CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-058 Bijlage t_NL.IMRO.1960.TUIAmmanswal2-ONT1.pdf

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 7: Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Ammanswal 2 te Tuil13.525 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE WEST BETUWE Ammanswal 2 te Tuil Toelichting

HDD Advies Voorstraat 8 4033 AD Lienden T. 085 – 023 90 59 www.hddadvies.nl info@hddadvies.nl

Gemeente:

West-Betuwe

IMRO code:

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1

Plangebied:

Ammanswal 2 te Tuil

Opdrachtgever:

Maatschap Leeuwis Agro Ammanswal 2 4176 BP Tuil

Datum:

januari 2022

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 2

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ............................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Aanleiding en doelstelling ..................................................................................... 5 Plangebied .............................................................................................................. 6 Geldend bestemmingsplan .................................................................................... 6 Leeswijzer ............................................................................................................... 7

Plangebied en planontwikkeling ....................................................................... 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis ......................................................................................... 8 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur ..................................................................... 8 2.3 Beschrijving planontwikkeling .............................................................................10 2.3.1 Ontwikkeling......................................................................................................10 2.3.2 Landschappelijke inpassing ..............................................................................13 2.4 Afwijken van het geldende bestemmingsplan .....................................................13

3

Beleidskader ..................................................................................................... 14 3.1 Europees- en Rijksbeleid ......................................................................................14 3.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn ....................................................................................14 3.1.2 Uitspraak Raad van State .................................................................................15 3.1.3 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .............................................................15 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ....................................................16 3.1.5 Soorten .............................................................................................................16 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................16 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Nederland .......................................................................16 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland ...................................................................17 3.3 Beleid waterschap .................................................................................................19 3.3.1 KRW

.................................................................................................................19 3.3.2 Waterbeheerprogramma 2016-2021 .................................................................19 3.3.3 Keur Waterschap Rivierenland 2014 .................................................................20 3.3.4 Waterplan..........................................................................................................20 3.3.5 Conclusie water.................................................................................................20 3.4 Gemeentelijk beleid ...............................................................................................20 3.4.1 Regionaal landschapsontwikkelingsplan ...........................................................20 3.4.2 Welstandsbeleid ................................................................................................21

4

Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................ 22 4.1 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................22 4.1.1 Archeologie .......................................................................................................22 4.1.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................23 4.2 Leidingen ...............................................................................................................23 4.3 Milieu ......................................................................................................................23 4.3.1 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................23 4.3.2 Bodem ..............................................................................................................24 4.3.3 Externe veiligheid ..............................................................................................24 4.3.4 Geluid ...............................................................................................................29 4.3.5 Luchtkwaliteit ....................................................................................................30 4.4 Natuur

.....................................................................................................................32 4.4.1 Gebieden ..........................................................................................................32 4.4.2 Soorten .............................................................................................................33

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 3

4.5 4.6 4.7

5

Verkeer en parkeren ..............................................................................................33 Waterhuishouding .................................................................................................37 Vormvrije m.e.r. beoordeling ................................................................................38

Juridische regeling ........................................................................................... 40 5.1 5.2 5.3

6

Juridische achtergrond .........................................................................................40 Toelichting verbeelding ........................................................................................40 Toelichting regels ..................................................................................................40

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid..................................... 41 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................41 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................41

Bijlagen.................................................................................................................... 42

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Principestandpunt en SAAB-Advies; Tekeningen beoogde situatie; Ecologisch onderzoek; Bodemonderzoek; Toelichting landschappelijke inpassing; Notitie archeologie

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doelstelling

Voorliggende toelichting is opgesteld om het agrarisch bouwvlak aan de Ammanswal 2 te Tuil uit te breiden. Maatschap Leeuwis Agro, verder te noemen als ‘initiatiefnemer’, exploiteert op deze locatie een fruitbedrijf. Het plangebied bestaat op dit moment uit een bedrijfswoning met fruitschuur. Op het bedrijf worden voornamelijk appels en peren geteeld. Momenteel heeft initiatiefnemer geen mogelijkheden om alle op het bedrijf geteelde producten zelf te kunnen opslaan, koelen en desgewenst sorteren. Derhalve wordt het fruit nu op een locatie elders gekoeld en gesorteerd. Om de continuïteit van de huidige exploitatie te kunnen waarborgen en de afzet te kunnen garanderen naar de toekomst toe, is het noodzakelijk om vanuit de thans bestaande bedrijfsvoering te investeren in mogelijkheden om het zelf geteelde fruit te kunnen koelen, sorteren en te kunnen verpakken. Tevens verdient het voor het toezicht de voorkeur om te beschikken over eigen koelruimtes en een eigen sorteer-, verpakkings- en expeditie ruimte. Om deze reden is initiatiefnemer voornemens om een bedrijfspand te realiseren waarin het mogelijk is om alle op het bedrijf geteelde fruit zelf te kunnen opslaan, sorteren, koelen en vervolgens te verpakken. Tevens kan in het bedrijfspand ruimte worden gecreëerd ten behoeve van opslag van machines en materialen.

Initiatiefnemers zijn voornemens om aan de achterzijde van het perceel aan de Ammanswal 2 te Tuil dat grenst aan het industrieterrein, dus op enige afstand van het huidige bedrijfslocatie, een nieuw bedrijfspand te realiseren. Het bedrijfspand zal aansluitend worden gerealiseerd aan het bedrijfsterrein, zodat rechtstreeks kan worden ontsloten op het bedrijfsterrein (Zandweistraat). Het huidige bouwvlak is voor de gewenste planvorming onvoldoende toereikend. De uitbreiding van het bouwvlak met een oppervlakte van 1,5 hectare, waarbij de uitbreiding op circa 150 meter van het bestaande bouwvlak komt, is niet direct mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan omdat de uitbreiding niet aansluit op het bestaande bouwvlak. De gemeente West Betuwe, voormalig gemeente Neerijnen, ziet aanknopingspunten in het ruimtelijk beleid voor het initiatief en heeft aangegeven dat de uitbreiding van het bouwvlak, voorzien van een koppelteken naar het bestaande bouwvlak, gerealiseerd kan worden middels een partiële herziening (art. 3.1 Wro). Voorliggende toelichting betreft de planologische verantwoording van het initiatief. In onderstaande figuren is de huidige situatie en de beoogde situatie weergegeven. De bouwvlakken zijn rood omkaderd. In de beoogde situatie worden de bouwvlakken middels een koppelteken met elkaar verbonden.

Figuur 1.1 Bestaande situatie (links) en beoogde situatie (rechts)

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 5

1.2

Plangebied

Het plangebied aan de Ammanswal 2 te Tuil is gelegen in het buitengebied van de gemeente West Betuwe en is kadastraal bekend als gemeente Haaften, sectie M, nummer 32. De beoogde uitbreiding van het bouwvlak is kadastraal bekend als gemeente Haaften, sectie M, nummer 33. Het plangebied is gelegen tussen het industrieterrein Slimwei te Waardenburg en het glastuinbouwcluster in Tuil. Ten oosten van de planlocatie is de Rijksweg A2 gelegen. Ten zuiden van de planlocatie is de Provinciale weg N830 gelegen. De omliggende gronden zijn voornamelijk in gebruik als gras- en bouwland en ten behoeve van de fruitteelt. In onderstaande figuur is de wijdere omgeving van de planlocatie weergegeven. Het bestaande bouwvlak en de beoogde locatie van het bedrijfspand zijn rood omcirkeld.

A2

Industrieterrein Slimwei

Glastuinbouwcluster Tuil

N830

Figuur 1.2 Wijdere omgeving planlocatie (Bron: google.nl/maps)

1.3

Geldend bestemmingsplan

De geldende juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’. Dit bestemmingsplan is definitief vastgesteld op 6 december 2018. In het bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bijbehorend agrarisch bouwvlak. Daarnaast ligt over het overgrote deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De uitbreiding van het bouwvlak past niet direct in het bestemmingsplan omdat de uitbreiding niet aansluitend is op het bestaande bouwvlak.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 6

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan ´Buitengebied 2008`

De uitbreiding van het bouwvlak kan worden gerealiseerd middels een partiële herziening (artikel 3.1 Wro).

1.4

Leeswijzer

In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op het plangebied en het initiatief. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleid van de verschillende overheden omschreven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 en 6 de juridische aspecten en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid omschreven.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 7

2

PLANGEBIED EN PLANONTWIKKELING

2.1

Ontstaansgeschiedenis

Tuil ligt met Haaften en Hellouw in de kernenreeks langs de Waal en maakte voor 1978 onderdeel uit van de gemeente Haaften. In tegenstelling tot Haaften en Hellouw is Tuil niet als een typisch dijkdorp ontstaan. Het dorp ligt ten opzichte van de Waalbandijk duidelijk landinwaarts, mede als gevolg van de aanleg van de spoorbrug over de Waal. De nabijheid van het oorspronkelijke veer naar Zaltbommel heeft in het verleden duidelijke vestigingsvoorwaarden geschapen. De drie kernen binnen de voormalige gemeente Haaften zijn onderling verbonden door de in oost-westrichting door het gebied lopende Waalbandijk en de provinciale weg N830. Bij Tuil vallen deze verbindingswegen samen. Ondanks de kleine omvang van het dorp, had Tuil al vroeg een eigen kerk. Hierdoor was Tuil hoofdplaats van de Ring van Tuil in de hervormde classis Bommel. De kerken van Gameren, Haaften, Hellouw en Nieuwaal waren dochterkerken van de kerk van Tuil. Van oudsher vond de ontginning van het rivierengebied plaats vanaf de hoger gelegen stroomruggen en oeverwallen. Op deze hoger gelegen zandige gronden werden akkers en boomgaarden aangelegd. De oudste ontginningen bestaan uit onregelmatig gevormde kavels (kromakkers) ten zuiden van de huidige Buitenweg.

Het gebied ten noorden van deze weg heeft een waaiervormig verkavelingspatroon van bijna parallelle sloten in oostelijke, noordelijke en noordwestelijke richting. Tuil is in de 20e eeuw ontwikkeld als tuinbouwgebied. Twee tuinbouwontwikkelingen gingen daarbij hand aan hand. Sinds 1900 groeide de fruitteelt rondom Tuil in de zone langs de dijk. Bij de ruilverkaveling van 1960 ontstond schaalvergroting en werden grote stukken grond geschikt gemaakt voor fruitteelt. Tot 1985 werd nagenoeg het gehele gebied ten zuiden van de Haarstraat ontwikkeld met boomgaarden. Daarnaast ontstond in de jaren ‘60 aan de Bouwing, in het hoogste en droogste deel van het gebied, glastuinbouw. De tuinbouw is hier nu nog zichtbaar als een weerspiegeling van het tijdsbeeld van de 60-er jaren. Vanaf de jaren ‘90 is de glastuinbouw sterk uitgebreid in het hele gebied. De huidige combinatie van fruit en glas is een fraai beeld van de agrarische ontwikkeling in de 20e eeuw.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de Ammanswal 2 te Tuil op de rivieroeverwal van de Waal tussen de kernen Waardenburg en Haaften. Het is een dynamisch gebied. Deze stedelijke dynamiek wordt met name veroorzaakt door de nabijheid van de autosnelwegen A2 en A15. Een snelwegaansluiting op de A2 zit op korte afstand van Tuil. De dorpskernen van Waardenbrug, Tuil en Haaften worden verbonden met de snelweg door de Graaf Reinaldweg (N830) die in westelijke richting doorgaat naar Gorinchem. Hiermee is het plangebied voor de ontwikkeling van transport en bedrijvigheid een zeer strategische locatie. Het plangebied ligt op korte afstand van de Waal, op de overgang van de oeverwal naar de open kom. Het bestaande bouwvlak is ingericht met een bedrijfswoning en een fruitschuur. De beoogde uitbreiding van het bouwvlak is op een afstand van circa 150 meter in de noordoostelijke richting vanaf het huidige bouwvlak gelegen. Deze grond is in de huidige situatie in gebruik voor de fruitteelt. Aan de noordzijde van het bouwvlak is de Ammanswal gelegen. De oostzijde van de uitbreiding van het bouwvlak wordt begrensd door het industrieterrein Slimwei. De planlocatie ligt op circa 500 meter afstand van de dorpsrand van Tuil. Onderstaande figuren geven een impressie van het plangebied weer. In figuur 2.1 is een impressie van de Ammanswal weergegeven.

In figuur 2.2 is een impressie van Industrieterrein Slimwei weergegeven vanaf de beoogde ontsluiting naar de planlocatie. Vervolgens is in figuur 2.3 een impressie van de locatie van de beoogde uitbreiding van het bouwvlak weergegeven. Ten slotte is in figuur 2.4 weergegeven vanaf welke locatie de foto’s zijn gemaakt.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 8

Figuur 2.1 Impressie Ammanswal (1)

Figuur 2.2 Impressie industrieterrein Slimwei vanaf beoogde locatie (2)

Figuur 2.3 Impressie beoogde locatie uitbreiding bouwvlak (3)

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 9

1, 3

Uitbreiding bouwvlak

2, 3

Koppelteken

Huidig bouwvlak

Figuur 2.4 Luchtfoto planlocatie

2.3

Beschrijving planontwikkeling

2.3.1 Ontwikkeling Initiatiefnemer exploiteert een grondgebonden fruitteeltbedrijf aan de Ammanswal 2 te Tuil. Initiatiefnemer heeft momenteel een totaal areaal van circa 63 hectare grond in gebruik. In het verleden was het bedrijf voor meer dan 95% een appelteeltbedrijf. Echter, in de huidige situatie worden voornamelijk peren, en in mindere mate appels, geteeld. De huiskavel behelst een oppervlakte van ruim 15 ha achter het erf en woonhuis gelegen. Momenteel heeft initiatiefnemer onvoldoende mogelijkheden om alle op het bedrijf geteelde producten zelf te kunnen opslaan, koelen en desgewenst te sorteren. Om deze reden wordt het geteelde fruit elders gekoeld en gesorteerd. Om de continuïteit van de huidige exploitatie te kunnen waarborgen en de afzet te kunnen garanderen naar de toekomst toe, is het noodzakelijk om vanuit de thans bestaande bedrijfsvoering te investeren in mogelijkheden om het zelf geteelde fruit te kunnen koelen, sorteren en te kunnen verpakken. Tevens verdient het voor het toezicht de voorkeur om te beschikken over eigen koelruimtes en een eigen sorteer-, verpakkings- en expeditie ruimte. Immers, de vraag vanuit de afzetkanalen is groeiende voor het aanleveren van kwalitatief hoogwaardige - keten traceerbare producten gestoken in een duurzame verpakking.

Initiatiefnemer is voornemens om een bedrijfspand te realiseren met een bouwhoogte van 9 meter waarin het mogelijk is om alle op het bedrijf geteelde appels en peren zelf te kunnen opslaan, sorteren, koelen en vervolgens te verpakken. Op deze manier kan er vervolgens rechtstreeks naar de afnemer worden geleverd. Tevens kan in het bedrijfspand ruimte worden gecreëerd ten behoeve van opslag van machines en materialen. Het beoogde bedrijfspand voorziet in een koelcapaciteit van 2 miljoen kilo fruit. Dit is voldoende voor de beoogde bedrijfsvoering. Initiatiefnemer voorziet in een opbrengst van circa 45 ton appels per hectare en circa 38 ton peren per hectare. De opbrengst betreft appels en peren van een verschillend kwaliteitsniveau, waarvan een gedeelte direct wordt afgezet. Onderstaande afbeelding geeft een impressie weer van het beoogd plangebied.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 10

Figuur 2.5: Impressie beoogd plangebied. De gewenste bebouwing is niet passend binnen het huidige bouwvlak. Bovendien vinden momenteel alle vervoersbewegingen van- en naar de planlocatie plaats via de door natuurlijke knotwilgen omgeven landweg, de Ammanswal, welke parallel loopt aan voornoemd industrieterrein. Met name de op dit grondgebonden fruitteeltbedrijf geteelde appels en peren worden allen via deze weg middels vrachtauto’s vervoerd naar elders. Omdat in de huidige situatie vervoersbewegingen reeds een knelpunt vormen en omdat het beoogde bedrijfspand niet passend is op het huidige bouwvlak, is het voornemen om op enige afstand een bouwvlak te realiseren welke middels een koppelteken verbonden wordt aan het huidige bouwvlak. De beoogde locatie om voorziene planvorming te realiseren betreft een gedeelte van de huidige huiskavel, welke grenzend aan de achterzijde van industrieterrein Slimwei. Dit perceel kan vervolgens middels een brug of rechthoekige duiker, rechtstreeks ontsloten worden op industrieterrein Slimwei. Immers, de infrastructuur op dit industrieterrein is hier reeds op toegerust, daarnaast is het voor niemand wenselijk dergelijke transportbewegingen via de Ammanswal te leiden. Ten behoeve van deze ontsluiting is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan.

Initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat er steeds meer aandacht is voor de aspecten duurzaamheid en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hiertoe is het initiatief ontstaan om een innovatieve perenboomgaard te realiseren met oog voor maximale duurzaamheid: de ‘Boomgaard van de toekomst’. Dit project heeft meerdere doelstellingen, te weten: Het duurzamer telen van hardfruit, met name door meer gebruik te maken van zonne-energie, verfijnde aansturing van de watergift en meststoffen en gerichte duurzamer inzetten van gewasbeschermingsmiddelen met veel oog voor natuurlijke vijanden; Het goed verkennen en liefst ook realiseren van een afzet en ketenaanpak waarbij het duurzamere geteelde product meer afzetgarantie en meerprijs oplevert; Het realiseren van een demoperceel waarin afnemers inclusief supermarkt, collega’s en betrokkenen in de fruitteeltsector en ook burgers en andere belangstellenden kennis kunnen nemen en in gesprek kunnen gaan over de fruitteelt en de mogelijkheden om deze verder te verduurzamen. NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 11

Daarbij willen zij meer automatisering gaan toepassen bij de teelt van het fruit. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan het op afstand aansturen van water druppeling. Gerichte watergift en bemesting leidt tot minder verspilling van water en mest. De nieuwe bedrijfshal wordt voorzien van zonnepanelen. Door het optimaal inzetten van zonnepanelen, kan energie- en klimaatneutraal geteeld worden. Zo wordt de warmtepomp in de beoogde situatie voorzien van stroom opgewekt door de zonnepanelen. Er wordt in de beoogde situatie enkel gebruikt gemaakt van elektrische heftrucks. De door de zonnepanelen opgewekte stroom zal worden gebruikt voor het opladen van de accu’s van deze heftrucks. Daarnaast wordt in de beoogde situatie gekoeld middels een groene koelinstallatie. Het koelsysteem heeft als enige koudemiddel het natuurlijke CO 2 (koolstofdioxide). Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen, zoals bijvoorbeeld het CO2 koudemiddel, is belangrijk voor behoud van het milieu omdat ze niet schadelijk zijn voor de ozonlaag. Natuurlijke koelmiddelen zijn middelen die als stof vrij in de natuur voorkomen. Ze dragen minder bij aan het broeikaseffect omdat de gunstige energetische eigenschappen vaak tot lagere indirecte CO2 uitstoot leidt.

Ten slotte wordt de inzet van gewasbeschermingsmiddelen teruggedrongen door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te simuleren en daarmee de omstandigheden voor natuurlijke vijanden van plaaginsecten te optimaliseren. Ten behoeve van het project ‘Boomgaard van de toekomst’ wordt een demoveld gerealiseerd. In het bedrijfspand wordt een belevingscentrum gerealiseerd. De doelstellingen zijn terug te lezen in het projectplan ‘Boomgaard van de toekomst’. In de beoogde situatie wordt het tevens mogelijk gemaakt om in het bedrijfspand twintig seizoenarbeiders te huisvesten. Hieraan is een maximaal aantal vierkantemeters gekoppeld op basis van 16m2 per persoon. Deze huisvesting is uitsluitend bedoeld voor seizoenarbeiders welke tijdelijk werkzaam zijn op het bedrijf. Het betreft wisselend gebruik. De huisvesting is niet geschikt voor zelfstandige bewoning. De seizoengebonden oogstwerkzaamheden betreffen snoeien, dunnen en plukken. De oogstwerkzaamheden vinden plaats in de maanden augustus tot en met oktober. Volgens de Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen (SAAB) is het bedrijf een meer dan ruim volwaardig agrarisch bedrijf in de vorm van een fruitteeltbedrijf. Gelet op de bestaande bedrijfsvoering en de participatie van de zoon, is de continuïteit van de onderneming verzekerd. De uitbreiding is naar mening van SAAB noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering.

Dat dit op afstand gebeurd, opdat dan rechtstreeks ontsloten kan worden op het bedrijventerrein, acht de SAAB niet bezwaarlijk. Het SAAB advies is bijgevoegd in bijlage 1 van onderhavige toelichting. In onderstaande figuur is een schets van het beoogde bedrijfspand weergegeven.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 12

Figuur 2.6 Schets te realiseren bedrijfspand 2.3.2 Landschappelijke inpassing Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing van de gewenste situatie is een landschapsplan opgesteld. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de realisatie van de landschappelijke inpassing de verzekeren. De landschappelijke inpassing beoogt het perceel in te bedden in zijn omgeving en de randen van passende landschappelijke beplanting te voorzien. Het landschappelijk inpassingsplan gaat uit van een inpassing waarbij het zicht op de agrarische bedrijfsbebouwing wordt verzacht, maar niet volledig wordt ontnomen. Dit wordt gedaan door het aanbrengen van passende, streekeigen landschappelijke beplanting op de erfgrenzen van de uitbreiding van het bouwvlak. Het landschapsplan is bijgevoegd als bijlage 5 bij dit rapport.

2.4

Afwijken van het geldende bestemmingsplan

Het planvoornemen voorziet in de uitbreiding van het agrarisch bouwperceel ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand voor het koelen, sorteren en verpakken van eigen geteeld fruit. De uitbreiding van het bouwvlak wordt gerealiseerd op enige afstand van het huidige bouwvlak. De bouwvlakken worden middels een koppelteken verbonden zodat feitelijk sprake blijft van één bouwvlak. Op basis van het vigerende bestemmingsplan kan een bouwvlak middels een wijzigingsbevoegdheid worden uitgebreid tot maximaal 2 hectare, mits de uitbreiding van het bouwvlak aansluit aan het bestaande bouwvlak. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak op enige afstand van het huidige bouwvlak uitgebreid en vervolgens middels een koppelteken met elkaar verbonden. Dit is niet passend binnen de regels van de wijzigingsbevoegdheid. Derhalve wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld om het bouwvlak uit te breiden.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 13

3

BELEIDSKADER

Door Europa, het rijk, de provincie en de gemeente zijn diverse beleidsnota’s vastgesteld die voor de ontwikkelingsmogelijkheid van het perceel Ammanswal 2 te Tuil van belang kunnen zijn. In dit hoofdstuk wordt het beleid beschreven dat van toepassing is op het plangebied.

3.1

Europees- en Rijksbeleid

3.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn biedt bescherming aan alle in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en leefgebieden in de Europese Unie. De Vogelrichtlijn kent een regime voor soortbescherming en gebiedsbescherming. Het soortenbeschermingsregime is gericht op de bescherming van individuele exemplaren met onder meer een verbod op het opzettelijk doden en vangen van vogels, het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten en het verbod om eieren te rapen. De soortenbescherming was voorheen opgenomen in de Flora- en Fauna wet, welke per 1 januari 2017 is vervangen door hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming verplicht de lidstaten alle nodige maatregelen te nemen om voor alle in de Europese Unie in het wild levende vogelsoorten een voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en van een voldoende omvang te beschermen, in stand te houden en te herstellen. De gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998, welke per 1 januari 2017 is vervangen door hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De Habitatrichtlijn heeft tot doel bij te dragen aan het waarborgen van de biologische diversiteit in de Lidstaten. Aanleiding is de continue achteruitgang van de natuurlijke habitats en de bedreiging voor het voortbestaan van bepaalde wilde soorten.

De richtlijn stelt een Europees ecologisch netwerk vast van speciale beschermingszones. Dit wordt "Natura 2000" genoemd. Ook de door de Lidstaten aangewezen beschermingszones op grond van de Vogelrichtlijn maken deel uit van dit netwerk. Tevens kent de Habitatrichtlijn een soortenbescherming die enigszins vergeleken kan worden met die van de Vogelrichtlijn. Deze richtlijn biedt echter, in tegenstelling tot die van de Vogelrichtlijn, een mogelijkheid om vanwege dringende redenen van sociale en/of economische aard een uitzondering op het opgelegde soortenbeschermingsregime te maken. Elk lidstaat moet op haar grondgebied de gebieden die het belangrijkst zijn voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten identificeren en vervolgens aanwijzen als speciale beschermingszone. Evenals bij de Vogelrichtlijn is de soortenbescherming in Nederland opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming (voorheen Flora en Fauna wet) en wordt de gebiedsbescherming geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming (voorheen Natuurbeschermingswet 1998). Het dichtstbijzijnde vogel- en habitatrichtlijngebied vanaf de planlocatie betreft het gebied Rijntakken, zie figuur 3.1. Het gebied nabij de planlocatie betreft zowel een vogel- als een habitatrichtlijngebied. De projectlocatie is weergegeven middels de rode cirkel.

De afstand van de projectlocatie tot het gebied Rijntakken bedraagt circa 1,1 km.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 14

Figuur 3.1 Vogel- en habitatrichtlijngebied Rijntakken (bron: kaart Ministerie van Economische Zaken). 3.1.2 Uitspraak Raad van State De hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe (industriële) bedrijven en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De bouw van een nieuw bedrijfspand ten behoeve van de fruitteelt leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Hiermee is de uitspraak van de RvS niet relevant in het kader van de voorgenomen plannen van initiatiefnemer. Het eventuele effect op Natura 2000-gebieden is in paragraaf 4.4.1 en bijlage 6 nader toegelicht.

3.1.3 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. In de SVIR geeft het kabinet een schets hoe Nederland er in 2040 uit moet zien. Het beleid in de SVIR is op de navolgende drie doelen gericht: Het vergroten van de concurrentiekracht middels het versterken door de ruimtelijk-economische structuur; Het verbeteren van de bereikbaarheid; Zorgdragen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 15

Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.1.5 Soorten Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van de soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de nieuwe wet blijft de bescherming van een groot aantal dier- en plantensoorten ongewijzigd, maar er zijn ook een aantal wijzigingen aangebracht in de bescherming die dier- en plantensoorten genieten. Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantensoorten. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om beschermde vogels en dieren te doden, vangen of verontrusten en om plantensoorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen.

Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak uitgebreid ten behoeve van het realiseren van een bedrijfspand. De projectlocatie is in de huidige situatie in gebruik ten behoeve van fruitteelt. Deze werkzaamheden kunnen mogelijk leiden tot verstoring van beschermde soorten. Om deze reden wordt een ecologisch onderzoek uitgevoerd. In artikel 4.4.2 en bijlage 3 is hier nader op ingegaan.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgesteld in de nota’s: Omgevingsvisie Gaaf Nederland; Omgevingsverordening Gelderland. Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Nederland Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. De provincie benoemt wat van waarde is en wat zij willen beschermen. Om samen stappen te zetten, hebben we een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad voor ons handelen. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ wordt een ambitie en het gewenste vergezicht omschreven: het beeld op de toekomst. Dit beeld is het resultaat van gesprekken met partners: inwoners, ondernemers, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, overheden. Een vergezicht dat het accent legt op wat wij samen belangrijk vinden.

Een vergezicht dat tot de verbeelding spreekt en uitnodigt en aanspoort tot actie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie aan wil werken. Bij de uitoefening van de taken wordt de focus gelegd op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 16

terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt richting gegeven. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Er wordt richting gegeven aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening hebben we alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Deze wetten worden opgenomen in de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten al vast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, is geanticipeerd op de situatie onder de Omgevingswet. Het plangebied is gelegen in de volgende aangewezen gebieden: Intrekgebied; Grondwaterbeschermingsgebied; Boringsvrije zone; Koude-warmteopslagvrije zones;

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 17

Figuur 3.2: Uitsnede kaart Omgevingsverordening Gelderland.

Water Het plangebied is gelegen op de rand van het grondwaterbeschermingsgebied Kolff. Tevens is het plangebied gelegen in een boringsvrije zone en een koude-warmteopslag (KWO) vrije zone. De provincie streeft er naar om voor de lange termijn en op een verantwoorde manier Gelderland van drinkwater te voorzien. De bron van het drinkwater is grondwater. Dit betekent dat er voldoende grondwater beschikbaar is en op lange termijn blijft. Het water moet op eenvoudige wijze gebruikt kunnen worden voor de bereiding van drinkwater, dus zonder ingrijpende en kostbare zuivering. De effecten van de grondwaterwinning op andere functies zijn minimaal en maatschappelijk aanvaardbaar. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die van toepassing zijn op het intrekgebied, de grondwater-beschermingsgebieden, de boringsvrije zones en de KWO-vrije zones. De KWO-vrije zones vormen een onderdeel van de boringsvrije zones. Een bestemmingsplan binnen een intrek gebied mag het niet mogelijk maken om fossiele energie te winnen (art. 2.38 OG). Met het voorgestelde plan wordt dit niet beoogd. Het plangebied ligt in grondwater beschermingsgebied. Op grond van artikel 3.12 (OG) van de Omgevingsverordening is het niet toegestaan om een nieuwe inrichting op te richten binnen het grondwater beschermingsgebied.

Dit betreft omgevingsvergunningplichtige inrichtingen die zijn aangewezen in de bijlage Grondwaterbescherming, onderdeel B. Een fruitteelt bedrijf komt voor in deze bijlage. Met het initiatief wordt geen nieuwe inrichting opgericht. Het betreft een uitbreiding van een bestaande inrichting aan de Ammanswal 2 in Tuil. Er ontstaat met dit initiatief een inrichting met twee met elkaar verbonden bouwvlakken. Dat het plangebied in het grondwater beschermingsgebied ligt is geen belemmering voor het initiatief.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 18

Binnen de boringsvrije zone is het niet toegestaan om warmte aan het grondwater toe te voegen of te onttrekken. Ook is het niet toegestaan om boringen te verrichten en funderingswerkzaamheden uit te voeren op een diepte van meer dan drie meter onder het maaiveld (art. 3.25 OG). Met het initiatief wordt niet beoogd om warmte aan het grondwater toe te voegen of te onttrekken. Ook worden geen boringen voorzien. Bij de keuze voor en funderingssysteem wordt rekening gehouden met de boringsvrije zone. Uit de toelichting bij de Omgevingsverordening blijkt dat heiwerkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Op basis van bodemonderzoek moet een geschikt funderingssysteem gekozen worden zonder verstorende werking. Of er moeten voorwaarden zoals bedoeld in de bijlage Grondwaterbescherming aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Buiten de inrichting vinden geen activiteiten plaats waardoor de belangen die beschermd worden binnen de boringsvrije zone in het gedrang komen (art. 3.26 OG).

3.3

Beleid waterschap

3.3.1 KRW In 2000 hebben de EU-lidstaten de Kaderrichtlijn Water (KRW) vastgesteld. De belangrijkste doelen van de KRW zijn de algemene bescherming en verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewateren, van de grondwaterkwantiteit, de specifieke bescherming en verbetering van beschermde gebieden, met als drijfveer het duurzaam gebruik van water. Om deze doelen te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. Het maatregelenprogramma bestaat in Nederland uit de optelsom van alle maatregelen voor de uitvoering van de KRW die zijn opgenomen in de waterplannen op grond van de Waterwet: het Nationale Waterplan, het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren, de regionale waterplannen en de beheerplannen voor de regionale wateren. Het Rijk voert de regie op hoofdlijnen en is verantwoordelijk voor het vastleggen van doelen en maatregelen voor de rijkswateren. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op de uitbreiding van een bouwperceel zodat een bedrijfspand gerealiseerd kan worden voor het koelen, sorteren en verpakken van fruit. Het plan heeft geen effect op oppervlaktewater en grondwater. Het voornemen leidt daarmee niet tot strijdigheid met de EU kaderrichtlijn Water.

3.3.2 Waterbeheerprogramma 2016-2021 Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld, met als titel “Koers houden, kansen benutten”. Het programma is op 22 december 2015 in werking getreden. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater affectief te zuiveren. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het Waterschap Rivierenland in de planperiode (2016 – 2021) wilt bereiken en hoe ze dat willen doen. De speerpunten uit het waterbeheerprogramma zijn: Een veilig rivierengebied: Verbeteren en versterken dijken en boezemkades met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. Evacuatie); Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen; Anticiperen op klimaatveranderingen: een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 19

Bij nieuwe ruimtelijke plannen wordt gekeken naar de waterbelangen. Hiertoe wordt een watertoets uitgevoerd. Deze toets heeft het volledige proces: vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. In artikel 4.6 is hier nader op ingegaan. 3.3.3 Keur Waterschap Rivierenland 2014 De Keur Waterschap Rivierenland 2014 is vastgesteld op 1 januari 2015 en vervolgens enkele malen gewijzigd. Hierin zijn regels opgenomen om te voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Op de leggers staan de oppervlaktewateren en dijken aangegeven die in beheer zijn het bij waterschap en waarop de keur van toepassing is. 3.3.4 Waterplan Waterschap Rivierenland en voormalig gemeente Neerijnen hebben eind 2010 het waterplan vastgesteld. Dit waterplan bevat een visie, maar daarnaast ook een uitvoeringsprogramma met maatregelen in de onderzoeks- en planvormingssfeer en concrete uitvoeringsmaatregelen. Aanvullend, en als uitwerking van een aantal planvormingsmaatregelen, is een streefbeeldenrapport met bijpassende beheer en onderhoud- en inrichtingsvoorstellen opgesteld. Hierin zijn de waterplanknelpunten, de wateropgave en waterkwaliteit/ ecologie meegenomen.

De komende jaren staan de waterbergingsmaatregelen voor de kernen Opijnen, Waardenburg, Ophemert en Haaften op het programma. 3.3.5 Conclusie water Bij onderhavig initiatief vindt er een toename van verhard oppervlak plaats. Deze toename wordt getoetst in de waterparagraaf welke opgenomen is in paragraaf 4.6 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Regionaal landschapsontwikkelingsplan Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in onze gemeenten te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. Het LOP is een beleidsnota van de gemeenten waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Dit LOP schetst de ontwikkelingsrichting in verschillende delen van het landschap: waar kunnen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, waar moet openheid vooropstaan en waar kan het gebruik van het landschap breder worden voor recreatie, waterbeheer en natuur? Vanuit verleden en heden geeft dit LOP een toekomstbeeld van het landschap en het koppelt daar nieuwe, aansprekende landschapselementen aan. Het agrarische gebruik van het landelijk gebied wordt vooral bepaald door de grondgebonden bedrijven met een nadruk op de melkveehouderij en de fruitteelt. In het huidige landschap kunnen zeven eigentijdse ‘landschaps-ensembles’ worden onderscheiden. Het plangebied ligt binnen het ensemble ‘De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften’. Dit gebied kenmerkt zich door grote contrasten en vele sporen van het verleden.

Het contrast tussen hogere en lagere delen wordt aangezet door de ‘akkerranden’ van de Bergakker (de Blokken), de Hooge Tieflaar en de overslaggronden van de Steegakkers te benadrukken met beplanting. Rondom en op de akkers wordt de aanleg van verschillende landschapselementen gestimuleerd. Het motto voor het buitengebied ten westen van de A2 tussen Haaften en Waardenburg is ‘Laat bedrijvigheid en kassen groen uitpakken’. De dorpsranden en bedrijventerreinen zullen een groene NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 20

aankleding moeten krijgen, begeleid met aantrekkelijke recreatieve routes vanuit het dorp naar de kom, aansluitend op de meikade langs de Graaf Reinaldweg en andere kadepaden. In de beoogde situatie wordt het agrarisch bouwperceel uitgebreid ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand voor het koelen, sorteren en verpakken van eigen geteeld fruit. De uitbreiding van het bouwvlak wordt gerealiseerd op enige afstand van het huidige bouwvlak. Het bedrijfspand wordt landschappelijk ingepast waardoor een groene aankleding wordt gerealiseerd. Het landschapsplan is bijgevoegd in bijlage 2 van onderhavige toelichting. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de ambities zoals omschreven in het LOP. 3.4.2 Welstandsbeleid De gemeenteraad heeft op 24 november 2021 het geharmoniseerde welstandsbeleid voor West-Betuwe vastgesteld. Dit is een technische harmonisatie. Inhoudelijk is het beleid ten opzichte van het eerdere beleid van de voormalige gemeente Neerijnen niet noemenswaardig gewijzigd. In het Welstandsbeleid is vastgelegd hoe het welstandstoezicht in de gemeente is geregeld. Tevens geeft deze nota uitgangspunten en criteria voor het welstandsoordeel. In Gelderland treffen wij een rijke verzameling van gebieden aan die zijn ontstaan vanuit verschillend agrarisch grondgebruik.

Diverse methoden van akkerbouw en veeteelt zijn in de loop der eeuwen in de vorming van het landschap tot uitdrukking gekomen en worden nu als cultuurhistorische waardevolle gebieden beschermd. Denk hierbij aan het rivierengebied. De laatste jaren vindt er een ingrijpende schaalvergroting plaats in de agrarische bebouwing. De oudere, bakstenen schuren maken plaats voor damwand loodsen. Deze verhouden zich vaak moeizaam met de van oudsher aanwezige bebouwing en de schaal van het landschap. Bij nieuwbouw is het wenselijk hier zorgvuldig mee om te gaan. Binnen voormalig gemeente Neerijnen zijn verschillende welstandsniveaus van toepassing. Dit geeft aan in welke mate de gemeente welstand inzet in een bepaald gebied. Het plangebied ligt binnen het welstandniveau ‘regulier’. Hieronder vallen gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente niet de prioriteit hebben zoals de gebieden met welstandsniveau 1 (zwaar), maar waar zeker wel aanleiding geven om alert te blijven op de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken.

In de beoogde situatie wordt het agrarisch bouwperceel uitgebreid ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand voor het koelen, sorteren en verpakken van eigen geteeld fruit. De uitbreiding wordt gerealiseerd op enige afstand van het huidige bouwvlak, grenzend aan het industrieterrein Slimwei. De ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via het industrieterrein. Om een goede overgang te creëren tussen het plangebied en het buitengebied zal de noord- en westzijde van het bedrijfspand landschappelijke worden ingepast. Aan de oostzijde zal het plangebied aansluiten op het industrieterrein. Het bouwplan wordt in het kader van de vergunningaanvraag ter beoordeling aan de welstandscommissie voorgelegd. Voor de uitwerking van het plan is rekening gehouden met het welstandsbeleid.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 21

4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1 Archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt inzake archeologie is het archeologische erfgoed te beschermen op Europees niveau. Ten behoeve hiervan is door het Rijk het Verdrag van Malta ondertekend en zijn de verplichtingen aangegaan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen bij archeologische waardevolle terreinen en gebieden met een (middel-) hoge verwachtingswaarde de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart te worden gebracht. Op grond van de Erfgoedwet dient voor iedere bodemingreep, boven de 100 m2 een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. De wet maakt het mogelijk om deze grenzen, wetenschappelijk onderbouwd, aan te passen. Dit kan veel onnodig en kostbaar onderzoek voorkomen. De gemeenteraad heeft voor voormalig gemeente Neerijnen op 25 september 2008 de Archeologische waarden- en beleidskaart voor het grondgebied van voormalig gemeente Neerijnen vastgesteld. Op basis van dit beleid wordt de onderzoeksplicht alleen daar van toepassing waar deze archeologische waarden ook te verwachten zijn. Op deze kaart is weergegeven dat het huidige bouwvlak is gelegen in een gebied met een gematigde verwachting.

Het plangebied voor de uitbreiding van het bouwvlak is nagenoeg geheel gelegen in een gebied met een lage verwachting.

Figuur 4.1 Uitsnede 'Archeologische waarden- en beleidskaart' voormalig gemeente Neerijnen. In bijlage 7 van deze plantoelichting is door een extern erkend archeologisch deskundige nader uitgewerkt en geconcludeerd dat de archeologische waarden specifiek in dit plangebied niet verstoord zullen worden. Aangaande dit onderwerp wordt er dus naar deze bijlage verwezen.

NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 22

4.1.2 Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In de Structuurvisie Neerijnen 2020 zijn nader aanknopingspunten voor o.a. een landschappelijke versterking geschetst. Voor dit plan specifiek komt er een landschappelijke inpassing welke het zicht op het nieuwe blok verzacht met streekeigen beplanting. Optisch wordt de bebouwing nabij Industrieterrein Slimwei gesitueerd, dit betekent dat de corridor van open beplanting en fruitboomgaarden als bestaand gehandhaafd blijft. Nadere invulling van het geheel is specifiek uitgewerkt in het bijgevoegd landschapsplan, bijlage 5.

Figuur 4.2 Landschappelijke inpassing van het project als geheel.

4.2

Leidingen

In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen. Voor het bouwplan wordt voor aanvang van de graaf- en bouwwerkzaamheden een klic- melding uitgevoerd. Hieruit dient te worden opgemaakt dat geen kabels en leidingen zijn gelegen op plaatsen waar gegraven gaat worden.

4.3

Milieu

4.3.1 Bedrijven en milieuzonering Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als maatgevend beschouwd. In deze publicatie zijn voor verschillende activiteiten richtafstanden opgenomen voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 23

Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Planlocatie veroorzaker van hinder Voor onderhavige ontwikkeling is de activiteit ‘Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)’ van toepassing. De grootste afstand welke aangehouden dient te worden voor de activiteit fruitteelt, bedraagt 30 meter. Dit betreft de afstand voor geluid. De dichtstbijzijnde gevoelige functie betreft het bedrijf aan de Zandweistraat 20 te Waardenburg. De afstand vanaf het te realiseren bedrijfspand tot dit bedrijf (met kantoor) bedraagt ten minste 50 meter. Planlocatie kwetsbaar voor hinder Ten oosten van de planlocatie, op het adres Zandweistraat 20 te Waardenburg, is een bedrijf gelegen. Dit betreft een groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders. De afstand vanaf dit bedrijf dient minimaal 50 meter te bedragen. In de beoogde situatie wordt het bedrijfspand gerealiseerd op een afstand van ten minste 50 meter vanaf het bedrijf aan de Zandweistraat 20 te Waardenburg. Conclusie Aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan. Er kan derhalve gesteld worden dat door de oprichting van het bedrijfspand een goed woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen kan blijven gewaarborgd.

4.3.2 Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient onderzocht te worden of de milieuhygienische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruikt. Hiertoe is een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. Het bodemonderzoek, inclusief de bevindingen, is bijgevoegd in de bijlage van dit rapport. 4.3.3 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren.

Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Toetsingskader Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

Toelichting voor Ammanswal 2 te 24

en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Het Bevi, Bevt en het Bevb leggen een verantwoordingsplicht op voor het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft de kans aan dat een groep personen door een ongeval bij een inrichting of buisleiding overlijdt. De gemeente moet een verantwoording afleggen bij veranderingen van het groepsrisico in het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen kunnen voordoen: het invloedsgebied. Planspecifiek In figuur 4.3 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Er bevindt zich één Bevi bedrijf in de directe omgeving van het plangebied. Dit betreft het bedrijf AGE-Rijnvallei aan de Zandweistraat 20 op het nabijgelegen bedrijventerrein Slimwei. Op dit bedrijf is een PGS15 opslag voor bestrijdingsmiddelen aanwezig (bron: Risicokaart / Risicoregister gevaarlijke stoffen en de Gelderse Signaleringkaart). Deze bestrijdingsmiddelenopslag (Categorie C) heeft een grootte van 400 m2 waarin gevaarlijke en zeer giftige stoffen zijn opgeslagen. Ook zijn er drukhouders aanwezig.

Uitbreiding bouwvlak

Huidig bouwvlak

Figuur 4.3 Uitsnede risicokaart Plaatsgebonden risico

Het plangebied ligt buiten het plaatsgebonden risicocontour van 20 meter vanaf de PGS 15 opslag. Groepsrisico Het invloedsgebied voor verantwoording groepsrisico is vastgesteld 90 meter vanaf de PGS 15 opslag van AGE Rijnvallei. Het nieuw te bouwen bedrijfsgebouw aan de Ammanswal ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied. Tabel 17.2 van de ‘Handreiking verantwoordingsplicht Groepsrisico’ gaat over PGS 15 opslagen. Er is bij risicobedrijf AGE Rijnvallei sprake van een automatisch blusgasinstallatie, oppervlakte is 400 m 2, contour plaatsgebonden risico (PR 10-6) is 20 meter. Invloedsgebied uit bijlage 2 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi): 90 meter. Uit een berekening door ODR volgt dat het invloedsgebied in een worst-case-situatie 770 meter bedraagt. Opgemerkt wordt dat deze afstand berekend is voor de nachtsituatie (weertype F1,5) en dat de personen binnen het plangebied uitsluitend of voornamelijk in de dagperiode (weertype D5) in de gebouwen aanwezig zullen zijn. Bij weertype D5 zou het invloedsgebied tot 75 meter van de buitenzijde van de opslagvoorziening reiken. NL.IMRO.1960TuiAmmanswal2-ONT1 Tuil

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/457/documents/10129