CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-032 Bijlage Bp Veerstraat 23 incl. bijlagen.pdf

Gemeenteraad 22 maart 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 8: Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 Waardenburg25.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg Gemeente West Betuwe

Planstatus:

vastgesteld

Identificatiecode:

NL.IMRO.1960.BPVeerstraat23en25-VSG1

Datum:

10 januari 2022

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM18023

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751

Pagina 2 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1

Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving plan...................................................................................................................... 6

Beleidsmatige onderbouwing .................................................................................................... 10 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 10

3.2

Provinciaal beleid................................................................................................................... 11

3.3

Regionaal beleid .................................................................................................................... 13

3.4

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 15

Milieutechnische uitvoerbaarheid.............................................................................................. 18 4.1

Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 18

4.2

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 19

4.3

Geluidhinder .......................................................................................................................... 21

4.4

Ecologie ................................................................................................................................. 21

4.5

Bodem ................................................................................................................................... 25

4.6

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 26

4.7

Externe Veiligheid .................................................................................................................. 27

4.8

Archeologie ............................................................................................................................ 32

4.9

Waterhuishouding .................................................................................................................. 33

4.10

Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 35

4.11

Geur ....................................................................................................................................... 36

Juridische planbeschrijving ....................................................................................................... 37 5.1

Plansystematiek..................................................................................................................... 37

5.2

Opzet van de regels .............................................................................................................. 37

5.3

De bestemmingen.................................................................................................................. 38

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid ............................................................... 39 6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 39

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 39

Bijlagen ......................................................................................................................................... 40

Pagina 3 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Op het perceel van de Veerstraat 23 is het agrarisch bedrijf gestaakt. Nu is het voornemen om de agrarische bedrijfsbebouwing gedeeltelijk te verwijderen en ten oosten van nummer 23 een nieuwe woning te realiseren. De initiatiefnemers van het plan wonen niet ver van de planlocatie en zijn voornemens in de nieuwe woning te gaan wonen. Gaande het planproces is besloten om de naastgelegen tweede agrarische bedrijfswoning op nummer 25 ook om te zetten naar de woonbestemming. Voor deze 2e bedrijfswoning is reeds eerder een vergunning voor het gebruik van de bedrijfswoning als plattelandswoning verstrekt. Door het vervallen van de agrarische bestemmingen is het logisch om beide percelen om te zetten naar het feitelijk en beoogd gebruik, de bestemming wonen. Het initiatief is voorbesproken met de gemeente. De gemeente geeft in haar schrijven aan in principe medewerking te willen verlenen aan het plan. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’ hebben de percelen de bestemming Agrarisch en de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Het plan houdt in dat de bestemming voor de Veerstraat 23 en 25 wordt gewijzigd naar Wonen en dat naast nummer 23 een extra bouwmogelijkheid voor een woning opgenomen wordt. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig.

1.2

Leeswijzer

Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente en hogere overheden. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

2 Het plan 2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied Veerstraat 23 en 25 ligt aan de Oude Culemborgsche Vaart, een historisch kanaal dat voor 1900 werd gebruikt als trekvaart. De Oude Culemborgsche Vaart begint zuidelijk aan de grens van Waardenburg en de uiterwaarden van de Waal. Richting het noorden kruist het kanaal vervolgens de Veerstraat en houdt een kilometer verder op bij de snelweg A15. Ten noorden van het plangebied ligt de Veerstraat, waar het plangebied ook op ontsluit. Aan de zuid en westzijde liggen agrarische gronden, ten oosten ligt een bosje. Het bosje is in eigendom van Vitens. De gronden zijn daar in gebruik voor waterwinning.

Afbeelding 1: luchtfoto met plangebied, plangebied nabij rode marker (bron: google Earth).

Afbeelding 2: luchtfoto met globale plangrens (bron: google Earth).

Pagina 5 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Afbeelding 3: uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied 2012

2.2

Beschrijving plan

Voorliggend plan betreft het wijzigen van de bestemming van agrarisch naar Wonen voor de Veerstraat 23 en 25. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is bij bedrijfsbeëindiging van nummer 23 een nieuwe woning toegestaan als alle bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd met een minimum van 1.000 m2. In voorliggend plan wordt ca. 1.626 m2 oppervlakte aan bedrijfsbebouwing gesloopt. Er wordt daarmee ruim 1,5 keer meer gesloopt dan noodzakelijk. Afbeelding 4: foto bestaande situatie Veerstraat 23

In voorliggend plan wordt voorgesteld om één relatief recent gerenoveerde schuur van ca. 455 m2 te behouden. De sloop van deze schuur is kapitaalvernietiging omdat deze in 2013/2014 grondig gerenoveerd is waaronder het afvoeren van de asbestdakbedekking. Het doel van het behoud van de

Pagina 6 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

schuur is om deze te gebruiken voor het hobbymatig houden van schapen, het stallen van machines voor het onderhoud van de percelen en om het dakoppervlak te kunnen gebruiken voor zonnepanelen. Om de bestemmingswijziging en de nieuwe woning mogelijk te maken is een procedure om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen noodzakelijk. Als onderdeel van het bestemmingsplan is een verkavelingsschets met landschappelijke inpassing van de woning opgesteld. De belangrijkste stedenbouwkundige aanpassing is natuurlijk de sloop van de bestaande opstallen. De landschappelijke uitstraling, waaronder het doorzicht op het achterland wordt aanzienlijk versterkt door het verwijderen van deze schuren. Daarnaast wordt het bouwvlak op dat nu over het gehele plangebied ligt aanzienlijk verkleind. Om de Veerstraat 23 wordt het bouwvlak om de bestaande te behouden bebouwing gesitueerd. Voor de nieuwe woning wordt een veel kleiner bouwvlak geplaats naast het bouwvlak van nummer 23. De rooilijn van het nieuwe bouwvlak langs de openbare weg sluit aan op de rooilijn van nummer 23. Om het open landschap met graslanden te behouden, is het bouwvlak van de nieuw te bouwen woning op een gematigde afstand van de naastgelegen bebossing gesitueerd. Op deze manier zijn twee ‘groene doorkijken’ gerealiseerd die een zichtlijn mogelijk maken naar achtergelegen graslanden.

De doorkijk aan de oostzijde heeft een breedte van c.a. 30 meter (tuin + ecologische over met sloot + strook naast het bos).

Afbeelding 5: impressie nieuwe situatie (bron: Plannen-Makers) Pagina 7 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Vanwege het in stand houden van de bestaande schuur is er gekozen om de nieuwe woning op afstand van deze schuur te plaatsen. Tussen de nieuwe woning en de bestaande schuur is dan ruimte voor een nieuwe schuur/berging. De exacte locatie is nog niet bekend en daarom niet opgenomen in het ontwerp. Deze nieuwe schuur is zowel mogelijk binnen als buiten het bouwvlak. Door het plaatsen van de nieuwe schuur aan de westzijde wordt voldoende privacy geboden tussen de twee woningen. Daarnaast ontstaat er ook voldoende ruimte om architectonisch een zelfstandige woning te plaatsen. De uitstraling van de bestaande schuur is daarmee niet bepalend voor de nieuwe woning. Daarnaast is in het inrichtingsplan aan de oostzijde van het plangebied over de volledige lengte een ecologische oever opgenomen. Deze over zal voorzien worden van een plasberm waardoor een natuurlijke overgang naar het naastgelegen bos ontstaat. Daarnaast draagt de ecologische oever bij aan een sterke biodiversiteit. De bestaande houtwal tussen de percelen wordt versterkt en ook aan de achterzijde van het perceel van de nieuwe woning toegevoegd. De houtwal zal bestaan uit populieren, elzen, wilgen en/of essen met eventueel een ondergroei van hazelaar, kornoelje en sleedoorn. I.v.m. de perenvuur zal geen meidoorn worden geplant.

De houtwal draagt bij aan het uit zicht houden van de bestaande schuur en versterkt ook de biodiversiteit in het gebied. Tot slot worden aan de voorzijde van het plan twee extra solitaire bomen toegevoegd. Deze bomen sluiten aan op de bestaande berk voor nummer 23. De landschappelijke inrichting van de woningen met een eenduidige erfuitstraling sluit daardoor goed op elkaar aan. De inrichtingsschets is ook voorgelegd aan het Gelders Genootschap. Het Gelders Genootschap heeft twee opvolgende adviezen gegeven op het plan. Door het Gelders Genootschap is de wens aangegeven om de woning binnen de bestaande contouren van het huidige erf te laten vallen. Voor dit plan is daar zoals boven beschreven een gewijzigde invulling aan gegeven. De nadere motivatie hiervoor is: •

•

•

•

Eén van de redenen om in het buitengebied te willen wonen is het vrije uitzicht. Wanneer de woning op het bestaande erf, ter plaatse van de te slopen schuren geplaatst wordt en de bijgebouwen bij de woning ook enkel ter plaatse van het bestaande erf gebouwd mogen worden dan komen deze achter de nieuwe woning te staan. Dit zal een direct negatief effect hebben op het beoogde vrije uitzicht. De mogelijke woonkwaliteit die de locatie bezit wordt hierdoor onvoldoende benut. Voor voldoende privacy tussen de bestaande woning van nr. 23 en de nieuwe woning is het wenselijk om de woning wat verder vanaf de perceelsgrens te plaatsen. Om de privacy op een landschappelijke manier te borgen is daarom ook een houtwal op de perceelsgrens voorgesteld. Dit gaat ten koste van de ruimte op het bestaande erf. Hierdoor blijft er binnen het bestaande erf relatief weinig ruimte over om zowel de woning als de schuur/berging te bouwen. Indien de woning aan de ‘buitenkant’ van de kavel wordt geplaatst heeft de tuin achter een vrij uitzicht ook richting het aansluitende bos. Ook dat komt het woongenot ten goede. Door deze positionering staat een symmetrisch geheel met de bestaande woning en de bestaande te behouden schuur. Door het plaatsen van de schuur naast de woning blijft deze ook goed bereikbaar en is er geen verbinding om de nieuwe woning heen naar de achterliggende schuur nodig.

In een eerder advies van het Gelders Genootschap is als uitwerking van de nieuwe woning gesproken over een schuurwoning. Kenmerkend van een schuurwoning is de bescheiden uitstraling en een relatief geringe ‘goothoogte’. Deze zal vergelijkbaar zijn met de maximaal toegestane goothoogte van de te bouwen schuur/berging, namelijk 3 meter. Daarnaast is de

Pagina 8 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

•

maximale oppervlakte van de te bouwen schuur 150 m2. Gezien de maximale toegestane inhoud van de woning zal de oppervlakte van de nieuw te bouwen woning minder zijn dan 150 m2. Ruimtelijk gezien heeft, als de woning en de schuur naast elkaar gepositioneerd worden het omwisselen van de woning en de schuur een zeer beperkt effect. Er is dan ook stedenbouwkundig geen aanleiding om de woning zo dicht mogelijk bij het bestaande erf te plaatsen en de schuur aan de oostzijde daarvan. Stedenbouwkundig kan dat ook omgedraaid worden waarbij de uitstraling behouden blijft maar de woonkwaliteit sterk verbetert. Het bouwvlak voor de nieuwe woning is op basis van het eerdere advies van het Gelders genootschap verder verkleind en wat opgeschoven richting het bestaande erf. Deze ruimte, samen met de aan te leggen natuurvriendelijke oever, de sloot en de groenstrook naast het bos geeft een ruime groene doorkijk naar achteren. Het nieuw ingetekende bouwvlak blijft iets groter dan de te bouwen woning, zodat bij het definitieve ontwerp nog enige speelruimte is voor een goede landschappelijke, stedenbouwkundige en praktische inpassing van de woning. Uiteraard wordt dit ontwerp bij het aanvragen van de bouwvergunning ook ter beoordeling voorgelegd aan het Gelders Genootschap. N.b.

Het bouwvlak is wel vele malen kleiner dan het huidige bouwvlak dat het gehele plangebied besloeg en dat tot voorbij de nieuwe natuurvriendelijke oever loopt.

Tot slot zijn nog twee opmerkingen om logische redenen aangepast ingevuld dan beschreven in het advies. Aan de voorzijde van de woningen zijn door de afdeling Landschap, Natuur en recreatie 3 walnotenbomen voorgesteld. Twee van de drie bomen zullen geplant worden, voor de bestaande woning Veerstraat 23 staat echter op één plek al een grote berkenboom. Het verwijderen van een volgroeide berk voor een walnotenboom lijkt zonde en dit onderdeel van het advies is dan ook niet overgenomen. Aan de achterzijde wordt geadviseerd om aan te sluiten op bestaande houtwallen. In de bestaande situatie is achter nummer 23 een houtwal aanwezig. Er is voor gekozen om op deze houtsingel aan te vullen en te verlengen zoals geadviseerd wordt door het Gelders Genootschap. De hoogstamboomgaard wat een eerdere ontwerpoptie was is daardoor komen te vervallen. De sloop van de bebouwing en de nieuwe inrichting wordt als ‘voorwaardige verplichting natuurelement’ opgenomen in het bestemmingsplan. De uitvoering van de landschappelijke inrichting wordt daarmee geborgd.

Pagina 9 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk een aantal nationale belangen (vastgelegd in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro)). Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. In het MIRT wordt ook de samenhang met decentrale belangen en regionale opgaven besproken.

De ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de bestemmingswijziging van een voormalig agrarische bedrijf met de twee (voormalige) bedrijfswoningen en het daarbij het mogelijk maken van één extra woning.

Door het nationale karakter van de SVIR en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit bestemmingsplan geen direct raakvlak met het nationale beleid. Vanuit de SVIR zijn geen directe voorwaarden van toepassing op het plan, tevens ontstaat er geen directe strijdigheid met het nationale beleid. De ladder voor duurzame verstedelijking is voor voorliggend plan niet van toepassing. De ladder schrijft voor dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de behoefte gemotiveerd moet worden en in het geval dat de stedelijke ontwikkeling buiten het stedelijk gebied plaatsvindt dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling niet binnen het stedelijk gebied opgelost kan worden. De definitie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is (conform de Bro): ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Voorts is op basis van basis van jurisprudentie nader gedefinieerd bij welk aantallen er sprake is van een woningbouwlocatie dat aangemerkt kan worden als stedelijke ontwikkeling. In de uitspraak van de ABRvS 18 november 2015 is geconcludeerd dat bij 11 a 12 Pagina 10 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan betreft dus geen stedelijke ontwikkeling volgens de Bro aangezien het om één woning gaat. Het plan is dan ook niet ladderplichtig.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 De omgevingsvisie De omgevingsvisie van de provincie Gelderland is 19 december 2018 vastgesteld. De omgevingsvisie stuurt op hoofdlijnen de ruimtelijke ordening op (boven)regionaal niveau. Het doel van de visie is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dat houdt in dat de provincie zich enerzijds inzet voor een gezonde leefomgeving zonder vervuiling, die klimaatbestendig en veilig is. Daarnaast zet de gemeente zich in voor een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk-, en ondernemersklimaat met goede bereikbaarheid, zonder schadelijke impact op de natuur, en innovatief gebruik van energie. De gemeente heeft hierop een zevental ambities geformuleerd op het gebied van energie, klimaat, economie, natuur, mobiliteit, werken en wonen. De ambities van de gemeente zijn: • Energietransitie: van fossiel naar duurzaam • Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer • Circulaire economie: sluiten van kringlopen • Biodiversiteit: werken met de natuur • Bereikbaarheid: duurzaam verbonden • Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio! • Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam De omgevingsvisie zegt het volgende t.a.v. wonen: Onze ambitie • Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning.

We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. • Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. • Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Onze aanpak • We gaan in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. We hebben specifieke aandacht voor de gemeentegrens overstijgende woonvraagstukken. • We stimuleren innovaties in woonwijken op het vlak van duurzaamheid en het omvormen van bestaande gebouwen tot woonruimte. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het wijzigen van de bestemming Agrarisch naar Wonen, het slopen van bedrijfsbebouwing en zo het mogelijk maken van één vrijstaande woning. Voorliggend plan past in de aard en schaal van de omgeving omdat het volume van de geplande woning aansluit bij de volumes langs de Veerstaat. Aan de Veerstraat staan diverse woningen en agrarische bedrijfswoningen met één of twee lagen en een kap. In dit lint wordt als gevolg van het plan een woning ingepast die qua maat en schaal volledig aansluit bij de bestaande volumes. Het plan sluit dan ook aan op de bebouwingsintensiteit in het gebied.

Pagina 11 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening De Provinciale Ruimtelijke Omgevingsverordening is 31 maart 2021 vastgesteld. De verordening is een uitwerking van het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie in toetsbare regels. De verordening stelt regels en voorwaarden waaraan de inhoud van (gemeentelijke) bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen. Inhoudelijk gaat de verordening onder andere in op het realiseren van stedelijke functies, het vrijkomen van agrarische bebouwing, regels over uitbreiding van bedrijventerreinen, glastuinbouw en natuur- en landschapsbescherming. Planspecifiek Het plangebied is niet gelegen in een gebied ((landschap/erfgoed/natuur/water) dat op basis van de provinciale verordening nader beschermd wordt. Daarnaast is voor de functiewijziging met de extra woning in overleg met de provincie bepaald dat het een gemeentelijke verantwoording betreft. Vanuit de omgevingsverordening vloeien dan ook geen randvoorwaarden voort die van toepassing zijn op het plan. 3.2.3 Woonvisie Gelderland en Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 Om ontwikkelingen op de regionale woningmarkt inzichtelijk te maken, heeft de provincie de Woonvisie Gelderland opgesteld. Deze woonvisie bestaat uit drie delen. Het eerste deel (deel a: Woonbeleid met kwaliteit) omvat algemene beleidsvoornemens om te komen tot een woonbeleid met kwaliteit.

Het tweede deel (deel b: Anders wonen in de regio) is een toespitsing van het algemene deel van de woonvisie op regionaal niveau. Deel c (Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019) is een regionaal afsprakenpakket over de ambities en opgave op het gebied van wonen. Deel a: Woonbeleid met kwaliteit De provincie Gelderland hanteert het uitgangspunt ‘De juiste woning op de juiste plaats en op de juiste tijd’. Het betekent dat niet alleen het aantal woningen dat in een gemeente wordt gebouwd van belang is. Belangrijker is het in welke kern er wanneer welk soort woning wordt gebouwd. Dit moet aansluiten op de behoefte van vooral de eigen inwoners van de gemeente. Veel inwoners willen in hun eigen kern blijven wonen. Er wordt niet alleen aandacht geschonken aan nieuwbouw maar ook aan doorstroming, aanpassing en renovatie van woningen. De leefbaarheid in de (kleine) kernen vormt een belangrijk aandachtspunt. Deel b: Anders wonen in de regio Naast het algemene woonbeleid, zoals hierboven verwoord, wordt in de Woonvisie Gelderland ook gekeken naar het regionale woonbeleid. Het grondgebied van de provincie Gelderland is hierbij verdeeld in zes regio’s. Het plangebied valt onder de regio Rivierenland.

Voor deze regio gelden de volgende belangrijke beleidsopgaven: - de bouwproductie verhogen; - zeer veel levensloopbestendige of - liever nog - direct voor ouderen geschikte woningen bouwen; - locaties in of nabij voorzieningencentra vrijwel uitsluitend bestemmen voor woningen, geschikt voor ouderen; - herstructureringslocaties nabij stedelijke centra zoveel mogelijk benutten om het aanbod aan centrum(-stedelijk) wonen te vergroten. Dit geldt met name voor Tiel, en in mindere mate ook voor Culemborg, Geldermalsen en Zaltbommel; - met name in de kleinere kernen (maar wel bij voorzieningen) meer meergezinswoningen bouwen, aangezien juist daar het woningaanbod te eenzijdig is gericht op gezinnen met kinderen; - beduidend minder woningen in het dure segment en beduidend meer woningen in het goedkope segment bouwen, mede door kleinere woningen te bouwen; - meer verscheidenheid in woningtypen creëren, mede met behulp van particulier opdrachtgeverschap. Pagina 12 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Deel c: Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 Voor het Kwalitatief Woonprogramma (KWP) is uitgangspunt dat in de periode 2010 tot 2020 in totaal circa 69.000 woningen netto aan de voorraad in Gelderland worden toegevoegd. Voor de regio Rivierenland is dit nader uitgewerkt in een afsprakenkader ‘Regionaal Woningbouwprogramma regio Rivierenland’ Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het wijzigen van de bestemming naar wonen en daarbij het geven van de kaders voor een nieuwe woning. Aan het uitgangspunt van de visie dat de identiteit en het rustige landelijke karakter behouden moet blijven wordt in onderhavig plan voldaan. De bebouwingstypologie sluit aan op de typologie in de directe omgeving. De nieuwe woning wordt qua typologie, omvang en ligging gelijkgesteld met de aanwezige woningen aan de Veerstraat 25 en 23. Daarnaast zal het plan voorzien worden van natuurlijke ingrepen om het landschappelijk in te passen. Zowel de bestaande beeldkwaliteit als de aanwezige maat en schaal worden door voorliggend plan dan ook niet doorbroken. Voorts voorziet het plan in een concrete behoefte want het wordt opgesteld ten behoeve van een concreet beoogde bouwontwikkeling. Het plan is derhalve in overeenstemming met de provinciale woonvisie.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionaal Woningbouwprogramma regio Rivierenland De gemeenten van de regio Rivierenland hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Om voldoende inzicht te hebben in de woningmarkt en als basis voor het regionale woningbouwprogramma heeft de regio Rivierenland in 2015 een regionaal woningbehoefteonderzoek uit laten voeren. Het regionaal woningbehoefteonderzoek geeft inzicht in de verwachte woningbehoefte voor de komende jaren op basis van de effectieve vraag. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. De meest recente actualisatie van het regionale woonbeleid bestaat uit: ‘Uitvoeringsplan wonen, wonenzorg en woonladder regio Rivierenland 2018 16 november 2017’ Toetsing van projecten Alle projecten worden getoetst op drie punten: I. Planstatus Van alle projecten is de planstatus geïnventariseerd. Vanuit de provincie wordt mede gestuurd op planologische hardheid. Het is van belang om te monitoren of kansrijke plannen opgenomen zijn/worden in harde bestemmingsplancapaciteit. Voorkomen moet worden dat plancapaciteit gebruikt wordt voor niet-kansrijke plannen of projecten die pas op zeer lange termijn ontwikkeld worden. Plannen met harde plancapaciteit worden 'groen' gemarkeerd. Plannen met zachte plancapaciteit zijn 'rood'.

Voorliggende ontwikkeling scoort op dit punt rood, omdat het plan nog niet is vastgesteld. Voorliggend plan wordt echter door voorliggend planspecifiek bestemmingsplan op korte termijn vastgesteld en is daarmee in potentie nagenoeg groen. II. Urgentie Onder deze noemer vallen in ieder geval de plannen waar sprake is van een verbetering van locatie en omgeving zoals bij herstructurering, bedrijfssanering, afronding van een gebied. Daarnaast kan een bepaald woningbouwprogramma, zoals voor senioren geschikte woningen in combinatie met zorgvoorzieningen, aanleiding zijn om prioriteit te geven aan een project. Voorliggende ontwikkeling voorziet in het realiseren van een levensloopbestendige woning. Het plan wordt gebouwd vanuit een Pagina 13 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

concrete behoefte voor mensen die nu nabij het plangebied wonen. Het plan draagt daarmee bij aan het vergroten van het aanbod van levensloopbestendige woningen. Het plan draagt zo ook bij aan doorstroming doordat de vrijgekomen woning geschikt is voor gezinnen. Doordat het planologisch mogelijk maken van een woning ten behoeve van een concrete woningbehoefte scoort de ontwikkeling 'groen'. III. Woonmilieu, prijs en woningtype In het WBO is aangegeven waar de belangrijkste tekorten en overschotten zijn. Het regionale woningbouwprogramma wordt hieraan getoetst. Dit kan aanleiding zijn om een aantal projecten opnieuw te bezien en mogelijk meer af te stemmen op de actuele vraag. Projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het WBO waarbij maatwerk per gemeente en kern mogelijk is. Een groot deel van de projecten bedient immers een specifieke, lokale vraag. Indeling projecten Alle bekende projecten zijn getoetst en ingedeeld in drie categorieën. 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar) Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Deels gaat het dan om projecten met woningen in de lagere huur- en koopprijscategorieën. Ook zorggerelateerde woningen scoren hoog. Daarnaast lijkt de markt voor middeldure, en soms zelfs dure, koopwoningen weer aan te trekken. Projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit.

Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2. 2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar) De projecten in categorie 2 zijn plannen met een (beïnvloedbaar) risico. Zo kan het een kansrijk project zijn met als enige aandachtspunt dat er nog geen vastgesteld bestemmingsplan ligt. Andere belemmeringen zijn omgevingsfactoren zoals milieubelemmeringen of een te verwachten weerstand vanuit de omgeving. Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt tussen plannen in categorie 2A waarvan verwacht wordt dat de oplevering gepland is voor de middellange termijn (2020-2025) en plannen in categorie 2B met aandachtspunten of belemmeringen. 3. Risicovolle plannen en/of lange termijn (realisatie tien jaar of verder) Een deel van deze plannen betreft een of meer fasen van een groter project. Ook zijn er projecten die nog niet aansluiten op de actuele marktomstandigheden of waar concrete knelpunten gesignaleerd zijn. Tot slot zijn het projecten die ooit een keer bedacht zijn, in de tijd dat er nog onbeperkt plannen gemaakt werden, maar waarvan nu ingeschat wordt dat deze niet meer tot ontwikkeling komen. Regionale woningbouwprogramma De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen gezamenlijk het regionale woningbouwprogramma Rivierenland.

De voorliggende ontwikkeling sluit aan op de in het regionale woningbouwprogramma aangeduide categorie 2 omdat er nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is. Er zijn geen milieubelemmeringen voorzien. De middellange termijn voor categorie 2 van 5 tot 10 jaar sluit niet aan op het plan. De uitvoering van het project staat gepland op korte termijn, naar verwachting medio 2021. Op urgentie en programma scoort de ontwikkeling derhalve goed. Conclusie regionaal woningbeleid Of het plan past in het gemeentelijk woningbouwprogramma volgt uit de vraag of voorliggend plan meegenomen kan worden in de regionale afspraken. Het plan sluit in ieder geval aan op de gemeentelijke woonvisie zoals hiervoor beschreven.

Pagina 14 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

3.3.2 Ruimtelijke Strategische Visie Regio Rivierenland In 2016 hebben de gemeenten in Regio Rivierenland een regionale ambitie opgesteld voor de periode 2016-2020. Dat zijn Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel. Met de regionale ambitie hebben deze 10 gemeenten een gezamenlijke focus gelegd op drie economische speerpunten: agribusiness, economie en logistiek en recreatie en toerisme. De visie is vertaald in een kansenkaart met als doel ondernemers, organisaties en andere overheden te inspireren en bij te dragen aan het behalen van de economische ambities in Regio Rivierenland. De visie laat zien dat het gebied een poort is naar nieuwe kansen voor bedrijvigheid in agribusiness, logistiek en recreatie en toerisme. En dat levert meer werkgelegenheid op voor onze inwoners en een beter woon- en leefklimaat. We zetten in op een gedragen ruimtelijke visie voor de drie economische speerpunten, waar we ook trots op kunnen zijn.

Afbeelding 6: Uitsnede visiekaart Regio Rivierenland

Planspecifiek Voorliggend plan heeft gezien de kleinschaligheid beperkt raakvlak met de visie die meer op hoofdlijnen stuurt. Het plan is echter op basis van vergelijking met bovenstaande (hoofd)lijnen in overeenstemming met de structuurvisie. Volgens de visiekaart ligt het plangebied in de buurt van ‘recreatieve kansen waarmee gebieden een relatie met andere regio’s leggen’. De landschappelijke elementen zoals een natuurvriendelijke oever en knotwilgenwal dragen door het verbeteren van het landschap hier aan bij.

3.4

Gemeentelijk beleid

Het plangebied is gelegen in de voormalige gemeente Neerijnen. Deze gemeente is opgegaan in de nieuwe gemeente West Betuwe. 3.4.1 Woonvisie De plaats Neerijnen maakt deel uit van de gemeente West Betuwe. De gemeente is ontstaan per 1 januari 2019 na de fusie van de gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Er is nog geen structuur- of omgevingsvisie beschikbaar. Daarom is onderstaand de woonvisie van de voormalige gemeente Neerijnen aangehouden.

Pagina 15 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Gemeente Neerijnen heeft op 28 juni 2012 de Woonvisie 2012-2020 vastgesteld. De Woonvisie rust op vier uitgangspunten: 1. Behoud van de identiteit en het rustieke en landelijke karakter van de gemeente. 2. Voldoen aan de woningbehoefte van degenen die graag in de gemeente willen wonen. 3. Afstemming van het beleid op wat per kern nodig is, rekening houdend met maat en schaal van de dorpen, de noodzaak van de koppeling van (zorg)voorzieningen aan het wonen en de ruimtelijke context. 4. Beleidsontwikkeling in samenspraak met Woonstichting De Kernen en Woningbouwvereniging De Goede Woning Neerijnen. Centraal in de Woonvisie staat de vraag hoe de gemeente tot een beter evenwicht kan komen tussen het huidige planaanbod en de verwachte vraag Planspecifiek Voor het plan zijn de uitgangspunt 1 en 2 relevant. Behoud van de identiteit en het rustieke en landelijke karakter van de gemeente. Het voorliggende plan draagt, met haar nieuwbouw en landschapsarchitectuur, bij aan de identiteit en het rustieke landelijke karakter van Neerijnen. Voldoen aan de woningbehoefte van degenen die graag in de gemeente willen wonen. Het voorliggende plan voorziet de woningbehoefte van het buitengebied van Neerijnen. 3.4.2 Afwegingskader voor nieuwe bouwinitiatieven Gemeente West Betuwe De afgelopen periode zijn er zijn er flink wat nieuwe initiatieven voor woningbouw ingediend (ca. 300 woningen).

Ook in de toekomst zullen er nieuwe woningbouwinitiatieven op de gemeente blijven afkomen. Nieuwbouw kan van belang zijn voor de vitaliteit van de kernen, maar vraagt ook om een bewuste weging per verzoek waarbij onder meer de ruimtelijke inpasbaarheid wordt meegewogen. Wij willen daarom medewerking verlenen aan goede plannen die inspelen op de woonbehoefte van onze inwoners én een bijdrage leveren aan een goede ruimtelijke ordening1. Daarom is het nodig om een afwegingskader te maken voor nieuwe woningbouwverzoeken. Bouwinitiatieven waarbij geen gebruik wordt gemaakt van het afwegingskader Er zijn situaties waarbij andere (ruimtelijke) overwegingen van toepassing zijn bij de beantwoording van de vraag of er wel of niet meegewerkt kan worden aan een verzoek tot woningbouw. Het heeft dan geen zin dergelijke verzoeken aan het afwegingskader, zoals hierna in paragraaf 2.2 is beschreven, te toetsen. Bij de volgende situaties wordt het afwegingskader niet toegepast: - Woningbouw in het kader van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Dankzij het VAB-beleid wordt overtollige leegstaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en bevordert de leefbaarheid van het landelijke gebied.

De bestemmingsplannen “Buitengebied” van onze gemeente kennen allemaal een regeling voor functieverandering van voormalige agrarische opstallen. Wanneer het verzoek passend is binnen die regeling dan wordt het verzoek met een positief advies aan het college van B&W voorgelegd. De te verwachten bouwstroom als uitvloeisel van het VAB-beleid zal gelet op de ervaringen van de afgelopen jaren beperkt blijven.

Pagina 16 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Planspecifiek Het plan past binnen de regeling van het VAB-beleid, het verzoek kan met een positief advies worden voorgelegd aan B&W zonder het uitvoeren van het afwegingskader. 3.4.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor de locaties is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’. Het bestemmingsplan is onherroepelijk geworden op 2018-12-06. Voor de locatie geldt de enkelbestemming Agrarisch en geldt tevens de dubbelbestemming Waarde – Archeologische waardevolle gebieden 1’. De bestemming Agrarisch staat het volgende gebruik toe: De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: •

•

a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, met dien verstande dat boomkwekerijen en boomgaarden niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'openheid' ….;

Planspecifiek Voorliggend plan waarbij een nieuwe woning wordt gebouwd past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is derhalve een nieuw bestemmingsplan nodig. Voorliggend plan voorziet hier in. Voor de nieuwe woning die mogelijk gemaakt wordt zal rekening gehouden worden met de maten voor woongebouwen uit het huidige bestemmingsplan: 18.2 Bouwregels 18.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: - Indien een bouwvlak is opgenomen, mag het hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. - Het aantal hoofdgebouwen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan één. - De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)'. - De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. - De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. - De afstand van woningen tot de as van de openbare weg mag niet minder bedragen dan 15 m. - De afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 3 m, geldt deze afstand als minimale afstand.

Pagina 17 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die direct MERplichtig zijn (de zogenaamde ‘C-lijst’) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde ‘Dlijst’). In de D-lijst is voor iedere activiteit een drempelwaarde opgenomen. Indien deze drempelwaarde door een activiteit wordt overschreden geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Is een activiteit wel genoemd in de D-lijst maar wordt de drempelwaarde niet overschreden? Dan dient er een vormvrije m.e.r.- beoordeling opgesteld te worden. Evenals bij een m.e.r.-beoordeling dient er voor de vormvrije beoordeling getoetst te worden aan de criteria die genoemd zijn in Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ (2011/92/EU). De vormvrije m.e.r.-beoordeling dient om te bepalen of de kenmerken van het plan en de nadelige gevolgen voor het milieu niet alsnog noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapportage (MER), ondanks dat de activiteit onder de drempelwaarde van de D-lijst blijft. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt middels een m.e.r.-aanmeldnotitie aangeboden aan het bevoegd gezag, op basis waarvan zij een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit moet eerder genomen worden dan het besluit om het ontwerp bestemmingsplan ter inzage te laten gaan.

Planspecifiek Voorliggend plan betreft de bestemmingswijziging van twee voormalig agrarische bedrijven en daarbij het mogelijk maken van één extra woning. Dit plan heeft daarom betrekking op ‘De aanleg, wijziging of verandering van een stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Deze ontwikkeling valt onder activiteit D.11.2. Voor woningbouw wordt een drempelwaarde van 2000 woningen aangehouden. De bouw van 1 woning blijft daar qua aantal dus ruimschoots onder. Er geldt daarom geen directe m.e.r.- beoordelingsplicht voor dit plan. Wel moet er een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden opgesteld, aangezien er voor een stedelijkontwikkelingsproject geen ondergrens aangewezen is. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De milieugevolgen van dit plan zijn beoordeeld in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Voor een aantal milieuaspecten is er aanvullend onderzoek uitgevoerd om de milieueffecten in beeld te brengen, zoals bijvoorbeeld voor bodem en geluid. De bevindingen op basis van deze onderzoeken zijn in de relevante milieuparagrafen benoemd. Op basis van de beoordeling in de milieuparagrafen en de resultaten uit denonderzoeken worden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Ook beschouwd vanuit de criteria uit Bijlage III blijken belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet aan de orde: 1. kenmerken van het project.

De kenmerken (e.g. omvang project, gebruik natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen) zijn in dit geval dusdanig beperkt dat belangrijke nadelige effecten voor het milieu uit te sluiten zijn. De bouw van 1 woning is niet dusdanig ingrijpend dat de omgeving van het plangebied wezenlijk verandert. Bovendien wordt er geen regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen geschaad en de afvalstromen die vrijkomen worden allen via de reguliere wegen afgevoerd, verwerkt of hergebruikt. 2. plaats van het project. Ook de relatie tussen de voorgenomen ontwikkeling en de plaats van het project noodzaken niet tot een Pagina 18 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

m.e.r.-beoordeling, aangezien de omgeving niet dusdanig kwetsbaar is dat een project van deze beperkte omvang tot belangrijke nadelige gevolgen voor milieu en/of omgeving leidt. Het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied is niet aan de orde en wordt derhalve ook niet aangetast, daarnaast wordt het opnamevermogen van het natuurlijk milieu niet gebruikt c.q. aangetast aangezien er geen afvalstromen in het natuurlijk milieu eindigen (alles wordt via de reguliere afvalverwerking van huishoudelijk afval verzameld en verwerkt). Bovendien ligt het plangebied niet in of direct naast een beschermd natuurgebied (Natura 2000 en/of Gelders Natuurnetwerk). 3. kenmerken van het potentiële effect. Er zijn geen belangrijke nadelige effecten op het milieu te voorzien. Daarmee is de kans dat deze effecten zich voordoen dan ook niet aan de orde. Het betreft een ontwikkeling van beperkte omvang, buiten (beschermde) natuurgebieden en met een kleine impact op het milieu en de natuurlijke omgeving. Conclusie Op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordeling kan geconcludeerd worden dat er geen m.e.r.beoordelingsprocedure doorlopen hoeft te worden en/of dat een planMER niet aan de orde is. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het plan zijn gezien de omgeving en de omvang van de ontwikkeling en de optredende milieueffecten niet aannemelijk.

Deze paragraaf (meer specifiek de tekst onder ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’) en de rest van de toelichting kunnen beschouwd worden als de m.e.r.-aanmeldnotitie. Het college van de gemeente West Betuwe moet op basis hiervan nog een formeel m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Hierin besluit het college of er wel of geen milieueffectrapportage nodig is.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Planspecifiek In voorliggend plan wordt de bestemming van Agrarisch gewijzigd naar de bestemming Wonen. De bestemming wonen is een gevoelige bestemming in het kader van bedrijven en milieuzonering. Er moet dus beoordeeld worden of omliggende bedrijven niet beperkt worden in de bedrijfsvoering. Het agrarische bedrijf aan Veerstraat komt te vervallen als gevolg van de bestemmingswijziging. Dit bedrijf behoeft dus niet meer meegenomen te worden in de afweging van bedrijven en milieuzonering.

Westzijde Aan de westzijde ligt het kantoor met schuur van Staatsbosbeheer met de milieucategorie 1 en 2. In een gebied dat gekenmerkt wordt als gemengd gebied, wat in voorliggend plan goed uit te leggen is gezien de diverse functies, geldt voor milieucategorie 2 een minimale afstand van 10 meter. Zoals in afbeelding 6 is te zien, vormt dit bedrijf gezien de afstand van ca. 97 meter geen conflict in het kader van milieuzonering.

Pagina 19 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Afbeelding 6: Uitsnede bestemmingsplan, Ruimtelijkeplannen.nl

Oostzijde Aan de oostzijde (zie bovenstaande afbeelding) grenst het plangebied aan een perceel bestemt als bedrijf-nutsvoorziening. Op deze gronden is het volgende gebruik toegestaan.: - nutsvoorzieningen; - een gemaal ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; - erven en verhardingen; - parkeervoorzieningen; - groenvoorzieningen; Feitelijk wordt het als waterwingebied gebruikt. Planologisch moet echter uitgegaan worden van een mogelijke nutsvoorziening. Afhankelijk van het vermogen geldt een richtafstand tot gevoelige bestemmingen. Zoals aangegeven is de gevoelige bedrijfswoning van derden, de Veerstraat 23, reeds mogelijk op de planlocatie en heeft het bedrijf met de situering van de nutsvoorziening rekening te houden met de bedrijfswoning overal binnen het bouwvlak. De grond van de bedrijfsbestemming is in eigendom van Vitens. Het terrein is als bosperceel ingericht. In voorbereiding op de planvorming is overleg gevoerd met Vitens. Zij hebben aangegeven positief te staan tegenover de planontwikkeling omdat het beëindigen van het veeteeltbedrijf de kans op vervuiling beperkt. Zuidzijde Aan de zuidzijde is de grond bestemd als agrarisch. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: Pagina 20 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

grondgebonden agrarische bedrijven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: - ‘glastuinbouw’ tevens een glastuinbouwbedrijf is toegestaan; - 'paardenhouderij' tevens een paardenhouderij is toegestaan; - 'intensieve veehouderij' tevens een intensieve veehouderij is toegestaan; - 'grondgebonden veehouderij' tevens een grondgebonden veehouderij is toegestaan; - 'specifieke vorm van agrarisch - griendhandel' tevens een griendhandel is toegestaan; - 'intensieve kwekerij' tevens een intensieve kwekerij is toegestaan; - 'specifieke vorm van agrarisch - boomgaard' tevens een boomgaard is toegestaan; In de regels staat dat specifieke grondgebonden agrarisch gebruik enkel is toegestaan waar een specifieke aanduiding is aangegeven. Met name de aanduiding intensieve kwekerij kan als gevolg van spuitzones bij boomgaarden aanvullende milieutechnische beperkingen met zich meebrengen. Een dergelijke aanduiding grenst echter niet aan de Veerstraat 23 en 25. Gezien voorgaande conclusies vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering tot voorliggend plan.

4.3

Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functie belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in de wijziging van de bestemming en het mogelijk maken van een extra geluidgevoelige bestemming niet zijnde de bestaande woningen) langs een 50 km/h of hogere weg. Om aan te tonen dat bij de extra woningen aan de wettelijke geluidsnormen voldaan kan worden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De conclusies zijn als volgt: De geluidbelasting op voorgevel van een nieuw te realiseren woning aan de Veerstraat bedraagt maximaal Lden= 37 dB. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. Het plan voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Het aspect geluid vormt, op basis van de voorgaande conclusie, geen beperking voor het voorliggende plan.

4.4

Ecologie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek 4.4.1 Quickscan Als onderdeel van de planvorming zal bebouwing gesloopt worden en zullen watergangen aangepast worden. Om te beoordelen of het plan gevolgen heeft voor de Flora en Fauna is daarom voor het Pagina 21 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

bestemmingsplan een ecologische quickscan uitgevoerd, zie bijlage 2. Op basis van de quickscan en de eventuele vervolgonderzoeken kan bepaald worden of het plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde soorten. De conclusies uit de Quickscan Wet natuurbescherming Veerstraat 23 te Waardenburg (Blom Ecologie B.V.) zijn als volgt: Samenvatting: (a) Soortenbescherming Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de huismus. Voor de werkzaamheden aan de waterloop dient gewerkt te worden volgens een ecologisch werkprotocol (bijlage 3) ten aanzien van heikikker, poelkikker en grote modderkruiper. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-berekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor de huismus. Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang (er zijn belangen vanuit volksgezondheid -klimaatsveranderingaan te voeren) en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. De sloop van enkele opstallen en de realisatie van een woning aan de Veerstraat 23 te Waardenburg is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art.

3.1.6 Bro). Vervolgstappen • Voor de beoogde ontwikkeling dient aanvullend onderzoek naar huismus uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar huismus wordt uitgevoerd middels twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei of middels vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart t/m 20 juni (met een tussenperiode van 10 dagen tussen de veldbezoeken), conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017). Een technische inspectie is mogelijk voor het inventariseren van de nestlocaties buiten het broedseizoen, tussen 15 september en 1 maart. Bij een technische inspectie bestaat er de kans dat oude nesten ook meegenomen worden. • Om negatieve effecten op de heikikker, poelkikker en grote modderkruiper te voorkomen en uit te sluiten dient tijdens de aanleg van de natuurvriendelijke oever van de waterloop op de grens van de planlocatie gewerkt te worden volgens een ecologisch werkprotocol (bijlage 3).

Pagina 22 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

Advies • Om de kerkuil een geschikte nestlocatie te bieden is het mogelijk om in schuur A een nestkast op te hangen. Lokale uilenwerkgroepen plaatsen deze vaak kosteloos. In de meeste gevallen zal één maal per jaar een nestcontrole plaatsvinden waarbij de jonge uilen vaak worden geringd. Meer informatie kan verkregen worden via de vogelwerkgroep West-Betuwe. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies is een nader onderzoek huismussen uitgevoerd, zie bijlage 3. De conclusie van dit nader onderzoek luidt: ‘Op basis van de technische inspectie en de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna is gebleken dat in de geïnspecteerde schuur nestlocaties aanwezig zijn van huismus. De beoogde sloop leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art 3.1, lid 2 (wegnemen 9 nesten). Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd alvorens schuur 1 gesaneerd kan worden.’ Voor de planlocatie is een ontheffing aangevraagd, zie bijlage 4. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de ontheffing niet verkregen zal worden. De ecoloog en opsteller van de ecologische quickscan adviseert daarover het volgende: Ten aanzien van het plan Veerstraat 23 kan worden vastgesteld dat het bp-plan haalbaar is.

Immers als sprake is van aanwezigheid huismus (wat dus ook al is vastgesteld) zal de provincie een beschikking afgeven onder de volgende voorwaarden (Wet nb, art. 3.3. lid 4): • Wet nb, art. 3.3. lid 4a; er is geen sprake van een alternatief, de schuur kan niet worden behouden, er is geen andere optie dan de schuur te saneren; • Wet nb, art. 3.3. lid 4b; er is sprake van een wettelijk belang (volksgezondheid en groot openbaarbelang), het dak van de schuur is asbesthoudend, het verwijderen van asbest is een verplichting i.h.k.v. de Volksgezondheid; • Wet nb, art. 3.3. lid 4c; er is geen sprake van de verslechtering van de staat van instandhouding (SVI), de staat van instandhouding van de huismus wordt gewaarborgd middels het treffen van tijdelijke en permanente maatregelen, hiervoor zijn ruim voldoende mogelijkheden binnen een straal van 200 meter. Zoals boven verkort beschreven is er geen reden waarvoor de provincie Gelderland (bevoegd gezag) de beschikking niet zou afgeven mits de aanvraag volledig is onderbouwd. Pagina 23 Bestemmingsplan Veerstraat 23 en 25 te Waardenburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/453/documents/9654