CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-103-Bijlage-1-Programma-bomen-2025-2034.pdf

Oordeelsvormende vergadering(en) 10 september 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 4: Vaststellen Het Programma bomen 2025-2034 inclusief scenario 2A voor klimaatadaptatie en vergroening15.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bomenbalans bij projecten Het kappen van grote en gezonde bomen proberen we koste wat kost te voorkomen. We werken niet meer met de gedachte dat we bij een project met een ‘schone lei’ beginnen. De basisregel is: we behouden de bomen als ze gezond zijn en een goede toekomst hebben. Als de boom daarnaast ook actief beschermd wordt (categorie A t/m E) is kap al helemaal niet aan de orde.

28 | PROGRAMMA BOMEN

Als aanvulling gaan we bij onze projecten werken met een ‘bomenbalans’ op basis van de Boommonitor van het Norminstituut bomen. De uitkomst van de bomenbalans moet zijn dat het kroonvolume minimaal gelijk blijft. Als er bomen weg moeten, en deze kunnen niet worden verplant, worden deze gecompenseerd. Dit compenseren we niet met geld, maar met groeiruimte voor nieuwe bomen. We beginnen natuurlijk met een kleine boom, maar na 20 jaar moet het volume minimaal gelijk zijn aan de situatie voor het project. Omdat we de gemeente verder willen vergroenen, onderzoeken we of we meer ondergrondse groeiruimte kunnen reserveren. Dan kunnen we meer bomen terugplanten dan er stonden. Hierbij streven we naar de 30%-regel uit paragraaf 5.2.

‘‘

Voorbeeldberekening bomenbalans 1. In een straat worden kabels en leidingen en de verharding vervangen. Er staan 10 bomen met een kroon van 8 meter breed. Het totale kroonoppervlak is dan 500 m2. 2. Bij de herinrichting kunnen 6 bomen behouden blijven en moeten er 4 worden gekapt. 3. Voor de 6 bomen geldt dat de groeiplaats minimaal gelijk moet blijven aan de oude situatie. De 4 gekapte bomen waren goed voor 200 m2 aan kroonoppervlak. 4. Ter vervanging moet ca. 50 m3 aan groeiplaats worden ingericht. Deze kan bijvoorbeeld worden verdeeld over opnieuw 4 (middelmatige) bomen, 2 grote of 8 kleine.

’’

Beschermen van de groeiplaats Iemand die een kabel of leiding beschadigt, of graafwerkzaamheden niet meldt, kan daarvoor een hoge boete krijgen van de beheerder. Het werken rond bomen zorgt ook al snel voor schade, zoals verdichting of schade aan wortels. Hoe we hiermee omgaan staat in paragraaf 4.6. Aanvullend willen we de groeiplaatsen van onze bijzondere bomen (categorie A t/m E) goed beschermen. De eerste stap daarvoor is het in kaart brengen van deze groeiplaatsen. We houden daarbij een vrije zone aan rond eventuele de kabels en leidingen, zie afb. 17: een voorbeeld van hoe de groeiplaats van een beschermde groeiplaats (groen gearceerd). afb. 17 als voorbeeld. Hier is een kleine jonge boom geplant op een ruime plek, waardoor deze in aanmerking zou kunnen komen als toekomstboom. In dat geval beschermen we de gearceerde zone. Bij een vergunningsaanvraag voor (graaf)werkzaamheden worden de werkzaamheden en plannen, maar ook vergunningen voor graafwerk, getoetst. De aanvraag moet dus ook getoetst worden op beschermde groeiplaatsen. Het is daarmee verboden om zonder goedkeuring of melding te werken in een beschermde groeiplaats.

29 | PROGRAMMA BOMEN

5.3 Geen straten zonder bomen Uit onderzoek blijkt dat mensen in een groene omgeving minder last hebben van stress en sneller herstellen van ziektes. Dit is de herkomst van de ‘3’ uit de 3-30-300-regel. Het gaat hier om groen in de directe omgeving. Helaas zijn er in onze kernen veel ‘boomloze straten’. Bij de analyse van onze boomkronen is gekeken vanuit hoeveel ‘panden’ één of meerdere bomen kan worden gezien, zie afb. 18. De uitkomst is dat vanuit 28% van de panden meer afb. 18: hier is een gedeelte van de uitkomst van de analyse dan 3 bomen kunnen worden gezien. Bij de in Beesd te zien. Vanuit ‘groene’ gebouwen kunnen meer dan 3 bomen worden gezien, vanuit de rode niet. 72% dus minder dan 3 bomen, bij 18% zelfs geen enkele boom. Uit de enquête blijkt dat veel mensen vinden dat hun omgeving minder groen is geworden. Zo’n 90% van de mensen vindt dat in iedere straat minimaal één boom moet staan. Hoe we dit in de praktijk gaan brengen, werken we uit in de vergroeningskaarten, zoals benoemd in paragraaf 5.4. Hier willen we mee aan het werk. Het plan is voor iedere straat zonder bomen te kijken waar een boom kan worden geplant. Minimaal één, waar mogelijk meer. We beperken ons tot de straten binnen de bebouwde kom. Daarvoor moeten we wel keuzes maken: - Soms zullen we parkeerplaatsen moeten opofferen voor een boom.

Als dat niet kan, kunnen we met een substraat of constructie parkeren ‘bovenop’ de wortels van de boom. - Soms is het mogelijk om een verkeerskundige wegversmalling te maken en op afb. 19: op de foto zien we de Sophiastraat in Geldermalde ontstane ruimte bomen op planten. sen. In dergelijke straten is vergroening hard nodig - Waar nodig zullen we bij een reconstructie kijken of we een trottoir aan één zijde kunnen opheffen. Daarmee komt er ruimte aan de andere kant van de straat om bomen te planten. - In sommige gevallen zullen de bomen dichtbij de erfgrens moeten worden geplant, omdat daar de enige ruimte is. - Als het niet anders kan, kijken we of we de bewoners zelf kunnen stimuleren tot het planten van bomen.

5.4 Iedere kern een robuuste boomstructuur Om een robuuste boomstructuur te krijgen, moeten we behouden wat waardevol is en versterken waar nodig. We werken gericht aan de klimaatopgave en stellen per kern een vergroeningskaart op. De vergroeningsopgave bepalen we aan de hand van analyses van onder nadere de klimaatstresstesten, de 3-30-300 regel en data uit het beheersysteem. Nieuwe bomen krijgen

30 | PROGRAMMA BOMEN

een beleidsklasse uit paragraaf 4.5 en nemen we, indien van toepassing, op in de waardevolle structuren. Hiermee werken we aan een robuuste boomstructuur per kern. In de Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ is ook een richtlijn opgenomen voor de afstand tot groene koele verblijfsplekken. De richtlijn is, dat vanaf ieder pand de loopafstand tot een openbaar toegankelijke koele groene plek in de schaduw niet meer mag zijn dan 300 meter. Deze koele plekken moeten bij voorkeur ‘groen’ zijn. De afstand is een onderdeel van de 3-30-300-regel van Cecil Konijnendijk4. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vanaf dit punt de gezondheid van bewoners sterk verbetert. Gelukkig kunnen de meeste bewoners van onze gemeente (81% van de panden) binnen 300 meter bij een robuuste groene verblijfplaats komen. Maar dit geldt dus nog niet voor alle bewoners. Naast de beschermde structuren, zijn nieuwe structuren nodig voor vergroening en klimaatadaptatie. De structuren vormen zo een raamwerk dat bestaat uit: - Vlakken, zoals parken, koele speel- en verblijfsplekken en ecologisch waardevol groen. - Lijnvormige elementen, zoals lanen en houtwallen. Deze liggen bijvoorbeeld langs wegen of water. Bij het inrichten van de boomstructuur is maatwerk per kern nodig. We betrekken de bewoners van de kern bij het proces.

Verder gelden de volgende kaders: - We richten ons in de structuren op een hoge ecologische waarde. Daarvoor is het belangrijk dat waar mogelijk horizontale en verticale lagen worden aangebracht. Dit zal moeten leiden tot een kern, mantel en zoom. afb. 20: binnen een goede boomstructuur is sprake van een - De structuren worden waar mogelijk eer- kern (grote volgroeide bomen), mantel (struikgewas en kleine bomen) en zoom (bloemen en ruw gras). lijk verdeeld over de kernen. - Bij de uitwerking gebruiken we de analyse van de 3-30-300-regel, en de kaarten van hittestress, wateroverlast en biodiversiteit. - De bomen binnen de structuur krijgen een goede groeiplaats en deze wordt goed beschermd.

5.5 Meer variatie in ons bomenareaal Vanouds worden bomen vaak in lange lanen geplant, liefst van één soort en dezelfde leeftijd. Van oorsprong is dit bedacht en ‘geïmporteerd’ uit Frankrijk door Napoleon. Zo kon hij zijn soldaten in de schaduw laten marcheren. Eeuwen later is dit niet meer weg te denken uit ons land en is dit doorgevoerd tot in de kleinste straatjes. In onze gemeente zien we dit ook bij de lange populieren- en essenlanen in het buitengebied.

4

De 3-30-300-regel stelt dat iedereen vanuit zijn huis 3 bomen van behoorlijke omvang moet kunnen zien, dat de kroonbedekking 30% moet zijn en dat de afstand tot een hoogwaardig park of groene ruimte niet meer dan 300 meter mag zijn, een wandeling van 5 to t 10 minuten.

31 | PROGRAMMA BOMEN

Deze monoculturen vormen een risico op boomziektes. In onze gemeente werd dit pijnlijk duidelijk bij de essentaksterfte. Maar ook de eikenprocessierups en iepziekte zijn daar een gevolg van. We werken daarom aan meer diversiteit. In de enquête geven de bewoners ook aan dat ze meer diversiteit willen.

Diversiteit in familie, geslacht en soort In 2030 willen we voldoen aan de 10-20-30-regel. Deze regel is ontwikkeld door Amerikaanse onderzoeker Santamour in 1990 en gaat over diversiteit: maximaal 10% van één soort, 20% van één geslacht en 30% van één familie, zie tabel 3. Op de lange termijn (2050) streven we naar nog meer diversiteit, via de 7-15-20-regel. tabel 3: onze huidige boomsoortendiversiteit

In 2030

In 2050

Soort

10%

7%

Geslacht

20%

15%

Familie

30%

20%

Situatie in West Betuwe De volgende soorten voldoen niet: - Gewone es met 14% - Canadese populier met 11% - Zomereik met 10% - Schietwilg met 7% - Gewone peer met 6% De volgende geslachten komen erg veel voor: - Essen (Fraxinus) met 23% - Populieren (Populus) met 16% - Eiken (Quercus) met 11% Twee families springen er duidelijk uit: - Oleaceae met 23%, bevat populieren en wilgen - Salicaceae met 21%, bevat vooral essen - Rosaceae met 13%, bevat fruit zoals peren en kersen - Fagaceae met 13%, bevat vooral eiken en beuken

Bij dit streven moet wel worden aangemerkt dat de ‘uitschieters’ qua boomsoorten logisch te verklaren zijn vanwege de kleibodems en de situatie met onze fruitbomen en populierenlanen. Om te zorgen voor de diversiteit gaan we geen gezonde bomen kappen. We volgen het natuurlijk verloop van ons areaal en bij bijvoorbeeld vervanging van een populierenlaan of een reconstructie planten we verschillende soorten terug. In het algemeen hanteren we daarbij de regel: - Bij 0-20 bomen planten we minimaal twee soorten. - Bij 20-50 bomen planten we minimaal 4 soorten uit verschillende families. - Vanaf 50 bomen planten we minimaal 6 soorten uit verschillende families.

32 | PROGRAMMA BOMEN

Inheems en klimaatbestendig Inheemse boomsoorten komen in onze omgeving (West-Europa) al lange tijd van nature voor. Deze soorten hebben allerlei relaties met andere bomen, planten en dieren en zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Op onze inheemse zomereik en schietwilg zitten bijvoorbeeld al meer dan 300 insectensoorten. We kiezen in het algemeen voor aanplant van inheemse soorten. Hierbij gebruiken we de plantlijst die in het beheerplan komt. Bij aanplant van bomen (maar ook struiken) letten we op de bloeiperiode. We planten afb. 21: het valt veel mensen niet op, maar hier aan het Buisoorten die erg vroeg bloeien (bijv. hazelaar, tenbos in Meteren zijn 4 boomsoorten aangeplant. wilg of kornoelje), maar denken ook aan soorten die tot heel laat bloeien, zoals de klimop. De gevolgen van klimaatverandering zijn vooral in de bebouwde kom merkbaar. We krijgen daar binnen enkele decennia te maken met het klimaat van Spanje of Zuid-Frankrijk. Binnen de kom planten we daarom soorten die goed tegen dit veranderende klimaat kunnen. - Inheemse soorten zoals de beuk en berk kunnen slecht tegen drogere en hete periodes. Deze worden daarom (vrijwel) niet meer aangeplant binnen onze kernen. - Sommige inheemse bomen zoals de veldesdoorn, linde of haagbeuk zijn juist wel geschikt. - Daarnaast gaan we binnen de bebouwde kom vaker uitheemse boomsoorten planten.

Hier is nog geen volledige lijst van beschikbaar, maar de ontwikkelingen daarover houden we goed in de gaten. Ook hiervoor nemen we een inspiratielijst op in het beheerplan.

Diversiteit in plantverband en boomtype We gaan onze bomen vaker in losse verbanden planten. Ook biedt dit kansen om met struiken en kruiden meer gelaagdheid en structuur aan te brengen. Daardoor neemt de biodiversiteit sterk toe. Een bijkomend voordeel is dat we aanzienlijk minder risico lopen bij boomziektes. Ook voorkomt dit een kaalslag als de bomen in een bepaalde wijk hun eindleeftijd bereiken. Het toepassen van deze diversiteit is vooral mogelijk bij bredere straten, groenstroken en parken. We doen het volgende: - In grotere structuren werken we met verschillende boomgroottes en omlooptijden. Dit zorgt voor verschillende hoogtelagen, dit is belangrijk voor de biodiversiteit. - Om meer schaduw op onze wegen en paden te krijgen, planten we bomen vaak bewust met de (beoogde) kroon boven een weg of pad. We doen dit dan wel vaker in een ‘los verband’. Dus minder in strakke en éénvormige lanen, - We zijn terughoudend met de aanplant van vormbomen. We passen deze alleen toe op locaties waar dit vanuit cultuurhistorie of bepaalde afspraken noodzaak is. Als de groeiplaats qua volume alleen geschikt is voor een vormboom (zie paragraaf 5.1), heeft aanplant van heesters of struiken de voorkeur.

33 | PROGRAMMA BOMEN

5.6 Vergroening door samenwerking Het vergroenen van onze gemeente met meer bomen kunnen we niet alleen. Slechts een klein deel van de gemeente is immers maar in ons eigendom. Uit de analyse blijkt daarnaast ook dat juist op de niet-gemeentelijke terreinen nog veel winst te behalen is. We willen onze bewoners daarom stimuleren zelf hun tuin te vergroenen en daar bomen te planten. Soms is dit ook de enige optie om überhaupt bomen te planten in een straat. We gaan deze initiatieven zoveel mogelijk koppelen aan acties uit ons maatregelprogramma klimaatadaptatie. - De meeste bewoners zouden het leuk vinden om een (gratis) boom te planten in hun eigen tuin. Jaarlijks willen we dit koppelen aan het project NK tegelwippen van team duurzaamheid. Daarbij kunnen bewoners kiezen uit inheemse bomen die aan het begin van de winter worden uitgedeeld. - We vragen onze bewoners om mee te helpen met eenvoudig boomonderhoud, zoals het snoeien van fruitbomen of knotwilgen. Dit doen we dan onder bege- afb. 22: het uitdelen van gratis bomen is een laagdrempeleiding van een agrarische natuurvereni- lige actie die vaak op veel steun kan rekenen bij bewoners. ging of bijvoorbeeld Landschapsbeheer Gelderland. Vanwege de veiligheid doen we dit alleen in afgebakende gebieden, zoals parken of bij landschapselementen. - We willen meer aandacht geven aan onze bomen.

Bij de bijzondere bomen willen we een bordje plaatsen met de soort en leeftijd. Dit kunnen we aanvullen door te vermelden wat de boom voor een waarde vertegenwoordigt. - We gaan ook op zoek naar boomambassadeurs die zich willen inzetten voor een groenere omgeving. We gaan ook in gesprek met bedrijven, instellingen en grote terreinbeheerders over de uitgangspunten uit het Programma Bomen en welke rol zij hierin kunnen hebben. - We willen een speciale ‘bomenroute’ gaan opstellen in de kernen waar veel bijzondere en oude bomen staan. Hierbij denken we aan een ‘ommetje’ of een klompenpad langs bijzondere bomen. - Een ruime meerderheid van de bewoners vindt het ‘geboortebos’ een goed idee. We onderzoeken of we hier een geschikte plek voor kunnen vinden. - Bewoners die dit willen kunnen de grond rond een gemeenteboom ‘adopteren’. In dat geval kunnen ze op eigen kosten de inrichting en het beheer van de boomspiegel overnemen. De gemeente stelt hierbij wel een aantal voorwaarden. - Op de website van de gemeente willen we een speciale ‘Bomenpagina’ gaan inrichten. Dit wordt een verzamelpunt van alle gemeentelijke informatie over bomen. Hier komt de online kaart waarop zichtbaar is welke bomen we gaan snoeien en kappen. Ook wordt daar de kaart met waardevolle bomen op gepresenteerd. Verder willen we hier ook informatie rond het beleid en het belang van bomen laten zien.

Bewoners kunnen hier ook informatie vinden over het gebruik en onderhoud van (inheemse) bomen en beplanting in hun eigen tuin.

34 | PROGRAMMA BOMEN

6 Financiën In dit hoofdstuk zijn de financiën uitgewerkt voor het Programma Bomen. We behandelen de aspecten beheer en vervanging afzonderlijk omdat deze (structurele) kosten onafhankelijk zijn van het gekozen scenario. Bij de scenario’s behandelen we kosten die nodig zijn voor het realiseren van onze strategie. Hiervoor hebben we drie scenario’s uitgewerkt.

6.1 Beheer Onder ‘beheer’ vallen de structurele kosten die nodig zijn om ons bomenbestand in stand te houden. Avri heeft binnen de DVO nog een aantal fruit- en knotbomen in beheer. Deze zijn en afzonderlijk opgenomen in de tabel. Dit geldt ook voor de kosten voor bomen die vallen onder het programma begraafplaatsen. In onderstaande tabel hebben we deze kosten weergegeven: - Onder ‘diversen’ vallen overige beheermaatregelen zoals het aanbrengen en controleren van kroonverankeringen of bestrijding van bijvoorbeeld de eikenprocessierups. - De kosten voor bosplantsoenen komen uit het bijbehorende beheerplan. Het gaat om bomen in bos en in houtwallen/-singels. Uitgangspunt is dat de helft van de kosten gemaakt voor de bomen, de andere helft zijn kosten voor bijvoorbeeld onderbeplanting en struiken. - De extra (jaarlijkse) snoei van fruitbomen is een optie binnen scenario III, zie paragraaf 6.3. Omdat dit wel onder het beheer valt, is dit voor de volledigheid wel opgenomen. Onderdeel Begrotingspost Boombeheer DVO AVRI Begraafplaatsen Inspectie en onderzoek € 48.900 € 4.900 Snoei € 262.800 € 18.500 € 26.100 Regulier Diversen € 14.800 € beheer Bomen in bosplantsoen € 59.500 € 2.000 Totaal beheer € 386.000 € 18.500 € 33.000 Extra snoei fruitbomen € 24.500 € Als het bomenareaal stijgt bij uitbreiding van bebouwd gebied, moet het beheergeld evenredig meestijgen.

Dit geldt ook bij aanplant van bomen in het kader van vergroening.

6.2 Vervanging Onder ‘vervanging’ vallen alle structurele kosten die nodig zijn om ook in de toekomst een gezond en gevarieerd bomenbestand te hebben. Gemiddeld rekenen we met een omloop van 50 jaar. Dit betekent dat we gemiddeld jaarlijks 2% van ons areaal vervangen. - De vervanging uit de BVC betreft de vervanging uit veiligheidsoogpunt. Dit zijn dode, zieke of gevaarlijke bomen. Jaarlijks zijn dit zo’n 300 bomen (1% van ons bomenbestand). - De planmatige en projectmatige verharding betreft bij elkaar zo’n 450 bomen. De kosten daarvan zijn afhankelijk of het bomen binnen of buiten de kom betreft. Vaak is het vervangen van bomen binnen de kom duurder vanwege de groeiplaats. Onderdeel Begrotingspost Boombeheer Begraafplaatsen 24.200 Vervanging uit BVC € 230.000 € Planmatige boomvervanging buitengebied € 203.000 VervanProjectmatige boomvervanging in de kom € 50.000 ging Projectmatige vervanging binnen MJOP € 37.500 Totaal vervanging € 520.500 35 | PROGRAMMA BOMEN

6.3 Strategie Bescherming en vergroening - scenario’s Het realiseren van onze strategie vraagt een forse investering. Maar het is wel een noodzakelijke investering om in 2050 een klimaatrobuuste gemeente te zijn. De investering betaalt zich ook terug: gezondere inwoners, minder hittestress en wateroverlast en een prachtige leefomgeving. In deze paragraaf zijn deze investeringen in drie scenario’s uitgewerkt: een minimaal scenario, een gemiddelde variant en een optimaal scenario. De aanplant van extra bomen komt als ‘investering’ op de balans en wordt afgeschreven over een periode van 50 jaar. Scenario 1: minimaal In dit scenario blijft het beperkt tot enkele (noodzakelijke) eenmalige uitgaven voor het uitwerken van de boombescherming. Daarnaast wordt wel de kansenkaart opgesteld met vergroeningslocaties. Er wordt niet geïnvesteerd in aanplant van meer bomen. Vergroening van bewoners wordt alleen gestimuleerd via informatie op de website. De bewoners worden verder ook niet betrokken bij het vergroenen van de gemeente. Binnen dit scenario zal de kroonbedekking op gemeentelijk eigendom zeer beperkt (enkele procentpunten) stijgen, doordat de nieuwe groeiplaatsen voldoen aan de eisen van deze tijd.

Scenario 1: minimaal Onderdeel Boombescherming Vergroening en klimaatadaptatie Communicatie

Begrotingspost Inventariseren en digitaliseren - waardevolle bomen Inventariseren en digitaliseren - beschermde groeiplaatsen

Bomenpagina website Voorlichting adopteren boomspiegels Totaal

36 | PROGRAMMA BOMEN

Structureel

€

-

Eenmalig € 35.000 € 7.500

€ € €

500 500 43.500

Investering

€

-

Scenario 2: investeren In dit scenario worden aanzienlijk meer acties uitgevoerd. Rondom het thema ‘werken rond bomen’ wordt rekening gehouden met het regelmatig onderzoeken en uitvoeren van verplantingen van bomen zodat meer bomen behouden kunnen blijven. Op het gebied van vergroening wordt een kansenkaart opgesteld. De bewoners worden meegenomen in de vergroening, maar de participatie is beperkt tot twee gebieden. Ook is (deels) geld beschikbaar om de vergroeningsstrategie uit te werken, waaronder de uitdeelactie aan bewoners. Het budget voor de uitdeelactie is wel beperkt. Op communicatief gebied wordt daarnaast ingezet op het adopteren van boomspiegels. Ook wordt jaarlijks gemonitord wat de effecten zijn van de vergroening van de gemeente. Binnen dit scenario zal de kroonbedekking op gemeentelijk eigendom stijgen van 10,5% naar zo’n 13,5%.

Scenario 2: gemiddeld Onderdeel Boombescherming Vergroening en klimaatadaptatie Communicatie

Begrotingspost Inventarisatie - waardevolle bomen Inventarisatie - beschermde groeiplaatsen Inventarisatie vergroeningsopgave - vergroeningskaart Vergroening op basis van vergroeningskaart Uitdeelactie bomen (koppelen aan NK tegelwippen) Bomenpagina website Voorlichting adopteren boomspiegels Jaarlijkse monitoring beleidseffecten Totaal

37 | PROGRAMMA BOMEN

Structureel

€

-

Eenmalig € 35.000 € 7.500 € 55.000 € € € € €

70.000 500 500 3.500 172.000

Investering

€

450.000

€

450.000

Scenario 2A: investeren In dit scenario worden aanzienlijk meer nieuwe bomen geplant. Rondom het thema ‘werken rond bomen’ wordt rekening gehouden met het regelmatig onderzoeken en uitvoeren van verplantingen van bomen zodat meer bomen behouden kunnen blijven. Op het gebied van vergroening wordt een kansenkaart opgesteld. De bewoners worden meegenomen in de vergroening, maar de participatie is beperkt tot twee gebieden. Ten opzichte van scenario 2 is meer geld beschikbaar om de vergroeningsstrategie uit te werken. Op communicatief gebied wordt daarnaast ingezet op het adopteren van boomspiegels. Ook wordt jaarlijks gemonitord wat de effecten zijn van de vergroening van de gemeente. Binnen dit scenario zal de kroonbedekking op gemeentelijk eigendom stijgen van 10,5% naar zo’n 19%.

Scenario 2A: gemiddeld Onderdeel Boombescherming Vergroening en klimaatadaptatie Communicatie

Begrotingspost Inventarisatie - waardevolle bomen Inventarisatie - beschermde groeiplaatsen Inventarisatie vergroeningsopgave - vergroeningskaart Vergroening op basis van vergroeningskaart Uitdeelactie bomen (koppelen aan NK tegelwippen) Bomenpagina website Voorlichting adopteren boomspiegels Jaarlijkse monitoring beleidseffecten Totaal

Scenario 3: optimaal 38 | PROGRAMMA BOMEN

Structureel

Eenmalig € 35.000 € 7.500 € 55.000

Investering

€ 1.250.000

€

-

€ € € € €

70.000 500 500 3.500 172.000

€ 1.250.000

In dit optimale scenario wordt volledig invulling gegeven aan de strategie. Voor alle voorgestelde acties uit het Programma Bomen wordt budget beschikbaar gesteld. Naast de punten uit scenario 2 wordt aanvullend een compensatieregeling ingericht voor de waardevolle bomen. Op het gebied van vergroening wordt een kansenkaart opgesteld en worden alle actiepunten uit hoofdstuk 5 uitgevoerd. De participatie gebeurt hier op vier locaties. Binnen dit scenario worden de bewoners dus actief betrokken. Zowel bij vergroening van de gemeente als via vergroening van hun eigen tuin. Daarnaast is meer budget beschikbaar voor de vergroening, uitdeelacties en het inrichten van een geboortebos. Op communicatief gebied wordt aanvullend op scenario 2 geïnvesteerd in een bomenroute en het plaatsen van bordjes bij bijzondere bomen in de gemeente. Binnen dit scenario is de verwachting dat de kroonbedekking op gemeentelijk eigendom zal stijgen van 10,5% naar zo’n 19%.

Scenario 3: optimaal Onderdeel Beheer Boombescherming Vergroening en klimaatadaptatie

Communicatie

Begrotingspost Extra snoei fruitbomen Inventarisatie - waardevolle bomen Inventarisatie - beschermde groeiplaatsen Waardevolle bomen - compensatie Inventarisatie - kansenkaart (kerngericht) Vergroening op basis van kansenkaart Uitdeelactie bomen Geboortebos Bomenpagina website Voorlichting adopteren boomspiegels Bomenroutes opstellen Bordjes bij bijzondere bomen Jaarlijkse monitoring beleidseffecten Totaal

39 | PROGRAMMA BOMEN

Structureel € 24.500

Eenmalig € € € €

Investering

35.000 7.500 50.000 70.000 € 1.250.000

€

130.000 €

€ €

3.500 28.000

€ € € €

500 500 7.500 7.500

€

308.500

100.000

€ 1.350.000

7 Wat moet er nog gebeuren Na het vaststellen van dit Programma Bomen zijn we nog niet klaar. In het vervolg moeten we nog diverse ander plannen en acties uitwerken. We zijn daarvoor echter wel afhankelijk van het gekozen scenario door de gemeenteraad. Deze zaken kunnen we dus pas uitvoeren als het Programma Bomen definitief is en de scenario-keuze bekend is. In dit hoofdstuk noemen we alle vervolgstappen die we in ieder geval moeten zetten, onafhankelijk van het scenario. De acties rondom vergroening, zoals het uitdelen van bomen, inventarisaties en investeringen in nieuwe bomen, zijn niet meegenomen in dit hoofdstuk. 1. Beheerplan bomen In het beheerplan werken we verschillende aspecten uit ons Programma Bomen verder uit. Het beheerplan is een meer technisch document, vooral bedoeld voor degenen die dagelijks met het boombeheer bezig zijn. Het gaat dan vooral om dingen die genoemd zijn in hoofdstuk 4. Het betreft onder andere: - Praktische uitwerking van het cyclische beheer met een verdeling in rayons. - Uitwerking van de uitgangspunten rondom aanplant van bomen. Bijvoorbeeld het uitwerken van de (technische) inrichting van groeiplaatsen en lijsten met boomsoorten. - Stroomschema voor de beheerder zodat hij meldingen van hinder snel kan beoordelen. - Afwegingsschema voor hoe we omgaan met bestratingsopdruk.

- Heldere uitgangspunten hoe we omgaan met ziekten en aantastingen, zoals de essentaksterfte, iepenziekte of roetschorsziekte. - Praktisch uitwerken hoe we onze bomen meer natuurvolgend gaan beheren. - Werkprotocol wet Natuurbescherming. 2. LIOR aanpassen In het Programma Bomen zijn nieuwe richtlijnen opgenomen voor de inrichting van groeiplaatsen en afstanden tot obstakels. Daarbij hebben we ons zoveel mogelijk gebaseerd op het Handboek Bomen. Deze richtlijnen moeten worden opgenomen in onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). 3. Herziening Waardevolle Bomenlijst De Waardevolle Bomenlijst moet worden herzien en daarbij moet ook een nieuwe inventarisatie plaatsvinden. Hiervoor is een stappenplan gemaakt, die is opgenomen in bijlage 6. 4. Structuurplannen per kern Zoals al benoemd in paragraaf 4.5 gaan we waardevolle boomstructuurkaarten maken. Dit doen we in een participatietraject met bewoners. De structuurplannen bestaat uit twee delen. Per kern gaan we de beschermde bomen en structuren verwerken in een structuurkaart. Op deze kaart komen de individuele beschermde bomen (categorie A t/m E met beleidsstatus I). Daarnaast worden waardevolle structuren (categorie F met beleidsstatus II) opgenomen. Bescherming van bomen. De bomen binnen de boomstructuur worden beter beschermd bij ontwikkelingen zoals reconstructies.

De bomen binnen deze structuren krijgen een verhoogde beleidsstatus en worden beschermd binnen categorie F.

40 | PROGRAMMA BOMEN

4. APV aanpassen De regels rondom de bescherming van gemeentelijke en particuliere bomen zijn veranderd (zie ook punt 4). Dit betekent ook dat we andere beleidsstukken moeten aanpassen: - In de APV moet worden gewijzigd dat de afstand van bomen tot erfgrenzen wordt verkleind tot 0,5 meter. - In de APV moeten de criteria en categorieën met beschermde bomen worden toegevoegd. - In het Omgevingsplan moet de ‘Bebouwingscontour houtkap’ worden toegevoegd. 5. Vergroeningskaarten per kern Naast de beschermde structuren, zijn nieuwe structuren nodig voor vergroening en klimaatadaptatie, zie paragraaf 5.4. In 2025 gaat team Duurzaamheid/ klimaat de stresstesten actualiseren en analyseren. We gaan het opstellen van de vergroeningskaarten koppelen aan de activiteiten 6 en 11 uit het maatregelprogramma klimaatadaptatie. Bij team duurzaamheid is hiervoor formatie beschikbaar. In samenwerking met de teams Beleid en beheer, Realisatie en inwoners kan de vergroeningsopgave worden uitgewerkt. Voor het opstellen van de vergroeningskaarten reserveren we € 55.000. 6. Communicatie Op de website van de gemeente richten we een speciale ‘Bomenpagina’ in. Hier wordt alle gemeentelijke informatie over bomen verzameld. Ook komt hier een online kaart met de te snoeien en kappen bomen en de kaart met waardevolle bomen.

Verder willen we hier ook informatie rond het beleid en het belang van bomen laten zien. Bewoners kunnen hier ook informatie vinden over het gebruik en onderhoud van (inheemse) bomen en beplanting in hun eigen tuin. 7. Monitoring effecten nieuw beleid Voor het opstellen van het beleid is gebruik gemaakt van een analyse van de 3-30-300-regel. Er zijn kaarten waarop de kroonbedekking per kern is berekend. Aanvullend hebben we ook laten berekenen wat het aantal bomen is in de directe omgeving van alle woningen en wat de afstand is tot een hoogwaardige groene ruimte (bijvoorbeeld een park). Zie hiervoor bijvoorbeeld paragraaf 1.5. Binnen scenario 2 en 3 worden de effecten van onze vergroeningsplannen jaarlijks gemonitord. Deze jaarlijkse meting is nodig om te zien of onze plannen ook effect hebben. De resultaten gebruiken we om aan het college en de gemeenteraad te presenteren wat de effecten zijn van het Programma Bomen.

41 | PROGRAMMA BOMEN

Bijlage 1.

Begrippenlijst

APV

Bomen Effect Analyse (BEA)

Boomgrootte

Boomspiegel of boomkrans

Boomtype

Boomveiligheidscontrole (BVC)

European Tree Worker (ETW)

European Tree Technician (ETT)

Ecosysteemdiensten

42 | PROGRAMMA BOMEN

De Algemene Plaatselijke Verordening. Hier staan alle gemeentelijke regels in op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Ook de regels over bomen zijn hierin opgenomen. Onderzoek naar de effecten van (voorgenomen) werkzaamheden op bomen, meestal uitgevoerd door een European Tree Technician. Vaak bestaat dit uit een onderzoek naar de kwaliteit van de bomen, aangevuld met onderzoek naar dat zich specifiek richt op de effecten van werkzaamheden. Een verdeling van boomsoorten op basis van de grootte die ze normaliter in volwassen vorm in Nederland behalen. - 1e grootte: bomen van meer dan 15 meter hoog - 2e grootte: bomen van 8-15 meter hoog - 3e grootte: bomen tot 8 meter hoog Een klein stuk grond rondom de stam van een boom in verharding. Via deze grond wordt de boom vaak voorzien van lucht en water. Soms wordt bij bomen in gazons ook een boomspiegel gemaakt. Hier maken we in West Betuwe geen gebruik van. Indeling op basis van het snoeibeheer, gerelateerd aan de manier van snoeien. Dit vormt dus de verschijningsvorm van een boom. Het meest natuurlijke type is de ‘vrijuitgroeiende boom’. In de openbare ruimte staan vooral veel ‘niet vrijuitgroeiende bomen’. Tot slot zijn er diverse typen vormbomen, zoals een knotboom of leiboom. Een visuele inspectie van een boom op mechanische (bijvoorbeeld de sterkte van takken) en biologische (bijvoorbeeld de conditie) kenmerken.

Op basis van de constateringen wordt een advies gegeven voor de nodige maatregelen. Europees certificaat voor de allround vakbekwaam boomverzorger. Dit is een veelgebruikt en -gevraagd certificaat bij het uitvoeren van praktisch werk aan bomen, zoals snoei. Europees certificaat voor de allround boomtechnische adviseur. Dit is een veelgebruikt en -gevraagd certificaat bij het uit van onderzoek aan of rond bomen, zoals een Bomen Effect Analyse of groeiplaatsonderzoek. De diensten die door een ecosysteem aan ons mensen worden geleverd. Meestal wordt hierin onderscheid gemaakt tussen: - Productiediensten, zoals voedsel of hout. - Regulerende diensten, zoals zuivering van water, zuurstof of afvangen van fijnstof.

- Culturele diensten, zoals recreatie of educatie. Groeimedium of bomensubstraat Specifiek samengesteld mengsel met onder andere grond, zand of granulaat voor de groeiplaats van een boom. Dit is bijvoorbeeld bomenzand (zand met organische stof ertussen), of een boomgranulaat zijn (mengsel van voedselrijke grond met basalt of lava). Groeiplaatsconstructie Een technische constructie die het mogelijk maakt om een boom te laten in een standplaats met verharding. Dit kan bijvoorbeeld een constructie met ‘kratjes’ zijn die drukverdelend werken, maar dit kan ook een complete ‘boombunker’ zijn. Dit is een dichte bak van kunststof of beton met daarin voedselrijke grond. Groeiplaatsonderzoek Onderzoek naar de groei- en standplaats van bomen. Dit onderzoek wordt meestal door een European Tree Technician uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de kwaliteit van de boom en de groeiplaats. Vaak wordt daarbij bodemonderzoek gedaan, bijvoorbeeld door proefsleuven of grondboringen te maken. Handboek Bomen Bundeling met gestandaardiseerde procedures, normen, kwaliteitseisen en resultaatsverplichtingen voor de uitvoering van werk in, rond en met bomen. Informatiemodel Beheer Open- Standaard vanuit het CROW voor uniforme benaming bare Ruimte (IMBOR) van alle objecten in de openbare ruimte, waaronder bomen. Dit is bedoeld zodat gegevens onderling altijd goed uitwisselbaar zijn.

Innemen kroon Innemen kroon: hierbij wordt de kroon(rand) rondom gelijkmatig en evenwichtig gereduceerd. De taklengte wordt tot maximaal 1/3 ingenomen, waarbij een kroonreductie van 20-30% wordt bereikt. Kandelaberen Kandelaberen/kandelaren: hierbij wordt een reguliere kroon sterk teruggezet tot takstompen. Bij kandelaberen worden de gesteltakken 35-50% ingekort, bij kandelaren 50-75%. Klimaatadaptatie Aanpassen aan en voorbereiden van onze omgeving op de risico’s van het veranderende klimaat. Dit is bijvoorbeeld het verhogen van dijken, maar ook het planten van meer bomen en het zorgen dat grote bomen zo lang mogelijk blijven staan. Kwetsbare boomzone Zone rond de boom die bestaat uit de kroonprojectie (kroonrand) + 1,5 meter. Niet vrij uitgroeiende boom Boom waaraan specifieke eisen worden gesteld aan een ‘vrije doorgang’. Deze bomen worden opgesnoeid om een bepaalde doorgangshoogte te realiseren. Deze doorgangshoogte is afhankelijk van de omgeving. Bomen langs een weg moeten hoger worden opgesnoeid dan bomen langs een wandelpad. Monoculturen Op een bepaald stuk grond of land één ‘gewas’ met weinig tot geen genetische variatie. Dit zien we bijvoorbeeld veel in de landbouw, maar ook bij bomen. Het gaat dan om een lange rij met tientallen of honderden

43 | PROGRAMMA BOMEN

Omlooptijd

Verplantbaarheidsonderzoek

Veterane bomen

Vormboom Vrij uitgroeiende boom

44 | PROGRAMMA BOMEN

dezelfde bomen, vaak bomen met exact dezelfde herkomst en plantjaar. Vooraf beoogde planologische periode die een boom minimaal zou moeten kunnen blijven bestaan. Dit is vaak afhankelijk van de grootte van de groeiplaats, boomsoort of voorgenomen ontwikkelingen. Onderzoek naar de verplantbaarheid van bomen. Dit onderzoek wordt meestal door een European Tree Technician uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de kwaliteit van de boom en groeiplaats, daarnaast worden allerlei aspecten rond de verplantbaarheid onderzocht, zoals de samenstelling van de wortels en ‘kluit’, de transportroute en de nieuwe standplaats. Vaak wordt daarbij bodemonderzoek gedaan, bijvoorbeeld door proefsleuven of grondboringen te maken. Bomen die zogenaamde ‘veteraankenmerken’ vertonen. Deze bomen hebben hun hoogtepunt qua omvang achter zich liggen, maar hun levenscyclus is vaak nog lang niet voltooid. De boom veroudert, verliest takken, zijn conditie gaat achteruit en hij neemt vaak af in omvang. In de boom zien we rottend hout, vruchtlichamen en holtes. Groepering van een aantal boomtypes waarbij het beheer erop gericht is een bepaalde boomvorm in stand te houden. Bijvoorbeeld een knotboom of leiboom. Boom waarbij geen eisen worden gesteld aan een ‘vrije doorgang’ onder de kroon. Deze bomen worden niet opgesnoeid.

Vaak worden deze vanaf de kwekerij al geleverd als boom met takken die onderaan de stam beginnen. Dit is de vorm die de boom ‘van nature’ zou laten zien.

Bijlage 2. Werkwijze totstandkoming Programma Bomen Het Programma Bomen gaat over alle bomen binnen de gemeentegrenzen van West Betuwe. Voor de bomen die niet van de gemeente zijn gelden de regels rond de kap. Daarnaast stimuleren we onze bewoners om te vergroenen en meer bomen te planten. Bij de gemeentebomen ligt de focus vooral op de bomen in straten, lanen en parken. Voor bomen in bos of bosplantsoen is namelijk een specifiek beheerplan geschreven. Het plan is opgesteld door de projectgroep van de gemeente, samen met adviesbureau Tree-o-logic. Onze projectgroep is eindverantwoordelijk voor de inhoud van het plan en bestaat uit: - Masja van Ingen en Weinand Pin gemeente West Betuwe - Henk van Eldik en Wessel Wassink adviseurs Tree-o-logic en European Tree Manager We hebben onderstaande tijdlijn gevolgd voor het gehele beleidstraject: 1. Het traject is gestart met een informatieavond op de beeldvormende raadsvergadering van 5 september 2023. Op deze vergadering is het proces en de waarde van bomen doorgesproken en konden raads- en commissieleden input leveren en vragen stellen. 2. Vervolgens is informatie opgehaald bij de bewoners van de gemeente via het platform ‘Swipocratie’. Hiermee hebben 1672 mensen hun mening laten weten over bomenbeleid. 3. In de periode oktober 2023 tot maart 2024 is het beleidsplan geschreven door de projectgroep. 4.

Het beleidsplan is in maart 2023 voorgelegd aan het college. 5. Het plan is in mei 2024 voorgelegd aan de gemeenteraad. 6. Na vaststelling van het plan gaan we in de loop van 2024 structuurkaarten opstellen. 7. Op basis daarvan maken we per kern een uitvoeringsplan, inclusief een kostenraming.

45 | PROGRAMMA BOMEN

Bijlage 3.

46 | BOMENPLAN

Infographic met de resultaten van Swipocratie bomenbeleid

Bijlage 4. Informatie over bomen West Betuwe We hebben zo’n 38.000 individuele bomen in eigendom. In bijlage 5 hebben we een aantal interessante kaarten opgenomen die meer duidelijkheid geven over ons areaal. In deze bijlage gaan we hier verder op in.

Kernen Zo’n 20.000 bomen staan buiten de bebouwde kom. Op onderstaande afbeelding is zichtbaar hoe overige 18.000 bomen zijn verdeeld over onze grootste kernen. Daarin valt op dat in de grootste kern Geldermalsen ook verreweg de meeste bomen staan. 1324 3370

675

1334

559 501

5049

1849 746 826

640 Asperen Deil Haaften Heukelum Tricht Waardenburg

Beesd Geldermalsen Herwijnen Meteren Vuren Overig (<500)

708 afb. 23: verdeling bomen binnen de bebouwde kom per kern

In onderstaande grafiek is de kroonbedekking per kern weergegeven. Het betreft hier het percentage kroonbedekking op gemeentelijk eigendom.

40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0%

Acquoy Asperen Oude Kern Beesd Oost Beesd West Buurmalsen Deil Enspijk Est Geldermalsen Centrum Geldermalsen Middengebied Geldermalsen Oost Geldermalsen West Geldermalsen Zuid Gellicum Haaften Heesselt Hellouw Herwijnen Heukelum Oude Kern Meteren Meteren - De Plantage Meteren - Kalenberg Neerijnen Noord uitbreiding Asperen… Ophemert Opijnen Rhenoy Rumpt Spijk en Boveneind Spijk en… Tricht Tuil Uitbreiding Heukelum Varik Vuren Waardenburg Waardenburg-West Westelijke uitbreiding Asperen

Kroonbedekkings% gemeente

47 | BOMENPLAN

Type boom Het beheer van onze bomen is vooral afhankelijk van het type boom. We hebben vooral niet vrij uitgroeiende bomen. Deze staan langs wegen en paden en worden in hun jeugdfase opgekroond vanwege de doorrijhoogte. Vrij uitgroeiende bomen hebben alle ruimte om vrij uit te groeien en worden in principe niet gesnoeid. Daarnaast hebben we allerlei soorten vormbomen in onze gemeente. Deze bomen worden door snoei in een bepaalde vorm gehouden. De grootste groepen zijn de knotbomen en hoogstamfruitbomen.

Boomtype Niet vrij uitgroeiende boom Vrij uitgroeiende boom Knotboom Gekandelaberde boom Fruitbomen Leiboom Overige vormbomen

79% 1% 3% 7%

2%

7% 1%

afb. 24: verdeling van de boomtypen in onze gemeente

Soort In onderstaande diagram hebben we onze boomsoorten samengevat per geslacht. Daarin valt vooral op dat we veel essen en populieren hebben. Deze essen zijn vatbaar voor de essentaksterfte (boomziekte). Ook het grote aandeel (Canadese) populieren is een risico, omdat deze meestal niet zo oud worden en op latere leeftijd last krijgen van takbreuk. In bijlage 4 hebben we de meest voorkomende boomsoorten op kaart weergegeven. Daarin valt op dat de essen, populieren en eiken vooral in lange monoculturen langs de buitenwegen zijn geplant. Overig Kers

3%

Linde

6%

Wilg

7%

Esdoorn

8%

Peer

8%

Eik

11%

Populier

16%

Es

23% 0

1000

2000

3000

4000

5000

6000

7000

afb. 25: de boomsoorten passen bij de relatief natte en ‘zware grond’ in onze gemeente

48 | BOMENPLAN

8000

9000

Plantjaar Het grootste deel van onze bomen is geplant vanaf de jaren ’70. Dit is vooral te danken aan de bouw van veel woningen in deze periode. In bijlage 5 zijn de plantjaren van de bomen op kaart weergegeven. Daarbij is te zien dat de lanen in het buitengebied, maar ook diverse woonwijken in bijvoorbeeld Geldermalsen qua leeftijd erg eenzijdig zijn. Als hier ook nog eens weinig verschillende soorten staan, is dit een risico op een kaalslag in de toekomst. 12000

27%

10000

19%

8000

17%

16%

6000 8%

4000 2000 0

0,0%

0,4%

0,8%

2%

afb. 26: de meeste van onze bomen zijn geplant in de jaren ‘70

49 | BOMENPLAN

9%

Bijlage 5.

Kaarten van bomen in West Betuwe

Boomsoorten Op de kaart is te zien dat de diversiteit in soorten met name in het buitengebied laag is. In het buitengebied staan vooral lange rijen met populieren en essen. Ook de eiken staan vaak in lange rijen, maar wel vaker in of rondom de kernen. Binnen onze kernen is de diversiteit aanzienlijk hoger.

50 | BOMENPLAN

Plantjaren Op de kaart is duidelijk te zien dat de structuren in het buitengebied ook veelal van één plantjaar zijn. De variatie rond en binnen de kernen is hoger. Dit komt door de vaak kortere omloop en grotere diversiteit. Binnen de kernen (zie voorbeeld Geldermalsen) is de relatie met het bouwjaar van de kern vaak goed zichtbaar. De oudste bomen staan vaak op de begraafplaatsen of oude parken.

51 | BOMENPLAN

Bijlage 6. Werkwijze totstandkoming Waardevolle Bomenlijst Na vaststellen van het Programma Bomen hanteren we onderstaande werkwijze om de bomenlijst op te stellen. 1. We stellen de ‘Bebouwingscontour houtkap’ in concept vast. De inventarisatie van de bijzondere bomen beperkt zich tot de bomen binnen deze contour. 2. Vervolgens inventariseren we alle bomen van de samengevoegde lijsten van de voormalige gemeenten en plaatsen deze op een digitale kaart. In deze fase krijgen bewoners ook de ruimte om bomen aan te dragen. Deze worden meegenomen in de inventarisatie. 3. Vervolgens voeren we een volledige inventarisatie uit van alle bomen binnen de bebouwde kom. Bij de inventarisatie kiezen we tussen: handhaven, toevoegen of verwijderen. 4. Op basis van de inventarisatie stellen we een concept Waardevolle Bomenlijst (ontwerpbesluit) op. De lijst wordt voorgelegd aan de eigenaren van de bomen. De eigenaren kunnen een zienswijze indienen als hun situatie wijzigt. 5. Na behandeling van de bezwaren wordt een definitieve lijst opgesteld. Daarbij wordt ook de nieuwe ‘Bebouwingscontour houtkap’ gevoegd. 6. De ‘Bebouwingscontour houtkap’ wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De Waardevolle Bomenlijst wordt ter vaststelling voorgelegd aan het college. Na goedkeuring worden de ‘Bebouwingscontour houtkap’ en de Waardevolle Bomenlijst opgenomen in het Omgevingsplan. 7.

De lijst worden eenmaal per 10 jaar gecontroleerd en herzien.

52 | BOMENPLAN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/695/documents/16455