RV2024-109-Bijlage-4-Toelichting.pdf
Tekst van het document
Hieruit blijkt dat voorgenomen activiteiten geen toename van de stikstofneerslag veroorzaakt op de Natura 2000gebieden. Deze berekeningen dienen nog te worden beoordeeld door ODR. Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande gebieden en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Voorheen werd dit de ecologische hoofdstructuur genoemd. Het concept is vastgelegd in het Natuurbeleidsplan en nader ingevuld in de Nota ruimte. De begrenzing van het NNN is door de verschillende provincies bepaald en vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen in of nabij het NNN zijn mogelijk als het de werking van deze niet bedreigd. Bij het NNN is de saldo benadering van toepassing. Een eventuele aantasting hoeft niet te leiden tot een verbod als de werking van het NNN op een andere wijze gegarandeerd wordt. De provincie Gelderland heeft de Ecologische hoofdstructuur opnieuw gedefinieerd in het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Intensieve samenwerking tussen Gelderse partners heeft geleid tot een samenhangend omgevingsbeleid voor natuur- en landschap aan de hand van verschillende ruimtelijke categorieën en andere instrumenten. Om de nieuwe verantwoordelijkheid van de provincie te benadrukken spreekt de provincie niet meer van een Ecologische Hoofdstructuur, maar van het Gelders Natuurnetwerk.
In figuur 4.5 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het GNN weergegeven. Het dichtstbijzijnde gebied is gelegen op een afstand van ongeveer 1,0 kilometer van het plangebied. De uitbreiding van het bouwvlak vindt plaats uit de richting van het GNN. Vanwege deze afstand en vanwege de uitbreidingsrichting kan met zekerheid worden gesteld dat het projectbedrijf geen nadelige effecten heeft op het GNN.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 27
1,0 km
Figuur 4.4 Ligging planlocatie ten opzichte van Gelders Natuurnetwerk 4.4.2 Soorten Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten. Hierin is opgenomen dat het verboden is om beschermde vogels en dieren te vangen, te doden, te verontrusten en om plantensoorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. Ten behoeve van de ontwikkeling op de planlocatie is een ecologisch onderzoek verricht. Het ecologisch onderzoek, inclusief de bevindingen, is toegevoegd als bijlage 2 aan dit rapport. Uit het ecologisch onderzoek is gebleken dat onderhavig initiatief geen negatieve effecten zal veroorzaken of flora en fauna.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 28
4.5
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen door de verkeersstructuur en ook het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. Verkeer Het huidige bouwvlak wordt ontsloten op de Uilenburgsestraat. Dit blijft onveranderd. De uitbreiding is aansluitend op het huidige bouwvlak. Om de logistiek goed uit te voeren is toegang met vrachtwagens tot de schuur vereist. Dit is aan de noordzijde van het perceel mogelijk, aangezien hier al een dam aanwezig is, als te zien in onderstaande figuur.
Figuur 4.5 - Bestaande dam welke gewenst is te gebruiken voor het transport van en naar de beoogde schuur.
In de beoogde situatie worden de gewassen en het fruit vanaf de boomgaarden direct naar het nieuwe bedrijfspand getransporteerd. Benodigdheden, de gewassen en de aardbeien worden met vrachtwagens geleverd en getransporteerd. Omdat meerdere activiteiten zullen plaatsvinden binnen het nieuwe bedrijfspand, zullen minder vervoersbewegingen noodzakelijk zijn. Ook staan de vrachtwagens in de beoogde situatie niet meer op de weg te wachten. Er zal voldoende perceel beschikbaar komen om dit op eigen terrein te realiseren. Parkeren Parkeermogelijkheden zullen voldoende beschikbaar zijn op eigen perceel. De bouwvlakvergroting voorziet in nog meer parkeermogelijkheden, ook voor vrachtwagens. Er kan geconcludeerd worden dat onderhavig initiatief geen negatieve effecten heeft op de aspecten verkeer en parkeren.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 29
4.6
Waterhuishouding
Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. 4.6.1 Beschrijving huidige situatie Het hemelwater ter plaatse van het te realiseren bedrijfspand infiltreert momenteel nog vrij in de bodem omdat het terrein op dit moment onverhard is. Het plangebied bevat zowel A- als B-watergangen. Op onderstaande figuur is een uitsnede van de legger Wateren van Waterschap Rivierenland weergegeven. Het plangebied is rood omcirkeld.
Figuur 4.5 Uitsnede Legger Wateren, waterschap Rivierenland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het GNN en is niet gelegen in een hydrologische beschermingszone voor natte natuur. 4.6.2 Beschrijving gewenste situatie Het initiatief betreft de uitbreiding van een agrarisch bouwperceel ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand. Om het bedrijfspand wordt erfverharding gerealiseerd. In totaal zal het agrarische bouwperceel, en daarmee de mogelijkheid tot aanleg van verharding, worden vergroot met ongeveer 2.000 m2. Hiervan bedraagt 1.000 m2 verharding voor de schuur en 1.000 m2 erfverharding. De toename van verhard oppervlak heeft gevolgen voor de waterhuishouding en daarmee is het plan waterhuishoudkundig relevant. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Als de toename van het verhard oppervlak meer dan 1.500 m2 bedraagt (in het landelijk gebied) dan is het plan op grond van het waterschapsbeleid compensatieplichtig. Dit betekent dat de aanleg van extra waterberging van belang is. Op deze manier wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 30
De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen. Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m 3 per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m3 bij bui T=100+10%, mits er geen complicerende zaken als kwel aan de orde zijn. De maximaal toelaatbare peilstijging bij bui T=10+10% bedraagt 0,30 meter in het beheergebied van Waterschap Rivierenland. De maatgevende afvoer is 1,5 l/s/ha. In onderhavig initiatief neemt het verhard oppervlak toe met ongeveer 2.000 m2. Deze verharding bestaat uit de beoogde schuur van 1.000 m2 en de aansluitende verharding rondom de schuur met een oppervlakte van 1.000 m2. Voor onderhavig initiatief dient voor 2.000 m2 een bergingsvoorziening gerealiseerd te worden. De minimale omvang van deze bergingsvoorziening dient op basis van bovenstaande minimaal 87.2 m3 te bedragen ((2.000 m2/10.000 m2) x 436 m3 per hectare). Voor deze benodigde bergingsvoorziening zal aan de achterzijde van het perceel van initiatiefnemer een waterbergingsvoorziening worden gegraven/gerealiseerd langs de bestaande kassen. Onderstaande figuur geeft de voorgenomen locatie in blauw weer. De waterberging zal worden aangesloten op het huidige watersysteem. Dit betreft een B-watergang.
Beoogde waterberging
Overstorten B-watergang
Figuur 4.6 - Locatie van beoogde waterbergingsvoorziening. Er wordt enkel schoon hemelwater afgevoerd op het omliggende oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken dient primair te worden voorkomen door toepassing van nietuitlogende materialen (zoals bijvoorbeeld lood, koper en zink). Het bedrijf dient te voldoen aan het Activiteitenbesluit en daarmee is het vervuilingsrisico voor grond- en oppervlaktewater voldoende verzekerd. Vervuiling van grondwater is daarom niet aan de orde. 4.6.3 Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe Naast het beleid van Waterschap Rivierenland (par. 3.3.), dient ook te worden getoetst aan de lokale waterverordening van gemeente West Betuwe. De Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe is vastgesteld om wateroverlast en verdroging te beperken, voor doelmatig beheer van afvalwater, lozing van grond- en hemelwater te beëindigen en een waterbergingscapaciteit te verplichten bij zowel bestaande bouw als nieuwbouw.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 31
Deze verordening stelt in artikel 2 dat het verbonden is grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. Onderhavig initiatief voorziet dat dit geenszins van toepassing is. Artikel 3 van de verordening stelt dat de lozing van hemelwater op het vuilwaterriool niet is toegestaan. In onderhavig initiatief zal hemelwater worden afgevoerd op het omliggende oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt voorkomen door niet-uitlogende materialen te gebruiken. Daarnaast zal een hemelwaterberging worden gerealiseerd waardoor wateroverlast wordt geminimaliseerd en verdroging beperkt. In artikel 4 wordt de verplichting tot waterberging bij nieuwbouw beschreven. In artikel 4 onder 3 wordt gesteld dat een minimale capaciteit van de hemelwaterberging 20 l per m 2 verhard oppervlak dient te zijn, als al een compenserende waterberging is gerealiseerd op grond van de keur van het waterschap. Voor onderhavig plan is dit van toepassing gezien hetgeen al beschreven in paragraaf 4.6.2. In zijn totaliteit dient een waterberging van 127.2 m3 plaats te vinden voor onderhavig initiatief. Dit zal worden gerealiseerd in de beoogde waterberging zoals weergegeven in figuur 4.6. Derhalve zal voldoende waterberging worden gerealiseerd op grond van de keur van het Waterschap en de plaatselijk geldende verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe.
Er kan worden geconcludeerd dat onderhavig initiatief niet in strijd is met de vastgestelde verordening van gemeente West Betuwe betreffende de afvoer van hemel- en grondwater. 4.6.4 Rioolaansluitverordening gemeente West Betuwe Met deze rioolaansluitverordening legt de gemeente West Betuwe het beleidskader ten aanzien van het eigendom en beheer van aansluitleidingen op de openbare riolering vast. In artikel 2 wordt gesteld dat ter plaatse van de erfgrens, de grens tussen het gemeentelijke eigendom en het particuliere eigendom ligt. Enkel het beheer, onderhoud, de renovatie of vervanging van de gemeentelijke aansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente. De kosten hiervan zijn voor rekening voor de gemeente. De kosten voor onderhoud aan de particuliere aansluitleiding komen voor rekening van de eigenaar of gebruiker. Deze verordening is ook van toepassing op onderhavig initiatief. Eventuele aansluitleidingen welke resulteren vanuit het planvoornemen zijn tot aan de erfgrens in eigendom van de initiatiefnemer. Ook dient initiatiefnemer hiervoor eventueel onderhoud uit te voeren en deze kosten voor zich te nemen.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 32
4.7
Vormvrije m.e.r. beoordeling
Vanwege de MER-richtlijn1 moet voor bepaalde activiteiten een milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd worden. Het doel van een milieueffectrapportage is om het milieubelang, naast andere belangen, een volwaardige plaats te geven in het besluitvormingsproces. Naast de milieueffectrapportage bestaat ook het milieueffectrapport (MER). Het MER is een onderdeel van de m.e.r.-procedure. Het MER wordt gekoppeld aan een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning, activiteit milieu. De m.e.r. is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage 2. In het Besluit milieueffectrapportage is vermeld wanneer een MER uitgevoerd moet worden. In onderdeel C van de bijlage is een overzicht van activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. In onderdeel D van de bijlage worden de activiteiten opgesomd waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of een milieueffectrapportage verplicht c.q. noodzakelijk is. De aangevraagde activiteit komt niet voor in bijlage C en/of D van het Besluit m.e.r. Daarom hoeft geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling te worden gedaan, danwel een MER te worden opgesteld.
Richtlijn 97/11/EEG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. 2 Inwerkingtredingsdatum 1 september 1994, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2011, 102. 1
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 33
5
JURIDISCHE REGELING
In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling plansystematiek uiteengezet.
5.1
Juridische achtergrond
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen van de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding en de regels van het bestemmingsplan ‘Uilenburgsestraat 31B te Ophemert’ sluiten inhoudelijk aan op het bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’.
5.2
Toelichting verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: Enkelbestemming o Agrarisch Dubbelbestemming o Waarde – Archeologie 4 Functieaanduiding o Glastuinbouw o Specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen Bouwvlak Gebiedsaanduiding o Overige zone – oeverwal-stroomrug Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan vinden de volgende veranderingen plaats: Uitbreiding bouwvlak aan huidig bouwvlak (met een oppervlakte van 4.000 m2); Verwijderen van de huidige functieaanduiding ‘glastuinbouw’ op het bouwvlak; Het toevoegen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teelt van bessen, aardbeien en noten’ over het gehele nieuwe bouwvlak; Verwijdering van de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorziening’ op oppervlakte waar bouwvlak wordt uitgebreid, gezien andere beoogde functieaanduiding; Verwijdering van functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorziening’ op percelen kadastraal bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 196, 603 en 582; Toevoegen van functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch –teelttafels’ op percelen kadastraal bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 196 en 603 (niet in het nieuwe bouwvlak); Toevoegen van functieaanduiding
‘Specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’ over het gehele perceel kadastraal bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 582; Verwijderen van dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’; Toevoegen van dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ volgens het Veegplan Archeologie West Betuwe.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 34
5.3
Toelichting regels
Door middel van dit bestemmingsplan wordt het agrarische bouwperceel uitgebreid ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand voor het koelen en opslaan van eigen geteeld fruit. De uitbreiding van het bouwvlak wordt gerealiseerd aansluitend aan het huidige bouwvlak. De nieuwe voorgenomen functieaanduidingen zijn beschreven in de bijbehorende regels.
6
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid Wro of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). De grex-wet uit de Wro is van toepassing. Er zal met de initiatiefnemer een overeenkomst worden afgesloten, waarin het kostenverhaal van de gemeente is geregeld en ook planschade wordt geregeld. Hiermee is het plan economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. Vooroverleg Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp ruimtelijk plan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis vaan het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belang die in het plan in het gedig zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Zienswijzen en beroep Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter visie gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dien op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt en ligt het bestemmingsplan na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld, dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook oom een voorlopige voorziening is gevraagd.
De schorsing van de inwerkingtreding eindigt de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met de uitsprak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 35
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4.
Positief principebesluit QuickScan Flora & Fauna Landschapsplan Stikstofberekening gebruiksfase a. Onderbouwing b. AERIUS projectberekening 5. Stikstofberekening aanlegfase a. Onderbouwing b. AERIUS projectberekening 6. Toelichting benodigde ontwikkeling bedrijf
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 36