CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-133-bijlage-Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen-ontwerp-toel.pdf

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 9: Voorstel vaststellen bestemmingsplan Kerkstraat 25-27 Geldermalsen12.840 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE WEST BETUWE

Bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 Geldermalsen

Toelichting Ontwerp

November 2021

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

2

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

EDOK-RO

EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld  06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl  www.edok-ro.nl

Documenttitel

Bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Status

Ontwerp

Datum

26 november 2021

Gemeente

West Betuwe

Webadres gemeente

www.westbetuwe.nl

Contactpersoon

Mevr. B. Oosterbaan

Projectnummer

2020-SK-01

Opdrachtgever

SAS Beheer BV

Contactpersoon

Mevr. S. van Kessel

Opsteller

EDOK-RO

Contactpersoon

Dhr. E. Dokter .

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

4

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Inhoudsopgave Toelichting

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

8 8 8 11 11 11

Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Historie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie 2.4 Parkeren 2.5 Duurzaamheid

12 12 12 13 14 14

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regio 3.4 Gemeentelijk beleid

16 16 17 18 20

Hoofdstuk 4 Planologische- en milieuaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Externe veiligheid 4.5 Flora en fauna 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Parkeren en verkeer 4.10 Molenbiotoop 4.11 Duurzaam bouwen 4.12 Onderzoeksplicht vanwege mer-wetgeving

24 24 26 27 29 31 32 33 34 35 36 39 40

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Plansystematiek 5.2 Opzet van de regels 5.3 De bestemmingen

42 42 42 42

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

44 44 44

(ontwerp)

5

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Toelichting

6

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

(ontwerp)

7

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het perceel aan de Kerkstraat 25-27 in Geldermalsen ligt al geruime tijd braak. Initiatiefnemer heeft de gemeente verzocht medewerking te verlenen t.b.v. een commerciële functie op de begane grond en één appartement op de verdieping(en). Op 22 maart 2018 heeft de voormalige gemeente Geldermalsen aangegeven in principe onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan dit plan. Het plan is vervolgens opgenomen in het woningbouwprogramma. Om de nieuwbouw te kunnen realiseren is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Kerkstraat, in het centrum van Geldermalsen.

Het plangebied is gelegen tussen Kerkstraat 23 en Kerkstraat 29 in Geldermalsen.

8

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Aan de achterzijde zijn appartementen aanwezig. Aan de voorzijde bevindt zich aan de oostzijde 'Centrum - of Suitbertuskerk' (15e eeuw) en aan de westzijde een doorgang naar een supermarkt (Albert Heijn). Verder zijn er in de Kerkstraat o.a. een bloemenzaak, een wereldwinkel, een speelgoedwinkel, kledingzaken enz. aanwezig.

Foto met links de kerk (bron: google earth)

Foto plangebied met aan de achterzijde de appartementen (bron: google earth)

(ontwerp)

9

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Foto met links de speelgoedzaak/ sportzaak en rechts de doorgang naar de supermarkt (Albert Heijn) de AH (bron: google earth) Kadastrale gegevens

Kadastrale kaart met globale plangrens

Kadastraal gemeente

: Geldermalsen

Sectie

:G

Nummers

: 281.

Het perceel heeft een oppervlakte van circa 500 m2.

10

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Centrum 2013', zoals op 24 september 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van voormalige gemeente Geldermalsen.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Centrum - 2', de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1', specifieke bouwaanduiding 'hoofdgebouw', de functieaanduiding 'archeologische waarden' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Binnen de bestemming 'centrum - 2' zijn detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en horecabedrijven in categorie 1 toegestaan. Woningen zijn alleen toegestaan als ze op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het geldende plan al aanwezig waren. Dit is voor het onderhavig plangebied niet het geval. Om dit mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen" bestaat uit de volgende stukken:  verbeelding, schaal 1 : 1.000 tekening nummer: NL.IMRO.1960.GDMKerkstr25en27-ONT1;  regels;  toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting, waarin nader wordt ingegaan op:  de planbeschrijving;  het beleid;  de planologische- en milieuaspecten;  toelichting op de regels;  uitvoerbaarheid.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de voorgenomen plannen. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheid van het gebied. Hoofdstuk 4 geeft een samenvatting van deze onderzoeken. Hoofdstuk 5 gaat in op de bijbehorende planologisch-juridische regeling en hoofdstuk 6 gaat tot slot in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

(ontwerp)

11

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en toekomstige situatie

Historie

Op de locatie heeft tot circa 2010 een karakteristiek vrijstaand woonhuis gestaan met een schuur van circa 150 m² voor de aardappelhandel. Het bouwjaar dateert van omstreeks eind 19e eeuw. Vanwege de slechte staat is het gebouw in het verleden gesloopt.

Foto van het voormalige pand

2.2

Huidige situatie

De ontwikkelingslocatie bevindt zich in het centrum van Geldermalsen, en bestaat uit gras wat regelmatig door initiatiefnemer wordt gemaaid.

Foto van het plangebied (2020)

12

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

2.3

Toekomstige situatie

Het nieuwe gebouw komt in het midden tussen de panden van Kerkstraat 23 en 29 en bestaat uit 2 lagen met een kap, waardoor het aansluit op de bebouwing uit de omgeving .

Indicatieve inrichtingsschets van het perceel. Hierna volgt de indicatieve gevelindeling van het gebouw. Om rekening te houden met de privacy van de naast gelegen woningen is met het ontwerp rekening gehouden met inkijk op zowel de begane grond en de eerste verdieping een nagenoeg dichte gevel geworden.

(ontwerp)

13

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Het metselwerk wordt uitgevoerd in een donkere steen gecombineerd met speklagen (zie navolgende afbeelding).

Het plan waarbij met de architectonische uitstraling gerefereerd wordt aan historische architectuur is door de Welstand positief gewaardeerd en naar aanleiding van het gesprek met Welstand in detail aangepast.

2.4

Parkeren

Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, zie 4.9.1.

2.5

Duurzaamheid

De woning wordt volledig volgens bouwbesluitnormen en bouwverordening uitgevoerd. De verwarming vindt plaats door middel van een warmtepomp en er wordt gebruikt gemaakt van zonnepanelen. Er wordt gestreefd naar bijna energie neutraal.

14

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

(ontwerp)

15

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Hoofdstuk 3

Beleid

Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de voormalige gemeente Geldermalsen en de huidige gemeente West Betuwe is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante ruimtelijk beleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is van kracht sinds 13 maart 2012. Deze structuurvisie vormt het integrale kader voor het rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte uit 2005. In de Structuurvisie wordt onder meer gesteld dat een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid nodig was, omdat de verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit waren gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt het kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland heeft ruimte nodig om te leven en te bewegen, om economisch te kunnen blijven groeien en voor burgers en bedrijven om initiatief te nemen. Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen, en geeft daarom meer ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en geven ruimte aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling Infrastructuur en ruimte worden door alle overheden in samenhang opgepakt.

Om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden zijn in de SVIR zijn drie hoofddoelen voor de voor de middellange termijn (2028) benoemd: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De drie rijksdoelen zijn in het SVIR uitgewerkt tot dertien (thematische) 'onderwerpen van nationaal belang'. In het SIVR worden geen beleidsuitspraken gedaan die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van Geldermalsen. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het betreft de volgende nationale belangen uit de SVIR: 1. Rijksvaarwegen. 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam.

16

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen 3. Kustfundament. 4. Grote Rivieren. 5. Waddenzee en waddengebied. 6. Defensie. 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. 8. Elektriciteitsvoorziening. 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Ecologische hoofdstructuur. 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) en 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Er zijn met de voorgenomen ontwikkelingen geen belemmeringen vanuit de Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 juli 2017 gewijzigd. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor een winkelplan dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van één appartement mogelijk en een commerciële ruimte. Het totale perceel heeft een oppervlakte van 500 m2.

Zowel de woning als de commerciële ruimte zijn in omvang van dusdanige kleine schaal dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Derhalve is de laddertoets niet noodzakelijk, maar uiteraard wel een motivering waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 3.1.4

Conclusie

Door het nationale karakter van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit plan zeer beperkt raakvlak met het nationale beleid. Onderhavig plan sluit wel aan op een van de voornaamste uitgangspunten van de structuurvisie. De wijziging vindt plaats binnen de bebouwde kom.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Sinds 1 maart 2019 gelden de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de geactualiseerde Omgevingsverordening. Op 19 december 2018 stelden Provinciale Staten deze vast en deze is op 1 maart 2019 in werking getreden.

(ontwerp)

17

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt er geinvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt van de provincie Gelderland. De voorkeur gaat uit naar het benutten van bestaande gebouwen, voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd.

Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. De dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van de woningen die we in 2050 in Gelderland nodig hebben, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Soms zijn zelfs tijdelijke woonvormen nodig willen we snel in kunnen spelen op de vraag. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De provincie heeft zorg en aandacht voor de woonbehoeften van alle Gelderlanders. Ook zijn de meeste woningen verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Ook kijkt de provincie naar het vraagstuk van klimaatadaptatie en hoe zij wonen slimmer kunnen aanpakken. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de inwoners.

De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen om de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland: nu en in de toekomst te verbeteren. De provincie heeft de ambitie:  Om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De provincie wil de bestaande bebouwde omgeving optimaal benutten met voldoende ruimte voor klimaat adaptieve maatregelen.  Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas.  Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. 3.2.2 Conclusie Het onderliggende bouwplan wordt gerealiseerd binnen de bebouwde kom, is tevens geschikt voor senioren, is nabij voorzieningen gelegen en wordt zorgvuldig ingepast in haar omgeving. Het plan sluit hiermee aan op de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.3

Regio

3.3.1

Regionale Woningbouwprogrammering

Door de provincie wordt elke paar jaar een prognose opgesteld over de toekomstige woningbehoefte. Deze prognoses zijn voor de provincie input voor afspraken met regio's over het woningbouwprogramma. Het maken van deze afspraken wordt door de provincie opgelegd via de Omgevingsverordening Gelderland. In deze paragraaf wordt ingegaan op de meest recente provinciale prognose en het regionale afsprakenkader. In paragraaf 3.4.2 wordt nader ingegaan op het gemeentelijke woningbouwprogramma.

18

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Voor de periode 2015-2025 hanteert de provincie een kwantitatieve opgave van 7.000 tot 8.600 woningen voor de Regio Rivierenland. Vanwege een extra taakstelling in de sociale sector (onder meer vanwege de huisvesting van Statushouders) en vanwege aantrekkende vraag door de aantrekkende economie lijkt er ruimte te ontstaan om de prognoses naar boven bij te stellen. Binnen de door de provincie vastgestelde kwantitatieve opgave, dienen de gemeenten binnen Regio Rivierenland hun programma's op elkaar af te stemmen. Daarbij is ook aandacht voor de kwalitatieve opgave: de juiste woning op de juiste plaats. Voor een goede afstemming vindt periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg over het regionale woningbouwprogramma plaats. Omdat er binnen de regio veel plannen voor woningbouw waren, is het regionale woningbouwprogramma erop gericht om alle plannen in de regio te inventariseren. Alle plannen worden getoetst op de planstatus, de mate van urgentie en de mate waarin het plan aansluit bij de effectieve kwalitatieve vraag. Vervolgens worden plannen ingedeeld in drie categorieën: 1. Kansrijke projecten en/of korte termijn. 2. Projecten met aandachtspunten en/of middellange termijn (5 tot 10 jaar). 3. Harde plan capaciteit voor de langere termijn en/of reserveprojecten.

In principe is iedere gemeente verantwoordelijk voor haar eigen (kwantitatieve en kwalitatieve) deel van de regionale opgave. In geval van knelpunten, wordt op regionaal niveau overleg gevoerd over de mogelijkheden om woning aantallen of bijzondere doelgroepen her te verdelen. De voormalige gemeente Geldermalsen heeft op 13 maart 2018 aangegeven dat de woning past binnen het 'Toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen'. Hiermee blijft het plan binnen de kaders die provincie en regio stellen. Aparte goedkeuring van de provincie is op dit bouwprogramma niet nodig. Dit bestemmingsplan is de uitwerking om het bouwplan mogelijk te maken. 3.3.2

Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten'

Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' bepalend voor het waterbeleid. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en omvat alle watertaken van het waterschap, hieronder begrepen in ieder geval: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit. Het programma is vooral bedoeld voor de interne organisatie van het waterschap, maar biedt daarnaast kansen om samen met het waterschap de watertaken gezamenlijk op te pakken. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Gewijzigde wet- en regelgeving (voornamelijk Waterwet en Wet Milieubeheer) hebben geleid tot veranderingen in organisatie en beleid van de waterketen. Een belangrijke ontwikkeling voor de wijze van samenwerking tussen waterschap en gemeenten is het landelijke Bestuursakkoord Water 2011 (BAW). In het BAW worden de watertaken "scherper" toebedeeld aan de overheden én wordt een nieuwe impuls gegeven aan de samenwerking tussen deze overheden.

Op 31 oktober 2018 hebben de waterpartners aanvullende afspraken gemaakt op het Bestuursakkoord Water. Het gaat hierbij samengevat om de volgende onderwerpen: 1. De kansen van de informatiesamenleving. 2. De risico's van digitale dreigingen. 3. Het succes van regionale samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. 4. Implementatie van de Omgevingswet in de waterketen. In algemene zin kan worden gezegd dat het doel van het Bestuursakkoord Water is te blijven zorgen voor:  de veiligheid tegen overstromingen;  een goede kwaliteit water;  voldoende zoet water.

(ontwerp)

19

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Lekker leven langs de Linge

Structuurvisie Gemeente Geldermalsen 2009 - 2015 In de raadsvergadering van 23 februari 2010 is de Structuurvisie Gemeente Geldermalsen 2009 2015: "Lekker leven langs de Linge" vastgesteld. Deze structuurvisie vormt het ruimtelijk kader voor de gemeente Geldermalsen voor de periode tot 2015, waarin ontwikkelingen en ambities voor de korte en lange termijn in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin zijn opgenomen. De basis voor de nota ‘Lekker leven langs de Linge’ wordt gevormd door de kernkwaliteiten van de voormalige gemeente Geldermalsen. De drie kwaliteiten zijn:  Landschapskwaliteit, als drager van ruimtelijke kwaliteit.  Knooppuntkwaliteit, zorgt voor economische en infrastructurele ontwikkeling.  Kernenkwaliteit: ‘eenheid in verscheidenheid’. Ambitie  Meer woningen geschikt voor ouderen.  Meer meergezinswoningen (indicatie: 40%).  Meer goedkope koopwoningen.  Meer betaalbare meergezins-huurwoningen (indicatie: 10%).  Meer dure huurwoningen (indicatie: 15%).  Terugbrengen van het aandeel dure koopwoningen (indicatie: 30% van voorraad).  Landelijk wonen in het buitengebied realiseren door functieverandering, hergebruik van gebouwen en woningsplitsing.  Inbreiding gaat in beginsel voor uitbreiding.

Conclusie: Aangezien er sprake is van een appartement welke geschikt zijn voor diverse doelgroepen en er tevens sprake is van inbreiding past het plan binnen de gestelde ambitie. 3.4.2

Gemeentelijk woonvisie

De gemeente West Betuwe beschikt over een vastgestelde woonvisie, In verschillende gemeentelijke beleidsstukken is stilgestaan bij het thema wonen. Om dit te bundelen is één duidelijke woonvisie opgesteld, waarin al het beleid op het gebied van wonen is verwerkt. Daarnaast stelt de Woningwet dat een woonvisie verplicht is voor het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties. Daarom heeft de gemeente de woonvisie opgesteld. De visie is opgesteld voor de periode tot en met 2020 met een doorkijk tot 2025. Deze periode sluit aan bij de Regionale Woonagenda die voorkomt uit de provinciale Omgevingsvisie en het regionaal woningbehoefteonderzoek dat kijkt naar de periode 2015-2025. De belangrijkste doelstellingen uit deze visie zijn:  Voorzien in de woonbehoefte van de eigen inwoners en van de huishoudens die hier graag willen komen wonen, nu en in de toekomst.  Zorgen dat de voormalige gemeente Geldermalsen een groene gemeente blijft. In het kader van de regionale woonagenda heeft elke regio-gemeente een woningbouwprogramma opgesteld. Uitgangspunt was om zoveel mogelijk de gemiddelde behoefte van de laag- en middenconjunctuur aan te houden. Door kritisch naar bestaande plannen te kijken, het faseren van projecten en het hanteren van een ruimere planhorizon tot na 2025, heeft de voormalige gemeente Geldermalsen een programma opgesteld van ongeveer 950 woningen tot 2025.

Gevolg is wel dat de flexibiliteit die met de systematiek van het uitvoeringsprogramma is ingevoerd, nu belemmerd wordt doordat er nauwelijks ruimte is voor nieuwe plannen en projecten. In het regionaal onderzoek is gekeken naar de kwalitatieve invulling van het woningbouwprogramma. Als gevolg van de huishoudensverdunning zal de toekomstige woningbouw meer gericht moeten zijn op kleinere huishoudens. Er komen minder gezinnen en meer één- en tweepersoonshuishoudens. Naast startende jongeren, zal een deel van deze kleinere huishoudens bestaan uit mensen die na een relatieverbreking een nieuwe woning zoeken en een aanzienlijk deel zal uit ouderen bestaan, die langer zelfstandig blijven wonen. In de voormalige gemeente Geldermalsen groeit het aantal 75plussers met 115% (ter vergelijking: in de provincie met 85%). Het aantal 85-plussers groeit met

20

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen 155% (provincie 112%). In 2033 zal de helft van de bevolking 50 jaar of ouder zijn In navolgende tabel is de behoefte aan nieuwbouw nader uitgewerkt.

Uit de tabel blijkt dat er vraag blijft naar eengezinswoningen, zowel in de huur- als de koopsector. De realisering van één appartement, (dichtbij voorzieningen), voorziet in een duidelijke behoefte. 3.4.3

Gids Ruimtelijke Kwaliteit (Welstandsnota)

In 2016 heeft de voormalige gemeente Geldermalsen een nieuwe Welstandsnota voor haar gehele grondgebied vastgesteld. Met deze ‘Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit' wil de gemeente bestaande bijzondere kwaliteiten – met name de cultuurhistorische waarden en identiteit – kunnen waarborgen en anderzijds burgers meer ruimte bieden bij het realiseren van hun bouwplannen. Daarom is gekozen om de bestaande Welstandsnota uit 2007 te transformeren naar een integrale gids waarin landschaps- en monumentenbeleid zijn verweven. Ruimtelijke kwaliteit is immers meer dan alleen rood: landschap, cultuurhistorie en openbare ruimte zijn integraal met elkaar verbonden. De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit vormt een toetsingskader voor kleinere plannen en vormt een stimulerend kader voor de grotere ruimtelijke opgaven. In de gids worden voor de kleine plannen criteria opgesteld met ondersteunend beeldmateriaal. De criteria zijn gericht op het realiseren van evenwichtige verhoudingen tussen volumes c.q. elementen en een verzorgd en samenhangend bebouwings- en straatbeeld. De Gids gaat uit van zeven verschillende deelgebieden: 1. Historische dorpsgebieden. 2. Planmatige woonbuurten. 3. Gebieden met een bijzondere functie. 4. Bedrijventerreinen. 5. Buitengebied/dijklinten en uiterwaarden. 6. Buitengebied/oeverwallen. 7. Buitengebied/komgronden.

(ontwerp)

21

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Het plangebied (zwarte cirkel) is gelegen in deelgebied: Historische dorpsgebieden.

De ambitie voor historische dorpsgebieden is:  Aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw, landschap en architectuur respecteren.  Uitgangspunt is aanwezige cultuurhistorische waarden behouden.  Dorpsentrees en dorpsranden krijgen wij wijzigingen en toevoegingen bijzondere aandacht.  Bouwplannen worden kavelsgewijs en niet seriematig ontwikkeld en dragen bij aan dorpse karakter.  Bij volledige herbouw van gebouwen worden stedenbouwkundige en architectonische verstoringen niet herhaald, maar hersteld om zo een bijdrage te leveren aan een aantrekkelijke woon-, of winkelgebied passend bij de eigen onderscheidende karakteristiek van het betreffende dorp.  Bouwmassa's voegen zich binnen uitersten van de omgeving en nemen ook de beeldbepalende elementen over. Het schetsplan is voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). De opmerkingen van de CRK zijn verwerkt in het ontwerp omgevingsvergunning. 3.4.4

Conclusie

Dit plan is passend aan c.q. niet strijdig met het gemeentelijke beleid. Daarnaast is het plan getoetst aan de notitie 'Toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen', vastgesteld 28 november 2017. De gemeente heeft op 22 maart 2018 aangegeven dat het plan past binnen het op dat moment geldende toetsingskader.

22

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

(ontwerp)

23

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Hoofdstuk 4

Planologische- en milieuaspecten

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1

Inleiding

Het Europees Verdrag inzake de bescherming van archeologisch erfgoed (het verdrag van Valletta, kortweg Malta genoemd) is in 1992 door twintig Europese staten, waaronder Nederland, getekend en werd in 1998 met een goedkeuringswet bekrachtigd. Vervolgens werd het verdrag op 1 september 2007 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Valletta (Malta) gaat uit van het in de bodem bewaren van archeologische waarden op de locatie zelf ('in situ'). De achterliggende gedachte is dat de bodem zich nog steeds als de beste bewaarplaats bewezen heeft. Een andere gedachte, die hierbij speelt, is het gegeven dat latere generaties mogelijk over betere technieken van opgraven kunnen beschikken. Malta wil verder bevorderen dat in een zo vroeg mogelijk stadium van ruimtelijke ordening al rekening wordt gehouden met archeologische waarden. Tenslotte gaat het verdrag uit van het beginsel 'de veroorzaker betaalt'. Dat wil zeggen dat degene die de bodem wil verstoren het archeologisch (voor)onderzoek en de eventuele opgraving zelf moet betalen. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ).

Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Door RAAP Archeologisch Adviesbureau en Monumenten Advies Bureau (MAB) is een cultuurhistorische gebiedsbeschrijving en een cultuurhistorische inventarisatie en waardering van de gemeente Geldermalsen opgesteld. Geldermalsen is erg rijk aan cultureel erfgoed. Op het gebied van cultuurlandschap en gebouwd erfgoed kent Geldermalsen bijzondere kwaliteiten, die sterk verbonden zijn met de landbouw en de strijd tegen en met het water. Dit heeft er onder andere toe geleid dat een groot deel van de voormalige gemeente Geldermalsen als Nationaal Landschap Riviergebied en Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie is aangemerkt. In de 11 eeuw is de Burcht van Malsen gebouwd. De burcht werd gebouwd op een omgracht terrein, dat lag tussen de huidige Herman Kuijkstraat en Achter ‘t Veer. Ten tijde van de stichting lag hier een oeverwal die extra werd verhoogd voor de bouw van de versterking. Aan de zuidkant is de gracht mogelijk gegraven.

In het noorden werd het terrein begrensd door de Linge, van waaruit de gracht gevoed werd. Het burchteiland was omsloten door een tufstenen muur. De burcht is vermoedelijk tussen 1150 en 1200 gesloopt. In het noordwestelijk deel van het binnenterrein werd de huidige Nederlands Hervormde kerk gesticht. De toren dateert uit de tweede helft van de 13e eeuw. Het huidige middenschip werd in de 15e eeuw gebouwd op de plaats van een 12-eeuwse tufstenen voorganger waarvan delen in de westmuur zijn opgenomen. Van de gebouwen zijn geen bovengrondse resten meer zichtbaar. Wel is de omgrachting deels nog aanwezig. Het huidige centrum van Geldermalsen omvat voor een groot deel de burcht van de heren van Malsen (voor het eerst eind elfde eeuw genoemd). In 1989 zijn bij de bouw van Albert Heijn resten van een tufstenen muur teruggevonden die te relateren zijn aan de burcht. Het plangebied ligt middenin de burcht.

24

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

Vermoedelijke ligging van het burchtterrein 4.1.2

Onderzoek

Archeologie De te realiseren woning zal op mortelschroefpalen gebouwd worden waardoor de verstoring aan het bodemarchief relatief beperkt blijft. Voor het bouwvlak van de woning zal echter wel een put gegraven worden met een diepte van circa 0.53 m onder het maaiveld. Hiervoor is door VUhbs een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). De put die zal worden gegraven voor het bouwvlak van de woning zal ongeveer 53 cm- maaiveld. Het niveau waarop de proefsleuf is aangelegd bevond zich ongeveer op 53 tot 60 cm onder maaiveld. Op dit niveau zijn resten aangetroffen die te dateren zijn in de nieuwe tijd en recentere perioden. Ophogingslagen uit de nieuwe tijd zijn aanwezig alsmede muurresten die waarschijnlijk onderdeel waren van de meest recente gebouwen die op het terrein hebben gestaan. Op een dieper niveau zijn Middeleeuwse resten aangetroffen. Onder de ophogingslaag uit de nieuwe tijd bevindt zich een ophogingslaag uit de Middeleeuwen. Alhoewel het middeleeuwse niveau niet is bereikt tijdens het graven van de proefsleuf, is het mogelijk dat zich op een dieper niveau resten bevinden van de middeleeuwse burcht die hier gesitueerd was. Er zijn geen aanwijzingen voor grote verstoringen van de Middeleeuwse resten. Met deze reden blijft de dubbelbestemming archeologie voor het plangebied gehandhaafd.

Als het gewenst is bodemingrepen te laten plaatsvinden die dieper reiken van 0,60 m- maaiveld dan wordt archeologisch onderzoek geadviseerd. Reactie bevoegd gezag Namens gemeente West Betuwe is regioarcheoloog Rivierenland akkoord met het advies om het plangebied vrij te stellen bij ingrepen tot 60 cm –mv. Uit het onderzoek is gebleken dat de waardevolle archeologische resten van de burcht Malsen tot die diepte niet geschaad zullen worden. De dubbelbestemming waarde archeologie blijft gehandhaafd. Voor ontwikkelingen die vrijgesteld zijn van archeologisch onderzoek blijft de melding archeologische toevalsvondst (art. 5.10 Erfgoedwet) te allen tijde van kracht. 4.1.3

Conclusie

Archeologie is geen belemmering voor de realisatie van het plan. Bij het graven van de bouwput is handhaving aanwezig om handhavend op te treden indien dieper dan 60 cm wordt gegraven.

(ontwerp)

25

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

4.2

Bodem

4.2.1

Inleiding

Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. 4.2.2

Onderzoek

In oktober 2020 is door Eco Reest een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2 Verkennend bodem- en asbestonderzoek). Doel van het verkennend bodemonderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen en winkel). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Verkennend bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond van het overige terrein (deellocatie B) overschrijdingen van de achtergrondwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese met betrekking tot het overige terrein (deellocatie B), zijnde een verdachte locatie, is op basis van de resultaten van het huidige onderzoek bevestigd. Plaatselijk (één meetpunt) overschrijden de gehalten aan koper, lood en zink de interventiewaarden. Ter plaatse is sprake van maximaal circa 5 m 3 sterk met zware metalen verontreinigde grond.

De ter plaatse aangetoonde grondverontreiniging met zware metalen overschrijdt niet het volumecriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond en is derhalve aan te merken als niet ernstig. Met betrekking tot de voormalige ondergrondse HBO-tank (deellocatie A) is de onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie, op basis van de resultaten van het huidige onderzoek verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming toekomstige woonbestemming van het terrein concluderen wij dat, met uitzondering van de plaatselijk aangetoonde sterke verontreiniging met zware metalen, verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. Behoudens de plaatselijk aangetoonde sterke verontreiniging met zware metalen, vormen de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn deze geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein. Op grond van de resultaten van het huidige onderzoek wordt geadviseerd om een Plan van Aanpak voor de verwijdering van de sterke verontreiniging met zware metalen aan het bevoegd gezag (gemeente West Betuwe) voor te leggen.

Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek blijkt dat in het geanalyseerde mengmonster van de bovengrond van de locatie geen asbest is aangetoond. De hypothese “verdachte locatie” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onderzochte locatie verworpen. Op grond van de huidige resultaten is ter plaatse geen nader asbestonderzoek noodzakelijk.

26

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Plan van aanpak bodemsanering In april 2021 is door Linge milieu bv een Plan van aanpak voor bodemsanering van een niet-ernstig geval van PAKverontreiniging voor het plangebied opgesteld (zie Bijlage 3). Dit plan van aanpak is op 30 april 2021 door de ODR (Omgevingsdienst Rivierenland) akkoord bevonden (zie Bijlage 4) onder de aanvullende voorwaarden:  De start van de bodemsanering wordt uiterlijk 5 werkdagen van te voren gemeld bij de ODR (ingekomenpost@ODRivierenland.nl).  De verontreinigde grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Verschillende kwaliteiten grond moeten gescheiden ontgraven worden.  Uiterlijk vier weken na afronding van de sanering moet het evaluatieverslag bij de gemeente zijn ingediend. De ODR zal dit verslag namens de gemeente beoordelen. In de volgende situaties moet direct contact opgenomen worden met de ODR:  wanneer blijkt dat de verontreiniging omvangrijker is dan verwacht;  wanneer blijkt dat alsnog bronnering nodig is;  wanneer op een andere wijze wordt afgeweken van het Plan van Aanpak. 4.2.3 Conclusie Het aspect bodem is geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.3

Water

4.3.1

Inleiding

De Watertoets is het resultaat van één van de acties uit de Startovereenkomst 'Waterbeleid 21e eeuw', die op 14 februari 2001 is ondertekend door het Rijk, het Interprovinciaal Overlegorgaan, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen. In de Startovereenkomst is vastgelegd dat de Watertoets vanaf het moment van ondertekening zal worden toegepast. De Watertoets wordt uitgevoerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, wat als gevolg heeft dat in alle ruimtelijke plannen - en dus ook het bestemmingsplan - een zogeheten waterparagraaf moet zijn opgenomen. De waterparagraaf omvat het advies van de waterbeheerder en een gemotiveerd besluit ten aanzien van de wateraspecten. Eventuele afwijkingen van het advies van de waterbeheerder worden gemotiveerd. Daarbij moet door de initiatiefnemer worden aangegeven hoe met die afwijking wordt omgegaan. In laatste instantie kan worden teruggegrepen op het nemen van verzachtende maatregelen of compensatie inclusief afspraken over financiering en uitvoering. In het kader van de watertoets is overleg gevoerd en heeft afstemming plaatsgevonden met de betrokken waterbeheerders (Waterschap Rivierenland). In dit hoofdstuk is aangegeven op welke wijze dit overleg heeft plaatsgevonden en welke adviezen in het kader van dit overleg zijn gemaakt. 4.3.2

Beleid

Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In 2003 sloten Rijk, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Dit akkoord is te beschouwen als het bestuurlijke antwoord op het rapport WB21 (Waterbeheer 21e eeuw). In het akkoord zijn maatregelen afgesproken met als doel het watersysteem in 2015 'op orde' te hebben. In het bestuursakkoord zijn taakstellende afspraken opgenomen over veiligheid en wateroverlast. Ook is een impuls gegeven aan het gebruik van de watertoets. De watertoets zorgt voor een vroegtijdige afstemming tussen ruimtelijke plannen en de waterhuishouding. In 2011 is een nieuw akkoord afgesloten door de koepels. De essentie van dit nieuwe akkoord is een doelmatig beheer en meer samenwerking tussen beheerders in de waterketen en kostenbesparingen door grotere efficiëntie en effectiviteit. In september 2017 is 'Deltaprogramma 2018' vastgesteld. Onderdeel Ruimtelijke Adaptatie spoort gemeenten aan om klimaat kwetsbaarheden inzichtelijk te maken en ruimtelijk ontwikkelingen klimaatneutraal en waterrobuust te ontwikkelen.

(ontwerp)

27

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Provincie Gelderland en waterschap Rivierenland Provinciaal beleid In het Waterplan Gelderland 2010-2015 staat hoe de provincie wil zorgen voor voldoende schoon water én droge voeten. Het Waterplan Gelderland is de opvolger van het derde Waterhuishoudingsplan (WHP3). Het beleid uit WHP3 wordt grotendeels voortgezet. Het Waterplan Gelderland is tegelijk opgesteld met de water(beheer)plannen van het Rijk en de waterschappen. In onderlinge samenwerking zijn de plannen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is op 11 november 2009 door Provinciale Staten vastgesteld en op 22 december 2009 in werking getreden. In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren.

Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provincie brede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd. In de Provinciale milieuverordening Gelderland (PmG) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Afkoppelverordening Conform de Waterwet moeten perceelseigenaren hemelwater op eigen terrein verwerken. Alleen als dit redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt het hemelwater op het oppervlaktewater, de openbare hemelwatervoorziening of de openbare gemende riolering geloosd.

Berging van hemelwater op eigen terrein zal verplicht worden gesteld door het op te nemen in het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning van nieuwbouwprojecten. Ditzelfde zal gebeuren voor (afkoppeling en) berging bij vergunningsplichtige ver- of herbouwprojecten. De perceelseigenaar/ initiatiefnemer dient zelf aan te tonen indien een locatie niet geschikt is om het hemelwater op eigen terrein te bergen. Is de activiteit vergunningsvrij, dan zal slechts een vrijwillig spoor worden gevolgd, waarbij we door middel van communicatie inzetten op duurzame initiatieven. 4.3.3

Onderzoek

In augustus 2020 is door EDOK-RO de digitale watertoets uitgevoerd via de website www.dewatertoets.nl. Naar aanleiding hiervan wordt voor het verdere proces de accountmananger van het waterschap bij de uitwerking van de plannen betrokken. Zodat op de juiste manier rekening wordt gehouden met de gestelde uitgangspunten en adviezen van het waterschap. 4.3.4

Conclusie

Het aspect water is hierdoor geen belemmering voor de realisatie van het plan. De watertoets en de samenvatting zijn respectievelijk als Bijlage 5 en Bijlage 6 toegevoegd aan dit plan.

28

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Inleiding

Kader Wettelijk kader externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de onderliggende regelgeving. Voor ondergrondse buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang:  Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich, als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen, vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden.

Het PR wordt "vertaald" als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen.  Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting, als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. 4.4.2 Onderzoek

Regionale signaleringskaart externe veiligheid

(ontwerp)

29

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen Risicovolle bedrijven Binnen de op het perceel toegestane functies passen geen risicovolle activiteiten, zoals Beviactiviteiten. De vestiging van een Bevi-inrichting binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Transport gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt verder dat het aspect externe veiligheid alleen relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en het spoor Utrecht-Meteren. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroutes, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones), een plasbrandaandachtsgebied en een veiligheidszone.

Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor:  de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroutes en  de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 26 januari 2021 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbaar gebouw", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebieden niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. 4.4.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid is hier alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en het spoor Utrecht-Meteren. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroutes. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid.

30

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

4.5

Flora en fauna

4.5.1

Inleiding

Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. 4.5.2

Onderzoek

In juli 2020 is een notitie Natuur opgesteld. Hieruit blijkt dat:  het dichtst nabij gelegen Natura2000- gebied (Rijntakken) op circa 6 km vanaf het plangebied ligt en gezien deze afstand de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/j zal zijn, waardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten zijn op de omliggende Natura 2000-gebieden;  het plangebied geen onderdeel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofd Structuur kortweg EHS), in Gelderland. Omdat het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is een verdere toetsing niet aan de orde;  er geen beschermde flora en fauna aanwezig is. Stikstof Ten behoeve van de realisatie en het gebruik van de appartementen en commerciële ruimte moet de stikstofuitstoot inzichtelijk worden gemaakt. In september 2019 is voor de locatie Herman Kijkstraat 44-50 ten behoeve van 22 appartementen en de commerciële ruimte de stikstofuitstoot inzichtelijk gemaakt. Deze locatie ligt zeer nabij onderhavig plangebied en dus ook op ongeveer 6 kilometer nabij Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. In het betreffende Natura 2000-gebied zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stikstofdepositie. Om in het kader van een mogelijke vergunningaanvraag Wet natuurbescherming te onderzoeken wat de stikstofdepositie is tijdens de bouw- en gebruiksfase is een berekening benodigd.

Uit het onderzoek voor de Herman Kuijkstraat 44-50 (SAB, projectnummer 190386), blijkt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er zijn geen belemmeringen voor het aspect stikstof voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Dit plan maakt één appartement en een commerciële functie mogelijk, waardoor de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er zijn geen belemmeringen voor het aspect stikstof voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming nodig. 4.5.3

Conclusie

Het aspect flora en fauna is geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan. De notitie is als Bijlage 7 toegevoegd aan dit plan.

(ontwerp)

31

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen

4.6

Geluid

4.6.1

Inleiding

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid". In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. Aangezien er woningen (geluidgevoelige object) in het plangebied wordt gerealiseerd, dient er akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Met betrekking tot geluid veroorzaakt door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidgevoelige objecten. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) hoofdstuk VI, afdeling 1 bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone.

Als in deze zone geluidgevoelige bebouwing wordt geprojecteerd dan dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De breedte van deze zone is afhankelijk van:  de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied;  het aantal rijstroken. In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes:  wegen met een of twee rijstroken: 200 meter;  wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter. In buitenstedelijk gebied worden drie typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes:  wegen met een of twee rijstroken: 250 meter;  wegen met drie of vier rijstroken: 400 meter;  wegen met vijf of meer rijstroken: 600 meter. De volgende wegen hebben op grond van artikel 74 Wgh geen zone:  wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied;  wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. 4.6.2 Onderzoek In kader van de bestemmingsplanwijziging is in juni 2020 door VOBRU een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het inzichtelijk maken van de geluidbelasting ten gevolge van de verkeerswegen op de gevels van het woongebouw. Het bouwplan ligt op de grens van de geluidzone van de Rijksstraatweg en binnen de invloedssfeer van de:  Kerkstraat 30 km/u;  Herman Kuijkstraat 30 km/u; De verkeerswegen met een wettelijke snelheid van 30 km/u vallen buiten het toetsingskader van de Wet geluidhinder.

In kader van een goede ruimtelijke ordening is het effect van de 30 km/u verkeerswegen wel nader beschouwd. Uit de resultaten van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Rijksstraatweg De berekening geeft aan dat de bepaalde geluidbelasting op de gevels van het woongebouw ter plaatse van de geluidgevoelige bestemming lager is dan de voorkeurswaarde van Lden 48 dB. De hoogst optredende geluidbelasting bedraagt Lden 35 dB. 30 km/u verkeerswegen Voor het bouwplan is gezien de afstand tot de Kerkstraat deze verkeersweg maatgevend voor de geluidbelasting. De hoogste geluidbelasting ter plaatse van de voorgevel (verdieping, geluidgevoelige

32

(ontwerp)

bestemmingsplan Kerkstraat 25 - 27 te Geldermalsen bestemming) bedraagt Lden 53 dB en is hiermee 5 dB hoger dan de voorkeurswaarde van Lden 48 dB. Het vaststellen van een hogere grenswaarde bij verkeerswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u behoort niet tot de mogelijkheid. De geluidbelasting t.g.v. van de Herman van Kuijkstraat is lager dan de voorkeurswaarde. Bij de geluidgevoelige bestemming (verdieping) is t.g.v. alle verkeerswegen sprake van een geluidluwe gevel. Cumulatie De per rekenpunt (bouwlaag) berekende cumulatieve geluidbelasting exclusief artikel 110g is weergegeven in tabel 4.2 en opgenomen in bijlage 4. De berekende gecumuleerde geluidbelasting, exclusief artikel 110g (Wgh) bedraagt maximaal Lden 58 dB. Uitgaande van de wettelijke binnenwaarde in geluidgevoelige ruimten van Lden 33 dB en de in het bouwbesluit aangegeven minimale gevelwering van 20 dB, is de binnenwaarde gewaarborgd bij een gevelbelasting van maximaal Lden 53 dB. Gevelwering Aangezien het hier gaat om nieuwbouw kan zonder ingrijpende geluidreducerende maatregelen een voldoende lage binnenwaarde worden behaald, waarmee een goed woon- en leefklimaat wordt geborgd. In kader van de omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag besluiten dat dit wordt aangetoond middels gevelwering berekeningen. Bij de omgevingsaanvraag zal worden aangetoond dat wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB. 4.6.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/462/documents/11255