CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-121-Bijlage-Motivering-Oude-Kerk-Tricht.pdf

Gemeenteraad 29 oktober 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 7: Adviesrecht inzake omgevingsvergunning Kerkstraat 21 Tricht26.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transformatie Oude Kerk Kerkstraat 21 Tricht, gemeente West Betuwe Definitief

Transformatie Oude Kerk

1

colofon

projectnaam Transformatie Oude Kerk datum 11 september 2024 projectnummer A22073 / P07153 opdrachtgever J.C. van Kessel BRO projectleider CVe projectteam EZa bron kaft BRO review Cve

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Transformatie Oude Kerk

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 5 5 6

4.4

4.5

Projectvoornemen

7

2.1 2.2

7 7

4.6

Beleidskaders

10

4.7

3.1

Rijksbeleid

10

3.1.1 3.1.2

10 10

3.2

3.3 3.4

4

Aanleiding Projectgebied Vigerend (tijdelijk) omgevingsplan Procedure Leeswijzer

4.3.1 4.3.2 4.3.3

Huidige situatie projectgebied Toekomstige situatie projectgebied

Nationale Omgevingsvisie Instructieregels Rijk

Provinciaal beleid

11

3.2.1 3.2.2 3.2.3

11 11 11

Omgevingsvisie Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Actieplan Wonen 2020-2025

Regionaal beleid

12

3.3.1

12

Waterschapsverordening waterschap Rivierenland

4.8

4.9

Toetsingskader Toetsing Conclusie

14 14 15

Akoestiek | Railverkeerslawaai

15

4.4.1 4.4.2 4.4.3

15 15 16

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Archeologie

16

4.5.1 4.5.2 4.5.3

16 16 16

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Bezonning

16

4.6.1 4.6.2 4.6.3

16 16 17

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Bodem

17

4.7.1 4.7.2 4.7.3

17 17 17

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Cultuurhistorie

17

4.8.1 4.8.2 4.8.3

17 17 18

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Duurzaamheid

18

4.9.1 4.9.2 4.9.3

18 18 18

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Gemeentelijk beleid

12

3.4.1 3.4.2

12 12

4.10 Geur

Milieuaspecten

13

4.10.1 4.10.2 4.10.3

4.1

Milieueffectrapportage

13

4.11 Gezondheid

18

4.1.1 4.1.2 4.1.3

13 13 13

4.11.1 4.11.2 4.11.3

18 19 19

4.2

4.3

Omgevingsvisie West Betuwe Woonvisie 2020-2030

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Toetsingskader Toetsing Conclusie Toetsingskader Toetsing Conclusie

13

4.2.1 4.2.2 4.2.3

13 13 14

4.12.1 4.12.2 4.12.3

14

4.13 Luchtkwaliteit

Activiteiten en milieuzonering

Transformatie Oude Kerk

4.12 Ladder voor Duurzame Verstedelijking Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.14.1 4.14.2 4.14.3 4.14.4 4.14.5 4.14.6

Toetsingskader Natura 2000-gebieden Toetsing Conclusie Toetsingskader Flora en fauna Toetsing Conclusie

4.15 Omgevingsveiligheid 4.15.1 4.15.2 4.15.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.16 Trilling 4.16.1 4.16.2 4.16.3 4.17.1 4.17.2 4.17.3

5

19 20 20

20 20 20 20 20 21 21

21 21 22 22

22 Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.17 Weging van het waterbelang Toetsingskader Toetsing Conclusie

22 22 22

22 22 23 24

4.18 Welstand

24

4.18.1 4.18.2 4.18.3

24 24 24

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.19 Windhinder

24

4.19.1 4.19.2 4.19.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

24 24 24

Financiële en maatschappelijke verantwoording

25

5.1

Financiële verantwoording

25

5.1.1 5.1.2

25 25

18 18 18

19 19 19 19

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.14 Natuur en landschap

18

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.13.1 4.13.2 4.13.3

5.2

Financieel-economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal

Participatie/Omgevingsdialoog

25

19

3

Bijlage 1 - Eindbrief vooroverleg Bijlage 2 - Akoestiek railverkeerslawaai Bijlage 3 - Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4 - Aerius berekening Bijlage 5 - Flora en fauna quickscan Bijlage 6 - Omgevingsveiligheid Bijlage 7 - Trillingenonderzoek

Bijlage 8 - Weging van het Waterbelang

Transformatie Oude Kerk

4

1

Inleiding

plan van gemeente West Betuwe. Op het projectgebied berust enkelbe-

1.1

Aanleiding

voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

stemming ‘Kantoor’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. De

Oude Kerk Vastgoed B.V. (hierna: initiatiefnemer) is voornemens het

kantoren;

voormalig kerkgebouw aan de Kerkstraat 21 in Tricht, gemeente West

openbare nutsvoorzieningen.

Betuwe te transformeren in een zestal starters-appartementen. In de huidige situatie zijn er kantoorruimtes aanwezig. Daarnaast zal het aan-

Woningen, inclusief bedrijfswoningen, zijn op dergelijke gronden niet

sluitende bijgebouw gesloopt worden ten behoeve van parkeerplaatsen

toegestaan. De (algemene) afwijkingsregels bieden geen uitkomst om

en bergingen. De transformatie van een kantoor naar 6 appartementen

binnenplans te kunnen afwijken. Derhalve zal buitenplans afgeweken

met bergingen en parkeerplaatsen is in strijd met het omgevingsplan. Af-

moeten worden van de vigerende planologische kaders.

wijken hiervan is mogelijk middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa)-procedure onder de Omgevingswet. Het initiatief is beoor-

Ter plaatse is ook het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’ (d.d. 30

deeld tijdens een vooroverleg. De gemeente West Betuwe heeft aange-

juni 2020) vigerend. Het ‘Veegplan Archeologie West Betuwe’ heeft ten

geven bereid te zijn om onder voorwaarden mee te werken aan de afwij-

tijde van voorgenomen aanvraag de status ‘ontwerp’.

king. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de bijgevoegde eindbrief. In de voorliggende motivering wordt aangetoond dat aan deze voorwaar-

1.4 Figuur 1.1:

Globale ligging projectgebied

den is voldaan en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van

Procedure

Aan initiatieven die niet rechtstreeks passen in het omgevingsplan en

functies aan locaties (‘etfal’).

waarvoor het omgevingsplan ook geen (toereikende) afwijkmogelijkhe-

1.2

vigerende planologische kaders. Een bopa is een omgevingsvergunning

den bevat, kan middels een bopa-procedure afgeweken worden van de

Projectgebied

Het projectgebied staat kadastraal bekend als perceelnummer 838, sectie K, gemeente West Betuwe/ Geldermalsen. Het perceel is 585 m²

voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’. Op basis van een aan-

groot. Het kerkgebouw is in een gemengd gebied gelegen. Aan de west-

deze vergunning kan worden verleend. Onderhavig initiatief voldoet aan

zijde is een restaurant gelegen. Aan de zuidkant is tevens een restau-

deze voorwaarde.

vraag die voldoende concreet en afgebakend is, wordt beoordeeld of

rant gesitueerd. Ten oosten passeren de spoorlijnen Lunetten – Geldermalsen en Dordrecht – Geldermalsen. Aan de noordkant zijn woningen

De bopa volgt in de basis de reguliere procedure. De beslistermijn voor

gesitueerd.

de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Het

1.3

Vigerend (tijdelijk) omgevingsplan

is mogelijk om – zonder wettelijke verplichting – de uitgebreid procedure

Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan “Geconso-

(UOV) toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld op verzoek of met instemming

lideerde versie kern Tricht” (geconsolideerd op 27 maart 2017), dat per

van de aanvrager. Het bevoegd gezag kan ook de UOV van toepassing

1 januari 2024 deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevings-

verklaren bij een bopa als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan ‘ Geconsolideerde versie Kern Tricht 2013’ met globale aanduiding projectgebied in het rood

Transformatie Oude Kerk

Figuur 2: <Omschrijving>

5

naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Hier is bij onderhavig initiatief geen sprake van.

1.5

Leeswijzer

De voorliggende ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving, waarbij wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 bevat een toetsing aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. In het laatste hoofdstuk wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze ruimtelijke motivering gevoegd.

Transformatie Oude Kerk

6

2

Projectvoornemen

2.1

Huidige situatie projectgebied

Momenteel is op het projectgebied een voormalig kerkgebouw gesitueerd. Het kerkgebouw is in 1934 gebouwd en was tot 1969 door de Gereformeerde Gemeente in gebruik. Tegenwoordig wordt het voormalige kerkgebouw als bedrijfsruimte gebruikt. Figuur 2.1 geeft een impressie van het gebouw in de huidige situatie.

2.2

Toekomstige situatie projectgebied

Het voorgenomen plan is het kerkgebouw met kantoorfunctie te transformeren in een zestal appartementen. Iedere woning bestaat uit tenminste twee kamers. De woningen worden georiënteerd op het zuiden. Aan de noordzijde zijn geen verblijfsruimten, doordat hier de ramen op de erfgrens zitten. De woningen worden ontsloten door middel van een portiekontsluiting, die twee woningen per etage ontsluit. Deze kleine woningen zijn met name geschikt voor starters en ouderen in het betaalbare

Figuur 2.1:

Huidige situatie projectgebied

Figuur 2.3:

Nieuwe situatie projectgebied

Figuur 2.2:

Doorsnede nieuwe situatie

Figuur 2.4:

Impressie voorgevel nieuwe situatie

en middensegment.

Transformatie Oude Kerk

7

Parkeergelegenheid Het aansluitende bijgebouw aan de westkant zal worden gesloopt ten behoeve van parkeerplaatsen en bergingen. Hiermee wordt op eigen terrein 8 parkeergelegenheden, waarvan 1 op halfverharding, gerealiseerd. Ook zal er gebruik gemaakt mogen worden van de bestaande parkeerplekken van de buren. Ten slotte, worden er 6 bergingen toegevoegd op eigen terrein. Duurzaamheid Graag wordt verwezen naar paragraaf 4.9 van dit document.

Figuur 2.5: Schetsontwerp

Transformatie Oude Kerk

8

Figuur 2.6: Plattegrond appartementen nieuwe situatie

Transformatie Oude Kerk

9

3

Beleidskaders

Drie afwegingsprincipes

hun leven. Het toevoegen van levensloopbestendige woningen in lande-

Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen:

lijk gebied sluit daarmee goed aan op de ambitie van het Rijk.

3.1

Rijksbeleid

(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig behe-

3.1.2

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langeter-

ren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling

Om rijksbeleid te borgen zijn er in het Bkl instructieregels opgenomen

mijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Ne-

van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies en locaties (af-

derland. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgeno-

elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter,

deling 5.1). Aan deze instructieregels dient getoetst te worden. Het gaat

men. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en

gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer sa-

om het waarborgen van de volgende hoofdonderwerpen:

Ruimte (2012). De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambi-

men en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze

voldoen aan de Dienstenrichtlijn (paragraaf 5.1.1);

ties. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving

twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijk-

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);

en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in

soortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);

feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte

benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal af-wegingsprinci-

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder

ontwikkelingen.

pes geformuleerd:

instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid

1. Combineren boven enkelvoudig;

en geur en bodemkwaliteit;

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de

2. Kenmerken & identiteit;

langetermijnvisie in beeld. Een centraal aspect van de NOVI is de focus

3. Afwentelen voorkomen.

Instructieregels Rijk

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;

op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraag-

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verant-

stukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstuk-

woordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opga-

ken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

ven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzie-

nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De

ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7),

Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen

NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch

waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-

samen in vier prioriteiten:

weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid

voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,

1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, ge-

aanwijzing van woningbouwcategorieën;

2. duurzaam economisch groeipotentieel;

meenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in

3. sterke en gezonde steden en regio’s;

veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar wor-

Doorwerking projectgebied

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoe-

den aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is,

Het projectvoornemen sluit goed aan op de laatste genoemde prioriteit,

fening van taken voor de fysieke leefomgeving. Relevant zijn hier regels

over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet.

namelijk ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’.

voor het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van

Voorgenomen initiatief voorziet in de toevoeging van 6 kleine apparte-

spoorwegen en rijkswegen.

menten die geschikt zijn voor starters en/of ouderen. Op deze manier zijn de woningen geschikt voor doelgroepen in verschillende fases van

Transformatie Oude Kerk

10

Doorwerking projectgebied

6. Vestigingsklimaat;

het gebied van biodiversiteit, natuur, landschap, milieu, provinciale we-

De toets aan de meeste regels (waaronder de Ladder voor duurzame

7. Woon- en leefomgeving.

gen, water (met name grond- en zwemwater), cultureel erfgoed, wonen

verstedelijking) is opgenomen in de verschillende paragrafen van hoofdstuk 4, waarin alle omgevingsaspecten aan de orde komen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een middellange en lange termijnvisie, waarin Provincie Gelderland benoemt wat voor Gelderland van waarde is en wat zij wil beschermen, terwijl ook richting gegeven wordt aan wat de provincie wil en moet veranderen richting 2050. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 vastgesteld door Provinciale Staten en vervangt de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018.

en ruimte. Doorwerking projectgebied Het projectvoornemen betreft de transformatie van kantoorruimtes naar 6

Doorwerking projectgebied

kleine woningen in het betaalbare middensegment. Dit projectvoornemen

Het projectgebied beschikt over de volgende gebiedsaanduidingen van

valt onder de ambitie ‘Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duur-

de omgevingsverordening: ‘Gelderse streek Betuwe en Tielerwaard’,

zaam’. Volgens provincie Gelderland staat een goede balans tussen de

‘glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied’, ‘min-

vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop,

der kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied’, ‘peilbesluitgebied’ en

ook voor specifieke doelgroepen. De doelstelling is voor ieder een pas-

‘werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland’.

sende, duurzame woning te vinden. Van belang is dat de bestaande bebouwde omgeving optimaal benut wordt. Gezien het projectvoornemen

Bovengenoemde aanduidingen zijn voor voorgenomen initiatief niet van

de transformatie van de bestaande oude kerk met kantoorfunctie betreft

toepassing.

en het voorziet in de realisatie van woningen waar een grote vraag naar

Vanuit het Gelderse rijke verleden en het heden werkt Provincie Gelder-

is, sluit het projectvoornemen aan bij de omgevingsvisie van de provincie

3.2.3

Gelderland.

Actieplan Wonen 2020-2025 is opgesteld in maart 2020. Het plan adres-

land aan de toekomst. Een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelder-

Actieplan Wonen 2020-2025

seert de urgente behoefte aan meer dan 80.000 nieuwe woningen tot

land. De provincie voegt als volgt waarde toe:

3.2.2

1. De provincie heeft een brede blik op de inrichting en kwaliteit van de

De nieuwe Omgevingsverordening Gelderland geldt per 1 mei 2024. De

en de versnelling van de woningbouw. Het plan stelt drie doelen voor:

Gelderse leefomgeving.

Omgevingsverordening Gelderland

2030, met een focus op betaalbare woningen voor diverse doelgroepen

omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de

de versnelling van de woningbouw, het verhogen van het aantal betaal-

2. De provincie ontwikkelt en beschermt.

provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de omge-

bare woningen, en het toevoegen van meer flexibele woonvormen. Het

3. De provincie focust op een duurzaam, verbonden en economisch

vingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten op-

belang van samenwerking met gemeenten, regio’s, woningcorporaties,

zichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus be-

bouwers en ontwikkelaars wordt benadrukt om flexibel en aanpasbaar te

leidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om

zijn aan veranderende omstandigheden.

krachtig Gelderland. De focus is op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gel-

de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot

derland. De provincie wil en kan daar van toegevoegde waarde zijn,

die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels

Doorwerking projectgebied

door zeven met elkaar samenhangende ambities na te streven waarbij

noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering

Voorgenomen projectvoornemen betreft de realisatie van 6 woningen in

het verschil gemaakt kan worden voor een schoon, gezond, veilig en

te geven aan wettelijke verplichtingen.

het betaalbare middensegment. Het initiatie hiermee aan bij de doelstel-

welvarend Gelderland:

ling van het verhogen van het aantal betaalbare woningen.

1. Energietransitie;

De omgevingsverordening richt zich net zo breed als de omgevingsvisie

2. Klimaatadaptatie;

op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat

3. Circulaire economie;

vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving op-

4. Biodiversiteit;

genomen zijn in de omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op

5. Bereikbaarheid;

Transformatie Oude Kerk

11

3.3

Regionaal beleid

dient als kompas voor beleidsmakers en biedt een inspirerend kader

Doorwerking projectgebied

3.3.1

Waterschapsverordening waterschap Rivierenland

voor toekomstige ontwikkelingen, waarbij de nadruk ligt op samenwer-

Voorgenomen initiatief voegt 6 kleine en betaalbare woningen toe bin-

De waterschapsverordening is van toepassing op het beheergebied van

king, duurzaamheid en het behoud van de unieke kwaliteiten van West

nen bestaande bebouwing. Het beoogde woningaanbod sluit goed aan

Waterschap Rivierenland. De regels in de waterschapsverordening zijn

Betuwe.

bij de behoeften van de bewoners, met name onder de doelgroepen

gericht op:

starters, senioren en andere kleine huishoudens. Bovendien beschermt

1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste en de gevolgen daarvan; 2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem;

Doorwerking projectgebied

de ontwikkeling de unieke dorpse kwaliteiten van Tricht, doordat het en-

Gemeente West Betuwe vindt dat nieuwe plannen bij moeten dragen

kel een functiewijziging betreft van de oude kerk. Hiermee wordt het

aan de diversiteit van de woningvoorraad. De gemeente telt nu relatief

oude kerkgebouw gewaarborgd gebleven. Dit is in lijn met de leidende

veel grotere, grondgebonden gezinswoningen. In de toekomst zullen er

principes van de woonvisie.

3. het vervullen van maatschappelijke functies door het watersysteem;

meer kleine huishoudens bijkomen. Derhalve zullen er meer kleinere

4. het beschermen en verbeteren van de doelmatige werking van een

woningen bijgebouwd moeten worden. Voorgenomen initiatief voorziet

zuiveringtechnisch werk; 5. het voorkomen of beperken van verontreiniging van het grondwater

hierin. Hiermee is het initiatief in lijn met de omgevingsvisie van gemeente West Betuwe.

of een oppervlaktewaterlichaam; 6. het beschermen van de staat en werking van een weg voor nadelige

3.4.2

Woonvisie 2020-2030

gevolgen van activiteiten op of rond die weg. Hieronder valt ook het

Op 15 december 2020 is de Woonvisie 2020 – 2030 vastgesteld. De

verruimen of veranderen van die weg.

Woonvisie West Betuwe richt zich op het creëren van een toekomstbestendige woningmarkt voor de komende 10 jaar, waarbij de unieke land-

Doorwerking projectgebied

schappelijke kwaliteiten en het dorpse karakter van de gemeente en

De beoogde woningen worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing

haar 26 kernen behouden blijven. Het beleid streeft naar een evenwich-

en veroorzaken geen nieuwe significante effecten op het beheergebied

tige ontwikkeling in alle kernen, met een focus op grondgebonden wo-

van Waterschap Rivierenland.

ningen en ruime opzet van woongebieden. Er wordt ingezet op een wo-

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie West Betuwe

De Omgevingsvisie van West Betuwe, vastgesteld in januari 2022, is een toekomstgerichte leidraad voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2040. Deze visie, ontstaan uit co-creatie met inwoners, ondernemers, en ketenpartners, benadrukt de kernwaarden en identiteit van de regio en zet in op strategische opgaven zoals een gezonde leefomgeving, wonen, mobiliteit, economie, landbouw, energie, klimaat, en recreatie. Met een participatieve aanpak en de ‘Ja-mits-benadering’ stimuleert de visie lokale initiatieven, terwijl het ook ruimte biedt voor lokaal maatwerk binnen de kaders van de nieuwe Omgevingswet. De visie

Transformatie Oude Kerk

ningaanbod dat aansluit bij de behoeften van de bewoners, met speciale aandacht voor senioren en kleine huishoudens Bij de realisatie van de woonvisie worden de volgende leidende principes gehanteerd: 1. Het beschermen van de unieke landschappelijke kwaliteiten en het dorpse karakter van West Betuwe en haar 26 kernen. 2. Voor elke inwoner is een passende woning haalbaar en betaalbaar. 3. Ieder kan gezond en veilig wonen. 4. Woningbouw is mogelijk in elke kern, passend bij de aard en schaal van de kern. Extra groei krijgt de ruimte in de A2-corridor.

12

Milieuaspecten

4.1.3

Het aspect ’Milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor onder-

Autoparkeren

4.1

Milieueffectrapportage

havig projectvoornemen.

Voor het onderdeel parkeren wordt het ‘Paraplubestemmingsplan Parke-

4.1.1

Toetsingskader

4.2

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

4.2.1

Toetsingskader

4

Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de mer-(beoorde-

Conclusie

Parkeren

In verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet bij het toelaten van een nieuwe functie worden aangetoond of sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag geen onaanvaardbaar effect op de fysieke leefomgeving optreden.

lings)plicht geldt. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoor-

ren 2019’ (vastgesteld 30 juni 2020) gehanteerd. Voor de te hanteren parkeernormen verwijst het bestemmingsplan door naar de meest recente parkeerkencijfers van het CROW, publicatie 744, Parkeerkencijfers 2024, Basis voor parkeernormering. Op basis van de omgevingsadressendichtheid wordt het overig grondgebied van de gemeente West Betuwe waar Tricht tot behoort ingedeeld in ‘niet stedelijk’ gebied. Alle locaties binnen de bebouwde kommen van de gemeente, met uitzondering van de kernen Geldermalsen en Beesd, behoren tot de ‘rest bebouwde kom’. De gemeente West Betuwe kiest ervoor om de maximale

delingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project

4.2.2

voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders

Verkeer

geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden

Voor het berekenen van de toekomstige verkeersgeneratie wordt ge-

staan.

bruikt gemaakt van de CROW kencijfers, publicatie 381. Aan de hand

De beoogde woningen zullen in het betaalbare/middensegment vallen.

van de omgevingsadressendichtheid wordt de gemeente West Betuwe

De parkeerbehoefte wordt daarom berekend op basis van de parkeer-

Toetsing

parkeernorm te gebruiken.

normen van ‘huur, appartement, sociale huur’. Tabel 4.2 toont dat – uit-

Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aan-

geclassificeerd als ‘niet stedelijk’ gebied. Het projectgebied is gelegen in

zienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd ge-

Tricht, dat behoort tot ‘rest bebouwde kom’. Tabel 4.1 toont dat de toe-

gaande van het maximum – dergelijke woningen gelegen in niet stede-

zag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met:

komstige verkeersgeneratie 27 motorvoertuigen per etmaal bedraagt.

lijk gebied, rest bebouwde kom een parkeernorm hebben die afhankelijk is van de oppervlakte van de woning. Afgerond bedraagt de parkeerbe-

a. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles

Tabel 4.1: Toekomstige verkeersgeneratie projectgebied

hoefte van de beoogde situatie 8 parkeerplekken.

of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het

Verkeersgeneratie

Aantal

Totaal

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-

4,5 per woning

6 woningen

27

gen. Uitgegaan is van de maximale norm. Mogelijkerwijs valt de werkelijke 4.1.2

Toetsing

verkeersgeneratie lager uit dan de berekening. Gezien de geringe toe-

Met dit projectvoornemen worden woningen mogelijk gemaakt binnen

name in verkeersbewegingen is de verwachting dat de bestaande we-

bestaand stedelijk gebied en het projectgebied heeft de bestemming

gen, met name de Kerkstraat, de toekomstige verkeersgeneratie af-

‘Kantoor’. Het betreft daarnaast geen activiteit dat voorkomt in Bijlage V

doende kunnen opvangen. Er worden geen belemmeringen verwacht

van het Omgevingsbesluit. Gelet op de aard van het projectvoornemen

vanuit de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid.

hoeft er geen mer-beoordeling plaats te vinden.

Transformatie Oude Kerk

Tabel 4.2: Parkeernormen nieuwe situatie projectgebied

Type woning

Aantal

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

appartementen < 75 m2

3

1,3

3,9

appartementen <75-100 m2

1

1,3

1,3

appartementen < 75 m2 , sociale huur

2

1,2

2,4

13

Op eigen terrein worden 8 parkeerplekken gerealiseerd, waarvan 1 op

voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met

en leefklimaat bij het projectgebied. En dat beoogde ontwikkeling geen

halfverharding, zie figuur 2.5. Hiermee wordt de parkeerbehoefte volle-

gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het mi-

belemmering vormt in de bedrijfsvoering van omliggende functies.

dig opgevangen.

lieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activi-

De VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' is ten tijde van on-

teiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte

derhavige indiening nog niet definitief. Derhalve wordt gebruik gemaakt

term ‘milieubelastende activiteiten’.

van de ‘oude’ bekende uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Ta-

Fietsparkeren Het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’ (vastgesteld 30 juni 2020)

bel 4.3 toont de geldende richtafstanden op basis van de Handreiking uit

maakt geen verwijzing naar normen voor fietsparkeren. Aan de hand

Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of

2009. De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige

hiervan wordt uitgegaan dat in de gemeente West Betuwe geen fietspar-

mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus

woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het

keernormen gelden.

belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat

woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd

betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek

indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd

te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die

gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en

Het aspect ‘Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren’ vormt geen be-

voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie,

kleine bedrijven voor (milieucategorie 1en 2).

lemmering voor onderhavig projectvoornemen.

net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet

Tabel 4.3: Richtafstanden volgens VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’

4.2.3

Conclusie

4.3

Activiteiten en milieuzonering

4.3.1

Toetsingskader

Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1.

menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan én gewenst is;

2.

scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Besluit Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen

Transformatie Oude Kerk

op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.

Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling

3.2

100 m

50 m

code (SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daar-

4.1

200 m

100 m

van wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ gel-

5.3

1.000 m

700 m

den aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omge-

6

1.500 m

1.000 m

Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en vervangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de oude wetgeving. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer

geluid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende aspect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke regels

vingsplan van gemeenten. Het project is in het hart van Tricht gelegen. In de nabijheid zijn naast 4.3.2

Toetsing

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties

woningen ook kantoorruimtes en maatschappelijke voorzieningen gelegen. Aan de hand van de VNG handleiding wordt onderhavig projectge-

dient onderzocht te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon

14

bied geclassificeerd als ‘gemengd gebied’. De richtafstanden zoals op-

4.3.3

genomen in de VNG publicatie kunnen met één afstandstrede verlaagd

Het aspect ‘Activiteiten en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor

zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de ge-

worden.

onderhavig projectvoornemen.

meente zelf de mate van bescherming tegen geluid op grond van artikel

Woningen worden aangemerkt als gevoelige functie. De nieuwe woningen worden gerealiseerd in een gemengd gebied waarin overwegend woningen voorkomen. De bedrijven die in de omgeving van het projectgebied zijn gesitueerd bestaan (gelet op het bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Kern Tricht 2013’) voornamelijk uit categorie 1 of 2 bedrijven. Bedrijven in deze categorieën dienen in een gemengd gebied minimaal 10 meter tot hindergevoelige functies verwijderd te zijn. Gezien deze afstand en het feit dat andere woningen dichter op de bestaande bedrijven zijn gelegen, zijn er geen belemmeringen voor onderhavig projectvoornemen.

Conclusie

een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of

4.4

Akoestiek | Railverkeerslawaai

4.4.1

Toetsingskader

Er dient rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidaandachtsgebieden rondom (spoor)wegen. Binnen een dergelijk geluidsaandachtsgebied, dient het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Indien het geluid op een geluidgevoelig gebouw (binnen een geluidaandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in on-

Uit zorgvuldigheid wordt tevens het eindconcept, gedateerd 20 oktober 2023, van de nieuwe VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' in beschouwing genomen. De projectlocatie is volgens deze handreiking gelegen binnen een ‘gemengd gebied met wonen’. Volgens de nieuwe handreiking zijn dit gebieden waar een menging van milieugevoelige en

derstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen.

4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast vindt de beheersing van het geluid plaats: 

bij provinciale wegen en door de provincie aangewezen lokale spoorwegen: met geluidproductieplafonds (op referentiepunten);

bij gemeentelijke en waterschapswegen en andere lokale spoorwegen: met de basisgeluidemissie.

Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron. 4.4.2

Toetsing

De Oude Kerk bevindt zich binnen de geluidzone van de spoorlijn 'sHertogenbosch-Utrecht. Het voornemen is om de kerk te transformeren naar een zestal appartementen. Conform artikel 5.78t Bkl. dient een ont-

milieubelastende activiteiten aanwezig zijn of zelfs worden gewenst. Het volgende staat aangegeven: ‘’Binnen een 'gemengd gebied met wonen'

Tabel 4.4: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg

wikkeling dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, erin te voorzien

kunnen naast wonen verschillende andere activiteiten binneplans zijn of

Geluidbronsoorten

Standaardwaarde

het geval van een hoofdspoorweg (met geluidproductieplafond) be-

worden toegelaten. Dat kunnen, naast andere milieugevoelige activitei-

Rijkswegen en provinciale wegen

50 Lden

draagt deze standaardwaarde 55 dB. Op grond van artikel 5.78u Bkl is

ten, ook andere hinderlijke milieubelastende activiteiten zijn, zoals de-

Gemeentewegen en waterschapswe-

53 Lden

een overschrijding van de standaardwaarde mogelijk, mits:

tailhandels-, kantoor- of horeca-activiteiten.’’

gen Hoofdspoorwegen en locale spoor-

In gemengde gebieden met wonen is dus sprake van functiemenging.

dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde. In

55 Lden

wegen

Voor zowel de functie ‘kantoren’ (overige zakelijke dienstverlening) als ‘restaurants’ geldt aan de hand van de indicatieve lijst met activiteiten de

De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescher-

zone ‘functiemenging’. De indicatieve richtafstand is hierbij 10 meter.

ming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of

Aan deze richtafstand wordt voldaan.

aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg. Geluidsgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of

Transformatie Oude Kerk

15

1. 2. 3.

Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om

voorgenomen ontwikkeling geen sprake van is, is een archeologisch on-

aan de standaardwaarde te voldoen;

derzoek niet vereist.

De overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt;

4.5.3

Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grens-

Het aspect ‘Archeologie’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro-

waarde.

jectvoornemen.

Indien aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan, is een overschrijding van de standaardwaarde toegestaan.

Bezonning

4.6.1

Toetsingskader

kwaliteit binnen het projectgebied en de omgeving daarvan. Het is essentieel om voldoende zonlicht of schaduw te hebben op gebouwen, tui-

onderzoek ‘Railverkeerslawaai’ opgesteld. Het volledige onderzoek in-

nen, terrassen en speelplekken, omdat dit bijdraagt aan een aange-

clusief berekeningen is opgenomen in de bijlagen. Uit de berekeningen de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Utrecht ter plaatse van de west- en zuid-

4.6

Bezonning is een belangrijk aspect bij het beoordelen van de ruimtelijke

Op 29 februari 2024 is door onderzoeksbureau Ulehake een akoestisch

blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van railverkeer afkomstig van

Conclusie

naam verblijfsklimaat. Er gelden geen specifieke instructieregels voor Figuur 4.1: Berekende geluidbelasting van de gevel (rood omlijnde gevels over schrijden de standaardwaarde van 55 dB.

gevels boven de 4,5 meter de standaardwaarde (> 55 dB) overschrijdt.

het aspect bezonning. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om dit zelf in te vullen.

Figuur 4.1 toont de desbetreffende gevels. Echter zijn de overschrijdin-

4.5

Archeologie

gen lager dan de grenswaarde (< 65 dB) zoals gedefinieerd in het Bkl.

4.5.1

Toetsingskader

Hiermee wordt aan de derde voorwaarde voor een mogelijke overschrij-

Er dient rekening gehouden te worden met het belang van het behoud

voor bezonning, die kunnen worden onderverdeeld in een 'lichte' en

ding van de standaardwaarde voldaan.

van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par.

'strenge' norm:

5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel Uit financieel en stedenbouwkundig oogpunt wordt gesteld dat eventu-

erfgoed gericht op:

ele bronmaatregelen en/of maatregelen aan de aanwezige geluid-

 het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond

scherm niet doelmatig zijn. Een overschrijding van de standaardwaarde

van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten;

is alleen toegestaan indien wordt voldaan aan een binnenniveau van 33

 het conserveren en in stand houden van archeologische monumen-

dB. Dit zal moeten volgen uit een gevelweringonderzoek.

ten, bij voorkeur in situ.

Het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO heeft richtlijnen opgesteld

 de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam;  de 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

In het belang hiervan worden in het gemeentelijke omgevingsplan ook 4.4.3

regels gesteld over eisen aan onderzoek.

Conclusie

Toetsing

Het projectvoornemen voorziet niet in ingrijpende buitenpandige wijzigin-

Het aspect ‘Akoestiek’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro4.5.2

jectvoornemen.

4.6.2

Toetsing

gen aan het bestaande kerkgebouw. Er zal geen uitbreiding in de

Ter plaatse geldt dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. In begin-

hoogte plaatsvinden. Derhalve zal het projectvoornemen niet leiden tot

sel is voor deze gronden geen archeologisch onderzoek vereist, mits het

onevenredige schaduwhinder voor de bestaande (woon)gebouwen en

nieuw te bebouwen oppervlak niet groter is dan 100 m² en de bodemin-

functies in de omgeving.

greep niet dieper is dan 30 cm m/v. Gezien hier ten aanzien van de

Transformatie Oude Kerk

16

4.6.3

Conclusie

In de bovengrond zijn tot circa 1,2 m-mv resten tot sterke bijmengingen

4.8.2

Het aspect ‘Bezonning’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro-

met baksteen, beton en/of kolengruis aangetroffen. De bovengrond kan,

Het kerkgebouw aan de Kerkstraat 21 dateert uit 1934 en bevindt zich

jectvoornemen.

op basis van de analyseresultaten, worden geclassificeerd als kwaliteits-

op een locatie waar daarvoor al een kerk had gezeten. Voor het aspect

klasse wonen. De ondergrond kan, op basis van de analyseresultaten,

‘Cultuurhistorie’ is de GIS-kaart ‘Cultureel erfgoed’ van de gemeente

worden geclassificeerd als kwaliteitsklasse industrie.

West Betuwe geraadpleegd (zie figuur 4.2). Aan de hand van deze kaart

4.7

Bodem

4.7.1

Toetsingskader

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening houdend met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.

Toetsing

blijkt dat de kerk verder geen monumentale status heeft. Derhalve beOp basis van het uitgevoerde vooronderzoek is het projectgebied als

treft het geen direct beschermd object.

onverdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging (ONV). Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Bij afvoer van en werkzaamheden met grond dient uiteraard wel rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit en de veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400 ‘werken met verontreinigde grond en grondwater’. 4.7.3

Conclusie

Het aspect ‘Bodem’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grond-

4.8

Cultuurhistorie

verzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie

4.8.1

Toetsingskader

ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen

Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer

in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen.

van cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Omgevingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons

4.7.2

Toetsing

cultureel erfgoed.

Op 19 maart 2024 is door Milieupartner B.V. een rapport van het verken-

Figuur 4.2: GIS-kaart Cultureel Erfgoed Gemeente Overbetuwe (zwart omcirkelde object betreft het projectgebied)

nend bodemonderzoek opgesteld. De volledige rapportage is opgeno-

Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cul-

men in de bijlagen.

Wel valt het projectgebied in de kern van Tricht, dat is aangewezen als

tureel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, ge-

‘bijzonder ensemble historische bouwkunde en stedenbouw met zeer

bouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Er dient rekening De bodem is opgebouwd uit matig siltige en zwak zandige klei. De bo-

hoge waarde’. De gebouwen die in dit gebied vallen, behoren tot een

gehouden te worden met het belang van het behoud van dit cultureel

vengrond is overwegend zwak humeus. Plaatselijk is onder de verhar-

ensemble van historische woonhuizen, boerderijen, kerken en andere

erfgoed. Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erf-

ding matig grof, kleiig zand aanwezig. Tijdens de uitvoering van de veld-

artefacten langs de Kerkstraat, wat als het hart van het dorp wordt be-

goed (par. 5.1.5.5 Bkl).

schouwd. Het betreft bebouwing met een opvallende en vrij gave sa-

werkzaamheden zijn geen asbestverdachte bijmengingen aangetroffen op het maaiveld en in de opgeboorde grond.

Transformatie Oude Kerk

menhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen en typen en

17

materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende histori-

(planet), de economie (profit) en het sociale vermogen van de mens

mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Om-

sche nederzettingsstructuur. Het gebouw heeft volgens de cultuurhistori-

(people). Dit vraagt om zorgvuldig benutten, ontwikkelen en beheren

gevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling

sche kaart een ‘positieve cultuurhistorische (beeldondersteunende)

van de fysieke leefomgeving.

van functies aan locaties.

4.9.2

4.10.2

waarde’. Toetsing

Toetsing

Het projectvoornemen betreft de transformatie van de Oude Kerk met

De beoogde ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van de be-

Het project voorziet in de toevoeging van geurgevoelige objecten. In de

kantoorfunctie naar een zestal woningen. Het oude kerkgebouw blijft be-

staande bebouwing. Het gasverbruik van de bestaande bebouwing zal

nabijheid is geen geurveroorzakende activiteit, zoals onder meer een

waard, wel zullen ten behoeve van de beoogde woningen enkele aan-

in de toekomstige situatie verdwijnen, omdat met de herontwikkeling de

veehouderij, gesitueerd. Derhalve is er geen sprake van een belemme-

passingen uitgevoerd moeten worden.

bebouwing gasloos wordt gemaakt. In de nieuwe situatie zal gebruik

ring voor de belangen van de geurveroorzakende activiteiten in de om-

worden gemaakt van een warmtepomp die verwarmd wordt door elektri-

geving. Nader onderzoek naar het aspect geur is niet noodzakelijk.

Het projectvoornemen is op 9 november 2023 beoordeeld door de wel-

citeit. Door de verbouw naar appartementen wordt ook de thermische

standscommissie. Het initiatief voorziet niet in ingrijpende buitenpandige

schil naar een hoog niveau gebracht. Daarnaast wordt in de toekom-

4.10.3

wijzigingen aan het pand. Uitgangspunt van het ontwerp is om het kerk-

stige situatie ook op elektriciteit gekookt. Derhalve kan gesteld worden

Het aspect ‘Geur’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoor-

volume zo veel mogelijk intact te houden. Op basis van eerder opge-

dat het projectvoornemen duurzaamheid stimuleert.

nemen.

maal (1x) onderbroken. Eén balkon gaat in het ritme van de dakramen

4.9.3

4.11

Gezondheid

mee, en de overige balkons zijn naar de westgevel verplaatst.

Het aspect ‘Duurzaamheid’ vormt geen belemmering voor onderhavig

4.11.1

Toetsingskader

vraagde advies van de welstand wordt het ritme van kerkramen miniConclusie

projectvoornemen. De welstandscommissie heeft aangegeven dat het aangepaste plan voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Met deze goedkeuring wordt tevens de cultuurhistorische (beeldondersteunende) waarde van de Oude Kerk in het gebied gewaarborgd gebleven. 4.8.3

Conclusie

Het aspect ‘Cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor onderhavig projectvoornemen.

Conclusie

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede

4.10

Geur

omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omge-

4.10.1

Toetsingskader

vingswet. Een gezonde en veilige leefomgeving is een leefomgeving die

Er dient rekening te worden gehouden met geur door activiteiten op

als prettig wordt ervaren (welbevinden/kwaliteit), uitnodigt tot gezond ge-

geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige ge-

drag (gezondheidsbevordering) en waar de druk op de gezondheid zo

bouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Voor enkele, met name

laag mogelijk is (gezondheidsbescherming). De gemeente moet bij de

agrarische activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbe-

evenwichtige toedeling van functies in het omgevingsplan rekening hou-

lasting of afstand waarbij er in ieder geval sprake is van een aanvaard-

den met het belang van het beschermen van de gezondheid. Het Rijk

bare woon- en leefomgeving. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals on-

legt ondergrenzen vast voor de bescherming van de gezondheid, bij-

4.9

Duurzaamheid

der meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend. Ook

voorbeeld door middel van instructieregels of omgevingswaarden voor

4.9.1

Toetsingskader

in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur af-

geluid, luchtkwaliteit, geur, trillingen, waterkwaliteit en bodem. Het Bkl

Doel van de Omgevingswet is een duurzame ontwikkeling van de fy-

komstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoe-

bevat specifieke instructieregels voor de bescherming van de gezond-

sieke leefomgeving. Duurzaamheid is het waarborgen van de bestaans-

lige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte

heid en het milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl). Deze aspecten worden in dit

mogelijkheden van de mens. Iedereen wil immers welvarend, gezond en

van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie

hoofdstuk gemotiveerd.

veilig leven. Duurzame ontwikkeling vergt volgens de commissie-Brundt-

heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de

land een balans tussen de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving

Transformatie Oude Kerk

18

Decentrale overheden hebben de mogelijkheid om hun eigen gezond-

4.11.3

heidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten

Het aspect ‘Gezondheid’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro-

Voorgenomen initiatief betreft de transformatie van de oude kerk met

zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's.

jectvoornemen.

kantoorfunctie naar een zestal woningen. De toevoeging van het aantal

4.11.2

Toetsing

Het projectvoornemen zorgt voor de toevoeging van kleine betaalbare woningen voor bijvoorbeeld starters en/of ouderen. Hiermee worden passende woningen gerealiseerd voor bevolkingsgroepen die een hoge woningnood ervaren. Bovendien voorziet het initiatief in de sloop van het bijgebouw. Daarvoor in de plaats worden naast parkeerplekken ook groen toegevoegd. De toevoeging van dergelijk groen is bevorderlijk voor de algemene gezondheid van de bewoners. In de Nota Gezondheidsbeleid 2022-2024 ‘West Betuwe Positief Gezond’ wordt de verbinding gelegd tussen fysieke gezondheid en sociale aspecten. De woningen zijn in de buurt van verschillende voorzieningen gelegen, zo ook maatschappelijke voorzieningen zoals het Dorpshuis Tricht. De nabijheid van dergelijke voorzieningen werkt stimulerend voor het leggen van sociale contacten. Dit is dan weer bevorderlijk voor de algemene welzijn van de bewoners. Er zijn verder geen bijzondere omstandigheden die ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid zouden kunnen veroorzaken, wat een weigering van de omgevingsvergunning rechtvaardigt. Andere milieuaspecten, die nauw verbonden zijn met gezondheid en in deze ruimtelijke motivering aan bod komen, zoals akoestiek en trillingen, bevestigen dat er geen belemmeringen zijn voor het project.

Tevens sluit het plan aan bij de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsprogramma’s van de gemeente en provincie.

1 2 3

Conclusie

4.12

Ladder voor Duurzame Verstedelijking

4.12.1

Toetsingskader

4.12.2

Toetsing

woningen is minder dan 12 woningen. Hiermee wordt het projectvoornemen niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd. Derhalve is het doorlopen van een Laddertoets niet vereist.

Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening

4.12.3

gehouden te worden met:

Het aspect ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ vormt geen belem-

1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en,

mering voor onderhavig projectvoornemen.

Conclusie

2. de mogelijkheden om binnen stedelijk gebied of binnen stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die be-

4.13

Luchtkwaliteit

hoefte te voorzien.

4.13.1

Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter beDit wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking genoemd (par.

scherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels

5.1.5.4 Bkl).

opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een be-

voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).

drijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening, of een andere stedelijke voorziening die

Aandachtsgebieden

voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de ge-

De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aan-

noemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld

dachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concen-

dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel

traties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10

sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.1 Voor alle andere ste-

staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor

delijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m2 bruto

alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een

vloeroppervlak aangehouden als ondergrens.2 Daarnaast geldt het ver-

aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht ne-

eiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit

men (artikel 5.51 Bkl).

wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wan-

Niet in betekenende mate

neer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang.3

De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtgebied vindt niet al-

ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.

Transformatie Oude Kerk

19

tijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bij-

4.13.3

draagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomge-

Het aspect ‘Luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor onderhavig

den. Het aspect ‘Stikstof’ vormt geen belemmering voor onderhavig pro-

vingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het

projectvoornemen.

jectvoornemen.

Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m 3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden.

Conclusie

4.14

Natuur en landschap

4.14.1

Toetsingskader Natura 2000-gebieden

De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets (afd. 11.1 Bal). Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden. 4.14.2

Toetsing

2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening vol-

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

doende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een een-

2000-gebied, “Rijntakken”, bevindt zich op circa 6,5 kilometer afstand

voudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt

ten zuiden van het projectgebied.

aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

Voor de aanleg- en gebruiksfase is inzicht gevraagd in de aard en omvang van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden.

Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit

Uit de rekenresultaten blijkt dat er zowel in de aanlegfase als gebruiks-

Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via

fase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar.

het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). 4.14.3 4.13.2

Toetsing

Conclusie

wege stikstofdepositie door onderhavige ontwikkeling uitgesloten wor-

4.14.4

Toetsingskader Flora en fauna

NNN-gebieden Op basis van artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk is opgenomen in de provinciale verordening. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de zogenaamde bebouwingscontour houtkap (afdeling 11.3 Bal). Wanneer deze houtopstanden worden geveld, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de aanlegfase en ge-

provincie. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen,

Het projectgebied valt niet in een van de aandachtsgebieden voor zowel

bruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee

dienen binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op

NO2 als PM10 of voor alleen PM10. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit

kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden van-

dezelfde grond nieuwe houtopstand te worden geplant. Er geldt een al-

is daarom niet benodigd.

gehele vrijstelling van deze herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Daarnaast

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/676/documents/16600