CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-145-bijlage-t-en-r-Nieuwe-Steeg-12-42a-Herwijnen.pdf

Oordeelsvormende vergadering(en) 13 december 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 5: Voorstel vaststellen bestemmingsplan Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen18.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Rivierenland. Het waterschap is middels de digitale watertoets op de hoogte gebracht van voorliggend plan, zie bijlage 5. In het vervolg van deze paragraaf wordt ingegaan op de relevante waterhuishoudkundige aspecten. Waterberging Voorliggend initiatief voorziet niet in een toename van het verhard oppervlak. Het uitgangspunt van het stedenbouwkundig plan van Nieuwe Steeg fase 2 is om net als bij de woningbouwontwikkeling Nieuwe Steeg fase 1 aan de overkant van de weg, een groenzone aan te leggen parallel aan de Nieuwe Steeg. Deze groenzone, zie ook de inrichtingstekening uit paragraaf 2.2, is mogelijk door een efficiënte inrichting van de ruimte. De groenzone wordt als zodanig bestemd, waarmee planologisch is geborgd dat het initiatief voorziet in een aanzienlijke toename van onverhard oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie. Op grond van het beleid van het waterschap hoeven er daarom geen verplichte compensatiemaatregelen te worden getroffen. Wel is het nodig om op grond van de 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' van de gemeente West-Betuwe hemelwater binnen eigen terrein te bergen. Bij nieuwbouw waarbij de totale omvang van het verhard oppervlak 500 m2 of meer is, dient te worden uitgegaan van een minimale capaciteit van 43,6 l per m².

Op basis van het stedenbouwkundig plan dat voorligt kan de volgende globale inschatting worden gemaakt van het toekomst verhard oppervlak binnen het plangebied:  Woningen (100%): 1370 m²  Wegen (100%): 525 m²  Halfverharde parkeerplaatsen (50%): 375 m²*0,5 = 188 m²  Overig verhard oppervlak zoals parkeerplaatsen op eigen terrein, inritten en terrassen (50% van overige gronden woonbestemmingen): 1625 m². Het totale verhard oppervlak binnen het plangebied in de toekomstige situatie komt daarmee uit op ca 3710 m2. Op basis van artikel 4 uit de 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' van de gemeente West-Betuwe dient daardoor uit te worden gegaan van een minimale bergingscapaciteit van 43,6 l per m² (bij een verhard oppervlak groter dan 500 m²), wat neerkomt op een totale inhoud van 3710*0,0436 = 161 m³ aan waterberging. Te realiseren waterberging Om overtollig hemelwater binnen eigen terrein te kunnen borgen wordt er binnen het plangebied een wadi aangelegd langs de Nieuwe Steeg, zie ook de inrichtingstekening uit paragraaf 2.2. Het voornemen is overtollig hemelwater bovengronds naar deze nieuwe wadi af te voeren. De wadi krijgt een oppervlak van 400 m² (peilstijging 0,3 m).

De totale bergingscapaciteit van de wadi komt daarmee uit op 120 m³, waardoor een aanzienlijk deel van de benodigde compensatie van 161 m³ als gevolg van het toekomstig verhard oppervlak kan worden opgevangen. Voor de overgebleven inhoud (41 m³) zijn er binnen plangebied voldoende mogelijkheden. Uitgangspunt bij de resterende bergingsvoorzieningen is om overtollig hemelwater zoveel mogelijk vast te houden. Gedacht wordt aan het plaatsen van regentonnen en bergingsdaken. Een aanzienlijk deel van het plangebied blijft in de toekomstige situatie onverhard door openbaar groen en tuinen (ca 2000 m², exclusief wadi). Om de resterende wateropgave in te vullen is er de keuze uit een aantal bergingsvoorzieningen. Voorzieningen die hiervoor gebruikt kunnen worden, zijn grindkoffers, kratten of een greppel. Daarnaast is het mogelijk om bij de aanleg en inrichting van de tuin rekening te houden met de waterberging. Hemelwater dat valt op terrassen kan in de tuin infiltreren. Tevens worden alle parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd met halfverharding. Gelet op het onverharde oppervlak in de toekomstige situatie (ca 2000 m²) zijn daar meer dan voldoende mogelijkheden voor.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

29

Bij de aanvraag van de vergunning voor het bouwen is pas bekend hoeveel verhard oppervlakte er werkelijk gerealiseerd wordt. Mede daarom betreft de in deze paragraaf berekende waterberging een schatting, op basis waarvan geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan met betrekking tot water uitvoerbaar is. De concrete uitwerking van de waterberging wordt opgenomen bij de definitieve aanvraag van de omgevingsvergunning. Bij de uitwerking worden de voorwaarden uit de gemeentelijke 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' in acht genomen. Schakel in de keten Het bergingssysteem van Nieuwe Steeg fase staat in de toekomstige situatie in verbinding met het bestaande watersysteem in de omgeving. Nieuwe Steeg fase 2 vormt daarmee een nieuwe schakel in een groter bergingsen infiltratiesysteem. De bestaande wadi binnen het plangebied van Nieuwe Steeg fase 1 beschikt over een overstort op de watergang aan de achterzijde van de daar gelegen woningen. Het voornemen is om de nieuwe wadi binnen het plangebied van Nieuwe Steeg fase 2 te verbinden met de bestaande wadi van Nieuwe Steeg fase 1. Bij piekbuien waarbij de nieuwe wadi vol komt te staan is er daardoor een mogelijkheid om het overtollig hemelwater af te voeren op bestaand oppervlaktewater. Daarmee wordt voorkomen dat bij hevige buien wateroverlast in de nabije omgeving van de wadi ontstaat.

En dat de wadi versneld weer over de volledige capaciteit beschikt. Een nadere uitwerking van deze verbinding volgt tijdens de omgevingsvergunningfase, waarbij het bepaalde in de 'Verordening afvoer hemel- en grondwater'. Overige waterhuishoudkundige aspecten Binnen en in de directe omgeving van het plangebied liggen geen watergangen, waterkeringen of andere relevante oppervlaktewateren of gebieden. De woningen worden aangesloten op het bestaande riool. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt het aantal woningen toe met drie. Drie woningen zorgen niet voor een noemenswaardige extra belasting van het riool. Tijdens de bouw worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar vanuit het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied.

30

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Om de gevolgen van de sloopwerkzaamheden in het kader van het aspect ecologie te kunnen bepalen, is een quicskscan Flora en Fauna uitgevoerd. Het rapport is toegevoegd als Bijlage 6. In het vervolg van deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem' ligt op 3,2 km ten westen van het plangebied. Vanwege deze ruime afstand kunnen negatieve effecten vanuit licht, trilling en geluid op voorhand worden uitgesloten. Volledigheidshalve is voor het aspect stikstof een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd, zie bijlage 7. In de voortoets is de conclusie opgenomen dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd, de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase niet toeneemt met meer dan 0,00 mol/ha/j. Op grond van de Wet stikstofreductie en natuurherstel is de aanlegfase niet meegenomen in het onderzoek, zie verder paragraaf 2.4 van de voortoets. Op basis van voorgaande kan de conclusie worden getrokken dat er geen sprake is van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is niet nodig voor dit project. Soortenbescherming In de quickscan Flora en Fauna uit bijlage 6 is de conclusie opgenomen dat voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen bepalen of de te slopen woningen een relevante functie hebben voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluren. Indien sprake is van een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb dan kan het bevoegd gezag onder voorwaarden ontheffing verlenen.

Mits de juiste maatregelen worden genomen dan is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen niet verkregen zouden kunnen worden. Het aanvullende onderzoek zal voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. Verder zal tijdens de werkzaamheden binnen het plangebied ten alle tijden de algemene zorgplicht zoals bedoeld in de Wnb in acht worden genomen. Vanuit soortenbescherming is het bestemmingsplan daarmee uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

31

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. In de huidige situatie zijn de 16 woningen direct ontsloten via de Nieuwe Steeg. In de toekomstige situatie zullen 17 van de 19 woningen ontsloten worden via de lus die op twee plaatsen met een T-splitsing aansluit op de Nieuwe Steeg. Hierdoor zal er geen noemenswaardige verandering optreden aan de verkeersstructuur. De toename van verkeersbeweging zal minimaal zijn aangezien er per saldo maar 3 woningen worden toegevoegd en er zullen geen knelpunten ontstaan ten aanzien van verkeersveiligheid en doorstroming. Parkeren De gemeente West-Betuwe heeft op 30 juni 2020 het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019' vastgesteld. Het plangebied is daarin, net als de gehele kern Herwijnen, aangemerkt als 'rest bebouwde kom' binnen een 'niet stedelijke' omgeving. Verder is opgenomen dat de gemeente uitgaat van de maximale parkeernormen van het CROW, publicatieversie 381. Voor een sociale huurwoning komt de parkeernorm daarmee uit op 2 parkeerplaatsen, met een totale parkeerbehoefte van 38 parkeerplaatsen tot gevolg (19 woningen * 2 parkeerplaatsen per woning).

Op de inrichtingstekening uit paragraaf 2.2 zijn nu in totaal 37 parkeerplaatsen binnen het plangebied opgenomen, verdeeld over drie centrale parkeervoorzieningen en enkele parkeerplaatsen op het eigen terrein van onder andere de tweekapper. Binnen het plangebied is voldoende ruimte beschikbaar om ook de laatst benodigde parkeerplaats te realiseren. In de regels van voorliggend plan is een voorwaardelijke verplichting parkeren opgenomen. Daarmee is planologisch geborgd dat bij de uiteindelijke inrichting van het plangebied het aantal parkeerplaatsen in overeenstemming is met de geldende parkeernormen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.

32

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Planspecifiek Cultuurhistorie

Uitsnede kaart 'Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie' provincie gelderland Zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten en/of (rijks)monumenten aanwezig. Ook blijkt uit de uitsnede van de provinciale kaart dat het plangebied niet in cultuurhistorisch waardevol gebied ligt. Voorliggend initiatief heeft geen negatief effect op het aspect cultuurhistorie. Archeologie In het kader van de beoogde grondwerkzaamheden als gevolg van de bouw van de nieuwe woningen is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek opgesteld, zie bijlage 8. De belangrijkste conclusie van het onderzoek luidt dat mede op basis van onderzoeksresultaten uit de omgeving van het plangebied het selectieadvies uit het rapport niet over te nemen. Daarnaast is geconstateerd dat onder vergelijkbare omstandigheden archeologische waarden ontbreken. Het plangebied kan daarom worden vrijgegeven voor de ontwikkeling. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect archeologie. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect cultuurhistorie en archeologie.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

33

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

34

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

35

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Wonen – 2 De bestemming 'Wonen - 2' is opgenomen ter plaatse van de twee woningen die in een twee-onder-eenkapopstelling worden opgericht, aan de zuidkant van het plangebied. Hoofdgebouwen zijn toegestaan binnen de daarvoor opgenomen bouwvlakken op de verbeelding. Bijgebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf'. In de regels is de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen opgenomen. De maximale goot- en bouwhoogtes van hoofdgebouwen zijn via maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding aangegeven. Wonen – 3 De bestemming 'Wonen - 3' is opgenomen ter plaatse van de rijwoningen. Hoofdgebouwen zijn toegestaan binnen de daarvoor opgenomen bouwvlakken op de verbeelding. Bijgebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf'. In de regels is de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen opgenomen. De maximale goot- en bouwhoogtes van hoofdgebouwen zijn via maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding aangegeven. Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is opgenomen voor de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg van het woongebied en de te realiseren openbare parkeerplaatsen.

Groen Het te realiseren openbaar groen, waaronder de wadi aan de Nieuwe Steeg en de groenstrook achter de woningen Geerstraat krijgen de bestemming Groen. Verder is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming geheel of gedeeltelijk te doen vervallen. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

36

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Voorliggend initiatief is in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan de relevante instanties. Waterschap Rivierenland heeft een beperkt aantal opmerkingen gemaakt op het bestemmingsplan, onder andere over de waterbergingseis die het waterschap hanteert. De opmerkingen van het waterschap zijn verwerkt in de toelichting van voorliggend bestemmingsplan, in paragraaf 4.2 Water.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Bij voorliggend plan is geen sprake van een informele inspraakprocedure ex artikel 3.1.6 Bro. Het bestemmingsplan is direct als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De omwonenden van het plangebied zullen persoonlijk door de initiatiefnemer op de hoogte worden gebracht van de ontwikkelingen binnen het plangebied.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen op het bestemmingsplan ingediend.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

37

38

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlagen bij de toelichting

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

39

40

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 1

Bodemonderzoek

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

41

42

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

43

44

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 3

Quicskcan EV

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

45

46

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 4

Notitie groepsrisico

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

47

48

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 5

Watertoets

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

49

50

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 6

Quickscan Flora & Fauna

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

51

52

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 7

Voortoets stikstofdepositie

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

53

54

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

55

56

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Regels

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

57

58

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen' met identificatienummer NL.IMRO.1960.HERNieuwesteegf2-VSG1 van de gemeente West Betuwe. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning. 1.5 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie. 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.8 bed & breakfast kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, verblijfsvoorziening gericht op het aanbieden van logies en ontbijt. Onder een bed and breakfast voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur.

1.9 bedrijf aan huis het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.10 beroep aan huis het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk stellen gebieden, waaronder kappers, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

59

1.11 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.12 bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw, dat door zijn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw; 1.13 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.15 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel. 1.17 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.18 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.19 erf op de verbeelding als zodanig aangegeven gronden, niet zijnde het bouwvlak, waarbinnen volgens dit plan bij de bestemming behorende bebouwing is toegestaan. 1.20 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.21 Geschakelde woning een woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijgebouw verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; 1.22 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn architectonische verschijningsvorm en functie als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.23 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

60

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

1.24 Patiowoning een woning, waarvan de woonruimten zijn gelegen om of aansluitend aan een onbebouwde onoverdekte met wanden omsloten ruimte. 1.25 peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor gebouwen die worden gebouwd in de dijk tot 2 m onder de kruin van de dijk: de kruin van het aanliggende dijklichaam; voor gebouwen in de dijk op meer dan 2 m onder de kruin van de dijk: het gemiddelde bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 1.26 Twee-aan-één gebouwde woning een woning, waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse bouwperceelsgrens wordt gebouwd en samenvalt met een ander hoofdgebouw. 1.27 voorgevelbouwgrens de grens van het bouwvlak waar de voorgevel van het hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen. 1.28 voorgevellijn de denkbeeldige lijn die strak loop langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.

1.29 voorzieningen van openbaar nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.30 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van maximaal twee afzonderlijke huishoudens.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

61

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of daarbij gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.7 de hoogte van een antenne-installatie vanaf het peil tot aan het hoogste punt van de antenne-installatie.

62

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. water; met daaraan ondergeschikt: e. waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval begrepen voorzieningen voor waterzuivering, waaronder wadi’s en infiltratiegebieden. f. parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 12 meter bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

b.

opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

63

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een maximale breedte van 6 meter, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. nutsvoorzieningen; g. geluidswerende voorzieningen; h. groen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; c. de maximale oppervlakte bedraagt 15 m². 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van verkeersregelende voorzieningen, lichtmasten en geluidswerende voorzieningen maximaal 12 meter bedragen. 4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

64

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Artikel 5

Wonen - 2

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in twee-aaneengebouwde en/of geschakelde woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis of bedrijf aan huis zoals opgenomen in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijven, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis en/of bedrijf aan huis, met een maximum van 50 m²; b. mantelzorg in de woning; met de daarbijbehorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen, met inachtneming van de parkeerregeling zoals opgenomen in 13.1; e. waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 5.2.3 sub a; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 3 m uit de voorgevelbouwgrens; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e.

de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; f. de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 60°. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend in een bouwvlak en binnen de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd; b. de minimale afstand tot de voorgevellijn bedraagt 3 m; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 50 m² op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf’, met dien verstande dat bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m² de maximum gezamenlijke oppervlakte van 50 m² mag worden vermeerderd met 10% van het oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² tot een maximum van 100 m², met inachtneming van de volgende bepaling: 1. minimaal 50% van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf’ dient onbebouwd en onoverdekt te blijven; 2. de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 3. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m. 5.2.3 Gebouwen buiten bouwvlak en aanduiding erf In afwijking van het bepaalde in 5.2.1 onder a gelden voor het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak en buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' de volgende regels:

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

65

a. b. c. d. e.

op deze gronden zijn uitsluitend erkers toegestaan; de breedte van een erker bedraagt aan de voorzijde maximaal 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw en aan de zijgevel maximaal 40% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw; de maximale hoogte van een erker bedraagt het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; de maximale diepte van de erker bedraagt 1,5 m; op een erker is een transparante afscheiding toegestaan, dat wil zeggen dat de afscheiding voor minimaal 80% open dient te zijn, met een hoogte van 1 m gemeten vanaf bovenkant erker.

5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 5.3 specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; b. bewoning als afhankelijke woonruimte; c. kamerbewoning; d. seksinrichtingen;

66

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Artikel 6

Wonen - 3

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in aaneengesloten woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis of bedrijf aan huis zoals opgenomen in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijven, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis en/of bedrijf aan huis, met een maximum van 50 m²; b. mantelzorg in de woning; met de daarbijbehorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen, met inachtneming van de parkeerregeling zoals opgenomen in 13.1; e. waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 6.2.3 sub a; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 3 m uit de voorgevelbouwgrens; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e.

de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; f. de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 60°. 6.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend in een bouwvlak en binnen de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd; b. de minimale afstand tot de voorgevellijn bedraagt 3 m; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 50 m² op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf’, met dien verstande dat bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m² de maximum gezamenlijke oppervlakte van 50 m² mag worden vermeerderd met 10% van het oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² tot een maximum van 100 m², met inachtneming van de volgende bepaling: 1. minimaal 50% van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf’ dient onbebouwd en onoverdekt te blijven; 2. de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 3. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

67

6.2.3 Gebouwen buiten bouwvlak en aanduiding bijgebouwen In afwijking van het bepaalde in 6.2.1 onder a gelden voor het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak en buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend erkers toegestaan; b. de breedte van een erker bedraagt aan de voorzijde maximaal 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw en aan de zijgevel maximaal 40% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw; c. de maximale hoogte van een erker bedraagt het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; d. de maximale diepte van de erker bedraagt 1,5 m; e. op een erker is een transparante afscheiding toegestaan, dat wil zeggen dat de afscheiding voor minimaal 80% open dient te zijn, met een hoogte van 1 m gemeten vanaf bovenkant erker. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 6.3 specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; b. bewoning als afhankelijke woonruimte; c. kamerbewoning; d. seksinrichtingen;

68

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Artikel 7

Waarde - Archeologie 3

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Regels vanwege samenvallende bestemmingen Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte bestemmingen binnen het gebied met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien het verenigbaar is met het belang van de bescherming van archeologische waarden. 7.2.2 Verbod bouwen ten behoeve van andere bestemming In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. 7.2.3 Bouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, tenzij: a. het werkzaamheden in de bodem betreft, als gevolg van het oprichten van bouwwerken, tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; c. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; d.

gebouwen maximaal 2,5 meter uit de bestaande fundering worden opgericht; e. het nieuw te bebouwen oppervlak niet groter is dan 500 m². 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken bouwen ten behoeve van andere bestemming Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 7.2.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, indien de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan een omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

69

7.3.2 Voorwaarden omgevingsvergunning a. De omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. b. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 wint het schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 7.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 2 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakte- verhardingen; i. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

7.5.2 Verbod niet van toepassing Het verbod als bedoeld in 7.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 500 m²; d. indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; e. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudsen vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend;

70

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

g.

voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die direct samenhangen met een verleende omgevingsvergunning op grond van het bepaalde in 7.3.

7.5.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 7.5.4 Voorwaarden omgevingsvergunning a. De omgevingsvergunning als bedoeld in 7.5.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. b.

Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 7.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

71

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels Algemene afwijkingsregels

8.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje maximaal 50 m³ bedraagt; c. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 m. Wat betreft zend- en ontvang- en/of sirenemasten gelden nog de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d.

zijn alleen toegestaan:  buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden;  binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en sportparken. 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:  op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen geheel dienen te worden ontzien;  tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten;  het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 3. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 4. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Algemene bepalingen m.b.t. ondergronds bouwen a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan daar waar bovengronds gebouwen zijn gebouwd. b. Overdekte en niet-overdekte zwembaden zijn in afwijking van het bepaalde onder a toegestaan buiten de plaatsen waar bovengronds is gebouwd. c. Zwembaden zijn uitsluitend toegestaan achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van minimaal 3 m van de perceelsgrens. d. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m onder peil.

72

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Bed & Breakfast De uitoefening van een bed and breakfast is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij een woning, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. De bed and breakfast dient ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie. b. De bed and breakfast mag plaatsvinden in het hoofdgebouw met eventuele aan- en uitbouwen. Vrijstaande bijgebouwen mogen niet gebruikt worden. c. De bed and breakfast mag maximaal bestaan uit 2 kamers en 6 slaapplaatsen. d. Maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt als bed and breakfast, met een maximum van 50 m². e. De bed and breakfast mag niet functioneren als zelfstandige wooneenheid. De bed and breakfast of de afzonderlijke kamers mogen geen aparte kookgelegenheid bevatten.

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Wijzigingsregels overschrijden bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein en voorzover mogelijk op grond van de milieuhygiënische situatie; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. De breedte van de weg mag hierbij niet meer dan 5 meter bedragen.

Artikel 12

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 13

Overige regels

13.1 Parkeren 13.1.1 Algemeen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor de verandering van de functie van een bouwperceel wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan de maximum parkeernormen, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen', zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning en dat indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging, en met dien verstande dat: 1. het totale aantal benodigde parkeerplaatsen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal; 2. voldaan wordt aan de in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' gehanteerde indeling in centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied, zoals weergegeven in bijlage 2;

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

73

b.

c.

Parkeerplaatsen dienen aangelegd te worden op het eigen terrein, waarbij de afmetingen per parkeerplaats ten minste voldoen aan de volgende maatvoeringen: 1. Haaksparkeren:  Lengte 5,0 m, breedte 2,5 m, met dien verstande dat er voldoende manoeuvreerruimte beschikbaar dient te zijn voor het kunnen functioneren van de parkeerplaatsen, dat wil zeggen minimaal 5 m achter een insteekvak voor haaksparkeren. 2. Langsparkeren:  Vaklengte 6,0 m, breedte 1,8 m. Het onder a bepaalde is niet van toepassing ingeval een bouwwerk ten gevolge van een calamiteit geheel verloren is gegaan en dit bouwwerk, indien en voor zover sprake is van dezelfde functie en omvang, wordt herbouwd en op gelijke wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien als voor de calamiteit feitelijk het geval was, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.

13.1.2 Afwijken a. Parkeernorm Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13.1.1 onder a, mits: 1. ten minste wordt voldaan aan de minimum parkeernormen, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen', zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning en dat indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging, en met dien verstande dat het totale aantal benodigde parkeerplaatsen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal; 2. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 3. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. b. Geheel of gedeeltelijk afwijken parkeereis Het bevoegd gezag kan geheel of gedeeltelijk afwijken van de parkeereis toestaan. De afwijking moet goed en navolgbaar onderbouwd worden. Van het afwijken van de parkeereis kan sprake zijn bij: 1. Maatwerk: de afwijking moet onderbouwd worden aan de hand van specifieke kenmerken van de locatie, functie of doelgroep van het project. 2. Locatie: er moet sprake zijn van een locatie waar het feitelijk onmogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de parkeereis te voldoen of waar het in alle redelijkheid onmogelijk of onwenselijk is (o.a.

op grond van planeconomische overwegingen) om geheel of gedeeltelijk te voldoen aan de parkeereis. c. Vrijstelling parkeereis Als een ontwikkeling uit economisch oogpunt of uit het oogpunt van milieu, hinder of woonomgeving door de gemeente bijzonder gewenst is, kan volledige vrijstelling van de parkeereis worden verleend. Deze volledige vrijstelling wordt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen verleend en een verzoek daartoe wordt uitvoerig gemotiveerd. Voor het verkrijgen van de vrijstelling wordt in ieder geval aangetoond dat het niet mogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de parkeereis op eigen terrein te voldoen en dat er evenmin mogelijkheden bestaan om de parkeereis geheel of gedeeltelijk in de openbare ruimte op te lossen.

74

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Hoofdstuk 4 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 14.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 14.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/446/documents/11477