CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-005 Bijlage 1 Beleids- en beheerplan watergangen West Betuwe.pdf

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 16: Voorstel tot vaststelling Beheer- en beleidsplan watergangen21.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleids- en beheerplan watergangen 2022-2026

Samenvatting De gemeente West Betuwe draagt de primaire publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen – en op integrale en doelmatige wijze te reguleren- beschikt zij over een aantal vastgestelde documenten die richting geven aan het ontwerp, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit plan voorziet in de borging van cyclisch beheer en onderhoud van oppervlaktewateren en bijbehorende objecten. In de gemeente West Betuwe beheren wij circa 426 kilometer watergang. Voor een deel zijn langs deze watergang beschermde oevers (zoals beschoeiing) aanwezig (32 km) en zijn er duikers aanwezig die het vaak mogelijk maken dat we de watergang kunnen oversteken (ca. 5420 stuks). Het beheer bestaat verder uit het maaien van watergangen met op de doelen afgestemde tijden en het baggeren van watergangen zodat er voldoende water doorheen kan. Voor het opstellen van dit plan is een uitgebreide inspectie uitgevoerd van alle oevers langs watergangen. Alle oevers zijn gescoord op de beeldkwaliteitsmeetlat van het CROW en voorzien van een maatregeladvies. Daarnaast is fysiek onderzocht op welke locaties duikers aanwezig zijn in het watersysteem. Gegevensbestanden van gemeenten en waterschap waren hierin niet volledig.

Binnen West Betuwe was nog geen geharmoniseerd plan waarin de werkwijzen van de drie voormalige gemeenten gebundeld zijn op deze thema’s. Hier is wel behoefte aan om te voorkomen dat voorzieningen gaan falen of omdat de gemeente ambities heeft uitgesproken waarin watergangen een rol kunnen spelen. Om overzicht te houden zijn de watergangen opgedeeld in domeinen. Domein oevers, domein kunstwerken (duikers, stuwen) en domein oppervlaktewater. Onder laatstgenoemde vallen het maaien van watergangen en het baggeren van watergangen. Binnen de gemeente hebben we verschillende ambities geformuleerd in diverse plannen. We willen duurzaam zijn in materiaalgebruik, biodiversiteit bevorderen, klimaatadaptatief werken, meer participatie met inwoners en we onderhouden de openbare ruimte op een gemiddeld niveau in de beeldkwaliteitsmeetlat, niveau B. We hebben in beeld gebracht wat er nodig is om aan onze verplichtingen richting medeoverheden te voldoen en wat mogelijkheden zijn om eigen ambities te realiseren. Dit resulteert in een overzicht van beheeractiviteiten zoals het terugdringen van de onderhoudsachterstand in oeverbescherming, het functioneel beheren van watergangen en het meer biodivers maaien van watergangen. Voor duikers en baggeren geldt dat we geen proactief beleid formuleren.

Bij duikers herstellen we de doorstroming indien noodzakelijk en voor baggeren geldt dat we aansluiten bij de schouwplanning van het waterschap. De kosten om het gehele areaal van West Betuwe te onderhouden volgens het gewenste ambitieniveau zijn ingeschat in de 0-variant op een jaarlijks bedrag van 757.000 euro. Voor het wegwerken van de achterstand in oeveronderhoud wordt een incidenteel budget gevraagd van 408.000 euro. Deze worden niet in de exploitatie opgenomen maar worden incidenteel in de nieuw in te stellen voorziening onderhoud watergangen gedoteerd. Voor de implementatie van het beleid en het vormgeven van de digitale bestanden is een budget benodigd van 100.000 euro vanuit de voorziening ‘beheerplan watergangen’. De plusvariant, waarin budget is opgenomen voor uitvoering van alle maatregelen vloeiend uit de inspectie en onderzoek en monitoring van de toestand van het areaal, heeft een jaarlijks kostenniveau van 836.000 euro.

Pagina 1 van 39

Inhoudsopgave Samenvatting 1.

2.

3.

4.

5.

Waarom een Beleids- en beheerplan Watergangen? ................................................................................ 4 1.1.

Aanleiding ........................................................................................................................................... 4

1.2.

Doel van het beleids- en beheerplan watergangen ........................................................................... 4

1.3.

Plaats van het beleids- en beheerplan watergangen 2022-2026 ....................................................... 5

1.4.

Methode ............................................................................................................................................. 5

1.5.

Relevant beleid ................................................................................................................................... 6

Waar hebben we het over? ........................................................................................................................ 8 2.1.

Algemeen ............................................................................................................................................ 8

2.2.

Domein oevers.................................................................................................................................... 9

2.2.1

Beschermde oevers ........................................................................................................................ 9

2.2.2

Natuurvriendelijke oevers ............................................................................................................ 10

2.3.

Domein kunstwerken ....................................................................................................................... 11

2.4.

Domein oppervlaktewater ............................................................................................................... 11

Wat hebben we in beheer? ...................................................................................................................... 12 3.1.

Ons gebied ........................................................................................................................................ 12

3.2.

Domein oevers.................................................................................................................................. 13

3.3.

Domein kunstwerken ....................................................................................................................... 15

3.4.

Domein oppervlaktewater ............................................................................................................... 17

Hoe hebben we dat tot nu toe beheerd? ................................................................................................. 18 4.1.

Waterplan 2007 ................................................................................................................................ 18

4.2.

Kunstwerken ..................................................................................................................................... 18

4.3.

Oevers en oppervlaktewater ............................................................................................................ 18

Wat zijn onze beheerambities? ................................................................................................................ 20 5.1.

Algemeen beleid ............................................................................................................................... 20

5.2. Domein oevers....................................................................................................................................... 20 5.3.

Domein kunstwerken ....................................................................................................................... 21

5.4.

Domein oppervlaktewater ............................................................................................................... 21

5.5.

Meekoppelkansen ............................................................................................................................ 23

5.6.

Participatie........................................................................................................................................ 24

6. Wat gaan we doen? ...................................................................................................................................... 26 6.1.

Visie op beheer ................................................................................................................................. 26

6.2.

Algemene beheeractiviteiten ........................................................................................................... 26

6.3.

Domein oevers.................................................................................................................................. 27

6.4.

Domein kunstwerken ....................................................................................................................... 28 Pagina 2 van 39

6.5. 7.

Domein Oppervlaktewater ............................................................................................................... 28

Wat gaat het kosten? .......................................................................................................................... 30 7.1.

Uitgangspunten ................................................................................................................................ 30

7.2.

Meerjarenbegroting onderhoud watergangen ................................................................................ 31

7.3.

Eenmalige kosten ............................................................................................................................. 32

7.4.

Financiële draaiknoppen .................................................................................................................. 33

7.5.

Toelichting begroting per domein .................................................................................................... 34

7.6.

Wijze van financiering ...................................................................................................................... 35

Bibliografie........................................................................................................................................................ 37 Bijlagen ............................................................................................................................................................. 38

Pagina 3 van 39

1.

Waarom een Beleids- en beheerplan Watergangen?

1.1.

Aanleiding

Op 1 januari 2019 is de gemeente West Betuwe ontstaan uit de voormalige gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Tot het moment van fuseren was de aanpak voor beheer en onderhoud van watergangen verschillend vormgegeven in de gemeenten. Aanleiding voor het voorliggende beheerplan is de behoefte aan integraal beleid voor beheer en onderhoud in de gemeente West Betuwe. De oppervlakteverdeling van de gemeente West Betuwe staat weergegeven in figuur 1. De voormalige gemeente Geldermalsen is de gemeente met het grootste aandeel.

Figuur 1, Procentuele verhouding omvang watergangen in voormalig deelgemeentes binnen het huidige beheersgebied West Betuwe.

Het is van belang dat beheer en onderhoud aansluit bij de ambities en visie van onze gemeente. De wet Arhi (Wet algemene regels herindeling) stelt vast dat na fusies of reorganisaties oude beleidsplannen twee jaar geldig blijven. Dit betekent dat alle lopende beleids- en beheerplannen in beginsel niet meer van toepassing zijn. Watergangen zijn in 2021 nog conform nieuw vastgesteld groenbeleid onderhouden. Vanaf 2022 zal dit conform het nieuwe beleids- en beheerplan water worden ingericht. Concreet houdt dit in dat in 2022 beheer op de huidige wijze wordt opgepakt. In 2023 worden de gevolgen van het beleid in de praktijk gebracht. Belangrijke onderwerpen die in het beleids- en beheerplan 2022-2026 terugkomen zijn: maaibeleid met maatwerk voor biodiversiteit, onderhoud oevers, groot onderhoud ofwel baggeren en het onderhoud aan duikers. In de beschreven maatregelen is rekening gehouden met het beleid van het waterschap Rivierenland. In gevallen waarbij dit niet aansloot bij de ambities van West Betuwe is voor een andere lijn gekozen. Een voorbeeld hiervan komt terug in het maaibeleid. Om een verbeterslag op het gebied van biodiversiteit te maken kiest West Betuwe voor het gebruik van een maaikorf of maaibalk met vingermessen. Daarmee wordt klepelen uitgesloten als werkwijze. Dit heeft een grote impact op flora en fauna.

Dit plan is bedoeld om zulke lokale afwegingen te maken en vast te leggen voor meerjarige continuïteit in beheer.

1.2.

Doel van het beleids- en beheerplan watergangen

Het beleids- en beheerplan 2022-2026 is het instrument de gemeenteraad een beheervisie en beheerstrategie vastlegt. Doelstelling van dit plan is het vaststellen van richtlijnen voor het beleid, het Pagina 4 van 39

implementeren van beleidswensen en het formuleren van concreet beheer. Het primaire doel van het beheerplan is het cyclisch doelmatig en effectief beheren van onze kapitaalsgoederen Watergangen. Het plan treedt in werking na publicatie in het elektronisch gemeenteblad.

1.3.

Plaats van het beleids- en beheerplan watergangen 2022-2026

Het beleids- en beheerplan watergangen is het document waarin team Beleid en beheer beschrijft hoe het benodigde budget voor het beheer en onderhoud van water, oevers en duikers de komende planperiode tot stand komt. Het is een uitwerking van beleid op een hoog abstractieniveau naar concrete maatregelen voor de domeinen in de openbare ruimte. Hiermee is het beleids- en beheerplan watergangen hét document waarin de gemeenteraad sturing geeft aan beheer en onderhoud. Jaarlijks geeft uw gemeenteraad budget vrij in de begroting. Met dit budget wordt uitvoering gegeven aan beheer en onderhoud van watergangen. Dit plan geeft weer binnen welke inhoudelijke en financiële kaders het begrootte bedrag besteed wordt binnen het begrotingsjaar. Het is derhalve een kaderstellend document. Jaarlijks worden uitvoeringsplannen opgesteld waarin uit te voeren werkzaamheden voor de komende jaarschijf worden uitgewerkt.

1.4.

Methode

In twee sessies zijn binnen de organisatie uitgangspunten voor beheer en onderhoud van Watergangen besproken. Hierbij is stilgestaan bij beleidskeuzes en databeheer. Vanuit de beleidskeuzes zijn ambities gedefinieerd. Hieruit zijn activiteiten afgeleid die vervolgens in concrete beheersactiviteiten worden omgezet. De werkwijze zorgt voor een directe koppeling tussen beleidskeuzes en uit te voeren werkzaamheden. Dit heeft als doel ertoe te leiden dat het beheer op vastgesteld kwaliteitsniveau kan worden uitgevoerd waarbij het benodigde budget bekend is. Daarnaast wordt de realisatie van kwaliteitsniveaus aantoonbaar middels meting en inspectie. Wanneer uit de monitoring blijkt dat het gewenst kwaliteitsniveau binnen een domein niet wordt gehaald, dan kan de ambitie of de beheermaatregel worden aangepast. Hiermee wordt invulling gegeven aan de Plan-Do-Check-Act cyclus in figuur 2. Het beleids- en beheerplan is opgesteld met ondersteuning van De Aquanoom B.V.. •Vastleggen kwaliteitniveaus assets •Maatregelen

•Uitvoeren plannen beheer assets

PLAN

DO

ACT

CHECK

•Bijstellen beleids- en beheerplan in 2026

•Schouw/inspectie of maatregelen voldoende zijn en assets op afgesproken niveau verkeren

Figuur 2: Weergave van het proces van opstellen en herijking van beleid.

Pagina 5 van 39

1.5.

Relevant beleid

1.5.1. Water- en Rioleringsplan West Betuwe Klimaatverandering leidt tot een toename van extreme buien. In de verwerking hiervan speelt het watersysteem een belangrijke rol. (Hemelwater-)riolering, en oppervlaktewater vormen één geheel als systeem. Daarom is een integrale visie nodig op het gebied van beheer. In het Water- en Rioleringsplan (Arcadis 2019) staat beschreven wat de gezamenlijke ambities zijn voor rijk, provincies en gemeenten. Overkoepelend komen de visies neer op het realiseren van een klimaat robuuste leefomgeving, het nastreven van integrale oplossingen en bewustwording van de zorgplicht. De visie die hierin naar voren komt wordt geconcretiseerd in een uitgewerkte strategie. Klimaatbestendigheid komt regelmatig terug in de eerder beschreven visie, met het volgende citaat is duidelijk hoe concretisering hiervan gerealiseerd kan wordt: Het voorliggende plan is opgesteld vanuit dezelfde ambitie waarmee het Water en Rioleringsplan opgesteld is. Integraal werken is het motto wat aansluit bij voornoemd plan.

1.5.2. Koepelnota beheer openbare ruimte 2019 tot en met 2023 De Koepelnota beheer openbare ruimte beschrijft de wijze waarop de openbare ruimte in de gemeente West Betuwe wordt beheerd. De visie zoals geformuleerd in dit plan luidt: “We realiseren samen met de samenleving een fijne en veilige openbare ruimte die bijdraagt aan het woonplezier, het welzijn en de gezondheid van inwoners, ruimte geeft voor sociale cohesie en versterking van de economische aantrekkelijkheid. Samen met de samenleving houden we de openbare ruimte op orde en beheren deze duurzaam en klimaat adaptief. Hierbij zijn we als gemeente verantwoordelijk voor een basiskwaliteit op orde. De koepelnota geeft inhoudelijke en technische handvatten voor beleids- en beheerplannen zodat plannen een integraal en herkenbaar karakter kennen. In dit plan zijn de ambities en doelstellingen afgestemd op de schaalbalk van de CROW (Blom, 2018). De Koepelnota geeft drie typen beheer en onderhoud aan die binnen West Betuwe worden gehanteerd in het beheer van de openbare ruimte. Onderstaande figuur 3 uit de Koepelnota geeft de omschrijvingen weer.

Figuur 3: Verschil in typen onderhoud, overgenomen uit de Koepelnota beheer openbare ruimte West Betuwe Pagina 6 van 39

1.5.3. Watervisie 2050 In de watervisie 2050 schetst waterschap Rivierenland hoe het Rivierengebied er in 2050 uit ziet. Diverse trends worden beschreven en het waterschap maakt een strategie kenbaar hoe om te gaan met deze veranderingen. Thema’s die in de watervisie aan bod komen lopen uiteen van klimaatverandering en weersextremen, circulaire economie, energietransitie, waterkwaliteit en de toenemende druk op de openbare ruimte. Voorbereiding op nieuwe uitdagingen op het gebied van waterveiligheid staat centraal. Daarbij moet het gebied aantrekkelijk zijn als leefomgeving. Deze aantrekkelijkheid moet in 2050 gerealiseerd worden door de aanwezigheid van landschapselementen die ruimte bieden aan natuur, recreatie en energieopwekking. Klimaatbuffers geven natuurlijke processen een impuls door een grote mate van biodiversiteit, daarnaast spelen de buffers een rol in het vasthouden van water. Het waterbeheerplan ligt ten grondslag aan oplossingen, maatregelen en ideeën op de korte termijn. Elke zes jaar stelt het waterschap een waterbeheerprogramma op. In dezelfde periode actualiseert het waterschap de watervisie. Samenwerkingsverbanden met inwoners en andere belanghebbenden worden actief aangegaan (Waterschap Rivierenland, 2020). Het beleids- en beheerplan watergangen is zodanig vormgegeven dat er aanknopingspunten voor de onderwerpen uit de watervisie aanwezig zijn.

Concreet worden er lijnen uitgezet voor het waterbeheer met speciale aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit.

1.5.4. Overige beleidsdocumenten Naast de watervisie en het water- en rioleringsplan, zijn er diverse beleidsdocumenten die relevant zijn voor het voorliggende beheerplan. In tabel 1 staat beschreven welke documenten geïnventariseerd zijn en welke waterketenpartner hierbij hoort. Bijlage 1 geeft een beschrijving per beleidsdocument. Waterketenpartner Europa Rijksoverheid

Provincie Gelderland Waterschap Rivierenland Gemeente West Betuwe

Kader -Kaderrichtlijn Water -Wet milieubeheer (Wm) -Waterwet -Bestuursakkoord Water (BAW) -Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DPRA, stresstest) -Natuurwet -Omgevingswet -Klimaatbestendige stad -Omgevingsvisie Gelderland -Waterbeheerprogramma 2016-2021 -Keur en Legger Waterschap Rivierenland -Afsprakenkader Riolering “Samen door één buis” -Koepelnota / Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) -Voormalig oeverbeheerplan Geldermalsen (Tauw) -Voormalig Baggerplan Geldermalsen -Groenbeleidsplan West Betuwe (2021)

Tabel 1: Geïnventariseerde beleidsdocumenten

De documenten gaan in op waterbeheer en hebben daarmee relevantie voor het beleids- en beheerplan. Onderwerpen in de documenten zijn uiteenlopend. Veelvuldig terugkerend zijn klimaatadaptatie, biodiversiteit, integraal beheer en vergroting van bewustwording. Daarnaast zijn wettelijke kaders en is regelgeving in kaart gebracht. Deze kaders liggen aan de basis van het Beheer- en beleidsplan watergangen West Betuwe.

Pagina 7 van 39

2.

Waar hebben we het over?

2.1.

Algemeen

In dit plan hanteren we de term watergang voor de volledige ruimte van insteek, daar waar het bovenwatertalud begint, tot insteek. Vanaf de insteek loopt het bovenwatertalud af naar de oeverlijn. Hier kan oeverbescherming in de vorm van beschoeiing aanwezig zijn of het talud kan op natuurlijke wijze overgaan in onderwatertalud tot aan de bodem. Het niveau van het oppervlaktewater is de waterlijn. In onderstaande schematische weergave in figuur 4 zijn de onderdelen van een uitgebreid profiel met natuurvriendelijke oevers weergegeven.

Figuur 4: Schematische weergave van de onderdelen van het oppervlaktewater met een NVO. In onze gemeente zijn alle watergangen voorzien van een status, zie figuur 5. Hiermee heeft het waterschap aangegeven wie voor beheer en onderhoud verantwoordelijk is en wat de eisen zijn die aan de betreffende watergang worden gesteld. Het waterschap heeft de watergangen verdeeld in:  A-wateren: van primair belang voor het waterbeheer en worden daarom door het waterschap onderhouden.  B-wateren: van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door de aangrenzende eigenaren te worden onderhouden.  C-wateren: wateren die van tertiair belang zijn voor het waterbeheer waarvoor geen jaarlijkse onderhoudsplicht geldt.

Figuur 5: Uitsnede rond Kasteel Neerrijnen. Donkerblauw is A-water, lichter blauw is B-water en heel lichtblauw rond het kasteel is C-water.

Het waterschap is verantwoordelijk voor al het oppervlaktewater. Hiertoe voeren zij onderhoud uit aan de A-watergangen. Perceeleigenaren van percelen die grenzen aan B en C water zijn verantwoordelijk voor het Pagina 8 van 39

onderhoud aan deze wateren. Daarnaast zijn perceeleigenaren van percelen langs A-watergangen, ieder voor de halve breedte en naar de lengte van zijn recht, tenzij in de legger anders vermeld is, of tenzij een derde daartoe krachtens vergunning verplicht is, ontvangstplichtig voor bagger en maaisel uit deze wateren. In de gemeente West Betuwe zijn de B en C watergangen verdeeld in watergangen en vijvers/waterpartijen. Sommige wadi’s, laagtes waarin water wordt vastgehouden bij neerslag, zijn dusdanig ontworpen dat deze ook tot het watersysteem gerekend worden qua beheer en onderhoud. Het beheer van een watergang vindt plaats in drie domeinen. Dit zijn de domeinen Oevers, Kunstwerken en Oppervlaktewater. In dit hoofdstuk worden de domeinen beknopt beschreven. In onderstaande figuur 6 is het watersysteem uitgesplitst naar domeinen en beheerobjecten. Watersysteem

Domein

Beheerobjecten

Type onderhoud Vervangen

Beschermde oevers Herstellen Oevers Maaien NVO Herprofileren Het watersysteem

Constructief Duikers

Kunstwerken

Hydraulisch

Profiel

Baggeren

Vegetatie

Maaien

Oppervlaktewater

Figuur 6: schematische weergave verdeling watersysteem in domeinen

2.2.

Domein oevers

De oevers in onze gemeente bestaan uit beschermde oevers en natuurvriendelijke oevers. Beschermde oevers zijn de oevers die beschermd worden door een constructie. Deze kunnen bestaan uit beschoeiingen, damwanden of kademuren. Natuurvriendelijke oevers bestaan uit flauwere taluds, plas/draszones en poelen en inhammen.

2.2.1 Beschermde oevers De meest voorkomende oeverbescherming is de beschoeiing. Dit is een constructie die bestaat uit palen en schotten waar achter een gronddicht weefsel is aangebracht om uitspoeling van aarde te voorkomen. De beschermde oever vind je op locaties waar vooral de begrenzing van water en land duidelijk gescheiden moet blijven of oevers die beschermd moeten worden tegen afkalving omdat anders objecten op de oever gevaar lopen. Dit zijn vaak licht of normaal belaste oevers. Zwaarder belaste oevers, met een grote kerende hoogte (>1,50 m) en bijvoorbeeld een wegconstructie direct achter de oeverlijn, worden vaak voorzien van een damwand (hout, staal of beton) of een kademuur (metselwerk, beton). Pagina 9 van 39

Oeverbeschermingen zijn relatief eenvoudige lijnvormige objecten. Voor dit plan worden objecten gehanteerd. Dat wil zeggen een beschermde oever bestaat uit één onderdeel. Dat kan zijn beschoeiing, damwand of kademuur.

2.2.2 Natuurvriendelijke oevers De definitie van een natuurvriendelijke oever volgens Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA):“Een door de mens ingerichte oever waarbij ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie expliciet wordt gestimuleerd.” (van Vossen & Verhagen, 2009) Grofweg zijn drie vormen te onderscheiden, namelijk 1. Flauwe oevers met een langzaam aflopend talud 2. Plas/drasberm. Dit is een natte oeverstrook met een diepte van 0 tot 50 centimeter onder het gemiddelde waterpeil. De precieze diepte verschilt met de doelstellingen en bodemsoort. De vegetatie in een plas/draszone biedt bescherming aan onder andere vissen tegen roofvissen. Daarnaast biedt een plasberm ook paaiplaatsen, foerageer en leefgebied voor vissen. Het ontwikkelen van moerasvegetatie heeft als gevolg dat er nestgelegenheid is voor een verscheidenheid aan vogels. Een illustratie van een plas/draszone is onderstaand weergegeven.

Figuur 7, Schematisatie van plasoever (l) en drasoever (r).

3. Inhammen of poelen. Op plekken waar er voldoende ruimte is of er dusdanig veel erosie optreedt door stroming en/of golfslag en de oevers daarmee sterk belasten worden, kunnen luwe inhammen een uitkomst bieden voor flora en fauna. In een inham is de stroomsnelheid en golfslag stukken lager dan in de watergang waardoor er paai- en schuilplaatsen voor vissen ontwikkeld kunnen worden. Een illustratie van hoe een inham eruit kan zien is te zien in figuur 8.

Figuur 8: Inham.

Een poel is feitelijk een vijver, een water welke niet verbonden is aan de watergang. Poelen worden vaak aangelegd als stimulans voor de leefomgeving van amfibieën. In figuur 9 is te zien hoe een poel eruit kan zien.

Pagina 10 van 39

Figuur 9: Poel

2.3.

Domein kunstwerken

Binnen het domein kunstwerken worden de civieltechnische objecten gerekend die functioneel zijn voor het watersysteem. Gemeente West Betuwe beheert geen stuwen, wel beheren wij bruggen en duikers. Bruggen worden beheerd door wegbeheer vanuit de functie wegen en vallen buiten dit plan. Duikers vallen binnen dit plan. Wanneer een watergang wordt onderbroken door een weg of toegangsdam wordt een duiker toegepast om de watergangen met elkaar te verbinden. De verbinding tussen de verschillende watergangen is noodzakelijk om het water te transporteren. De meeste duikers zijn gemaakt van beton en hebben een ronde of rechthoekige vorm. De minimale afmetingen van duikers zijn bepaald door het waterschap per type watergang. In sommige situaties worden duikers tegelijk benut voor de afvoer van hemelwater. Daarom wordt waar mogelijk aansluiting gezocht bij het rioolbeheer.

2.4.

Domein oppervlaktewater

Het domein oppervlaktewater splitst uiteen in twee beheerdisciplines. Namelijk het borgen van de minimale profielafmetingen door baggeren en het beheer van de vegetatie in en langs oppervlaktewater.

Figuur 10: Baggerwerk in uitvoering (bron: WSRL)

Pagina 11 van 39

3.

Wat hebben we in beheer?

3.1.

Ons gebied

Gemeente West Betuwe ligt in het zuidwesten van Gelderland. Het grootste deel van de gemeente ligt in de Tielerwaard. In het gebied wonen ongeveer 52.000 inwoners. De gemeente West Betuwe kenmerkt zich door een grote hoeveelheid oppervlaktewater in het gebied. Dit water speelt van oudsher een belangrijke rol in het gebied. Zo is het water altijd al onmisbaar geweest bij de fruitteelt, enerzijds voor het beregenen van de fruitbomen en anderzijds voor het voorkomen van bevriezing tijdens vorstperioden. Kenmerkend voor West Betuwe is het landelijke karakter van de buitenruimte, in figuur 11 is duidelijk te zien dat het grootse deel van het gemeenteoppervlak een groen karakter heeft. De plattelandsgemeente kent in totaal 26 kernen, waarvan Geldermalsen met ongeveer een kwart van de inwoners de grootste is. Deze kern is duidelijk te zien op het oostelijke gedeelte van de kaart. De Waal als zuidgrens van de gemeente en de Linge die van oost naar west het gebied doorsnijdt, zijn duidelijk te zien op de kaart.

Figuur 11: Weergave van ons beheergebied

Kenmerkend voor West Betuwe is de lage bebouwingsdichtheid en het uitgestrekte karakter van het gebied. Het merendeel, namelijk 79% van het areaal bestaat uit buitengebied (zie figuur 3). De voorliggende inventarisatie gegevens zijn voortgekomen uit veldinspecties aan de oevers. Bij dergelijke inspecties is gekeken naar de directe omliggende omgeving van de oevers, dit maakt de verdeling relevant voor het oeverareaal en het watersysteem van de gemeente West Betuwe. De procentuele grondverdeling van de directe omgeving watergangen staat beschreven in figuur 12.

Pagina 12 van 39

Figuur 12, Procentuele weergave van het typen landgebruik in het areaal.

3.2.

Domein oevers

Gemeente West Betuwe is onderhoudsplichtig voor ca. 558 kilometer oever. Ruim 437 kilometer hiervan ligt in een buitengebied. 69 kilometer is gelegen in woongebied en 17 kilometer op bedrijventerreinen, zie figuur 13. De overige oeverdelen die geïnspecteerd zijn liggen in dorpscentra, langs hoofdontsluitingswegen of in recreatiegebieden.

Figuur 13, Procentuele weergave van het type aangetroffen beschoeiing in het areaal.

In het totale oeverareaal is 2,7 kilometer particulier in gebruik genomen, 14 kilometer van de oevers is in verband met begroeiing niet geïnspecteerd. In figuur 14 is weergegeven waar beschermde oevers zijn aangetroffen in het areaal. De weergave is gebaseerd op 32 kilometer van ‘harde beschoeiing’. Dit is slechts een zeer beperkt deel van het totale oeverareaal. Het grootste deel van het areaal is namelijk opgebouwd uit onbeschermde oevers, de lengte hiervan beslaat 518 kilometer. In de Koepelnota was een beschoeid areaal van 7,3 km opgenomen. De totale vervangingswaarde van de beschermde oevers is berekend op circa 6,2 miljoen euro.

Pagina 13 van 39

Figuur 14: Verspreiding beschermde oevers

Voorafgaand aan het opstellen van het voorliggend beheerplan is het oeverareaal geïnspecteerd en beoordeeld. Gedurende deze studie is de onderhoudsplicht met betrekking tot de oevers in kaart gebracht. Beschadigingen zijn geïnspecteerd, er is gekeken naar type beschadiging en omvang van de beschadiging. Door de bevindingen te koppelen aan kengetallen is er inzicht in de beheeropgave waar de gemeente direct mee aan de slag moet. Aard van geïnspecteerde schades en kosten loopt uiteen van het opvullen van spoelgaten en het herstellen van scheefstand, tot het aanbrengen van een nieuwe damwand. De beeldkwaliteit-criteria komen voort uit de CROW-systematiek voor beeldkwaliteit. De normen voor de beoordeling tijdens de oeverinspectie, bestaan uit meetbare criteria voorzien van omschrijvingen en voorbeeld-foto’s. De vijf kwaliteitsniveaus variëren van zeer goed (A+) tot slecht (D). In de praktijk komt A+ nauwelijks voor, daarom is kwaliteitsniveau A het hoogste niveau in de tabellen uit het beheerplan. In de onderstaande grafiek (figuur 15) is weergegeven welke beeldkwaliteit er is aangetroffen per plaats. Opvallend is dat binnen deze plaatsen het grootste deel van de oevers bestaat uit beeldkwaliteit A of C.

Pagina 14 van 39

Figuur 15: Beeldkwaliteitsniveau oever per kern. Het deel ‘Culemborg’ betreft grenswater op de gemeentegrens.

3.3.

Domein kunstwerken

In totaal is de gemeente West Betuwe verantwoordelijk voor het behoud van doorstroomprofiel van 5.240 duikers. Aanvullend is de gemeente ook onderhoudsplichtig voor het behoud van de constructie voor tenminste 938 duikers. In veel gevallen is er sprake van een dubbele onderhoudsplicht, maar voor zeker 486 duikers geldt enkel een constructieve plicht. Het totaal aantal duikers waarvoor de gemeente een onderhoudsplicht heeft komt neer op 5.726. Ten tijde van het opstellen van dit document zijn 1811 aanvullende duikers vastgelegd waarvan het type onderhoudsplicht nog niet volledig in beeld is. Onzekerheid in het beheer zit voornamelijk in de onderhoudsplicht voor de verschillende duikers en de staat van de duikers. Uit veldinspectie blijkt dat nog circa 1800 aanwezige duikers op technische toestand geïnspecteerd moeten worden. Deze waren tot dusver niet bekend in gemeentelijke beheersystemen. In onderstaande figuur zijn de duikers weergegeven. Op basis van kentallen is de financiële opgave van het geïnventariseerde deel van het areaal inzichtelijk. Om het volledige areaal duikers gedetailleerd inzichtelijk te krijgen wordt in de plusvariant voorgesteld in de planperiode een nadere inventarisatie uit te voeren op de technische staat van de duikers. Hieruit kan binnen het duikerbudget een vervangingsplanning worden opgesteld in de jaarlijks op te stellen beheerplannen.

Pagina 15 van 39

Figuur 16: Bekende duikers (zwart) en nieuw vastgelegde duikers (rood) in gemeente West Betuwe.

Het areaal duikers is omvangrijk. Ook de regels voor het bepalen van de onderhoudsplicht zijn complex. In essentie zijn er twee soorten onderhoudsplicht, namelijk:  

Onderhoudsplicht ten behoeve van het doorstroomprofiel Onderhoudsplicht aan de constructie van de duiker

Regels areaal duikers, onderhoud ten behoeve van het doorstroomprofiel: 1. Volgens de legger is de onderhoudsplichtige van de watergang waarin een duiker zich bevindt, ook onderhoudsplichtig voor de duiker. Bij A-watergangen heeft het waterschap onderhoudsplicht; bij overige watergangen de eigenaar van aanliggende grond. 2. Als een duiker aan beide uiteinden in contact staat met een watergang waarvoor de gemeente West Betuwe onderhoudsplicht heeft, heeft de gemeente de volledige onderhoudsplicht aan die duiker. 3. Wanneer een duiker aan één kant in contact staat met een watergang waarvoor de gemeente West Betuwe onderhoudsplicht heeft en aan de andere kant niet, dan heeft de gemeente voor 50% onderhoudsplicht aan die duiker. De onderhoudsplicht delen zij dan met de onderhoudsplichtige van de watergang aan het andere uiteinde van de duiker. Regels areaal duikers, onderhoud aan de constructie van de duiker: 1. Voor de duikers die voorkomen in de legger geldt in beginsel dat de onderhoudsplichtige van een duiker wordt genoemd in de legger. In sommige gevallen wordt in de legger verwezen naar de onderhoudsplichtige door middel van een perceelcode. De eigenaar van dit perceel wordt dan aangewezen als de onderhoudsplichtige van de duiker. 2. Bij sommige duikers wordt er noch een partij, noch een perceelcode gegeven.

In deze gevallen is in beginsel de onderhoudsplicht wel bekend, maar is deze nog niet door het waterschap verwerkt en daardoor alleen in individuele gevallen opvraagbaar uit (papieren) dossiers. Daarom hanteert het waterschap de regel van de belanghebbende eigenaar. Wie de belanghebbende bij een duiker is, wordt als volgt bepaald:

Pagina 16 van 39

a. De belanghebbende bij een duiker is diegene wiens perceel wordt ontsloten vanaf de openbare weg door de dam waarin deze duiker zich bevindt. b. Als een duiker onder een weg door loopt, dan is de eigenaar van het perceel waarop deze weg zich bevindt belanghebbende bij deze duiker. Deze regels gelden ongeacht het type watergang waarin de duiker zich bevindt.

3.4.

Domein oppervlaktewater

Binnen onze gemeente zijn de volgende hoeveelheden watergang aanwezig per type:  A-watergangen 138 km  B- en C-watergangen: 426 km Voor A-water heeft de gemeente geen onderhoudsplicht. Wel is een ontvangstplicht van maaisel en bagger van toepassing. Dat houdt in dat als het waterschap maait of baggert, de gemeente verantwoordelijk is voor ontvangst en verwerking van maaisel of bagger. Voor 426 kilometer B- en C-watergang is de gemeente onderhoudsplichtig. Vaak betreft dit scheidingssloten waar de erfgrens in het midden ligt. In dat geval is de gemeente onderhoudsplichtig tot het midden van de watergang. De Koepelnota geeft aan dat binnen onze gemeentegrenzen circa 1,4 miljoen m2 wateroppervlak aanwezig is waar we in beheer verantwoordelijkheid voor dragen.

Figuur 17: A-watergang langs de Banweg

Pagina 17 van 39

4.

Hoe hebben we dat tot nu toe beheerd?

4.1.

Waterplan 2007

De voormalige gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal werkten voor deze periode samen aan het waterbeheer. In 2007 is een gezamenlijk waterplan gerealiseerd (Arcadis, 2007) waarin de visie van de gemeenten en de oplossingsrichtingen beschreven staan. In het beheerplan uit 2007 is inzichtelijk gemaakt waar de knelpunten zitten in het watersysteem, en wat de status van het water is. Daarnaast lag in het eerdere beheerplan focus op de beleving van water, stimuleren van ecologie en oevervegetatie, en het verduidelijken van verantwoordelijkheden met betrekking tot beheer, onderhoud en eigendom. De eigenschappen van de domeinen die de gemeente beheerd worden vastgelegd in het beheerpakket GBI. Hierin verwerkt de databeheerder van de gemeente de algemene- en beheergegevens van de verschillende domeinen uit de openbare ruimte, dus ook van oppervlaktewater en oevers. Leidingobjecten zoals duikers worden in een ander pakket (Kikker) beheerd.

4.2.

Kunstwerken

Reiniging en onderhoud aan duikers wordt op basis van meldingen en klachten uitgevoerd. De voorgaande periode kent geen actief monitoring- en reinigingsprogramma van de in het watersysteem aanwezige duikers. Er is hierdoor geen in- en overzicht in de technische staat en de vervuilingsgraad van de duikers. Wel zijn binnen voormalige de gemeente Geldermalsen duikers vastgelegd bij baggerprojecten en gereinigd tijdens baggerwerken.

4.3.

Oevers en oppervlaktewater

Voor het Groenbeheerplan 2021 heeft een inventarisatie plaatsgevonden hoe de voorgaande gemeenten omgingen met praktische zaken rond beheer van watergangen. In onderstaande figuur weergegeven hoe dit in voormalige gemeenten georganiseerd was en hoe het in het groenbeheerplan geharmoniseerd is.

Figuur 18: harmonisatie watergangen uit groenbeheerplan Pagina 18 van 39

Vanuit de voormalig gemeente Geldermalsen is een baggerplanning bekend. De looptijd van dit plan is 2015-2029. Voor de voormalig gemeente Neerijnen is beperkte informatie omtrent baggeren bekend. In ieder geval is tot 2024 baggerwerk gepland. Van de voormalig gemeente Lingewaal is geen actuele baggerplanning bekend. Op basis van het diepteschouwplan van Waterschap Rivierenland zijn baggerprojecten (deels op incidentele basis) voorbereid. De gemeente is onderhoudsplichtig voor tenminste 426 kilometer watergang. Naast de onderhoudsplicht is de gemeente voor 138 kilometer ontvangstplichtig. Op het moment van baggeren door het waterschap dient de gemeente dit bagger te ontvangen en te verwerken.

Figuur 19: Indicatie verhouding tussen onderhoudsplicht en ontvangstplicht voor buitengewoon onderhoud.

Pagina 19 van 39

5.

Wat zijn onze beheerambities?

5.1.

Algemeen beleid

Dit hoofdstuk geeft weer welke ambities we hebben als het gaat om het beheer van de domeinen binnen watergangen. In onderstaande paragrafen wordt per domein beschreven welke ambities en beleidsuitgangspunten we voor ogen hebben. In het coalitieakkoord West Betuwe zijn verschillende aanknopingspunten te vinden waarop het voorliggende beleids- en beheerplan gebaseerd is. In het algemeen is er aandacht voor natuur en milieu. Dit uit zich in de uitgesproken ambitie om de biodiversiteit actief uit te breiden en een klimaatrobuuste buitenruimte te realiseren. Daarbij sluiten we aan bij de Koepelnota. Deze geeft als uitgangspunt dat alle voorzieningen binnen West Betuwe op niveau B van de beeldkwaliteitsmeetlat onderhouden moet worden. Bij het groenbeheerplan is een verschil gemaakt tussen binnen bebouwde kom (beeldkwaliteit B) en buiten bebouwde kom (beeldkwaliteit C)

5.2. Domein oevers Oevers worden binnen bebouwde kom op niveau B onderhouden, daarbuiten op niveau C van de beeldkwaliteitsmeetlat Bij het vervangen van beschermde oevers wordt gestreefd naar het aanleggen van een natuurvriendelijke oever. Beschermde oevers dienen tijdig onderhouden te worden op niveau B van de beeldkwaliteitsmeetlat van het CROW. Indien oevers niet meer met klein/dagelijks onderhoud of groot onderhoud te herstellen zijn naar niveau B of C dienen ze vervangen te worden. De gemeente West Betuwe streeft ernaar om bij het vervangen van beschermde oevers een natuurvriendelijke oever aan te brengen, tenzij de omstandigheden dit niet toestaan. Met oog op de onderhoudskosten op lange termijn, het verminderen van materiaalgebruik conform de circulaire gedachten en de toename van biodiversiteit is investeren in oeverbescherming geen duurzame oplossing als natuurlijke alternatieven voorhanden zijn. Bij oevers waarbij het civieltechnisch niet mogelijk is om deze te vervangen door een natuurvriendelijke variant wordt wel oeverbescherming toegepast. In de dorpskernen is het nodig om beschoeiingen te vervangen zodra deze niet meer aan de beeldkwaliteitseisen voldoen die horen bij het streefbeeld ‘ambitieus’ in de buitengebieden is de vereiste beeldkwaliteit ‘doelmatig. In bijlage 2 staat beschreven welke kwaliteitseisen per type oever onderscheiden zijn.

Naast de huidige beschoeiing is in kaart gebracht of er de mogelijkheid bestaat om een natuurvriendelijk oever aan te leggen. Bij 26 kilometer oever is dit direct mogelijk aan de landzijde, bij 181 kilometer is een natuurvriendelijke oever mogelijk, maar zijn er beperkingen aangegeven. Een voorbeeld van een dergelijke beperking is de aanwezigheid van een kunstwerk, zoals een duiker, of de nabijheid van wegen of bebouwing. Met de realisatie van natuurvriendelijke oevers kunnen de doelstellingen op de onderwerpen biodiversiteit, klimaatadaptatie en ecologie ingevuld worden. Het maaibeleid is gebaseerd op deze overweging en beschrijft richtlijnen die aangehouden kunnen worden bij het maaien van een watergang met dit type oever.

Pagina 20 van 39

5.3.

Domein kunstwerken

We brengen in beeld wat de technische toestand van de duikers is We vervangen of reinigen niet pro actief maar liften mee met ander werk We inspecteren alleen wanneer er zichtbaar bovengronds gebreken worden vertoond bij duikers waarvoor wij verantwoordelijk zijn voor de constructie We ruimen duikers met een falende constructie op waarbij wij alleen verantwoordelijk zijn voor het doorstroomprofiel De toename van weersextremen heeft een verandering in het belang van duikers tot gevolg. De komende jaren zal het waterafvoerende en -aanvoerende vermogen van duikers steeds meer van belang worden om de vraag van gebruikers van het watersysteem te voorzien. Bij klachten reageren we snel en laten we een aannemer de duiker reinigen zodat de doorstroming niet belemmerd wordt. We willen de komende planperiode in beeld brengen wat de technische toestand is van de duikers door een fysieke opname. Verder hebben we geen ambitie om proactief duikers te gaan vervangen of reinigen. Alleen duikers waarvan bovengronds zichtbaar is dat de constructie gebreken vertoont en de gemeente onderhoudsplichtig is voor de constructie worden geïnspecteerd. Duikers waarbij de gemeente alleen voor doorstroming onderhoudsplichtig is worden geruimd bij een falende constructie om obstructie te voorkomen.

5.4.

Domein oppervlaktewater

We beheren oppervlaktewateren vanuit functie We gaan meer gedifferentieerd maaien. Niet altijd de volledige watergang en oever, waar het kan laten we voor flora en fauna blokken staan Maaisel en bagger wordt waar het kan op de kant van aangrenzende grondeigenaren gezet We volgen de baggerplanning van het waterschap en baggeren cyclisch Bij het uitmaaien van watergangen wordt de Fishprotector ingezet. Oppervlaktewater gaan we beheren vanuit functie. Bij iedere functie past een specifiek beheertype. Dat houdt in dat alle watergangen binnen de gemeente een duiding krijgen. In bijlage 5 zijn de functies toegelicht en voorzien van functie-eisen. Naast functioneel stadswater of agrarisch water kunnen zo functies worden toegevoegd door het beheerregime meer specifiek te maken. Water voor natuur kent bijvoorbeeld een ander maaibeleid dan agrarisch water waar een hoge aan- of afvoer noodzakelijk is. We gaan binnen onze gemeente de wateren zo functies geven. Landeigenaren hebben een ontvangstplicht voor baggerspecie en maaisel uit aangrenzende watergangen (vastgelegd in artikel 5.23 lid 2 van de Waterwet (2009)). Ten behoeve van de relatie met de landeigenaren is het wenselijk samen te werken om zo een effectieve invulling aan het onderhoud te geven. Voor de werkzaamheden in watergangen waar de gemeente onderhoudsplicht heeft geldt vaak dat de erfgrens halverwege de watergang ligt.

Daarom gelden binnen West Betuwe de volgende uitgangspunten:

Pagina 21 van 39

 

De gemeente organiseert het maaien en baggeren voor de gehele watergang en de werkzaamheden worden in opdracht van de gemeente uitgevoerd. Het maaisel en/of baggerspecie van de volledige watergang op de kant van aangrenzende perceeleigenaar gezet en verwerkt door de perceeleigenaar.

Als ontvangst van baggerspecie of maaisel niet mogelijk is op aangrenzende grond biedt de gemeente de mogelijkheid afvoer af te kopen. De exacte uitwerking hiervan wordt uiteengezet in de gespecificeerde bestekken die opgesteld worden naar aanleiding van het voorliggende beleids- en beheerplan.

5.4.1. Profiel De gemeente is verantwoordelijk voor de baggerwerkzaamheden van B- en C-watergangen waar zij aangelande is en sluit bij de uitvoering van deze werkzaamheden aan bij het waterschap Rivierenland. Het waterschap is momenteel de eigen baggerstrategie aan het herijken. Vanaf 2023 wijzigt de baggerplanning vermoedelijk. Het waterschap hanteert vanaf dat moment niet langer een vaste baggercyclus met een herhalingstijd van 15 jaar maar brengt meer differentiatie aan in het baggerwerk. Het moment van diepteschouw, de controle of een watergang nog aan de vereiste afmetingen voldoet, blijft wel periodiek. Daarvoor hanteren we ook in de komende planperiode de baggergebieden uit onderstaande figuur waarin het indicatieve baggerjaar is weergegeven (jaar van diepteschouw uit planning waterschap +15 jaar). De baggergebieden geven houvast en verdelen de gemeente in behapbare projecten.

Figuur 20: Baggerplanning op hoofdlijnen. Baggerwerken dienen in het vermelde jaar verricht te zijn.

5.4.2. Vegetatie In de keur en legger is bepaald bij wie het maaien van bermen, oevers en watergangen rust. De gemeente voert daarom jaarlijks gestructureerd maaionderhouden uit aan bermen, oevers en watergangen om zo overwoekering door begroeiing tegen te gaan. Deze vorm van beheer valt onder de noemer dagelijks onderhoud. Middels een meerjarenprogramma wordt hier op een planmatige wijze invulling aan gegeven. Het maaibeleid heeft invloed op de beeldkwaliteit. In West Betuwe is het streven om oevers en watergangen op niveau B uit de beeldkwaliteitsmeetlat te maaien in bebouwde kom en op C-niveau buiten bebouwde kom. Pagina 22 van 39

Volgens traditioneel beleid dient ten minste iedere watergang voldoende gemaaid te zijn. Voldoende is in dit geval aan de hand van de maatstaven zoals deze geformuleerd zijn door het waterschap. Het waterschap beoordeelt met een schouw of de watergangen voldoen aan de keur. In de praktijk blijkt deze opgave niet duurzaam en niet bevorderlijk voor de biodiversiteit. Bij jaarlijks schonen van watergang en oever verdwijnen alle holle stengels, zaden en leefruimte voor insecten, vogels en overige dieren langs en in het water. Daarom willen we specifieker gaan werken en kiezen we voor een maaibeleid met meer oog voor biodiversiteit. Komende planperiode willen we binnen West Betuwe werken naar een situatie waarin we binnen 20% van het areaal aan de slag zijn met zogenaamd blokmaaien, zie bijlage 4. Hierbij maaien we de oever deels niet. Speciaal aandachtspunt in het maaien van de watergangen zijn overgangssituaties waar het waterschap watergangen maait en de gemeente droge oevers maait. Deze oevers worden bij implementatie van het beleidsplan specifiek ingevoerd in het maaiareaal. Bij de maaiwerkzaamheden is het van belang om rekening te houden met beschermde soorten in het gebied. Daarom willen we oevers en watergangen knippen met de maaikorf en niet klepelen. Klepelen heeft een grote impact op de biodiversiteit rond de watergangen.

Vegetatie die vrijkomt bij maaiwerkzaamheden laten we minimaal 48 uur liggen alvorens het geruimd wordt om fauna de kans te geven terug in het water te komen. Om te voorkomen dat fauna wordt meegenomen uit de watergang wordt de Fishprotector ingezet. Hierbij wordt met lichtflitsen geprobeerd vissen te verjagen alvorens ze opgeschept worden met de maaikorf. Naast maaien is het van belang rekening te houden met het bestrijden van vuil en het effect van vuil op de waterkwaliteit. In bijlage 2 zijn de eisen op het gebied van slootvuil weergegeven op de beeldkwaliteitsmeetlat. Slootvuil is een breed begrip, zoals af te lezen in bijlage 2 is er een onderscheid gemaakt tussen waterdrijfvuil in het water, waterdrijfvuil tegen de oever, zwerfafval op de oever en zinkvuil.

5.5.

Meekoppelkansen

We werken klimaatadaptief en maken meer ruimte voor water(afvoer) We maken werk van biodiversiteit door hier meer aandacht aan te geven We werken circulair en benutten waar mogelijk herbruikbaar materiaal Onze werkwijzes digitaliseren we voor een effectief en efficiënt beheer Het beleids- en beheerplan watergangen is een integraal beheerplan. Hierbij wordt naast de te beheren objecten zelf ook rekening gehouden met de functies (bebouwing, natuur, recreatie) in het beheergebied. Integraal waterbeheer kenmerkt zich door de samenhang met de omgeving en de invulling van meekoppelkansen met andere beleidsvelden. Gezien de ambities van de gemeente West Betuwe, de watervisie 2050 en de omgevingsvisie van Gelderland, zal er bij de invulling van meekoppelkansen extra aandacht zijn voor klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit. Klimaatadaptatie Een van die speerpunten op het regionale niveau van West-Betuwe in het beheer van de openbare ruimte is klimaatadaptatie. In de omgevingsvisie van Gelderland staat de volgende ambitieuze ambitie beschreven:

Pagina 23 van 39

de provincie wil in 2050 optimaal beschermd zijn en mee kunnen bewegen met een veranderend klimaat. Klimaatbestendig werken is een voorwaarde voor de provincie in de samenwerking met anderen. Ook de koepelnota integraalbeheer openbare ruimte (IBOR) geeft duurzaamheidsambities in de vorm van klimaatadaptieve maatregelen ruim baan. ‘West Betuwe houdt bij het beheer van de openbare ruimte rekening met klimaatverandering. De gemeente investeert in ‘droge voeten’ om wateroverlast te minimaliseren. Initiatieven met betrekking tot duurzaamheid en klimaatadaptatie krijgen binnen de gemeente speciale aandacht. ’Met betrekking tot de streefbeelden en de functies van het waterschap bieden de beschreven ambities concrete handvatten om te zoeken naar meekoppelkansen en andere aangrijpingspunten om deze doelstellingen te realiseren. Een voorbeeld hiervan is het realiseren van flauwere natuurvriendelijke oevers waarbinnen meer water geborgen kan worden dan bij een steil talud. Biodiversiteit Naast klimaat is er in de omgevingsvisie aandacht voor natuur- en landschapsbeleid. Verbinden en versterken zijn de sleutelwoorden op het gebied van biodiversiteit. Voor de provincie is het van belang dat natuurgebieden onderling verbonden zijn en dat de beheermaatregelen de biodiversiteit versterken (provincie Gelderland, 2018).

Watergangen zijn door de ligging tussen natuurgebieden bij uitstek geschikt om als corridor te fungeren. Een plus op het huidige beleid kan zijn te investeren in ecologisch onderzoek om zo doelmatigheid en effectiviteit van biodiversiteitsbeleid te monitoren. Circulariteit Bij werkzaamheden rond oeverbescherming en kunstwerken worden materialen gebruikt. Vanuit circulair oogpunt is voorkomen van materiaalgebruik de hoogste trede. De ambitie om waar mogelijk natuurvriendelijke oevers aan te leggen past hierbij. Daarnaast dienen toe te passen materialen herbruikbaar of duurzaam van aard te zijn, bijvoorbeeld het gebruik van gerecycled plastic als oeverbescherming. Digitalisering Het succes van het beleids- en beheerplan watergangen staat of valt bij het invulling geven aan de processen en maatregelen die hierin zijn opgenomen. Door in een digitale omgeving de processen en maatregelen te koppelen aan de afzonderlijke onderdelen, wordt inzichtelijk wat de actuele status van het onderdeel is, welk ambitieniveau hierop van toepassing is en welke processtappen of maatregelen moet worden genomen. De inzichtelijkheid die een digitale beheeromgeving biedt, maakt de vereiste aansluiting en uitwisselbaarheid met het waterschap gemakkelijker.

Daarnaast wordt door digitale informatie te verstrekken aan aannemers het proces van borging van voortgang en kwaliteit vereenvoudigd voor de eigen organisatie.

5.6.

Participatie

De gemeente West Betuwe moet rekening houden met verschillende stakeholders die invloed hebben op het dagelijks beheer. Afstemming met het waterschap speelt een sleutelrol hierin. Zo ligt de verantwoording van de waterkwaliteit en peilbeheer bij het waterschap, maar heeft de gemeente door het dagelijks beheer rondom de watergangen een directe invloed. Andere stakeholders waar mee wordt samengewerkt zijn inwoners en landeigenaren in het gebied. Daarbij wordt rekening gehouden met het verschil in onderlinge wensen en plichten van de belanghebbenden. Projecten en beheervraagstukken worden afgestemd met de belanghebbenden in de voorbereiding van een project. Voorbeeld hiervan is de ontvangstplicht bij het baggeren waarmee eigenaren van aangrenzende percelen de verantwoordelijkheid hebben om baggerspecie op hun eigen land te verwerken.

Pagina 24 van 39

Binnen functioneel beheer van watergangen is nauwelijks ruimte voor participatie. Oftewel waar wij dienen te voldoen aan maatstaven uit beleid van medeoverheden is weinig mogelijkheid hiervan af te wijken en kunnen wij inwoners en belanghebbenden nauwelijks ruimte bieden voor eigen inbreng. Wel staan we als West Betuwe open voor burgerparticipatie rondom uitvoering. Indien aanwonenden vanuit idealen zelf een natuurvriendelijk beheer vorm willen geven in een scheidingssloot staan wij dit toe mits de watergang op voor het waterschap voldoende wijze wordt beheerd. In overleggen met aanliggende grondeigenaren staan wij open voor suggesties voor lokaal beheer, en indien het binnen de kaders van het waterschap mogelijk is lokaal peilbeheer. Zo kunnen grondeigenaren in periodes van droogte met tijdelijke kerende voorzieningen langer water in watergangen vasthouden. In beginsel is toetsing van haalbaarheid en effecten op het watersysteem de verantwoordelijkheid van het waterschap, als West Betuwe ondersteunen we in beginsel dergelijke ontwikkelingen.

Figuur 21: Wijkende beschoeiing bij het Jeugdland in Deil. Hierbij hebben wij materialen ter beschikking gesteld voor vervanging en vervangt de speeltuinvereniging de beschoeiing.

Pagina 25 van 39

6. Wat gaan we doen? 6.1.

Visie op beheer

Beheer is een cyclisch proces. In bijlage 6 zijn de begrippen en werkwijzen toegelicht rond beheer en onderhoud. Een cyclus bestaat uit beleidsontwikkeling, -voorbereiding, -uitvoering en -evaluatie. Bij de evaluatie kan worden besloten om het huidige beleid te handhaven, het huidige beleid aan te passen of om nieuw beleid te formuleren. Door de invloedssfeer van het beheer van het watersysteem zijn er verscheidene documenten en instrumenten die van invloed zijn op de wijze waarop er beheerd wordt. We hebben als gemeente dus niet alle beleidsvrijheid in beheerkeuzes. Voorbeelden hiervan zijn de legger van het waterschap, beheer registers, de Keur, Integrale beheersystemen en verplichtingen vanuit het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Het doel van dit beleids- en beheerplan watergangen is het optimaliseren van het beheer en onderhoud. Optimalisatie is bereikt wanneer alle te beheren domeinen voldoen aan het gewenste ambitieniveau en functie-eisen tegen maatschappelijk verantwoorde kosten. Dit betekent dat de kosten voor het onderhoud in de loop van de jaren geen grote pieken en dalen laten zien en dat de uit te voeren maatregelen niet te laat, maar zeker ook niet te vroeg uitgevoerd worden. Kennis van de technische staat en beeldkwaliteit van het te beheren areaal is belangrijk om de juiste keuzes te maken.

Weten of de vastgelegde ambitie behaald kan worden voor het vastgestelde budget bepaald of het werken aan de hand van het beheerplan vruchten afwerpt, of dat er wellicht nog bijstelling nodig is op de uitvoering van het onderhoud of de uitgesproken ambities. Acties die worden ingezet om de strategie uit te voeren zijn in bijlage 6 verder uitgewerkt en bevatten:   

Monitoring Inspectie Onderhoud

Voor beheer en onderhoud onderscheiden we klein/dagelijks en groot onderhoud als onderhoudswerkzaamheden en vervanging als investering. Domein Watergangen Oevers

Klein/dagelijks en groot onderhoud Maaien en schonen, verwijderen van drijf-, zink- en waaivuil, baggeren Maaien en kleine herstelwerkzaamheden

Duikers

Doorstroomprofiel duikers (Reinigen)

Vervanging Vervanging beschoeiing/ herinrichting oever. Constructie duikers (vervanging/ herstel)

Tabel 2: Inschaling onderhoud en vervangingsinvesteringen

Uitgangspunt bij het opstellen van het beleids- en beheerplan is het huidig budgettair kader. Dit is de 0variant. De 0-variant is niet overal voldoende om aan de gestelde ambities te voldoen. Deels door een groter aanwezig areaal, deels door achterstanden in de technische toestand van het aanwezig areaal. Daar waar extra inzet benodigd is wordt dit in het financiële hoofdstuk aangegeven bij de kostenoverzichten.

6.2.

Algemene beheeractiviteiten

Voor een zorgvuldig en planmatig beheer zijn algemene activiteiten noodzakelijk. Hiervoor voeren wij deze planperiode de volgende activiteiten uit als 0-variant: 1: Opstellen Beleids- en beheerplan watergangen

Pagina 26 van 39

Onze ambities en de benodigde beheermaatregelen leggen we vast in een beleids- en beheerplan watergangen. Deze wordt voor 5 jaar vastgesteld door de gemeenteraad, met een doorkijk van 10 jaar, en vormt de leidraad voor het beheer en onderhoud dat via jaarplannen wordt uitgewerkt. 2: Uitwerking maatregelplannen Ieder jaar wordt een jaarplan opgesteld met daarin opgenomen de uit te voeren werkzaamheden en te nemen maatregelen in beheer en onderhoud van onze kapitaalsgoederen binnen het kader van het meerjarig beleid en financiële kaders. 3: Uitvoeren communicatie en participatie Na vaststelling in de gemeenteraad wordt actief gecommuniceerd over het vastgestelde beleid. Hierbij wordt naar aangrenzende perceeleigenaren informatie verzonden over het beleid en wat het voor perceeleigenaren betekent in de praktijk. Daarnaast vindt gedurende de planperiode participatie plaats op maatwerkniveau, met name bij projecten. Hiertoe zijn reeds budgetten intern vastgelegd in het kader van gebiedsgericht werken. 4: Implementatie beleid in organisatie Beheren vanuit functies met gedifferentieerde onderhoudsvormen vraagt om een goede borging binnen de organisatie. Eenmaal goed ingeregeld maakt dit het beheer specifiek en zorgt het voor meerjarige continuïteit.

Na vaststelling van de in dit plan opgenomen uitgangspunten wordt het beleid verder uitgewerkt zodat watergangen op functie onderhouden kunnen worden. Voor de implementatie van het plan is eenmalig een capaciteitsuitbreiding op basis van inhuur nodig waarmee het planmatig beheer vormgegeven kan worden. Onderdeel van de implementatie is het vullen van het gemeentelijk beheerpakket GBI. Hierin zijn paspoorten aanwezig die aan objecten gekoppeld kunnen worden. Deze paspoorten bevatten informatie over het areaal. Het voorgestelde beheer kan hierin gekoppeld worden. 5: Aansturing beheer en onderhoudsprojecten naar realisatie Vanuit maatregelplannen worden opdrachten verstrekt aan team realisatie om bepaalde activiteiten uit te voeren in werken. De adviseur beleid en beheer beschrijft het beoogde doel en de maatregelen waarbij team realisatie zorgt voor de uitvoering. Na opdrachtverlening blijft de adviseur aangehaakt tot afronding van het project.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/415/documents/9132