CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2023-047-Bijlage-factsheets-achtergrondinformatie-versie-2.pdf

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Vaststelling Beleid- en beheerplan 'Licht in Betuwe' 2023-203215.043 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Foto: Nieuwstraat in Asperen. Licht op de avond op 100%

Foto: Licht later op de avond op 75%

Telemanagementsysteem Een telemanagementsysteem is een systeem waarmee we de openbare verlichting kunnen bedienen (‘managen’) vanaf de pc. Ook kunnen we op de pc zien of een lamp brandt of in storing is. Wij passen dit inmiddels beperkt toe om te ervaren hoe dat is. Detectie Aan een telemanagementsysteem kan een detectiesysteem gekoppeld worden. Dit is een oog dat registreert of er verkeerdeelnemers zijn. Het licht schakelt dan aan of wordt feller als er iemand aankomt. Het licht gaat een aantal masten vooruit aan (of feller branden) en na een bepaalde periode weer langzaam uit (of minder fel branden). Hiermee kan veel energie bespaard worden omdat het licht alleen brandt (of feller is) als het nodig is. De kosten van een dergelijk systeem zijn (nog) relatief hoog.

Foto: Detectiesysteem, het licht is aan/brandt feller op die locaties waar verkeerdeelnemers zijn.

Markering Voor verlichting zijn er al best veel goede alternatieven. Denk aan markering. Hiermee kan je goed het verloop van de weg zien. Denk aan lijnmarkering, kattenogen of reflecterende bordjes. Daarmee wordt de verkeersveiligheid en/of het comfort van de weggebruiker vergroot. Openbare verlichting is dan niet meer nodig of wordt alleen ter aanvulling geplaatst waar dat nodig is. Er komen steeds meer (innovatieve) markeringstechnieken op de markt die betere resultaten bieden dan de huidige technieken. We verdelen markering onder in passieve en actieve markering. a) Passieve markering Het verloop van de weg wordt aangeduid met borden, lijnen, vluchtheuvels en bermpaaltjes voorzien van reflecterend materiaal. De markering is in het donker zichtbaar wanneer deze wordt aangelicht door de eigen koplamp of die van een ander voertuig.

Foto: Nieuwesteeg in Herwijnen. Reflecterende belijning geeft het verloop van de weg aan.

De reflectie wordt steeds beter en er zijn ook meerdere varianten verkrijgbaar. Reflectorpaaltjes en schrikhekken zorgen dat een bocht of t-splitsing goed zichtbaar is. Staat er op de locatie een lantaarnpaal dan zien we alleen het licht en niet meer de weg. Glasbollen, ook wel kattenogen genoemd, in het wegdek worden steeds meer gebruikt. Zo kan je bijvoorbeeld goed zien hoe de bocht loopt. Ook bestaat er verf met toegevoegde glasparels voor een verhoogde reflectie van de witte lijnen of pijlen op de weg. Deze zijn minder effectief en passen we niet toe. b) Actieve markering Bij actieve markering is een lichtpunt aanwezig, meestal ledlampjes, die uit zichtzelf licht geven. Het wordt gevoed door zonne-energie of door het elektriciteitsnetwerk. Door het energiegebruik zijn de kosten van actieve markering hoger dan van passieve markering. Het wordt daarom alleen toegepast als markering op basis van alleen reflectie onvoldoende veiligheid biedt. Dit kan het geval zijn bij hogere snelheden (de koplamp reikt dan relatief minder ver) of wanneer er meer omgevingslicht is waardoor de reflectie minder goed te zien is. Een andere nieuwe techniek is ‘Glow in the Dark’. Hiermee worden zelfs hele lijnen actief gemarkeerd. De lijnen absorberen licht overdag en stralen dat uit in het donker. Het kan gecombineerd worden met het elektriciteitsnetwerk of gevoed worden door een zonnepaneel.

De kosten zijn (nog) hoog en het kan nog niet lang genoeg licht geven.

Foto: ‘Glowing lines' op de N329 bij Oss/ Louis Dekker/ NOS

Wegdekreflectie Wanneer een weg nieuw wordt aangelegd of een nieuwe toplaag krijgt, kunnen we kiezen voor een zogenaamd reflecterend wegdek. Dit kan een lichter wegdek met lichte steenslag zijn of met reflecterende materialen zoals glasparels. Deze techniek is volop in ontwikkeling. Met een reflecterend wegdek kan je met een lager vermogen lamp toe. Vaak zijn er helemaal geen lantaarnpalen meer nodig bij een reflecterend wegdek.

Foto: Een stuk wegdek elders in het land voorzien van een witte toplaag.

Overige infrastructurele aanpassingen Bij een verkeersonveilige situatie kan gekozen worden voor meer licht op de weg. Maar het is soms effectiever om de weg zelf aan te passen. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van goed zichtbare versmallingen en drempels.

Foto: Wegversmalling op de Tielerweg in Geldermalsen waarbij reflectie is toegepast om de versmalling in het donker te zien.

Niet verlichten tenzij ‘Niet verlichten tenzij’ houdt in dat we bij de aanleg of reconstructie van een weg eerst kijken of we het wegontwerp kunnen aanpassen. Bijvoorbeeld een bocht uit het ontwerp te halen en de weg recht maken. Dat gaat vaak niet. Kunnen we het ontwerp niet aanpassen, dan kijken we naar markering en reflectie. Als eerste naar passieve markering (bijvoorbeeld kattenogen) of reflectie kan. Als dat niet kan, met actieve markering (bijvoorbeeld ledlampjes in de as van de weg). Als dat allemaal niet mogelijk of voldoende is en we toch licht nodig hebben, dan plaatsen we verlichting die zo energiezuinig mogelijk is. Het licht brandt alleen op die tijden dat het nodig is met de hoeveelheid licht die wenselijk is.

Hoe gaan we om met technieken -

Nieuwe situaties geldt: Niet verlichten, tenzij. We dimmen nieuwe verlichting altijd. Per gebied bekijken we tot hoever het licht gedimd wordt. De verkeersveiligheid mag hierbij niet in gevaar komen. We overwegen altijd duurzame en energiezuinige oplossingen en bepalen per situatie wat de beste oplossing is dat past in het beschikbare budget. We zijn soms koploper, soms volger van nieuwe technieken. We kijken of we slimmer met licht en donker om kunnen gaan door de nieuwe technieken. We passen vanaf nu altijd een telemanagementsysteem toe en detectie wanneer dat zinvol is. Het licht brandt alleen op die tijden dat het nodig is met de hoeveelheid licht die wenselijk is.

Verkeersveiligheid en sociale veiligheid Situatieschets Veiligheid bestaat uit verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Verlichting wordt vaak geassocieerd met veiligheid. Dit terwijl er ook overdag ongelukken en inbraken zijn. Verlichting is vaak een beladen, emotioneel onderwerp.

Verkeersveiligheid We spreken over verkeersveiligheid als we veilig van A naar B kunnen reizen. Het gaat over een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer. Hoe is de weg ingericht? Staan er veel obstakels? Zitten er veel onoverzichtelijke bochten in? Zijn er verschillende weggebruikers? Onder andere deze factoren hebben invloed op de verkeersveiligheid.

Foto: Benendeneindseweg in Deil, doorgaande weg waar over verkeersveiligheid wordt gesproken.

Om het zicht in de donkere uren te verbeteren, kunnen we op sommige locaties openbare verlichting plaatsen. Maar er zijn betere alternatieven. Denk aan kattenogen of reflecterende belijning die het verloop van de weg goed weergeven. Als er op een relatief donkere weg in de verte één lantaarnpaal schijnt, dan trekt ons oog daarnaartoe. We zien dan de weg niet goed meer. Het is dus beter om dan geen verlichting te plaatsen.

Foto: Polsteeg in Deil. Ons oog trekt naar het licht toe en we zien niet goed hoe de situatie voor de lantaarnpaal en na de lantaarnpaal is.

Sociale veiligheid Sociale veiligheid kunnen we onderverdelen in: - Objectieve sociale veiligheid: is meetbaar, zoals het aantal inbraken. Veel inbraken vinden overdag plaats als men even een boodschap aan het doen is en een raampje openstaat. - Subjectieve sociale veiligheid: is het gevoel van veiligheid. Dat is voor iedereen anders. Wat zijn de ervaringen? Hoe goed ken je de omgeving? Wat ben je gewend? Deze en nog veel meer factoren bepalen je gevoel van veiligheid. Sociale veiligheid is een stuk lastiger voor ons om mee om te gaan dan verkeersveiligheid. De kleur van de verlichting bepaalt ook de sociale veiligheid. Bij sommige verlichtingskleuren lijkt alles rood, zoals bepaalde oranje kleuren. Op onderstaande foto’s staan dezelfde kleur bakjes. De rechterfoto toont de werkelijke kleuren. Door de oranje verlichting lijken de bakjes allemaal oranje/rood.

Foto: Oranje licht, alles lijkt rood/oranje

Foto: wit licht, alle kleuren zichtbaar

Als verlichting een oranje kleur heeft en er gebeurt wat, dan zien we dus niet de echte kleuren. Als er een calamiteit is, geven we misschien een verkeerde omschrijving. We zorgen daarom voor een kleur die een goede weergave van de werkelijkheid geeft en die een goede gezichtsherkenning mogelijk maakt. Bijvoorbeeld wit.

Foto: Kerkstraat in Tricht. Woonstraat met witte verlichting voor kleurherkenning.

Schijnveiligheid Veel mensen geven aan zich veiliger te voelen als er verlichting is. Dat is een persoonlijk gevoel. Maar is het werkelijk veiliger? Je kan wel iemand aan zien komen op de weg. Maar zijn er ook mensen in de buurt die kunnen helpen als er wat gebeurt? Oftewel is er genoeg sociale controle? Als dat niet het geval is en we verlichten toch, dan spreken we van schijnveiligheid. Wij willen dit zoveel mogelijk voorkomen door goed te kijken waar we wel verlichten en op welke tijden. Bij grote veranderingen in bestaande situaties kijken we samen met onze inwoners wat daar de beste oplossing is.

Foto: Achterpad in Beesd, geen verlichting. Er is immers niemand die je kan helpen of zien. Verlichting geeft slechts schijnveiligheid.

Wanneer het nodig is om het overzicht van een gebied te verbeteren, passen we de weg of het groen aan. Uitgangspunt is dat we geen parken, bossen, groenstroken, natuurgebieden, speelplekken, jeu de boules banen, hondenuitlaatplekken, achterpaden en dergelijke verlichten. Er is op die locaties namelijk niet genoeg sociale controle. Niet verlichten tenzij in nieuwe situaties We kijken, in het geval van verkeersveiligheid, eerst of het wegontwerp anders kan. Wanneer dat niet mogelijk is en er behoefte is aan zicht op of van de weg, dan kijken wij of er goede alternatieven beschikbaar zijn. Bijvoorbeeld passieve/actieve markering of reflectie.

Foto: Kattenoog

Zijn er geen goede alternatieven en is er toch licht nodig, dan plaatsten wij verlichting die zo energiezuinig mogelijk is. We voegen sensoren toe als er op wisselende tijden nog veel gebruik van gemaakt wordt. Kortom we kiezen er dan voor om weloverwogen te verlichten alleen op die tijden dat er veel gebruik gemaakt wordt van de route.

Foto: Slimweistraat in Waardenburg, niet verlicht want er is geen sprake van een verkeersonveilige situatie. Het is een rechte weg en er is geen maatregel nodig.

We houden ook rekening met het effect van licht op de omgeving. Bij het lichtontwerp kijken we naar de hoeveelheid licht op de weg, maar ook naar de verdeling van het licht op de weg. De verdeling van licht proberen wij zo goed mogelijk te krijgen in het centrum, woongebieden en op doorgaande wegen. Waarbij de bestaande mastafstand bepalend is voor het resultaat op de weg. De masten verplaatsen we niet.

Foto: Rijksstraatweg in Geldermalsen. Doorgaande weg waar het licht gelijkmatig over de weg is verdeeld zodat er geen zwarte vlekken zijn.

Hoe gaan we om met verlichting bij verkeers- en sociale veiligheidssituaties • • •

• • •

In nieuwe situaties is het uitgangspunt ‘Niet verlichten, tenzij’. We houden rekening met de impact van licht op de omgeving. Bij het lichtontwerp kijken we naar de hoeveelheid licht op de weg. We wijken hiermee af van de richtlijn. We kijken ook naar de verdeling van het licht op de weg. Deze proberen wij zo goed mogelijk te krijgen in het centrum, woongebieden en op doorgaande wegen bij bestaande mastafstanden. We voorkomen schijnveiligheid op nieuwe locaties of bij vervanging. We verlichten geen parken, natuurgebieden, bossen, groenstroken, speelplekken, jeu de boules banen, hondenuitrenvelden of achterpaden. We kiezen in woonwijken en centrumgebieden in ieder geval voor een lichtkleur waarbij de gezichten herkenbaar zijn en de kleuren die we zien ook de echte kleuren zijn.

Voet- en achterpaden Situatieschets Voetpaden zijn er in elke kern. Vaak loopt het direct langs een weg. Maar soms ook met een groenstrook er tussen. Of het is een voetpad dat tussen de wijken doorloopt. Of gewoon een los pad. Buiten de kom zijn er ook paden door de natuur. Achterpaden zijn paden die achter de huizen langs lopen. Dit zijn vaak smalle paden om toegang te krijgen tot de achtertuinen. Tussen de oude gemeenten zit een groot verschil met het verhalen van kosten op derden die aangesloten zitten op het verlichtingsnet van de gemeente.

Foto: Voetpad langs de weg in Herwijnen. Wordt mee verlicht met de rijbaan.

Een veilige wandeling Sociale veiligheid speelt zeker een rol op losse voetpaden. Het gaat dan vooral om het gevoel van veiligheid. Vaak worden de losse voetpaden gebruikt om de hond uit te laten. Als er zicht is vanuit de omgeving op het voetpad, dan is er enige mate van sociaal toezicht. Maar vaak liggen de voetpaden tussen woonwijken en uit het zicht van de omgeving. Bij een verlicht voetpad is dan sprake van schijnveiligheid.

Foto: Een voetpad tussen de wijk door dat niet verlicht is.

Achterpaden Achterpaden zijn paden die achter de huizen langs lopen. Dit zijn vaak smalle paden om bij de achtertuinen te komen. De achterpaden die van ons zijn, verlichten we al jaren niet. Zo voorkomen we lichthinder in de tuinen. Vaak zijn de achterpaden echter van anderen, zoals van de woningbouwvereniging. Zij bepalen dan of het achterpad wel of niet verlicht wordt. Tussen de oude gemeenten zit een groot verschil met het verhalen van kosten op derden die aangesloten zitten op het verlichtingsnet van de gemeente. Wij proberen er bij het ontwerp rekening mee te houden dat de aansluiting naar achterpaden wordt aangelicht als er straatverlichting moet komen.

Foto: achterpad in Vuren. Het pad wordt gebruikt om de aangrenzende tuinen te bereiken. Dit achterpad wordt niet verlicht.

Hoe gaan we om met verlichting op voet- en achterpaden •

•

•

• • •

Voetpaden langs een doorgaande weg worden over het algemeen indirect verlicht door verlichting van de straat of het fietspad. Ligt het voetpad gescheiden van de straat of fietspad, dan verlichten we het voetpad niet apart. Losse openbare voetpaden verlichten we alleen als ze woonwijken verbinden en er genoeg sociale controle is en er geen andere route is. Dit bekijken per situatie. Bij verlichte voetpaden dimmen we de verlichting na 19 uur. Worden de paden na 23 uur nauwelijks gebruikt, dan kunnen we besluiten om het licht uit te zetten. Het uitzetten van de verlichting wordt met de omgeving afgestemd. Achterpaden die van ons zijn, verlichten we niet. Is een achterpad van iemand anders, zoals bijvoorbeeld de woningbouwvereniging, dan bepaalt deze of het wel of niet verlicht wordt. Met deze eigenaren bespreken we of hun keuze afgestemd kan worden op die van ons. Doel is het verhalen van kosten op derden, die aangesloten zitten op het verlichtingsnet van ons, te harmoniseren. In 2023/2024 brengen we in beeld welke aansluitingen het betreft en verhalen we de kosten op de woningbouwverenigingen. Bij een reconstructie door de woningbouwvereniging, wordt de aansluiting afgesloten en dient zij te zorgen voor een eigen aansluiting als ze de achterpaden verlicht willen houden.

We proberen bij het ontwerp rekening te houden dat de aansluiting naar achterpaden wordt aangelicht als er straatverlichting komt.

Wegen Situatieschets Voor de wegen maken we een onderverdeling in stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Stroomwegen zijn provinciale wegen. Deze zijn niet van ons, maar van de provincie of Rijkswaterstaat. Een gebiedsontsluitingsweg of doorgaande weg sluit vaak aan op de provinciale wegen. Erftoegangswegen zijn alle overige wegen (30, 50 of 60 km/uur). Op deze wegen gaat niet veel verkeer dat lange afstanden moet afleggen.

Foto: Landrestraat in Haaften. Voorbeeld van een erftoegangsweg.

Verkeers- en sociale veiligheid We spreken over verkeersveiligheid als we veilig van A naar B kunnen reizen. Het gaat over een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer. Hoe is de weg ingericht? Staan er veel obstakels? Zitten er veel onoverzichtelijke bochten in? Zijn er verschillende weggebruikers? Onder andere deze factoren hebben invloed op de verkeersveiligheid. Sociale veiligheid kunnen we onderverdelen in: - Objectieve sociale veiligheid: is meetbaar, zoals het aantal inbraken. Veel inbraken vinden overdag plaats als men even een boodschap aan het doen is en een raampje openstaat. - Subjectieve sociale veiligheid: is het gevoel van veiligheid. Dat is voor iedereen anders. Wat zijn de ervaringen? Hoe goed ken je de omgeving? Wat ben je gewend? Deze en nog veel meer factoren bepalen je gevoel van veiligheid. Sociale veiligheid is een stuk lastiger voor ons om mee om te gaan dan verkeersveiligheid. Op de gebiedsontsluitingswegen speelt verkeersveiligheid een belangrijke rol. In buurten en wijken is dat juist de sociale veiligheid (gevoel van veiligheid).

Wet- en regelgeving We zijn niet verplicht om te verlichten. De huidige richtlijn NPR13201-A1 (2020) geeft advies over de lichtsterkte op de weg. In de richtlijn staat ook een advies over de hoeveelheid licht op 1,5m hoogte. Er zijn op die hoogte ook andere lichtbronnen zoals koplampen en etalageverlichting. De verdeling van het licht op de weg noemen we de gelijkmatigheid.

Foto: Rijksstraatweg in Geldermalsen. Het licht is gelijkmatig over de weg verdeeld.

Ook geldt ons Mobiliteitsplan voor de inrichting van onze wegen. Technieken Als we licht dimmen, kunnen we energie besparen. Het valt weggebruikers meestal niet op dat verlichting gedimd is. Op verschillende locaties dimmen we het licht al jaren na de spits en ’s nachts zonder klachten.

Foto: Rozenstraat in Herwijnen. Foto links 100% van het vermogen, rechts op 75%.

Een andere techniek is detectie. Dit is een systeem waarmee het licht standaard uit is of op een lage lichtsterkte brandt. Als er iemand aankomt gaat het licht aan of feller branden. Zodra de persoon voorbij is, gaat het licht weer uit of zachter branden. Dit passen we nog niet toe. Hoeveelheid licht binnen de kom Binnen de bebouwde staat op een aantal locaties veel openbare verlichting. Soms is dat niet nodig. Bijvoorbeeld op locaties waar alleen auto’s rijden.

Foto: Deilseweg in Geldermalsen. Voorbeeld van een weg met te veel verlichting.

Integraal ontwerpen Langs veel wegen staat openbare verlichting. Ook langs wegen waarlangs bomen staan. Door bij het ontwerp goed te kijken waar bomen geplant worden en hoe groot die worden, voorkomen we dat de bomen na verloop van tijd het licht van lantaarnpalen tegenhouden. Dit noemen we integraal ontwerpen.

Foto: Baronie in Asperen. Verlichting staat in het groen van een boom en schijnt niet op de weg.

Bewegwijzering De bewegwijzering met de blauwe borden die naar onze kernen en bedrijfsterreinen verwijzen worden voor alle gemeenten beheerd door de NBD (Nederlandse Bewegwijzeringsdienst) dit is een onderdeel van Rijkswaterstaat. Vaak noemen we deze nog ANWB masten. Op enkele plekken in onze gemeente komen nog wegwijzers voor die van binnenuit verlicht zijn. Dankzij sterk verbeterde reflectie materialen zijn nieuwe onverlichte exemplaren goed zichtbaar.

Hoe gaan we om met verlichting op wegen • • • • • • • •

• •

Basis is ‘Niet verlichten, tenzij’. We kijken eerst of alternatieven een veiligere oplossing kunnen bieden. Per type weg en per locatie bekijken we hoeveel licht nodig en wenselijk is. En ook op welke tijden. We dimmen de verlichting na 19 uur. Detectie/sensoren passen we toe op locaties waar dat zinvol is. In bepaalde gebieden waar nu veel licht staat, wordt verlichting verminderd. Dat doen we samen met gebruikers en aanwonenden. We kiezen voor oplossingen die het meest duurzaam zijn, die energie besparen en lichthinder verminderen. Verlichting moet zo min mogelijk lichthinder veroorzaken. We verlichten op maximaal 75% van de richtlijn, we houden geen verticale lichtsterkte aan en de verdeling van het licht willen we zo goed mogelijk hebben waarbij de bestaande mastafstand bepalend is hoe goed het beeld op straat wordt. Verlichting ontwerpen doen we integraal. Bewegwijzering verlichten we bij vervanging niet meer van binnenuit. We kiezen voor reflecterende bewegwijzering.

Wet- en regelgeving openbare verlichting Situatieschets De regels rond het gebruik van openbare verlichting in Nederland staan beschreven in wetten, en aanbevelingen. Ook staat beschreven wie welke verantwoordelijkheid heeft als het gaat om aanleg en onderhoud. In Nederland zijn we niet verplicht om te verlichten.

Burgerlijk Wetboek We zijn in Nederland niet verplicht om openbare verlichting te plaatsen. Wel moeten we de verlichting goed onderhouden en geldt het aansprakelijkheidsbeginsel: Als de openbare verlichting niet voldoet aan de eisen die de weggebruikers daaraan mogen stellen, kunnen zij de gemeente aansprakelijk stellen voor letsel en schade (boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 6.162 e.v. en artikel 6.174). Het aansprakelijkheidsbeginsel heeft alleen betrekking op de verkeersveiligheid van de openbare verlichting. De sociale veiligheid en leefbaarheid blijven hierbij buiten beschouwing, als deze tenminste geen invloed hebben op de verkeersveiligheid. Het gaat hierbij om risicoaansprakelijkheid. De weggebruiker hoeft niet de schuld van de wegbeheerder aan te tonen, maar de gevaarlijke toestand van de weg(uitrusting) en het gevaar dat daardoor ontstaat. De gemeente moet aantonen dat haar in redelijkheid niets te verwijten valt op het gebied van verlichtingskwaliteit en het onderhouden van de verlichtingsinstallatie.

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt leefgebieden van diverse dieren- en plantensoorten. Bij nieuwe activiteiten in of nabij een Natura 2000-gebied of bij veranderingen die een negatieve invloed op beschermde soorten kunnen hebben, is een vergunning of ontheffing vereist. Dit geldt ook voor openbare verlichting. Als verlichting aantoonbaar verstorend is voor bepaalde soorten, kan op basis van de wetgeving worden besloten dat de voorgenomen verlichting aangepast of verwijderd moet worden. Wij houden de Wet Natuurbescherming aan.

Richtlijn Openbare Verlichting De richtlijn NPR13201/A1 is geen wet, maar een aanbeveling/richtlijn waar we van af mogen wijken. De richtlijn geeft advies over: - Hoeveelheid licht op straat (horizontale lichtsterkte). Dit is afhankelijk van de locatie, het soort weg en hoeveel verkeer er is. - Hoeveelheid licht op 1,5 m hoogte. Op deze hoogte is er ook bijvoorbeeld licht vanuit etalages, koplampen van auto’s, vanuit woningen. Daarom is deze waarde lastig te meten. Ook is de opgegeven waarde in de richtlijn erg hoog. Er zouden veel meer lantaarnpalen bij moeten komen om de waarde te kunnen halen. - Verdeling van het licht op de weg. Op sommige locaties is deze belangrijk voor de sociale veiligheid, zoals in centrumgebieden of in woongebieden. Of voor de verkeersveiligheid op doorgaande wegen. Hoe beter de verdeling is, hoe minder zwarte vlekken er op de weg zijn en hoe beter we naar een lager lichtniveau toe kunnen. Ook kan zo het effect van lichtdonker-licht voorkomen worden (zon tussen de bomen door).

Foto van de Rijksstraatweg in Geldermalsen. Een weg met een hele mooie verdeling van het licht over de weg. Er zijn geen zwarte plekken te zien. De gelijkmatigheid is hier goed. Gelijktijdig kan je hier zien dat de richtlijn wel volledig is aangehouden door het hoge lichtniveau.

Keurmerken We hebben te maken met twee keurmerken: Het Politie Keurmerk Veilig Wonen en het Keurmerk Veilig Ondernemen. Politie Keurmerk Veilig Wonen Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) is geen verplicht keurmerk en bestaat uit certificaten (Veilige Omgeving en Veilige Woning). Projectontwikkelaars gebruiken dit keurmerk heel vaak. Het klinkt goed voor de kopers. Binnen het keurmerk is een onderscheid gemaakt tussen bestaande versus nieuwbouw en tussen omgeving en woning. Voor de openbare verlichting in de gemeente, is het certificaat ‘Veilige Omgeving’ van belang. Het PKVW heeft als eis: - Achterpaden verlichten. - Richtlijn voor de openbare verlichting volledig aanhouden. Veel achterpaden zijn van de woningbouwvereniging en niet van ons. Wij verlichten onze achterpaden al een aantal jaren niet. We voorkomen zo ook lichthinder in achtertuinen. Ook hanteren wij de richtlijn niet volledig (zoals hierboven al beschreven staat).

Foto: woonwijk met een politiekeurmerk veilig wonen.

Projectontwikkelaars gebruiken het keurmerk vaak als een verkoopargument vanwege het gevoel van veiligheid en de korting die het op de verzekeringspremies geeft. Het gaat dan om het certificaat ‘Veilige Woning’. Het certificaat gaat om de woning zelf, het hang- en sluitwerk en de buitenverlichting aan de woning. Projectontwikkelaars kunnen op de nieuwbouwprojecten wel een PKVW Veilige Woning afgeven, maar zonder het certificaat Veilige Omgeving. De inwoners hebben dan toch recht op korting op hun verzekeringspremies. Keurmerk Veilig Ondernemen Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een keurmerk voor bedrijventerreinen, buitengebieden en winkelgebieden. Er worden door ondernemers, verenigingen, politie, brandweer en de gemeente onderlinge afspraken gemaakt over diverse zaken. Deze afspraken gaan ook vaak over de openbare verlichting. Besproken wordt welke vorm van verlichting daarbinnen past, rekening houdend met de huidige mogelijkheden van nachtcamera’s. Ook de verlichting van de bedrijven zelf zal besproken moeten worden binnen de KVO-partners. Arbeidsomstandighedenwet/Installatieverantwoordelijkheid We zijn eigenaar van de installaties (mast en armatuur). We dragen zorg voor de veiligheid van onze elektrische installaties, de zogeheten ‘installatieverantwoordelijkheid’. Wij laten onze installaties steekproefsgewijs controleren conform de NEN3140 door een extern bedrijf.

De operationele verantwoordelijkheid ligt via de onderhoudsovereenkomst bij de aannemer. Vanuit de Arbeidsomstandighedenwet moet de werkgever zorgen voor veiligheid tijdens het werk. De NEN3140 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties- Laagspanning’ is onder andere van toepassing. Deze norm regelt een veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden nabij, aan of met

elektrische objecten in het laagspanningsgebied. Het hoofd van de organisatie, dus de gemeentesecretaris of algemeen directeur, is installatieverantwoordelijk.

Hoe gaan we om met verlichting • •

• • • •

• • •

We houden maximaal 75% van de richtlijn aan voor de hoeveelheid licht op de weg. In het centrum- en uitgaansgebied hebben we wel wat meer licht. We zorgen voor een zo goed mogelijke verdeling van het licht op de weg, waarbij de afstand tussen de bestaande lantaarnpalen bepalend is. In principe worden de masten niet verschoven. We kijken niet naar de richtlijn voor de hoeveelheid licht op 1,5m hoogte. We voldoen in ieder geval altijd aan de Wet Natuurbescherming. We houden geen keurmerken voor de openbare verlichting aan. Dit beleidsplan ‘Bewuster omgaan met licht in West Betuwe’ is bepalend ten aanzien van licht. In het eventuele KVO opnemen dat de verlichting van terreinen, gevels, reclame en ook de binnenverlichting niet onnodig moet branden, de juiste sterkte heeft en goed gericht te zijn. Onze achterpaden verlichten we niet. De operationele installatieverantwoordelijkheid ligt bij de aannemer. We gaan aansluitingen van derden op het net afkoppelen.

Woongebieden Situatieschets Onze gemeente bestaat uit veel kernen. De een groter dan de ander. De woongebieden verschillen behoorlijk van elkaar. Dat komt door de datum van aanleg, maar ook door de bevolkingssamenstelling en de locatie. De hoeveelheid verlichting in de woongebieden is ook heel verschillend. Dat komt mede door de oude gemeentegrenzen. In een woongebied komen functies als wonen en spelen samen. Openbare verlichting kan een belangrijke rol spelen. Maar het is niet zo dat dit alleen een rol speelt. In de nacht bepaalt vooral de openbare verlichting het beeld op straat. Soms is er ook verlichting van buitenlampen en in tuinen van bewoners. Sfeer en leefbaarheid In woongebieden is de leefomgeving en sfeer belangrijk. Verlichting levert een bijdrage aan de leefbaarheid en sfeer in een woongebied. Plaatsen we bijvoorbeeld blauw licht in een woonwijk, dan is de sfeer niet prettig, het voelt er koud en kil aan. Een woonwijk moet prettig aanvoelen. Dat komt de leefbaarheid in een wijk ten goede.

Foto: Woonstraat in Asperen waar licht sfeer brengt.

De nadruk ligt op sociale veiligheid (gevoel van veiligheid) en minder op de verkeersveiligheid (hoe kom je veilig van A naar B) en het gebruik. Niemand wil dat er ingebroken wordt. Openbare verlichting kan inbraken niet voorkomen. Een lamp met een bewegingssensor aan de gevel werkt effectiever dan een lantaarnpaal op straat. Verlichting kan ook een gevoel van veiligheid geven. Dit gevoel is voor iedereen anders. Het is ontstaan uit het verleden, wat er gebeurd is en hoe goed je de omgeving kent.

Wet- en regelgeving In Nederland geeft de richtlijn (NPR13201/A1) een advies over de hoeveelheid licht die op straat nodig kan zijn. Het is geen wet. We zijn namelijk niet verplicht te verlichten. Het geeft een advies over de hoeveelheid licht op de weg (horizontale lichtsterkte). Maar ook over de hoeveelheid licht op 1,5m hoogte (verticale lichtsterkte). Daarnaast beschrijft het ook de verdeling van het licht over de weg, de gelijkmatigheid.

Foto: Esdoornlaan in Vuren. Licht gelijkmatig over de weg verdeeld zodat er geen zwarte vlekken zijn.

Keurmerken Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) is een (vrijwillige) keurmerk. Het wordt vaak door Projectontwikkelaars aangeboden. Het bestaat uit verschillende certificaten. Zo is er het certificaat ‘Beveiligde Woning’. Dit zegt wat over het hang- en sluitwerk en de verlichting om het huis. Hiermee krijg je als inwoner korting op verzekeringen. Maar er is ook een certificaat ‘Veilige omgeving’ dat onder andere wat zegt over het lichtniveau op straat en op achterpaden. Dat lichtniveau is erg hoog en past niet in onze omgeving. De certificaten staan los van elkaar. Zonder het certificaat ‘Veilige omgeving’ kan er toch een korting op verzekeringspremies gegeven worden.

Foto: Woonwijk De Plantage in Meteren. Met keurmerk veilig wonen aangeboden.

Kleur- en gezichtsherkenning De lichtkleur heeft effect op de sociale veiligheid. Sommige oranje verlichting geeft geen goede kleur- en gezichtsherkenning. Alles lijkt rood/oranje en de echte kleuren zijn niet te zien. Dat zie je op de onderstaande foto’s. Het zijn dezelfde kleur bakjes. Maar door de lichtkleur lijken de bakjes op de linker foto allemaal rood of oranje.

Foto: Oranje licht, alles lijkt rood/oranje

Foto: wit licht, alle kleuren zichtbaar

Voor de sociale veiligheid (gevoel van veiligheid) is dit niet wenselijk. Mocht er wat gebeuren en je geeft een omschrijving in welke kleur auto een inbreker wegreed, dan noem je dus een andere kleur dan de auto werkelijk was. Objecten In de gids Ruimtelijke Kwaliteit en in de APV zijn regels opgenomen voor reclame. Reclame aan lantaarnpalen is niet toegestaan in woongebieden. Ook bloembakken, banieren en dergelijke zijn niet toegestaan aan de lantaarnpalen. De lantaarnpalen zijn niet berekend op deze objecten. Lichthinder In woongebieden is de stand en vorm van het armatuur (de kap op de lantaarnpaal) heel belangrijk. Door de nieuwe technieken kan het licht veel meer gericht worden, waardoor er minder lichthinder in de woningen ontstaat. Of er kan een afschermingskap in geplaatst worden. Ook het model van het armatuur (rond of plat) kan zorgen voor meer of minder lichthinder. Op onderstaande foto is goed te

zien dat het licht vol in de woning schijnt. Dit geeft onnodige lichthinder en proberen we zoveel mogelijk te voorkomen.

Foto: Prins van Oranjestraat in Geldermalsen. Het licht van de lantaarnpaal schijnt in een woning. De woning wordt hierdoor ook van binnen ongevraagd verlicht.

Schijnveiligheid We spreken van schijnveiligheid als er wel licht staat, maar er niet genoeg sociale controle is door de afwezigheid van andere weggebruikers of woningen die kijken op het weggedeelte. Als er op een weg, met onvoldoende sociale controle, verlichting staat, dan geeft het licht schijnveiligheid. Men kan zich veilig voelen, maar het licht zorgt niet voor een veilige weg. Voetpaden- en achterpaden Veel voetpaden die tussen de wijken lopen, worden gebruikt als wandelroute overdag of om de hond uit te laten in de avond. Vaak is er weinig of geen sociale controle in de late avond en nacht. Verlichting geeft dan schijnveiligheid. Dat speelt ook een rol bij achterpaden. Deze paden lopen achter de huizen langs. Vaak zijn deze achterpaden niet van ons, maar van de woningbouwvereniging. Die bepalen dan of ze wel of niet verlicht worden. Tussen de oude gemeenten onderling zit een groot verschil met het verhalen van kosten op derden die aangesloten zitten op het verlichtingsnet van de gemeente.

Foto: Appeldreef in Asperen, achterpad van de gemeente en onverlicht

Parkeerterreinen In onze woongebieden hebben we veel parkeerterreinen. Sommige van deze terreinen worden veel gebruikt en andere niet. Vaak staat er verlichting op deze parkeerterreinen. Zo kunnen aanwonenden zien wie er bij de auto’s lopen.

Foto: Vervoornlaan in Herwijnen. Voorbeeld van een parkeerterrein in een woonwijk.

Integraal Groen en verlichting spelen een belangrijke rol in onze woongebieden. Het is belangrijk dat deze goed op elkaar afgestemd zijn. Vaak zien we dat een lantaarnpaal in de loop der jaren helemaal tussen het groen van de bomen staat.

Foto: Nieuwsteeg in Tricht. Verlichting staat in de boom waardoor het licht niet volledig op de weg komt.

Hoe gaan we om met verlichting in woongebieden -

-

-

-

-

-

We zorgen dat de sfeer en leefbaarheid goed is en blijft. We kiezen de juiste lichtkleur zodat we een goede kleur- en gezichtsherkenning hebben. Bij vervanging blijft het lichtbeeld in die woongebieden waar nu niet overdadig veel licht staat, zoveel mogelijk zoals dat nu op straat is. Dat wil zeggen dat de lantaarnpalen 1 op 1 worden vervangen. We dimmen de verlichting na 19 uur en bekijken per situatie het juiste dimschema. Waar zinvol passen we detectie toe. Het verlichtingsniveau gaat omlaag in woonwijken waar nu heel veel verlichting staat, maar wel samen met de dorpsraden. Schijnveiligheid wordt voorkomen door bijvoorbeeld de groenvoorzieningen en parken niet te verlichten, tenzij het echt noodzakelijk is en er geen andere mogelijkheden of andere routes zijn. Lichthinder wordt zoveel mogelijk voorkomen. We houden geen Politie Keurmerk Veilig Wonen aan voor de openbare verlichting. Parkeerterreinen worden alleen verlicht als er in de avond en nacht gebruik van gemaakt wordt. Vanuit het oogpunt van milieu, kan besloten worden de verlichting op een parkeerterrein dat niet of nauwelijks wordt gebruikt, in de donkere uren uit te zetten. Na 19 uur dimmen we in elk geval. Bij grotere veranderingen worden de inwoners van het betreffende gebied betrokken. Bij een herinrichting of nieuwbouw, wordt de verlichting afgestemd op de aanwezige groenvoorzieningen.

Al bij het ontwerp vindt deze afstemming plaats. Bestaande knelpunten tussen de groenvoorziening en openbare verlichting moeten worden opgelost. Hierbij is het uitgangspunt tegen zo laag mogelijke kosten. Bij lichthinder van een andere lichtbron gaan we in gesprek met deze lichteigenaar. Door een goede afstemming wordt een prettigere leefomgeving gecreëerd. We houden de richtlijn voor de hoeveelheid licht op de weg voor maximaal 75% aan. We houden geen eis voor de verticale lichtsterkte aan. De verdeling van het licht op de weg proberen we zo goed mogelijk te krijgen waarbij in bestaande situaties de bestaande afstand tussen lantaarnpalen het resultaat bepaalt. We plaatsen geen verlichting bij. We staan niet toe dat er objecten aan de lantaarnpalen worden bevestigd. Losse voetpaden worden alleen verlicht wanneer deze ook ’s avonds deel uitmaken van een doorgaande wandelroute en er genoeg sociale controle is. Onze achterpaden verlichten we niet. Is een achterpad van derden, bijvoorbeeld woningcorporaties, dan bepalen deze of er wel of niet licht staat. Wij gaan wel met ze in gesprek om te kijken of hun keuze afgestemd kan worden op die van ons. Het verhalen van kosten op derden die aangesloten zitten op onze aansluiting wordt geharmoniseerd. In 2023/2024 wordt in beeld gebracht welke aansluitingen het betreft en worden de kosten verhaald op de woningbouwverenigingen.

Zodra er een reconstructie bij de woningbouwvereniging is, wordt de aansluiting afgesloten en dient zij te zorgen voor een eigen aansluiting indien zij de achterpaden verlicht willen houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/574/documents/12838