CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-051 Bijlage 2 Toelichting bestemmingsplan Achterweg Herwijnen.pdf

Oordeelsvormende vergadering(en) 12 april 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 8: Voorstel tot gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan “nieuwe woning naast Achterweg 68 Herwijnen”12.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als

Pagina 26 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Een onderdeel van het Bevt houdt in dat voor sommige transportassen rekening moet worden gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG).

Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Risicovolle bedrijven Binnen de beoogde bestemming “Wonen” passen geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. De vestiging van een Bevi-inrichting binnen het plangebied is daarmee uitgesloten.

Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal en de Betuweroute. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroutes, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: - de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroutes - de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen.

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 17 juli 2019 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk Pagina 27 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

maken van een (nog niet aanwezig) "bijzonder kwetsbare object", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebieden niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen.

Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal en de Betuweroute. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er in het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroutes. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid.”

4.8

Archeologie

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Planspecifiek Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer in de ondergrond archeologische waarden verwacht worden en de planontwikkeling aantasting van deze ondergrond in zal houden. In het vigerende bestemmingsplan is voor de planlocatie de dubbelbestemming Waarde – Archeologie waardevolle gebieden 1 opgenomen. Deze dubbelbestemming schrijft voor dat wanneer de ondergrond dieper dan 30 cm geroerd gaat worden archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Omdat voor voorliggend plan de ondergrond ten minste 30 cm diep geroerd wordt en is archeologisch onderzoek uitgevoerd zie bijlage 3. De conclusies van het onderzoek luiden: ‘Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Achterweg 68 te Herwijnen. De vraagstelling van het

Pagina 28 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt een woning gebouwd met een bijgebouw (stal, berging en carport). Het plangebied ligt op de beddinggordel van de Waal. Deze beddinggordel wordt actief aan het einde van de Laat Romeinse tijd. Vanaf dat moment kan het plangebied geschikt zijn voor bewoning. Vanaf de Late Middeleeuwen is de beddinggordel niet meer actief in de omgeving van het plangebied vanwege bedijking. Het gebied rondom Herwijnen heeft vele dijkdoorbraken gekend, zo ook één in 1624. Bij deze dijkdoorbraak is een pakket overslagmateriaal afgezet in het plangebied. In het plangebied zijn vijf boringen gezet tot 300 cm onder maaiveld. De bodem bestaat, zoals verwacht, uit overslagafzettingen. Onder dit pakket liggen oeverafzettingen op komafzettingen. In de alle afzettingen zijn geen indicatoren aangetroffen die duiden op een vindplaats. Ook zijn geen aanwijzingen gevonden die wijzen op de ligging in de historische kern van Herwijnen, zoals staat aangegeven op de archeologische beleidskaart.

De kans dat archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn wordt klein ingeschat. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.‘ Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.

4.9

Waterhuishouding

Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.

Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden Pagina 29 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan2016 - 2021 Het NWP (dec. 2015) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Provincie Gelderland Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is in 2014 overgegaan in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie wil zorgen voor voldoende schoon water én droge voeten. Waterschap Rivierenland Het Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor en werkt aan een duurzaam waterbeheer voor een veilig en leefbaar ‘Rivierenland’.

Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Naast het beheerplan beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Deze watervergunning wordt vervolgens door het waterschap verleend of geweigerd. Ook is het mogelijk dat nadere eisen worden gesteld aan de vergunningverlening. Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' Het waterbeheerprogramma geeft richting aan het waterbeheer in het hele rivierengebied voor de periode 2016-2021. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma wordt meebewogen met alle veranderingen en worden kansen benut die zich voordoen in de regio.

Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe. Kaderrichtlijn water (planperiode 2) In het eerste KRW Rivierenlandplan uit 2009 heeft Waterschap Rivierenland vastgesteld aan welke eisen de waterkwaliteit in het rivierengebied moet voldoen en welke maatregelen nodig zijn om deze doelen te bereiken. Het bevat een haalbaar en betaalbaar pakket aan maatregelen Op 26 september 2014 heeft het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland ingestemd met het ontwerp KRW-Rivierenlandplan 2 (2016-2021). In dit plan wordt de 1e uitvoeringsperiode (2010-2015) geëvalueerd, wordt een strategie voor de nieuwe uitvoeringsperiode beschreven en worden verdere maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit voorgesteld. Daarnaast wordt een prognose gegeven van de toestand van de KRW waterlichamen in 2021. Ook wordt ingegaan op onderzoek en monitoring, samenwerking met andere organisaties en de kosten van het maatregelpakket. Hoofdzakelijk wordt ingezet op inrichting- en beheermaatregelen en het beperken van de emissies van verontreinigende stoffen. Het gaat hierbij vooral om aanleg en reconstructie van natuurvriendelijke oevers, verbreden/verdiepen van watergangen en het vispasseerbaar maken van stuwen en overige Pagina 30 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

kunstwerken. Maar ook om optimalisatie van beheer en onderhoud, natuurvriendelijk beheer, baggeren, nieuwe onderzoeksmaatregelen en het beperken van emissies uit de landbouw. Eveneens worden enkele rioolwaterzuiveringsinstallaties aangepast. Verordening afvoer hemel -en grondwater West Betuwe Op 29 april 2021 is door de gemeente West Betuwe de verordening afvoer hemel- en grondwater vastgesteld. De verordening betreft een actualisatie en harmonisatie van beleid uit de voormalige gemeenten van West Betuwe. Voor nieuwbouwlocaties in heel de gemeente geldt een waterbergingseis op eigen terrein. Het lozen van grondwater op het openbaar vuilwaterriool is verboden. Het grondwater loost op een watergang of het hemelwaterriool.

Planspecifiek De effecten van het onderhavig plan op de waterhuishouding zijn zeer beperkt. Verhard oppervlak Het verhard oppervlak van het terrein zal als gevolg van de planvorming toenemen. De plannen voor de woning zijn nog niet in detail uitgewerkt. Voorliggend plan voorziet enkel in het planologisch mogelijk maken van een woning. Het bebouwingsoppervlak binnen het bouwvlak is in voorliggend plan gemaximaliseerd tot 500 m 2. Daarnaast zal maximaal 150 m2 aan bergingen mogelijk zijn op basis van vergunningsvrij bouwen. Tot slot is het aannemelijk dat nog ca. 250 m2 terreinverharding gerealiseerd wordt. De totale toename van verharding komt daarmee op 900 m2. Op basis van het beleid van het waterschap is compensatie in de vorm van extra water nodig wanneer in het buitengebied de verharding met 1.500 m2 toeneemt. Het Waterschap Rivierenland kan een eenmalige vrijstelling verlenen van de compensatieplicht voor 1500 m2 toename aan verhard oppervlak voor het landelijk gebied. Voorliggend plan blijft echter onder deze norm, een eenmalige vrijstelling is dan ook niet nodig. Watergangen Aan de noord-, west- en oostkant van de planlocatie liggen watergangen. In onderstaande uitsnede van de legger van het waterschap is getoond dat het aan de noordkant om een A-watergang gaat en aan de oost en westkant om een C-watergang.

Het onderhoud van de watergangen kan als gevolg van het bestemmingsplan op een identieke wijze doorgang vinden. Het perceel zal worden ontsloten via de Achterweg. Om deze ontsluiting mogelijk te maken zal een voorziening getroffen worden over de Awatergang. Dit wordt geregeld middels het indienen van een vergunning bij het waterschap.

Uitsnede Leggerkaart waterschap Rivierenland, plangebied in rood kader (bron: wsrl.nl)

Pagina 31 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

Vuilwater Het vuilwaterafvoer van de planlocatie zal aangesloten worden op de riolering in de Achterweg. Hemelwater Gelet het kleinschalige karakter van het project en de beschikbare ruimte op het perceel kan het hemelwater op het eigen terrein opgevangen en geborgen worden. Materialen Bij de nieuwbouw van de woning zullen geen uitloogbare materialen toegepast worden.

4.10 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek De Achterweg is geschikt om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. De toename van de verkeersintensiteit als gevolg van het plan is zeer beperkt in vergelijking tot de bestaande verkeersintensiteit. Op eigen terrein is meer dan voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op te lossen. Vanuit het aspect verkeer en parkeren vloeien geen aanvullende randvoorwaarden voort die van toepassing zijn op het plan.

4.11 Geur De Wet Geurhinder en veehouderij bedrijven (Wgv) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de omgevingsvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader voor veehouderijen die niet vergunningplichtig zijn. De geurhinder wordt bepaald op basis van de achtergrondbelasting en de voorgrondbelasting. Voorgrondbelasting en achtergrondbelasting De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Planspecifiek Voorgrondbelasting Alle omliggende veehouderijen liggen op een afstand van meer dan 100 meter van het plangebied. Vanwege de afstandsnormen uit de Wgv worden de veehouderijen niet belemmerd vanwege dit plan. Daarnaast moet beoordeeld worden of de ontwikkeling van het plan belemmering oplevert vanwege de geurbelasting. Geurbelasting kan alleen worden bepaald voor dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) emissiefactoren zijn vastgesteld.

Omliggende veehouderijen met dieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld zullen eerder worden belemmerd door andere geurgevoelige objecten die tussen het plangebied en de desbetreffende veehouderij liggen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit de voorgrondbelasting geen belemmeringen optreden voor veehouderijen vanwege dit plan. Achtergrondbelasting In de straal van 2 kilometer rond het plangebied liggen 25 veehouderijen met dieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. Het betreffen met name kleine veehouderijen. Het grootste Pagina 32 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

geuremitterend bedrijf is tevens de dichtstbijzijnde veehouderij. Dit betreft de Katerdam 2. Dit bedrijf is gelegen op ca. 300 van het bouwvlak van onderhavig plan. Op een afstand van 50 meter veroorzaakt dit bedrijf een geurbelasting van 6,3 OUe. Gelet de fors grotere afstand tussen het plangebied en de Katerdam 2, alswel alle andere 25 relevante veehouderijen kan gesteld worden dat er een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig is.

Pagina 33 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

5 Juridische planbeschrijving 5.1

Plansystematiek

Het bestemmingsplan ‘’Naast Achterweg 68 heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van de bestemming Wonen voor één woning en bijgebouwen binnen een bouwvlak. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht met het vigerend bestemmingsplan Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014 en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opzet van de regels

Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).

De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene gebruiksregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels;

Pagina 34 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

De bestemmingen

In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Bestemming Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen om de woning op de planlocatie mogelijk te maken. De regels voor de bestemming zijn overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014. Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie – 3 en Waarde - Archeologische verwachting 1 Het bestemmingsplan bevat tevens de dubbelbestemmingen ten behoeve van de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden. De regels voor de bestemming zijn overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014.

Pagina 35 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd, De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Theoretisch is het mogelijk dat bij toewijzing van een bouwblok voor de woning planschade voor de eigenaar van Achterweg 68 ontstaat. Jurisprudentie op dit vlak is evenwel rechtlijnig: wie jarenlang geen gebruik maakt van planologische mogelijkheden wordt in juridische procedures passieve risicoaanvaarding toegerekend. Er wordt daarbij geen planschade toegekend. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan wordt in het kader van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voor zover relevant voorgelegd aan de betrokken diensten van het rijk, waterschap en gemeente. In voorliggend geval is dat de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland. De provincie heeft per mail een tweetal opmerkingen gegeven op de toelichting. De provincie geeft aan dat in de toelichting wordt vermeld dat de planlocatie niet is gelegen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit is echter wel het geval. Tevens geeft de provincie aan dat er sinds 31 maart 2021 een nieuwe provinciale Omgevingsverordening geldt en deze opgenomen dient te worden. Deze tweetal opmerkingen zijn verwerkt. Het Waterschap Rivierenland geeft aan of er een mogelijkheid bestaat om de ontsluiting van het perceel aan de westzijde richting de al bestaande ontsluitingsweg te realiseren. Indien de ontsluiting wel vanaf de Achterweg plaatsvindt middels een dam met duiker, dient deze meer dan 10 meter vanaf een ander object in de watergang te liggen. De ruimte om een ontsluiting te realiseren op de Achterweg is beschikbaar. De naastgelegen ontsluitingsweg aan de westzijde is daarnaast een privéweg behorend bij de woning Waalwijk 189. Het realiseren van deze ontsluiting op de Achterweg over de A-watergang zal verder geregeld moeten worden door middel van het indienen van een vergunning bij het waterschap.

Het waterschap geeft tevens aan dat de waterparagraaf laat voorkomen dat de compensatieplicht voor 1500 m2 toename van verhard oppervlak een algemeen geldende vrijstelling betreft. Dit is echter niet het geval. Ook geeft het waterschap aan dat het beleid van de gemeente West Betuwe betreft het afkoppelen van hemelwater niet is opgenomen in de waterparagraaf. Deze opmerkingen zijn verwerkt.

Pagina 36 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

Het plan wordt tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd. Een ieder wordt gedurende deze periode in de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen.

Pagina 37 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

7 Bijlagen 1. Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder – Activiteitenbesluit naast Achterweg 68 te Herwijnen, Weel geluidadvies, Referentie: PLA.18.02, 27 november 2020 2. Verkennend bodemonderzoek, nieuwbouw weiland direct ten oosten van Achterweg 68 te Herwijnen, opdrachtnummer: 152554, 28-02-2018 3. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Achterweg 68 Herwijnen, Bureau voor archeologie, Projectnummer 2017111302, 4 augustus 2021

Pagina 38 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/440/documents/9894