CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-132 Bijlage 3 Buitengebied 2018 Toelichting.pdf

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 12: Voorstel tot vaststelling zienswijzennota en gewijzigde vaststelling Ontwerp Bestemmingsplan “Buitengebied Geldermalsen 2018”15.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Buitengebied 2018 ontwerp

bestemmingsplan Toelichting

Buitengebied 2018 ontwerp

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Waarom een herziening van het Bestemmingsplan Buitengebied 1.2 Probleem- en doelstelling 1.3 De begrenzing van het plangebied 1.4 Hoe is het bestemmingsplan tot stand gekomen 1.5 Burgerparticipatie en communicatie 1.6 PlanMER 1.7 Duurzame ontwikkeling 1.8 Verantwoording en opbouw bestemmingsplan

7 7 7 9 10 12 13 13 14

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Planopzet 2.3 Bestaande situatie en ontwikkelingsmogelijkheden

15 15 15 16

Hoofdstuk 3 Juridische planopzet 3.1 Inleiding 3.2 Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) 3.3 Toelichting op de verbeelding 3.4 Toelichting op de regels

19 19 19 20 20

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Handhaving 4.2 Uitvoerbaarheid ontwikkelingen 4.3 Economische uitvoerbaarheid 4.4 Planschade 4.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41 41 42 42

3

bestemmingsplan Buitengebied 2018

4

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Toelichting

5

bestemmingsplan Buitengebied 2018

6

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Waarom een herziening van het Bestemmingsplan Buitengebied

De gemeente Geldermalsen is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om voor haar hele grondgebied bestemmingsplannen vast te stellen. Het bestemmingsplan is een bijzonder plan. Het is namelijk een bindend plan voor zowel overheid als burgers. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Ze wijst daarin de bestemming, ofwel de functie van de grond aan. Ook geeft het bestemmingsplan regels over het gebruik van de grond en hetgeen daarop gebouwd is (bouwwerken). Omgevingsvergunningen moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bepaalt daardoor mede of ergens gebouwd mag worden. De gemeente Geldermalsen herziet het bestemmingsplan voor het buitengebied inclusief herzieningen en wijzigingen tot één actueel en digitaal Bestemmingsplan Buitengebied voor de gemeente. De gemeente besloot daartoe omdat zij, op grond van de Wro, over een actueel, digitaal (IMRO 2012/ SVBP 2012) en digitaal gepubliceerd (IMRO2012/STRI 2012) bestemmingsplan dient te beschikken. Het overgrote gedeelte van het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2006, Buitengebied 2006 eerste herziening en Buitengebied derde herziening. Het bestemmingsplan Buitengebied is onherroepelijk in werking getreden op 11 februari 2009. Dit betekent dat begin 2019 het bestemmingsplan geactualiseerd moet zijn om te voldoen aan de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Momenteel werkt het Rijk aan een nieuwe Omgevingswet. De nieuwe wet vervangt 26 bestaande wetten op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met de nieuwe wet beoogt het rijk de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar af te stemmen, duurzame projecten te stimuleren, gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte te geven om hun omgevingsbeleid af te stemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. De invoering van de omgevingswet is voorzien in 2021. De gemeente heeft in de voorbereiding op het opstellen van het bestemmingsplan in de geest van de Omgevingswet belanghebbenden in het plangebied opgeroepen ideeën en wensen aan de gemeente door te geven. Het doel moet voorop staan en de houding bij het beoordelen van initiatieven is 'ja mits' in plaats van 'nee tenzij'. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen. Inhoudelijk kan het nieuwe bestemmingsplan niet op de nieuwe wet anticiperen, omdat er geen gebruik kan en mag worden gemaakt van regels die nog geen wetskracht hebben.

Omdat de gemeente per 1 januari 2019 op gaat in de nieuwe gemeente West Betuwe, samen met Neerijnen en Lingewaal, wenst de gemeente ook om vooruitlopend op de fusie, het ruimtelijke kader te vernieuwen in dit bestemmingsplan. Het plan kan daarmee ook functioneren als overbrugging naar in de toekomst op te stellen Omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet.

1.2

Probleem- en doelstelling

1.2.1

Probleemstelling

Er is niet alleen een formele plicht de geldende bestemmingsplannen te herzien. Het geldende bestemmingsplanbeleid is op onderdelen onvoldoende toegerust om een goed antwoord te geven op de hedendaagse ruimtelijke vraagstukken. De veranderingen in het buitengebied vragen om een ander, meer actueel ruimtelijk kader. Deze veranderingen hangen samen met tal van ontwikkelingen in het buitengebied. Zo staat de agrarische functie in het gebied onder druk. De gemeente heeft te maken met ontwikkelingen in de landbouw, zoals schaalvergroting, verbreding en bedrijfsbeëindiging. Andere functies, zoals natuur, water en recreatie nemen in belang toe en vragen om andere ruimtelijke afwegingen. Verrommeling van het buitengebied dreigt als gevolg van teruglopende agrarische activiteiten in combinatie met de vraag naar een stukje grond voor kleinschalige activiteiten, bijvoorbeeld voor het

7

bestemmingsplan Buitengebied 2018

houden van paarden of ander kleinvee. Uiteraard spelen er ook ontwikkelingen zoals verzoeken om inwoning of huisvesting buitenlandse medewerkers op het (fruit)bedrijf of woningsplitsing onder andere in het kader van mantelzorg en vraagstukken, zoals het behoud van de leefbaarheid op het platteland. Het beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland, de doelstellingen met betrekking tot behoud van de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), het rijksbeleid Besluit ruimtelijke ordening (Bro) waarin de ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder) is opgenomen dienen vertaald te worden in het bestemmingsplanbeleid. Er zijn in het plangebied kwalitatieve verbeteringen mogelijk. Hierbij dient vooral te worden gedacht aan behoud van het landschap door het ondersteunen van de agrarische bedrijfsvoering, bijvoorbeeld door middel van het bieden van mogelijkheden voor recreatieve nevenactiviteiten. In 2021 treedt naar verwachting de nieuw Omgevingswet in werking. Waar mogelijk wordt op de nieuwe wet geanticipeerd. In ieder geval worden, in de geest van de nieuwe wet, alle belangen van burgers, ondernemers, overige overheden bij aanvang van het planproces geïnventariseerd. Het planproces pakt de gemeente open en transparant op door iedereen aan het begin in staat te stellen hun inbreng te hebben.

Dit betekent niet dat ook alle suggesties worden meegenomen (verwachtingenmanagement). Elk belang wordt gewogen en beoordeeld. Al deze ontwikkelingen, beleidskaders en veranderingen in het buitengebied vragen om een ander, actueel ruimtelijk kader. Een actueel en digitaal bestemmingsplan dient met de ontwikkelingen, de beleidskaders en de veranderingen rekening te houden. De gemeente heeft mede om deze redenen aangegeven over een actueel en digitaal bestemmingsplan voor het buitengebied te willen beschikken.

1.2.2

Doelstelling

Op basis van voornoemde probleemstelling is het doel van het project te komen tot een 'actueel, digitaal en in hoofdzaak beherend bestemmingsplan voor het buitengebied': a. b.

c. d.

om te beschikken over een degelijk toetsingskader ten behoeve van de ontwikkeling van al bestaande functies (bebouwing en gebruik) en waarden in het buitengebied van de gemeente Geldermalsen; om ruimte te creëren voor ontwikkelingen die in de komende termijn te verwachten zijn of om ongewenste ontwikkelingen tegen te houden, mede gebaseerd op het ruimtelijk relevante beleid dat onder meer het beleid voor functieverandering omvat; dat rekening houdt met al geplande projecten en initiatieven van de gemeente, andere instanties of particulieren; dat rekening houdt met de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten en de gemeentelijke mogelijkheden en middelen om de uitvoering van het plan te waarborgen.

Een beherend bestemmingsplan betekent dat het plan een actuele planologische regeling van de bestaande situatie bevat. Bestaande rechten en plichten uit de geldende regeling worden zoveel mogelijk overgenomen en waar nodig aangepast aan de eisen en wensen van deze tijd. Dat wil overigens niet zeggen dat het bestemmingsplan uitsluitend de actuele situatie planologisch regelt. Het bestemmingsplan maakt een tweetal type ontwikkelingen mogelijk: 1. 2.

ontwikkelingen via de gebruikelijke flexibiliteitsbepalingen, zoals afwijkingsregels en wijzigingsregels; ontwikkelingen naar aanleiding van de belangeninventarisatie (concrete wensen of verzoeken), mits deze ruimtelijk voldoende zijn onderbouwd en positief zijn beoordeeld door het gemeentebestuur.

Overige ontwikkelingen worden, gelet op de veelal omvangrijke ruimtelijke ingrepen in het plangebied, de gewenste afstemming op en inpassing in het omringende landschap en de financiële en juridische complicaties, alleen mogelijk gemaakt via een afzonderlijke planherziening.

8

bestemmingsplan Buitengebied 2018

1.3

De begrenzing van het plangebied

Het bestemmingsplan "Buitengebied 2018" (zie voor begrenzing Figuur 1 'Plangebied bestemmingsplan Buitengebied 2018') omvat in principe alle gronden die gelegen zijn buiten de elf woonkernen (met lopende uitbreidingslocaties zoals De Plantage), en de bij de kernen horende bedrijfsterreinen. De plangrenzen van die plannen zijn in beginsel leidend, tenzij dit onlogische overgangen tot gevolg zou hebben. Indien dit het geval was is met behulp van de beschikbare gegevens (luchtfoto, GBKN en kadastrale gegevens) een logische grens getrokken. Het plangebied is ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2006 plaatselijk uitgebreid met enkele gebiedsdelen waar nog oude (jaren 80) bestemmingsplannen van kracht zijn. Daarnaast zijn bestemmingsplannen meegenomen die van recentere datum zijn (2009 tot heden). Ook de niet digitaal beschikbare wijzigingsplannen (art. 3.6 Wro) worden in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied 2018 meegenomen.

Figuur 1: Plangebied bestemmingsplan Buitengebied 2018 Gebieden waarvoor recentelijk afzonderlijke bestemmingsplannen zijn vastgesteld of in procedure zijn gebracht, zijn uit praktische overwegingen buiten het bestemmingsplan "Buitengebied 2018" gelaten. Dit is gedaan vooral voor de volgende (combinatie van) situaties: het geldende bestemmingsplan is van recente datum. Het plan kan zo nodig via toepassing van artikel 3.1 lid 3 Wro langer in werking blijven; het geldende bestemmingsplan bevat veel maatwerkregels die vooral van belang zijn bij de ontwikkelfase, waarin het betreffende perceel verkeert; het geldende bestemmingsplan is nog niet tot uitvoering gebracht; het in procedure gebrachte bestemmingsplan vraagt bijzondere procedurele/inhoudelijke aandacht dat beter tot zijn recht komt bij een zelfstandige procedure. In vergelijking met het huidige plangebied van het bestemmingsplan "Buitengebied 2006" en de eerste herziening uit 2009 zijn onder meer de volgende gebiedsdelen toegevoegd aan het plangebied:

9

bestemmingsplan Buitengebied 2018

recreatieterrein Betuwestrand bij Beesd; de agrarische gebieden ten zuiden van de Betuwestrand tot aan de Schuttersweg; het tracé van rijksweg A-2 en de Betuweroute.

1.4

Hoe is het bestemmingsplan tot stand gekomen

1.4.1

Inleiding

Een belangrijke stap tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het buitengebied is het uitvoeren van een inventarisatie naar de bestaande situatie en het verrichten van onderzoek naar ontwikkelingen in het plangebied. Het is immers een plicht ten behoeve van de toekomstige ruimtelijke ordening van het gebied onderzoek te verrichten naar de bestaande toestand. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit artikel 3:2 Awb op grond waarvan een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis moet vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Tevens dient de gemeente onderzocht te hebben welke waarden er in het gebied in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan voor deze waarden zijn, hoe deze gevolgen moeten worden onderzocht en getoetst. In de voorbereiding op het actualiseren van het bestemmingsplan voor het buitengebied is een hoofdlijnennotitie opgesteld. De notitie bevat een beschrijving en analyse van het volgende onderzoek dat uitgevoerd is: 1. 2. 3. 4.

inventarisatie bestaande bebouwing en gebruik; inventarisatie geldende bestemmingsplannen en vrijstellingen; inventarisatie van het beleid; inventarisatie van wensen c.q. verzoeken.

Paragraaf 1.4.3 Hoofdlijnennotitie gaat nader op de inhoud, de status en de procedure van deze notitie in.

1.4.2

Inventarisatie bestaande bebouwing en gebruik

In de periode maart 2015 tot en met juli 2015 is de situatie in het plangebied verkend. Met de inventarisatie is beoogd duidelijk in beeld te krijgen wat de huidige toestand en wat het huidige gebruik van de bebouwing en de waarden zijn. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de milieuvergunningen en meldingen AMvB, geldende bestemmingsplannen, verleende vrijstellingen/ ontheffingen/afwijkingen, BAG-gegevens (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) en lopende handhavingszaken. De volgende gegevens zijn geïnventariseerd: 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

agrarische bedrijven: a. agrarisch bedrijf; b. agrarisch bedrijf Tuinbouw; voormalig agrarische bedrijven (VAB); niet-agrarische bedrijven (NAB); woningen; maatschappelijke voorzieningen; dag- of verblijfsrecreatie; nutsvoorzieningen; sport.

De resultaten zijn opgenomen in een GIS-database, waarin per adres de bevindingen zijn opgenomen en verwerkt op de verbeelding van het bestemmingsplan.

10

bestemmingsplan Buitengebied 2018

1.4.3

Hoofdlijnennotitie

Voorafgaand aan het op stellen van het concrete bestemmingsplan is een hoofdlijnennotitie opgesteld. Doel van deze notitie is het constateren van knelpunten in het beleid en het huidige gebruik van de gronden en bebouwing en het omschrijven van concrete uitgangspunten en aanbevelingen voor het actualiseren van het geldende bestemmingsplanbeleid. De notitie is thematisch opgesteld. De te onderscheiden thema's zijn: beleid overheden; landschap en cultuurhistorie; natuur; water; landbouw; niet-agrarische bedrijvigheid; wonen; recreatie; maatschappelijke voorzieningen; infrastructuur; milieu. Aan elk thema ligt een stedenbouwkundige analyse ten grondslag. Het betreft een beschrijving van de feitelijke situatie, een analyse van de inventarisatie en onderzoek naar knelpunten, mogelijkheden en kansen voor het plangebied. Het college van burgemeester en wethouders heeft de notitie op 16 augustus 2016 vastgesteld, nadat de gemeenteraad over de nota is gehoord. De nota is een belangrijke onderlegger voor het Bestemmingsplan Buitengebied. De datum van het collegebesluit is van belang voor het bestemmingsplan. Immers, de situatie in het buitengebied verandert. Het is daarom van belang te bepalen dat het bestemmingsplan, inclusief kaarten, is gemaakt met behulp van gegevens, zoals deze de gemeente bekend waren op de datum van voornoemde besluiten.

De notitie vormt integraal onderdeel van deze toelichting en bevat de onderbouwing van dit bestemmingsplan, zoals benodigd op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De notitie is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Voorzover na 16 augustus 2016 ander beleid is vastgesteld, is dit vermeld in deze toelichting. Op basis van vooroverlegreacties is een Oplegnotitie Hoofdlijnennotitie opgesteld, waarin enkele aanvullingen op de Hoofdlijnennotitie zijn opgenomen (Bijlage 2).

1.4.4

Spuitzones

In Geldermalsen is de fruitteelt een belangrijke sector. De gemeente wil deze sector graag ontwikkelingsmogelijkheden bieden. Rondom (fruit)boomgaarden wordt over het algemeen een zone van 50 m aangehouden tot woningen. De benodigde afstand tussen boomgaarden en gevoelige functies is in het kader van dit bestemmingsplan nader onderzocht, zie Bijlage 3. Hieruit volgt: voor de fruitteelt in laagstam boomgaarden levert een spuitzone van 40 meter een goed woon- en leefklimaat op. Aanbevolen wordt die afstand als basis voor de spuitzone in het bestemmingsplan aan te houden. Als tussen de boomgaard en de gevoelige bestemming voor gewasbeschermingsmiddelen een windhaag aanwezig is of wordt aangeplant, die ten minste 1 meter hoger is dan de fruitbomen (hoogte net voor de snoei van de opgroei is bepalend), dan is de basis spuitzone verder te verkleinen tot: 1. 30 meter als de windhaag blad verliest;· 2. 20 meter als de windhaag wintergroen is of jaarrond blad houdt; 3. 20 meter bij een dubbele windhaag die blad verliest. Aanbevolen wordt voor andere teelten dan appel, peer, kers en pruim een spuitzone van 50 meter te hanteren en afwijken mogelijk te maken via een omgevingsvergunning op basis van locatiespecifiek spuitzone onderzoek. In dit bestemmingsplan zijn op de oeverwallen nieuwe boomgaarden voor de fruitteelt in principe

11

bestemmingsplan Buitengebied 2018

toegestaan, mits voldoende afstand wordt gehouden tot gevoelige functies. Vooralsnog zal dit in eerste instantie 40 m zijn, tenzij door de aanwezigheid van drift beperkende (groen)hagen een kortere afstand kan worden aangehouden. Nieuwe boomgaarden buiten de oeverwallenzone zijn alleen dan toegestaan als er geen andere belangen zich hier tegen verzetten (o.a. Nieuwe Hollandse Waterlinie en behoud openheid polders).

1.5

Burgerparticipatie en communicatie

1.5.1

Inleiding

De burgers en maatschappelijke organisaties worden op verschillende momenten betrokken bij de voorbereiding en ontwikkeling van het bestemmingsplan. Deze paragraaf bevat een beschrijving op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken tot en met het moment waarop het voorontwerp is vrijgegeven voor inspraak en overleg.

1.5.2

Bekendmaking

Op 9 juli 2015 heeft het gemeentebestuur het voornemen tot het actualiseren van het bestemmingsplan voor het buitengebied kenbaar gemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant, het Nieuwsblad Geldermalsen en op de gemeentelijke website. Tevens is aangekondigd dat met de voorbereiding van de herziening van de bestemmingsplan tevens een planm.e.r.-procedure doorlopen wordt. In de publicatie is voorts aangegeven hoe de burgers en maatschappelijke organisaties in de gemeente bij de voorbereiding worden betrokken.

1.5.3

Hoe zijn burgers bij het maken van het bestemmingsplan betrokken?

In de publicatie is tevens verwoord op welke wijze en op welke momenten burgers en maatschappelijke organisaties betrokken zijn bij de voorbereiding en ontwikkeling van het bestemmingsplan. De gemeente heeft de burgers en instanties vanaf aanvang van het planproces de gelegenheid geboden mee te denken over het plan. Doel van deze aanpak is om aan de voorkant van het planproces alle relevante informatie op te halen om op deze wijze alle belangen inzichtelijk te krijgen en af te wegen. Doel is tevens om op deze wijze het aantal inspraakreacties, zienswijzen en beroepen te beperken. Het peilen van ambities, wensen en meningen is op verschillende wijzen in het planproces vorm en inhoud gegeven. Hieronder wordt dit nader toegelicht. In het kader van de voorbereidingen op het opstellen van het bestemmingsplan zijn de wensen ten aanzien van de bedrijfsvoering van alle bedrijven voor de komende 10 tot 15 jaar geïnventariseerd. Op deze wijze beoogt de gemeente inzicht te krijgen in de wensen ten aanzien van de omvang en vorm van de bouwkavel en inzicht in de wens om nevenactiviteiten op het bouwperceel uit te oefenen. Op deze wijze is ook beoogd inzicht te krijgen in het aantal en de locatie van de bedrijven die in de (nabije) toekomst denken te stoppen. Deze gegevens zijn onder andere van belang voor het opstellen van het PlanMER (zie paragraaf 1.6 PlanMER).

Eind 2015 zijn alle agrarische ondernemers met een brief geïnformeerd over de actualisering van het bestemmingsplan. Bij de brief was een voorstel voor de bestemmingsregeling op perceelsniveau gevoegd met een toelichting op het voorstel. Alle geadresseerden hebben de gelegenheid gekregen om op hun voorstel te reageren. Er zijn enkele bijeenkomsten op het gemeentehuis georganiseerd om ondernemers de gelegenheid te bieden vragen te stellen. Alle ingekomen reacties zijn afzonderlijk beoordeeld en, voor zover ruimtelijk en milieuhygiënisch verantwoord, verwerkt in het bestemmingsplan. Voorafgaand aan deze uitgebreide informatieronde vond op 30 september 2015 over deze aanpak overleg plaats met LTO en NFO (Nederlandse Fruitteeltorganisatie). Op basis van dit overleg zijn afspraken gemaakt over de toekenning van (agrarische) bouwvlakken. In juni 2016 zijn tevens alle ondernemers van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied op eenzelfde wijze geïnformeerd. Ook zij hebben de gelegenheid gekregen op het gemeentelijk voorstel te reageren.

12

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Daarnaast spelen er in de planontwikkeling ook enkele concrete verzoeken een rol. Verzoeken die bij het gemeentebestuur zijn ingediend naar aanleiding van de oproep in de gemeentelijke publicatie. Alle verzoeken worden afzonderlijk beoordeeld en getoetst aan het geldende gemeentelijke beleid. Overigens is de concrete beoordeling van de verzoeken pas aan de orde op het moment dat het voorontwerp van het bestemmingsplan wordt opgesteld. Overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening, wordt het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied vrijgegeven voor inspraak. Gedurende deze periode krijgt iedereen de gelegenheid het voorontwerp op het gemeentehuis in te zien. Voorts organiseert de gemeente meerdere inloopbijeenkomsten in het plangebied. De inspraakreacties worden te zijner tijd in een afzonderlijke 'Nota Inspraak en overleg inspraakreacties' samengevat en voorzien van een gemeentelijk antwoord. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt in dit stadium tevens aan instanties toegezonden in het kader van het overleg.

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken instanties, zoals het waterschap en diensten van Rijk en provincie, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De instanties krijgen de gelegenheid gebruik te maken om op het voorontwerp te reageren. In eerder genoemde 'Nota Inspraak en overleg' worden ook deze overlegreacties samengevat en voorzien van een gemeentelijk antwoord. In het kader van de vaststellingsprocedure zal voorts het ontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied gedurende zes weken voor eenieder ter inzage liggen op het gemeentehuis en het plan zal worden gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Te zijner tijd kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. De beantwoording van de zienswijzen zal plaatsvinden in de 'Nota beoordeling zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Buitengebied'.

1.6

PlanMER

Gelet op de verplichtingen van de Wet milieubeheer (Wm) is ook een PlanMER (Milieueffectrapport) opgesteld als onderbouwing van het bestemmingsplan. Dit heeft vooral te maken met de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor bestaande veehouderijen. Daarbij is niet uitgesloten dat drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. worden overschreden. In het PlanMER wordt vooral ingegaan op de milieueffecten van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan. Op basis van de voorgestelde keuzes in de hoofdlijnennotitie en het concept-ontwerpbestemmingsplan is het PlanMER uitgewerkt. Het PlanMER is opgenomen in Bijlage 5. In de fase van het voorontwerp naar het ontwerp van het bestemmingsplan is er voldoende duidelijkheid over de feitelijke situatie en de concrete ontwikkelingsmogelijkheden (voornemens) in het plangebied. Op basis van deze gegevens zijn de effecten van de voornemens berekend en beschreven. De uitkomsten van deze effectenbeschrijving zijn aanleiding geweest om in het definitieve ontwerp van het bestemmingsplan regels op te nemen die er voor zorgen dat negatieve effecten niet aan de orde zijn. Dit betreft regels voor beperking van de effecten van uitbreiding van agrarische bedrijven in het plangebied.

Zo zijn bijvoorbeeld regels opgenomen voor het voorkomen van verdroging van een leefgebied met natte dooradering, het voorkomen van uitstraling van verlichting van bedrijfsbebouwing naarbeplantingen in de omgeving, om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen en indien vergroting van het bouwvlak plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone', wordt aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone. Het ontwerp van het PlanMER tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan voor iedereen ter inzage gelegd. Het PlanMER is tevens opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting.

1.7

Duurzame ontwikkeling

De gemeente stimuleert duurzaam bouwen als onderdeel van duurzame ontwikkeling. Duurzaam bouwen, verlaagt energielasten. Duurzame woningen zijn ook gezonder en comfortabeler dan gewone woningen.

13

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Het Rijk heeft in samenwerking met 47 partijen het Energieakkoord gesloten. In het akkoord is vastgelegd in 2020 14% duurzame energie op te wekken. De gemeente Geldermalsen heeft als beleidsvoornemen een jaar geleden vastgesteld dat de gemeente in 2030 energieneutraal is. In dit bestemmingsplan worden mogelijkheden geboden voor de ontwikkeling van kleinschalige voorzieningen voor duurzame energie. Voor meer grootschalige initiatieven is het doorlopen van een afzonderlijke planologische procedure meer passend. Voor bepaalde voorzieningen is regelgeving in het bestemmingsplan niet nodig. Een voorbeeld hiervan is het plaatsen van zonnepanelen op bestaande daken. Maar deze mogelijkheden alleen volstaan niet. Om deze reden wil de gemeente ook andere kleinschalige mogelijkheden met behulp van een afwijkingsbevoegdheid van de regels onder voorwaarden toestaan. Het gaat om maatregelen als: Kleinschalige mestvergisters met een maximale hoogte tot 10 m binnen agrarische bouwvlakken. Het bieden van ruimte voor het plaatsen van kleinschalige mini-windturbines. Dit betreft mini-windturbines op gebouwen (maximaal 5 m). In het plan worden geen mini-windturbines toegestaan waarvoor een milieuvergunning noodzakelijk is. Voor dergelijke initiatieven is een afzonderlijke afweging noodzakelijk gelet op de ruimtelijke uitstraling van dit type windturbines op de omgeving.

Het plaatsen van zonnepanelen binnen bestaande bouwvlakken is toegestaan. Bij agrarische bedrijven mogen kleinschalige zonneparken (maximaal 0,5 ha groot) worden aangelegd. Deze mogen onder voorwaarden ook buiten het bouwvlak liggen (mits direct aansluitend). Deze mogelijkheid zit in de gebiedsdelen met de hoofdbestemming 'Agrarisch'.

1.8

Verantwoording en opbouw bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Buitengebied bestaat uit: 1. 2. 3.

deze toelichting; de regels; een digitale verbeelding, die analoog uit een aantal kaartbladen bestaat.

Het plan is gebaseerd op een groot aantal onderzoeken. Wat betreft de verantwoording van de 'bestaande situatie' kan worden teruggevallen op de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto's en de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals de gemeente deze bekend waren ten tijde van het opstellen van het voorontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied. De inventarisatie is in een separate digitale database verwerkt. Die heeft de grondslag gevormd voor de verbeelding. De toelichting bestaat uit vier hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op de wijze van bestemmen. Hoofdstuk 3 gaat in detail in op de ruimtelijke keuzes die voor de bestemmingen zijn gemaakt. Ook wordt in dit hoofdstuk aangegeven hoe met nieuwe ontwikkelingen wordt omgegaan. De verantwoording en onderbouwing zijn per bestemmingsartikel beschreven. Hoofdstuk 4 bevat informatie over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Aandacht is besteed aan handhaving en de uitvoerbaarheid van het plan.

14

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat de algemene uitgangspunten en de voorwaarden voor de juridische planopzet van het bestemmingsplan Buitengebied 2018.

2.2

Planopzet

Bij het toekennen van bestemmingen aan functies in het plangebied is uitgegaan van de volgende uitgangspunten en overwegingen: de regels zijn slechts voorgeschreven in verband met de bestemming en als dat uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig is; de regels regelen niet meer dan, in verband met de bestemming, strikt noodzakelijk is; gebodsregels zijn niet geoorloofd; dit heeft te maken met de toelatingsplanologie die het Nederlandse stelsel kenmerkt; de bestemmingen zijn zodanig geprojecteerd, dat duidelijk is waar gebouwd kan worden en welk gebruik hierbij is toegestaan; verbeelding, legenda en regels vormen in juridisch opzicht een eenheid en dienen als zodanig te worden gehanteerd; het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting, welke een onderbouwing geeft aan het bestemmingsplan in zijn geheel; hierin zijn zowel de intenties van het plan als de uitleg van de regels opgenomen; het bestemmingsplan is functiegericht. Dat wil zeggen dat de bestemmingen afgeleid zijn van de hoofdfuncties in het plangebied. In tegen-stelling tot het bestemmingplan uit 2006 is gekozen voor bestemmingen, zoals 'Agrarisch', 'Natuur' en 'Wonen'. Dit heeft vooral te maken met de plicht uit de Wro aan te sluiten bij de eisen IMRO2012 SVBP2012, digitaal gepubliceerd IMRO2012 STRI2012; de flexibiliteitsbepalingen worden zoveel mogelijk ondergebracht in de bestemmingen.

Wijzigingsregels, van toepassing op meerdere bestemmingen, worden opgenomen in een afzonderlijk artikel onder Hoofdstuk 3 van de regels; planschade is zoveel mogelijk beperkt; de regels moeten handhaafbaar zijn. In paragraaf 4.1 is de noodzaak van een goede handhaving beschreven; er is voldoende draagvlak bij de partijen; de ambities en de beschikbare middelen zijn met elkaar in evenwicht. Het plan is vervat in: 1. 2. 3.

een verbeelding van de kaart met bijbehorende legenda en verklaring, waarop de bestemming van de in het plan begrepen gronden is aangewezen; een omschrijving van de bestemming, waarbij het toe te kennen doel of de bestemmingsomschrijving is aangegeven; regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daarop bevindende opstallen.

Op de verbeelding van de kaart zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen. Deze bestemmingen betreffen in algemene termen vervatte aanduidingen van de omschrijvingen waarvoor de gronden mogen worden gebruikt. Op de verbeelding van de kaart zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling in de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

15

bestemmingsplan Buitengebied 2018

2.3

Bestaande situatie en ontwikkelingsmogelijkheden

Bij het opstellen van het bestemmingsplan is als vertrekpunt gehanteerd dat de bestaande (legale) functies en bebouwing in het buitengebied (bestaande situatie) in beginsel worden gerespecteerd en een positieve bestemming krijgen (beheerslaag). Bij het toekennen van de bestemming is gekeken naar zowel de bestaande rechten als het huidige gebruik. Als het bestaande gebruik niet meer in overeenstemming is met de bestemde situatie is in sommige gevallen legalisatie mogelijk geacht. Het plan is gebaseerd op een groot aantal onderzoeken. Voor wat betreft de verantwoording van de 'bestaande situatie' wordt teruggevallen op de inventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto's, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ-gegevens), zoals de gemeente deze bekend zijn ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2018. Naast vastleggen van de bestaande situatie biedt het bestemmingsplan ruimte aan gangbare groei- en kleinschalige ontwikkelingsmogelijkheden die voortvloeien uit het huidige gebruik van de locaties. Het plan voorziet niet in (ingrijpende) nieuwe ontwikkelingen/functies.

Met het inventariseren en afwegen van alle belangen, afwijkingen uit de inventarisatie, beleid en verzoeken, wordt gestalte gegeven aan de (burger)participatie zoals voorgesteld in de toekomstige Omgevingswet. Deze, in 2021 verwachte, nieuwe wet is een zeer belangrijke verandering in het gemeentelijk werkveld. De nieuwe wet betekent andere rollen, andere manieren van werken voor een gemeente, zoals dit onder andere tot uiting komt in de wijze waarop dit bestemmingsplan tot stand komt. Dit betekent dat juist voor het van kracht worden van deze wetgeving, het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied in werking is getreden. Recente postzegelbestemmingsplannen en wijzigingsplannen zijn één op één vertaald in voorliggend bestemmingsplan. In onderstaande tabellen zijn deze weergegeven: Naam bestemmingsplan

datum vaststelling

Weistraat te Tricht

11 oktober 2017

Windpark Deil

13 juli 2017

Windpark Avri

27 juni 2017

Oude Hoevenseweg 8 Tricht

30 mei 2017

Ambulancepost Boutensteinseweg Rumpt

28 april 2015

Bestemmingsplan Katijdeweg 5, Parkweg 92

22 april 2014

Geldermalsen woongebied 2011

25 september 2012

Tiendweg 13 Rhenoy

26 november 2013

Bestemmingsplan buitengebied Ecologische verbindingszone Nieuwe Graaf

26 november 2013

Bestemmingsplan Bijzondere Begraafplaatsen

29 mei 2012

Tiendweg 20 te Rhenoy

1 maart 2011

Bestemmingsplan Buitengebied, derde herziening excl. facet bestemming (regels/ archeologie)

15 februari 2011

Oude Waag 83/ Banweg 2

26 januari 2010

Herziening Provincialeweg West 17

7 april 2009

Lingedijk 6a Gellicum Voskuilen

19 december 2006

Rozenkwekerij Bulkstraat 51 Deil

27 september 2005

Het Klaverblad

30 januari 2001

Rijksstraatweg 80 Meteren Zussen

28 september 1999

Buitengebied 1984

6 juni 1905

Betuwestrand 1982

4 juni 1905

Betuwestrand 1981

3 juni 1095

16

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Betuwestrand 1981, wijzigingsplan Kraalweg 42

3 juni 1905

Naam wijzigingsplan

datum vaststelling

Dr. A. Kuyperweg ong. Beesd

6 november 2018

Busterweg 20 Beesd

28 april 2015

Middelweg 56a en 58 - locatie 56a

31 maart 2014

Middelweg 56a en 58 - locatie 58

31 maart 2014

Bisschopsgraaf

21 januari 2014

Roodseweg/ Hardekampweg

25 augustus 2011

Nieuwestraat 2

14 april 2011

Weistraat 6c

6 april 2011

Mark ong.

29 maart 2011

Nieuwendijk 4

1 februari 2011

Kruisweg 1

2 november 2010

Meerdijk 1a

8 juni 2010

Burensedijk 26, 28 en 30

20 april 2010

Weistraat Busterweg - locatie Busterweg

23 februari 2010

Weistraat Busterweg - locatie Weistraat

23 februari 2010

Bedrijfsloods Tielerweg

11 oktober 2009 (inwerkingtreding)

17

bestemmingsplan Buitengebied 2018

18

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Hoofdstuk 3 3.1

Juridische planopzet

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid en kan bovendien dienst doen bij de interpretatie van de keuzes voor dit bestemmingsplan. Om inzicht te geven in de juridische opzet, zijn hierna de systematiek en de opbouw van het bestemmingsplan toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, vervolgens op de verbeelding. Daarna wordt aangegeven op welke wijze de regels in algemene zin zijn opgebouwd en de bestemmingsartikelen in het bijzonder. Tot slot wordt ingegaan op een aantal toetsingsaspecten.

3.2

Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012)

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten te digitaliseren. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht dat een nieuw bestemmingsplan in digitale vorm wordt vastgesteld. Voor het digitaliseren c.q. standaardiseren van bestemmingsplannen is de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. Ook moet van het plan een analoge versie worden vastgesteld. Van een bestemmingsplan is er dus altijd een digitale en een analoge (papieren) (verschijnings)vorm. Deze zijn beide rechtsgeldig. Bij onduidelijkheid of een tegenstrijdigheid is de digitale weergave van doorslaggevende betekenis. Onder vorige wetten werden bijna geen bepalingen gesteld over de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. Hierdoor zijn er in de praktijk zeer verschillende bestemmingsplannen ontstaan. Dit terwijl leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker van het bestemmingsplan van groot gewicht zijn. Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld.

Zo zijn bijvoorbeeld de bestemmingen en begripsbepalingen in alfabetische volgorde opgenomen en vloeit de naam van een bestemming voort uit een standaardlijst, waaruit ingevolge de SVBP 2012 dient te worden gekozen. Kenmerk van de bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee (vlaksgewijs) is bedekt. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen (functieaanduiding of gebiedsaanduiding) worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. De SVBP 2012 voorziet overigens uitsluitend in een systematische wijze van bestemmen en er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan. Wel kent de SVBP 2012 een aantal onderdelen die verplicht moeten worden overgenomen in een bestemmingsplan, zoals de wijze van meten.

19

bestemmingsplan Buitengebied 2018

3.3

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken en aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen zijn in de vorm van een vlak weergegeven. Een aanduiding is digitaal altijd aan te klikken en zal dan oplichten, waardoor duidelijk is wat de grens van het aanduidingsvlak is. Op www.ruimtelijkeplannen.nl is hiervoor ‘het verrekijkertje’, om de opgesomde aanduiding aan te klikken. Het vlak zal dan rood oplichten. In de regels wordt hiervoor de formulering “ter plaatse van de aanduiding ‘…’” gebruikt. Hiermee wordt dus het aanduidingsvlak bedoeld en niet de plek van het weergegeven symbool of de afkorting. Op de papieren kaart zijn functieaanduidingen en bouwaanduidingen begrensd door een ‘haaientandlijn’ en worden maatvoeringsaanduidingen weergegeven door een onderbroken lijn. Bij onduidelijkheid of een tegenstrijdigheid is de digitale weergave van doorslaggevende betekenis. Anders gezegd, de papieren kaart heeft hierin geen betekenis meer. Aan de ondergrondgegevens op de verbeelding, zoals ingetekende gebouwen, kunnen geen rechten worden ontleend. Daar staat tegenover dat het ontbreken van dergelijke ondergrondgegevens ook niet leidt tot een beperking van rechten. De ondergrondgegevens hebben dus uitsluitend een illustratief karakter.

3.4

Toelichting op de regels

3.4.1

Algemeen

De regels zijn standaard als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde weergegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelbepaling en algemene regels ten aanzien van gebruik, aanduidingen, afwijkingen en wijzigingen. Hoofdstuk 4 bevat tenslotte het overgangsrecht en de slotregels met daarin de naam van het bestemmingsplan. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden zijn bestemd. In het bestemmingsplan wordt zoveel mogelijk eenduidig omgegaan met de bebouwingsmogelijkheden en toegestane functies bij bestemmingen voor de overige functies in het plangebied. In de bouwregels wordt aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. Om bepaalde ontwikkelingen te sturen, respectievelijk in de hand te houden, is bij sommige bestemmingen tevens gekozen voor het opnemen van afwijkings- en wijzigingsbepalingen. Na het doorlopen van een procedure, kan aan deze ‘flexibliteitsbepalingen’ medewerking worden verleend.

Om te voorkomen dat bestemmingen worden gefrustreerd, zijn diverse bestemmingen voorzien van een stelsel van omgevingsvergunningen voor werken en werkzaamheden. Hierin is geregeld dat een aantal werken en werkzaamheden verboden is, tenzij het bevoegd gezag hiervoor een omgevingsvergunning heeft afgegeven. 3.4.2

Inleidende regels

Het bestemmingsplan voorziet in enkele inleidende regels. In deze paragraaf volgt een korte toelichting op deze regels.

20

bestemmingsplan Buitengebied 2018

3.4.2.1 Begrippen Het opnemen van begripsomschrijvingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of de technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. 3.4.2.2 Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven lengte, breedte, diepte, oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. 3.4.3

Bestemmingsregels

In voorliggend bestemmingsplan is een tweetal agrarische bestemmingen opgenomen: de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de keuzes om een tweetal agrarische bestemmingen in het plan op te nemen. Vervolgens wordt meer in detail in gegaan op de overige regelingen voor de agrarische bestemmingen. 3.4.3.1 Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Vanuit natuur- en landschappelijke overwegingen is onderscheid gemaakt tussen 2 agrarische bestemmingen. Het onderscheid tussen beide agrarische bestemmingen is gemaakt vanwege de aanwezigheid van verschillende actuele landschappelijke waarden in de gebieden. De waarden in het landschap zijn kwetsbaar voor veranderingen die onder andere als gevolg van de ontwikkelingen binnen de landbouw te verwachten zijn. In de beide agrarische bestemmingen, 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden', zijn de aanwezige waarden omschreven en geborgd. Hiermee wordt recht gedaan aan de geldende rechten, de landschappelijke kwaliteiten en is sprake van een overzichtelijke, eenduidige en herkenbare regeling.

De ligging van de beide agrarische bestemmingen is in bovenstaand kaartje weergegeven. In onderstaande tabel zijn de verschillende landschapswaarden per bestemming opgenomen.

21

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Agrarisch

Onder het doel 'behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de landschappelijke en natuurwaarden' is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstypering: - de landbouwgronden in de gebieden welke zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie'. - de landbouwgronden in het grootschalige komgebied met de openheid, de vochtige graslandgebieden ter bescherming van het waardevolle leefgebied voor weidevogels en de beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg- en erfbeplanting.

Agrarisch met waarden Onder het doel 'behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van - Landschapswaarden de landschappelijke en natuurwaarden': - is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen: * rivier de Linge en uiterwaarden met de natuurlijke (meanderende) loop van de Linge en de gevarieerde invulling van de uiterwaarden, de grienden, de fruitboomgaarden en natte natuur; * de oeverwallen en stroomruggen met de kleinschaligheid van het landschap, de grillige verkaveling en wegenpatroon, de waardevolle akkercomplexen met kromakkers en (meidoorn)hagen, de zichtlijnen naar de uiterwaarden en komgebieden, de (hoogstam) fruitboomgaarden, de windsingels, de oude erven met monumentale erfbomen (zoals walnoot, linde en beuk) en de landgoederen (Mariënwaerdt en Noordenhoek); * het noordelijk komgebied met de openheid van de Culemborgerwaard, de afwisseling van besloten- en openheid van de kom de Regulieren en de Diefdijk, de rechtlijnige verkaveling en het wegenpatroon, het natte karakter en bijbehorende natuurontwikkeling, het patroon van weteringen en sloten (inclusief betekenis voor inundatie), eendenkooien, de grienden, bomenlanen en broekbossen. - zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied 'Lingegebied en Diefdijk-Zuid' mede begrepen.

De begrenzing tussen het gebied bestemd als 'Agrarisch' en het gebied 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' is gebaseerd op: relevant beleid/ regelgeving van de provincie Gelderland, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland; het actuele grondgebruik en de actuele natuur en/of landschapswaarden; het functionele onderscheid uit de geldende bestemmingsplanregelingen, die voorheen voor het plangebied golden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de belangrijkste verschillen tussen beide bestemmingen. Agrarisch

Agrarisch met waarden

22

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Bestemmingsomschrijving

Alleen bestaande boom- en Fruitteelt in de vorm van nieuwe heesterkwekerijen in de vorm van boomgaarden zijn toegestaan, boomgaarden zijn toegestaan mits op voldoende afstand van binnen de gehele agrarische gevoelige bestemmingen. bestemming. Nieuwe boom- en Ter plaatse van de aanduiding heesterkwekerijen worden niet 'specifieke vorm van agrarisch voorgestaan. In delen van de open uiterwaard' en 'specifieke vorm komgebieden met de aanduiding van agrarisch- open landschap' zijn 'open landschap' zijn ook geen in eerste instantie alleen de nieuwe fruitteeltboomgaarden bestaande boomkwekerijen en mogelijk. Het betreft een deel van fruitteelt boomgaarden bij recht het noordelijk komgebied. toegestaan. In de gebieden met de aanduiding 'open landschap' zijn ook geen nieuwe fruitteeltboomgaarden uitgesloten. Het betreft een deel van het noordelijk komgebied.

Bouwregels

Het plaatsen en geplaatst houden Teeltondersteunende van teeltondersteunende voorzieningen zijn in de periode voorzieningen is buiten het van 1 april tot en met 30 november bouwvlak niet bij recht toegestaan. buiten het bouwvlak bij recht toegestaan, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'sva - uiterwaard'.

Omgevingsvergunningplicht Regulier aanlegvergunningstelsel, Regulier aanlegvergunningstelsel, voor het uitvoeren van werken waarbij wordt opgemerkt dat met dien verstande dat ter plaatse en werkzaamheden binnen bepaalde van de aanduiding 'specifieke vorm gebiedsaanduidingen en van agrarisch - uiterwaard' een dubbelbestemmingen, zoals aanvullend 'Waarde - Nieuwe Hollandse aanlegvergunningstelsel geldt. Waterlinie', wel een apart vergunningstelsel is opgenomen. Ontwikkelingsmogelijkheden

BESTEMMINGSOMSCHRIJVING LANDSCHAPSWAARDEN'

Ontwikkelingen zijn mogelijk, Ontwikkelingen zijn mogelijk, waarbij rekening dient te worden waarbij rekening dient te worden gehouden met het behoud en gehouden met het behoud en herstel van waardevolle herstel van waardevolle landschapselementen. landschapselementen Met een afwijking kunnen onder Met een afwijking kunnen onder voorwaarden in delen van het voorwaarden in delen van het gebied met de bestemming gebied met de nadere aanduiding 'Agrarisch' nieuwe boomgaarden 'sva uiterwaard' nieuwe voor de fruitteelt en teelt- boomgaarden voor de fruitteelt en ondersteunende voorzieningen teeltondersteunende worden toegestaan. voorzieningen worden toegestaan. BESTEMMING

'AGRARISCH'

EN

'AGRARISCH

MET

WAARDEN

-

Agrarische bedrijven De hoofdfunctie van de agrarische bestemmingen is agrarische bedrijvigheid. Voor wat betreft de agrarische bedrijfsbestemming is een bestemmingsplan in principe gebonden aan wat verstaan wordt onder een agrarisch bedrijf. Daarnaast kan in het bestemmingsplan onderscheid worden gemaakt in ontwikkelingsmogelijkheden voor de verschillende bedrijfstypen. Voor het bepalen van het type bedrijf is gebruik gemaakt van beschikbare (milieu)gegevens zoals de provinciale web-BVB (Bestand Veehouderij

23

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Bedrijven), Nb-wet vergunningen en (milieu)gegevens van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). De agrarische bedrijven in het plangebied krijgen een agrarische bestemming met een specifieke functieaanduiding: een grondgebonden veehouderij; een niet - grondgebonden veehouderij; een glastuinbouwbedrijf. Aan het onderscheid tussen de verschillende agrarische bedrijfstypen liggen ruimtelijke overwegingen ten grondslag. In het bestemmingsplan Buitengebied 2006 is het gebruik van de gronden voor boom- en heesterkwekerijen in grote gebiedsdelen uitgesloten. Verder was de nieuwvestiging van intensieve veehouderijen nagenoeg uitgesloten (alleen verplaatsing binnen de gemeente was soms toegestaan). In het nieuwe plan zijn op de oeverwallen nieuwe boomgaarden voor de fruitteelt in principe toegestaan, mits voldoende afstand wordt gehouden tot gevoelige functies. Vooralsnog zal dit in eerste instantie 40 m zijn, tenzij door de aanwezigheid van drift beperkende (groen)hagen een kortere afstand kan worden aangehouden. Nieuwe boomgaarden buiten de oeverwallenzone zijn alleen dan toegestaan als er geen andere belangen zich hier tegen verzetten (o.a. Nieuwe Hollandse Waterlinie en behoud openheid polders). De benodigde afstand tussen boomgaarden en gevoelige functies is nader onderzocht, zie bijlage Bijlage 3.

Voor de fruitsector bestaat er de noodzaak het begrip agrarisch bedrijf nader te specificeren. De fruitsector is in het plangebied een belangrijke sector. In het plangebied is er bij deze bedrijven ook steeds meer behoefte aan verruiming van bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld in de vorm van koelen (opslaan), sorteren en verpakken. Zo lang deze handelingen betrekking hebben op fruit van eigen boomgaarden dan zullen ze worden aangemerkt als bij recht horende activiteiten bij een fruitteeltbedrijf. Indien deze activiteiten echter als dienst voor andere fruitteeltbedrijven worden verricht en/of als er sprake is van het verder bewerken van de fruitoogst tot halffabricaat en/of eindproduct, dan zal dit niet worden aangemerkt als reguliere agrarische activiteiten. Onder het kopje 'nevenactiviteiten' is dit nader uitgewerkt. Bij paardenhouderijen kan onderscheid gemaakt worden in productiegerichte en gebruiksgerichte paardenhouderijen. Alleen wanneer sprake is van productiegerichte paardenhouderijen, dat wil zeggen paardenfokkerijen (hengsten-stations, paarden- en ponyfokkerijen, opfokbedrijven en africhtings-bedrijven), wordt dit beschouwd als een agrarisch bedrijf. Gebruiksgerichte paardenhouderijen, die gericht zijn op met vrijetijdsbesteding en dienstverlening (zoals maneges), worden niet gezien als agrarisch bedrijf.

Agrarische productie staat immers op deze bedrijven niet centraal. Gebruiksgerichte paardenhouderijen worden overeenkomstig het bestemmingsplan 'Buitengebied' uit 2006 als zodanig bestemd. Bedrijfswoning(en) Bedrijfswoning(en) zijn meegenomen binnen de agrarische bedrijfsbestemming. Binnen een bouwvlak is in ieder geval 1 bedrijfswoning toegestaan, tenzij ter plaatse de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' is het aantal toegestane bedrijfswoningen ter plaatse weergegeven. Een bedrijfswoning is in het algemeen noodzakelijk voor een goede agrarische bedrijfsvoering. Gezien de huidige technische ontwikkelingen bij agrarische bedrijven is de noodzaak voor een tweede bedrijfswoning steeds moeilijker aan te tonen. Daarnaast is het doel van de provinciale omgevingsvisie om verdere verstening van het buitengebied tegen te gaan. Onverkort het voorgaande bevat het bestemmingsplan wel een regeling voor een tweede dienstwoning. Onder andere aan de hand van een bedrijfsplan dient de noodzaak te worden aangetoond. Met name bij het verzorgen van vee kan deze noodzaak immers nog aanwezig zijn. Nevenactiviteiten Naast de agrarische hoofdactiviteit vinden in het kader van de verbrede landbouw bij steeds meer agrarische bedrijven andersoortige activiteiten plaats.

In het bestemmingsplan is daarom een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om nevenactiviteiten onder voorwaarden bij agrarische bedrijven toe te staan. Het betreffen nevenactiviteiten zoals opgenomen in de daarvoor aangewezen lijst van nevenactiviteiten. In vergelijking met de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied' uit 2006 zijn de mogelijkheden verruimd. Bij verkoop van producten hoeft het niet meer te gaan om op het eigen bedrijf voortgebrachte agrarische producten. Nu wordt gesproken van agrarisch streekproducten. De

24

bestemmingsplan Buitengebied 2018

regeling voor nevenactiviteiten is verder aangevuld door een toevoeging dat de lijst niet limitatief is. Hierdoor zijn alle nevenactiviteiten toegestaan, mits ze naar aard en omvang gelijkgesteld kunnen worden met de nevenactiviteiten zoals genoemd in de lijst. Voorts biedt het plan bij recht de mogelijkheid om bij agrarische bedrijven de verkoop van agrarische streekproducten mogelijk te maken tot een bruto vloeroppervlakte van 50 m². Deze 50 m² kan inpandig worden gerealiseerd, maar ook nieuwbouw is toegestaan. Ook de nevenactiviteit 'bed and breakfast' kan tot 150 m² zonder toepassing van de afwijkingsbevoegdheid worden gerealiseerd. In de fruitteeltsector gaat een deel van de bedrijven over tot het zelfstandig buiten de veiling om vermarkten van het fruit. Dit leidt tot aanvullende activiteiten op het bedrijf, zoals het sorteren en inpakken van de oogst. In het bestemmingsplan 'Buitengebied' uit 2006 wordt de "verwerking van op het eigen bedrijf voortgebrachte agrarisch producten" nog als een nevenactiviteit aangemerkt. In dit bestemmingsplan is de omschrijving van het begrip 'agrarisch bedrijf' zodanig verruimd dat deze activiteiten in beginsel bij de normale bedrijfsactiviteiten horen. In aanvulling hierop zijn er ook al fruitteeltbedrijven die producten van andere bedrijven (willen) verwerken.

Gesproken kan dan worden van fruitteeltbedrijven met een verbrede bedrijfsvoering (als zijnde een niet-agrarische activiteit gericht op dienstverlening aan andere agrarische bedrijven). Uitgangspunt daarbij is vooralsnog dat bedrijfsmatige activiteiten die niet noodzakelijkerwijs bij het agrarische bedrijf dienen plaats te vinden, en aanvullend een grote ruimtelijke impact kunnen hebben, eerder thuishoren op een daarvoor aangewezen bedrijfsterrein. Het belang van de fruitteeltsector voor het buitengebied van de gemeente maakt het echter wel noodzakelijk om verzoeken tot uitbreiding van deze activiteiten op het agrarisch bedrijfsperceel te beoordelen op hun eigen waarde en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Aandachtspunten zijn onder meer de verkeersafwikkeling, de gevolgen voor omwonenden en de landschappelijke inpassing. In een specifiek geval heeft deze ruimtelijke afweging al plaatsgevonden wat er toe heeft geleid dat het agrarisch bouwvlak van het betreffende fruitteeltbedrijf met verbrede bedrijfsvoering de nadere functieaanduiding 'dienstverlening' heeft gekregen. Het gaat om een bedrijf aan de Voetakkerweg te Meteren. Voorts is extensieve dagrecreatie bij recht toegestaan.

Onder extensieve dagrecreatie kan worden verstaan: die vormen van openluchtrecreatie, waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn fietsen en wandelen. BOUWREGELS Toekennen agrarische bouwvlakken In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' waren 'verbale bouwpercelen' opgenomen. In dit bestemmingsplan hebben de bestaande agrarische bedrijven in beide agrarische bestemmingen een bouwvlak gekregen. Bij de toekenning van het bouwvlak zijn daarbij de volgende gegevens betrokken: 1.

de economische omvang van een bedrijf;

De agrarische bedrijven beschikken over een geldige milieuvergunning of -melding en er is feitelijk sprake zijn van een bedrijf in werking. 2.

type bedrijf;

Voor het bepalen van het type bedrijf is gebruik gemaakt van beschikbare (milieu)gegevens zoals de provinciale web-BVB (Bestand Veehouderij Bedrijven), Nb-wet vergunningen en (milieu)gegevens van de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). De te onderscheiden bedrijfstypen zijn: Veehouderij bedrijven; 1. grondgebonden veehouderijbedrijven; 2. niet-grondgebonden veehouderijbedrijven; 3. Agrarische (tuinbouw)bedrijven; Overige bijzondere agrarische bedrijven, waaronder paardenhouderijen. In werking zijnde veehouderijbedrijven (op basis van het web-BVB en/of beschikken over Nb-wet vergunningen met vee), zijn in ieder geval aangemerkt als veehouderij-bedrijven. Hierbij is een onderscheid gemaakt in grondgebonden veehouderij-bedrijven en niet-grondgebonden veehouderijbedrijven. Bij het onderscheid in grondgebonden en niet-grondgebonden is aangesloten bij de definitie uit de Omgevingsverordening Gelderland. 3.

de bestaande situatie.

25

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Het bouwvlak op maat is verder bepaald met behulp van: de huidige bestemmingsplanregelingen, zoals vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied 2006, Buitengebied 1e herziening en Buitengebied 3e herziening, overige herzieningen en wijzigingsplannen. de bestaande situatie op de bedrijfslocatie (o.a. met recente luchtfoto's en BAG-gegevens). de omvang van het agrarisch bedrijf in relatie tot de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse. In de onderstaande tabel is de omvang van het agrarische bouwvlak weergegeven per economische omvang. Ook is aangegeven welke afmetingen er als richtlijn is gebruikt bij het toekennen van het bouwvlak. Van deze richtlijn kan in specifieke situaties van afgeweken worden. Indien de bestaande oppervlakte al meer is dan de richtlijn, dan is de bestaande situatie bestemd. Ook zijn agrariërs geraadpleegd over de vorm en ligging van hun bouwvlak, wat in praktijk heeft geleid tot maatwerk in de toekenning van bouwvlakken. Globaal zijn echter de volgende maatvoeringen gehanteerd: Omvang

Oppervlakte

Afmetingen

1

Agrarisch met bouwvlak op maat

1 ha

Breedte max. 80 m Diepte max. 160 m

2

Agrarisch met aangepast bouwvlak

0,5 ha

Breedte max. 80 m Diepte max. 100 m

Agrarische bedrijven die in het bestemmingsplan Buitengebied 2006 de aanduiding "K" (klein agrarisch bedrijf) hebben gekregen, krijgen ook in voorliggend bestemmingsplan een bouwvlak van 0,5 ha, tenzij in de afgelopen jaren een ontheffing voor een verdere bedrijfsuitbreiding is verleend. Bij enkele bedrijven (vooral fruitteelt) is besloten om een aangepast bouwvlak toe te kennen in plaats van een bouwvlak van 1 ha. Dit gelet op de geringe bestaande oppervlakte aan bedrijfsbebouwing, de (geringe) ontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar én de beperkte oppervlakte aan bijhorende bedrijfsgronden. In de praktijk biedt een aangepast bouwvlak namelijk ook nog voldoende ruimte om extra bedrijfsgebouwen te realiseren. Een bouwvlak van 1 ha zou in deze gevallen een niet realistische claim op de omgeving leggen. Als op basis van de inventarisatie blijkt dat er geen sprake meer is van agrarische activiteiten (bijv. de milieuvergunning of melding is ingetrokken) dan is een heroverweging gemaakt. De bestemming is dan aangepast naar een woonbestemming, indien hier vanuit ruimtelijke en milieuhygiënische overwegingen geen bezwaren tegen bestaan. Overigens heeft een functieverandering naar Wonen geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/349/documents/8839