CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-013 Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan Haarweg 2.pdf

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 6: Voorstel tot gewijzigde vaststelling ontwerpbestemmingsplan Haarweg 2 Spijk en Waaldijk 151 Vuren14.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Haarweg 2, Spijk Waaldijk 151, Vuren Gemeente West Betuwe

en

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1960.BUIHaarweg2-VGS1

Datum: Contactpersoon Buro SRO:

J.J. van Nuland

Kenmerk Buro SRO:

SR180228

Opdrachtgever:

Spijksche Veld B.V.

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging van het plangebied .................................................................................................................................. 6 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 11

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 15 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 15 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 17 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 20

4 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 23 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 23 4.2 Milieu ................................................................................................................................................................ 24 4.3 Water ................................................................................................................................................................ 30 4.4 Ecologie ............................................................................................................................................................. 33 4.5 Archeologie ....................................................................................................................................................... 35 4.6 Cultuurhistorie .................................................................................................................................................. 35 4.7 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 36

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 38 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 38 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 38 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 38 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 39

6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 40 6.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................................................... 40 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 40 Bijlagen bij de plantoelichting: Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Haarweg 2, Spijk Bijlage 2: Ecologische inventarisatie Haarweg 2, Spijk Bijlage 3: Actualiserend ecologisch onderzoek Haarweg 2, Spijk

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Haarweg 2 in Spijk vier burgerwoningen te realiseren en op het perceel aan de Waaldijk 151 in Vuren twee burgerwoningen te realiseren. Beide locaties zijn gelegen binnen de grens van de gemeente West Betuwe. De huidige agrarische bedrijfsvoering aan de Haarweg 2 wordt gestopt en de daarbij horende agrarische bebouwing wordt gesaneerd. Initiatiefnemer wenst conform de VAB-regeling (vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing) drie extra woningen te realiseren op het perceel aan de Haarweg 2. Tevens zal de bestaande bedrijfswoning worden omgezet naar een burgerwoning. Op het perceel aan de Waaldijk 151 is het voornemen om twee vrijstaande woningen te realiseren. Beide planlocaties zijn gelegen binnen de grens van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Volgens het geldende bestemmingsplan mogen op de locatie aan de Waaldijk 151 in Vuren in totaal vijf burgerwoningen gerealiseerd worden. Doordat met het voorgenomen plan slechts twee burgerwoningen worden gerealiseerd, worden er op deze locatie drie woningen minder ontwikkeld. De beoogde ontwikkeling aan de Haarweg 2 in Spijk past niet binnen het geldende bestemmingsplan, conform de VAB-regeling is het mogelijk extra woningen te realiseren indien de agrarische bebouwing wordt gesaneerd.

Omdat met het voorgenomen plan niet voldoende agrarische bebouwing wordt gesaneerd om middels de VAB-regeling drie extra burgerwoningen mogelijk te maken, is het voornemen de bouwrechten voor twee woningen van de locatie Waaldijk 151 in Vuren te verplaatsen naar de locatie aan de Haarweg 2 in Spijk. De bouwrechten voor de derde woning worden elders in de gemeente WestBetuwe gebruikt. In dat geval worden er in de toekomstige situatie aan de Haarweg 2 in Spijk in totaal vier burgerwoningen gerealiseerd, bestaande uit drie toe te voegen woningen en de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning. Op de locatie aan de Waaldijk 151 in Vuren worden in totaal twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Het voorgenomen plan is afgestemd met de gemeente West Betuwe, de gemeente West Betuwe heeft aangegeven in principe in te stemmen met de voorgenomen ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het planologisch mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling aan de Haarweg 2 te Spijk en Waaldijk 151 in Vuren.

5

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit een tweetal locaties, De Haarweg 2 in Spijk en de Waaldijk 151 in Vuren, beide locaties maken onderdeel uit van de gemeente West Betuwe. De locatie aan de Haarweg 2 in Spijk is kadastraal bekend onder sectie O perceel 679, 680, 710, 711 en 712 (gedeeltelijk). Het totale perceel beslaat een oppervlakte van ca. 23.000 m². De locatie is gelegen ten oosten van Gorinchem en ten zuiden van de kern Spijk. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het Lingebos en tegenover het plangebied is golfbaan 'the Dutch' gevestigd. Voor het gebied dat aan de zuidzijde van het plangebied grenst, is in het bestemmingsplan 'The Dutch Zuidbaan' een sportbestemming vastgesteld. Aan de zuidzijde van het plangebied was een uitbreiding van de golfbaan voorzien. Inmiddels is dat plan verlaten en is een aanvraag ingediend voor het realiseren van een zonnepark opdeze locatie. De aanvraag hiervoor is in behandeling. Met het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de realisatie van de extra woningen aan de Haarweg. Op een afstand van circa 580 m ten zuiden van het plangebied ligt de A15. Op een afstand van ruim 1 km ten westen en ten noorden van het plangebied stroomt de rivier de Linge. De locatie aan de Waaldijk 151 in Vuren is kadastraal bekend onder sectie S perceel 1258. Het totale perceel beslaat een oppervlakte van 4.207 m².

Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern van Vuren, aan de zuidzijde is de Waal gelegen. Op een afstand van ca. 1 km is de A15 gelegen. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en de globale begrenzing van de planlocaties.

Globale ligging en begrenzing van de planlocaties (locaties rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor de gronden van de twee planlocaties geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 9 oktober 2012 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal. Op 21 mei 2014 is het reparatieplan bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' vastgesteld door de voormalige gemeenteraad van de gemeente Lingewaal. Onderstaande afbeeldingen tonen uitsneden van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'.

Uitsnede 'Bestemmingsplan Buitengebied 2012', linker afbeelding toont de locatie aan de Haarweg 2 in Spijk, rechter afbeelding toont de locatie aan de Waaldijk 151 in Vuren (plangebied rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Voor de locatie aan de Haarweg 2 in Spijk geldt de enkelbestemming 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Binnen de bestemming 'Agrarisch' is een deel van de locatie voorzien van een agrarisch bouwvlak. Daarnaast beschikt de locatie over de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1', 'Waarde - Archeologische verwachting 3' en 'Waarde - Archeologische verwachting 4'. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Binnen de enkelbestemming 'Agrarisch' is het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en de ontwikkeling van drie extra woningen niet mogelijk. Voor de locatie aan de Waaldijk 151 gelden de enkelbestemmingen 'Wonen-1', 'Wonen-2' en 'Agrarisch'. De westzijde van het perceel is bestemd met de enkelbestemming 'Wonen-2' waarbinnen een bouwvlak is opgenomen. Binnen het bouwvlak geldt een maximum aantal wooneenheden van 4 en een maximum bouw- en goothoogte van respectievelijk 8,5 m en 4,5 m. De oostzijde is bestemd met de enkelbestemming 'Wonen-1' waarbinnen een bouwvlak is opgenomen, hiervoor geldt een maximum bouwen goothoogte van respectievelijk 10 m en 6 m. Binnen het bouwvlak is één woning toegestaan.

Aan de noordzijde geldt de enkelbestemming 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast beschikt de locatie over de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische waardevolle gebieden 1', 'Waarde - Archeologische waardevolle gebieden 3, 'Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie' en 'Waterstaat - Waterkering'. Verder geldt de gebiedsaanduiding 'openheid'. De voorgenomen realisatie van twee vrijstaande woningen aan de Waaldijk 151 is mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan, er zijn in totaal vijf woningen toegestaan. Hierdoor worden met het voorgenomen plan drie woningen minder ontwikkeld.

7

Conform de VAB-regeling is het mogelijk extra woningen te realiseren indien de agrarische bebouwing wordt gesaneerd. Omdat met het voorgenomen plan niet voldoende agrarische bebouwing wordt gesaneerd, om middels de VAB-regeling drie extra burgerwoningen mogelijk te maken, is het voornemen de bouwrechten van de locatie Waaldijk 151 in Vuren te verplaatsen naar de locatie aan de Haarweg 2 in Spijk. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het initiatief om aan de Haarweg 2 te Spijk in totaal vier burgerwoningen te realiseren, bestaande uit drie toe te voegen woningen en de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning, mogelijk gemaakt. Tevens wordt met dit bestemmingsplan op de locatie aan de Waaldijk 151 te Vuren de realisatie van in totaal twee vrijstaande woningen mogelijk gemaakt.

1.4 Leeswijzer Elk bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot bevat de toelichting hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan (hoofdstuk 6).

8

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Haarweg 2, Spijk In de huidige situatie betreft het perceel aan de Haarweg 2 een agrarische bestemming. Deze agrarische bedrijfsvoering wordt echter gestopt. Op het perceel staat een bedrijfswoning. Verder zijn er verscheidene agrarische opstallen van verschillende afmetingen met een totaal oppervlakte van ca. 2.600 m² gesitueerd aan de Haarweg 2. In onderstaand tabel is een overzicht weergegeven van de aanwezige agrarische bebouwing en de daarbij horende oppervlaktes. Opstallen Stal Veldschuur Sleufsilo en mestkelders Totaal

Oppervlakten m² 1.233 m² 657 m² 717 m² 2.607 m²

De bebouwing is geclusterd gesitueerd aan de kant van de Haarweg te midden van het perceel en is voorzien één oprit. Aan de oostzijde van de bebouwing en gedeeltelijk aan de noord- en westzijde van de bebouwing zijn bomen rijen gesitueerd. Aan de westzijde is het plangebied afgesloten van het naastgelegen perceel door een bomenhaag. Onderstaande afbeelding toont een analyse van de huidige situatie van de locatie aan de Haarweg 2.

Analyse huidige situatie Haarweg 2 (bron: Buro SRO)

9

Onderstaande afbeeldingen geven de huidige situatie van het plangebied weer.

Impressie huidige situatie Haarweg 2 (bron: Google Maps)

Waaldijk 151, Vuren Het perceel aan de Waaldijk 151 te Vuren beschikt in de huidige situatie over een woonbestemming. Het is mogelijk om in totaal vijf woningen te ontwikkelen op het perceel. In de huidige situatie is er vervallen (agrarische) bebouwing aanwezig op het perceel. Het hoofdgebouw is gesitueerd aan de Waaldijk en op het noordelijke gedeelte van het perceel is een opstal gesitueerd. Verder is het grootste gedeelte van het perceel onverhard en bestaat voornamelijk uit erf. Op navolgende afbeelding staat een impressie van de Waaldijk 151 te Vuren weergegeven.

Impressie huidige situatie Waaldijk 151 (bron: Google Maps)

10

2.2 Toekomstige situatie Haarweg 2, Spijk Met de beoogde plannen wordt de agrarische bedrijfsvoering gestopt en alle bedrijfsbebouwing, bouwwerken en erfverharding worden gesloopt. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande opstallen te slopen en de agrarische bedrijfsvoering te stoppen. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om drie extra vrijstaande woningen, ten oosten van de bestaande bedrijfswoning, te realiseren. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De drie extra woningen die gerealiseerd worden met de beoogde plannen zullen ontsloten worden met een oprit aan de Haarweg. Onderstaande afbeelding geeft aan welke opstallen en erfverharding met de beoogde ontwikkeling worden verwijderd.

Erfverharding en opstallen die gesloopt dienen te worden (Bron: D. van Ballegooij B.V.)

Voor de beoogde ontwikkeling dienen verscheidene opstallen gesloopt te worden, alleen de woning dient behouden te blijven. Het totaal oppervlak dat aan opstallen verwijderd zal worden komt neer op 2607 m². Daarnaast zal er ook nog 2950 m² aan erfverharding verwijderd worden. Het plan zoals voorzien is voorgelegd aan het Gelder genootschap voor een eerste stedenbouwkundige beoordeling. Het Gelders genootschap heeft aangegeven dat het toevoegen van woningen in dit landschap goed denkbaar is. Wel wordt geadviseerd om het bebouwingscluster landschappelijk in te passen door deze rondom te voorzien van een gemeenschappelijke groene haag van bomen en dit als voorwaarde op te nemen in het bestemmingsplan. Onderstaande afbeelding laat zien op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het plan.

11

Verkaveling Haarweg (Bron: buro SRO)

Waaldijk 151, Vuren Op de planlocatie aan de Waaldijk 151 wordt de mogelijkheid om op het perceel vier rijwoningen en één vrijstaande woning te bouwen verminderd naar in totaal twee bouwblokken voor twee vrijstaande woningen. Doordat er aan de Haarweg 2 niet voldoende agrarische bebouwing wordt gesaneerd om door middel van de VAB-regeling drie extra vrijstaande woningen te ontwikkelen, worden de bouwrechten (twee woningen) van de locatie aan de Waaldijk 151 verplaatst naar de Haarweg 2 te Spijk. De bouwrechten voor de derde woning worden elders in de gemeente West-Betuwe gebruikt. Voornemen is om twee woningen op locatie te realiseren. Het gebouw (Mariahoeve) aan de Waaldijk die gesloopt wordt heeft een bebouwingsoppervlakte van 382 m² en een inhoud van 2.381 m³. Het voornemen is om de nieuwe woning op het oostelijke deel van het plangebied uit te voeren met een groter volume dan de woning op het westelijke deel van het plangebied. Met dit grotere volume vindt een historische verwijzing plaats naar de bebouwing zoals deze op de locatie aanwezig was. Het bijgebouw achter op het perceel is reeds gerenoveerd en blijft behouden.

12

Op de navolgende afbeelding staat een plattegrond van de beoogde situatie aan de Waaldijk 151 weergegeven.

Beoogde situatie Waaldijk 151 te Vuren (bron: D. van Ballegooij B.V.)

Het bouwplan is in zijn huidige vorm in 2018 al eens voorgelegd aan de Omgevingsdienst Rivierenland voor vooroverleg (24-02-2020 / 0214114041). De welstandscommissie heeft in dat kader aangegeven dat de beoogde positionering van de beoogde woningen akkoord is. Door de commissie zijn wel vragen gesteld over de beoogde kapvorm. Het Gelders genootschap heeft ook over de Waaldijk geadviseerd. De situering van twee bouwvlakken evenwijdig aan de dijk wordt voorstelbaar gevonden. Vraagtekens worden echter geplaatst bij de goot- en nokhoogte van respectievelijk 6- en 10 meter. Geadviseerd wordt een doorsnede toe te voegen van het nieuwe dijkprofiel in combinatie met de nieuwe woningen. op deze wijze wordt inzichtelijk of de voorgestelde hoogtes inpasbaar zijn. Door tekenburo Ballegooij is deze doorsnede opgesteld. Deze doorsnede geeft een goed beeld van de bouwhoogten in relatie tot de bestaande bebouwing en het nieuwe dijkprofiel.

13

Relatie overige ontwikkelingen Nabij de locatie aan de Haarweg is ook de aanleg van zonnevelden voorzien. Onderdeel van de aanleg van de veld is een adequate groene inpassing van het zonneveld. Bij deze groene inpassing is door het bevoegd gezag verzocht rekening te houden met de voorgenomen realisatie van de woningen. Door de initiatiefnemer is vervolgens aangegeven dat bij het inrichtingsplan de te realiseren woningen als uitgangspunt worden meegenomen. Een aangepaste inpassingstekening is door de initiatiefnemer van het zonneveld met de initiatiefnemer van de woningen aan de Haarweg gedeeld.

14

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek De NOVI is niet specifiek van toepassing op het plangebied. De toelichting paragraaf 3.1.3 gaat nader in op de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Planspecifiek De Waaldijk 151 is volgens kaart 7 'Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde' gelegen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In de provinciale verordening zijn regels gesteld omtrent het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkelingen is het Barro verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.

15

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavige ontwikkeling betreft de toevoeging van in totaal vijf woningen en het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning op twee verschillende locaties en is daarmee niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder is derhalve niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.

16

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgesteld op 19 december 2018. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De provincie Gelderland legt bij de uitoefening van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt daaraan richting gegeven. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat thematische visieschetsen. De schetsen zijn een grove schets van in het oog springende bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen. De ambities die hieruit volgen zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

Planspecifiek Voor de beoogde ontwikkeling is met name de ambitie voor de woon- en leefomgeving van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Daarbij zijn de volgende ambities opgesteld:

•

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.

•

Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas.

•

Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Met de ontwikkeling worden in totaal vijf nieuwe woningen gerealiseerd op twee locaties, waarbij twee van de bestaande bouwrechten van de Waaldijk 151 verplaatst worden naar de Haarweg 2. Het derde bouwrecht aan de Waaldijk 151 vervalt en kan door de gemeente elders gebruikt worden, waardoor aan de Waaldijk 151 twee bouwrechten over blijven. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Haarweg 2 omgezet naar een burgerwoning. De nieuwe woningen zullen duurzaam gebouwd, goed geïsoleerd en aardgasloos aangelegd worden. Door de bouwrechten voor een woning aan de Waaldijk te verplaatsen naar de Haarweg, blijft de ruimtelijke kwaliteit en openheid van de omgeving beter behouden. Daarmee kan gesteld worden dat de ontwikkeling passend is bij de ambities van de provincie en in lijn is met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. De provincie Gelderland heeft op 24 september 2014 de omgevingsverordening vastgesteld, die vervolgens op 18 oktober 2014 in werking is getreden. Deze omgevingsverordening is vervolgens meerdere keren partieel gewijzigd. Voor de beoordeling van het onderhavige wijzigingsplan is getoetst aan de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland van december 2018.

De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening is er een van. De verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het

17

provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening richt zich net zo breed als de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Planspecifiek Aan de hand van de bij de Omgevingsverordening behorende kaart zijn de voor de planontwikkeling relevante bepalingen geïdentificeerd. Voor het voorgenomen initiatief zijn de regels omtrent glastuinbouw, het Plussenbeleid en windturbines niet relevant. Wel zijn de volgende artikelen relevant:

• •

artikel 2.57 (beschrijving van de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) artikel 2.58 (instructieregel bestemminsplan bescherming Nieuwe Hollandse waterlinie)

In artikel 2.57 worden de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie benoemd. Artikel 2.58 stelt dat een bestemmingsplan voor gronden die onderdeel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie geen activiteiten mogelijk maakt die de kernkwaliteiten aantasten. Voor zowel de planlocatie aan de Haarweg 2 en Waaldijk 151 geldt dat er geen kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aanwezig zijn. Op beide locaties is vervallen bebouwing aanwezig die gesloopt wordt en vervangen door nieuwe bebouwing. De openheid van het gebied wordt hierdoor nauwelijks aangetast. Tevens blijft het groene karakter behouden. Daarnaast zijn in de verordening regels opgenomen over het planologisch toevoegen van nieuwe woningen (afdeling 2.1). In dit thema wordt bepaald dat nieuwe woningen alleen mogelijk wordt gemaakt als die ontwikkeling past binnen een door de Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Een doel uit de Regionale Woonagenda Rivierenland is het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt. Een ander doel is het verduurzamen van de woningmarkt. Met de ontwikkeling worden nieuwe duurzame woningen ontwikkeld. Hiermee kan gesteld worden dat er aangesloten wordt op de ambities van de regio. Vanuit de Omgevingsverordening komen verder geen voor het plangebied relevante thema's naar voren.

Geconcludeerd kan worden dat de verordening geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. 3.2.3 Woonvisie Gelderland Om ontwikkelingen op de regionale woningmarkt inzichtelijk te maken, heeft de provincie de ‘Woonvisie Gelderland’ opgesteld. Deze woonvisie bestaat uit drie delen. Het eerste deel (deel a: Woonbeleid met kwaliteit) omvat algemene beleidsvoornemens om te komen tot een woonbeleid met kwaliteit. Het tweede deel, deel b getiteld ‘Anders wonen in de regio’, is een toespitsing van het algemene deel van de woonvisie op regionaal niveau. Deel c is een regionaal afsprakenpakket over de ambities en opgave op het gebied van wonen en is vastgelegd in het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 (KWP3). Met name de regionale uitwerking van de woonagenda is echter van belang. Deze wordt regelmatig geactualiseerd en is meer specifiek. In de regio Rivierenland is op 20 juni 2017 een actuele woonagenda vastgesteld. Deel a: Woonbeleid met kwaliteit De provincie Gelderland hanteert het uitgangspunt ‘de juiste woning op de juiste plaats en op de juiste tijd’. Het betekent dat niet alleen het aantal woningen dat in een gemeente wordt gebouwd van belang is. Belangrijker is het in welke kern er wanneer welk soort woning gebouwd wordt. Dit moet aansluiten op de behoefte van vooral de eigen inwoners van de gemeente. Veel inwoners willen in hun eigen kern blijven wonen.

Niet alleen wordt aandacht geschonken aan nieuwbouw maar ook aan doorstroming, aanpassing en renovatie van woningen. De leefbaarheid in de kernen vormt een belangrijk aandachtspunt.

18

Deel b: Anders wonen in de regio Naast het algemene woonbeleid, zoals hierboven verwoord, wordt in de Woonvisie Gelderland ook gekeken naar het regionale woonbeleid. De provincie Gelderland is hierbij verdeeld in zes regio’s. Het plangebied valt onder de regio Rivierenland. Op 20 juni 2017 is de actualisatie van deze regionale woonagenda vastgesteld. Op gemeentelijk niveau wordt gestuurd op het realiseren van voldoende woningen in het gewenste programma. Trends en ontwikkelingen worden gevolgd en indien nodig wordt hier met planning en programmering op ingespeeld. De kwantitatieve opgave tot 2025, specifiek voor de voormalige gemeente Lingewaal, betreft 343 woningen. Deel c: Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 Voor het kwalitatief woonprogramma (KWP) is uitgangspunt dat in de periode 2010 tot 2020 in totaal circa 69.000 woningen netto aan de voorraad in Gelderland worden toegevoegd. Voor de regio Rivierenland is dit nader uitgewerkt in een referentiekader. De provincie heeft afgesproken dat 9.800 woningen van de totale behoefte in de regio Rivierenland wordt gerealiseerd. Planspecifiek Voorliggend plan maakt de realisatie van in totaal vijf nieuwe woningen mogelijk, waarbij twee van de bestaande bouwrechten aan van de Waaldijk 151 verplaatst worden naar de Haarweg 2.

Het derde bouwrecht aan de Waaldijk 151 vervalt en kan door de gemeente elders gebruikt worden, waardoor aan de Waaldijk 151 twee bouwrechten over blijven. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Haarweg 2 omgezet naar een burgerwoning. In kwantitatieve zin draagt dit initiatief bij aan de regionale behoefte. De woningen worden op duurzame wijze uitgevoerd en versterken de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving, mede doordat de bestaande vervallen bebouwing gesloopt wordt. In toelichting paragraaf 3.3.2 wordt nader ingegaan op de lokale kwantitatieve behoefte binnen de gemeente.

19

3.3 Gemeentelijk beleid Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is uitgegaan van het beleid van de voormalige gemeente Lingewaal, naar alle waarschijnlijkheid zal dit beleid op termijn vertaald worden in een visie voor de gemeente West Betuwe. Op het moment van schrijven is er nog geen beleid voor deze gemeente vastgesteld. 3.3.1 Structuurvisie Plus 2030 - Het manifest van Lingewaal Op 28 januari 2010 is de Structuurvisie Plus 2030 - 'Het manifest van Lingewaal' vastgesteld door de raad van de gemeente Lingewaal. Doel van de visie is het maken van keuzen op weg naar het Lingewaal van 2030. De visie vormt daarmee het afwegingskader voor het toekomstige beleid ten aanzien van kernen en buitengebied. De belangrijkste lijnen voor de periode tot 2030 zijn: 1. 2.

3.

4.

5. 6.

7.

8.

Lingewaal blijft een groene en vitale gemeente met een balans tussen ecologie, economie en samenleving. Elke kern heeft zijn eigen karakteristiek en identiteit. De kernen vormen samen met het Rivierenland en de open komgebieden een oase van rust en ruimte. Lingewaal kiest ervoor om niet tot de Randstad te behoren, maar tot het Rivierenland. Het gemeentebestuur zorgt voor een balans tussen de belangen van de gemeente als geheel en de vijf kernen afzonderlijk. Waar nodig gaat zij samenwerkingsverbanden aan met steden en dorpen in de regio. De gemeente stimuleert en faciliteert het zelforganiserend vermogen van haar inwoners. Beleidskeuzes worden grotendeels door en/of met de bewoners, ondernemers en organisaties in de kernen gemaakt. De landbouw is in Lingewaal beeldbepalend en een belangrijke economische factor. Lingewaal biedt een gastvrij onthaal aan mensen die willen genieten van haar natuur, haar cultuurhistorische waardevolle kernen en landschap, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de rust en stilte. De gemeente zorgt voor basisvoorzieningen. Dat zijn: (1) voorzieningen voor de jeugd tot 12 jaar, waar mogelijk in een brede school, (2) een zorgvoorziening passend bij de schaal van de kern en (3) een ontmoetingsruimte. Willen inwoners meer, dan moeten zij zich daar ook zelf voor inzetten. De gemeente zet zich in voor gezamenlijke accommodaties en multifunctionele gebouwen.

De gemeente biedt ruimte aan goed, inventief en maatschappelijk ondernemerschap want dat vormt de basis voor een gezonde economische ontwikkeling.

De visie heeft een ruimtelijke weerslag die verbeeld wordt op de Structuurvisiekaart. Deze kaart vormt de leidraad voor toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen op gemeenteniveau. Planspecifiek Haarweg 2 De volgende afbeelding toont een fragment van de structuurvisiekaart met het plangebied aan de Haarweg 2 wit omcirkeld.

20

Fragment structuurvisiekaart (plangebied Haarweg 2 wit omcirkeld)

Het plangebied aan de Haarweg 2 valt binnen de zone die is aangeduid als 'Spijkse Poort'. In dit gebied is er sprake van een gevarieerd landschap waarin natuur, water en recreatie mogelijk zijn naast landbouw. Dit is een gebied waarin vorm wordt gegeven aan de overgang tussen de Randstad en het Rivierengebied. Deze overgang wordt met name vormgegeven door zogenaamde 'groene functies', zoals sport, recreatie, bos, natuur, water en landbouw. De kleinschalige ontwikkeling van drie nieuwe woningen en het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning aan de Haarweg 2 zorgt niet voor beperkingen van groene functies. Daarbij wordt de ontwikkeling voorzien van een goede landschappelijke inpassing, waarmee de waarde van de gronden wordt verhoogd. Met een minimale perceelomvang van 3000 m² per woning wordt er aangesloten bij het ruime en open landschap. Waaldijk 151 De volgende afbeelding toont een fragment van de structuurvisiekaart met het plangebied aan de Waaldijk 151 wit omcirkeld.

Fragment structuurvisiekaart (plangebied Waaldijk 151 wit omcirkeld)

21

Het plangebied aan de Waaldijk 151 is gelegen in het gebied 'Oeverwallen multifunctioneel Waalgebied' en bevindt zich aan een 'Waterkering/dijk'. De oeverwallen kennen een kleinschalig (half-)besloten landschap met nederzettingen, buitens, boomgaarden met een grote cultuurhistorische waarde. Er is sprake van een grote menging aan functies. De kommen zijn vooral grootschalig, leeg, open en monofunctioneel van karakter. Met het verminderen van het maximaal aantal woningen op deze locatie wordt de dijk minder dicht bebouwd. Hiermee blijft het open karakter vanaf de dijk beter behouden. Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de Structuurvisie Plus 2030. 3.3.2 Woningbouwprogramma gemeente Lingewaal De Woonvisie van de gemeente Lingewaal is vastgesteld in februari 2016 en is opgesteld voor een periode van 10 jaar, te weten van 2015 tot 2025. Deze periode is aangehouden omdat er recentelijk een regionaal woningmarktonderzoek is uitgevoerd, dat ook uitgaat van deze periode. Verder is het zo dat de overkoepelende gemeentelijke structuurvisie “Het manifest van Lingewaal” een periode beslaat tot 2030. De gemeente acht het verstandig om met de visie op wonen binnen deze termijn te blijven. In de visie wordt de richting verwoord die de gemeente de komende jaren op wil met betrekking tot allerlei onderwerpen op het gebied van wonen.

Hierbij wordt uitgegaan van de huidige wet- en regelgeving en een enigszins aantrekkende economie. De wereld waarin we leven verandert echter snel. Bij een veranderende economische situatie en wet- en regelgeving kan de visie er heel anders uit komen te zien. Woningbouwprogramma Spijk Naar aanleiding van de vaststelling van de woonvisie, het traject van woningprogrammering in de regio en de uitvoeringsagenda van het manifest was meer inzicht en prioritering van de woningbouwprojecten in Lingewaal gewenst. Het woningbehoeftenonderzoek en de regionaal gemaakte afspraken zijn gezamenlijk verwerkt in een woningbouwprogramma. Uit het woningbouwprogramma gemeente Lingewaal blijkt dat er voor de jaren 2021-2025 in Spijk nog ruimte is voor eventuele aanvulling van (koop)woningen. Het past in de behoefte om in Spijk de komende jaren extra woningen te realiseren. Planspecifiek Voorliggend initiatief maakt de ontwikkeling van in totaal vijf nieuwe woningen mogelijk, waarbij twee van de bestaande bouwrechten van de Waaldijk 151 verplaatst worden naar de Haarweg 2. Het derde bouwrecht aan de Waaldijk 151 vervalt en kan door de gemeente elders gebruikt worden, waardoor aan de Waaldijk 151 twee bouwrechten over blijven. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Haarweg 2 omgezet naar een burgerwoning. Er bestaat in Spijk en Vuren ruimte voor aanvulling van (koop)woningen.

Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de lokale behoefte. Tevens bevatten de planlocaties voldoende ruimte om ruime percelen aan te leggen voor de beoogde woningen waardoor er gezorgd kan worden voor een goede en passende landschappelijke inpassing aansluitend bij de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in kwalitatieve, kwantitatieve en ruimtelijke zin passend is op de locaties aan de Haarweg 2 en Waaldijk 151.

22

4 Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden (artikel 3.1 lid 3 van de Wro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, ect.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:

• •

Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;

•

De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend bestemmingsplan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2000 of meer woningen. Onderhavig plan maakt slechts vijf nieuwe woningen en het omzetten van de bestaande

23

bedrijfswoning naar een burgerwoning op twee verschillende locaties mogelijk. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: a. b.

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht in hoofdstuk 4. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldingsnotitie in het kader van het Besluit m.e.r. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent voorliggend bestemmingsplan en een eventueel op te stellen m.e.r. te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Op basis van deze plantoelichting, welke gezien kan worden als aanmeldingsnotitie, kan geconcludeerd worden dat een m.e.r.-beoordeling niet vereist is. Volstaan wordt met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2 Milieu 4.2.1 Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Haarweg 2 Aangezien er met de beoogde ontwikkeling van drie nieuwe woningen en het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning sprake is van een bestemmingswijziging naar een strenger bodemgebruik is een bodemonderzoek noodzakelijk. Momenteel is op het perceel nog bedrijfsbebouwing aanwezig. Na sloop van deze agrarische bebouwing zal nader onderzoek plaatsvinden.

Waaldijk 151 In de huidige situatie beschikken de gronden aan de Waaldijk 151 al over een woonbestemming. Met onderhavig plan wordt enkel het maximaal aantal woningen verminderd van vijf naar twee woningen. Er is dus geen sprake van een bestemmingswijziging naar een strenger bodemgebruik. Een bodemonderzoek is hier dan ook niet noodzakelijk.

24

4.2.2 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):

• •

woningen; geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft);

•

andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning).

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling maakt de bouw van drie nieuwe woningen en het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning aan de Haarweg 2 mogelijk. Wonen betreft in het kader van de Wgh een geluidgevoelig object. Het plangebied ligt direct aan de Haarweg. Ter plaatse geldt een snelheidsregime van 60 km/u. Het plangebied valt binnen de onderzoekszone van de Haarweg. Tevens is het plangebied nabij de A15 gelegen op een afstand van circa 575 m, daarmee valt het net buiten de onderzoekszone. de geluidseffecten van de A15 zijn wel beschouwd. Ook ligt het plangebied binnen de invloedssfeer van de spoorlijn. In het kader van verkeerslawaai is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek, uitgevoerd door ingenieursbureau Ulehake (7 februari 2019, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1), blijkt dat voor zowel de weg als het spoor voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden.

De gronden van de Waaldijk 151 zijn in de huidige situatie al voorzien van een woonbestemming en er mogen in totaal vijf woningen ontwikkeld worden. Met de beoogde situatie wordt enkel het aantal woningen verminderd naar twee woningen. Akoestisch onderzoek is voor deze locatie dan ook niet noodzakelijk. Het bestemmingsplan is voor wat betreft akoestiek uitvoerbaar en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. 4.2.3 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet maakt onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) (1,2 μg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 woningen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'.

25

Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Binnen dit NSL, dat sinds 1 augustus 2009 in werking is, werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof namelijk PM 2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 μg/m³. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. Het blijkt dat als de grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden, er geen overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 zal zijn. Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog verder afneemt. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden.

Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling zal een beperkt effect hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse. In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 met twee ontsluitingswegen) bij voorbaat aangemerkt als 'niet in betekende mate'. In onderhavig geval betreft het in totaal slechts vijf nieuwe woningen en het omzetten van een bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning. De verkeersgeneratie als gevolg van deze gelegenheid ligt aanzienlijk lager dan bij 1.500 woningen. Het project is daarmee aan te merken als NIBM. Voorts is in het kader van een goede ruimtelijke ordening met behulp van de Atlas Leefomgeving (o.a. ministerie I&M en RIVM) gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. De achtergrondconcentraties voor de Haarweg 2 over 2017 van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) nabij het plangebied bedragen respectievelijk maximaal 18,3 μg/m³, 11,2 μg/m³ en 20,9 μg/m³. De achtergrondconcentraties voor de Waaldijk 151 over 2017 van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) nabij het plangebied bedragen respectievelijk maximaal 18,9 μg/m³, 11,6 μg/m³ en 19,9 μg/m³.

Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden van 40 μg/m³ voor fijnstof PM 10 en stikstofdioxide en 25 μg/m³ voor fijnstof PM2,5. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is voor de uitvoering van dit plan. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse is ruim voldoende. 4.2.4 Bedrijven en milieuzonering Het aspect bedrijven en milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Bij een ruimtelijke ontwikkeling kan sprake zijn van reeds aanwezige bedrijvigheid en van nieuwe bedrijvigheid. Milieuzonering zorgt er voor dat nieuwe bedrijven een juiste plek in de nabijheid van de gevoelige functie krijgen en dat de (nieuwe) gevoelige functie op een verantwoorde afstand van bedrijven komen te staan.

Doel hiervan is het waarborgen van de veiligheid en het garanderen van de continuïteit van de bedrijven als ook een goed klimaat voor de gevoelige functie.

26

Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen, met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstanden afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Het scheiden van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen dient twee doelen:

•

het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige bestemmingen;

•

het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.

Planspecifiek Het plangebied aan de Haarweg 2 is gelegen nabij de kern Spijk. Door de ligging van het plangebied in de omgeving van bedrijven, woningen, sportvelden en agrarische gronden, kan het plangebied beschouwd worden als een gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verlaagd. De navolgende tabel toont een overzicht van de bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied. Adres, bedrijf

SBI-code

Milieucategorie

Haarweg 3, golfbaan Haarweg 2c, dierenarts/ tuincentrum/ vuurwerkverkoop Haarweg 4, groothandel melkmachines

931 8621, 854, 855 4752 46499 466

1 1 2 3.1 3.1

melkkoeltanks/

Richtafstand gemengd Afstand tot gebied plangebied 0 50 0 200 10 30 30 250

grens

Zoals zichtbaar in de tabel worden er geen richtafstanden overschreden. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de richtafstanden. Door het toestaan van de woningen worden de mogelijkheden van naburige bedrijvigheid niet beperkt. De verwachting is dat er binnen het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor de locatie aan de Waaldijk 151 geldt al een woonbestemming en is het in de huidige situatie mogelijk om in totaal vijf woningen te ontwikkelen. Er kan dan ook gesteld worden dat de omliggende bedrijven niet belemmerd worden in de bedrijfsvoering en dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

27

4.2.5 Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s:

• • •

risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor.

Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/421/documents/9411