CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2025-044-bijlage-9-archeologisch-bureau-en-verkennend-booronderzoek-geanonimiseerd.pdf

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente West BetuweBij agendapunt: 9: Vaststellen Bestemmingsplan 'Landgoed Lingedijk, Buurmalsen'24.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

+

Onbekend aantal, hutteleem, Vroege Middeleeuwen C - Vroege Middeleeuwen D: ‘Hutteleem waarschijnlijk ovenwand"

1058055: West Betuwe, Geldermalsen,

Kerkstraat

Vondstlocatie 230 m ten zuiden van het plangebied. Vondst uit 1989. Vondsten in stortlaag tusteenpuin. 'Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: * 1 stuks, ijzer, mes, Late Middeleeuwen B: mes met sierheft koper en hout. *

1 stuks, koper, slotplaat, Late Middeleeuwen A - Late Middeleeuwen B: 'sleutel slotplaat XIl en/of XIII AD'.

1102374: West Betuwe, Buurmalsen,

Niet-archeologisch: metaaldetector

In 2015 is door een amateur-archeoloog met een metaaldetector een laatmiddeleeuwse zilveren denarius gevonden met een vermoede datering tussen 1235 en 1268. 1105241: West Betuwe, Buurmalsen Vondstlocatie 210 m ten oosten van het plangebied.

Vondst uit 1940.

Toelichting: Bij graafwerkzaamheden tb.v. het maken van een bochtafsnijding in de Linge gevonden. Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: * 1 stuks, metaal, lanspunt, Vroege Middeleeuwen A - Vroege Middeleeuwen C *

1 stuks, brons, mes, Vroege Middeleeuwen A - Vroege Middeleeuwen C

+

1 stuks, menselijk bot, Vroege Middeleeuwen A- Vroege Middeleeuwen C

Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 250 m van het plangebied.

28

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt op de oever van de Linge. Deze rivier wordt actief in de Late IJzertijd en op de oevers kan bewoning hebben plaatsgevonden. Na bedijking in de 11° of 12° eeuw na Christus ligt het plangebied in de uiterwaarden. De Linge wordt in 1307 afgedamd bij Tiel. Langs de zuidelijke rand van het plangebied kan de dichtgeslibde restgeul van de Linge liggen. In het zuidwesten van het plangebied staat in de 18° en 19° eeuw boerderij De Koppel. Het is mogelijk dat deze boerderij oudere voorlopers heeft. De Koppel wordt tussen 1850 en 1872 afgebroken. Op historische kaarten heeft het plangebied een agrarische functie,

voornamelijk boomgaard. Het plangebied is deels afgegraven (figuur 34).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

25

De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de Late

IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. 2.

Complextype

Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie (voornamelijk landbouw), infrastructuur, rituelen en begravingen. De zuidwest- en zuidrand van het plangebied liggen mogelijk in een dichtgeslibde restgeul (figuur 21). Hier kunnen watergerelateerde complextypen aanwezig zijn. Hierbij moet gedacht worden aan resten van scheepvaart, steigers, kades en het 18°-eeuwse gebouw dat in de Linge uitstak (figuur 20). In ieder geval is bekend dat in het westen van het plangebied in de 18° en 19° eeuw een boerderij, schuur en duiventil hebben gestaan. KE

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de landbouwsamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot).

Het erf van de 18°-eeuwse boerderij is ongeveer 825 m?. Het hoofdgebouw is 450 m?. Ten westen daarvan staat een duiventil van ongeveer 40 m?. Ten noorden van de boerderij staat een schuur met een omvang van circa 100 m?. Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, boot, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering, kades, steigers). 4.

Diepteligging

Archeologische resten kunnen in principe vanaf het maaiveld aanwezig zijn maar waarschijnlijk liggen deze onder een bouwvoor of omgewerkt pakket van 30 tot 50 cm

5.

dik.

_ Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied wijzen uit dat archeologische resten gaaf kunnen zijn en goed kunnen zijn geconserveerd. De grondwatertrap is relatief hoog (VII) en staat gemiddeld dieper dan 80 cm mv. Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) die boven dit niveau liggen slecht kan zijn door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities. Organische artefacten kunnen eventueel wel goed zijn geconserveerd in humeuze sporen. 6.

Locatie

In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Boerderij De Koppel ligt nabij de Linge in het zuidwesten van het plangebied

(figuur 21). Watergerelateerde archeologie wordt voornamelijk langs de zuidelijke rand van het plangebied verwacht.

7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

26

waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (uren), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door agrarische (ploeg)werkzaamheden ook in een

bouwvoor of omgewerkt pakket aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken, daarnaast moet

rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, metselwerk), met name ter hoogte van De Koppel. Prospectiekenmerken: Archeologische resten kenmerken zich door de aanwezigheid van een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskool- en aardewerkfragmenten. 8.

_ Mogelijke verstoringen

Voorafgaand aan afdamming van de Linge kan erosie hebben plaatsgevonden maar het plangebied ligt in een buitenbocht. Dit betekent dat in de eeuwen vóór afdamming waarschijnlijk alleen sedimentatie heeft plaatsgevonden. Eventuele

oudere resten zijn mogelijk geërodeerd. In het midden van het plangebied is de top van het bodemprofiel minstens 30 tot 50 cm afgegraven. Plaatselijk kan het meer dan 100 cm zijn afgegraven. Ter hoogte van boerderij De Koppel is op de bodemkaart een zone met vergraven gronden weergegeven (figuur 14).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

27

Booronderzoek 3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een

bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm

Nederlandse Archeologie 4.1,“ in het bijzonder het hoofdstuk "protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek omvat het gehele plangebied. Daarnaast is door een misverstand perceel 660 bij het onderzoek betrokken waardoor het onderzoeksgebied voor het booronderzoek groter is dan het plangebied.

De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw

gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. Ter hoogte van de voormalige boerderij De Koppel wordt tevens inzicht verkregen in de diepteligging van archeologisch relevante niveaus.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt:

Boortype:

7 cm Edelmanboor (onverzadigde bovengrond tot ongeveer

Aantal boringen:

56.

Boordiepte:

De boringen hebben einddieptes tussen 150 en 300 cm -mv.

1m -mv) en 3 cm guts (diepere lagen).

Verspreiding van de boorpunten: De boringen zijn geplaatst in een regelmatig verspringend 50 m x 40 m grid. Waarmemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote

oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd.

40

SIKB

2018

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

28

Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN

5104°

Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald door middel van een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling:

De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het

AHN.

?

De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 23 en 24 januari 2024 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector).

Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.** Het plan van aanpak is voorgelegd aan en goedgekeurd door de deskundige van de bevoegde

overheid.“* Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3. 3.3

Resultaten met geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 35 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens zijn schematische doorsnedes gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 38. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld.

Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen 30 en 160 cm -mv. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden,

van onder naar boven:

Pakket 1: beddingafzettingen Onderin 47 van de 56 boorprofielen ligt een kalkrijk zandpakket. Dit is geïnterpreteerd als beddingafzettingen van de Linge aangezien zand door snelstromend water wordt afgezet. Het zand is meestal zwak siltig en plaatselijk matig siltig of kleiig. De mediane korrelgrootte van het zand varieert sterk van matig fijn tot uiterst grof (150 tot 2000 um). Het beddingzand is bruingrijs of grijsbruin van kleur en wordt naar onderen (blauw)grijs. In het pakket bevinden zich lagen met roestvlekken. De top van het pakket ligt tussen 40 en 290 cm -mv (245 en -156 cm NAP). De dikte van het pakket is niet bepaald omdat de onderzijde van het pakket dieper ligt dan de einddieptes van de boringen. In de beddingafzettingen zijn vaak sterk zandige kleilagen aanwezig die wijzen op

perioden waarin de rivier langzamer stroomde. Kleilagen van 10 cm dik of dikker zijn in het profiel tot de oeverafzettingen gerekend. Pakket 2: restgeulafzettingen Langs de zuidwestelijke rand van het plangebied en in de noordwestelijk hoek zijn in tien boringen restgeulafzettingen aanwezig. Deze afzettingen kenmerken zich meestal door gelaagde en gevlekte humeuze kalkrijke klei met een donkere tint. In boringen 11 en 45 zijn lagen sterk kleiig veen aanwezig. Het pakket is plaatselijk kalkloos. De top van het pakket ligt tussen 70 en 250 cm -mv (156 en 41

Bosch 2008;

42

Kadasteren PDOK

Nederlands Normalisatie

Instituut 1989

2014

43 Roodenburg 2024 44 Akkoord via E-mail op 21 december 2023 Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

29

16 cm NAP). Bij vier boringen is door de restgeulafzettingen heen geboord tot in de beddingafzettingen. Bij deze boringen is het pakket restgeulafzettingen 25 tot 200

cm

dik.

In het zuidwesten van het plangebied is het materiaal waarschijnlijk gerelateerd aan het dichtslibben van de huidige loop van de Linge. De twee boringen met restgeulafzettingen in het noordwesten van het plangebied behoren tot een oudere dichtgeslibde restgeul aangezien deze op enige afstand van de Linge liggen. Pakket 3: oeverafzettingen In bijna alle profielen (46 van de 56) liggen oeverafzettingen op de beddingafzettingen en restgeulafzettingen. Deze afzettingen kenmerken zich als kalkrijke sterk siltige tot sterk zandige grijsbruine klei. De klei wordt naar onderen grijzer en heeft plaatselijk een blauwe bijkleur. De top van het pakket ligt tussen 10 en 140 cm -mv (301 en 99 cm NAP). De dikte van het pakket varieert van enkele decimeters tot meer dan anderhalve meter. Dit komt door natuurlijke

variatie binnen de oeverafzettingen en door menselijk ingrijpen. In het midden van het plangebied is de bovenste 50 cm of meer van het pakket afgegraven. Dit is goed zichtbaar aan het hoogteverloop van het maaiveld in een raai van west naar oost in boorprofielen 10 tot en met 21 (figuur 36). In de vermoedelijk deels afgegraven zone ter hoogte van boorprofielen 50, 51 en 52 is de mate van afgraving minder maar bedraagt nog steeds meer dan 50 cm in vergelijking met het oostelijk deel van het plangebied (ter hoogte van boorprofielen 5 tot en met 8, 19, 20, 21 en 32). In de afgegraven zone is het pakket oeverafzettingen dunner dan in de intacte zones. De top van het beddingzand in de afgegraven zone ligt dichter aan het maaiveld: ongeveer 50 cm -mv ten opzichte van meer dan 100 cm -mv in de intacte zone. In sommige gevallen zijn oeverafzettingen helemaal afwezig en ligt

het beddingzand direct onder de bouwvoor. Richting het westen is het pakket oeverafzettingen dikker maar dit komt doordat de beddingafzettingen aflopen richting een restgeul. Pakket 4: overstromingsafzettingen In twee boringen in het zuidwesten van het plangebied ligt een brokkelig tweetoppig pakket kalkloze matig siltige klei en kalkrijke sterk zandige klei (boringen 44 en 45). Dit is geïnterpreteerd als een overstromingsdek dat is afgezet in de uiterwaarden van de Linge. De top van het pakket ligt tussen 30 en 40 cm -mv (120 en 94 cm NAP) en het pakket is 50 tot 60 cm dik. De kleuren zijn: grijs-bruin en grijs en het pakket bevat roestviekken. Pakket 5: archeologische laag Ongeveer in het zuidwesten van het plangebied heeft boerderij De Koppel

gestaan en een aantal lagen en indicatoren kunnen aan dit erf worden gekoppeld. Ter hoogte van boring 48 waar het hoofdgebouw heeft gestaan is een mogelijke ophogingslaag van zeer grof zand met kleibrokken aanwezig (300 tot 420 um; figuur 37). De top van het pakket ligt aan het maaiveld of onder omgewerkte grond op 50 cm -mv (tussen 246 en 232 cm NAP). Ter hoogte van de voormalige schuur zijn houtskoolbrokken aanwezig (boring 37). In alle boringen ter hoogte van het erf zijn baksteenresten aanwezig en in twee boringen kalk- of mortelresten. In een boring op korte afstand buiten het erf

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

30

is een fragment porselein gevonden (boring 46).‘* Het is onzeker of dit tot het erf gerekend kan worden of onderdeel is van opgebracht dempingsmateriaal. De archeologische lagen zijn minder goed ontwikkeld dan verwacht voor een

historisch erf waar langdurige bewoning heeft plaatsgevonden: de kleur, het humusgehalte en hoeveelheid baksteenresten verschillen weinig van de bouwvoor. Indicatoren als fosfaatvlekken en aardewerkfragmenten ontbreken. Het is waarschijnlijk dat het bovenste deel van de resten van het erf zijn ‘opgeruimd’. Het maaiveld ter hoogte van het erf ligt ongeveer op 250 cm -mv, circa 50 cm lager ten opzichte van het intacte deel in het noordwesten van het plangebied. Zie de hoogteverschillen tussen de bovenste twee rijen raaien in figuur 38 waar boringen in het intacte bodemprofiel, het afgegraven bodemprofiel en het voormalige erf staan. Pakket 6: demping In de meest zuidelijke boringen die direct langs de Linge liggen is vermoedelijk een dempingspakket aanwezig (boringen 53, 54, 55 en 56). Dit materiaal is

heterogeen en bestaat uit sterk siltige tot sterk zandige kalkrijke klei met bijmenging van zand. Het pakket wisselt in tinten (donker-) grijs-bruin en bruingrijs. Daarnaast bevat het fragmenten baksteen, houtskoolbrokken en een bijmenging van zand. Met name vanwege de antropogene indicatoren wordt vermoed dat het pakket is opgebracht. Het pakket ligt grotendeels ter hoogte van de stroomgeul van de Linge zoals deze is aangegeven op het 19°-eeuwse kadastrale minuutplan of in (waarschijnlijk laaggelegen) percelen direct naast de stroomgeul. Het pakket is waarschijnlijk jonger dan het begin van de 19° eeuw. De top van het pakket ligt aan het maaiveld tussen 220 en 124 cm NAP en het pakket is 140 tot 200 cm dik. Het pakket ligt op restgeul- en beddingafzettingen. Pakket 7: omgewerkte grond De top van de oeverafzettingen is omgewerkt, vermoedelijk door het gebruik als

boomgaard. Het grootste deel van het omgewerkte pakket is geïnterpreteerd als bouwvoor. Dit pakket bestaat uit sterk siltige tot sterk zandige klei. De omgewerkte grond kenmerkt zich door een bijmenging van humus die het pakket donker kleurt en de aanwezigheid van baksteenresten (brokken en spikkels). Het pakket is plaatselijk kalkloos, met name in het oosten van het plangebied waar de bodem niet is afgegraven. De overgang tussen de geroerde en ongeroerde grond is vrij astig te bepalen aangezien de overgang meestal geleidelijk is. Het pakket is ongeveer 10 tot 85 cm dik, gemiddeld ongeveer 45 cm.

3.4

Geologische synthese Met de gegevens is een profieltypekaart gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 39. Door het westelijk deel van het plangebied hebben één of meerdere restgeulen gelopen. Deze zijn het duidelijkst gemanifesteerd in het zuidwesten van het plangebied, langs de huidige loop van de Linge. Tevens zijn restgeulafzettingen aanwezig in de noordwestelijke hoek van het plangebied die ogenschijnlijk niet verbonden is met de rivier. Tussen de twee zones met restgeulafzettingen ligt een strook waar de beddingafzettingen dieper dan 100 cm NAP liggen. Het is mogelijk dat op deze plek toch een restgeul geeft gelopen die de zones met elkaar verbindt, aangegeven met de blauwe stippellijn. Deze

restgeul kronkelt vermoedelijk noordwaarts ten opzichte van de huidige loop van de Linge en buigt ter hoogte van de Lingedijk richting het westen. 45

Het fragment was kleiner dan 1 cm en is niet verzameld.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

31

Opvallend is dat het erf van boerderij De Koppel op de loop van de restgeul ligt. De restgeul is dusdanig dichtgeslibd en afgedekt onder oeverafzettingen dat het mogelijk was een boerderij op deze plek te bouwen.

Richting het zuidwesten is het lastiger de loop van de restgeul te reconstrueren vanwege de nabijheid van de huidige loop van de Linge. De rivier heeft in de 19° eeuw door de zuidwestelijke rand van het plangebied gestroomd zoals aangegeven op het kadastraal minuutplan (figuur 21). Ten zuiden van De Koppel is een dempingslaag aanwezig op de restgeul die zich mogelijk richting het noordwesten uitstrekt over het deel dat op het minuutplan als water is aangeduid.

3.5

Archeologische interpretatie Het booronderzoek heeft de verwachtingen uit het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. De bodem in het oosten en noordwesten van het plangebied is nog intact en kan daarom archeologische resten bevatten uit de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd (zone 1 in figuren 40 en 41). Het potentieel archeologisch niveau ligt in de top van de ongeroerde oeverafzettingen. In de oeverafzettingen zijn geen archeologische lagen, ontkalkte lagen of vegetatiehorizonten aanwezig. Wel is de bouwvoor in het oostelijk deel van het plangebied plaatselijk kalkloos. Eventuele archeologische lagen bevonden zich waarschijnlijk dicht aan het maaiveld en zijn opgenomen in het pakket omgewerkte grond. Archeologische resten manifesteren zich daarom naar verwachting als spreiding van artefacten in de bouwvoor en omgewerkte grond. Daaronder kan tevens een sporenniveau aanwezig zijn.

In het zuidwesten van het plangebied zijn archeologische lagen aanwezig op de plek van het voormalige erf De Koppel (zone 2). De zone ter hoogte van het erf is begrensd op basis van de boringen, de AHN en het kadastraal minuutplan. Het maaiveld in deze zone ligt lager dan in de intacte delen van het plangebied en de archeologische laag is zwak ontwikkeld. Er kan dus sprake zijn van gedeeltelijke afgraving van het bodemprofiel. De kans is niettemin groot dat de ondergrond nog (funderings-)resten en sporen van de gebouwen bevat. In de restgeulafzettingen kunnen archeologische resten aanwezig zijn gerelateerd aan afvaldump, (rituele) deposities, scheepvaart en kades of beschoeiing (zone 3). De dichtheid van archeologische resten in deze zone is waarschijnlijk zeer laag waardoor de trefkans tevens laag is. Wel kunnen zulke resten zeer waardevol zijn vanwege de meestal goede conservering van

archeologische vondsten in dichtgeslibde geulen. Bijvoorbeeld scheepswrakken. In de rest van het plangebied is sprake van omgewerkte grond op

beddingafzettingen, is de top van het bodemprofiel afgegraven of is sprake van een 19° of 20°-eeuws dempingspakket (zone 4). De kans op aanwezigheid van archeologische resten in deze zone wordt als klein ingeschat.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

32

Conclusie 4.1

Conclusie 1.

Bureauonderzoek

_ Watis de ontstaansgeschiedenis, genese en diepteligging van de bodem en individuele bodemlagen? In hoeverre kan er sprake zijn van erosie of Juist afdekking door sedimentatie binnen het plangebied?

Het plangebied ligt op de beddinggordel van de Linge die actief is tussen circa 200 voor Christus tot 1307 na Christus (2160 en 643 BP). Oudere afzettingen zijn waarschijnlijk geërodeerd. Het is onzeker in welke mate er sprake is van erosie en/of afdekking tijdens de actieve periode van de Linge. De top van de beddingafzettingen ligt tussen één en twee meter onder het maaiveld. Daarop liggen oeverafzettingen en/of restgeulafzettingen. 2.

_ Welke (sub)recente (door de mens veroorzaakte) verstoringen hebben de bodem en tot welke diepte verstoord?

In het midden van het plangebied heeft afgraving en vergraving plaatsgevonden. Ongeveer 50 cm van het bodemprofiel is afgegraven en plaatselijk is sprake van een afgraving van 100 cm of meer. De mate van vergraving is onbekend. Bij agrarisch gebruik is vermoedelijk de bovenste 30 tot 50 cm van het bodemprofiel verstoord.

3.

Wat is de bewoningsgeschiedenis van het plangebied en omgeving? Welke neerslag heeft dit in de bodem gehad? Is er mogelijk sprake van spoor- en vondstniveaus, ophogings- of leeflagen? Wat is de stratigrafie en diepteligging in of op de bodem?

De oevers van de Linge zijn waarschijnlijk een geschikte bewoningslocatie in de Late IJzertijd en later. Dit kan zich manifesteren als archeologische (leef)laag. De Linge is in de 11° of 12° eeuw na Christus bedijkt en afgedamd in 1307. In de 18° eeuw staat boerderij De Koppel in het zuidwesten van het plangebied en deze heeft mogelijk oudere voorlopers. Op deze plek kan sprake zijn van ophogingsen/of leeflagen. De Koppel is tussen 1850 en 1872 afgebroken. De rest van het plangebied heeft een agrarische functie in de 19° en 20° eeuw en is voornamelijk in gebruik als boomgaard.

4.

Indien sprake is van een (potentieel) bouwhistorisch component: welke ondergrondse bouwhistorische waarden kunnen aanwezig zijn en op welke wijze kunnen deze zich manifesteren (denk hierbij ook aan bijvoorbeeld na sloop achter gebleven uitbraaksleuven)?

Ter hoogte van de voormalige boerderij De Koppel kunnen sporen, funderingen en uitbraaksleuven aanwezig zijn.

8.

Op basis van bodem-, bewoningsgeschiedenis, stratigrafie en verstoringen:

wat is per periode de verwachting met betrekking tot het aantreffen van archeologische resten? Worden deze resten door de ontwikkeling bedreigd?

Ter hoogte van de voormalige boerderij De Koppel is de kans groot dat

archeologische resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn (in ieder geval uit de 18° en 19° eeuw). Eventuele resten liggen waarschijnlijk dicht aan de oppervlakte. Hoewel de precieze omvang en diepte van de ingrepen onbekend is, is het Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

33

waarschijnlijk dat eventuele resten door de ingreep worden bedreigd. Er zijn geen directe aanwijzingen voor bewoning in de periode Late IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Echter, bij onderzoeken in de directe omgeving van het

plangebied zijn resten uit de Middeleeuwen gevonden. Daarnaast vormt de oever van de Linge een geschikte bewoningslocatie. De kans bestaat daarom dat archeologische resten uit deze perioden door de ontwikkeling worden bedreigd. 6.

Indien een verkennende onderzoeksfase geadviseerd wordt: Welke doelstelling heeft een verkennend onderzoek en welke methode en strategie is geschikt om de doelstelling te verwezenlijken?

De verkenning heeft als doel de aard en intactheid van de bodemopbouw te controleren en de verwachting te verfijnen. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden.

Hiermee

kunnen

kansarme zones worden

uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. Ter hoogte van de voormalige boerderij De Koppel wordt tevens inzicht verkregen in de

diepteligging van archeologisch relevante niveaus.

7.

Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt om eventuele te verwachten

archeologische vindplaatsen en resten te inventariseren bij een karterende fase?

Ervan uit gaande dat archeologische resten zich manifesteren als archeologische laag zouden deze met verkennend booronderzoek kunnen worden opgespoord.

4.2

Conclusie 8.

Booronderzoek

Watis de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

De bodem in het plangebied bestaat in hoofdlijnen uit oever- op beddingafzettingen. Aan de Linge langs de zuidwestelijke rand van het plangebied zijn restgeulafzettingen en dempingslagen aanwezig. Restgeulafzettingen zijn tevens in de noordwestelijke hoek van het plangebied aanwezig. De bovenste 10 tot 85 cm van de oeverafzettingen is omgewerkt, gemiddeld tot 45 cm -mv. Het bodemprofiel is grotendeels intact in het westelijke en oostelijke uiteindes van het plangebied (figuren 39 en 40). In het midden van het plangebied is de bovenste 50 cm van de oeverafzettingen afgegraven. 9.

_ Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard,

diepteligging en verbreiding daarvan? De top van de ongeroerde oeverafzettingen is een potentieel archeologisch niveau en ligt tussen 10 en 140 cm -mv (301 en 99 cm NAP), meestal onder een laag omgewerkte grond (bouwvoor) van gemiddeld 45 cm dik. Eventuele archeologische lagen waarschijnlijk dicht aan het maaiveld zijn in de omgewerkte grond opgenomen. Dit betekent dat archeologische resten zich kunnen manifesteren als spreiding van artefacten. Onder de omgewerkte laag kan tevens een sporenniveau aanwezig zijn. Dieper in de oeverafzettingen zijn geen archeologische lagen, vegetatiehorizonten of ontkalkte niveaus aanwezig. Dit betekent dat in de zone waar het bodemmateriaal bestaat uit oever- op beddingafzettingen één potentieel archeologisch niveau aanwezig is direct onder de laag omgewerkte grond.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

34

Centraal in het plangebied is de bovenste 50 cm van het bodemprofiel afgegraven (zone 4 in figuren 40 en 41). Daarmee is tevens het potentieel archeologisch niveau opgeruimd. Waarschijnlijk zijn alleen nog de diepste sporen

bewaard gebleven. De kans dat op deze plek nog archeologische resten aanwezig zijn wordt daarom als klein ingeschat. Uitzondering hierop is het erf van De Koppel uit de 17° tot en met 19°-eeuw (zone 2). Tijdens het booronderzoek zijn verdachte lagen aangetroffen die aan dit erf gerelateerd kunnen zijn. De kans is groot dat nog (funderings-)resten en sporen van de voormalige bebouwing aanwezig zijn. In het oosten en noordwesten van het plangebied zijn de oeverafzettingen nog intact en kunnen resten bevatten uit de Late IJzertijd of jonger (zone 1). Door het plangebied lopen één of meerdere dichtgeslibde restgeulen waar sprake kan zijn van watergerelateerde archeologie zoals afvaldump, (rituele) deposities, scheepvaart en kades of beschoeiing (zone 3). Deze resten hebben een lage trefkans maar kunnen wel zeer waardevol zijn. De top van de

restgeulafzettingen ligt tussen 70 en 250 cm -mv (156 en -16 cm NAP). 10.

Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a)

Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?

Indien graafwerkzaamheden in de westelijke en oostelijke uitlopers van het plangebied worden uitgevoerd tot in de top van de ongeroerde oeverafzettingen (zone 1), of in de op archeologie verdachte lagen van het erf van De Koppel (zone 2), kunnen archeologische resten worden vergraven (figuur 39). De top van het potentieel archeologisch niveau ligt dicht aan het maaiveld. Verstoring kan plaatsvinden bij ingrepen dieper dan 30 cm.

Bij graafwerkzaamheden ter hoogte van de restgeulafzettingen kunnen

archeologische resten worden vergraven (zone 3). De top van het pakket ligt tussen 70 en 250 cm -mv (156 en -16 cm NAP). De kans dat in de rest van het plangebied archeologische resten worden vergraven wordt als klein ingeschat (zone 4). In het huidige plan zal ter hoogte van het erf van De Koppel een waterpartij worden gegraven en in het oostelijk deel van het plangebied zullen huizen worden gebouwd (figuur 41). De kans bestaat dat bij deze werkzaamheden archeologische resten in de oever- en restgeulafzettingen worden vergraven.

b)

Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten?

In het algemeen: om rekening te houden met archeologische resten wordt geadviseerd een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren bij

graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm ten opzichte van het huidige maaiveld ter hoogte van zones 1 en 2 (figuur 39). Tevens wordt vervolgonderzoek geadviseerd wanneer graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 50 cm -mv ter hoogte van de restgeulafzettingen (zone 3). Op deze manier wordt een bufferzone van ten minste 30 cm aangehouden boven het potentieel archeologisch niveau.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

35

Planspecifiek: Met wat nu bekend is over het plan, betekent dat het volgende moet worden gedaan: Ter hoogte van de te bouwen huizen in het oosten van het plangebied en ter hoogte van de te graven waterpartij moet

een vervolgonderzoek worden uitgevoerd. Wellicht is het mogelijk de locatie van de waterpartij te verplaatsen naar zone 4 waarvoor geen vervolgonderzoek is geadviseerd. De overige ingrepen, zoals het planten van bomen en struiken, leiden vermoedelijk tot een bodemverstoring van minder dan 30 cm of vinden plaats in zone 4 waarvoor geen vervolgonderzoek is geadviseerd. Daarom worden hiervoor geen maatregelen geadviseerd. 11. _ Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt? In het algemeen: Ter hoogte van zones met een intact bodemprofiel (zone 1 in figuur 40) wordt geadviseerd een karterend booronderzoek uit te voeren tenzij werkzaamheden dieper dan 30 cm -mv kunnen worden vermeden. Met het

karterend onderzoek wordt het gebied systematisch onderzocht op aanwezigheid van archeologische resten en kan een strooiing van artefacten worden opgespoord (en eventuele archeologische lagen). Met dit onderzoek kan worden vastgesteld of archeologische resten aanwezig zijn. Ter hoogte van het voormalige erf van De Koppel manifesteren archeologische resten zich waarschijnlijk als sporenniveau (zone 2). Een proefsleuvenonderzoek is de meest geschikte methode om de aard, diepteligging en waarde van resten vast te stellen. Tevens liggen op deze plek restgeulafzettingen (zone 3). Bij aanleg van de waterpartij zoals deze nu gepland is kan met het proefsleuvenonderzoek tevens de restgeulafzettingen worden onderzocht. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PVE).

Indien alleen graafwerkzaamheden plaatsvinden in de zone met restgeulafzettingen (zone 3) kan een andere strategie worden gebruikt. Watergerelateerde archeologische resten kunnen zeer waardevol zijn maar hebben een lage trefkans. Bureau voor Archeologie adviseert daarom graafwerkzaamheden ter hoogte van de restgeulafzettingen die dieper reiken dan 50 cm -mv archeologisch te begeleiden. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PVE). Voor onderhavige plan betekent dit het volgende: Ter hoogte van de te bouwen huizen in het oosten van het plangebied en de te graven waterpartij wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Indien de restgeulafzettingen niet worden onderzocht tijdens het proefsleuvenonderzoek

wordt geadviseerd de graafwerkzaamheden ter hoogte van de restgeul archeologisch te begeleiden. De werkwijze van de onderzoeken dienen vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PVE).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

36

Advies Het booronderzoek heeft vastgesteld dat in verschillende zones in het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn (zie de figuur achterin het rapport). Ter hoogte van het oostelijk deel van zone 1 zullen huizen worden gebouwd. Op deze plek is de bodem nog intact. Bureau voor Archeologie adviseert daarom op deze plek een karterend booronderzoek uit te voeren om vast te stellen of archeologische resten aanwezig zijn. In het westen van het plangebied is tevens een intact bodemprofiel aanwezig maar zijn geen graafwerkzaamheden gepland. Daarom wordt voor het westelijk deel van zone 1 geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Ter hoogte van de te graven waterpartij in het zuidwesten van het plangebied ligt het erf van de voormalige 17°-eeuwse boerderij De Koppel (zone 2). Indien de locatie van de waterpartij niet kan worden verplaatst naar zone 4 adviseert Bureau voor Archeologie in zone 2 een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De werkwijze van dit onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PVE). De waterpartij overlapt tevens met zone 3 waar restgeulafzettingen liggen die resten van watergerelateerde archeologie kan bevatten (zoals deposities, afvaldump en scheepswrakken). Deze resten hebben een lage trefkans maar kunnen wel zeer waardevol zijn. Bureau voor Archeologie adviseert daarom graafwerkzaamheden ter hoogte van de restgeulafzettingen die dieper reiken dan 50 cm -mv archeologisch te begeleiden (eventueel na uitvoering van het

bovengenoemde proefsleuvenonderzoek). De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren

Programma van Eisen (PVE). Bureau voor Archeologie adviseert de rest van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling (zone 4). Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente West Betuwe.

5.1

Reactie bevoegde overheid Het rapport is getoetst door de deskundige namens het bevoegd gezag (H.J. van Oort van de Omgevingsdienst Rivierenland). Hij is akkoord met het gegeven advies met uitzondering van de begeleiding van de restgeul in zone 3. Deze kan gelijktijdig worden onderzocht met een proefsleuvenonderzoek in zone 2.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

37

Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2023. ‘AHN4. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Alterra. 2014. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, digitale en landsdekkende versie’. Wageningen. ‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed . http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. Berkel, G. van, en C. Samplonius. 2006. Nederlandse Plaatsnamen: Herkomst en historie. Spectrum. van Boekel, D. 2019. ‘Knekelkuilen ten noorden van de NH-centrumkerk in Geldermalsen.

Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm

van

proefsleuven'. ADC Rapport 4965. Boreel, G. 2007. ‘Nieuwbouwin het dorp Geldermalsen. Een aanvullend Inventariserend Veldonderzoek aan de Herman Kuijkstraat 28-32.’ Zuidnederlandse Archeologische Notities 105. VUhbs Archeologie. . 2008. ‘Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek ten behoeve van nieuwbouw aan de Binnenweg, te Nederhemert Noord, gemeente Zaltbommel.’ 158. Zuidnederlandse Archeologische Notities. ACVU-HBS. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zxa-yyry. ——. 2009. ‘Archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen ten behoeve van de herinrichting van de dorpskemn van

Geldermalsen, gemeente Geldermalsen’. 196. Zuidnederlandse Archeologische Notities. ACVU-HBS. Riijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis2/Archeorapporten/20/ AR15966.

Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2'. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. van den Brink, V. 2014a. ‘Een archeologische begeleiding op het Marktplein te Geldermalsen, briefrapport . Zuidnederlandse Archeologische Notities 327. VUhbs Archeologie. ——. 2014b. ‘Bureauonderzoek ten behoeve van het vrijleggen van de

MerwedeLingelijn ter hoogte van Tricht, gemeente Geldermalsen’. Zuidnederlandse Archeologische Notities 305. Amsterdam: VUhbs Archeologie. Riijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis2/Archeorapporten/35/ AR31707.

Bureau van de Militaire Verkenningen. 1850. ‘Topografische Militaire Kaart 1850 . Alterra.

Cohen, K. M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A. H. Geurts. 2012. ‘Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta'. Dept. Physical Geography. Utrecht University. http://persistent-identifier.nl/? identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl. Cohen, K.M, E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H. J. A Berendsen, en H.F.J. Kempen.

2009. Zand in banen: zanddiepte-kaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Utrecht; Arnhem: Universiteit Utrecht]; Provincie Gelderland]. Emaus, A.A.G., C. Helmich, en H. Kremer. 2005.

‘Inventariserend veldonderzoek

d.m.v. boringen Stationslocatie te Geldermalsen’. Synthegra Rapport Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

38

174120. Hoog-Keppel: Synthegra B.V. van de Geer, P. 2015. ‘Boren in de restgeul van de Linge. Archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek t.b.v. de aanleg van vispaaiplaatsen

langs de Linge te Geldermalsen’. Archol-rapport 293. Harbers, P. A. Jager, en W.B. Kleinsman. 1966. ‘De bodemgesteldheid van het ruilverkavelingsgebied Lek en Linge’. Rapport nr. 670. Stichting voor Bodemkartering. Wageningen University. https://wur.on.worldcat.org/oclc/67255030. Hartog, M.J. 2020. ‘Geldermalsen, RWZI. Gemeente West betuwe (GE). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase.’ Transect-rapport 2583. Heunks, E. 2006. ‘Gemeente Geldermalsen - Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg Naar een realistische en duurzame omgang met het archeologisch erfgoed . RAAP rapport 1384. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau.

Heunks, E., en E.l. Schuurman. 2007. ‘Plangebied Centrum Geldermalsen, gemeente Geldermalsen, archeologisch vooronderzoek: bureaustudie en visuele inspectie’. 1519. RAAP-rapport. RAAP Archeologisch Adviesbureau. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-x43-wd9m. ‘HISGIS Gelderland’. 2019. https://hisgis.nl/projecten/gelderland/. Huizer, J. 2015. ‘Vrijleggen MerwedeLingelijn en aanleg rondweg, Tricht (gemeente Geldermalsen) Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek . ADC Rapport 3634. Kadaster.

‘Bonnebladen’.

http://www.kadaster.nl/web/artikel/producten/Bonnebladen.htm. Kadaster, en PDOK. 2014. 'AHN2 en 3 - WCS

service’.

http://nationaalgeoregister.nl.

van Kampen, J. 2016. ‘Dwars door het dorp. Een archeologische begeleiding door het centrum van Geldermalsen.' Zuidnederlandse Archeologische Notities 395. VUhbs Archeologie. van Kampen, J., en E. Verhelst. 2006. ‘Verslag bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Geldermalsen, Herman Kuiijkstraat 28-32'. 56. Zuidnederlandse Archeologische Notities. ACVU-HBS. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zkr-rrva. Kremer, H. 2006. ‘Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen Trichtsevoetpad 4 te Geldermalsen’. Synthegra Archeologie Rapport 176173.

Maas, E. 2021. ‘Archeologisch proefsleuvenonderzoek op het terrein van Kerkstraat 25 te Geldermalsen’. Zuidnederlandse Archeologische Notities 1009.

Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft, en A.H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’ Wageningen: Wageningen Environmental Research. http:/legendageomorfologie.wur.nl/. de Mulder, E.J.F. 2003. ‘De ondergrond van Nederland . Wolters-Noordhoff. Nationaal Georegister. ‘Luchtfoto Beeldmateriaal RGB 25cm en 8cm WMTS'. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/c82a783a-9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van

onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut.

‘Ondergrondgegevens | DINOlokef . 2021. Geraadpleegd april 9. https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

39

PDOK. 2012. ‘Dataset: Basisregistratie Topografie (BRT) TOPNL'. www.pdok.nl. https://www.pdok.nl/downloads/-/article/basisregistratie-topografie-brttopnl.

—— . 'TOP25raster WMS'. Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK). https://service.pdok.nl/brt/topraster/wms/v1_0. —— . 'Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) - gedetailleerde grootschalige basiskaart . https://www.pdok.nl/introductie/-/article/basisregistratie-grootschaligetopografie-bgt-. Perrenot, Jacob, en J. Punt. 1761. ‘Kaart van de Graafschappen Buuren en Culenburg’. Covens en Mortier, Amsterdam. Universiteitsbibliotheek Utrecht. http://objects.library.uu.nl/reader/resolver.php? obj=002099436&type=2. Provincie Gelderland. ‘Kaarten en Cijfers’. Kaarten en Cijfers. RAAP. 2021. ‘Erfgoed in de gemeente West Betuwe Archeologische beleidskaart

RAAP-rapport 4150, kaartbijlage 3, blad noordoosf . RAF. 1940. ‘Wageningen UR GeoPortal: RAF aerial photographs’. 1945. http:/!library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf. Rensink,

E., H.J.T. Weerts,

M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015.

‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld . Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. van Renswoude, J. 2007. ‘Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van

proefsleuven aan de Herman Kuiijkstraat 28-32 te Geldermalsen’. Zuidnederlandse Archeologische Notities 123. VUhbs Archeologie. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2017. ‘Rijksmonumentenregister . Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister.

—— . 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. ‘Bodemlokef . http://www.bodemloket.nl/. Roodenburg, F. 2024. ‘Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Lingedijk, Buurmalsen, gemeente West Betuwe’.

SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1'. SIKB. https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %2Oversie%204_1.pdf.

Smal, D.E. 2006. ‘Plangebied Zwarte Kamp, gemeente Geldermalsen; archeologisch vooronderzoek: een karterend booronderzoek’. RAAP notitie 1963.

Spanjaard, G.W.J., en M. Stiekema. 2013. ‘Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek N833 (Rijksstraatweg) te Culenborg in de gemeente Culemborg’. Econsultancy-rapport 12126424. Spronk, J. 2019. ‘Bodemkwaliteitskaart regio Rivierenland. Gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel . Lievense CSO. Officiële overheidspublicaties. https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb2019-48763/1/bijlage/exb-2019-48763.pdf. Steur, G.G.L., W. Heijink, en Stichting voor Bodemkartering. 1973. ‘Bodemkaart

van Nederland 1:50.000: toelichting bij de kaartbladen 39 West Rhenen en 39 Oost Rhenen'. Wageningen: Stiboka. http://edepot.wur.nl/117795. Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

40

Stiller, D.R., en H.J. van Oort. 2018. ‘'Handboek Archeologie Regio Rivierenland. Richtlijnen voor bedrijven’. Omgevingsdienst Rivierenland. Timmer, Rochus David. 1750. Koppelsedijk. Tekening gemaakt vanaf de dijk de

nu (2013) Koppelsedijk heet. Links boerderij ‘De Koppel’ met duiventoren op Buurmalsens grondgebied. In de midden de toren van Geldermalsen. Tekening. Regionaal Archief Rivierenland (RAR). https://hdi.handle.net/21.12108/490DE912BD084E0C9F361DA22B8396A c.

TNO-GDN. 2021. ‘Geologische kaart van het koninkrijk der Nederlanden’. TNO Geologische Dienst Nederland. Topografische Dienst. ‘Topografische kaarten 1927-1995. Emmen: Staat der Nederlanden.

Van Renswoude, J, en M. Schurmans. 2015. ‘Handel, ambachtelijke activiteiten en bewoning langsde rivier de Linge in de Vroege en Volle Middeleeuwen.Opgraving Geldermalsen-Stationslocatie’. VUhbs

Archeologie. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xpm-ru9t. Van Renswoude, J en B. Tops. 2007. ‘Een middeleeuwse nederzetting binnen het plangebied Geldermalsen-Stationslocatie’. Zuidnederlandse Archeologische Notities 110. Amsterdam: VUhbs Archeologie. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-2bf-4cah. Verniers,

L.P. 2008. ‘Ravenstein ontrafeld. Een Inventariserend Veldonderzoek in

de vorm van proefsleuven an de Zwarte Kamp te Geldermalsen’. ADC Rapport 1325. Wullink, A.J. 2006. ‘Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen, op acht locaties in het Gelderse en Zuid-Hollandse rivierengebied . ARC-Rapporten 2006-97. Geldermalsen: Archaeological Research and Consultancy.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

Figuur 2: Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister).

E ||

raen\,

:

A

-

‚

e o

x

Sumasen

s

oIJ À

ë |

&

l

+

Ll

: oesen eg

H

4

soom LEZ

7

+ IE

+

t

HT

IZ

(3

+

Gedemaksen

EE

+ o

Figuur 3: onderzoeksgebied als straal van 250 meter om het plangebied (PDOK).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

42

Terteinen met archeologische resten

B

viaaos-Archedoga 3: stris=ne aepskem, 04 woongror en ovarigetaranen van archedogisch balarg

Archeologische verwachtingsgebieden

E n

ViaadsArchedogie £ hoge verwachte dchtred Viaadsadedoge ® restgeden

T

WaadeArchedogie & nverbed van Waal =n Linge

Figuur 4: Beleidskaart van de gemeente West-Betuwe (RAAP 2021).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

43

Figuur 5: Ontwerptekening van de nieuwe situatie (figuur verstrekt door opdrachtgever).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

Figuur 6: Luchtfoto detail (Nationaal Georegister).

45

Figuur 7: Gerooide boomgaard in het oostelijk deel van het plangebied (foto genomen op 24 januari 2024).

Figuur 8: Gerooide boomgaard in het oostelijk deel van het plangebied (foto genomen op 24 januari 2024).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

CP

ERReIG K op

n

EESE)

Figuur 9: Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

47

e

B -

146800

147200

36:Deil (5788-5360} 97:Linge (2160-643) 0 grichem beneden 3000-2420) 150en97

TIa7e00

n 36en 150 en 97 E i - 47: Esterweg (3600-2300) en 360: Erichem (1250-450) MEE s oo 150007 - 5len97 Figuur 10: Beddinggordels Holoceen (Cohen e.a. 2012).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

48

-

3844: Stroomrug of stroomgordel, hoogteverschil 0,5 tot 15m 10B44: Stroomrug of stroomgorde! 3H43: Stroomrugglooiing 10N41: Rivier-erosielaagte, kolk/wiel

STE -10N94: Laagte ontstaan door afgraving -

11N94: Laagte ontstaan door afgraving 22R43: Restgeul

Figuur 11: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

49

E gesingzand onbesijte rieren op binnen 10 -mv IE gesingzand onbesijkte rieren op ussen 1.0- 15 mm IE gesingzand onbesijkte rieren op ussen 1520 mmv EE geeingzand onbesijt rvieren top tussen 2,0- 30 mm L | gedeingzand onbesijkte riieren dieper dan 30 -m EE pteistoceen zang 5,0-6,0 mv EE pteistoceen zang 60 -7.0 mv

TE B

versoord (bebouwa, zang-wining, ergraven) n van becije iniezen, op tussen 1- 2077

Figuur 12: Zanddieptekaart provincie Gelderland (Cohen e.a. 2009).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

50

-

Rn52A: Kalkhoudende poldervaaggronden; zavel, profielverloop 2 Rd0A: Kalkhoudende ooivaaggronden: lichte zavel Rd9OA: Kalkhoudende ooïvaaggronden, zware zavelen lichte klei ALu: Linge-uiterwaardgronden

Figuur 13: Bodemkaart (Alterra 2014; Steur, Heijink, en Stichting voor Bodemkartering 1973).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

OE ToE

s

e

T N

B

E

Ì

e

o OnonscheisiNdiN omschrijving

N

Ê

opgehoogs

E zwaorteklasme van de bove

KIVIERKLEIGRONDEN

“

DSOP e vaasononBeN gden m o

Polderraaggronden:

N

e kolkverloopklase

k t K EN a W

e A= kolkhoudend

N

em

| e

n

c

"

)

n B

R

S

e

-

r

Le=]

n

z

EN a N

ú

E

aa e

Figuur 14: Bodemkaart in gedetailleerd overzicht (Harbers, Jager, en Kleinsman 1966).

2e: zendtunenleag beginnend tuen 40-80 <

_

E

e

e

e

e

e

52

Figuur 15: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

Figuur 16: Hoogte-reliëfkaart detail westelijke helft van het plangebied (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

54

Figuur 17: Hoogte-reliëfkaart detail oostelijke helft (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

55

Lithologie 0

1

i i g

52

ë ä

,

4

B39C2521

|

H°

Lithostratigrafie

Lithologie

EN

B

Klei

fijne

categorie

Z

Zand midden

categorie

Z

Zand

Figuur 18: Getekende boorprofiel van een geologische boring in het westen van het plangebied (‘Ondergrondgegevens | DINOloket’ 2021

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

56

Figuur 19: Kaart van de graafschappen Buren en Culemborg uit 1761 (Perrenot en Punt 1761).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

57

Figuur 20: Tekening gemaakt in de 18° eeuw (Timmer 1750). Het plangebied gezien vanaf de Koppelsedijk aan de overzijde van de Linge. Links in beeld staat boerderij De Koppel met meest links in beeld de duiventil. Centraal in de achtergrond van de tekening staat de kerk van Geldermalsen.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

58

Gelderland1832

gebouwen

gebouwen

Gelderland1832

percelen

Soort eigendom

|Ea(L[ma/|

Boomgaard Bos

Bouwland

Dijken

T6

Ef Hooiland

Kerkelijk Moeras

Natte gronden Tuin Water

Wegen Weiland

L

Figuur 21: Kadastrale Minuut uit het begin van de 19° eeuw ('HISGIS Gelderland’ 2019; ‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed', MIN05031D02). De rode stip en pijl geven de vermoede positie en kijkrichting aan van de tekenaar van figuur 20. Rechts onderin staat de kerk van Geldermalsen (de huidige Centrum- of Suitbertuskerk op het adres Kerkstraat 38).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

59

Figuur 23: Bonneblad, 529-1753-ENSPIJK-1872 (Kadaster).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

Figuur 25: Bonneblad, 529-1757-ENSPIJK-1929 (Kadaster).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

61

Flight Run Photo

3033

Date

1945-03.02

Height

18500

Scale

1:10800

sortie

R4/1879

Pilot

Hughes

feet

Squadron

CA 556 Pt2;

WUR library ID

296703

…

Figuur 26: Luchtfoto genomen op 2 maart 1945 (RAF 1940-1945).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

62

Flight

054

Run

02

Photo

4136

Date

1945-03-24

Height Scale sortie Pilot

23000 feet 1:7600 R42137 t John

Squadron

1Cdn. APLS.

WURlibraryID

_ 304829

Figuur 27: Luchtfoto genomen op 24 maart 1945 (RAF 1940-1945).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

Figuur 28: Topografische kaart, 39C-1957- (Topografische Dienst).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

64

Figuur 30: Topografische kaart, 39C-1977- (Topografische Dienst).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

Figuur 32: Topografische kaart 2012 (PDOK 2012).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

66

f E

L

p /E

Ù

/8

n

t

N N

2431793100

|s

J

|

‚

}

e

-_

sZ7aas610o b

N2

/

*/

bureauonderzoek

i_ Ï booronderzoek t>=10ha)

TÜ norrtenee

S begeleing SI proetsteuwen (>=10ha) N

sroefsieuwen opgraving

©

vondstoatie

/\/ AMK terrein Figuur 33: Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

E

EI

ES

Tarso

Afgegraven BST1: BST2:

spoor baksteen. weinig baksteen.

a

Vermoedelijk deels afgegraven

BST3: AWF1:

a

Gedempte of

dichtgeslibde geul veel baksteen. spoor aardewerk.

Figuur 34: Plangebied met aandachtspunten (achtergrond: PDOK).

r

I

Tm

19e-eeuwse

bebouwing HKS1: HKB1:

spoor houtskoolspikkels. spoor houtskoolbrokken.

T

ToE

k

De tinge

\\°‘wú@ka e

SA r

Tarin

im

a

Legenda: BST1: 6572

_

spoo

baksteen

BST3:

veelbakteen

HS

spoo houtskoospkes

o

baksicen

AWF':

Spooraardewerk

HKET

… spoo houtskoorokken

Figuur 35: Boorpuntenkaart (achtergrond: PDOK).

r

69

htN(.oA0m.Pgv).te ”

100 Legenda

E==

==: ——

’

300

afstand tot eerste boring (m)

’

500

klei, keiig humeus leem, siltig

I T E

omgewerkte grond demping archeologische laag

grondwater

B E

restgeulafzettingen beddingafzettingen

veen,

zand, zandig _ spoorbaksteen _ scherpe laaggrens

Vermoedelijk deels

E DT

Gedempte of

overstromingsafzettingen oeverafzettingen

M

19e-ceuwse

afgegraven dichtgesiibde geul ‘bebouwing Figuur 36: Getekende weergave van boorprofielen 10 tot en met 21 (oost-west). Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

70

Vermoedelik deels afgegraven

50

51

52

hN(to.Am0.Pg)vt.e 0

100

200

300

400

afstand tot eerste boring (m)

777 E== N = ——

_

kei, kleiig veen, humeus leem, siltig zand, zandig spoor baksteen

T TD E TTT DT

grondwater

B

o restgeulafzettingen

E=a

beddingafzettingen

_ scherpe laaggrens

omgewerkte grond demping archeologische laag overstromingsafzettingen oeverafzettingen

Figuur 37: Getekende weergave van boorprofielen ter hoogte van De Koppel.

Bureau voor Archeologie Rapport 1414

Buurmalsen Lingedijk

a

n

: f

m

Ü

B

3 je p Ë 1 z

5

:

:

Em

3

j i ë

H a

o o

o

:

:

%

“

atand

B

&

ataans t oe oreg )

3 i :

z

È

100

)

rm

s

3

oerse o

100 n

astand

aam S o

t

«

100 n

s

s

l

°

100

700

aston t erste boing (m}

5

7 afstan

t

erste

E3 astan

boring (m

t

erse

E3 bring

5

(m}

afstan t

i

i

;

5

w a

e

om

K.

g

oo

eerse boing

(m}

)

Klei, kleiig

m=a

zand, zandig

z

veen, humeus teem, sitig rind, grindig … n

geen monster spoor aardewerkfragmenten

_

) =a E=

omgewerkte grond

mm

restgeulafzettingen

_ spoorbaksteen

“

_

weinig baksteen

“

_

veel

baksteen

<

spoor

n

spoor houtskoolbrokken

erete boing

(}

astand t erste boing (m

LM(oAmxP}og.te ò atstang t

astand t

e

t

®

i

n

aa

astan

8

5

.

boing (}

ho gHL(AomtPx}e

z

H

erste

houtskoolspikkels

grondwater scherpe laaggrens

Figuur 38: Getekende weergave van boorprofielen van west naar oost (van links naar rechts en van boven naar beneden).

demping archeologische laag overstromingsafzettingen oeverafzettingen

beddingafzettingen

cere

bocng

70

erste boing (m)

n}

E

Oever óp beddingafzettingen; beddingzand ondieper dan 1 m NAP

II

Oever- op beddingatzettingen; bedgingzand dieper dan 1 m NAP.

I

Restgeuiatzettingen in de ondergrond. Dempingslaag op restgeulafzetingen.

E

EI

N

LE

N

Figuur 39: Profieltypekaart (achtergrond: PDOK).

ISS

Vermoedelijke loop restgeul

EES

Archeologische laag.

7

De Lnge

# iS n h

T TT

TE

TT

TT

\Zone Toelichting

/Advies

1

Zone met intacte oeverafzettingen

Bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv: booronderzoek

2

Historisch erf

Bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv: proefsleuvenonderzoek

4

Afgegraven, verstoord

Geen vervolgonderzoek.

3

Restgeul

Bij graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm -mv; archeologische begeleiding

Figuur 40: Advieszones ten opzichte van de huidige topografie (PDOK).

e

W

T

|

a

T

n

Legenda:

reer

T

Zone Toelichting

|Advies

1

Zone met intacte oeverafzettingen

_ Bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv: booronderzoek

2

Historisch erf

Bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv: proefsleuvenonderzoek

4

Afgegraven, verstoord

Geen vervolgonderzoek.

3

Restgeul

Bij graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm -mv; archeologische begeleiding

Figuur 41: Advieszones en boorpunten geprojecteerd op de toekomstige situatie.

T

Bijlage 1: Boorbeschrijvingen nr.

_

grond

grens cm

bijmenging

mediaan

kleur

kalk

nieuwvormingen

_ antropogene

interpretatie

boortype

overig

-mv

boven

onder

grondwaterstand tijdens boring: 130 cm =mv; beschrijver: F. Roodenburg; datum boring: 24-januari-2024

1

0

20

20klei

50klei

sterk zandig;

donker-

sterk humeus

bruin-grijs

sterk zandig

grijs-bruin

spoor baksteen

kalkloos

omgewerkte grond

Tem-

basis scherp; bouwvoor

Edelman

kalkrijk

spoor

omgewerkte grond

houtskoolbrokken;

Edelman

spoor schelpmateriaal; basis scherp; omgewerkte grond

Tem-

basis scherp

Tem-

spoor baksteen 50

65klei

sterk zandig

licht-grijs

kalkrijk

weinig roestviekken

oeverafzettingen

Edelman 65

80

80zand

90klei

zwak siltig

matig grof

sterk zandig

grijs-bruin

licht-grijs

kalkrijk

beddingafzettingen

veel roestvlekken

kalkrijk

oeverafzettingen

Edelman

zeer grote spreiding; zand afgerond; basis scherp

Tem-

basis scherp

Tem-

Edelman 90

130

130

150

zand

zand

zwak siltig zwak siltig

matig grof grijs-bruin zeergrof

grijs

kalkrijk

beddingafzettingen

veel roestvlekken

kalkrijk

beddingafzettingen

Tem-

zeer grote spreiding; zand afgerond;

Edelman

basis scherp

Tem-

matig grote spreiding; zand afgerond

Edelman

grondwaterstand tijdens boring: 130 cm =mv; beschrijver: F. Roodenburg; datum boring: 24-januari-2024

2

0

15

15klei

40klei

matig zandig;

donker-

sterk humeus

grijs-bruin

matig zandig;

grijs-bruin

zwak 40

85

85klei

130

zand

kalkloos

weinig baksteen

omgewerkte grond

basis geleidelijk; omgewerkte grond

Edelman

kalkrijk

veel baksteen

omgewerkte grond

humeus

Tem-

basis geleidelijk; omgewerkte grond

Edelman

sterk zandig

zwak siltig

Tem-

matig grof

grijs-bruin

kalkrijk

grijs-bruin

kalkrijk

veel baksteen

omgewerkte grond

TemEdelman

basis geleidelijk; omgewerkte grond

beddingafzettingen

Tem-

matig grote spreiding; zand afgerond;

Edelman

basis scherp; mogelijk opgebracht

nr.

_

grens cm

grond

bijmenging

klei

sterk zandig

mediaan

kleur

kalk

nieuwvormingen

grijs-bruin

kalkrijk

weinig roestvlekken

-mv

boven

onder

130

140

antropogene bijmengingen

interpretatie

boortype

overig

oeverafzettingen

Tem-

basis geleidelijk

Edelman 140

160

klei

zwak zandig

160

200

zand

zwak siltig

grijs matig grof

kalkrijk

blauw-grijs kalkrijk

oeverafzettingen

TemEdelman

veel donker-grijze vlekken; basis scherp;

beddingafzettingen

Tem-

matig grote spreiding; zand afgerond;

Edelman

onderin

blauwgrijze vlekken houtbrokken

en roestvlekken

grondwaterstand tijdens boring: 90 cm mv; beschrijver: F. Roodenburg; opmerking algemeen: verplaatst; datum boring: 23-januari-2024 10 klei

10

40

50

70

95

40 klei

50 zand

70 klei

95 zand

120

klei

matig zandig;

donker-

sterk humeus

bruin-grijs

sterk zandig; matig humeus

grijs-bruin

zwak siltig

grijs-bruin

omgewerkte grond

Tem-

basis geleidelijk; bouwvoor

Edelman

kalkrijk

omgewerkte grond

Tem-

basis scherp; omgewerkte grond

Edelman

grijs

zwak zandig zwak siltig

kalkrijk

uiterst grof bruin-grijs

zwak zandig

kalkrijk

omgewerkte grond

kalkrijk

omgewerkte grond

kalkrijk

beddingafzettingen

Edelman

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond; opgebracht of omgewerkt

Tem-

basis scherp; opgebracht of omgewerkt

Tem-

Edelman

blauw-grijs kalkrijk

oeverafzettingen

TemEdelman

‘matig grote spreiding; zand afgerond;

Tem-

spoor zwarte viekken; basis scherp

basis scherp

Edelman 120

150

zand

zwak siltig

uiterst grof grijs-bruin

kalkrijk

beddingafzettingen

Tem-

matig kleine spreiding; zand afgerond

Edelman

grondwaterstand tijdens boring: 100 cm =mv; beschrijver: F. Roodenburg; datum boring: 24-januari-2024 30 klei

sterk zandig; zwak

30

45 klei

50 zand

kalkrijk

omgewerkte grond

grijs-bruin

kalkrijk

weinig roestvlekken

oeverafzettingen

humeus

zwak sitig

Tem-

basis geleidelijk

Edelman

sterk zandig; zwak

45

grijs-bruin

humeus

Tem-

basis geleidelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/894/documents/18071