CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-121-Bijlage-Motivering-Oude-Kerk-Tricht.pdf

Gemeenteraad 29 oktober 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 7: Adviesrecht inzake omgevingsvergunning Kerkstraat 21 Tricht26.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Transformatie Oude Kerk

20

geldt er een specifieke zorgplicht voor houtopstanden. Indien natuurbe-

4.14.5

scherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke

Toetsing

4.15

Omgevingsveiligheid

Quickscan

4.15.1

Toetsingskader

waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevol-

Op 9 februari 2024 is door BRO een quickscan Flora en Fauna opge-

Externe veiligheid heeft betrekking op de mogelijkheden een brand,

gen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te

steld. De volledige quickscan is in de bijlagen opgenomen.

ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden (par. 5.1.2 Bkl). Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de

laten. NNN-gebieden

omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beper-

Soortenbescherming

Het projectgebied is niet gelegen binnen het GNN (Gelders Natuurnet-

ken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een ri-

Soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild

werk). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het GNN ligt ongeveer 150 me-

sicovolle activiteit van groot belang. Er wordt daarbij op basis van bijlage

voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aan-

ter ten zuiden van het projectgebied.

VI van het Bkl onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’:

tal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten (afd. 11.2

Houtopstanden

1. zeer kwetsbaar (alleen gebouwen);

Bal). De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwingscontour houtkap.

2. kwetsbaar (gebouwen en locaties);

Vogels;

Er zijn geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig.

3. beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).

Europees beschermde soorten;

nationaal beschermde soorten.

Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal Soortenbescherming

personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en

Op basis van de quickscan zijn schadelijke handelingen ten aanzien van

in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident.

Er geldt een vergunningsplicht voor een flora- en fauna-activiteit wan-

het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en gierzwaluw

neer schadelijke handelingen worden uitgevoerd. Op basis van de Om-

en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uit te slui-

Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage

gevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke

ten. Vervolgonderzoek naar vleermuizen en vogels werden in de

VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen.

gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft

quickscan noodzakelijk geacht.

Het gaat daarbij om bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor, buis-

betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten. De provincie is het bevoegd gezag en kan bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling

Vervolgonderzoek

leidingen met gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarnaast worden

geven van de lijst met nationaal beschermde soorten in afstemming op

Momenteel worden de vervolgonderzoeken nog door BRO uitgevoerd.

ook de volgende activiteiten beschouwd als risicobronnen:

de situatie in de provincie.

Er zijn geen huismussen waargenomen tijdens de diverse veldbezoe-

opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk;

ken. Het eerste vleermuisonderzoek heeft tevens niets opgeleverd. Ver-

opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik;

Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige gevolgen zoveel mo-

dere vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen zal hieromtrent uit-

exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosie-

gelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt voor alle

sluitsel over geven. 

beschermde soorten, alsmede soorten van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Voor deze soor-

ven;

4.14.6

opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik.

Conclusie

ten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten.

Het aspect ‘Natuur en landschap’ vormt vooralsnog geen belemmering

In het omgevingsplan worden beperkingen gesteld met betrekking tot

Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatregelen te worden ge-

voor onderhavig projectvoornemen.

externe veiligheid. Zo wordt de grenswaarde voor het plaatsgebonden

troffen om nadelige gevolgen te voorkomen.

risico in acht genomen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarden voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald

Transformatie Oude Kerk

21

naar afstanden tot gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als

4.16

Trilling

Op basis van de verrichte metingen wordt geconcludeerd dat te ver-

(zeer) kwetsbaar worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsge-

4.16.1

Toetsingskader

wachten trillingsniveaus hoger zijn dan de streefwaarden voor nieuwe si-

bonden risicocontour 10-6-contour van een activiteit vallen. Ook kunnen

Er dient rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in

tuaties. Echter voldoen de metingen wel aan de streefwaarden voor be-

in het omgevingsplan aandachtsgebieden en voorschriftengebieden zijn

trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Deze trillingen

staande situaties van de richtlijn4. Met gemeten waarden die weliswaar

aangewezen in het verband met het groepsrisico. Het groepsrisico gaat

dienen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.4 Bkl). Indien de trillingen niet

hoger zijn dan de streefwaarden voor nieuwbouw, maar lager dan die

over de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als recht-

meer bedragen dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake

voor bestaande bouw kan gesteld worden dat – rekening houdend met

streeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied.

van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden

het gegeven dat het een transformatie van een bestaande pand betreft

Er zijn drie typen aandachtsgebieden:

voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen zijn aange-

– de situatie als zeer wel acceptabel worden aangemerkt. Belangrijke

1. brandaandachtsgebied;

geven in onderstaande tabellen. Trillinggevoelige gebouwen zijn gebou-

voorwaarde hierbij is wel dat in de twee nieuw toe te voegen vloeren

2. explosieaandachtsgebied;

wen met een woonfunctie, onderwijsfunctie of gezondheidszorgfunctie.

geen opslingering van de trillingen gaat plaatsvinden.

3. gifwolkaandachtsgebied.

Het gaat om activiteiten anders dan wonen die trillingen in een frequen-

4.15.2

Toetsing

Door Kragten is een beschouwing naar de externe veiligheid van het

tie van 1 tot 80 Hz veroorzaken in trillinggevoelige ruimte van een tril-

Een belangrijke randvoorwaarde in dit geval is dus dat de twee nieuw te

linggevoelig gebouw, uitgezonderd industrieterreinen en verkeer op we-

maken verdiepingsvloeren voldoende stijf worden uitgevoerd zodat door

gen, vaarwegen en spoorwegen.

die vloeren de aangeboden trillingen niet versterkt gaan worden. De ei-

projectgebied opgesteld. Het volledige document is in de bijlagen opge-

genfrequentie van de betreffende vloeren dient daartoe minimaal 8 Hz

nomen. Uit de inventarisatie is gebleken dat het projectgebied binnen

Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen in de buurt van

het explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied van de spoor-

spoorwegen moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van

lijnen Lunetten – Geldermalsen en Dordrecht – Geldermalsen ligt. Deze

een spoorweg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In som-

4.16.3

spoorlijnen kennen echter geen plaatsgebonden risicocontour, waardoor

mige gevallen is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot

Het aspect ‘Trilling’ vormt geen belemmering voor onderhavig project-

dit aspect geen belemmering vormt voor de planvorming.

250 meter aan weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake

voornemen.

te bedragen. Hier wordt in het ontwerp rekening mee gehouden. Conclusie

van zijn als er reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een De gemeente West Betuwe dient in het kader van de ruimtelijke proce-

grotere afstand dan 100 meter bestaan.

dure advies in te winnen bij de Veiligheidsregio en een standpunt in te nemen aangaande de omgevingsveiligheid. PM advies Veiligheidsregio 4.15.3

Conclusie

4.16.2

Toetsing

4.17

Weging van het waterbelang

4.17.1

Toetsingskader

Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden

Door onderzoeksbureau Peutz is een onderzoek verricht inzake te ver-

in de effecten van het project op stedelijk afvalwater, grondwater en he-

wachten trillingniveaus vanwege het railverkeer in de nabijheid van het

melwater (par. 5.1.3.1 Bkl). De weging van het waterbelang zorgt er

projectgebied. De beoogde woningen zijn voorzien tot op circa. 75 m af-

voor dat per ontwikkeling de klimaatbestendigheid van het watersysteem

stand van de spoorlijnen.

en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de plan-

Het aspect ‘Omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor onder-

vorming worden betrokken. Daarbij is het van belang dat er op een ge-

havig projectvoornemen.

structureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente

Zoals aangegeven in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meeten beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006. 4

Transformatie Oude Kerk

22

plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van

Waterbeheerprogramma 2022-2027

infiltratiekratten (holle ruimte 95%) dienen de infiltratiekratten een opper-

belang is.

Vanaf 17 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van

vlak van 25 m² te hebben met een hoogte van 0,4 m. Deze oppervlakte

het Waterschap Rivierenland van kracht. In het beheerprogramma be-

kan gehaald worden door onder de parkeervakken de infiltratiekratten

Kaderrichtlijn Water (KRW)

schrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe

toe te passen. De infiltratiekratten dienen minimaal 0,6 m onder maai-

Op Europees-, nationaal- en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan

ze dat wil doen.

veld geplaatst te worden. Uitgaand van een maaiveld van NAP +3,85 m

de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en ro-

komt de bodem van de infiltratiekratten op NAP +2,95 m, dit is nog 0,8

buuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees

Waterschapverordening Rivierenland

m boven de GHG. De ruimtelijke weergave van de waterbergende voor-

beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de

Verder beschikt waterschap Rivierenland over de ‘Waterschapverorde-

ziening is te zien in figuur 4.3.

waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruit-

ning Rivierenland’. Deze is sinds 1 januari 2024 van kracht. De

gang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit).

waterschapverordening vervangt de Keur en de algemene regels. In de

Grondwater

Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastge-

waterschapverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten

De grondwaterstand wordt t.o.v. de bestaande situatie aangevuld. Door-

legd in de Nota Ruimte (2006):

waar in het beheersgebied mogen plaatsvinden en welke voorwaarden

dat het totale verhard oppervlak afneemt zal over een groter oppervlak

Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren)

hiervoor gelden. Hierin staan de voorwaarden waaraan voldaan moet

binnen het projectgebied hemelwater infiltreren. Daarbij ontstaat door

Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren)

worden bij de inrichting, gebruik en onderhoud van waterkeringen,

het toepassen van infiltratiekratten in de ondergrond berging die in be-

De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt

oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunst-

perkte mate infiltreert in de bodem. Gezien de kleilagen in de onder-

vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet moge-

werken en grondwater. Voor bepaalde werkzaamheden dient een water-

grond wordt er niet verwacht dat de grondwaterstand in sterke mate ver-

lijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor water-

vergunning aangevraagd te worden.

hoogd zal worden vergeleken met de bestaande situatie.

verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone

4.17.2

Vuilwater

en vervuilende bronnen gescheiden.

Wateropgave

Het vuilwater dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering.

Om de huidige afvoersituatie te verbeteren is het nodig om de

Aangezien de bestaande bebouwing wordt omgebouwd tot appartemen-

Deltaprogramma 2015

watercompensatie te bepalen aan de hand van de totale verharding.

ten kan gebruik gemaakt worden van de bestaande vuilwateraansluiting.

De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltapro-

Vanuit het waterschap Rivierenland geldt dat over de toename van ver-

De aansluiting heeft ruim voldoende capaciteit.

gramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en water-

hard oppervlak berging gerealiseerd dient te worden. Binnen het project-

schappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte-

gebied is sprake van een afname van het verhard oppervlak van 140

Oppervlaktewater

lijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslis-

m². Vanuit het waterschap geldt daarom geen bergingseis. Vanuit de

Ten westen van het plangebied loopt een C-watergang. Ongeveer 200

sing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om

gemeente West Betuwe dient over het totaal toekomstig verhard opper-

m ten zuiden van het plangebied stroomt de Linge, het projectgebied

het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een van-

vlak (455 m²) binnen het projectgebied 20 l per m² berging gerealiseerd

valt buiten de beschermingszone. In de huidige situatie stroomt het ver-

zelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hier-

te worden. Op basis hiervan is 9 m³ berging (455 m² * 20 mm) benodigd

harde oppervlak af richting de watergang. Door het toepassen van infil-

bij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen

voor de ontwikkelingen binnen het projectgebied.

tratiekratten ontstaat er berging waarmee de piekafvoer op de water-

kwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van Toetsing

extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is.

gang wordt verminderd. De infiltratiekratten worden beperkt geleegd Watercompensatie

door infiltratie en in sterkere mate door middel van een geknepen drain

De totale berging van 9 m³ wordt gerealiseerd door het toepassen van

die loost op de C-watergang.

infiltratiekratten onder de parkeerplaatsen. Bij het toepassen van

Transformatie Oude Kerk

23

Waterveiligheid

4.19

Windhinder

Het projectgebied ligt niet binnen een kern- of beschermingszone van

4.19.1

Toetsingskader

een primaire waterkering.

Windhinder treedt vooral op als gevolg van het bouwen van hoge gebouwen. Windhinder is meer dan enkel overlast voor fietsers en voet-

4.17.3

gangers. Het kan tevens nadelige sociale en economische effecten ge-

Conclusie

Het aspect ‘Water’ vormt geen belemmering voor onderhavig project-

ven in het openbaar gebied; mensen vermijden (openbare) ruimtes als

voornemen.

winkelgebieden, pleinen en terrassen bij een slecht windklimaat. Windhinder is derhalve een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1

4.18

Welstand

Omgevingswet), waarmee rekening moet worden gehouden in het kader

4.18.1

Toetsingskader

van een evenwichtig toedeling van functies aan locaties (artikel 2.4 en

Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in

4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De NEN 8100 Windhinder en

de omgeving passen, denkend aan vorm, maat, kleur of gebruikte mate-

windgevaar in de gebouwde omgeving geeft eisen en bepalingsmetho-

rialen. Bestaande en nieuwe bouwwerken moeten voldoen aan redelijke

den voor de toetsing van het lokale windklimaat in de gebouwde omge-

eisen van welstand. Deze kunnen in het omgevingsplan zijn opgenomen

ving op loop- respectievelijk verblijfsniveau in relatie tot het effect van

en uitgewerkt in beleidsregels (welstandsnota) van de gemeente (artikel

wind op voetgangers. Deze is bedoeld te worden toegepast bij bouw-

4.19 Ow).

plannen en wordt algemeen gebruikt voor de beoordeling van het windklimaat. In deze norm is opgenomen dat windonderzoek nodig is wan-

4.18.2

Toetsing

neer gebouwen hoger dan 30 meter zijn. Voor beschut gelegen gebou-

Voor het projectvoornemen is advies ingewonnen bij de welstandscommissie. Deze adviezen van de welstand zijn verwerkt. Het ritme van kerkramen wordt minimaal (1x) onderbroken. Eén balkon gaat in het

wen tussen de 15 en 30 meter én voor onbeschut gelegen gebouwen tot een hoogte van 30 meter, geldt dat een specialist beoordeelt of onderzoek noodzakelijk is.

ritme van de dakramen mee, en de overige balkons zijn naar de westgevel verplaatst.

4.19.2

Toetsing

Het projectvoornemen beoogt geen ingrijpende aanpassingen aan de Bovengenoemde ontwerp is op 9 november 2023 beoordeeld door de

buitenkant van de bestaande kerk te verrichten. Er zal geen uitbreiding

welstandscommissie. De welstandscommissie heeft aangegeven dat het

in de hoogte plaatsvinden. Derhalve zal het projectvoornemen niet lei-

aangepaste plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De eindbrief

den tot windhinder voor de bestaande (woon)gebouwen en functies in

van het vooroverleg waarin dit staat vermeld, is opgenomen in de bijla-

de omgeving.

gen. 4.19.3 4.18.3

Conclusie

Het aspect ‘Welstand’ vormt geen belemmering voor onderhavig project-

Conclusie

Het aspect ‘Windhinder’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

voornemen.

Transformatie Oude Kerk

24

5

Financiële en maatschappelijke verantwoording

5.1

Financiële verantwoording

5.1.1

Financieel-economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het project is in handen van één initiatiefnemer. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Niet is gebleken dat de initiatiefnemer over onvoldoende middelen beschikt om het project te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge, financiële risico’s. Het project is dus economisch uitvoerbaar. 5.1.2

Kostenverhaal

Het project betreft geen kostenverhaalplichtige activiteit, waarvan kosten moeten worden verhaald. Het wijzigen van de functie van kantoor naar wonen (transformeren van het gebouw) is geen kostenverhaalplichtige activiteit, zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Er moet dan sprake van tenminste 10 woningen of het uitbreiden van een gebouw met meer dan 1.000 bvo.

5.2

Participatie/Omgevingsdialoog

De huidige opstallen worden bedrijfsmatig gebruikt, onder andere door de initiatiefnemer, voor kantoor- en studioactiviteiten. De initiatiefnemer onderhoudt goede relaties met de omwonenden van de aangrenzende percelen, die volledig op de hoogte zijn van de voorliggende plannen.

Transformatie Oude Kerk

25

Bijlage 1 - Eindbrief vooroverleg

Retouradres: Postbus 112, 4190 CC Geldermalsen

JC van Kessel Architectuur De heer A.J. Sikkens Tielerweg 19

4191 NE Geldermalsen

Onderwerp:

Eindbrief vooroverleg Geachte heer Sikkens, Op 22 juni 2023 stuurde u ons een plan voor een vooroverleg over transformatie van voormalige kerk in startersappartementen op het adres Kerkstraat 21 in Tricht. Want u wilt weten hoeveel kans er is dat u dit plan kunt uitvoeren. Wij hebben uw plan beoordeeld. Deze beoordeling noemen wij een vooroverleg. Een vooroverleg is dus geen mondeling overleg. Het is onze beoordeling van uw plan, voordat u een melding doet of een vergunning aanvraagt. Hieronder leest u onze reactie en wat u kunt doen. Welke onderwerpen hebben we beoordeeld? We hebben de eerste versie van uw plan op de volgende onderwerpen beoordeeld: - Bestemmingsplan; - Welstand. Hieronder leest u per onderwerp ons oordeel. Bestemmingsplan Uw plan voldoet niet aan de regels van het bestemmingsplan “Geconsolideerde versie kern Tricht” met de enkelbestemming “Kantoor” en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 1”. De transformatie van een kantoor naar 6 appartementen met bergingen en parkeerplaatsen is in strijd met de enkelbestemming kantoor. Afwijken hiervan is mogelijk onder bijlage II artikel 4 onderdeel 9 van het Besluit omgevingsrecht.

BEZOEKADRES Kuipershof 2 - 4191 KH Geldermalsen POSTADRES Postbus 112 - 4190 CC Geldermalsen T 0345 - 72 88 00 – Post@odrivierenland.nl - www.westbetuwe.nl

Datum

$10 november 2023 Pagina

1 van 3 Ons kenmerk

ODR2308049 Uw kenmerk

Behandeld door

K. Ouburg

Gemeente West Betuwe

Wij hebben onderzocht of we voor uw plan een uitzondering kunnen maken en willen afwijken van het bestemmingsplan. Wij willen meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan onder de voorwaarden dat het parkeren voldoet aan het paraplubestemmingsplan “Parkeren”, dat er rekening gehouden wordt met de omgevingsfactoren waaronder geluid (er dient voldaan te worden aan het Bouwbesluit en aangetoond te worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft de omgevingsfactoren en er dient voldaan te worden aan de maximale koopprijs en huurgrenzen die de gemeente hanteert. Bedenk wel dat er extra kosten zijn indien u de activiteit “Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” nodig heeft. Welstand Uw plan voldoet aan de eisen van welstand. De welstandscommissie heeft uw plan op 9 november 2023 beoordeeld en heeft aangegeven dat het aangepaste plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Wet natuurbescherming Zorgt uw activiteit voor het schaden van beschermde natuur? Zorgt de bouw en/of het gebruik van uw bedrijf voor schade aan beschermde natuur? U heeft hier dan een vergunning voor nodig. Dat staat in de Wet natuurbescherming. Zo kan de bouw of het gebruik van uw bedrijf leiden tot het doden van beschermde plant- en diersoorten. Ook kan het gebruik leiden tot schadelijke neerslag van stikstof in een Natura 2000-gebied.

Schadelijke stikstof zit bijvoorbeeld in mest, kunstmest en uitlaatgassen. Het kan ook zitten in uitstoot van industrie. In het vooroverleg hebben we niet gekeken of de bouw en/of het gebruik van uw bedrijf zorgt voor schade aan beschermde natuur. U moet dat dus zelf laten beoordelen. Bijvoorbeeld door een ecologisch adviesbureau. Hoe vraagt u een omgevingsvergunning aan? Gaat u uw plan uitvoeren? Dan heeft u een omgevingsvergunning nodig. Lees hierboven of u de eerste versie van uw plan moet veranderen voor de vergunningsaanvraag. Op www.omgevingsloket.nl kunt u de omgevingsvergunning aanvragen voor uw definitieve plan. De volgende activiteiten moeten in de aanvraag aanwezig zijn: - Bouwen; - Handelen in strijd met ruimtelijke ordening. Uw aanvraag moet voldoen aan de eisen die staan in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Deze Mor vindt u via de volgende link: https://wetten.overheid.nl/BWBR0027471/2021-01-01. Wilt u het zaaknummer van het vooroverleg vermelden in uw aanvraag? U vindt dit zaaknummer bovenaan deze brief.

Pagina

2 van 3 Ons kenmerk

ODR2308049

Gemeente West Betuwe

Beoordelingskader Het vooroverleg is beoordeeld op de eerdere aangegeven onderwerpen. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt getoetst aan alle weigeringsgronden uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals onder andere het Bouwbesluit en de bouwverordening. Een toetsing aan het Bouwbesluit en de bouwverordening maakt geen deel uit van de beoordeling van het vooroverleg. Welke kosten betaalt u? U betaalt de kosten die wij maken om uw vooroverleg te behandelen. Hoeveel u moet betalen staat in de legesverordening van de gemeente. Zoek daarvoor op internet op ‘legesverordening’ en de naam van uw gemeente. U krijgt hiervoor binnenkort een factuur van gemeente West Betuwe. Vraagt u de omgevingsvergunning aan? Dan betaalt u ook kosten voor de omgevingsvergunning. Als u binnen een jaar na deze brief een aanvraag indient dan trekken we de kosten van deze beoordeling er vanaf. Nieuwsgierig naar het proces? Bent u nieuwsgierig naar het proces om een omgevingsvergunning aan te vragen? Dat hebben wij uitgelegd via een flyer. Deze flyer kunt u via onderstaande link bekijken: https://www.odrivierenland.nl/wpcontent/uploads/sites/7/2021/02/Flyer-proces-vergunningverleningBouw.pdf Bijlage De bijlage die hieronder staat hoort bij deze brief: - A22073 Kerk Tricht 20231017a.pdf Heeft u vragen? Heeft u vragen over deze brief? Bel dan met de heer K.

Ouburg, telefoonnummer 0345 - 72 88 00. Wilt u deze brief erbij houden als u belt? Dan kunnen wij u sneller helpen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe,

I. Hassankhan Teammanager vergunningverlening

Pagina

3 van 3 Ons kenmerk

ODR2308049

Bijlage 2 - Akoestiek railverkeerslawaai

Kerkstraat 21 te Tricht Akoestisch onderzoek - Railverkeerslawaai

Opdrachtnummer

: 18298-01

Document

: Rap-01

Status

: Concept

Datum

: 29 februari 2024

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

Opdrachtgever: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel Adviseur Bouwfysica: Ingenieursburo Ulehake Rossinistraat 40 Postbus 402 5340 AK Oss Tel. (0412) 63 49 45 www.ulehake.nl Contactpersoon: Ing. J.A.M. (Jur) Verdijk

(jurverdijk@ulehake.nl)

Pagina 2 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING

4

2.

WET- EN REGELGEVING

5

3.

UITGANGSPUNTEN

7

3.1.

REKENMETHODE

7

3.2.

MODELLERING

7

3.2.1. 3.2.2.

7 7

Invoergegevens Gegevens railverkeer

4.

BEREKENING EN TOETSING

8

4.1.

GELUIDAANDACHTGEBIED

8

4.2.

RESULTATEN

9

4.3.

MAATREGELEN

10

4.4.

BINNENNIVEAU

10

5.

CONCLUSIES

11

BIJLAGE I

OVERZICHT PLAN

12

BIJLAGE II

INVOERGEGEVENS GELUIDBELASTING

13

BIJLAGE III

BEREKENINGSRESULTATEN GELUIDBELASTING GEVEL

14

Pagina 3 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

1.

: 29 februari 2024

INLEIDING

In opdracht van BRO is een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai uitgevoerd. Men is voornemens het voormalig kerkgebouw aan de Kerkstraat 21 te Tricht te transformeren tot een zestal appartementen. In de bestaande situatie zijn er kantoorruimtes aanwezig. Daarnaast zal het aansluitende bijgebouw gesloopt moeten worden ten behoeve van parkeerplaatsen en bergingen. Het perceel bevindt zich binnen de geluidzone van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Utrecht. De geluidbelasting op de gevels van het gebouw, voortkomend uit het railverkeerslawaai, is bepaald volgens de voorschriften van de Omgevingswet met betrekking tot railverkeer. Figuur 1 geeft de planlocatie en nabij liggende spoorlijn weer.

Figuur 1: planlocatie

Pagina 4 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

2.

: 29 februari 2024

WET- EN REGELGEVING

Besluit Kwaliteit Leefomgeving artikel 3.18. (toepassingsbereik) Deze afdeling is van toepassing op het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Bij de toepassing van deze afdeling worden geluidgevoelige gebouwen in aanmerking genomen die: • zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; en • geheel of gedeeltelijk in een geluidaandachtsgebied liggen. In afwijking hiervan is deze afdeling niet van toepassing op het geluid: • op een geluidgevoelig gebouw dat op een industrieterrein ligt; of • op een niet-geluidgevoelige gevel. In afwijking hiervan wordt een geluidgevoelig gebouw dat op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar niet in aanmerking genomen. Besluit Kwaliteit Leefomgeving artikel 3.20. (geluidaandachtsgebied) Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in L den, bedoeld in artikel 5.87t. Besluit Kwaliteit Leefomgeving artikel 5.78t.

(hoofdregel toelaten van geluidgevoelig gebouw) Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, zoals weergegeven in tabel 1 Tabel 1: Standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen

Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lden

Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg, kan de basisgeluidemissie van die gemeenteweg worden gebaseerd op het geluid door die gemeenteweg en die lokale spoorweg gezamenlijk. Indien dit van toepassing is geldt voor het geluid door de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk de standaardwaarde voor gemeentewegen. Besluit Kwaliteit Leefomgeving artikel 5.78u. (overschrijding standaardwaarde) Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde zoals weergegeven in tabel 2, als: • • •

Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; De overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde zoals weergegeven in tabel 2.

Pagina 5 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

Tabel 2: Grenswaarde geluidgevoelige gebouwen

Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen

Grenswaarde 60 Lden 70 Lden 65 Lden 55 Lden 45 Lden

Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg, kan de basisgeluidemissie van die gemeenteweg worden gebaseerd op het geluid door die gemeenteweg en die lokale spoorweg gezamenlijk. Indien dit van toepassing is geldt voor het geluid door de gemeenteweg en de lokale spoorweg gezamenlijk de standaardwaarde voor gemeentewegen. Geluidbeperkende maatregelen als bovenstaand benoemd worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

Pagina 6 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

3.

UITGANGSPUNTEN

3.1.

REKENMETHODE

De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenpakket DGMR Geomilieu V2023.3. conform de rekenmethode Omgevingsregeling, railverkeer.

3.2.

MODELLERING

3.2.1.

Invoergegevens

Figuur 2 toont de modellering van de directe omgeving. De geluidbelastingen zijn vastgesteld op hoogtes van 1,5, 4,5 en 7,5 meter. Het bouwwerk is gemodelleerd met een geschatte goothoogte van circa 6 meter en een geschatte nokhoogte van circa 11 meter, vanwege het ontbreken van exacte gegevens. In de berekeningen is een bodemfactor van 0,3 (akoestisch variabel) gehanteerd als rekenparameter, met uitzondering van de gespecificeerde bodemgebieden. Deze bodemgebieden zijn gemodelleerd als akoestisch hard (bodemfactor 0,0) en akoestisch zacht (bodemfactor 1,0). De gespecificeerde gebieden omvatten wegen, verhardingen en groene oppervlakken. Voor de spoorweg is een bodemfactor van 1,0 conform tabel 2.3.g van de omgevingsregeling gehanteerd. Betreffende het railverkeerslawaai zijn alle relevante gegevens rechtstreeks verkregen uit het geluidregister spoor. Dit register bevat tevens informatie over alle bestaande en toekomstige geluidsschermen, evenals hoogtelijnen.

Figuur 2: situering en rekenpunten

3.2.2.

Gegevens railverkeer

De planlocatie valt binnen de invloedszone van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Utrecht. De informatie met betrekking tot deze spoorlijn is afkomstig uit het geluidregister spoor, uitgegeven door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In dit register zijn alle relevante kenmerken van de spoorwegen opgenomen. De specifieke kenmerken van het traject zijn beknopt samengevat in tabel 2 en 3. Alle invoergegevens met betrekking tot de baaneigenschappen op de locatie van het project zijn gedetailleerd beschreven in bijlage I. Deze gegevens omvatten intensiteiten en snelheden per dag-, avond- en nachtperiode.

Pagina 7 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

4.

BEREKENING EN TOETSING

4.1.

GELUIDAANDACHTGEBIED

Conform het Besluit Kwaliteit Leefomgeving artikel 3.20 dient een geluidaandachtsgebied worden berekend, de omvang van geluidaandachtsgebieden wordt bepaald op basis van berekeningen en beslaat het gebied waarbinnen de standaardwaarde mogelijk wordt overschreden. Het geluidaandachtsgebied wordt bepaald per geluidbronsoort, in dit geval betreft het de hoofdspoorweg ’sHertogenbosch-Utrecht. Het geluidsaandachtsgebied beslaat een contour die gelijk is aan de standaardwaarde van de bron waarvoor de berekening uitgevoerd wordt. In het geval van een hoofdspoorweg (met geluidproductieplafond) bedraagt deze standaardwaarde 55 dB. Het berekende geluidaandachtsgebied is weergegeven in figuur 3. Conform de bijgaande legenda betreft de rode zone het geluidaandachtsgebied met een contour van 55 dB, de planlocatie valt binnen de zone.

Planlocatie

[dB] Figuur 3: Geluidaandachtsgebied t.g.v. spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Utrecht

Pagina 8 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

4.2.

: 29 februari 2024

RESULTATEN

De resultaten van de berekeningen van de geluidbelasting railverkeerslawaai afkomstig van de spoorweg ’sHertogenbosch-Utrecht zijn samengevat in figuur 4 en tabel 3. Deze geluidbelastingen worden getoetst aan de standaard- en de grenswaarden zoals vastgesteld in overeenstemming met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.

Figuur 1: Berekende geluidbelasting van de gevel Tabel 5: Berekende geluidbelasting van de gevel Hoogte Waarneempunt Omschrijving [m] 1,5 RP_01 Westgevel 4,5 7,5 1,5 RP_02 Zuidgevel 4,5 7,5 1,5 RP_03 Zuidgevel 4,5 7,5 1,5 RP_04 Oostgevel 4,5 7,5 1,5 RP_05 Noordgevel 4,5 7,5

Lden [dB] 55 58 59 53 56 57 52 55 57 47 50 46 50 54 55

Standaardwaarde

Grenswaarde

55

65

55

65

55

65

55

65

55

65

Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van railverkeer afkomstig van de spoorlijn ’sHertogenbosch-Utrecht ter plaatse van de west- en zuidgevel boven de 4,5 meter de standaardwaarde overschrijdt, maar lager is dan de grenswaarde zoals gedefinieerd in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. De waarden die een overschrijding van de standaardwaarde veroorzaken zijn rood gemarkeerd.

Pagina 9 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

4.3.

: 29 februari 2024

MAATREGELEN

Er is een analyse uitgevoerd naar mogelijke maatregelen die kunnen worden genomen om te voldoen aan de standaardwaarde van 55 dB. Wegverkeerslawaai Bronmaatregelen Bij het implementeren van bronmaatregelen, zoals raildempers, is het mogelijk om de geluidbelasting veroorzaakt door railverkeer te verminderen. In het specifieke geval van de transformatie naar slechts een zestal appartementen, is het aanpassen van de spoorbaan niet doelmatig, gezien de aanzienlijke kosten die hiermee gepaard gaan. Maatregelen in de overdracht In de huidige situatie bevindt zich ter plaatse van de planlocatie een geluidscherm, echter overschrijdt de geluidbelasting de standaardwaarde. Het verdubbelen van de hoogte van het geluidscherm resulteert in een maximale geluidbelasting van 55 dB op de gevel van de planlocatie, waarmee wordt voldaan aan de standaardwaarde. Niettemin zijn de onderzochte maatregelen dusdanig ingrijpend op stedenbouwkundig en financieel gebied dat geconcludeerd kan worden dat deze niet doelmatig zijn.

4.4.

BINNENNIVEAU

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt eisen aan de karakteristieke geluidsisolatie van de gevel van een externe scheidingsconstructie in een woonfunctie. Deze karakteristieke geluidsisolatie van de gevel mag niet kleiner zijn dan het verschil tussen de hoogst toelaatbare waarde zoals opgenomen in het besluit en 33 dB. Bij het bepalen van de geluidsisolatie van de gevel moet rekening worden gehouden met de gezamenlijke geluidbelasting bepaald volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. In deze specifieke situatie resulteert dit in een hoogst berekende gezamenlijke geluidbelasting van 59 dB als gevolg van railverkeerslawaai van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Utrecht, die zal worden toegepast bij de berekening van de geluidsisolatie van de gevel. Deze berekening zal worden uitgevoerd aan de hand van de plattegrond en bouwtechnische principes van het project. Een gedetailleerde indeling en de vaststelling van de geluidsisolatie van de gevel zullen verder worden uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning, specifiek voor de bouwactiviteit.

Pagina 10 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

5.

: 29 februari 2024

CONCLUSIES

Men is voornemens het voormalig kerkgebouw aan de Kerkstraat 21 te Tricht te transformeren tot een zestal appartementen. In de bestaande situatie zijn er kantoorruimtes aanwezig. Daarnaast zal het aansluitende bijgebouw gesloopt moeten worden ten behoeve van parkeerplaatsen en bergingen. Het perceel bevindt zich binnen de geluidzone van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Utrecht. De geluidbelasting op de gevels van het gebouw, voortkomend uit het railverkeerslawaai, is bepaald volgens de voorschriften van de Omgevingswet met betrekking tot railverkeer. De geluidbelasting van de gevel mag volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving in het beginsel ten hoogste de standaardwaarde bedragen. Is de geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde maar niet hoger dan de grenswaarde dan kan erin worden voorzien dat de overschrijding van de standaardwaarde mag worden toegestaan, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De geluidbelasting van de gevel ten gevolge van railverkeerslawaai is berekend met behulp van Omgevingswet, railverkeer. Bij de berekeningen is uitgegaan van de situatie volgens bijlage I en de spoorweggegevens conform het Geluidregister. De hoogste berekende etmaalwaarde voor railverkeerslawaai is 59 dB. Dit betekent dat er voldaan wordt aan de grenswaarde maar dat de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde.

Er is onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarde, uit financieel en stedenbouwkundig oogpunt kan gesteld worden dat deze maatregelen niet doelmatig zijn. Een overschrijding van de standaardwaarde is alleen toegestaan indien in voldoende mate duidelijk wordt dat het binnenniveau voldoende laag is. De geluidwering van de gevel moet in een later stadium bepaald worden.

Ing. J.A.M. (Jur) Verdijk 29 februari 2024

Pagina 11 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

BIJLAGE I

OVERZICHT PLAN

Pagina 12 / 14

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

BIJLAGE II

INVOERGEGEVENS GELUIDBELASTING

3d-Modellering directe omgeving planlocatie

Pagina 13 / 14

Invoergegevens Model: Groep:

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer

Naam 1916867 1916868 1916872 1916862 1916870

Omschr. s:P76_09a s:P76_08 s:P76_09b s:P76_05c s:P76_07c

ISO_H -2,00 --1,50

ISO M. ------

Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

1916865 1916863 1916864 1916877 1916869

s:P76_07e s:p76_07a s:P76_06 s:P76_05a s:p76_07b

------

------

1916871 1916866 1916884 1916882 1916880

s:P76_07d s:P76_05b p:S108_1 p:S108_5 p:S108_3

1,50 -1,00 1,00 1,00

1916881 1916883 Kap

p:S108_4 p:S108_2

1,00 1,00 10,90

Namespace

LokaalID

Versie

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Zwevend Nee Nee Nee Ja Nee

Hoek 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Refl.L 63 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Nee Nee Nee Nee Nee

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

------

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

0 dB 0 dB 5 dB 5 dB 5 dB

Nee Ja Nee Nee Nee

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

--4,00

Eigen waarde Eigen waarde Relatief

5 dB 5 dB 0 dB

Nee Nee Nee

0,0 0,0 0,0

0,00 0,00 0,80

Invoer spoorbanen, geluidschermen en hoogtelijnen afkomstig uit

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:04:00

Invoergegevens Model: Groep:

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer

Naam 1916867 1916868 1916872 1916862 1916870

Refl.L 125 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.L 250 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.L 500 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.L 1k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.L 2k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.L 4k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.L 8k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 63 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 125 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

1916865 1916863 1916864 1916877 1916869

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

1916871 1916866 1916884 1916882 1916880

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

1916881 1916883 Kap

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:04:00

Invoergegevens Model: Groep:

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer

Naam 1916867 1916868 1916872 1916862 1916870

Refl.R 250 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 500 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 1k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 2k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 4k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Refl.R 8k 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Adiffr 63 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Adiffr 125 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Adiffr 250 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

1916865 1916863 1916864 1916877 1916869

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

1916871 1916866 1916884 1916882 1916880

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

1916881 1916883 Kap

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,00 0,00 0,80

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:04:00

Invoergegevens Model: Groep:

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer

Naam 1916867 1916868 1916872 1916862 1916870

Adiffr 500 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Adiffr 1k 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Adiffr 2k 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Adiffr 4k 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Adiffr 8k 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

1916865 1916863 1916864 1916877 1916869

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

1916871 1916866 1916884 1916882 1916880

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

1916881 1916883 Kap

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:04:00

Invoergegevens Model: Groep: Naam RP_01 RP_02 RP_03 RP_04 RP_05

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer Omschr.

Maaiveld 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Namespace

LokaalID

Versie

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

Hoogte D ------

Hoogte E ------

29-2-2024 11:04:00

Invoergegevens Model: Groep: Naam RP_01 RP_02 RP_03 RP_04 RP_05

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:04:00

Invoergegevens Model: Groep: Naam Groen1 Groen2 Groen3 Parkeer Hard1

Basismodel versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - Omgevingswet, railverkeer Omschr.

Namespace

LokaalID

Versie

Bf 1,00 1,00 1,00 0,00 0,00

Groen5 Groen6 Groen7 Hard4 Spoorweg

1,00 1,00 1,00 0,00 1,00

Hard Hard

0,00 0,00

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:04:00

Project

: Kerkstraat 21 te Tricht

Document : 18298-01 Datum

: 29 februari 2024

BIJLAGE III

BEREKENINGSRESULTATEN GELUIDBELASTING GEVEL

Pagina 14 / 14

Resultatentabel Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt RP_01_A RP_01_B RP_01_C RP_02_A RP_02_B

Resultatentabel Basismodel LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Omschrijving

Groep ------

X 146899,58 146899,58 146899,58 146902,42 146902,42

Y 433483,82 433483,82 433483,82 433478,58 433478,58

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Dag 52,0 55,0 56,6 50,1 53,3

Avond 51,3 54,2 55,8 49,4 52,5

Nacht 46,1 49,0 50,9 44,2 47,3

Lden 54,6 57,5 59,2 52,7 55,8

RP_02_C RP_03_A RP_03_B RP_03_C RP_04_A

------

146902,42 146912,73 146912,73 146912,73 146918,26

433478,58 433477,25 433477,25 433477,25 433481,20

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

54,8 49,8 52,6 54,0 44,0

54,0 49,1 51,9 53,2 43,4

49,0 43,8 46,7 48,2 38,1

57,4 52,3 55,1 56,6 46,6

RP_04_B RP_04_C RP_05_A RP_05_B RP_05_C

------

146918,26 146918,26 146903,75 146903,75 146903,75

433481,20 433481,20 433488,30 433488,30 433488,30

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

47,3 43,2 47,3 51,1 52,1

46,6 42,6 46,6 50,3 51,2

41,3 37,4 41,3 45,0 46,2

49,8 45,9 49,8 53,6 54,6

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

29-2-2024 11:59:05

Bijlage 3 - Verkennend bodemonderzoek

Milieupartner BV Slophoosweg 16 5491 XR Sint-Oedenrode T 0413 – 786 678 info@milieupartner.nl www.milieupartner.nl

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 21 te Tricht Gemeente Geldermalsen, sectie K, nummer 838 (ged.)

Opdrachtgever

:

Projectnummer Versienummer Plaats, datum Auteur

: : : :

BRO Mevrouw E. Zametica Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam 24.1003 1.0 Sint-Oedenrode, 19 maart 2024 Mevr. I. van Kessel

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ............................................................................................................................. 3 1.1 1.2

2

VOORONDERZOEK ................................................................................................................. 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11

3

GEGEVENS ONDERZOEKSLOCATIE...................................................................................................... 4 VOORMALIG EN HUIDIG GEBRUIK EN BEBOUWING ............................................................................... 5 TOEKOMSTIG GEBRUIK.................................................................................................................... 5 BODEMBEDREIGENDE ACTIVITEITEN .................................................................................................. 5 UITGEVOERDE BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................... 5 BODEMKWALITEITSKAART ............................................................................................................... 5 ASBEST ........................................................................................................................................ 6 PFAS .......................................................................................................................................... 6 LOCATIEBEZOEK............................................................................................................................. 6 REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ...........................................................................

6 ONDERZOEKSHYPOTHESE EN STRATEGIE ......................................................................................... 6

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................................ 7 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

4

UITGANGSPUNTEN VAN HET BODEMONDERZOEK ................................................................................ 3 INDELING VAN DE RAPPORTAGE........................................................................................................ 3

ONDERZOEKSMETHODE .................................................................................................................. 7 UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ..................................................................................................... 7 BODEMOPBOUW EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................ 8 BODEMNORMERING ...................................................................................................................... 8 TOETSINGSRESULTATEN .................................................................................................................. 9 INTERPRETATIE VAN DE ANALYSERESULTATEN ................................................................................... 10

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................. 11

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Situering in de regio Locatietekening Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater 5. Toetsingstabellen 6. Fotoblad 7. Omgevingsrapportage Gelderland

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 21 te Tricht, rapportnummer 24.1003

2

1

Inleiding

In opdracht van mevrouw E. Zametica van BRO te Amsterdam, heeft Milieupartner BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de kerk op het perceel Kerkstraat 21 te Tricht, kadastraal bekend onder gemeente Geldermalsen, sectie K, nummer 838 gedeeltelijk. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ter plaatse (realisatie 6 starters appartementen in kerk). Erkenning Milieupartner BV is voor de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ in het bezit van het procescertificaat met nummer EC-SIK-20304 afgegeven door Normec Certification B.V. Deze erkenning is van toepassing op de BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Onafhankelijkheid In deze context verklaart Milieupartner BV dat hij tot de opdrachtgever in geen andere relatie staat dan die van opdrachtnemer- opdrachtgever. In de veldwerkverklaring verklaren de veldwerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van het bodemonderzoek op de locatie, dat alle kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Deze verklaring is op verzoek in te zien of op te vragen.

1.1

Uitgangspunten van het bodemonderzoek

Hieronder zijn de uitgangspunten van het verkennend bodemonderzoek genoemd. • Het vooronderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm 5725 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” (NEN 5725 uit 2017). • Het bodemonderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” (NEN 5740 uit 2023). • Het onderzoek moet een relatie leggen tussen de oorza(a)k(en)/bron(nen) en de eventueel aangetoonde verontreiniging aan de hand van de historische en actuele gegevens. • Het bodemonderzoek, de monsterneming en de rapportage zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 (2018).

1.2

Indeling van de rapportage

Het bodemonderzoek bestaat uit vier hoofdstukken. Het vooronderzoek dat omschreven is in hoofdstuk 2 omvat historische en actuele locatiegegevens en gegevens van (voorgaande) bodemonderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie of aangrenzende terreinen. Verder worden in het vooronderzoek de regionale bodemopbouw en geohydrologie, de onderzoekshypothese en -strategie beschreven. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 4.

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 21 te Tricht, rapportnummer 24.1003

3

2

Vooronderzoek

Het standaard vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door middel van: • een inspectie van de onderzoekslocatie: op 25 januari 2024 uitgevoerd door de heer D.K.J. van de Giessen (voorafgaand aan het veldwerk); • Omgevingsrapportage Gelderland; • het interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten; • informatie van de opdrachtgever/voorgaand onderzoek.

2.1

Gegevens onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie is gelegen op het perceel Kerkstraat 21 te Tricht en staat kadastraal bekend onder gemeente Geldermalsen, sectie K, nummer 838 (ged.). Het perceel heeft een totale oppervlakte van 585 m² waarvan circa 300 m² bebouwd is met een kerk met aanbouw. De aanbouw zal gesloopt gaan worden. In de kerk zijn momenteel kantoren gevestigd. Na de bestemmingsplanwijziging zullen in de kerk 6 startersappartementen gerealiseerd gaan worden. De onderzoekslocatie is weergegeven in onderstaande figuur 1. De ligging van de onderzoekslocatie in de regio is opgenomen als bijlage 1. De situatietekening is opgenomen als bijlage 2. Figuur 1: Onderzoekslocatie op luchtfoto

Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 21 te Tricht, rapportnummer 24.1003

4

2.2

Voormalig en huidig gebruik en bebouwing

De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Tricht. Vanaf circa 1965 is de bebouwing (op basis van de Basisregistratie Adressen en Gebouw is het bouwjaar 1965) op de topografische kaarten zichtbaar. De huidige bebouwing betreft een verblijfsobject, met gebruiksdoel industrie-, kantooren/of winkelfunctie. Vanaf 1980 (op basis van de BAG bouwjaar 1980) is het aangrenzende pand (huisnummer 23) zichtbaar. Dit pand betreft een woning met tuin. Op basis van de gegevens uit de omgevingsrapportage Provincie Gelderland blijkt dat op het adres Kerkstraat 21 vanaf 1984 een drukkerij (algemeen) en kledingindustrie aanwezig is geweest. Blijkens deze rapportage is op onderhavige locatie geen sprake (geweest) van onder- en/of bovengrondse opslagtanks.

2.3

Toekomstig gebruik

Men is voornemens de huidige bestemming te wijzigen naar een woonbestemming voor de realisatie van zes startersappartementen.

2.4

Bodembedreigende activiteiten

Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Niet uitgesloten kan worden dat ter plaatse in het verleden een (huisbrand)olietank aanwezig is geweest.

2.5

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Op de onderzoekslocatie Kerkstraat 21 te Tricht is, in 1995, een indicatief bodemonderzoek [NVN5740, d.d. 1 augustus 1995] uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is niet beschikbaar (zowel niet bij de Provincie Gelderland, de gemeente West Betuwe als de omgevingsdienst Rivierenland). In de omgevingsrapportage en in de bodeminfo viewer van omgevingsdienst Rivierenland is geconcludeerd dat de locatie “niet ernstig, licht tot matig verontreinigd” is. In de omgeving van onderhavige onderzoekslocatie is, ter plaatse van het perceel Kerkstraat 17 (ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie), in 1996 is een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd [Chemielinco B.V., d.d. 19 december 1996]. De rapportage van dit onderzoek is niet beschikbaar (zowel niet bij de Provincie Gelderland, de gemeente West Betuwe als de omgevingsdienst Rivierenland). In de omgevingsrapportage en in de bodeminfo viewer van omgevingsdienst Rivierenland is geconcludeerd dat de locatie “voldoende is onderzocht” en “potentieel verontreinigd” is. Ter plaatse van het perceel Kerkstraat 19 (ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie), is in 1996 een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd [d.d. 18 maart 1996]. De rapportage van dit onderzoek is niet beschikbaar (zowel niet bij de Provincie Gelderland, de gemeente West Betuwe als de omgevingsdienst Rivierenland).

In de omgevingsrapportage en in de bodeminfo viewer van omgevingsdienst Rivierenland is geconcludeerd dat de locatie “potentieel ernstig en urgent” is.

2.6

Bodemkwaliteitskaart

Op basis van de Nota bodembeheer Regio Rivierenland [CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., projectcode 09K083, d.d. 6 oktober 2011] blijkt dat de locatie valt binnen de bodemkwaliteitszone “Wonen voor 1950 - II”, bodemfunctieklasse Wonen. De bodemkwaliteit (ter plaatse van onverdachte locaties) voldoet aan de klasse wonen.In 2020 is de PFAS verwachting in de bodemkwaliteitskaart en de Nota bodembeheer verwerkt. Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 21 te Tricht, rapportnummer 24.1003

5

Hieruit blijkt dat de bovengrond ter plaatse voor PFAS voldoet aan de landelijke achtergrondwaarde landbouw/natuur.

2.7

Asbest

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, in het verleden geen bedrijven gevestigd geweest die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben geproduceerd of verwerkt. Tevens is niets bekend over stortingen, dempingen of ophogingen met asbesthoudende materialen en/of – buizen in de grond evenals asbestverwerking ter plaatse of calamiteiten waarbij asbesthoudende materialen vrij zijn gekomen. De bebouwing op het perceel is gerealiseerd in 1965. Het pand bestaat uit baksteen en is voorzien van dakpannen en dakleer.

2.8

PFAS

Op 8 juli 2019 de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Indien grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd, dient er een aanvullend onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX in de verdachte grondlagen (0,0-1,0 m-mv).

2.9

Locatiebezoek

Op 25 januari 2024 is, voor de start van de veldwerkzaamheden, een locatiebezoek uitgevoerd door de heer D.K.J. (Didier) van de Giessen van Milieupartner BV. Hierbij is een leiding in de buitenmuur van de kerk waargenomen. Zowel inpandig als uitpandig is echter geen olietank aangetroffen. Niet aantoonbaar is dat de leiding samenhangt met een mogelijke olietank.

2.10

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De regionale geohydrologische bodemopbouw is overgenomen uit gegevens van de Rijksgeologische Dienst en TNO. Deze opbouw is weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1: Bodemopbouw Bodemopbouw deklaag

1e watervoerende pakket

Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, Holocene afzettingen lokaal schelphoudend; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig. Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; Formatie van Kreftenheye grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus

0 - 8 m-mv

8 - 25 m-mv

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). Op basis van de beschikbare gegevens wordt ingeschat dat de stromingsrichting van het grond water overwegend noordwestelijk gericht is. De freatische grondwaterstand wordt verwacht op een diepte van circa 3 meter -mv. De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

2.11

Onderzoekshypothese en strategie

Uit de resultaten van het vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie onverdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Derhalve is, conform de Nederlandse Norm 5740 (NEN5740), ter plaatse van het toekomstige plangebied de strategie ‘onverdachte locatie (ONV)’ gehanteerd. Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 21 te Tricht, rapportnummer 24.1003

6

3

Verkennend bodemonderzoek

De veldwerkzaamheden zijn op 25 januari 2024 en op 8 maart 2024 uitgevoerd door de heer D.K.J. (Didier) van de Giessen en de heer R.P.W.M. van Galen, beide bij Bodemplus erkend veldwerker en medewerker van Milieupartner BV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/676/documents/16600