CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-069-Bijlage-4-Inventarisatie-opvallende-en-historische-grafbedekkingen-gemeentelijke-begraafplaatsen.pdf

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 16: Vaststellen Beleids- en beheerprogramma begraafplaatsen West Betuwe 2025-202938.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

1.20 Waardenburg Het dorp Waardenburg maakte eenzelfde ontwikkeling door als vele andere dorpen in de gemeente. Ontstaan op een stroomrug in de vroege middeleeuwen ontwikkelde zich haaks op de dijk een gestrekt dorp langs twee parallelle wegen. In 1868 werd dwars door het dorp de spoorlijn Utrecht – Den Bosch aangelegd en in 1933 ten westen daarvan de doorgaande weg van Utrecht naar Den Bosch. De van oorsprong middeleeuwse kerk bleef behouden, nu gelegen tussen de snelweg en de spoorlijn in. In 1862 was die kerk geheel opnieuw opgetrokken, nu in neoclassicistische stijl. Daarbij werd INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

49 van 166

de kerk een stuk groter en opvallend wit geschilderd. De kerk kon vergroot worden omdat het kerkhof op dat moment al niet meer in gebruik was. In de kerk bevonden zich eertijds nog sporen van begraven, onder andere in de vorm van enkele grafzerken en een epitaaf verwijzend naar de adellijke geslachten die op kasteel Waardenburg woonden maar die zijn alle verdwenen. Het kerkhof was in de negentiende eeuw veranderd in een schoolplein en niets herinnert ter plekke aan het begraven. Wel zijn later bij werkzaamheden enkele oudere grafmonumenten teruggevonden.

Afb. 45. Gietijzeren grafplaat, vermoedelijk voor de familie Aylva.

1.20.1 Gemeentelijke begraafplaats In hoeverre Waardenburg al in 1829 een nieuwe begraafplaats kreeg of rond 1855, is niet geheel duidelijk. In beide jaren werd door de gemeente een verordening op de begraafplaats en het begrafenisrecht vastgesteld. In ieder geval bestond de begraafplaats al in 1852, want uit dat jaar dateert de oudste begrafenis. De ligging van de begraafplaats was behoorlijk ver het dorp, gelegen aan de weg naar Neerijnen, nu de Kaalakkerstraat. De begraafplaats is opgehoogd om ervoor te zorgen dat er zeker twee diep begraven kon worden. Rondom de begraafplaats was een brede sloot gegraven en toegang liep via een dam met daarop een smeedijzeren hekwerk, dat waarschijnlijk pas eind negentiende eeuw geplaatst is. Het baarhuisje op de begraafplaats zou mogelijk dateren uit 1855 en gebouwd zijn als drenkelingenhuisje. In 1882 werd door Gedeputeerde staten vastgesteld dat de begraafplaats goed gelegen was en goed onderhouden. Van een luchtfoto uit 1943 krijgen we een idee hoe de begraafplaats er uit zag. Los van een hoofdpad vanaf de dam is ook aan de rechterzijde een enigszins slingerend pad te zien, dat mogelijk verklaart waarom hier de graven voor een deel niet op regel liggen, maar schuin. Mogelijk is dit een poging geweest een rondwandeling te creëren op de begraafplaats.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

50 van 166

Begin jaren zeventig maakte de gemeente Waardenburg plannen voor uitbreiding van de begraafplaats. daarvoor werden in 1971 2 percelen gereserveerd. Daartoe werd de sloot aan de oostzijde gedempt en in 1972 kon er rondom de uitbreiding beplanting worden aangebracht. In 1973 werd een berging en schuilgelegenheid op de uitbreiding gebouwd. Onderdeel van de aanleg was ook een kleine parkeerplaats, waarvoor een nieuwe dam over de sloot werd aangelegd. Terwijl op de oude begraafplaats de meeste graven aaneengesloten waren uitgegeven, behoudens enkele later gevormde paden, liggen op de uitbreiding alle graven aan paden. Feitelijk was sprake van de aanleg van een vijftal vakken, van elkaar gescheiden door paden of groenzomen. Centraal is een plein met de eerdergenoemde berging aangelegd. In 2002 kocht de gemeente Neerijnen enkele percelen aan ten noorden van de begraafplaats voor een uitbreiding. In 2009 kwam daar een nieuw parkeerterrein gereed, toegankelijk via een ingang die net voorbij de begraafplaats ligt. Door deze ingreep kon de eerder aangelegde parkeerplaats omgezet worden in nieuwe graven. In 2012 was ook een verdere uitbreiding ten noorden van de begraafplaats geheel gereed. Behalve een verzamelgraf is hier nog niet begraven.

Afb. 46. Met name door de hogere begroeiing ontstaat een onoverzichtelijk geheel.

Op het oude gedeelte liggen de grafmonumenten deels in rijen en deels aaneengesloten. Het is goed zichtbaar dat getracht is om paden aan te brengen tussen de aaneengesloten graven. Dit heeft deels geleid tot een weinig overzichtelijk geheel. Mede door de huidige beheervorm, waarbij voorrang wordt gegeven aan een meer bloemenrijk geheel is de structuur nauwelijks nog herkenbaar. Door alle ingrepen is er op het oude gedeelte geen chronologisch beeld meer te herkennen. Dit is op de uitbreidingen wel duidelijker en daar liggen alle graven ook aan paden, maar is de grafcultuur vooral van eind twintigste eeuw en eerste kwart eenentwintigste eeuw. De gemeente Neerijnen heeft destijds de begraafplaats aangewezen als gemeentelijk monument.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

51 van 166

2 GEHANTEERDE CRITERIA Op de verschillende begraafplaatsen in de gemeente West Betuwe vinden we duizenden graven. Niet op elk graf is een grafmonument geplaatst en in sommige gevallen zijn de grafmonumenten al geruime tijd verdwenen. In de voorgaande korte geschiedenis per dorp of stad is beschreven hoe de verschillende begraafplaatsen zijn opgebouwd. Sommige begraafplaatsen bevatten meer grafmonumenten dan andere, maar afgezien van Buurmalsen en Geldermalsen is de verschijningsvorm van veel begraafplaatsen dezelfde, los van het oude kerkhof van Spijk dat dankzij een uitbreiding lange tijd in gebruik is geweest als gemeentelijke begraafplaats. De verschillen hebben vaak te maken met de ouderdom van de begraafplaats en de eisen die ten tijde van de aanleg werden gesteld. Er is een verschil tussen de intensiviteit waarmee de begraafplaatsen, of zelfs delen daarvan, gebruikt worden. De oude begraafplaatsen in Haaften en Vuren of de oudere delen in Beesd, Buurmalsen, Deil en Waardenburg worden bijvoorbeeld niet of nauwelijks meer gebruikt. Daardoor is er sprake van een zekere stilstand, maar door ruiming van grafmonumenten ook verlies aan karakteristiek. Vooral de begraafplaatsen die nog volop gebruikt worden en met name de grafvelden waar momenteel begraven wordt, hebben een geheel eigen dynamiek.

De jongere begraafplaatsen van Acquoy en Vuren zijn wel bezocht, maar er zijn nauwelijks grafmonumenten aangetroffen die pasten binnen de criteria. Verderop wordt uitgelegd hoe daar mee omgegaan is. De jongste begraafplaats uit de inventarisatie is die van Vuren uit 1975, terwijl de oudste, in Herwijnen en Spijk, een middeleeuwse oorsprong kennen. Met name de begraafplaats van Spijk wijkt af door de aanwezigheid van de kerk, terwijl op de begraafplaats in Herwijnen uitbreidingen zijn te vinden die vergelijkbaar zijn met de begraafplaats in Vuren. Niet alle grafmonumenten die nu nog op de begraafplaatsen staan, zijn even waardevol om te behouden of te beschermen. De waarde van een grafmonument kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De beste wijze is die waarbij achteraf aangetoond kan worden dat er geen sprake is geweest van willekeur bij het selecteren van de grafmonumenten. De gemeente West Betuwe heeft daartoe de geformuleerde criteria van Bureau Funeraire Adviezen geaccepteerd. Deze criteria luiden als volgt: 1. Biografische betekenis van de begravene; 2. Ouderdom grafmonument; 3. Materiaalgebruik en hantering; 4. Vormgeving van het grafmonument; 5. Bijzondere symboliek; 6. Passend in karakter van het grafveld; 7. Technische staat. Om deze criteria verder te objectiveren is hieronder per criterium een nadere uitwerking gemaakt.

Deze wordt nader verklaard in de volgende paragraaf.

2.1 Criteria voor inventarisatie 2.1.1 Biografische betekenis van de begravene Om op grond van dit criterium op de lijst te kunnen worden geplaatst, dienen onder meer de volgende richtlijnen: ✓ De overledene moet minimaal vijftig jaar geleden overleden zijn (voor 1973), of; ✓ De overledene moet publicaties van enig belang op zijn naam hebben of er is over hem/haar gepubliceerd, of; ✓ Het moet gaan om een overledene die bij leven openbare functies bekleedde die van betekenis waren voor de gemeenschap in de gemeente West Betuwe of de omringende gemeenten. Maatgevend is bijvoorbeeld de duur van de functie, vernoeming van de persoon in straatnaam (aparte indicatie) of

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

52 van 166

naam van een openbaar gebouw. Ook kan de persoon betrokken zijn geweest bij een bijzondere gebeurtenis die nu nog breed herinnerd wordt, of; ✓ De persoon moet over een zekere (lokale) status beschikken, bijvoorbeeld door het uitgeoefende beroep of de bekendheid die de persoon bij leven genoot en die nu nog als zodanig wordt herinnerd. De gemeente West Betuwe heeft gekozen voor een ouderdom van minstens vijftig jaar. Deze termijn dient onder andere om een besluit louter op emotionele gronden uit te sluiten. Alleen het feit dat iemand een lintje heeft ontvangen, is geen reden om de persoon op de lijst te plaatsen. Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, zijn de personen in categorieën ingedeeld. De aanduiding van de categorie is, indien van toepassing, ook opgenomen in de lijst. Uiteraard bestaan er omstandigheden om af te wijken van dit criterium, zeker als al duidelijk is dat de persoon nu al van belang is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij burgemeesters, kunstenaars of andere bekende personen die waarschijnlijk vanwege hun rol niet in de vergetelheid zullen raken.

De categorieën voor de gemeente West Betuwe zijn als volgt vastgesteld: - v1 Bijzondere gevallen (verbonden met bijzondere gebeurtenissen); - v2 Bestuurders en openbare beroepen: notabelen, burgemeesters, onderwijzers, artsen, predikanten, politici en militairen; - v3 Wetenschap, letteren en sporten: schrijvers, dichters, schilders, sportlieden; - v4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog, erkend of niet erkend en andere oorlogen of strijdtonelen; - v5 Landbouw, industrie en arbeid: fabrikanten, landbouwers, landeigenaars, molenaars, arbeiders en dergelijke. Bij de categorieën v1 en v4 wordt vooral gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën meer gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht. De cijfers lopen van 0 tot en met 5, waarbij het hoogste cijfer staat voor het meeste belang.

Daarbij gaat het vooral om het belang voor de historie van de gemeente West Betuwe: • 0: geen wel een rol of beroep bekend, maar verder geen informatie; • 1: gering wel lokaal bekend, maar weinig invloed op de historie; • 2: gemiddeld bekend en heeft enige invloed gehad op de historie; • 3: belangrijk heeft de nodige invloed gehad op de historie; • 4: zeer belangrijk heeft veel invloed gehad op de historie (bovenlokaal belang) • 5: uitzonderlijk belangrijke pijler in de historie, landelijk belang. In een aantal gevallen wordt bij de puntentoekenning ook gekeken naar betrokkenheid van de personen bij een grote of belangrijke gebeurtenis. Zo is gekeken binnen de gemeente naar graven en grafmonumenten die een verwijzing vormen naar de rol van de land- en tuinbouw in de gemeente. Daar is op zich weinig over gevonden. Personen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld of gefusilleerd vanwege hun verzet tegen de vijand of bijvoorbeeld betrokken waren bij een beschieting, bombardement of andere belangrijke gebeurtenis in die periode, krijgen over het algemeen minimaal twee punten toegekend. Dit in verband met het historische belang van de periode 1940-1945. Naar alle personen die opgevoerd zijn als oorlogsdode of erkend oorlogsslachtoffer, is nader onderzoek gedaan door de Werkgroep Oorlogsdoden.

Deze werkgroep is gespecialiseerd in onderzoek naar slachtoffers van de oorlog en in een aantal twijfelgevallen is contact gezocht met familieleden. In het geval dat de persoon vernoemd is in een straat of gebouw in de gemeente West Betuwe, is dat ook een criterium om de persoon op de lijst te plaatsen en nader te kijken naar het grafmonument. Deze zijn in de inventarisatie aangeduid met een opmerking en een extra kleur in de kolom ‘aantekening’.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

53 van 166

2.1.2 Ouderdom grafmonument Niet alle grafmonumenten komen zondermeer in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst. Nieuwe of vernieuwde monumenten worden niet opgenomen, tenzij deze op een graf van een persoon staat die historische betekenis heeft. Verder wordt een ouderdomsgrens van vijftig jaar aangehouden. Dit om enige afstand te laten bestaan tussen de hedendaagse grafcultuur en datgene wat van historische waarde is. Voor de inventarisatie kwam daarmee de grens te liggen op 1973. Een dergelijke termijn van 50 jaar geeft voldoende distantie om de kwaliteit van de grafcultuur op waarde te kunnen schatten. Voor bijzondere grafmonumenten van personen die korter geleden begraven zijn, kan een uitzondering gemaakt worden. Als dat gebeurt, is daar aantekening van gemaakt door middel van een oranje kleur in de kolom met de sterfdatum. Het kan voorkomen dat de eerstbegravene in het graf voor 1973 is overleden, maar dat de tweede veel later is overleden, waarna het grafmonument is geplaatst. Dat dit mogelijk een ‘modern’ monument betreft, is bij de inventarisatie niet meteen als relevant beschouwd. Pas bij de daadwerkelijke selectie kan het zo zijn dat het monument afvalt omdat het geen punten heeft gekregen. 2.1.3 Materiaalgebruik en hantering Binnen dit criterium wordt zowel gelet op bijzondere materialen als op materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen.

Bijzondere materialen zijn vooral materialen die in het algemeen niet vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten op de begraafplaatsen of die inmiddels zeldzaam zijn geworden. Dat geldt voor materialen als emaille, gietijzer, hout, zandsteen, asbest en verschillende metalen. Met name in de armere grafcultuur kwamen meerdere materialen voor die niet meer gangbaar zijn. Metaal komt in de gemeente West Betuwe vooral voor in de vorm van graftrommels, enkele hekwerken en ook in grafmonumenten. Zo zijn op de oude begraafplaats in Haaften houten stèles te vinden omkleed met zink. Deze zijn bijzonder en zullen zeker in de inventarisatie opgenomen worden en bij de selectie zal rekening gehouden worden met de zeldzaamheid van het materiaal. Ook is vast komen te staan dat met name Belgisch hardsteen typerend is voor de begraafplaatsen in de gemeente. Hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld een grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. In dit geval geldt dat bij de inventarisatie extra gelet is op afwijkende materialen met de vraag of ze daadwerkelijk bijzonder zijn. De materiaalsoort zelf is in een aparte kolom vermeld als een vaststaand gegeven. Scoort het grafmonument op dit criterium dan kan hiervoor een punt worden toegekend.

2.1.4 Vormgeving van het monument De vormgeving van een individueel grafmonument kan van doorslaggevende betekenis zijn om dit te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld vanwege het feit dat het zeldzaam is of omdat het binnen de stijl een goed voorbeeld vormt. Om die reden wordt bijvoorbeeld altijd gekeken naar grafmonumenten in een zakelijke stijl die vooral uit de periode 1910-1940 dateren. Ook hekwerken met een typische vormgeving die past bij de kunststroming Jugendstil of Art Deco worden om die reden opgenomen, voor zover ze aangetroffen worden. Bij dit onderdeel is ook gelet op de belettering van het grafmonument, eventueel bijzondere teksten (grafpoëzie) en de betekenis van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats. Wanneer het monument scoort op dit onderdeel kan hiervoor een punt worden toegekend. 2.1.5 Bijzondere symboliek/afbeelding Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten en die zijn op de begraafplaatsen in de gemeente West Betuwe waarschijnlijk ook allemaal te vinden. Op Nederlandse begraafplaatsen zijn vooral symbolen te vinden die verwijzen naar het christelijke geloof. Dat geldt ook voor de gemeente West Betuwe, zo is gebleken. Alleen wanneer sprake is van een uitzonderlijke vormgeving zal zo’n algemeen symbool opgenomen worden in de lijst, tenzij het voorkomen van dit symbool afwijkt ten opzichte van

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

54 van 166

de algemene norm. Symboliek die verwijst naar een persoon of gebeurtenis zelf, vaak een samenvoeging van verschillende betekenissen, kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonderheid. Sommige symbolen hebben een beladen betekenis. Door grafmonumenten met deze symbolen te behouden, kan het symbool altijd in de juiste context worden geplaatst. Ook symboliek in familiewapens die afgebeeld zijn op grafmonumenten, krijgen extra aandacht. Voor dit criterium is gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen en zeker naar funeraire symbolen zoals bijvoorbeeld schedels, slangen, toortsen, zeisen en zandlopers. Als sprake is van een bijzonder symboliek, of een fraai uitgewerkt symbool dan wordt ook voor dit onderdeel een punt toegekend aan het grafmonument. 2.1.6 Passend in karakter van het grafveld Hierbij wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van een begraafplaats of grafveld. Dat betekent dat groepen van (identieke) grafmonumenten in aanmerking kunnen komen zoals een verzameling stèles met een gave vormgeving of monumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving. Grote en hoge grafmonumenten worden om die reden in de inventarisatie meegenomen.

Het verdwijnen van zulke grafmonumenten van de begraafplaats zou immers een zeer grote impact hebben. Scoort een grafmonument op dit onderdeel dan wordt ook hiervoor een punt toegekend. 2.1.7 Technische staat Niet van doorslaggevende betekenis bij het toekennen van punten maar wel belangrijk, is de technische staat van de geïnventariseerde grafmonumenten. Wanneer bijvoorbeeld grafmonumenten onherstelbaar beschadigd zijn, dan zal dat grafmonumenten bij de inventarisatie niet opgenomen worden. Vaak zijn er van zo’n grafmonument gavere voorbeelden te vinden. Als selectiecriterium kan de technische staat wel een rol spelen in het geval geïnventariseerde grafmonumenten matig tot slecht zijn. In alle gevallen wordt dan de voorkeur gegeven aan de grafmonumenten die in goede of redelijke staat verkeren. De technische staat wordt uitgedrukt in vier categorieën: • Goed het grafmonument is constructief in orde en vertoont uiterlijk nauwelijks gebreken; • Redelijk het grafmonument is constructief in orde maar vertoont gebreken als scheurvorming, sterke vervuiling of slijtage; • Matig het grafmonument vertoont constructieve gebreken zoals afgebroken, verschoven of missende onderdelen; • Slecht het grafmonument is constructief afgeschreven. Alleen compleet herstel of vernieuwing kan het oude voorkomen van het grafmonument herstellen.

In een aparte kolom met “aantekening” is eventueel omschreven wat precies de conditie is, bijvoorbeeld of er sprake is van breuk, scheurvorming, steken of dat het grafmonument vervuild of verweerd is. Ook kan hier opgemerkt worden dat er bijvoorbeeld kettingen missen. Waar dat van toepassing is, kan aangegeven worden dat een onderdeel kan verdwijnen, zoals bijvoorbeeld een later toegevoegde rand om het graf.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

55 van 166

3 SELECTIE OP GROND VAN CRITERIA Met alle groslijsten compleet is door het toekennen van punten per begraafplaats aangegeven welke grafmonumenten uiteindelijk voor behoud in aanmerking komen. In hoofdstuk 2 is uitgelegd om welke criteria het gaat en hoe die toegepast worden. De gemeente West Betuwe heeft deze criteria gekozen als uitgangspunt voor de inventarisatie. Bij het samenstellen van die criteria is onder meer gebruik gemaakt van het boekje Begraafplaatsen als cultuurbezit, dat in 2003 is uitgegeven door de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB) en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Verder is gebruik gemaakt van jarenlange ervaring binnen Bureau Funeraire Adviezen en is bij het toekennen van de punten gekeken naar de grafcultuur in omliggende plaatsen in de provincie, maar ook van die in de aanpalende provincie Zuid-Holland en deels ook Noord-Brabant. Tevens is vooraf contact opgenomen met de Historische Kring West Betuwe en de historische vereniging Den Ouden Dijk Herwijnen met de vraag input te leveren met betrekking tot de betekenis van de begraven personen. Beide organisaties hadden geen lijsten met graven van belangwekkende personen of te behouden grafmonumenten beschikbaar. Deze zijn hen na de inventarisatie alsnog ter beschikking gesteld, maar een inhoudelijke reactie is niet ontvangen.

Wel is met de Historische Kring West Betuwe besproken hoe verder om te gaan met de lijst. De uitkomst daarvan is opgenomen in het advies aan het eind van het rapport.

3.1 Toepassing van de criteria De criteria waarop punten gescoord kunnen worden, zijn in het kort als volgt te benoemen: A) Biografische betekenis van de begravene; B) Vormgeving van het grafmonument; C) Karakteristiek; D) Bijzondere symboliek; E) Materiaalgebruik en hantering. Niet elk criterium legt evenveel gewicht in de schaal. Zoals in paragraaf 2.1.1 al naar voren komt, wordt aan de genealogische of biografische betekenis een hogere waarde toegekend dan aan de losse onderdelen betreffende de monumentale waarden. Deze vormen feitelijk de twee hoofdcategorieën voor beoordeling. In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze van toepassing van de criteria en hun gewicht in de afweging om het monument op te nemen in de lijst. In eerste instantie kunnen de personen van wie meer bekend is inzake hun rol tijdens hun leven een waardering krijgen van 0 tot en met 5, waarbij 5 voor het meest uitzonderlijk staat. Dat laatste betekent dat een hoge waarde aan de persoon en diens historie gehecht kan worden. Vervolgens is bij de inventarisatie zelf al gekeken naar het grafmonument. Elk van de genoemde facetten (vormgeving, karakteristiek, symboliek en materiaal) krijgt één punt indien de grafmonumenten op dat item scoren. In totaal kan een grafmonument met een bekende persoon op deze wijze maximaal 9 punten scoren.

De technische staat van het monument wordt wel vermeld, maar is geen factor die de weging direct beïnvloed. In één kolom staat het aantal punten dat een grafmonument op deze wijze behaald heeft. Indien men later een andere weging wil toepassen dan kan de score altijd aangepast worden.

3.2 Uiteindelijke lijst en gegevens Na de inventarisatie van alle gemeentelijke begraafplaatsen is uitgegaan van 419 grafmonumenten en 513 graven, met dien verstande dat op 6 graven geen grafmonumenten meer staan. Na scoring van alle geïnventariseerde grafmonumenten hebben er 8 geen punten gescoord. Het gaat daarbij om de volgende personen en grafmonumenten:

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

56 van 166

Begraafplaats Grafnr.

Eerste overledene of bekend persoon Water, Marrigje Cornelia van de Water, Johannes van de

Jaar Beroep/rol overlijd. 1960 1972

Beesd

19\B\1\7

Est Geldermalsen

AA\104\1429\-\-

Eskes, Pieter Terlouw, Gerrit Cornelis Romijn, Jacoba

1895 1952 1992

Kostganger Dierenarts

Haaften-Oud Herwijnen

A\31\OUD-006

Verploegh, J.C. Bruijn, Jan Krijn de Bruijn, Heiltje de Bruijn, Gijsbert de Bruijn, Leendert de Bruijn-Vervoorn, Elizabeth

1936 1893 1894 1909 1919 1929

Molenaar Landbouwer

Landbouwer

Herwijnen

OUD-008

Ouden-Scheltus, Adelaide Hortense 1962 Georgia den

Ophemert

I\45\- en I\55\-

Overeem, Marinus Jan Westeringh, Hendrika G. van de

1944 1944

Commies

Ophemert

L\136\- en L\150\-

Bie, Dirk de Bie-Van Tuil, Jenneke de

1945 1986

Molenaarsknecht

Een aantal van deze grafmonumenten was opgenomen in de inventarisatie om nader onderzoek te doen naar de persoon, maar dat leverde bij deze niets op. Een van de graven bevatte tevens geen grafmonument. Daarmee resteren in totaal 412 grafmonumenten op 501 graven, waarbij op 5 graven geen grafmonument is aangetroffen.

Afb. 47. Het grafmonument voor de familie van Gelder in Ophemert scoort met name op karakteristiek (graf L\75\-, L\89\- en L\103\-)

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

57 van 166

Vervolgens is nader gekeken naar de grafmonumenten die slechts 1 punt scoorden. Dat betreft 65 grafmonumenten en 4 graven waarop geen grafmonumenten staan. Omdat deze laatste graven betrekking hebben op personen die in de Tweede Wereldoorlog als evacuee overleden zijn in de betreffende plaats, wordt sterk aanbevolen de graven te behouden. In veel andere gevallen zijn de grafmonumenten gescoord op een onderdeel, maar niettemin wordt aanbevolen deze te behouden op grond van hun rol in het gehele beeld van de begraafplaats. In sommige gevallen kan later alsnog blijken dat de personen die er begraven liggen van belang zijn. Dat geldt vooral voor veel familiegraven. De definitieve selectie waarvan wordt geadviseerd deze te behouden, is opgenomen als losse bijlage in een Excel-overzicht. Per criterium wordt hieronder een uiteenzetting gegeven, voor zover van toepassing op de selectie. Daarbij wordt naar de gehele selectie gekeken, met waar nodig uitzonderingen per begraafplaats. A. Biografische betekenis van de begravene De geselecteerde personen in de lijst laten een grote verscheidenheid aan beroepen en rollen zien, passend bij de verschillende dorpen en steden binnen de gemeente. Het grootste aantal, 199, oftewel 56% van het totaal, komt naar voren in de categorie Landbouw, industrie en arbeid.

Naast 56 grafmonumenten waarin soms meerdere landbouwers begraven zijn, treffen we onder meer 50 arbeiders, 9 bakkers, 9 schippers, 8 timmerlieden, 6 fabrikanten, 6 opzichters, 5 winkeliers, 4 aannemers, 4 schilders, 3 bazen (steenovens), 3 handelaars, 3 kooplieden en 3 ondernemers naast talloze andere beroepen. De meeste in deze categorie werden gevonden in Geldermalsen, vooral arbeiders. De meeste landbouwers werden gevonden in Herwijnen. Van de 199 grafmonumenten waarvan rollen en beroepen in deze categorie aangetroffen werden, kwamen er 44 ook naar voren in een andere categorie, vaak door betrokkenheid bij een bepaalde gebeurtenis. Van de personen die alleen in deze categorie scoren, zijn met name de steenfabrikant Hendrik Melchior J.C. Verstegen († 1914) en Willem Goswijn Lingbeek van belang. Ze hebben met hun werk de nodige invloed gehad op de historie. Verstegen liet in 1872 aan de Trichtse zijde van de Linge een steenfabriek bouwen waar veel inwoners uit Deil jarenlang hun werk vonden. De in Fryslân geboren Lingbeek genoot zijn opleidingen zowel in Nederland als in Zuid-Afrika. In 1923 studeerde hij af aan de Technische Hogeschool in Delft als scheikundig ingenieur. In 1925 trad hij in dienst van de Chamottefabriek in Geldermalsen, waar hij in 1936 directeur werd. Onder zijn leiding groeide de fabriek uit tot een belangrijke onderneming in Geldermalsen.

In 1929 liet hij nabij het dorp een villa bouwen door de architect A.H. Wegerif met de naam Lingebeek. Van de villa werden nadien zelfs ansichtkaarten uitgegeven. Noemenswaardig, maar dan vanwege hun busonderneming zijn vader en zoon Van Afb. 48. Het grafmonument van Lingbeek is heel toepasselijk Ballegooijen uit Haaften. Nu herinnert opgebouwd uit keramische blokken (graf 1444). INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

58 van 166

nagenoeg niemand hun inzet, maar destijds openden zij met hun vervoer de dorpen over de weg, waar voorheen het water de snelste weg was. Overigens is van bijna 85% van de personen wel een beroep of rol gevonden, maar verder geen informatie over hun belang. Uiteraard hebben ze allen bijgedragen aan de groei en bloei van hun dorpen en steden in hun tijd. In de categorie Bestuurders en openbare beroepen vinden we zo’n 88 grafmonumenten, oftewel bijna 25% van het totaal aantal grafmonumenten. Met name in de dorpen en steden die vroeger hoofdplaats waren van een gemeente zoals Asperen, Buurmalsen, Deil, Haaften, Herwijnen, Ophemert, Varik en Waardenburg vinden we op de gemeentelijke begraafplaatsen relatief wat meer bestuurders en notabelen. Onder hen 26 burgemeesters, 13 predikanten, 7 onderwijzers, 6 hoofdonderwijzers of hoofden van een school, 6 statenleden, 6 wethouders, 6 militairen (verschillende rangen waaronder 2 generaals), 4 notarissen, 4 raadslieden, 4 secretarissen waarvan 2 van de gemeente. Verder treffen we bestuursfuncties zoals dijkgraaf, heemraad en algemene bestuursleden. Opvallend in de lijst, een minister van Koloniën en een resident in Nederlands-Indië, beide in dezelfde persoon, die ook nog enkele jaren burgemeester van Tiel is geweest. Het betreft Johannes Jerphaas Hasselman († 1895), begraven in Herwijnen.

Zo’n 73% in deze categorie scoort alleen op dit onderdeel, zoals Hasselman. Personen die net als hij de nodige invloed hebben (gehad) op de historie zijn te vinden in Deil, met enkele leden van de familie Kolff; in Geldermalsen met predikant Blaak naar wie een tehuis is genoemd; in Haaften op de nieuwe begraafplaats burgemeester Van Willigen († 1986); in Herwijnen de eerdergenoemde Hasselman en Jan Gerard de Lint († 1936). De Lint was huisarts, maar ook directeur van het instituut voor de geschiedenis van de geneeskunde in Leiden en in Waardenburg nog burgemeester Wijnperle († 1987) die ook statenlid was. Vier van de acht zouden in principe buiten de criteria vallen doordat ze gestorven zijn na 1973, maar hun grafmonumenten zijn om hun rol zeker behoudenswaardig. Opvallend is dat van veel van de gevonden personen niet alleen hun rol of beroep is gevonden, maar dat er ook meer over hen bekend is, beschreven op een website of in een andere publicatie. Van sommige is een uitvoerige biografie bekend en naar notaris Kuijk († 1937) is in Geldermalsen een straat vernoemd, hoewel zijn rol in Geldermalsen niet helemaal duidelijk is, behalve dat hij betrokken was bij talloze grond- en onroerend goed transacties. De categorie die in verband wordt gebracht met Slachtoffers Tweede Wereldoorlog kent in totaal 35 grafmonumenten, samen bijna 10% van het totaal.

In totaal gaat het om 6 oorlogsgraven uit de Tweede Wereldoorlog waarvan de persoon erkend is als oorlogsslachtoffer. Daarnaast zijn er nog 28 andere slachtoffers, vaak vanwege beschietingen en bombardementen op de dorpen, maar ook vanwege allerlei andere oorzaken die direct te maken hadden met de oorlog. Voorts zijn er nog 8 geallieerde soldaten, veelal Engelsen, die tussen 1940 en 1945 de dood vonden in of boven de gemeente. Van de meesten is goed bekend hoe en wanneer ze om het leven kwamen. Dat geld echter niet voor de Poolse piloot die in 1944 crashte met zijn Spitfire, waarbij de resten van het vliegtuig een woning raakte waarbij de bewoner met twee van zijn kinderen om het leven kwam. De piloot overleefde de crash, maar werd vervolgens weggevoerd door de Duitsers en van hem is nooit weer wat vernomen. De drie doden werden begraven in een gezamenlijk graf op de begraafplaats in Vuren aan de dijk. De erkende slachtoffers, waarvan bij twee ook een steen van de Oorlogsgravenstichting op het graf hebben staan, vielen tussen 1940 en 1945. De eerste betreft Jan Doornhein, die in mei 1940 omkwam bij Veghel. In 1944 kwam twee mannen uit de gemeente om die tewerk waren gesteld in Duitsland. Beide overleden aan een besmettelijke ziekte. In 1945 kwam nog een inwoner uit Est om in Duitsland en twee anderen werden doodgeschoten door Duitsers.

Jacobus van Beest uit Spijk liet het leven nadat hij verraden was en werd gefusilleerd in Utrecht. Dirk Jan Fun uit Buurmalsen had de pech doelwit te zijn van een Duitser die de melkbus op zijn schouder wilde treffen. De kogel trof Dirk in de hals en hij overleed ter plekke. Waarom een aantal anderen waaronder 3 mannen uit Geldermalsen, niet erkend zijn als oorlogsslachtoffer ondanks dat ze gefusilleerd zijn, had wellicht te maken met het feit dat zij INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

59 van 166

gearresteerd waren op verdenking van diefstal van de inboedel van de burgemeester van Geldermalsen tijdens Dolle Dinsdag in 1944. In sommige graven, met name op de oude begraafplaats van Haaften, zijn meerdere slachtoffers bij elkaar begraven. Hier vonden in graf C-60 drie leden van de familie Aldus en een verloofde hun laatste rustplaats nadat zij gedood waren bij een beschieting in 1945. Of zoals het gezamenlijke graf in Vuren. Nogal bijzonder zijn de drie graven van Duitsers uit de Tweede Wereldoorlog. Een van hen betreft een 16-jarige jongen die begraven is in Haaften, maar waarvan niet vaststaat of zijn lot te maken had met een oorlogshandeling. Diens graf wordt dan ook gerekend als een Bijzonder geval, net als de andere twee, die echter onderdeel uitmaakten van het Duitse bezettingsleger. Zij liggen beiden nog steeds begraven in Ophemert. Het betreft de tijdens een gevechtsmissie verdronken Obergefreiter Bruno Josef Moskalik en Luitenant Günter E.H. Ahls. Hoe de laatste om het leven is gekomen, is niet bekend. Ondanks het feit dat nagenoeg alle Duitsers die in Nederland sneuvelden in de jaren vijftig zijn overgebracht naar Ysselsteyn, waar een oorlogsbegraafplaats is ingericht, zijn er enkele uitzonderingen en een daarvan vinden we dus in Ophemert. De familie heeft al vroeg aangegeven dat wat hen betreft hun zonen konden blijven liggen in Ophemert.

Een van de personen uit deze categorie is geen slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, maar van de toen zo genoemde politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië. Het gaat om Marius Johannes Tromp, die in 1948 in Amsterdam is overleden. Hij was daarheen met een vlucht uit de Oost naartoe overgebracht, nadat hij aldaar ziek was geworden. Omdat hij vermoedelijk aan een ziekte is overleden, is hij geen erkend oorlogsslachtoffer. Een aantal graven in Haaften betreft evacués die weliswaar vanwege de oorlog huis en haard moesten verlaten, maar niet overleden door oorlogshandelingen. Een aantal zal de ontberingen te veel zijn geworden. Daarom zijn deze graven, waarop geen grafmonumenten staan, opgenomen in de categorie Bijzondere gevallen. Ook in bijzondere gevallen ondergebracht zijn de aan besmettelijke ziekten overleden personen in Est. Van hen is althans bekend dat ze daaraan zijn overleden, zo is uit onderzoek komen vast te staan. Ook zij zijn geen direct slachtoffer van de oorlog. Een kanttekening dient wel bij deze categorie gemaakt te worden, omdat op andere begraafplaatsen in de gemeente nog veel slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog begraven zijn. De bekendste betreft wel de 8 bemanningsleden van een Amerikaanse B-17 bommenwerper die in 1943 nabij Opijnen neerkwam.

De meeste Amerikaanse slachtoffers die in Nederland vielen zijn nagenoeg allen overgebracht naar Margraten, maar deze zijn op verzoek van de familie in Afb. 49. Graf F-151 en F-152-A op de oude begraafplaats in Opijnen blijven rusten. Haaften waar evacués van elders zijn begraven. INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

60 van 166

Samen met de reeds genoemde bijzondere gevallen vallen in totaal 32 grafmonumenten of graven onder de categorie Bijzondere gevallen (9%). Het gaat in deze gevallen meer om de gebeurtenis waarbij de persoon betrokken was dan dat diens beroep of rol van belang was. Een enkele keer is dat echter wel het geval zoals met de adellijke familie Mackay, kasteelheren in Ophemert en de familie van Pallandt in Waardenburg. Vaak gaat het echter om verongelukte kinderen, jongeren die verdronken of een eerste begrafenis op een begraafplaats of deel daarvan. Voorbeeld van dat laatste is Geertje Kaldenberg, die in 1924 werd begraven op het oude deel van de begraafplaats in Herwijnen nadat dat deel enkele decennia niet gebruikt was. Op veel van de bijzondere gevallen wordt apart ingegaan bij de beschrijvingen van de groslijsten per begraafplaats in de bijlage. Er zijn geen graven gevonden die wijzen op personen die zijn overleden aan de Spaanse griep. Wel in deze categorie een gemobiliseerde soldaat die in het voorjaar van 1940 overleed aan bloedvergiftiging, maar dus niet betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. In hetzelfde graf ligt een familielid dat in 1944 omkwam bij een bombardement. Van veel personen is wel bekend waarbij ze betrokken waren, maar kon niet altijd achterhaald wordt wat daarvan de betekenis was.

De moord op een jonge landbouwer in Est in 1941 maakte destijds wel zoveel indruk dat menig oudere in Est nog wel iets weet van dit voorval. Uit de inventarisatie zijn drie grafmonumenten naar voren gekomen die verwijzen naar een beroep of rol uit de categorie Wetenschap, letteren en sporten (samen 0,6%). Dat betrof het graf van Cornelis van Arendonk († 1946) in Herwijnen, Frans Lodewijk Diekerhof († 1979) en dat van Adriaan Ferdinand van Goelst Meijer († 1990). De eerste was conservator bij de Universiteitsbibliotheek in Leiden, Diekerkhof militair historicus en Van Goest Meijer was naast burgemeester, later ook actief als verdienstelijk kunstschilder. Er zijn 55 grafmonumenten opgenomen waarin bij elkaar 61 kinderen begraven zijn. Hun graven zijn vaak opgenomen vanwege de vormgeving of de toegepaste symboliek op het grafmonument. Veel kinderen zijn meegenomen bij graven waarin ouders liggen begraven. In sommige gevallen is het grafmonument opgenomen vanwege het feit dat het kind omgekomen is tijdens de Tweede Wereldoorlog of verongelukt dan wel verdronken.

De indeling naar categorieën zoals hiervoor beschreven is als volgt gescoord: Categorie Uitleg V1 Bijzondere gevallen (verbonden met bijzondere gebeurtenissen) V2 Bestuurders en openbare beroepen: notabelen, burgemeesters, onderwijzers, artsen, predikanten, politici en militairen V3 Wetenschap, letteren en sporten: schrijvers, dichters, schilders, sportlieden V4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog, erkend of niet erkend en andere oorlogen, strijdtonelen V5 Landbouw, industrie en arbeid: fabrikanten, landeigenaars, molenaars, arbeiders en dergelijke

Aantal 32

% 9,0

88

24,6

3

0,8

35

9,8

199

55,7

357 In totaal scoorden 297 grafmonumenten binnen een van de categorieën, waarvan 56 op meerdere categorieën, bijna 19% van het totaal. Dat betekent dat de personen meerdere rollen of beroepen hebben bekleed, zoals bijvoorbeeld veel landbouwers die in de negentiende eeuw ook burgemeester of

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

61 van 166

wethouder werden in hun gemeente. Veel grafmonumenten scoren geen punten vanwege de categorie omdat er simpelweg niets over de personen bekend is, behalve soms hun beroep. Het belang dat aan de personen gehecht kan worden, is met een cijfer tot uitdrukking gebracht, zoals uitgelegd en beschreven in paragraaf 2.1.1.. De score is als volgt: Belang Geen

Pun ten 0

Gering

1

Gemiddeld Belangrijk Zeer belangrijk

2 3 4

Uitzonderlijk

5

Uitleg

Aantal

%

Wel een rol of beroep bekend, maar verder geen informatie Wel lokaal bekend, maar weinig invloed op de historie Bekend en heeft enige invloed gehad op de historie Heeft de nodige invloed gehad op de historie Heeft veel invloed gehad op de historie (bovenlokaal belang) Belangrijke pijler in de historie, landelijk belang

138

46

75

25

67 13 4

23 4 1

0 297

0

Het belang van de geïnventariseerde personen is relatief gering te noemen. Geen enkele persoon scoorde het hoogst aantal punten, wat wil zeggen dat geen uitzonderlijke personen of families zijn aangetroffen. Wel is een aantal personen of families gevonden die veel invloed hebben gehad en dat ook buiten de gemeente. Het gaat dan om de families van Pallandt en Mackay en de heren Jan Egbert van Gorcum († 1862) en Adriaan Ferdinand van Goelst Meijer († 1990). De adellijke families hebben tot op de dag van vandaag indirect invloed op gebeurtenissen in respectievelijk Waardenburg en Ophemert. Zo’n 1% van de graven heeft betrekking op families of personen veel invloed op de historie, terwijl 4% de nodige invloed heeft gehad heeft op de historie, maar vooral regionaal of lokaal bekendheid geniet. Zo’n 23% is bekend vanwege beroep of naam, maar heeft enige invloed op de historie. Vervolgens heeft 25% van de personen lokale bekendheid, maar weinig invloed op de historie. Van bijna de helft is wel een rol of beroep gevonden, maar hun erfenis of nalatenschap is niet bekend of beschreven. De twee punten die aan de meeste slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog zijn toegekend, maakt dat veel personen in deze categorie scoren. Ze zijn vooral van belang vanwege het verhaal dat aan de hand van hun leven en dood verteld kan worden over de Tweede Wereldoorlog in de gemeente West Betuwe.

Hoewel een elftal grafmonumenten niet voldoet aan het criterium van de ouderdom, wordt toch geadviseerd deze grafmonumenten op te nemen in de selectie, dan wel deze aan te tekenen in het register, voor zover dat nog niet gedaan is. B. Vormgeving van het monument Bij 254 grafmonumenten (61%) is er sprake van een grafmonument met een typerende vormgeving waarvoor het een punt heeft gekregen. Meestal omdat deze grafmonumenten zodanig vormgegeven zijn dat ze afwijken van de gangbare vormgeving of omdat ze een typologische vormgeving kennen waarvan voorheen meer voorbeelden op de begraafplaats voorkwamen, bijvoorbeeld op de delen waar algemeen begraven werd. Een voorbeeld daarvan is de wijze waarop een aantal oudere stèles zijn vormgegeven. Er is dan sprake van een typische negentiende-eeuwse stèle met klassieke opbouw in de vorm van een aedicula met acroteria, wat in de bouwkunst de opbouw van een Griekse tempel verbeeld. Vaak is de symboliek afgestemd op het type, met palmetten, palmtak of een andere invulling.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

62 van 166

Mede omdat veel van de begraafplaatsen vooral in de twintigste eeuw tot stand zijn gekomen zijn er ook veel grafmonumenten met karakteristieken van de zakelijke stijl die opkwam tussen de beide Wereldoorlogen. In de gemeente West Betuwe gaat dit een beetje via twee stromen. De ene is het verzakelijkte monument, maar nog wel in hardsteen, eventueel met toevoeging van tekstplaten van marbriet of marmer. De andere lijn is dat dergelijke monumenten uitgevoerd zijn in kunststeen, zoals op nevenstaande afbeelding. Ook graniet kan voorkomen, maar dat is hier minder het geval. In sommige gevallen zijn later aanpassingen gedaan aan de monumenten, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een granieten dekplaat, terwijl het hoofdmonument van graniet is. De aspecten van de vormgeving geven dan toch nog voldoende reden om een punt toe te kennen op dit onderdeel. Er zijn ook enkele jongere voorbeelden in kalksteen, marmer en graniet opgenomen Afb. 50. Art Deco-achtig monument van kunststeen in vanwege de typerende vormgeving. Twee Herwijnen (graf AC). van de drie grafmonumenten die opgenomen zijn in Opijnen zijn om die reden geselecteerd. Er wordt in de jaren zestig en zeventig geëxperimenteerd met een zogenaamde moderne vormgeven waarbij inderdaad voor die tijd wat vreemde afgeschuinde monumenten geplaatst worden. Waar mogelijk zijn daarvan voorbeelden opgenomen in de selectie.

Ook enkele grafmonumenten met een bijzondere typografie of belettering scoorden hier. Zeker wanneer op die grafmonumenten een wat uitgebreidere tekst is opgenomen maakt dit dat die grafmonumenten op dit onderdeel scoren. Met name 5 monumenten zijn specifiek opgenomen om hun typografie. Voorts hebben enkele grafmonumenten hier een punt gekregen omdat op de steen nog een steenhouwersmerk te vinden is. Dergelijke verwijzingen van wie de steen geleverd heeft, kan van belang zijn bij verder onderzoek naar vormgeving en typologie van de grafstenen. Veel grafmonumenten die qua vormgeving zeldzaam zijn geworden, oudere grafmonumenten voor kinderen bijvoorbeeld, hebben om die reden hier punten gekregen. Vaak ook gaat het om een samenhang met materiaal, symboliek en karakteristiek. Een voorbeeld van zo’n grafmonument is te vinden in Buurmalsen voor de limonadefabrikant Wilhelm Rudolph Aalbers († 1942). De stijl neigt naar een meer zakelijke vormgeving, het materiaal is nog wel hardsteen, maar symboliek en runentekens laten het monument op meerdere onderdelen scoren, waaronder ook passend binnen de karakteristiek. Goede voorbeelden van grafmonumenten met een bijzondere vormgeving zijn te vinden op verschillende begraafplaatsen in de gemeente. Wie bijvoorbeeld let op de tekstplaten van marbriet komt veel bijzondere lettertypen tegen die in de jaren twintig en dertig gangbaar waren. C.

Karakteristiek Aan 147 grafmonumenten (35%) zijn punten toegekend vanwege het feit dat deze grafmonumenten bijdragen aan de collectieve waarde van de begraafplaatsen of grafvakken waar ze staan. Ze sluiten goed aan bij het karakter van de grafvelden waarbinnen ze staan vanwege hun gave vormgeving, opvallende INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

63 van 166

vorm of grootte of juist doordat ze een treffend voorbeeld vormen van een bijzondere vormgeving met opvallende symboliek. Op lang niet alle begraafplaats scoren grafmonumenten op dit onderdeel. Zo zijn er op de begraafplaatsen van Acquoy, nieuwe begraafplaats van Haaften, Opijnen, Hellouw, Heukelum en Meteren in het geheel geen monumenten aangetroffen die passen in een bepaalde karakteristiek. Ook op de begraafplaats in Geldermalsen is het aantal gering, mede omdat de grafmonumenten vaak niet dicht bij elkaar liggen of omdat het niet gaat om heel opvallende grafmonumenten die op zichzelf een beeldbepalende uitstraling hebben. Waar grafmonumenten wel scoren op dit onderdeel gaat het opvallende solitaire grafmonumenten maar vaak ook om sets van grafmonumenten die sterke overeenkomsten tonen en in samenhang van belang zijn. Wanneer op de geïnventariseerde begraafplaatsen veel van de op dit punt scorende grafmonumenten weggehaald worden, eindigen deze begraafplaatsen als een typologisch en cultuurhistorisch armere plek. Ze vormen dus als het ware de waardevolle bouwstenen. Wanneer grafmonumenten niet hebben gescoord op dit criterium, betekent dit niet dat de grafmonumenten niet passend zouden zijn, maar ze zijn minder te gebruiken als representant van de typische grafcultuur op de begraafplaats. D.

Bijzondere symboliek Er is op de verschillende begraafplaatsen sprake van een grote hoeveelheid toegepaste symbolen met een uiteenlopende betekenis. Bijna 60% van de geselecteerde grafmonumenten kent één of meerdere symbolen. Bij elkaar zijn bijna 40 verschillende typen symbolen aangetroffen. Toch zijn er wel een aantal symbolen te noemen die meer zijn toegepast dan andere. De palmtak, in verschillende varianten en een aantal keren als dubbele palmtak komt met bijna 37% het meest voor. Met ruim 18% komt in de selectie ook de bloem in zijn verschillende verschijningsvormen voor. Dat kan een geknakte bloem zijn, verbeelding van het te vroeg afgebroken leven op kindergraven of in gestileerde vorm ter decoratie. Bloemen komen ook veel voor in de graftrommels die aangetroffen zijn. Dat is ook de reden dat de krans als symbool hoog scoort. Dat een symbool als een kruis ook scoort heeft te maken met het feit dat op de gemeentelijke begraafplaatsen ook katholieken werden begraven, zoals in Beesd. Symbool Bloem (of bloemmotief, geknakte bloem) Chi Rho Embleem (legeronderdeel) Familiewapen Fotoportret Geometrische motieven (drievuldig snoer) Hart Krans Kruis Obelisk Palmet Palmtak Ster Treurboom Vogel Wijn (druivenblad of tak) Zandloper

Aantal 58 3 6 5 3 6 6 23 21 3 8 116 7 6 7 4 5 Totaal 287

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

% 18,4 0,9 1,9 1,6 0,9 1,9 1,9 7,3 6.6 0,9 2,5 36,7 2,2 1,9 2,2 1,3 1,6

64 van 166

Het totale aantal symbolen dat uit de inventarisatie naar voren komt, bedraagt 316. Bij 192 grafmonumenten zijn de toegepaste symbolen van een dusdanige aard dat ze daarvoor, al dan niet in combinatie met een ander criterium, een punt hebben gekregen. Wanneer we een aantal van de meest voorkomende symbolen weergeven (meer dan 3 keer voorkomend) dan zien we de volgende verdeling: Naast deze meer voorkomende symbolen zijn er nog ruim twintig symbolen die slechts een of twee keer voorkomen. Daaronder bijvoorbeeld een prachtige afbeelding van een paard op een stèle in Vuren of cherubijntjes op een zerk en een scheepje in Herwijnen. Wat opvalt is dat er nauwelijks funeraire symbolen zijn aangetroffen. Slechts een enkele keer een schedel, staarbijtende slang (ouroboros) of een toorts. Wel een aantal keer een zandloper, maar over het algemeen is de keuze terughoudend, ook op de oudere grafmonumenten. De familiewapens zijn onder symboliek gebracht, vaak om de uiteenlopende voorstellingen in dat wapen. Het gaat dan meestal om genealogische symbolen die verwijzen naar de status van de familie. Vanwege de fraaie uitwerking en soms ook uitzonderlijke symboliek is aan nagenoeg alle geïnventariseerde grafmonumenten met een familiewapen een punt toegekend. Een van de meest fraaie is te vinden in Vuren het grafmonument voor Jan Egbert van Gorcum (graf D-6-7).

Tussen de overige symbolen bevinden zich vooral minder voorkomende christelijke symbolen zoals aantal grafmonumenten waarop rolstenen zijn uitgebeeld die verwijzen naar het graf van Christus en diens wederopstanding. Opvallend was dat er twee keer een afbeelding van een eikel is aangetroffen, waarschijnlijk verwijzend naar de kracht van het geloof. Dat uit een kleine eikel een machtige boom kan ontstaan, staat ook voor het standvastige geloof in Christus. Een niet christelijk Afb. 51. Dit symbool is waarschijnlijk een eikel (Buurmalsen, graf 27-Q). symbool is de papaver die in Geldermalsen een keer is aangetroffen op een kindergraf. De papaver staat voor de eeuwige slaap. In de toegevoegde woordenlijst worden de meeste symbolen verklaard. E. Materiaalgebruik en hantering Zoals uit de beschrijvingen van de begraafplaatsen al naar voren komt, en in de groslijsten in de bijlage verder is beschreven, is Belgisch hardsteen het meest gebruikte materiaal voor de grafmonumenten op de begraafplaatsen. Om die reden is niet altijd aandacht besteed aan dit materiaal. Waar echter de toepassing van Belgisch hardsteen bijzonder of opvallend is, heeft dit grafmonument ook op dit aspect een punt gekregen. In totaal is aan 141 grafmonumenten of ensembles (34%) een punt toegekend omdat er sprake is van bijzondere materialen of bewerkingen.

Bij deze 141 grafmonumenten is sprake van een groot aantal meervoudige materiaaltoepassingen. Om een goed overzicht te geven van de resultaten is niet alleen gekeken naar de hoofdmaterialen van alle grafmonumenten en het algemeen voorkomen van het materiaal, maar is ook inzichtelijk gemaakt wat het totale resultaat van de inventarisatie is. Dat is in onderstaand overzicht gepresenteerd:

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

65 van 166

Materiaal

Aantal als Percentage hoofdmateriaal totaal

Baksteen Beton Diabas Emaille Graniet Hardsteen Hout Kalksteen Keramiek Kunststeen Marbriet Marmer Metaal Smeedijzer Zandsteen Zink Totaal

2 0 1 1 28 258 0 36 1 46 2 11 22 0 2 2 412

0,5 0,0 0,2 0,2 6,8 62,6 0,0 8,7 0,2 11,2 0,5 2,7 5,3 0,0 0,5 0,5

Aantal algemeen toegepast 19 1 1 1 36 285 2 40 3 46 16 41 36 13 2 2 544

Percentage

3,5 0,2 0,2 0,2 6,6 52,4 0,4 7,4 0,6 8,5 2,9 7,5 6,6 2,4 0,4 0,4

Uit bovenstaand overzicht van de selectie blijkt duidelijk dat een aantal materialen vooral als steunmateriaal voorkomt, of als tweede materiaal bijvoorbeeld in een tekstplaat. Zo is baksteen een typisch ondersteuningsmateriaal dat vaak in randen of roeven wordt gebruikt. In een enkel geval zijn voor dit materiaal punten toegekend omdat de baksteen de vormgeving ondersteunt. Ook materialen als marbriet en marmer worden vooral gebruikt als aanvullend materiaal in de vorm van tekstplaten. Maar soms is juist hardsteen het ondersteunende materiaal zoals bij het kindergraf van Hansje van Kessel († 1953) in Geldermalsen.

Afb. 52. Een marmeren tekstplaat wordt ondersteund door een hardstenen blok (Geldermalsen, graf 39).

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

66 van 166

De combinatie met een smeedijzeren hekwerk heeft in de meeste gevallen ook punten opgeleverd, met name omdat smeedijzer weinig voorkomt op de begraafplaatsen in West Betuwe. Gietijzer komt overigens in het geheel niet voor. Vaak is gietijzer toegepast in balusters van hekwerken of anderszins, maar dat is hier niet (meer) het geval. Aan materialen als diabas, hout, marbriet, zandsteen en zink zijn zondermeer altijd punten toegekend. In dit geval komen die materialen nauwelijks voor maar wel in Haaften bijvoorbeeld twee grafmonumenten van hout die omhuld zijn met zink. Dergelijke toepassingen kwamen waarschijnlijk voorheen veel vaker voor, maar verval heeft in de meeste gevallen ervoor gezorgd dat de grafmonumenten opgeruimd zijn. Het materiaal marbriet of marmorite is vooral toegepast in tekstplaten. Dit zwarte glas is vooral vóór de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. In Buurmalsen is wit marbriet aangetroffen, dat ook wel melkglas werd genoemd. Dergelijke glasplaten zijn kwetsbaar en vaak ook allang verwijderd. Materialen als keramiek zijn nauwelijks aanwezig op begraafplaatsen buiten Noord-Brabant en Limburg. Met name in Geldermalsen zijn enkele fraaie toepassingen aangetroffen, die met name om het materiaal een punt hebben gekregen. Bovendien verbindt in een geval het materiaal van het monument de persoon aan een belangrijke steenfabriek in Geldermalsen.

Ook geëmailleerde tekstplaten komen nauwelijks voor. Er is slechts één voorbeeld te vinden op de begraafplaatsen in Meteren. Kunststeen is daarentegen behoorlijk goed vertegenwoordigd, met fraaie voorbeelden in Herwijnen. Veel grafmonumenten hebben hier ook punten gekregen voor de wijze waarop de steen technisch bewerkt is. Vooral bij goed onderhouden grafmonumenten is zichtbaar hoe de steen bewerkt is en welke technieken daarbij gebruikt zijn. In slechts enkele gevallen is een steenhouwersmerk gevonden op de steen, zoals ook al opgemerkt bij vormgeving. Voor West Betuwe konden de grafmonumenten uit verschillende steden komen, zoals Tiel, Culemborg, Zaltbommel en Gorinchem of zelfs Leerdam. Nu, alles bij elkaar, lijken de grafmonumenten een nogal een gevarieerde herkomst te hebben, maar bekeken vanuit de oude gemeenten dan is wel meer samenhang te zien.

3.3 Eindscore Met het toepassen van de hierboven geschetste criteria zijn uiteindelijk aan 412 grafmonumenten op 501 graven punten toegekend, waarbij op 5 graven geen grafmonument staat. Die hebben wel punten gekregen en zijn zodoende zichtbaar in de totaalscore. De verdeling ziet er als volgt uit: Aantal punten 0

Aantal grafmonumenten/graven 0

1 2 3 4 5 6 7 8

70 184 112 41 3 5 1 1 417

% 0,0 16,8 44,1 26,9 9,8 0,7 1,2 0,2 0,2

Het percentage geselecteerde grafmonumenten dat op meerdere criteria scoort is 83,2%. De 70 grafmonumenten die slechts één punt scoren doen dat op zeer uiteenlopende aspecten. De meeste

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

67 van 166

punten gaan naar vormgeving (39%) en naar passend in de karakteristiek met 30%. Vervolgens krijgt 14% een punt voor de rol of het beroep. Net daaronder scoort symboliek met 13% en de laagst scorende categorie met een punt is materiaal met 4%. Karakteristiek en vormgeving zijn de hoogste scorende criteria in dit geval. Hoewel al deze grafmonumenten slechts op één aspect scoren, vormen ze wel een goede toevoeging aan het geheel. In totaal scoren alle grafmonumenten 998 punten, gemiddeld 2,4 per grafmonument. Het aantal grafmonumenten dat scoort op vormgeving geeft voor veel grafmonumenten de doorslag (61% van alle grafmonumenten). Verder is symboliek goed voor 46% en karakteristiek voor 35%, terwijl materiaal bij 34% scoort. Maar de biografische betekenis heeft qua totaal aantal punten ook een grote betekenis. Wanneer de gemeente van plan is de criteria strikter te hanteren dan kan daarbij vooral gekeken worden naar passend in het karakter en met name waar grafmonumenten alleen op dat punt scoren. Daarbij dient dan wel rekening gehouden te worden met het feit dat dan op de verschillende begraafplaatsen of grafvelden veel ‘ankerpunten’ of groepen van monumenten zouden kunnen verdwijnen.

Kijken we naar een verdeling per begraafplaats dan komen we tot het volgende overzicht: Begraafplaats Acquoy Asperen Beesd Buurmalsen Deil Enspijk Est Geldermalsen Haaften oud Haaften nieuw Hellouw Herwijnen Heukelum Meteren Ophemert Opijnen Spijk Tuil Varik Vuren Graaf Reinaldweg Vuren Waaldijk Waardenburg

Aantal grafmonumenten 2 12 16 41 40 6 13 48 39 3 6 71 1 7 20 3 15 10 10 0 23 31 417

Aantal graven 2 12 16 41 44 6 15 48 39 6 7 121 1 7 26 6 15 8 12 0 25 44 501

Uiteindelijk zijn de meeste grafmonumenten geselecteerd op de gemeentelijke begraafplaats van Herwijnen, gevolgd door de gemeentelijke begraafplaats in Geldermalsen en Buurmalsen. Gezien de grootte en ouderdom van de respectievelijke begraafplaatsen, lag dit ook enigszins in de verwachting. Op de nieuwe begraafplaats in Vuren zijn in het geheel geen grafmonumenten geïnventariseerd ,terwijl er in Heukelum slechts 1 naar voren is gekomen die momenteel van belang lijkt om te behouden. De wijze waarop in de toekomst met de geselecteerde en de overige grafmonumenten (en de begraafplaatsen) omgegaan kan worden, wordt in de volgende hoofdstukken behandeld. Daar wordt ook per begraafplaats kort ingegaan op de eventuele betekenis ten opzichte van de ontwikkelvisie voor

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

68 van 166

de begraafplaats, zoals vastgelegd in bijlage Ontwikkelvisie van het Beleids- en beheerplan begraafplaatsen West Betuwe 2019 - 2023.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

69 van 166

4 ADVIES OMGANG MET GESELECTEERDE GRAFMONUMENTEN Op de 21 geïnventariseerde begraafplaatsen (de nieuwe begraafplaats in Vuren is niet geïnventariseerd) in de gemeente West Betuwe zijn in totaal 412 grafmonumenten geselecteerd. Bij de selectie komt een klein deel van de grafmonumenten (4%) naar voren dat ze in matige tot slechte staat verkeren. Het gaat hier om in totaal 15 grafmonumenten waarvoor ingrijpen op korte termijn noodzakelijk is om ze ook daadwerkelijk te behouden. Ten aanzien van het onderhoud van de grafmonumenten zijn per begraafplaats wel verschillen zichtbaar. In Herwijnen zijn duidelijk maatregelen genomen om het onderhoud te verbeteren, maar in Deil verkeren veel grafmonumenten (veelal buiten de selectie) in slechte staat. Ook ten aanzien van de staat van onderhoud van de begraafplaats zijn grote verschillen merkbaar. Zo lijkt de begraafplaats van Waardenburg de laatste jaren veranderd doordat hier meer ingezet is op biodiversiteit. De geselecteerde grafmonumenten dienen onderhouden te worden door de rechthebbenden, conform artikel 21, lid 2 van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente West Betuwe 2019. In de voormalige gemeente Geldermalsen bestond ooit de mogelijkheid om het onderhoud af te kopen voor een bepaalde termijn.

Waar dat het geval is, zal de gemeente West Betuwe de in het verleden aangegane afkoop van het onderhoud voor veel grafmonumenten nog gestand moeten doen. Over de staat van onderhoud in het algemeen is weinig aan te merken. Bij de inventarisatie bleek dat veel grafmonumenten goed zichtbaar waren, niet overwoekerd en hooguit verweerd waren. Alleen in Waardenburg wijkt de situatie sterk af, zoals in onderstaand voorbeeld zichtbaar is.

Afb. 53. Graf AA-75-A t/m F in Waardenburg in 2016 en in 2023. Door de beplanting is de schade aan het monument nauwelijks zichtbaar.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE

70 van 166

Met name in Waardenburg zijn bij de inventarisatie enkele knelpunten gesignaleerd. De keuze voor een kruiden- en bloemrijk geheel is niet geheel in het voordeel van de beleving van de begraafplaats. Grafmonumenten worden in sommige gevallen aan het oog onttrokken en bovendien kan door de groei en het nadien weer onderhouden van het groen, extra schade aan de grafmonumenten optreden. De toekomstvisie op deze begraafplaats is wel geëffectueerd. In paragraaf 4.3 zal hier nader op ingegaan worden. Gezien de oproepen die her en der geplaatst zijn, worden rechthebbenden wel gewezen op het verlopen van hun rechten. Als de rechthebbende bekend is, wordt deze ook aangeschreven op grond van artikel 21.5. Feitelijk zou daarvoor gekeken moeten worden naar de verordening die gold toen het grafrecht voor de betreffende graven werd uitgegeven. Los van de grafmonumenten die concreet in een slechte staat verkeren, is de vraag hoe nu in de toekomst om te gaan met de 412 geselecteerde grafmonumenten en 5 graven zonder grafmonument? Daartoe wordt niet alleen naar de selectie gekeken, maar ook naar de begraafplaatsen in breder verband (komt ook aan de orde in paragraaf 4.3). In een apart hoofdstuk zal daartoe ook ingegaan worden op de omgang met de niet-geselecteerde grafmonumenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/673/documents/16007