RV2024-045-Bijlage-2-ongewijzigd-vaststellen-bestemmingsplan-Vlietskant-15-Gellicum.pdf
Tekst van het document
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
November 2023
Colofon Projectnummer: EX.17.1110 Versie: Ontwerp IMRO-code: NL.IMRO.1960.BpVlietskant15-ONT1 Datum: November 2023
Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Exlan Advies Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Vlietskant 15, Gellicum Auteur bestemmingsplan SJ
2
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
Inhoudsopgave COLOFON................................................................................................................................................ 2 INHOUDSOPGAVE................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING EN NOODZAAK ................................................................................................. 5 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ............................................................................ 5 GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN ................................................................................. 8 OPZET VAN HET PLAN/ LEESWIJZER ................................................................................. 10
HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING .............................................................................................. 11 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
INLEIDING .............................................................................................................................. 11 BESTAANDE SITUATIE ......................................................................................................... 11 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ...................................................................................... 13 VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................... 14 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ....................................................................................... 17
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ....................................................................................................... 19 3.1 3.2 3.3 3.4
INLEIDING .............................................................................................................................. 19 RIJKSBELEID ......................................................................................................................... 19 PROVINCIAAL BELEID .......................................................................................................... 21 GEMEENTELIJK BELEID ....................................................................................................... 23
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN ......................................................................................... 27 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
M.E.R.-BEOORDELING ......................................................................................................... 27 BEDRIJVIGHEID (BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING) ....................................................... 28 GELUID .................................................................................................................................. 29 GEUR ..................................................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................. 32 EXTERNE VEILIGHEID .......................................................................................................... 34 BODEM ................................................................................................................................... 37 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ............................................................................ 37 NATUUR ................................................................................................................................. 41 WATERPARAGRAAF.............................................................................................................
44 VOLKSGEZONDHEID ............................................................................................................ 47
HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANOPZET....................................................................................... 49 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
ALGEMEEN ............................................................................................................................ 49 TOELICHTING ........................................................................................................................ 49 VERBEELDING ...................................................................................................................... 49 PLANSYSTEMATIEK ............................................................................................................. 49 BESTEMMINGEN................................................................................................................... 51
HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................................... 54 HOOFDSTUK 7 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ......................................................... 55 7.1 7.2 7.3
ALGEMEEN ............................................................................................................................ 55 VOOROVERLEG .................................................................................................................... 55 FORMELE PROCEDURE ...................................................................................................... 55
3
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
BIJLAGE 1: BEWIJSLAST RUWVOER EIGEN TEELT (AGRIFIRM EXLAN); ................................................... 56 BIJLAGE 2: VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING (AGRIFIRM EXLAN);......................................................... 56 BIJLAGE 3: TOELICHTING AKOESTIEK (AGRIFIRM EXLAN); .................................................................... 56 BIJLAGE 4: FIJNSTOF ISL3A BEREKENING (AGRIFIRM EXLAN); ............................................................. 56 BIJLAGE 5: ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK (ADC ARCHEOPROJECTEN);............................................... 56 BIJLAGE 6: QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING (EXLAN 6 JUNI 2023); ................................................ 56 BIJLAGE 7: UITKOMSTEN DIGITALE WATERTOETS; ................................................................................ 56 BIJLAGE 8: GEZONDHEIDKUNDIG ADVIES OMZETTING VEEHOUDERIJ (GGD GELDERLAND – ZUID); ......... 56 BIJLAGE 9: PRINCIPEBESLUIT (VOORMALIGE GEMEENTE GELDERMALSEN); ........................................... 56 BIJLAGE 10: NOTA INTERN SALDEREN WNB EN AERIUS BEREKENINGEN. ............................................ 56
4
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
1 1 Inleiding 1.1
AANLEIDING EN NOODZAAK Initiatiefnemer exploiteert ter plaatse van de Vlietskant 15 te Gellicum (hierna: plangebied) een gemengd bedrijf in de vorm van een melkvee- en varkenshouderij met bijbehorende landbouwactiviteiten1. Om in de toekomst voldoende economisch perspectief te hebben voor de varkenshouderij is modernisering en schaalvergroting noodzakelijk. Dit wordt erg moeilijk op de locatie Vlietskant 15 te Gellicum, gezien het karakter van het gebied en de aanwezige (gevoelige) functies in de omgeving. Om het bedrijf voldoende toekomstperspectief te bieden wordt ingezet op uitbreiding van de melkveehouderij. Hiervoor is een uitbreiding van het vigerende bouwvlak nodig. De beëindiging van de intensieve veehouderij binnen het plangebied, in combinatie met de uitbreiding van de melkveehouderij, betreft een positieve ontwikkeling voor het gebied. Milieutechnisch is er sprake van een enorme verbetering. Er verdwijnt een varkenshouderij uit een gebied wat niet primair bedoeld is voor de ontwikkeling van een intensieve veehouderij. Dit betekent een reductie van de ammoniak-, geur- en fijnstofemissie. Het woon- en leefklimaat op en in de omgeving van de locatie verbetert hierdoor aanzienlijk. Door herbestemming van de locatie wordt bovendien voorkomen dat er zich in de toekomst nog een intensieve veehouderij vestigt op de locatie.
In de vergadering van 12 december 2017 heeft het college van de voormalige gemeente Geldermalsen besloten, onder voorwaarden, in principe medewerking te verlenen aan dit plan. Door benodigde onderzoeken en onvoorziene tussenkomende wijzigingen in wet- en regelgeving heeft onderliggend bestemmingsplan veel tijd in beslag genomen. Daarnaast heeft de gemeente om de uitvoerbaarheid van dit plan te kunnen garanderen een geurverordening voor het gebied, waarin dit plangebied is gelegen, vastgesteld. Hiermee wijkt de gemeente voor het betreffende gebied af van de vaste afstandswaarden genoemd in artikel 4, eerste lid onder a en b van de Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv). Deze rapportage voorziet in de toelichting van de gewenste ontwikkeling, waaruit naar voren komt dat de ontwikkeling leidt tot een flinke verbetering van het woon- en leefklimaat op en in de omgeving van de locatie.
1.2
LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED De locatie ‘Vlietskant 15 te Gellicum’ ligt ten zuiden van de kern Gellicum in de gemeente West Betuwe (voormalige gemeente Geldermalsen). Planologisch en verkeerskundig is de huidige bedrijfsbebouwing gelegen binnen de bebouwde kom van Gellicum. De achterliggende gronden waarop de gewenste uitbreiding plaatsvindt zijn gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’.
1 Bewerken van het land (uitrijden van de eigen mest en voerwinning voor eigen vee).
5
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
Figuur 1.1: Topografische kaart met aanduiding locatie Vlietskant 15 (bron: www.pdokviewer.pdok.nl)
Het plangebied, Vlietskant 15, is kadastraal bekend als gemeente Deil, sectie P, nummers 110, 175 en 176. Het plangebied bevat de gronden waarop het vigerende bouwvlak en het toekomstige bouwvlak is gelegen. Daarnaast omvat het de gronden die m.b.t. dit plan landschappelijk worden ingepast en waar de extra waterberging wordt gerealiseerd. Het noordoostelijke gedeelte van het nieuwe bouwvlak grenst aan de woonbestemming van de woning ‘Vlietskant 15a’. Voor het overige grenst het nieuwe bouwvlak in het noorden en westen aan de eigen landbouwgronden. In het oosten wordt het plangebied begrensd door de weg ‘Vlietskant’ (bestemming ‘Verkeer’). Direct ten zuiden van het plangebied ligt een A-watergang (bestemming ‘Water’) die afwatert in de rivier de Linge.
6
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
Figuur 1.2: Luchtfoto locatie Vlietskant 15 te Gellicum t.o.v. de directe omgeving ruimtelijkeplannen.nl), totale plangebied globaal met rode lijn weergegeven.
(bron:
Figuur 1.3: Luchtfoto locatie Vlietskant 15 te Gellicum t.o.v. de directe omgeving ruimtelijkeplannen.nl), nieuwe bouwvlak globaal met rode lijn weergegeven.
(bron:
7
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
1.3
GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN Ter plaatse van de gronden waarop de huidige bedrijfslocatie Vlietskant 15, met bebouwing en erfverharding, is gelegen, geldt het bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’. Dit plan is door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Geldermalsen vastgesteld op 23 februari 2010. De gronden waarop de uitbreiding gewenst is zijn voor een klein gedeelte gelegen binnen ditzelfde bestemmingsplan, maar voor het grootste gedeelte gelegen binnen het vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’ (21 december 2021). Daarnaast geldt ter plaatse het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren 2019’, vastgesteld op 30 juni 2020. Ter plaatse van het plangebied, Vlietskant 15, geldt het bestemmingsvlak zoals weergegeven in figuur 1.4. Binnen dit bestemmingsvlak is een bouwvlak gelegen met een omvang van circa 0,4 ha. Binnen dit bestemmingsvlak gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen:
8
Enkelbestemming Bedrijf; Dubbelbestemming waarde – Archeologie 1 (gedeeltelijk); Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 (gedeeltelijk); Dubbelbestemming Waterstaat – Waterstaatkundige functie (gedeelte plangebied tegen de waterloop); Functieaanduiding agrarisch bedrijf; Bouwaanduiding specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw (ter plaatse van de bedrijfswoning); Maatvoering: - maximale bouwhoogte: 7 m; - maximale goothoogte: 4 m; (ter plaatse van het bouwvlak).
Figuur 1.4: Uitsnede Bestemmingsvlak en bouwvlak (opgelicht) Vlietskant 15 te Gellicum conform bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
De gronden die zijn gelegen buiten het bestemmingsvlak, binnen het bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’, maar wel onderdeel uitmaken van het plangebied kennen verder de bestemmingen: Enkelbestemming Agrarisch – Dorpsgebied; Dubbelbestemming – Archeologie 3. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’ gelden ter plaatse van de gronden waarop de gewenste uitbreiding dient plaats te vinden onderstaande bestemmingen en aanduidingen: Enkelbestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden; Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 (deels); Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 (deels ter plaatse van te realiseren landschappelijke inpassing) Dubbelbestemming Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie; Gebiedsaanduiding milieuzone – beschermingszone leefgebied natte dooradering; Gebiedsaanduiding overige zone – acessen.
Figuur 1.5: Uitsnede plangebied (globaal rood omcirkeld), gronden waarop de uitbreiding van het bedrijf Vlietskant 15 gewenst is, conform nog niet onherroepelijk geworden bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Zoals hierboven is beschreven ligt de bedrijfslocatie momenteel in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’. Het betreft hier echter een agrarisch bedrijf dat geen onderdeel vormt van de kern. Bovendien is de locatie vrij ‘star’ bestemd. Er is geen enkele flexibiliteitsbepaling in het geldende bestemmingsplan opgenomen, zoals een afwijkingsof wijzigingsbevoegdheid. Het is daarom gewenst om dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de opzet en regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’. Dit zodat voor deze bedrijfslocatie straks dezelfde regels en dezelfde flexibiliteitsbepalingen gelden als voor vergelijkbare bedrijfslocaties in het buitengebied. Voor het gedeelte wat nu nog binnen het bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’ is gelegen blijft voor wat betreft de bouwregels en de regels omtrent de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’. Dit om aantasting van waarden te voorkomen.
9
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
1.4
OPZET VAN HET PLAN/ LEESWIJZER Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. Hierin wordt een beschrijving gegeven van de vergunde situatie ter plaatse als van de toekomstige gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Tevens wordt ingegaan op de aspecten landschappelijke inpassing, verkeer en parkeren. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante overheidsbeleid . Hoofdstuk 4 bevat een toetsing aan diverse op dit plan van belang zijnde milieuhygiënische en planologische aspecten. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet weergegeven. In hoofdstuk 6 is de economische uitvoerbaarheid van het plan beschreven en tot slot in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
10
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING
2 2.1
1 Planbeschrijving INLEIDING Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing en verkeer en parkeren.
2.2
BESTAANDE SITUATIE Binnen het plangebied bevindt zich een melkvee- en varkenshouderij met bijbehorende landbouwactiviteiten. Ter plaatse is sprake van een vergunde en feitelijke, planologische legale situatie waarbij op 29 mei 2001 een vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer is verleend voor de in onderstaande tabel weergegeven diersoorten en aantallen:
Tabel 2.1: Vergunde milieusituatie, diersoorten en dieraantallen, Vlietskant 15
Aanwezige gebouwen en bouwwerken geen gebouwen: In onderstaande figuur is de bestaande bebouwing en verharding ter plaatse weergegeven.
11
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
10.
10. 8.
7.
10.
11. 11.
3.
6.
2. 9. 5.
4.
1.
Figuur 2.1: Bestaande bebouwing en verharding ter plaatse van het plangebied Vlietskant 15 (bron: streetsmart.cyclomedia.com)
Ter plaatse zijn de volgende gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde aanwezig: 1. Bedrijfswoning; 2. Garage/carport; 3. Machineberging en werkplaats (circa 182 m²); 4. Melkveestal met melkstal, hooiopslag (ca. 460 m²); 5. Overdekte mestopslag (ca. 250 m²); 6. Loods (ca. 170 m²); 7. Varkensstal (ca. 200 m²); 8. Kalverschuur (zomer) (ca. 20 m²); 9. Vaste mestopslag; 10. Voerplaat met opslag (ca. 170 m² + 246 m² + 247 m²); 11. Voersilo’s. Woning Vlietskant 15a: De aangrenzende woning Vlietskant 15a te Gellicum is eigendom van initiatiefnemer. Ondanks dat deze woning bestemmingsplan technisch de enkelbestemming ‘Wonen’ kent is deze al geruime tijd in gebruik als bedrijfswoning behorende bij het bedrijf aan Vlietskant 15. Om die reden maakt deze woning onderdeel uit van de inrichting van dit agrarische bedrijf. Op korte termijn betrekt initiatiefnemer zelf de woning op 15a. Dit zodat de bedrijfsopvolger de bestaande bedrijfswoning (15) kan bewonen. In lijn met de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak (ECLI:NL:RVS:2009:BJ4082) is de woning op 15a aan te merken als bedrijfswoning. Dit betekent dat deze woning niet aangemerkt hoeft te worden als een gevoelig object waaraan het bedrijf op nummer 15 dient te toetsen. Om de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf op nummer 15 niet in gevaar te brengen kan initiatiefnemer de woning op nummer 15a niet vervreemden.
12
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
2.3
VOORGENOMEN ONTWIKKELING 2.3.1 Het plan Zoals reeds in de aanleiding van deze toelichting is beschreven, wil initiatiefnemer op de locatie Vlietskant 15 een veehouderij blijven exploiteren met voldoende toekomstperspectief. Ruimte voor modernisering en schaalvergroting van de varkenshouderij is er niet op deze locatie, gezien het karakter van het gebied en de aanwezige (gevoelige) functies in de omgeving. Daarom kiezen zij ervoor om zowel milieutechnisch als planologisch definitief afscheid te nemen van het recht om varkens te houden op de locatie. Zij gaan de focus volledig leggen op het produceren van melk. Om hier voldoende bedrijfsrendement uit te halen en voldoende toekomstperspectief te behouden wordt ingezet op uitbreiding van de bestaande melkveehouderij. Deze tak van veehouderij sluit uitstekend aan bij het karakter van het gebied en uitbreiding is passend bij de aanwezige functies in de omgeving. Zo ontstaat een optimale bedrijfsvoering en ontstaat er milieuwinst, zie tabellen 2.1 en 2.2. Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor de gemeente eerder een geurgebiedsvisie heeft opgesteld en een geurverordening heeft vastgesteld. Om de uitvoerbaarheid van dit plan te kunnen garanderen heeft de gemeenteraad op 27 september 2022 een geurverordening met daarbij behorende gebiedsvisie voor het betreffende gebied vastgesteld.
Meer hierover is beschreven in paragraaf 4.4 ‘Geur’ van deze toelichting. De bestaande varkensstal, met een oppervlakte van circa 200 m², de kalverschuur, met een oppervlakte van circa 25 m² en een bestaande voerplaat met een oppervlakte van circa 170 m², achter op het bedrijfsperceel worden gesloopt. Op deze gronden en daarachter, achter de overige bestaande bedrijfsbebouwing, wordt een nieuwe ligboxenstal gerealiseerd met een oppervlakte van circa 1.500 m² voor de huisvesting van 115 melkkoeien op een emissiearme vloer. Ten noorden van de nieuwe stal worden, aansluitend aan de bestaande ruwvoeropslag, nieuwe sleufsilo’s gerealiseerd. Daarnaast is ruimte nodig voor een mestvaalt en een eventuele toekomstige uitbreiding van ruwvoeropslag. Om dit alles te kunnen realiseren dient het vigerende bouwvlak (van circa 0,4 ha) met circa 0,6 ha uitgebreid te worden naar een bouwvlak van 1 ha. De bestaande melkveestal wordt in gebruik genomen voor de huisvesting van 75 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 2 fokstieren ouder dan 2 jaar. De overige bestaande bebouwing blijft gehandhaafd voor het huidige gebruik. Rav code
Om schrijving conform Rav
Aantal NH3/ dier dieren
A 7.100
Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar
2
A 3.100
Vrouw elijk jongvee tot 2 jaar
75
A 1.13
Melkkoeien: Ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif (BWL 2010.34.V10) Totaal
115
ou E/ dier/s
Fijnstof g/dier/jaar
NH3 totaal
ouE /s Fijnstof Totaal /g/jaar
6,2
0
170,0
12,4
0,0
340,0
4,4
0
38,0
330,0
0,0
2.850,0
6
0
148,0
690,0
0,0 17.020,0
1.032,4
0,0 20.210,0
1
2
13
Tabel 2.2: Beoogde milieusituatie, diersoorten en dieraantallen, Vlietskant 15
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
2.4
Figuur 2.2: Situatietekening voorgenomen ontwikkeling Vlietskant 15 te Gellicum
VERKEER EN PARKEREN 2.4.1 Verkeer De locatie Vlietskant 15 beschikt over 2 ontsluitingen op de openbare weg ‘Vlietskant’, zie figuur 2.3.
1. 2.
Figuur 2.3: Ontsluiting Vlietskant 15, met rode pijlen zijn de ontsluitingen op de openbare weg weergegeven (bron foto: Streetsmart/Cyclomedia).
Zowel in de huidige situatie als in de voorgenomen situatie blijft ter plaatse van het plangebied Vlietskant 15 sprake van een agrarisch bedrijf in de vorm van een melkrundveehouderij met bijbehorende landbouwactiviteiten2. De varkenstak wordt geheel 2 Bewerken van het land (uitrijden van de eigen mest en voerwinning voor eigen vee).
14
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
afgestoten en de melkrundveehouderij wordt uitgebreid. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is (bijna) geen wijziging in de verkeergeneratie te verwachten. De significante afname door het geheel verdwijnen van de varkenshouderij ter plaatse aan de Vlietskant 15 staat gelijk aan de eventuele toename van het extra vrachtverkeer dat gerelateerd is aan de uitbreiding van de melkveehouderij ter plaatse. Daarnaast betekent een uitbreiding van de melkrundveehouderij niet direct een verkeerstoename. Er kan met vollere vrachten gewerkt worden. Hierdoor hoeft het aantal verkeersbewegingen niet toe te nemen. De verkeersbewegingen die plaatsvinden t.b.v. de locatie Vlietskant 15 bestaan uit: - verkeersbewegingen t.b.v. het agrarische melkveebedrijf met bijbehorende landbouwactiviteiten3 dat ter plaatse wordt geëxploiteerd; - verkeersbewegingen t.b.v. de ter plaatse aanwezige bedrijfswoning. Het verkeer dat gerelateerd is aan het agrarische melkveebedrijf met bijbehorende landbouwactiviteiten bestaat met name uit grote landbouwvoertuigen als personenwagenverkeer. Te denken valt aan vrachtwagen- en tractorbewegingen t.b.v. de aanvoer van krachtvoer, ruwvoer, hooi/stro, dieren, afvoer van dieren, melk, mest, kadavers, etc. Het personenwagenverkeer is veelal gerelateerd aan bezoek veearts, bedrijfsadviseurs, etc.
Onderstaande tabel geeft indicatief (worstcase) een overzicht van het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen, welke toebehoren aan dit plan voor de locatie Vlietskant 15. Vervoersbewegingen Vlietskant 15 Activiteit Frequentie Lossen krachtvoer Lossen kuilbalen Lossen hooi/stro Aanvoer ruwvoer Tractor van en naar inrichting Vrachtwagen van en naar de inrichting (lossen diversen) Afvoer melk Afvoer rundvee Afvoer stalmest Afvoer drijfmest Afvoer kadavers Vrachtwagen van en naar de inrichting (laden diversen) Personenauto/ bestelbus aan-/afvoer diversen Personenauto t.b.v. bedrijfswoning
2 x per maand 2 x per jaar 1 x per 2 maanden 4 x per jaar4 1 x per dag
Zwaar verkeer per week 1 0,08 0,125
Licht verkeer per week
14
1 x per week
2
3 x per week 1 x per week uitreiperiode uitreiperiode Op afroep 1 x per week
6 2
2
1 x per dag
14
8,6 x per dag5
60,2
Tabel 2.3: Indicatief aantal vervoersbewegingen Vlietskant 15
3 Bewerken van het land (uitrijden van de eigen mest en voerwinning voor eigen vee). 4 Incidenteel is op die dag sprake van meerdere vervoersbewegingen, afhankelijk van de
oogstopbrengst. 5 Op basis van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen (publicatienummer 381)’ zijn parkeercijfers en verkeersgeneraties opgenomen voor vrijstaande woningen. Voor een vrijstaande koopwoning gelegen in het buitengebied geldt een verkeersgeneratie van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 voertuigbewegingen per dag.
15
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
De verkeersgeneratie blijft dusdanig gelijk dat dit niet leidt tot extra verkeershinder ter plaatse als voor de omgeving.
2.4.2 Parkeren In voorgaande paragraaf is de feitelijk bestaande verkeerssituatie als de toekomstige verkeerssituatie ter plaatse van de locatie Vlietskant 15 in beeld gebracht. In deze paragraaf wordt de feitelijke bestaande parkeersituatie als de met dit plan te realiseren parkeersituatie voor de locatie in beeld gebracht. De gemeenteraad van de gemeente West Betuwe heeft op 30 juni 2020 het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’ vastgesteld. Zo heeft de gemeente voor haar grondgebied het parkeerbeleid op een uniforme wijze juridisch-planologisch vastgelegd. Voor de te hanteren parkeernormen wordt aangesloten bij de parkeerkerncijfers van het CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren (december 2018). Voor het parkeren van vrachtauto’s wordt aangesloten op de CROW publicatie 327 ‘Handreiking vrachtautoparkeren’. In de regels van het paraplubestemmingsplan is een zogenaamde ‘dynamische verwijzing’ opgenomen. Dit houdt in dat als de parkeernormen zoals nu opgenomen in publicaties van het CROW tussentijds wijzigen, deze automatisch van toepassing zijn op alle bestemmingsplannen en dus het toetsingskader vormt voor aanvragen omgevingsvergunning.
Gezien het feit dat de activiteiten die binnen het plangebied plaatsvinden niet specifiek benoemd zijn in de CROW-publicatie 381 biedt deze publicatie geen goede basis om daarmee de daadwerkelijke parkeerbehoefte voor de locatie Vlietskant 15 te bepalen. Om die redenen is in deze situatie uitgegaan van de ervaringen die initiatiefnemer ter plaatse ervaart omtrent het aspect parkeren en is geprobeerd hiervoor een vertaalslag te maken in dit bestemmingsplan. Dit om eventuele ongewenste parkeerdruk in de toekomst te voorkomen. Plangebied en conclusie De CROW-publicatie 381 is reëel om te gebruiken om de parkeerbehoefte gerelateerd aan de ter plaatse, van de locatie Vlietskant 15, aanwezige bedrijfswoningen te bepalen. Voor een vrijstaande koopwoning, gelegen in het buitengebied, geldt op basis van voornoemde CROW-publicatie een minimale parkeernorm van 2,0 en een maximale parkeernorm van 2,8 per woning. Het CROW maakt geen onderscheid in de parkeernorm t.b.v. een agrarische bedrijfswoning of t.b.v. een niet-agrarische bedrijfswoning. T.b.v. de bedrijfswoning op bovengenoemde locatie vinden geen wijzigingen plaats t.o.v. de huidige vigerende situatie. In de CROW-publicatie zijn geen parkeernormen opgenomen voor de hoofdcategorie ‘agrarische bedrijf’.
De hoofdcategorie die hierbij het beste aansluit is de categorie ‘werken’ met functie ‘Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief’6. De locatie Vlietskant 15 is op de kaart ‘Gebiedsindeling Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’7 gedeeltelijk gelegen in de stedelijke zone – ‘rest bebouwde kom’ en gedeeltelijk in het ‘buitengebied’. De stedelijkheidsgraad wordt volgens deze kaart beschouwd als ‘niet stedelijk’. Op basis van de CROW geldt hier een minimale parkeernorm van 0,8 en een maximale parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo.
6 Hierbij gaat men in de CROW uit van een loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig
werknemers, en relatief weinig bezoekers). 7 Bijlage 1 van de regels van het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019.
16
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
In deze situatie zou dit enkel voor de agrarische bedrijfsactiviteiten die ter plaatse van Vlietskant 15 worden uitgeoefend betekenen dat bij een huidig bvo van circa 1.282 m² (gebouwen die enkel t.b.v. de agrarische bedrijfsvoering in gebruik zijn) een minimale en maximale parkeerbehoefte bestaat van 10,3 – 16,7 pp en bij de toekomstige bvo van circa 2.560 m² een behoefte van 20,5 – 33,3 pp. Op basis hiervan blijkt dat het opnemen van parkeernormen per m² bvo niet reëel te noemen is voor agrarische bedrijven. Het bvo bij een agrarisch bedrijf is immers niet gerelateerd aan de arbeidsintensiteit en bezoekersintensiteit van het bedrijf. Agrarische bedrijven omvatten vaak een grote bedrijfsvloeroppervlakte, maar dat is niet gerelateerd aan personen. De oppervlakte bvo bij agrarische bedrijven is benodigd t.b.v. het houden van dieren, stalling van grote machines en de opslag van agrarische producten en materialen. Het houden van dieren is weer gerelateerd aan oppervlaktenormen vanuit dierenwelzijn, etc. In deze situatie is sprake van een bedrijf zonder personeel. De wijziging van de bedrijfsopzet ter plaatse heeft geen grote danwel een negatieve invloed op de parkeerbehoefte ter plaatse. Daarnaast is het eigen terrein van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf van (meer als) voldoende omvang om in de parkeerbehoefte op eigen terrein te kunnen blijven voorzien.
Reëel is het om voor deze locatie uit te gaan van een parkeerbehoefte van maximaal 2,8 pp t.b.v. de bedrijfswoning. De parkeerbehoefte t.b.v. de bedrijfswoning wordt gedeeltelijk voorzien binnen de ter plaatse aanwezige garage/carport. Daarnaast is er voor de garage, als voor de carport voldoende ruimte om te parkeren. Daarnaast is er t.b.v. het agrarische bedrijf ter plaatse sprake van een maximale parkeerbehoefte van 2 pp. Deze maximale parkeerbehoefte bestaat enkel op het moment dat bijvoorbeeld de veearts en een bedrijfsspecialist gelijktijdig het bedrijf bezoeken. Binnen de inrichting is zowel achter het woonhuis als langs de bestaande rundveestal voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien. Op het bedrijf is geen behoefte aan parkeren voor zwaar verkeer, aangezien deze het terrein enkel betreden voor laden en lossen. Parkeren is mogelijk op eigen terrein en vormt daarmee geen probleem voor dit plan.
2.5
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Een belangrijke voorwaarde om mee te werken aan dit plan, is dat de nieuwe stal op een goede manier ruimtelijk en landschappelijk wordt ingepast. Deze voorwaarde vloeit voort uit de provinciale Omgevingsverordening, waarin grondgebonden veehouderijbedrijven ruimte krijgen om zich te ontwikkelen, zie paragraaf 3.3.2. Door Guido Paumen, Tuin- en landschapsarchitect, is een landschappelijk inpassingsplan voor de beoogde ontwikkeling opgesteld. Het landschappelijk inpassingsplan maakt als bijlage bij de regels onderdeel uit van dit plan. In onderstaande figuur is een uitsnede van de beoogde landschappelijke inpassing van het plangebied weergegeven.
17
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
Figuur 2.4: Uitsnede landschappelijke inpassing Vlietskant 15.
Op verzoek van de gemeente wordt met een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan geborgd dat deze landschappelijke inpassing daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Daarnaast sluit de gemeente met initiatiefnemer een beplantingsovereenkomst.
18
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER
3 1 Beleidskader 3.1
INLEIDING De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het plan wordt getoetst aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid zover dit relevant is voor de beoogde planontwikkeling. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving.
3.2
RIJKSBELEID 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. De drie hoofddoelen welke in de structuurvisie zijn opgenomen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden zijn: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.
Conclusie In het SIVR worden geen beleidsuitspraken gedaan die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van het plangebied. Dit komt verder onder het Barro aan bod.
3.2.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt, en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De SVIR (beleid) gaat op in de NOVI. De NOVI bevat de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid en geen specifieke regels voor dit initiatief. De
19
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
prioriteiten die zijn opgenomen in de NOVI zijn vertaald in provinciaal en gemeentelijk beleid.
3.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het betreft de volgende nationale belangen uit de SVIR: 1. Rijksvaarwegen. 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam. 3. Kustfundament. 4. Grote Rivieren. 5. Waddenzee en waddengebied. 6. Defensie. 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. 8. Elektriciteitsvoorziening. 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Ecologische hoofdstructuur. 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) en 13.
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Plangebied en conclusie Het plangebied is gelegen binnen het gebied van de ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’ en raakt daarmee nationaal belang 13 ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’. In het provinciale beleid zijn in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten regels gesteld omtrent de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen en de inhoud van omgevingsvergunningen waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De gemeente West Betuwe heeft deze inhoud door vertaald in het vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’. Deze regels zijn in dit plan overgenomen. In paragraaf 4.8 ‘archeologie en cultuurhistorie’ van deze toelichting is beschreven hoe dit plan zich verhoudt tot de universele waarden van de ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’. Bij het ontwerp van de stal wordt rekening gehouden met verschillende aspecten zodat er minimaal inbreuk wordt gedaan op de openheid en het groene en overwegende rustige karakter van het gebied. Denk daarbij aan een open en transparante vormgeving en ingetogen kleur- en materiaalgebruik. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan is beschreven wordt rekening gehouden met het open karakter van het gebied. De aanwezige bebouwing wordt afgeschermd door – relatief lage- groenelementen die de openheid zoveel mogelijk in tact laten.
Geconcludeerd wordt dat het plan geen onacceptabele negatieve effecten heeft op de universele waarden van de Hollandse Waterlinie.
20
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
3.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn8. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Plangebied en conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet toegepast te worden bij ontwikkelingen met niet-stedelijke functies. Agrarische ontwikkelingen vallen buiten de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. In deze situatie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar van een agrarische ontwikkeling.
3.3
PROVINCIAAL BELEID 3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met deze kernbegrippen wordt het volgende beoogd: Gezond en veilig: dit betekent een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Daarnaast wordt hiermee ook bedoeld het voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. Verder dient aandacht besteed te worden aan de verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend: dat betekent een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Tegelijkertijd wordt ook gestreefd naar het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Om deze doelstellingen vorm te geven, zijn er diverse thematische visieschetsen in de Omgevingsvisie opgesteld. Dit betreffen de volgende thema's: O.a.
ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 8
21
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: het sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden zijn. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam.
In navolging van de Omgevingsvisie is in 2018 de Omgevingsverordening aangepast. In de volgende paragraaf 3.3.2 ‘Omgevingsverordening Gelderland’ wordt de beoogde situatie nader getoetst aan het provinciale ruimtelijke beleid.
3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: OVG) meerdere malen geactualiseerd. De laatste actualisatie was op 1 februari 20229. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de hierboven beschreven Omgevingsvisie Gelderland. Plangebied en conclusie Het plangebied is niet gelegen in één van de gebieden aangewezen op de kaarten10 van de OVG waarvoor regels zijn opgenomen m.b.t. deze planontwikkeling. Het gaat hier om een ontwikkeling van een grondgebonden melkveehouderij. In de OVG krijgen grondgebonden veehouderijbedrijven (waaronder melkveebedrijven) ruimte om zich te ontwikkelen. Daarbij moeten ze wel zorgen voor ruimtelijke kwaliteit en een goede landschappelijke inpassing. In paragraaf 2.5 van deze toelichting en in bijlage 1 van de regels is gevisualiseerd en beschreven hoe dit plan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast. De grondgebonden landbouw zal duurzamer gaan produceren vanuit gesloten, groene kringlopen.
Het is zaak dat in de kringloop bodem, gewas, veevoer, vee en de mest terug naar de bodem, zo min mogelijk verliezen optreden en de bodemkwaliteit op peil blijft. Een goede verhouding tussen het aantal dieren en de oppervlakte cultuurgrond waarover het bedrijf beschikt, is van invloed op een duurzame productie. Een veehouderijbedrijf dient bij een verzoek tot uitbreiding aan te geven dat het over voldoende grond beschikt om de dieren in de nieuwe situatie grotendeels te kunnen voeren met de opbrengst afkomstig van de grond die tot het bedrijf behoort. Het gaat daarbij om grond in eigendom of in pacht bij het bedrijf, gelegen in de omgeving van de bedrijfsgebouwen. Het bedrijf in het plangebied produceert 100% van het ruwvoer zelf om de dieren in de huidige situatie te kunnen voeren. Bij uitbreiding kan het bedrijf voor 53 % voorzien in de ruwvoer van eigen teelt. Hiermee wordt voldaan aan de eis dat het veehouderijbedrijf 9 Geconsolideerd. 10 Kaart 1 t/m 11 (Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Landschap, Water en Milieu, Erfgoed
en Veilige Leefomgeving)
22
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
over voldoende grond beschikt om de dieren in de nieuwe situatie grotendeels te kunnen voeren met de opbrengst afkomstig van de grond die tot het bedrijf behoort. In bijlage 1 is de benodigde bewijslast hiervoor opgenomen middels een berekening gebaseerd op de gecombineerde opgaven van 2022.
3.4
GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 Inleiding De gemeente West Betuwe is ontstaan per 1 januari 2019 na de fusie van de gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Het plangebied is gelegen in de voormalige gemeente Geldermalsen. Het gemeentelijk beleid is omschreven in het bestemmingsplan, de gemeentelijke omgevingsvisie en de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit.
3.4.2 Bestemmingsplan In paragraaf 1.3 van deze toelichting is uitgebreid ingegaan op de bestemmingsplannen die ter plaatse van het plangebied van kracht zijn en de ter plaatse geldende bestemmingen en aanduidingen. Aangezien het plangebied is gelegen binnen twee verschillende bestemmingsplannen, is het beoogde plan binnen de regels van de vigerende bestemmingsplannen niet rechtstreeks mogelijk. Om het plan in totaliteit mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Hierbij is qua bestemmingen en regels zoveel mogelijk aangesloten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2022’ om meer uniformiteit te krijgen met andere soortgelijke bedrijfslocaties in het buitengebied. Bewust is ervoor gekozen om voor het gedeelte van het plangebied , nu gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Gellicum 2009’, qua bouwregels aan te blijven sluiten bij dit bestemmingsplan. Dit om eventuele aantasting van waarden (zicht, etc.) te voorkomen.
3.4.3 Omgevingsvisie gemeente West Betuwe Op 22 februari 2022 is de ‘Omgevingsvisie West Betuwe 1.0’ door de gemeenteraad vastgesteld. In deze omgevingsvisie heeft de gemeente de huidige kwaliteiten van de fysieke leefomgeving beschreven. Er zijn verschillende ontwikkelingen met impact op de fysieke leefomgeving in beeld gebracht en in samenhang bekeken. Daarnaast heeft de gemeente haar gedeelde dromen en visie op de toekomst opgetekend. Vervolgens heeft men dit vertaald in een ruimtelijke koers voor de kernen en het buitengebied van West Betuwe. Zo wordt richting gegeven aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De omgevingsvisie vormt hiermee een inspirerend kader voor (nieuwe) initiatieven en samenwerking in de leefomgeving. Deze omgevingsvisie 1.0 is agenderend, gebaseerd op bestaand beleid en volgt de huidige structuurvisies van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal op. In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie beschrijft de gemeente per thema de strategische opgaven waar zij voor staat tot 2040, en welke ambities zij hierin nastreven. Ten aanzien van landbouw (paragraaf 3.5), luiden de ambities als volgt: Als West Betuwe blijven we ons ontwikkelen als dé fruitgemeente van Nederland.
We zoeken daarbij naar een gezonde balans in het bieden van ruimte voor uitbreiding, schaalvergroting, teeltondersteunende voorzieningen en het versterken van ons landschap, bescherming van de cultuurhistorie, de natuur en de gezondheid van onze inwoners.
23
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
We zetten als gemeente West Betuwe in op het benutten van koppelkansen in kringlooplandbouw en ondersteunen innovatieve agrariërs hierin: klimaatadaptatie (waterberging), maatregelen voor een gezonde bodem, telen onder zonnepanelen, behoud landschappelijke kwaliteit, natuurbeheer en het bevorderen van biodiversiteit. Bij (nieuwe) agrarische ontwikkelingen in West Betuwe zal de gemeente kringloop landbouw stimuleren en ondersteunen. Bij vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) bekijken we met eigenaar en omgeving naar alternatieve bij het landschap passende invulling voor het vastgoed zoals recreatie, wonen, zorg etc..
Figuur 3.1: Uitsnede omgevingsvisie (www.ruimtelijkeplannen.nl), zwarte cirkel geeft globale ligging plangebied aan.
Het plangebied is deels gelegen in het deelgebied ‘de kern – kleine kern’ en deels in ‘het buitengebied – Agrarisch gebied’ en gebied aangewezen voor ‘Kringlooplandbouw’ en ‘Beleefbare Nieuwe Hollandse Waterlinie’. Voor dergelijke gronden gelden de ambities voor landbouw zoals hierboven weergegeven. Dit plan voorziet in de beëindiging van de varkenstak en een uitbreiding van het agrarische bouwvlak. De uitbreiding van het agrarische bouwvlak is nodig om de bestaande melkveehouderij uit te kunnen breiden, zodat er voldoende toekomstperspectief behouden blijft voor het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf. Zoals reeds in paragraaf 3.3 is aangegeven zal de grondgebonden landbouw duurzamer gaan produceren vanuit gesloten, groene kringlopen. Conclusie Gesteld kan worden dat het plan in lijn is met de gemeentelijke omgevingsvisie.
24
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
3.4.4 Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Met de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wil de gemeente bestaande bijzondere ruimtelijke kwaliteiten – met name de cultuurhistorische waarden en identiteit – kunnen waarborgen en anderzijds burgers meer ruimte bieden bij het realiseren van hun bouwplannen. Dit vraagt om een welstandsbeleid op maat. Enerzijds wordt rechtszekerheid en voorspelbaarheid geboden, maar anderzijds is er ruimte voor dialoog en afwijking van de spelregels, indien blijkt dat er betere alternatieven zijn. De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit kent compacte afwegings- en toetsingskaders, waarbij een logisch verband is gelegd tussen waarden, kernkwaliteiten, ambities en ontwerprichtlijnen. In de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wordt in de gemeente zeven deelgebieden onderscheiden. Het bebouwde gedeelte van het plangebied is gelegen in ‘Historische dorpsgebieden’. De nog onbebouwde gronden binnen het plangebied, waarop de uitbreiding plaatsvindt, is gelegen in het deelgebied ‘Buitengebied/oeverwal’.
Het plan dient enerzijds getoetst worden aan de volgende kernkwaliteiten van de historische dorpsgebieden en anderzijds aan de kernkwaliteiten van het buitengebied oeverwal: Kernkwaliteiten Historische Kernkwaliteiten Buitengebied Oeverwal dorpsgebieden - De stedenbouwkundige structuur - De landschappelijke structuur wordt van de historische dorpsgebieden bepaald door een kleinschalig en wordt bepaald door de oorspronkelijke afwisselend landschap, kronkelende linten waarlangs de bebouwing wegen en verspreid staande vaak perceelsgewijs tot stand is gekomen. historische bebouwing op erven met Het straatbeeld is wisselend door het een informele uitstraling, die als individuele karakter van de bebouwing duidelijk herkenbare ensembles een en de onderling verspringende logische plek in het landschap hebben rooilijnen. De bebouwingsstructuur is overwegend open met doorzichten naar het achterliggende gebied. De variatie in situering is groot. Panden staan of direct langs de weg en vormen een gevelwand of zijn geplaatst in een ruimere setting van een tuin. -
De openbare ruimte wordt bepaald door het profiel van de straat, de stoep, de groene inrichting van de voortuinen of de aanstrating tot de voorgevels en het aanwezig groen in het openbare gebied. De bestrating zorgt voor samenhang. Het onderscheid tussen openbaar- en privégebied is duidelijk gemarkeerd.
-
De openbare ruimte wordt bepaald door het profiel van de straat of het lint, en de verschillende afstanden van de bebouwing tot aan de weg en tot elkaar. De open ruimte tussen de bebouwing heeft overwegend een landschappelijke uitstraling.
-
De typologie en architectuur van de bebouwing is divers van karakter. De gebouwen zijn individueel ontworpen en dateren uit verschillende tijdsperioden. De bebouwing bestaat overwegend uit één tot twee lagen met kap. De samenhang wordt bepaald door de overeenkomsten in maat en
-
Typologie en architectuur van bebouwing is divers van karakter. De authentieke boerderijen behoren meestal tot het hallehuis-type, bestaande uit één bouwlaag met een hoge forse kap en een lage daklijst, of het T-boerderij-type, waarbij het woonhuis van twee bouwlagen het
25
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
schaal van de bebouwing, de eenvoudige hoofdvormen, de toepassing van kappen en de onderlinge positie van de bebouwing ten opzichte van de weg.
Gevelindeling,materiaal, detaillering en kleur is gevarieerd en afhankelijk van de bouwstijl. De gevels zijn vaak traditioneel geordend; naar boven toe worden gevelopeningen meestal kleiner. De overeenkomsten bestaan uit de toepassing van gatengevels en de toepassing van natuurlijk materiaalgebruik als rode of bruine baksteen, pleisterwerk, keramische rode of antracietkleurige pan, riet en hout. Het kleurgebruik is ingetogen en voegt zich naar de kenmerken van de betreffende bouwstijl.
-
voorhuis vormt met daarachter de lagere schuur met forse kap. Andere gebouwen zijn eveneens individueel ontworpen en dateren uit verschillende tijdsperioden. De bebouwing bestaat overwegend uit één tot twee lagen afgedekt met een forse kap met een gesloten uitstraling. De samenhang wordt bepaald door de overeenkomsten in maat en schaal van de bebouwing, de eenvoudige hoofdvormen en de overwegend voorkomende kapvormen. -
Gevelindeling, materiaal, detaillering en kleur is gevarieerd en afhankelijk van de bouwstijl. De gevels zijn vaak traditioneel geordend. Naar boven toe worden gevelopeningen meestal kleiner. De overeenkomsten bestaan uit de toepassing van gatengevels en de toepassing van natuurlijk materiaalgebruik als rode of bruine baksteen, pleisterwerk, keramische rode of antracietkleurige pan of riet en hout. Het kleurgebruik is ingetogen en voegt zich naar de kenmerken van de betreffende bouwstijl.
Middels het landschappelijk inpassingsplan wordt het plangebied op een natuurlijke en goede wijze ingepast. Daarbij is aangesloten op de aanwezige landschapsstructuren (zie paragraaf 2.5). De welstandscommissie zal op basis van het nog uit te werken bouwplan het plan toetsen aan de aspecten typologie en architectuur van bebouwing en gevelingindeling, materiaal, detaillering en kleur. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen in principe past binnen het gemeentelijke beleid. Het nog uit te werken bouwplan zal echter op basis van de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit nog beoordeeld worden door de welstandscommissie.
26
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN
4 1 Omgevingsaspecten 4.1
M.E.R.-BEOORDELING Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). 4.
Provinciale staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn. Conform art. 2, lid 5 Besluit m.e.r. dient voor elke activiteit die genoemd wordt in het Besluit m.e.r. maar beneden de drempelwaarden van onderdeel D valt, beoordeeld te worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats in een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Beoordeling en conclusie Dit plan leidt niet tot een toename van depositie op de Natura 2000-gebieden (zie paragraaf 4.9), maar juist tot een afname. Er wordt gebruik gemaakt van interne saldering. Een passende beoordeling is daarom niet nodig. Wel is in deze situatie sprake van een activiteit die is opgenomen in kolom 1 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Doordat in de regels de planologische mogelijkheden voor het aantal te houden dieren gemaximeerd wordt beneden de drempelwaarde uit Kolom 2 is er geen sprake van een kaderstellend plan zoals bedoeld in Kolom 3. Hiervoor is dus geen planMER nodig. Voor dit bestemmingsplan is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling en m.e.r.-beoordelingsbesluit nodig. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-paragraaf in de toelichting.
In deze paragraaf wordt beoordeeld of er belangrijke negatieve milieueffecten te verwachten zijn die het opstellen van een Milieueffectrapportage nodig maken. Over deze beoordeling wordt dus geen m.e.r.beoordelingsbesluit genomen. In bijlage 2 van deze toelichting is een vormvrije m.e.r.beoordeling opgenomen die beschouwd kan worden als de hierboven bedoelde vormvrije m.e.r.-paragraaf. Op basis van de vormvrije m.e.r.-paragraaf en de daartoe uitgevoerde
27
A. Toelichting Bestemmingsplan Vlietskant 15 te Gellicum
onderzoeken wordt geconstateerd dat er geen sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ die het opstellen van een Milieueffectrapportage nodig maken.
4.2
BEDRIJVIGHEID (BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING) De VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. Per type bedrijf zijn in de lijst richtafstanden tot gevoelige bestemmingen weergegeven. Het gaat om richtafstanden met betrekking tot de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De opgenomen richtafstanden betreffen de indicatief aan te houden afstanden tussen een hinder veroorzakende (bedrijf) en een milieugevoelige functie (woning). De richtafstand is van toepassing tussen de grens van de bedrijfsbestemming (planologische rechten van een bedrijf) en de uiterste grens van de gevel van een woning welke volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. Ter plaatse van het plangebied (Vlietskant 15) is het in de huidige situatie planologisch en vergunningstechnisch mogelijk om rundvee- als varkens te houden met bijbehorende landbouwactiviteiten (akkerbouw). Hiervoor zijn onderstaande richtafstanden opgenomen in de richtafstandenlijst ‘Bedrijven en milieuzonering’. Omschrijving
Afstanden in meters Geur Stof Geluid
Gevaar
Fokken en houden van rundvee
100
30
30
0
3.2
Fokken en houden van varkens
200
30
50
0
4.1
Akkerbouw (bedrijfsgebouwen)
10
10
30
10
2
Categorie
Tabel 4.1: Richtafstanden ‘Bedrijven en milieuzonering’
Met dit plan wordt het bestaande bouwvlak vergroot en de intensieve varkenshouderij beëindigd. Dit leidt tot de wijzigingen van de richtafstanden binnen het plangebied t.o.v. de huidige planologische toegestane situatie. Doordat de varkenstak ter plaatse wordt beëindigd en juridisch planologisch in dit bestemmingsplan wordt geborgd dat deze tak in de toekomst niet meer opgericht kan worden binnen het plangebied, komen de richtafstanden voor het ‘fokken en houden van varkens’ te vervallen. Dit houdt in dat de richtafstanden van het bedrijf dat is gevestigd binnen het plangebied tot een milieugevoelige functie in de omgeving voor geur afneemt van 200 meter naar 100 meter en voor geluid van 50 meter naar 30 meter. Daarnaast wordt het bouwvlak uitgebreid, waardoor de grens van de bedrijfsbestemming wordt verlegd. Deze komt hierdoor niet dichterbij milieugevoelige functies te liggen. Zowel in de huidige vigerende planologische situatie als in de toekomstige situatie wordt niet voldaan aan de richtafstanden die in de VNG brochure zijn opgenomen voor geur, stof, geluid en gevaar tot enkele milieugevoelige objecten in de omgeving (Vlietskant 1111, 1212,