RV2024-109-Bijlage-4-Toelichting.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE WEST BETUWE Uilenburgsestraat 31b te Ophemert Toelichting
HDD Advies Voorstraat 8 4033 AD Lienden T. 085 – 023 90 59 www.hddadvies.nl info@hddadvies.nl
Gemeente:
West Betuwe
Plangebied:
Uilenburgsestraat 31b te Ophemert
Opdrachtgever:
P.C. de Kruif Uilenburgsestraat 31b 4061 RH Ophemert
Datum:
14 december 2023
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 2
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ............................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Aanleiding en doelstelling ..................................................................................... 5 Plangebied .............................................................................................................. 7 Geldend bestemmingsplan .................................................................................... 7 Leeswijzer ............................................................................................................... 8
Plangebied en planontwikkeling ....................................................................... 9 2.1 Ontstaansgeschiedenis ......................................................................................... 9 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur ..................................................................... 9 2.3 Beschrijving planontwikkeling .............................................................................11 2.3.1 Ontwikkeling......................................................................................................11 2.4 Postzegelplan middels art. 2.12 Wabo .................................................................12 2.4.1 Landschappelijke inpassing ..............................................................................12
3
Beleidskader ..................................................................................................... 13 3.1 Europees- en Rijksbeleid ......................................................................................13 3.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn ....................................................................................13 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ....................................................14 3.1.3 NOVI en de Omgevingswet ...............................................................................14 3.1.4 Soorten .............................................................................................................14 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................16 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Nederland .......................................................................16 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland ...................................................................16 3.3 Beleid waterschap .................................................................................................17 3.3.1 KRW .................................................................................................................17 3.3.2 Waterbeheerprogramma 2022-2027 .................................................................17
3.3.3 Keur Waterschap Rivierenland 2014 .................................................................18 3.3.4 Conclusie water.................................................................................................18 3.4 Gemeentelijk beleid ...............................................................................................19 3.4.1 Omgevingsvisie West Betuwe ...........................................................................19 3.4.2 Regionaal landschapsontwikkelingsplan ...........................................................20 3.4.3 Erfgoedbeleid West Betuwe ..............................................................................20
4
Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................ 21 4.1 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................21 4.1.1 Archeologie .......................................................................................................21 4.1.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................21 4.2 Leidingen ...............................................................................................................22 4.3 Milieu ......................................................................................................................22 4.3.1 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................22 4.3.2 Bodem ..............................................................................................................22 4.3.3 Externe veiligheid ..............................................................................................23 4.3.4 Geluid ...............................................................................................................25 4.3.5 Luchtkwaliteit ....................................................................................................25 4.3.6 Klimaatadaptatie
...............................................................................................26 4.4 Natuur .....................................................................................................................27 4.4.1 Gebieden ..........................................................................................................27 4.4.2 Soorten .............................................................................................................28
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 3
4.5 Verkeer en parkeren ..............................................................................................29 4.6 Waterhuishouding .................................................................................................30 4.6.1 Beschrijving huidige situatie ..............................................................................30 4.6.2 Beschrijving gewenste situatie ..........................................................................30 4.6.3 Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe...................................31 4.6.4 Rioolaansluitverordening gemeente West Betuwe ............................................32 4.7 Vormvrije m.e.r. beoordeling ................................................................................33
5
Juridische regeling ........................................................................................... 34 5.1 5.2 5.3
6
Juridische achtergrond .........................................................................................34 Toelichting verbeelding ........................................................................................34 Toelichting regels ..................................................................................................35
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid..................................... 35 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................35 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................35
Bijlagen.................................................................................................................... 36
Bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Positief principebesluit QuickScan Flora & Fauna Landschapsplan Stikstofberekening gebruiksfase a. Onderbouwing b. AERIUS projectberekening 5. Stikstofberekening aanlegfase a. Onderbouwing b. AERIUS projectberekening 6. Toelichting benodigde ontwikkeling bedrijf
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling
Voorliggende toelichting is opgesteld om het agrarisch bouwvlak aan Uilenburgsestraat 31b te Ophemert uit te breiden, alsmede de functieaanduiding voor teeltondersteunende voorzieningen uit te breiden c.q. te verplaatsen. De heer P.C. de Kruif, verder te noemen als ‘initiatiefnemer’, exploiteert op deze locatie een fruitteeltbedrijf. Het fruitteeltbedrijf is hoofdzakelijk gericht op het telen van aardbeien. Binnen het bestaand bouwvlak bevinden zich een tweetal schuren met een oppervlak van circa 400 m2 en een bedrijfswoning. De totale oppervlakte van het bedrijf is nu circa 5 ha. Hiervan is circa 80% in gebruik voor de aardbeienteelt. De totale oppervlakte van het huidige bouwvlak bedraagt circa 4.000 m 2, dit is inmiddels volledig benut. Vanwege verdere uitbreiding, en ook door veranderde wet- en regelgeving en modernisering, is het noodzakelijk om binnen het bedrijf aanpassingen te blijven doorvoeren. Momenteel heeft initiatiefnemer onvoldoende mogelijkheden voor opslag van teeltbenodigdheden, machines en tractoren. Om verdere bedrijfsuitoefening nu en in de toekomst zorgvuldig en efficiënt uit te kunnen voeren is toevoeging van een extra schuur essentieel. Aangezien het huidige bouwvlak onvoldoende ruimte biedt voor de wens, is het verzoek om het bouwvlak uit te breiden naar de noordwestzijde van het perceel/woning, met circa 4.000 m2.
Het bouwvlak heeft de functieaanduiding ‘glastuinbouw’. In de nieuwe situatie is gewenst de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teelt van bessen, aardbeien en noten’ aan te brengen over het gehele bouwvlak. Deze aanduiding komt overeen met de beschreven activiteiten in het KVK van het desbetreffende bedrijf. De functieaanduiding ‘glastuinbouw’ wordt dan verwijderd van het (uitgebreide) bouwvlak. Over naastgelegen percelen is gewenst de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’ aan te brengen. De huidige functieaanduiding ‘specifieke vorm agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen’ wordt van deze percelen verwijderd. Tevens wordt deze nieuwe functieaanduiding ook uitgebreid op het perceel aansluitend aan het nieuwe bouwoppervlak, en het perceel aan de overzijde. De grootte van het nieuwe bouwvlak is benodigd om een schuur van 1.000 m2 te realiseren. De rest van de oppervlakte is vereist om al het materieel binnen op te kunnen slaan en daarnaast nog voldoende werkruimte te hebben om compostgrond te kunnen kiepen en te verwerken. Hetzelfde geldt voor het verwerkingsproces van de trays met jonge planten. Om het logistiek goed uit te kunnen voeren is toegang middels vrachtwagens en tractoren tot de schuur vereist. Dit is aan de noordzijde van het perceel mogelijk, waar al een dam aanwezig is.
Het aanbrengen van een andere functieaanduiding is gewenst voor de huidige bedrijfsvoering en het niet hoeven in te leveren van productie door de uitbreiding van het bouwvlak. De oppervlakte van de nieuwe functieaanduiding wordt immers uitgebreid ten opzichte van de oppervlakte van de huidige functieaanduiding. De gewenste uitbreiding hiervan is duidelijk weergeven in figuur 1.2. In onderstaande figuren is de huidige situatie en de beoogde situatie weergegeven in figuur 1.1 en 1.2 in het vigerende bestemmingsplan. De bouwvlakken zijn rood omkaderd, de oppervlakte van de functieaanduiding middels een stippellijn.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 5
Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen
Functieaanduiding: Glastuinbouw
Figuur 1.1 – Bestaande situatie van de planlocatie.
Functieaanduiding: ‘Specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’
Functieaanduiding: ‘Specifieke vorm van agrarisch – teelt van bessen, aardbeien en noten’
Figuur 1.2 - Beoogde situatie van de planlocatie.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 6
1.2
Plangebied
Het plangebied aan de Uilenburgsestraat 31b te Ophemert is gelegen in het buitengebied van de gemeente West Betuwe en is kadastraal bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 196, 582, 602 en 603. De beoogde bouwvlakvergroting vindt plaats in het kadastrale perceel bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 196. De vergroting van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorziening’ vindt plaats in het kadastrale perceel bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 196 en 603. Ook vindt de uitbreiding van deze functieaanduiding plaats aan de overzijde van de weg in het kadastrale perceel bekend als gemeente Ophemert, sectie H, nummer 582. Deze functieaanduiding (ook over de uitgebreide stukken) wordt vervangen door een nieuwe functieaanduiding te noemen ‘specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’. Het plangebied is gelegen nabij de kernen van Ophemert en Varik. Ten noorden van de planlocatie is de rijksweg A15 gelegen. Ten zuiden van de planlocatie is de Waal gelegen. De omliggende grond zijn voornamelijk in gebruik als gras- en bouwland en ten behoeve van (fruit-)teelt. In de onderstaande figuur is de wijdere omgeving van de planlocatie weergegeven. De beoogde locatie van de bouwvlakvergroting en te realiseren schuur is met rood omcirkeld.
Figuur 1.3 - Wijdere omgeving van de planlocatie (Bron: Kadasterdata).
1.3
Geldend bestemmingsplan
De geldende juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 6 december 2018. In het bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bijbehorend agrarisch bouwvlak. Het huidige bouwvlak heeft ook de functieaanduiding ‘glastuinbouw’. De bijbehorende percelen die buiten het bouwvlak vallen, hebben de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen’. Daarnaast ligt over het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Het hele gebied heeft ook de gebiedsaanduiding ‘overige zone – oeverwal-stroomrug’. De uitbreiding van het bouwvlak zal aansluitend plaatsvinden aan het bestaande bouwvlak. De uitbreiding van de functieaanduiding ten behoeve van de huidige en toekomstige bedrijfsvoering zal ook plaatsvinden aansluitend aan de bestaande functieaanduiding, alsmede bij het perceel aan de overzijde van de weg.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 7
LEGENDA
Figuur 1.2 - Uitsnede vigerende bestemmingsplan ´Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017`
1.4
Leeswijzer
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op het plangebied en het initiatief. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleid van de verschillende overheden omschreven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 en 6 de juridische aspecten en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid omschreven.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 8
2
PLANGEBIED EN PLANONTWIKKELING
2.1
Ontstaansgeschiedenis
Ophemert is ontstaan langs de rivier de Waal. Het exact ontstaansmoment is onbekend, maar met zekerheid is bekend dat de nederzetting in 850 al bestond. In de 15e eeuw heeft het dorp in grote lijnen de huidige vorm aangenomen. In 1403 is het kasteel van Ophemert opgericht wat in het bezit was van ridder van Weerdenborch. In de 19e eeuw zijn op de Hattelaar door de gemeente een aantal huizen gebouwd die door arbeiders in erfpacht werden genomen. Dit heeft geleid tot een buurtschap binnen de grenzen van het dorp Ophemert. Ook is in de 19e eeuw de ‘rode-pannen buurt’ aan de Akkersestraat gebouwd. Sinds 1815 is Ophemert een belangrijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van iets ten zuiden van Tiel loopt het inundatiekanaal van de Waal naar de Linge. Als de Lingesluizen bij Asperen werden gesloten en het Waalwater door het kanaal op de Linge werd gebracht, ontstond een grote waterbarrière. Tegenwoordig dient het kanaal om in droge zomers water ten behoeve van de landbouw op de Linge te brengen. In de winter van 1944 en 1945 zijn in Ophemert een groot aantal gebouwen ten prooi gevallen aan uit Dreumel afgevuurde projectielen. De bevrijders van de Tweede Wereldoorlog zaten aan de andere kant van de Waal in Dreumel en schoten op alles wat de Duitsers als uitkijkpunt zouden kunnen gebruiken.
De kerk van Ophemert heeft toen meerdere voltreffers te verwerken gekregen evenals de veevoederfabriek van Walco. Ook de huizen langs de Waalbandijk en de straten daarlangs waren bijna niet meer bewoonbaar en zijn dan ook na de oorlog gesloopt en weer opnieuw gebouwd. Ophemert werd op 1 januari 1812 bij de gemeente Varik gevoegd, maar al op 1 januari 1818 er weer van losgemaakt. Op 1 januari 1978 fuseerde de gemeente Ophemert met de gemeenten Est en Opijnen, Haaften, Varik en Waardenburg tot de nieuwe gemeente Neerijnen. Deze gemeente is inmiddels opgegaan in een fusiegemeente genaamd West Betuwe.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied ligt aan de Uilenburgsestraat 31b te Ophemert op de oeverwalstroomrug tussen de kernen Ophemert en Varik. Het is een dynamisch gebied. Deze tamelijke stedelijke dynamiek wordt met name veroorzaakt door de nabijheid van de autosnelwegen A2 en A15. Een snelwegaansluiting op de A15 zit op korte afstand bij Est, het dorp dat zich noordelijk bevindt van de planlocatie. Het plangebied ligt op korte afstand van de Waal, op de overgang van de oeverwal naar de open kom. De overgang van de oeverwal naar stroomrug en naar (kleine) kom is geleidelijk en minder goed zichtbaar dan ten westen van Haaften. Het bestaande bouwvlak is inmiddels al volledig benut ten behoeve van de bedrijfsvoering. Binnen het bouwvlak bevinden zich een tweetal schuren met een totaaloppervlakte van 400 m2 en een bedrijfswoning. Voor verdere bedrijfsuitoefening voor nu en in de toekomst is de toevoeging van een schuur essentieel. Aangezien het huidige bouwvlak onvoldoende ruimte biedt voor de wens, is het verzoek om het bouwvlak uit te breiden naar de noordwestzijde van het perceel met circa 4.000 m2, met verwijdering van aanduiding ‘glastuinbouw’ en het toevoegen van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teelt van bessen, aardbeien en noten’. Op dit moment wordt dit gedeelte van het perceel gebruikt voor teelttafels.
De grootte van het bouwvlak is benodigd om een schuur van circa 1.000 m 2 te realiseren, materiaal op te kunnen slaan, en voldoende werkruimte hebben om compostgrond te kunnen kiepen en te verwerken. Daarnaast is gewenst de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen’ te verwijderen van beide percelen. In plaats van deze aanduiding, is gewenst de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’ toe te voegen en tevens uit te breiden.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 9
Onderstaande figuren 2.1 tot 2.3 geven een impressie van het plangebied weer. Voorgenomen uitbreiding van bouwvlak en functieaanduiding is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 2.1- Vooraanzicht van de Uilenburgsestraat 31B (1).
Figuur 2.2 - Vooraanzicht van de Uilenburgsestraat 31B (2).
Figuur 2.3 - Impressie beoogde locatie uitbreiding bouwvlak.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 10 Uitbreiding bouwvlak
2.3
Beschrijving planontwikkeling
2.3.1 Ontwikkeling Initiatiefnemer exploiteert een fruitteeltbedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op aardbeienteelt. De afgelopen jaren is deze exploitatie gestaan in omvang toegenomen. Vanwege verdere expansie maar ook wegens de veranderende wet- en regelgeving en modernisering is het noodzakelijk om binnen het bedrijf (continu) aanpassing door te voeren. De huidige aanwezige bebouwing biedt niet voldoende ruimte om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren. Momenteel ondervindt initiatiefnemer de volgende problemen wegens ruimtegebrek: De opslag van de lege substraatbakken, waarin door modernisering de aardbeien hedendaags worden gekweekt, vindt plaats op de buitenplaats aan de overzijde van de woning. Naast het niet wenselijk aanzicht, is dit ook ten nadele van bakken door schade aangedaan door weersomstandigheden en versnelde veroudering van de bakken door blootstelling aan Uvstraling. Het vullen van deze substraatbakken vindt buiten plaats. Dit zorgt voor ongewenste arbeidsomstandigheden in de wintermaanden en beperkt de flexibiliteit van het tijdstip waarop de bakken kunnen worden gevuld ernstig. De cliënt wenst daarom deze substraatbakken in de nabije toekomst binnen te kunnen vullen. Daarnaast is het voornemen om machinaal de substraatbakken te gaan vullen, waarvoor een schuur wenselijk is.
Naast substraatbakken heeft initiatiefnemer grote hoeveelheden trays nodig voor de plantkweek. Door gebrek aan opslag worden deze elk jaar weggegooid en het volgende jaar opnieuw aangekocht. De cliënt wenst over te gaan naar meermalig gebruik van de trays, oftewel recycling, zowel voor de duurzaamheid als voor het kostenaspect. Daarvoor is een ruimte benodigd voor zowel de opslag als voor het wassen en ontsmetten van de trays. Tractoren, bussen en machines kunnen momenteel niet binnen worden gestald. Dit zorgt voor versnelde veroudering en een grotere kans op diefstal. Extra koel- en opslagcapaciteit is noodzakelijk zodat de cliënt in de toekomst zijn eigen klanten kan vermeerderen. Door ruimtegebrek is dit niet mogelijk. Door ruimtegebruik wordt momenteel substraat, tractoren, bemesting en bestrijdingsmiddelen gezamenlijk met het eindproduct opgeslagen. Echter stelt de Planet Proof certificering, welke de initiatiefnemer wenst te behouden, dat dit niet gezamenlijk mag worden opgeslagen. Meer opslagcapaciteit is dus vereist voor gescheiden opslag ten behoeve van het behoud van deze certificering. Zoals te begrijpen van het bovenstaande, wenst initiatiefnemer uitbreiding van het bouwvlak om een extra schuur te kunnen realiseren. Dit beoogde pand, van circa 1.000 m 2 zal kunnen voorzien in extra opslagcapaciteit en voorziet in de verdere wenselijke bedrijfsvoering.
De uitbreiding van het bouwvlak bedraagt een grootte van circa 4.000 m2. Deze grootte is gewenst voor hierboven genoemde activiteiten evenals ruimte om compostgrond te kunnen kiepen en te verwerken. Daarnaast biedt dit de mogelijkheid voor goede uitvoering van logistiek. Aan de noordzijde van het perceel is al een dam aanwezig, welke gemakkelijk toegang kan bieden voor de vrachtwagens. Als eerder benoemd, berust op de planlocatie van de uitbreiding van het bouwvlak de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen’. De uitbreiding van het bouwvlak en de realisatie van de schuur zal plaatsvinden binnen een gedeelte van deze functieaanduiding. Daarom wenst de initiatiefnemer, voor het behoud van de productie, om de functieaanduiding te veranderen en deze uit te breiden naar het zuidwesten en bij de perceel van de overzijde, zoals te zien in figuur 1.2. De nieuwe functieaanduiding gewenst voor het bouwoppervlak is ‘Specifieke vorm van agrarisch – teelt van bessen, aardbeien en noten’. De nieuwe functieaanduiding welk gewenst is voor de andere percelen is ‘specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’. De voorgenomen veranderingen zijn duidelijk weergegeven in figuur 1.1 en 1.2.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 11
2.4
Postzegelplan middels art. 2.12 Wabo
Het planvoornemen voorziet in de uitbreiding van het agrarisch bouwvlak ten behoeve van de realisatie van een extra bedrijfspand/schuur. De uitbreiding van het bouwvlak wordt gerealiseerd aansluitend op het huidige bouwvlak, met een grootte van circa 4.000 m2. Daarnaast wordt de functie aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teelttafels’ toegevoegd en uitgebreid op twee percelen. De oude functieaanduiding zal op de percelen worden verwijderd. Onder artikel 2.1, eerste lid onder c van Wabo stelt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening of een exploitatieplan. Voor voorgenomen initiatief zal middels artikel 2.12, eerste lid, onder a van de Wabo worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan. In artikel 2.12, eerste lid, Wabo staat dat de toestemming tot afwijking van een bestemmingsplan niet in strijd mag zijn met goede ruimtelijke ordening. Derhalve is onderhavige toelichting opgesteld. Nadere toelichting met motivering voor de gewenste ontwikkelingen en noodzaak hiervan, is bijgevoegd als Bijlage 4. 2.4.1 Landschappelijke inpassing Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing, naar toebehoren van het LOP, is voor de gewenste situatie is een landschapsplan opgesteld.
Deze landschappelijke inpassing beoogt de schuur en teeltondersteunende voorzieningen in te bedden in zijn omgeving, met de daar bijbehorende gebiedseigen landschappelijke beplanting. Het landschappelijk inpassingsplan gaat uit van een inpassing waarbij het zicht op de schuur en teeltondersteunende voorzieningen wordt verzacht, maar niet volledig ontnomen. Het landschapsplan is bijgevoegd als bijlage 2 in dit rapport.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 12
3
BELEIDSKADER
Door Europa, het rijk, de provincie en de gemeente zijn diverse beleidsnota’s vastgesteld die voor de ontwikkelingsmogelijkheid van het perceel aan de Uilenburgsestraat 31B te Ophemert van belang kunnen zijn. In dit hoofdstuk wordt het beleid beschreven dat van toepassing is op het plangebied.
3.1
Europees- en Rijksbeleid
3.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn biedt bescherming aan alle in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en leefgebieden in de Europese Unie. De Vogelrichtlijn kent een regime voor soortbescherming en gebiedsbescherming. Het soortenbeschermingsregime is gericht op de bescherming van individuele exemplaren met onder meer een verbod op het opzettelijk doden en vangen van vogels, het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten en het verbod om eieren te rapen. De soortenbescherming was voorheen opgenomen in de Flora- en Fauna wet, welke per 1 januari 2017 is vervangen door hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming verplicht de lidstaten alle nodige maatregelen te nemen om voor alle in de Europese Unie in het wild levende vogelsoorten een voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en van een voldoende omvang te beschermen, in stand te houden en te herstellen. De gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998, welke per 1 januari 2017 is vervangen door hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De Habitatrichtlijn heeft tot doel bij te dragen aan het waarborgen van de biologische diversiteit in de Lidstaten. Aanleiding is de continue achteruitgang van de natuurlijke habitats en de bedreiging voor het voortbestaan van bepaalde wilde soorten.
De richtlijn stelt een Europees ecologisch netwerk vast van speciale beschermingszones. Dit wordt "Natura 2000" genoemd. Ook de door de Lidstaten aangewezen beschermingszones op grond van de Vogelrichtlijn maken deel uit van dit netwerk. Tevens kent de Habitatrichtlijn een soortenbescherming die enigszins vergeleken kan worden met die van de Vogelrichtlijn. Deze richtlijn biedt echter, in tegenstelling tot die van de Vogelrichtlijn, een mogelijkheid om vanwege dringende redenen van sociale en/of economische aard een uitzondering op het opgelegde soortenbeschermingsregime te maken. Elk lidstaat moet op haar grondgebied de gebieden die het belangrijkst zijn voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten identificeren en vervolgens aanwijzen als speciale beschermingszone. Evenals bij de Vogelrichtlijn is de soortenbescherming in Nederland opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming (voorheen Flora en Fauna wet) en wordt de gebiedsbescherming geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming (voorheen Natuurbeschermingswet 1998). Het dichtstbijzijnde vogel- en habitatrichtlijngebied vanaf de planlocatie betreft het gebied Rijntakken, zie figuur 3.1. Het gebied nabij de planlocatie betreft zowel een vogel- als een habitatrichtlijngebied. De projectlocatie is weergegeven middels de rode cirkel.
De afstand van de projectlocatie tot het gebied Rijntakken bedraagt circa 1,0 km.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 13
1,0 km
Figuur 3.1 Planlocatie in nabijheid van Vogel- en habitatrichtlijngebied Rijntakken (bron: Aerius Calculator). 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.1.3 NOVI en de Omgevingswet De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijk ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat, zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. Voorgenomen bestemmingsplanprocedure is niet in strijd met de NOVI. 3.1.4 Soorten Met ingang van 1 januari is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van de soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de nieuwe wet blijft de bescherming van een groot aantal dier- en plantensoorten ongewijzigd, maar er zijn ook een aantal wijzigingen aangebracht in de bescherming die dier- en plantensoorten genieten.
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantensoorten. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om beschermde vogels en dieren te doden, vangen of verontrusten en om plantensoorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 14
Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak uitgebreid ten behoeve van het realiseren van een bedrijfspand. De projectlocatie is in de huidige situatie in gebruik ten behoeve van fruitteelt. Deze werkzaamheden kunnen mogelijk leiden tot verstoring van beschermde soorten. Om deze reden wordt een ecologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van de QuickScan Flora en Fauna zijn weergegeven in bijlage 1. Hieruit is gebleken dat geen aanvullend onderzoek noodzakelijk is.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 15
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgesteld in de nota’s: Omgevingsvisie Gaaf Nederland; Omgevingsverordening Gelderland. Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Nederland Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. De provincie benoemt wat van waarde is en wat zij willen beschermen. Om samen stappen te zetten, hebben we een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad voor ons handelen. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ wordt een ambitie en het gewenste vergezicht omschreven: het beeld op de toekomst. Dit beeld is het resultaat van gesprekken met partners: inwoners, ondernemers, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, overheden. Een vergezicht dat het accent legt op wat wij samen belangrijk vinden.
Een vergezicht dat tot de verbeelding spreekt en uitnodigt en aanspoort tot actie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie aan wil werken. Bij de uitoefening van de taken wordt de focus gelegd op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt richting gegeven. Het plangebied bevindt zich in de Themakaart Ruimtelijk beleid binnen de gebieden ‘Grote zonneparken mogelijk’ en ‘Windenergie aandachtsgebied’. In deze gebieden is het mogelijk zonneparken en windturbineparken te realiseren. In de Themakaart Milieubeleid bevindt de planlocatie zich in een ‘Stiltegebied’. In dit gebied dient stilte beperkt te worden. Voorgenomen planontwikkeling betreft geen extra geluidsproductie doordat het in lijn ligt met huidige gebruik. Daarnaast worden geluid producerende werkzaamheden beperkt tot één locatie door het een aansluitende bouwvlakvergroting betreft. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren.
Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Er wordt richting gegeven aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening hebben we alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. De Omgevingsverordening heeft daarom de status van:
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 16
Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Deze wetten worden opgenomen in de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten al vast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, is geanticipeerd op de situatie onder de Omgevingswet. Het plangebied is gelegen in de volgende aangewezen gebieden: Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinontwikkelingsgebied; Minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied; Stiltegebied. Voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in strijd met de regels van de aangewezen gebieden. Derhalve kan worden voldaan aan de gestelde regels voor de buitenruimte en de leefomgeving volgens de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld op 21 december 2022.
3.3
Beleid waterschap
3.3.1 KRW In 2000 hebben de EU-lidstaten de Kaderrichtlijn Water (KRW) vastgesteld. De belangrijkste doelen van de KRW zijn de algemene bescherming en verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewateren, van de grondwaterkwantiteit, de specifieke bescherming en verbetering van beschermde gebieden, met als drijfveer het duurzaam gebruik van water. Om deze doelen te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. Het maatregelenprogramma bestaat in Nederland uit de optelsom van alle maatregelen voor de uitvoering van de KRW die zijn opgenomen in de waterplannen op grond van de Waterwet: het Nationale Waterplan, het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren, de regionale waterplannen en de beheerplannen voor de regionale wateren. Het Rijk voert de regie op hoofdlijnen en is verantwoordelijk voor het vastleggen van doelen en maatregelen voor de rijkswateren. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op de uitbreiding van een bouwperceel zodat een bedrijfspand gerealiseerd kan worden. Het plan heeft een effect op oppervlaktewater en grondwater. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6. Het voornemen leidt niet tot strijdigheid met de EU-kaderrichtlijn Water.
3.3.2 Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft wat het bestuur van Waterschap Rivierenland wil bereiken, met als titel “Versterken, verbinden, vergroenen”. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater affectief te zuiveren. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het Waterschap Rivierenland in de planperiode (2022 – 2027) wil bereiken en hoe ze dat willen doen. De principes uit het waterbeheerprogramma zijn: De natuurlijke kernmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. Wij zijn zuinig op water en grondstoffen. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 17
We pakken uitdaging op binnen deze generatie en wentelen deze niet af. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. Met elkaar zorgen voor een toekomstbestendig rivierengebied. Bij nieuwe ruimtelijke plannen wordt gekeken naar de waterbelangen met een gebiedsgerichte aanpak. Hiertoe wordt een watertoets uitgevoerd. Deze toets heeft het volledige proces: vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. 3.3.3 Keur Waterschap Rivierenland 2014 De Keur Waterschap Rivierenland 2014 is vastgesteld op 1 januari 2015 en vervolgens enkele malen gewijzigd. Hierin zijn regels opgenomen om te voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Op de leggers staan de oppervlaktewateren en dijken aangegeven die in beheer zijn het bij waterschap en waarop de keur van toepassing is. 3.3.4 Conclusie water Bij onderhavig initiatief vindt er een toename van verhard oppervlak plaats. Deze toename wordt getoetst in de waterparagraaf welke opgenomen is in paragraaf 4.6 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 18
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie West Betuwe In deze omgevingsvisie staat beschreven hoe de gemeente West Betuwe vormgeeft aan de leefomgeving van de toekomst. Het geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. Deze omgevingsvisie beschrijft de kernwaarden van de fysieke leefomgeving van West Betuwe en legt de nadruk op wat West Betuwe uniek maakt. De gemeente heeft ambities vastgesteld op de volgende verschillende thema’s: Gezonde en leefbare leefomgeving, wonen en voorzieningen, mobiliteit en bereikbaarheid, economie en ondernemerschap, landbouw, energie en klimaat en natuur, cultuur en reactie. Onderhavig initiatief heeft voornamelijk te doen met de ambities die zijn vastgesteld voor de thema’s economie en ondernemerschap en de landbouw. Ambities voor economie en ondernemerschap Meerdere ambities zijn vastgesteld voor dit thema. Echter hebben enkele ambities betrekking op onderhavig initiatief: Als West Betuwe zetten we in op toekomstbestendige agribusiness, meer meerwaarde uit logistiek en bouwen we aan de maakindustrie. We zetten in op toekomstbestendige bedrijventerreinen: kwaliteitsverbetering, nieuwe (collectieve) energiebronnen, circulariteit, verduurzaming, aanpak geluids- en geurhinder en bereikbaarheid. Onderhavig initiatief sluit aan bij deze ambities van de gemeente West Betuwe.
Ambities voor de landbouw De volgende ambities zijn vastgesteld voor de landbouw: Als West Betuwe blijven we ons ontwikkelen als dé fruitgemeente van Nederland. We zoeken daarbij naar een gezonde balans in het bieden van ruimte voor uitbreiding, schaalvergroting, teeltondersteunende voorzieningen en het versterken van ons landschap, bescherming van de cultuurhistorie, de natuur en gezondheid van onze inwoners. We zetten als gemeente West Betuwe in op het benutten van koppelkansen in kringlooplandbouw en ondersteunen innovatieve agrariërs hierin: klimaatadaptatie, maatregelen voor een gezondere bodem, telen onder zonnepanelen, behoud van landschappelijke kwaliteit, natuurbeheer en het bevorderen van de biodiversiteit. Bij (nieuwe) agrarische ontwikkeling in de West Betuwe zal de gemeente kringloop landbouw stimuleren en ondersteunen. Bij vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) bekijken we met eigenaar en omgeving naar alternatieve bij het landschap passende invulling voor het vastgoed zoals recreatie, wonen, zorg, etc. Onderhavig initiatief sluit aan bij de hierboven benoemde ambities van de gemeente West Betuwe. De realisatie van de schuur zal mede bijdragen aan de ontwikkeling van de fruitgemeente, en er zullen initiatieven ondernomen worden zoals hergebruik van trays, welke aan sluiten bij duurzaamheid.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 19
3.4.2 Regionaal landschapsontwikkelingsplan Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in onze gemeenten te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst van de gemeente West Betuwe. Het LOP is een beleidsnota van de gemeente West Betuwe waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Dit LOP schetst de ontwikkelingsrichting in verschillende delen van het landschap: waar kunnen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, waar moet openheid vooropstaan en waar kan het gebruik van het landschap breder worden voor recreatie, waterbeheer en natuur? Vanuit verleden en heden geeft dit LOP een toekomstbeeld van het landschap en het koppelt daar nieuwe, aansprekende landschapselementen aan. Het agrarische gebruik van het landelijk gebied wordt vooral bepaald door de grondgebonden bedrijven met een nadruk op de melkveehouderij en de fruitteelt. In het huidige landschap kunnen zeven eigentijdse ‘landschaps-ensembles’ worden onderscheiden. Het plangebied ligt binnen het ensemble ‘De Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen’. Dit gebied kenmerkt zich door grotendeels agrarisch landschap met kleine dijkdorpen en kastelen. De historische dorpen liggen aan de dijk, uitlopen in linten langs de dijk.
In het LOP wordt ervoor gekozen om het karakteristieke beeld van afwisselend kleinschalige oeverwallen en stroomruggen met uitzichten naar de uiterwaarden en komgebiedjes te behouden en te versterken. Het plangebied bevindt zich in het deelgebied 5b, de stroomruggen. In de beoogde situatie wordt het agrarisch bouwvlak uitgebreid ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand voor het koelen, sorteren en verpakken van eigen geteeld fruit. De uitbreiding van het bouwvlak wordt gerealiseerd aansluitend op het huidige bouwvlak. De planlocatie is in de huidige situatie volledig voorzien met teelttafels. Het realiseren van de schuur is geen grootschalige ontwikkeling waarvoor een landschapsontwikkelingsplan noodzakelijk is. Zeker ook niet aangezien het zal aansluiten bij het (voor-)aanzicht van het bestaande bedrijf. De realisatie van de schuur en de bouwvlakvergroting is dan ook geen grootschalige ontwikkeling. Gezien de aansluiting op het huidige aanzicht op het bedrijf en de omvang, sluit onderhavig initiatief aan bij het LOP en is een landschapsontwikkelingsplan niet noodzakelijk. 3.4.3 Erfgoedbeleid West Betuwe De fusie en de Omgevingswet maken het nodig om het erfgoedbeleid op een nieuwe manier vorm te geven. Derhalve heeft de gemeente West Betuwe een beleidsnota opgesteld om keuzes vast te leggen die de gemeente over haar erfgoed wil maken.
Het erfgoedbeleid uit deze nota heeft twee doelen: • •
Het erfgoedbeleid voor de hele gemeente West Betuwe op elkaar afstemmen (‘harmoniseren’); Het erfgoedbeleid geschikt maken voor de invoering van de Omgevingswet.
Naast de Omgevingswet blijft ook de Erfgoedwet bestaan. Daarin zijn enkele algemene zaken vastgelegd die zorgen dat de erfgoedzorg kan functioneren. Denk daarbij aan het instellen van bewaarplaatsen voor opgegraven archeologische resten, de regels rond bedrijven die mogen opgraven en het aanwijzen van rijksmonumenten. In de Omgevingswet komen juist de regels terecht over de dagelijks omgang met erfgoed. Het opgestelde erfgoedbeleid kan worden samengevat in 18 punten. Het voorgenomen initiatief is getoetst aan het nieuwe erfgoedbeleid van West Betuwe. Het initiatief voldoet aan de opgestelde voornemens van de drie (hoofd-)disciplines van dit beleid (archeologie, bouwkunst/stedenbouw en landschap). Bij het opstellen van het landschapsplan is rekening gehouden met de bestaande cultuurhistorische elementen op de planlocatie, dan wel geïntegreerd in het plan.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 20
4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.1 Archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt inzake archeologie is het archeologische erfgoed te beschermen op Europees niveau. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen bij archeologische waardevolle terreinen en gebieden met een (middel-) hoge verwachtingswaarde de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart te worden gebracht. De gemeente West Betuwe heeft op 22 november 2023 een het Veegplan Archeologie West Betuwe ter inzage gelegd. Onderstaande figuur geeft een uitsnede weer van planlocatie in dit veegplan. Op deze kaart is weergegeven dat het huidige bouwvlak is gelegen met Waarde Archeologie 3: hoge verwachte dichtheid, maar relatief diep. Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en groter dan 500 vierkante meter vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is. Planspecifiek: De realisatie van onderhavig initiatief voorziet niet in bodemingrepen dieper dan 30 cm. Derhalve is archeologisch vooronderzoek niet noodzakelijk. LEGENDA
Figuur 4.1 - Uitsnede Veegplan Archeologie West Betuwe. 4.1.2 Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 5 februari 2015 heeft de gemeenteraad de Nota cultuurhistorisch beleid vastgesteld. Cultuurhistorie is de drager van de identiteit van de voormalig gemeente Neerijnen en daarmee de basis voor ontwikkelingen op het grondgebied van de gemeente. De gemeente Neerijnen houdt daarom rekening met cultuurhistorie bij haar ruimtelijke ordening. Cultuurhistorie wordt ingezet, ontzien, onderzocht en omschreven.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 21
Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de voormalig gemeente Neerijnen is het plangebied niet aangemerkt als ‘Cultuurhistorisch aandachtsgebied’. In en nabij het plangebied zijn ook geen beschermde rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Evenmin zijn er andere gekwalificeerde karakteristieke panden aanwezig. Op het gebied van cultuurhistorie worden derhalve geen belemmeringen voorzien voor de beoogde ontwikkeling.
4.2
Leidingen
In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen. Voor het bouwplan wordt voor aanvang van de graaf- en bouwwerkzaamheden een klic- melding uitgevoerd. Hieruit dient te worden opgemaakt dat geen kabels en leidingen zijn gelegen op plaatsen waar gegraven gaat worden.
4.3
Milieu
4.3.1 Bedrijven en milieuzonering Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Hiervoor worden de afstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als maatgevend beschouwd. In deze publicatie zijn voor verschillende activiteiten richtafstanden opgenomen voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Planlocatie veroorzaker van hinder Voor onderhavige ontwikkeling is de activiteit ‘Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)’ van toepassing. De grootste afstand welke aangehouden dient te worden voor de activiteit fruitteelt, bedraagt 30 meter. Dit betreft de afstand voor geluid. De dichtstbijzijnde gevoelige functie betreft het bedrijf aan de Uilenburgsestraat 31A te Ophemert. De afstand vanaf het te realiseren bedrijfspand tot dit bedrijf bedraagt ten minste 100 meter.
Planlocatie kwetsbaar voor hinder Ten oosten van de planlocatie, op het adres Uilenburgsestraat 31 te Ophemert, is een bedrijf gelegen. Dit betreft ook een bedrijf in akkerbouw en fruitteelt. De afstand vanaf dit bedrijf dient minimaal 30 meter te bedragen. In de beoogde situatie wordt het bedrijfspand gerealiseerd op een afstand van ten minste 30 meter vanaf het bedrijf aan de Uilenburgsestraat 31 te Ophemert. Conclusie Aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan. Er kan derhalve gesteld worden dat door de oprichting van het bedrijfspand een goed woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen kan blijven gewaarborgd. 4.3.2 Bodem Onderzoek naar de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem is niet benodigd gezien de korte benodigde verblijfstijd op onderhavig initiatief (< 1 uur per dag). Daarnaast zijn op de locatie, voor zover bekend, geen potentiële bronnen van verontreiniging aanwezig. Ook is er nooit bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. De gemeente West Betuwe heeft een bodemkwaliteitskaart vastgesteld, deze kaart geeft een algemeen beeld van de bodemkwaliteit op onverdachte locaties. De huidige locatie ligt in de zone ‘buitengebied’ waarbij verwacht wordt dat zowel de boven- als ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarde. De verwachtte bodemkwaliteit vormt geen bezwaar voor voorgenomen ontwikkeling.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 22
4.3.3 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.
Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Toetsingskader Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Het Bevi, Bevt en het Bevb leggen een verantwoordingsplicht op voor het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft de kans aan dat een groep personen door een ongeval bij een inrichting of buisleiding overlijdt. De gemeente moet een verantwoording afleggen bij veranderingen van het groepsrisico in het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen kunnen voordoen: het invloedsgebied.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 23
Planspecifiek In figuur 4.2 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Er bevindt zich één bedrijf in de directe omgeving van het plangebied met een opslagtank, dit betreft een tankstation van TotalEnergies Dijkhuizen. Als te zien in figuur 4.2 bevindt de planlocatie buiten het brand- en explosiegevaar van dit bedrijf. Externe veiligheid blijft gewaarborgd bij onderhavig initiatief.
Uitbreiding bouwvlak
Huidig bouwvlak
Figuur 4.2 Uitsnede risicokaart (Bron: Atlasomgeving).
Hoogspanningsverbinding Zoals kan worden gezien in het vigerende bestemmingsplan, bevindt de planlocatie zich nabij een hoogspanningsverbinding. In de planregels zijn hiervoor regels opgesteld voor werken en werkzaamheden. Het bouwen van de beoogde schuur is niet in conflict met deze regels, desondanks het zich niet zal bevinden in aangegeven risicozone.
Hoogspanningsverbinding
Figuur 4.3 - Uitsnede vigerende bestemmingsplan.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 24
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan hoeven te worden gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid. 4.3.4 Geluid Het aspect geluid is onderdeel van het behoud van de omgevingskwaliteit en wordt op verschillende manieren vastgelegd in wetten. De belangrijkste toetsing van geluidhinder door inrichtingen is via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal type inrichtingen algemene regels opgenomen. De handreiking industrielawaai en vergunningverlening is het wettelijk kader voor de vergunningverlening voor het stellen van geluidsniveaus vanuit de inrichting, om geluidshinder te voorkomen en te beperken. Daarnaast worden geluidsgevoelige objecten beschreven met voorschriften die bescherming bieden. Een ander spoor dat kaders geeft voor geluidsproductie is de Wet geluidhinder (Wgh), welke is vastgesteld op d.d. 16 februari 1979. Deze richt zich met name op de ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige bestemmingen in relatie tot belangrijke geluidsbronnen. Indien binnen geluidzone nieuwe inrichtingen worden gerealiseerd, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wet Geluidhinder wordt voldaan.
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (hierna: VNG-publicatie) uit 2009 blijkt dat voor bedrijven met fruitteelt, de (maximale) richtafstand voor geluid 30 meter bedraagt. De afstand van de het te realiseren bedrijfspand tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelig object bedraagt ten minste 100 meter. Dit is meer dan de richtafstand van 30 meter zoals vermeld in de VNG-publicatie. Omdat de afstand tot het dichtstbijzijnde geluidsgevoelige object boven de aan de orde zijnde richtafstand uit de VNG-publicatie ligt en de activiteiten binnen de inrichting niet leiden tot een onacceptabele geluidshinder, kan een goed woon- en leefklimaat voor het milieuaspect geluid worden gegarandeerd. Geen verder akoestisch onderzoek is noodzakelijk. 4.3.5 Luchtkwaliteit Onderhavig plan moet voldoen aan hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Dit wordt ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. Hierin staat beschreven dat initiatieven die ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd mogen worden. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 μg/m3 verslechtering leidt.
Voor kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft VROM in samenwerking met InfoMil de nibm-tool (juni 2011) ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO 2 en PM10 bepaald op basis van de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Verkeer aantrekkende werking De emissie van PM10 door transportbewegingen van- en naar de inrichting is berekend a.d.h.v. rekeninstrument NIBM-tool. Door het gebruik van deze tool is aannemelijk te maken dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Transportbewegingen van- en naar de inrichting vinden plaats t.b.v. de aanvoer van planten en andere benodigdheden. Vervolgens wordt het fruit door middel van vrachtwagens opgehaald om te transporteren naar de afnemers. Omdat het exacte aantal verkeersbewegingen onbekend is, is in de berekening met de nibm-tool een worstcase berekening gemaakt. In de NIBM-tool wordt voor licht wegverkeer (personen- en bestelauto) Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 25
als weekdaggemiddelde 10 voertuigen meegenomen. Voor zwaar wegverkeer (vrachtwagen ± 20 ton en trekkers) wordt als extra weekdaggemiddelde tevens 5 voertuigen meegenomen.
Figuur 4.3 Worst case-scenario nibm-tool, planlocatie i.r.t. verkeersbewegingen
In figuur 4.4 is de berekening met de nibm-tool weergegeven. Uit bovenstaande motivatie blijkt dat de PM10 en NO2 emissie, afkomstig van de extra verkeersbewegingen van- en naar de inrichting, in de aangevraagde situatie met een maximale bijdrage van 0,06 μg/m3 stikstofdioxide en 0,01 μg/m3 fijnstof niet in betekende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. 4.3.6 Klimaatadaptatie Voor het opvangen van piekbuien zal op het nieuwe bouwvlak een bovengrondse bassin worden gerealiseerd. In dit bassin zal regenwater kunnen worden verzameld en vastgehouden. Vanuit dit bassin kan het of langzaam worden afgegeven aan het grondwater (infiltratie) of alsnog op een later moment gebruikt worden. Dit water zou eventueel gebruikt kunnen worden door de initiatiefnemer ten behoeve van de aardbeienteelt. Daarnaast zal de loods aardgasvrij zijn.
Toelichting voor Uilenburgsestraat 31b te Ophemert 26
4.4 4.4.1
Natuur Gebieden
Natura 2000 In 1992 is door de lidstaten van de Europese Unie (EU) een netwerk van beschermde natuurgebieden opgezet. Dit is het ‘Natura 2000 netwerk’. Het netwerk is bedoeld om zowel de vitaliteit als de biodiversiteit op Europees grondgebied te beschermen en te behouden. Hiervoor vormen de Europese Vogelrichtlijn uit 1979 en de habitatrichtlijn uit 1992 de basis. De gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998, welke per 1 januari 2017 is vervangen door hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. In artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het gebied ‘Rijntakken’. Dit gebied is gelegen op een afstand van ongeveer 1,0 km van de planlocatie. Gelet op de aard en omvang van het voornemen zijn daarom geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten. Stikstofberekeningen van de aanleg- en gebruiksfase zijn weergegeven in bijlage 4 en 5.