RV2024-111-Bijlage-Buitengebied-Neerijnen-Veegplan-2017-herziening-Ammanswal-5-Toelichting.pdf
Tekst van het document
Waterschapsbeleid Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat het waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerplan zijn de kaders voor het waterbeheer gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van het waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Watertoets
32
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen. Hemelwaterverordening De wet milieubeheer, in artikel 10.29a, heeft als doelstelling dat afvloeiend hemelwater en grondwater lokaal in het milieu wordt teruggebracht. Uitgangspunt hierbij is dat deze waterstromen geen of zodanig geringe verontreinigingen bevatten, dat ze zonder maatregelen direct in het milieu kunnen worden geloosd. Voor deze lozingen zijn over het algemeen geen individuele vergunningen of ontheffingen nodig; ze worden toegestaan bij algemene regels. In individuele gevallen kan de gemeente maatwerkvoorschriften opnemen om uitvoering aan haar beleid te geven. De gemeente kan, aanvullend aan de algemene regels, ook regels stellen in een verordening. De gemeente van West-Betuwe heeft gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 maar 2021 besloten het besluit vast te stellen wat betreft de verordening afvoer hemel- en grondwater West-Betuwe.
In deze verordening worden bepalingen gegeven voor de inzameling en transport van afvalwater en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, het beperk van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater. Planspecifiek Watertoets Via de digitale watertoets is op 21 april 2022 melding gemaakt van het voornemen. Naar aanleiding hiervan zijn het initiatief en de waterparagraaf voorgelegd aan het waterschap. Naar aanleiding van de afstemming met het waterschap blijkt dat het noodzakelijk is om compensatie te realiseren. Dit is nader uitgewerkt in de onderstaande paragraaf. Het initiatief raakt geen waterkeringen of beschermingszones daarvan, watergangen of transportleidingen. In dat kader heeft het waterschap geen belangen bij deze ontwikkeling. Waterberging Dit plan veroorzaakt een toename van het verhard oppervlak. Dit heeft gevolgen voor de waterhuishouding en daarmee is het plan waterhuishoudkundig relevant. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Het waterschap hecht groot belang aan het in stand houden van en compenseren in open water.
Waterberging in kunstmatige bergingsvoorzieningen wordt in principe niet toegestaan. De toename van het verharde oppervlak bedraagt 3.000 m² ten opzichte van de huidige situatie. Waterschap Rivierenland hanteert de beleidsregel dat voor plannen in landelijk gebied kleiner dan 1.500 m² geen compenserende maatregelen als gevolg van een de toename van het verhard oppervlak getroffen hoeven te worden. Met onderhavige plan is sprake van een toevoeging van het verhard oppervlak van beduidend meer dan 1.500 m2 , wat betekent dat gecompenseerd moet worden. De vuistregel voor de hoeveelheid benodigd water, bij een toename van verharding tot 5.000 m2 is 436 m3 /ha. Met een eenmalige vrijstelling van 1.500 m2 een toename aan verharding van 3.000 m² bedraagt de hoeveelheid aan compensatie: 3.000 m2 - 1.500 m2 = 1.500 m2 = 0.15 ha x 436 m3 /ha = 65,4 m3 . Met een maximale peilstijging bovenop het zomerpeil, betekent dit een wateroppervlak van 218 m2 (65,4 m3 /0,3 m). De locatie voor de benodigde waterberging is mogelijk door verbreding van de watergang aan de Ammanswal, zie ook paragraaf 2.2. Bij de realisatie van de waterberging wordt rekening gehouden met de geldende regels van het waterschap. Gemeentelijke verordeining Het plan voorziet in de realisatie van een bedrijfshal. De totaal te realiseren verharding betreft 3.000 m2 .
33
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
Artikel 4 uit de verordening afvoer hemel- en grondwater geeft aan met welke eis gerekend dient te worden. Bij nieuw verhard oppervlak meer dan 500 m2 , waarbij er ook compensatie in het kader van het waterschapsbeleid wordt gerealiseer, geldt 20 liter per m2 verhard oppervlak. In dit geval moet er 60.000 liter compensatie of 60 m3 gerealiseerd worden. Deze compensatie wordt op het eigen terrein, grenzend aan de watergang opgelost. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.
4.3
Ecologie
In het kader van de planologische wijziging om de boomgaard mogelijk te maken is in 2016 ecologisch onderzoek uitgevoerd door Van den Bijtel ecologisch onderzoek. In dit onderzoek is het voornemen getoetst aan de Flora- en faunawet, de destijds geldende natuurwetgeving. Per 1 januari 2017 is echter de Wet natuurbescherming in werking getreden, waardoor het recente onderzoek van Van den Bijtel ecologisch onderzoek geactualiseerd dient te worden. De voorliggende paragraaf voorziet hierin. De actualisatie is uitgevoerd door middel van een bureauonderzoek. Ten behoeve van de actualisatie is de Nationale Database Flora en Fauna www.natuurloket.nl (NDFF) via Quickscanhulp.nl geraadpleegd. Plangebied en plannen Het plangebied ligt respectievelijk ten noorden en westen van de wegen Ammanswal en Slimweistraat ten westen van de bebouwde kom van Waardenburg. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door de Oude Culemborgse vaart, terwijl ten noorden van het plangebied open agrarisch gebied ligt. Het plan bestaat uit de aanleg van een perenboomgaard. In 2016 was het perceel al gereedgemaakt voor de aanplant van de laagstamboomgaard. Daarvoor bestond het perceel uit grasland. Aan de rand van het perceel zijn nog steeds stroken grasland aanwezig langs de watergangen. Voor details wordt verwezen naar het rapport van Van den Bijtel ecologisch onderzoek (2016).
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreft: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op die lijst geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Inventarisatie en toetsing In het kader van dit initiatief is eerder een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Deze inventarisatie is geactualiseerd, en de resultaten zijn beschreven in de notitie in Bijlage 3. Uit de notitie blijkt dat het initiatief niet voorziet in de aantasting van beschermde soorten en verblijfplaatsen, mits er rekening wordt gehouden met het broedseizoen. Gebiedsbescherming Het initiatief en het plangebied maken geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland, de Groene Ontwikkelingszone of een Natura 2000-gebied.
Wel is het in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk om te kijken wat de effecten van het initiatief zijn op de genoemde gebieden. Met name in het kader van stikstof is het relevant om de effecten van het initiatief op omliggende Natura 2000-gebieden te onderzoeken.
34
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
In dit kader is een stikstofonderzoek uitgevoerd met behulp van het rekenprogramma AERIUS. Dit onderzoek is te vinden in Bijlage 4. Uit het onderzoek blijkt dat het initiatief geen nadelige effecten heeft op nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Ook de overige beschermde gebieden worden niet aangetast als gevolg van deze ontwikkeling. Conclusie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat de conclusies van het onderzoek van Van den Bijtel ecologisch onderzoek (2016) nog geldig zijn na invoering van de Wet natuurbescherming. Bij uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. In dat geval zijn een ontheffing voor in het kader van de Wnb beschermde soorten of een vergunning voor op grond van de Wnb beschermde gebieden niet nodig voor de beoogde activiteiten. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Gelderland. Het initiatief heeft geen nadelige gevolgen voor beschermde gebieden
4.4
Verkeer en parkeren
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Planspecifiek Het plangebied wordt rechtstreeks ontsloten op de Ammanswal. Deze weg volstaat derhalve goed als ontsluiting voor auto’s en vrachtauto's. Het parkeren van het agrarisch bouwperceel zal op eigen terrein worden opgelost. Omdat het om een ruim perceel gaat, zijn hiervoor voldoende ruimtelijke mogelijkheden aanwezig. Bij het inpassen van de parkeerplaatsen wordt er voldaan aan de parkeernormen die zijn opgenomen in het paraplubestemmingsplan parkeren. Voor dit initiatief geldt dat er op het perceel afgerond 16 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
4.5.1
Archeologie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2023 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Het plangebied kent een hoge verwachtingswaarde (bron: Archeologische beleidskaart voor het grondgebied van de gemeente West-Betuwe 2021; RAAP rapport 4150). Archeologisch onderzoek dient
35
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
uitgevoerd te worden wanneer de ontwikkeling dieper dan 150 cm en groter dan 2.500 m². De oppervlakte van het bouwvlak bedraagt circa 2.900 m2 . In dit kader is voor het plangebied een onderzoek uitgevoerd. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de waardenkaart opgenomen met het plangebied rood omlijnd.
Uitsnede archeologische waardenkaart. Plangebied rood omlijnd.
Onderzoek Het archeologisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat er ter plaatse geen archeologische waarden zijn te verwachten. Nader onderzoek of maatregelen zijn niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.5.2
Cultuurhistorie
Beleidsnota Erfgoed West Betuwe In september 2021 is de Beleidsnota Erfgoed door de gemeente West Betuwe vastgesteld. De nota is bedoeld om de keuzes vast te leggen die de gemeente over haar erfgoed wil maken, het ‘oude’ beleid van de voormalige gemeenten Lingewaal, Geldermalsen en Neerijnen te harmoniseren en het erfgoedbeleid geschikt te maken voor de invoering van de Omgevingswet. In de beleidsnota Erfgoed is het plangebied aangeduid als hooggewaardeerd cultuurlandschap. in dit kader moet onderbouwd worden hoe er rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden ter plaatse. Het bouwvlak wordt zodanig gepositioneerd en landschappelijk ingepast dat het op een optimale manier in de omgeving past. Ten behoeve van de cultuurhistorische waarden is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in Bijlage 1. Hierin wordt uitgewerkt hoe er rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden ter plaatse.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
36
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek In het voorliggende bestemmingsplan is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Een nader onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid is dan ook niet noodzakelijk. Voor het in procedure brengen van het bestemmingsplan worden leges in rekening gebracht bij de initiatiefnemer.
37
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
38
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2
Verbeelding
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3
Planregels
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt Hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. In de volgende paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen behandeld. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan). Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk). Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk). Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk).
Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk). Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk). Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
5.4
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Agrarisch, waarbij de agrarische functie, conform de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied wordt neergelegd. Het bouwvlak op het perceel aan de Gerestraat komt te vervallen. Voor het perceel aan de Ammanswal is een bouwvlak opgenomen. De boomgaard heeft een specifieke aanduiding 'boomgaard' en 'teeltondersteunende voorzieningen' gekregen voor het gebruik als
39
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
boomgaard en mogelijkheden voor het bouwen van de teeltondersteunende voorzieningen. Daarnaast is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen. Waarde - Archeologie 2, ter bescherming van de potentieel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied is een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ opgenomen. Hiermee worden bij toekomstige ontwikkelingen de potentieel aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied beschermd. Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning enige bodemroerende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 0,5 m en over een (totale) oppervlakte groter dan 250 m². Waarde - Archeologie 4, ter bescherming van de potentieel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied is een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ opgenomen. Hiermee worden bij toekomstige ontwikkelingen de potentieel aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied beschermd.
Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning enige bodemroerende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een (totale) oppervlakte groter dan 10.000 m².
40
bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Ammanswal 5
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
41