RV2022-088 Bijlage 1 Toelichting ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
ONTWERP
BESTEMMINGSPLAN HOEVENSEWEG 5 EN 6
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN HOEVENSEWEG 5 EN 6 GEMEENTE WEST BETUWE Planstatus
Ontwerp
Datum
14 - 03 - 2022
Plan identificatie
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Auteur(s)
Zoe Zeegers
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 2 4 5 6
2. 2.1 2.2 2.3
Bestaande situatie Ligging in groter verband Historie en ruimtelijke structuur omgeving Plangebied
7 7 8 8
3. 3.1 3.2 3.3
Toekomstige situatie Algemeen Verkeer en parkeren Landschappelijke inpassing
11 11 13 16
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Beleidskader Rijksbeleid Regionaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
18 18 20 22 24
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Randvoorwaarden Inleiding Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water
27 27 27 30 31 33 38 41 42 45
6 6.1 6.2 6.3
Juridische aspecten Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
49 49 49 49
7 7.1 7.2
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53 53
Bijlagen: Bijlage 1: Archeologisch onderzoek Bijlage 2: Selectiebesluit archeologie Bijlage 3: Actualisatie-bodemonderzoek Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Aanvullend asbestonderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek Bijlage 7: Quick scan beschermde planten- en diersoorten Bijlage 8: Aanvullend onderzoek Natuurwetgeving Bijlage 9: Stikstofdepositie AERIUS Calculator Bijlage 10: Watertoets Bijlage 11: Ontwerpbesluit hogere grenswaarde
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is het wijzigen van de bestemming voor de locaties Hoevenseweg 5 en 6 in Enspijk in de gemeente West Betuwe. Beiden percelen zijn in eigendom van één eigenaar. De locaties Hoevenseweg 5 en 6 hebben op basis van het vigerend bestemmingsplan uit 2006 de bestemming ‘Landelijk gebied I’ gekregen. In het verleden (2013) is met behulp van de regeling voor de verbreding van de bestaansbasis van agrarische bedrijven voor de locatie Hoevenseweg 5 een omgevingsvergunning verleend voor diverse horeca-activiteiten. Onder de naam Boerengoed Enspijk is hier een centrum met veelzijdige activiteiten ontstaan (o.a. boerengolf, workshops, bruiloften en feesten). Met het planvoornemen wordt de aanwezige feestruimte ‘De hooischuur’ omgebouwd tot restaurant (ondersteunend aan de dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten aan de Hoevenseweg 5 en 6). De bestaande agrarische activiteiten aan de noordkant van de Hoevenseweg 5 blijven behouden. De grootste ontwikkeling gaat plaats vinden op het perceel Hoevenseweg 6. Op dit perceel zijn de agrarische activiteiten al jaren geleden gestaakt. Hier wordt een groepsaccommodatie voor recreanten gerealiseerd. Daarbij zal de bestaande bedrijfswoning op dezelfde locatie worden vervangen. Het gehele perceel wordt tenslotte ingericht voor het verblijf van recreanten.
Om de plannen te realiseren moet de bestemming ‘Landelijk gebied I’ gewijzigd worden naar de bestemming ‘Gemengd’. Hiervoor moet een herziening van het bestemmingsplan plaatsvinden. Het college van B&W van de voormalige gemeente Geldermalsen heeft in de vergadering van 24 april 2018 besloten om onderhavig planvoornemen met een zelfstandige bestemmingsplanprocedure (3.1. Wro) op te starten, te beginnen met een voorontwerpbestemmingsplan. In dezelfde vergadering is besloten om medewerking te verlenen aan deze transformatie van twee (voormalige) agrarische bedrijven naar (verblijfs-)recreatieve centrum met horecafaciliteiten. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de functiewijziging juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Enspijk in het buitengebied van de gemeente West Betuwe bij knooppunt Dell (kruising van de snelwegen A15 en A2). Het gaat om een gedeelte van de percelen aan de Hoevenseweg 5 en 6 te Enspijk. Ten zuiden van het plangebied ligt de Betuweroute. Op de volgende pagina is in afbeelding 1 de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|3
Hoevenseweg 5
Hoevenseweg 6
Afbeelding 1 Ligging en begrenzing plangebied (Google Maps, februari 2019), rode lijn geeft plangebied aan
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|4
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de voormalige gemeente Geldermalsen, vastgesteld op 28 november 2006. Binnen het plangebied is de enkelbestemming ‘Landelijk gebied I’ gelegen. De pijlen geven aan dat uitbreiding mogelijk is naar de noord- en oostkant. Het adres Hoevenseweg 5 heeft de aanduiding ‘agrarisch bedrijf > 40 nge’ en het adres Hoevenseweg 6 heeft de aanduiding ‘woning’.
Afbeelding 2 Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl, 2019), rode cirkel geeft globale ligging plangebied aan
Landelijk gebied I De als zodanig op de plankaart aangegeven gronden zijn bestemd voor: • uitoefening van het agrarisch bedrijf, waarbij de gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf, dat op de plankaart is aangegeven met ‘agrarisch bedrijf’. En tevens voor de volgende sociaaleconomische doeleinden: • wonen, uitsluitend voor zover de gronden zijn gelegen binnen een denkbeeldige rechthoek van 1.500 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer is, ter plaatse van de aanduiding ‘woning(en)’ op de plankaart; • dagrecreatie; • voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; • verkeer. De maat nge is een maat waarmee de economische omvang van agrarische activiteiten werd aangegeven. Tot 2012 is deze Nederlandse grootte-eenheden (nge) in gebruik geweest.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|5 Op 21 december 2021 is door de gemeenteraad van West Betuwe het bestemmingsplan “Buitengebied 2022” vastgesteld. In dat bestemmingsplan is de locatie Hoevenseweg 5 en 6 uit het plangebied gehouden, met de bedoelding hier een maatwerkbestemmingsplan neer te leggen om de beoogde ontwikkelingen bij Boergoed Enspijk te regelen. Onderhavig bestemmingsplan betreft het hiervoor bedoelde maatwerkbestemmingsplan.
Afbeelding 3 Uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied 2022 (www.ruimtelijkeplannen.nl, 2022), rode cirkel geeft globale ligging plangebied aan
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. • Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. • Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|6
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven, met onder andere daarin de ligging, de historie en de ruimtelijke ombouw. In het derde hoofdstuk wordt de toekomstige situatie besproken. In het vierde hoofdstuk wordt het vigerend beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau uitgelicht. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Onder randvoorwaarden worden onder andere verstaan, bodem- en luchtkwaliteit. Hoofdstuk zes geeft de planbeschrijving en de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid ter sprake komt.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|7
2.
BESTAANDE SITUATIE
In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie beschreven. Eerst zal de ligging op grotere schaal worden toegelicht. Daarna wordt de historie van het gebied toegelicht, waarna de bestaande situatie binnen het plangebied beschreven wordt.
2.1
Ligging in groter verband
De gemeente West Betuwe ligt in het zuidwestelijke deel van de provincie Gelderland in de Betuwe en bestaat uit 26 kernen. De kern Geldermalsen is veruit de grootste kern met circa 11.000 inwoners. Het riviertje de Linge meandert door de gemeente heen. De gemeente wordt in twee delen gesplitst door de A2, de weg ‘s-Hertogenbosch-Utrecht. Deze weg kruist de A15 RotterdamNijmegen/Arnhem bij het knooppunt Dell. Langs de A15 loopt het goederenspoor (Betuweroute). De kern Enspijk ligt tussen de A2 en de Provincialeweg Oost (N327). Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Enspijk in het buitengebied van de gemeente West Betuwe bij knooppunt Dell (kruising van de snelwegen A15 en A2).
plangebied
Afbeelding 4 Ligging plangebied in groter verband (Google maps, februari 2019)
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|8
2.2
Historie en ruimtelijke structuur omgeving
De eerste vestiging van mensen binnen de gemeentegrenzen vond plaats op de oeverwallen. Dit waren vanaf het begin de droogste plaatsen in het natte rivierengebied. Op de oeverwallen werden plekken verhoogd met aarde en afval om ook bij de overstromingen droog te blijven. Zo werden de terpen gevormd. De oeverwallen zijn in de Romeinse tijd relatief dicht bewoond geweest. In de Middeleeuwen werden dijken nodig door de verhoogde activiteit van de rivier. In 1259 was er al een dijk langs de Linge. In 1304 werd de Linge tussen Drumpt en Tiel afgedampt in een poging de wateroverlast te verminderen. In 1385 werd de Diefdijk aangelegd om de Vijfheerenlanden te beschermen. In het rivierenland ontstond een sterke tweedeling van het landschap. Op de hoge oeverwallen ontstonden dorpen en boerderijen omringd door boomgaarden en akkers. In de lage komkleigebieden waren veel hooilanden, eendenkooien, rietlanden en grienden gelegen. Het gebied de Regulieren vormt nog een vrij goede afspiegeling van de oude toestand van het landschap. Na 1850 zijn in het gebied sterke veranderingen opgetreden. De dorpen, waaronder vooral Beesd en Geldermalsen, zijn uitgebreid. De spoorlijn van Geldermalsen via Tiel naar Nijmegen werd aangelegd, evenals de spoorlijn van Utrecht naar Den Bosch. Daarnaast is door de zuidelijke kom de A15 aangelegd, met dwars daarop de A2 van Utrecht naar Den Bosch.
In het kader van de ruilverkaveling is het landschap sterk veranderd. De ontwatering van het gebied is verbeterd door het graven en verbeteren van een stelsel van weteringen. De percelen zijn gerationaliseerd. De hoofdverdeling van de verschillende grondgebruiksfuncties is echter nog grotendeels bewaard gebleven. In 2007 werd de laatste grote ruimtelijke ingreep binnen de gemeente verricht, de aanleg van de goederenspoorlijn Betuweroute langs de A15.
2.3
Plangebied
Binnen het plangebied zijn gebouwen, verharding, groen en tuinen aanwezig. Op het perceel aan de Hoevenseweg 5 staan een bedrijfswoning, jongeveestal, mestsilo, voeropslagen, verschillende feestruimtes met keuken, terras, speelruimte en sanitair. De hooischuur wordt als opslagruimte gebruikt. Onder de naam Boerengoed Enspijk is hier een centrum met veelzijdige activiteiten ontstaan (onder ander boerengolf, workshops en bruiloften en feesten). De koestal sluit aan op de tuin, zodat het feest bij mooi weer ook gedeeltelijk buiten kan plaatsvinden. De jongeveestal is voor ongeveer 100 stuks voor de opfok Op het perceel aan de Hoevenseweg 6 staan onder ander een bedrijfswoning en twee stallen voor opslag van caravans. Hier zijn de agrarisch activiteiten al jaren geleden gestaakt. De bestaande mestsilo en voeropslagen worden niet meer gebruikt. In afbeelding 5 (volgende pagina) zijn de ligging van de gebouwen binnen het plangebied aangegeven. De percelen worden ontsloten door de Hoevenseweg. Afbeelding 6 (volgende pagina) en 7 (pagina 9) geven een beeld hoe de locatie er uit ziet.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|9
4
4
4 4
3 4 4
2 7 1
5 6 12
15
13 14 4
14 3 4
4
10 11
8 9
1 Bedrijfswoning Hoevenseweg 5 2 Jongveestal 3 Mestsilo 4 Voeropslag 5 De Hooischuur 6 Keuken 7 Feestruimte ‘De Hooiberg’ 8 Wagen/schuur/speelruimte 9 Sanitair 10 Terras 11 Feestruimte ‘De Koestal’ 12 Feestruimte ‘De melkstal’ 13 Bedrijfswoning Hoevenseweg 6 14 Stallen voor opslag caravans 15 Parkeervoorziening (120 pp)
Afbeelding 5 Ligging gebouwen binnen het plangebied (Google maps, februari 2019)
Afbeelding 6 Huidige situatie vanaf de toegangsweg met zicht op de jongveestal (links) en de bedrijfswoning (rechts) aan de Hoevenseweg 5, februari 2019
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|10
Afbeelding 7 Huidige situatie vanaf de toegangsweg met zicht op de bedrijfswoning aan de Hoevenseweg 6, februari 2019
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|11
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
3.1
Algemeen
Initiatiefnemer wil de (verblijfs)recreatieve activiteiten op de locaties Hoevenseweg 5 en 6 te Enspijk verder uitbreiden. Per saldo worden deze activiteiten de hoofdbron van inkomsten, waardoor niet meer gesproken kan worden van een regulier agrarisch bedrijf. De belangrijkste ontwikkeling zal gaan plaatsvinden op het perceel Hoevenseweg 6. Hier worden alle gebouwen (circa 1.500 m2) en overige bouwwerken (onder ander kuilvoederplaatsen en mestsilo) gesloopt om plaats te maken voor een nieuw hoofdgebouw dat dienst gaat doen als groepsaccommodatie voor recreanten met terrassen. Met het slopen van de gebouwen zullen ook de caravans elders gestald worden. De bedoeling is dat hier groepen van 25-40 personen kunnen overnachten. Het gebouw zal bijna 900 m2 groot worden, krijgt twee bouwlagen met zadeldak en wordt circa 10 meter hoog. Verder wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Hoevenseweg 6 gesloopt en hiervoor wordt een nieuwe bedrijfswoning op dezelfde plek voor terug gebouwd. Op de locatie Hoevenseweg 5 gaat weinig veranderen. De hooischuur wordt omgebouwd tot restaurant. Verder blijft op dit perceel nog één gebouw in gebruik voor agrarische doeleinden. Het gaat om de meest noordelijk gelegen jongveestal voor ongeveer 100 stuks opfok jongvee. De voeropslagen en mestsilo blijven hier behouden.
Tenslotte zal een educatiecentrum voor duurzame energie worden opgericht in een van de gebouwen aan de Hoevenseweg 5 of 6. Het is echter nog onduidelijk waar dit educatiecentrum precies komt. Bovenstaande plannen worden met dit bestemmingsplan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Afbeelding 8 (volgende pagina) betreft een weergave van het planvoornemen. Het inrichtingsvoorstel is tevens opgenomen als bijlage bij de regels.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|12
Afbeelding 8 Inrichtingsvoorstel
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|13
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een verkeersaantrekkende werking is het in kader van een goede ruimtelijke ordening van belang de verkeersgeneratie in beeld te brengen. Het plangebied wordt ontsloten via de Hoevenseweg. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. De weg is 4 meter breed en ook bestemd voor niet gemotoriseerd verkeer. De weg is doodlopend. Het recreatieve verkeer zal middels een bebording vanaf de Boutensteinseweg (meest brede ontsluitingsweg in de omgeving) en de Aalskamperweg/Hoevenseweg naar het plangebied geleid worden. Dit in plaats van de nu veel gebruikte smalle en lange aanrijroute via Klaverweg/Klemweg en Hoevenseweg.
Klaverweg
Klemweg
Aalskamperweg
Hoevenseweg
Hoevenseweg
Afbeelding 9 Ontsluiting plangebied
Ter hoogte van het plangebied is sprake van een verkeersintensiteit van circa 350 motorvoertuigen per etmaal (dit is een inschatting van initiatiefnemer op basis van ervaringscijfers, zie tabel 1). In zijn algemeenheid moet hierbij worden vermeld dat:
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|14 • • •
gerekend is met ervaringcijfers in de worst-case situatie; uitgegaan is van een gemiddelde autobezetting van 2 personen per auto; de 2 verkeersbewegingen per voertuig binnen het etmaal plaatsvinden.
In de huidige situatie vinden er al dagrecreatieve activiteiten binnen het plangebied plaats (zie tabel 1).
Verkeersgeneratie bezoekers bestaande dagrecreatieve voorzieningen (onder ander boerengolf, workshops en bruiloften en feesten) Feestruimte ‘De Hooiberg’ Feestruimte ‘De Koestal’ Feestruimte ‘De melkstal’ Bestaande bevoorrading Eigen personeel en bewoners Bestaande verkeersintensiteit Hoevenseweg
Aantal mvt/etmaal 30
100 150 50 2 18 350
Tabel 1 Berekening bestaande verkeersintensiteit Hoevenseweg
Verkeersonderzoek Het CROW heeft een verkeersgeneratietool1 ontwikkeld die de verkeersgeneratie voor de verblijfsrecreatie kan uitrekenen. Na realisatie van het planvoornemen kunnen maximaal 40 bezoekers overnachten op de locatie Hoevenseweg 6. Zij zullen gebruik maken van de aanwezige en nieuwe dagrecreatieve voorzieningen op de locatie Hoevenseweg 5 en 6. Daarnaast zullen er dagjesmensen gebruik maken van het nieuwe restaurant. Restaurant De hooischuur wordt omgebouwd tot restaurant. Op basis van ervaringscijfers verwacht initiatiefnemer een toename van maximaal 200 mvt/etmaal, uitgaande van een gemiddelde autobezetting van 2 personen per auto. Het CROW heeft hier geen kencijfers over. Verkeersgeneratie bezoekers groepsaccommodatie (40 slaapplekken) Op basis van de verkeersgeneratietool van het CROW is bekeken wat de verkeersgeneratie van de gasten van de groepsaccommodatie (40 slaapplekken) is. De volgende uitgangspunten zijn gebruikt in deze verkeersgeneratietool: • Hoofdgroep: horeca en (verblijfs)recreatie • Type: 3* hotel • Hoeveelheid: 20 kamers • Ligging in de gemeente: buitengebied
1 http://verkeersgeneratie.crow.nl
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|15 In deze berekening is uitgegaan van een overnachtings- en verblijfsfunctie met driesterren, aangezien de kamers beschikken over een privébadkamer, rekening wordt gehouden met minder valide mensen en de gasten kunnen kiezen uit zelfverzorging of volledige verzorging (ontbijt, lunch, diner en aanbieden van activiteiten). Daarnaast gaat de berekening uit van 20 kamers (gemiddeld twee mensen op één kamer). Uit de verkeersgeneratietool komt een toename van circa 40 mvt/etmaal. Verkeersgeneratie bezoekerstoename dagrecreatieve voorzieningen door een educatiecentrum duurzame energie Voor het grootste deel zijn de dagrecreatieve voorzieningen al gerealiseerd binnen het plangebied. Deze bezoekers zijn opgenomen in de bestaande verkeersgeneratie dagrecreatieve voorzieningen. Voor het educatiecentrum duurzame energie wordt op basis van ervaringcijfers een toename van maximaal 10 mvt/etmaal verwacht, uitgaande van een gemiddelde autobezetting van 2 personen per auto. Het CROW heeft hier geen kencijfers over. Verkeersgeneratie benodigde extra bevoorrading De benodigde extra bevoorrading zal wekelijks op maandag, dinsdag en woensdag tweemaal daags met een bestelbusje plaatsvinden. Dat betekent dat de verkeersintensiteit op die dagen met 4 mvt/etmaal toeneemt. Het CROW heeft hier geen kencijfers over.
Verkeersgeneratie planvoornemen De verkeersintensiteit van de Hoevenseweg zou aan de hand van de berekening in de worst-case situatie hierdoor toenemen naar circa 604 mvt/etmaal. In onderstaand tabel is deze berekening toegelicht. Hierbij moet worden opgemerkt dat het maximaal slechts 5 keer per jaar voorkomt dat alle ruimten volledig bezet zijn.
Restaurant Verkeersgeneratie bezoekers groepsaccommodatie (40 slaapplekken) Verkeersgeneratie bezoekerstoename dagrecreatieve voorzieningen door een educatiecentrum duurzame energie Verkeersgeneratie benodigde extra bevoorrading Bestaande verkeersintensiteit Hoevenseweg ter hoogte van het plangebied Nieuwe verkeersintensiteit Hoevenseweg
Aantal mvt/etmaal 200 40 10
4 350 604
Tabel 2 Nieuwe verkeersintensiteit Hoevenseweg
Buiten de bebouwde kom worden twee typen erftoegangswegen onderscheiden door het CROW. Een type I voor hogere intensiteiten en voorzien van markering en type II voor lagere intensiteiten en niet voorzien van markering. De Hoevenseweg is een type II erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 60 km/uur en een verhardingsbreedte van circa 4 meter. Hier is een etmaalintensiteit van maximaal 6.000 motorvoertuigen toegestaan.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|16 Een nieuwe verkeersintensiteit van circa 604 mvt/etmaal voor de Hoevenseweg leidt niet tot significante problemen qua doorstroming en verkeersveiligheid. Het aantal verkeersbewegingen kan worden opgevangen door de bestaande infrastructuur. Parkeren Parkeren vindt uitsluitend op het bestaande parkeerterrein ter hoogte van de ingang aan de Hoevenseweg plaats. Dit parkeerterrein bestaat op dit moment uit 120 parkeerplaatsen en wordt ten behoeve van het planvoornemen uitgebreid naar 300 parkeerplaatsen. Een parkeerterrein met 300 parkeerplaatsen (uitgaande van een gemiddelde autobezetting van 2 personen per auto en bij de bevoorrading geen parkeerplaatsen aanwezig hoeven te zijn) is in de worstcase situatie voldoende om voor alle bezoekers en eigen personeel in de eindsituatie in genoeg parkeerplaatsen te voorzien. De hoeveelheid parkeerplaatsen is geborgd in de regels (artikel 4.1 sub e).
3.3
Landschappelijke inpassing
In afbeelding 8 (pagina 11) is de landschappelijke inpassing van de Hoevenseweg 5 en 6 te Enspijk weergegeven. De landschappelijke inpassing is met groen bestemd op de verbeelding. In artikel 4.5.2. van de regels is opgenomen dat het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Gemengd’ alleen is toegestaan indien de inplanting binnen één jaar na inwerkingtreding wordt opgericht en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan (bijlage 1 van de regels en afbeelding 8 van de toelichting). De beplanting voor de landschappelijke inpassing rondom het plangebied wordt opgebouwd uit zones met struiken en bomen waardoor er meer variatie en diversiteit in zowel soorten als hoogte ontstaat. De situering sluit aan bij de oorspronkelijke windsingel en is weergegeven op het inrichtingsvoorstel (afbeelding 8, pagina 11). Er wordt gebruik gemaakt van de volgende heesters en inheemse beplanting: • Zones met voornamelijk beplanting bestaande uit de Krentenboom Amelanchier, de Gelderse roos Viburnum opulus, de Boerenjasmijn Philadelphus, de Vlinderstruik Buddleja, Seringen Syringa vulgaris, de Sporkehout Rhamnus frangula, de Sleedoorn Prunus spinosa en de Gele kornoelje Cornus mas. Om een meer robuustere windsingel te creëren wordt er gebruik gemaakt van zones met voornamelijk hoge beplanting zoals eiken Quercus, Linde bomen Tilia en Beuken Fagus sylvatica.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|17
Afbeelding 10 Beplanting Hoevenseweg 5 en 6 te Enspijk
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|18
4
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor het plangebied gelden verder geen opgaven van nationaal belang.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Voor het plangebied gelden verder geen opgaven van nationaal belang. Ladder voor Duurzame Verstedelijking Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’.
Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|19 Uit de jurisprudentie, die is verschenen sinds de inwerkingtreding van de Ladder, blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak een zekere ondergrens stelt aan ontwikkelingen en of er daarbij sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Onderzoek De eigenaar is voornemens om een groepsaccommodatie en een restaurant aan de Hoevenseweg 5 en 6 te Enspijk op te richten. De locatie krijgt hiervoor de bestemming ‘Gemengd’, met de aanvullende functieaanduidingen ‘dagrecreatie’ en ‘verblijfsrecreatie’. Accommodaties voor recreatie worden in de jurisprudentie aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgesteld voor de realisatie van overige functies, zoals accommodaties voor recreatie. Beoordeeld dient te worden of sprake is van nieuw ruimtebeslag. De groepsaccommodatie aan de Hoevenseweg 6 krijgt een oppervlakte van bijna 900 m2.
Daarvoor worden wel de bestaande gebouwen met een oppervlakte van 1.500 m 2 gesloopt alsmede een mestsilo en kuilvoederplaatsen. Aan de Hoevenseweg 5 blijft de hoeveelheid verharding nagenoeg hetzelfde. De aanwezige feestruimte ‘De hooischuur’ wordt omgebouwd tot restaurant. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van nieuw ruimtebeslag. Echter blijkt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijzing, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie is sprake van een zodanige functiewijziging dat gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gemotiveerd dient te worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaande stedelijk gebied kan plaatsvinden en sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij aandacht wordt besteed aan de behoefte van het plan. Motivatie waarom ontwikkeling niet past binnen bestaand stedelijk gebied De formule van het Boerengoed is gekoppeld aan een agrarische setting. De accommodatie is gericht op het aantrekking van die bezoekers die het ‘boerenleven’ willen ervaren. Hiermee onderscheidt de accommodatie zich van recreatie in het stedelijk gebied.
Daarnaast is het Boerengoed (van oorsprong) gekoppeld aan de mogelijkheid om op de omliggende agrarische percelen Boerengolf te spelen. Het type (verblijfs)recreatie en het type bezoekers dat het Boerengoed aan wil trekken hangt derhalve sterk samen met het landelijk gebied. De formule is niet passend binnen stedelijk gebied. Behoefte van het plan In het recreatiebeleid van de gemeente is nadrukkelijk de wens geuit om meer overnachtingsmogelijkheden en dagrecrecreatieve activiteiten in de gemeente West Betuwe te krijgen. Geconstateerd is dat lokaal en regionaal sprake is van een tekort aan overnachtingsmogelijkheden en publiekstrekkende dagrecreatie. In de Ruimtelijke Strategische Visie van Regio Rivierenland (2018) is recreatie en toerisme één van de drie speerpunten.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|20 Juist voor grotere groepen zijn in de gemeente (en regio) weinig recreatieve opties in het buitengebied beschikbaar, omdat de reguliere overnachtingsmogelijkheden (onder ander bed and breakfast) zich richten op kleinere gezelschappen in het buitengebied. Hiermee is aangetoond dat er voldoende behoefte is aan het plan. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
4.2
Regionaal beleid
Handreiking hergebruik vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied (VAB) In Nederland neemt het aantal agrarische bedrijven al vele decennia gestaag af. De oppervlakte landbouwgrond is in de periode 2000-2013 daarentegen met slechts 7 procent afgenomen. De boerenbedrijven zijn dus steeds groter geworden. Deze schaalvergroting, in combinatie met onder meer een verdere intensivering, specialisering en professionalisering, zorgt ervoor dat de agrarische sector concurrerend kan werken binnen een open wereldmarkt. Een bijkomend negatief effect van de afname van het aantal bedrijven is dat agrarische bedrijfsbebouwing haar oorspronkelijke functie verliest. In de beginperiode ging het vooral om kleine karakteristieke boerderijtjes die relatief makkelijk konden worden getransformeerd in woonboerderijen. De laatste decennia komen echter steeds grotere complexen leeg te staan, waarbij geschikte vormen van hergebruik minder makkelijk te realiseren zijn. Deels komt dit omdat de bebouwing vanuit een bouwkundig oogpunt niet altijd geschikt is voor een ander gebruik (bijvoorbeeld glasopstanden of varkensschuren). Daarnaast speelt ook mee dat de overheden van oudsher terughoudend zijn geweest met het toelaten van nieuwe functies in het landelijke gebied.
Omdat leegstand van gebouwen op termijn echter leidt tot ongewenste verrommeling van het landelijke gebied zijn de overheden de afgelopen jaren actiever gaan nadenken over het onderwerp “vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing”. Door Regio Rivierenland is in 2008 het “Beleidskader hergebruik vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied” vastgesteld. In de periode na 2008 is de regeling beleidsmatig toegepast, en door de meeste gemeenten ook doorvertaald in hun bestemmingsplannen “Buitengebied”. Dit heeft er toe geleid dat medewerking kon worden verleend aan diverse initiatieven waarbij agrarische bedrijfsbebouwing werd gesloopt om plaats te maken voor woningen. Ook zijn er andere bedrijfsfuncties in de bebouwing toegelaten (al of niet in combinatie met sloop van boventallige bebouwing). Dit kwam de vitaliteit én de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit in het buitengebied ten goede. In zoverre heeft het beleidskader wel degelijk een positieve bijdrage geleverd aan het bestrijden van leegstand in het landelijke gebied. Dit ondanks het feit dat door de economische crisis van de afgelopen jaren er minder vraag was naar nieuwe woningen of nieuwe bedrijfslocaties. Omdat Regio Rivierenland ook de komende jaren te maken zal krijgen met een toename van de hoeveelheid vrijkomende bebouwing is besloten het beleidskader uit 2008 te actualiseren.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|21 Door hergebruik en functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied willen de samenwerkende gemeenten de vitaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied behouden en vergroten, zonder daarbij de ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven te beperken. Meer concreet willen de gemeenten: • de vitaliteit van het buitengebied vergroten door vestiging van nieuwe economische bedrijvigheid in vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied onder een aantal voorwaarden mogelijk te maken; • voorzien in de behoefte aan wonen in een landelijke omgeving waarbij de nieuwe bewoners ook bijdragen aan het versterken van de vitaliteit van het buitengebied; • de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied vergroten door vrijgekomen landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing te saneren; • door hergebruik van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing verpaupering en ongewenst gebruik van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied tegen te gaan; • agrarische ondernemers nieuwe mogelijkheden bieden om na beëindiging van het agrarische bedrijf in hun levensonderhoud te voorzien.
Dit beleidskader is opgesteld door de samenwerkende gemeenten in de regio Rivierenland te weten (voormalige) gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel. Dit beleidskader is in eerste aanleg een handreiking voor de betrokken gemeenten. Zij kunnen dit beleidskader waar gewenst of nodig verder uitwerken en eventueel opnemen in hun bestemmingsplannen. Om te waarborgen dat bedrijvigheid qua karkater en uitstraling past in het buitengebied wordt in de regionale ‘handreiking hergebruik VAB in het buitengebied’ van Regio Rivierenland (2016) voor een aantal soorten bedrijvigheid een maximale omvang opgelegd:
De plannen voor de locatie Hoevenseweg 5 en 6 gaan uit van de bouw van een groepsaccommodatie, uitbreiding van de dagrecreatieve activiteiten (waaronder een sportveld) en een restaurant (ondersteunende horeca). De groepsaccommodatie waar groepen van 25-40 personen kunnen overnachten zal bijna 900 m2 groot worden. Het zelfstandige restaurant heeft een maximale oppervlakte van 425 m2. Dit past niet binnen de regionale handreiking.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|22 Juist voor grotere groepen zijn in de gemeente (en regio) weinig recreatieve opties in het buitengebied beschikbaar, omdat de reguliere overnachtingsmogelijkheden (onder ander bed and breakfast) zich richten op kleinere gezelschappen in het buitengebied. Dit is de aanleiding om gemotiveerd van de handreiking af te wijken. Daarbij blijft het een gemeentelijke afweging of individuele initiatieven strekken tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en voldoen aan het begrip “een goede ruimtelijke ordening”. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat de “handreiking hergebruik vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied (VAB)” geen belemmering vormt voor het planvormen. Er wordt gemotiveerd afgeweken van het regionaal beleid.
4.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien – heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. • Gezond en veilig: Een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. Aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. • Schoon en welvarend: Een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. Het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
De Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema’s, te weten energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In de Omgevingsverordening wordt uitvoering gegeven aan de Gelderse Omgevingsvisie en het realiseren van het wensbeeld van de provincie.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|23 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten op de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, wordt de focus gelegd op een duurzaam, verbonden en economische krachtig Gelderland. In de verordening wordt richting gegeven aan de zeven samenhangende thema’s/ambities uit de Omgevingsvisie. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de volgende kaart: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels glastuinbouw
Kaart 6: Regels water en milieu
➔ ➔ ➔ ➔
Plussenbeleid Tijdelijk verbodsgebied hervestiging glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied nieuwvestiging glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied uitbreiding bestaande glastuinbouw ➔ Overig gebied glastuinbouw ➔ Intrekgebied
Plussenbeleid Het Plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken. Met het Plussenbeleid wordt het ontstaan van een niet-grondgebonden onderdeel van een bestaand bedrijf en uitbreiding van een niet-grondgebondenbedrijf of onderdeel van een bedrijf groter dan 500 vierkante meter gebonden aan de kwalitatieve eisen van het Plussenbeleid. Onderhavig planvoornemen betreft het uitbreiden van de (verblijfs)recreatieve activiteiten op de locaties Hoevenseweg 5 en 6. Ten gevolge van deze uitbreiding, nemen de agrarische bedrijfsactiviteiten in saldo af. Binnen het plangebied is geen sprake van het ontstaan of het uitbreiden van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf. Uit de Omgevingsverordening volgen op dit gebied geen regels die relevant zijn voor het planvoornemen. Glastuinbouw De Omgevingsverordening bevat een drietal tijdelijke verboden op grond van artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. In het plangebied geldt een verbod voor de hervestiging, de nieuwvestiging en de uitbreiding van glastuinbouw. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op glastuinbouw. Uit de Omgevingsverordening volgen op dit gebied geen regels die relevant zijn voor het planvoornemen.
Intrekgebied Het Intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkvoorziening kan zijn. Binnen dergelijke gebieden is het verbonden werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. Middels de aanduiding ‘milieuzone – intrekgebied’ wordt dit gewaarborgd. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|24
4.4
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie West Betuwe 1.0 Op 22 februari 2022 heeft de gemeente West Betuwe de Omgevingsvisie West Betuwe 1.0 vastgesteld. In deze omgevingsvisie heeft de gemeente de huidige kwaliteiten van de fysieke leefomgeving beschreven. Er zijn verschillende ontwikkelingen met impact op de fysieke leefomgeving in beeld gebracht en in samenhang bekeken. Daarnaast heeft de gemeente haar gedeelde dromen en visie op de toekomst opgetekend. Vervolgens hebben zij deze vertaald in een ruimtelijke koers voor de kernen en het buitengebied van West Betuwe. Zo wordt richting gegeven aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De omgevingsvisie vormt hiermee een inspirerend kader voor (nieuwe) initiatieven en samenwerkingen in de leefomgeving. Deze omgevingsvisie 1.0 is agenderend, gebaseerd op bestaand beleid en volgt de huidige structuurvisies van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal op. In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie beschrijft de gemeente per thema de strategische opgaven waar zij voor staat tot 2040 en welke ambitie zij hierin nastreven. Ten aanzien van natuur, cultuur en recreatie (paragraaf 3.7), luiden de ambities als volgt: ➔ We zetten in op een buitengebied met een goede balans in toerisme, landschap, landbouw, cultuurhistorie, energieopwekking en buitenleven.
We willen er voor zorgen dat West Betuwe in de toekomst aantrekkelijk blijft voor (nieuwe) inwoners en bezoekers. ➔ We benutten de uitstraling en het imago van de fruitregio & Nieuwe Hollandse Waterlinie. Kernwaarden als uitgangspunt voor recreatie. ➔ We zetten in op het volop beleefbaar maken van de natuur- en cultuurhistorische waarden langs de rivier de Linge en maken dit gebied meer bereikbaar voor recreanten en inwoners. Dit zorgt voor verblijfskwaliteit voor inwoners, maar ook voor een toestroom van recreanten in dit gebied. ➔ We kiezen voor aantrekkelijke en voor iedereen toegankelijke langeafstand wandelpaden en -fietsroutes (langzaam verkeer). We zijn zeer terughoudend in het bieden ruimte voor gemotoriseerd verkeer in natuurgebieden. ➔ We zetten als gemeente West Betuwe in op het versterken van verblijfsrecreatie door het toestaan van verblijfsaccommodaties passend in het landschap van de gemeente. ➔ Als West Betuwe ondersteunen we onze culturele tradities en hechte verenigingsleven en hebben we aandacht voor onze vrijwilligers. Daarom streven we naar het behoud van één ontmoetingsplek (dorpshuis of MFC) in elke kern. Dit betekent keuzes moeten maken en niet elke ontmoetingsplek koste wat kost kunnen behouden. ➔ We zetten in op het beter verbinden van de ecologische zones in het noorden en het zuiden van onze gemeente.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|25
Afbeelding 11 Uitsnede Omgevingsvisie (www.ruimtelijkeplannen.nl, 2022), rode cirkel geeft globale ligging plangebied aan
Het plangebied is gelegen in ‘Agrarisch gebied’ → ‘Kringlooplandbouw’. Voor dergelijke gronden geldt dat: ➔ We stimuleren agrariërs in het benutten van koppelkansen in kringlooplandbouw en ondersteunen innovatieve agrariërs hierin: klimaatadaptatie (waterberging), maatregelen voor een gezonde bodem, behoud landschappelijke kwaliteit en het bevorderen van biodiversiteit. ➔ Voorwaarde voor alle (nieuwe) agrarische ontwikkeling in West Betuwe is de inzet op kringlooplandbouw. ➔ Bij vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) kijken we met de eigenaar en omgeving naar alternatieve invulling voor het vastgoed passend bij het landschap zoals recreatie, wonen, zorg etc. In onderhavig geval is sprake van een alternatieve invulling voor het vastgoed, passend in de omgeving. Specifiek in de vorm van (verblijfs)recreatie, passende binnen de ambities ten aanzien van natuur, cultuur en recreatie zoals gesteld in paragraaf 3.7 van de Omgevingsvisie. Gesteld kan worden dat het voornemen in lijn is met de gemeentelijke omgevingsvisie. Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Met de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wil de gemeente bestaande bijzondere ruimtelijke kwaliteiten – met name de cultuurhistorische waarden en identiteit – kunnen waarborgen en anderzijds burgers meer ruimte bieden bij het realiseren van hun bouwplannen. Dit vraagt om een welstandsbeleid op maat.
Enerzijds wordt rechtszekerheid en voorspelbaarheid geboden, maar anderzijds is er ruimte voor dialoog en afwijking van de spelregels, indien blijkt dat er betere alternatieven zijn. De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit kent compacte afwegings- en toetsingskaders, waarbij een logisch verband is gelegd tussen waarden, kernkwaliteiten, ambities en ontwerprichtlijnen.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|26 In de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wordt in de gemeente zeven deelgebieden onderscheiden. Het plangebied is gelegen in het deelgebied ‘Buitengebied/komgronden’. Het plan dient getoetst worden aan de volgende kernkwaliteiten van het buitengebied: • De landschappelijke structuur in het zuiden wordt overwegend bepaald door de planmatig uitgevoerde ruilverkaveling waardoor sprake is van een rationeel en relatief grootschalig verkavelingspatroon met rechte wegen, verspreid gelegen groen omzoomde erven in een verder open landschap en een netwerk van ontwateringsloten. In het noorden zijn de komgronden meer besloten door de aanwezigheid van populieren- en wilgenbosjes, eendenkooien en grinden. Een enkele woerd ligt los en herkenbaar in het landschap. • De openbare ruimte wordt bepaald door het rechte profiel van de straat, de grasbermen en de eventueel begeleidende bomen of windsingels, de afwisseling tussen verspreid voorkomende bebouwing en de open doorzichten naar landelijk gebied. Ruilverkavelingboerderijen zijn haaks op de weg geplaatst. • Typologie en architectuur van bebouwing is afhankelijk van de bouwtijd. Boerderijen uit de periode van de ruilverkavelingruil zijn veelal van een gestandaardiseerd type met kop-halsrompopzet.
De kop wordt gevormd door eenvoudige tweelaags woonhuis met kap, via een korte verbinding zijn deze woningen gekoppeld aan een grote schuur met vaak geknikt zadeldak. • Gevelindeling, materiaal, detaillering en kleur is overwegend gerelateerd aan de bebouwingstypologie van de ruilverkavelingsboerderij. De indeling van de gevels is functioneel bepaald. Gevels zijn opgetrokken in bruine baksteen. Daken zijn afgedekt met antracietkleurige dakpannen. De detaillering is functioneel en sober. Middels het landschappelijk inpassingsplan wordt het plangebied op een natuurlijke en verzorgde wijze ingepast. Daarbij is aangesloten op de aanwezige landschapsstructuren (zie paragraaf 3.3). Geconcludeerd kan worden dat met de landschappelijke inpassing voldaan wordt aan de vereisten op het gebied van landschappelijke structuur en de openbare ruimte zoals gesteld in de Gids. De welstandscommissie zal op basis van het nog uit te werken bouwplan het plan toetsen aan de aspecten typologie en architectuur van bebouwing en gevelingindeling, materiaal, detaillering en kleur. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen in principe past binnen het gemeentelijk beleid. De welstandcommissie zal echter op basis van de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit het nog verder uit te werken bouwplan moeten beoordelen
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|27
5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Inleiding
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.2
Archeologie
In 2015 heeft RAAP in opdracht van de voormalige gemeente Geldermalsen een actualisatie doorgevoerd van de archeologische beleidskaarten van de voormalige gemeente Geldermalsen. Het plangebied is voor het grootste gedeelte gelegen in een gebied met een lage verwachte dichtheid aan archeologische resten. Slechts voor een heel klein deel aan de noord-, zuid- en westkant van het plangebied zijn gebieden met een (hoge) verwachte dichtheid aan archeologische resten aanwezig (Waarde - Archeologie 3 en Waarde – Archeologie 6).
Afbeelding 12 Uitsnede Archeologische beleidskaart voormalige gemeente Geldermalsen, 2015)
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|28 Aan de noordkant vinden geen graafwerkzaamheden plaats. De uitbreiding van de parkeervoorziening aan de westkant van het plangebied wordt op maaiveldniveau aangelegd. Ten aanzien van het aspect archeologie zijn ter plaatse geen belemmeringen te verwachten. Aan de zuidkant worden de bestaande gebouwen (circa 1.500 m2) en overige bouwwerken (onder andere kuilvoerderplaatsen en mestsilo’s) gesloopt om plaats te maken voor de groepsaccommodatie (890 m2). De nieuwbouw ten behoeve van de groepsaccommodatie wordt gerealiseerd in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarden (categorie 3). Voor dergelijke gronden geldt een onderzoeksplicht indien bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 30 cm onder het bestaande maaiveld en met een oppervlakte groter dan 500 m 2. Het planvoornemen voorziet in meer dan 500 m2 aan bodemingrepen. Zodoende is het noodzakelijke een archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Onderzoek Door onderzoeks- en adviesbureau BAAC is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen2 (karterende fase) voor het zuidelijk deel van het plangebied op de gronden waar de verwachtingswaarde ‘Waarde – Archeologie 3’ van toepassing is, plaatsgevonden.
Afbeelding 13 Boorpuntenkaart archeologisch onderzoek, BAAC, januari 2020
2 BAAC onderzoeks- en adviesbureau, Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, maart 2020
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|29 Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied van het archeologisch onderzoek al in het Pleistoceen deel uitmaakte van het rivierengebied, waarbij in het Laat-Glaciaal nog sprake was van een zich insnijdende meandergordel. In het Holoceen is deze rivierloop verlaten en is de rivier zich op circa 800 m ten zuidwesten van het plangebied van het archeologisch onderzoek gaan insnijden. Alleen bij zeer hoge rivierstanden trad de rivier buiten haar geul en werd op de oudere grindige rivierafzettingen een klei- of zwak zandige leemlaag (Laag van Wijchen) afgezet. Omstreeks 6000 voor Chr. (vanaf het laatmesolithicum) vond de overgang plaats van zich insnijdende naar aggraderende rivieren, waardoor het plangebied van het archeologisch onderzoek bedekt raakte met een dik pakket komafzettingen. Omstreeks 4500 voor Chr. (d.w.z. in het vroeg-neolithicum B) is op 50 m ten zuiden van het plangebied van het archeologisch onderzoek de stroomgordel van Deil ontstaan. Het tracé is vervolgens overgenomen door de stroomgordel van Herwijnen, die vóór 4500 voor Chr. (d.w.z. midden-neolithicum A) is verlaten. Het plangebied van het archeologisch onderzoek zal (deels) op de oeverwal van deze rivieren hebben gelegen. Na verlating van de rivierlopen is het plangebied van het archeologisch onderzoek weer in het komgebied komen te liggen.
In het midden-neolithicum A is op bijna 500 m ten noorden van het plangebied van het archeologisch onderzoek de stroomgordel van Eigenblok-Voetakker ontstaan. Vanaf deze rivierloop is een crevasse ontstaan, die mogelijk door het plangebied van het archeologisch onderzoek stroomde. Het is niet uit te sluiten dat de crevasse oudere afzettingen, zoals de oeverwallen van de stroomgordels van Deil en Herwijnen, heeft geërodeerd. De rivierloop van Eigenblok-Voetakker is rond 3100 v. Chr. (midden-neolithicum B) verlaten. Na deze periode werd de afwatering overgenomen door andere geulen en raakten de oudere afzettingen bedekt met komafzettingen. Pas in de late middeleeuwen is het gebied ontgonnen. Desondanks is het plangebied van het archeologisch onderzoek vanwege de ligging in het komgebied ook in deze periode niet bewoond geweest. Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied van het archeologisch onderzoek een middelhoge verwachting toegekend aan archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot laatmesolithicum (pleistocene afzettingen op 6,5 m –mv oftewel 5 à 5,5 m –NAP) en het vroegneolithicum B tot en met het midden-neolithcium A (oeverwalafzettingen op een diepte van 1,2 à 0,2 m –NAP oftewel 1,2 à 2,7 m –mv). Voor het midden-neolithicum (crevasseafzettingen op -0,5 à 0,6 m +NAP oftewel 40 tot 210 cm –mv) geldt een hoge verwachting.
Voor de andere perioden geldt vanwege de ligging in een komgebied een lage archeologische verwachting. Uiteraard kunnen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd wel ontginningsporen, zoals greppels, spit- en ploegsporen aanwezig zijn. Uit het karterend booronderzoek is gebleken dat het plangebied van het archeologisch onderzoek geheel binnen een door komafzettingen afgedekt crevasselichaam ligt. Ten noordwesten lijkt zich een jongere stroomrug te bevinden. In bijna de helft van de kom- op crevasseafzettingen is tussen 130 en 230 cm –mv een laklaag aangetroffen (0,2/0,8 m -NAP). Binnen het plangebied van het archeologisch onderzoek zijn op basis van de geplaatste karterende boringen echter geen aanwijzingen voor een vindplaats uit het neolithicum-B of uit jongere perioden waargenomen. Eventueel oudere archeologische niveaus liggen dieper dan de maximale boordiepte van 3 m –mv. De hoge verwachting voor vindplaatsen uit het middenneolithicum uit het bureauonderzoek kan daardoor voor het plangebied van het archeologisch onderzoek naar beneden toe worden bijgesteld naar een lage archeologische verwachting voor alle perioden. BAAC adviseert om het gehele plangebied van het archeologisch onderzoek vrij te geven voor nader archeologisch onderzoek.
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|30 Conclusie De archeologische verwachtingswaarde is op advies van BAAC van de gronden binnen het plangebied van het archeologisch onderzoek afgehaald. De archeologische verwachtingswaarden aan de noordoost- en zuidwestzijde dienen wel gehandhaafd te worden, aangezien hier geen archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Op basis van het bouwplan worden de gronden ter plaatse niet geroerd. De archeologische waarden ter plaatse worden derhalve niet aangetast. Om de eventueel voorkomende archeologische waarden in de toekomst te kunnen blijven beschermen, zijn archeologische dubbelbestemmingen opgenomen (‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 6’). Op 24 januari 2020 heeft de gemeente West Betuwe een positief selectiebesluit archeologie afgegeven3. Met de gehanteerde onderzoeksmethode is afdoende aangetoond dat de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen binnen het plangebied zeer laag is. Er is geen reden om aanvullend onderzoek te verlangen van de initiatiefnemer. Vanuit archeologisch perspectief is het plangebied, ter plaatse van de gronden waarop archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden, vrijgesteld. Archeologie vormt verder geen belemmering voor het planvoornemen.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken, moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In aanvulling op de milieuvergunning worden er in voorkomende gevallen ook afstanden vastgelegd tussen bedrijven en woonbuurten. De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. De richtafstanden zijn vastgelegd in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van 2009. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebieden. Het plangebied is aan te merken als ‘rustig buitengebied’. Met het planvoornemen wordt een milieubelastende inrichting mogelijk gemaakt. Hierdoor dient gekeken te worden in welke mate dit invloed heeft op de omliggende woningen. De (verblijfs)recreatieve voorzieningen, vallen onder ‘Hotels en pensions met keuken, conferentieoorden en congrescentra’. Voor deze inrichtingen geldt een minimale richtafstand van 10 meter (milieucategorie 1). Voor de jongeveestal geldt een minimale richtafstand van 30 meter (Fokken en houden van rundvee, milieucategorie 2).
3 Gemeente West Betuwe, Selectiebesluit archeologie Hoevenseweg 5 Enspijk, 24 januari 2020
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|31 De meest nabijgelegen (bedrijfs)woning buiten het plangebied (Hoevenseweg 4) bevindt zich op circa 450 meter. Daarbij zijn milieucategorieën 1 en 2 goed verenigbaar met omliggende (bedrijfs)woningen. Hiermee voldoet het plan aan de richtafstand en vormt het geen belemmering voor nabijgelegen woningen, waarmee verder onderzoek niet noodzakelijk is. Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen.
5.4
Bodemkwaliteit
Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (2008) moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een (bestemmings)wijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Afhankelijk van de conclusie van dit verkennend bodemonderzoek vindt een aanvullend bodemonderzoek plaats. Onderzoek In opdracht van Boerengoed BV te Enspijk heeft Linge Milieu BV een actualisatie-bodemonderzoek4 uitgevoerd ter plaatse van de Hoevenseweg 5 in Enspijk. Het onderzoek is als separate bijlage toegevoegd. Op het terrein bevindt zich het horeca- en recreatiebedrijf Boerengoed. Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen bestemmingswijziging van het terrein en de resultaten van eerder onderzoek. Onderwerpen van het onderzoek zijn metalen in de bovengrond en asbest op de hoek van de schuur op het oostelijk deel van het terrein. In december 2018 heeft Lankelma BV verkennend onderzoek 5 op het terrein uitgevoerd. In één boring waren metalen sterk verhoogd in de grond tot 0.3 m-mv. Dit was boring 35, op het noordelijk deel van de locatie. Ter plaatse van een asbest-inspectiegat aan de achterzijde van de meest oostelijke schuur (kant van de rijksweg) is asbest aangetroffen.
In december 2019 heeft Inventerra BV vervolgonderzoek6 verricht naar het asbest. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen van de actualisatie weergegeven.
4 Linge Milieu BV, Actualisatie-Bodemonderzoek Hoevenseweg 5 Enspijk, 21 december 2021 5 Lankelma ingenieursbureau, Verkennend bodemonderzoek Hoevenseweg 5/5a – 6 te Enspijk, 14 december 2018 6 Inventerra, Aanvullend asbestonderzoek Hoevenseweg 5/5A te Enspijk, 9 december 2019
NL.IMRO.1960.BPHoevenseweg5en6-OW01
Bestemmingsplan Hoevenseweg 5 en 6
|32 De toplaag van de strook naast de schuur aan de noordkant van het terrein is zandig, met bijmenging met sintels en slakken tot 0.3 m-mv. Het gehalte aan sintels is matig tot sterk. Op 0.3 mmv bevindt zich een duidelijke overgang naar de oorspronkelijke kleibodem. De grond achter de oostelijke schuur is direct vanaf maaiveld kleiig. In twee van de drie asbestinspectiegaten is daar wat hout in de bovengrond aangetroffen, bestaande uit een enkele plank. Op grind en sporen aan baksteen na is verder geen bodemvreemd materiaal waargenomen in de gaten. Op het maaiveld achter de schuur zijn verdachte plaatjes op het maaiveld aangetroffen. Deze zijn ter analyse naar het lab gestuurd. De plaatjes blijken geen asbest te bevatten. Grond, metalen In de zandige toplaag van het braakliggend terrein ten noorden van de opstallen aan de Hoevenseweg zijn koper, lood en zink verhoogd. De gehaltes liggen boven de interventiewaarde, maar onder de gehaltes die door Lankelma BV zijn gevonden in 2018. De ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging kunnen als volgt worden samengevat. I. Het terrein met sintels in de toplaag heeft een oppervlak van 200 m². De onderzijde van de sterke verontreiniging bevindt zich op 0.3 m-mv. In de klei vanaf deze diepte zijn metalen maximaal licht verhoogd. II. Het volume van de grond waarin metalen sterk verhoogd kunnen zijn is 60 m³.