RV2024-069-Bijlage-4-Inventarisatie-opvallende-en-historische-grafbedekkingen-gemeentelijke-begraafplaatsen.pdf
Tekst van het document
4.1 Juridisch De grondslag voor de inventarisatie en selectie wordt voor de gemeentelijke begraafplaatsen van West Betuwe gevormd door artikel 26 van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente West Betuwe 2019. Daarin staat dat het college een lijst kan bijhouden van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. De voorgaande verordeningen van de fusiegemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen kenden elk ook zo’n artikel, maar voordien is nooit uitvoering gegeven aan het artikel. Wanneer de voormalige gemeenten wel uitvoer hadden gegeven aan dit artikel, had er mogelijk meer behouden kunnen worden van de wat ‘armere’ grafcultuur, zoals de metalen tekstborden die in het verleden nog wel vaker voorkwamen in de gemeenten. Her en der, zoals bijvoorbeeld in Est zijn delen van de begraafplaats geruimd zonder een cultuurhistorische toets. Zeker is dat veel algemene graven en de daarop geplaatste grafmonumenten verdwenen zijn. In april 2019 is door Royal Haskoning voor de nieuwe gemeente West Betuwe een beleids- en beheerplan geformuleerd voor alle begraafplaatsen voor de periode 2019 -2023. In het rapport staat letterlijk, vastgelegd in de visie voor de begraafplaatsen dat “Daarnaast is een begraafplaats onderdeel van het historische en cultureel erfgoed van een gemeente en haar inwoners”.
Behoud van historische graven wordt in het rapport als logisch onderdeel opgenomen en een van de doelstelling van het beleids- en beheerplan is meer duidelijkheid te krijgen over graven met een cultuurhistorische betekenis. Sommige begraafplaatsen zijn reeds geheel of gedeeltelijk aangewezen als gemeentelijk monument. Ook hier wordt aandacht voor gevraagd. Het plan was om in eerste instantie de Historische Kring West Betuwe te vragen een lijst op te stellen van te behouden graven en grafmonumenten. Uiteindelijk is deze opdracht verstrekt aan Bureau Funeraire Adviezen. Feitelijk worden de vragen die ten aanzien van de invulling van het behoud en onderhoud van bijzondere grafmonumenten beantwoord in onderhavig rapport van Bureau Funeraire Adviezen. De huidige lijst uit dit rapport bevat alle geselecteerde grafmonumenten, samengesteld door Bureau Funeraire Adviezen. Getracht is om dit te doen in samenwerking met vrijwilligers uit de dorpen en historische verenigingen. Alleen vanuit Est en Herwijnen is enige informatie verkregen, maar van de Historische Kring West Betuwe is geen input verkregen. Wel is met hen overleg gevoerd over de aanpak en aan hen is de groslijst (minus Herwijnen) beschikbaar gesteld. Hoe nu verder met de selectie wordt hieronder nader ingevuld.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
71 van 166
4.1.1 Aanpak in (gemeentelijke) administratie De uitwerking van de huidige inventarisatie dient vastgesteld te worden door het college van B&W. Vervolgens kan de lijst vastgelegd worden in de grafadministratie. Daar waar reeds afstand gedaan is van een graf, is duidelijk dat de gemeente vrij over dit graf en het bijbehorende grafmonument kan beschikken. Ten aanzien van de geselecteerde graven dient dit in de administratie aangetekend te worden, zodat duidelijk is wie het grafmonument op termijn moet onderhouden. Daar waar van de geselecteerde grafmonumenten een rechthebbende bekend is of waarvan de status onbekend is, dient een aanschrijving plaats te vinden, zeker als het grafmonument niet in al te beste staat meer verkeert (artikel 21.5 kan hiervoor benut worden). In dit schrijven moeten de rechthebbenden of diens nabestaanden gewezen worden op de plaatsing van hun grafmonument(-en) op de lijst. Daarbij dient ook gewezen te worden op de consequenties. Die kunnen als volgt worden samengevat: - Gebruik van het graf blijft onveranderd; - Rechthebbende blijft conform verordening verantwoordelijk voor het onderhoud en dient waar nodig gebreken te herstellen; - Wanneer rechthebbende afstand doet, zal het grafmonument niet (meteen) verwijderd worden.
Wel bestaat de mogelijkheid dat het graf opnieuw wordt uitgegeven en het grafmonument elders wordt geplaatst of hergebruikt; - Waar geen rechthebbende bekend is, zal de gemeente het onderhoud op zich dienen te nemen; - Overschrijvingen van grafrechten vinden plaats conform artikel 19 van de verordening (maar mogelijk dient hiertoe beleid inzake de omgang met rechthebbenden te worden opgesteld). In lid 3 van het genoemde artikel is sprake van zogenaamde coulance. Ook na het verstrijken van termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende kan het graf door het college op naam gesteld worden van een nieuwe rechthebbende. Wanneer duidelijk is dat de gemeente West Betuwe zelf juridisch eigenaar is van een graf met of zonder grafmonument, dan zal zij deze ook moeten gaan onderhouden. In het beleids- en beheerplan worden op bladzijde 52 al drie opties genoemd: - Grafmonument laten staan op oorspronkelijk graf; - Grafmonument centraliseren op de begraafplaats; - Grafmonument centraliseren op bijvoorbeeld centrale begraafplaats of in begraafpark. Uiteraard gelden deze opties alleen wanneer er geen rechthebbende meer bekend is. In het beleids- en beheerplan wordt vooralsnog niet gesproken van onderhoud van de geselecteerde grafmonumenten.
Ze komen niet in aanmerking voor ruiming en hergebruik, maar een deel van de grafmonumenten is aangetast door de tand des tijds en vraagt onderhoud. Slechts een enkel grafmonument verdient een meer uitgebreide aanpak, vaak vanwege de constructie van het grafmonument of de omranding. Na een eventueel herstel is het periodiek reinigen en inspecteren op gebreken in de toekomst noodzakelijk. Ten aanzien van de graftrommels is al aangegeven dat deze in stand gehouden moeten worden. Er zal door de gemeente beleid worden opgesteld worden voor behoud, adoptie of restauratie van de graftrommels. Hieronder wordt verder het scenario geschetst rondom behoud en instandhouding van de geselecteerde grafmonumenten. Overigens is hergebruik van de grafmonumenten voor bijvoorbeeld asbestemmingen iets wat sterk aanbevolen wordt.
4.2 Scenario omgang met grafmonumenten Behoud van de geselecteerde graven en grafmonumenten kan niet los gezien worden van het beheer en behoud van de begraafplaatsen in het algemeen. Hiertoe zijn binnen de gemeente reeds enkele algemene keuzes gemaakt in het voornoemde beleids- en beheerplan. Ten aanzien van het afgekochte onderhoud van grafmonumenten maakt de gemeente het monument jaarlijks schoon en stelt de grafsteen, indien nodig. Verder faciliteert de gemeente vrijwilligers als zij het onderhoud willen doen.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
72 van 166
Dat gebeurt momenteel met name in Est en ook in Herwijnen. Verder gaat het beleids- en beheerplan niet, maar onderhoud van de geselecteerde grafmonumenten vereist een meer specifieke omgang. Op zich zal het duidelijk zijn dat het algemene beheer ten aanzien van de meeste begraafplaatsen op dezelfde leest geschoeid kan worden en dat is ook goed beschreven. Wel zou voor het kerkhof in Spijk en voor delen waar niet meer begraven wordt op de andere begraafplaatsen een ander beheer gewenst zijn. Het scenario voor deze delen gaat ervan uit dat er geen begraaffunctie meer is, maar alleen nog instandhouding. Veel van de geselecteerde grafmonumenten staan op dit soort delen van die begraafplaatsen. De uitgangspunten voor het cultuurhistorisch beeld kunnen zodanig vastgelegd worden dat het niet nodig is dat alle grafmonumenten (of in hun geheel) in stand worden gehouden. Daarbij moet uiteraard rekening worden gehouden met rechthebbenden die hun rechten en plichten rondom het onderhoud in acht nemen. Wanneer dat laatste niet meer het geval is, zullen de grafmonumenten die op de lijst staan zeker behouden moeten blijven. In overige gevallen kan de grafbedekking verwijderd worden of wordt het grafmonument gecontroleerd overgelaten aan ‘de tand des tijds’. Een dergelijke aanpak dient beschreven te worden in een cultuurhistorisch beheerplan voor de genoemde begraafplaatsen.
De functie van deze delen van de begraafplaatsen zal in de toekomst meer komen te liggen op ‘herdenken’. Het daarbij betrekken van vrijwilligers of historische verenigingen lijkt een logische keuze. Ten aanzien van de begraafplaatsen en delen waar nog volop begraven wordt en waar het soms alleen om bepaalde grafvelden gaat die van belang zijn, zal zo’n beheerplan meer onderdeel moeten zijn van het gebruik van de begraafplaats en hun begraaffunctie. Monumentale waarden van de grafmonumenten en deze grafvelden zouden door continuerend gebruik eventueel versterkt kunnen worden. Dat kan door nieuwe uitgifte van graven met de kans voor nieuwe grafmonumenten of door deze velden geschikt te maken voor nieuwe vormen van lijk- of asbezorging. 4.2.1 Regels en beleidsuitvoering Om tegemoet te kunnen komen aan de wensen tot instandhouding dient de regelgeving daarop afgestemd te worden. Bij het uitgangspunt dat de geselecteerde grafmonumenten op het huidige graf blijven staan, hoeven daarvoor noch in de huidige verordening, noch in de nadere regelgeving aanpassingen opgenomen te worden. De maximale hoogte van monumenten is bijvoorbeeld 150 centimeter, wat goed past in het huidige beeld.
Wel zal met betrekking tot sommige begraafplaatsen of delen daarvan, beter uitvoering gegeven moeten worden aan het beleid van instandhouding in context tot artikel 19 en 21 waarin de vergunning voor een grafbedekking en het onderhoud door de rechthebbenden geregeld is. Op grond van deze artikelen kan de gemeente met enkele beleidsaanpassingen of aanpassing van de nadere regels, voorkomen dat het karakter van sommige grafvelden op termijn aangetast wordt, zeker wanneer rechthebbenden grafmonumenten zouden willen vervangen voor moderne gedenktekens. De gestelde regels moeten ook door de gemeente zelf gewaarborgd worden, want wanneer er bijvoorbeeld te veel grafmonumenten verwijderd worden, dan valt een groot deel van de cultuurhistorische waarde van de begraafplaats weg. In artikel 9 van de nadere regels zou de gemeente vast kunnen leggen dat grafmonumenten die op een door het college bijgehouden lijst zijn geplaatst, alleen onderhouden mogen worden op een verantwoorde wijze, eventueel te overleggen met een deskundige. De gemeente zal in haar toekomstige beleid- en beheerplannen voor de begraafplaatsen wel een meer expliciet cultuurhistorisch hoofdstuk kunnen opnemen om te waarborgen dat de cultuurhistorische waarden voor lange tijd veiliggesteld worden.
Alleen de geselecteerde grafmonumenten uit de huidige inventarisatie behouden op grond van artikel 26, werkt dat behoud niet in de hand. In het volgende hoofdstuk zal daar nader op in gegaan worden. In paragraaf 4.3 zal ten aanzien van de toekomstvisie gereflecteerd worden op de cultuurhistorische waarde van de begraafplaatsen en grafmonumenten, voor zover noodzakelijk.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
73 van 166
4.2.2 Restauratie en onderhoud Een klein deel van de grafmonumenten vereist een aanpak die het gebruikelijke onderhoud, zoals beschreven in artikel 16 van de nadere regels, te boven gaat. Dit betreft werkzaamheden die beter niet in eigen beheer uitgevoerd kunnen worden omdat ze vakmanschap vereisen. Op termijn zullen meer grafmonumenten onder handen genomen moeten worden. Zo verdienen de hekwerken aandacht vanwege het feit dat veel ervan verroest zijn. Feit is ook dat een aantal grafmonumenten van oorlogsdoden, zoals dat van Marinus Lacet (graf L-126 in Ophemert), niet in goede staat verkeren. Bij voorkeur dient aan deze groep graven voorrang gegeven te worden. Terwijl de rechthebbenden verplicht zijn het onderhoud van hun grafmonumenten zelf te doen of dat in sommige gevallen in het verleden uitbesteed hebben aan de gemeente, zal de gemeente aan teruggevallen en te behouden grafmonumenten ook onderhoud moeten plegen. Daarbij kan uitgegaan worden van enkele principes die mogelijk vastgelegd kunnen worden in het volgende beleids- en beheerplan: Dat is voor de groene component: • Onderhoud aan graftuin (spitten, bemesten en eventueel aanvullen grond); • Onderhoud aan het groen direct grenzend aan het graf (met name tegengaan overwoekering); • Wieden van onkruid in het grind, indien aanwezig.
Algehele verwijdering van het grind zou in principe niet moeten plaatsvinden omdat het grind bijdraagt aan het algehele beeld van de begraafplaats. Voor grijze componenten kan het volgende gedaan worden: • Behandeling met algenbestrijdingsmiddel (met dien verstande dat de achterzijde, mits niet voorzien van tekst, bemost mag raken); • Uitvoeren van kleine reparaties, zoals het vastzetten van banden en het recht- en vastzetten van verticale elementen (palen); • Aanbrengen van kettingen waar deze los zijn geraakt of verdwenen; • Periodiek (circa 1 x per vier jaar) opschonen of vervangen van grind of andere grafvulling, wanneer dit te veel vervuild is; • Reinigen van de grafmonumenten met behulp van stoom onder hogedruk bij ernstige vervuiling. Bij sommige grafmonumenten zouden banden rondom de graven verwijderd kunnen worden, maar op veel van de begraafplaatsen in de gemeente dragen deze sterk bij aan het beeld. Heel af en toe kunnen ernstig vervallen banden rond het graf verwijderd worden bij de op de lijst opgenomen grafmonumenten. Dat kan bijvoorbeeld wanneer het latere toevoegingen betreffen, die eigenlijk niet passen bij het grafmonument. Waar dat nu al het geval is, is dat aangegeven onder ‘aantekening’ in de selectielijst.
Aanbevolen wordt om voor de geselecteerde grafmonumenten een onderhoudsplan op te stellen, liefst als onderdeel van het beleids- en beheerplan voor de volgende periode. Daarin dient ook het groot onderhoud opgenomen te worden. Uitgangspunt bij het behoud van de in de lijst opgenomen monumenten die teruggevallen zijn aan de gemeente, is dat getracht moet worden de grafmonumenten constructief in orde te houden met behoud van het bestaande patina. Dat betekent dat opschuren of bewerken met een flex of haakse slijper niet toegestaan is. 4.2.3 Groen en padenstructuur Het groen op de begraafplaatsen speelt in de zin van struiken of bomen op en rond de begraafplaatsen wel een rol van betekenis in de beleving en waarde van de begraafplaatsen. Het omringende groen in de vorm van bomen en struiken draagt bij aan het sfeerbeeld. Op de begraafplaats van Waardenburg, waar voorheen nauwelijks groen te vinden was, behalve enkele bomen en struiken, is enkele jaren geleden
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
74 van 166
een pilot uitgevoerd met een wildbloemenmengsel. Hierdoor heerst op deze begraafplaats een ander beeld. Op microniveau kan opdringend groen uit de omranding een bedreiging voor de grafmonumenten vormen. Waar het groen al te veel kansen krijgt kan dit mogelijk schade opleveren aan de grafmonumenten. Dat hoeft niet per se door de groei, maar met name wanneer er onderhoud wordt gepleegd om het groen in toom te houden. Op een enkele begraafplaats is door lokaal ingrijpen het groen dat al te veel de grafmonumenten dreigde te overwoekeren reeds verwijderd, zoals in Est. In het volgende beleids- en beheerplan dient goed afgestemd te worden waar het groen prevaleert en waar het grafmonument. Schade door inzet van gemechaniseerde kracht om het groen te onderhouden, dient voorkomen te worden. Daar waar snoei- of maaimachines in aanraking kunnen komen met onderdelen van grafmonumenten, treden mogelijk beschadigingen op (mogelijk zijn sommige banden slecht geworden of kapotgegaan door botsingen met motormaaiers). Hier moet extra op gelet worden. Bij het opstellen van een onderhoudsplan moet goed op de in te zetten middelen worden gelet. Het verwijderen van opschietend groen tussen de graven zelf of op grafmonumenten kan alleen afdoende gedaan worden met een onkruidbestrijdingsmiddel of door handwerk.
Gezien het verbod op bestrijdingsmiddelen blijft het handmatig of machinaal verwijderen over en dat kost veel tijd waardoor het vaak achterwege blijft met alle gevolgen van dien. Op enkele plaatsen is geconstateerd dat wortelgroei te zijner tijd schade zou kunnen opleveren aan de nabij liggen grafmonumenten. De paden op de begraafplaatsen vormen eveneens een cultuurhistorisch aspect. Slechts een enkele keer zijn oude paden inmiddels vergrast, maar over het algemeen zijn de paden overal nog sterk aanwezig en van belang voor de structuur van de begraafplaatsen. Vooral voor de bereikbaarheid van de graven zijn paden van groot belang. Op de verschillende begraafplaatsen is sprake van grote verschillen, die elk op hun buurt passen bij de begraafplaats. Zo passen geasfalteerde paden beter bij jonge begraafplaatsen dan bij de oudere. Anderzijds hebben ingrepen in de bodembedekking, breedte en structuur veel impact op de beleving van de begraafplaats.
4.3 Toekomstvisies versus cultuurhistorische waarden Voor alle bij de gemeente West Betuwe in beheer zijnde begraafplaatsen is in 2019 een ontwikkelvisie opgesteld, geldend voor de periode 2019-2023. In een bijlage, behorende bij het beleids- en beheerrapport, is een gedetailleerde uitwerking van de visie opgesteld inclusief foto’s en tekeningen. De visie geeft een richting in de te nemen maatregelen in de beheerperiode van dit plan en geeft richting voor de maatregelen naar de toekomst. Terecht wordt gesteld dat het niet direct noodzakelijk is alle maatregelen in de periode van het beheerplan uit te voeren, maar wel bij onderhoudsmaatregelen of groot onderhoud de genoemde visie bij uitwerking mee te nemen. Mede vanwege het feit dat zo’n visie gevolgen kan hebben voor de cultuurhistorische waarden, is naar de ontwikkelvisie per begraafplaats gekeken, in context tot de geselecteerde grafmonumenten de wijze waarop deze behouden zouden kunnen worden. Acquoy Asperen
Beesd
Geen opmerkingen Juist de afwijkende beplanting geeft de functie van de locatie aan, maar het moet wel duurzaam en klimaatbestendig zijn. Nu veel slechte en verzakte grafmonumenten. Ruimtes dienen tijdig ingevuld te worden met nieuwe, passende graven anders ontstaan een weinig aantrekkelijk beeld op het oude deel. De aanzet voor versterken van de sfeer van besloten tuinkamers zal meer tegemoetkomen aan de oorspronkelijke opzet van de begraafplaats dan nu het geval is. Wat niet meegenomen is het feit dat de rijen grafmonumenten en paden sterk de
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
75 van 166
structuur dragen, in relatie tot de hagen. Uitval van veel grafmonumenten verbreekt die structuur. Invulling van nieuwe grafmonumenten op het oudste deel zou met beleid moeten plaatsvinden, dus niet te veel confectiestenen laten plaatsen. Buurmalsen Haag wordt slecht door verkeerd snoeien. Als de haag als een blok wordt gesnoeid zal de onderzijde slecht worden. De zijden dienen licht schuin gesnoeid te worden. Aanbrengen van bodembedekkers op het oudste deel maken dit deel niet rustiger. Het heeft nu een enigszins landschappelijk aangelegde uitstraling. Er dient een groenplan gemaakt te worden van wijkers en blijvers om het aanzicht inclusief de te behouden grafmonumenten te verbeteren. Relatie tussen de delen kan inderdaad meer open gemaakt worden. Deil Niet opgenomen in de visie is de uitstraling van de oudste grafmonumenten. Op zich is hier voor afwijkende monumenten (grafkelders) nog ruimte. Dit kan versterkend werken. Enspijk Geen opmerkingen Est De begraafplaats van Est is een typische open begraafplaats met weinig opsmuk. Waarschijnlijk hebben er nooit bomen rondom de begraafplaats gestaan. Het restantje oudere grafmonumenten geeft nog iets weer van de ouderdom van de begraafplaats. Enig onderhoud kan helpen. Geldermalsen Het karakter van de grafrijen kan versterkt worden door op plaatsen weer graven te gaan uitgeven die gebonden zijn aan passende regels.
Keuzevrijheid is er voor iedereen voldoende. Modern op het uitbreidingsdeel, kwaliteit en uitstraling op het oude. Haaften (oud) Hagen op het nieuwe gedeelte zijn een typisch aspect van die aanleg. Deze juist niet verwijderen. Op het oude deel trachten de coniferen te behouden als typisch funeraire elementen. De verschillende uitbreidingen en aanpassingen aan de begraafplaatsen vereisen een meer gericht groen- en beheerplan. Haaften (nw) Geen opmerkingen Hellouw Een van de weinige begraafplaatsen waar nauwelijks nog iets van de oude grafcultuur of opzet aanwezig is. Biedt derhalve kansen, maar zicht vanaf de dijk op de begraafplaats zou vrij moeten blijven. Opening naar plas kan kansen bieden, maar of de eigenaars dat wenselijk vinden? Herwijnen Vraag is of de parkachtige sfeer wel doorgezet moet worden op het nieuwe gedeelte. Het contrast qua aanleg en grafcultuur zou beter benadrukt kunnen worden door een meer formele beplanting. Het afwijkende assortiment met onder andere coniferen is inderdaad niet eigen aan het Rivierengebied maar wel bij een cultuurhistorisch waardevolle begraafplaats. Heukelum Ook hier geldt dat een afwijkend assortiment werd aangeplant om de begraafplaats te laten opvallen en omdat groenblijvende bomen en struiken een symbolische betekenis hebben. Meteren Het besloten karakter zo veel mogelijk herstellen/handhaven.
Ophemert Van oudsher bepaalden enkele bomen op de hoeken het beeld. De buitenzijde geheel dichtzetten met bomen druist tegen de historische opzet in. Afvragen waar wel en waar niet hagen thuishoren. Opijnen Hier is de beslotenheid duidelijk een ontwerpkeuze. Wanneer gekozen wordt voor een type haag raakt het speelse uit het grafvak. Spijk De uitbreiding was ooit rijker voorzien van groen en de opzet was duidelijker zichtbaar. Dat weer terugbrengen in contrast tot het sobere kerkhof geeft deze plek meer van zijn historische karakter terug. Tuil Veel herstel nodig aan grafmonumenten. Verschil tussen oude deel en uitbreiding meer aanhalen en versterken. Wederom niet kiezen voor een type haag en dan zeker geen beukenhaag!
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
76 van 166
Varik
Net als in Opijnen is de beslotenheid in de weidse polders een ontwerpkeuze. Niet kiezen voor een type haag omdat dit de accenten uit de begraafplaats haalt. De betonnen kantopsluiting is op het oude deel net iets te formeel en laten de oudere grafmonumenten niet goed uitkomen. Vuren (nieuw) Geen opmerkingen Vuren (oud) De openheid en soberheid is passend voor deze begraafplaats. Aanplant van bomen zou dit karakter aantasten en ten koste gaan van grafruimte. Het is nooit de bedoeling geweest dat dit een ‘besloten’ begraafplaats was. Waardenburg Een groene parkachtige begraafplaats is feitelijk het tegenovergestelde van wat ooit beoogd wordt: een sobere en doelmatige dodenakker. Wanneer begraven wordt op het oude gedeelte dan moet op een afgewogen manier omgegaan worden met inpassing van grafmonumenten, anders wordt het karakter aangetast. De structuur van de begraafplaats is nu minder tastbaar. De toekomstvisie heeft het een beetje in zich om een soort ‘eenheidsworst’ te creëren, waarbij de begraafplaatsen qua groen vlekkeloos opgaan in de omgeving. Dat het groen niet past in het Rivierengebied is een keuze. Wordt die gemaakt dan valt al het ‘funeraire’ groen weg, zoals taxus, hulst, coniferen e.d.. Daarmee wordt een gedeelte van het doel waarom dit groen is aangeplant tenietgedaan. Veel van de aanplant heeft een symbolische betekenis.
Uit de tekst van Royal Haskoning blijkt in sommige gevallen weinig kennis van de opbouw en totstandkoming van de begraafplaatsen. Ook niet van de symbolische betekenis van het aangeplante groen en hoe in een protestantse gemeenschap gekeken werd naar de inrichting van begraafplaatsen. De grafcultuur op de begraafplaatsen past daarbij. Waar gekozen wordt voor eenheid van hagen, moet dat absoluut geen beukenhaag zijn. In sommige gevallen past bijvoorbeeld een Portugese laurierkers of taxus. Het verdient aanbeveling bij het volgende rapport de keuzes en visie beter af te stemmen op de kennis die in dit rapport is opgenomen.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
77 van 166
5 ADVIES INZAKE OMGANG MET OVERIGE GRAFMONUMENTEN Naast de enkele honderden grafmonumenten die nu geselecteerd ter behoud, blijven er nog enkele duizenden andere grafmonumenten over die niet die status krijgen. Rechthebbenden of nabestaanden worden geacht dit onderhoud zelf te verzorgen, maar dat gebeurt niet altijd naar wens, of het gebeurt helemaal niet meer. Ondanks de handhavingsplicht die vanuit de verordening is opgelegd, zullen toch regelmatig grafmonumenten ten prooi vallen aan verval. Als verval geconstateerd wordt, dan dient een oproep op de rechthebbende gedaan te worden om zich te melden. Of zo’n grafmonument dan toch verwijderd wordt op termijn, is aan de beheerder. Wanneer dit echter te vaak gebeurt, kan de context van de op de lijst geplaatste grafmonumenten in het geding komen. Uiteindelijk kan de uitstraling van de begraafplaatsen worden geschaad. Uiteraard kan dit bovenstaande scenario niet meer van toepassing zijn op de geselecteerde grafmonumenten, maar wat gebeurt er met de grafmonumenten die uit onderhoud vallen en alle andere die steeds minder onderhouden zullen worden?
Afb. 54. Behoud van karakteristiek betekent ook dat moderne monumenten wellicht beter elders geplaatst kunnen worden. Dit moderne granieten voorbeeld aan de rechterzijde in Herwijnen tast het beeld aan.
5.1 Betekenis overige grafmonumenten De vele duizenden grafmonumenten op de begraafplaatsen die niet geselecteerd zijn, spelen een belangrijke rol in het geheel. Ze kunnen stuk voor stuk gezien worden als de bouwblokken in een gevel. Daarvoor zijn alle stenen nodig, maar ze stellen individueel weinig voor. De geselecteerde grafmonumenten op de 21 begraafplaatsen vertegenwoordigen binnen het geheel een zekere waarde, die ook is vastgelegd door middel van een scoringsysteem. Maar in zekere zin zijn de 412
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
78 van 166
grafmonumenten voor de verschillende begraafplaatsen ook een soort van benchmark. Aan deze grafmonumenten kan de waarde van de andere grafmonumenten afgemeten worden. Valt een graf terug dan zou niet direct het grafmonument verwijderd moeten worden, zeker niet op de oudere grafvelden die nauwelijks nog gebruikt worden. Daartoe zal met name voor de nog in gebruik zijnde begraafplaatsen in de gemeente beleid opgesteld moeten worden. Het huidige beleids- en beheerplan bevat daartoe nog nauwelijks richtlijnen of uitgangspunten. In het uit te werken beleid zou vastgelegd moeten worden dat zo veel mogelijk gekeken dient te worden naar bestaande structuren met behoud van het karakter. Dat betekent dat rechthebbenden moeten worden gewezen op het feit dat de grafmonumenten na opzeggen van het graf voorlopig kunnen blijven staan.
5.2 Wijze van onderhoud en omgang De wijze waarop de overige grafmonumenten onderhouden zouden kunnen worden, kan terughoudend gebeuren. Losse onderdelen kunnen inderdaad verwijderd worden, maar vermeden moet worden dat ter plekke een opstapeling van losse onderdelen ontstaat. Een dergelijke aanpak zou niet gunstig zijn voor de aanblik van de begraafplaatsen. Structureel slechte grafmonumenten kunnen verwijderd worden en moderne monumenten zouden ook zo snel mogelijk na verval van rechten verwijderd moeten worden. De rest zou onderhouden kunnen worden door vrijwilligers uit de verschillende dorpen en steden. Ook kan een op te richten stichting “Vrienden van…” die intensief samenwerkt met de historische verenigingen een oplossing vormen. Door de richtlijnen voor hen vast te leggen en ervaringen te delen, kan ook hier een langdurig behoud gegarandeerd worden. Daarnaast kan de gemeente West Betuwe de rol en functie van vooral de oudere begraafplaatsen meer richting gedenkpark brengen door daar in de uitvoering gevolg aan te geven. Dat kan door specifieke momenten aan te grijpen om deze op de begraafplaats te herdenken.
Deze momenten kunnen bijvoorbeeld zijn: • Viering van zoveel - jarig bestaan van de begraafplaatsen; • Dodenherdenking op de begraafplaatsen waar slachtoffers begraven liggen; • Bevrijding van de verschillende dorpen en steden in de gemeente West Betuwe (jaarlijks); • Individuele verjaardagen van belangrijke personen (jaarlijks); • Monumentendagen. Ook kunnen excursies georganiseerd worden. De begraafplaatsen kunnen daarnaast benut worden voor educatieve doeleinden voor schoolklassen. Deze kunnen bijvoorbeeld via een lesplan kennis maken met de typische symboliek, materialen of vormgeving. Deze lesplannen passen in de algemene vorming van basisscholen en voortgezet onderwijs. Adoptie van grafmonumenten door particulieren of stichtingen is ook een mogelijkheid die serieus bestudeerd zou kunnen worden. Het voorbeeld in Herwijnen kan eventueel navolging vinden in andere dorpen, ondersteund door de gemeente.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
79 van 166
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Na de meest relevante gemeentelijke begraafplaatsen in West Betuwe geïnventariseerd te hebben kan als eerste conclusie gesteld worden dat de variëteit in de grafcultuur groot is, maar dat de nadruk met name ligt op twintigste-eeuwse grafmonumenten. Er zijn her en der nog wel oudere grafmonumenten te vinden, maar die hebben zeker niet de overhand. Hoewel slechts een klein percentage van alle grafmonumenten geselecteerd is om te behouden, zijn er nog honderden grafmonumenten die zich kunnen meten met de op de lijst opgenomen exemplaren. Vermeldenswaardig is dat er zich tussen de geselecteerde grafmonumenten ook enkele bevinden die om hun waarde op andere begraafplaatsen als rijksmonument (zouden) zijn aangewezen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de grafkelders in Herwijnen. Voor de huidige gemeente betekenen de geselecteerde grafmonumenten een verwijzing naar zowel een stukje genealogisch verleden (wie woonden en werkten hier) als wel naar de wijze waarop de inwoners uitdrukking gaven aan de dood. Die is in het westen van de gemeente net weer wat anders dan in het oosten van de gemeente. Vaak gaat het om subtiele verschillen. Aanbevolen wordt om de lijst van geselecteerde grafmonumenten een juridische status te geven. Dat kan door deze lijst vast te laten stellen door het college van B&W op grond van artikel 26 uit de beheerverordening.
Op termijn zou op grond van deze selectie nog eens nader gekeken kunnen worden naar de samenstelling van de begraafplaatsen of onderdelen die reeds aangewezen zijn als gemeentelijk monument. De inventarisatie en selectie heeft een lijvig rapport opgeleverd, met name omdat het om een groot aantal begraafplaatsen gaat. Het uit elkaar houden van de gegevens per begraafplaats was een opgave, maar is naar beste vermogen verwerkt. De samenwerking met de historische verenigingen bij de inventarisatie is helaas niet van de grond gekomen. Hoewel vooraf al contact werd gelegd, speelde de periode (juli, augustus en september) waarschijnlijk een rol. Bovendien bleken de historische verenigingen zich in het geheel niet verdiept te hebben in de betekenis van een graf of grafmonument of de aldaar begraven personen. Ook na het toezenden van de inventarisatie is geen reactie ontvangen. Wel is met de Historische Kring West Betuwe afgesproken dat aanbevolen wordt om hen te betrekken bij ruimingen. Vrijwilligers kunnen dan nazoeken of een persoon toch van belang is of dat een grafmonument om andere redenen behouden zou moeten blijven. Bij de inventarisatie werd ook duidelijk dat de begraafplaatsen niet alle onder hetzelfde regime waren ontstaan en werden beheerd.
Sommige begraafplaatsen bleken nagenoeg geen oude grafmonumenten meer te kennen, zoals in Hellouw, terwijl op andere nog nooit geruimd was. Enkele bijzondere elementen uit de grafcultuur qua materiaal, vormgeving en symboliek zijn voor zover mogelijk veiliggesteld door ze op te nemen in de selectie. Het betreft bijvoorbeeld de laatste ‘arme’ grafmonumenten van hout en zink in Haaften, een aantal hartvormige tekstborden en een emaille tekstbord in Meteren. Ook is zo goed mogelijk onderzoek gedaan naar alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en zijn meerdere grafmonumenten nader onderzocht door familie te benaderen en alle informatie uit bronnen en archieven nog eens bij elkaar te leggen. Het resultaat doet evenwel wat onevenwichtig aan omdat een tiental gemeentelijke begraafplaatsen (nog) niet geïnventariseerd is om redenen dat deze begraafplaatsen niet meer gebruikt worden. Ten aanzien van de ontwerpen van de begraafplaatsen zijn geen nieuwe ontdekkingen gedaan. Wel is aan de hand van literatuur- en bronnenonderzoek het verhaal goed op papier gezet om daarmee de juiste context voor de selectie aan grafmonumenten te schetsen. Bij de selectie zijn uiteindelijk weinig grafmonumenten afgevallen omdat ze niet gescoord zijn. Het gaat met name om een aantal grafmonumenten waarvan nader onderzoek bijvoorbeeld uitwees dat er geen betrokkenheid was bij een belangrijke gebeurtenis.
Er zijn in de selectie een aantal graven van bekende families en personen opgenomen, van slachtoffers van dramatische gebeurtenissen, van slachtoffers van
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
80 van 166
de oorlog en zelfs graven van 2 Duitse soldaten die nog op de begraafplaats van Ophemert begraven liggen. Het kan echter zo zijn dat er nog grafmonumenten voorkomen van personen die toch van betekenis zijn geweest voor de gemeente of daarbuiten. Hier dient bij toekomstige acties rekening mee gehouden te worden. Vandaar ook de aanbeveling om bij ruimingen de Historische Kring in te schakelen. Verder wordt aanbevolen om de overige grafmonumenten die niet op de lijst zijn geselecteerd, niet zondermeer af te schrijven als onbelangrijk. Er zijn immers ook grafmonumenten gevonden van personen die weliswaar nog buiten de criteria vielen, maar toch al wel van belang worden geacht. Ondanks het selecteren van enkele honderden graven en grafmonumenten zal er een grote inzet nodig blijven om het rijke verleden van de begraafplaatsen overeind te houden. Er zal nog een meer specifiek beleid opgesteld moeten worden waarin de te behouden grafmonumenten een belangrijke rol spelen, maar waarbij ook gekeken wordt naar de verdere ontwikkeling van en visie op de begraafplaatsen. Dit zijn immers plaatsen waar aan de hand van grafmonumenten, de aanleg en de aldaar begraven personen verhalen verteld kunnen worden over de dorpen en steden in de gemeente West Betuwe. En dat over een periode van bijna twee eeuwen. De selectie kan daarbinnen gezien worden als een soort richtingwijzer of inhoudsopgave.
Voorts is het van belang voor de lijst dat deze een rol gaat spelen in het beheer van de begraafplaatsen. Dat betekent dat het vastleggen van de lijst in de administratie en in het beheer en onderhoud zeer belangrijk is. Het afstemmen van beleid en regelgeving op deze rol is dan ook ten sterkste aan te bevelen. Bij vaststelling van een volgend beleids- en beheerplan zou een cultuurhistorisch hoofdstuk zeker de moeite waard zijn, zodat de begraafplaatsen niet ontdaan worden van belangrijke funeraire elementen.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
81 van 166
VERKLARENDE WOORDENLIJST In dit rapport worden begrippen en termen gebruikt waarvan niet voor iedereen onmiddellijk duidelijk is wat daarvan de betekenis is. Zeker in de context van funerair erfgoed kan de betekenis van zo’n woord anders zijn dan in het dagelijks taalgebruik. Acroteria:
Aedicula:
Behoud:
Begraafplaats: Bescherming:
Bloem:
Chi Rho:
Cippus: Eigen graf:
meervoud voor acroterion, verwijzend naar de bekroning van gevelhoeken op Griekse tempels. In de negentiende eeuw overgenomen als decoratief element op gebouwen en grafmonumenten, soms als los onderdeel in zink of terracotta. Op grafmonumenten komen ze vaak voor in de vorm van gestileerde palmetten of gefantaseerde bladvormen (acanthus). Voor de leek komen de acroteria over als kleine vleugels op de hoeken van de stèle. In functionele zin konden hier rouwkransen aan opgehangen worden. versieringsmotief ontleend aan de klassieke kunst, is een samenstel van twee zuilen of pilasters, hoofdgestel en fronton. Geliefd motief voor onder andere grafmonumenten, vooral stèles. duidt in het algemeen activiteiten aan die worden ondernomen om verdere verandering of verslechtering van voorwerpen, locaties of bouwwerken te voorkomen. Wanneer het over gebouwen of andere bouwwerken gaat, wordt meestal de term 'monumentenzorg' gebruikt, zeker als dat behoud is uit culturele, esthetische of historische overwegingen. Verder staan begrippen als 'restauratie' en 'rehabiliteren' in relatie tot behoud. In dat geval betreft het activiteiten die ondernomen worden om een reeds in slechte staat verkerend bouwwerk weer in goede staat te brengen. terrein waar stoffelijke resten van overledenen begraven, bijgezet of verstrooid worden, niet gelegen rond een kerk. In die zin te onderscheiden van kerkhof.
in funeraire zin het veiligstellen van begraafplaatsen, grafmonumenten en alles wat daarmee samenhangt tegen letsel of schade. Effectieve bescherming is bijvoorbeeld het afdekken van kwetsbare elementen, terwijl passieve bescherming het voornemen op papier betreft om funeraire zaken te behouden. Vaak is er de intentie om iets te beschermen, terwijl er effectief niets gedaan wordt. de bloem staat voor de ziel. Bloemen openen hun hart naar het zonlicht, zoals ook een mens zijn ziel opent voor God. Neutraal gezien symboliseren bloemen levenskracht en levensvreugde, het einde van de winter en de zege over de dood. In de christelijke symboliek is de naar boven geopende bloemkelk een verwijzing naar het ontvangen van Gods gaven, van de vreugde over de natuur in het paradijs, maar ook van de vergankelijkheid van alle aardse schoonheid die pas in de tuin des hemels duurzaam kan zijn. Het oude gebruik om graven in tuinen aan te leggen of ze met bloemen te beplanten, houdt daarmee verband. Bloemen symboliseren zowel levensvreugde als vergankelijkheid. Zo leest men in de Bijbel: 'Want de mens - als gras zijn z’n dagen, hij bloeit als de bloem op het veld; gaat de wind erover - verdwenen, en de plek heeft geen weet meer van hem'. (Psalm 103, 15-16). Geknakte bloemen staan voor een kort en abrupt afgebroken leven.
Vaak worden geknakte bloemen aangetroffen op graven van jonggestorven kinderen en vrouwen. of ook wel Christusmonogram of Christogram genoemd, behoort tot een van de belangrijkste symbolen om Jezus Christus mee aan te duiden (vooral in de late oudheid). Het is een verwijzing naar het oudere zonnerad. Feitelijk zijn het een X en een P, een monogram dat staat voor de Griekse naam voor Christus. monumentale gedenksteen in de vorm van een afgeknotte piramide. een graf waarvoor de houder van de begraafplaats het recht tot begraven in heeft verleend. Het graf blijft eigendom van de gemeente. Dit in tegenstelling tot grafmonument dat op het graf wordt geplaatst. Dat is juridisch gezien eigendom van
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
82 van 166
degene die het monument heeft betaald. Sinds de wetswijziging van 2010 wordt een eigen graf een ‘particulier graf’ genoemd. Fakkel/toorts: de omgekeerde (brandende) fakkel was al voor de oudheid symbool van het gedoofde leven en attribuut van de dood. Een brandende fakkel verwijst naar (hernieuwd) leven (wederopstanding). Vaak zijn twee gedoofde fakkels kruislings afgebeeld. Funeraire cultuur: het woord cultuur verwijst in het algemeen naar het patroon van menselijke activiteiten en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven. Het begrip cultuur wordt in verschillende betekenissen gebruikt. In brede zin wordt het gebruikt voor alles wat door de samenleving wordt voortgebracht. In die zin wordt 'cultuur' dan tegenover 'natuur' gesteld. In meer strikte zin wordt het gebruikt voor kunstuitingen of voor kunst en wetenschap, (inclusief literatuur, architectuur en dergelijke). Met het woord ‘funeraire’ ervoor verwijst het naar de specifieke activiteiten, structuren en betekenissen rondom de dood. Het slaat dus op de uitingen daaromheen, zoals begrafenissen, rouw en alles wat daarmee samenhangt: begraafplaatsen, grafmonumenten en dergelijke. Het woord funerair komt oorspronkelijk van het Latijnse woord "funus" dat gebruikt werd voor de rituelen rondom het overlijden.
In het Frans wordt het afgeleide woord ‘funéraire’ gebruikt voor alles wat te maken heeft met begrafenissen. In het Franse taalgebied kent men dan ook zogenaamde ‘centre funéraire’, wat wij zouden zien als een uitvaartcentrum. In de afgelopen tien jaar is het begrip ‘funeraire cultuur’ langzaam de aanduiding geworden voor alles wat te maken heeft met uitingen rondom de dood in de vorm van begraven, rouw (funeraire riten en rituelen) en daaruit voortvloeiend begraafplaatsen, kerkhoven en grafmonumenten (funerair erfgoed). Graf: ruimte waarin één of meerdere lijken worden begraven, de plaats waar iemand begraven ligt. Vandaag de dag wordt onderscheid gemaakt tussen algemene graven en particuliere graven. Die laatste kennen een rechthebbende die bepaalt wie er begraven wordt, bij de eerste wordt dat bepaald door de beheerder. Grafkelder: gewoonlijk een gemetseld graf afgedekt met een zerk. Toegankelijk via de zerk of bij grotere kelders via een trap aan de voorzijde. Vandaag de dag ook wel van gewapend beton. Graftrommel: een trommel met voornamelijk ovaal- of ronde vorm die aan de voorzijde wordt afgesloten door glas. Meestal zijn de trommels gemaakt van zink of blik, maar ook andere metalen en materialen komen voor. In de trommels is in de meeste gevallen een krans met kunstbloemen en –bladen geplaatst.
De trommels worden geplaatst op of bij grafmonumenten of fungeren zelfstandig als grafaanduiding. Terwijl bloemenkransen al eeuwen werden gebruikt, verscheen de graftrommel pas in de tweede helft van de negentiende eeuw. Voor de Tweede Wereldoorlog bereikte het gebruik van de graftrommel zijn hoogtepunt. Daarna werden veel minder graftrommels geplaatst, terwijl juist toen ook veel trommels werden opgeruimd. In Nederland komen nog ongeveer 1.100 graftrommels voor, verspreid over het hele land. Door allerlei acties komt de graftrommel weer meer in het nieuws. Oude graftrommels worden steeds vaker gerestaureerd en er verschijnen zelfs weer geheel nieuwe graftrommels. Ook bekend onder de namen kransdoos, kranstrommel of grafdoos. Graniet: korrelig oergesteente, hoofdzakelijk samengesteld uit kaliveldspaat, kwarts en glimmer. Zeer duurzaam en goed te polijsten. Deze steen vindt al zeer lang zijn toepassing in grafmonumenten, maar in de 20ste eeuw vaker toegepast en dan opvallend door hoge graad van polijstwerk. Hardsteen: een harde kalksteensoort uit België die door koolstof een blauwgrijze kleur heeft; staat onder veel namen bekend, zoals arduin, blauwsteen, Belgisch graniet, stinksteen en stoepsteen. De benaming heeft vaak ook met de kwaliteit te maken.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
83 van 166
Jugendstil:
Kruis:
Kunststeen:
Marbriet:
Marmer:
is een kunststroming die tussen 1880 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa opkwam, voornamelijk als reactie op het vorm vervagende impressionisme. De stroming staat ook onder diverse andere namen bekend, zoals Art-Nouveau in Frankrijk, Sezession in Duitsland en Oostenrijk en Stil Modern in Rusland. De stromingen hebben als gemeenschappelijk kenmerk het gebruik van golvende ornamentele lijnen, vaak in de gedaante van gestileerde planten. Elk jugendstilproduct is een ‘gesamtkunstwerk’ omdat dezelfde stijlkenmerken terugkomen in een gebouw, meubel of siervoorwerp. In de volksmond werd Jugendstil ook spaghettistijl of style nouille genoemd, vanwege de typische golvende lijnen. De stroming kende een korte maar hevige bloeitijd. In West-Europa was de stijl ruim voor 1910 al verleden tijd, in het oosten werd ze wat langer toegepast. De Jugendstil manifesteerde zich vooral in gebruiksvoorwerpen zoals glazen voorwerpen, sieraden, meubels en dergelijke. Ook in de architectuur en de schilderkunst komt de stroming opvallend naar voren. Binnen de funeraire cultuur zijn in Nederland weinig duidelijke voorbeelden te vinden. Vaak betreft het toepassing van stijlkenmerken, vooral in hekwerken maar ook in vroeg granieten grafmonumenten.
voordat het kruis een christelijk symbool werd, was het al een universeel teken van verzoening, de synthese tussen hemel en aarde en de vier windrichtingen. Als christelijk symbool wordt het in verschillende vormen aangetroffen. Het Latijnse kruis komt het meest voor. Vaak is het kruis ook de basisvorm van een rooms-katholieke begraafplaats. Bij het Griekse kruis zijn de vier armen gelijk van lengte. Afkomstig van de heidenen, waar de armen de vier elementen representeren: aarde, lucht, vuur en water. Het Calvariekruis is een Latijns kruis op drie blokken of treden. Het staat voor trouw, hoop en liefde. Soms wordt liefde vervangen door naastenliefde. Bij een gotisch kruis symboliseren de open uiteinden van de armen de volwassen christen. Bij een Keltisch kruis symboliseert de cirkel rond het centrum van het kruis eeuwigheid. Een Ionisch kruis symboliseert eeuwige verlossing en heerlijkheid. Evenals bij het Keltisch kruis lopen de uiteinden van de armen naar buiten. betreft alle steen die geen natuursteen is, dat wil zeggen die van oorsprong niet in de natuur voorkomt. Met ‘steen’ wordt hier bedoeld dat de steen het uiterlijk van natuurlijke steen heeft of dat het oppervlak ervan die imiteert. Voorbeelden van kunststeen zijn baksteen, gipsblokken, kunstzandsteen, maar ook grafmonumenten die van cement of beton zijn opgetrokken en door moeten gaan voor natuursteen.
ook wel marmorite genoemd is een ondoorschijnend, stevig en soms gemarmerd glas in verschillende kleuren. Op begraafplaatsen is het vaak gebruikt voor zwarte tekstplaten en in enkele gevallen als compleet grafmonument. Het materiaal werd eind negentiende eeuw populair en zou meer dan een halve eeuw een veel gebruikt materiaal zijn op begraafplaatsen. natuursteensoort, ontstaan door omzetting van kalkgesteenten onder hoge temperatuur en druk (metamorfose genaamd). Daardoor zijn fossielen in de kalk vernietigd. Door zijn dichtheid, maar relatieve zachtheid is marmer gemakkelijk te polijsten. Daardoor ontstaat een glad en glanzend oppervlak waarin levendige tekeningen in de steen (feitelijk verontreinigingen) goed zichtbaar worden. Een bekende soort is Carrara-marmer uit Italië. Ook uit België komen zogenaamde marmers, in feite kalksteen maar goed te polijsten waardoor ze in het spraakgebruik tot de marmers gerekend worden. Marmer werd ook veel gebruikt in beeldhouwwerken en tekstplaten op begraafplaatsen en kerkhoven. Marmer is echter in ons klimaat weinig duurzaam. Door invloed van weer en wind versuikert het oppervlak wat een korrelige en meer open huid oplevert. Feitelijk spoelen zachtere delen uit en blijven hardere delen over. Het proces is nauwelijks te stoppen waardoor teksten en tekening uiteindelijk verdwijnen. Marmer is een kostbare steensoort.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
84 van 166
Monument:
Obelisk:
Palmtak:
Papaver:
Regel: Roef:
Rolsteen:
Smeedijzer:
Stèle:
verschillende betekenissen: 1. Gedenkteken, opgericht ter herinnering aan een historische persoon of gebeurtenis. Komt voor in verschillende vormen, maar veelal als zuil, naald, boog, stand- of borstbeeld, tombe, epitaaf en dergelijke. 2. Bouwwerk dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is of door de eraan verbonden historische aspecten van belang wordt geacht. Ook om zijn kunst- en bouwgeschiedenis, geschiedkunde of technologie kan het bouwwerk worden gewaardeerd. Een veelvoud van dergelijke bouwwerken kan ook als monument worden beschouwd. Ingevolge de Monumentenwet kunnen dergelijke gebouwen of objecten wettelijke bescherming genieten. hoge, vrijstaande zuil die van boven smaller is dan beneden, en die aan de bovenzijde uitloopt in een piramidevorm. Ook wel gedenknaald of pronknaald genoemd. De Egyptenaren maakten de obelisken oorspronkelijk als eerbetoon aan de zonnegod Ra. Op begraafplaatsen toegepaste obelisken staan symbool voor macht en als baken voor belangrijke gebeurtenissen of personen. De piramide die de obelisk bekroond staat voor de perfecte bouw en voor volmaakte afbouw van het leven. als attribuut van de godin van de overwinning, Victoria, symboliseert de palmtak de overwinning op de dood. In de oudheid werd de palmtak geschonken aan atleten als teken van overwinning.
De eerste Christenen namen het over als teken voor hen die gestorven waren, in het bijzonder de martelaren. In de christelijke kunst was de palmtak symbool van de overwinning op de dood door en in Christus. In de katholieke liturgie verwijst de palmtak naar de intocht van Jezus in Jeruzalem. Een duif met een palmtak verwijst naar vrede. De palmboom en de palmtak verwijzen in het algemeen naar vrede en overwinning. het symbool van Hypnos, de god van de slaap, en van zijn zoon Morpheus, de god van de dromen. Hypnos is de tweelingbroer van Thanatos, de god van de dood. Een papaver afgebeeld op het monument van een kind verwijst naar de eeuwige slaap. een rij met grafmonumenten binnen een grafveld wordt over het algemeen een regel of rij genoemd. Een grafveld bestaat meestal uit meerdere regels. in funeraire zin een voorziening die toegepast wordt onder een zerk. Deze voorziening zorgt ervoor dat de zerk aan de achterzijde hoger komt te liggen dan aan de voorzijde. Deze praktische oplossing zorgt er enerzijds voor dat regenwater snel afgevoerd kan worden, anderzijds dat de leesbaarheid van de tekst vergroot wordt. Een roef kan uitgevoerd worden in baksteen, beton of natuursteen. De afwerking kan verschillen. Baksteen wordt vaak gecementeerd terwijl beton in veel gevallen zwart geverfd wordt. De hoogte van een roef kan van enkele centimeters oplopen tot verschillende decimeters.
De term roef wordt ook gebruikt als benaming voor het schuin oplopende deksel op een doodskist. Een dergelijk deksel vertoont een gelijkenis met zerken op een roef, waardoor dit woord daar mogelijk zijn betekenis aan ontleent. In een andere zin werd de term roef gebruikt voor een klein, oplopend rekje dat als vervanging diende voor een verhoogde grafkist. Omdat dergelijke kisten veel ruimte innamen werden ze vaak verboden. Bij de begrafenis werd dan een los rekje als verhoging gebruikt. Dit noemde men dus ook een roef(je). steen die weggerold werd om het graf van Jezus open te maken. Een dergelijke ronde steen op een grafmonument herinnert aan de opstanding van Jezus, symbool voor de opstanding van de mens. een betrekkelijk zuivere vorm van ijzer die gemakkelijk gesmeed kan worden en niet snel hard wordt, zodat het met de hand gevormd of gehamerd kan worden, dit in tegenstelling tot gietijzer. Veel toegepast voor hekwerken op graven, ook wel in combinatie met gietijzer. van het Griekse woord voor rechtopstaand steenblok. Een rechtopstaande graf- of gedenksteen of gedenkzuil waarin een motief of inscriptie is uitgehouwen, gewoonlijk op een graf.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
85 van 166
Ster:
Tombe:
Toorts: Treurboom:
Zakelijke stijl:
Zandloper:
Zandsteen:
Zeis: Zerk: Zuil:
Verwijzing naar Christus, naar nieuw leven en naar de hemel. Tevens kan een vijfpuntige ster de vijf wonden van Christus voorstellen. Een vijfpuntige ster is een pentagram. Symbool voor het welslagen en gezondheid. In de middeleeuwen werd een vijfpuntige ster gebruikt om demonen te weren. Hexagram, een zespuntige ster, is een combinatie van 3 gelijkwaardige driehoeken. Een voorbeeld is de Davidster, een Joods symbool. De driehoek met de naar boven gerichte punt zou het mannelijke symboliseren en de driehoek naar beneden het vrouwelijke. Over het algemeen op christelijke begraafplaatsen wordt verwezen naar de rol van Jezus Christus. benaming voor een grafmonument dat lijkt op een praalgraf, maar dan op een kerkhof of begraafplaats. Het bevat feitelijk niets, maar de vorm wekt de suggestie dat de kist erin is opgenomen. Meestal bevindt de kist zich in een kelder of zandgraf onder het monument. Wel is de tombe vaak voorzien van een deksteen op een roef, beide vaak uitvoerig bewerkt en meestal in een klassieke stijl uitgewerkt. zie Fakkel. symbool van rouw en verdriet. De hangende takken symboliseren de tranenstroom die in de aarde verdwijnt. Vaak gaat het om een wilg die voor de Germanen het symbool van de dood was. ook wel aangeduid als Nieuwe Zakelijkheid. Stroming in de architectuur die dateert uit de jaren twintig en dertig.
De stijlrichting was een reactie op vooral de Jugendstil. De vormen zijn strak en functioneel. In de grafcultuur werd daar al langer mee geëxperimenteerd omdat het bewerken van nieuwe materialen als graniet daarmee beter tot zijn recht kwam. De zakelijke stijl liet ook gestileerde symbolen zien en nieuwe vormen die eerder niet voorkwamen. duidt op het kortstondige van het leven en op het gestadig naderen van het stervensuur. Als symbool van de dood komt de zandloper voor het eerst voor in de late middeleeuwen. De meeste zandlopers zijn voorzien van vleugels. Die symboliseren de tijd die vervliegt en de vergankelijkheid van de mens (Psalm 90). Meestal zijn het de vleugels van een duif, maar het komt ook voor dat de zandloper is voorzien van één duivenvleugel en één vleermuisvleugel. Dit staat symbool voor het vervliegen van het leven, bij dag en bij nacht, bij goed en bij kwaad. De omkeerbaarheid van de zandloper wordt in de christelijke traditie gezien als het nieuwe leven en de wederopstanding. een sedimentair- of afzettingsgesteente dat voornamelijk bestaat uit aan één gekitte zandkorrels. Bij de sedimentatie van de zandkorrels uit het zandsteen werden ook silt, kalk, grind, glimmers, veldspaat en andere gesteentefragmenten afgezet. Deze hebben samen onder druk de typische zandsteen opgeleverd. Door verwering wordt een van oorsprong geelbruine zandsteen grijs.
Doordat tussen de afzettingen ook bepaalde oxides en andere mineralen voorkomen, kan de kleur van zandsteen verschillende varianten bruinrood tonen. Zandsteen bestaat voornamelijk uit kwarts. In Nederland vinden we veelal de uit het graafschap Bentheim afkomstige gelige zandsteen en de rode Weser zandsteen. attribuut van de dood. In de middeleeuwen wordt de dood al afgebeeld als skelet, met in de rechterhand een zeis. Dit symboliseert de onverbiddelijkheid van de dood. grote, platte natuurstenen plaat ter afdekking van een graf, al dan niet versierd. Zie ook grafzerk. ronde pijler, vrijstaand dragend bouwdeel, waarvan de doorsnede een cirkel vormt. In grafmonumenten losstaand toegepast, maar ook voorkomend als afgeknotte zuil voor de symbolische betekenis. Vergelijk afgebroken zuil die staat voor een plotseling of te vroeg afgebroken leven. Het gaat dan vaak om het onverwachts wegvallen van een steunpilaar of levenszuil.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
86 van 166
LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur - Aa, A.J. van der; Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Gorinchem 1848 - Bok, Leon, René ten Dam (red.); Canon van het Nederlands funerair erfgoed, IJsselstein 2020 - Diverse auteurs; Buurmalsen belicht. Fragmenten uit de historie van kerk en dorp, Buurmalsen 1991 - Hamoen, G.; 350 jaar Meteren en Est. De geschiedenis van de Hervormde gemeenten Meteren en Est, Goudriaan 1974 - Historische vereniging “Den Ouden Dijk”, Het Kerkeneind. Presentatie van twee projecten in het oude centrum van het Betuwse dijkdorp Herwijnen, Herwijnen 1999 - Hulsman, Rita en Marjanne Hulsman; Bouwen op de grens. Deel Midden & Oost. Gids voor de funeraire architectuur in Nederland. Flevoland – Gelderland – Utrecht, Rotterdam 2010 - Kruijff, Gert de en Bert Blommers; Langs velden en wegen. Straat en perceelsnamen van Beesd en Mariënwaerdt, Beesd 1998 - Schouten, Helma; Het water maakte in Haaften meer slachtoffers. Oude begraafplaatsen Rivierenland, in: De Gelderlander, 2006 - Schouten, Helma; Struinen op de begraafplaats van ‘Kooiers’. Oude begraafplaatsen, Acquoy, deel 44, in: De Gelderlander, 2006 - Schouten, Helma; Bekend beeld: scheefgezakte en gebroken zerken…..
Oude begraafplaatsen Rivierenland, deel 30, in: De Gelderlander, 2006 - Schouten, Helma; Graf in kerk en kerkhof van Enspijk, in: De Gelderlander, 24 december 2007 - Stenvert, Roland e.a.; Monumenten in Nederland : Gelderland, Zwolle 2000 - Timmer, R.D. en Verbeek, W.; Zo was Geldermalsen. Oude foto’s en prentbriefkaarten vertellen van Geldermalsen, Tricht, Buurmalsen en Meteren, Buren 1979 - Verbeek, Wim, Timmer, Rochus D. en Bruijn, Hilbrand M. de; Beelden van Geldermalsen en Meteren. 1940-1980, Zaltbommel 2004 Internet (alle geraadpleegd in september/oktober 2023): - Informatie over symboliek, terminologie en begraafplaatsen: www.dodenakkers.nl - Informatie over oorlogsgraven en slachtoffers van de oorlog: www.oorlogsgravenstichting.nl; - Historische Vereniging Den Ouden Dijk: https://www.denoudendijk.nl/ - Spijk – Gemeentelijke begraafplaats: https://www.dodenakkers.nl/gelderland/spijk-gemeentelijkebegraafplaats.html - Geoportal: RAF aerial photographs: https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf - Jan Egbertus van Gorkum: https://andriessen.pl/verrassende-familieverbanden/jan-egbertus-vangorkum.html - Diverse genealogische websites: o https://www.genealogieonline.nl o http://www.wiewaswie.nl/ o De Bommelerwaardse boom: https://gw.geneanet.org/vanwijnen28 - Regionaal Archief Rivierenland: https://www.regionaalarchiefrivierenland.nl/home Rapporten: - Overzicht situatie
begraafplaatsen gemeente Neerijnen, november 2014. - RAAP-Rapport 4150. Erfgoed in de gemeente West Betuwe: deel 1. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart, Weesp 2021 - Royal Haskoning; Rapport Beleids- en beheerplan begraafplaats West Betuwe 2019 – 2023, inclusief bijlagen, 2019.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
87 van 166
BIJLAGE: SAMENSTELLING GROSLIJSTEN Aan de hand van de in hoofdstuk 2 uitgewerkte criteria zijn in augustus 2023 alle 22 te inventariseren begraafplaatsen bezocht. Ter voorbereiding zijn vooraf twee historische verenigingen in de gemeente benaderd voor lijsten met namen van personen en graven die mogelijk eerder zijn vastgelegd vanwege hun cultuurhistorische waarde. Die bleken er niet te zijn. Wel is van Historische Vereniging Den Ouden Dijk Herwijnen informatie ontvangen over de begraafplaats en de bemoeienissen van de vereniging met deze begraafplaats. Met de Historische Kring West Betuwe is de inventarisatie besproken. Op basis van bureauonderzoek vooraf en onderzoek ter plekke zijn desondanks veel namen gevonden van personen die er mogelijk toe doen. Dat is onder meer gedaan op grond van berichten die gevonden zijn in kranten via de website Delpher.nl. Verder is gebruik gemaakt van een aantal publicaties over de geschiedenis van de verschillende dorpen in de gemeente (zie literatuur en bronnen). Daaraan toegevoegd zijn alle officiële oorlogsgraven (zoals vermeld op www.oorlogsgravenstichting.nl) en particuliere graven die op de een of andere manier verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog.
Door de Werkgroep Oorlogsdoden zijn deze graven of personen nog eens nader bekeken en voor een aantal graven is nader onderzoek gedaan omtrent de vermeende doodsoorzaak en of deze wel of niet direct verband hield met de Tweede Wereldoorlog.
Totstandkoming Ter plekke zijn op alle 22 begraafplaatsen alle grafmonumenten bekeken en waar ze voldeden, toegevoegd dan de eerder opgestelde lijst en gefotografeerd. Besloten is de om op de nieuwe begraafplaats van Vuren geen grafmonumenten te inventariseren, daar ze alle buiten de criteria vielen. Uiteindelijk heeft dit alles geleid tot 21 zogenaamde groslijsten. In totaal staan op deze groslijsten 419 grafmonumenten (6 graven bevatten geen object) verdeeld over 513 graven. Het betreft in veel gevallen enkelvoudige graven, maar ook enkele ensembles met meerdere objecten over meerdere graven. Bij het opstellen van de groslijsten is nog niet gekeken is naar mogelijke puntenscore per grafmonument. Hieronder is per begraafplaats de groslijst opgenomen om een indruk te geven om welke graven, grafmonumenten en aantallen het per begraafplaats gaat. Tevens zijn de belangrijkste bevindingen ten aanzien van de toe te passen criteria beschreven. Leeswijzer In de groslijsten zijn alle geïnventariseerde grafmonumenten opgenomen. De grafmonumenten hebben zo veel mogelijk de grafaanduiding gekregen zoals die voorkomt op de plattegronden van de begraafplaats. Waar geen grafnummer voorhanden was, is gekozen voor een aanduiding met bijvoorbeeld OUD of is voor een compleet nieuwe aanduiding gekozen. Daarbij is vaak gekozen voor de volgorde waarin de grafmonumenten gefotografeerd zijn.