CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-145-bijlage-t-en-r-Nieuwe-Steeg-12-42a-Herwijnen.pdf

Oordeelsvormende vergadering(en) 13 december 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 5: Voorstel vaststellen bestemmingsplan Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen18.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen Gemeente West-Betuwe

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen NL.IMRO.1960.HERNieuwesteegf2-VSG1 Vastgesteld 27 oktober 2022 58.35.02

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:

Stichting Kleurrijk Wonen Dhr. J.P. Veldhuis

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. M. Geerts / Dhr. T. Vette Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen

7 7 7 7 8 8 9 11 12 12 13 14 18 18 26 30 32 32 34 35 35 35 37 37 37 37 37

Bijlagen bij de toelichting

39

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

41 43 45 47 49 51 53 55

Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Quicskcan EV Notitie groepsrisico Watertoets Quickscan Flora & Fauna Voortoets stikstofdepositie Archeologisch onderzoek

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

3

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

57 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen - 2 Wonen - 3 Waarde - Archeologie 3 Algemene regels Algemene afwijkingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels Anti-dubbeltelregel Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

59 59 62 63 63 64 65 67 69 72 72 72 73 73 73 73 75 75 75

Bijlagen bij de regels

77

Bijlage 1 Bijlage 2

79 81

Lijst van bedrijven Gebiedsindeling parkeren

Verbeelding 83

4

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Toelichting

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

5

6

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

Kleurrijk Wonen is voornemens om 19 nieuwe sociale huurwoningen te realiseren aan de oostkant van de Nieuwe Steeg in Herwijnen. De 16 bestaande woningen zullen worden gesloopt. Dit plan betreft de 2e fase van de ontwikkeling aan de Nieuwe Steeg. Reeds is begonnen met de realisatie van nieuwe woningen aan de westkant van de Nieuwe Steeg. Daar heeft de gemeenteraad van West-Betuwe in september 2020 het bestemmingsplan 'Nieuwe Steeg, Herwijnen' voor vastgesteld. De ontwikkeling van 19 nieuwe woningen aan de oostkant van de Nieuwe Steeg past niet in het geldende bestemmingsplan 'Kern Herwijnen'. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de oostkant van de Nieuwe Steeg in de plaats Herwijnen, gemeente West-Betuwe. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Het plangebied (rode ellips) en de omgeving (bron: openstreetmaps.nl)

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

7

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan Nieuwe Steeg 12-42a in de kern van Herwijnen. Bijgevoegde afbeelding geeft dit globaal aan. De nieuwe steeg is van oudsher de verbindingsweg tussen het buitengebied en de lintbebouwing in het zuidelijk gelegen centrum. De weg wordt ter hoogte van het plangebied begeleid door lindebomen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de achtertuinen van de woningen aan de Zworrelstraat. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de achtertuinen van de woningen aan de Kolstraat. De zuidzijde van het plangebied is georiënteerd richting de zijgevel en tuin van de woning aan de Nieuwe Steeg 10. De overzijde van het plangebied is in gebruik geweest als kleinschalige dierenweide maar is reeds door Kleurrijk Wonen in ontwikkeling als woonlocatie. Daartoe is in september 2020 het bestemmingsplan 'Nieuwe Steeg Herwijnen' vastgesteld. Binnen het plangebied staan 16 woningen, ook in eigendom van Kleurrijk Wonen. De woningen, voornamelijk tweekappers, staan met de voorgevel gericht op de Nieuwe Steeg. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 6.800 m². Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de bestaande situatie.

Indicatie van het plangebied aangegeven op de luchtfoto

8

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Impressie van de huidige woningen aan de Nieuwe Steeg (google streetview)

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie worden 19 nieuwe sociale huurwoningen in eigendom van Kleurrijk Wonen binnen het plangebied gerealiseerd. De 16 bestaande woningen worden gesloopt. De stedenbouwkundige opzet van de woonlocatie sluit aan bij de opzet van de reeds in ontwikkeling zijn locatie tegenover het plangebied. Navolgende afbeelding toont de inrichtingstekening van de ontwikkeling aan de Nieuwe Steeg, met aan de oostkant van de weg de ontwikkeling van voorliggend initiatief.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

9

Stedenbouwkundig plan Nieuwe Steeg Herwijnen, fase 1 en 2

Aansluitend op de nieuwe lus aan de westzijde zal ook binnen het plangebied een ontsluitingslus worden gerealiseerd. De ontsluitingswegen binnen het plangebied krijgen een zelfde breedte (5 m) als de ontsluitingswegen van het plan tegenover de Nieuwe Steeg. Aan de nieuwe weg binnen het plangebied komen drie blokken rijwoningen te liggen (17 in totaal in blokken van 4, 5 en 8 woningen). In het zuidelijk deel van het plangebied is er direct aan de Nieuwe Steeg ruimte voor een enkele tweekapper die past in het bestaande bebouwingslint. De goot- en bouwhoogtes van de hoofdgebouwen worden afgestemd met de woningen uit de omgeving. De 17 rijwoningen krijgen een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 8 meter, de tweekapper 6 en 10 meter. De bestaande laanbeplanting aan de westelijke zijde van de weg zal in de toekomstige situatie ook aan de oostzijde komen te liggen. Aan de Nieuwe Steeg is ruimte voor een groenstrook met wadi. Samen met de laanbeplanting en groenstrook aan de overzijde krijgt de Nieuwe Steeg daardoor een groener en ruimtelijker karakter. Ook voor de materialisering van de bestrating en het type groen wordt aansluiting gezocht met de overzijde. Parkeren is straks geheel mogelijk binnen het plangebied. Meer hierover volgt in paragraaf 4.4 Verkeer. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in de vorm van halfverharding.

Hierdoor ontstaan er, naast het toevoegen van groen, extra mogelijkheden om hemelwater te infiltreren in de bodem.

10

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

2.3

Duurzame stedenbouw

Duurzaamheid In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress.

Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Planspecifiek Het thema duurzaamheid is geïntegreerd in de planontwikkeling van voorliggend initiatief. De woningen zullen gasloos worden gebouwd wat de uitstoot van CO2 zal beperken ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast zal er rekening worden gehouden met het klimaat robuust bouwen. Wat inhoudt dat er maatregelen genomen zullen worden voor de extreme weersituaties. Om te zorgen dat het openbaar gebied niet overbelast raakt tijdens zware regenbuien wordt er binnen het plangebied een wadi aangelegd. Overtollig hemelwater wordt naar deze wadi afgevoerd waarna het water vertraagd in de bodem wordt geïnfiltreerd. Daarnaast wordt er nieuw groen binnen het plangebied toegevoegd waaronder een nieuwe bomenrij ter hoogte van de Nieuwe Steeg. Deze bomen zorgen door de schaduwwerking voor een verkoelend effect op de omgeving. Dit komt het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen tijdens warme dagen ten goede. Een definitieve uitwerking van deze maatregelen volgt bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

11

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.

Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

12

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien. Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen gebieden van de NOVI en het Barro. Het initiatief heeft geen effect op één of meerdere gebieden met een nationaal ruimtelijk belang. Ladder duurzame verstedelijking Ten opzichte van het bestaande aantal woningen binnen het plangebied neemt het aantal woningen door voorliggend plan per saldo toe met drie.

Nieuwe woningbouwplannen zijn aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als een plan per saldo 11 nieuwe woningen of meer toevoegt. Daarmee is voorliggend initiatief niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere motivatie in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet nodig. Het rijksbeleid staat voorliggend initiatief niet in de weg.

3.2

Provinciaal beleid

Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

13

Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening Gelderland is voor het laatst geactualiseerd op 31 maart 2021. Planspecifiek In de omgevingsvisie- en omgevingsverordening Gelderland zijn ter plaatse van het plangebied geen beleidsuitgangspunten en/of regels opgenomen met een raakvlak met voorliggend initiatief. De ruimtelijke impact van dit initiatief op de omgeving is, mede door te beperkte toename van het aantal woningen, beperkt. Het provinciale beleid staat voorliggend initiatief niet in de weg.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Plus 2030 (Maninfest Lingewaal) Het afwegingskader voor het toekomstige beleid ten aanzien van de kernen en het buitengebied in Lingewaal is vastgelegd in 'Het Manifest van Lingewaal: Structuurvisie Plus 2030', dat op 28 januari 2010 is vastgesteld. De Structuurvisie is meer dan een visie op ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Het is een visie op de leefbaarheid van de kernen en gemeente als geheel, waarbij gestreefd wordt naar een samenhang tussen ruimte, economie en gemeenschap. Het hart van de Structuurvisie wordt gevormd door het Manifest van Lingewaal. Hierin staan de basiskeuzen, de hoofdlijnen die de koers voor de gemeente Lingewaal naar 2030 uitzetten: De hoofdlijnen van het Manifest zijn nader uitgewerkt en vertaald naar de belangrijkste beleidsvelden binnen de gemeente. De gemeentelijke inzet in Herwijnen is met name gericht op:  ruimte bieden voor doelgroepen van beleid (zoals jongeren en ouderen);  clustering van zorg- en onderwijsvoorzieningen in combinatie met ontmoetingsfunctie;  het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;  het mobiliseren en faciliteren van bewonersparticipatie.

14

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Uitsnede van de structuurvisiekaart incl legenda en het plangebied ter plaatse van de cele cirkel (bron: Structuurvisie Plus 2030 (Maninfest Lingewaal)

Planspecifiek Het plangebied is gelegen binnen het in de structuurvisie aangegeven gebied 'bebouwde kom' waar behoefte is aan woningen voor oud en jong. De huidige bebouwing valt onder de groep naoorlogse woningen en in relatie tot de veranderende woningbehoeften zijn met name in deze buurten goede slagen te maken om het woningaanbod in het dorp te vernieuwen en bij de tijd te brengen en tegelijk de ruimtelijke kwaliteit van de buurt te verbeteren. Voorliggend initiatief heeft tot gevolg dat de bestaande woningen worden vervangen voor nieuwe eigentijdse en duurzame woningen. Het plan sluit daarmee aan op de beleidsuitgangspunten uit de structuurvisie. Het initiatief past binnen de 'Structuurvisie Plus 2030 (Maninfest Lingewaal)'. 3.3.2 Wonen naar behoefte - Woonvisie West Betuwe 2020-2030 West Betuwe is een geliefde woongemeente, met een gezonde ontwikkeling. Er is veel bedrijvigheid, er wordt flink gebouwd, en bedrijven en inwoners zijn via weg, water en spoor uitstekend verbonden met grote steden en werklocaties elders. De 26 dorpen en kleine stadjes zijn dorps, ruim en groen, en alle dagelijkse voorzieningen zijn in de gemeente beschikbaar. Het is een aangename en rustige thuishaven. Met de Woonvisie geeft de gemeente aan hoe het de komende 10 jaar inspeelt op alle actuele onderwerpen rondom de woningmarkt.

De gemeente wil een toekomstbestendige woningmarkt waar ruimte is voor alle doelgroepen. Het aanbod dient te worden afgestemd op de behoefte van de inwoners uit de 26 kernen. Dorpen waar jong en oud naar tevredenheid wonen. Wat is nodig in de sociale voorraad? Belangrijke opgaven voor de sociale woningbouwsector zijn:  Voldoende woningen voor de doelgroep beschikbaar houden, in de juiste prijs. Om dit ook in de toekomst te kunnen waarborgen, is het belangrijk dat ook in nieuwbouw sociale huurwoningen beschikbaar komen.  Transformatieopgave. Het grootste deel van het bestaande bezit betreft eengezinswoningen; de grootste vraag de komende jaren bestaat uit woningen voor ouderen en een- of tweepersoonshuishoudens. De omvang van de vraag verschilt per kern.  In nieuwbouw realiseren we voldoende sociale huur en goedkope koop zodat we ook op lange termijn een evenwichtige woningvoorraad houden.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

15

 

Voldoende bouwlocaties om de transformatie van de sociale voorraad mogelijk te maken. Voor de kern Herwijnen is de afronding van het woningbouwproject aan de Nieuwe Steeg opgenomen als één van de twee belangrijkste opgaven in de periode 2021 - 2022.

Planspecifiek Voorliggend initiatief heeft tot gevolg dat de bestaande 16 sociale huurwoningen in eigendom van woningcorporatie Kleurrijk Wonen aan de oostkant van de Nieuwe Steeg in Herwijnen worden vervangen voor 19 nieuwe sociale huurwoningen. Daarmee vormt voorliggend initiatief de concrete uitwerking van één van de twee belangrijkste opgaven in de periode 2021 - 2022 voor de kern Herwijnen. Namelijk het afronden van het woningbouwproject aan de Nieuwe Steeg. Naast het behalen van deze opgave heeft voorliggend initiatief tot gevolg dat de bestaande voorraad wordt vervangen voor 19 eigentijds en duurzame grondgebonden sociale huurwoningen, waardoor voorliggend plan bijdraagt aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Per saldo neemt het aantal sociale huurwoningen toe met 3, waarmee tevens is gewaarborgd dat er voldoende betaalbare sociale huurwoningen beschikbaar blijven binnen de gemeente en de kern Herwijnen. Het Voorliggend plan past binnen de Woonvisie West Betuwe 2020 - 2030. 3.3.3 Welstandsnota De gemeente Lingewaal heeft sinds 2004 een welstandsnota zoals aangegeven in de wet. Met de herziening van 2015 in de vorm van een Nota ruimtelijke kwaliteit (d.d. 5 maart 2015) wil de gemeente het ruimtelijke kwaliteitsbeleid actualiseren, waar mogelijk vereenvoudigen en meer afstemmen op de beleving van de burger.

Het kwaliteitsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Lingewaal zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor burgers en bedrijven enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. Langs beeldbepalende linten en in de historische kernen is een hoge beeldkwaliteit uitgangspunt en moet toetsing van bouwplannen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor de meeste woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat betreft de ruimtelijke kwaliteit terughoudend opstellen en waar mogelijk ruimte laten voor particulier initiatief. Voor het vergunningvrij bouwen wordt aangesloten op de mogelijkheden die het Rijk biedt. De nota maakt onderscheid in gebieden en objecten. Met de nieuwe nota is het aantal gebieden en objecten sterk gereduceerd. De gebieden vormen de kern van het beleid. De gemeente is verdeeld in gebieden met een eigen identiteit zoals linten, woonwijken en bedrijventerreinen. Van deze gebieden is het ruimtelijk en architectonisch beeld beschreven gevolgd door een waardering en een verwachting over eventuele veranderingen. Deze bepalen de uitgangspunten voor de kwaliteitstoets.

De gebiedscriteria zijn te zien als een uitwerking van de algemene criteria, die de voor een bouwplan gewenste eigenschappen beschrijven. Net als te onderscheiden gebieden zijn er bescheiden objecten, die zich lenen voor vereenvoudigde toetsing. Voorbeelden daarvan zijn bijgebouwen bij en dakkapellen op een woning. Voor dit soort plannen zijn zo eenduidig en meetbaar mogelijke criteria opgenomen, die de planindiener vooraf een grote mate van duidelijkheid geven over de uitkomst van de toetsing. Planspecifiek Onderhavig plangebied maakt onderdeel uit van het gebied 'woongebied', met ter plaatse een soepele welstandstoets. Dit betekent concreet dat enkel voor dakkapellen en dakopbouwen een welstandstoets geldt. Het stedenbouwkundige ontwerp, zoals verder wordt toegelicht in paragraaf 2.2, past binnen de welstandsnota. Bij de uitwerking van het bouwplan zal het bepaalde uit de welstandnota voor de onderdelen 'dakkappelen' en 'dakopbouwen' in acht worden genomen. Het initiatief sluit aan op de welstandsnota.

16

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

3.3.4 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kern Herwijnen', vastgesteld op 30 juni 2011. Ook geldt voor het hele grondgebied van de gemeente het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019'. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingsplan 'Kern Herwijnen' ter plaatse van het plangebied (rode lijnen). In paragraaf 4.4 'Verkeer' wordt nader ingegaan op het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019' in relatie tot voorliggend initiatief.

Uitsnede van het vigerende bestemmingsplan kern Herwijnen (ruimtelijkeplannen.nl) In het vigerende bestemmingsplan zijn ter plaatse van het plangebied de enkelbestemmingen 'Wonen-2', 'Wonen-3' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' opgenomen. Binnen de bestemming 'Wonen - 2' zijn tweekappers toegestaan, de bestemming 'Wonen - 3' is opgenomen ter plaatse van rijwoningen. Het stedenbouwkundig plan van voorliggend initiatief sluit niet aan op de huidige positionering van de bouwvlakken en de daarbinnen toegestaan woontypes. Daarmee is voorliggend plan in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

17

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Planspecifiek In het kader van voorliggende ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. Ter plaatse van het plangebied zijn geen verontreinigingen met asbest vastgesteld. In de grond en/of het grondwater zijn lichtverhoogde gehalten aangetroffen. De aangetoonde verhoogde gehalten zijn echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De verhoogde concentraties worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De conclusie luidt dat het plangebied vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt is voor het bestaande en toekomstig gebruik als woonlocatie. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is niet aan de orde. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang.

Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen).

18

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 15557652 (aan de Graaf Reinaldweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2021 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)

NO2 (stikstofdioxide) 16,9 µg/m3

PM10 (fijnstof) 18,2 µg/m3

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11,4 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Uitvoering van voorliggend initiatief heeft tot gevolg dat het aantal woningen binnen het plangebied per saldo toeneemt met drie (16 sloopwoningen, 19 nieuwe). Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief daarmee van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten beperkte toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het initiatief is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving.

In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:  woningen;  geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;  geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

19

Planspecifiek Vanwege de nieuwe geluidgevoelige objecten binnen het plangebied is het relevant te kijken naar de mogelijke gevolgen vanuit industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor dit plan is het wegverkeer over de Nieuwe Steeg relevant. Wegverkeer Ter plaatse van de Nieuwe Steeg en aangrenzende wegen geldt een maximale snelheid van 30 km/u. In de Wgh zijn geen onderzoekszones toegekend aan wegen met deze maximale snelheid. Wel is het van belang om, mede op basis van geluidbeleid van de gemeente West-Betuwe, aan te tonen dat als gevolg van het wegverkeer sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarom is akoestisch onderzoek voor het onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd, zie bijlage 2. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de geluidbelasting op de woningen grenzend aan de Nieuwe Steeg boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt die geldt voor gezoneerde wegen. Het treffen van maatregelen om geluidbelasting te verlagen is niet doeltreffend dan wel stedenbouwkundig ongewenst. De geluidbelasting door 30 km wegen overschrijdt niet de maximale grenswaarde voor woningen langs gezoneerde wegen. Er zal voor het aspect geluid sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen daarnaast wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit.

Bij de uitwerking van voorliggende ontwikkeling, tijdens de omgevingsvergunningfase, wordt rekening gehouden met de conclusies uit het akoestisch onderzoek. Daar waar nodig zullen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht zodat voor alle beoogde woningen binnen het plangebied voldaan wordt aan het bepaalde in het Bouwbesluit zodat de geluidbelasting binnenshuis voor alle woningen wordt beperkt tot 33 dB. Met inachtneming van voorgaande kan geluidhinder voor het onderdeel wegverkeerlawaai worden uitgesloten. Overige geluidsbronnen In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen en/ of industrieterreinen gelegen. Geluidhinder afkomstig van deze geluidbronnen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd.

Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in: maximaal toegestane geurbelasting (odour units per m3 lucht) concentratiegebied binnen bebouwde kom 3,0 ouE/m3 concentratiegebied buiten bebouwde kom 14,0 ouE/m³ niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom 2,0 ouE/m3 niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom 8,0 ouE/m3 Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen:

20

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

 binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter;  buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Planspecifiek In de omgeving van de kern Herwijnen en in de overige delen van het buitengebied van de gemeente WestBetuwe zijn veehouderijen actief. Aan de hand van de beschikbare geurkaarten van de gemeente is het geureffect van deze veehouderijen op het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen binnen het plangebied bepaald. Voorgrondbelasting Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de veehouderijen met bijbehorende afstandscontouren in de directe omgeving van Herwijnen. De ligging van het plangebied is te herkennen aan de rode ellips. Alle veehouderijen in de omgeving van Herwijnen zijn veehouderijen met vaste afstandsdieren.

Daarvoor geldt een minimale afstand van 100 m tussen de dichtstbij gelegen stal en het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom. De dichtstbij gelegen veehouderij ligt op 400 m afstand vanaf het plangebied waardoor ruimschoots aan de minimale afstand eis wordt voldaan. De veehouderijen uit de omgeving van Herwijnen zorgen niet voor geurhinder op de nieuwe woningen en de veehouderijen worden door voorliggend initiatief ook niet belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

21

Afstandscontouren veehouderijen uit "Rapport Actualiseren Geurgebiedsvisie Onderbouwing verordening ogv Wet geurhinder en veehouderij - Gemeente Lingewaal".

Achtergrondbelasting In het rapport "Rapport Actualiseren Geurgebiedsvisie Onderbouwing verordening ogv Wet geurhinder en veehouderij - Gemeente Lingewaal" uit 2016 wordt geconcludeerd dat uitgaande van de situatie in 2016 ter plaatse van de kern Herwijnen sprake is van een 'goed' klimaat vanuit geur. Na de 0-situatie uit 2016 is het aantal veehouderijen in de omgeving van Herwijnen niet noemenswaardig toegenomen. De situatie uit 2016 blijft daarmee representatief voor de bestaande situatie. Als gevolg van de achtergrondbelasting is er geen sprake van geurhinder op de geurgevoelige objecten binnen het plangebied. Vanuit het aspect geur is er sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect geur. 4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming.

Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven.

22

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied, zie ook de uitsnede van het vigerende bestemmingsplan uit paragraaf 3.3, liggen een aantal bedrijf- en centrumlocaties. De omgeving is door de verscheidenheid aan funties (naast wonen ook enkele bedrijfslocaties, centrumlocaties en maatschappelijke functies) aan te merken als een gemengd gebied. Bij de beoordeling van het milieueffect kan er daarom getoetst worden aan de richtafstanden van één lagere milieucategorie.

In het vigerende bestemmingsplan is bepaald dat ter plaatse van de bedrijfs- centrum en maatschappelijke bestemmingen bedrijven en inrichtingen zijn toegestaan tot aan milieucategorie 2, die als algemeen passend worden beschouwd binnen een rustig woongebied. Op basis van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' geldt een maximale richtafstand van 30 m. Vanwege het gemengd gebied kan getoetst worden met een richtafstand van 10 m. Binnen een straal van 10 m rondom het plangebied zijn geen bedrijven en/of inrichtingen gelegen. Geconcludeerd wordt dat in het kader van milieuzonering ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat bedrijven en inrichtingen ook niet worden gehinderd in hun ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van voorliggend initiatief. Het voorliggend plan is uitvoerbaar op het aspect milieu. 4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.

De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

23

Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Door Windmill Milieu en Management is een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een planontwikkeling in de dorpskern van Herwijnen in gemeente West Betuwe (zie Bijlage 3 Externe veiligheid, quickscan). Het plan omvat de realisatie van circa 19 woningen. Hieruit volgen onderstaande onderzoeksresultaten. Transport over het water Op circa 1.000 meter van het plangebied is de Waal gelegen.

Over dit water vindt transport van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaats. Op grond van de stoffen die over het water getransporteerd worden, ligt het zuidelijke deel van het plangebied binnen het invloedsgebied van dit water (toxisch scenario). De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over water dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Transport over de weg Op circa 2.260 meter van het plangebied is de rijksweg A15 gelegen. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaats. De A15 is opgenomen in het Basisnet. Op grond van de ruimtelijke scheiding is het plangebied niet gelegen binnen een PR 10-6 contour of plasbrandaandachtsgebied. Op grond van de stoffen die over de A15 ter hoogte van het plangebied getransporteerd worden, ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg vormen geen aandachtspunt uit het oogpunt van externe veiligheid voor het plan. Transport over het spoor Op circa 2.300 meter is de spoorlijn Kijfhoek – Betuweroute Meteren gelegen. Gezien de ruimtelijke scheiding is het plangebied niet gelegen binnen een PR 10-6-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied van dit spoor waarover structureel gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Op grond van de stoffen die over deze spoorlijn worden vervoerd, ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. De risico’s als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Buisleidingen De dichtstbijzijnde buisleiding bevindt zich op een afstand van ruim 2 kilometer van het plangebied. Het plangebied ligt derhalve niet binnen de 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding. De risico’s als gevolg van transporten van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt uit het oogpunt van externe veiligheid voor het plan.

24

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een PR 10-6-risicocontour of invloedsgebied van een nabijgelegen risicovolle inrichting. De risico’s als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt uit het oogpunt van externe veiligheid voor de planontwikkeling. Beperkte verantwoording groepsrisico Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en de Waal. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroutes, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor:  de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroutes, en;  de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen.

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 14 oktober 2021 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbaar gebouw", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NLalert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen.

Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en de Waal. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voor het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroutes. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan hoeven te worden gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in het kader van het aspect externe veiligheid.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

25

4.1.7 Milieueffectrapportage Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken. Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. Een plan of besluit is m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties:  in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt;  een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming;  op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt. M.e.r.-beoordeling Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreven kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.

Er kunnen twee uitkomsten zijn:  als de conclusie is dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden hoeft er geen m.e.r.procedure te worden doorlopen. Dit wordt in het betreffende plan of besluit gemotiveerd en moet ook formeel bekend worden gemaakt door het bevoegd gezag;  als belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Planspecifiek Voorliggend initiatief voegt geen activiteiten toe die zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Per saldo worden drie nieuwe woningen toegevoegd op een locatie die in de bestaande situatie al in gebruik is als woonlocatie. Er is geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling nodig. In de overige uitvoerbaarheidsaspecten uit voorliggend hoofdstuk is aangetoond dat voorliggend plan ook geen noemenswaardige negatieve milieueffecten tot gevolg heeft.

4.2

Water

Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:  vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd.  schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.

Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

26

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.

Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen:  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Beleid Waterschap Rivierenland Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat het waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerplan zijn de kaders voor het waterbeheer gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van het waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit.

Het Waterschap Rivierenland hanteert de beleidsregel 'Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak'. Deze heeft als doel de versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak te beperkten tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet vanuit waterhuishoudkundig opzicht dus waterbalans-neutraal plaatsvinden. Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied. Deze vrijstelling geldt alleen voor particulieren. Er moet voldoende berging zijn bij extremere omstandigheden. Voor ontwikkeling met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m² kan een standaardberekening worden toegepast, waarbij wordt uitgegaan van een maatgevende bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt. Vuistregel daarbij is dat 436 m³ waterberging per hectare verhard oppervlak nodig is.

Nieuwe Steeg 12 - 42a Herwijnen

27

Uit deze vuistregel volgt de volgende berekening:  Benodigde compensatie = Toename verhard opp (in m²) * 0,0436 In afwijking van voorgaande standaardregel hanteert het waterschap hanteert voor wadi's een afwijkende, hogere, minimale inhoud om het verhard oppervlak te compenseren. In plaats van 436 m³ waterberging per hectare verhard oppervlak geldt voor wadi's een norm van 664 m³ waterberging per hectare verhard oppervlak. Uit deze vuistregel volgt de volgende berekening:  Benodigde compensatie = Toename verhard opp (in m²) * 0,0664 Verordening afvoer hemel- en grondwater Op 29 april 2021 heeft de gemeente West-Betuwe de verordening afvoer hemel-water en grondwater gepubliceerd. Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen toe. Dat vraagt om maatregelen, die samen met bewoners en projectontwikkelaars genomen moeten worden. Daarbij wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Nieuwbouw Voor nieuwbouwlocaties in heel de gemeente geldt een waterbergingseis op eigen terrein. Het regenwater bergen is in de meeste gevallen haalbaar en wordt met de bouw meegenomen. Dit kan bijvoorbeeld in een krattensysteem, zandpakket, regenwaterschutting, regenwaterkelder (voor hergebruik), groen dak, et cetera.

Met het vaststellen van deze verordening door uw raad, wijst uw raad het gehele gemeentelijke grondgebied aan als gebied waarbinnen deze waterbergingseis voor nieuwbouw geldt. Lozen grondwater Daarnaast is met deze verordening in de hele gemeente het lozen van grondwater op het openbaar vuilwaterriool verboden. Het grondwater loost op een watergang of hemelwaterriool. Artikel 4 Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw 1. Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt alleen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden 2. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is: a. 20 l per m2 verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak niet meer is dan 500 m2; of; b. 43,6 l per m2 verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak 500 m2 of meer is. 3. In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder b, is de minimale capaciteit van de hemelwaterberging 20 l per m2 verhard oppervlak, als al compenserende waterberging is gerealiseerd op grond van de keur van het waterschap. 4. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 1 en 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is, tenzij het opgevangen hemelwater bestemd is voor hergebruik. 5.

De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. 6. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/446/documents/11477