CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2023-010-bijlage-Toelichting bestemmingsplan gastransportleiding Haaften__775368__.pdf

Gemeenteraad 7 maart 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: 6: Voorstel vaststellen bestemmingsplan Gastransportleiding W527-19 Haaften11.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 14 Situatie waterkeringen conform leggerkaart WSRL

De aan te vragen watervergunning staat los van dit bestemmingsplan en zal als onderdeel van het project, in een later stadium, worden uitgevoerd. 3.7.2

Grondwater

Het leidingmateriaal is, mede vanwege veiligheidsredenen, zodanig afgesloten dat lekkage van het aardgas en infiltratie van grondwater in de leiding onmogelijk is. Invloed op de grondwaterkwaliteit is daarom afwezig.

29 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

Zoals beschreven wordt de gastransportleiding gedeeltelijk aangelegd door middel van open ontgraving. De te graven sleuf dient ten tijde van aanleg volledig droog te zijn. Naar verwachting zal bouwputbemaling benodigd zijn om deze droogte te kunnen realiseren. Het te onttrekken water zal geloosd worden op nabij gelegen oppervlakte water. Naar verwachting zal de invloed op de omgeving nihil zijn. Over het aspect water zal voorafgaande aan de uitvoering nader overleg worden gevoerd met Waterschap Rivierenland, en zal worden voldaan aan de gestelde (vergunnings- of meldings)voorwaarden. 3.7.3

Watertoets

Bij nieuwe bestemmingsplannen en afwijkingen daarvan dient het betreffende waterschap gehoord te worden in het kader van vooroverleg, alsmede het verrichten van een watertoets. In voorliggend geval betreft het een ontwikkeling voor de aanleg van een ondergrondse gastransportleiding. Er wordt geen bebouwing gerealiseerd en van een permanente toename van verharding is geen sprake. Na de werkzaamheden wordt alles overeenkomstig weer ingericht conform de huidige situatie. Van blijvende invloeden van de ontwikkeling op de waterhuishouding is dan ook geen sprake Door de realisatie van de leiding wordt geen negatief hydrologisch of waterhuishoudkundig effect in de eindsituatie verwacht, omdat: • De leiding wordt ondergronds aangelegd en heeft een beperkte diameter. Door de geringe diameter heeft de leiding geen invloed op de grondwaterstroming; • Door de opdrachtgever is aangegeven dat de leiding onder de watergangen wordt doorgelegd. De leiding levert dus geen belemmering op voor de doorstroming van het oppervlaktewater, wel dient rekening te worden gehouden met de eisen van het Waterschap; • Door de ondergrondse ligging is geen toename van het verhard oppervlak; Het uitvoeren van een watertoets wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

3.8

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) sinds de inwerkingtreding van de Wet basisnet (1 april 2015). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe

30 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 15 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografie met orientatiewaarde voor transport Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

31 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

Figuur 16 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico In onderstaand beeld is een inventarisatie van alle risicobronnen en kwetsbare objecten in de direct omgeving weergegeven. Andere risicobronnen dan de buisleiding en de binnenvaartroute over de Waal zijn niet weergegeven op de risicokaart. Gasunie draagt 2-maandelijks zorg voor het aanleveren van nieuwe en actuele informatie ten behoeve van de risicokaart, te nieuw aan te leggen leiding is nog niet verwerkt.

Figuur 17 Uitsnede risicokaart. 3.8.1

Besluit externe veiligheid Buisleidingen

In de huidige wetgeving op het gebied van externe veiligheid (Bevb) worden de veiligheidsrisico’s uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het Bevb regelt onder meer welke veiligheidsafstanden in acht genomen moeten worden voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. In het Bevb wordt een grenswaarde voor het PR gegeven, terwijl het Groepsrisico een oriënterende waarde kent.

32 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

3.8.2

Kwantitatieve risicoanalyse

Om te beoordelen of de nieuwe te leggen leiding voldoet aan het Bevb is een Kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (QRA). De bijgevoegde QRA is opgesteld aan de hand van de bevolkingsdata van de BAG populatieservice (demis), d.d. 27 september 2021. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het rapport ‘QRA leiding W-527-19’ welke als bijlage is toegevoegd7. De conclusies uit het rapport wordt in onderstaande kort beschreven. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van de leiding voldoet in het plangebied aan het Bevb en Revb. De gestelde voorwaarde, dat het PR van deze leiding op een afstand van vijf meter gemeten uit het hart van de leiding niet hoger is dan 10-6 per jaar. Het niveau van 10-6 wordt niet bereikt waardoor dan tevens voldaan wordt aan de voorwaarde dat er zich geen kwetsbare objecten binnen deze contour bevinden. Groeprisico Het groepsrisico van de kilometer leiding voor het leidinggedeelte waarbinnen zich de voorgenomen leidingverlegging zich afspeelt, is vergeleken met de oriëntatiewaarde voor buisleidingen. Gebleken is dat het Groepsrisico kleiner is dan de in het Bevb gestelde richtwaarde en daarmee voldoet aan de vigerende wetgeving. Zowel het Groepsrisico als het Plaatsgebonden Risico voldoen aan de normen van het Bevb. Het nieuwe tracé heeft dus geen (nadelige) gevolgen voor PR en GR.

3.9

Kabels en Leidingen

In de directe omgeving van de aan te leggen gastransportleiding zijn geen andere planologisch relevante transportleidingen/verbindingen gelegen8. Uiteraard moet bij de aanleg van de gastransportleiding rekening gehouden worden met alle andere eventueel aanwezige andere ondergrondse infrastructuur. Het waterschap is voornemens andere kabels en leidingen door het dijklichaam aan te brengen. De verlegging van de gastransportleiding is daarop afgestemd. In ieder geval zal een Klic-melding worden gedaan om de mogelijke aanwezigheid van andere kabels en leidingen te inventariseren en eventuele maatregelen te treffen in overleg met de leidingbeheerder(s).

3.10 Luchtkwaliteit Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) bevat luchtkwaliteitseisen voor luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling zal vallen onder de categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit door de zeer beperkte wijziging van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van 7

27 september 2021, QRA leiding W-527-19, De verlegging van de leiding in de gemeente West Betuwe Gasunie Transport Services B.V., D10040224:6 8 Planologisch relevante leidingen zijn: a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van afvalwater met een diameter van 400 mm of meer van het waterschap. (hoofdtransportleidingen van en naar de afvalwaterzuiveringsinrichting). f. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken.

33 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

de bestaande situatie (alleen ten tijde van aanleg). Een project valt in de bovengenoemde categorie wanneer de bijdrage van de activiteit onder 3% blijft van de jaargemiddelde grenswaarde van de concentraties fijn stof en stikstofoxide9. Er kan met zekerheid gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling onder deze grenswaarde blijft. Een gasleiding is geen gevoelige bestemming. Daarom hoeft de luchtkwaliteit in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet te worden beoordeeld.

3.11 Geluid, geur, lichthinder, windhinder en mobiliteit Het betreft een ondergrondse leiding waarbij de milieuaspecten geluid, geur, lichthinder, windhinder en mobiliteit niet van toepassing zijn.

3.12 Conclusie De hierboven beschreven paragrafen hebben een nadere analyse van het plangebied weergegeven waarin de beknopte conclusies uit enkele relevante onderzoeksrapporten zijn weergegeven. Zoals omschreven zullen bepaalde aspecten bij uitvoering nadere aandacht moeten krijgen om de invloed op de omgeving te beperken. Deze aandacht zal door de opdrachtgever in acht worden genomen, waardoor de werkzaamheden op een verantwoorde wijze zullen worden verricht. De gebiedsaspecten geven dan ook geen aanleiding om de bestemmingsplanprocedure geen verder vervolg te geven. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen additionele informatie verschaft inzake het beoordelen van de milieueffecten. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente West Betuwe wordt gevraagd om in te stemmen met bovengenoemde conclusie en te besluiten dat voor de voorgenomen ontwikkeling een milieueffectrapportage niet noodzakelijk wordt geacht.

Dit is vergelijkbaar met het aantal verkeersbewegingen bij een kantoorlocatie van 100.000m2 bvo of een woningbouwlocatie van 1.500 woningen. 9

34 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

4 Implementatie 4.1

Planmethodiek

De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. In het huidige plan is ervoor gekozen om de gastransportleiding waarvan het tracé reeds bekend is, exact te bestemmen door middel van een belemmeringenstrook van 2 maal 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de toekomstige leiding. Hiervoor is de standaardtekst van het artikel dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ opgenomen.

4.2

Bestemmingsregeling

Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en één of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemming(en) en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemming(en) en onderbouwen waarom de ontwikkeling past binnen een goede ruimtelijke ordening. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen. 4.2.1

Toelichting op de verbeelding

De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad met een bijbehorende legenda. Op de verbeelding hebben alle binnen het plangebied gelegen gronden de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ gekregen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de bestemming overeenstemt met het bestaande gebruik van de betreffende gronden. In het voorliggende bestemmingsplan zijn geen aanduidingen of zones als aanvullende onderdelen op de verbeelding weergegeven. De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen). 4.2.2

Toelichting op de regels

De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. In dit specifieke geval geen bebouwing maar een gastransportleiding. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2008 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Verder moet worden opgemerkt dat de regels van de onderliggende (moeder)plannen ‘Kern Haaften’, ‘dijkversterking GorinchemWaardenburg’ en ‘Buitengebied Neerijnen’ nog steeds van toepassing blijven.

35 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2008. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2008, te raadplegen via de website van het Ministerie van IenM, onderdeel standaarden. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is aangesloten bij de SVBP2008, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2008/2012. -

wijze van meten

Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels -

bestemming(en), in dit plan alleen een dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ dubbelbestemming(en)

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de (dubbel)bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan: •

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);

• •

Afwijken van de bouwregels: afwijkingsmogelijkheden ten opzichte van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels: opsommingen van afwijkingen die in strijd zijn met de

•

bestemmingsomschrijving. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werkzaamheden en werken, geen bouwwerken zijnde: opsomming van werkzaamheden en werken waarvoor al dan niet een omgevingsvergunning voor benodigd is.

Hoofdstuk 3 Algemene regels anti-dubbeltelregel Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Een bekend voorbeeld van een dergelijke regeling is de zogenaamde rustende boer regeling. Aangesloten is bij de standaard antidubbeltelregel die in het Bro is opgenomen. algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen hoe om te gaan met afwijkende maatvoering bij bestaande bouwwerken en bij onderkeldering van gebouwen.

36 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

algemene gebruiksregels In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. algemene wijzigingsregels In het plangebied is een deelgebied aangewezen waarvoor burgemeester en wethouders een wijzigingsplan kunnen opstellen en die op de verbeelding is aangeduid als 'wro-zone wijzigingsgebied': -

algemene afwijkingsregels

Het artikel heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Via een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning kunnen onder meer geringe afwijkingen in de maatvoering voor bouwwerken worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Voor het voorliggende plan wordt voor de algemene regels direct doorverwezen naar de blijvend vigerende bestemmingsplannen ‘Kern Haaften’, ‘dijkversterking Gorinchem-Waardenburg’ en ‘Buitengebied Neerijnen’. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. 4.2.3

Invulling van de bestemmingsregels

Voor de invulling van de planregels is aangesloten bij de eerder genoemde plannen. De indeling ziet er als volgt uit: Dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ In dit artikel is de bescherming van de aanwezige gasleiding en de bijbehorende belemmeringenstrook geregeld. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat op deze gronden niet mag worden gebouwd. Indien werkzaamheden in of op de grond worden uitgevoerd, dan dient hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

37 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

5 Uitvoerbaarheid 5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omdat de opdrachtgever grote waarde hecht aan overleg met grondeigenaren, direct belanghebbenden en bevoegde gezagen zijn reeds diverse contacten gelegd met Waterschap Rivierenland en gemeente West Betuwe. Naast het waterschap en de gemeente is het conceptplan ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst Rivierenland. Daarnaast is men reeds in overleg met de eigenaren van de gronden waar de diverse werkzaamheden zich zullen afspelen. Het voorliggende tracé is dan ook in overleg met eigenaren of rechthebbenden tot stand gekomen. Middels vergunningen en rechten van opstal zullen nadere afspraken worden gemaakt tussen initiatiefnemer en het bevoegde gezag, de grondeigenaren en –gebruikers. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen van 2 november 2022 t/m 13 december 2022. Het ontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd in het gemeenteblad van West-Betuwe d.d. 1 november 2022 met nummer 482859 en tevens gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn geen zienswijzen ingediend op het plan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Omdat de werkzaamheden worden uitgevoerd op verzoek van Waterschap Rivierenland is/wordt er een overeenkomst met Gasunie gesloten. Voor de voorgenomen planprocedure zullen de kosten, en alle bijbehorende werkzaamheden en onderzoeken, in eerste instantie volledig voor rekening van Gasunie komen. Verdere financiële afwikkeling met Waterschap Rivierenland is onderling geborgd. Het (ver)leggen van de leiding is derhalve geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit betekent dat plankosten niet kunnen worden verhaald middels een exploitatieplan. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke kosten, op basis van de legesverordening, verhaald op Gasunie, indirect op Waterschap Rivierenland. Verder is er op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig. Aangezien de kostendekking gegarandeerd kan worden door de verschillende partijen kan het verleggen van de gastransportleiding als economisch uitvoerbaar worden geacht.

38 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

6 Conclusie Initiatiefnemer is voornemens om een regionale 40 bar hoge druk gastransportleiding te verleggen binnen de gemeente West Betuwe. De bestaande leiding zal tevens buiten bedrijf worden gesteld en, waar mogelijk, worden verwijderd na aanleg van de nieuwe leiding. Deze gronden bieden vervolgens weer mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen in de zin van het versterken van de Waaldijk in het kader van het dijkversterkingsproject Gorinchem-Waardenburg in opdracht van Waterschap Rivierenland. Het project is in de eerder beschreven hoofdstukken getoetst aan het beleid op alle (relevante) overheidsniveaus. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de locatie en de (directe) omgeving. Geconcludeerd mag worden dat de aanleg van een nieuwe gastransportleiding voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

39 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

7 Bijlagen • • • • • •

19 april 2022, RAAP, archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, plangebied Pauwenkamp te Haaften, RAAPrap_5393_WBHA_20220419 september 2021, AVG Explosieven Opsporing, pragmatische opsporingsanalyse, verlegging Haaften (W-527-19), 2162154-POA-01, versie 01 22 oktober 2021, WSP, Verkennend (water)bodemonderzoek verlegging Haaften (W527-19; S-5495) SOL017607MK, versie 1.0, 15 april 2022, Natuurbalans-Limes Divergens, NOTITIE 21-127 Natuurtoets verlegging W-527-19 Haaften, definitief, versie 2 25 oktober 2021, Natuurbalans - Limes Divergens, Vervolgonderzoek verlegging W527-19 Haaften, 21-180, definitief 27 september 2021, QRA leiding W-527-19, De verlegging van de leiding in de gemeente West Betuwe Gasunie Transport Services B.V., D10040224:6

40 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

Ravelijn 10 4285 ED Woudrichem Tel. 0613165830 info@vdh-omgevingsadvies.nl

www.vdh-omgevingsadvies.nl

41 Bestemmingsplan ‘verlegging gastransportleiding Haaften W-527-19’

Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/549/documents/11809