverband en zijn op 8 maart 2023 door partijen ondertekend. Voor de regio Rivierenland gaat het om circa 13.000 te realiseren woningen vanaf 2022 tot en met 2030. Dat zijn circa 1.440 woningen per jaar, waarvan minstens 28% een sociale huurwoning is en in totaal 61% een betaalbare woning is. De bijdrage van West Betuwe is minstens 1.980 woningen. De Plantage is opgenomen als sleutelproject. Sleutelprojecten zijn noodzakelijk voor de realisatie van de regionale opgaven. Conform de kaders vanuit het Rijk gaat hierbij om projecten die aangemerkt zijn als grootschalige NOVEX woningbouwlocaties, grote locaties die een financiële bijdrage hebben ontvangen van Rijk en/of provincie of regionaal significante locaties. Relatie met de regionale Woonagenda In de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 zijn in 2020 al regionale woningbouwafspraken met provincie Gelderland gemaakt voor de daaropvolgende 10 jaar. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het aantal te realiseren woningen alsook een streefpercentrage voor het aantal te realiseren sociale huurwoningen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie West Betuwe
Op 22 februari 2022 is de Omgevingsvisie West Betuwe door de gemeenteraad vastgesteld. Deze gemeentelijke omgevingsvisie geeft het toekomstverhaal van West Betuwe weer. In de visie zijn zeven strategische opgaven en ambities opgenomen: 1. Gezonde en leefbare leefomgeving. 2. Wonen en voorzieningen. 3. Mobiliteit en bereikbaarheid. 4. Economie en ondernemerschap. 5. Landbouw. 6. Energie en klimaat. 7. Natuur, cultuur en recreatie. Deze opgaven en ambities gelden voor het grondgebied van de gehele gemeente. West Betuwe kent echter een variëteit aan gebieden, van kernen, werklocaties tot agrarisch gebied. In de omgevingsvisie wordt ook nog verder ingezoomd op drie deelgebieden: de kernen, het buitengebied en de werklocaties.
Afbeelding 3.1: Uitsnede visiekaart
21
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Wat betreft de 7 strategische opgaven en ambities sluit het plan het beste aan bij het tweede punt: wonen en voorzieningen. Voor 'wonen en voorzieningen' zijn de ambities o.a: vergroten van de woonvoorraad met ten minste 2.200 woningen tot 2030; de gemeente West Betuwe biedt ruimte voor bouwen naar de woonbehoefte van de inwoners, onder de voorwaarde dat deze het dorpse karakter en open landschap in West Betuwe beschermen; nieuwe plannen dragen bij aan de diversiteit van de woningvoorraad; de gemeente stimuleert dat senioren zo lang en gezond mogelijk thuis kunnen wonen. Daarnaast geldt dat voor middelgrote kernen met voorzieningen, zoals Beesd wordt ingezet op het behoud en het versterken van ontmoetingsfuncties en dagelijkse voorzieningen. Beesd fungeert als dorpscentrum met een volwaardig boodschappen aanbod. De realisatie van acht woningen voor starters, gezinnen en senioren sluit goed aan op de hiervoor genoemde ambities. Daarnaast draagt het plan bij aan het verkleinen van het woningen tekort. 3.4.2
Woonvisie West Betuwe
In de gemeentelijke woonvisie "Bouwen naar behoefte", vastgesteld in december 2020, is opgenomen dat we willen bouwen in elke kern, passend bij de aard van de vraag en de omvang van het dorp. We zorgen er voor dat we nu en in de toekomst ruimte bieden voor de vraag uit de eigen bevolking. Elk dorp behoudt zijn dorpse karakter, groene kwaliteit en sterke sociale cohesie. Tot 2030 voeren we een versnelling door in de ontwikkeling van De Plantage. Daarnaast zetten we in op een grootschalige ontwikkeling in de kern Beesd van ongeveer 150 woningen. Daarnaast zijn de dorpen aan zet. Bij lokaal draagvlak is er in elke kern ruimte voor kleinschalige ontwikkeling van ongeveer 10 woningen. In de woonvisie wordt rekening gehouden met een woningbouwprogramma van ongeveer 2.200 woningen tot 2030. Dit scenario betekent dat het aantal inwoners stijgt van ruim 51.000 nu tot 60.000 in 2040. Het versnellen van het woningbouwprogramma draagt bij aan het draagvlak voor verenigingen en voorzieningen, en dempt de effecten van vergrijzing en ontgroening doordat meer jonge gezinnen een plek vinden. Het draagt ook bij aan het verminderen van de druk op de woningmarkt in de Randstad, met name rond Utrecht. We willen ook op lange termijn een woningvoorraad in balans, met voldoende woningen voor elke inkomensgroep.
In nieuwe plannen zorgen we voor een goed evenwicht met 30% sociale huurwoningen en goedkope en betaalbare koopwoningen tot 230.000 euro , 30% woningen in de prijscategorie 230.000 - 400.000 euro en 40% boven 400.000 euro. Voor bestaande plannen zoeken we gezamenlijk met ontwikkelaars, corporaties en provincie naar mogelijkheden om meer sociale huurwoningen toe te voegen. Dat vraagt van alle partijen flexibiliteit en inzet op het gebied van planinvulling, kostenoptimalisatie en financiële inzet. Naast een vernieuwingsopgave kent de sociale huursector een transformatie-opgave: meer woningen voor senioren, meer woningen voor kleine huishoudens, minder eengezinswoningen en op sommige plaatsen een resterende vernieuwingsopgave voor oudere woningen. Woningen voor ouderen plannen we met name in de kernen waar basisvoorzieningen zoals winkels, zorgvoorzieningen en openbaar vervoer aanwezig zijn. Er ligt een verduurzamingsopgave voor woningen. Op dit moment heeft 42% van alle woningen energielabel A of B. Uit het klimaatakkoord volgt dat in 2050 vrijwel alle woningen CO2-neutraal moeten zijn; dit betekent dat nog een forse stap nodig is bij het isoleren, besparen en opwekken van energie in woningen. Bij de verduurzaming van woningen en woongebieden zijn aanpassingen aan klimaatverandering en circulair bouwen belangrijk. 3.4.3
Gids Ruimtelijke Kwaliteit (Welstandsnota)
De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit vormt een toetsingskader voor kleinere plannen en vormt een stimulerend kader voor de grotere ruimtelijke opgaven. In de gids worden voor de kleine plannen criteria opgesteld met ondersteunend beeldmateriaal. De criteria zijn gericht op het realiseren van evenwichtige verhoudingen tussen volumes c.q. elementen en een verzorgd en samenhangend bebouwings- en straatbeeld. De Gids gaat uit van zeven verschillende deelgebieden: 1. Historische dorpsgebieden. 2. Planmatige woonbuurten.
22
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen 3. 4. 5. 6. 7.
Gebieden met een bijzondere functie. Bedrijventerreinen. Buitengebied/dijklinten en uiterwaarden. Buitengebied/oeverwallen. Buitengebied/komgronden.
Het plangebied is gelegen in deelgebied 'Historische dorpsgebieden'.
Afbeelding 3.2: Ligging in 'Historische dorpsgebieden' De ambities zijn: Dorpsentrees en dorpsranden (met name de nauwelijks aangetaste overgangen tussen historische dorpsgebieden en open komgronden) krijgen bij wijzigingen en toevoegingen bijzondere aandacht. Bij volledige herbouw van gebouwen worden stedenbouwkundige en architectonische verstoringen niet herhaald, maar hersteld om zo een bijdrage te leveren aan een aantrekkelijke woon-, werk-, of winkelgebied passend bij de eigen onderscheidende karakteristiek van het betreffende dorp. Nieuwbouw is bij voorkeur natuurinclusief ontworpen, dat wil zeggen dat in het ontwerp maatregelen zijn geïntegreerd om de lokale biodiversiteit te versterken. 3.4.4 Conclusie Dit plan is passend aan c.q. niet strijdig met het gemeentelijke beleid. Daarnaast is het plan getoetst aan de notitie 'Toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen', vastgesteld 28 november 2017.
23
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
24
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Hoofdstuk 4
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
4.1
m.e.r.-beoordeling
4.1.1
Wettelijk kader
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project. In de vierde kolom staan de besluiten genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat het omgevingsplan. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van de tweede kolom, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in de derde kolom voorwaarden staan. 4.1.2
Toetsing
De beoogde ontwikkeling is niet opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals beschreven onder categorie J11 in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Verder is zoals blijkt uit paragraaf 4.5.2 geen passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig, zodat ook op basis hiervan geen sprake is van plan-m.e.r.-(beoordelings)plicht. Ook is het niet noodzakelijk een passende beoordeling en vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. 4.1.3
Conclusie
Aangezien de impact op de beschouwde omgevingsaspecten beperkt van aard is en er geen nadelige gevolgen voor het milieu optreden, is het opstellen van een milieueffectrapportage niet nodig voor de beoogde ontwikkeling.
4.2
Duurzaamheid
4.2.1
Wettelijk kader
In bijlage 1 van de Omgevingswet (Ow) is het begrip duurzame ontwikkeling gedefinieerd. Het gaat om "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Artikel 1.3 en 2.1 Ow borgen het belang van duurzaamheid. In artikel 1.3 zijn de maatschappelijke doelen van de wet verwoord: "Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften." Artikel 2.1 geeft aan dat een bestuursorgaan zijn taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefent met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld. Artikel 1.3 geeft ook richting aan de voor burgers en bedrijven opgenomen zorgplicht in artikel 1.6 Ow, namelijk dat men "voldoende zorg draagt voor een goede leefomgeving". Met deze bepalingen wordt een duurzame ontwikkeling voor het gehele domein van de fysieke leefomgeving geborgd.
Het vergt een samenhangende benadering vanaf het begin van de planvorming van alle relevante belangen, waaronder: ruimte, water, natuur, gezondheid en wonen.
25
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
4.2.2
Toetsing
De ontwikkeling binnen de planlocatie sluit aan op de duurzaamheidsdoelstellingen waar heel Nederland naar streeft. De verbouw en nieuwbouw wordt voor zover als mogelijk gerealiseerd met duurzame materialen. 4.2.3
Conclusie
Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Gezondheid
4.3.1
Wettelijk kader
Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow, zie ook 4.2.1). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. 4.3.2
Toetsing
In dit plan is sprake van een evenwichtige toedeling van functies en wordt rekening gehouden dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor mens en dier. 4.3.3
Conclusie
Het aspect gezondheid is geen belemmering voor de realisatie van de appartementen en de woningen.
4.4
Parkeren en verkeer
4.4.1
Parkeren
Voor het parkeren is overleg geweest met de afdeling verkeer van de gemeente West Betuwe. In de parkeerberekening hebben zij ook rekening gehouden met de bestaande woningen op het perceel (zie navolgende tabel).
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er minimaal 16 parkeerplaatsen nodig zijn. In totaal zijn er 17 parkeerplaatsen mogelijk, waardoor er ruim wordt voldaan aan de parkeernormen.
26
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen
Afbeelding 4.8: Overzicht parkeren 4.4.2
Verkeer
Uitgaande van 8 verkeersbewegingen (bron: CROW) per etmaal, vinden er 64 verkeersbewegingen per etmaal plaats. Hiervan vindt 10% plaats tijdens de spits. Dit resulteert in 1 auto per 9 minuten. De extra verkeersintensiteit is voor de omliggende wegen geen enkel probleem.
4.5
Natuur
4.5.1
Wettelijk kader
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn diverse regels ter bescherming van de natuur opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de voormalige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van plant- en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. De Omgevingswet geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74b van het Bkl bevat beoordelingsregels voor Natura 2000-activiteit. In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS Calculator.
27
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Stikstof Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet (Ow). De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. Soortenbescherming Onder de Ow zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Dit vorm krijgen in wet- en regelgeving, maar in fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Ow zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hiervoor actief beleid voeren. Gedacht kan worden aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn.
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 4.5.2
Toetsing
In december 2024 is door Ecofect een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd om aan te tonen dat de geplande werkzaamheden niet conflicteren met de Omgevingswet (zie Bijlage 1). Een update heeft plaatsgevonden in juni 2025. Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie is gelegen op circa 7,4 km kilometer van Natura 2000-gebied Rijntakken. Gezien de (effect) afstand tot het Natura 2000-gebied, in relatie tot de geplande ontwikkelingen, worden er geen significante invloeden op de beschermde natuurwaarden of aangewezen (beheer)doelstellingen. Gezien de aard van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de afstand tot het Natura 2000-gebied is het redelijkerwijs uitgesloten dat er van externe werking sprake is. De planlocatie is immers gelegen in een bebouwd gebied waardoor verstoring door mogelijke effecten zoals licht, geluid en trilling niet aan de orde zijn. Een voortoets Natura 2000 wordt niet noodzakelijk geacht. Stikstofdepositie Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen aan de Willem de Zwijgerweg in Geldermalsen is in januari 2025, door Ecofect B.V. een onderzoek stikstof uitgevoerd. In juni 2025 heeft een update plaatsgevonden. Deze berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te kunnen geven of de geplande ontwikkelingen voor de aanleg- en de nieuwe gebruiksfase niet de grenswaarde van stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j overschrijden (zie Bijlage 2).
Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase. Er is geen omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit ten aanzien van de Omgevingswet, onderdeel gebiedsbescherming nodig. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Aangezien het plangebied is gelegen buiten het NNN en de groene ontwikkelingszone, is nadere toetsing niet aan de orde. Een Ja, mits toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Nationaal landschap
28
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Beoogde ontwikkelingen vinden plaats buiten de grenzen van het Nationaal landschap. Omdat kernkwaliteiten gewaarborgd blijven zijn wettelijke consequenties met betrekking op het Nationaal landschap niet aan de orde. Soortbescherming De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Flora Naast het gebruik van de Besi is bureauonderzoek uitgevoerd door onder andere het raadplegen van het NDFF en andere databases om een volledig beeld te kunnen krijgen van mogelijke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied. Het perceel is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten, zoals korstmossen, orchissen en vaatplanten aangetroffen.
Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie. Ten aanzien van flora worden geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Vogels Alle van nature voorkomende vogelsoorten en hun bezette nestplaatsen in Nederland zijn beschermd. Daarnaast geldt voor nestplaatsen van diverse vogelsoorten dat deze door de wetgever in provincie Gelderland jaarrond beschermd zijn. Deze jaarrond beschermde broedvogels zijn in een tweetal categorieën opgedeeld, waarvoor de verbodsbepalingen van de omgevingswet het gehele seizoen gelden: Ten aanzien van vogels worden mogelijk schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Nader onderzoek huismus en gierzwaluw is noodzakelijk. Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Gebouwbewonende soorten Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de opstal toegankelijk is voor vleermuizen door de aanwezigheid van kierende boordplanken en open stootvoegen. Het is mogelijk dat er bij de sloop- of bouwwerkzaamheden verblijfplaatsen verloren zullen gaan of aanwezige soorten verstoord of gedood worden. Daarom wordt een nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk geacht.
Boombewonende soorten Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig met vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten en loshangende schors hetgeen niet aanwezig is op de planlocatie. Eventueel aanwezige soorten zullen geen hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling en er zullen geen verblijfplaatsen verloren gaan. Een nader onderzoek boombewonende vleermuizen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Onmisbare vliegroutes of essentieel foerageergebied
29
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen kan mogelijk ontstaan wanneer de lijnelementen verdwijnen uit het landschap. Nabij de planlocatie zijn deze lijnelementen aanwezig dewelke behouden blijven. Het foerageergebied blijft intact. Een nader onderzoek foerageergebied is dan ook niet noodzakelijk. Ten aanzien van vleermuizen worden mogelijk schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Dit onderzoek wordt in 2025 uitgevoerd en ter zijner tijd toegevoegd aan dit plan. Zoogdieren en overige soorten Ten aanzien van zoogdieren (zoals bijvoorbeeld otter, hamster, muizen, eekhoorn, haasachtigen, egel, vos en marterachtigen) worden geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Omgevingswet. Overtreding op dit onderdeel Omgevingswet is niet aan de orde. 4.5.3
Conclusie
Uit paragraaf 4.5.2 blijkt dat er nader onderzoek moet worden uitgevoerd naar de huismus, gierzwaluw en vleermuis. Nadat dit heeft plaatsgevonden is te bepalen of er geen sprake is van werkzaamheden die conflicteren met de Omgevingswet. Indien nodig zal in overleg met de provincie Gelderland bekeken worden hoe de natuurvergunning verleend kan worden. Als het blijkt dat er natuurvergunningen nodig zijn, wordt onderbouwd of deze natuurvergunningen op enig moment verleend kunnen worden door de provincie Gelderland, zodat de Omgevingswet de uitvoerbaarheid van het plan niet onoverkomelijk/ niet evident in de weg zal staan.
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Wettelijk kader
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. Deze regels zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10) opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl.
Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen, dan is het mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Soms kan de zogeheten NIBM-tool gebruikt worden, eventueel aangevuld met detailberekeningen. In artikel 5.51 lid 2 Bkl zijn aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn locaties met hoge concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De gemeente De Fryske Marren is niet aangewezen als concentratiegebied.
4.6.2
30
Toetsing
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen In 'kopje' kader zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggende ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het vorenstaande wordt tevens bevestigd door de NIBM-tool. In de berekening zijn wij uitgegaan van 64 verkeersbewegingen per etmaal. Op basis hiervan is een berekening gemaakt met de NIBM-tool, waarvan het resultaat in afbeelding 4.1 is weergegeven. Opgemerkt wordt dat het aandeel vrachtverkeer op 0,1% is gezet.
Afbeelding 4.1: NIBM tool Berekening NIBM-tool luchtkwaliteit Uit de berekening blijkt dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.6.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor de realisering van het plan.
4.7
Geluid
4.7.1
Wettelijk kader
In de Bruidsschat (BS) is het onderdeel 'geluid' geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). De instructieregels uit afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl).
Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor
31
Bopa Willem de Zwijgerweg 12-14-16, Geldermalsen geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. 4.7.2
Toetsing
In januari 2025 is door VOBRU een akoestisch onderzoek uitgevoerd om inzichtelijk te maken het gezamenlijk geluid ten gevolge van de gemeentelijke wegen ( zie Bijlage 3). Het bouwplan ligt binnen het aandachtsgebied van de verkeerswegen: Willem de Zwijgerweg, Prinses Marijkeweg, Geldersestraat, Prinses Margrietweg, Waalstraat, Rijnstraat en de Vechtstraat. De overige geluidbronnen liggen op grotere afstand van het plangebied en zijn niet relevant met betrekking tot het geluid. Uit het onderzoek blijkt dat ten gevolge van de gemeentelijke verkeerswegen de geluidbelasting van het gezamenlijk geluid maximaal 52 dB bedraagt. Dit is lager dan de standaardwaarde en is daarmee volgens het Besluit kwaliteit en leefomgeving geen belemmering voor het realiseren van het plan. Omdat voor het voorliggend plan alleen wegverkeerslawaai behoeft te worden onderzocht, is het gezamenlijk geluid gelijk aan het gecumuleerd geluid en bedraagt maximaal 52 dB. Dit betekent dat de karakteristieke gevelwering van de verblijfsgebieden minimaal 20 dB (ondergrens) dient te bedragen (52 Lden – 33 = 19 dB). Normaliter wordt met moderne standaard bouwmaterialen voldaan aan de minimale karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie. 4.7.3