RV2022-033 Bijlage 1 Ontwerp bestemmingsplan Waaldijk 4, Opijnen.pdf
Tekst van het document
Gedurende de broedperiode zijn diverse algemene vogels broedend te verwachten in en in de directe omgeving van het plangebied. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Teunisbloempijlstaart is bekend in de omgeving van het plangebied. Door de bestemmingswijziging worden activiteiten mogelijk gemaakt die mogelijk leiden tot het verlies van voortplantingslocaties van teunisbloempijlstaart. Overige beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied. In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen en overwinteringsplaatsen van een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten en amfibieën te verwachten. Bij de projecten die volgen uit het nieuwe bestemmingsplan kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze soorten geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wnb, waardoor de Wnb geen belemmering voor wijziging van het bestemmingsplan vormt.
In de natuurtoets is aangegeven dat nader onderzoek gewenst is naar vleermuizen, kleine marterachtigen en teunisbloempijlstraat. Kleine marterachtigen en de teunisbloempijlstaart zijn niet aangetroffen, maar wel geschikt habitat en eventuele geschikte ruimte voor verblijf door deze soorten (in de rommelhoekjes en langs de bosrand). Nader onderzoek is nodig om met zekerheid vast te stellen of voor bepaalde activiteiten een
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 28 van 74
ontheffing op grond van de Wnb nodig zou zijn. Hoewel die activiteiten op grond van het bestemmingsplan mogelijk zijn, is het uitvoeren van dit onderzoek in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet nodig en ook niet efficiënt. Daarbij is in de eerste van belang dat het gaat om een locatie die al geruime tijd een bedrijfsbestemming heeft, en ook als zodanig in gebruik is. Bovendien, als uit nader onderzoek voor bepaalde activiteiten een ontheffingsplicht zou volgen, dan geldt dat er geen reden is om aan te nemen dat die ontheffing (al dan niet door het treffen van maatregelen) niet zal kunnen worden verleend. Als initiatiefnemer in de toekomst bijvoorbeeld de betreffende locaties op het terrein wenst te verharden, te bebouwen c.q. bestaande bebouwing wil aanpassen of de twee bomen welke geschikt zijn voor vleermuizen wil kappen, dan zal op dat moment (opnieuw) actueel onderzoek moeten worden gedaan naar beschermde soorten en zal op dat moment, afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek, ontheffing moeten worden aangevraagd. Onder al deze omstandigheden kan op basis van het natuuronderzoek worden geconcludeerd dat voldoende vaststaat dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Nader onderzoek in deze fase is niet nodig.
Gebiedsbescherming Groene ontwikkelingszone en Gelders Natuurnetwerk Het plangebied overlapt voor een deel met het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelingszone (GO). Voor het GNN gaat het om een oppervlak van circa 4.000 m 2 zachthoutooibos met een voedselrijke ondergroei. Voor de GO geldt een overlap van circa 280 m 2 met het plangebied. Het betreft een strook bos van circa 3 m breed, die grenst aan de Waal. Zie paragraaf 4.2.2 (Omgevingsverordening Gelderland) voor de begrenzing en de overlap van het GNN en GO. De begrenzing kan mogelijk door de provincie worden aangepast als er op 17 oktober 2014 sprake was van een onherroepelijk bestemmingsplan met daarin bestemmingen die strijdig zijn met de begrenzing van het GNN en GO. Op 17 oktober 2014 was er geen sprake van een onherroepelijk bestemmingsplan met daarin bestemmingen die strijdig zijn met de begrenzing van het GNN en GO. In dit bestemmingsplan krijgt het oppervlak GNN en GO de bestemming 'Natuur'. In dat geval blijft het oppervlak GNN en GO behouden en zijn (potentiële) negatieve effecten op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van de deelgebieden niet aan de orde. Natura 2000-gebieden
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 29 van 74
Afbeelding 5.1: Natura 2000-gebied Het plangebied overlapt aan de noordwestzijde voor een klein deel met Natura 2000-gebied Rijntakken (zie afbeelding 5.1). Het gaat om een strook van circa 2 bij 75 meter. Met dit bestemmingsplan wordt dit gedeelte wat nu de bestemming 'Bedrijf' heeft bestemd als 'Natuur'. Hierdoor valt het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden en zijn directe negatieve effecten, als gevolg van bijvoorbeeld oppervlakteverlies en betreding, op voorhand uitgesloten. Indirecte (uitstralende) effecten door verstoring door geluid, licht en visuele verstoring kunnen gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied niet op voorhand worden uitgesloten. Door de inzet van mobiele werktuigen en aanwezigheid van mensen kunnen effecten optreden als gevolg van verstoring door geluid en licht, visuele verstoring en verzuring en vermesting (stikstofdepositie). Uit de effectbeoordeling blijkt dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Rijntakken door verstoring door licht, geluid en optische verstoring zijn uitgesloten. Uit de stikstofberekening blijkt dat sprake is van een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebied Rijntakken. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van verzuring en vermesting zijn op voorhand niet uit te sluiten.
Er is sprake van stikstofdepositie van maximaal 8,44 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebied Rijntakken. Zie de AERIUS-berekening in bijlage Er is een ecologische voortoets uitgevoerd, teneinde te onderzoeken of de toename van stikstofdepositie kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Rijntakken. De ecologische voortoets is bijgevoegd als bijlage 3. Uit de ecologische voortoets is het volgende gebleken:
Een extra depositie van maximaal 0,9 mol/ha/jr op overbelaste Natura 2000-locaties is verwaarloosbaar t.o.v. de jaarlijkse aanvoer van stikstof door de rivier en de afvoer van stikstof bij regulier graslandbeheer. Dergelijke extreem kleine depositietoenames kunnen de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden niet meetbaar aantasten. De zeer beperkte depositie van de wijziging van het bestemmingsplan zal dan ook geen significant effect hebben op de haalbaarheid van de Natura 2000 doelen binnen het effect-gebied. Doordat het plan met zekerheid niet zal leiden tot effecten op Natura 2000 is een
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 30 van 74
cumulatietoets niet aan de orde. Er is al met al geen reden om aan te nemen dat de extra depositie kan leiden tot significant negatieve effecten. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet vereist.
In het stikstofonderzoek en de uitgevoerde berekeningen is uitgegaan van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Daarbij is - hoewel dat op grond van de wet en rechtspraak wel is toegestaan - geen rekening gehouden met de bestaande activiteiten die op basis van het huidige bestemmingsplan al zijn toegestaan. Volstaan had kunnen worden met het onderzoeken van de gevolgen van hetgeen in dit bestemmingsplan extra mogelijk gemaakt wordt ten opzichte van de feitelijke planologische legale situatie. Duidelijk mag zijn dat de depositie op basis van die uitgangspunten lager zou zijn geweest. Als er met de in het verrichte onderzoek gekozen uitgangspunten al geen sprake is van significant negatieve effecten, dan is dat zeker ook het geval wanneer was uitgegaan van de uitgangspunten die de wet en de rechtspraak voorschrijven. Conclusie Gezien het feit dat dit bestemmingsplan niet meer mogelijk maakt dan de huidige situatie en er geen fysieke wijzigingen gaan plaatsvinden vormt het aspect ecologie geen belemmering voor de beoogde situatie.
5.7
Water
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets van waterschap Rivierenland. Buitendijks gebied Het plangebied is gelegen binnen het buitendijkse gebied van de Waal. Voor buitendijkse functies gelden geen wettelijke normen voor de bescherming tegen wateroverlast of erger. De kans op slachtoffers is echter minimaal en meestal is er sprake van wateroverlast in plaats van een overstroming. Doordat het plangebied is gelegen op een bestaand hoogwatervrij terrein is de kans op overstroming of wateroverlast zeer minimaal. De Waal is een stroomvoerend deel van het rivierbed. De activiteiten in een rivierbed mogen geen nadelige effecten hebben voor de waterstand, afvoercapaciteit of zorgen voor een afname van het bergend vermogen. Een functieverandering binnen de bestaande bebouwing kan onverminderd mogelijk worden gemaakt. Met onderhavig plan vindt er een functieverandering binnen de bestaande bebouwing plaats.
Er zijn daardoor geen nadelige gevolgen voor de waterstand, afvoercapaciteit of bergend vermogen van de Waal. Watertoets Het plan betreft uitsluitend een functieverandering van bestaande bebouwing. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Rivierenland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Rivierenland. In Bijlage 4 is het toetsresultaat van de watertoets toegevoegd. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde situatie.
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 31 van 74
5.8
Archeologie en cultuurhistorie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Toetsing van het onderhavige plan De gemeente heeft een eigen archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld, die in het vigerende bestemmingsplan is verwerkt.
Het plangebied is bestemd als 'Waarde-Archeologie 3' en 'Waarde-Archeologie 4'. Binnen deze dubbelbestemmingen is een archeologische onderzoek noodzakelijk indien:
bij 'Waarde-Archeologie 3' de totale bodemingreep groter is dan 5.000 m 2 en de verstoring dieper dan 50 cm is; bij 'Waarde-Archeologie 4' de totale bodemingreep groter is dan 10.000 m 2.
Deze dubbelbestemmingen vormen geen belemmering voor de onderhavige plan. Het onderhavige plan betreft een functiewijziging, binnen de bestaande bebouwing. De bebouwing wordt niet uitgebreid en er vinden geen grondwerkzaamheden plaats. Het plangebied an sich heeft geen cultuurhistorische waarden en omdat er geen fysieke wijzigingen plaats vinden kunnen er überhaupt geen aantastingen plaats vinden. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde situatie. Omdat er geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd is het plangebied niet vrij gegeven. De dubbelbestemming ten behoeve van archeologische verwachtingswaarde blijft derhalve behouden.
5.9
Vormvrije M.E.R.
In de bestemde huidige situatie is het mogelijk om in het plangebied een bedrijf te vestigen met de kenmerken 'aannemersbedrijf', 'houtbewerking' en 'opslag'. Dit komt niet meer overeen met het huidige gebruik. In de beoogde situatie wordt dit 'aannemersbedrijf in de bouw, grond, weg- en waterbouw met werkplaats en opslag'. Dat betekent, dat het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een stedelijk project valt onder een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
een oppervlakte van 100 hectare of meer,
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 32 van 74
een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.
Aangezien deze drempelwaarden niet worden overschreden geeft het Besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit milieueffectrapportage moet het voornemen worden getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese m.e.r. richtlijn. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of de specifieke omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen kunnen leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Dit worden de 'bijzondere omstandigheden' genoemd. Om te beoordelen of een MER moet worden opgesteld, bekijkt het bevoegd gezag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op:
de kenmerken van de activiteit; de plaats waar de activiteit plaatsvindt; de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie); de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
Toetsing van het onderhavige plan Het onderhavige plan betreft een wijziging van het type bedrijf op een bestaand bedrijfsperceel, er vinden geen fysieke wijzigingen plaats. Deze wijziging is puur bestemmingsplan technisch. Er gaan geen andere of meer bedrijvigheden plaatsvinden die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Ter onderbouwing van de milieukundige haalbaarheid van het bestemmingsplan is naar al deze aspecten onderzoek verricht.
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 33 van 74
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten
6.1
Juridisch systeem
Het bestemmingsplan is vervat in planregels, een verbeelding en een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en\of op te richten bouwwerken. De regels zijn conform de RO-standaarden 2012 onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft géén bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de landelijke richtlijn 'Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
6.2
Regels
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreft onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
6.3
Verklaring van bestemmingen
Bedrijf Deze bestemming is toegekend vanwege de bestaande bedrijvigheid op deze gronden. Het betreft hier bedrijvigheid, anders dan agrarische bedrijvigheid ofwel niet-agrarische bedrijvigheid waaronder semi-agrarische bedrijvigheid.
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 34 van 74
Waarde – Archeologie 3 en 4 (verwachtingswaarden) De voor Waarde – Archeologie 3 en 4 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van middelhoge /gematigde (3) en lage (4) archeologische waarden ofwel middelhoge (3) en lage (4) archeologische verwachtingswaarden. De archeologische verwachtingswaarden zijn beschermd door middel van een omgevingsvergunningenstelsel. Hierin zijn regels opgenomen voor wat betreft het uitbreiden van bebouwingsmogelijkheden en ingrepen in de bodem qua diepte. Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming is afkomstig van de keur van het waterschap en is gericht op de bescherming van de waterveiligheidsbelangen van de beschermingszone van bestaande primaire/regionale waterkeringen, zoals voorkomend op de legger en in de keur van het waterschap. Waterstaat - Uiterwaardgebied Deze dubbelbestemming is afkomstig uit de te realiseren wateropgave en is gericht op hydrologische belangen van het uiterwaardgebied. De voor 'Waterstaat - Uiterwaardgebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de afvoer en doorstroming van rivierwater. Ze hebben dus een belangrijke functie voor het doorvoeren en bergen van rivierwater.
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 35 van 74
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid De uitvoering van het onderhavige plan is in handen van een particuliere partij. Er zijn voor de particuliere partij en gemeente geen uitvoeringskosten waarvoor een specifiek onderzoek naar economische aspecten moet worden uitgevoerd. Overige kosten worden op grond van de legesverordening op de particuliere partij verhaald.
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 36 van 74
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 37 van 74
Bijlagen bij de toelichting
planstatus ontwerp
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 38 van 74
Bijlage 1
planstatus ontwerp
Akoestisch onderzoek
referentie BPopyWaaldijk4
pagina 39 van 74
Rapport bezoekadres
Akoestisch onderzoek Waaldijk 4 te Opijnen
Burgemeester van der Borchstraat 2
postbus
64
postcode
7450 AB Holten
telefoon
(0)548 85 33 33
telefax
(0)548 85 33 99
holten@avecodebondt.nl
internet
www.avecodebondt.nl
pagina
1 van 26
projectnaam Akoestisch onderzoek Waaldijk 4 te Opijnen projectnummer 17.2754 referentie PvdH/099/17.2754 opdrachtgever Gebr. Van Kessel Buren B.V. postadres Postbus 710 4116 ZJ Buren contactpersoon de heer J. de Moréé status definitief versie 02
datum 02 april 2021 auteur P. van der Horst-Entius
paraaf gecontroleerd R. Arendsen
datum
02 april 2021
referentie
PvdH/099/17.2754
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
INLEIDING SITUATIE
3 4
2.1
Ligging en indeling terrein
4
2.2
Wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan
5
2.3
Beoordelingskader
6
BESCHRIJVING VAN DE BEDRIJFSACTIVITEITEN
9
3.1
Bedrijfsvoering
9
3.2
Representatieve bedrijfssituatie
9
3.3
Geluidbronnen
12
3.4
Best Beschikbare Technieken (BBT)
14
GELUIDMETINGEN EN BEREKENINGEN
15
4.1
Geluidmetingen
15
4.2
Modellering
16
REKENRESULTATEN EN BESPREKING
18
5.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LArLT)
18
5.2
Maximale geluidniveaus (LAmax)
18
5.3
Indirecte hinder
19
5.4
Bespreking
19
SAMENVATTING
21
Bijlagen Bijlage 1: Meetresultaten Bijlage 2: Invoergegevens rekenmodel Bijlage 3: Rekenresultaten LAr,LT Bijlage 4: Rekenresultaten LAmax Bijlage 5: Rekenresultaten indirecte hinder
Tekeningen Geen inhoudsopgavegegevens gevonden.
datum
02 april 2021
referentie
PvdH/099/17.2754
pagina
2 van 26
1
INLEIDING In opdracht van Gebr. Van Kessel Buren B.V. heeft Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek verricht naar de bedrijfsactiviteiten op het terrein aan de Waaldijk 4 in Opijnen. Op het terrein worden bedrijfsactiviteiten uitgevoerd door (onder andere) Van Straten Geleiderail B.V.. Deze bedrijfsactiviteiten passen niet in de bestemming ’bedrijf’ conform het vigerende bestemmingsplan. De gemeente is bereid nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor legalisatie van de bedrijfsactiviteiten op de locatie door gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Daarnaast is de huidige buitenopslag in strijd met het vigerende bestemmingsplan en dient dit gelegaliseerd te worden door het opstellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan. In deze partiële herziening worden de huidige bedrijfsactiviteiten ook gelegaliseerd. Ter onderbouwing is een akoestisch onderzoek benodigd. Het doel van het onderzoek is om de akoestische effecten van de bedrijfsactiviteiten voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen woningen te bepalen. Hierbij wordt de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ gehanteerd. De bedrijfsactiviteiten moeten voldoen aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit rapport is in hoofdstuk 2 de situatie en het beoordelingskader toegelicht.
De bedrijfsvoering op het terrein en de representatieve bedrijfssituatie is beschreven in hoofdstuk 3. De geluidmetingen die ter plaatse zijn uitgevoerd zijn beschreven in hoofdstuk 4, alsmede de modellering. In hoofdstuk 5 zijn de rekenresultaten gepresenteerd en zijn de resultaten besproken. In hoofdstuk 6 is afgesloten met een samenvatting. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’.
datum
02 april 2021
referentie
PvdH/099/17.2754
pagina
3 van 26
2
SITUATIE
2.1
LIGGING EN INDELING TERREIN
Op het perceel aan de Waaldijk 4, kadastraal bekend gemeente Est en Opijnen, sectie C, nummer 2530, zijn meerdere bedrijven gevestigd. De situering van het terrein, op het betreffende perceel, is weergegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1: Situering terrein Waaldijk 4, Opijnen
De volgende bedrijven zijn uit akoestisch oogpunt van belang: ▪ Van Straten Geleiderail B.V. heeft het grootste deel van het (buiten)terrein in gebruik voor opslag en bewerking van geleiderails overige bermbeveiligingsvoorzieningen. Zoals weergegeven in figuur 2.1, maakt het bedrijf ook gebruik van
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 4 van 26
▪
een deel van de bedrijfshallen op het terrein. Op het opslagterrein vinden ook bedrijfsactiviteiten (voornamelijk laad- of losactiviteiten) plaats van het bedrijf Gebr. Van Kessel Wegenbouw B.V.. Deze bedrijven maken gebruik van de noordelijke oprit van het terrein. De meest oostelijk gesitueerde bedrijfshal is bedoeld voor statische opslag. Dit deel van het terrein is bereikbaar via de zuidelijke oprit. De woning aan de Waaldijk 5 is een bedrijfswoning op het terrein1. Het bedrijf Interpomp B.V. heeft op het noordelijk deel van het terrein meerdere zeecontainers in gebruik, voor de (statische) opslag van o.a. waterpompen en slangen. Dit bedrijf maakt gebruik van de noordelijke oprit van het terrein;
Op het terrein bevinden zich kantoorunits, deze zijn als niet-maatgevend voor de akoestische situatie aangemerkt en zijn daarom in het akoestisch onderzoek niet verder beschouwd. De verkeersbewegingen van en naar de parkeerplaats op het terrein, via de noordelijke oprit, zijn wel meegenomen. Geluidgevoelige bestemmingen De meest nabijgelegen geluidgevoelige bestemmingen betreft woningen, ten oosten van de Waaldijk (zie figuur 2.1). De dichtstbijzijnde woning aan de Brucestraat bevinden zich op een afstand van circa 60 meter van de grens van het perceel.
2.2
WIJZIGINGSBEVOEGDHEID IN HET BESTEMMINGSPLAN
Naar aanleiding van een klacht van geluidhinder heeft op 19 juli 2017 handhaving door de Omgevingsdienst Rivierenland plaatsgevonden op terrein aan de Waaldijk 4 te Opijnen, waar onder andere Van Straten Geleiderail B.V. gevestigd is. Geconstateerd is dat geen melding Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan van de bedrijfsactiviteiten bij het bevoegd gezag. Daarbij zijn de bedrijfsactiviteiten in strijd met de huidige bestemming van het perceel. Het betreffende deel van het perceel Waaldijk 4 maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ en heeft de bestemming ‘bedrijf’. De voor ‘bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten in de milieucategorie 1 en 2 en voor het type bedrijvigheid 'aannemersbedrijf, houtbewerking, opslag' (onder te verdelen in milieucategorie 3.2). De huidige activiteiten bevatten metaalbewerking in de
bedrijfshal en op het buitenterrein en vallen onder milieucategorie 3.2. Om de strijdigheid met het bestemmingsplan op te heffen, biedt het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid (artikel 6.6.2 van de regels). Door het bevoegd gezag is aangegeven dat deze wijziging van de bestemming van gronden, onder voorwaarden mogelijk is 2. Ter onderbouwing is een akoestisch onderzoek benodigd, om aan te tonen dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen woningen geborgd is. Hierbij 1 De bedrijfswoning blijft buiten beschouwing bij het beoordelen van de geluidbelasting. 2 Brief Omgevingsdienst Rivierenland ‘Voornemen last onder dwangsom’, 8 december 2017, kenmerk 021489252
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 5 van 26
geldt dat het beoogde toekomstige gebruik van het terrein, overeenkomt met het huidige gebruik.
2.3
BEOORDELINGSKADER
Het akoestisch onderzoek dient aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen woningen. In het schrijven van de gemeente is aangegeven dat de beoordeling moet worden uitgevoerd aan de hand van de richtwaarden uit de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ en dat duidelijk moet zijn dat de bedrijfsactiviteiten voldoen aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit komt overeen met de beoordelingsmethode voor ‘vestiging of wijziging van een bedrijf nabij een geluidgevoelige bestemming’3. Omdat uitgegaan moet worden van alle akoestische mogelijkheden die het plan biedt, worden hierbij ook de geluidbronnen getoetst die in het ‘milieuspoor’ (beoordeling van een melding Activiteitenbesluit milieubeheer) buiten de beoordeling blijven, zoals geluidpieken als gevolg van laad- en losactiviteiten in de dagperiode. VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ In de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn richtwaarden opgenomen voor de geluidbelasting op (bestaande) woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. In onderhavige situatie is het uitgangspunt het gebiedstype rustige woonwijk4.
Indien voldaan wordt aan de volgende richtwaarden is inpassing van de bedrijfsactiviteiten mogelijk: ▪ 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT); ▪ 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, LAmax); ▪ 50 dB(A) ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het equivalent geluidniveau vanwege de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) geldt dat dit de etmaalwaarde5 betreft. Voor de maximale geluidniveaus (LAmax) is 65 dB(A) de richtwaarde voor de dagperiode (van 07.00 tot 19.00 uur), 60 dB(A) de richtwaarde voor de avondperiode (van 19.00 tot 23.00 uur) en 55 dB(A) de richtwaarde voor de nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur).
3 Infomil: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/omgevingsthema/geluid-0/bestemmingsplan/geluid-bestem-bron/ 4 Er is geen sprake van functiemenging, lintbebouwing in het buitengebied of ligging direct naast de hoofdinfrastructuur. 5 De etmaalwaarde is gelijk aan de maximale waarde van het geluidniveau in de dagperiode, het geluidniveau in de avondperiode +5 dB en
het geluidniveau in de nachtperiode +10 dB.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 6 van 26
Indien deze richtwaarden niet toereikend zijn, kan inpassing van bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn als wel voldaan wordt aan 5 dB hogere waarden: ▪ 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT); ▪ 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, LAmax); ▪ 50 dB(A) ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking. Het hanteren van de 5 dB hogere waarden dient gemotiveerd te worden, waarbij cumulatie met reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Activiteitenbesluit milieubeheer Hierna zijn de relevante bepalingen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer overgenomen. Artikel 2.17a 1.
Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.
de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden:
Tabel 2.17a dagperiode
avondperiode
nachtperiode
(07:00–19:00u) (19:00–23:00u)
(23:00–07:00u)
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Indirecte hinder Bij de beoordeling van indirecte hinder wordt mede aangesloten bij de ‘Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting - Beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer’ van 29 februari 1996. Op basis van deze circulaire indirecte hinder geldt een voorkeursgrenswaarde ter plaatse van de gevels van woningen van (Letmaal) 50 dB(A). Onder voorwaarden kunnen geluidniveaus worden toegestaan tot 65 dB(A). Gehanteerde richt- en grenswaarden In eerste instantie zijn de berekende geluidbelastingen beoordeeld aan de hand van de richtwaarden, opgenomen in tabel 2.1.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 7 van 26
Tabel 2.1: Richtwaarden op basis van VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ Richtwaarden op basis van VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (rustige woonwijk) in dB(A) Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
(07-19 uur)
(19-23 uur)
(23-07 uur)
langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT)
45
40
35
Maximale geluidniveaus (LAmax)
65
60
55
Indirecte hinder
50
45
40
Indien niet aan de richtwaarden uit tabel 2.1 wordt voldaan, volgt beoordeling aan de hand van de 5 dB hogere waarden uit de ‘Bedrijven en milieuzonering’ en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze grenswaarden zijn opgenomen in tabel 2.2. Tabel 2.2: Vervolg beoordelingskader, grenswaarden op basis van VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ en Activiteitenbesluit milieubeheer Grenswaarden op basis van VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (rustige woonwijk) en Activiteitenbesluit milieubeheer in dB(A)
langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT)
Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
(07-19 uur)
(19-23 uur)
(23-07 uur)
50 / 50
45 / 45
40 / 40
Maximale geluidniveaus (LAmax)
70 / 70
65 / 65
65 / 65
Indirecte hinder
50 / 65 1)
45 / 60 1)
40 / 55 1)
1)
Grenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde voor indirecte hinder is opgenomen in de circulaire indirecte hinder
.. / ..
Grenswaarde ‘Bedrijven en milieuzonering’ / grenswaarde Activiteitenbesluit milieubeheer
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 8 van 26
3
BESCHRIJVING VAN DE BEDRIJFSACTIVITEITEN
3.1
BEDRIJFSVOERING
Bedrijfsactiviteiten op het terrein betreft de opslag en kleinschalige metaalbewerking van geleiderails en overige bermbeveiligingsvoorziening. Op 11 januari 2018 heeft een locatiebezoek plaatsgevonden. Hierbij is de bedrijfsvoering en de representatieve bedrijfssituatie (zie paragraaf 3.2) besproken en zijn geluidmetingen verricht aan de voorkomende geluidbronnen (zie paragraaf 4.1). De bedrijfsactiviteiten vinden regulier plaats van maandag tot en met vrijdag, gedurende de dagperiode. Er is sprake van een 8-urige werkdag, met een pauze van een uur. Tijdens de dagperiode is er overwegend één medewerker actief op het bedrijf. Met enige regelmaat komt het voor dat er in de avond en/of nachtperiode laad- en losactiviteiten plaatsvinden, ten behoeve van of als gevolg van spoedeisende werkzaamheden bij rijkswegen. De eigen chauffeurs van de vrachtwagens van Van Straten hebben toegang tot het terrein buiten de reguliere openingstijden en verzorgen zelf de laad- en losactiviteiten. Deze werkzaamheden in de avond- en nachtperiode behoren tot de representatieve bedrijfssituatie. Op het terrein is geen sprake van een incidentele bedrijfssituatie. De representatieve bedrijfssituatie, die de basis voor het akoestisch onderzoek vormt, is beschreven in paragraaf 3.2.
3.2
REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE
De representatieve bedrijfssituatie dient volgens de ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’ van 1998 betrekking te hebben op een voor de geluiduitstraling kenmerkende bedrijfsvoering bij volledige capaciteit van het bedrijf. In de regel wordt dit voor het akoestisch onderzoek vertaald als de meest geluid belastende bedrijfssituatie, die zich meer dan 12 dagen per jaar kan voordoen. Het etmaal wordt in drie beoordelingsperioden verdeeld, namelijk de dagperiode (07.00 – 19.00 uur), de avondperiode (19.00 – 23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 – 07.00 uur). De dag-, avond- en nachtperiode worden akoestisch afzonderlijk beoordeeld. De perioden hoeven dus niet tot één aansluitend etmaal te behoren. In onderhavige situatie gaat de representatieve bedrijfssituatie uit van de gezamenlijke bedrijfsactiviteiten van de inrichtingen (bedrijven) op het terrein Waaldijk 4. In de representatieve bedrijfssituatie is onderscheid gemaakt in ‘inpandige’ werkzaamheden’, ‘activiteiten op het buitenterrein’ en ‘vervoersbewegingen’.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 9 van 26
Inpandige werkzaamheden Binnen de bedrijfshal worden dagelijks metaalbewerkingen (koppelen van klauwen) uitgevoerd met behulp van elektrische handgereedschap: ▪ Boormachines; ▪ Schroefboormachines (accu); ▪ Schuurmachines. De dieselheftruck wordt inpandig ingezet om materiaal op pallet via de, regulier geopende, overheaddeur in de noordelijke kopgevel in en uit de bedrijfshal te transporteren naar de buitenopslag. Als gevolg van deze werkzaamheden tijdens de representatieve werkdag ontstaat een equivalente geluidniveau in de bedrijfshal van ten hoogste LAeq = 90 dB(A). De effectieve duur van de werkzaamheden bedraagt 2 uren in de dagperiode. Ten gevolge van hameren en overig metaalcontact treden piekgeluiden op die ter plaatse van de uitwendige scheidingsconstructie (gevels) maximaal 13 dB hoger zijn dan het equivalente geluidniveau. Het bedrijfshal heeft een oppervlakte van 900 m2 (70 x 13 meter) en een hoogte van respectievelijk 6 en 8,2 meter voor de dakgoot- en nokhoogte. Tijdens het locatiebezoek is geconstateerd dat relevante geluiduitstraling plaatsvindt via de volgende geveldelen: ▪ Gevels: Ongeïsoleerde gevelplaten (1 mm); ▪ Dakconstructie: Metalen gewelfde dakplaten 1 mm; ▪ Overheaddeur (noordgevel): Ropa Roldeur ST9V/AR9, geïsoleerd. In tabel 3.1 zijn de gehanteerde isolatiewaarden voor de gevel- en dakplaten opgenomen.
Tabel 3.1: Gehanteerde isolatiewaarden gevel- en dakplaten bedrijfshal Frequentieband [Hz]
31,5
63
125
250
500
1000
2000
4000
8000
Gevelplaten 8 kg/m2
1
6
11
17
22
27
23
23
23
Ra dB(A) --
De overheaddeur in de noordelijke kopgevel vormt tevens de entree van de bedrijfshal. De overheaddeur is, vanwege het frequent doorlaten van personen en goederen, geopend tijdens de dagperiode. Tijdens het locatiebezoek zijn geluidmetingen uitgevoerd aan het heersende binnenniveau tijdens representatieve activiteiten in de bedrijfshal. Bij de bepaling van de geluiduitstraling van de geveldelen van de bedrijfshal is het in tabel 3.2 opgenomen op geluidmetingen gebaseerde spectrum van de metaalbewerkingsactiviteiten gehanteerd.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 10 van 26
Tabel 3.2: Heersend binnenniveau bedrijfshal (spectraal) Frequentieband [Hz]
31,5
63
125
250
500
1000
2000
4000
8000
Totaal
Binnenniveau LAeq
15,2
34,2
45,1
60,7
73,7
80,9
85,3
85,6
79,5
90
Spectrum
-75
-56
-45
-29
-16
-9
-5
-4
-10
Binnenniveau LAmax
30,2
47,6
58,5
76,7
89,6
95,6
97,1
97,9
92,7
102
Activiteiten op het buitenterrein De opslag en kleinschalige metaalbewerking van geleiderails en overige bermbeveiligingsvoorziening vindt plaats op het buitenterrein. Daarnaast is er sprake van (statische) opslag in de zeecontainers van Interpomp en de bedrijfshal die bereikbaar is via de zuidelijke oprit. De volgende activiteiten zijn op een maatgevende dag te onderscheiden: ▪ Dagelijkse werkzaamheden bestaan uit het structureren van het materiaal binnen de opslagvakken op het buitenterrein, met behulp van een diesel-aangedreven heftruck (3,5 ton), gedurende 4,5 uur gelijkmatig verspreid over het buitenterrein; ▪ De verschillende geleiderailonderdelen worden aan- en afgevoerd met vrachtwagens, voorzien van hydraulische kraaninstallaties. Het laden en lossen gebeurt op vaste locaties op het buitenterrein en vindt plaats met de eigen hydraulische kraaninstallatie van de vrachtwagen. De vrachtwagenmotor draait met verhoogd toerental voor de hydrauliek. Voor het laden en lossen van de vrachtwagens is een bedrijfsduur van 2 uren in de dagperiode en 30 minuten in de avond- en nachtperiode gehanteerd (30 minuten per vrachtwagen); ▪ De bewerkingen op het buitenterrein bestaan uit de demontage van 12 meterstukken (vangrail) met behulp van pneumatische handapparatuur (luchtsleutel) gedurende 1,5 uur in dagperiode.
De luchtsleutel wordt op druk gebracht met een mobiele dieselgenerator in de direct omgeving van de demontagelocatie, de bedrijfsduur van de dieselgenerator is 1,5 uur tijdens de demontage, voor de opbouw van pneumatiek van de luchtsleutel, nabij de demontagelocatie; ▪ In de zeecontainers van Interpomp zijn installaties en onderdelen opgeslagen. Het representatieve etmaal houdt rekening met laden en/of lossen hiervan, gedurende 10 minuten met behulp van de kraaninstallatie van een vrachtwagen; ▪ Uitgangspunt voor laad- en losactiviteiten bij bedrijfshal voor statische opslag bij de zuidelijke oprit is de inzet van een (diesel)heftruck, gedurende 15 minuten in de dagperiode. De vaste locaties op het terrein waar laden en lossen plaatsvindt, zijn: ▪ In de dag- en avondperiode voornamelijk het noordelijk deel van het terrein van Van Straten; ▪ In de nachtperiode geheel westelijk op het terrein van Van Straten of naast de bedrijfshal van Van Straten.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 11 van 26
Het laden en lossen van klein materiaal vindt handmatig plaats nabij de overheaddeur en is uit akoestisch oogpunt niet relevant. Ten gevolge van het stapelen van vangrailplaten en overig metaalcontact kunnen piekgeluiden optreden van 116 dB(A), hier is in het onderzoek rekening mee gehouden. Ook voor optredende geluidpieken tijdens laad- en losactiviteiten bij de zeecontainers is uitgegaan van maximale geluidniveaus tot 116 dB(A), bijvoorbeeld als gevolg van metaalcontact en het dichtslaan van de deuren van de zeecontainers. Vervoersbewegingen De vervoersbewegingen (mobiele bronnen) bestaan uit (eigen) vrachtwagens en de personen- en bestelwagens van personeel en bezoekers: ▪ Voor de aan- en afvoer van materiaal rijden vrachtwagens in de dagperiode 4 keer het westelijke terrein op en af (rondrijdbeweging) via de noordelijke oprit. In de avond- en nachtperiode rijdt met enige regelmaat één vrachtwagen in de avonden/of nachtperiode het terrein op en af via de noordelijke oprit; ▪ Voor de aan- en afvoer van materiaal bij de oostelijke opslagloods (statische opslag) rijdt in de dagperiode gemiddeld 1 keer een vrachtwagen het terrein op en af via de zuidelijke oprit; ▪ In de dagperiode rijden 2 bestelwagens het terrein op en af via de noordelijke oprit; ▪ Personenwagens van personeel en bezoekers worden geparkeerd op het noordelijke parkeerterrein tegenover de kantoren.
Voor de dagperiode is rekening gehouden met het komen en gaan van 8 personenwagens.
3.3
GELUIDBRONNEN
In tabel 3.3 is een overzicht gegeven van de stationaire geluidbronnen van de representatieve bedrijfssituatie. De bronnummers corresponderen met de nummering in het akoestisch rekenmodel. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van het aantal vervoersbewegingen (mobiele geluidbronnen) op het terrein in de representatieve bedrijfssituatie.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 12 van 26
Tabel 3.3: Uitgangspunten representatieve bedrijfssituatie, stationaire geluidbronnen Bronnr.
Omschrijving
Lwr [dB(A)]
Bedrijfsduur per etmaalperiode [uren tenzij anders vermeld]
Gem.
Max.
Dag
Avond
Nacht
Uitstraling overheaddeur, open
85 1)
100
2 uur
--
--
UG-GL-2/13
Uitstraling geveldelen, overig
61 2)
72
2 uur
--
--
PB-DE-01/03
Demontage 12 m vangrails
111 1)
126
1,5 uu
--
--
PB-AG-04
Dieselaggregaat pneumatiek
102 1)
104
1,5 uur
--
--
PB-HT-05/14
Heftruck structureren materiaal
90 1)
107
4,5 uur
--
--
PB-VW-15/17
Vrachtwagen tijdens laden/lossen
100 1)
113
2 uur
0,5 uur
0,5 uur
PB-VW-18
Heftruck laden lossen, oost
90 1)
107
15 min.
--
--
La/lo bij zeecontainer Interpomp
100 1)
116 1)
10 min.
--
--
UG-OD-01
PB-ZC-19 1)
Het vermelde geluidvermogenniveau zoals door geluidmetingen vastgesteld tijdens bedrijfsbezoek van 11 januari 2018.
2)
Betreft het equivalente geluidniveau in de ruimte (Lp = 90 dB(A)). In de bedrijfshal kunnen piekgeluiden LAmax optreden die bij de uitwendige scheidingsconstructies 13 dB(A) hoger zijn dan het equivalente geluidniveau.
De in rekening gebrachte toeslagen (verhoging ten opzichte van het gemiddelde geluidvermogenniveau) zijn bepaald uit de resultaten van ter plaatse uitgevoerde geluidmetingen. Voor de activiteit van de dieselheftruck op het buitenterrein is een toeslag van 17 dB in rekening gebracht. Het lossen van de vrachtwagens met eigen kraan heeft een toeslag van 14 dB. Bij het laden en lossen nabij de zeecontainer van Interpomp B.V. is rekening gehouden met een toeslag van 16 dB(A) ten gevolge van, bijvoorbeeld, het sluiten van de containerdeuren. Voor de demontage van de 12 meter stukken vangrail is een toeslag van 15 dB(A) in rekening gebracht. Tabel 3.4: Uitgangspunten representatieve bedrijfssituatie, mobiele geluidbronnen Bronnr.
Omschrijving
Lwr [dB(A)] Gem.
Max.
Dag
Aantal
snelheid
motorvoertuigen
[km/u]
Avond
Nacht
MB-VW-01
Vrachtwagen la/lo, west
102 3)
108
4
1
1
5
MB-VW-02
Vrachtwagen la/lo, oost
102 3)
108
1
--
--
5
Bestelwagens, west
93 3)
97 4)
2
--
--
10
Personenwagens, west
89 3)
97 4)
8
--
--
10
MB-BB-01 MB-PW-01 3)
Bureau-ervaringscijfer op basis van metingen bij vergelijkbare bedrijven.
4)
Piekbronnen t.g.v. dichtslaan van portieren van bestel- en personenwagens.
Het manoeuvreren van voertuigen is verdisconteerd in de gehanteerde rijsnelheid. Voor de berekening van het maximale geluidniveau door wisselende rijstijlen en het optrekken van vrachtwagens wordt een toeslag van 6 dB(A) in rekening gebracht.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 13 van 26
Indirecte hinder In tabel 3.5 is het wegverkeer van en naar het bedrijf samengevat. Ook de verdeling van de voertuigen per richting is weergegeven. In de berekeningen is uitgegaan van een worst-case scenario waarbij alle verkeersbewegingen vanaf de noord- en zuidzijde van de Waaldijk kunnen verlopen. Tabel 3.5: Verkeersbewegingen indirecte hinder Bronnr.
Omschrijving
Aantal motorvoertuigen
snelheid
dB(A)
Dag
Avond
Nacht
[km/u]
MB-VW-01
Vrachtwagen
104 3)
5x
1x
1x
35
MB-BB-01
Bestelwagens
93 3)
2x
--
--
50
Personenwagens
93 3)
8x
--
--
50
MB-PW-01 3)
3.4
Lwr
Bureau-ervaringscijfer op basis van metingen bij vergelijkbare bedrijven.
BEST BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT)
Algemeen geldt dat dient te worden gestreefd naar het toepassen van de zogenoemde Beste beschikbare technieken (BBT), gedefinieerd in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Onder beste beschikbare technieken kan onder andere worden verstaan een optimalisatie van de lay-out van het bedrijf, de bedrijfsvoering en toe te passen installaties. Bij het bedrijf zijn de volgende aspecten getoetst aan de ’beste beschikbare technieken‘, te noemen: Heftruck intern transport De heftruck is diesel aangedreven en wordt goed onderhouden. Het materieel voldoet aan de van kracht zijnde eisen ten aanzien van geluid. Bij vervanging van materieel wordt gekozen voor modern materieel welke voldoet aan de huidige stand der techniek. Transport, intern transport Het bedrijf heeft beperkte invloed op de geluidemissie van de voertuigen van derden. Het merendeel van de voertuigbewegingen wordt door de eigen vrachtwagens uitgevoerd. Het gehanteerde, en middels metingen vastgestelde, bronsterkte van 102 dB(A) is conform de huidige stand der techniek. Locaties laden en lossen De activiteiten en rijroutes liggen in de afscherming van bedrijfsbebouwing, waardoor de geluidoverdracht in de richting van de woningen aan de andere zijde van de Waaldijk zo veel mogelijk beperkt is.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 14 van 26
4
GELUIDMETINGEN EN BEREKENINGEN
4.1
GELUIDMETINGEN
Op 11 januari 2018 heeft een locatiebezoek plaatsgevonden, waarbij geluidmetingen zijn verricht aan de relevante geluidbronnen. Hierbij is gebruik gemaakt van een Rion NA-28 klasse 1 geluidmeter. De metingen zijn uitgevoerd in octaafbanden. Voor en na de metingen is de geluidmeter gekalibreerd waarbij geen afwijkingen van betekenis zijn geconstateerd. Uitwerking van de meetresultaten en bepaling van de geluidvermogenniveaus heeft plaatsgevonden conform de Handleiding meten rekenen industrielawaai 1999. De uitwerkingen van de meetresultaten zijn opgenomen in bijlage 1. Onderstaande figuren 4.1 tot en met 4.4 geven de situering van het terrein weer. Woonfuncties
Bedrijfshal Van Straten
Statische opslag
Aanblik Waaldijk in noordelijke richting
Figuur 4.1: Situering terrein en woonfuncties
Statische opslag
Kantoorfunctie Key-Factor
Figuur 4.2: Terrein Waaldijk 4 (gezien vanaf Waaldijk)
Figuur 4.3 geeft het terreindeel dat in gebruik is door Van Straten weer, figuur 4.4 het deel van het terrein waar de zeecontainers gepositioneerd zijn.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 15 van 26
Van Straten Geleiderail B.V. buitenterrein en bedrijfsgebouw
Figuur 4.3: Terrein in gebruik door Van Straten
Aanblik buitenterrein en zeecontainers Interpomp B.V.
Aanblik kantoorfunctie Key-factor B.V.
Figuur 4.4: Terrein in gebruik door Interpomp, zeecontainers
4.2
MODELLERING
Ten behoeve van de bepaling van de geluidniveaus in de representatieve bedrijfssituatie op de gevels van woningen, is een akoestisch rekenmodel opgesteld van het terrein en de omgeving, met behulp van software Geomilieu versie 4.30. De berekeningen zijn uitgevoerd conform de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’. De geluidbronnen zijn geschematiseerd met behulp van punt- en mobiele bronnen en uitstralende geveldelen. Met overdrachtsberekeningen (methode II.8) is de geluidbijdrage van de individuele bronnen op de immissiepunten bepaald. Door alle geluidbronnen op deze wijze te modelleren, is het totale te beoordelen geluidniveau op de immissiepunten bepaald. De gehanteerde bronvermogens zijn gebaseerd op uitgevoerde geluidmetingen tijdens het bedrijfsbezoek op 11 januari 2018, op fabrikantgegevens en algemeen geaccepteerde kentallen uit het meetbestand van Aveco de Bondt. In het rekenmodel is, in overeenstemming met het groene karakter van de omgeving, uitgegaan van een standaard bodemfactor (Bf) van 1,0 (absorberend) en zijn de relevante terreinverhardingen, wegen en waterwegen ingevoerd. Verder zijn de lokale
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 16 van 26
maaiveldhoogtes uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) verwerkt tot hoogtelijnen. Navolgende figuren 3.1 en 3.2 tonen een bovenaanzicht en 3D weergave.
Figuur 3.1: Rekenmodel bovenaanzicht
Figuur 3.2: Rekenmodel in 3D (noordelijk georiënteerd)
Voor de woningen is in de dagperiode een beoordelingshoogte van 1,5 meter en in de avond- en nachtperiode een hoogte van 5 meter gehanteerd. De invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 2.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 17 van 26
5
REKENRESULTATEN EN BESPREKING
5.1
LANGTIJDGEMIDDELDE BEOORDELINGSNIVEAU (LAR,LT)
De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bedragen ten hoogste 38 dB(A) in de dagperiode, ter plaatse van de woning Waaldijk 3. Maatgevende geluidbronnen voor dit geluidniveau zijn de demontagewerkzaamheden op het buitenterrein. Voor de avond- en nachtperiode is het berekende LAr,LT ten hoogste respectievelijk 33 en 30 dB(A), ter plaatse van de Blackwoodstraat 37. Hierbij zijn de maatgevende geluidbronnen het rijden van een vrachtwagen op het terrein en laad- en losactiviteiten. In tabel 5.1 zijn de berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus op de gevels van de maatgevende woningen, als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie, samenvat. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 5.1: Maatgevende rekenresultaten LAr,LT als gevolg van representatieve bedrijfssituatie Beoordelingspunt
5.2
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) in dB(A) Dag
Avond
Nacht
07-19 uur
19-23 uur
23-07 uur
02
Waaldijk 3
38
32
29
04
Blackwoodstraat 37
37
33
30
09
Blackwoodstraat 7
28
23
22
14
Pollingstraat 34
34
28
23
15
Brucestraat 1
37
32
29
20
Brucestraat 15
30
24
24
33
Zandpad 29
32
24
22
MAXIMALE GELUIDNIVEAUS (LAMAX)
Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten in de representatieve bedrijfssituatie treden maximale geluidniveaus van ten hoogste 60 dB(A) in de dagperiode. Deze geluidniveaus treden op bij de woning Waaldijk 3, waarbij de demontagewerkzaamheden maatgevend zijn, en bij de woning Pollingstraat 14, met laad- en losactiviteiten als maatgevende geluidbron. In de avond- en nachtperiode zijn de berekende maximale geluidniveaus ten hoogste 59 dB(A), de maatgevende geluidbron is het rijden van een vrachtwagen op het terrein. In tabel 5.2 zijn de berekende maximale geluidniveaus op de gevels van maatgevende woningen, als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie, samengevat. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 18 van 26
Tabel 5.2: Maatgevende rekenresultaten LAmax als gevolg van representatieve bedrijfssituatie Beoordelingspunt
5.3
Maximale geluidniveaus (LAmax) in dB(A) Dag
Avond
Nacht
07-19 uur
19-23 uur
23-07 uur
02
Waaldijk 3
60
57
57
04
Blackwoodstraat 37
56
59
59
09
Blackwoodstraat 7
50
45
46
14
Pollingstraat 34
60
52
52
15
Brucestraat 1
56
56
56
20
Brucestraat 15
49
47
48
33
Zandpad 29
55
50
50
INDIRECTE HINDER
De berekende equivalente geluidniveaus als gevolg van indirecte hinder, verkeer van en naar het terrein, bedragen ten hoogste 41 dB(A) in de dagperiode, 38 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode. Dit is ten hoogste 43 dB(A) etmaalwaarde. De maatgevende rekenresultaten zijn weergegeven in tabel 5.3. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 5.3: Maatgevende rekenresultaten LAeq indirecte hinder van representatieve bedrijfssituatie Beoordelingspunt
5.4
Equivalent geluidniveau (LAeq) indirecte hinder in dB(A) Dag
Avond
Nacht
07-19 uur
19-23 uur
23-07 uur
01
Waaldijk 3
38
36
33
33
Zandpad 29
41
38
35
BESPREKING
Uit de resultaten, samengevat in voorgaande paragrafen, volgt dat: ▪ De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ten hoogste 38 dB(A) in de dagperiode, 33 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode bedragen en voldoen aan de richtwaarden uit de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’; ▪ De berekende maximale geluidniveaus, inclusief piekgeluiden voor laad- en losactiviteiten in de dagperiode, bedragen ten hoogste 60 dB(A) in de dagperiode en 59 dB(A) in de avond- en nachtperiode. In de dag- en avondperiode is voldaan de richtwaarden uit de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, in de nachtperiode zijn 4 dB hogere maximale geluidniveaus berekend; ▪ Equivalente geluidniveaus als gevolg van indirecte hinder bedragen ten hoogste
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 19 van 26
43 dB(A) etmaalwaarde en voldoen aan de richtwaarden uit de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de nachtperiode voldoen de berekende maximale geluidniveaus niet aan de richtwaarden, dit is het geval bij de woningen Blackwoodstraat 37, Brucestraat 1 en Waaldwijk 3. De overschrijding bedraagt ten hoogste 4 dB, als gevolg van het rijden van een vrachtwagen. Uit de beoordeling volgt dat de berekende waarden voor het LAmax aanvaardbaar zijn. Hiervoor gelden de volgende argumenten: ▪ De berekende waarde voor het LAmax van 59 dB(A) in de nachtperiode voldoet aan de grenswaarde van 60 dB(A) uit de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ en het Activiteitenbesluit milieubeheer; ▪ De overschrijding is het gevolg van één geluidbron, namelijk het rijden van een vrachtwagen over het terrein; ▪ Er is geen sprake van cumulatieve effecten met andere, bestaande geluidbronnen in de omgeving van de locatie Waaldijk 4. Hiermee is aangetoond dat het beoogde toekomstige gebruik, dat overeenkomt met de huidige bedrijfsvoering, uit akoestisch oogpunt inpasbaar is in de omgeving en dat het woon- en leefklimaat bij de nabijgelegen woningen geborgd is.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 20 van 26
6
SAMENVATTING In opdracht van Gebr. Van Kessel Buren B.V. heeft Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek verricht naar de bedrijfsactiviteiten op het terrein aan de Waaldijk 4 in Opijnen. Op het terrein worden bedrijfsactiviteiten uitgevoerd door (onder andere) Van Straten Geleiderail B.V.. Deze bedrijfsactiviteiten passen niet in de bestemming ’bedrijf’ conform het vigerende bestemmingsplan. Middels een partiële herziening van het bestemmingsplan worden de huidige bedrijfsactiviteiten en de buitenopslag gelegaliseerd. Ter onderbouwing is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om de akoestische effecten van de bedrijfsactiviteiten voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van nabijgelegen woningen te bepalen. Hierbij wordt de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ gehanteerd. De bedrijfsactiviteiten moeten voldoen aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het akoestisch onderzoek is de representatieve bedrijfssituatie opgesteld, die bestaat uit de bedrijfsactiviteiten van het gehele terrein. Geconstateerd is dat het beoogde toekomstige gebruik van het terrein, overeenkomt met de huidige bedrijfsvoering.
Uit de resultaten, samengevat in voorgaande paragrafen, volgt dat: ▪ De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ten hoogste 38 dB(A) in de dagperiode, 33 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode bedragen; ▪ De berekende maximale geluidniveaus, inclusief piekgeluiden voor laad- en losactiviteiten in de dagperiode, bedragen ten hoogste 60 dB(A) in de dagperiode en 59 dB(A) in de avond- en nachtperiode; ▪ Equivalente geluidniveaus als gevolg van indirecte hinder bedragen ten hoogste 43 dB(A) etmaalwaarde. Er is ter plaatse van bestaande woningen voldaan aan de richtwaarden voor het gebiedstype rustige woonwijk uit de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, met uitzondering van een drietal woningen waar LAmax berekend is van ten hoogste 59 dB(A) in de nachtperiode. Deze geluidbelasting is als aanvaardbaar beoordeeld omdat deze waarde voldoet aan de grenswaarden voor geluidpieken uit ‘Bedrijven en milieuzonering’ en het Activiteitenbesluit van 60 dB(A) en omdat van cumulatieve effecten geen sprake is. Hiermee is aangetoond dat het beoogde toekomstige gebruik uit akoestisch oogpunt inpasbaar is in de omgeving en dat het woon- en leefklimaat bij de nabijgelegen woningen geborgd is.
datum 02 april 2021
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 21 van 26
Bijlage 1:
datum 02 april 2021
Meetresultaten
referentie PvdH/099/17.2754
pagina 22 van 26
17.2754 Waaldijk 4 in Opijnen Meetresultaten
Aveco de Bondt Bijlage 1
HANDMATIGE INVOER ___________________________________________________________________________________________________ Onderdeel : Bronnaam : MeetDatum : Meetduur : Type geluid : Temperatuur [°C] : Windsnelheid [m/s] : Hoek windricht [°] : RV [%] :
Bijlage 1, Meetresultaten Vrachtwagen beheerst rijden (102 dB) 7-8-2006 : : Continu -----
Frequentie [Hz] : 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lp [dB(A)] : 67,0 80,0 86,0 90,0 94,0 98,0 96,0 89,0 85,0 101,9 Achtergr [dB(A)] : ----------—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lw [dB(A)] : 67,0 80,0 86,0 90,0 94,0 98,0 96,0 89,0 85,0 101,9
HANDMATIGE INVOER ___________________________________________________________________________________________________ Onderdeel : Bronnaam : MeetDatum : Meetduur : Type geluid : Temperatuur [°C] : Windsnelheid [m/s] : Hoek windricht [°] : RV [%] :
Bijlage 1, Meetresultaten Vrachtwagen (openbare weg) 15-8-2006 : : Continu -----
Frequentie [Hz] : 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lp [dB(A)] : 46,0 76,3 86,6 94,0 96,5 100,6 100,2 97,1 90,7 105,5 Achtergr [dB(A)] : ----------—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lw [dB(A)] : 46,0 76,3 86,6 94,0 96,5 100,6 100,2 97,1 90,7 105,5
Notities ———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Bronhoogte 1 meter
HANDMATIGE INVOER ___________________________________________________________________________________________________ Onderdeel : Bronnaam : MeetDatum : Meetduur : Type geluid : Temperatuur [°C] : Windsnelheid [m/s] : Hoek windricht [°] : RV [%] :
Bijlage 1, Meetresultaten Personenwagen 23-7-2010 : : Continu -----
Frequentie [Hz] : 31.5 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 dB(A) —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lp [dB(A)] : 59,8 71,6 79,5 78,6 82,8 83,5 82,6 78,0 70,0 89,3 Achtergr [dB(A)] : ----------—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Lw [dB(A)] : 59,8 71,6 79,5 78,6 82,8 83,5 82,6 78,0 70,0 89,3
Notities ———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— Piekgeluiden + 8 dB
Source Explorer V2.20
30-1-2018 15:43:37
17.2754 Waaldijk 4 in Opijnen Meetresultaten
Aveco de Bondt Bijlage 1