RV2022-133-bijlage-Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen-ontwerp-toel.pdf
Tekst van het document
Conclusie
Dit aspect is geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 8 Akoestisch onderzoek toegevoegd aan dit plan.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Inleiding
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
(ontwerp)
33
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen / klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.7.2
Onderzoek
De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van één appartement en een commerciële ruimte. Dit valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden. Ook de commerciële ruimtes blijven ruimschoots onder de drempelwaarde. De ontwikkeling draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er wordt dus voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving, en nader onderzoek is niet noodzakelijk. 4.7.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu ter plaatse.
4.8
Bedrijven en milieuzonering
4.8.1
Algemeen
Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieuhygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en rustig buitengebied’; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.
Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale
34
(ontwerp)
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen situatie mogelijk zijn. 4.8.2
Onderzoek
Het plan voorziet in de realisatie van een appartement en een kleinschalige commerciële ruimtes. De locatie is aan te merken als een 'gemengd' gebied. Het plangebied kent, net als de omliggende centrum-bestemmingen, een korte afstand tussen burgerwoningen en bedrijfs-/commerciële activiteiten. De toegestane bedrijfsactiviteiten mogen daarom niet een te hoge milieubelasting hebben. Door de komst van het appartement worden deze bedrijven niet extra belemmert enerzijds, maar is er anderzijds sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat bij het appartement. 4.8.3
Conclusie
Vanuit het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen betreffende dit plan.
4.9
Parkeren en verkeer
4.9.1
Parkeren
Voor het parkeren is gebruik gemaakt van de normen die de gemeente West Betuwe hanteert, welke gebaseerd zijn op de CROW-parkeernormen. Hierbij gaan we uit van centrum, matig stedelijk. Kantoor
: 1,8 parkeerplaats per 100 m2 (bvo)
Appartementen > 100 m2
: 1,8 parkeerplaats per woning
Dit resulteert in: Norm
Aantal
benodigd aantal parkeerplaatsen
Kantoor
1,8 per 100 m2 bvo
90 m2
1,6
Appartement > 100 m2
1,8 per woning
1 stuks
1,8
Totaal benodigde parkeerplaatsen
3,4
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er minimaal 4 parkeerplaatsen nodig zijn. Op eigen terrein worden 5 parkeerplaatsen aangelegd, zie navolgende afbeelding.
Overzicht parkeerplaatsen Er wordt ruimschoots voldaan aan de maximale norm. Tevens is er sprake van dubbel gebruik,
(ontwerp)
35
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen waardoor er ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn op eigen terrein en er wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. 4.9.2
Verkeer
Uitgaande van 7 verkeersbewegingen (bron: CROW) per etmaal, vinden er 7 verkeersbewegingen per etmaal plaats. Hiervan vindt 10% plaats tijdens de spits. Dit resulteert in 1 auto per uur. De extra verkeersintensiteit is voor de omliggende wegen geen enkel probleem.
4.10
Molenbiotoop
Het plangebied is gelegen in de molenbiotoop van molen 'De Bouwing'. De molen zoals wij die nu kennen is gelegen aan het Rijksstraatweg 33 te Geldermalsen, circa 375 meter zuidelijk van het plangebied. Het betreft een ronde stenen beltmolen die hier omstreeks 1848 is gebouwd. De molen is in gebruik voor het malen van graan en voor toeristische en educatieve doeleinden. Vanuit deze achtergrond wordt er dan ook regelmatig met de molen gewerkt. De hoogte van het terrein rond de belt is licht variabel en ligt aan de noordzijde van de belt globaal tussen de 3,8 en 4,05 meter plus N.A.P. Provinciaal beleid De provincie Gelderland heeft in 2009 een onderzoek laten uitvoeren naar biotopen van molens in Gelderland, de “Molenbiotoopinventarisatie Gelderland 2009”, waarin ook de biotoop van De Bouwing is onderzocht en hieruit blijkt dat de molenbiotoop op dit moment als 'bedenkelijk’ is aan te merken. Omgevingsverordening van de provincie Gelderland In haar Omgevingsverordening heeft de provincie daarom de instructieregel opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk maakt als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Windmolens met een monumentenstatus zijn een onlosmakelijk onderdeel van de regionale identiteit. Daarom streeft Gelderland naar het behoud en bescherming van molenbiotopen.
Om een monumentale molen met een vrije windvang te laten functioneren, geldt dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen, hoogtebeperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting. Verder dient rekening te worden gehouden met de belevingswaarde en het historisch karakter van de omgeving van de molen. Door maatwerk/compensatie wordt de belevingswaarde en het functioneren van de molen door middel van windvang niet beperkt. Met name in een bebouwde omgeving kunnen ook andere belangen in het geding zijn waarbij zekere beperkingen ten aanzien van de windvang of de belevingswaarde niet altijd zijn uit te sluiten. Op basis van het provinciaal beleid is in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming voor de molenbiotoop opgenomen. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar de invloed van het bouwplan op de molenbiotoop. Molenbiotoop In de algemene aanduidingsregels is een vrijwaringszone – molenbiotoop opgenomen. De molenbiotoop moet bescherming bieden aan het functioneren van de molen als instrument en de landschappelijke belevingswaarde van de molen. Volgens een bepaalde formule is te berekenen hoe de obstakelhoogte zich verhoudt tot de afstand van de molen.
Anders gezegd, hoe hoog een bepaald obstakel mag zijn op een bepaalde afstand van een molen zonder teveel windbelemmering te veroorzaken. De biotoopformule luidt als volgt: X maximale bouwhoogte = ---- + (c*z)n in welke formule voorstelt: X: de afstand in meters vanaf het bouwwerk (obstakel) tot de wieken van de molen; n = de ruwheidscoëfficiënt 140 voor open gebied 75 voor ruw gebied en 50 voor gesloten gebied; c = 0,2 (constante in verband met een windreductie van 5%);
36
(ontwerp)
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen z = askophoogte in meters (de hoogte van het centrisch middelpunt van de molenwieken tot de begane grond van de molen). Hx: de toelaatbare hoogte van een obstakel in meters op een afstand x uit de molen. De toelaatbare hoogte wordt gemeten vanaf het waterpasniveau van de begane grond of het maaiveld van de molen; X: de afstand in meters vanaf het obstakel tot de wieken van de molen; n: de ruwheidscoëfficiënt wordt bepaald volgens de ruwheidsklassentabel van Wieringa en geeft de ruwheid van het terrein aan waarover de wind naar de molen toestroomt. In deze tabel wordt onderscheid gemaakt tussen: open, ruw en gesloten gebieden. Bij elke klasse hoort een waarde n, de ruwheidscoëfficiënt. Bij een windreductiepercentage tot 95 zijn de waarden van de: 140 voor een open gebied; 75 voor een ruw gebied; 50 voor een gesloten gebied; c: de windreductiecoëfficiënt constante = 0,2; zijnde de constante behorend bij een algemeen aanvaardbaar geachte windsnelheidsreductie tot 95%; z: askophoogte (helft van lengte gevlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling).
Voor de beltmolen De Bouwing geldt een ruwheidscoëfficiënt van 75. De vlucht van de molen is 23,80 m en de belthoogte bedraagt 3,60 m. De askophoogte bedraagt 15,50 m (helft van de vlucht + belthoogte) Binnen een afstand van 100 m uit de molen mogen obstakels niet hoger zijn dan de belthoogte (3,60 m). Voor de volgende afstanden gelden de volgende hoogtematen: Afstand in meters Hoogte in meters 100
4,40
150
5,10
200
5,80
250
6,40
300
7,10
350
7,80
400
8,40
Op navolgende overzichtsfoto is te zien dat de molen zich midden tussen de bebouwing van Geldermalsen bevindt. De ruimte tussen het plangebied en de molen wordt bezet door vrijstaande gebouwen met de daarbij behorende beplantingen. Juist oostelijk van de windbaan naar de molen bevindt zich nog een hertenkamp met een wat opener structuur. Dit kan worden gezien als ruw, maar dit verschil speelt door de ligging naast de windbaan een ondergeschikte rol.
(ontwerp)
37
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen
Luchtfoto met molen en plangebied (rode cirkel) Het gehele gebied tussen de molen en de Kerkstraat kan zo worden geclassificeerd als: “gesloten”. In de molenbiotoop inventarisatie 2009 van de Provincie Gelderland is de molenbiotoop dan ook al geclassificeerd als “bedenkelijk”. Onderzoek Het plangebied is gelegen op een afstand van 375 meter vanaf de molen. De maximum toegestane bouwhoogte bedraagt: (375/75) + 3,10 = 8,10 meter Het nog te realiseren gebouw wordt maximaal 11 meter hoog. Echter tussen de molen en het toekomstige gebouw staat al bebouwing met een maximum hoogte van 14 meter. De molen wordt dus naar verwachting niet gehinderd door dit plan.
Luchtfoto met nabije bebouwing tussen plangebied (rode lijn) en de molen In augustus 2019 is door Alhof, bouwkundig adviesbureau, voor het plan Herman Kuijkstraat 44-50
38
(ontwerp)
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen een vergelijking gemaakt tussen de huidige en de geplande woningbouw m.b.t. het windregime rond de molen “De Bouwing” te Geldermalsen (zie Bijlage 9 Windhinderonderzoek) . Uit dat rapport blijkt dat gezien de omvang van het nieuwbouwplan en de aanwezigheid van de gesloten bebouwing van Geldermalsen met bijbehorende begroeiing, en de positie van de boom juist noordelijk van de molen, de invloed van dit bouwplan op de windvang van molen “De Bouwing” fractioneel zal zijn. De molen is dus geen belemmering voor de realisatie van het gebouw. De dubbelbestemming voor de molenbiotoop hoeft daarom niet opgenomen te worden in de regels van dit bestemmingsplan.
4.11
Duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen is bouwen met duurzaamheid als doel. Zowel in de ontwerpfase, de bouwfase en de gebruiksfase. Een duurzaam gebouw moet volgens de Nederlandse rijksoverheid idealiter: energie besparen; (schaarse) materialen besparen; water besparen; een gezond binnenmilieu hebben; weinig hinder opleveren wat betreft licht, geluid en dergelijke; niet tot vervuiling leiden, zoals bijvoorbeeld CO2-uitstoot; uit materialen bestaan die men kan hergebruiken. Duurzaam bouwen is meer dan energiebesparing Duurzaam bouwen betekent dat gebouwen en andere bouwwerken ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Het gaat bij duurzaam bouwen niet alleen om energiebesparing in huizen en gebouwen, maar bijvoorbeeld ook om: gebruik van duurzame materialen die rekening houden het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers; een gezond binnenmilieu bijvoorbeeld door goede ventilatie om vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen te voorkomen; voorkomen dat grondstoffen voor bouwmaterialen uitgeput raken. Voor gebouwontwerpen kunnen van te voren bepaald worden welk ambitieniveau gewenst is. De te nemen maatregelen kunnen door de gemeente of ontwikkelaar zelf worden gekozen om een bepaald niveau te bereiken. Hierna volgen enkele specificaties die betrekking hebben op duurzaamheid.
Wettelijk: Bouwbesluit 2013 De wettelijke eisen aan nieuwbouw van woningen staan in het bouwbesluit. De volgende eisen worden gesteld bij nieuwbouw en/of verbouwingen:. 1. Een minimale isolatiewaarde voor dichte uitwendige scheidingsconstructies. 2. Een maximale U-waarde voor ramen (glas en kozijn) en deuren. 3. Een minimale EPC waarde afhankelijk van het type gebouw. 4. Milieuprestatie Gebouw (MPG). Kansen duurzaam bouwen Materiaalgebruik. Pas FSC hout toe in de kozijnen of inlands hout uit duurzaam beheerde bossen. Kijk naar soort isolatie. Afval Denk na over de opstelplaats van de containers en de loopafstand ernaar toe. Water Denk aan waterbesparende voorzieningen. Gezondheid Denk goed na over het ventilatiesysteem dat bijdraagt aan een goed afgesteld gezond binnenklimaat. Het streven van initiatiefnemer is om zoveel mogelijk te werken met BIM (Bouw Informatie Model), zodat tijdens het gehele proces vanaf de start tot en met de realisatie, met bovenstaande aspecten van duurzaam bouwen rekening wordt gehouden.
(ontwerp)
39
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen
4.12
Onderzoeksplicht vanwege mer-wetgeving
4.12.1 Algemeen Op 1 april 2011 is het (gewijzigde) Besluit m.e.r. in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in lijst D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Daarbij zijn in het bijzonder de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EU-richtlijn van belang. Deze omstandigheden betreffen onder andere de kenmerken van de potentiële effecten en cumulatie. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht moet het bevoegd gezag zijn eventuele keuze om géén m.e.r.-beoordeling uit te voeren voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, motiveren in de overwegingen van het moederbesluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Op basis van de vormvrije m.e.r. blijkt of al dan niet een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. 4.12.2 Onderzoek Er is hier geen sprake van een activiteit die genoemd is in het Besluit milieueffectrapportage.
Er is namelijk geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject (activiteit D.11.2), aangezien het plangebied in de kern van Geldermalsen ligt, al een centrumbestemming heeft en in het vigerende bestemmingsplan al bebouwd mag worden. Op die grond is er geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling nodig. 4.12.3 Conclusie Voor het plan hoeft derhalve geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen.
40
(ontwerp)
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen
(ontwerp)
41
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Plansystematiek
Het bestemmingsplan 'Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van een kleinschalige commerciële ruimte en één appartement. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
5.2
Opzet van de regels
Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).
De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: de anti-dubbeltelbepaling; algemene gebruiksregels; algemene afwijkingsregels; specifieke gebruiksregels. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
5.3
De bestemmingen
In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hierna wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen.
42
(ontwerp)
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Centrum - 2 Deze gronden zijn bestemd voor o.a.: wonen, detailhandel, horeca, dienstverlening, kantoren en maatschappelijke voorzieningen op de begane grond. Er is één appartement toegestaan. De maximum goothoogte bedraagt 8 meter en de bouwhoogte maximaal 11 meter. Waarde - Archeologie 1 De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische vindplaatsen. Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Hier kan van worden afgeweken met een omgevingsvergunning. Voor deze vergunning moet een archeologisch rapport worden opgesteld en wordt er advies ingewonnen bij een archeologisch deskundige. Waterstaat - Waterstaatkundige functie Binnen de waterstaatkundige doeleinden zijn gronden ter weerszijden van de waterlopen, alsmede de gronden die de dijkzone ter weerszijden van de rivierwaterkering vormen, primair bestemd voor het beheer en het onderhoud van de watergangen en retentievoorzieningen met de bijbehorende voorzieningen, zoals bermen, schouwpaden en beschoeiing, voor wateraanvoer, -afvoer en –berging, alsmede voor de bescherming, en het instandhouden en beheer en onderhoud van de waterkering, één en ander met inachtneming van de Keur van het Waterschap.
Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelbepaling is voorgeschreven op grond van het Besluit ruimtelijke ordening. De antidubbeltelbepaling voorkomt dat grotere bouwmogelijkheden ontstaan door grond dubbel te tellen bij de toetsing aan het bestemmingsplan. Algemene gebruiksregels De in dit artikel verwoorde afwijkingsmogelijkheid heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Aan de hand van een afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in maatvoering en in bestemmings- of bebouwingsgrenzen worden aangebracht. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsregels uit de diverse bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels is een vrijwaringszone – molenbiotoop opgenomen. De molenbiotoop moet bescherming bieden aan het functioneren van de molen als instrument en de landschappelijke belevingswaarde van de molen. Overige regels Deze regels gaan in op de parkeernormen, zoals opgenomen in publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van CROW.
Overgangs- en slotregels De overgangsbepaling heeft onder andere tot doel de rechtszekerheid te verzekeren van bouwwerken, die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gebouwd zijn of op grond van een reeds verleende of een nog te moeten afgeven omgevingsvergunning, gebouwd mogen worden en afwijken van de bebouwingsregels. Het afwijkende gebruik mag worden voortgezet of worden gewijzigd in een andere, zolang de afwijking van het bestemmingsplan maar niet vergroot wordt.
(ontwerp)
43
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen
Hoofdstuk 6 6.1
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Het opstellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is echter niet noodzakelijk. De kosten voor de realisatie van het plan komen ten laste van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten, waardoor een exploitatieplan achterwege kan blijven.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan wordt in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Overleg buurt Het naastgelegen object aan de Kerkstraat 23 zijn en worden regelmatig op de hoogte gehouden van het bouwplan, de buitengevel en situering. Er is door initiatiefnemer nog gekeken naar een andere situering, ook dit is met de buurman besproken, bv waarbij de in/uitrit aan elkaar grenst, maar dit zou leiden tot een minimaal aantal parkeerplekken. De overbuurman op nr 32 is ook op de hoogte gesteld van de plannen. Verder zijn ook de buren aan de Kerkstraat 17, 19 en 21 op de hoogte gebracht van dit bouwplan. Tevens zijn de buren aan de Kerkstraat 29 op de hoogte gebracht, zij hebben echter recent hun woning verkocht. De nieuwe (toekomstige) bewoonster is ook weer een bekende van de initiatiefneemster en ook zij is ook op de hoogte van onderhavig bouwplan.
Het notariskantoor aan de overzijde van het plangebied, aan de Kerkstraat 36 was ook op de hoogte, maar is inmiddels verhuisd, een nieuwe eigenaar is nog niet bekend, maar zodra dit bekend is, zullen ook zij op de hoogte worden gebracht. De reacties zijn positief, men vindt de bouwwijze passen in het straatbeeld en vinden het fijn dat deze lege en open ruimte wordt opgevuld met een appartement en weer bedrijvigheid op de begane grond. Zodra het ontwerp bestemmingsplan akkoord is, zal initiatiefnemer, alvorens het plan ter inzage gaat, nogmaals bij de direct betrokkene langsgaan, het plan laten zien en aangeven wanneer het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gaat. 6.2.2
Inspraak
Het ontwerp bestemmingsplan 'Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen' zal op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd en 6 weken ter inzage liggen in het kader van de ontwerpfase conform artikel 3.8 Wro. Tijdens de terinzagelegging wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze omtrent het ontwerp bestemmingsplan aan de raad kenbaar te maken.
44
(ontwerp)
bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen
(ontwerp)
45