RV2022-005 Bijlage 1 Beleids- en beheerplan watergangen West Betuwe.pdf
Tekst van het document
6.3.
Domein oevers
In de huidige situatie was binnen het domein oevers geen planmatig beheer aanwezig. Jaarlijks is uit een onderhoudsbudget op incidentele basis onderhoud gepleegd aan oeverbescherming. Binnen het domein oevers bevinden zich ook natuurvriendelijke oevers. Uitgangspunt bij het onderhoud aan beschermde oevers is: kleine gebreken repareren, dit is dagelijks onderhoud, bij grotere gebreken wordt het maatregeladvies vanuit de inspectie opgevolgd. Oeverbescherming met beeldkwaliteit D worden gezien als achterstallig in onderhoud. Bij realisatie van de ambitie om kapitaalsgoederen op niveau B binnen de bebouwde kom en niveau C buiten de bebouwde kom van de beeldkwaliteitsmeetlat te onderhouden worden volgende werkzaamheden als 0-variant uitgevoerd: 1: Reparatiewerkzaamheden
Pagina 27 van 39
Oevers waar minder dan de helft van beschadigd is worden gerepareerd met behoud van de andere helft. Onder reparatie vallen ook verzakte natuurlijke oevers die opnieuw aangevuld worden en het vullen van spoelgaten achter beschoeiingen. Reparatiewerkzaamheden worden als klein/dagelijks of groot onderhoud gezien. 2: Vervangingsmaatregelen Voor oevers met beeldkwaliteit D wordt een inhaalslag voorgesteld om het achterstallig onderhoud bij te halen naar niveau. Hiertoe wordt vanuit een incidenteel budget een project geïnitieerd waarin binnen 2 jaar alle oevers hersteld zijn naar een acceptabel beeldkwaliteit en functionaliteit. Na vrijgave van budget wordt een gedetailleerde projectopdracht opgesteld waarbinnen de vervanging geregeld kan worden. Gegeven de capaciteit binnen de organisatie worden de maatregelen zoals voorgesteld binnen 10 jaar geprogrammeerd. Uitgangspunt is dat binnen 10 jaar alle voorgeschreven maatregelen uit de huidige inspectie uitgevoerd zijn in de beeldkwaliteiten C en D. Door de oevers in beeldkwaliteit D projectmatig op te pakken blijft tijd beschikbaar voor onderhoud aan de overige oevers om kapitaalvernietiging te voorkomen. 3: Vijfjaarlijkse inspectie beeldkwaliteit (plusvariant) In de Plus-variant zijn middelen gereserveerd voor herhalingsinspecties van de kapitaalgoederen, conform de Koepelnota.
Voor het opstellen van dit beleids- en beheerplan is een inspectie uitgevoerd van de oevers. Over vijf jaar dient dit te worden herhaald om de staat van de oevers op te nemen en een herijkt beheerplan vast te stellen (plan-do-check-act). Tussentijds worden geen inspecties verricht maar wordt geacteerd op waarnemingen van eigen medewerkers en meldingen van inwoners.
6.4.
Domein kunstwerken
Voor het domein kunstwerken zijn in de 0-variant geen separate werkzaamheden in het kader van cyclisch beheer opgenomen. In bijlage 8 zijn de mogelijke onderhoudswerkzaamheden weergegeven voor duikers. We richten ons beheer de komende periode op de volgende werkzaamheden: 1: Vastleggen kwaliteit areaal (Plus-variant) Voor dit beleids- en beheerplan is geïnventariseerd waar duikers aanwezig zijn in ons beheerareaal zodat we in aantal een goed beeld hebben van de duikers. In kwaliteit is hier echter nog niet op geschouwd. In de Plus-variant wordt voorgesteld in de planperiode een inspectie uit te voeren om de kwaliteit en eigenschappen van de duikers vast te leggen. 2: Borging functionaliteit Indien waargenomen wordt dat de doorstroming niet functioneert of dat aan de oppervlakte zichtbaar is dat de constructie falend is wordt nader onderzoek gedaan of wordt de duiker weer doorstroombaar gemaakt. Hierbij vindt geen proactief onderzoek plaats, maar wordt gereageerd op meldingen en waarnemingen.
6.5.
Domein Oppervlaktewater
Voor het domein oppervlaktewater worden momenteel in de 0-variant maaiwerkzaamheden uitgevoerd binnen de kaders van de Keur en worden baggerwerkzaamheden verricht. Bij het doorzetten van de 0variant geeft dat de volgende werkzaamheden: 1: Baggeren
Pagina 28 van 39
We kiezen voor een benadering waarin de diepteschouw van het waterschap leidend is. In overleg met het waterschap stellen we een nieuwe baggerplanning op waarin ook het nieuwe baggerbeleid van het waterschap wordt meegewogen. Uitgangspunt is de huidige baggerplanning van het waterschap waarin we 15 jaar bij op tellen als richtjaar voor het baggeren. Hierin wordt uitgegaan van een theoretische slibaanwas per jaar. Er wordt niet gemonitord door metingen of watergangen eerder gebaggerd moeten worden. Bij baggerwerkzaamheden voeren we inpeilingen en uitpeilingen uit. Dat houdt in dat vooraf ingemeten wordt hoeveel bagger aanwezig is in watergangen en na het baggeren wordt gemeten hoe het profiel op dat moment is. De uitvoering van baggerwerken neemt inclusief onderzoek en voorbereiding ongeveer een volledig jaar in beslag. In figuur 22 is een overzicht gegeven van de verschillende fases en doorlooptijd bij een gemiddeld baggerwerk.
Figuur 22: Indicatieve doorlooptijd van een baggerwerk.
2: Ontvangen bagger A-watergangen: De gemeente speelt bij deze activiteit vooral een ondersteunende rol bij het realiseren van baggerwerken die door Waterschap Rivierenland worden uitgevoerd. Hierbij hebben we de verplichting de vrijkomende baggerspecie te ontvangen, of af te laten voeren en te storten. 3: Implementatie functioneel beheer We gaan de watergangen voorzien van functies zodat in beeld is op welke locaties gedifferentieerd maaibeheer toe te passen is en waar elementen voor beleving of recreatie kunnen toegevoegd worden. Hiervoor is eenmalig een nadere definiering noodzakelijk van de watergangen. Vervolgens worden binnen het beheersysteem waarin de watergangen zijn opgenomen eigenschappen vastgelegd in paspoorten. 4: Maaien en schonen onderwatervegetatie (regulier): Jaarlijks worden de watergangen gemaaid. Daarin maaien en verwijderen we drijflagen en/of woekerende onderwatervegetatie uit het water ten behoeve van het doorstroomprofiel en waterkwaliteit. Dit betreft de najaarsbeurt en is regulier onderhoud. In overleg met realisatie en het waterschap passen we onze maaistrategie aan na vaststelling van de functies van watergangen om tot een gedifferentieerd maaiprogramma te komen.
Pagina 29 van 39
7.
Wat gaat het kosten?
7.1.
Uitgangspunten
Op basis van de verschillende ambities is een begroting uiteengezet. In de begroting is onderscheid gemaakt in een min-, een nul-, een Plus- en een Ambitieuze-variant. In de begroting zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
De personele bezetting is voorzien binnen de organisatie en maakt geen deel uit van de benodigde middelen. Uitgangspunt is dat de structurele capaciteit benodigd voor dit plan voldoende bezetting kent voor uitvoering van het plan. Conform de Koepelnota zijn VAT-kosten toegerekend aan de onderhoudskosten voor de domeinen voor externe ondersteuning bij het opstellen van de beheermaatregelen. Uitgaven voor vervangend beheer van de beschoeiingen worden niet geactiveerd. De maatregelen zijn veelal lokaal gesitueerd en onvoldoende in omvang om investeringen te activeren. In de financiële verordening 2021 (art 212) is opgenomen dat maatschappelijke investeringen onder de 100.000 euro niet worden geactiveerd. Voor vervanging van duikers wordt uitgegaan van gemiddeld 5 stuks per jaar; Beschoeiingen die verkeren in beeldkwaliteit D worden aangemerkt als achterstallig in onderhoud. Hiervoor wordt een eenmalig budget aangevraagd om de achterstand bij de werken.
In de 0-variant is voor oevers uitgegaan van het beschikbare budget in de huidige situatie De structurele/jaarlijks beschikbare budgetten (voor onderhoud) bedragen conform de huidige begroting (inclusief aanpassing budgetten voor prijsstijging en areaaluitbreiding); 0-variant (=budget) Kosten WRP Netto Maaien 438.012 10% 43.801 394.211 Baggeren 233.138 75% 174.854 58.285 Oevers 44.000 75% 33.000 11.000 Duikers 42.120 100% 42.120 Onderzoek 0% 757.270 293.775 463.495 Het budget voor duikers is opgenomen in het Water en rioleringsplan en bedraagt maximaal 71.000 euro voor het beheer van duikers; Deels worden kosten toegerekend aan het Water- en Rioleringsplan. Hiervoor geldt de volgende percentages: o Baggeren 75% o Beschoeiing 75% o Maaien watergangen 10% o Duikers 100% Het netto bedrag dat hierdoor ten laste van de algemene dienst gebracht wordt bedraagt 463.495 euro. In de bestemmingsreserves beschoeiingen en baggeren is naar verwachting per 31-12-2021 een bedrag van 322.000 euro beschikbaar als input voor de nieuwe voorziening beheerplan Watergangen. Na vaststelling van dit beleids- en beheerplan wordt de voorziening ‘Beheerplan watergangen’ ingesteld. De toevoeging aan deze voorziening bedraagt 319.000 euro. Jaarlijks worden beheerplannen opgesteld waarin concrete activiteiten worden vastgelegd.
Pagina 30 van 39
7.2.
Meerjarenbegroting onderhoud watergangen
Figuur 23 geeft de verwachte jaarlijkse kosten van vier verschillende varianten per domein. De weergegeven kosten zijn op basis van kentallen berekend voor de feitelijke uitvoering van de beheer en onderhoudstaken. In bijlage 3 is een gedetailleerde begroting per variant voor een tienjarige periode 20222031 weergeven. Onder het totaal per jaar is weergeven wat het netto verschil betreft. Dit is het verschil dat ten laste komt van de algemene middelen. Het overige verschil wordt toegerekend aan het WRP. De toerekeningen zijn in figuur 24 inzichtelijk gemaakt per variant.
Domein Domein oevers Domein oppervlaktewater - Baggeren - Maaien Domein duikers Onderzoek en monitoring Totaal per jaar Netto verschil t.o.v. 0-variant* Bruto verschil t.o.v. 0-variant
Ambitieuze variant Plus-variant 0-variant Min-variant € 421.030 € 110.358 € 44.000 € 44.000 € € € € € € €
328.587 356.488 68.101 60.000 1.234.206 -78.767 -476.936
€ € € € € € €
240.208 408.165 42.120 35.000 835.851 -26.495 -78.581
€ 233.138 € 438.012 € 42.120 € 757.270 € € -
€ € € € € €
233.138 356.488 42.120 675.746 73.372 81.524
*betreft het netto dekkingsverschil dat bij (-) ten laste komt van de algemene middelen. Overige extra kosten worden ten laste van het WRP doorberekend.
Figuur 23: Samenvattende tabel meerjaren kostenraming voor de beheerperiode 2022-2026
Opgemerkt wordt dat de besparing in de Min-variant en de Ambitieuze variant op maaien geen zekerheid betreft. Het differentiëren van maaibeheer moet in overleg met waterschap Rivierenland plaatsvinden. Het is onzeker welk deel van ons areaal hydraulisch geschikt is voor extensief beheer.
Pagina 31 van 39
Maaien Baggeren Oevers Duikers Onderzoek
0-variant (= budget) Kosten WRP 438.012 10% 43.801 233.138 75% 174.854 44.000 75% 33.000 42.120 100% 42.120 0% 757.270 293.775
Netto 394.211 58.285 11.000 463.495
0
40.817 180.156 82.769 42.120 345.861
367.349 60.052 27.590 35.000 489.990
-26.495
174.854 33.000 42.120 249.974
58.285 11.000 69.285
394.211
320.839 82.147 105.258 60.000 568.243
-78.767
Plus variant Maaien Baggeren Oevers Duikers Onderzoek
408.165 10% 240.208 75% 110.358 75% 42.120 100% 35.000 0% 835.851 Min variant
Maaien Baggeren Oevers Duikers Onderzoek
10% 233.138 75% 44.000 75% 42.120 100% 0% 319.258
Ambitieuze variant Maaien Baggeren Oevers Duikers Onderzoek
356.488 10% 328.587 75% 421.030 75% 68.101 100% 60.000 0% 1.234.206
35.649 246.440 315.773 68.101 665.963
Figuur 24: Overzicht toerekeningen per variant.
Vanzelfsprekend is er voor een hoger ambitieniveau meer budget noodzakelijk. Doordat kosten toegerekend mogen worden in de rioolheffing komt het extra budget dat benodigd is voor een hoger kwaliteitsniveau niet overeen met de totale meerkosten. Tijdens het opstellen van dit plan en de inventarisatie in het veld bleek dat een groter areaal duikers en beschermde oevers aanwezig is dan inzichtelijk was tot dusver. Met de huidige werkwijze van het baggeren is het budget in de huidige vorm toereikend om aan de doelstellingen te voldoen.
7.3.
Eenmalige kosten
Ten behoeve van het wegwerken van de beheerachterstand in beschermde oevers wordt een eenmalig budget gevraagd van 408.000 euro, af te wegen in de perspectiefnota 2023. Daarmee worden oevers met beeldkwaliteit D hersteld. Vanuit het regulier budget worden vervolgens bij oevers met hogere
Pagina 32 van 39
beeldkwaliteiten maatregelen uitgevoerd ter behoud van de constructie. Het eenmalig bijtrekken van de achtergebleven oevers levert winst op in het dagelijks beheer omdat calamiteiten voorkomen worden. Voor de implementatie van het beleid is een eenmalig budget benodigd van 100.000 euro in 2022. Dit bedrag is beschikbaar binnen de voorziening beheerplan Watergangen. Door implementatie nu digitaal en zorgvuldig te verrichten is het werk straks eenvoudiger te volgen. Uit het eenmalige budget worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
7.4.
Indeling oevers 426 km oevers naar functie Bijwerken paspoorten watergangen in beheerssysteem GBI Vaststellen gedifferentieerd maaibeleid Update beheersysteem duikers Update GBI met opname oevers in paspoorten
Financiële draaiknoppen
In figuur 25 zijn mogelijke financiële draaiknoppen weergegeven ten opzichte van de 0-variant waarmee ambities op maat gemaakt kunnen worden. Draaiknop 1: Plus-variant als uitgangspunt (netto meerkosten ten laste van algemene middelen) 2: Ambitieuze maaidoelstellingen hanteren 3: Toepassen monitoring van beleid of toestandsaspecten tijdens planperiode 4: Ambitieus oeverbeleid hanteren bij onbeschermde oevers 5: Gedetailleerde monitoring doelsoorten en ecologische kwaliteit
€ € € € €
Budgetgevolg 26.495 -51.677 35.000 287.000 25.000
Figuur 25: Overzicht draaiknoppen
Draaiknop 1: Het streven van de koepelnota naar planmatig beheer waarbij op beeldkwaliteit B wordt gestuurd, en waar monitoring van eigendommen op kwaliteit plaatsvindt is in de Plus-variant uitgewerkt. Bij het sturen op kwaliteitniveau’s is het noodzakelijk deze te monitoren. In de 0-variant kan dit niet plaatsvinden. Geadviseerd wordt deze knop in te zetten zodat we meer in control zijn in beheer en onderhoud van de kapitaalsgoederen. Draaiknop 2: Als de raad kiest voor meer ambitieuze doelstellingen in het maaibeheer is er voordeel te behalen van 51.000 euro. Opgemerkt wordt dat deze ambities in overleg met Waterschap Rivierenland dienen afgestemd te worden hetgeen het financieel resultaat onzeker maakt. Niet elke watergang is van hetzelfde belang voor aan- en afvoer van water. Waterschap Rivierenland zal mee moeten kijken of 25% van de watergangen haalbaar is voor gedifferentieerd maaibeheer. Opgemerkt wordt dat naar inwoners en aangelanden goed gecommuniceerd moet worden over het doel van bevordering van biodiversiteit. Draaiknop 3: Doelmatig en planmatig beheer van eigendommen vraagt om periodieke schouw en inspectie. In de huidige situatie gebeurt dit niet of adhoc. Het benodigde budget hiervoor kan ten opzichte van de huidige situatie worden gewijzigd naar 35.000 euro om monitoring plaats te laten vinden.
We zijn dan meer in control over onze eigendommen en monitoren toestandsaspecten met afname van risico’s op instorting en falen. Draaiknop 4 is onderdeel van draaiknop 1 maar ook separaat in te zetten. Draaiknop 4: Pagina 33 van 39
De gemeenteraad kan besluiten extra budget ter beschikking te stellen om ook proactief onderhoud te plegen in het areaal onbeschermde oevers. Het extra benodigde budget voor oevers is dan circa 287.000 euro. Draaiknop 5: Uit diverse beleidsdocumenten blijkt dat gemeente West Betuwe forse duurzaamheidsambities heeft. Een groot netwerk van watergangen geeft veel ruimte om biodiversiteitsdoelen te dienen. Meer ambitie in natuurvriendelijke oevers kost meer geld. Het aanleggen en beheren van oevers met bijbehorende doelsoorten en monitoring hiervan is ambitieus en vraagt benodigde middelen. Een toename van 25.000 euro per jaar in onderzoek en monitoring biedt gelegenheid meer nauwkeurig de doelen te formuleren en te monitoren.
7.5.
Toelichting begroting per domein
In de volgende paragrafen wordt per domein uiteengezet welke uitgangspunten zijn genomen voor de berekening. De volledige begroting uit bijlage 3 biedt de mogelijkheid voor de beheerder om zelf de ambities te formuleren en direct hiervan de financiële gevolgen inzichtelijk te krijgen.
7.5.1. Meerjarenbegroting domein oevers Op basis van een oeverinventarisatie is de technische status van het oeverareaal inzichtelijk gemaakt. Als gevolg van deze inventarisatie is bekend welk onderhoud aan de oevers noodzakelijk is om het areaal op orde te brengen. Vervolgens is het onderhoud geprioriteerd en in een meerjarenplanning verpakt. Hierbij is rekening gehouden met de functie, maar ook het eventuele risico als gevolg van falen. De oevers met de meeste risico op falen als gevolg van een hoge schade intensiteit zijn eerder in de tijd opgenomen. Oevers met een minder risico op falen later in de tijd. Uitgangspunt blijft dat indien het civieltechnisch niet mogelijk is om een natuurvriendelijke oever te realiseren, oeverbeschoeiing te vervangen. Voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht (VAT) is 10% van de maatregelkosten gerekend. Onderhoud aan oevers is kostbaar. In onderstaande tabel is weergegeven wat de geadviseerde maatregelen kosten. Regel 1 en 2 tonen de kosten voor alle oevers, beschermd en onbeschermd. Uitgesplitst is wat de kosten zijn voor beschoeiing en onbeschermde oevers. Tevens is in beeld gebracht wat de kosten zijn om beeldkwaliteit C en D te vervangen naar A of B. In de kolommen is uitgewerkt wat het bijbehorende dominante schadebeeld is.
Omschrijving 1: Totaal maatregelen incl onbeschoeid C+D 2: Totaal maatregelen incl onbeschoeid A-D 3: Maatregelen totaal beschoeiing maatregelen 4: Maatregelen beschoeiing beeldkwaliteit C+D 5: Maatregelen onbeschermde oevers totaal 6: Maatregelen onbeschermde oevers beeldkwaliteit C+D 7: Maatregelen beschoeiing beeldkwaliteit D
Totaal Schade + scheefstand Verzakking Spoelgaten € 1.698.000 € 845.000 € 3.000 € 850.000 € 4.063.600 € 1.165.000 € 3.600 € 2.895.000 € 1.196.020 € 1.130.000 € 3.020 € 63.000 € 853.500 € 806.000 € 2.500 € 45.000 € 2.872.600 € 37.000 € 600 € 2.835.000 € 840.600 € 35.000 € 600 € 805.000 € 371.300 € 335.000 € 2.300 € 34.000
Figuur 26: Overzicht kosten binnen het oeverareaal.
7.5.2. Meerjarenbegroting maaien Eerder in het voorliggend plan is de maaistrategie zoals uiteengezet in het Groenbeheerplan thema: watergangen 202 tot en met 2025 (West Betuwe, 2020). Gezien de recente totstandkoming van het groenbeheerplan rekent het voorliggend plan met dezelfde cijfers. Voor VAT is 5% gerekend. West Betuwe heeft hoge doelstellingen op het gebied van biodiversiteit. Voor het behalen van biodiversiteitsdoelstellingen is ambitieus maaibeheer voorgesteld. De onderhoudsinterval maar ook de inspanning wijzigt. De watervoerende functie van de watergangen dient behouden te blijven. Uiteindelijk is Pagina 34 van 39
het alternatieve maaibeleid minder intensief dan het traditionele maaibeheer. De eenheidsprijzen voor ecologisch maaien zijn hoger dan voor traditioneel maaien. De uiteindelijke frequentie van maaien is bepalend voor het jaarlijks benodigd budget.
7.5.3. Meerjarenbegroting baggeren Hoewel is bepaald dat baggeren voorlopig niet proactief wordt opgepakt is deze wel in de meerjarenbegroting opgenomen. Voor de komende planperiode is besloten om aan te haken bij de baggerplanning van Waterschap Rivierenland. Hiervoor wordt uitgegaan van een baggercyclus van 15 jaar ten opzichte van de oude gebiedsgerichte baggerplanning van WSRL. Als gevolg van de fusie is de omvang van het areaal bepaald op ruim 362 kilometer watergang (volledige onderhoudsplicht). Om in de komende jaren in ieder geval conform het sobere niveau te baggeren staat de gemeente jaarlijks voor een kostenopgave van 201.000 euro. Met deze middelen kan gemiddeld ongeveer 24 kilometer watergang worden gebaggerd. De kosten voor de ontvangstplicht van baggerspecie uit watergangen van het waterschap is lager. Voor 138 kilometer watergang is jaarlijks is circa 32.000 euro noodzakelijk. Voor het maken van deze begroting zijn sterke vereenvoudigingen voor de volumebepaling gedaan. Zo is niet exact bekend wat de omvang is van het werkelijk te baggeren areaal. Er is tenminste 362 kilometer watergang in onderhoud. Hiervan is de gemiddelde waterbreedte gemiddeld 2,5 meter. Watergangen van deze breedte zijn gemiddeld 60 centimeter diep. Op basis van een cyclus van 15 jaar en een gemiddelde aanwas van 2 centimeter jaarlijks is het volume berekend op 0,25 m3/m1.
Bij het baggeren is een opslag van 25% gehanteerd omdat in toenemende mate verontreinigingen een rol spelen en de slibaanwas een theoretische hoeveelheid betreft.
7.5.4. Meerjarenbegroting duikers Het onderhoud aan het doorstroomprofiel behoort tot een terugkerende beheertaak. Vaak wordt dit gelijktijdig opgepakt met het baggeren van watergangen. Op basis van gemiddelde eenheidsprijzen uit recente bestekken is berekend dat bij een cyclus van 15 jaar, jaarlijks ten minste 33.000 euro gereserveerd kan worden voor het onderhoud aan het doorstroomprofiel. Voor het behoud van de constructie is een kostenpost van ruim 9.000 euro berekend. Feitelijk gaat het hier om het vervangen van duikers. Deze kosten keren jaarlijks terug in de begroting, maar zullen mogelijk in de praktijk slechts incidenteel voorkomen. Het reserveren van voldoende middelen verdient de aanbeveling. VAT-kosten bedragen 5% van de realisatiekosten.
7.5.5. Meerjarenbegroting monitoring & onderzoek Om te toetsen of gestelde ambities en doelstellingen worden gehaald is het van belang dat er budget wordt gereserveerd. Met name op het gebied van de assets dient het interventieniveau te worden bepaald. Voor het domein oevers is voorafgaand aan dit plan een duidelijk interventieniveau bepaald. Voor duikers en watergangen zijn interventieniveaus niet inzichtelijk. Het vaststellen van de interventieniveaus is vanwege de omvang van het areaal een intensieve klus. Over een looptijd van tien jaar is gemiddeld 35.000 tot 60.000 euro nodig.
7.6.
Wijze van financiering
Het beheer en onderhoud van watergangen wordt op 2 verschillende manieren verwerkt;
Dagelijks onderhoud (maaien van de watergangen) staat op de exploitatie; Groot onderhoud (baggeren, duikers en oevers) wordt gefinancierd uit de voorziening beheerplan watergangen.
Pagina 35 van 39
7.6.1 Verloop voorziening Uw raad wordt geadviseerd een voorziening in te stellen met als naam ‘Beheerplan Watergangen’. Hiermee kunnen de bestemmingsreserves ‘Baggeren’ en ‘Beschoeiing’ vervallen. Dit beleid- en beheerplan watergangen vormt de grondslag van de voorziening. In onderstaande figuur is het verwachte verloop van de voorziening weergegeven, exclusief de jaarlijkse dotatie en ontrekking van middelen voor maaien van watergangen. Dit betreft een jaarlijks terugkerende vaste last. 1-jan € Toevoeging € Kosten € 31-12 €
2021 293.485 € 274.403 € 245.273 € 322.615 €
2022 322.615 € 319.258 € 185.000 € 456.873 €
2023 456.873 € 727.258 € 585.750 € 598.381 €
2024 598.381 € 319.258 € 484.845 € 432.794 €
2025 432.794 € 319.258 € 361.350 € 390.702 €
2026 390.702 € 319.258 € 551.202 € 158.758 €
2027 158.758 € 319.258 € 406.500 € 71.516 €
2028 71.516 € 319.258 € 392.850 € -2.076 €
2029 -2.076 € 319.258 € 390.750 € -73.568 €
2030 -73.568 € 319.258 € 367.650 € -121.960 €
2031 -121.960 319.258 382.319 -185.020
Figuur 27: Prognose verloop voorziening beheer en onderhoud watergangen bij de 0-variant.
Zoals hierboven weergegeven vertoond de stand van de voorziening een negatief saldo bij de 0-variant per 31-12-2031. Intern is er een doorkijk gemaakt tot en met 2037 (cyclus 15 jaar) en hieruit blijkt dat er geen grote baggeropgaven meer voordoen deze periode waardoor de stand van de voorziening eind 2037 weer positief is. Daarnaast zal per uitvoeringsplan bekeken worden of de kosten gespreid kunnen worden. Gedifferentieerd maaien wat we vanaf 2023 gaan inzetten levert een naar verwachting een besparing op vanaf 2023 omdat minder kilometers gemaaid en afgevoerd hoeven te worden. De hoogte van de besparing is afhankelijk van het areaal gedifferentieerd maaibeheer. Hiertoe zijn we afhankelijk van de afspraken die met het waterschap gemaakt worden. We moeten hiervoor per watergang afwijken van de Keur. Bij de herijking van dit plan in 2026 hebben we drie jaar ervaring en weten we wat in de praktijk de gerealiseerde besparing bedraagt. Eventuele besparingen op het maaibeheer kunnen worden ingezet om de voorziening op termijn op peil te houden. Het verloop van de voorziening in de Plusvariant vertoont een positiever beeld op langere termijn. per 1-1 € Toevoeging € Kosten € per 31-12 €
2021 293.485 € 274.403 € 245.273 € 322.615 €
2022 322.615 € 319.258 € 210.000 € 431.873 €
2023 431.873 € 835.686 € 600.750 € 666.809 €
2024 666.809 € 427.686 € 499.845 € 594.650 €
2025 594.650 € 427.686 € 431.350 € 590.986 €
2026 590.986 € 427.686 € 671.202 € 347.470 €
2027 347.470 € 427.686 € 476.500 € 298.656 €
2028 298.656 € 427.686 € 462.850 € 263.492 €
2029 263.492 € 427.686 € 460.750 € 230.428 €
2030 230.428 € 427.686 € 437.650 € 220.464 €
2031 220.464 427.686 512.319 135.832
Figuur 28: Prognose verloop voorziening beheer en onderhoud watergangen bij de Plus-variant.
In bijlage 9 is een overzicht opgenomen van de verwachte uitgaven per jaar en de prognose van het verloop van de voorziening.
Pagina 36 van 39
Bibliografie Arcadis . (2007). Waterplan Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal Deel1: visie en oplossingsrichtingen. Arcadis . (2019 ). Water- en Rioleringsplan . "S Hertogenbosch. Bijenlandschap. (2016). Bijvriendelijk beheer . Blom, J. (2018). Koepelnota beheer openbare ruimte 2019 t/m 2024. Arcadis. Gemeente West Betuwe. (2018). Koepelnota beheer openbare. Geldermalsen. Gemeente West Betuwe. (2019). Samen Bouwen aan West Betuwe. Informatiepunt omgevingswet. (2021). Participatie in de Omgevingswet. Opgeroepen op 02 16, 2021, van www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/participatieinstrumenten/participatie-omgevingsvergunning/uitleg-participatie-vergunningverleninggemeenten/ monumenten.nl. (2019). Provincie Gelderland. (2018). Gaaf Gelderland. Rijksoverheid. (2018). Bestuursakkoord Water. Opgeroepen op 2 19, 2021, van Helpdeskwater.nl: https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/bestuursakkoord/ Rijkswaterstaat. (2021). Afvloeiend hemelwater particulieren. Opgehaald van infomil: https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboek-water/activiteiten/lozenafvloeiend/afvloeiend/ Stowa . (2021). peilen en vegetatie in stromende wateren . Opgehaald van stowa.nl: https://www.stowa.nl/deltafacts/lumbricus-klimaatrobuuste-hogere-zandgronden/inrichten-enbeheren-welke-maatregelen-2 van Vossen, J., & Verhagen, D.
(2009). Handreiking Natuurvriendelijke Oevers. Utrecht: September. Waterschap Rivierenland . (2020). Watervisie 2050. Waterschap Rivierenland. (2016). Koers houden, kansen benutten . Opgehaald van http://waterbeheerrivierenland.online-magazine.nl/nl/magazine/10212/770294/cover.html West Betuwe . (2019). Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent water- en rioleringsplan 2019-2023. West Betuwe . (2020). Groenbeheerplan thema: watergangen 2021 t/m 2025.
Pagina 37 van 39
Bijlagen Bijlage 1: Beleidsdocumenten Beleids- en beheerplan watergangen 2022-2026 Bijlage 2: Beeldkwaliteit meetlatten Beleids- en beheerplan watergangen 2022-2026 Bijlage 3: Begroting Beleids- en beheerplan watergangen 2022-2026 Bijlage 4: Toelichting vormen gedifferentieerd maaien Bijlage 5: Functies en functie-eisen watergangen Bijlage 6: Beschrijving achtergrond beheer en onderhoud Bijlage 7: Databeheer objecten Bijlage 8: Overzicht faalfactoren watergangen Bijlage 9: Overzicht prognose verloop voorzieningen
Pagina 38 van 39
Bijlage 1 Beleidsdocumenten De onderstaande tabel geeft een overzicht van de relevante beleidsdocumenten en regelgeving rondom waterbeheer. Per waterketenpartner volgt een uitwerking van de kaders. Waterketenpartner Europa Rijksoverheid
Provincie Gelderland Waterschap Rivierenland Gemeente West Betuwe
Kader -Kaderrichtlijn Water -Wet milieubeheer (Wm) -Waterwet -Bestuursakkoord Water (BAW) -Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DRA, stresstest) -Natuurwet -Omgevingswet -Klimaatbestendige stad -Omgevingsvisie Gelderland -Waterbeheerprogramma 2016-2021 -Keur en Legger Waterschap Rivierenland -Afsprakenkader Riolering “Samen door één buis” -Koepelnota / Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) --Voormalig oeverbeheerplan Geldermalsen (Tauw)
Kaderrichtlijn Water (KRW) In 2000 is de Kaderrichtlijn Water formeel vastgesteld. Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is het verbeteren van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater zodat het water chemisch en ecologisch (weer) gezond wordt en ook voor toekomstige generaties geschikt is. Om dit te bereiken hanteert de Kaderrichtlijn Water de stroomgebieden van de Europese rivieren als indeling. Nederland heeft hierbij te maken met vier stroomgebieden: Rijn, Schelde, Maas en Eems. Door het indelen op stroomgebiedsniveau worden verontreinigingen van bovenstroomse gebieden op benedenstroomse gebieden beter bespreekbaar. In de Kaderrichtlijn Water zijn per stroomgebied normen en doelstellingen voor de chemische kwaliteit, ecologie, drinkwater en grondwater vastgelegd. Per stroomgebied zijn beschermde gebieden en watergangen die onder de KRW vallen aangewezen. De huidige staat van de tot de KRW behorende watergangen zijn benoemd en er zijn maatregelen genoemd om tot de juiste staat te kunnen komen.
Wet milieubeheer De wet milieubeheer is de belangrijkste milieuwet (Wm). De belangrijkste elementen uit de Wm voor waterbeheer zijn: milieuplannen, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving.
Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie staat beschreven dat de overheden door middel van een stresstest in kaart moeten brengen welke gebieden kwetsbaar zijn voor wateroverlast door de effecten van een veranderend klimaat. Volgens de planning van de deltabeslissing zijn deze stresstesten eind 2021 uitgevoerd, de volgende stap is om eind 2023 een realistische ambitie vastleggen. Waterbeheer speelt een hoofdrol in het opstellen van deze realistische ambitie.
Waterwet Sinds 22 december 2009 is de Waterwet van kracht. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om overstromingen te voorkomen en om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. De waterwet is een bundeling van diverse oude wetten. Onder deze wetten die vervangen zijn door de Waterwet vallen:
Wet op de waterhuishouding, Wet op de waterkering, Grondwaterwet, Wet verontreiniging oppervlaktewateren, Wet verontreiniging zeewater, Wet droogmakerijen en indijkingen (Wet van 14 juli 1904), Wet beheer rijkswaterstaatswerken (het zogenaamde 'natte gedeelte', Waterstaatswet 1900, Waterbodemparagraaf uit de Wet bodembescherming
Natuurwet Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Met betrekking tot Flora- en fauna richt de Natuurwet zich op de bescherming en het behoud van in het wild levende planten- en diersoorten. Het instrumentarium van de Natuurwet bestaat uit een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende planten- en diersoorten (ook niet beschermde soorten) en verbodsbepalingen voor handelingen die nadelig zijn voor het voorbestaan van beschermde soorten. In het algemeen kunnen beheer en onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd binnen de algemene zorgplicht en de vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten. Als geen schade aan (beschermde) soorten wordt toegebracht hoeft er verder niets te worden geregeld. Met betrekking tot zwaarder beschermde soorten wordt gewerkt met de vrijstellingsmogelijkheden met behulp van een gedragscode. Als gevolg van de Natuurwet is een ieder hoofdelijk aansprakelijk voor schade aan beschermde flora en fauna. In verband daarmee moet er in het dagelijks beheer van groenobjecten aantoonbaar worden gewerkt met een “gedragscode bestendig beheer groenvoorzieningen” en dient er altijd aantoonbaar zorgvuldig te worden gehandeld met betrekking tot in het wild levende planten en diersoorten.
In een enkel geval zal de noodzaak bestaan om een ontheffing aan te vragen voor het verstoren van zwaar beschermde soorten. In het dagelijks beheer doet zich dit echter zelden voor. Bij het groot onderhoud kan hier wel dagelijks sprake van zijn. Een goede kennis van de bestaande flora en fauna is daarmee een must. Omgevingswet 1 januari 2022 gaat de nieuwe omgevingswet in. De Omgevingswet voegt wetten samen over onder meer waterkwaliteit en – kwantiteit. De eindverantwoordelijkheid van de leefomgeving ligt bij de gemeenteraad, het betrekken van burgers speelt echter een belangrijke rol in het beheer van de buitenruimte. De nieuwe Omgevingswet stimuleert participatie rondom omgevingsvisies. Dit zorgt voor een verandering van de rol van gemeenteraad, deze zal meer sturend te werk gaan en de conversatie aangaan met de samenleving (informatiepunt omgevingswet, 2021).
Klimaatbestendige stad De klimaatbestendige stad is een onderzoekslijn van het NKWK (Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat). Deze onderzoekslijn wordt getrokken door het ministerie van Infrastructuur en Milieu vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Het gaat vooral om vier dreigingen: waterveiligheid, wateroverlast, extreme droogte en hitte en bodemdaling. Steden hebben ook met andere maatschappelijke opgaven te maken. Het is efficiënt om klimaatadaptatiemaatregelen hier te laten mee koppelen; denk bijvoorbeeld aan maatregelen rond waterbeheer, gezondheid, mobiliteit, groen, biodiversiteit en herinrichting. Het doel van de onderzoekslijn Klimaatbestendige stad is om kennisverspreiding en kennisontwikkeling te bevorderen. De nadruk ligt op het leren van praktijkexperimenten en proefprojecten. Inhoudelijk houdt dit in dat stedelijke actoren weten wat klimaatbestendigheid betekent voor hun sector of gebied en waar kennis en informatie te krijgen. Maar ook hoe adaptatie mee gekoppeld en gefinancierd kan worden. Bestuursakkoord water (BAW) In april 2011 is het Bestuursakkoord Water ondertekend door het Rijk, provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Kennisdeling en het voorkomen van kwetsbaarheid, zonder in te boeten op kwaliteit, is het doel van deze samenwerkingsovereenkomst (Rijksoverheid, 2018).
Omgevingsvisie Gelderland Gelderland zet in op tegengaan van de risico’s en gevaren van klimaatverandering, hierbij is te denken aan wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. De provincie wil in 2050 optimaal beschermd zijn en mee kunnen bewegen met een veranderend klimaat. Klimaatbestendig werken is een voorwaarde voor de provincie in de samenwerking met anderen. Naast klimaat is er in de omgevingsvisie aandacht voor natuur- en landschapsbeleid. Hierin is het voor de provincie van belang dat natuurgebieden onderling verbonden zijn en de biodiversiteit versterkt (provincie Gelderland, 2018).
Waterbeheerprogramma 2016-2021 De primaire doelstelling van het Waterschap Rivierenland De bescherming van het gebied tegen hoofwater, met als doel veilig wonen en werken in het rivierengebied (Waterschap Rivierenland, 2016). Om deze primaire doelstelling te realiseren kent het waterschap diverse regelgevingen die invloed uitoefenen op het waterbeheer. Daarnaast spelen beheer en onderhoud een belangrijke rol om de basis te leggen voor een goed functioneren systeem. Innovatie, duurzaamheid en waterbewustzijn zijn speerpunten uit het waterbeheerprogramma.
Keur en Legger Waterschap Rivierenland De Keur is een verordening met regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en de daarbij horende kunstwerken. In de legger zijn de onderdelen waar de Keur van toepassing is vastgelegd. Met peilbesluiten wordt het te handhaven peil van de verscheidene watergangen bepaald en vastgelegd. Het aanpassen van een peil kent vanwege de mogelijke impact een strikt te volgen procedure. Het Waterbeheerplan van het Waterschap Rivierenland beschrijft de strategie voor het uitvoeren van de kerntaken voor de komende jaren. Deze strategie is voor gemeentes in het beheergebied bepalend voor het lokale waterbeheer.
Afsprakenkader riolering samen door 1 buis De nota ‘samen door één buis’ is gericht op het bijdragen aan een goede waterkwaliteit en leefomgeving. De nota dient als handvat om in samenwerking met de gemeenten en het waterschap lozingen van afvalwater en hemelwater zodanig te beheren dat er een goede ecologische en chemische toestand van het water ontstaat. Daarnaast ligt de nadruk op het uitrollen van een integrale beheerstrategie.
Koepelnota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) In de IBOR staat de ambitie beschreven voor het beheer van de openbare ruimte in West-Betuwe. Openbaar water is een belangrijk deel van de openbare ruimte. West Betuwe houdt bij het beheer van de openbare ruimte rekening met klimaatverandering. De gemeente investeert in ‘droge voeten’ om wateroverlast te minimaliseren. Initiatieven met betrekking tot duurzaamheid en klimaatadaptatie krijgen binnen de gemeente speciale aandacht (Gemeente West Betuwe, 2018).
Beheerplan Geldermalsen Tauw In opdracht van de voormalig gemeente Geldermalsen is er een ‘beheerplan beschoeiingen’ opgesteld door het adviesbureau Tauw. Uit de database blijkt dat een gedeelte van 40% van de nieuwe gemeente West Betuwe bestaat uit het gebied van de voormalige gemeente Geldermalsen (dit komt neer op ruim 224 kilometer). Het beheerplan beschoeiingen besloeg de periode 2010-2014 met een doorkijk naar de periode vanaf 2015. Net als in het voorliggende beheerplan worden er diverse kwaliteitseisen uiteengezet in het beheerplan beschoeiingen er is onderscheid gemaakt tussen de onderhoudsniveaus laag midden en hoog. In het beheerplan beschoeiingen van Geldermalsen is expliciet opgenomen dat er in buitengebieden geen extra beschoeiingen geplaatst zullen worden. In het plan uit 2010 voor de voormalige gemeente Geldermalsen in niet uitgegaan van het natuurvriendelijk inrichten van oevers.
Bijlage 2, beeldkwaliteit meetlatten Water-drijfvuil in water (Verrekenen op beeld via RAW-werkcategorie 50) A+
A
B
C
D
Er is geen drijfvuil aanwezig in water (los van oever).
Er is weinig drijfvuil aanwezig in water (los van oever).
Er is in beperkte mate drijfvuil aanwezig in water (los van oever).
Er is redelijk veel drijfvuil aanwezig in water (los van oever).
Er is veel drijfvuil aanwezig in water (los van oever).
drijfvuil in water (los van oever)
drijfvuil in water (los van oever)
drijfvuil in water (los van oever)
drijfvuil in water (los van oever)
drijfvuil in water (los van oever)
0 stuks per 100 m²
≤ 2 stuks per 100 m²
≤ 4 stuks per 100 m²
≤ 6 stuks per 100 m²
> 6 stuks per 100 m²
Water-oever-afkalving (Verrekenen op frequentie via RAW-werkcategorie 22) A+
A
B
C
D
Er is geen afkalving.
Er is weinig afkalving.
Er is in beperkte mate afkalving.
Er is redelijk veel afkalving.
Er is veel afkalving.
maximale breedte afkalving
maximale breedte afkalving
maximale breedte afkalving
maximale breedte afkalving
maximale breedte afkalving
0 cm¹
≤ 50 cm¹
≤ 100 cm¹
≤ 150 cm¹
> 150 cm¹
lengte aaneengesloten afkalving
lengte aaneengesloten afkalving
lengte aaneengesloten afkalving
lengte aaneengesloten afkalving
lengte aaneengesloten afkalving
0 m¹ per afkalving
≤ 2,50 m¹ per afkalving
≤ 5,00 m¹ per afkalving
≤ 10,00 m¹ per afkalving
> 10,00 m¹ per afkalving
totale lengte afkalving
totale lengte afkalving
totale lengte afkalving
totale lengte afkalving
totale lengte afkalving
0 m¹ per 100 m¹
≤ 5 m¹ per 100 m¹
≤ 10 m¹ per 100 m¹
≤ 20 m¹ per 100 m¹
> 20 m¹ per 100 m¹
Water-oever-drijfvuil tegen oever (Verrekenen op beeld via RAW-werkcategorie 50) A+
A
B
C
D
Er ligt geen drijfvuil tegen de oever.
Er ligt weinig drijfvuil tegen de oever.
Er ligt in beperkte mate drijfvuil tegen de oever.
Er ligt redelijk veel drijfvuil tegen de oever.
Er ligt veel drijfvuil tegen de oever.
drijfvuil tegen oever
drijfvuil tegen oever
drijfvuil tegen oever
drijfvuil tegen oever
drijfvuil tegen oever
0 stuks per 100 m¹
≤ 5 stuks per 100 m¹
≤ 10 stuks per 100 m¹
≤ 15 stuks per 100 m¹
> 15 stuks per 100 m¹
Water-oever-soorten rijkdom (Alleen geschikt voor beleid) A+
A
B
C
D
De beplanting bestaat uit zeer veel kruidachtige soorten.
De beplanting bestaat uit veel kruidachtige soorten.
De beplanting bestaat uit redelijk veel kruidachtige soorten.
De beplanting bestaat uit enkele kruidachtige soorten.
In de beplanting komen nauwelijks kruidachtige voor.
aantal soorten gras
aantal soorten gras
aantal soorten gras
aantal soorten gras
aantal soorten gras
≥ 30 stuks per 25 m²
≥ 25 stuks per 25 m²
≥ 15 stuks per 25 m²
≥ 10 stuks per 25 m²
< 10 stuks per 25 m²
bedekking door glanzende grassen
bedekking door glanzende grassen
bedekking door glanzende grassen
bedekking door glanzende grassen
bedekking door glanzende grassen
≤ 10 % per 25 m²
≤ 30 % per 25 m²
≤ 50 % per 25 m²
≤ 90 % per 25 m²
> 90 % per 25 m²
Water-oever-zwerfafval grof (Verrekenen op beeld via RAW-werkcategorie 50) A+ A B C D
Er ligt geen grof zwerfafval.
Er ligt weinig grof zwerfafval.
zwerfafval grof (> 10 cm) 0 stuks per 100 m²
zwerfafval grof (> 10 cm) ≤ 3 stuks per 100 m²
Er ligt in beperkte mate grof zwerfafval. zwerfafval grof (> 10 cm) ≤ 10 stuks per 100 m²
Er ligt redelijk veel grof zwerfafval. zwerfafval grof (> 10 cm) ≤ 25 stuks per 100 m²
Er ligt veel grof zwerfafval. zwerfafval grof (> 10 cm) > 25 stuks per 100 m²
Water-technische staat kademuur (Verrekenen op frequentie via RAW-werkcategorie 52) A+
A
B
C
D
De kademuur is in zeer goede technische staat.
De kademuur is in goede technische staat.
De kademuur is in redelijke technische staat.
De kademuur is in matige technische staat.
De kademuur is in slechte technische staat.
beschadiging
beschadiging
beschadiging
beschadiging
beschadiging
≤ 2 % per 100 m¹
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 15 % per 100 m¹
≤ 30 % per 100 m¹
> 30 % per 100 m¹
scheefstand
scheefstand
scheefstand
scheefstand
scheefstand
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 10 % per 100 m¹
≤ 30 % per 100 m¹
≤ 50 % per 100 m¹
> 50 % per 100 m¹
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
≤ 1 stuk per 100 m¹
≤ 5 stuks per 100 m¹
≤ 15 stuks per 100 m¹
≤ 50 stuks per 100 m¹
> 50 stuks per 100 m¹
verzakking
verzakking
verzakking
verzakking
verzakking
0 mm
≤ 5 mm
≤ 15 mm
≤ 25 mm
> 25 mm
Water-technische staat lichte beschoeiing (Verrekenen op frequentie via RAWwerkcategorie 52) A+
A
B
C
D
Beschoeiing is in zeer goede technische staat. Beschoeiing staat helemaal recht, is compleet en heeft geen zichtbare beschadigingen. De constructie is uiterst stabiel.
Beschoeiing is in goede technische staat.
Beschoeiing is in redelijke technische staat. Beschoeiing staat hoogstens licht scheef, is redelijk compleet en heeft weinig zichtbare beschadigingen. De constructie is redelijk stabiel.
Beschoeiing is in matige technische staat. Beschoeiing staat scheef, is incompleet en heeft redelijk veel zichtbare beschadigingen. De constructie is matig stabiel.
Beschoeiing is in slechte technische staat. Beschoeiing staat erg scheef, is incompleet en heeft veel zichtbare beschadigingen. De constructie is instabiel.
beschadiging
beschadiging
beschadiging
beschadiging
beschadiging
≤ 2 % per 100 m¹
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 15 % per 100 m¹
≤ 30 % per 100 m¹
> 30 % per 100 m¹
scheefstand
scheefstand
scheefstand
scheefstand
scheefstand
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 10 % per 100 m¹
≤ 30 % per 100 m¹
≤ 50 % per 100 m¹
> 50 % per 100 m¹
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
≤ 1 stuk per 100 m¹
≤ 5 stuks per 100 m¹
≤ 15 stuks per 100 m¹
≤ 50 stuks per 100 m¹
> 50 stuks per 100 m¹
verzakking
verzakking
verzakking
verzakking
verzakking
0 mm
≤ 5 mm
≤ 15 mm
≤ 25 mm
> 25 mm
Beschoeiing staat nauwelijks scheef, is zo goed als compleet en heeft heel weinig beschadigingen. De constructie is stabiel.
Water-technische staat zware beschoeiing (Verrekenen op frequentie via RAWwerkcategorie 52) A+
A
B
C
D
Beschoeiing is in zeer goede technische staat. Beschoeiing staat helemaal recht, is compleet en heeft geen zichtbare beschadigingen. De constructie is uiterst stabiel.
Beschoeiing is in goede technische staat. Beschoeiing staat nauwelijks scheef, is zo goed als compleet en heeft heel weinig beschadigingen. De constructie is stabiel.
Beschoeiing is in redelijke technische staat. Beschoeiing staat hoogstens licht scheef, is redelijk compleet en heeft weinig zichtbare beschadigingen. De constructie is redelijk stabiel.
Beschoeiing is in matige technische staat. Beschoeiing staat scheef, is incompleet en heeft redelijk veel zichtbare beschadigingen. De constructie is matig stabiel.
Beschoeiing is in slechte technische staat. Beschoeiing staat erg scheef, is incompleet en heeft veel zichtbare beschadigingen. De constructie is instabiel.
beschadiging
beschadiging
beschadiging
beschadiging
beschadiging
≤ 2 % per 100 m¹
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 15 % per 100 m¹
≤ 30 % per 100 m¹
> 30 % per 100 m¹
scheefstand
scheefstand
scheefstand
scheefstand
scheefstand
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 10 % per 100 m¹
≤ 30 % per 100 m¹
≤ 50 % per 100 m¹
> 50 % per 100 m¹
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
spoelgaten
≤ 1 stuk per 100 m¹
≤ 5 stuks per 100 m¹
≤ 15 stuks per 100 m¹
≤ 50 stuks per 100 m¹
> 50 stuks per 100 m¹
verzakking
verzakking
verzakking
verzakking
verzakking
0 mm
≤ 5 mm
≤ 15 mm
≤ 25 mm
> 25 mm
Water-vegetatie in nat profiel (Verrekenen op frequentie via RAW-werkcategorie 51) A+
A
B
C
D
Geen noemenswaardig e begroeiing binnen het nat profiel met waterbodem wortelende planten. De water aan- en afvoer wordt nergens belemmerd.
Enige begroeiing binnen het nat profiel met waterbodem wortelende planten. De water aan- en afvoer wordt nergens belemmerd.
Het nat profiel is deels begroeid met waterbodem wortelende planten. De water aan- en afvoer wordt in geringe mate belemmerd maar nergens over de gehele breedte van het profiel.
Het nat profiel is begroeid met uitgegroeide beplanting. De water aan- en afvoer wordt duidelijk zichtbaar belemmerd, waarbij peilverschillen zichtbaar zijn.
Het nat profiel is begroeid met uitgegroeide beplanting. De water aan- en afvoer wordt duidelijk zichtbaar belemmerd, waarbij peilverschillen zichtbaar zijn.
bedekkingsgraad wateroppervlak
bedekkingsgraad wateroppervlak
bedekkingsgraad wateroppervlak
bedekkingsgraad wateroppervlak
bedekkingsgraad wateroppervlak
≤ 20 % per 100 m²
≤ 30 % per 100 m²
≤ 40 % per 100 m²
≤ 50 % per 100 m²
> 50 % per 100 m²
belemmering water aan- en afvoer
belemmering water aan- en afvoer
belemmering water aan- en afvoer
belemmering water aan- en afvoer
belemmering water aan- en afvoer
0 % per 100 m²
≤ 5 % per 100 m²
≤ 20 % per 100 m²
≤ 40 % per 100 m²
> 40 % per 100 m²
drijflagen
drijflagen
drijflagen
drijflagen
drijflagen
0 % per 100 m²
≤ 10 % per 100 m²
≤ 30 % per 100 m²
≤ 50 % per 100 m²
> 50 % per 100 m²
houtachtige beplanting
houtachtige beplanting
houtachtige beplanting
houtachtige beplanting
houtachtige beplanting
0 % per 100 m¹
≤ 5 % per 100 m¹
≤ 20 % per 100 m¹
≤ 50 % per 100 m¹
> 50 % per 100 m¹
maximale breedte houtachtige beplanting
maximale breedte houtachtige beplanting
maximale breedte houtachtige beplanting
maximale breedte houtachtige beplanting
maximale breedte houtachtige beplanting
≤ 50 cm
≤ 100 cm
≤ 150 cm
≤ 200 cm
> 200 cm
Water-zinkvuil in water (Verrekenen op beeld via RAW-werkcategorie 50) A+
A
B
C
D
Er ligt geen zinkvuil in het water.
Er ligt geen zinkvuil in het water.
Er ligt geen zinkvuil in het water.
Het zinkvuil in het water is zichtbaar.
Het zinkvuil in het water is dominant.
zinkvuil in water
zinkvuil in water
zinkvuil in water
zinkvuil in water
zinkvuil in water
0 stuks per 100 m²
0 stuks per 100 m²
0 stuks per 100 m²
1 stuk per 100 m²
>1 stuk per 100 m²
Totale opgave waterbeheer ambitieus
Oevers Onderhoud beschoeid Onderhoud onbeschoeid Incidenteel budget ten behoeve achterstallig onderhoud beeldkwaliteit D VAT-kosten
12.341.886,04
Jaarlijks
Q
1.234.188,60
Cyclus/jaar 30 518
km km
10
% Totaal
Maaien Specificatie maaistrategie middels Quickscan A-watergangen (verwerken en afvoeren) B+C watergangen (uitmaaien en verwerken) Waterpartijen (uitmaaien, verwerken) Overig Aanvullend budget als gevolg van harmonisatie obv groenbeheerplan VAT-kosten
Q
Duikers Duikeronderhoud doorstroomprofiel (5240 st. gemm lengte 11 m.) Duikeronderhoud constructie (486 st. gemm lengte 18m) VAT-kosten
Q
Baggeren Baggeren onderhoudsplicht (362 kilometer,verwijderen max 0,25 m3/m) Baggeren ontvangstplicht (138 kilometer aanname obv onderhoudsplicht maaien, max 0,35 m3) Voorbereiding, onderzoek en onvoorzien (25%)
Q
5
10 0,75 0,75 0,75 1 1
km km km %
5.240 486 5
st st %
90.500
Eenheid m3
48.300
m3
8.358.506
38.274 € 421.013 €
38.274 € 421.013 €
38.274 € 421.013 €
38.274 € 421.013 €
38.274 € 421.013 €
38.274 € 421.013 €
38.274 € 421.013 €
38.274 421.013
Prijs per Q 40.000 133 622 2.052 -
€ € € € € € € 3.564.884 €
2022 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2023 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2024 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2025 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2026 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2027 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2028 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2029 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2030 4.000 € 13.753 € 198.694 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 6.248 € 356.488 €
2031 4.000 13.753 198.694 8.824 54.969 70.000 6.248 356.488
Prijs per Q 88 € 1.350 € € € 681.006 €
2022 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2023 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2024 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2025 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2026 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2027 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2028 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2029 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2030 46.112 € 18.746 € 3.243 € 68.101 €
2031 46.112 18.746 3.243 68.101
Prijs per Q 15 €
2022 169.688 €
2023 169.688 €
2024 169.688 €
2025 169.688 €
2026 169.688 €
2027 169.688 €
2028 169.688 €
2029 169.688 €
2030 169.688 €
2031 169.688
30 518
km km
10
%
138 426 4 5
km km km %
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 € 328.587 €
126.699 328.587
€ € € €
2022 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2023 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2024 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2025 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2026 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2027 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2028 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2029 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2030 20.000 € 35.000 € 5.000 € 60.000 €
2031 20.000 35.000 5.000 60.000
Prijs per Q 33.442 € € € € € 1.103.575 €
2022 100.325 € € 408.100 10.033 € 110.358 €
2023 100.325 € €
2024 100.325 € €
2025 100.325 € €
2026 100.325 € €
2027 100.325 € €
2028 100.325 € €
2029 100.325 € €
2030 100.325 € €
2031 100.325 -
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 € 110.358 €
10.033 110.358
€ € € € € € 4.081.654 €
2022 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2023 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2024 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2025 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2026 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2027 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2028 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2029 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2030 16.504 € 238.433 € 8.824 € 54.969 € 70.000 € 19.436 € 408.165 €
2031 16.504 238.433 8.824 54.969 70.000 19.436 408.165
st st %
Prijs per Q 88 € 1.350 € € € 421.199 €
2022 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2023 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2024 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2025 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2026 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2027 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2028 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2029 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2030 30.741 € 9.373 € 2.006 € 42.120 €
2031 30.741 9.373 2.006 42.120
90.500 48.300
Eenheid m3 m3
Prijs per Q 15 10 45 2.402.078
€ € € €
2022 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2023 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2024 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2025 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2026 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2027 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2028 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2029 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2030 113.125 € 32.200 € 94.883 € 240.208 €
2031 113.125 32.200 94.883 240.208
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
€
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000 €
20.000
235 € 117 € 350.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 € 5.000 € 35.000 €
10.000 5.000 35.000
Prijs per Q € 600.000
10 € 10 €
Cyclus/ jaar Prijs per Q 0,90 € 133 0,90 € 622 0,90 € 2.052 1 1 €
Cyclus/ jaar 5.240 486 5
€ € € €
835.851
15 € 70 €
Cyclus/ jaar
Totaal
12 € 15 € 10 € €
Cyclus/ jaar -
Vaststellen inverventieniveaus, beeldkwaliteit (watergangen & duikers), jaarplan Monitoring ecologische waterkwaliteit incl jaarlijkse analyse i.r.t. biodiversiteit Monitoring effecten maaibeleid i.r.t. biodiversiteit
426 km 426 km
7.572.691,84
Oevers Onderhoud beschoeid Onderhoud onbeschoeid VAT-kosten
Jaarlijks
Prijs per Q
-
Totaal
10 € 10 € €
757.269,18 Cyclus/ jaar
30 517 10
km km %
Prijs per Q 42 € 5 € € € 440.000 €
2022 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2023 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2024 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2025 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2026 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2027 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2028 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2029 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2030 40.000 4.000 44.000
€ € € €
2031 40.000 4.000 44.000
Prijs per Q 133 622 2.075 -
€ € € € € € €
2022 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2023 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2024 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2025 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2026 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2027 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2028 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2029 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2030 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
€ € € € € € €
2031 18.337 264.925 8.923 54.969 70.000 20.858 438.012
Prijs per Q 88 € 1.350 € € € 421.199 €
2022 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2023 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2024 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2025 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2026 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2027 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2028 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2029 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2030 30.741 9.373 2.006 42.120
€ € € €
2031 30.741 9.373 2.006 42.120
Prijs per Q 15 €
2022 108.600 €
2023 108.600 €
2024 108.600 €
2025 108.600 €
2026 108.600 €
2027 108.600 €
2028 108.600 €
2029 108.600 €
2030 108.600 €
2031 108.600
15
10 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200 €
32.200
1
45 € € 2.331.375 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 € 233.138 €
92.338 233.138
Prijs per Q
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
10 10 Totaal Cyclus/ jaar
138 426 4 5
km km km %
1 1 1 1 1 Totaal
Duikers Duikeronderhoud doorstroomprofiel (5240 st. gemm lengte 11 m.) Duikeronderhoud constructie (486 st. gemm lengte 18m) VAT-kosten (15%)
Q 5.240 486 5
st st %
Baggeren Baggeren onderhoudsplicht (362 kilometer,verwijderen max 0,3 m3/m) Baggeren ontvangstplicht (138 kilometer aanname obv onderhoudsplicht maaien, max 0,35 m3) Voorbereiding, onderzoek en onvoorzien (25%)
Q 108.600
Eenheid m3
48.300
m3
€ 4.380.118
Cyclus/ jaar 15 70 Totaal Cyclus/ jaar 15
Totaal
426 426
km km
Cyclus/ jaar 10 10 Totaal
* De minvariant betreft de 0-variant met een besparing op het maaibeheer vanuit de meest ambitieuze variant.
38.274 € 421.013 €
32.200 €
3 10 10
Jaarlijks
Monitoring
Monitoring Vaststellen inverventieniveaus (watergangen & duikers) Monitoring ecologische waterkwaliteit incl jaarlijkse analyse i.r.t. biodiversiteit Monitoring effecten maaibeleid i.r.t. biodiversiteit
2031 100.325 282.414
126.699 € 328.587 €
Totaal
Maaien A-watergangen (verwerken en afvoeren) B+C watergangen (uitmaaien en verwerken) Waterpartijen (uitmaaien, verwerken) Overig Aanvullend budget als gevolg van harmonisatie obv groenbeheerplan VAT-kosten
2030 100.325 € 282.414 €
10 €
Totaal
Totale opgave 0-variant*
2029 100.325 € 282.414 €
45 € 3.285.867 €
Totaal
Q
2028 100.325 € 282.414 €
8 € €
Cyclus/ jaar
Baggeren Baggeren onderhoudsplicht (362 km,verwijderen max 0,25 m3/m) Baggeren ontvangstplicht (138 km aanname obv ohp maaien, max 0,35 m3/m) Voorbereiding, onderzoek en onvoorzien (25%)
2027 100.325 € 282.414 €
15 €
Totaal
Q
2026 100.325 € 282.414 €
8 €
km km km
-
Duikers Duikeronderhoud doorstroomprofiel (5240 st. gemm lengte 11 m.) Duikeronderhoud constructie (486 st. gemm lengte 18m) VAT-kosten
2025 100.325 € 282.414 €
Cyclus/jaar
Totaal
Maaien A-watergangen (verwerken en afvoeren) B+C watergangen (uitmaaien en verwerken) Waterpartijen (uitmaaien, verwerken) Overig Aanvullend budget als gevolg van harmonisatie obv groenbeheerplan VAT-kosten
2024 100.325 € 282.414 €
10 € 35 €
Cyclus/jaar
Oevers Onderhoud beschoeid Onderhoud onbeschoeid Incidenteel budget ten behoeve achterstallig onderhoud beeldkwaliteit D VAT-kosten
2023 100.325 € 282.414 €
€
Cyclus/jaar
Totaal
Totale opgave waterbeheer Plus-variant
2022 100.325 € 282.414 € 408.100 38.274 € 421.013 €
Cyclus/jaar 138 426 4
Totaal
Monitoring & onderzoek Vaststellen inverventieniveaus (watergangen & duikers), beleid Monitoring ecologische waterkwaliteit incl jaarlijkse analyse i.r.t. biodiversiteit Monitoring effecten maaibeleid i.r.t. biodiversiteit
Prijs per Q 42 € 5 € € € € 4.210.129 €
10 € 10 €
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bijlage 4: Toelichting diverse vormen van gedifferentieerd maaibeheer In deze bijlage worden diverse vormen van gedifferentieerd maaibeheer omschreven en visueel weergegeven. Voor verschillende functies van een watergang kunnen verschillende werkwijzen passend zijn. MaaiBOS Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel maken om dit te realiseren gebruik van maaiBOS (Beslissing ondersteunend systeem). Dit systeem stuurt onderhoud op basis van de actuele weerstand in het systeem. Alleen bij dreigend wateroverlast vinden maaiwerkzaamheden plaats. Dottermaaien Een andere benadering is het zogenaamde ‘Dottermaaien’, het uitgangspunt van deze strategie is ‘maaien wat moet, laten wat kan’. Voorwaarde voor het succesvol toepassen van deze strategie is dat er goed zicht is op de plekken waar jaarlijks vernauwing optreedt. Dottermaaien is vooral effectief bij jaarlijks terugkerende knelpunten die voor problemen zorgen en als er op korte termijn grote keuzes op het gebied van prioritering noodzakelijk zijn. Stroombaanmaaien Stroombaanmaaien maakt binnen een niet gemaaide watergang een baan vrij ten behoeve van de waterafvoer. Bij het bepalen van te vrij te maken stroombaan is het van belang dat er sterk rekening wordt gehouden met de piekafvoer van de betreffende watergang.
Stroombaanmaaien helpt flora om te overwinteren en kan daarmee bijdragen aan het realiseren van biodiversiteitsdoelstellingen. Blokmaaien Blokken sparen: de term zegt het eigenlijk al, per maaibeurt worden er vastgestelde blokken overgeslagen. De vegetatie kan als toevluchtsoord dienen voor de fauna in de watergang. Vanuit deze blokken kan de watergang opnieuw worden gekoloniseerd. De blokken die blijven staan betreffen delen van oevers tot de bodem van de watergang. Omvormen Als er ongewenst vegetatiesoorten voorkomen in de watergang kan het wenselijk zijn om de strategie ‘omvormen’ toe te passen. Ongewenste soorten worden hierbij op kwetsbare momenten aangepakt, waarmee de aangroei in de volgende bloeiperiode teruggedrongen wordt. Gefaseerd maaien Gefaseerd maaien in ruimte en tijd maakt het mogelijk om te maaien met behoud van flora en fauna. Gewenste soorten krijgen de tijd om te vluchten en terug te keren in de watergang als de