RV2024-025-Bijlage5-Toelichting-Inpassingsplan-Radar-Herwijnen.pdf
Tekst van het document
Inpassingsplan | Toelichting
Radarstation Herwijnen
Rijksoverheid
Datum: 1 november 2023 Projectnummer: 160239.04 ID: NL.IMRO.
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Project radarstation Herwijnen Nut en noodzaak Keuze voor Herwijnen Leeswijzer
3 4 5 10
2
Planbeschrijving
11
2.1 2.2
Huidige bestemmingsplannen Voormalige, huidige en toekomstige situatie plangebied
11 12
3
Beleidskader
16
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
16 20 26 27
4
Milieuaspecten
30
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Milieueffectrapportage Bodem Geluid Straling Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid
30 30 31 37 41 43 44
5
Overige aspecten
48
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Water Gezondheid Verkeer en parkeren
48 53 57 59 59
6
Juridische planbeschrijving
61
6.1 6.2 6.3
Inleiding Verhouding met geldende bestemmingsplannen Opbouw van dit inpassingsplan
61 61 62
7
Economische uitvoerbaarheid
64
7.1 7.2
Economische haalbaarheid Planschade
64 64
8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
65
8.1 8.2 8.3 8.4
Bestemmingsplanprocedure voormalige gemeente Lingewaal 65 Toepassing rijkscoördinatieregeling 65 Communicatie / participatie 65 Voorontwerp inpassingsplan / overleg met betrokken overheden 65 Ontwerp inpassingsplan 66
8.5
Bijlagen 1. TNO (2012) “Memorandum Lage hoogte dekking MPR-opvolger Nieuw-Milligen”, 11 december 2012; 2. Rijksvastgoedbedrijf (2020) “Locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar”, 4 februari 2020; 3. Rijksvastgoedbedrijf (2021) “Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar”, 19 november 2021; 4. Koninklijke luchtmacht (2022) “Luchtruimbewaking Nederland: invulling op alternatieve wijze”, 21 januari 2022; 5. Miniserie van Defensie (2022) “Integrale beoordeling van de onderzoeken in het kader van de RCR-procedure ten behoeve van een radarstation in Herwijnen”, 12 mei 2022. 6. Staatssecretaris van Defensie (2022) “Brief van de staatssecretaris van Defensie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Defensienota 2022- sterker Nederland, veiliger Europa”, 3 juni 2022. 7. Commissie Dorp, Stad & Land (2017) “Landschapsadvies op verzoek van de gemeente Lingewaal over ondervermeld plan”. Kenmerk: LIN17-0040LA, 12 mei 2017; 8. Rijksbouwmeester (2019) “Welstandsadvies radartoren Herwijnen”. Kenmerk: 704371, 13 februari 2019; 9. Rijksbouwmeester (2023a) “Advies radartoren Herwijnen”, 24 augustus 2023; 10. Rijksbouwmeester (2023b) “Advies radartoren Herwijnen”, 31 oktober 2023. 11. SAB (2023) “Natuurtoets Herwijnen, Broekgraaf”. Projectnummer: 160239.04, 22 februari 2023; 12.
Tebodin Bilfinger (2020) “Onderzoek geldigheid en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen”. Documentnummer: 16215001, 10 november 2020; 13. Tebodin Bilfinger (2015) “Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen”. Documentnummer: 16215001, 7 december 2015; 14. Adviesbureau de Haan (2023) “Akoestisch onderzoek Radarpost-Zuid, Herwijnen”. Rapportnummer: AH.2022.1343.00.R001, 21 juni 2023. 15. SAB (2023) “Akoestisch onderzoek Radarstation Broekgraaf 1, Herwijnen”. Projectnummer: 160239.04, 11 oktober 2023; 16. Ministerie van Defensie (2023) “ICNIRP-contour SMART-L. Voldoet aan de richtlijn en operationeel bruikbaar”. Referentie: 2023003834, 16 maart 2023; 17. Thales (2023) “Safety Assessment Report Verklaring omtrent de stralingsveiligheid van het SMART-L MM/F radarsysteem te Herwijnen”. Documentnummer: 0026~H0203~9047051247_SAR_004, 4 mei 2023; 18. TNO (2019) “Stralingsgevaar Radarinstallatie Herwijnen”. Referentie: DHW2019-100320757, 8 april 2019;
19. TNO (2019) “Memorandum Stralingsbelasting Radarinstallatie Herwijnen/V2”. Referentie: TNO 2019 M10833/V2, 17 juni 2019; 20. TNO (2020) “Evaluatie van gezondheidsaspecten door RF-velden afkomstig van de voorgenomen SMART-L radar te Herwijnen”. Projectnummer: R10094, 13 januari 2020; 21. TNO (2020) “Evaluatie van gezondheidsaspecten door bloostelling voorgenomen SMART-L te Herwijnen: aanvulling op rapportage TNO 2020 R10094”. Projectnummer: 060.42151, 27 augustus 2020; 22. DEKRA (2021) “Assessment Report RF Exposure – MPE”. Rapportnummer: 2251914.0501-RSM, 6 juli 2021; 23. TNO (2021) “Memorandum SMART-L bijdrage samengestelde blootstelling”. Referentie: DHW-2021-ED-100341656, 21 september 2021. 24. SAB (2023) “Onderzoek stikstofdepositie Herwijnen, Radartoren”, 13 oktober 2023; 25. Waterschap Rivierenland (2023) “De Digitale Watertoets”, 12 oktober 2023. 26. Nota van beantwoording inspraakreacties op het voorontwerp (P.M.).
1 1.1
Inleiding Project radarstation Herwijnen Het ministerie van Defensie is verantwoordelijk voor de nationale veiligheid en dient in het verlengde daarvan ook te zorgen voor een adequate bewaking van het Nederlandse luchtruim. Radarsystemen spelen daarbij een essentiële rol. Defensie heeft op twee locaties in Nederland radars die specifiek de taak hebben om het luchtruim te bewaken. Beide radars zijn aan het einde van hun technische levensduur en dienen daarom te worden vervangen. Op de noordelijke locatie Wier (Friesland) is de radar inmiddels vervangen. Op de huidige zuidelijke locatie Nieuw-Milligen speelt mee dat naast de noodzakelijke vervanging van de radar, de locatie als zodanig niet geschikt is om te voorzien in de vereiste radardekking op lage hoogten en radardekking boven de Randstad. Daarom is Defensie voornemens om de nieuwe radar te plaatsen in Herwijnen, op de plek waar voorheen een radar van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) stond. Op de locatie aan de Broekgraaf in Herwijnen zal een SMART-L radar worden gerealiseerd. “SMART-L” staat voor: Signal Multibeam Acquisition Radar for Targeting, Longrange. Een SMART-L radar is een moderne luchtbewakingsradar, die kan voorzien in adequate luchtruimwaarneming op grote hoogte en op lage hoogte. De SMART-L in Herwijnen wordt voorzien van een radome.
Een radome is een koepel die over de radar wordt geplaatst en een geluidreducerende werking heeft. Hieronder is een impressie van het radarstation met radome weergegeven.
Impressie toekomstige situatie (bron: Rijksvastgoedbedrijf)
Het radarstation wordt gerealiseerd aan de Broekgraaf in Herwijnen, gemeente WestBetuwe. Het perceel bevindt zich in het buitengebied, ten noorden van de kern Herwijnen. In de directe omgeving bevinden zich agrarische graslanden. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
3
Globale ligging plangebied (Bron: Google Maps)
Globale begrenzing plangebied (Bron: Ruimtelijke plannen)
1.2
Nut en noodzaak Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, dient de huidige radar in Nieuw-Milligen te worden vervangen omdat deze aan het einde van zijn technische levensduur is
4
gekomen en daarbij is een nieuwe locatie noodzakelijk omdat vanaf Nieuw-Milligen onvoldoende radardekking op lage hoogten mogelijk is, ook in het westen van het land. Samen met de SMART-L radar die al in Wier is geplaatst, zorgt een SMART-L radar in Herwijnen voor een optimale luchtruimwaarneming in heel Nederland. Ter toelichting het volgende. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn in Wier en in Nieuw-Milligen zogeheten Medium Power Radars (MPR) geplaatst. Al in 2009 werd door de staatssecretaris van Defensie gesignaleerd dat deze MPR’s verouderd waren en dat daardoor het risico voor de inzetbaarheid van deze radars toenam.1 MPR’s kunnen daarnaast niet voldoende op lage hoogte het luchtruim bewaken. Bij de plaatsing in de jaren zeventig was een gebrekkige lage hoogtedekking niet zo problematisch omdat vooral rekening werd gehouden met Russische bommenwerpers die op grote hoogte vanuit het oosten zouden aankomen. De dreigingen van tegenwoordig vragen echter ook om adequate lage hoogte dekking vanuit alle richtingen. De SMART-L radar kan wel voorzien in de gewenste radardekking en is daarom door het ministerie van Defensie gekozen als vervanger voor de MPR.2 De MPR in Wier is inmiddels vervangen door een SMART-L radar en deze zorgt voor radardekking in Noord-Nederland en boven de Noordzee.
De locatie Nieuw-Milligen is niet geschikt als locatie voor een radar die ook op lage hoogten, ook in westelijk Nederland, voldoende lage hoogtedekking moet bieden. Nieuw-Milligen ligt namelijk op de Veluwe in een soort ‘kom’. Daardoor wordt het zicht op lage hoogten zowel naar het oosten als naar het westen belemmerd door hogere terreindelen. Dit probleem is al in 2012 door TNO in een memorandum naar voren gebracht. Nieuw-Milligen ligt daarnaast ook te ver naar het noordoosten. Hierdoor is een radar aldaar onvoldoende in staat om de Randstad en Zuid-Nederland van dekking te voorzien. In het TNO-memorandum is aangetoond dat het verhogen van de positie van de radarantenne redelijkerwijs geen oplossing is voor beide problemen. Op basis van dit memorandum is Defensie dan ook afgestapt van het idee om de nieuwe radar in Nieuw-Milligen te plaatsen. Memorandum Lage hoogte dekking MPR-opvolger Nieuw-Milligen van TNO, 11 december 2012 (bijlage 1 bij deze toelichting)
Al snel kwam Herwijnen in beeld als geschikte locatie. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 1.3 en 1.4.
1.3
Keuze voor Herwijnen In Herwijnen stond al sinds de jaren ’70 een civiele radar van de LVNL. Om verschillende redenen wilde LVNL het radarstation Herwijnen sluiten. Dat bood Defensie de unieke kans deze locatie over te nemen.
1
Kamerstukken 2008/09, 27 830, nr. 62, blz. 1.
2
Kamerstukken 2014/15, 27 830, nr. 139.
5
Defensie trad daarop in gesprek met de toenmalige gemeente Lingewaal. De gemeente gaf aan te willen meewerken aan het realiseren van een militair radarstation in Herwijnen. Om een noodzakelijke bestemmingsplanwijziging tot stand te brengen werd een anterieure overeenkomst gesloten tussen het ministerie van Defensie en de gemeente Lingewaal. Met die medewerking op zak kocht Defensie daarop de locatie in Herwijnen aan in 2016. De gemeente publiceerde in januari 2017 een ontwerpwijziging van het bestemmingsplan. Hierop kwamen vijf inspraakreacties, waarvan drie van omwonenden. De omwonenden uitten zorgen over gezondheidsrisico’s. Ondanks meerdere informatiebijeenkomsten bleven deze zorgen onder de bevolking bestaan. In oktober 2018 besloot de gemeenteraad uiteindelijk niet in te stemmen met het wijzigen van het bestemmingsplan. De gemeente Lingewaal is met ingang van 2019 opgegaan in de gemeente West Betuwe. West Betuwe heeft het besluit van de voormalige gemeente Lingewaal overgenomen en heeft sindsdien geen medewerking willen verlenen aan de komst van het radarstation. Om het radarstation desalniettemin toch te kunnen realiseren, heeft het ministerie van Defensie zijn bevoegdheid aangewend tot het vaststellen van een rijksinpassingsplan met toepassing van de rijkscoördinatieregeling voor het realiseren van het radarstation.
Voor het toepassen van de rijkscoördinatieregeling is op grond van artikel 3.35, lid 9, van de Wet ruimtelijke ordening instemming nodig van de Eerste en Tweede Kamer. Het besluit tot van toepassing verklaren van de rijkscoördinatieregeling is op 7 juni 2019 door de Staatssecretaris van Defensie aan de Eerste en Tweede kamer gestuurd. De Eerste Kamer gaf haar instemming op 17 december 2019. De Tweede Kamer heeft op 7 juli 2022 ingestemd met het toepassen van de rijkscoördinatieregeling na meerdere besprekingen. De behandeling in de Tweede Kamer heeft – onder meer – geleid tot vier nadere onderzoeken naar alternatieve locaties, namelijk: 1 Locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar van het Rijksvastgoedbedrijf, 4 februari 2020 (bijlage 2 bij deze toelichting);
2 Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar van het Rijksvastgoedbedrijf, 19 november 2021 (bijlage 3 bij deze toelichting);
3 Luchtruimbewaking Nederland: invulling op alternatieve wijze van het Commando Luchtstrijdkrachten, 21 januari 2022 (bijlage 4 bij deze toelichting);
4 Integrale beoordeling van de onderzoeken in het kader van de RCR-procedure ten behoeve van een radarstation in Herwijnen ministerie van Defensie, 12 mei 2022 (bijlag 5 bij deze toelichting).
Deze onderzoeken bevestigen dat Herwijnen de meest geschikte locatie is. Hieronder worden de onderzoeken naar alternatieven toegelicht. Locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar (4 februari 2020) Het Rijksvastgoedbedrijf heeft – in samenwerking met het ministerie van Defensie en TNO – in 2019 en 2020 mogelijke alternatieve locaties voor het radarstation
6
onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de motie van het lid Voordewind c.s. in de Tweede Kamer.3 Onderzoek Locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar van het Rijksvastgoedbedrijf, 4 februari 2020 (bijlage 2 bij deze toelichting)
De vraagstelling van het onderzoek was of er andere locaties waren waar een SMART-L radar minimaal dezelfde prestaties zou kunnen leveren als in Herwijnen. Uitgangspunt in dit onderzoek was dat er sprake moest zijn van volledige afdekking van de Randstad op 1000 voet en een optimale afdekking van het deel van Nederland dat niet primair wordt afgedekt door de radar van Wier. Met behulp van een rekenmodel van TNO kon zo een zoekgebied worden vastgesteld. Het zoekgebied werd vervolgens beoordeeld op ruimtelijke belemmeringen zoals rivieren en grootschalige infrastructuur, zones rond windturbines en hoogspanningsmasten, hoge gebouwen en objecten, stedelijke gebieden, aangewezen natuurgebieden, bebouwde kommen en afzonderlijke woningen. Binnen de overgebleven gebieden werden daarna denkbare vestigingslocaties aangewezen die konden worden doorgerekend op de verschillende verstoringen voor de radarbeelden. Tot slot werden de operationeel acceptabele locaties beoordeeld op de mate waarin ze als radarlocatie te realiseren zouden zijn. Uit de analyse zijn uiteindelijk drie denkbare locaties naar voren gekomen: Nieuwpoort, Goudriaan (beide in de gemeente Molenlanden) en Meerkerk (gemeente Vijfheerenlanden). Aan deze locaties kleven nadelen ten opzichte van Herwijnen.
De locaties zijn niet goed ontsloten waardoor de projectkosten en doorlooptijd hoger uitvallen dan voor de locatie in Herwijnen. Daarnaast zijn deze locaties geen eigendom van het ministerie van Defensie. Vanwege de infrastructurele problematiek en de eigendomssituatie zou de uitvoering van het project minimaal 18 tot 24 maanden langer duren dan wanneer wordt gekozen voor Herwijnen. Het onderzoek bevestigde daarmee de keuze voor Herwijnen in die zin dat er geen duidelijke gelijkwaardige of betere locaties voorhanden waren. Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar (19 november 2021) In de Tweede Kamer is eind 2020 gediscussieerd over de hoogte van de radarantenne en de gevolgen die deze zou kunnen hebben voor de stralingsbelasting voor de omgeving. Dit leidde tot een onderzoek waaruit begin 2021, onder andere, bleek dat de radarantenne niet hoger kon worden geplaatst dan 34 meter boven maaiveld omdat de radardekking dan minder zou worden. Op basis van die conclusie is opnieuw onderzoek gedaan naar alternatieve locaties, uitgaande van een radarantenne op 34 meter hoogte (ten opzichte van 24 meter in het onderzoek van 4 februari 2020). 4 Onderzoek Aanvullend locatieonderzoek zuidelijke SMART-L radar van het Rijksvastgoedbedrijf, 19 november 2021 (bijlage 3 bij deze toelichting)
Door de radarantenne hoger te plaatsen, wordt de horizon van een radar verder weg gelegd. Hierdoor kan verder worden ‘gekeken’. Met dit gegeven is een nieuw zoekgebied berekend voor het aanvullende locatieonderzoek. Uit het onderzoek in het aldus
3
Kamerstukken II 2018/19, 31 936, nr. 655.
4
Kamerstukken II 2020/21, 35 570 X, nr. 61 en Kamerstukken 2020/21, 35 570 X, nr. 24. 7
verkregen grotere zoekgebied, volgen 16 denkbare locaties voor het plaatsen van een SMART-L radar. Wederom bleek geen van deze locaties beter te scoren dan Herwijnen. Doorslaggevende factoren daarin zijn de radardekking, beschikbaarheid van het perceel, ontsluiting en (ruimtelijke) procedures. Onderzoek invulling luchtruimbewaking op alternatieve wijze (21 januari 2022) Op 9 februari 2021 werd door de Tweede Kamer een motie aangenomen met daarin het verzoek om de rijkscoördinatieregeling voor het radarstation in Herwijnen te stoppen.5 Naar aanleiding van deze motie is door het Commando Luchtstrijdkrachten van het ministerie van Defensie onderzocht of er andere manieren zijn om in de noodzakelijke radardekking te voorzien. Onderzoek Luchtruimbewaking Nederland: invulling op alternatieve wijze van het Commando Luchtstrijdkrachten, 21 januari 2022 (bijlage 4 bij deze toelichting)
Daarbij zijn de volgende alternatieven onderzocht: − geen tweede SMART-L radar plaatsen; − het gebruiken van andere bestaande radars (Joint Samenwerking) in aanvulling op Wier, bijvoorbeeld één van de luchtverkeersleidingsradars van de Luchtmacht, één van de LCF-Fregatten van de Marine of een (mobiele) radar van de Landmacht, en; − een tweede SMART-L radar plaatsen op een minder geschikte locatie met aanvullende (compenserende) maatregelen. Uit het onderzoek volgt dat slechts één radar plaatsen geen optie is. Eén radar kan namelijk niet voorzien in de juiste dekkingsgraad. Geen tweede SMART-L plaatsen is dus geen geschikt alternatief. Ook joint samenwerking biedt geen geschikt alternatief, want deze bestaande radars bevinden zich op ongeschikte locaties en zijn daarnaast niet op de juiste hoogte geplaatst. Het plaatsen van een tweede SMART-L radar is dus nodig. In het onderzoek is vervolgens gekeken of locaties die eerder als ongeschikt waren aangemerkt met aanvullende compenserende maatregelen tóch geschikt zouden kunnen worden gemaakt. Het gaat dan om locaties die op basis van omgevingsaspecten niet op voorhand kansloos waren. De volgende locaties zijn in het onderzoek betrokken: − − − −
MASS-radarlocatie Soesterberg; Camp New Amsterdam, Soesterberg; Mobilisatiecomplex (MC) Lopik, en Oefenterrein Leusderheide.
Het realiseren van de SMART-L op de locaties MASS Soesterberg, Camp New Amsterdam en de Leusderheide levert planologische problemen op. Niet alleen zijn afwijkingsprocedures van de vigerende bestemmingsplannen nodig, of moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld, ook bestaat er voor deze locaties geen politiek en bestuurlijk draagvlak, bijvoorbeeld vanwege vergevorderde woningbouwplannen of
5
Kamerstukken II 2020/21, 27 830, nr. 332. 8
vergevorderde plannen voor een windturbinepark. Deze locaties zijn daarom in het onderzoek afgevallen. De locatie MC Lopik is minder ongunstig. Met aanvullende maatregelen zou deze locatie geschikt kunnen zijn. De aanvullende maatregelen bestaan in ieder geval uit het verwijderen van drie windturbines in de buurt van de locatie. Uit het onderzoek volgt een aanbeveling om in een integrale analyse de locatie MC Lopik af te wegen tegen de denkbare locaties die zijn opgenomen in het aanvullende locatieonderzoek van 2021. Integrale beoordeling onderzoeken (12 mei 2022) Het ministerie van Defensie geeft op 12 mei 2022 in een nota aan de Tweede Kamer gehoor aan de aanbeveling uit het onderzoek van 21 januari 2022. Nota Integrale beoordeling van de onderzoeken in het kader van de RCR-procedure ten behoeve van een radarstation in Herwijnen ministerie van Defensie, 12 mei 2022 (bijlage 5 bij deze toelichting)
In de integrale beoordeling zijn alle mogelijke alternatieve locaties opnieuw beschouwd. Het gaat om de volgende locaties: − − − − − − − − − − − − − − − − − − −
Herwijnen; Krimpenerwaard; Polsbroek Vlist; Leusderheide; Lopikerwaard Zuid; Polsbroek Cabauw; MC Lopik; Nieuwpoort; Goudriaan; Ottoland; Noordeloos; Montfoort; Hoenkoop; Snelrewaard; MASS Soesterberg; Meerkerk; Schoonrewoerd; Nederhemert, en Camp New Amsterdam.
De beoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van de volgende criteria: operationele waardering (radarantenne op ten hoogste 34 meter), regionale verdringingseffecten (hoge woningbouw en wind op land), lokale inpasbaarheid (impact op lokale omgeving, bouwkwaliteit perceel en benodigde ontsluiting), verwachte realisatietijd en risico’s (geluidproductie, financieel, politiek/bestuurlijke precedentwerking en betrouwbaarheid overheid). Uit dit onderzoek komt Herwijnen opnieuw naar voren als meest geschikte locatie. Daar komt bij dat door de gewijzigde veiligheidssituatie het plaatsen van een nieuwe radar nog urgenter is geworden. Bij andere locaties is de realisatietijd
9
dusdanig langer, dat de nationale veiligheid in het geding komt. Dit maakt dat een keuze voor Herwijnen nog meer voor de hand ligt. Uit gesprekken met de gemeente Lopik wordt duidelijk dat het vestigen van de radarlocatie ter plaatse van MC Lopik onwenselijk is vanwege bouwplannen inclusief woonfuncties op zeer korte afstand. Bovendien heeft de gemeente aangegeven aan de locatie te willen behouden voor windmolens. Dit verkleint de inpasbaarheid een radarstation significant. Conclusie alternatievenonderzoeken: keuze Herwijnen bevestigd De onderzoeken naar alternatieve locaties voor een radarstation in Herwijnen hebben de oorspronkelijke keuze voor Herwijnen herbevestigd. Samengevat zijn de redenen voor deze keuze dat in Herwijnen sprake is van een goede operationele waardering. Er zijn daarnaast geen verdringingseffecten door windturbines en hoge woningbouw. Daar komt bij dat er al tientallen jaren op de locatie in Herwijnen een radarstation was gevestigd, waardoor de locatie ook kan rekenen op een goede lokale inpasbaarheid. Tot slot ligt de realisatietijd voor een radarstation op andere locaties veel hoger vanwege minder gunstige fysieke omstandigheden en ontbrekende eigendomsrechten, terwijl de internationale veiligheidssituatie juist vraagt om een snelle realisatie.
In zijn brief van 3 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Defensie bekendgemaakt dat het Kabinet heeft besloten omwille van de nationale veiligheid de RCR-procedure in Herwijnen voort te zetten. In de brief is de onderbouwing voor het plaatsen van de SMART-L radar in Herwijnen – zoals in de paragrafen hiervoor samengevat is weergegeven – opnieuw uiteengezet. Deze brief is daarmee het uitgangspunt voor het vervolg van de RCR-procedure en om te komen tot het voorliggende ontwerp rijksinpassingsplan. Kamerstukken II 2021/22, 31936 36124 27830, nr. 940 (opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting)
1.4
Leeswijzer Deze toelichting is, na dit inleidende hoofdstuk (1) als volgt opgebouwd: − Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; − Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de ruimtelijke beleidskaders van de verschillende overheden die van toepassing zijn; − Hoofdstuk 4 bevat de milieuaspecten; − Hoofdstuk 5 bevat de overige omgevingsaspecten; − Hoofdstuk 6 omschrijft de opbouw van de planregels; − Hoofdstuk 7 beschrijft de economische uitvoerbaarheid, en; − Hoofdstuk 8 besluit met maatschappelijke uitvoerbaarheid.
10
2 2.1
Planbeschrijving Huidige bestemmingsplannen Bestemmingsplan Buitengebied Op dit moment geldt ter plaatse van het plangebied het “Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014” van de voormalige gemeente Lingewaal (vastgesteld op 21 mei 2014). Dit reparatieplan is een gedeeltelijke herziening van het “Bestemmingsplan Buitengebied 2012” (vastgesteld op 9 oktober 2012). Met het reparatieplan is een correctieve herziening doorgevoerd, waarbij de juridische regeling in overeenstemming is gebracht met de feitelijke situatie. Het betroffen zeer geringe correcties en aanpassingen. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van het “Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014”.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: Ruimtelijke plannen).
Op grond van het geldende planologisch regime heeft het plangebied de bestemming ‘Bedrijf’, met de functieaanduiding ‘nutsvoorziening’. Daarmee is het plangebied onder andere bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van bijlage 1 bij het vigerende bestemmingsplan en nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Daarnaast is op het gehele plangebied een archeologische dubbelbestemming van toepassing. Het grootste deel van het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’, en een klein deel in het noordwestelijk hoekje van het plangebied kent de dubbelbestemming “Waarde – Archeologische verwachting 4”. Gronden met een archeologische dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere
11
daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Buitengebied parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie Daarnaast geldt voor het plangebied het thematische paraplubestemmingsplan “Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie” (vastgesteld op 10 december 2015). Hierin heeft het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie’, met de gebiedsaanduiding ‘overige zone - inundatiekommen’. Deze gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (zoals benoemd in bijlage 1 Kernkwaliteiten Nationaal Landschap en Inundatiekom Tielerwaard van het parapluplan). Op deze gronden mag worden gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen. Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 Tevens is het “Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019” (vastgesteld op 30 juni 2020) van kracht. In dit bestemmingsplan is het gemeentelijk parkeerbeleid vastgelegd. Een nieuw juridisch-planologisch regime Het ministerie van Defensie is voornemens om in het plangebied een militair radarstation te realiseren.
Een radarstation behoort op grond van artikel 2.6.9 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) de bestemming ‘Maatschappelijk - Zend- en ontvangstinstallatie’ te krijgen6. Het vigerende bestemmingsplan voorziet niet in deze bestemming, daarom wordt met voorliggend inpassingsplan deze bestemming toegevoegd. In paragraaf 3.1.2 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de regelgeving uit het Barro. Tevens staan de huidige bestemmingsregelingen de bouw van het beoogde radarstation en de aanleg van de daarbij behorende voorzieningen niet toe. Daarom is een nieuwe juridisch-planologische regeling noodzakelijk. In hoofdstuk 6 wordt toegelicht hoe voorliggend inpassingsplan hierin voorziet.
2.2
Voormalige, huidige en toekomstige situatie plangebied In het verleden bevond zich binnen het plangebied het radarstation van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Tevens werden in de vroegere bebouwing verschillende ruimtes door LVNL gebruikt als onder andere magazijn, extractorzaal, zenderzaal, kantine, kantoor, opslag, luchtbehandeling en werkplaats. De voormalige radartoren had een hoogte van bijna 30 meter en de totale bebouwing had een totale oppervlakte van circa 500 m2. Navolgende afbeeldingen tonen het voormalige radarstation op het terrein.
6
NB: Met de laatste wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, voorjaar 2020) is de verplichting een radarstation te bestemmen als ‘militaire zend- en ontvangstinstallatie’ komen te vervallen. Dit houdt verband met het toevoegen van de radarstations van Schiphol aan het systeem van radarstations zoals die worden beschermd via het Barro. Dit biedt ruimte om de civiele radarstations dezelfde planologische bescherming te bieden als de militaire stations. 12
Luchtfoto uit 2016
Voormalig radarstation (bron: De Gelderlander / Cor de Kock).
Inmiddels is de radartoren van de LVNL en de bijbehorende bebouwing gesloopt. De ten behoeve van het radarstation van de LVNL aangelegde verharding is blijven liggen. Het plangebied is hierdoor ook in de huidige situatie ongeveer voor de helft verhard. Het onverharde deel van het terrein bestaat uit bomen en gras.
13
Het nieuwe militaire radarstation zal op dezelfde plek worden gebouwd als het voormalige radarstation van LVNL. De totale hoogte van het radarstation bedraagt maximaal 33 meter. Behoudens een transformatorhuisje ten westen van de radartoren, wordt er geen bijkomende bebouwing gerealiseerd. Het bouwvlak is verkleind ten opzichte van de huidige planologische situatie en ligt uitsluitend op de radartoren en het transformatorgebouw. De bestaande rijbaan en toegang tot het perceel blijven gehandhaafd. Er worden zes ruime parkeervakken gerealiseerd die geschikt zijn voor onderhoudsvoertuigen. Op navolgende afbeeldingen is een impressie te zien van de toekomstige situatie. De bebouwing op deze afbeelding is indicatief. De uiteindelijke nieuwbouw kan op ondergeschikte punten verschillen; echter binnen de kaders van dit inpassingsplan.
Impressie toekomstige situatie (bron: Rijksvastgoedbedrijf).
Bij de inrichting van de toekomstige buitenruimte worden de bestaande verhardingen zoveel mogelijk gehandhaafd en hergebruikt. De afwatering van het hemelwater op de verharding wordt afgekoppeld en kan in de berm infiltreren. Naast het te vernieuwen hekwerk komt er een vrije zone van 4 meter breed bestaande uit gras. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het plangebied wordt een houtwal met bomen gerealiseerd, die grotendeels het zicht op het nieuwe radarstation ontneemt. Daarbij wordt gekozen voor inheemse landschappelijke beplanting, die bijdraagt aan de ecologische waarde van het gebied. De bestaande eiken blijven gehandhaafd en de bestaande essen die momenteel voor overlast zorgen worden gesnoeid en over tien jaar gekapt. Daarna neemt de nieuwe houtwal met bomen de afschermende functie over. Het binnenterrein wordt sober ingericht met extensief gemaaid ruig gras, aangevuld met enkele stroken met een bloembollenmengsel (geschikt voor extensieve bermen) om de biodiversiteit te vergroten. Onderstaande afbeeldingen geven de toekomstige inrichting van het plangebied weer.
14
Impressie toekomstige situatie (bron: Rijksvastgoedbedrijf / Steven Brink).
Impressie toekomstige situatie (bron: Rijksvastgoedbedrijf / Steven Brink).
15
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. De NOVI is een nieuw instrument afkomstig uit de Omgevingswet dat is vastgesteld vooruitlopend op de verwachte inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2024. Met de (NOVI) geeft het Rijk een visie op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Nederland staat voor grote en complexe opgaven die zowel lokaal, regionaal, nationaal en internationaal spelen. De NOVI geeft richting aan deze ontwikkelingen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Daarbij is Omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt daartoe een integrale aanpak voor: samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het Rijk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in integrale prioriteiten. De volgende prioriteiten zijn geformuleerd: 1 2 3 4
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's, en Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Daarnaast wordt een aantal nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. In het kader van onderhavige ontwikkeling is nationaal belang 9 ‘Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten’ van toepassing. Ten aanzien van dit nationaal belang (9) is de volgende opgave geformuleerd: ‘”Om zijn operationele taken te kunnen uitvoeren, heeft Defensie voldoende gebruiksruimte nodig om te oefenen en op te leiden. De krijgsmacht wordt uitgebreid en gemoderniseerd. Deze ontwikkeling leidt potentieel tot een grotere aanspraak op de omgeving. De voorziene groei van defensieactiviteiten moet worden opgevangen. Het verkeers- en vervoerssysteem moet zo worden ingericht en ontworpen dat de kans op schade door moedwillige verstoring en misbruik van vitale infrastructuur en transportketens in alle modaliteiten beperkt is en de voorbereiding op resterende risico’s voldoende is.” Toetsing Zoals beschreven in hoofdstuk 1, vervult het te bouwen radarstation een belangrijke functie in het kader van de nationale veiligheid. De besluitvorming over het project heeft daarmee ook een bovenlokaal karakter. Het project is een voorbeeld van de ingezette modernisering van de krijgsmacht. Vanuit landelijk perspectief is er geen sprake van uitbreiding omdat het radarstation een ouder station op een andere locatie vervangt.
Dit initiatief is in lijn met de NOVI.
16
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het Barro bevat ook regels ter borging van defensiebelangen, waaronder specifiek regels over radarstations. Radarstations kunnen op grond van artikel 2.6.2, achtste lid, van het Barro worden aangewezen. Deze aanwijzing vindt plaats in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).7 Radarstation Herwijnen is medio 2016 aangewezen en te vinden in bijlage 8 bij de Rarro. Deze aanwijzing volgde nadat was besloten het radarstation in Herwijnen te plaatsen. Rondom een radarstation kan een radarverstoringsgebied worden aangewezen. Op grond van artikel 2.6.2, lid 9 en artikel 2.6.9 van het Barro gelden binnen deze gebieden planologische beperkingen om een goede werking van het radarstation te garanderen. Deze beperkingen zijn verder uitgewerkt in de Rarro. In de Rarro staan in artikel 2.4 tot en met 2.6 regels met betrekking tot de opbouw van de radarverstoringsgebieden en de procedure rond de beoordeling van eventuele verstoringen van radarbeelden. Onderstaande afbeeldingen geven de radarverstoringsgebieden nabij Herwijnen weer.
7
Zie in dit kader ook artikel 2.1, lid 8, van de Rarro. 17
Toetsingshoogte bouwwerken in meters t.o.v. N.A.P. radarverstoringsgebied Herwijnen (zone 75 km).
Toetsingshoogte bouwwerken in meters t.o.v. N.A.P. radarverstoringsgebied Herwijnen (zone 15 km).
18
De in artikel 2.4 van de Rarro beschreven bouwbeperkingen binnen radarverstoringsgebieden gelden ook ter plaatse van het radarstation Herwijnen. De bouwbeperkingen zijn verdeeld in twee zones: één zone met een radius van 75 km en één zone met een radius van 15 km. Binnen de 15 km-zone worden bouwbeperkingen bepaald door een denkbeeldige rechte lijn te trekken met een oplopende hoek van 0,25 graden vanaf de top van de radarantenne. Bouwbeperkingen binnen de 75 km-zone gelden alleen voor windturbines en worden bepaald door een denkbeeldige horizontale lijn van 60 km, getrokken vanaf de hoogte waar de oplopende lijn vanaf de radarantenne de 15 kmzone passeert. De toepassing van deze bouwbeperkingen is op onderstaande afbeelding weergegeven.
Bouwbeperking radarverstoringsgebied
Toetsing Dit inpassingsplan voorziet in de bestemmingswijziging en wijziging van het planologisch regime van het perceel aan de Broekgraaf in Herwijnen. In het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming ‘Bedrijf’. Conform artikel 2.6.9 van het Barro dient een terrein waar een (militair) radarstation is gelegen bij de eerstvolgende planwijziging de bestemming ‘Maatschappelijk - Zend- en ontvangstinstallatie’ te krijgen. Deze bestemming is opgenomen in dit inpassingsplan 8. Het bijbehorende radarverstoringsgebied geldt reeds sinds medio 2016 en behoeft daarmee niet apart in dit inpassingsplan te worden vastgelegd. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Art. 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle
8 Zie ook de NotaBene op pagina 6
19
ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Een radartoren valt niet onder de definitie van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in het Bro. Bij de beantwoording op de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging. Tevens is relevant welk planologische beslag op de ruimte het voorliggende plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan. In voorliggende situatie geldt dat er al een radar op de locatie stond. De voormalige radartoren en bijbehorende bebouwing van Luchtverkeersleiding Nederland zijn inmiddels gesloopt en op dezelfde locatie wordt een nieuw radarstation gebouwd.
De functie van de locatie blijft dus hetzelfde en de oppervlakte van het bouwvlak in voorliggend inpassingsplan is kleiner dan de bouwvlak in het vigerend bestemmingsplan. Daarmee is er geen sprake van een toename van het planologische beslag op de ruimte. Dat, ondanks het feit dat de functie niet wijzigt, de bestemming toch moet worden gewijzigd, houdt verband met het feit dat op grond van het Barro de bestemming ‘Maatschappelijk - Zenden ontvangstinstallatie’ aan de locatie moet worden gegeven. Al met al kan dan ook worden geconcludeerd dat de Ladder voor duurzame verstedelijking op de in dit inpassingsplan voorziene ontwikkeling niet van toepassing is. 3.1.4
Conclusie rijksbeleid In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt het belang onderschreven van voldoende ruimte voor militaire activiteiten die nodig zijn om zorg te dragen voor de nationale veiligheid. Onderhavig plan biedt die ruimte. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt dat een terrein waar een militair radarstation gelegen is bij een eerstvolgende planwijziging de bestemming ‘Maatschappelijk - Zend- en ontvangstinstallatie’ dient te krijgen. Voorliggend plan voorziet in deze bestemmingswijziging. Tot slot voorziet dit inpassingsplan niet in een toename van het planologische ruimtebeslag of in een noemenswaardige functiewijziging, waardoor een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet benodigd is. Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan in lijn is met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland
20
centraal gesteld. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − − − − − − −
energietransitie: van fossiel naar duurzaam; klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; circulaire economie: sluiten van kringlopen; biodiversiteit: werken met de natuur; bereikbaarheid: duurzaam verbonden; vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
Deze thema’s zijn uitgewerkt aan de hand van vier digitale themakaarten: − − − −
themakaart Ruimtelijk beleid; themakaart Waterbeleid; themakaart Milieubeleid; themakaart Natuur- en landschapsbeleid.
Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten uit de Omgevingsvisie Gelderland wijst uit dat het plangebied uitsluitend is aangeduid op de themakaart ‘Ruimtelijk beleid’. Hieruit volgt dat op onderhavig plangebied de ontwikkeling van grote zonneparken niet mogelijk is en windenergie is uitgesloten. Dergelijke ontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt in voorliggend plan. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie januari 2023) De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar beleidsambitie realiseert. De Omgevingsverordening wordt ingezet om het beleid van de Omgevingsvisie juridisch te waarborgen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De verschillende regelingen zijn gekoppeld aan digitale thematische kaarten. In de Omgevingsverordening zijn kaarten opgenomen ten aanzien van de volgende aspecten: − − − − − − −
Landbouw Glastuinbouw Natuur Landschap Water en Milieu Erfgoed Veilige leefomgeving
Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten uit de Omgevingsverordening Gelderland wijst uit dat het plangebied uitsluitend is aangeduid op de kaarten ‘Regels glastuinbouw’, ‘Regels Landschap - kaart 2’ en ‘Regels Water en milieu’. Tevens is op de kaart ‘Regels
21
Natuur - kaart 1’ af te lezen dat het plangebied in de nabijheid van een aanduiding ligt. Hieronder worden de aanduidingen op grond van de provinciale omgevingsverordening toegelicht. Glastuinbouw Zoals te zien op onderstaande afbeelding is het plangebied op de kaart ‘Regels Glastuinbouw’ aangeduid met ‘glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied’. In de bijbehorende regeling is opgenomen dat nieuwvestiging en uitbreiding van glastuinbouwbedrijven in principe uitsluitend is toegestaan binnen het glastuinbouwontwikkelingsgebied. Deze regeling is geen belemmering voor onderhavig plan, aangezien geen glastuinbouw mogelijk wordt gemaakt.
Uitsnede kaart ‘Regels Glastuinbouw’, plangebied aangeduid met rood kader.
Landschap Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de kaart ‘Regels Landschap – kaart 2’ weergegeven. Op de kaart is af te lezen dat het plangebied binnen de ”Nieuwe Hollandse Waterlinie” ligt. In artikel 2.57 van de Omgevingsverordening is een beschrijving van de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie opgenomen en in artikel 2.58 staat een instructieregels ter bescherming van deze kernkwaliteiten. Artikel 2.57 (beschrijving van de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie)
1.
De kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn: a. het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit: i. inundatiegebieden; ii. zones met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; iii. voormalige, visueel open schootsvelden en verboden kringen met merendeels onbebouwd gebied rondom de forten;
22
iv.
2.
waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; v. overige elementen als beschutte wegen, resten van loopgraven en tankgrachten, de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; vi. de historische vestigingsstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem. b. de grote openheid; c. het groene en overwegend rustige karakter. Gedeputeerde Staten geven een nadere beschrijving van de kernkwaliteiten van het binnen Gelderland gelegen deel van de Nieuw Hollandse Waterlinie.
Artikel 2.58 (instructieregel bestemmingsplan bescherming Nieuwe Hollandse Waterlinie)
1.
2.
3.
Een bestemmingsplan voor gronden die onderdeel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 2.57, eerste lid, daarvan aantasten. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat: a. een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden, met gebruikmaking van de nadere beschrijving van de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 2.57, tweede lid; b. het door de gemeente te voeren beleid ter bescherming van die waarden en de onderbouwing hiervan. Een bestemmingsplan bevat regels over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan
Uitsnede kaart ‘Regels Landschap – kaart 2’, plangebied aangeduid met rood kader.
Als gevolg van de ligging van het plangebied in de Nieuwe Hollandse Waterlinie is allereerst advies gevraagd aan Dorp Stad & Land, een onafhankelijke commissie die gemeenten adviseert op het gebied van landschap, stedenbouw, architectuur en cultureel erfgoed. Deze commissie heeft het plan getoetst aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in relatie tot het destijds geldende ruimtelijk beleid, waarbij het toetsingskader de Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie was. In de brief van 12 mei 2017 (bijlage 7) wordt beschreven dat de beplanting rondom het nieuwe radarstation wordt gehandhaafd, waardoor deze radarpost grotendeels aan het zicht wordt onttrokken. Geconcludeerd wordt dat het nieuwe radarstation de natuur- en
23
landschappelijke waarden en de beeldkwaliteit voor landschapselementen conform ontwerp-richtlijnen van Nieuwe Hollandse Waterlinie daarom niet onevenredig aantast. Vervolgens is op 13 februari 2019 een welstandsadvies uitgebracht door de Rijksbouwmeester (zie bijlage 8). Hierin wordt het ontwerp van de toren beoordeeld, waarbij wordt opgemerkt dat het ontwerp architectonisch gezien het karakter van een strikt utilitair object heeft. De functionalistische uitstraling van het ontwerp wordt als passend gezien. Geconcludeerd wordt dat een eventuele aanpassing aan het ontwerp niet nodig is. Tevens wordt in dit advies verwezen naar het eerdere positieve advies van Dorp Stad & Land ten aanzien van de inpassing van het ontwerp in het landschap van de Hollandse Waterlinie. De Rijksbouwmeester kan zich vinden in dit advies. Op 24 augustus 2023 is nogmaals een advies door de Rijksbouwmeester uitgebracht (zie bijlage 9). Aanleiding hiervoor was de aanpassing van het ontwerp van de radar, in de vorm van een toevoeging van een koepel (‘radome’) bovenop de toren. Tot slot heeft de Rijksbouwmeester op 31 oktober 2023 voor een derde keer een advies afgegeven, waarbij ook het hekwerk om het perceel is beoordeeld (zie bijlage 10). De Rijksbouwmeester heeft in beide adviezen beoordeeld dat het oorspronkelijke positieve advies uit 2019 en de bijbehorende argumentatie wederom van toepassing zijn.
Op de verbeelding van voorliggend inpassingsplan kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie’. De regeling die gekoppeld is aan deze dubbelbestemming bevat regels ten aanzien van eventuele toekomstige veranderingen in het plangebied. Water en milieu Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de kaart ‘Regels Water en Milieu’ weergegeven. Te zien is dat plangebied is aangeduid als ”minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied”.
Uitsnede kaart ‘Regels Water en Milieu’, plangebied aangeduid met rood kader.
24
In paragraaf 3.2.5b van de Omgevingsverordening wordt onder andere aangegeven dat het binnen het gebied met de aanduiding ‘minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied’ verboden is om: − een mijnbouwwerk op te richten; − handelingen te verrichten waardoor de beschermende werking van de bodemlaag wordt of kan worden aangetast, en − werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd. Hier is bij voorliggend plan geen sprake van. Natuur Op de kaart ‘Regels Natuur - kaart 1’ is te zien dat het plangebied niet binnen het Gelders natuurnetwerk (GNN) of Groene ontwikkelingszone (GO) ligt. De Groene ontwikkelingszone ligt wel nabij, op circa 200 meter afstand van, het plangebied. De bijbehorende regeling is alleen van toepassing op ontwikkelingen binnen de Groene Ontwikkelingszone zelf en heeft dus geen gevolgen voor onderhavig plangebied.
Uitsnede kaart ‘Natuur’, plangebied aangeduid met rood kader.
3.2.3
Conclusie provinciaal beleid Het plangebied is op verschillende digitale kaarten uit de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland aangeduid. Het merendeel van de bijbehorende regelingen (zonneparken, windenergie, glastuinbouw, water en milieu, en natuur) zijn niet relevant voor onderhavig plan. Uitzondering hierop is de aanduiding ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’ op de kaart ‘Regels Landschap - Kaart 2’. Hiertoe is advies gevraagd aan Dorp Stad & Land, een onafhankelijke commissie die gemeenten adviseert op het gebied van 25
landschap, stedenbouw, architectuur en cultureel erfgoed. Zij concludeert dat het ontwerp van de radartoren de natuur- en landschappelijke waarden en de beeldkwaliteit voor landschapselementen conform ontwerp-richtlijnen van Nieuwe Hollandse Waterlinie niet onevenredig aantast. Vervolgens is het ontwerp ook door de Rijksbouwmeester bekeken in het kader van welstand en landschappelijke inpassing en ook dit heeft tweemaal een positief advies opgeleverd. Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan in lijn is met het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland De gemeente West Betuwe maakt deel uit van de Regio FruitDelta Rivierenland. Regio FruitDelta Rivierenland is een samenwerkingsverband van negen gemeenten in de Betuwe en de Bommelerwaard. De gemeenten ontwikkelen daarin eigen beleid en nemen eigen besluiten. De Gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland heeft als missie “het waarborgen van een gezonde, duurzame, zelfredzame, welvarende en inclusieve regio voor de toekomst”. Daartoe wenst de regio het sociale, ecologische en economische kapitaal te versterken. Regionale samenwerking is daarbij volgens de Gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland essentieel om de complexe, integrale opgaven aan te pakken. De missie voor 2030 is dat FruitDelta Rivierenland op economisch, ecologisch en cultureel-sociaal gebied een duurzame, vitale en welvarende regio is. Eén van de hoofdopgaven is het behouden en optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit. Klimaatadaptatie zal aanpassingen gaan vragen aan de manier waarop de ruimte wordt gebruikt. Water en bodem worden leidend bij de ruimtelijke inrichting. De ruimtelijke structuurdragers zijn de uiterwaarden, dijken, oeverwallen en kommen en het cultuurhistorische landschap.
In het Rivierenland zijn de ruimtelijke structuurdragers richtinggevend voor de ontwikkeling van verstedelijking, de functies van het landelijk gebied, verkeer en vervoer en recreatie en toerisme. Hierdoor wordt het unieke landschap met haar contrasten behouden dan wel versterkt. Toetsing Het plan betreft een bestemmingswijziging van ‘Bedrijf’ naar ‘Maatschappelijk - zenden ontvangstinstallatie’. Met deze planologische wijziging wordt het radarstation Herwijnen mogelijk gemaakt. Op deze locatie stond al een radar van de Luchtverkeersleiding Nederland. De bebouwing van de voormalige radar is gesloopt en er wordt een nieuw radarstation gebouwd. Het perceel is in de huidige situatie reeds zorgvuldig ingepast in de omgeving. In vergelijking met de voormalige bebouwing wordt in de nieuwe situatie de bebouwde oppervlakte verminderd. De bestaande toegangsweg en overige verharding wordt zo veel mogelijk hergebruikt. Tevens wordt, met de realisatie van een nieuwe houtwal, veel aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het radarstation. In paragraaf 2.2 van deze toelichting is beschreven en afgebeeld hoe de inrichting van het gebied vorm krijgt. Gelet op het voorgaande, past de ontwikkeling binnen de hoofdopgaven uit de regionale gebiedsagenda.
26
3.3.2
Regionale Energie Strategie FruitDelta Rivierenland Als gevolg van het nationaal Klimaatakkoord uit 2019, zijn 30 energieregio’s in Nederland, waaronder de regio FruitDelta Rivierenland, gaan onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Middels een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn keuzes. In maart 2021 is de “Regionale Energiestrategie 1.0 FruitDelta Rivierenland” vastgesteld. In de Strategie wordt beschreven dat de realisatie van een nieuw radarstation in Herwijnen bepalend kan zijn voor de ontwikkeling van windparken in de regio. Onderzoek van TNO heeft uitgewezen dat de komst van de nieuwe radar een beperkende impact heeft op de mogelijkheid tot het ontwikkelen van windenergie in het westelijke deel van de regio (vooral West Betuwe en een deel van Zaltbommel). Windprojecten binnen een straal van 4 kilometer van het radarstation zijn niet mogelijk. Voor verder weg gelegen projecten geldt dat deze op radarverstoring moeten worden getoetst. Toetsing De plannen voor de realisatie van een nieuw radarstation in Herwijnen waren er al ten tijde van de vaststelling van deze Regionale Energiestrategie FruitDelta Rivierenland.
In de regionale strategie wordt de komst van het radarstation in Herwijnen daarom reeds aangekondigd en wordt aangegeven dat bij nieuwe windprojecten rekening dient te worden gehouden met de komst van de nieuwe radartoren.
3.3.3
Conclusie regionaal beleid De Regionale Gebiedsagenda stelt dat het behouden en optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit essentieel is. In het plangebied stond voorheen reeds een radar van de Luchtverkeersleiding Nederland en op dezelfde locatie wordt nu een nieuw radarstation gerealiseerd. De omvang van de toekomstige bebouwing is kleiner dan voorheen en bij de inrichting van het perceel is nadrukkelijk rekening gehouden met de landschappelijke inpassing. De Regionale Energiestrategie beschrijft de komst van een nieuw radarstation in Herwijnen en geeft aan dat hier bij nieuwe windprojecten (met name in het westelijk deel van de regio) rekening mee dient te worden gehouden. Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan in lijn is met het regionaal beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie West Betuwe De Omgevingsvisie West Betuwe is in januari 2022 vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de visie van de gemeente voor de leefomgeving in 2040. Het document is een visie op de leefbaarheid van de kernen en gemeente als geheel, waarbij gestreefd wordt naar een samenhang tussen ruimte, economie en gemeenschap. De gemeente heeft hierin drie kernwaarden geformuleerd, namelijk: − Inclusief en dorps − Agrarisch en ondernemend − Landschappelijk en beleefbaar
27
Deze kernwaarden zijn nader uitgewerkt en vertaald naar een aantal strategische opgaven en ambities: − − − − − − −
Gezonde en leefbare leefomgeving Wonen en voorzieningen Mobiliteit en bereikbaarheid Economie en ondernemerschap Landbouw Energie en klimaat Natuur, cultuur en recreatie
Zoals uit navolgende afbeelding blijkt, ligt het plangebied (in de afbeelding rood omlijnd) in een gebied dat is aangeduid als ‘Agrarisch gebied’, ‘Kringlooplandbouw’ en ‘Beleefbare Nieuwe Hollandse Waterlinie’. De gemeente geeft in de Omgevingsvisie aan dat de ambitie is om in het agrarisch gebied de omslag naar kringlooplandbouw te stimuleren. In het buitengebied wordt ingezet op het bieden van ontwikkelruimte voor landbouw, met aandacht voor landschap, natuur, cultuurhistorie en recreatie. Tevens benoemt de gemeente de ambitie om de uitstraling en het imago van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als Werelderfgoed te benutten voor zowel bewoners als toeristen.
Uitsnede Visiekaart West Betuwe 2040, plangebied aangeduid met rood kader (bron: Omgevingsvisie West Betuwe).
Toetsing Voorliggend plan maakt de realisatie van een radartoren mogelijk. In het verleden stond op deze plek een radarstation van Luchtverkeersleiding Nederland, die reeds landschappelijk was ingepast. In de toekomstige situatie wordt de nieuwe radartoren nog verder landschappelijk ingepast (zie paragraaf 2.2), waardoor het de beleefbaarheid van de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet wordt belemmerd. De nieuwe
28
radartoren resulteert bovendien niet in een aantasting van de omliggende agrarische activiteiten. Omliggende gronden kunnen blijven worden gebruikt voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf en de nieuwe radar heeft geen invloed op de eventuele omslag naar kringlooplandbouw. 3.4.2
Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan in lijn is met het gemeentelijk beleid, omdat de nieuwe radartoren geen negatief effect heeft op de beleefbaarheid van de Nieuwe Hollandse waterlinie door de zorgvuldige landschappelijke inpassing. Tevens vormt het geen belemmering voor de agrarische activiteiten in de omgeving en de gewenste eventuele omslag naar kringlooplandbouw.
29
4 4.1
Milieuaspecten Milieueffectrapportage Wettelijk kader De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om de milieugevolgen van een plan of project in beeld te brengen, voorafgaand aan het nemen van een besluit. Een (vormvrije) m.e.r.(beoordeling) kan verplicht zijn voor plannen of projecten die worden genoemd in onderdelen C en D van het Besluit m.e.r. Het opstellen van een plan-m.e.r. is bovendien verplicht als een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van artikel 2.8, lid 1, van de Wet natuurbescherming. Deze verplichting is bepaald in artikel 7.2a, lid 1, van de Wet milieubeheer. Toetsing Het oprichten en in werking hebben van het radarstation in Herwijnen is geen (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit. Het oprichten en in werking hebben van een radarstation wordt niet genoemd in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. Er is, daarnaast, ook geen passende beoordeling nodig. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen namelijk op voorhand op grond van objectieve gegevens worden uitgesloten. Er is dus ook geen sprake van een plan-m.e.r. plicht op grond van artikel 7.2a, lid 1, van de Wet milieubeheer. Natuurtoets Herwijnen van SAB van 22 februari 2023 (bijlage 11 bij deze toelichting)
Uiteraard zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening de milieueffecten in beeld gebracht en afgewogen. Het resultaat hiervan wordt beschreven in de volgende paragrafen.
4.2
Bodem Wettelijk kader Op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) dient de kwaliteit van de bodem te worden bewaakt en dienen verontreinigingen in de bodem te worden voorkomen. De Wbb vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Wanneer grond wordt ontgraven of wordt aangevoerd is sprake van roering van de bodem en moet worden voldaan aan de vereisten uit het Besluit bodemkwaliteit. Voor de uitvoerbaarheid van een plan dient rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Deze verplichting komt voort uit het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d), waarin verwezen wordt naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Hierin is bepaald dat bij de besluitvorming de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen wordt vergaard. Beoordeeld moet worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie, waarbij het uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers. Het uitgangspunt (zie artikel 3.1.1a van het Besluit ruimtelijke ordening) is dat een bodemonderzoek in ieder geval twee jaar geldig is. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door de (grond)werkzaamheden. 30
Toetsing Ter plaatse van het plangebied is een aantal onderzoeken uitgevoerd in het kader van de (water)bodemkwaliteit. −
Rapport Onderzoek geldigheid en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen van Bilfinger Tebodin van 10 november 2020 (bijlage 12 bij deze toelichting);
−
Rapport Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Broekgraaf 1 Herwijnen van Bilfinger Tebodin van 7 december 2015 (bijlage 13 bij deze toelichting).