RV2024-103-Bijlage-1-Programma-bomen-2025-2034.pdf
Tekst van het document
PROGRAMMA BOMEN 2025-2034 3 april 2024
Bomen voor de toekomst
Inhoudsopgave 1
Inleiding ..................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding – waarom een Programma Bomen? .......................................................... 3
1.2
Doel van ons Programma Bomen ................................................................................. 4
1.3
Werkwijze ........................................................................................................................ 5
1.4
Kaders ............................................................................................................................. 5
1.5
De bomen in West Betuwe ............................................................................................. 6
2
Visie – de waarde en functie van bomen ..................................................................... 8
3
Strategie – bomen voor de toekomst ........................................................................ 10
4
Behouden wat we hebben ......................................................................................... 13
5
6
7
4.1
Aantoonbaar zorgvuldig beheren ................................................................................ 13
4.2
Ecologisch beheren ...................................................................................................... 15
4.3
Duidelijke keuzes bij hinder en overlast ...................................................................... 16
4.4
Vervanging - kwaliteit boven kwantiteit ...................................................................... 18
4.5
Bijzondere bomen behouden en beschermen ............................................................ 20
4.6
Zorgvuldig werken rond bomen................................................................................... 22
Versterken en investeren.......................................................................................... 24 5.1
Investeren in een goede groeiplaats ........................................................................... 24
5.2
Minimaal 30% kroonoppervlak in iedere buurt ........................................................... 26
5.3
Geen straten zonder bomen ........................................................................................ 30
5.4
Iedere kern een robuuste boomstructuur ................................................................... 30
5.5
Meer variatie in ons bomenareaal ............................................................................... 31
5.6
Vergroening door samenwerking ................................................................................ 34
Financiën ................................................................................................................. 35 6.1
Beheer ........................................................................................................................... 35
6.2
Vervanging .................................................................................................................... 35
6.3
Strategie Bescherming en vergroening - scenario’s .................................................. 36
Wat moet er nog gebeuren ....................................................................................... 40
Bijlage 1.
Begrippenlijst ............................................................................................... 42
Bijlage 2.
Werkwijze totstandkoming bomenbeleid ....................................................... 45
Bijlage 3.
Infographic met de resultaten van Swipocratie bomenbeleid ......................... 46
Bijlage 4.
Informatie over bomen West Betuwe............................................................. 47
Bijlage 5.
Kaarten van bomen in West Betuwe .............................................................. 50
Bijlage 6.
Werkwijze totstandkoming Waardevolle Bomenlijst....................................... 52
Zaaknummer: 1132112 2 | PROGRAMMA BOMEN
1 Inleiding Iedereen die onze gemeente kent zal het beamen: we wonen op een prachtig en uniek stukje Nederland. De fantastische uiterwaarden langs de Waal en de Linge zijn een oase van groen en rust. Het is niet voor niets dat het groen en de bomen daarin belangrijk, zoals blijkt uit het bekende gedicht van Hendrik Marsman. Maar naast dit romantische beeld doen bomen meer. Ze houden onze dorpen en stadjes koel in warme periodes en vertragen regenwater. Ook zijn ze onmisbaar voor bijvoorbeeld vogels, vleermuizen en insecten. En laten we ook niet vergeten dat bomen fijnstof afvangen, CO2 opnemen en zuurstof produceren.
1.1 Aanleiding – waarom een Programma Bomen? In het Groenbeleidsplan 2021-2025 zijn de beleids- en beheerplannen van de drie voormalige gemeenten samengevoegd. In dit plan ontbreekt beleid voor bomen en zijn vooral uitgangspunten voor het beheer opgenomen en het is gericht op budget. In de tussentijd zijn onze ambities en opgaven veranderd en is de omgevingswet van kracht.
‘‘
Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hooge pluimen aan den einder staan;
en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een grootsch verband.
’’
Na de harmonisatie van het groenbeleid zijn de Omgevingsvisie en Lokale Adaptatie Strategie (LAS) vastgesteld. De Omgevingsvisie van West Betuwe stelt dat: “we kiezen voor het realiseren een klimaat- en waterrobuuste inrichting voor 2050. Dit betekent dat we werken aan klimaatadaptieve (openbare) ruimte en recreatiegebied, woonwijken, agrarische sector. We koesteren onze gezonde leefomgeving: groen maakt mensen gezond en gelukkig. Meer biodivers of klimaatadaptief groen en ecologische verbindingen tussen de natuurgebieden zorgen hiervoor. Hiermee versterken we de biodiversiteit, de kwaliteit van de bodem en kunnen we ook de effecten van klimaatverandering beperken.”
afb. 1: zonsopkomst bij de Linge en molen De Vlinder in Deil (bron: nldazuu)
3 | PROGRAMMA BOMEN
In 2022 is onze Lokale Adaptatie Strategie vastgesteld. Hierin staat hoe we de gemeente klimaatadaptief 1en waterrobuust inrichten voor 2050. Dit betekent: - biodiversiteit versterken; - verminderen en tegengaan van hittestress; - ontwikkelen groene corridors in wijken voor langzaam verkeer, bijvoorbeeld loop- en fietsroutes naar het centrum of koele verblijfsplekken; - op langzaam-verkeersroutes (fietsen en wandelen) is er 40% schaduw; - verminderen en beperken gevolgen van waterschaarste en anderzijds wateroverlast. In het coalitieakkoord van april 2022 heeft de coalitie als ambitie opgenomen dat we verder gaan verduurzamen. “In 2050 is West Betuwe energieneutraal en klimaatadaptief ingericht. Dit bereiken we door meer natuur, schonere lucht en minder CO2. Daarom planten we voldoende (nieuwe) bomen: 1 voor iedere gekapte boom en waar mogelijk meer. We realiseren voldoende biodiversiteit binnen en buiten de kernen. Dit doen we o.a. met landschapsprojecten door inwoners en Landschapsbeheer Gelderland.” Vanwege de klimaatopgave en de rol van bomen daarin, is een strategisch Programma Bomen noodzakelijk. Dit Programma Bomen beschrijft de strategie met bijbehorende actiepunten. Daarmee werken we de komende jaren aan een klimaat- en toekomstbestendig bomenbestand. Dit is nodig om uitvoering te geven aan onze opgaven en ambities.
1.2 Doel van ons Programma Bomen Deze nieuwe visie en werkwijze voor onze bomen draagt bij aan de opgaves en ambities uit onze Omgevingsvisie en de Lokale Adaptatie Strategie (LAS). Ook geven we invulling aan de ‘Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Bomen hebben een positief effect op een gezonde leefomgeving voor mens en dier. Bomen matigen de effecten van klimaatverandering, dragen bij aan het herstel van de bodem en zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Kortom: bomen zijn belangrijk!
afb. 2: klimaatrobuust betekent: ruimte voor bomen met een goede groeiplaats
Om dat te bereiken is er wel wat nodig. Daarvoor gebruiken we de volgende uitgangspunten: - We beheren onze bomen zorgvuldig, en behouden bestaande bomen zo lang mogelijk, ook als er sprake is van ruimtelijke ontwikkeling. - We versterken en beschermen onze belangrijke boomstructuren. We gaan nieuwe groene corridors aanleggen en meer koele verblijfplekken realiseren.
1
In bijlage 1 hebben we een begrippenlijst opgenomen waarin dergelijke termen zijn uitgelegd.
4 | PROGRAMMA BOMEN
-
We investeren in kwalitatief betere bomen: liever bomen in een ruime groeiplaats (kwaliteit) dan focus op het aantal bomen (kwantiteit). We communiceren over de functie en waarde van bomen. Ook geven we informatie over ons beheer zoals kap, snoei en herplant.
Het Programma Bomen heeft een looptijd tot 2034. Onze strategie reikt echter verder, soms wel tot 2050. In 2029 doen we een tussentijdse evaluatie en kijken we of én waar we moeten bijsturen.
1.3 Werkwijze Het plan is opgesteld door de projectgroep van de gemeente, samen met adviesbureau Treeo-logic. De projectgroep is eindverantwoordelijk voor de inhoud van het plan en bestaat uit: - Masja van Ingen en Weinand Pin gemeente West Betuwe - Henk van Eldik en Wessel Wassink adviseurs Tree-o-logic en European Tree Manager Dit Programma Bomen is een plan met uitgangspunten en een strategie, een plan op hoofdlijnen dus. De gemeenteraad heeft via het raadsvoorstel de keuze uit aantal scenario’s met een begroting. In bijlage 2 is onze werkwijze uitgebreid beschreven. Kort samengevat is dit: 1. Op 5 september 2023 zijn we gestart met een informatieavond tijdens de beeldvormende raadsvergadering. Daarbij hebben we het proces besproken en hebben we input verzameld vanuit de raad en konden zij vragen stellen. 2. Onze bewoners hebben via een ‘flitspeiling’ met eenvoudige vragen en stellingen hun mening over bomen gegeven. In totaal deden maar liefst 1672(!) bewoners mee, verdeeld over de kernen van de gemeente. Dit is ruim 3% van de bewoners van de gemeente. De resultaten zijn ook nadrukkelijk meegenomen bij het opstellen van het Programma Bomen. De resultaten van de peiling zijn opgenomen op een poster in bijlage 3. Kort samengevat was de reactie als volgt: - Bomen zijn erg belangrijk en bewoners zijn bereid daar parkeerplaats voor in te ruilen. Een groene wijk is belangrijk.
- Meer diversiteit in het bomenbestand is gewenst. - Bewoners vinden dat de gemeente de laatste jaren minder groen is geworden en er zouden wel meer bomen en groen bij mogen. - Zaken zoals schaduw of bladval horen bij bomen, en schaduw is juist positief. Bomen hoeven niet te wijken voor zonnepanelen. 3. We hebben onze plannen tijdens het schrijfproces intern met de andere afdelingen van de gemeente doorgenomen. Na vaststellen van dit Programma Bomen met de kaders, gaan we de Waardevolle Bomenlijst actualiseren. Daarnaast gaan we de vergroeningsplannen uitwerken in structuurkaarten per gebied of dorp. Ook werken we het beheer van de bomen verder uit in een beheerplan.
1.4 Kaders Het Programma Bomen gaat over alle bomen in gemeente West Betuwe. Voor de bomen die niet van de gemeente zijn blijft dit beperkt tot de regels rondom kap en initiatieven voor vergroening. Het gaat dus vooral over de gemeentebomen. Daarbij gaat het zowel om de bomen die als individu worden beheerd als om bomen in bosplantsoenen, struwelen en bossen. Voor
5 | PROGRAMMA BOMEN
deze laatste groep geldt wel een andere manier van beheren. Dit is al opgenomen in het beheerplan voor de bosplantsoenen. Naast de al genoemde gemeentelijke beleidsstukken, moeten we ons ook houden aan wettelijke kaders. Daarbij denken we dan aan de regels rondom bescherming van de flora en fauna. Vroeger was dit opgenomen in de Wet Natuurbescherming. Tegenwoordig staat dit in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), als onderdeel van de omgevingswet. In het Burgerlijk Wetboek (BW) staan allerlei regels opgenomen met betrekking tot geschillen tussen burgers onderling én burgers en de overheid. Dit betreft onder andere: - Het principe van de ‘onrechtmatige daad’ (art. 6:126 BW), waaruit de zorgplicht rond bomen voortkomt. - De ‘Verboden zone’ (art. 5:42 BW). Dit is de regel dat bomen minimaal 2 meter uit de erfgrens moeten staan. - Artikelen 5:37 en 5:44 gaan over hinder en overlast. Het gaat dan om overhangende takken of doorschietende wortels, maar ook over onrechtmatige hinder. In het Programma Bomen hebben we opgenomen hoe we met deze gevallen omgaan. Veel gemeentelijk beleid raakt ook aan het thema ‘bomen’. Een deel is al benoemd bij de aanleiding voor dit Programma Bomen. Het betreft hier voornamelijk: - Groenbeleidsplan 2021-2025, waarin de beleids- en beheerplannen rondom het groen van de voormalige gemeenten zijn samengevoegd.
Hierin is opgenomen dat we onze de waardevolle bomenlijsten moeten harmoniseren. - Onze Lokale Adaptatie Strategie (LAS) 2022. In de LAS staan onze ambities om de gemeente klimaatrobuust te maken voor 2050. - Het coalitieakkoord van april 2022. De coalitie heeft ook ambities opgenomen rondom groen en klimaatadaptatie, zoals: het versterken van de biodiversiteit, herplanten van genoeg bomen en klimaatadaptatief in 2050. Dit thema raakt ook onze bomen. - In het College Uitvoeringsprogramma is het coalitieakkoord uitgewerkt. Hierin staat onder andere dat we in 2023 een klimaatadaptief boombeleidsplan opstellen. - Onze Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierin staan de regels op het gebied van openbare orde en veiligheid. In de APV zijn ook vergunningen rond bomen opgenomen. - De Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland (vooral artikelen 6.6.3 en 6.6.4) en bijbehorende Beleidsregels. In deze verordeningen zijn de regels opgenomen aan het planten van bomen bij watergangen van het waterschap.
1.5 De bomen in West Betuwe Het Programma Bomen gaat over alle bomen binnen de gemeentegrenzen van West Betuwe. Daarbij gaat het vooral over de gemeentebomen in straten, lanen en parken. Hiervan hebben we er zo’n 38.000 bomen in eigendom. Ongeveer 20.000 bomen staan in het buitengebied en 18.000 bomen zijn verdeeld over onze kernen. De regels uit dit Programma Bomen gelden ook voor de ca. 50.000 bomen in onze bosplantsoenen. Deze bomen worden uit kostenbesparing wel anders beheerd: niet als individu, maar als vlak. Dit is uitgewerkt in het ‘Beheerplan bosplantsoen West Betuwe’. De kosten voor beheer van deze bomen zijn wel meegenomen in de begroting.
6 | PROGRAMMA BOMEN
In de hele gemeente zijn de boomkronen in kaart gebracht. In totaal is zo’n 6,6% van onze kernen bedekt met boomkronen. Dit verschilt wel sterk per buurt, zie afb. 3. In de kernen Meteren, Beest en Vuren is dit percentage het laagst. In Neerijnen verreweg het hoogst. Dit komt vooral door landgoed Waardenburg en Neerijnen, waarvan een deel binnen de buurtgrens valt.
afb. 3: kaart met percentage boomkroonbedekking per buurt (CBS-indeling)
Opvallend is dat het aandeel groen op gemeentelijk eigendom aanzienlijk hoger is, met zo’n 10,5%. Voor een deel komt dit omdat het gemeentelijke eigendom op bijvoorbeeld industrieterreinen relatief groen is (betreft vaak alleen de wegen en bermen), tegenover het ‘grijze’ en bebouwde niet-gemeentelijk eigendom. Maar ook in kernen zoals Herwijnen, Geldermalsen en Haaften is het aandeel ruim 10% op gemeentelijk eigendom. Het aandeel op niet-gemeentelijk eigendom ligt hier vaak maar op zo’n 2 of 3%. In bijlage 4 hebben we relevante informatie over ons bomenbestand opgenomen, zoals de verdeling over de kernen, de verschillende soorten en typen bomen die we hanteren.
7 | PROGRAMMA BOMEN
2 Visie – de waarde en functie van bomen Bomen zijn belangrijk. Ze bieden ons diensten op tal van vlakken, dit noemen we ecosysteemdiensten. In onderstaande plaat zien we veel van deze waarden terugkomen. Sommige waarden kunnen we als mensen direct gebruiken of toepassen, zoals het eten van vruchten, of de waarde van hout. Andere waarden zijn meer indirect van waarde, zoals de schaduw die een boom biedt, of het afvangen van regenwater, zodat ons riool minder zwaar wordt belast.
8 | PROGRAMMA BOMEN
Op de plaat op de vorige pagina is te zien dat bomen veel waarden hebben. Het unieke van bomen is daarbij dat de waarde met het ouder worden stijgt, in plaats van daalt. Dit is anders dan bij bijvoorbeeld een lantaarnpaal of prullenbak. Pas vanaf het 30e levensjaar begint deze waarde pas echt serieus te worden. Het is dus belangrijk dat we zorgen voor bomen met een lange levensduur, zodat bomen hun functie optimaal kunnen vervullen, afb. 4: het verloop van de ecosysteemdiensten bij een zie afb. 4. Helaas blijkt uit de praktijk dat een boom, afgezet tegen de leeftijd. gemiddelde gemeenteboom meestal niet ouder wordt dan 40 jaar. Dit komt vaak door beschadiging bij werkzaamheden, snelle vervanging bij verminderde conditie, of omdat de groeiplaats te klein is, zodat de boom niet kan uitgroeien. Met het programma iTree kan een aantal ecosysteemdiensten in geld worden uitgedrukt, zoals de opname van CO2 en het waterbergend vermogen. Veel ecosysteemdiensten zijn echter nog niet goed in geld uit te drukken, zoals de waarde voor biodiversiteit, de gezondheidseffecten van een boom of onze ‘gevoelswaarde’ bij bomen. In zijn algemeen kunnen we wel stellen: hoe groter de boom, hoe meer waarde. Iedere boom begint als een kleine boom, maar toch groeien sommige soorten bomen uit tot hele grote bomen en andere blijven klein. Iedere boom heeft daarbij zijn eigen waarde, zie tabel 1.
Zo wordt een plataan bijvoorbeeld erg groot waardoor deze veel verkoeling geeft. De waarde voor biodiversiteit is echter heel klein. Naaldbomen zijn bijvoorbeeld weer beter in het afvangen van fijnstof dan loofbomen. Het benoemen van de waarde blijft daarom maatwerk. tabel 1: een algemeen overzicht van de waarde van bomen per boomgrootte
Boomgrootte functies
en
Uitleg
Schaduw Verdamping Beperken wateroverlast Voedselbron en biodiversiteit Afvangen vervuilende stoffen Opname CO2 Effect op welzijn Sierwaarde
1e grootte
2e grootte
Als volwassen boom meer dan 15 meter hoog. Bijvoorbeeld: eik, beuk, plataan
Als volwassen boom 8-15 meter hoog. Bijvoorbeeld: lijsterbes, krulwilg
Hoog Hoog
Gemiddeld Gemiddeld
Als volwassen boom minder dan 8 meter hoog. Bijvoorbeeld: meidoorn, sierkers, fruitbomen Laag Laag
Hoog
Gemiddeld
Laag
Verschilt soort
sterk
Hoog Hoog Hoog Verschilt soort
9 | PROGRAMMA BOMEN
per Verschilt soort
3e grootte
sterk
per Verschilt soort
Gemiddeld
sterk
Gemiddeld Gemiddeld per Verschilt sterk per soort, meestal hoog
sterk
per
Laag Laag Gemiddeld Verschilt sterk per soort, meestal hoog
3 Strategie – bomen voor de toekomst We hebben in paragraaf 1.2 ons doel en de uitgangspunten geformuleerd: behouden, versterken, investeren en communiceren. Deze hebben we vertaald in een strategie die bestaat uit 12 actiepunten waar we aan werken. Deze zijn hieronder als verbeelding opgenomen. De actiepunten worden concreet uitgewerkt als inhoudelijk beleid in hoofdstukken 4 en 5. 1. Aantoonbaar zorgvuldig beheren
2. Ecologisch beheren
3. Duidelijke keuzes bij hinder en overlast
4. Vervanging - kwaliteit boven kwantiteit
10 | PROGRAMMA BOMEN
5. Bijzondere bomen behouden en beschermen
6. Zorgvuldig werken rond bomen
7. Investeren in een goede groeiplaats
8. Minimaal 30% kroonoppervlak in iedere buurt
11 | PROGRAMMA BOMEN
9. Geen straten zonder bomen
10. Iedere kern een robuuste boomstructuur
11. Meer variatie in ons bomenareaal
12. Meer samenwerking bij de bomen
12 | PROGRAMMA BOMEN
4 Behouden wat we hebben In dit hoofdstuk werken we de strategie uit met betrekking tot bescherming en behoud. Dit valt uiteen in verschillende onderdelen die gekoppeld zijn aan onze strategie uit hoofdstuk 3.
4.1 Aantoonbaar zorgvuldig beheren Onze bomen staan veelal in openbaar gebied. Uit deze bomen kunnen takken vallen of de boom kan omwaaien. In de openbare ruimte is er dan vrijwel overal sprake van risico op schade. Het is belangrijk dat we ons als gemeente inspannen voor een veilige openbare ruimte. Daarom moeten we onze bomen aantoonbaar zorgvuldig beheren. We controleren onze bomen regelmatig en voeren gestructureerd beheer uit. De punten uit deze paragraaf worden verder uitgewerkt in het beheerplan dat we opstellen na dit Programma Bomen.
Alle bomen in beeld We zorgen ervoor dat we alle bomen in ons eigendom ook goed in beeld en op kaart hebben. De bomen zijn meestal als individu in ons beheersysteem opgenomen. We noteren allerlei inventarisatiekenmerken, zoals soort, leeftijd en het formaat van de boom. Onze bosplantsoenen (bosjes, struwelen, houtwallen en dergelijke) hebben we als vlakken op de kaart staan. De inspectie en het beheer vindt dan per vlak en niet per individuele boom plaats. Als er hele bijzondere bomen in dit vlak staan, zijn deze mogelijk wel als punt opgenomen. Voor de kenmerken van de boom werken we volgens een standaard: het Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte (IMBOR). Verder gebruiken we ook het Handboek Bomen als uitgangspunt. Niet bij iedere boom is het risico op schade even groot. Bomen in een dorpscentrum leveren meer risico op dan bomen langs bijvoorbeeld een onderhoudspad. We bepalen daarom per boom de gevaarzetting en maken een indeling op omgevingsrisicoklasse. Dit is bepalend voor hoe we het beheer vervolgens uitvoeren. Dit werkt kostenbesparend en deze methode sluit aan op het assetmanagement: voor alle bomen is uitgewerkt hoe we ons beheer zo organiseren dat dit waarde toevoegt aan onze asset: de boom.
Cyclisch beheer We beheren onze bomen in een cyclus, zie afb. 5. We hebben onze gemeente verdeeld in drie regio’s en ieder jaar volgen we in deze regio een vaste beheercyclus. Die verloopt als volgt: 1. Gecertificeerde Data Inspecteurs Bomen voeren een boomveiligheidscontrole uit. Zij beoordelen of er risicovolle gebreken zijn en adviseren een maatregel. Soms is een gebrek visueel niet goed te beoordelen. Bijvoorbeeld als er een spechtengat in de kroon zit, of als afb. 5: cyclisch beheer in West Betuwe
13 | PROGRAMMA BOMEN
een boom van binnenuit is aangetast. In die gevallen wordt de boom nader onderzocht. 2. Op basis van de adviezen beslissen we welke bomen we snoeien, vervangen of waar we een alternatieve maatregel uitvoeren, zoals een nader onderzoek of het aanbrengen van een kroonverankering. 3. De voorbereiding van het werk bestaat uit het uitzetten van een deelopdracht binnen een raamovereenkomst of het uitzetten van een specifieke opdracht naar een aannemer. 4. De uitvoering verschilt voor het type werk. De snoei is daarbij het grootste onderdeel. Bij de inspectie wordt aangegeven óf en in welke mate de bomen moeten worden gesnoeid. Waar mogelijk laten we bomen vrij uitgroeien, maar langs wegen en paden moeten we bomen opsnoeien vanwege de wettelijk vereiste doorgang. De snoei wordt uitgevoerd door gecertificeerde boomverzorgers (ETW) van een aannemer.
Boomtypen Bij onze regulier uitgegroeide bomen maken we onderscheid in begeleidings- en onderhoudssnoei. De snoei van onze vormbomen is afhankelijk van het type boom. Deze bomen worden met een vaste regelmaat gesnoeid zodat deze hun oorspronkelijke vorm behouden. Hierbij hebben de snoeifrequenties uit tabel 2 de voorkeur. Soms is het nodig om een normaal uitgegroeide boom sterk te snoeien. Dit noemen we kandelaberen of het innemen of uitlichten van de kroon. Daarbij gaat een deel van de boom(kroon) en daarmee waarde verloren. Dit wordt daarom alleen toegepast als dit echt niet anders kan, bijvoorbeeld als dit nodig is voor de veiligheid of de locatie daarom vraagt. tabel 2: snoeivorm en snoeifrequentie van vormbomen
Boomtype Knotboom Fruitboom Gekandelaberde boom Leiboom Vormboom (divers)
Snoeivorm Knotten Fruitsnoei (productie) Terugzetten Scheren of knippen Terugzetten
Snoeifrequentie 1x per 3 jaar 1x per jaar 2 1x per 3 jaar 1x per jaar 1x per 3 tot 5 jaar
Ziektes en aantastingen Bij de bomen in onze gemeente komen regelmatig ziekten, aantastingen en plagen voor. Het betreft dan vooral: eikenprocessierups, essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, iepziekte en soms roetschorsziekte. We hanteren daarbij een aantal uitgangspunten: - Niet iedere zieke boom hoeft te worden verwijderd. Het is vooral belangrijk het verloop van de ziekte goed in de gaten te houden. Waar nodig controleren we de boom vaker. We grijpen pas in als het echt niet anders kan. - Bij een ziekte met een groot besmettingsgevaar of risico’s voor de gezondheid wordt een speciaal protocol gevolgd en wordt de boom met spoed verwijderd.
2
Uit kostenbesparing worden de fruitbomen momenteel eenmaal per twee jaar gesnoeid. De voorkeur is jaarlijkse snoei, maar dit vraagt wel om extra beheergeld. Zie de begroting.
14 | PROGRAMMA BOMEN
-
-
-
Bomen met bepaalde ziektes moeten met spoed worden verwijderd. De gemeente kan dit ook vragen van bewoners, om verspreiding van deze ziekte te voorkomen. In de APV komen regels die het mogelijk maken om bijvoorbeeld zieke iepen met spoed te verwijderen. Onze gemeente is een echte fruitgemeente met een eigen fruitcampus en veel boomgaarden. Ook in onze buitengebieden zijn veel fruitbomen aangeplant. Dit geeft een risico op het besmettelijke bacterievuur. We zullen daarom in de toekomst terughoudend omgaan met het planten van fruitbomen in de openbare ruimte. Bomen op een goede groeiplaats hebben minder ‘stress’ en zijn dan minder vatbaar voor ziektes. Lees in hoofdstuk 5 hoe we investeren in goede groeiplaatsen. De beste manier om ziekten en plagen tegen te gaan is het aanpakken bij de bron. Veel ziektes zijn het gevolg van een monocultuur. In hoofdstuk 5 staat hoe we dit vorm geven.
afb. 6: essentaksterfte komt veel voor in onze gemeente
4.2 Ecologisch beheren Risico’s bij bomen worden vaak hoger ingeschat dan ze zijn en daardoor worden bomen soms onnodig gekapt. Helaas betreft dit vaak de bomen die ecologisch waardevol zijn en bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit. Het uitgangspunt dat de openbare ruimte ‘schoon, heel en veilig’ moet zijn, draagt daar ook niet aan bij. Goed boombeheer en ecologie gaan hand in hand. Daarbij houden we natuurlijk wel rekening met onze omgeving: de boom heeft ons (meestal) niet nodig, wij de boom wel.
Natuurvolgend beheren
‘‘
Onze taak als gemeente is om een goede afweging maken tussen de risico’s en waarde van de boom. Soms betekent dit dat we een De boom heeft risicovolle boom laten staan vanwege zijn waarde voor de natuur en ons (meestal) biodiversiteit, zoals spechten, uilen en allerlei insecten en schimniet nodig, wij die mels. Wat gaan we doen: boom wel: laten - Dode takken snoeien we binnen onze reguliere driejaarlijkse cystaan dus. clus. We verwijderen dit alleen op de plekken waar het risico kan opleveren, zoals boven wegen en paden. - Klimop is voor de boom geen probleem, en blijft dus zitten. We halen het er alleen uit als we denken dat er achter de klimop een risicovol gebrek zit. - We onderzoeken of we het maaien onder boomkronen kunnen stoppen. Daardoor raakt de bodem minder verdicht en vormt zich vanzelf een laag met strooisel, net zoals in het bos. - We gaan rijen met knotwilgen in fases snoeien: om-en-om, of elke 3e boom in de rij. - Wat wij vaak zien als ‘afval’, is voor de natuur juist een grote levensbehoefte. Daarom laten we de natuur zijn werk doen. Takken en stammen blijven zoveel mogelijk op de plek liggen. - We voeren al het werk aan bomen uit volgens de geldende ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten.’
’’
15 | PROGRAMMA BOMEN
Dode, slechte en veterane bomen Bij de levenscyclus van een boom hoort dat deze afsterft of omvalt. Het is niet normaal, zelfs erg onnatuurlijk, dat we deze bomen in de openbare ruimte (bijna) niet tegenkomen. Bomen die hun hoogtepunt achter zich hebben liggen, laten soms ‘veteraankenmerken’ zien. De boom veroudert, verliest takken, zijn conditie gaat achteruit en in de boom zien we rottend hout, vruchtlichamen en holtes. We willen meer van deze bomen. Daarom geldt in het algemeen dat we bomen pas kappen als de kans op schade te groot is. Dit is afhankelijk van de plek waar de boom afb. 7: deze populier van ruim 130 jaar oud staat middenin een druk stadspark in Arnhem staat, maar ook de soort en de gebreken spelen mee. Als het nodig is maken we de boom kleiner om de risico’s te verminderen. Daarnaast hebben we nog een speciale groep die we ‘veterane bomen’ noemen. Als we dergelijke bomen goed beschermen kunnen eiken of lindes zomaar 300 jaar of ouder worden. En zelfs een populier kan op deze manier makkelijk 100 jaar worden. We doen het volgende om deze bomen te beschermen: - Deze bomen krijgen een speciale status, zie paragraaf 4.5. - We laten deze bomen van hun oude dag genieten. Als het nodig is kunnen we de groeiplaats letterlijk beschermen met een hekwerk. Dit voorkomt ook schade als takken afbreken.
- Als de bomen te hard achteruit gaan, investeren we in het verbeteren van de groeiplaats. - Waar mogelijk proberen we, terwijl de oude boom er nog staat, een nieuwe boom te kweken op dezelfde locatie.
afb. 8: het verouderingsproces van bomen: meestal eindigt een boom al in fase of C. Als de boom ‘geluk’ heeft en heeft kunnen uitgroeien, wordt deze vaak omgezaagd of teruggesnoeid, vanwege mogelijke risico’s. Fase F en G worden vrijwel nooit bereikt
4.3 Duidelijke keuzes bij hinder en overlast Dat bomen belangrijk zijn, zullen de meeste mensen wel beamen. Maar bomen kunnen soms ook lastig zijn en de gemeente ziet dat zelf ook. Bomen zijn zelfs nummer één in de top tien ‘burenruzies’. In zijn algemeenheid volgt uit rechtszaken dat bomen niet snel onrechtmatige hinder veroorzaken. Er moet sprake zijn van zwaarwegende en buitenproportionele hinder. De
16 | PROGRAMMA BOMEN
aard, ernst en duur van hinder zijn daarbij doorslaggevend. Ook spelen vragen mee als: ‘Wie was er het eerst?’ en: ‘Is het een bosrijke omgeving?’ Dit onderwerp kreeg veel aandacht in de enquête over dit Programma Bomen. In het algemeen was de mening van de bewoners dat bomen belangrijk zijn. Een beetje hinder hoort erbij. In het algemeen hanteren we het uitgangspunt dat bomen niet worden gekapt of teruggesnoeid bij hinder. Dit doen we alleen in uitzonderingssituaties als de hinder buitensporig groot is en niet in verhouding staat tot de waarde van de boom. We maken helder onderscheid tussen de soorten hinder die bomen kunnen veroorzaken en trekken één lijn.
Blad, zaad, pluis, vogelpoep en luizenplak Normale bladval maar ook vallende vruchten (bijvoorbeeld eikels), zaad en bijvoorbeeld berkenpluizen horen gewoon bij een boom. Dit geldt ook voor vogelpoep of luizenplak (honingdauw). Dit moeten we accepteren en is dus ook geen reden voor een vervroegde maatregel.
Allergieën Mensen kunnen allergisch zijn voor pollen van bijvoorbeeld berk, els of hazelaar. Deze allergie is echter heel moeilijk aan één specifieke boom te relateren omdat pollen zich over grote afstanden verspreiden. Allergieën leiden daarom in principe niet tot kap. We maken hier alleen een uitzondering als de allergie duidelijk is te relateren aan één boom. De bewoner dient daarbij via een doktersverklaring te kunnen aantonen dat hij allergisch is voor deze specifieke pollen en dat de problematiek door de kap aanzienlijk zal verminderen.
Bomen en zonnepanelen We willen graag duurzame energie opwekken. Veel bewoners hebben daarom zonnepanelen op hun daken gelegd. De schaduw van bomen kan daarbij roet in het eten gooien omdat de opbrengst vermindert. Bijna altijd waren bomen er eerder dan de zonnepanelen. Daarnaast vindt de gemeente het algemene belang van bomen belangrijker dan het belang van zonnepanelen. Ook is de techniek sterk verbeterd waardoor zonnepanelen ook met schaduw energie leveren. Ook zou de zonnepanelen-adviseur rekening moeten houden met bomen in de omgeving.
Schaduw Schaduw kan voor sommigen hinderlijk zijn. Anderen vinden schaduw op hun woning afb. 9: bomen gaan voor zonnepanelen, maar bij aanplant juist fijn, omdat het huis daardoor koeler kunnen we hier soms wel beter rekening mee houden blijft. Twee-derde van de bewoners gaf aan dat ze schaduw als iets positiefs zien.
17 | PROGRAMMA BOMEN
Vanwege klimaatverandering zal hittestress in de woonwijken toenemen en daarom is schaduw geen argument voor kap. We maken pas een uitzondering als de hinder buitenproportioneel wordt. Dit is het geval als een bewoner via een ‘bezonningsstudie’ kan aantonen dat de woning niet voldoet aan de lichte TNO-norm. Volgens deze norm moet een woning minimaal 2 zonuren per dag hebben in de periode 19 februari tot 21 oktober.
Overhangende takken
afb. 10: schaduw vindt de één lastig terwijl de ander ervan geniet
Overhangende takken kunnen zorgen voor overlast. Volgens artikel 5:44 van het Burgerlijk Wetboek moeten deze takken na een verzoek worden verwijderd en hebben bewoners op dit punt veel rechten. We proberen deze vorm van overlast te verminderen door bomen waar mogelijk op grotere afstand van de erfgrens aan te planten, maar dit lukt niet altijd. De snoei van overhangende takken proberen we mee te nemen binnen de reguliere snoeironde. Vanwege het grote areaal van de gemeente is het niet efficiënt en effectief om op korte termijn op de meldingen te reageren en de gemeente zal deze snoei dus vooral uitvoeren binnen de reguliere snoeirondes.
Doorschietende wortels In het geval van doorschietende wortels gelden dezelfde rechten als bij overhangende takken. Volgens artikel 5:44 lid 2 mag de eigenaar deze wortels zelf doorhakken, zelfs zonder melding. Hierbij is het wel belangrijk dat dit goed gebeurt. De boom mag niet onherstelbaar worden beschadigd en er mogen geen stabiliteitswortels worden doorgehaald. Omdat de gemeente dit niet zelf in de hand heeft, zullen hier in het beheerplan aanvullende regels voor komen. Daarnaast is er regelmatig sprake van wortelopdruk bij verharding van de gemeente zelf. Hiervoor wordt een afwegingskader opgenomen in het beheerplan.
Voorkomen van hinder en overlast Bij nieuwe aanplant houden we rekening met de overlast die bomen kunnen gaan veroorzaken. We zijn hier als gemeente door schade en schande wijs geworden. Hoe doen we dit concreet: - We proberen rekening te houden met zonnepanelen. We planten bomen waar mogelijk aan de zuidkant van de weg. - Als uitgangspunt geldt dat we bomen zo ver mogelijk van erfgrenzen planten. De praktijk is echter dat dit vaak niet kan: de ruimte is beperkt. - Binnen de kern proberen we cultivars aan te planten waarvan blijkt dat deze minder overlast geven. Zo zijn er diverse lindes die minder overlast geven door bladluis (luizenplak). - We planten bomen in een goede groeiplaats. Bomen met een te kleine groeiplaats geven uiteindelijk namelijk altijd overlast. De bomen zoeken naar voeding en vocht en wortelen daarbij vaak heel oppervlakkig en tot ver in particuliere tuinen.
4.4 Vervanging - kwaliteit boven kwantiteit Uit onze boomveiligheidscontroles (zie paragraaf 4.1) komen ook regelmatig bomen die ziek, slecht of dood zijn. Als we deze niet meer veilig kunnen behouden, worden deze gekapt. We houden gemiddeld een (relatief hoge) vervangingscyclus van 50 jaar aan. Dat betekent dat we 18 | PROGRAMMA BOMEN
jaarlijks zo’n 2% van het areaal moeten vervangen. Als we deze vervangingscyclus goed organiseren, besparen we ook op de onderhoudskosten. Een grote, oude boom in goede conditie levert meer op dan tientallen kleine en slecht groeiende bomen. Dit betekent dat we investeren in grote groeiplaatsen en onze bomen zo planten dat ze ook echt oud kunnen worden.
Herplanten gekapte bomen Het liefst planten we voor iedere gekapte boom weer een nieuwe terug. Daardoor blijft de straat even groen en gaat het aantal bomen in de gemeente niet omlaag. Dit is echter niet altijd een goed idee. Daarom kiezen we er soms bewust voor om dit niet te doen: - Als de groeiplaats niet voldoet aan onze eisen zoals staat in paragraaf 5.1. Wel kan dan ter vervanging een kleinere boom worden teruggeplant, als de groeiplaats dan wel voldoet. - Als er binnen 5 jaar een reconstructie gepland staat waarbij de bomen waarschijnlijk worden vervangen, of als de boom onderdeel is van het vervangingsplan (zie hieronder). - Soms kiezen we bewust voor één grote boom en niet voor verschillende kleine bomen. Dit is wel afhankelijk van de omgeving. Staan er in de buurt juist veel grote bomen? Dan kiezen we juist voor bomen van de 2e en 3e grootte voor meer variatie. Dit is altijd maatwerk.
Vervangingsplannen slechte bomen In onze gemeente staan verschillende structuren met een matige of slechte kwaliteit. Als in een structuur veel slechte of zieke bomen staan, gaan we over tot planmatige vervanging van deze bomen. De gezonde bomen laten we daarbij uiteraard wel staan. We stellen iedere vijf jaar een vervangingsplan op. Dit doen we als volgt: 1. Op basis van de boomveiligheidscontrole wordt een analyse gedaan op de boomstructuren met een slechte kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar aspecten als de conditie, toekomstverwachting. Daarnaast wordt rekening gehouden met beheeraspecten zoals boomziektes of soortspecifieke problemen zoals takbreuk bij populieren. 2. Dit resulteert in een lijst met (deel)structuren die in aanmerking komen voor vervanging. Binnen de lijst wordt nog een verdeling gemaakt in urgentie. afb. 11: het verschil in groeikracht tussen een boom met 3. Vervolgens wordt gekeken naar het een goede en slechte groeiplaats is enorm. Soms is het meest recente Meerjaren Onderhouds- dan beter om opnieuw te beginnen. plan (MJOP) van wegbeheer. Als binnen 5 jaar een reconstructie gepland staat, wachten we tot deze reconstructie. Als deze nog langer dan 5 jaar duurt, worden de bomen projectmatig vervangen. 4. Uiteraard worden de structuren herplant.
Daarbij geldt dat deze bomen een goede groeiplaats krijgen (zie paragraaf 5.1) en dat we meer diversiteit aanbrengen (zie paragraaf 5.5).
19 | PROGRAMMA BOMEN
Groeiplaatsverbetering Als het mogelijk is een groeiplaats te verbeteren met behoud van de boom, heeft dit de voorkeur. Vaak is dit echter wel arbeidsintensief en dus duurder dan een vervanging. We maken deze afweging per locatie, afhankelijk van een aantal aspecten: - Voorafgaand aan groeiplaatsverbetering wordt altijd een groeiplaatsonderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is te achterhalen waarom de bomen slecht(er) groeien. - We doen alleen groeiplaatsverbetering bij bomen met een lange levensduur. - Er moet geen sprake zijn van beheerproblemen die een lange levensduur onmogelijk maken. Dit gaat dan bijvoorbeeld om bestratingsopdruk of sterk overhangende takken. - Na de groeiplaatsverbetering moet de boom weer minimaal 30 jaar vooruit kunnen. - Bij waardevolle bomen heeft groeiplaatsverbetering altijd de voorkeur boven vervanging. Bij het groeiplaatsonderzoek wordt ook geadviseerd welke (combinatie van) bodemverbetering nodig is. Daarbij kan worden gedacht aan voedingskokers, grond uitwisselen, beluchten of het aanbrengen van een mulchlaag. Op basis van bovenstaande afwegingen wordt beslist of groeiplaatsverbetering een goede investering is.
4.5 Bijzondere bomen behouden en beschermen Met het ingaan van de Omgevingswet per 1 januari 2024 moet iedere gemeente een ‘Bebouwingscontour houtkap’ vaststellen. Binnen deze grens gelden de gemeentelijke regels voor bomen. De bescherming van de bomen daarbuiten worden landelijk geregeld, via het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’ (Bal).
Van oude naar nieuwe situatie De huidige boombescherming is geregeld doordat de waardevolle bomenlijst van de drie voormalige gemeenten zijn samengevoegd. Iedere gemeente had eigen criteria en maakte daarmee een lijst met beschermde bomen. We stellen de ‘Bebouwingscontour houtkap’ op bij het uitwerken van de Waardevolle Bomenlijst. De Bebouwingscontour wordt na vaststelling van het Programma Bomen verwerkt in het Omgevingsplan. Verder gaan we de criteria gelijk trekken voor de hele gemeente. We formuleren nieuwe voorwaarden waarop de bomen worden getoetst. In bijlage 6 is de werkwijze opgenomen hoe de lijst tot stand komt. We beschermen naast particuliere, ook gemeentelijke bomen. Bij de bescherming van de bomen richten we ons op de bijzondere en oude bomen en op boomstructuren. We gaan toekomstbomen aanwijzen en beschermen. Per kern gaan we de beschermde bomen en structuren verwerken in een eigen structuurkaarten. Op deze kaart komen de individuele beschermde bomen (categorie A t/m E met beleidsstatus I, zie paragraaf 4.5). Daarnaast worden waardevolle structuren (categorie F afb. 12: bomen op bijzondere locaties, zoals hier rond de kerk in Asperen, gaan we goed beschermen met beleidsstatus II) opgenomen.
20 | PROGRAMMA BOMEN
Categorieën en criteria In deze paragraaf staan de criteria en regels die gelden binnen de Bebouwingscontour. Alle bomen worden ingedeeld in een categorie en beleidsklasse. Bomen uit klasse I komen op de Waardevolle Bomenlijst en zijn vergunningplichtig. De bomen uit klasse II hebben wel een verhoogde status, maar zijn niet vergunningplichtig. De bomen uit categorie III en IV hebben geen verhoogde beleidsstatus. Categorie
Beleidsklasse A Monumentale I boom B HerdenkingsI boom C Waardevolle I boom
D Potentieel waardevolle boom E Toekomstboom
I
F
II
Boomstructuur
G Overige men
bo-
I
III/IV
Omschrijving Bomen die zijn opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting. Bomen die zijn geplant vanwege bijzondere gebeurtenissen, zoals de geboorte of het overlijden van een bekend persoon. Bomen van >80 jaar oud die voldoen aan drempelcriteria: - Toekomstverwachting van minimaal 10 jaar; - Weinig tot geen belemmering van de groeiplaats; - Van een soort met een lange levensduur; EN waardevol zijn op het gebied van: - Afmetingen/formaat; - Ecologie; - Cultuurhistorie; - Dendrologie; - Beeldbepalendheid. Bomen van >50 jaar oud die verder voldoen aan de (drempel)criteria uit categorie C. Gemeentelijke boom op een zeer ruime en beschermde groeiplaats (>40 m3) die is geplant met als doel uit te groeien tot monumentale boom, zie paragraaf 5.3. Alle bomen binnen de nog aan te wijzen boomstructuur per dorpskern. Deze bomen worden niet als individu beschermd (tenzij deze ook zijn aangewezen als categorie A t/m E). Betreft alle overige gemeentelijke en particuliere bomen.
Regels Waardevolle Bomenlijst Voor de bomen op de lijst geldt het volgende: 1. Bomen van de met beleidsklasse I komen op de Waardevolle Bomenlijst. Deze mogen alleen worden gekapt, verplant of ingrijpend gesnoeid als daar een omgevingsvergunning voor is verleend. Ingrijpende snoei betekent dat meer dan 20% van het kroonvolume wordt verwijderd, m.u.v. regulier (achterstallig) onderhoud. 2. Bij het niet naleven van de regels zoals hiervoor genoemd, is sprake van illegale kap. In dat geval hebben we als gemeente de volgende opties: a. Opleggen van een boete. De hoogte van de boete bepalen we via een taxatie volgens ‘Rekenmodel Vervangingskosten’ van de NVTB of hoofdstuk ‘Boomtaxatie’ uit het Handboek Bomen. Ter indicatie: het bedrag zal dan meestal liggen tussen €12.000,en €128.000,- per boom.
21 | PROGRAMMA BOMEN
b.
Het opleggen van een herplantplicht van een boom met een grote aanplantmaat (minimaal 30-40), waarbij de nieuwe boom als ‘Categorie E’ wordt opgenomen op de Waardevolle Bomenlijst. De eigenaar wordt verplicht tot correcte nazorg van 3 jaar en moet de boom vervangen als deze dood gaat. c. Het volgen van een strafrechtelijke procedure vanwege een ‘economisch delict’. Deze straf loopt via het Openbaar Ministerie. In dat geval resulteert dit vaak in een geldboete en/of gevangenisstraf. 3. In scenario 3 worden eigenaren van een boom op de Waardevolle Bomenlijst gecompenseerd voor plaatsing op de lijst. Zij krijgen 50% van het onderhoud vergoed, met een maximum van €500 per 5 jaar. Deze subsidie heeft een maximum van €50.000 per jaar.
4.6 Zorgvuldig werken rond bomen Onze openbare ruimte staat nooit stil. Werkzaamheden aan het riool, onderhoud van wegen en werk aan kabels en leidingen komt veel voor. Met de netcongestie neemt dit alleen maar toe. Beschadiging van de wortels, stam of kroon, maar ook schade aan en verdichting van de bodem ligt dan op de loer. Bij dit werk moeten gezonde bomen behouden blijven.
Bomenparagraaf en Bomen Effect Analyse 1. In alle plannen binnen de kwetsbare boomzone met risico op schade moet binnen het project een bomenparagraaf worden opgenomen. Dit geldt zowel bij bestaande straten als bij nieuwbouw. Op basis van de kwaliteit en status van de boom kiest de boombeheerder met de projectleider of opdrachtgever wat er gebeurt. 2. Als de boombeheerder besluit de bomen te behouden, moet altijd een Bomen Effect Analyse (BEA) worden uitgevoerd. Onderdeel van de bomenparagraaf is een ‘Bomenbalans’, zie paragraaf 5.2. Op basis van de BEA wordt een werkplan opgesteld waarin de uitvoerder van het werk aangeeft hoe hij de adviezen uit de BEA opvolgt. 3. De boombeheerder is verantwoordelijk voor het toezicht of de voorwaarden uit het werkplan worden opgevolgd. Hij kan dit zelf doen of uitbesteden aan een European Tree Worker of European Tree Technician. 4. We gebruiken de bomenposter Werken rond bomen uit het Handboek Bomen als communicatiemiddel en brengen deze onder de aandacht bij ons team realisatie en de aannemers. 5. Als een boom (moedwillig) wordt beschadigd, taxeren we de schade volgens de taxatiemodule uit het Handboek Bomen. Dit wordt vastgelegd in de contracten waarbij rond bomen wordt gewerkt. 6. We gaan onze toezichthouders en gebiedsbeheerders opleiden om problemen bij het werken rond bomen te herkennen.
Zij zien veel gebeuren in onze gemeente en worden opgeleid om schade aan bomen of de groeiplaats te herkennen. afb. 13: bij het werken rond bomen gaat het vaak mis
22 | PROGRAMMA BOMEN
Beschadiging van bomen Helaas komt het, ondanks goede regels, nog te vaak voor dat de afspraken (bewust of onbewust) niet goed worden nageleefd. Dit kan gebeuren bij werkzaamheden, maar soms ook bij bewoners van de gemeente. Bomen worden, bijvoorbeeld bij overlast, weleens (moedwillig) beschadigd, bijvoorbeeld door vandalisme of vergiftiging. Bij dergelijke beschadigingen of vandalisme wordt gehandhaafd volgens de regels uit paragraaf 4.5. In het geval van werken rond gemeentelijke bomen moet dit dan ook contractueel worden vastgelegd. Aanvullend kan de gemeente ook aangifte doen van beschadiging van haar eigendommen.
Verplanten van bomen Het kappen van een gezonde boom is kapitaalvernietiging. Als gemeente proberen we onze bomen daarom zo goed mogelijk te beschermen. Soms is het belang van een project echter zo groot, dat de boom niet behouden kan blijven. Althans: niet op zijn huidige locatie. In die gevallen onderzoeken we altijd of de boom te verplanten is. Dit onderzoek voeren we uit volgens de eisen van het Handboek Bomen. Daarbij komen de volgende onderdelen terug: Het kappen van - Onderzoek naar de kwaliteit en omvang van de boom. een gezonde - Onderzoek naar de groeiplaats, bodem, grondwater en wortels. boom is regel- Gang van zaken bij verplanting, transport- en verplantmethode rechte kapitaalen de transportroute. vernietiging - Voorbereiding van de nieuwe locatie. - Begeleiding bij de verplanting en nazorg.
‘‘
’’
23 | PROGRAMMA BOMEN
5 Versterken en investeren 5.1 Investeren in een goede groeiplaats Een goede groeiplaats is een eerste levensbehoefte voor een boom. Zonder een goede bodem functioneert de boom niet, en gaat deze nooit zijn waarde optimaal vervullen. De openbare ruimte is echter beperkt en onze financiële middelen zijn niet eindeloos. Dit betekent dat we keuzes moeten maken: we kunnen niet overal voor een tien gaan. Dit betekent niet dat we een boom in een te kleine groeiplaats planten. We passen de beoogde omloop en grootte van de boom aan, aan de ruimte die we onder de grond hebben. Als die ruimte niet voldoet, dan planten we een kleinere boom, een heester of het wordt gras. Het inrichten van een groeiplaats is altijd maatwerk. We houden rekening met de voor bomen beschikbare ondergrondse en bovengrondse groeiruimte. Daarvoor gebruiken we de Boommonitor van het Norminstituut Bomen. Als standaard hanteren we de categorieën uit de tabel hieronder. De boomgrootte en de omlooptijd zijn daarin leidend. Deze eisen worden ook opgenomen in onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Omloop en Minimale Kroondiame- Minimaal ob- Minimaal obstaboomgrootte doorwortel- ter en plant- stakelvrij bo- kelvrij onderbare ruimte afstand vengronds gronds 1. Toekomstboom 40 m3 > 15 meter 9 meter 5 meter > 120 jaar 2. 1e grootte 25 m3 > 15 meter 9 meter 2 meter > 80 jaar 3.
1e grootte 20 m3 > 10 meter 9 meter 1,5 meter > 60 jaar 4. 2e grootte 15 m3 8-12 meter 5-7 meter 1,25 meter > 40 jaar 5. 3e grootte 7,5 m3 3-6 meter 2-4 meter 1 meter 6. Knot-, lei- en bol- 3 m3 2-5 meter 1-3 meter 0,75 meter bomen
Ontwerpen met aandacht voor bomen Bij het ontwerp en de aanleg/reconstructie van wegen houden we rekening met groeiruimte voor bomen. Dit geldt zowel ondergronds als boven de grond. Ondergronds houden we als volgt rekening met deze groeiruimte: - We houden een minimale afstand aan tussen bomen en ‘obstakels’, zoals kabels en leidingen, riolering of verharding. Dit betekent ook dat achteraf geen kabels onder bomen kunnen worden aangebracht, tenzij hiervoor goedkeuring is gegeven. - Bij de inrichting van nieuwe straten moet de ruimte slim worden benut. Het beste kunnen kabels en leidingen onder het trottoir worden aangebracht. Als er geen ruimte voor een groenstrook is, blijft er wel ruimte tussen en onder de parkeerstroken. Hier kunnen dan de bomen worden geplant, voorzien van een groeiplaatsconstructie of groeimedium. De voorkeur gaat uit naar ‘groene’ parkeerplaatsen.
24 | PROGRAMMA BOMEN
-
In smalle straten heeft een trottoir aan één kant de voorkeur. De kabels en leidingen komen dan onder het trottoir en aan de andere kant van de weg kunnen bomen worden geplant. Kabels en leidingen moeten zoveel mogelijk in een afgesloten sleuf of goot worden geplaatst. Dit kan bijvoorbeeld door te werken met een wortelwerend of -geleidend scherm. Vanuit het rioolbeheer is de wens om bomen niet vlakbij riolering te planten om kans op wortelingroei te beperken. Als dit niet haalbaar is, brengen we wortelschermen aan. Ook is het soms mogelijk dat de rioolbeheerder kiest voor het relinen van de riolering om daarmee bomen te sparen.
Bomen moeten ook bovengronds goed kunnen uitgroeien. Zo voorkomen we dure beheermaatregelen, zoals het kandelaberen van een boom. Zo behouden we ook het kroonvolume in de straat. In het ontwerp houden we dus rekening met: - We houden een minimale afstand aan van bomen tot gevels en andere ‘objecten’. Dit zijn bijvoorbeeld lantaarnpalen of ondergrondse afvalcontainers. - We planten bomen zoveel mogelijk aan de zuidkant van de straat, zodat we de opbrengst van zonnepanelen optimaal houden. In West Betuwe hanteren we standaard de regel dat bomen op minimaal twee meter van de erfgrens staan. Dit betekent echter dat we in smalle straten soms geen bomen kunnen planten. Daarom nemen we in onze APV op dat de afstand wordt verkleind tot 0,5 meter. Deze uitzondering gebruiken we alleen als dit de enige mogelijkheid is om bomen te planten.
Standplaats Bomen horen van nature in het bos, met daaronder struiken en kruiden en een goede bodem. Daar voorziet een boom zichzelf van voeding in de natuurlijke kringloop. Dat we gewend zijn geraakt aan bomen in een (strak gemaaid) gazon is niet iets dat de natuur ons leert. - We planten bomen waar mogelijk in open grond, op een plek waar ze vrij kunnen uitgroeien. Maaien is dan niet meer nodig, en in principe doen we dat daar ook niet. - De ruimte rond bomen in een groenafb. 14: bomen in verharding hebben vaak maar een korte strook wordt bij voorkeur ingeplant met levensduur bosplantsoen, heesters of vaste planten. Gazon proberen we te voorkomen. - Het planten van bomen langs wegen en fiets- en wandel paden is nodig om te zorgen voor schaduw. Dit sluit aan op de uitgangspunten uit de LAS (op langzaam-verkeersroutes 40% schaduw). Als deze bomen in gras staan, proberen we zo weinig mogelijk te maaien. - Verharding onder de boomkroon is niet ideaal, dit doen we alleen als het niet anders kan. Deze bomen krijgen altijd een groeimedium of groeiplaatsconstructie. In dat geval krijgen bomen een zo groot mogelijke boomspiegel. De minimale maat is 1 x 1 meter, bij bomen van de 3e grootte. De minimumeis voor bomen van de 1e en 2e grootte is 2 x 2 meter. De boomspiegel wordt zoveel mogelijk ingeplant met vaste planten. Waar mogelijk kunnen
25 | PROGRAMMA BOMEN
-
bewoners de boomspiegel ‘adopteren, zie paragraaf 5.6. De verharding van parkeervakken moet waterdoorlatend zijn, zodat de boom ook onder de parkeervakken kan wortelen. We gaan nieuwe groeiplaatsen zo in richten dat regenwater kan infiltreren in het groenvak. Hierdoor heeft de boom meer water tot zijn beschikking. Dit werken we verder uit in het boombeheerplan. Deze vorm van groeiplaatsinrichting sluit aan op de strategie grondwater uit het Water en Rioleringsprogramma 2025-2029.
5.2 Minimaal 30% kroonoppervlak in iedere buurt Bomen zijn belangrijk om de levenskwaliteit te verbeteren. Met name in onze kernen is het belangrijk om meer bomen te planten. Vanwege het hoge aandeel ‘stenen’ is daar al snel sprake van hittestress. Bomen zorgen voor verkoeling, dat we ons prettig voelen en sneller naar buiten gaan, maar zorgen ook voor betere luchtkwaliteit. Ons doel is om in 2050 in iedere buurt een kroonbedekking van 30% te behalen. Deze norm is opgenomen in de ‘Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Dit percentage is ook onderdeel van de 3-30-300-regel van Cecil Konijnendijk3. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat vanaf dit punt de gezondheid van bewoners sterk verbetert. Op basis van luchtfoto’s en hoogtekaarten hebben we alle boomkronen in beeld gebracht. Daarmee kunnen we de kroonbedekking voor iedere kern berekenen. We nemen hierbij de oppervlakte van alle boomkronen in een buurt en delen die door de totale oppervlakte van de buurt. De gemiddelde kroonbedekking in onze kernen is momenteel 6,6%, zie afb. 3. Dit betekent dat er werk aan de winkel is en gaan we meer bomen planten voor verkoeling. Vergroenen kunnen we niet alleen. Slechts een klein deel van de ruimte is het eigendom van de gemeente. Daarom stimuleren we ook de vergroening van bewoners in hun eigen tuin. Zie daarvoor paragraaf 5.6.
Uit de analyse blijkt namelijk ook dat ons gemeentelijk eigendom aanzienlijk groener is dan het niet-gemeentelijke eigendom. Dit percentage ligt namelijk op zo’n 10,5%. Op gemeentelijk eigendom moeten we dus jaarlijks 0,75 procentpunt extra boomkroonbedekking krijgen om in 2050 op 30% uit te komen. Het boomkroonvolume moet dus verdriedubbeld worden, in totaal moeten er de komende jaren duizenden bomen worden bijgeplant. Onze ambitie is erg hoog maar noodzakelijk om in 2050 klimaat robuust te zijn. De analyse van de 3-30-300 regel kan met nieuwe stresstesten nog verfijnd worden. Het is goed mogelijk dat het bedekkingspercentage dan iets hoger uitvalt.
Meer ruimte voor bomen in ontwerpen Bij nieuwbouw en reconstructies willen we dat 30% van de ondergrondse ruimte beschikbaar is als groeiruimte voor groen en bomen. Dit bekijken we per project. Soms geldt dit voor een hele woonwijk tegelijk. In dergelijke gevallen zou bijvoorbeeld een park of grote groene ruimte
3
De 3-30-300-regel stelt dat iedereen vanuit zijn huis 3 bomen van behoorlijke omvang moet kunnen zien, dat de kroonbedekking 30% moet zijn en dat de afstand tot een hoogwaardig park of groene ruimte niet meer dan 300 meter mag zijn, een wandeling van 5 to t 10 minuten. Het bijbehorende wetenschappelijk artikel: Konijnendijk, C.C. Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3 –30–300 rule. J. For. Res. 34, 821–830 (2023). https://doi.org/10.1007/s11676-022-01523-z
26 | PROGRAMMA BOMEN
kunnen worden ingericht, bijvoorbeeld gecombineerd met hemelwaterafvoer. Een goed voorbeeld in dit kader is de natuurinclusieve inrichting van ‘Plantage 3’ in Meteren. Bij kleinere projecten op straatniveau gaat het vaak om kleine groenstroken. In die situatie kan ook een groeiplaatsconstructie of granulaat een optie zijn, zie afb. 15. Dan kan de parkeerfunctie worden gecombineerd met de groeiplaats voor een boom.
afb. 15: door te investeren in groeiplaatsconstructies is het mogelijk om toch bomen te planten als er weinig plek is.
Verharding en bomen In onze enquête gaf een ruime meerderheid aan dat zij bereid zijn een parkeerplaats op te offeren om een boom te planten of meer ruimte te geven. Dit signaal moeten we serieus nemen. In de Lokale Adaptatie Strategie is hierover opgenomen: “Door het omvormen van gesloten naar open verhardingen en het omvormen van verharding naar groen, kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de reductie van hittestress én infiltratie van regenwater.” We onderzoeken daarom per straat of we afb. 16: een straat zonder parkeerplaatsen biedt een veel één of meerdere parkeerplaatsen kunnen in- groener en rustiger aanzien ruilen voor een groeiplaats van een boom. Vaak is de ruimte van twee parkeerplaatsen al voldoende om een grote boom te planten. Het realiseren van groene parkeerplekken (open verharding) betekent vaak ook dat er meer ruimte is voor bomen. Als de parkeerplaatsen voldoende water en zuurstof doorlaten, kan de ruimte onder de fundering van de verharding worden gebruikt als groeiplaats voor de bomen. Vanouds is de inrichting van de straat zodanig dat iedere woning een parkeerplaats direct voor het huis heeft. Deze langsparkeervakken vragen veel ruimte in de straat. In nieuwe situaties
27 | PROGRAMMA BOMEN
kan worden gekeken of parkeerplekken meer geconcentreerd kunnen worden, bijvoorbeeld aan de rand van de straat of wijk. Daardoor ontstaat in de straat meer ruimte voor groen. Bij iedere kern onderzoeken we waar verharding ligt zonder functie. Vaak zijn dit kleine ‘overhoeken’ op kruisingen. Soms gaat het om onnodig brede trottoirs. De verharding kan hier worden ingeruild voor groen. Waar mogelijk planten we hier ook extra bomen. De bewoners gaven in de enquête aan dat ze meer bomen in de straat willen. Ze zijn bereid daar een parkeerplaats voor hun deur voor op te offeren. In zijn algemeenheid kunnen we daarom kijken we of we de standaard parkeernorm in nieuwe situaties naar beneden kunnen bijstellen om meer ruimte te bieden aan groen en bomen. Dit is ook één van de mogelijkheden die wordt genoemd in de het gedeelte over mobiliteit uit de Omgevingsvisie. Een andere mogelijkheid voor de aanplant van bomen is om bij een reconstructie en de aanleg van nieuwe wijken om aan één zijde van de weg een trottoir en parkeerplaatsen aan te leggen. De andere zijde kan dan helemaal als groenstrook worden ingericht. Onder het trottoir is dan alle ruimte voor het leidingtracé.
Toekomstbomen In onze gemeente hebben we veel bijzondere bomen, ook in de openbare ruimte. Vaak staan deze bomen op plekken waar ze alle ruimte hebben om groot en oud te worden. Onze ruimte staat echter onder druk, waardoor de aanwas van nieuwe bijzondere bomen erg beperkt blijft. Daarom willen we toekomstbomen gaan aanwijzen.
‘‘
Toekomstboom een boom met een groeiplaats van minimaal 40 m3, die zowel onder als boven de grond alle ruimte heeft om uit te groeien. Toekomstbomen moeten minimaal 120 jaar oud kunnen worden en worden goed beschermd.
Het is vanzelfsprekend dat we deze toekomstbomen niet overal kunnen aanwijzen, vaak is hier gewoonweg de ruimte niet voor. Soms hebben bestaande jonge bomen al voldoende ruimte om heel oud te worden. Vaak zullen het echter nieuwe bomen zijn van de 1e grootte. Als deze bomen zijn geplant, worden deze goed beschermd. We beschermen de boom binnen categorie E. Maar ook de groeiplaats wordt beschermd, zie hieronder. We schenken extra aandacht aan deze bomen door hier een bordje bij te plaatsen.
’’
Opgekroond of vrij uitgegroeid Bij iedere boom geven we aan hoe hoog deze moet worden opgesnoeid, afhankelijk van de vereiste (wettelijke) vrije doorgang. We snoeien niet hoger dan nodig. Aan de kant van de weg snoeien we een boom hoger op dan aan de kant van het fietspad. Bomen waarvan de kroon in de buurt van wegen paden of obstakels komt, mogen vrij uitgroeien.