RV2022-051 Bijlage 2 Toelichting bestemmingsplan Achterweg Herwijnen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen Gemeente West Betuwe
Planstatus:
ontwerp
Identificatiecode:
NL.IMRO.1960.BpHwnAchterweg68-ONT1
Datum:
30 augustus 2021
Contactpersoon Plannen-makers:
Dhr. C. Vaartjes
Kenmerk Plannen-makers:
PM18029
Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751
Pagina 2 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4
1.2
Leeswijzer ................................................................................................................................ 4
Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1
Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5
2.2
Beschrijving plan...................................................................................................................... 6
Beleidsmatige onderbouwing ...................................................................................................... 9 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................... 9
3.2
Provinciaal beleid................................................................................................................... 10
3.3
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 15
Milieutechnische uitvoerbaarheid.............................................................................................. 20 4.1
Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 20
4.2
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 21
4.3
Geluidhinder .......................................................................................................................... 23
4.4
Ecologie ................................................................................................................................. 24
4.5
Bodem ................................................................................................................................... 25
4.6
Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 25
4.7
Externe Veiligheid .................................................................................................................. 26
4.8
Archeologie ............................................................................................................................ 28
4.9
Waterhuishouding .................................................................................................................. 29
4.10
Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 32
4.11
Geur ....................................................................................................................................... 32
Juridische planbeschrijving ....................................................................................................... 34 5.1
Plansystematiek..................................................................................................................... 34
5.2
Opzet van de regels .............................................................................................................. 34
5.3
De bestemmingen.................................................................................................................. 35
Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid ............................................................... 36 6.1
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 36
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 36
Bijlagen ......................................................................................................................................... 38
Pagina 3 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doelstelling
Op het perceel naast Achterweg nr. 68 bestaat het initiatief om een woning te realiseren. De initiatiefnemers van het plan, die nabij het plangebied wonen, willen op de locatie een nieuwe, levensloopbestendige woning realiseren. Het initiatief is voorbesproken met de gemeente en de welstand. De gemeente geeft in haar schrijven aan in principe medewerking te willen verlenen aan het plan. Wel dient de milieutechnische uitvoerbaarheid, gezien de naastgelegen bedrijvigheid, onderzocht te worden. De welstand heeft aangegeven dat de bebouwing in de rooilijn van de overige bebouwing langs de Achterweg gebouwd dient te worden. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ heeft het perceel de bestemming Agrarisch met de dubbelbestemming Archeologische waardevolle gebieden - 1. Het plan houdt in dat de bestemming voor de locatie wordt gewijzigd om zodoende één woning te kunnen realiseren. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. De gemeente heeft aangegeven dat voor deze ontwikkeling een toetsbare herziening van het bestemmingsplan ingediend moet worden. Voor deze ontwikkeling is in het vigerende bestemmingsplan geen binnenplanse wijziging opgenomen. Daarom betreft dit een herziening van het vigerende bestemmingsplan voor de projectlocatie.
1.2
Leeswijzer
Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente en hogere overheden. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.
Pagina 4 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
2 Het plan 2.1
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Achterweg tussen de kernen Herwijnen en Boveneind in. Ten zuiden van het plan liggen weilanden en verder naar het zuiden bebouwing, de Waaldijk, en de Waal. Aan weerszijden van het perceel liggen woningen. Aan de overzijde van de Achterweg, aan de noordzijde, ligt een woning en verder is er vrij uitzicht over de agrarische velden.
Afbeelding 1: luchtfoto met plangebied in omgeving, plangebied in rode cirkel. (bron: google Earth).
Afbeelding 2: luchtfoto met globale plangrens (bron: google Earth). Pagina 5 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Afbeelding 3: uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied 2012 met globale plangrens
2.2
Beschrijving plan
Het plan houdt het herbestemmen van een agrarisch perceel naar wonen in. Door de planologische wijziging wordt een woning mogelijk op de planlocatie. Direct ten westen van de planlocatie loopt een ontsluitingsweg naar een klein bedrijventerrein. Deze ontsluitingsweg loopt naar het zuiden naar een aannemersbedrijf en een architectenbureau. Deze planologische bedrijfsbestemming vereist een nadere milieutechnische verantwoording voor de haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk vier is hier nader op ingegaan.
Afbeelding 4: foto bestaande situatie vanaf de Achterweg.
Pagina 6 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Afbeelding 5: impressie inpassing toekomstige situatie Voor een verantwoorde inpassing van het plan in de omgeving is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het inpassingsplan is opgenomen als bijlage 1 bij de regels. In het inrichtingsplan is verantwoord hoe het plan ingepast kan worden in het nationale landschap De nieuwe Hollandse Waterlinie en in het landelijk gebied aan de rand van een kern. Een beschrijving van de kernkwaliteiten in het bestemmingsplan is vereist vanuit de provinciale verordening. De beschrijving is opgenomen in het inpassingsplan.
Afbeelding 6: randvoorwaarden voor de toekomstige inrichting in het landschappelijk inpassingsplan
Pagina 7 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Het inpassingsplan is tevens als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het planregels van het bestemmingsplan. Om voor de nieuwe situatie een correcte planologische indeling te krijgen, wordt voor het gehele perceel de bestemming Wonen voorgesteld, met een bouwvlak voor de nieuwe positie van de woning.
Pagina 8 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk een aantal nationale belangen (vastgelegd in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro)). Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. In het MIRT wordt ook de samenhang met decentrale belangen en regionale opgaven besproken.
De ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het mogelijk maken van één woning. Door het nationale karakter van de SVIR en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit bestemmingsplan geen direct raakvlak met het nationale beleid.
Vanuit de SVIR zijn geen directe voorwaarden van toepassing op het plan, tevens ontstaat er geen directe strijdigheid met het nationale beleid. De ladder voor duurzame verstedelijking is voor voorliggend plan niet van toepassing. De ladder schrijft voor dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de behoefte gemotiveerd moet worden en in het geval dat de stedelijke ontwikkeling buiten het stedelijk gebied plaatsvindt dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling niet binnen het stedelijk gebied opgelost kan worden. De definitie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is (conform de Bro): ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Voorts is op basis van basis van jurisprudentie nader gedefinieerd bij welk aantallen er sprake is van een woningbouwlocatie dat aangemerkt kan worden als stedelijke ontwikkeling. In de uitspraak van de ABRvS 18 november 2015 is geconcludeerd dat bij 11 a 12 woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan betreft dus geen stedelijke ontwikkeling volgens de Bro aangezien het om één woning gaat. Het plan is dan ook niet ladderplichtig. Pagina 9 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 De omgevingsvisie De omgevingsvisie van de provincie Gelderland is 19 december 2018 vastgesteld. De omgevingsvisie stuurt op hoofdlijnen de ruimtelijke ordening op (boven)regionaal niveau. Het doel van de visie is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dat houdt in dat de provincie zich enerzijds inzet voor een gezonde leefomgeving zonder vervuiling, die klimaatbestendig en veilig is. Daarnaast zet de gemeente zich in voor een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk-, en ondernemersklimaat met goede bereikbaarheid, zonder schadelijke impact op de natuur, en innovatief gebruik van energie. De gemeente heeft hierop een zevental ambities geformuleerd op het gebied van energie, klimaat, economie, natuur, mobiliteit, werken en wonen. De ambities van de gemeente zijn: • Energietransitie: van fossiel naar duurzaam • Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer • Circulaire economie: sluiten van kringlopen • Biodiversiteit: werken met de natuur • Bereikbaarheid: duurzaam verbonden • Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio! • Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam De omgevingsvisie zegt het volgende t.a.v. wonen: Onze ambitie • Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning.
We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. • Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. • Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Onze aanpak • We gaan in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. We hebben specifieke aandacht voor de gemeentegrens overstijgende woonvraagstukken. • We stimuleren innovaties in woonwijken op het vlak van duurzaamheid en het omvormen van bestaande gebouwen tot woonruimte. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het wijzigen van de bestemming Agrarisch naar Wonen en zo het mogelijk maken van één vrijstaande woning. Voorliggend plan past in de aard en schaal van de omgeving omdat het volume van de geplande woning aansluit bij de volumes langs de Achterweg. Aan de Achterweg staan diverse woningen en agrarische bedrijfswoningen met één of twee lagen en een kap. In dit lint wordt als gevolg van het plan een woning ingepast die qua maat en schaal volledig aansluit bij de bestaande volumes. De woning komt ook dicht bij de kern Boveneind. Hier is de bebouwing intensiever dan langs de Achterweg meer richting Herwijnen. Het plan sluit dan ook aan op de bebouwingsintensiteit in het gebied.
3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening De Provinciale Ruimtelijke Omgevingsverordening is 19 december 2018 vastgesteld. De verordening is een uitwerking van het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie in toetsbare regels. De verordening stelt regels en voorwaarden waaraan de inhoud van (gemeentelijke) bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen. De Omgevingswet die naar verwachting 1 Pagina 10 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
juli 2022 inwerking treedt, vraagt echter om een vernieuwde Omgevingsverordening. Daarom heeft de provincie een actualisatieplan gemaakt. Actualisatieplan 7 is 31 maart 2021 vastgesteld. Ondertussen is het ontwerp-actualisatieplan 8 in de maak waardoor de Omgevingsverordening uiteindelijk volledig zal voldoen aan de eisen, de taal en bedoelingen van de Omgevingswet. Inhoudelijk gaat de Omgevingsverordening en de beleidsmatige,- juridische - en- experimentele wijzigingen zoals gesteld in actualisatieplan 7 in op onder andere het realiseren van stedelijke functies, het vrijkomen van agrarische bebouwing, regels over uitbreiding van bedrijventerreinen, glastuinbouw en natuur- en landschapsbescherming. Planspecifiek Ten aanzien van nieuwe woonlocaties stelt de provinciale verordening in art. 2.2 het volgende: 1. ‘Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c.
er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.’. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en aan het provinciale beleid. zoals vermeld in de voorgaande paragraaf. 3.2.3 Actieplan wonen 2020-2025 “Sneller, betaalbaar, flexibel” Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. Daarbij spelen verschillende opgaven: •
•
•
Belangrijke kwalitatieve verbeteringen op de woningmarkt vragen om aandacht. Bijvoorbeeld de snellere doorstroming van huishoudens en de grotere beschikbaarheid van zowel betaalbare woningen voor starters, ouderen en andere doelgroepen, als van sociale en middeldure koopen huurwoningen. Bij de bouwproductie spelen een aantal belangrijke ambities: een zorgvuldig en zuinig gebruik van de ruimte, klimaatadaptatie, een circulaire bouw en energievoorziening, en inspelen op demografische ontwikkelingen. Een vlotte woningbouw wordt bemoeilijkt door verschillende knelpunten. Denk aan de capaciteitstekorten bij bouwbedrijven, gemeenten en nutsbedrijven en gestegen bouwkosten. Ook door stikstofregels en -toetsen, duurzaamheidscriteria en procedures komt de bouw op locaties minder snel van de grond.
Binnen het actieplan wonen wordt ingezet op 3 doelstellingen: • • •
de komende vijf jaar versnellen van de bouwproductie van 43.000 woningen met vijftig doorbraakprojecten verdeeld over de provincie. zorgen voor betere beschikbaarheid en betaalbaarheid van sociale en middeldure huur- en koopwoningen. het toevoegen van 2000 flexibele woningen (tijdelijke huizen gerealiseerd door nieuwbouw of transformatie van bestaande woningen).
Planspecifiek Pagina 11 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Voorliggend plan draagt bij aan de provinciale doelstelling om 80.000 woningen versneld bij te bouwen in de provincie. Door het realiseren van de woning wordt ook bijgedragen aan doorstroming op de woningmarkt. Vanuit het plan vloeien geen randvoorwaarden of belemmering voort die van toepassing zijn op voorliggend plan.
3.2.4
Regionale woonbeleid
Woonagenda Rivierenland 2020-2030 In deze woonagenda staan gezamenlijke afspraken over de woningbouwopgave voor de komende tien jaar voor de 8 gemeenten van de Regio Rivierenland. In deze periode moeten tussen de 7.900 en 12.500 nieuwe woningen gebouwd worden, om te kunnen voorzien in de regionale vraag naar woningen. In de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is opgenomen dat alle regio’s binnen de provincie een regionale woonagenda moeten opstellen. Het doel van zo’n woonagenda is om de woningbouwopgave in de regio af te stemmen. Regionale afstemming moet ervoor zorgen dat er wordt gebouwd naar behoefte en dat gemeenten samenwerken op gemeente overstijgende onderwerpen. Rivierenland: aantrekkelijke woonregio Rivierenland is een aantrekkelijke woonregio, door haar gunstige centrale ligging en goede ontsluiting met de rest van Nederland. De regio beschikt over veel groen, ruimte en een relatief betaalbare woningvoorraad ten opzichte van omliggende steden als Utrecht, Den Bosch, Ede en Nijmegen. De verwachting is dat de druk vanuit deze omliggende steden hoog blijft. Het coronavirus zal mogelijk leiden tot een nog grotere trek vanuit omringende steden naar de regio. Ontwikkelingen als vergrijzing en toenemende mobiliteit hebben hun weerslag op de vraag naar woningen in Rivierenland.
Daarnaast zijn er de laatste jaren veel nieuwe regels rondom het onderwerp wonen gekomen. Ook het coronavirus zal invloed hebben op de -regionale- economie en op de woningmarkt. Al deze ontwikkelingen samen vormden de aanleiding voor actualisatie van de Regionale Woonagenda Rivierenland. Regionale opgaven In de Regionale Woonagenda zijn vijf thema’s uitgewerkt waarop de acht regiogemeenten de komende jaren willen samenwerken. Deze thema’s zijn: 1. Continuïteit in productie 2. Betaalbaarheid van het wonen 3. Flexibiliteit op de woningmarkt 4. Wonen en zorg 5. Duurzaamheid Opgave nieuwbouw Naast de inhoudelijke thema’s, bevat de regionale woonagenda ook een woningbouwprogramma voor de komende tien jaar. Hierin staan per gemeente bandbreedtes voor het aantal toe te voegen woningen. In totaal verwacht de regio Rivierenland in de periode 2020-2030 tussen 7.900 en 12.500 nieuwe woningen te realiseren, om te voorzien in de regionale woningbehoefte. De opgave is fors. Net als in veel delen van Nederland zullen er nieuwe woningen bij moeten komen om de druk op de woningmarkt te verlichten.’ Regionaal Woningbouwprogramma regio Rivierenland
Pagina 12 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
De gemeenten van de regio Rivierenland hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Om voldoende inzicht te hebben in de woningmarkt en als basis voor het regionale woningbouwprogramma heeft de regio Rivierenland in 2015 een regionaal woningbehoefteonderzoek uit laten voeren. Het regionaal woningbehoefteonderzoek geeft inzicht in de verwachte woningbehoefte voor de komende jaren op basis van de effectieve vraag. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. De meest recente actualisatie van het regionale woonbeleid bestaat uit: ‘Uitvoeringsplan wonen, wonenzorg en woonladder regio Rivierenland 2018 16 november 2017’ Toetsing van projecten Alle projecten worden getoetst op drie punten: I. Planstatus Van alle projecten is de planstatus geïnventariseerd. Vanuit de provincie wordt mede gestuurd op planologische hardheid. Het is van belang om te monitoren of kansrijke plannen opgenomen zijn/worden in harde bestemmingsplancapaciteit. Voorkomen moet worden dat plancapaciteit gebruikt wordt voor niet-kansrijke plannen of projecten die pas op zeer lange termijn ontwikkeld worden. Plannen met harde plancapaciteit worden 'groen' gemarkeerd. Plannen met zachte plancapaciteit zijn 'rood'.
Voorliggende ontwikkeling scoort op dit punt rood, omdat het plan nog niet is vastgesteld. Voorliggend plan wordt echter door voorliggend planspecifiek bestemmingsplan op korte termijn vastgesteld en is daarmee in potentie nagenoeg groen. II. Urgentie Onder deze noemer vallen in ieder geval de plannen waar sprake is van een verbetering van locatie en omgeving zoals bij herstructurering, bedrijfssanering, afronding van een gebied. Daarnaast kan een bepaald woningbouwprogramma, zoals voor senioren geschikte woningen in combinatie met zorgvoorzieningen, aanleiding zijn om prioriteit te geven aan een project. Voorliggende ontwikkeling voorziet in het realiseren van een levensloopbestendige woning. Het plan wordt gebouwd vanuit een concrete behoefte voor mensen die nu nabij het plangebied wonen. Het plan draagt daarmee bij aan het vergroten van het aanbod van levensloopbestendige woningen. Het plan draagt zo ook bij aan doorstroming doordat de vrijgekomen woning geschikt is voor gezinnen. Doordat het planologisch mogelijk maken van een woning ten behoeve van een concrete woningbehoefte scoort de ontwikkeling 'groen'. III. Woonmilieu, prijs en woningtype In het WBO is aangegeven waar de belangrijkste tekorten en overschotten zijn. Het regionale woningbouwprogramma wordt hieraan getoetst.
Dit kan aanleiding zijn om een aantal projecten opnieuw te bezien en mogelijk meer af te stemmen op de actuele vraag. Projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het WBO waarbij maatwerk per gemeente en kern mogelijk is. Een groot deel van de projecten bedient immers een specifieke, lokale vraag. Indeling projecten Alle bekende projecten zijn getoetst en ingedeeld in drie categorieën. 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar) Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Deels gaat het dan om projecten met woningen in de lagere huur- en koopprijscategorieën. Ook zorggerelateerde woningen scoren hoog. Daarnaast lijkt de markt voor middeldure, en soms zelfs dure, koopwoningen weer aan te trekken. Projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit. Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2.
Pagina 13 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar) De projecten in categorie 2 zijn plannen met een (beïnvloedbaar) risico. Zo kan het een kansrijk project zijn met als enige aandachtspunt dat er nog geen vastgesteld bestemmingsplan ligt. Andere belemmeringen zijn omgevingsfactoren zoals milieubelemmeringen of een te verwachten weerstand vanuit de omgeving. Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt tussen plannen in categorie 2A waarvan verwacht wordt dat de oplevering gepland is voor de middellange termijn (2020-2025) en plannen in categorie 2B met aandachtspunten of belemmeringen. 3. Risicovolle plannen en/of lange termijn (realisatie tien jaar of verder) Een deel van deze plannen betreft een of meer fasen van een groter project. Ook zijn er projecten die nog niet aansluiten op de actuele marktomstandigheden of waar concrete knelpunten gesignaleerd zijn. Tot slot zijn het projecten die ooit een keer bedacht zijn, in de tijd dat er nog onbeperkt plannen gemaakt werden, maar waarvan nu ingeschat wordt dat deze niet meer tot ontwikkeling komen. Regionale woningbouwprogramma De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen gezamenlijk het regionale woningbouwprogramma Rivierenland. De voorliggende ontwikkeling sluit aan op de in het regionale woningbouwprogramma aangeduide categorie 2 omdat er nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is.
Er zijn geen milieubelemmeringen voorzien. De middellange termijn voor categorie 2 van 5 tot 10 jaar sluit niet aan op het plan. De uitvoering van het project staat gepland op korte termijn, naar verwachting begin 2022. Op urgentie en programma scoort de ontwikkeling derhalve goed. Planspecifiek Conclusie regionaal woningbeleid Voorliggend bestemmingsplan past binnen de systematiek die gehanteerd wordt bij het regionale woningbouwprogramma.
Pagina 14 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
3.3
Gemeentelijk beleid
Het plangebied is gelegen in de voormalige gemeente Lingewaal. Deze gemeente is opgegaan in de nieuwe gemeente West Betuwe. Voor het beleid wordt, voor zover nog niet vervangen, terugverwezen naar het beleid van de voorgaande gemeenten. 3.3.1 Het Manifest van Lingewaal’: Structuurvisie Plus 2030 ((jan. 2010) In ‘Het Manifest van Lingewaal' zijn de beleidskaders van de gemeente tot en met 2030 in hoofdlijnen vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen voor de komende jaren ook informatie over de gewenste identiteit voor Lingewaal: 1. Lingewaal blijft een groene en vitale gemeente met een balans tussen ecologie, economie en samenleving. 2. Elke kern heeft zijn eigen karakteristiek en identiteit. De kernen vormen samen met het Rivierenland en de open komgebieden een oase van rust en ruimte. Lingewaal kiest ervoor om niet tot de Randstad te behoren, maar tot het Rivierenland. 3. Het gemeentebestuur zorgt voor een balans tussen de belangen van de gemeente als geheel en de vijf kernen afzonderlijk. Waar nodig gaat zij samenwerkingsverbanden aan met steden en dorpen in de regio. 4. De gemeente stimuleert en faciliteert het zelforganiserend vermogen van haar inwoners. Beleidskeuzes worden grotendeels door en/of met de bewoners, ondernemers en organisaties in de kernen gemaakt. 5.
De landbouw is in Lingewaal beeldbepalend en een belangrijke economische factor. 6. Lingewaal biedt een gastvrij onthaal aan mensen die willen genieten van haar natuur, haar cultuurhistorische waardevolle kernen en landschap, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de rust en stilte. 7. De gemeente zorgt voor basisvoorzieningen. Dat zijn: (1) voorzieningen voor de jeugd tot 12 jaar, waar mogelijk in een brede school, (2) een zorgvoorziening passend bij de schaal van de kern en (3) een ontmoetingsruimte. Willen inwoners meer, dan moeten zij zich daar ook zelf voor inzetten. De gemeente zet zich in voor gezamenlijke accommodaties en multifunctionele gebouwen. 8. De gemeente biedt ruimte aan goed, inventief en maatschappelijk ondernemerschap want dat vormt de basis voor een gezonde economische ontwikkeling. Planspecifiek Voorliggend plan heeft gezien de kleinschaligheid beperkt raakvlak met de visie die meer op hoofdlijnen stuurt. Het plan is echter op basis van vergelijking met bovenstaande (hoofd)lijnen in overeenstemming met de structuurvisie. 3.3.2 Nota ruimtelijke kwaliteit Lingewaal (maart 2015) De nota bevat verschillende beoordelingskaders en criteria die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. De nota gaat ook specifiek in op het buitengebied. De gemeenteraad heeft op 24 november 2020 het geharmoniseerde welstandsbeleid voor West Betuwe vastgesteld.
Dit is een technische harmonisatie. Inhoudelijk is het beleid ten opzichte van het eerdere beleid van Lingewaal niet noemenswaardig gewijzigd. Het buitengebied van Lingewaal bestaat voornamelijk uit weidegebied met een beperkte hoeveelheid gevarieerde bebouwing, geclusterd in linten, zoals de Graaf Reinaldweg, Nieuwe Steeg, Bloklandweg, Molenweg en Spijksesteeg. Over de lintbebouwing geeft de nota het volgende aan: • De bebouwing staat in het algemeen langs de hoofdontsluitingswegen en ligt meestal iets terug op ruime kavels. Als gevolg van ruilverkaveling is het buitengebied vrij systematisch ingedeeld en bestaat de bebouwing voornamelijk uit moderne boerderijen. • De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit (vrijstaande) woningen en agrarische bedrijfsgebouwen. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de
Pagina 15 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
•
•
•
weg en verspringen. Bedrijfsgebouwen als hallen en schuren liggen in beginsel achter de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De woningen zijn voornamelijk individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op-, en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. De detaillering is verzorgd. Gevels van traditionele woningen en boerderijen zijn regelmatig voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. Meer recente woningen hebben veelal een sobere uitwerking. Woningen hebben gevels van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en daken gedekt met pannen. Bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één laag met een flauw hellend zadeldak en een rechthoekige plattegrond. Ze zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen met veelal gevels van plaatmateriaal en een enkele keer van baksteen.
Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de mate van afwisseling, eenvoud en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van kleuren. Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de criteria ligging, massa, architectonische uitwerking en materiaal/kleur. Voor dit bestemmingsplan zijn ligging en massa van belang.
De nota geeft daarover aan: • de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bedrijfsgebouwen en bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • bebouwing met de voorgevel op de weg richten • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben bij voorkeur een eenvoudige, eenduidige opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per erf is er één hoofdmassa • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één of twee lagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap • bedrijfsgebouwen hebben één laag met eenvoudige kap, zoals een zadeldak • de nok is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa en eenvoudig van vorm Planspecifiek De nota Ruimtelijke kwaliteit is met name bedoeld voor het Buitengebied. Op de volgende pagina is gemotiveerd op welke wijze voldaan wordt aan de nota. De hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bedrijfsgebouwen en bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie. In voorliggend plan wordt één woning mogelijk gemaakt. Het bouwvlak is zo gepositioneerd dat deze georiënteerd is op de Achterweg. Het plan sluit aan op dit criterium.
de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar De Achterweg is een weg die van Herwijnen naar Boveneind loopt. De bestaande bebouwing staat op een getrapte wijze aan de weg. Dat wil zeggen dat de rooilijnen niet parallel liggen aan de weg maar enigszins geren. Het bouwvlak van voorliggend plan sluit hierop aan. Hierdoor sluit het plan aan op het verspringende beeld van de hoofdmassa’s. Pagina 16 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
bebouwing met de voorgevel op de weg richten De voorgevel van de nieuwe woning zal georiënteerd worden op de Achterweg. gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben bij voorkeur een eenvoudige, eenduidige opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond Voorliggend plan voorziet in een rechthoekig bouwvlak. Gezien de afmetingen van het bouwvlak zal ook enkel een rechthoekige woning mogelijk zijn. Het plan voldoet daarmee aan de vereiste situering. Het plan is nog niet op architectonisch niveau uitgewerkt. Dat is ook niet vereist bij een bestemmingsplan omdat daarin enkel de planologische mogelijkheid van de woonbestemming met bebouwingsregels in gesteld worden. per erf is er één hoofdmassa In voorliggend plan wordt hier, doordat maar één woning in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, in voorzien. woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één of twee lagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap Het plan is nog niet op architectonisch niveau uitgewerkt. Dat is ook niet vereist bij een bestemmingsplan omdat daarin enkel de planologische mogelijkheid van de woonbestemming met bebouwingsregels in gesteld worden. bedrijfsgebouwen hebben één laag met eenvoudige kap, zoals een zadeldak Het plan voorziet niet in bedrijfswoningen, dit criterium is dan ook niet van toepassing.
de nok is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting Het plan is nog niet op architectonisch niveau uitgewerkt. Dat is ook niet vereist bij een bestemmingsplan omdat daarin enkel de planologische mogelijkheid van de woonbestemming met bebouwingsregels in gesteld worden. Gezien de vorm van het bouwvlak is het wel zeer aannemelijk dat de nokrichting aansluit bij de noord-zuid georiënteerde richting van het perceel. uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa Het plan is nog niet op architectonisch niveau uitgewerkt. Dat is ook niet vereist bij een bestemmingsplan omdat daarin enkel de planologische mogelijkheid van de woonbestemming met bebouwingsregels in opgenomen zijn. bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa en eenvoudig van vorm In de bouwregels van het bestemmingsplan wordt hieraan voldaan doordat voor bijgebouwen een beperkter oppervlakte en lagere bouwhoogte is opgenomen dan voor het hoofdgebouw. 3.3.3 Woonvisie West Betuwe 2020-2030 “Wonen naar behoefte” West Betuwe is een geliefde en aantrekkelijke woongemeente, niet alleen voor de eigen inwoners maar ook voor woningzoekenden uit Rivierenland en andere regio's. Er is veel bedrijvigheid, er wordt flink gebouwd, en bedrijven en inwoners zijn via weg, water en spoor uitstekend verbonden met grote steden en werklocaties elders.
De 26 dorpen en kleine stadjes zijn dorps, ruim en groen, en alle dagelijkse voorzieningen zijn in de gemeente beschikbaar. Het is een aangename en rustige thuishaven. Ondertussen gebeurt er van alles in de wereld. Zo zorgt de grote druk op de woningmarkt in de Randstad voor toenemende vraag naar woningen in omliggende gebieden. Rijk en provincie stimuleren versnelling van woningbouw. En de voortgaande vergrijzing vraagt om nieuwe woonzorg-arrangementen. Pagina 17 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Met de woonvisie geven we aan hoe West Betuwe de komende 10 jaar op deze en andere trends wil inspelen. We willen een toekomstbestendige woningmarkt, waarin ruimte is voor alle doelgroepen, zodat we een leefbare, maar ook groene gemeente zijn en blijven. We willen een woningaanbod dat aansluit op de behoefte van de Inwoners. Dorpen waar jong en oud naar tevredenheid wonen. Binnen de woonvisie wordt uitgegaan van een viertal leidende principes: • We beschermen de unieke landschappelijke kwaliteiten en het karakter van West Betuwe en haar kernen; • Voor elke inwoner is een passende woning haalbaar en betaalbaar; • Ieder kan gezond en veilig wonen; • Woningbouw is mogelijk in elke kern, passend bij de aard en schaal van de kern. Extra groei krijgt de ruimte in de A2-corridor. Planspecifiek Voorliggend plan draagt bij aan het beschreven oplossen van de grote woningbehoefte in de gemeente. Het plan wordt zorgvuldig ingepast in de omgeving zoals beschreven in paragraaf 2.2. De unieke landschappelijke kwaliteiten en het karakter van West-Betuwe blijft zodoende behouden. Vanuit het woonbeleid volgen geen aanvullende randvoorwaarden waarmee in het plan rekening gehouden moet worden.
3.3.4 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor de locaties is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ en voor de regels het latere ‘Reparatieplan Buitengebied 2014’ van de gemeente Lingewaal. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ is onherroepelijk geworden op 29-05-2013. Voor de locatie geldt de enkelbestemming Agrarisch en geldt tevens de dubbelbestemming Waarde – Archeologische waardevolle gebieden 1’. .
Uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied 2012 De bestemming Agrarisch staat het volgende gebruik toe: De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Pagina 18 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
• •
a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, met dien verstande dat boomkwekerijen en boomgaarden niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'openheid' ….;
Planspecifiek Voorliggend plan past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is derhalve een nieuw bestemmingsplan nodig. Voorliggend plan voorziet hier in.
Pagina 19 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1
Milieueffectrapportage
Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die direct MERplichtig zijn (de zogenaamde ‘C-lijst’) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde ‘Dlijst’). In de D-lijst is voor iedere activiteit een drempelwaarde opgenomen. Indien deze drempelwaarde door een activiteit wordt overschreden geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Is een activiteit wel genoemd in de D-lijst maar wordt de drempelwaarde niet overschreden? Dan dient er een vormvrije m.e.r.- beoordeling opgesteld te worden. Evenals bij een m.e.r.-beoordeling dient er voor de vormvrije beoordeling getoetst te worden aan de criteria die genoemd zijn in Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ (2011/92/EU). De vormvrije m.e.r.-beoordeling dient om te bepalen of de kenmerken van het plan en de nadelige gevolgen voor het milieu niet alsnog noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapportage (MER), ondanks dat de activiteit onder de drempelwaarde van de D-lijst blijft. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt middels een m.e.r.-aanmeldnotitie aangeboden aan het bevoegd gezag, op basis waarvan zij een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit moet eerder genomen worden dan het besluit om het ontwerp bestemmingsplan ter inzage te laten gaan.
Planspecifiek Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 1 woning mogelijk op gronden die nu nog een agrarische bestemming hebben. Dit plan heeft daarom betrekking op ‘De aanleg, wijziging of verandering van een stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Deze ontwikkeling valt onder activiteit D.11.2. Voor woningbouw wordt een drempelwaarde van 2000 woningen aangehouden. De bouw van 1 woning blijft daar qua aantal dus ruimschoots onder. Er geldt daarom geen directe m.e.r.- beoordelingsplicht voor dit plan. Wel moet er een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden opgesteld, aangezien er voor een stedelijkontwikkelingsproject geen ondergrens aangewezen is. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De milieugevolgen van dit plan zijn beoordeeld in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Voor een aantal milieuaspecten is er aanvullend onderzoek uitgevoerd om de milieueffecten in beeld te brengen, zoals bijvoorbeeld voor bodem en geluid. De bevindingen op basis van deze onderzoeken zijn in de relevante milieuparagrafen benoemd. Op basis van de beoordeling in de milieuparagrafen en de resultaten uit denonderzoeken worden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Ook beschouwd vanuit de criteria uit Bijlage III blijken belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet aan de orde: 1. kenmerken van het project. De kenmerken (e.g.
omvang project, gebruik natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen) zijn in dit geval dusdanig beperkt dat belangrijke nadelige effecten voor het milieu uit te sluiten zijn. De bouw van 1 woning is niet dusdanig ingrijpend dat de omgeving van het plangebied wezenlijk verandert. Bovendien wordt er geen regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen geschaad en de afvalstromen die vrijkomen worden allen via de reguliere wegen afgevoerd, verwerkt of hergebruikt. 2. plaats van het project. Ook de relatie tussen de voorgenomen ontwikkeling en de plaats van het project noodzaken niet tot een Pagina 20 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
m.e.r.-beoordeling, aangezien de omgeving niet dusdanig kwetsbaar is dat een project van deze beperkte omvang tot belangrijke nadelige gevolgen voor milieu en/of omgeving leidt. Het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied is niet aan de orde en wordt derhalve ook niet aangetast, daarnaast wordt het opnamevermogen van het natuurlijk milieu niet gebruikt c.q. aangetast aangezien er geen afvalstromen in het natuurlijk milieu eindigen (alles wordt via de reguliere afvalverwerking van huishoudelijk afval verzameld en verwerkt). Bovendien ligt het plangebied niet in of direct naast een beschermd natuurgebied (Natura 2000 en/of Gelders Natuurnetwerk). 3. kenmerken van het potentiële effect. Er zijn geen belangrijke nadelige effecten op het milieu te voorzien. Daarmee is de kans dat deze effecten zich voordoen dan ook niet aan de orde. Het betreft een ontwikkeling van beperkte omvang, buiten (beschermde) natuurgebieden en met een kleine impact op het milieu en de natuurlijke omgeving. Conclusie Op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordeling kan geconcludeerd worden dat er geen m.e.r.beoordelingsprocedure doorlopen hoeft te worden en/of dat een planMER niet aan de orde is. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het plan zijn gezien de omgeving en de omvang van de ontwikkeling en de optredende milieueffecten niet aannemelijk.
Deze paragraaf (meer specifiek de tekst onder ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’) en de rest van de toelichting kunnen beschouwd worden als de m.e.r.-aanmeldnotitie. Het college van de gemeente West Betuwe moet op basis hiervan nog een formeel m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Hierin besluit het college of er wel of geen milieueffectrapportage nodig is.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Planspecifiek Voorliggend plan houdt het wijzigen van de bestemming Agrarisch naar Wonen in. Beoordeeld moet worden of de bestemming wonen, wat een gevoelige bestemming betreft, inpasbaar is in de omgeving en dat de nieuwe woning geen belemmering vormt voor aanwezige bedrijvigheid en of planologisch mogelijke bedrijvigheid. Direct grenzend aan de westzijde van het plangebied ligt een ontsluitingsweg dat bestemd is als bedrijf met een maximale milieucategorie van 2. Deze bedrijfsbestemming kan hinder veroorzaken voor de woonbestemming.
Voorbij deze weg is een agrarisch bedrijf gelegen. Het agrarisch bedrijf is reeds lang niet meer in functie maar planologisch geldt dat daar een agrarisch bedrijf is toegestaan. Om concreet te berekenen wat de hinder kan zijn van deze twee bronnen is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd, zie bijlage 1. Het onderzoek gaat in op zowel verkeerslawaai op basis van de wet geluidhinder als op industrielawaai op basis van het Activiteitenbesluit. In het onderzoek is na overleg met de omgevingsdienst berekend wat de geluidbelasting is als gevolg van het industrielawaai. De conclusie van het onderzoek luidt: ‘De geluidbelasting ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten op de boerderij bedraagt LAr,Lt=48 dB(A) ten gevolge van de activiteiten op het boerenerf en Lmax = 77 dB(A) Pagina 21 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
ten gevolge van transportbewegingen op de toegangsweg naar het pand aan de Waaldijk, waarbij de rijdende tractor bepalend is voor het maximale geluidniveau. Een geluidscherm langs de toegangsweg zou stuiten op stedenbouwkundige bezwaren. Het plan voldoet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Het maximale geluidniveau uit het Activiteitenbesluit in de avondperiode en nachtperiode wordt wel overschreden. Deze overschrijding treedt ook op als eenzelfde voertuig over de Achterweg langs de woning rijdt. Maatschappelijk gezien leiden deze overschrijdingen niet tot ontoelaatbare hinder; men is gewend aan landbouwvoertuigen op het platteland, rijdend op de weg en in werking op het weiland of akkerland. Er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening.’ Daarnaast geldt dat vanuit het potentieel aanwezig agrarische bedrijf dat geurhinder een beperking op kan leveren voor een goed woon- en leefklimaat. Zoals beschreven is dit bedrijf reeds lang niet meer in gebruik als agrarisch bedrijf. Er zijn dan ook geen actieve geurbronnen, zoals veestellen of mestplaten, aanwezig die voor een belemmering zorgen voor voorliggend plan. Daarnaast is voor voorliggend plan op het perceel afdoende ruimte om deze geurbronnen op voldoende afstand van de beoogde woning te plaatsen. Een eventueel toekomstig agrarisch bedrijf wordt op dit punt niet belemmerd door voorliggend plan.
De naastgelegen bedrijfsbestemming en het daar aangrenzend potentieel aanwezig agrarisch bedrijf vormen daarmee geen belemmering voor de beoogde woonbestemming. Ten zuiden van het plangebied is een bedrijfsbestemming gelegen dat specifiek bestemd is als aannemersbedrijf. Een aannemersbedrijf met een werkplaats kent een milieucategorie van 3.1 met een aan te houden richtafstand van 50 meter. De afstand tot het bedrijf bedraagt 145 meter. Dit bedrijf vormt daarmee geen belemmering voor voorliggend plan. Tot slot ligt om het plangebied de agrarische bestemming. Op deze bestemming zijn boomgaarden toegestaan. Boomgaarden zijn vanwege het gebruik van pesticiden en de daarbij aan te houden spuitzones niet direct naast woningen toegestaan. Het toestaan van de woonbestemming zal betekenen dat de aangrenzende gronden niet meer voor de agrarische boomteeltfunctie gebruikt kunnen worden. Dit zou een belemmering van de aangrenzende bedrijfsvoering kunnen betekenen. In voorliggend plan vormen de omliggende woningen in de bestaande situatie echter reeds een belemmering. In het bestemmingsplan Buitengebied artikel 3.4.f staat dat boomgaarden ten minste 50 meter afstand dienen te houden van (bedrijfs-)woningen.
De grens van de woonbestemming in dit bestemmingsplan is afgestemd op de grenzen tot waar in de huidige situatie, als gevolg van reeds aanwezige (bedrijfs) woningen, geen boomgaarden meer mogelijk zijn. Op de navolgende afbeelding is weergegeven middels de noordelijke groene lijn tot waar de woonbestemming mogelijk is.
Pagina 22 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
Uitsnede bestemmingsplan met aan te houden afstanden van boomgaarden tot gevoelige (bedrijfs)woningen. Gezien voorgaande conclusies vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering tot voorliggend plan.
4.3
Geluidhinder
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functie belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Om te bepalen of op de locatie aan de wettelijke vereisten voldaan kan worden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. Het onderzoek gaat in op zowel verkeerslawaai op basis van de wet geluidhinder als op industrielawaai op basis van het Activiteitenbesluit. De conclusie van het onderzoek ten aanzien van geluidhinder door verkeerslawaai luidt: ‘De geluidbelasting op voorgevel van een nieuw te realiseren woning aan de Achterweg bedraagt maximaal Lden= 46 dB. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. Alle gevels zijn geluidluw. Het aspect geluid(verkeerslawaain) vormt daarmee geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 23 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
4.4
Ecologie
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Soortenbescherming Bepaald moet worden of er geen beschermde soorten worden aangetast door de planontwikkeling. In de bestaande situatie betreft het plangebied een weiland. Voor het plan zullen geen bomen gekapt, bebouwing gesloopt, sloten gedempt en of bosschages worden verwijderd. Er zijn dan ook als gevolg van het plan geen nadelige effecten of beschermde soorten te verwachten. Gebiedsbescherming Tevens is beoordeeld of het plan mogelijk nadelige effecten heeft op nabijgelegen beschermde natuurgebieden. Het Natura 2000-gebied dat het meest dichtbij ligt is ‘Loevesteijn, Pompveld & Korense Boezem’, op ongeveer 4,8 kilometer afstand. Gezien de afstand en de beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten (incl. stikstofdepositie) op Natura 2000 gebieden uit te sluiten. Het meest dichtbijgelegen beschermde natuurgebied ligt op ongeveer 460 meter afstand ten zuiden van het plangebied.
Dit is het gebied ‘De oude Wiel’, dat onderdeel is van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN kent geen externe werking (plangebied ligt er geheel buiten), maar ook gezien de afstand is het niet aannemelijk dat het voorgenomen plan van één woning nadelige effecten heeft op dit natuurgebied..
Foto: planlocatie bron: Google Streetview Nader onderzoek naar ecologie is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect ecologie vormt geen beperking voor de beoogde ontwikkeling.
Pagina 24 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
4.5
Bodem
Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Om te bepalen of de grond geschikt is voor het beoogd gebruik is een bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3. De conclusie van het onderzoek luidt: Uit de analyseresultaten blijkt dat de toplaag van de bodem tot 0,3 m-mv hooguit licht verontreinigd is met DDE. De toplaag van de bodem tot 0,5 m-mv en de onderlaag ter plaatse van het gehele weiland zijn als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB. … Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met barium. Een licht verhoogd gehalte aan barium wordt vaker in het grondwater vastgesteld en wordt doorgaans veroorzaakt door natuurlijke ophoping. Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met som dichlooretheen.
… Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er, gezien de geringe mate van verontreiniging, milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de voorziene bestemmingswijziging en toekomstige nieuwbouw. ….’ Op basis van het onderzoek wordt duidelijk dat aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling vormt.
4.6
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Toetsing van Stof Stikstofdioxide (NO2)
Grenswaarde
jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar 200 µg / m³ worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 50 µg / m³ keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³ Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit
Geldig sinds 2015
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011 Sinds 2015
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Pagina 25 Bestemmingsplan Nieuwe woning naast Achterweg 68 te Herwijnen
In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m 2. Voorliggend plan houdt de nieuwbouw van één woning in. De gehele ontwikkeling blijft ruim onder het criterium. Nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.
4.7
Externe Veiligheid
Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en kampeerterreinen.
De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10 -6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkt kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Bevi stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is dit moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang.