RV2022-087 Bijlage 1 Toelichting ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘Herwijnen, Waaldijk 83’
NL.IMRO.1960.HERBUIWaaldijk83-OW01 Status: Ontwerp Versie: 2.0
Langerak, 14-03-2022
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..............................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Doel .................................................................................................................2 1.3 Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................2 1.4 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................3 2 BESTAANDE SITUATIE.........................................................................................4 2.1 Algemeen ........................................................................................................4 2.2 Ruimtelijke structuur ........................................................................................4 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur .......................4 2.2.2 Wegenstructuur ........................................................................................5 2.3 Functionele structuur .......................................................................................5 2.3.1 Huidig gebruik
...........................................................................................5 3 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................6 3.1 Plan..................................................................................................................6 3.2 Ontsluiting en parkeren ...................................................................................8 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 10 4.1 Europees en rijksbeleid ................................................................................ 10 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ......................................................... 10 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ........................... 10 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .......................................................... 10 4.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 12 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland .......................................................... 12 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland ....................................................... 14 4.2.3 Actieplan wonen 2020-2025 ‘Sneller, betaalbaar, flexibel’ ....................
14 4.3 Regionaal beleid ........................................................................................... 15 4.3.2 Woonagenda Rivierenland 2020-2030 .................................................. 15 4.3.2 Regionaal Woningbouwprogramma regio Rivierenland ........................ 15 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 17 4.4.1 Omgevingsvisie West Betuwe ............................................................... 17 4.4.2 Woonvisie West Betuwe 2020-2030 ..................................................... 17 4.4.3 Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit .............................................................. 18 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 22 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING ................................................................. 23 5.1 Milieueffectrapportage .................................................................................. 23 5.2 Geluidhinder ................................................................................................. 25 5.3 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................... 26 5.4 Bodem ..........................................................................................................
31 5.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden ............................................ 34 5.6 Waterparagraaf ............................................................................................. 37
5.7 Flora en fauna ............................................................................................... 43 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 46 5.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 47 5.10 Technische infrastructuur (kabels en leidingen) ......................................... 50 6 JURIDISCHE PLANOPZET ................................................................................. 51 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 51 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 51 6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 51 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 51 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 52 6.1 Exploitatie ..................................................................................................... 52 7 OVERLEG EN ZIENSWIJZEN ............................................................................
52 7.1 Vooroverleg .................................................................................................. 52 7.2 Zienswijzen ................................................................................................... 52 Bijlage 1 2 3 4
5 6 7 8 9
Omschrijving Ontwerptekening Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verkennend bodemonderzoek Verkennend en nader bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Archeologisch onderzoek Digitale watertoets Ecologische quickscan Stikstofdepositieonderzoek Im- en exports VStacks Gebieden
Auteur Galle & Roodhart Vastgoed De Roever Omgevingsadvies Inventerra Milieuadviesbureau Adromi
Referentie Woning te Herwijnen OV-100 20191098.v01
Datum 01-04-2019
16-2353-R01AvH
17-02-2017
B202026
03-06-2021
ADC ArcheoProjecten
Waaldijk 83-85, Herwijnen 20191023-9-21636
09-11-2021
BE/2019/602/r
21-10-2019
19103
14-03-2022
19103-GE
17-11-2021
Waterschap Rivierenland Blom Ecologie Van den Heuvel Milieuadvies Van den Heuvel Milieuadvies
Herwijnen, Waaldijk 83
1
13-12-2019
23-10-2019
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het perceel Waaldijk 83 te Herwijnen betreft een woonperceel waarop een burgerwoning is gerealiseerd. Achter de burgerwoning bevindt zich een voormalige kerk en daarachter een consistorie waar een kunststofverwerkend bedrijf is gevestigd. De initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsactiviteiten te staken en de huidige bedrijfsbestemming in het vigerend bestemmingsplan om te zetten in een woonbestemming. De kerk en de consistorie zullen als bijgebouw functioneren bij de bestaande woning Waaldijk 83. Verder is de initiatiefnemer voornemens om een vrijstaande woning te realiseren ten zuiden van de woning Waaldijk 83. Het plangebied valt binnen de contouren van het ‘Bestemmingsplan Kern Herwijnen’. Ter plaatse waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd is geen bouwvlak opgenomen, waardoor het realiseren van de nieuwe woning juridischplanologisch niet mogelijk is. Tevens functioneren de kerk en de consistorie als bedrijfsgebouwen, waardoor deze tevens juridisch-planologisch niet gebruikt kunnen worden als bijgebouw bij de bestaande burgerwoning Waaldijk 83. De initiatiefnemer heeft middels een principeverzoek ingediend bij de gemeente voor het voorgenomen plan. De gemeente heeft in een schriftelijke reactie aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het plan.
1.2 Doel Het plan betreft het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming en het realiseren van een vrijstaande woning ten zuiden van de woning Waaldijk 83. Middels het plan wordt een eventuele nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf op het plangebied juridisch-planologisch uitgesloten.
1.3 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door respectievelijk de perceelsgrens van de percelen Waaldijk 81 en 89. Ten oosten zorgt een grasland voor de oostelijke begrenzing en de Waaldijk zorgt voor de westelijke begrenzing van het plangebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van de kadastrale percelen Herwijnen, sectie U, nummers 567, 568, 569, 57 en 1131.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
Herwijnen, Waaldijk 83
2
1.4 Vigerend bestemmingsplan Op het gehele plangebied is het ‘Bestemmingsplan Kern Herwijnen’ van toepassing, dat door de gemeenteraad van Lingewaal onherroepelijk is vastgesteld op 30 juni 2011. De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemmingen: • Bedrijf; • Wonen-1. De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie 1; • Waterstaat – Waterkering. Met de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – kunststofverwerkend bedrijf’; • Maximum bouwhoogte (m): 8,5; • Maximum goothoogte (m): 4,5.
1.5 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit de volgende hoofdstukken. - Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; - Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; - Hoofdstuk 4: Beleidskader; - Hoofdstuk 5: Onderzoek/verantwoording; - Hoofdstuk 6: Economische uitvoerbaarheid; - Hoofdstuk 7: Overleg en zienswijzen.
Herwijnen, Waaldijk 83
3
2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen Herwijnen maakt deel uit van de gemeente West Betuwe. De gemeente West Betuwe is gelegen in het zuidwestelijke deel van de provincie Gelderland. De gemeente is ontstaan uit een fusie van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. De gemeente heeft een oppervlak van circa 102 km².
2.2 Ruimtelijke structuur 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis en stedenbouwkundige structuur Herwijnen bindt zich in het gebied tussen de Linge en de Waal. Voor de historie van Herwijnen is met name de wijze waarop de Waal in dit gebied gronden heeft afgezet, bepalend geweest. Door de afzetting van deeltjes vanuit de rivier ontstonden op korte afstand van de rivier zandige oevergronden en verder van de rivier kleiachtige komgronden. De oeverwallen in de nabijheid van de rivier waren geschikt voor vestiging aangezien deze door hun hogere ligging gevrijwaard bleven van overstromingen. De achtergelegen komgebieden waren, gezien hun lagere ligging, minder geschikt voor bebouwing. De eerste bewoning in het plangebied vond al plaats vóór de bedijking van het gebied in de 10e eeuw. Na de aanleg van de Waaldijk is het gebied blijvend bewoond geweest. De bebouwing in het gebied concentreerde zich lange tijd op de stroomrug van de Waal en langs de hoger gelegen Waaldijk. De komgronden ten noorden van de rivierdijk zijn lange tijd onbewoond gebleven als gevolg van de hoge grondwaterstand en de slechte bodemgrondslag. De lintbebouwing, die zich concentreerde langs de Waaldijk, is in de loop der jaren verdicht. In een aantal gevallen leidde dit tot het ontstaan van een buurtschap of dijkdorp. De bebouwing concentreerde zich in eerste instantie op en direct aan de dijk.
Binnendijks was veelal sprake van tweedelijns bebouwing onderaan de voet van de dijk, die van de dijkbebouwing werd gescheiden door een extra ontsluitingsweg. De bebouwing in de buurtschappen is afwisselend en bestaat van oudsher uit grotere, monumentale boerderijen afgewisseld met kleinere panden. In de loop van de 20e eeuw werd de beheersing van de grondwaterstand in het binnendijkse gebied geleidelijk beter en daarmee namen ook de bebouwingsmogelijkheden toe. De noodzaak om de rivierdijken te versterken heeft ertoe geleid dat Herwijnen zich op enige afstand van de Waal heeft ontwikkeld. Rond 1900 is in het gebied waar de kern Herwijnen zich bevindt nog nauwelijks bebouwing aanwezig. De Achterweg, Nieuwe Steeg, de Graaf Reinaldweg en de Schoutensteeg (destijds Houtsteeg) zijn op de topografische kaart van 1905 duidelijk zichtbaar. In de eerste helft van de 20e eeuw is het dorp Herwijnen tot ontwikkeling gekomen. In eerste instantie werd bebouwing gerealiseerd langs de Achterweg. Na 1950 is het beeld van de dorpskern Herwijnen sterk veranderd. De sterke bevolkingsgroei en de dijkverzwaringsplannen gaven de eerste aanzet tot het ontstaan van nieuwe dorpen en planmatige dorpsuitbreidingen op de komgronden.
De ruimtelijke structuur van het dorp Herwijnen, die zich tot dan toe had ontwikkeld als een typische dijkgemeente, transformeerde hierdoor tot de huidige situatie: één grotere dorpskern in het komgebied achter de dijk en lint-bebouwing langs de dijk die is verdicht tot drie buurtschappen. Het onderhavige plangebied is gelegen in het cultuurhistorisch lint langs de Waaldijk. De Waaldijk (niet zijnde de primaire waterkering Waaldijk) kenmerkt zich door bebouwing over de gehele lengte. De lintbebouwing is niet aaneengesloten. Tussen de bebouwing is sprake van landschappelijke doorzichten. Door de afwisseling van bebouwing met landschappelijke doorzichten is een ritme van open en gesloten delen ontstaan. De lintbebouwing langs de Waaldijk kenmerkt zich door een afwisseling van historische (woon)boerderijen en vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen. De woningen, zowel historische bebouwing als de vervangende nieuwbouw, zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met pannen of riet als dakbedekking en hebben daarmee een landelijke en traditionele uitstraling. De gebruikte kleuren voor onder andere gevelstenen, overstekken, kozijnen en deuren zijn over het algemeen ingetogen en in harmonie Herwijnen, Waaldijk 83
4
met het landschap. In de cultuurhistorische lintbebouwing ziet men ingetogen architectonische detailleringen aan de gevels. De aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben een ondergeschikte uitstraling in relatie tot de woning. 2.2.2 Wegenstructuur De bestaande woning in het plangebied wordt thans ontsloten via de Waaldijk. De achterliggende gronden zijn bereikbaar via een inrit op de Waaldijk. Het parkeren wordt op het achtererf opgelost.
2.3 Functionele structuur 2.3.1 Huidig gebruik Het perceel Waaldijk 83 heeft deels een bedrijfs- en deels een woonbestemming. De woonbestemming is ten behoeve van de burgerwoning Waaldijk 83 en de bedrijfsbestemming voor een kunststofverwerkend bedrijf. De bedrijfsactiviteiten vinden er echter niet meer plaats. Achter de burgerwoning is een voormalige kerk met consistorie gebouwd, welke tevens zijn functie heeft verloren.
Afbeelding 2: Zijaanzicht burgerwoning, kerk en consistorie
Afbeelding 3: Zijaanzicht op het achtererf en de kerk en consistorie
Herwijnen, Waaldijk 83
5
3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het perceel Waaldijk 83 te Herwijnen betreft een woonperceel waarop een burgerwoning is gerealiseerd. Achter de burgerwoning bevindt zich een voormalige kerk en daarachter een consistorie waar een kunststofverwerkend bedrijf is gevestigd. De initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsactiviteiten te staken en de huidige bedrijfsbestemming in het vigerend bestemmingsplan op te zetten in een woonbestemming. De kerk en de consistorie zullen als bijgebouw functioneren bij de bestaande woning Waaldijk 83. Verder is de initiatiefnemer voornemens om een vrijstaande woning te realiseren ten zuiden van de woning Waaldijk 83.
Afbeelding 4: Ontwerp nieuwe situatie
Afbeelding 5: Ontwerp voorgevel
Herwijnen, Waaldijk 83
6
Afbeelding 6: Ontwerp achtergevel
Afbeelding 7: Ontwerp zijgevel
Herwijnen, Waaldijk 83
7
Afbeelding 8: Doorsnede nieuwe woning
Met betrekking tot de regels wordt aangesloten bij het vigerend bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Kern Herwijnen’.
3.2 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting De bestaande woning in het plangebied wordt thans ontsloten via de Waaldijk. De achterliggende gronden zijn bereikbaar via een inrit op de Waaldijk. Het parkeren wordt op het achtererf opgelost. Deze situatie zal in de nieuwe situatie ongewijzigd blijven. De nieuwe woning zal ontsloten worden middels de bestaande zuidelijke in- en uitrit. Parkeren Het beleid van de gemeente West Betuwe heeft op 30 juni 2020 beleid vastgesteld omtrent parkeren. Dit beleid is vervat in het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019. Voor de te hanteren parkeernormen wordt aangesloten bij de meest recente parkeerkencijfers van het CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren (december 2018). Uit de regels van het bestemmingsplan volgt dat de maximale kencijfers gehanteerd moeten worden en deze wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal. Om de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone te bepalen dient de gebiedsindelingkaart behorende bij het bestemmingsplan geraadpleegd te worden.
Herwijnen, Waaldijk 83
8
Plangebied
Afbeelding 9: Uitsnede kaart gebiedsindeling Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019
Voor het plangebied kan gesteld worden dat de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ en de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ gehanteerd moet worden. Het plan voorziet in het toevoegen van één vrijstaande woning. Tabel 1: Berekening parkeerbehoefte conform CROW-publicatie 381 Type Parkeerbehoefte Aantal woningen Totale per woning parkeerbehoefte ‘koop, huis, 2,7 1 2,7 vrijstaand’ Totale parkeerbehoefte 3 Voor haaksparkeren dient een minimale maatvoering gehanteerd van 5,0 bij 2,5 meter en voor langsparkeren 6,0 bij 1,8 meter. De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Rondom de vrijstaande woning is voldoende parkeergelegenheid voor het parkeren van minimaal 3 auto’s. Daarnaast wordt in het onderhuis van de woning een garage of carport gerealiseerd. Het onderhavige plan voldoet daarmee aan de parkeerbehoefte voor een vrijstaande woning.
Afbeelding 10: Indicatie opvangen parkeerbehoefte
Herwijnen, Waaldijk 83
9
4 BELEIDSKADER 4.1 Europees en rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke Rijksbelangen in het Barro.
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke
Herwijnen, Waaldijk 83
10
ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS:2013: 2471).
Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL: RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Het onderhavige plan betreft de nieuwbouw van een vrijstaande woning. Per saldo wordt één wooneenheid toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet vereist dan wel noodzakelijk.
Herwijnen, Waaldijk 83
11
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 1 maart 2019 is de geconsolideerde Omgevingsvisie Gaaf Gelderland in werking getreden. In de visie zijn onder andere gedeelde ambities opgenomen welke werken als leidraad voor het handelen van de provincie en zorgen voor een beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Met behulp van zeven ambities wordt hier richting aan gegeven. De zeven ambities luiden als volgt: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio!; 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De kern Herwijnen maakt onderdeel uit van de regio Rivierenland. Rivierenland wordt gekenmerkt door een groen open gebied omzoomd door rivieren. In dit gebied is ruimte voor dynamiek en ontwikkeling, met name in de vrijetijdseconomie, agrobusiness en logistiek. Hierbij dient een balans gezocht te worden tussen koesteren, vernieuwen en benutten. De provincie en haar partners richt zich in deze regio op vier speerpunten: Logistiek, Agrobusiness, Vrijetijdseconomie en Vitaal Platteland.
Ruimtelijke kwaliteit in regio Rivierenland In het kader van de ruimtelijke kwaliteit in de regio Rivierenland streeft de provincie Gelderland naar een gezonde landelijke en groene leefomgeving, met een demografisch evenwichtige opbouw, waarin de mensen zo veel mogelijk zelfredzaam en weerbaar zijn en waarin actief en creatief wordt gewerkt aan het verder ontwikkelen van het gebied. De volgende ruimtelijke kwaliteitsambities zijn van belang voor de regio Rivierenland: • Streven naar goede omgang met landschappelijke, cultuurhistorische en natuurkwaliteiten vanuit de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in logistiek, agrobusiness en vrijetijdseconomie, met aandacht voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie; • Positief stimuleren van ruimtelijke gevolgen van wateropgaven; • Versterking van een samenhangende regio met geconcentreerde centrumfuncties, vitale dorpen en duurzame land- en tuinbouwclusters; • Faciliteren en positioneren van burgerparticipatie bij het leefbaar houden van kernen, met aandacht voor het voorzieningenniveau, de sociale cohesie en de ouderenzorg; • Verbetering van het ondernemersklimaat voor logistieke en logistiek gerelateerde bedrijvigheid en voor vrijetijdseconomie; • Streven naar een positie in de top-5 van Europese tuinbouwregio´s voor fruit, door voortdurende innovaties, productontwikkeling en het vergroten van concurrentiekracht door kwaliteit en
efficiëntie; • Initiëren, stimuleren en faciliteren van lokale en regionale initiatieven voor de opwekking van duurzame energie en aandacht voor een duurzame A15. Het plan draagt bij aan een goede ruimtelijke kwaliteit. De bedrijfsbestemming wordt gesaneerd, waardoor een eventuele nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf met de bijbehorende milieuhinder wordt uitgesloten. De nieuwe woning wordt stedenbouwkundig ingepast langs de Waaldijk. Daarnaast kan met het plan het karakteristieke kerkje gebruikt worden als bijgebouw bij de bestaande burgerwoning Waaldijk 83. Daarmee krijgt het kerkje een nieuwe invulling, hetgeen de toekomstbestendigheid van het kerkje ten goede komen. Een karakteristiek element in het straatbeeld langs de Waaldijk blijft daarmee behouden. Het plan is niet in strijd met het provinciaal beleid. Herwijnen, Waaldijk 83
12
Wonen in regio Rivierenland De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte benadering. De provincie Gelderland heeft in de regio Rivierenland de voorkeur voor afstemming en samenwerking op subregionaal niveau de voorkeur boven afstemming op het niveau van de regio vanwege de aanzienlijke verschillen tussen gebieden in deze regio. De kwantitatieve regionale opgave voor wonen wordt door Gedeputeerde Staten vastgesteld. De bestaande gebouwde voorraad staat daarbij centraal. In het onderhavige plan is sprake van de toevoeging van één woning. Hiermee is het plan zeer kleinschalig en concurreert het niet met andere woningbouwplannen in de omgeving. Het onderhavige plan voldoet daarmee aan het provinciale woningbouwbeleid.
Herwijnen, Waaldijk 83
13
4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het provinciaal beleid juridisch verankerd. In de Omgevingsverordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. In de Omgevingsverordening zijn onder meer regels opgenomen over recreatiewoningen, kantoren, bedrijventerreinen, detailhandel, glastuinbouw, agrarische bedrijven, waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, intrekgebieden, natuur en landschap, windturbines, molenbiotopen en luchthavens. Het onderhavige plan betreft een kleinschalig woningbouwplan in de kern Herwijnen. De regelgeving in de Omgevingsverordening is niet van toepassing op het onderhavige plan. Het plan is niet in strijd met het provinciale beleid. 4.2.3 Actieplan wonen 2020-2025 ‘Sneller, betaalbaar, flexibel’ Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden.
Daarbij spelen verschillende opgaven: • Belangrijke kwalitatieve verbeteringen op de woningmarkt vragen om aandacht. Bijvoorbeeld de snellere doorstroming van huishoudens en de grotere beschikbaarheid van zowel betaalbare woningen voor starters, ouderen en andere doelgroepen, als van sociale en middeldure koop- en huurwoningen. • Bij de bouwproductie spelen een aantal belangrijke ambities: een zorgvuldig en zuinig gebruik van de ruimte, klimaatadaptatie, een circulaire bouw en energievoorziening, en inspelen op demografische ontwikkelingen. • Een vlotte woningbouw wordt bemoeilijkt door verschillende knelpunten. Denk aan de capaciteitstekorten bij bouwbedrijven, gemeenten en nutsbedrijven en gestegen bouwkosten. Ook door stikstofregels en -toetsen, duurzaamheidscriteria en procedures komt de bouw op locaties minder snel van de grond. Binnen het actieplan wonen wordt ingezet op 3 doelstellingen: 1. de komende vijf jaar versnellen van de bouwproductie van 43.000 woningen met vijftig doorbraakprojecten. De provincie begint met grote projecten met een harde status die voor 2025 gerealiseerd kunnen zijn. 2. zorgen voor betere beschikbaarheid en betaalbaarheid van sociale en middeldure huur- en koopwoningen. De provincie zet daarbij niet alleen bestaande provinciale instrumenten in, maar draagt ook bij aan de financiering en/of totstandkoming van deze woningen. 3.
het toevoegen van 2000 flexibele woningen (tijdelijke huizen gerealiseerd door nieuwbouw of transformatie van bestaande woningen). Dit betekent een provinciale investering van € 1,2 miljoen. Het plan voorziet in de toevoeging van een woning. Daarmee draagt het plan bij aan de doelstelling van de regio tot het bouwen van 80.000 nieuwe woningen.
Herwijnen, Waaldijk 83
14
4.3 Regionaal beleid 4.3.2 Woonagenda Rivierenland 2020-2030 Het doel van de regionale woonagenda is om de woningbouwopgave in de regio af te stemmen. Regionale afstemming moet zorgen voor voldoende woningen, voor de juiste doelgroepen én op de goede plek. Rivierenland: aantrekkelijke woonregio Rivierenland is een aantrekkelijke woonregio, door haar gunstige centrale ligging en goede ontsluiting met de rest van Nederland. De regio beschikt over veel groen, ruimte en een relatief betaalbare woningvoorraad ten opzichte van omliggende steden als Utrecht, Den Bosch, Ede en Nijmegen. De verwachting is dat de druk vanuit deze omliggende steden hoog blijft. Het coronavirus zal mogelijk leiden tot een nog grotere trek vanuit omringende steden naar de regio. Ontwikkelingen als vergrijzing en toenemende mobiliteit hebben hun weerslag op de vraag naar woningen in Rivierenland. Daarnaast zijn er de laatste jaren veel nieuwe regels rondom het onderwerp wonen gekomen. Ook het coronavirus zal invloed hebben op de -regionale- economie en op de woningmarkt. Al deze ontwikkelingen samen vormden de aanleiding voor actualisatie van de Regionale Woonagenda Rivierenland. Regionale opgaven In de Regionale Woonagenda zijn vijf thema’s uitgewerkt waarop de acht regiogemeenten de komende jaren willen samenwerken. Deze thema’s zijn: 1. Continuïteit in productie 2. Betaalbaarheid van het wonen 3.
Flexibiliteit op de woningmarkt 4. Wonen en zorg 5. Duurzaamheid Opgave nieuwbouw Naast de inhoudelijke thema’s, bevat de regionale woonagenda ook een woningbouwprogramma voor de komende tien jaar. Hierin staan per gemeente bandbreedtes voor het aantal toe te voegen woningen. In totaal verwacht de regio Rivierenland in de periode 2020-2030 tussen 7.900 en 12.500 nieuwe woningen te realiseren, om te voorzien in de regionale woningbehoefte. De opgave is fors. Net als in veel delen van Nederland zullen er nieuwe woningen bij moeten komen om de druk op de woningmarkt te verlichten. 4.3.2 Regionaal Woningbouwprogramma regio Rivierenland De gemeente van de regio Rivierenland werken samen op het brede beleidsveld van het wonen. De afgelopen jaren is de samenwerking geïntensiveerd en hebben gemeenten de gelegenheid genomen om regionaal samen te werken met respect voor elkaar en zonder de lokale identiteit en belangen kwijt te raken. De samenwerking heeft een meerwaarde waar niet alleen medewerkers, maar ook portefeuillehouders tijd en energie in steken. Binnen het wonen zijn drie pijlers onderscheiden: wonen, wonen-zorg en de woonladder. De inhoudelijke thema’s van de pijler wonen zijn opgenomen in de Woonagenda Rivierenland. Een van de thema’s van de Woonagenda is de regionale woningbouwprogrammering. Jaarlijks actualiseert elke gemeente haar woningbouwprogramma.
Per project wordt het op dat moment bekende woningbouwprogramma (aantal, woningtype en huur-/koopprijs) beschreven. Ook wordt een inschatting gemaakt van de geplande oplevering per jaar. De programma’s van alle gemeenten worden samengevoegd tot het regionale woningbouwprogramma. Dit programma wordt vervolgens getoetst op een drietal onderdelen: 1. Woonmilieu, prijs en woningtype 2. Hardheid 3. Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving
Herwijnen, Waaldijk 83
15
Er zijn telkens drie gradaties opgenomen bij de toetsing (groen, oranje, rood). Belangrijk is daarbij dat met name oranje en rood niet direct ‘nee’ betekenen. De kleuren zijn bedoeld als signaal dat nog niet alles goed is. Oranje betekent dat het project met – soms kleine – wijzigingen beter wordt en dan naar groen kan verschieten. Rood kan aangeven dat het project écht nog niet voldoet aan het beleid, zoals het gewenste woningbouwprogramma. Het is bijvoorbeeld een signaal dat het project qua programma echt nog niet aansluit op het gewenste woningbouwprogramma. 1. Woonmilieu, prijs en woningtype Bij het programmeren gaat het niet uitsluitend om aantallen woningen. Minstens zo belangrijk is een diversiteit aan woningtypen in huur en koop. In het regionale woningbehoeftenonderzoek Rivierenland is het gewenste woningbouwprogramma opgenomen, ook uitgewerkt per gemeente. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande woningvoorraad. De nieuwbouw moet immers ook de tekorten in de bestaande woningvoorraad aanvullen. Gesteld kan worden dat met voorliggend bestemmingsplan het plan al in procedure is en daarmee in uitvoering is. Daarnaast draagt het plan bij aan de provinciale opgave om 80.000 nieuwe woningen in de regio te realiseren. Daarmee kan gesteld worden dat dit plan als groen aangemerkt kan worden. 2.
Hardheid Het bestemmingsplan bepaalt mede of een project (snel) ontwikkeld kan worden. Ook overeenkomsten spelen een rol, zeker als er bindende afspraken gemaakt zijn. Aan de basis van dit bestemmingsplan ligt het positieve besluit van het college om medewerking te verlenen aan het plan. Daarmee wordt het plan als oranje gekenmerkt. 3. Ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving Bij sommige inbreidingslocaties wordt hinderlijke bedrijvigheid gesaneerd. Herontwikkeling met woningbouw levert nagenoeg altijd een betere ruimtelijke kwaliteit op. Naast de verbetering van de woning zelf, kan een herontwikkeling ook een meerwaarde hebben voor de omgeving. Is daar sprake van, dan scoort het project groen. Het plan voorziet in de sanering van een bedrijfsperceel in de bebouwde kom van Herwijnen. Door het wijzigen naar een woonbestemming wordt nieuwvestiging van een volwaardig bedrijf op deze locatie juridisch-planologisch uitgesloten. Het plan brengt daardoor meerwaarde in voor de omgeving. Het plan scoort groen. Prioritering Op basis van de toetsing worden de projecten ingedeeld in kansrijke, onzekere en risicovolle plannen. Ook hierbij geldt dat plannen die op één of meer punten rood scoren niet direct van de projectenlijst afgevoerd hoeven te worden.
Projecten die uitsluitend rood scoren, verdienen wel een overweging: is het een project waar met veel inspanning wel een goed project van te maken is of wordt het tijd om afscheid te nemen van het project. Het plan scoort tweemaal groen en eenmaal oranje. Daarnaast ligt er een besluit van het college aan ten grondslag en de woning kan binnen 5 jaar gerealiseerd worden. Het plan wordt volgens het woningbouwprogramma geschaard binnen Categorie I: kansrijke plannen.
Herwijnen, Waaldijk 83
16
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie West Betuwe Op 22 februari 2022 is de Omgevingsvisie West Betuwe door de gemeenteraad vastgesteld. Deze gemeentelijke omgevingsvisie geeft het toekomstverhaal van West Betuwe weer. In de visie zijn zeven strategische opgaven en ambities opgenomen: 1. Gezonde en leefbare leefomgeving; 2. Wonen en voorzieningen; 3. Mobiliteit en bereikbaarheid; 4. Economie en ondernemerschap; 5. Landbouw; 6. Energie en klimaat; 7. Natuur, cultuur en recreatie. Deze opgaven en ambities gelden voor het grondgebied van de gehele gemeente. West Betuwe kent echter een variëteit aan gebieden, van kernen, werklocaties tot agrarisch gebied. In de omgevingsvisie wordt ook nog verder ingezoomd op drie deelgebieden: de kernen, het buitengebied en de werklocaties. Het plan voorziet in het toevoegen van een burgerwoning in de kern van Herwijnen, waarbij een bedrijfsbestemming wordt verwijderd en daarmee ook de eventuele nieuwvestiging van een bedrijf. Het plan voorziet daarmee in een kleinschalige woningbouwontwikkeling aan de Waaldijk. Doordat de nieuwe woning aan het lint langs de Waaldijk wordt gebouwd, is er sprake van een organische ontwikkeling in de lintbebouwing. Door qua ontwerp aan te sluiten bij de overige bebouwing draagt het plan bij aan het behouden van het cultuurhistorische karakter van het lint.
Omdat de nieuwe woning moet voldoen aan het meest recente duurzaamheidsbeleid, zal de nieuwe woning (bijna) energieneutraal opgeleverd moeten worden. Met betrekking tot de zeven strategische opgaven en ambities sluit het plan het beste aan bij het tweede punt: wonen en voorzieningen. Het plan draagt bij aan het vergroten van de woonvoorraad en bij de opgave om te bouwen voor de woonbehoefte van inwoners, onder de voorwaarde dat wordt aangesloten bij het dorpse karakter. Gezien de kleinschaligheid van dit plan, is het plan passend bij de aard en schaal van de kern van Herwijnen. Verder sluit het plan sluit aan bij het volgende ruimtelijke ontwikkelrichting voor kernen: ‘Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij het dorpse karakter van de kernen en dragen bij aan een gedifferentieerd woningaanbod. In alle dorpen zorgen we voor een mix van dure, middeldure en goedkope woningen om zo voor alle doelgroepen te kunnen bouwen. Daarnaast zijn alle nieuwe ontwikkelingen klimaatadaptief, zo veel mogelijk circulair en energieneutraal.’ Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie West Betuwe. 4.4.2 Woonvisie West Betuwe 2020-2030 West Betuwe is een geliefde en aantrekkelijke woongemeente, niet alleen voor de eigen inwoners maar ook voor woningzoekenden uit Rivierenland en andere regio's.
Er is veel bedrijvigheid, er wordt flink gebouwd, en bedrijven en inwoners zijn via weg, water en spoor uitstekend verbonden met grote steden en werklocaties elders. De 26 dorpen en kleine stadjes zijn dorps, ruim en groen, en alle dagelijkse voorzieningen zijn in de gemeente beschikbaar. Het is een aangename en rustige thuishaven. Ondertussen gebeurt er van alles in de wereld. Zo zorgt de grote druk op de woningmarkt in de Randstad voor toenemende vraag naar woningen in
Herwijnen, Waaldijk 83
17
omliggende gebieden. Rijk en provincie stimuleren versnelling van woningbouw. En de voortgaande vergrijzing vraagt om nieuwe woonzorgarrangementen. Met de woonvisie geven we aan hoe West Betuwe de komende 10 jaar op deze en andere trends wil inspelen. We willen een toekomstbestendige woningmarkt, waarin ruimte is voor alle doelgroepen, zodat we een leefbare, maar ook groene gemeente zijn en blijven. We willen een woningaanbod dat aansluit op de behoefte van de Inwoners. Dorpen waar jong en oud naar tevredenheid wonen. Binnen de woonvisie wordt uitgegaan van een viertal leidende principes: • We beschermen de unieke landschappelijke kwaliteiten en het karakter van West Betuwe en haar kernen; • Voor elke inwoner is een passende woning haalbaar en betaalbaar; • Ieder kan gezond en veilig wonen; • Woningbouw is mogelijk in elke kern, passend bij de aard en schaal van de kern. Extra groei krijgt de ruimte in de A2-corridor. Het plan draagt met het toevoegen van een woning bij aan het oplossen van de grote woningbehoefte in de gemeente West Betuwe. Vanuit de woonvisie van de gemeente volgen geen aanvullende randvoorwaarden waarmee het plan rekening gehouden dient te worden.
4.4.3 Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit biedt een inspiratiekader en bevat richtlijnen en criteria waar aanvragen om een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen aan worden getoetst. In het kader van de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en de welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Wat het bestemmingsplan mogelijk maakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en behoort tot het domein van welstand. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt, invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies richt zich dan op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit worden in de gemeente zeven deelgebieden onderscheiden: 1. Historische dorpsgebieden 2. Planmatige woonbuurten 3. Gebieden met een bijzondere functie 4. Bedrijventerreinen 5. Buitengebied / dijklinten en uiterwaarden 6. Buitengebied / oeverwallen 7. Buitengebied / komgronden
Herwijnen, Waaldijk 83
18
Plangebied Afbeelding 11: Kaart deelgebieden & richtlijnen voor bouwopgaven Herwijnen
Het plangebied is gelegen in het deelgebied Historische dorpsgebieden. Voor het dorp Herwijnen heeft de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit ten aanzien van de ruimtelijke situatie beschreven: ‘Herwijnen is een typisch dijkdorp aan de Waal. De bebouwing heeft zich in eerste instantie langs de dijk ontwikkeld en langs enkele wegen onderaan de dijk: de huidige Rij- en Uitweg, Molenstraat, Peperstraat en de Onderweg. De gebogen Achterweg ligt verder landinwaarts en sluit aan beide uiteinden op de Waaldijk aan. Enige historische kernvorming is zichtbaar tussen Waaldijk en Peperstraat tot aan de huidige Schoutensteeg. Het is een karakteristiek gebiedje met 19 e eeuwse bebouwing bestaande uit een school, kerk met pastorie, Huis Kerkenstein met koetshuis, een vierdubbel dwars woonhuis, een boerderij met dubbel dwars voorhuis, een brandweerhuisje en huis Frissestein met dienstwoning. In de periode 1850-1940 verscheen nieuwe bebouwing aan de bestaande bebouwingslinten. Na de oorlog is de ruimtelijke ontwikkeling van Herwijnen sterk bepaald door de noodzaak tot versterking van de rivierdijken langs de Waal. Uitbreiding in de vorm van een compacte kern vond plaats ten noorden van de dijk. Deze kern valt onder het deelgebied woongebieden.’ Afhankelijk van de kwetsbaarheid of juist draagkracht van een gebied, wordt meer vrijheid geboden of juist meer zorgvuldigheid gevraagd.
Voor de historische dorpsgebieden geldt het beleidsniveau ‘Respect’. Waarde De historische stads- en dorpsgebieden hebben hun eigen onderscheidende en waardevolle karakteristiek als oorspronkelijk gestrekt oeverwaldorp, brinkdorp of esdorp weten te behouden en dragen ieder voor zich bij aan de beeldkwaliteit en identiteit van de gemeente West Betuwe. De oorspronkelijke dijklinten, polderlinten en achterstraten of onderstraten langs achtererven van dijkwoningen zijn nog herkenbaar aanwezig. In de kleinere kernen zijn de overgangen tussen de historisch dorpsgebieden en de open komgronden vaak nog nauwelijks aangetast. De historische dorpsgebieden vormen de context van veel objecten van cultuurhistorische waarde.
Herwijnen, Waaldijk 83
19
Kernkwaliteiten • De stedenbouwkundige structuur van de historische dorpsgebieden wordt bepaald door de oorspronkelijke linten waarlangs de bebouwing perceelsgewijs tot stand is gekomen. Het straatbeeld is wisselend door het individuele karakter van de bebouwing en de onderling verspringende rooilijnen. De bebouwingsstructuur is overwegend open met doorzichten naar het achterliggende gebied. De variatie in situering is groot. Panden staan of direct langs de weg en vormen een gevelwand of zijn geplaatst in een ruimere setting van een tuin. • De openbare ruimte wordt bepaald door het profiel van de straat, de stoep, de groene inrichting van de voortuinen of de aanstrating tot de voorgevels en het aanwezig groen in het openbare gebied. De bestrating zorgt voor samenhang. Het onderscheid tussen openbaar- en privégebied is duidelijk gemarkeerd. • De typologie en architectuur van de bebouwing is divers van karakter. De gebouwen zijn individueel ontworpen en dateren uit verschillende tijdsperioden. De bebouwing bestaat overwegend uit één tot twee lagen met kap. De samenhang wordt bepaald door de overeenkomsten in maat en schaal van de bebouwing, de eenvoudige hoofdvormen, de toepassing van kappen en de onderlinge positie van de bebouwing ten opzichte van de weg. • Gevelindeling, materiaal, detaillering en kleur is gevarieerd en afhankelijk van de bouwstijl.
De gevels zijn vaak traditioneel geordend; naar boven toe worden gevelopeningen meestal kleiner. De overeenkomsten bestaan uit de toepassing van gatengevels en de toepassing van natuurlijk materiaalgebruik als rode of bruine baksteen, pleisterwerk, keramische rode of antracietkleurige pan, riet en hout. Het kleurgebruik is ingetogen en voegt zich naar de kenmerken van de betreffende bouwstijl. Ambities • Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw, landschap en architectuur worden gerespecteerd. • Het behouden van de aanwezige cultuurhistorische waarden vormt het uitgangspunt. • Dorpsentrees en dorpsranden (met name de nauwelijks aangetaste overgangen tussen historische dorpsgebieden en open komgronden) krijgen bij wijzigingen en toevoegingen bijzondere aandacht. • Bouwplannen worden kavelsgewijs en niet seriematig ontwikkeld en dragen bij aan dorpse karakter. • Bij volledige herbouw van gebouwen worden stedenbouwkundige en architectonische verstoringen niet herhaald, maar hersteld om zo een bijdrage te leveren aan een aantrekkelijke woon-, werk-, of winkelgebied passend bij de eigen onderscheidende karakteristiek van het betreffende dorp. • Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over.
Ten aanzien van de nieuwe burgerwoning wordt aangesloten bij de bestaande kernkwaliteiten langs de Waaldijk. De rooilijnen langs de Waaldijk zijn variërend en liggen tegen de Waaldijk of dicht tegen de dijk aan. De positie van de nieuwe woning wordt op een kleine afstand van meter van de waterkering gerealiseerd en sluit daarmee aan bij de stedenbouwkundige structuur. Het onderscheid tussen openbaar- en privégebied is duidelijk gemarkeerd door de bestaande klinkerbestrating te behouden. Het verschil tussen asfalt en klinkerverharding markeert het verschil tussen openbaar en privégebied. Doordat de woningen aan de Waaldijk elk vrij divers van karakter zijn, ontstaat er ruimte voor het ontwerp van de nieuwe woning aan de Waaldijk. Wel wordt aangesloten bij de karakteristieken, zoals het bouwen van een woning met één tot twee lagen met een standaard (zadel)dak. Verder zal de beoogde woning aansluiten bij een traditionele bouwstijl: de gevelopeningen worden naar boven toe kleiner en er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen, zoals het toepassen van rode of bruine baksteen in de gevels en antracietkleurige pannen op het dak. Het kleurgebruik is ingetogen, Herwijnen, Waaldijk 83
20
landelijk en in harmonie met de omgeving. Doordat het ontwerp aansluit bij de kernkwaliteiten in de omgeving, kan gesteld worden dat het ontwerp passend is en daarmee aansluit bij de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.
Afbeelding 12: Concept ontwerp voorgevel nieuwe woning
Het uiteindelijke definitieve ontwerp zal worden toegevoegd bij de omgevingsvergunningaanvraag, waarbij de Commissie Ruimtelijke kwaliteit het ontwerp zal toetsen.
Herwijnen, Waaldijk 83
21
4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskaders’ kan worden geconcludeerd dat: • In het voorgenomen plan is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk dan wel van toepassing is; • Het onderhavige plan is stedenbouwkundig goed inpasbaar en betekent een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; • Het onderhavige plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.
Herwijnen, Waaldijk 83
22
5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage In de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Aan de hand van de voorgenomen nieuwbouw van een burgerwoning zal de vraag beantwoord moeten worden of een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Voor de beantwoording van deze vraag is allereerst het bepaalde in het Besluit m.e.r. van belang. De verplichting tot het opstellen van een m.e.r. is opgenomen in artikel 7.2 Wm. Dit artikel vormt een omzetting van de EG-m.e.r-richtlijnen. Voor de beantwoording van de vraag of voor een concreet plan een m.e.r. dient te worden doorlopen, dient primair te worden beoordeeld of de activiteit valt binnen de onderdelen C en D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Onderdeel C geeft aan wanneer sprake is van een m.e.r.-plicht. Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een plan-m.e.r.
(kolom 3 van onderdeel C) en een besluit-m.e.r (kolom 4 van onderdeel C). Onderdeel D geeft de activiteiten en gevallen aan waarin sprake is van een m.e.r.- beoordelingsplicht (dan moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van significante milieugevolgen en als deze aan de orde zijn dient een m.e.r. plaats te vinden). Het plan voorziet in het toevoegen van een woning en kan daarmee aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in activiteit D11.2 in bijlage D bij het Besluit m.e.r. Voor woningbouw wordt een drempelwaarde van 2000 woningen aangehouden. De bouw van een woning blijft ruimschoots onder deze drempelwaarde, waardoor er geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht voor dit plan geld. Wel moet er een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden opgesteld, aangezien de activiteit die het plan mogelijk maakt is opgenomen in Bijlage D bij het Besluit m.e.r. De gevolgen voor het milieu zijn in de volgende paragrafen in dit hoofdstuk behandeld en beoordeeld. Voor een aantal milieuaspecten (zoals geluid, bodem en ecologie) zijn onderzoeken uitgevoerd om de milieueffecten in beeld te brengen. Op basis van de beoordeling in de milieuparagrafen en de resultaten uit de milieukundige onderzoeken worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Ten aanzien van het aspect bodem is asbest in de bodem en een ernstige bodemverontreiniging gevonden.
Deze zijn echter reeds geïsoleerd onder de aanwezige klinkerverharding. Daarnaast zal – als er grond vrijkomt – worden gewerkt met een gesloten grondbalans. Omdat herinrichting ter plaatse van deze verontreinigingen niet plaatsvinden, heeft dit verder geen gevolgen voor het milieu. Beschouwd vanuit de criteria uit Bijlage III blijken belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ook niet aan de orde te zijn: Kenmerken van het project Het onderhavige plan maakt het juridisch-planologisch mogelijk om naast de woning Waaldijk 83 te Herwijnen een vrijstaande woning te realiseren. Het gebruik van het perceel wordt omgezet van deels wonen/bedrijf naar volledig wonen. Er vinden in de nieuwe situatie op de locatie geen productiewerkzaamheden plaats en de verkeersbewegingen zullen niet onevenredig toenemen (slechts de toevoeging van één woning). De bouw van een woning is niet dusdanig ingrijpend dat de omgeving van het plangebied wezenlijk veranderd. Verder voorziet het plan niet in Herwijnen, Waaldijk 83
23
het produceren van afvalstoffen, anders dan regulier huisafval wat via de reguliere wegen zal worden afgevoerd. Ligging van het project Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Gelderland. Gezien de omvang van het onderhavige bouwplan en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000gebied zullen de werkzaamheden geen relevante of significante invloed hebben op de beschermde gebieden. Daarnaast zullen de afvalstromen (regulier huisafval) niet eindigen in de natuur, maar wordt dit via de reguliere wegen afgevoerd. Kenmerken van het potentiële effect Er worden geen relevante of significante effecten op het milieu verwacht. De kans dat deze effecten zich voordoen is daarom ook niet aan de orde. Conclusie Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, er geen sprake is van productiewerkzaamheden, er geen sprake is van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen, de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, etc. kan – met in achtneming van de selectiecriteria in Bijlage III, redelijkerwijs worden verwacht dat er geen sprake is van ernstige milieugevolgen gerelateerd aan de planontwikkeling en kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. kan worden volstaan met een onderbouwing van de diverse milieuaspecten in hoofdstuk 5.
Herwijnen, Waaldijk 83
24
5.2 Geluidhinder Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De Wgh stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige objecten en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. De Wgh stelt dat alle wegen een geluidszone hebben, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen. Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh hoeft geen akoestisch onderzoek te worden verricht voor 30 km/h wegen. De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige objecten binnen de geluidszone van wegen bedraagt 48 dB, de maximaal te ontheffen geluidsbelasting bedraagt 53 dB in het landelijk gebied en 63 dB in het stedelijk gebied. Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn diverse voor de Wgh relevante wegen gelegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een spoorweg of een gezoneerd bedrijventerrein, waardoor deze bronnen buiten beschouwing gelaten kunnen worden. Het onderhavige plan betreft de realisatie van een woning.
In het kader van de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen van een geluidsgevoelig object en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai noodzakelijk. Door De Roever Omgevingsadvies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai opgesteld. Het rapport is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. De conclusie van dit rapport luidt: ‘Hogere waarde Uit het onderzoek blijkt dat een hogere waarde procedure niet nodig is. De voorkeursgrenswaarde (48 dB) door de Waaldijk wordt niet overschreden. Benodigde gevelwering De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevel bedraagt 20 dB. Deze waarde wordt in het Bouwbesluit geëist bij nieuwbouw. Gesteld kan worden dat een nader onderzoek naar de gevelwering niet nodig is. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘Redelijk’ tot ‘Zeer goed’. De gewenste woning beschikt over 3 geluidluwe gevels. De achtertuin is aan een van deze geluidluwe gevels gelegen. Gesteld kan worden dat de cumulatieve geluidbelasting een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat.’ Conclusie Het onderhavige bestemmingsplan ondervindt wat betreft geluidhinder geen belemmeringen.
Herwijnen, Waaldijk 83
25
5.3 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies (woningen) dient te worden onderzocht of er zich in de omgeving bedrijfsactiviteiten bevinden die relevante milieuhinder kunnen veroorzaken. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Voor een goede ruimtelijke ordening wordt in het algemeen gebruik gemaakt van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Deze publicatie is bedoeld voor het ruimtelijk scheiden van bedrijven in relatie tot woningen en omgekeerd, zodat in geen van beide situaties een belemmering voor één van beiden optreedt. In de publicatie staan richtafstanden vermeld voor geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen rustige woonwijk en rustig buitengebied. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is. Onderzoek Het onderhavige bouwplan betreft de realisatie van een woning. In het kader van het aspect bedrijven en milieuzonering is hiermee sprake van het toevoegen van een milieugevoelig object.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bouwplan getoetst aan de richtafstanden van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende relevante bedrijven gevestigd.
6 5
4
1 2 3
Afbeelding 13: Afstanden plangebied t.o.v. omliggende bedrijven
Herwijnen, Waaldijk 83
26
Tabel 2: Afstanden plangebied t.o.v. omliggende bedrijven Nr. Adres Functie MilieuZwaarste cat. richtafstand conform VNG 1 Molenstraat 4 Transportbedrijf 3.1 50 meter (geluid) 2 Molenstraat 7 Agrarisch bedrijf 3.2 100 meter (geur) 3 Molenstraat 9 Agrarisch bedrijf 3.2 100 meter (geur) 4 Achterweg 4 Agrarisch bedrijf 3.2 100 meter (geur) 5 Rij- en uitweg Handel in auto’s 2 30 meter 2 en motorfietsen, (geluid) reparatie- en servicebedrijven 6 Rij- en uitweg Agrarisch bedrijf 3.2 100 meter 4 (geur)
Feitelijke afstand 128 meter 189 meter 238 meter 250 meter 290 meter
360 meter