CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-132 Bijlage 3 Buitengebied 2018 Toelichting.pdf

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 12: Voorstel tot vaststelling zienswijzennota en gewijzigde vaststelling Ontwerp Bestemmingsplan “Buitengebied Geldermalsen 2018”15.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De wet geurhinder en veehouderij beoordeelt een voormalige agrarische bedrijfswoning binnen een woonbestemming (mits het bedrijf na 19 maart 2000 is gestopt) op eenzelfde manier als een bedrijfswoning van een naastgelegen boerderij. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen het bouwen binnen en buiten het bouwvlak. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen toegestaan. Ook is binnen het bouwvlak het plaatsen en het geplaatst houden van teeltondersteunende voorzieningen mogelijk. Buiten het bouwvlak zijn de bouwmogelijkheden beperkter. Teeltondersteunende voorziening buiten het bouwvlak zijn alleen in combinatie met fruitboomgaarden nodig. In sommige deelgebieden (open gebieden) zijn ze uitgesloten en in andere deelgebieden alleen op basis van een afwijkingsregel. Verder zijn buiten het bouwvlak erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken voor extensieve dagrecreatie toegelaten. Voor bestaande agrarische veldschuren buiten het bouwvlak zijn specifieke bouwregels van toepassing. Maatvoering Voor de maatvoering van agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen is in het plan uitgegaan van de geldende maximale maten: een bouwhoogte van 10 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt. De onderlinge afstand tussen gebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m, dan wel niet meer dan de bestaande afstand indien deze meer bedraagt.

De inhoudsmaat van agrarische bedrijfswoningen op het bouwperceel is in het bestemmingsplan 750 m³. Dit is een verruiming ten opzichte van het geldende bestemmingsplan Buitengebied, waarin de inhoud maximaal 600 m3 bedraagt. Indien de huidige legale omvang groter is dan 750 m³ dan wordt uitgegaan van de bestaande vergunde situatie. Bedrijfswoning Bedrijfswoning(en) zijn meegenomen binnen de agrarische bedrijfsbestemming. Een bedrijfswoning is in het algemeen noodzakelijk voor een goede agrarische bedrijfsvoering. Gezien de huidige technische

26

bestemmingsplan Buitengebied 2018

ontwikkelingen bij agrarische bedrijven is de noodzaak voor een tweede bedrijfswoning steeds moeilijker aan te tonen. Daarnaast is het doel van de provinciale omgevingsvisie om verdere verstening van het buitengebied tegen te gaan. Ook worden de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden hierdoor beschermd. Onverkort het voorgaande bevat het bestemmingsplan wel een afwijkingsbevoegdheid voor het bouwen van een tweede dienstwoning. Er dient te worden aangetoond dat de bedrijfswoningen uit het oogpunt van het functioneren van het agrarisch bedrijf noodzakelijk zijn. Met name bij het verzorgen van vee kan deze noodzaak immers nog aanwezig zijn. Uitbreiding veehouderijen - stikstof In het bestemmingsplan is een maatregel opgenomen om te garanderen dat geen negatieve effecten in Natura 2000-gebieden optreden en dan met name ten aanzien van de stikstofdepositie ten gevolge van veehouderijen. Uitbreiding van de veestapel is alleen mogelijk als dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op de maatgevende stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Dit verbod geldt niet als gebruik kan worden gemaakt van de PAS-regeling (Programma Aanpak Stikstof). Daarbij moet de actueel geldende grenswaarde van de PAS-regeling in acht worden genomen. Hiertoe is een regel opgenomen, die bestaat uit twee onderdelen: 1.

de ammoniakemissie mag per bedrijf niet meer bedragen dan in de huidige situatie, zijnde de feitelijke en planologisch legale situatie; 2. enige toename van de emissie is toegestaan, mits de hiermee gepaard gaande depositie in Natura 2000-gebieden onder de drempelwaarden van het PAS blijft (0,05 mol c.q. 1 mol). De feitelijke en planologisch legale situatie wordt gedefinieerd als: - een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7 lid 5 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming; - indien een dergelijke vergunning of melding ontbreekt, dan geldt de bestaande (planologisch legale) activiteit en de daarbij behorende stikstofemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande (planologische legale) activiteit wordt veroorzaakt. Voor de in en rondom de gemeente Geldermalsen gelegen PAS-gebieden moet worden uitgegaan van een grenswaarde van 0,5mol/ha/jr.. Hoeveel deze 0,5mol/ha/jr. betekent voor de uitbreidingsmogelijkheden per bedrijf in aantal dieren, is sterk afhankelijk van de beoogde ontwikkeling (soort dieren/stalsysteem) en de locatie.

De ontwikkelingsruimte van het PAS mag alleen worden gebruikt bij projecten, in een bestemmingsplan kan deze ontwikkelingsruimte niet worden opgenomen maar kan wel naar worden verwezen. Het kan voorkomen dat tussentijds de grenswaarden voor bepaalde PAS-gebieden aangepast worden. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Vergroten en veranderen agrarische bouwvlakken In lijn met de gemeentelijke visie op het landelijk gebied is de regelgeving in het bestemmingsplan gericht op het in stand houden van de landbouw, in het bijzonder de grondgebonden landbouw. Een grondgebonden veehouderij betreft een veehouderijbedrijf dat in de omgeving van de bedrijfsgebouwen voldoende cultuurgrond in gebruik heeft om voor meer dan 50% te kunnen voorzien in de voerbehoefte. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak tot maximaal 2 ha of het veranderen van een bouwvlak van een grondgebonden bedrijf.

Verruiming van bouwvlakken is mogelijk, onder de volgende voorwaarden: de noodzakelijkheid voor de continuïteit of ontwikkeling van het bedrijf is door middel van een advies van een onafhankelijke agrarische deskundige aangetoond; de waardevolle landschapselementen blijven behouden; de breedte van het bouwvlak langs de weg bedraagt niet meer dan 150 m; geen aantasting van de waterhuishoudkundige situatie; het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt niet aangetast; sprake is van een grondgebruiksplan; landschappelijk ingepast.

27

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij' kan het bouwvlak niet worden verruimd. Hiervoor moet de gemeente eerst beleidsregels vaststellen in het kader van het Plussenbeleid zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland. Los van de bepalingen uit het bestemmingsplan geldt op dit moment ook een (tijdelijk) uitbreidingsverbod voor de geitenhouderij, een en ander zoals is vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland. De mogelijkheden zijn in onderstaande tabel weergegeven: Type bedrijf

Verruiming

Omschakeling naar Nieuwvestiging ander type bedrijf

Grondgebonden agrarisch bedrijf

+ via wijziging naar 2 ha

-

Niet grondgebonden agrarisch bedrijf

-

Omschakelijk naar een grondgebonden veehouderij is bij recht toegestaan.

- = niet toegestaan + = onder voorwaarden mogelijk Het plan biedt geen mogelijkheden voor nieuwvestigingen van agrarisch bedrijven. Overig glastuinbouw Het plangebied is volgens de provinciale verordening gelegen in zone 'Overig glastuinbouw'. Dit betekent dat glastuinbouwbedrijven de mogelijkheid wordt geboden de glasopstand éénmalig uit te breiden met maximaal 20% van de op 29 juni 2005 bestaande omvang van de glasopstanden. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden een eenmalige vergroting mogelijk te maken van het bouwvlak ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw', tot maximaal 20% van de bestaande glasopstand. Actualisatie verordening/ Gelders Plussenbeleid Op 1 maart 2017 hebben Provinciale Staten het Gelders Plussenbeleid vastgesteld. Via het Gelders Plussenbeleid wordt aan agrarische ondernemers meer ruimtelijke mogelijkheden geboden, mits voldaan wordt aan de Plussen uit voornoemd Gelders beleid. Vooralsnog is geen gemeentelijk beleid opgesteld op dit punt. Om die reden is in het bestemmingsplan geen ruimte voor de uitbreiding van de niet-grondgebonden veehouderijbedrijven.

Plattelandswoning Het bestemmingsplan bevat een regeling om via een afwijkingsbevoegdheid de bewoning van een agrarische voormalige bedrijfswoning door burgers mogelijk te maken (plattelandswoning), mits sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Een plattelandswoning komt in beeld bij voormalige agrarische bedrijfswoningen die zijn afgesplitst van het nog wel in werking zijnde agrarische bedrijf. De bewoners van die woning hebben geen functionele binding meer met het agrarische bedrijf (feitelijk is dan sprake van een strijdig gebruik). Het alsnog toekennen van een reguliere woonbestemming zou tot gevolg hebben dat het agrarische bedrijf via de milieuregelgeving in de bedrijfsvoering wordt belemmerd. Als alternatief kan de status plattelandswoning worden toegekend. De woning blijft dan als bedrijfswoning deel uitmaken van het agrarische bouwperceel, maar de woning mag wel door derden worden bewoond, mits sprake is van een gezond en veilig leefmilieu. De woning wordt dan bij toepassing van de milieuregelgeving (o.a Wet geurhinder en veehouderij) aangemerkt als zijnde nog een onderdeel van het agrarische bedrijf. Het is niet de bedoeling om via deze weg het afscheiden van agrarische bedrijfswoningen te stimuleren. Ook moet worden voorkomen dat in een later stadium alsnog weer een nieuwe agrarische bedrijfswoning

28

bestemmingsplan Buitengebied 2018

wordt toegewezen. Huisvesting seizoenarbeiders Op een agrarisch bouwlak is bij recht de huisvesting van tijdelijke medewerkers binnen de bedrijfsgebouwen mogelijk. De voorkeur gaat daarbij uit naar permanente voorzieningen in de bedrijfsgebouwen. Als alternatief is er voor de gronden bestemd als 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' een afwijkingsbevoegdheid voor tijdelijke woonunits op het erf. De voorwaarden opgenomen in de afwijkingsbevoegdheid komen in essentie voort uit eerder in regionaal verband opgestelde beleidskaders.

3.4.3.2 Bedrijf BESTEMMINGSOMSCHRIJVING In het buitengebied komen diverse niet-agrarische bedrijven voor. Deze bedrijven liggen verspreid in het plangebied. De bedrijven hebben soms een binding met de agrarische sector (bijv. een agrarisch loonbedrijf). Het kunnen ook bedrijven zijn die vanwege de ruimtelijke of milieuhygiënische uitstraling niet thuishoren in de bebouwde kom, bijvoorbeeld een dierenpension of een hoveniersbedrijf. Daarnaast zijn er bedrijven die feitelijk thuishoren op een bedrijventerrein, bijvoorbeeld een aannemersbedrijf. Ondernemers hebben deze bedrijven op deze locatie geleidelijk aan ontwikkeld. Enkele bedrijven hebben zich inmiddels tot een behoorlijke omvang ontwikkeld en genereren veel verkeersbewegingen. Onverkort behouden de ondernemers het recht in het bestemmingsplan hun bedrijf er in de huidige omvang voort te zetten. De niet-agrarische bedrijven in het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Bedrijf'. Binnen het plangebied zijn toegestaan: aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aan het buitengebied gebonden'; aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven en niet aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - niet aan het buitengebied gebonden'.

In het plan is een bijlage opgenomen waarin de toegestane milieucategorieën per adres zijn weergegeven. BOUWREGELS In de bouwregels zijn de opgebouwde rechten gehandhaafd. De bestaande toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen is gehandhaafd en per adres opgenomen in voorgenoemde bijlage. Voor de maatvoering van agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen is in het plan uitgegaan van de geldende maximale maten: een bouwhoogte van 10 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt. Bedrijfsgebouwen worden voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 10°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt. De inhoudsmaat van bedrijfswoningen op het bouwperceel is in het bestemmingsplan 750 m³. Indien de huidige legale omvang groter is dan 750 m³ dan wordt uitgegaan van de bestaande vergunde situatie. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Uitbreidingsmogelijkheden niet-agrarische bedrijven De gemeente handhaaft de bestaande bouwrechten van niet-agrarische bedrijven. Voor de bedrijven in het buitengebied is bepaald welke ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan kunnen worden geboden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ontwikkelingsmogelijkheden.

Ontwikkelingsmogelijkheden via afwijking en wijziging Aan het buitengebied gebonden niet-agrarische Via afwijking: 20 % van de bij recht maximale bedrijven toegestane oppervlak aan gebouwen mag worden uitgebreid tot maximaal 500 m2 . Via wijziging: Vormverandering en vergroting van het bouwvlak tot en met 10% van de bij recht maximale toegestane oppervlak bouwvlak.

29

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Niet aan het buitengebied niet-agrarische bedrijven

gebonden Via afwijking: 10 % van de bij recht maximale toegestane oppervlak aan gebouwen mag worden uitgebreid tot maximaal 350 m2 . Via wijziging vormverandering van het bouwvlak

Een kleinschalige uitbreiding via een afwijkings- of een wijzigingsbevoegdheid van niet-agrarische bedrijven moet mogelijk zijn, mits voldaan is aan enkele voorwaarden, waaronder het leveren van een bijdrage aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied. Het landschap stelt eisen aan de vormgeving van de gewenste functie. Dat geldt enerzijds de bebouwing en anderzijds de wijze waarop deze landschappelijk wordt ingepast, dan wel een bijdrage levert aan de kwaliteit van het landschap in bredere zin. Nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied sluit de gemeente in principe uit. Deze bedrijven horen in het buitengebied niet thuis, maar zijn aangewezen op bestaand bedrijventerrein. Alleen via toepassing van het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing is onder voorwaarden (o.a. sloop overtollige gebouwen, maximale omvang bedrijf is beperkt) vestiging van een dergelijk bedrijf mogelijk. De versterking van de kwaliteit van het landschap vindt daarbij bij voorkeur plaats op de locatie zelf, bijvoorbeeld in de vorm van de sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de aanleg en aanplant van erfbeplanting, het herstellen en opwaarderen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en/of structuren of de aanleg van recreatieve paden.

Andere bedrijfsvoering In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen aan het buitengebied gebonden bedrijven en niet aan het buitengebied gebonden bedrijven. In het plan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om van bedrijfsvoering te veranderen. Bij omgevingsvergunning kan een niet-agrarisch bedrijf worden gewijzigd in een ander niet agrarisch bedrijf, mits de bedrijfsactiviteten zijn opgenomen in categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Bedrijven uit milieucategorie 3 en meer uit de bedrijvenlijst conform de uitgave Bedrijven en Milieuzonering van het VNG zijn uitgesloten. Onder strikte voorwaarden is een regeling opgenomen om, via een algemene wijzigingsbevoegdheid, functieverandering mogelijk te maken van een agrarisch bouwvlak naar een bedrijvenbestemming. 3.4.3.3 Bedrijf - Nutsvoorziening BESTEMMINGSOMSCHRIJVING In het plangebied is aan een aantal voor nutsvoorzieningen bestemde percelen de bestemming 'Bedrijf Nutsvoorziening' toegewezen. Door middel van functieaanduidingen is aangegeven welke functies ter plaatse zijn toegestaan. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is uitgegaan van de bestaande oppervlakte en bestaande bouwhoogte. Door middel van een afwijkingsbevoegdheid kan de bestaande toegestane oppervlakte onder voorwaarden met maximaal 20% worden vergroot.

3.4.3.4 Bedrijf - Windturbine BESTEMMINGSOMSCHRIJVING De windturbines van windpark Deil zijn deels gelegen binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Deze gronden zijn bestemd als 'Bedrijf - Windturbine'. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is uitgegaan van de bepalingen in het bestemmingsplan Windpark Deil, zoals vastgesteld door de raad op 13 juli 2017 (identificatienummer NL.IMRO.0236.BUIwindparkdeil-VSG1). In de bouwregels wordt onderscheid gemaakt tussen: windturbines; compacte transformatorstations; schakel-/inkoopstations; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

30

bestemmingsplan Buitengebied 2018

3.4.3.5 Cultuur en Ontspanning BESTEMMINGSOMSCHRIJVING In het plangebied is aan de voor cultuur en ontspanning bestemde percelen van landgoed Mariënwaerdt de bestemming 'Cultuur en Ontspanning' toegewezen. Door middel van functieaanduidingen is aangegeven welke functies ter plaatse zijn toegestaan. Verschillende functies, zoals de aanwezige woningen, zijn specifiek aangeduid. BOUWREGELS De bouwregels in het plan zijn toespitst op de functie die ter plaatse van de functieaanduiding is toegestaan. In het bestemmingsplan is in principe uitgegaan van de bestaande oppervlakte en bestaande bouwhoogte. Ten behoeve van zalenverhuur is uitbreidingsruimte tot 10% van de bestaande toegestane oppervlakte geboden. 3.4.3.6 Gemengd BESTEMMINGSOMSCHRIJVING De gronden van het fort van Asperen zijn bestemd als 'Gemengd'. Op deze gronden zijn de functies educatie en ontspanning toegestaan. Het behoud en herstel van cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden is van belang. Door middel van functieaanduidingen is aangegeven welke functies mede zijn toegestaan. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is uitgegaan van de bestaande oppervlakte en goot- en bouwhoogte. 3.4.3.7 Horeca BESTEMMINGSOMSCHRIJVING De bestemming 'Horeca' is opgenomen ten behoeve van horeca en detailhandel en één bedrijfswoning.

Onderscheid is gemaakt tussen de verschillende categorieën van horeca, zoals opgenomen in de begrippenlijst. De op Heerlijkheid Mariënwaerdt bij de horeca (o.a. pannenkoekenhuis de Stapelbakker) aanwezige landgoedwinkel is aanvullend aangeduid met 'detailhandel'). BOUWREGELS In de regels is per situatie aangegeven hoeveel bebouwing voor de horeca-activiteiten aanwezig mag zijn. Voor de functie detailhandel wordt in principe uitgegaan van de bestaande oppervlakte met aanvullend een uitbreidingsruimte van 10%. 3.4.3.8 Maatschappelijk BESTEMMINGSOMSCHRIJVING In het plangebied komen verschillende maatschappelijke functies voor. Zo ligt er ten oosten van de kern Deil en ten oosten van Tricht een begraafplaats en ten oosten van Geldermalsen aan de Tielerweg 39 staat een kerk. Verder staat aan de Tielerweg een zorginstelling die binnen deze bestemming is gebracht. Voor de bestaande maatschappelijke functies zijn de geldende rechten door middel van functieaanduidingen gehandhaafd. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is in principe uitgegaan van de bestaande oppervlakte en bestaande bouwhoogte. De bouwregels in het plan zijn toespitst op de functie die ter plaatse van de functieaanduiding is toegestaan. Door middel van een afwijkingsbevoegdheid kan de bestaande toegestane oppervlakte met maximaal 10% worden vergroot.

ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN De bestaande functies hebben een beperkte uitbreidingsruimte. Nieuwe maatschappelijke functies zijn uitsluitend toegestaan, voor zover deze zich ontwikkelen als een nevenactiviteit bij of als een vorm van functieverandering op een agrarisch bedrijf. 3.4.3.9 Natuur BESTEMMINGSOMSCHRIJVING

31

bestemmingsplan Buitengebied 2018

In de bestemmingsomschrijving is begrepen: het behoud, herstel en ontwikkeling van de natuur- en landschappelijke alsmede cultuurhistorische waarden in onder andere de volgende natuur- en bosgebieden: a. Lingegebied & Diefdijk-Zuid met verschillende landschapselementen zoals kommen, oeverwallen, dijken, veenweidegebieden, grienden en boomgaarden. Het natuurgebied kent ook verschillende natuurwaarden zoals de grienden, kleine elzenbroekbosjes, moerasruigten, grote zeggenmoerassen en diverse typen water- en verlandingsvegetaties. b. Middenloop Linge met hoge natuurwaarden. Hier bevinden zich vele recreatieve Lingelandjes, landgoederen Mariënwaerdt en Noordenhoek . c. het natuurgebied De Regulieren, bestaande uit oude komkleigronden met bloemrijke graslanden, populierenbossen, wilgengrienden en een eendenkooi. d. Lage Veld met ooibossen, weteringen, graslanden en (voormalige) eendenkooien. de instandhouding en ontwikkeling van voorkomende dan wel aan de gronden eigen natte landschapsen natuurwaarden, met uitzondering van de gronden die zijn aangegeven met ‘niet nat natuur- en bosgebied’. Het gebruiken van gronden ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en stacaravans voor dag en/of verblijfsrecreatieve doeleinden is uitgesloten, tenzij ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - kampeermiddel' is opgenomen.

BOUWREGELS Het plan bevat voor de bestemming 'Natuur' beperkte bebouwingsmogelijkheden. Het bouwen van gebouwen is in beginsel niet toegestaan. Bestaande kooikerhuisjes zijn wel toegestaan. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Het bestemmingsplan bevat beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen om een omgevingsvergunning onder voorwaarden te kunnen verlenen voor het uitvoeren verschillende werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. 3.4.3.10 Recreatie - Dagrecreatie BESTEMMINGSOMSCHRIJVING Het buitengebied is van belang voor dagrecreatief medegebruik. Ten behoeve van het uilen- en dierenpark en kanoverhuur is de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' opgenomen. Het uilen- en dierenpark met kleinschalige horeca en één bedrijfswoning is nader aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - uilenpark'. Kanoverhuur is nader aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kanoverhuur'. Ook de volkstuinen zijn ondergebracht in de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie'. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is in principe uitgegaan van de bestaande oppervlakte en bestaande bouwhoogte. De bouwregels in het plan zijn toespitst op de voorziening die ter plaatse van de functieaanduiding is toegestaan.

ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Het bestemmingsplan bevat beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. In het bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de bestaande oppervlakte van gebouwen met maximaal 25% te vergroten. Daarnaast bevat het plan een algemene wijzigingsbevoegdheid om extensieve dagrecreatie uitsluitend toe te staan als een vorm van functieverandering op een agrarisch bedrijf. Extensieve dagrecreatie betreft die vormen van openluchtrecreatie, waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn fietsen en wandelen. 3.4.3.11 Recreatie - Verblijfsrecreatie Er zijn twee verblijfsrecreatieve bestemmingen opgenomen in dit bestemmingsplan. De bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie betreft kleinschalige recreatieve voorzieningen. De bestemming Recreatie Verblijfsrecreatie 2 betreft een tweetal recreatieterreinen. BESTEMMINGSOMSCHRIJVING Recreatie - Verblijfsrecreatie

32

bestemmingsplan Buitengebied 2018

De verblijfsrecreatieve functies binnen het plangebied zijn voorzien van een functieaanduiding. Ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie', aan de Veerdam bij Gellicum, zijn per perceel maximaal twee recreatieve verblijfsvoorzieningen toegestaan in de vorm van kampeermiddelen en stacaravans. Daarnaast is één recreatiewoning voorzien van de aanduiding 'recreatiewoning' en een pension (De Neust) en één bedrijfswoning is voorzien van de aanduiding 'pension'. Permanente bewoning van bebouwing is niet toegestaan. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is in principe uitgegaan van de bestaande oppervlakte en bestaande bouwhoogte. De bouwregels in het plan zijn toespitst op de voorziening die ter plaatse van de functieaanduiding is toegestaan. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Het bestemmingsplan bevat beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. Het plan bevat uitsluitend een algemene wijzigingsbevoegdheid om extensieve verblijfsrecreatie uitsluitend toe te staan als een vorm van functieverandering op een agrarisch bedrijf. Extensieve verblijfsrecreatie betreft die vormen van recreatie gericht op verblijf buiten de eigen woning, waarbij ten minste één overnachting plaats vindt in een recreatief nachtverblijf en waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn kampeerboerderijen en pensions.

3.4.3.12 Recreatie - Verblijfsrecreatie 2 BESTEMMINGSOMSCHRIJVING Het recreatieterrein Betuwestrand aan de A. Kraalweg en de camping op het perceel A. Kraalweg 42 te Beesd zijn bestemd als 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 2'. De verblijfsrecreatieve functies binnen het plangebied zijn voorzien van een functieaanduiding. BOUWREGELS De bouwregels in het plan zijn toespitst op de voorziening die ter plaatse van de functieaanduiding is toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'groen' zijn geen gebouwen toegestaan. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Het bestemmingsplan bevat beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. Het plan bevat uitsluitend een afwijkingsbepaling om een extra bedrijfswoning toe te staan. 3.4.3.13 Sport BESTEMMINGSOMSCHRIJVING De sportterreinen in het plangebied zijn bestemd als 'Sport'. BOUWREGELS In het bestemmingsplan is uitgegaan van de bestaande oppervlakte en bestaande bouwhoogte van gebouwen. Daarnaast mogen bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van palen en masten niet meer mag bedragen dan 6 meter. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Het bestemmingsplan bevat beperkte ontwikkelingsmogelijkheden.

In het bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de bestaande oppervlakte van gebouwen met maximaal 25% te vergroten en een afwijkingsbevoegdheid om de bestaande goot- en bouwhoogte met maximaal 25% te vergroten. 3.4.3.14 Verkeer en Verkeer - Railverkeer VERKEER De gemeente Geldermalsen wordt ontsloten door een aantal wegen van lokale en bovenlokale betekenis. Niet alle wegen vervullen eenzelfde functie. In de bestemming 'Verkeer' zijn de wegen uit het plangebied opgenomen. De bestemming 'Verkeer' is voorzien van een flexibele regeling. Concreet betekent het voorgaande dat ook fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bermen en beplanting, straatmeubilair, waterlopen en waterpartijen, oeververbindingen (bruggen), kunstwerken, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en

33

bestemmingsplan Buitengebied 2018

geluidwerende voorzieningen en andere voorzieningen onderdeel zijn van de bestemming. De A2 en de A15 zijn van nationale betekenis; deze wegen doorsnijden de gemeente in noord-zuid respectievelijk oost-west richting. De A15 heeft twee rijbanen met elk 2 rijstroken. De A2 heeft twee rijbanen met elk 4 rijstroken. De provinciale N327 en de N833 (Rijksstraatweg) hebben een regionale ontsluitingsfunctie. De oost-west lopende N327 vormt de verbinding tussen de verschillende dorpen in de gemeente. De overige wegen vervullen een lokale functie. In het bestemmingsplan is de regeling opgenomen dat van de A2 het aantal rijstroken ten hoogste 4 mag bedragen, waarbij de op- en afritten en vluchtstroken niet zijn meegerekend. Van de overige wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste 2 bedragen. In de bouwregels is de maatvoering van de bebouwing opgenomen. Enkel gebouwen ten behoeve van verkooppunten voor motorbrandstoffen ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' zijn toegestaan binnen de bestemming 'Verkeer'. VERKEER - RAILVERKEER De gemeente Geldermalsen wordt doorsneden door twee spoorwegen. De spoorweg Utrecht 's-Hertogenbosch vormt een belangrijke bovenregionale verbinding; de spoorweg Dordrecht - Tiel is vooral van regionale betekenis. De Betuwelijn ligt ten noorden van de A15. In het plangebied loopt het tracé parallel aan de A15.

Ten westen van Meteren sluit de Betuwelijn aan op de spoorweg Utrecht 's-Hertogenbosch. De spoorwegen en de Betuwelijn zijn opgenomen in de bestemming 'Verkeer - Railverkeer'. Ook de regeling voor de bestemming 'Verkeer – Railverkeer' is voorzien van een flexibele regeling. Naast spoorwegen en spoorwegovergangen zijn ook bermen en beplanting, waterlopen en waterpartijen, oeververbindingen (bruggen), kunstwerken, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en geluidwerende voorzieningen en andere voorzieningen onderdeel van de bestemming. Op de gronden bestemd als 'Verkeer - Railverkeer' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. De inhoud van een gebouw bedraagt maximaal 75 m3 . 3.4.3.15 Water BESTEMMINGSOMSCHRIJVING In de gemeente Geldermalsen ligt rivier De Linge en hierlangs ligt een regionale waterkering die op sommige plekken samenvalt met de zogenaamde C-waterkering Diefdijklinie. De aanwezige hoofdwatergangen, namelijk de rivier de Linge en de A-watergangen, en waterkeringen in het plangebied zijn bestemd tot 'Water'. BOUWREGELS Binnen de bestemming 'Water' zijn gebouwen niet toegestaan. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde,toegestaan. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 1,5 m. ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN Het bestemmingsplan maakt geen grootschalige nieuwe bebouwing mogelijk.

Er is een afwijkingsbevoegheid opgenomen voor nieuwe steigers en/of aanmeerpalen ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen. 3.4.3.16 Wonen BESTEMMINGSOMSCHRIJVING Het buitengebied is al lang niet meer alleen het domein van de agrarische sector. Veel woningen worden bewoond door niet-agrariërs. De woningen in het plangebied worden gehandhaafd en krijgen de bestemming 'Wonen'. Per bestemmingsvlak is ten hoogste 1 woning toegestaan, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is weergegeven. Naast de woonfunctie is ook aan huis verbonden beroep toegestaan. Voor een aan huis verbonden beroep gelden specifieke gebruiksregels. Voor een huisgebonden beroep kan bij recht 40% van het vloeroppervlak van de woning/bijgebouwen tot een maximum van 45 m² worden gebruikt. Het gebruik van (een gedeelte van) woningen voor detailhandel, anders dan voor een beroep aan huis, is niet toegestaan. Voor een huisgebonden bedrijf (categorie 1 en 2 bedrijven uit VNG-lijst) is instemming van het college nodig

34

bestemmingsplan Buitengebied 2018

(afwijking) waarbij diverse aandachtspunten mee worden gewogen. De maximale toegestane oppervlakte bedraagt 75 m² waarbij gebruik dient te worden gemaakt van bestaande gebouwen. Ook is bed and breakfast toegestaan bij het wonen. Hiervoor gelden specifieke gebruiksregels. Tot slot is wonen in een kleine woning toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kleine woning'. Landschappelijke inpassing is mogelijk ter plaatse van de aanduiding 'groen'. BOUWREGELS De afstand tussen gebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m dan wel niet meer dan de bestaande afstand indien deze meer bedraagt. Voor het bouwen van een woning geldt in beginsel dat de inhoud van een woning niet meer mag bedragen dan 750 m3, dan wel de bestaande inhoud indien deze groter is dan 750 m3 , vermeerderd met 10%. Het gaat hier om solitaire erven waarbij variatie aan bebouwing niet speelt. In het bestemmingsplan is voor de gebieden waar de bestaande bebouwing zich kenmerkt door een afwisseling van kleinere en grotere woningen voor de maximale inhoudsmaat van woningen een getrapte methodiek van toepassing. Deze gebieden zijn aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalende dijkbebouwing'. In de praktijk gaat het dan vooral om de (oude) bebouwingslinten langs de Linge. Op onderstaande afbeelding is het gebied met rode cursieve strepen aangeduid.

Zone dijklintbebouwing

Met name het aanzicht vanaf het dijklichaam is bepalend. De woningen kunnen in het dijklichaam zijn gebouwd of vlak voor de teen van de dijk staan. De getrapte methodiek ziet er als volgt uit. Woningen onder de 500 m³ kunnen tot 500 m³ worden uitgebreid, woningen tussen 500 m³ en 650 m³ kunnen worden vergroot naar 650 m³ en ten slotte kunnen woningen die al groter zijn dan 650 m³ nog met 10% worden uitgebreid. Het plan bevat verschillende afwijkingsbevoegdheden om de inhoudsmaat van de woningen te verruimen, indien daar een substantieel aantal m2 sloop van bedrijfsbebouwing tegenover staat. Voor het bouwen van bijgebouwen geldt dat de oppervlaktemaat in beginsel niet meer mag bedragen dan 75 m2 . In het plan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om door middel van een surplusregeling de oppervlakte van bijgebouwen te vergroten. Behalve de bouwmassa is ook de variatie in goot- en nok-hoogtes van belang. De bouwhoogte van een

35

bestemmingsplan Buitengebied 2018

woning bedraagt in beginsel 10 meter of de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat de bouwhoogte van woningen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalende dijkbebouwing' niet meer mag bedragen dan de bestaande bouwhoogte. Herbouw van een woning is in beginsel toegestaan op de bestaande locatie. Door middel van een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in het plan kan hiervan worden afgeweken. 3.4.3.17 Leiding - Brandstofleiding, Leiding - Gas en Leiding - Riool In het bestemmingsplan zijn dubbelbestemmingen opgenomen voor de brandstofleiding van Defensie, de aardgasleiding en de rioolpersleiding. Ter plaatse van deze dubbelbestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de dubbelbestemming. Daarnaast is er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden opgenomen om werkzaamheden tegen te gaan die de leidingen kunnen beschadigen. 3.4.3.18 Archeologie In het bestemmingsplan is voor de archeologische waarden uit de beleidsnota Archeologie in de gemeente Geldermalsen (2015) een regeling opgenomen. Het bestemmingsplan bevat een aantal afzonderlijke dubbelbestemmingen ten behoeve van de bescherming van 'Archeologische (verwachtings)waarden'. De archeologische beleidskaart, is in het bestemmingsplan geïntegreerd.

Op de kaart wordt onderscheid gemaakt tussen de archeologische verwachtingswaarde, die in termen aangegeven zijn als hoog, middelmatig, laag en onbekend. Daarnaast zijn archeologisch waardevolle gebieden aangegeven (archeologisch monument, historische dorpskernen en oude woongronden). Op deze onderdelen is het volgende beleid van toepassing: terreinen met status (archeologisch monument): Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; terreinen zonder status (puntlocaties met rondom een attentiezone van 50 m): Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; historische dorpskernen: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; oude woongronden: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; hoge archeologische verwachtingswaarde: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 500 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; middelmatige archeologische verwachtingswaarde: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 1.000 m2 en de diepte

van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; lage archeologische verwachtingswaarde: Geen archeologisch onderzoek bij ruimtelijke ontwikkelingen; onbekende archeologische verwachtingswaarde: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 2.500 m2 en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 3,0 m -Mv.

36

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Archeologische beleidskaart gemeente Geldermalsen, rood = hoge verwachtingswaarde, geel=middelmatige verwachtingswaarde, groen=lage verwachtingswaarde, grijs=onbekende verwachtingswaarde, oranje=terrein met status, donkerrood=dorpskern, bruin=oude woongrond. Op basis van deze beleidskaart is een vijftal dubbelbestemmingen voor archeologie onderscheiden. Kortweg komt de regeling er op neer dat deze tot het plan behorende gronden tevens bestemd zijn voor de bescherming van archeologische waarden. Voor elke bestemming geldt zodoende een specifiek beschermingsregime. Het regime voorziet in een stelsel waarbij voor het uitvoeren van werken en/of van werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is. Voorts is in het plan ten behoeve van bouwen een voorwaarde voor archeologisch onderzoek opgenomen. 3.4.3.19 Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie Ten behoeve van de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is de dubbelbestemming 'Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie' opgenomen. Deze universele waarden zijn in een bijlage limitatief opgesomd. Ontwikkelingen voldoen aan de ontwerp-richtlijnen Nieuwe Hollandse Waterlinie. De dubbelbestemming 'Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie' heeft een secundaire werking.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is verder via gebiedsaanduidingen weer opgedeeld in deelgebieden. Namelijk kernzone, accessen en inundatiekommen. Hiervoor gelden afzonderlijke maatwerkregelingen. Dubbelbestemmingen gericht op de (externe) veiligheid prevaleren. 3.4.3.20 Waterstaat - Waterberging en Waterstaat - Waterkering Ten behoeve van het behoud van de waterbering en de bescherming van de waterkering zijn de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterberging' en 'Waterstaat – Waterkering' opgenomen. Op deze gronden mag in beginsel niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de bestemming. Daarnaast is er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden opgenomen om werkzaamheden tegen te gaan die de waterkering kunnen beschadigen.

37

bestemmingsplan Buitengebied 2018

3.4.4

Algemene regels

In het hoofdstuk 'Algemene regels' zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele bestemmingsplan. Dit zijn onder andere de regels die verplicht zijn gesteld in het Besluit ruimtelijke ordening zoals de anti-dubbeltelbepaling. In het navolgende zijn de algemene regels beschreven die specifiek van toepassing zijn op het onderhavige bestemmingsplan.

3.4.4.1 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels zijn gebruiksregels opgenomen. De volgende gebruiksregels zijn opgenomen: 1.

Strijdig gebruik

Dit artikel geeft aan welk gebruik niet is toegestaan in het plangebied. 2.

Paardenbak

Onder voorwaarden is per woning één paardenbak is toegestaan ten behoeve van hobbymatig gebruik. Door concrete verzoeken om een paardenbak bij de woning te mogen aanleggen is er inmiddels een beleidsnotitie over dit onderwerp opgesteld. 3.4.4.2 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels worden de regels opgenomen met betrekking tot de gebiedsaanduidingen. De gebiedsaanduidingen worden in de algemene aanduidingsregels geregeld omdat ze betrekking hebben op meerdere bestemmingen. De volgende gebiedsaanduidingen zijn opgenomen: 1.

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' dient de kwaliteit van het grondwater als onderdeel van de drinkwatervoorziening met daarbij behorende voorzieningen te worden beschermd. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de drinkwatervoorziening en de bescherming daarvan. Door middel van een omgevingsvergunning kan van deze regel worden afgeweken, mits de belangen van de waterwinning daardoor niet worden geschaad. 2.

milieuzone - boringsvrije zone

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' dient de beschermende kleilaag in de bodem te worden beschermd. Op de gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de beschermende kleilaag in de bodem toegestaan. 3.

milieuzone - intrekgebied

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - intrekgebied' is de winning van fossiele energie uitgesloten. 4.

veiligheidszone - lpg

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden opgericht. 5.

vrijwaringszone - molenbiotoop

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop zijn de gronden mede bestemd voor de vrije windgang van de molen. Op de gronden is nieuwe bebouwing niet toegestaan. Door middel van een omgevingsvergunning kan van deze regel worden afgeweken, mits direct of indirect te verwachten gevolgen van de omgevingsvergunning, gelet op het huidige en toekomstige functioneren van de molen als werktuig, de waarde van de molen als landschapselement en de cultuurhistorische waarde van de molen, niet mogen leiden tot een onevenredige aantasting van de werking en de waarden van de molen. Vooraf wordt advies ingewonnen door een deskundige. 6.

vrijwaringszone - weg

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen bebouwing worden gebouwd, met uitzondering van de met de A15 en A2 verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen. Hiervan kan

38

bestemmingsplan Buitengebied 2018

worden afgeweken, als door de bouw van deze bebouwing de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad 7.

overige zone - gelders natuurnetwerk

Delen van het plangebied zijn gelegen in het door de provincie Gelderland aangewezen Gelders natuurnetwerk. De provincie vraagt gemeenten om hiervoor een passende regeling in de bestemmingsplannen op te nemen. In dit bestemmingsplan zijn deze gronden aangeduid als 'overige zone gelders natuurnetwerk'. De kernkwaliteiten van het betreffende gebied dienen beschermd en verbeterd te worden. In de Omgevingsverordening Gelderland worden de kernkwaliteiten van de gebieden genoemd. 8.

overige zone - groene ontwikkelingszone

Delen van het plangebied zijn gelegen in het door de provincie Gelderland aangewezen Groene ontwikkelingszone. De provincie vraagt gemeenten om hiervoor een passende regeling in de bestemmingsplannen op te nemen. In dit bestemmingsplan zijn deze gronden aangeduid als 'overige zone groene ontwikkelingszone'. De kernkwaliteiten van het betreffende gebied dienen beschermd en verbeterd te worden. In de Omgevingsverordening Gelderland worden de kernkwaliteiten van de gebieden genoemd. Het verwijderen van een houtopstand als genoemd in de Boswet is ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' niet toegestaan, met uitzondering van normale bosexploitatie. 9.

overige zone - landgoed

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landgoed' dient de aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden van een landgoed met de daarbij behorende extensieve dagrecreatie beschermd en ontwikkeld te worden. 8.

overige zone - kromakkers

Binnen deze zone worden de cultuurhistorische waarden van de kromakkers beschermd. 9. overige zone - cultuurhistorisch waardevol Deze zone is aangewezen voor het behoud en herstel van de aanwezige kwaliteiten van de dijkzone zoals het kronkelende verloop van de Linge, de variatie in bebouwing ten opzicht van haar situering tot de weg, het hoogteverschil tussen de dijk en het omliggende land en het zicht op de Linge. 10.

overige zone - open landschap

Deze zone is aangewezen voor het behoud van de grootschalige openheid van het landschap.

3.4.4.3 Algemene afwijkingsregels Dit artikel omvat een afwijking bij een omgevingsvergunning voor onder andere het onder voorwaarden overschrijden van de maatvoeringsbepalingen en het toestaan van nutsvoorzieningen. Deze regels worden opgenomen om meer flexibiliteit in het plan te genereren en kleine afwijkingen van de planregels toch mogelijk te maken. Voorbeelden zijn het oprichten van gebouwen voor het beheer van natuur-, landschap en boscomplexen.

3.4.4.4 Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels zijn wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen: 1. 2. 3.

wijzigingsbevoegdheden

opgenomen.

De

volgende

Functieverandering; Wijziging ten behoeve van de ontwikkeling van natuurwaarden; Wijziging ten behoeve van het verleggen en het verbreden van waterlopen.

Naar aanleiding van de beleidsnota 'Beleidskader hergebruik vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied' is de wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van het realiseren van een andere functie op een voormalig (agrarisch) bedrijf opgenomen. De kern van deze wijzigingsbevoegdheid is dat indien het (agrarisch) bedrijf geheel is beëindigd nieuwe functies zijn toegestaan. De volgende functies kunnen op basis van deze wijzigingsbevoegdheid worden gerealiseerd: a. b.

wonen; agrarisch verwante bedrijven;

39

bestemmingsplan Buitengebied 2018

c. d. e. f. g. h. i. j. k.

aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven; ambachtelijke bedrijvigheid en kunstnijverheid; extensieve verblijfsrecreatie; kleinschalige horeca die gerelateerd is aan de recreatieve functie van het buitengebied; extensieve dagrecreatie; zorg en medische dienstverlening; sociale dienstverlening; opslagbedrijven; kleinschalige bedrijvigheid genoemd in de categorieën 1 en 2 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten en

Ten behoeve van de functie wonen is het mogelijk om, naast het handhaven van de bedrijfswoning, nieuwe vrijstaande woningen te realiseren. Voor de overige functies is het mogelijk om voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen te hergebruiken ten behoeve van deze functies. Nieuwbouw is eerste instantie niet toegestaan, tenzij de bestaande bebouwing ongeschikt is voor het realiseren van de nieuwe functie. De omvang van de nieuwe functies is afhankelijk van de aard van de functies. De wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van de ontwikkeling van natuurwaarden kan door het bevoegd gezag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van: ter realisering van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd plan, dat is gericht op het realiseren van een natuurgebied; ter realisering van het Gelders natuurnetwerk en/of de groene ontwikkelingszone; ter realisering van natuur in het kader van het afgraven van agrarische gronden ten behoeve van het verhogen van hun waterbergende functie.

3.4.5

Overgangs- en slotregels

Het plan kent tot slot een hoofdstuk met overgangs- en slotregels. De overgangsregels regelen het overgangsrecht voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. Deze worden opgenomen conform het Besluit ruimtelijke ordening. De slotbepaling geeft aan onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald. Overigens wordt voor beide regelingen verwezen naar de betreffende regels.

40

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

Handhaving

Bij het opstellen van een bestemmingsplan voor het buitengebied speelt handhaving een belangrijke rol. Een goed bestemmingsplan kenmerkt zich niet alleen door middel van een goede beheerslaag en ontwikkelingsmogelijkheden, maar ook door middel van heldere regels en concreet gemeentelijk handhavingsbeleid. Handhaving van bestaande regels is ook van steeds groter belang. Hierbij wordt de praktijk van gedogen steeds vaker omgezet naar minder regels met een betere handhaving. Om deze reden is het noodzakelijk de bestaande situatie in het plangebied goed te inventariseren. Deze gegevens zijn, naast de geldende rechten op grond van geldende bestemmingsplannen een belangrijke onderlegger geweest voor het bestemmingsplan. Het strikt handhaven van vergunningen, regels en procedures geeft duidelijkheid en maakt de samenleving veiliger. Het gedogen moet worden tegengegaan. Overbodige regels en onduidelijke regelgeving zijn daarom getracht zoveel mogelijk achterwege te laten.

4.2

Uitvoerbaarheid ontwikkelingen

Het bestemmingsplan betreft in hoofdzaak een beherend bestemmingsplan voor het buitengebied. Door middel van flexibiliteitsbepalingen biedt het plan beperkte ontwikkelingsmogelijkheden voor met name de agrarische bedrijven. Van deze ontwikkelingsmogelijkheden kan gebruik worden gemaakt nadat daarvoor een planologische procedure (afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid) is doorlopen. De uitvoerbaarheid van deze zogenaamde flexibiliteitsbepalingen dient aangetoond te zijn voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Het daarvoor uitgevoerde onderzoek wordt opgenomen in het planMER. Uit dit onderzoek zal blijken of de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden uitvoerbaar zijn.

4.3

Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend bestemmingsplan betreft hoofdzakelijk het planologisch vastleggen van de bestaande situatie. Voor de gemeente brengt de ontwikkeling van dit bestemmingsplan daarom alleen plankosten met zich mee. Deze kosten worden betaald uit de algemene middelen. Er zullen enkele bijzondere situaties zijn dat bedrijven via maatwerkregelingen meer uitbreidingsmogelijkheden krijgen dan andere bedrijven. In die gevallen zullen wel bijzondere legeskosten voor planbegeleiding in rekening worden gebracht. Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren indien het bestemmingsplan een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) mogelijk maakt. Nieuwbouw of uitbreiding van een woning of een hoofdgebouw zijn onder meer bouwplannen. Het bestemmingsplan Buitengebied biedt slechts (beperkt) bouwmogelijkheden. Als voorbeeld hiervan kan genoemd worden het vergroten van agrarische bouwvlakken. Door het verruimen van deze bouwvlakken kunnen nieuwe hoofdgebouwen worden gerealiseerd. Gezien het voorgaande zijn ook hoofdgebouwen bouwplannen in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

In de Nota van toelichting bij het Bro wordt gesteld dat de eerste bouwaanvraag, die tot gevolg heeft dat het perceel in gebruik wordt genomen, wordt aangemerkt als de aanvraag voor een hoofdgebouw. Dat er in een later stadium op hetzelfde perceel nog een gebouw wordt gebouwd dat zal fungeren als hoofdgebouw, doet niet ter zake. De exploitatiebijdrage voor het kostenverhaal dient te worden verbonden aan de eerste bouwaanvraag, dus als het agrarisch bouwperceel in gebruik wordt genomen. Dit heeft tot gevolg dat voor bouwmogelijkheden die ontstaan doordat bouwvlakken worden vergroot, geen kostenverhaal nodig is. Er worden immers geen nieuwe bouwvlakken gerealiseerd. Deze gebouwen zijn niet aan te merken als hoofdgebouwen in de zin van artikel 6.2.1 Bro. In voorliggend bestemmingsplan worden in deze zin geen nieuwe bouwplannen mogelijk gemaakt. Hetzelfde is van toepassing voor de andere bestemmingen.

41

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Overige ontwikkelingen die zich voordoen in het plangebied zullen uitsluitend onder de wijzigingsregels vallen. Uit het voorgaande blijkt dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan nog niet hoeft vast te staan dat deze kosten worden verhaald. Bij de toepassing van de wijzigingsregels zal eerst worden bezien of er een kostenverhaalovereenkomst kan worden gesloten. In het uiterste geval kan worden overwogen om bij wijzigingsbevoegdheden een exploitatieplan vast te stellen. Voor het bestemmingsplan Buitengebied is het niet nodig om een exploitatieplan op te stellen. De te verhalen kosten zijn anderszins verzekerd of de bouwmogelijkheden zijn niet aan te merken als een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro.

4.4

Planschade

Bij het opstellen van het bestemmingsplan zijn de risico's op planschade voorafgaand ingeschat. Als een belanghebbende door het nieuwe bestemmingsplan schade lijdt of zal lijden, kan hij bij de gemeente 'planschade' claimen. Het voorliggende bestemmingsplan is hoofdzakelijk een conserverend plan, waarin de bestaande rechten zoveel mogelijk zijn gerespecteerd. Daarnaast worden er vrijwel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er is dan ook geen planschade te verwachten als gevolg van dit bestemmingsplan. Bij iedere nieuwe aanvraag voor het afwijken, wijzigen of herzien van het bestemmingsplan wordt bekeken of risico op planschade bestaat. Indien dit het geval kan zijn, zal met de belanghebbende aanvrager een overeenkomst worden gesloten zoals bedoeld in artikel 6.4a van de Wro. Daarmee kan worden voorkomen dat de gemeenschap voor de planschadekosten moet opdraaien die worden gemaakt in het belang van de aanvrager.

4.5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.5.1

Overleg en inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied heeft met ingang van 16 februari 2018 voor een periode van zes weken voor inspraak ter inzage gelegen. Tijdens de periode dat de planstukken ter inzage lagen zijn ook twee informatiebijeenkomsten gehouden. De inloop vond plaats 6 maart 2018 (Rhenoy) en 8 maart 2018 (Geldermalsen). Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de gemeente bij de voorbereiding van het bestemmingsplan overleg gepleegd met diverse instanties. Deze instanties zijn daarvoor geïnformeerd over het feit dat het voorontwerpplan ter inzage is gegaan. Diverse instanties waaronder onder meer waterschap Rivierenland en de provincie hebben inhoudelijk gereageerd. In de bijlage 'nota van inspraak en vooroverleg bestemmingsplan Buitengebied 2018' wordt verslag gedaan van de inspraak- en vooroverlegreacties.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/349/documents/8839