CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-132 Bijlage 2 Buitengebied 2018 Regels.pdf

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 12: Voorstel tot vaststelling zienswijzennota en gewijzigde vaststelling Ontwerp Bestemmingsplan “Buitengebied Geldermalsen 2018”31.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

85

bestemmingsplan Buitengebied 2018

b.

c.

aanbrengen van oppervlakteverhardingen; 7. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. 8. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; Het verbod als bedoeld in sub a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a zijn slechts toelaatbaar, mits: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

86

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 25 25.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor een rioolwatertransportleiding. 25.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. 25.3

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 25.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 2,5 m; Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 25.2 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits: a. b.

de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de leiding en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding – Riool' en zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen, het bebossen van gronden en het indrijven van voorwerpen in de grond; 3. het aanleggen en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 4. het aanleggen van rioleringen, overstorten, leidingen of kabels, anders dan is bedoeld in lid 25.1; 5. het opslaan van zaken; Het verbod als bedoeld in sub a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub a zijn slechts toelaatbaar, mits: 1. het leidingbelang niet onevenredig wordt geschaad; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

87

bestemmingsplan Buitengebied 2018

88

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 26 26.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden. 26.2

Bouwregels

Op de in lid 26.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. b. c. d. e. 26.3 a.

b.

het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 10 m2 . Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 26.2 indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of: 3.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van de omgevingsvergunning wint zij schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 3. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 4. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem; 5. het aanleggen van nieuwe boomgaarden. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep betreffen; 2. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; 3. bodemingrepen betreffen met een oppervlakte van niet meer dan 10 m2 ; 4. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen;

89

bestemmingsplan Buitengebied 2018

c.

d.

de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; ploegen; vervanging van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden ter plaatse; 5. gelet op de elders in deze regels genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 6. reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning zal vooraf, op basis van een door aanvrager in te dienen archeologisch onderzoek, advies worden ingewonnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden dienen te worden gesteld. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen.

90

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 27 27.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden. 27.2

Bouwregels

Op de in lid 27.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. b. c. d. e. 27.3 a.

b.

het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 100 m2 . Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 27.2 indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of: 3.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van de omgevingsvergunning wint zij schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 3. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 4. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem; 5. het aanleggen van nieuwe boomgaarden. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep betreffen; 2. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; 3. bodemingrepen betreffen met een oppervlakte van niet meer dan 100 m2 ; 4. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen;

91

bestemmingsplan Buitengebied 2018

c.

d.

de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; ploegen; vervanging van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden ter plaatse; 5. gelet op de elders in deze regels genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 6. reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning zal vooraf, op basis van een door aanvrager in te dienen archeologisch onderzoek, advies worden ingewonnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden dienen te worden gesteld. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen.

92

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 28 28.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden. 28.2

Bouwregels

Op de in lid 28.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. b. c. d. e. 28.3 a.

b.

het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 500 m2 . Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 28.2 indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of: 3.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van de omgevingsvergunning wint zij schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 3. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 4. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem; 5. het aanleggen van nieuwe boomgaarden. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep betreffen; 2. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; 3. bodemingrepen betreffen met een oppervlakte van niet meer dan 500 m2 ; 4. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen;

93

bestemmingsplan Buitengebied 2018

c.

d.

de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; ploegen; vervanging van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden ter plaatse; 5. gelet op de elders in deze regels genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 6. reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning zal vooraf, op basis van een door aanvrager in te dienen archeologisch onderzoek, advies worden ingewonnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden dienen te worden gesteld. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen.

94

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 29 29.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden. 29.2

Bouwregels

Op de in lid 29.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. b. c. d. e. 29.3 a.

b.

het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 1.000 m2 . Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 29.2 indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of: 3.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van de omgevingsvergunning wint zij schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 3. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 4. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem; 5. het aanleggen van nieuwe boomgaarden. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep betreffen; 2. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; 3. bodemingrepen betreffen met een oppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 ; 4. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen;

95

bestemmingsplan Buitengebied 2018

c.

d.

de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; ploegen; vervanging van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden ter plaatse; 5. gelet op de elders in deze regels genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 6. reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning zal vooraf, op basis van een door aanvrager in te dienen archeologisch onderzoek, advies worden ingewonnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden dienen te worden gesteld. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen.

96

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 30 30.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van archeologische waarden. 30.2

Bouwregels

Op de in lid 30.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. b. c. d. e. 30.3 a.

b.

het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld; op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 2.500 m2 . Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 30.2 indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of: 3.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van de omgevingsvergunning wint zij schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

30.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en andere oppervlakteverhardingen; 2. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 3. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 4. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem; 5. het aanleggen van nieuwe boomgaarden. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep betreffen; 2. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; 3. bodemingrepen betreffen met een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m2 ; 4. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen;

97

bestemmingsplan Buitengebied 2018

c.

d.

de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; ploegen; vervanging van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden ter plaatse; 5. gelet op de elders in deze regels genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 6. reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning zal vooraf, op basis van een door aanvrager in te dienen archeologisch onderzoek, advies worden ingewonnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden dienen te worden gesteld. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen.

98

bestemmingsplan Buitengebied 2018

Artikel 31 31.1 a.

b.

Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze universele waarden zijn benoemd in Bijlage 7 Universele waarden Hollandsche Waterlinie alsmede het boek voor de inundatiekom Culemborgerwaard en bestaan in ieder geval uit de volgende waarden: 1. het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit: inundatiegebieden; zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groeps- schuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; voormalige schootsvelden (visueel open) en Verboden Kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; 2. grote openheid; 3. groen en overwegend rustig karakter met inbegrip van de fruitteelt op de stroomruggen.

Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op de (externe) veiligheid prevaleren boven de dubbelbestemming Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie.

31.2

Bouwregels

Op de in lid 31.1 bedoelde gronden mag worden gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, met in achtneming van de volgende regels: a.

ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernzone' wordt voldaan aan de ontwerp-richtlijnen Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals benoemd in Bijlage 8 Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandsche Waterlinie inundatiekom Tielerwaard.

31.3

Afwijken van de bouwregels

31.3.1

'overige zone - kernzone'

Op de in lid 31.1 bedoelde gronden mag ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernzone' worden gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen op grond van daarin opgenomen afwijkingsmogelijkheden, met dien verstande dat de opstelling van een beeldkwaliteitsplan verplicht is conform de ontwerprichtlijnen Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals benoemd in Bijlage 8 Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandsche Waterlinie inundatiekom Tielerwaard en hierover is geadviseerd door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 31.3.2 'overige zone - inundatiekommen', 'overige zone - accessen' en 'overige zone verdichtingsvelden' Op de in lid 31.1 bedoelde gronden mag ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - inundatiekommen', 'overige zone - accessen' en 'overige zone - verdichtingsvelden' worden gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen op grond van daarin opgenomen afwijkingsmogelijkheden, met dien verstande dat de volgende aanvullende voorwaarde in acht moet worden genomen voor zover de gronden zijn gelegen buiten het agrarisch bouwvlak dan wel buiten het bestemmingsvlak van een niet-agrarische bestemming, niet zijnde de bestemming Bos, Natuur, Groen of Water: er wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen Nieuwe Hollandse Waterlinie en, indien het de gronden betreft ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - inundatiekommen', de ontwerprichtlijnen

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/349/documents/8838