CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-066-bijlage-Milieudeel-1a-Radarlocatie-Radarstation-Herwijnen-fase-1-Ontwerpbesluit.pdf

Gemeenteraad 7 mei 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 4: Zienswijze Radartoren Herwijnen10.036 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1LHXZH6WHHJ 1LHXZH6WHHJ

1LHXZH6WHHJ

%HVWDDQG WUDIRVWDWLRQ

1LHXZH UDGDUWRUHQ

0HUW

&RRUGLQDWHQPLGGHOSXQW ; <

W

HU

1LHXZH6WHHJ

0

1LHXZH6WHHJ

1LHXZH6WHHJ

0HUW

%URHNJUDDI %URHNJUDDI

%URHNJUDDI

:DGHQVWHLQVHVWHHJ

1LHXZH6WHHJ

3HHUVWHHJ

:DGHQVWHLQVH

VWHHJ

%URHNJUDDI

1LHXZH6WHHJ

6LWXDWLH

*UDDI

5HLQD

OGZHJ

:DGHQVWH

OHOZHJ

1LHXZH6WHHJ

3DUDO

LQVHVWHH J

*UDD I5HLQ 3DUDO DOGZ HJ OHOZHJ

5DGDUORFDWLH+HUZLMQHQ 6SHFLILFDWLH

6LWXDWLHHQOLJJLQJ

HLQDOG ZH

J 3DUDOOH OZHJ

3DUDOOHOZHJ

-DVPLMQKRI

*UDDI5HLQDOGZHJ 9OLHUKRI

-DVPLMQKRI

NNHUV

*UDDI5HLQDOGZHJ

.URPPH$

:DGHQV

WHLQVHVWHH

J

*UDDI5

9OLHUKRI

5R]HQVWUDDW

XWOD %R

DQ

%DVLO6FDUIIODDQ

9HUYRRUQODDQ

1LHXZH6WHHJ

XWOD

DQ

%R

6LWXDWLH

2EMHFWQXPPHU + *HERXZQXPPHU  %HVWHNQXPPHU  3URMHFWQXPPHU 3 )DVH $DQYUDDJYHUJXQQLQJ 9HUVLH 

*HWHNHQG *HFRQWUROHHUG 'DWXP 6FKDDO )RUPDDW

0G/    $

'RFXPHQWFRGH 

%ODG

 5LMNVYDVWJRHGEHGULMI

0LQLVWHULHYDQ%LQQHQODQGVH=DNHQHQ .RQLQNULMNVUHODWLHV

+B3B6LWXDWLHWHNHQLQJGZJ

YDQ 

'LUHFWLH9DVWJRHGEHKHHU ZZZULMNVYDVWJRHGEHGULMIQO    SORWGDWXP

Legenda

k

Hoofdingang Objectgrens Gebouwen Ondergrondse gebouwen

Topografie

38H02 RADARLOCATIE HERWIJNEN Schaal: 1:400 (A3) Datum: 03 april 2023

³ ² 0

4

8

12

16

20 m.

Rijksvastgoedbedrijf Hoewel aan de totstandkoming van deze vastgoedgegevens de uiterste zorg is besteed, aanvaardt het Rijksvastgoedbedrijf geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele fouten, onduidelijkheden of onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. © Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties



 





 

 











 









!$!

  ' (  ' )      ' 



16$



 

* & '$%'5) * &%'%  5 '(-'' (-' % !()







7$  7$ ( $"



$

%



7$ '  55'!

  

 



0







836

'LHVHOWDQN







764 (  764 '5 764 '%( 









 

         ($! 55'!



 !"!   





0

 #$$%

4 4 4 4

&$$%









 



 

$















 $



     

(  '5 (  '5

'!$





    





 &$$%$(% % $$%)     * $ + ,-'.'- ) + /) * (!" '(!('!, ' 010 * 2$"! '  010  3 23 ) * 45* %  ( $"($) * 6 %    3' ( ' 3' ) * 7$'  !' ( $"($) * 8')010 '  5'$) * 1!')010  '  5'$) * 9!"')010 ) * :868' !$)

764'5 764( 

  "% % $%'    ( $"($010 ' $% '(%  010 ) 6')010  ) 4"5$' ( ') 5'$) % %  010 ) * 8 5' "5 $%  010 ) * ""! $(!  !5 ) * "% % %$ 5('(,- )()' (%  $,) * * * *

764'%( 





 7$ '  55'!.764/ 764





















   * 1! '$ 

' )

        * 75!'$%   %  010)



  * % $%'  "5 % $%$,(-)  





* *  ?? 

     

5!'"! 

4'5 4( 

 ($! 55'!. 4/ 4





0) $ #)=

>) >)

5 -%

 !"

# :"-



)



5 -%



)

% -'

5$

!

% 

"-, 

#$%# "&

;



4

79'21 #$($  ($   <77$!  * 

$

 



Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning 38H02 Radarlocatie Herwijnen Versie

1.0

Datum

20 juni 2023

Status

Definitief

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

Colofon

Versie

1.0

Contactpersoon

Rijksvastgoedbedrijf Vastgoedbeheer Assetmanagement Sectie omgevingsmanagement

Pagina 2 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

Inhoud

1. Niet-technische samenvatting ......................................................... 5 2. Inleiding ...................................................................................... 6 2.1. Beschrijving van de voorgenomen activiteiten .............................. 6 2.2. Geheimhouding /classificatie ...................................................... 6 2.3. Situering van de inrichting......................................................... 6 2.4. Indeling van de inrichting .......................................................... 6 2.5. Bedrijfstijden ........................................................................... 6 3. Beleid en regelgeving..................................................................... 7 3.1. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht .................................. 7 3.2. Activiteitenbesluit milieubeheer .................................................. 7 3.3. Waterwet ................................................................................ 7 3.4. Besluit milieueffectrapportage .................................................... 7 3.5. Rijksinpassingsplan en Rijkscoördinatieregeling ............................ 7 3.6. Besluit externe veiligheid inrichtingen ......................................... 8 3.7. Richtlijn industriële emissies ......................................................

8 3.8. Wet natuurbescherming ............................................................ 8 4. Beschrijving activiteiten ................................................................. 9 4.1. Hoofdactiviteiten ...................................................................... 9 4.2. Nevenactiviteiten ..................................................................... 9 4.2.1. Noodstroomaggregaat ......................................................... 9 4.2.2. Opslag diesel in bovengrondse tank ....................................... 9 4.2.3. UPS installatie .................................................................... 9 4.2.4. Koelinstallatie ..................................................................... 9 4.2.5. Onderhoudswerkzaamheden ................................................. 9 4.3. Planbare incidentele activiteiten ................................................. 9 5. Milieuaspecten ............................................................................ 10 5.1. Bodem ................................................................................. 10 5.1.1. Bodemkwaliteit ................................................................. 10 5.1.2. Bodembeschermende voorzieningen en maatregelen.............. 10 5.2. Water ...................................................................................

10 5.3. Afvalstoffen ........................................................................... 11

Pagina 3 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

5.4. Lucht ................................................................................... 11 5.4.1. Luchtkwaliteit ................................................................... 11 5.4.2. Koelinstallaties ................................................................. 11 5.5. Geluid en trillingen ................................................................. 11 5.5.1. Industriegeluid ................................................................. 11 5.6. Energie ................................................................................. 12 5.6.1. Noodstroomaggregaat (diesel) ............................................ 12 5.6.2. UPS ................................................................................ 13 5.6.3. Energiebesparing .............................................................. 13 5.7. Externe veiligheid en brandveiligheid ........................................ 13 5.7.1. Opslag gevaarlijke stoffen in verpakking .............................. 13 5.7.2. Opslag in tanks................................................................. 13 5.7.3. Opslag ontplofbare stoffen ................................................. 13 5.8. Ongewone voorvallen ............................................................. 13 5.8.1. Brandgevaar ....................................................................

13 5.8.2. Vrijkomen van (gevaarlijke) stoffen ..................................... 14 5.9. Verkeer en vervoer................................................................. 14 5.10. Elektromagnetische straling ................................................... 14 5.11. Lichthinder .......................................................................... 15 5.12. Milieuzorg ........................................................................... 15

Pagina 4 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

1.

Niet-technische samenvatting

De milieuaspecten inclusief een korte omschrijving van de maatregelen om de milieueffecten zo veel mogelijk te beperken, zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Milieuaspect

Maatregelen om effecten op het milieu te beperken

Bodem

Primair wordt geconformeerd aan de NRB om bodemverontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Het betreft in dit geval een verwaarloosbaar bodemrisico.

(Afval)water

Septictank / IBA geen lozing op het riool.

Afvalstoffen

Het betreft een onbemande radarpost. Afval van onderhoud wordt meegenomen door het onderhoudsbedrijf. Er komen hierdoor geen afvalstoffen vrij op het terrein van de inrichting.

Lucht en geur

De aangevraagde activiteiten hebben geen negatieve effecten op de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een toename in verkeer en er worden geen nieuwe relevante installaties gerealiseerd met gevolgen voor de luchtkwaliteit.

Geluid

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de richtwaarden die gelden voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT).

Energie

Het verbruik van de inrichting rechtvaardigt op dit moment niet een investering om het energieverbruik te verminderen.

Veiligheid

Voor veiligheid in relatie tot straling zie het stralingsrapport (bijlage M08).

Verkeer en vervoer

De inrichting betreft een onbemande inrichting. Incidenteel komt er verkeer op locatie voor onderhoud van gebouw, terrein en installaties.

Straling

Uit de gegevens over straling volgt dat de SMART-L Radar voldoet aan de ICNIRP 1998 richtlijn en ook aan de herziene richtlijn ICNIRP 2020.

Natuur

Uit het stikstofdepositie onderzoek blijkt dat de activiteiten van de inrichting leiden tot een stikstofdepositie van 0,00 mol N/ha/jaar. Blijkens de Quick scan natuur staat de bescherming van de natuur de ontwikkeling niet in de weg. Er is geen sprake van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Pagina 5 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

2.

Inleiding

2.1.

Beschrijving van de voorgenomen activiteiten De hoofdactiviteit van Radarlocatie Herwijnen is het controleren/bewaken van het Nederlandse luchtruim met behulp van een SMART-L radarinstallatie. Voor het in gebruik hebben van een militair onbemand radarstation, gelegen op een terrein in het buitengebied van Herwijnen, gemeente West Betuwe, wordt een omgevingsvergunning (milieu) aangevraagd (oprichten). De inrichting betreft een inrichting zoals beschreven in het Besluit Omgevingsrecht (BOR), categorie 29. De inrichting is tevens een inrichting waar elektrische energie wordt omgezet in stralingsenergie, waarbij het elektrisch vermogen of gezamenlijk elektrisch vermogen voor de omzetting van die energie groter is dan 4 kW (inrichting type C), zoals beschreven in het Besluit Omgevingsrecht (BOR), categorie 20. De militaire radarpost bestaat uit een radartoren met daarop geplaatst een SMART- L Radar die volcontinu draait (24/7). De radar op de radartoren staat in een radome (een bolvormige koepel) ter vermindering van geluidemissie. De radarpost is primair bedoeld voor bewaking van het Nederlandse luchtruim.

2.2.

Geheimhouding /classificatie Er is geen reden om de aanvraag of delen van de aanvraag buiten de openbaarheid te houden. Een bepaalde officiële classificatie wordt niet noodzakelijk geacht.

2.3.

Situering van de inrichting De inrichting ligt in een landelijke agrarische omgeving. In bijlage M01 is een situatietekening van de inrichting opgenomen.

2.4.

Indeling van de inrichting Op het terrein is een radartoren aanwezig met daarop gemonteerd een radome waarin zich de SMART-L radar bevindt. Het terrein is voorzien van een hekwerk op de inrichtingsgrens. In bijlage M02 is een plattegrond van de inrichting opgenomen.

2.5.

Bedrijfstijden De inrichting betreft een onbemande inrichting en is volcontinu in bedrijf (24 uur per dag en 7 dagen in de week).

Pagina 6 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

3.

Beleid en regelgeving

3.1.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Als gevolg van de voorgenomen activiteiten is sprake van het oprichten van een inrichting in de zin van artikel 2.1, lid 1, sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Tevens is er sprake het bouwen van een bouwwerk (sub a).

3.2.

Activiteitenbesluit milieubeheer Radarlocatie Herwijnen is een type C inrichting. Voor type C inrichtingen zijn bepaalde onderdelen van het Activiteitenbesluit van toepassing. Voor Radarlocatie Herwijnen gaat het specifiek om de volgende onderdelen. 3.1.3

Het lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodem beschermende voorziening.

3.1.4 3.2.1

Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie. Het in werking hebben van een middelgrote stookinstallatie niet zijnde een grote installatie.

3.4.9

Het opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse tank.

Ook zijn de onderdelen §2.1 Zorgplicht, §2.2 Lozingen en §2.4 Bodem (type C geen IPPC) van toepassing op de hierboven genoemde activiteiten uit hoofdstuk 3 van Activiteitenbesluit. 3.3.

Waterwet De inrichting valt niet onder de werkingssfeer van de Waterwet.

3.4.

Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Er is sprake van een m.e.r. –plicht of m.e.r. beoordelingsplicht wanneer het te realiseren project wordt genoemd in onderdeel C of D van de bijlage Besluit m.e.r. Dat is hier niet het geval. Er is geen sprake van een m.e.r. plicht of een beoordelingsplicht.

3.5.

Rijksinpassingsplan en Rijkscoördinatieregeling Aanvankelijk zou de voormalige gemeente Lingewaal zelf de benodigde bestemmingsplanwijziging door voeren. In oktober 2018 weigerde de gemeenteraad van Lingewaal het bestemmingsplan echter vast te stellen. Overleg in de periode daarna heeft niet geleid tot een oplossing, waarmee de nationale belangen voldoende geborgd konden worden. Daarom heeft het Rijk besloten, conform artikel 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening met gebruikmaking van de Rijkscoördinatieregeling de bouw van het radarstation op de locatie Herwijnen zelf mogelijk te maken.

Pagina 7 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

Volgens de wetgever is het Inpassingsplan bij uitstek het instrument om de besluitvorming ten aanzien van projecten met een nationaal belang in de hand van de minister te houden of om in te zetten als de besluitvorming omtrent dergelijke projecten op gemeentelijk niveau is vastgelopen. Hiermee kan worden verzekerd dat alsnog de benodigde besluiten worden genomen om tijdig het betreffende nationale belang te realiseren. In deze situatie gaat het om het realiseren van een militair radarstation waardoor de luchtverdedigingscapaciteit in Nederland geborgd blijft. Het college van de Gemeente West Betuwe (sinds 2019 de opvolger van de Gemeente Lingewaal) en het provinciale bestuur van Gelderland zijn op de hoogte gebracht door Defensie van het voornemen om een Rijksinpassingsplan op te stellen en gebruik te maken van de Rijkscoördinatieregeling. 3.6.

Besluit externe veiligheid inrichtingen De inrichting valt niet onder het besluit externe veiligheid inrichtingen. Voor externe veiligheid gerelateerd aan straling wordt naar het stralingsrapport verwezen (bijlage M08).

3.7.

Richtlijn industriële emissies De inrichting valt niet onder de Richtlijn Industriële Emissies (RIE).

3.8.

Wet natuurbescherming Het terrein van de inrichting is geen onderdeel van Natura-2000 gebied. Wel liggen er enkele Natura 2000-gebieden in de omgeving van het besluitgebied. Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem ligt op 3,7 kilometer ten zuidwesten, Lingegebied en Diefdijk-Zuid op 3,8 kilometer ten noordwesten en Rijntakken op 8,2 kilometer ten zuidoosten van het besluit-gebied. Het besluitgebied ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland. Op 190 meter ten oosten van het besluitgebied ligt gebied dat tot de Groene ontwikkelingszone en als Weidevogelgebied is aangewezen. Gelders natuurnetwerk ligt ongeveer 2 kilometer van het besluitgebied verwijderd. Weidevogelleefgebied ligt ook op ongeveer 2 kilometer afstand van het besluitgebied. Ganzenfoerageergebied ligt op meerdere kilometers afstand in Natura 2000-gebied Rijntakken. Uit het stikstofdepositie onderzoek blijkt dat de activiteiten van de inrichting leiden tot een stikstofdepositie van 0,00 mol N/ha/jaar. Er is geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming voor stikstofdepositie. Zie de Aerius berekening in bijlage M09. Naast de emissie van stikstof kunnen de activiteiten binnen de inrichting andere natuurverstoringen inhouden, zoals trillingen, geluid en/of licht. Aan de hand van een Quick scan natuur (effectbeoordeling) is nagegaan of er een significant effect te verwachten is.

De Quick scan is opgenomen als bijlage M10. De conclusie van het onderzoek is dat de bescherming van de natuur de ontwikkeling niet in de weg staat, mits aan de in het onderzoek genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Pagina 8 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

4.

Beschrijving activiteiten

4.1.

Hoofdactiviteiten De hoofdactiviteit betreft het met behulp van radiogolven de omgeving afzoeken naar objecten in de lucht, om zodoende het nationale luchtruim te bewaken.

4.2.

Nevenactiviteiten

4.2.1.

Noodstroomaggregaat Het (in werking) hebben van een noodstroomaggregaat.

4.2.2.

Opslag diesel in bovengrondse tank Het opslaan van 2.800 liter dieselolie in een dubbelwandige bovengrondse inpandige stalen tank. De diesel wordt opgeslagen ten behoeve van de brandstofvoorziening van het noodstroomaggregaat.

4.2.3.

UPS installatie Bij een stroomstoring wordt automatisch de Uninterruptible Power Supply (UPS) installatie geactiveerd, daarna kan het noodstroomaggregaat de levering van stroom overnemen. De UPS installatie bestaat uit een serie onderhoudsvrije (droge) cel (lood)accu’s.

4.2.4.

Koelinstallatie Binnen de inrichting is een koelinstallatie aanwezig. De inhoud van het koelsysteem is 50 liter. Het koelmiddel is water aangevuld met Glycol. Tevens zijn in diverse ruimtes airco-units geplaatst

4.2.5.

Onderhoudswerkzaamheden Er vinden periodiek onderhoudswerkzaamheden plaats.

4.3.

Planbare incidentele activiteiten Op het terrein van de inrichting zijn geen planbare incidentele activiteiten voorzien Dit vloeit voort uit het feit dat de inrichting een onbemande inrichting is.

Pagina 9 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

5.

Milieuaspecten

5.1.

Bodem

5.1.1.

Bodemkwaliteit In november en december 2015 is een bodemonderzoek uitgevoerd en gerapporteerd voor onderhavige locatie. De rapportage is opgenomen in bijlage M04A. In november 2020 is een actualisatieonderzoek uitgevoerd. Deze rapportage is opgenomen in bijlage M04B. In 2018 is de aanwezige ondergrondse huisbrandolietank verwijderd. Het tanksaneringscertificaat is als bijlage M05 opgenomen bij deze aanvraag.

5.1.2.

Bodembeschermende voorzieningen en maatregelen Binnen de inrichting vinden de volgende bodembedreigende activiteiten plaats: -

het in gebruik hebben van een bovengrondse opslagtank voor diesel;

-

het in gebruik hebben van een koelsysteem met glycol.

-

opslag van gevaarlijke stoffen (grijpvoorraad van glycol en andere onderhoudsmiddelen) in een milieukast conform PGS15. De kast staat op de begane grond onder de trap.

De 2.800 liter dieseltank is inpandig gesitueerd, evenals het vulpunt van de tank. De tank is dubbelwandig met lekdetectie. Het vullen van de tank geschiedt d.m.v. een gesloten (vaste) koppeling aan het brandstof leverende voertuig. Het koelsysteem is voorzien van een lekbak van voldoende capaciteit. Vloeistoffen uit de lekbak worden afgevoerd door een bevoegd inzamelaar. Hiermee wordt voor de gehele inrichting een verwaarloosbaar bodemrisico bereikt. 5.2.

Water Onderstaande tabel geeft een indicatief overzicht van het watergebruik en de afvalwaterstromen.

Gebruikersdoel

Hoeveelheid

Zuiveringtechnische

/ herkomst

per jaar (m3)

voorzieningen

Huishoudelijk

1,7

Septic tank

Infiltratie / oppervlaktewater

gebruik Schoon

Afvoer naar

-

N.v.t.

hemelwater

Infiltratie / oppervlaktewater

daken en verhard terrein

Voor huishoudelijk gebruik wordt leidingwater gebruikt.

Pagina 10 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

5.3.

Afvalstoffen Afvalstoffen komen op het terrein van de inrichting niet vrij. Het betreft hier een onbemande locatie. Niet uitgesloten is dat er een geringe hoeveelheid afval ontstaat bij onderhoudswerkzaamheden. Indien dit het geval is dan neemt de onderhoudsmonteur de afvalstoffen (gescheiden) mee.

5.4.

Lucht

5.4.1.

Luchtkwaliteit De aangevraagde activiteiten hebben geen negatieve effecten op de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een relevante toename in verkeer en er worden geen nieuwe relevante installaties gerealiseerd met gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een zeer geringe emissie naar lucht is te verwachten van het noodstroomaggregaat en van enkele voertuigbewegingen (periodiek wordt de onbemande post bezocht door een onderhoudsmonteur). Het noodstroomaggregaat is diesel gestookt en is inpandig opgesteld (in de toren). Dit noodstroomaggregaat is alleen in werking bij een stroomuitval of bij testactiviteiten. De grensmassastromen zoals genoemd in artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit worden niet overschreden.

5.4.2.

Koelinstallaties Binnen de inrichting zijn 2 koelinstallaties aanwezig ten behoeve van koeling van de radarinstallatie. Als koudemiddel wordt hierbij gebruik gemaakt van drinkwater aangevuld met glycol en daarnaast koudemiddel R-410A. Het betreft 6,3 kg koudemiddel per koelunit en 2 koelunits per koelinstallatie. Het veiligheidsinformatieblad van glycol is als bijlage M06 bij deze aanvraag om vergunning toegevoegd. De installaties worden periodiek gekeurd en gecontroleerd. Tevens zijn in diverse ruimtes airco-units geplaatst. Deze kunnen koelen en verwarmen.

5.5.

Geluid en trillingen

5.5.1.

Industriegeluid Ter bepaling van de geluidemissie van de inrichting is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit akoestisch onderzoek is als bijlage M07 bij deze aanvraag om vergunning toegevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de richtwaarden die gelden voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT).

Pagina 11 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

5.6.

Energie Binnen de inrichting wordt elektriciteit en dieselolie verbruikt. Een schatting van de verbruiken is vermeld in onderstaande tabel.

Energie

Ingeschat verbruik op jaarbasis

Elektriciteit

Vermogen benodigd (nuts): 400 V – 3 x 1000 A. berekend: U(lijn) x I (lijn) x ¥3 x cos ij = 400 x 1000 x 1,73 x 0,8 = 554 kW Verbruik radar

225 kW – 400 V

Verbruik radar

20 kW – 115 V

Defensie apparatuur

2 kW

Installatieruimte

10 kW

Totaal

257 kW

Bij volcontinue gebruik gaat het om 8.760 uur jaarlijks. Het jaarverbruik is dan 8.760 x 257 = 2.251 MWh. Aardgas

n.v.t.

Propaan

n.v.t.

Dieselolie

Verbruik ten behoeve van periodiek testen en bij stroomuitval. Per testbeurt zal de noodstroomaggregaat circa 1 uur draaien.

HBO

n.v.t.

Inrichtingen met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van minimaal 50.000 kWh worden als energierelevant bestempeld in het landelijk beleid dat is vastgelegd in de circulaire Energie in de milieuvergunning. Binnen het de Radarlocatie Herwijnen wordt meer dan 50.000 kWh per jaar verbruikt. 5.6.1.

Noodstroomaggregaat (diesel) Op het terrein van radarstation Herwijnen wordt een noodstroomaggregaat geplaatst bedoeld voor het opvangen van mogelijke stroomstoringen (noodsituaties). Het aggregaat wordt periodiek gecontroleerd (12 x per jaar) op een goede werking (proefdraaien). Het proefdraaien zal circa een uur in beslag nemen (half uur onbelast en een half uur belast). De geluidemissie is te verwaarlozen evenals de uitstoot van uitlaatgassen.

Pagina 12 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

5.6.2.

UPS Bij een stroomstoring wordt automatisch de UPS installatie geactiveerd, daarna kan het noodstroomaggregaat de levering van stroom overnemen. De UPS installatie bestaat uit een serie onderhoudsvrije (droge) cel accu’s. De batterijconfiguratie is geplaatst in een open stelling/rack in een geklimatiseerde ruimte. Het ontwerp gaat uit van een automatische maandelijkse test. Eventueel kunnen ook manuele tests op locatie worden uitgevoerd.

5.6.3.

Energiebesparing Energiebesparing op deze locatie is niet mogelijk omdat bijna alle energie die gebruikt wordt nodig is voor de werking van de radarinstallatie. Voor het radarstation is dan ook geen energiebesparingsplan opgesteld.

5.7.

Externe veiligheid en brandveiligheid

5.7.1.

Opslag gevaarlijke stoffen in verpakking Er worden ten behoeve van onderhoud gevaarlijke stoffen in verpakking opgeslagen. Dit betreft een zogenaamde grijpvoorraad. Opslag vindt plaats een milieukast conform PGS 15.

5.7.2.

Opslag in tanks De opslag van de bovengrondse dubbelwandige dieseltank voldoet aan de PGS 30.

5.7.3.

Opslag ontplofbare stoffen Er worden geen ontplofbare stoffen opgeslagen.

5.8.

Ongewone voorvallen Mogelijke incidenten / ongewone voorvallen die zich binnen de inrichting kunnen voordoen, zijn:

5.8.1.

x

brand

x

lekkages en morsen van bodembedreigende stoffen

Brandgevaar Er worden brandblusinstallaties geplaatst. Dit betreft een gasblusinstallatie en een watermistinstallatie. De watermistinstallatie heeft een ondergrondse voorraadtank van 12 m3. Deze tank wordt gevuld met drinkwater en is gesitueerd in het buitenterrein. De brandblusinstallaties zijn niet wettelijk voorgeschreven. Echter Defensie heeft er wel voor gekozen om deze te plaatsen. Daarnaast is er een brandmeldinstallatie geplaatst. De brandmeldinstallatie is aangesloten op het Defensie bewakings- en beveiligingssysteem (DBBS) voor een doormelding naar de centrale meldkamer (CMK) van Defensie. Daarnaast zijn er voldoende hand blusmiddelen voorhanden (schuim- of poederblusser met een inhoud van 6 kg). Met betrekking tot het voorkomen en/of beperken van brand zijn de volgende maatregelen getroffen: x

In de gebouwen geldt een rookverbod. Daarnaast geldt een verbod voor open vuur. Dit wordt door opschriften kenbaar gemaakt.

x

Bliksembeveiliging.

Pagina 13 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

x

Brandwerende muren (ter voorkoming van brandoverslag).

x

Overvulbeveiliging.

x

Aarding installaties/apparatuur.

x

Bezoekregeling/instructies.

x

Huisregels.

De volgende specifieke procedurele maatregelen zijn gerealiseerd om de gevolgen voor de omgeving te beperken ingeval van ongewone voorvallen:

5.8.2.

x

werkinstructies personeel (in relatie tot onderhoud)

x

bedrijfsnoodplan

Vrijkomen van (gevaarlijke) stoffen Medewerkers die werken met gevaarlijke (afval)stoffen binnen de inrichting zijn voorgelicht over het gebruik en de gevaaraspecten. Maatregelen met betrekking tot morsen en lekkages zijn bekend bij de mensen die handelingen uitvoeren.

5.9.

Verkeer en vervoer De inrichting betreft een onbemande inrichting. Incidenteel komt er verkeer op locatie voor onderhoud van gebouw, terrein en installaties.

5.10.

Elektromagnetische straling Omdat het hier een inrichting betreft waar elektrische energie wordt omgezet in stralingsenergie, waarbij het elektrisch vermogen of gezamenlijk elektrisch vermogen voor de omzetting van die energie groter is dan 4 kW (inrichting type C) zijn gegevens over straling opgenomen in bijlage M08. De norm voor stralingsbelasting die gehanteerd wordt, is de ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). In deze norm is gesteld dat daar waar sprake is van publiek toegankelijk gebied, voldaan moet worden aan ICNIRP. Om te bepalen wat als publiek toegankelijke gebied beschouwd moet worden, is door Defensie kijkend naar de omgeving van Herwijnen een ICNIRP-contour gesteld. Het rapport is opgenomen als bijlage M08A ICNIRP-contour. Thales heeft het systeem zodanig ontwikkeld dat buiten de ICNIRP-contour wordt voldaan aan de ICNIRP-norm. Uit bijlage M08B Safety Statement blijkt dat voldaan zal gaan worden. Om dit te bewerkstelligen heeft Thales een aantal veiligheidsvoorzieningen ingebouwd (zie H4 van bijlage M08B Safety statement). De stralingsbelasting naar de omgeving is ter controle gemodelleerd door TNO in de rapporten opgenomen in bijlage M08C TNO 2020 R10094 en aanvulling M08D TNO 2020 R11278 inclusief erratum voor herstel van een tikfout.

Uit het eerste onderzoek blijkt dat de SMART-L voldoet aan de blootstellingslimieten die de ICNIRP 1998richtlijn adviseert - ook indien andere radiofrequente bronnen worden meegerekend en uit het tweede onderzoek blijkt ook dat getoetst aan de herziene ICNIRP 2020 de SMART-L voldoet.

Pagina 14 van 15

Definitief | Toelichting bij aanvraag omgevingsvergunning | 20 juni 2023

Daarnaast heeft TNO gekeken naar de samengestelde stralingsbelasting. Het rapport hiervan is opgenomen in bijlage M08E TNO memo RADHAZ. Uit het rapport blijkt dat de bijdrage van de SMART-L aan de gelijktijdige samengestelde blootstelling voldoet aan het in de ICNIRP-richtlijn gestelde basisrestrictie voor algemeen publiek. Ook is de bijdrage van de SMART-L radarinstallatie dusdanig laag dat er geen locatie aan te wijzen is die significant beter (dan de voorgenomen locatie Herwijnen) scoort op een zo laag mogelijk blootstellingsniveau. Bij een soortgelijke radar in Wier zijn door een onafhankelijke internationaal opererende expertiseorganisatie DEKRA metingen uitgevoerd. Deze zijn opgenomen in bijlage M08F stralingsmetingen. Aangezien in Herwijnen een identieke radar wordt geplaatst, kunnen deze metingen als referentie worden beschouwd. Uit deze metingen blijkt dat op alle gemeten afstanden en voor alle modi aan ICNIRP wordt voldaan. Nadat de radarinstallatie is geplaatst en kan functioneren, worden in opdracht van Defensie ook in Herwijnen ICNIRP-verificatiemetingen uitgevoerd. Deze metingen zullen periodiek worden herhaald en staan los van de eventuele metingen die de toezichthouder Rijksdienst voor de Digitale Infrastructuur kan uitvoeren. 5.11.

Lichthinder Op hoekpunten van de toren worden obstructie lichten geplaatst (4) deze lichten zijn naar boven gericht. De lichtintensiteit van elk van deze lichten is 10 Candela. Dit is een aanvullende maatregel vanuit Defensie om de veiligheid voor luchtvaartuigen te verhogen.

5.12.

Milieuzorg Binnen de inrichting is een onderhoud- en inspectieplan opgesteld. Verder vindt er registratie plaats van energieverbruiken (elektra, diesel) en leidingwaterverbruik.

Pagina 15 van 15

Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen

Rijksvastgoed bedrijf

7 deceber 2015

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 3 / 11

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Basisinformatie

5

2.1 Huidige situatie

5

2.2 Historische gevevens

5

2.3 Voorgaand onderzoek

5

2.4 Opzet verkennend bodemonderzoek

5

2.5 Uitgevoerde werkzaamheden

6

3

8

Toetsing en kwaliteitsborging

3.1 Kwaliteitsborging

8

3.2 Toetsing

8

4

9

Resultaten

4.1 Lokale bodemopbouw

9

4.2 Zintuiglijke waarnemingen

9

4.3 Interpretatie analyseresultaten

10

5

11

Samenvatting, conclusie en aanbevelingen

5.1 Samenvatting

11

5.2 Conclusie en aanbevelingen

11

Bijlagen I. II III. IV. V. VI.

Ligging onderzoekslocatie Situatietekeningen met ligging boringen en peilbuizen Boorprofielen met legenda Analyseresultaten grond en grondwater met toetsing conform de Wbb Analysecertificaten grond en grondwater Externe functiescheiding

Revisie

Datum

0 0 0 0 0 0

Nov 2015 Dec 2015 Dec 2015 Dec 2015 Dec 2015 Dec 2015

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 4 / 11

1

Inleiding

In opdracht van het Rijksvastgoed bedrijf is door Tebodin1 een verkennend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een radarstation van de Luchtverkeersleiding Nederland. De locatie is gelegen aan Broekgraaf 1 te Herwijnen. De ligging van onderzoeklocatie is weergegeven in de overzichtstekening in bijlage I. Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie en de aanwezigheid van een ondergrondse HBO tank met leidingwerk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele kwaliteit aan minerale olie in de grond en aan minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater ter plaatse van de ondergrondse tank en leidingwerk en het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op het overige perceel. Het bodemonderzoek in november end december 2015 uitgevoerd en gerapporteerd.

In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens behandeld: •

basisinformatie (hoofdstuk 2).

•

toetsing en kwaliteitsborging (hoofdstuk 3).

•

resultaten (hoofdstuk 4).

•

samenvatting, conclusie en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

1

Tebodin voert al haar werkzaamheden uit volgens het Tebodin kwaliteitssysteem (TQS), hetgeen is gebaseerd op NEN-EN-ISO 9001:2008 en gecertificeerd door Lloyds Register Quality Assurance. In het kader van safety management beschikt Tebodin tevens over een OHSAS 18001:2007-certificaat.

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 5 / 11

2

Basisinformatie

2.1

Huidige situatie

De onderzoekslocatie (oppervlakte 230 m² (totale perceeloppervlakte 7.000 m²), locatiecoördinaten X 137.123 - Y 427.700) is kadastraal bekend als; gemeente Herwijnen, sectie T, nr. 466. Ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen bodeminformatie is geregistreerd. De locatie is deels voorzien van een klinkerverharding en deels onverhard.

Huidige gebruik Op de locatie is een radarstation van de Luchtverkeersleiding Nederland (Luchthaven Schiphol) gevestigd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een ondergrondse huisbrandolietank (8.000 liter) aanwezig met circa 60 meter leidingwerk onder andere ten behoeve van een oliegestookte CV-installatie. 2.2

Historische gevevens

Voor het vooronderzoek wordt verwezen naar de rapportage van het verkennend bodemonderzoek (PJ milieu, 1133101A, 24 aug 2011).

2.3

Voorgaand onderzoek

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ voor wat betreft deellocatie A (ondergrondse tank met leidingwerk, vul- en ontluchtingspunten) stand houdt. Minerale olie is (ter plaatse van het leidingwerk) aangetoond in een gehalte waarbij in lichte mate sprake is van verontreiniging. Voor wat betreft deellocatie B (oliegestookte CV met voormalige (ontgraven) lekkage) dient de hypothese ‘verdachte locatie’ verworpen te worden en de alternatieve hypothese ‘onverdachte locatie’ aangenomen te worden. Geen van de verwachte stoffen is aangetoond in een gehalte boven de achtergrond- dan wel streefwaarde. De bodemkwaliteit (nulsituatie) is in voldoende mate vastgelegd. 2.4

Opzet verkennend bodemonderzoek

Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te leggen, is het bodemonderzoek uitgevoerd op basis van de Nederlandse Norm NEN 5740: Bodem - Onderzoeksstrategie voor verkennend onderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, januari 2009). Hierbij is de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie gehanteerd. De onderzoeksopzet voor de locatie is in de navolgende tabel 1 weergegeven. Tabel 1. Aantal proefgaten en peilbuis met het aantal mengmonsters Locatie

Overig perceel ( ca. 6.770 m²)

Strategie

ONV

Aantal proefgaten

Aantal te analyseren mengmonsters

tot 0,5 m –MV

èn tot 2 m –MV

èn met peilbuis

Bovengrond

Ondergrond

Grondwater

12

3

1#

2x st. grond

2x st. grond

1x st. water

standaard grond: negen metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK, PCB, minerale olie (GC), lutumen organisch stofgehalte, AS3000. standaard water: negen metalen, minerale olie, vluchtige aromaten(BTEXN)+styreen, (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen, AS3000. #: herbemonsteren bestaande peilbuis

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 6 / 11

Om de grond en grondwater kwaliteit te actualiseren zijn de boringen geplaatst zoals in het onderzoek in 2011. De bestaande peilbuizen zijn her bemonsterd. Er is onderscheid gemaakt in deellocatie A (ondergrondse tank, leidingwerk, vul- en ontluchtingspunt) en deellocatie B (oliegestookte CV en voormalige (ontgraven) lekkage). Opgemerkt wordt dat de genoemde aantallen boringen en monsters afgeleid zijn van de genoemde strategieën. Om de onderzoekskosten te beperken is het onderzoek van de diverse deellocaties waar mogelijk gecombineerd uitgevoerd. Eén en ander kan resulteren in minder onderzoek dan aangegeven in de tabellen.

2.5

Uitgevoerde werkzaamheden

De veldwerkzaamheden voor het actualiserend onderzoek zijn uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer K. Hoogeboom van Sialtech Europe op 18 november 2015. Het grondwater is dezelfde dag bemonsterd (bestaande peilbuizen). De veldwerkzaamheden voor het verkennend onderzoek zijn uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer E. Veldman van Tebodin op 2 december 2015. Het grondwater is dezelfde dag bemonsterd (bestaande peilbuis). De verklaringen dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd, volgens de eisen van de BRL SIKB 2000, is opgenomen in bijlage VI. Een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden en chemische analyses zijn in de navolgende tabel weergegeven. Tabel 2. Uitgevoerde werkzaamheden en chemische analyses actualiserend bodemonderzoek Boring en diepte (m –MV)

Grond(meng)monster en diepte (m –MV)

Analyse grond

Grondwater monster Analyse en diepte (m –MV) grondwater

MM01 (vulpunt): 301, 302 (0,0-0,7)

MO

-

-

MM02 (ontluchting): 311, 312 (0,08-0,6)

MO

-

-

MM03: 301, 303 (0,4-1,5) MM04: 304, 305 (0,5-1,45) MM05: 306, 307, 308 (0,4-1,2) MM06: 311, 313, 315 (0,55-1,5) MM07: 312, 314 (0,85-1,5)

MO MO MO MO MO

-

-

308-7 (2,3-2,5) steekbus MM08 (tank)

MO+BTEXN PB A 309, 310 (1,55-2,2) -

MO+BTEXN -

MO

MO+BTEXN

Vulpunt 301, 302 (1,5) Ontluchtingspunt 311, 312 (1,5) Leidingwerk 302 t/m 307, 311 t/m 315 (1,5)

Ondergrondse tank 308, 309, 310

Oliegestookte CV (ontgraving/lekkage) 316, 317 (1,5)

MM09: 316, 317 (1,2-1,5)

MO: minerale olie (GC), lutum- en organisch stofgehalte, AS3000 voorbehandeling BTEXN: vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, nafataleen.

PB 201 (1,5-2,5)

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 7 / 11

Tabel 3. Uitgevoerde werkzaamheden en chemische analyses verkennend bodemonderzoek Locatie en oppervlakte

Boring / peilbuis en diepte (m –MV)

Overig terrein 1,2,4,5,6,8,10 ( ca. 6.670 m²) t/m14,16 (0,5) 3,7,915,17 (1,5)

Grond(meng)monster en diepte (m –MV)

Analyse grond

Grondwater monster Analyse en diepte (m –MV) grondwater

MM01 bg (zand)10,11,14,15,16 (0,05 - 0,6) MM02 bg (klei): 1,3,5,7,9,12,17 (0,0-0,5) MM03 og: 3,7,9,17 (0,5-1,0) MM04 og: 3,7,9,17 (1,0-1,5)

Stand. grond 201-1-1 (1,5 - 2,5) Stand. grond Stand. grond Stand. grond

standaard water

standaardpakket grond: negen metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, nikkel, lood, zink, kwik, molybdeen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), minerale olie (GC), som-PCB’s, lutum- en organisch stofgehalte, AS3000 voorbehandeling standaardpakket water: negen metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, nikkel, lood, zink, kwik, molybdeen) vluchtige aromaten (BTEXN)+styreen, minerale olie, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl), AS3000 voorbehandeling

Voor de uitvoering van de werkzaamheden geldt in het algemeen het volgende: •

Het opgeboorde materiaal is bemonsterd op basis van grondslag en zintuiglijke waarnemingen waarbij in principe een laagdikte van 0,5 m is aangehouden. Het opgeboorde materiaal is zintuiglijk onderzocht en daarna beschreven.

•

Mengmonsters zijn conform NEN-5740 in het laboratorium samengesteld, zodat een eventuele uitsplitsing mogelijk is.

•

Conform de richtlijnen van Kwalibo zijn de analysemonsters in het laboratorium cryogeen vermalen (AS3000 monstervoorbehandeling).

•

Bij de monstername van het grondwater is de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (Ec) en de troebelheid in het veld gemeten.

•

Vastleggen van de boringen en proefgaten door middel van een beschrijving (NEN 5104) en weergave op tekening.

De locaties van de boringen en peilbuizen zijn aangegeven in bijlage II. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage III.

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 8 / 11

3 3.1

Toetsing en kwaliteitsborging Kwaliteitsborging

Tebodin volgt de VKB-veldwerkprotocollen en externe audit-programma’s. Onze werkzaamheden (waaronder veldwerk) worden uitgevoerd op basis van een ISO-9001 en OHSAS 18001:2007 gecertificeerd kwaliteits- en veiligheids-managementsysteem. Tebodin is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000: “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, protocollen 2001 en 2002. Sialtech Europe volgt de VKB-veldwerkprotocollen en externe audit-programma’s. Sialtech Europe is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000: “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, protocollen 2001en 2002. De chemische analyses zijn uitgevoerd door ALcontrol te Hoogvliet. ALcontrol is geaccrediteerd volgens de door Raad van Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform NEN-EN-ISO/IEC 17025;2005 onder nr. L028.

Tebodin verklaart dat zij de werkzaamheden als een onafhankelijke partij heeft uitgevoerd. Er is geen sprake van enige juridische of personele binding tussen Tebodin en de opdrachtgever. Vooraf aan het veldwerk is door Tebodin een KLIC melding uitgevoerd. 3.2

Toetsing

De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan het toetsingskader, zoals geformuleerd door het Ministerie van VROM, waarin de achtergrondwaarden (AW 2000) en interventiewaarden, alsmede de tussenwaarden zijn opgenomen (Circulaire bodemsanering 2013). De toetsingswaarden zijn als volgt gedefinieerd:

-

achtergrondwaarde

:

het niveau waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit;

-

streefwaarde

:

het niveau waarbij sprake is van een duurzame grondwaterkwaliteit;

-

interventiewaarde

:

het gehalte aan een stof in grond of grondwater waarboven de bodem in belangrijke mate functionele eigenschappen mist die essentieel zijn voor mens, plant of dier;

-

tussenwaarde

:

het

gemiddelde

van

de

achtergrondwaarde

(of

streefwaarde)

en

interventiewaarde; het niveau waarbij nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Conform het Besluit Bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst met behulp van de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa service). Voor deze gestandaardiseerde toetsing is gebruik gemaakt van het programma Terra-Index, waarin de BoToVa toets is opgenomen. Hierbij zijn de gemeten analyseresultaten voor de grond, op basis van de gemeten percentages organische stof en lutum, gecorrigeerd voor een standaard bodem (met een percentage organische stof van 10 % en een percentage lutum van 25 %). De gecorrigeerde analyseresultaten voor de grond zijn vervolgens getoetst aan de vastgesteld toetsnormen voor een standaard bodem. De getoetste analyseresultaten en toetsnormen uit de Circulaire bodemsanering 2013 zijn opgenomen in de tabellen van bijlage IV.

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 9 / 11

4

Resultaten

4.1

Lokale bodemopbouw

De lokale bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen van bijlage III. De bodemopbouw is zeer divers. Onder de klinker verharding is matig tot grof zand aanwezig. Ter plaatse van de boringen 303 t/m 306 en bij de overige boringen van het verkennend bodemonderzoek bestaat de bodem tot circa 1,5 m-MV uit sterk tot zwak zandige klei met daaronder tot de maximale boordiepte van 1,6 m-MV uit sterk kleiïg veen. Ter plaatse van de boringen 313 en 315 bestaat de bodem tot circa 1,5 m-MV uit matig fijn zand met plaatselijk sporen schelpen/resten grind. Ter plaatse van de overige boringen bestaat de bodem tot circa 0,7 m-MV uit matig fijn zand met daaronder de zandige kleilaag met sporen grind en schelpen en plaatselijk een matig veenhoudende laag.

De tijdens het onderzoek aangetroffen gemiddelde grondwaterstand is 0,8 m –MV. De lokale stromingsrichting van het ondiepe grondwater is in dit onderzoek niet vastgesteld.

4.2

Zintuiglijke waarnemingen

Behoudens een zwakke oliewater reactie bij boring 308 tussen 2,3 tot 2,5 m-MV zijn tijdens de veldwerkzaamheden verder geen waarnemingen gedaan die aanleiding geven tot het vermoeden van bodemverontreiniging. De tijdens de bemonstering van de peilbuis gemeten grondwaterparameters zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 4: Grondwaterparameters Peilbuis

pH

EC

Troebelheid (NTU)

Filterdiepte

Grondwaterstand

(m –MV)

(m –MV)

A-1-1

onbekend

0,81

7,15

236

8,92

PB 201

1,5-2,5

1,41

6,51

330

1,64

(S/cm)

De gemeten zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC-waarde) van het grondwater zijn niet ongebruikelijk voor de aangetroffen bodemtypes en omstandigheden. De troebelheid geeft aan dat tijdens de monstername weinig werveling is ontstaan.

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 10 / 11

4.3

Interpretatie analyseresultaten

De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn opgenomen in bijlage IV. De analysecertificaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in bijlage V. Verkennend bodemonderzoek Zowel in de mengmonsters van de bovengrond als ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen aangetroffen boven de achtergrondwaarden. In mengmonster MM01 bg (zand) is tevens een licht verhoogd gehalte aan PCB aangetoond boven de achtergrondwaarde. In het grondwater is een verhoogde concentraties barium boven de streefwaarde aangetoond. Van de overige stoffen uit het standaard pakket water zijn geen verontreinigingen aangetoond. Actualiserend bodemonderzoek In geen van de mengmonsters van de bovengrond (vulpunt/ontluchtingspunt), (meng)monsters van de ondergrond (leidingwerk/ondergrondse tank/ olie gestookte CV) zijn verhoogde gehalten aangetoond met minerale olie en/of vluchtige aromaten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter hoogte van de bestaande peilbuizen A en 201 zijn ook geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden.

Tebodin Netherlands B.V. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Order nummer: 49052.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 0 7 december 2015 Pagina 11 / 11

5 5.1

Samenvatting, conclusie en aanbevelingen Samenvatting

In opdracht van het Rijksvastgoed bedrijf is door Tebodin een verkennend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een radarstation van de Luchtverkeersleiding Nederland. De locatie is gelegen aan Broekgraaf 1 te Herwijnen. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie en de aanwezigheid van een ondergrondse HBO tank met leidingwerk.

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele kwaliteit aan minerale olie in de grond en aan minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater ter plaatse van de ondergrondse tank en leidingwerk en het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op het overige perceel. Het bodemonderzoek in november en december 2015 uitgevoerd en gerapporteerd. Behoudens een zwakke oliewater reactie bij boring 308 tussen 2,3 tot 2,5 m-MV zijn tijdens de veldwerkzaamheden verder geen waarnemingen gedaan die aanleiding geven tot het vermoeden van bodemverontreiniging Verkennend bodemonderzoek Zowel de bovengrond als ondergrond is verontreinigd met diverse zware metalen boven de achtergrondwaarden. Mengmonster MM01 bg (zand) is tevens verontreinigd met PCB boven de achtergrondwaarde. De gehalten geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek (marginale overschrijdingen achtergrondwaarden). In het grondwater is een verhoogde concentraties barium boven de streefwaarde aangetoond. Het gehalte geeft geen aanleiding tot nader bodemonderzoek (marginale overschrijdingen streefwaarde).

Actualiserend onderzoek Zowel ter plaatse van deellocatie A (vulpunt, ontluchtingspunt, leidingwerk, ondergrondse tank) als deellocatie B (oliegestookte CV met ontgraving voormalige lekkage) zijn geen verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond in de grond of het grondwater boven de achtergrondwaarde dan wel streefwaarde. Behoudens de in 2011 aangetoonde lichte mate van verontreiniging met minerale olie in grond (> achtergrondwaarde) ter plaatse van deellocatie A (leidingwerk) komen de resultaten overeen met de resultaten uit het bodemonderzoek uit 2011.

5.2

Conclusie en aanbevelingen

In het onderhavig onderzoek is milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vastgelegd en vormen geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren. De resultaten van het onderhavige onderzoek vormen uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen verkoop van de locatie. Bij eventuele afvoer van grond en/of verhardingsmaterialen van de onderzoekslocatie dient rekening gehouden te worden met het Besluit bodemkwaliteit.

Ordernummer: 49052.00



Rapportnummer: 16215001 Revisie: 0 Datum Dec 2015 Pagina 1 van 30

Bijlage V: Analysecertificaten Onderstaande kopieën van analysecertificaten zijn opgenomen in deze bijlage: Laboratorium

Lijstnummer

Aantal bladen, inclusief bijlagen

ALcontrol

12213632

5

Alcontrol

12213634

8

Alcontrol

12219638

7

Grond

Grondwater ALcontrol

12213636

4

Alcontrol

12219640

5

Totaal Totaal aantal bladen (inclusief voorblad): 30

29

Tebodin NETHERLANDS BV

Blad 6 van 8

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Actualiserend onderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen

Orderdatum 19-11-2015 Startdatum 19-11-2015 Rapportagedatum 25-11-2015

49052.00 12213634

- 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

droge stof

Grond (AS3000)

gewicht artefacten aard van de artefacten totaal olie C10 - C40 organische stof (gloeiverlies) lutum (bodem)

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934. Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Idem Conform prestatieblad 3010-7 Gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 16703 Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Conform AS3010-4

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001 001 001 002 002 003 003 003 003 004 004 004 004 005 005 005 005 006 006 006 006 006 006 007 007 007 007 008 008 009 009

Y5631220 Y5631232 Y5631234 Y5631219 Y5631197 Y5631223 Y5633494 Y5633487 Y5631221 Y5631222 Y5633484 Y5633486 Y5633483 Y5633491 Y5633488 Y5633368 Y5633351 Y5633489 Y5598179 Y5633372 Y5633346 Y5598178 Y5633358 Y5633479 Y5598173 Y5598171 Y5598169 Y5598175 Y5633333 Y5633353 Y5598182 Y5598177

18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015

18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015 18-11-2015

ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Tebodin NETHERLANDS BV

Blad 3 van 5

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Actualiserend onderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen 49052.00 12213632

- 1

Orderdatum 19-11-2015 Startdatum 19-11-2015 Rapportagedatum 20-11-2015

Monster beschrijvingen

001

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

Voetnoten 1 2

De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor conform AS3000

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Tebodin NETHERLANDS BV

Blad 5 van 5

Analyserapport Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

VO Broekgraaf 1 Herwijnen

Orderdatum 02-12-2015 Startdatum 02-12-2015 Rapportagedatum 03-12-2015

49052.01 12219640

- 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

barium

Grondwater (AS3000)

cadmium kobalt koper kwik lood

Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000)

molybdeen nikkel zink benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen cis-1,2-dichlooretheen trans-1,2-dichlooretheen som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan som dichloorpropanen (0.7 factor) tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen chloroform vinylchloride tribroommethaan totaal olie C10 - C40

Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000)

Conform AS3110-3 en Conform NEN 6966 (meting conform NEN-EN-ISO 11885) Idem Idem Idem Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17852 Conform AS3110-3 en Conform NEN 6966 (meting conform NEN-EN-ISO 11885) Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Conform AS3130-1 Conform AS3110-4 Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem

Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000) Grondwater (AS3000)

Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-5

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001 001

G8919087 B1480296 G8919086

02-12-2015 02-12-2015 02-12-2015

02-12-2015 02-12-2015 02-12-2015

ALC236 ALC204 ALC236

Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER KVK ROTTERDAM 24265286

Onderzoek geldigheid en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Rijksvastgoedbedrijf.

10 November 2020

Bilfinger Tebodin Netherlands B.V. Onderzoek geldigheid en beperkt actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Ordernummer: 55008.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 2 10 november 2020 Pagina 3 / 19

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING

4

1.1 AANLEIDING EN DOELSTELLING 2 BASISINFORMATIE

5 6

2.1

LOCATIE

6

2.2

DOSSIERONDERZOEK

7

2.2.1 2.2.2

Geohydrologische gegevens

8

Bodemonderzoek en bodembeleid regio

9

2.2.4

Historische gegevens

2.2.5 2.2.5.1

4

De sloop

Voorgaande bodemonderzoek en bodemsanering op locatie

9 10

10

PJ Milieu kenmerk: 1133101A, 24 aug 2011

11

2.2.5.2

Tebodin order.nr: 49052.00, 7 dec 2015

12

2.2.5.3

Tanksanering Wenau, 2019

12

2.3 CONCLUSIE T .A.V. GELDIGHEID BODEMONDERZOEKSGEGEVENS BODEMONDERZOEK

12 13

3.1

13

DOELSTELLING ONDERZOEK, HYPOTHESE EN STRATEGIE

3.2 OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK UITGEVOERDE ANALYSES EN RESULTATEN

13 15

4.1

LABORATORIUMONDERZOEK GROND EN RESULTATEN

15

4.2

KWALITEITSBORGING

16

4.3

TOETSING

16

4.4

LOKALE BODEMOPBOUW

17

4.5

ZINTUIGLIJK AFWIJKENDE WAARNEMINGEN

17

4.6

RESULTATEN GRONDWATER

17

4.7

INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN

18

4.7.1

Tankinstallatie

18

4.7.1.1

Grond

18

4.7.1.2

Grondwater

18

4.7.2 4.7.2.1

5

7

2.2.3 2.2.4.1

3

Geldigheid van bodemonderzoek

Voormalig gebouw en pad

18

Grond

18

4.7.2.2

Grondwater

18

4.7.2.3

Asbest

18

SAMENVATTING, CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

19

5.1

SAMENVATTING

19

5.2

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

19

OVERZICHT BIJLAGEN I. CERTIFICAAT EN VERSLAG TANKSANERING II. OVERZICHTSTEKENING III. BOORSTATEN IV. FOTORAPPORTAGE V. GETOETSTE ANALYSERESULTATEN VI. ANALYSECERTIFICATEN GROND, ASBEST EN GRONDWATER

Bilfinger Tebodin Netherlands B.V. Onderzoek geldigheid en beperkt actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen Ordernummer: 55008.00 Document nummer: 16215001 Revisie: 2 10 november 2020 Pagina 5 / 19

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aan de Broekgraaf 1 in Herwijnen (gemeente West Betuwe) bevond zich tot 2015 een voormalig radarstation van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Het ministerie van Defensie heeft de locatie aangekocht en wil deze locatie eveneens gaan gebruiken als radarstation. De radarfunctie die nu nog in Nieuw Milligen staat, zal verplaatst worden naar Herwijnen. Het blijkt dat plaatsing van een nieuwe radar op deze locatie leidt tot een significante verbetering van de radardekking in Nederland en daarmee een nationaal belang dient. De bebouwing inclusief de huidige radar is inmiddels gesloopt. Het nieuwe militaire radarstation zal op dezelfde locatie worden gebouwd. Er zal geen bijkomende bebouwing worden gerealiseerd (bron : Inpassingsplan, Broekgraaf 1 te Herwijnen voetnoot 2). Het doel van het project is het opmaken van een inventarisatie van argumenten waarmee het bevoegd gezag bij de aangevraagde omgevingsvergunning kan worden overtuigd van de geldigheid van het in 2015 uitgevoerde bodemonderzoek. Uiteindelijke doel (na dossieronderzoek) van het onderzoek werd het vaststellen van de actuele kwaliteit aan minerale olie in de grond en aan minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater ter plaatse van de ondergrondse tank en leidingwerk en het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit op het overige perceel. Het bodemonderzoek is uitgevoerd en gerapporteerd in oktober 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/798/documents/15709