RV2021-132 Bijlage 2 Buitengebied 2018 Regels.pdf
Tekst van het document
27
bestemmingsplan Buitengebied 2018
4.2.5 Bebouwing ten behoeve van recreatielandjes ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes' In afwijking van het bepaalde in de subleden 4.2.1, 4.2.2, 4.2.3 en 4.2.4 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes' de volgende regels: a.
b. c.
d. e.
het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, tenzij de bebouwing in Bijlage 1 Overzicht recreatielandjes is opgenomen, met dien verstande dat, per perceel uitsluitend de bebouwing is toegestaan die voor wat betreft locatie, aantal, bouwhoogte en oppervlakte is opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Overzicht recreatielandjes; per perceel is maximaal één opbergkist toegestaan, met een oppervlakte van niet meer dan 6 m² en een hoogte van niet meer dan 1,5 m; in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober is per perceel 1 parasol toegestaan, met dien verstande dat: 1. de doorsnede van de uitgevouwen parasol niet meer dan 16 m2 mag bedragen; 2. de hoogte van de parasol niet meer dan 3,5 m mag bedragen; 3. niet meer dan 1 staander is toegestaan; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 1 m; de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 8 m2 .
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, uitsluitend met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, waaronder het uitzicht van woningen begrepen; het bebouwings- en landschapsbeeld; de verkeersveiligheid, nadere eisen stellen aan: a. b. c.
de dakhelling van gebouwen in die zin dat deze niet minder dan 30° en niet meer dan 50° mag bedragen; de dakvorm in die zin dat bij verbouw aangesloten dient te worden bij de bestaande dakvorm; de plaats van bouwwerken indien de afstand tot de as van de weg minder bedraagt dan 20 m.
4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1
Schuilstallen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sublid 4.2.1 ten behoeve van de bouw van schuilstallen en veestallen ten behoeve van een agrarisch bedrijf buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. b.
de inhoud van de stal niet meer bedraagt dan 100 m3 ; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
4.4.2
Agrarische veldschuren
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sublid 4.2.1 ten behoeve van het vergroten van de bestaande goot-, bouwhoogte en oppervlakte van bestaande agrarische veldschuren, met dien verstande dat: a. b.
de vergroting van de bestaande goot-, bouwhoogte en oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25%; de omliggende waarden door de vergroting niet onevenredig worden aangetast.
4.4.3
Verhogen bouwhoogte grondgebonden veehouderijbedrijven
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sublid 4.2.2 ten behoeve van het verhogen van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen van grondgebonden veehouderijbedrijven, met dien verstande dat: a.
de afwijking bij een omgevingsvergunning uitsluitend mag worden verleend ten behoeve van een grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -
28
bestemmingsplan Buitengebied 2018
b. c.
d. e. f.
grondgebonden veehouderij'; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 13 m; veestallen uitsluitend met een hogere bouwhoogte mogen worden gebouwd indien dit door toepassing van een specifiek stalsysteem vanuit het oogpunt van hoger dierenwelzijn of voor de plaatsing van melkrobots noodzakelijk is; de dieren uitsluitend op de begane grond mogen worden gehuisvest; veestallen met een hogere bouwhoogte dan 10 m worden gebouwd met een zadeldak waarvan de dakhelling minimaal 25º bedraagt; omliggende waarden door de verhoging van de bouwhoogte niet onevenredig worden aangetast.
4.4.4
Kassen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sublid 4.2.2 ten behoeve van het bouwen van kassen binnen het bouwvlak, met dien verstande dat: a. b. c.
de oppervlakte van de kassen niet meer mag bedragen dan 2500 m2 ; de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uiterwaard'; er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan.
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. b. c.
d.
e. f.
g. h. i.
buitenopslag buiten het bouwvlak, waaronder in elk geval wordt begrepen de opslag van mest, met uitzondering van kuilvoerplaatsen direct aansluitend aan het bouwvlak tot maximaal 2.000 m2 ; buitenopslag dat niet gerelateerd is aan de uitoefening van het agrarisch bedrijf; het houden van dieren op andere bouwlagen dan de begane grond, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen van gebouwen gebruikt mogen worden; het gebruik van gronden ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en stacaravans, met uitzondering van: 1. de mogelijkheden die zijn opgenomen in lid 4.1; 2.
de navolgende percelen welke zijn opgenomen in Bijlage 1 Overzicht recreatielandjes; nummer D 5, kadastraal nummer Deil P 104; nummer E 1, kadastraal nummer Deil N 624; nummer E 15, kadastraal nummer Deil O 4; nummer F 16, kadastraal nummer Deil M 491; het gebruik van kampeermiddelen en stacaravans voor permanente bewoning; het aanleggen en gebruiken van aanlegsteigers, picknickplaatsen, visoevers en daarmee gelijk te stellen voorzieningen op de gronden welke zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - uiterwaard' en niet nader zijn aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes', voor zover niet reeds aanwezig; het aanleggen van terrassen en andere verhardingen met een grotere oppervlakte dan 16 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes'; het aanleggen en gebruiken van recreatielandjes, voor zover niet bestaand; het gebruiken van bijgebouwen bij een bedrijfswoning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.
4.5.2
Strijdig gebruik stikstof
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a.
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en/of het telen van gewassen indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit:
29
bestemmingsplan Buitengebied 2018
1.
b.
een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7 lid 5 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming; 2. indien een vergunning of melding als bedoeld onder a ontbreekt: de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende stikstofemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt; in afwijking van het bepaalde onder a. is een toename van de stikstofemissie voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en/of het telen van gewassen ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie toegestaan, mits het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet, een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied, die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit natuurbescherming geldt, die de waarde die is vastgesteld in artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming niet
overschrijdt.
4.5.3
Bed and Breakfast
Bed and breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
voorzieningen voor bed & breakfast zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande bebouwing; de exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. per woning is sprake van niet meer dan 3 bed & breakfast eenheden tot een oppervlakte van maximaal 150 m2 ; de woonfunctie van de woning blijft behouden; parkeren geschiedt op eigen terrein.
4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Bouw van een extra bedrijfswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van de bouw van een tweede bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf ingeval reeds een bestaande bedrijfswoning aanwezig is, dan wel voor de bouw van ten hoogste één bedrijfswoning indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
d.
e.
er is sprake van een duurzaam volwaardig tweemansbedrijf, waaraan twee arbeidskrachten in hoofdberoep zijn verbonden, indien het een tweede bedrijfswoning betreft; er is sprake van een duurzaam volwaardig eenmansbedrijf, waaraan één arbeidskracht zijn hoofdberoep ontleent, indien het een eerste bedrijfswoning betreft; er wordt aangetoond dat de woningen uit het oogpunt van functioneren van het agrarisch bedrijf in verband met de permanente aanwezigheid van ten minste 2 personen in de directe nabijheid noodzakelijk zijn, indien het een tweede bedrijfswoning betreft; er wordt aangetoond dat de woning uit het oogpunt van functioneren van het agrarisch bedrijf in verband met de permanente aanwezigheid van ten minste één persoon in de directe nabijheid noodzakelijk is, indien het een eerste bedrijfswoning betreft; het advies is ingewonnen van een ter zake deskundige organisatie.
4.6.2
Nevenactiviteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, met dien verstande dat: a.
b.
uitsluitend nevenactiviteiten zoals genoemd in Bijlage 4 Lijst met toegestane nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven en naar de aard en omvang daarmee gelijkgestelde nevenactiviteiten zijn toegestaan; de totale gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, bed and breakfast en verkoop van agrarische streekproducten niet meer mag bedragen dan 25% van de oppervlakte van de aanwezige gebouwen tot een maximum van 350 m2 ;
30
bestemmingsplan Buitengebied 2018
c. d. e.
in afwijking van bepaalde onder b de oppervlakte van horeca niet meer mag bedragen dan 250 m2 ; voor de uitoefening van de nevenactiviteit (inpandige) bouwkundige aanpassingen van gebouwen zijn toegestaan; geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden.
4.6.3
Boomgaarden
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van: a.
b.
het toestaan van fruitteelt in de vorm van boomgaarden en de daarbij benodigde teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarische - uiterwaard', met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van boomgaarden niet meer bedraagt dan 5 ha; 2. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden; het verkleinen van de afstand van fruitteelt in de vorm van boomgaarden tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, met dien verstande dat: 1. indien de boomgaard wordt omzoomd door een enkelvoudige bladverliezende windhaag de afstand tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen minimaal 30 m bedraagt; 2. indien de boomgaard wordt omzoomd door een bladhoudende windhaag of een dubbele bladverliezende windhaag de afstand tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen minimaal 20 m bedraagt;
4.6.4
Huisvesting seizoensarbeiders
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van verlenen van huisvesting van seizoensarbeiders, met dien verstande dat: a. b.
c.
d.
e. f.
de huisvesting uitsluitend bedoeld is voor seizoensarbeiders die tijdelijk werkzaam zijn voor het betreffende agrarische bedrijf; de aanwezige bedrijfsgebouwen voor dit doel mogen worden ingericht voor een overnachtingsaccommodatie, die niet geschikt is voor zelfstandige bewoning, en/of daarbij behorende voorzieningen; indien aangetoond wordt dat onvoldoende ruimte aanwezig is binnen de aanwezige bedrijfsgebouwen deze voor dit doel ook mogen worden uitgebreid en/of nieuwe vrijstaande bedrijfsgebouwen mogen worden gebouwd, waarbij lid 4.2 sublid 4.2.2 van overeenkomstige toepassing is; indien mogelijkheden voor de in sub c genoemde overnachtingsaccommodatie redelijkerwijs ontbreken, in plaats daarvan in de periode van 1 april tot en met 31 oktober, binnen het bouwvlak mobiele woonunits bij tijdelijke huisvesting mogen worden geplaatst, mits wordt voorzien in een doeltreffende landschappelijke inpassing; aangetoond wordt dat de omvang van de overnachtingsaccommodatie en/of het aantal te realiseren woonunits is afgestemd op de behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten; van de in sub d genoemde periode kan worden afgeweken indien aangetoond wordt dat de aard van de agrarische bedrijfsvoering noodzaakt tot de huisvesting van seizoensarbeiders buiten de genoemde periode.
4.6.5
Plattelandswoning
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van wonen, anders dan ten behoeve van het agrarisch bedrijf zoals is bedoeld in artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in een voormalige agrarische bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. b.
c.
het aantal (bedrijfs)woningen op het desbetreffende perceel niet toeneemt; er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 2. het landschaps- en bebouwingsbeeld; ter plaatse van de woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten
31
bestemmingsplan Buitengebied 2018
d. e. f.
geluidhinder, geurhinder en luchtkwaliteit; geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de belangen en natuurwaarden; is aangetoond dat de agrarische functie van de bedrijfswoning niet langer noodzakelijk is; afwijking niet mogelijk is op: 1. gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gelders natuurnetwerk'; 2. gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; 3. gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - uiterwaard'.
4.6.6
Kleinschalig kamperen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalig kamperen op andere locaties dan genoemd in lid 4.1, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.
kleinschalig kamperen uitsluitend is toegestaan op het erf of op de direct daarbij aansluitende gronden van woningen of agrarische bedrijven; de afstand tot woningen van derden niet minder dan 50 m mag bedragen; zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van kleinschalig kamperen mag niet meer bedragen dan 5 m; de totale oppervlakte van gebouwen ten behoeve van kleinschalig kamperen mag niet meer bedragen dan 60 m2 . het verlenen van de omgevingsvergunning niet mag leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
4.6.7
Mantelzorgvoorzieningen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.5.1 ten behoeve van de realisering van een mantelzorgvoorziening in een bijgebouw, mits: a. b. c. d. e. f. g.
de behoefte aan mantelzorg is aangetoond, dan wel de mantelzorg een ouder-kind relatie betreft waarbij de ouder 65 jaar of ouder is; de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; de waarden en belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; er geen zelfstandige woning ontstaat; na beëindiging van de mantelzorgsituatie dient de tijdelijke woonunit weer verwijderd te worden; bij de mantelzorgvoorziening geen afzonderlijke bijgebouwen worden opgericht.
4.6.8
Opslag baggerspecie in weilanddepots
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.5.1 ten behoeve van opslag van baggerspecie in weilanddepots, mits opslag niet plaats vindt op: a. b. c.
gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gelders natuurnetwerk'; gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - uiterwaard'.
4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het opruimen/verwijderen van wegen en paden; 2. het aanleggen van voet-, fiets- ruiter- en andere paden en dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen, parkeervoorzieningen en de inrichting van visoevers; 3. het aanpassen van het beloop en/of het dwarsprofiel van bestaande wegen; 4. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 5. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 6. het aanleggen van insteekhavens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie recreatielandjes';
32
bestemmingsplan Buitengebied 2018
7. 8.
b. c.
d.
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 9. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; 10. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z’n geheel in de beoordeling betrokken. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande beplantingen en de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 2. gelet op de in lid 4.1 genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 3.
reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien: 1. ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen, met dien verstande dat de vergunning ten aanzien van de onder a sub 7 genoemde werken of werkzaamheden slechts wordt verleend indien: de aanleg van de insteekhaven betrekking heeft op een bestaand recreatielandje ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes' waar ter plaatse een steiger aanwezig is en waarbij de aanleg van de insteekhaven gepaard gaat met de verwijdering van de aanlegsteiger; de insteekhaven op natuurvriendelijke wijze wordt toegepast, een en ander blijkend uit een door de op het recreatielandje rechthebbende overlegd inrichtingsplan; 2. verdroging plaatsvindt van een leefgebied met natte dooradering.
4.8
Wijzigingsbevoegdheid
4.8.1
Vergroten of veranderen van het bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten of veranderen van het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.
b. c. d. e. f.
g.
de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij', tenzij uit een grondgebuiksplan blijkt dat ter plaatse van deze aanduiding een grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig is; de vergroting of vormverandering is noodzakelijk voor de continuïteit of ontwikkeling van het agrarisch bedrijf; de waardevolle landschapselementen moeten behouden blijven; de oppervlakte van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 ha; de breedte van het bouwvlak langs de weg mag niet meer bedragen dan 150 m; indien het bouwvlak van een grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij' wordt gewijzigd, gelden de volgende aanvullende regels: 1. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 ha; 2. in aanvulling van het bepaalde onder 1 geldt voor een (melk)rundveehouderij dat: er geen sprake is van omschakeling naar een niet-grondgebonden veehouderij; aan de uitbreiding een grondgebruiksplan ten grondslag ligt; in geval een bouwvlak van een niet-grondgebonden veehouderij, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij', wordt gewijzigd dan mag de oppervlakte van het bouwvlak met maximaal 500 m2 worden vergroot, met dien verstande dat
33
bestemmingsplan Buitengebied 2018
vergroting eenmaal per 5 jaar mag worden toegepast; er mag geen aantasting van de waterhuishoudkundige situatie optreden met betrekking tot de waterkwantiteit en –kwaliteit; evenmin mag de regionale wateropgave belemmerd worden; i. het woon- en leefklimaat van omwonenden mag niet worden aangetast; j. op basis van toetsing aan de Wet geurhinder in dat specifieke geval geen geurnormen mogen worden overschreden, alsmede dat er in de omgeving sprake is van een goed woon- en leef-klimaat; k. de wijziging niet mag worden toegepast ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' of een niet-grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij'; l. de uitbreiding dient ruimtelijk aanvaardbaar te zijn en er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan; m. indien de vergroting van het bouwvlak plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone', dan moet worden aantoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone. h.
4.8.2
Vergroten of veranderen van het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten of het veranderen van het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw', mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. b. c.
d. e. f. g.
de vergroting of vormverandering is noodzakelijk voor een doelmatige voortzetting van het agrarisch bedrijf; de vergroting mag niet meer bedragen dan 20% van de bestaande glasopstand op 29 juni 2005. De vergroting mag eenmalig worden toegepast; in afwijking van het bepaalde onder b mag de vergroting meer bedragen dan 20% van de bestaande glasopstand op 29 juni 2005, mits: 1. de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf; 2. de verplaatsing naar een Glastuinbouwontwikkelingsgebied dan wel een Regionaal cluster glastuinbouw bedrijfseconomisch niet mogelijk is; en de vergroting moet zich verdragen met de ter plaatse van belang zijnde kwaliteiten (natuur, landschap en/of water) en de waardevolle landschapselementen moeten behouden blijven; de bebouwing mag niet met de bebouwing van de nabijgelegen functies aaneengesloten raken; er mag geen aantasting van de waterhuishoudkundige situatie optreden met betrekking tot de waterkwantiteit en –kwaliteit; evenmin mag de regionale wateropgave belemmerd worden; het woon- en leefklimaat van omwonenden mag niet worden aangetast.
34
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 5 5.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b.
c. d.
e. f. g. h.
aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aan het buitengebied gebonden', met dien verstande dat op de desbetreffende percelen ten hoogste de milieucategorie is toegestaan welke is opgenomen in Bijlage 2 Lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten; niet aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven en aan het buitengebied gebonden bedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - niet aan het buitengebied gebonden', met dien verstande dat op de desbetreffende percelen ten hoogste de milieucategorie is toegestaan welke is opgenomen in Bijlage 2 Lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten; ter plaatse van de aanduiding 'groen' zijn uitsluitend groenvoorzieningen toegestaan; bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1. het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan 1 per bestemmingsvlak dan wel niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen'; 2.
ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; behoud en herstel van de molen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf molen'; geluidwerende voorzieningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf geluidwerende voorzieningen'; opslag van grond en zand uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - parkeren' uitsluitend parkeren;
met de daarbij behorende: i. j. k. l. m. n.
nutsvoorzieningen; toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; erven en tuinen.
5.2
Bouwregels
5.2.1 a. b.
Algemeen
Op de voor 'Bedrijf' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak zijn de gebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak.
5.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a.
b.
c. d.
de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen, de bedrijfswoningen en de daarbij behorende bijgebouwen niet meegerekend, mag niet meer bedragen dan is opgenomen in Bijlage 2 Lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidin g 'specifieke bouwaanduiding - kapschuur' de bouwhoogte aan de zijde van de bestemming 'Groen' niet meer bedraagt dan 3,5 m; bedrijfsgebouwen worden voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 10°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - parkeren' zijn geen bouwwerken
35
bestemmingsplan Buitengebied 2018
e.
toegestaan; op het adres Kooiweg-West 91 in Beesd zijn de bedrijfsgebouwen uitsluitend toegestaan achter de achtergevel van de bedrijfswoning.
5.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan 750 m3 , dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; 3. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 75 m2 .
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 6 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt.
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Uitbreiding maximale oppervlakte aan gebouwen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 sublid 5.2.2 ten behoeve van het éénmalig uitbreiden van het maximale oppervlak aan gebouwen, met dien verstande dat: a.
b.
c. d. e.
de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen van aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aan het buitengebied gebonden' met niet meer dan 20% mag worden uitgebreid tot maximaal 500 m2 ; de oppervlakte van bedrijfsgebouwen van niet aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - niet aan het buitengebied gebonden' met niet meer dan 2010% mag worden uitgebreid tot maximaal 350 m2 ; met dien verstande dat de uitbreiding uitsluitend is toegestaan indien de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering van de uitbreiding voldoende is aangetoond; omliggende functies niet in onevenredige mate worden aangetast dan wel worden belemmerd; de toepassing van de afwijking gepaard gaat met een landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan.
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruiken van bijgebouwen bij een bedrijfswoning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; buitenopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag uitgesloten'.
5.4.2
Strijdig gebruik Busterweg 20
Onder gebruik in strijd met deze bestemming op het adres Busterweg 20 wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van buitenopslag.
36
bestemmingsplan Buitengebied 2018
5.4.3
Voorwaardelijke verplichting
Zes maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de realisering van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kapschuur' dient te aangrenzende bestemming 'Groen' te zijn gerealiseerd. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Mantelzorgvoorzieningen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.4.1 ten behoeve van de realisering van een mantelzorgvoorziening in een bijgebouw, mits: a. b. c. d. e. f. g.
de behoefte aan mantelzorg is aangetoond, dan wel de mantelzorg een ouder-kind relatie betreft waarbij de ouder 65 jaar of ouder is; de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; de waarden en belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; er geen zelfstandige woning ontstaat; na beëindiging van de mantelzorgsituatie dient de tijdelijke woonunit weer verwijderd te worden; bij de mantelzorgvoorziening geen afzonderlijke bijgebouwen worden opgericht.
5.6
Wijzigingsbevoegdheid
5.6.1
Vergroten of veranderen van het bestemmingsvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten of veranderen van het bestemmingsvlak, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. b.
c. d. e. f.
de vergroting of vormverandering is noodzakelijk voor de continuïteit of ontwikkeling van het bedrijf; uitsluitend bestemmingsvlakken van aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aan het buitengebied gebonden' mogen worden vergroot, met dien verstande dat de vergroting niet meer mag bedragen dan 10%. de waardevolle landschapselementen moeten behouden blijven; er mag geen aantasting van de waterhuishoudkundige situatie optreden met betrekking tot de waterkwantiteit en –kwaliteit; de wijziging mag niet leiden tot een belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies; de wijziging gaat gepaard met een landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan.
37
bestemmingsplan Buitengebied 2018
38
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 6 6.1
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
een gemaal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; een rioolwaterzuiveringsinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rwzi'; een opslagterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i.
nutsvoorzieningen; toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; erven en tuinen.
6.2
Bouwregels
De oppervlakte en de bouwhoogte van bouwwerken mogen niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte en de bestaande bouwhoogte. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Vergroten oppervlakte
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van het vergroten van de bestaande oppervlakte van gebouwen, mits: a. b. c. d.
de oppervlakte met niet meer dan 20% wordt vergroot; de vergroting noodzakelijk is voor de continuïteit of ontwikkeling van het bedrijf; de vergroting zich verdraagt met de ter plaatse van belang zijnde kwaliteiten (natuur, landschap en/of water) en de waardevolle landschapselementen moeten behouden blijven; er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
39
bestemmingsplan Buitengebied 2018
40
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 7 7.1
Bedrijf - Windturbine
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Windturbine' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e.
het opwekken van elektrische energie door middel van windturbines; kraanopstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines, met dien verstande dat maximaal 1 kraanopstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.000 m2 voor opstelplaats en windturbinefundament; wegen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines met een maximum breedte van 5 meter; de uitoefening van agrarische bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch'; behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'natuur';
met de daarbij behorende: f.
bouwwerken en voorzieningen waaronder in elk geval worden begrepen: compacte transformatorstations, een of twee schakel-/inkoopstations, kabels en leidingen en onderhoudswegen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op de voor 'Bedrijf - Windturbine' bestemde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd: a. b. c. d.
windturbines; compacte transformatorstations; schakel-/inkoopstations; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2.2
Windturbines
Voor het bouwen van windturbines gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
per bestemmingsvlak is één windturbine toegestaan; de bouwhoogte bedraagt niet minder dan de met de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; de rotordiameter van een windturbine mag niet minder bedragen dan 120 m; de rotordiameter van een windturbine mag niet meer bedragen dan 140 m; de windturbine heeft drie rotorbladen.
7.2.3
Compact transformatorstation
Voor het bouwen van een compact transformatorstation gelden de volgende regels: a. b. c.
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 10 m2 ; de bouwhoogte mag niet bedragen dan 3 m; het aantal compacte transformatorstations bedraagt maximaal één per windturbine.
7.2.4
Schakel-/inkoopstation
Voor het bouwen van een schakel-/inkoopstation gelden de volgende regels: a. b. c.
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m2 ; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor blikselafleiders maximaal 15 bedraagt; het aantal schakel/inkoopstations ten behoeve van Windpark Deil mag niet meer bedragen dan 2.
7.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
41
bestemmingsplan Buitengebied 2018
a. b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1
Toetsingskader defensieradar
Windturbines waarvoor na toetsing aan het Toetsingskader defensieradar, verzorgd door de initiatiefnemer, geen positief advies is ontvangen van het Ministerie van Defensie, zijn niet toegestaan. 7.3.2
Agrarisch gebruik
Met betrekking tot de uitoefening van agrarische bedrijfsactiviteiten geldt dat dit gebruik niet mag leiden tot een verminderde bereikbaarheid en toegankelijkheid van de windturbines. 7.3.3
Buisleidingen
Het plaatsen van een windturbine waarvan de veiligheidszone Gasunie groter is dan de afstand van die windturbine tot een ondergrondse buisleiding voor aardgas of aardolieproducten met een werkdruk van meer dan 15 bar is niet toegestaan. 7.3.4
Natuurversterking
De inrichting en ingebruikname van gronden met de bestemming 'Bedrijf - Windturbine' conform de bestemming is alleen dan toegestaan, indien de maatregelen in het als Bijlage 6 opgenomen natuurversterkingsplan zijn uitgevoerd. 7.4
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.3.3 ten behoeve van toestaan van een windturbinetype dat niet aan de daar gestelde afstandseis voldoet, mits: a. b.
uit onderzoek blijkt dat afwijken niet leidt tot onaanvaardbare externe veiligheidsrisico’s; voorafgaande aan het verlenen van de omgevingsvergunning advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.
42
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 8 8.1
Cultuur en Ontspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Cultuur en Ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
zeer grootschalig zalenverhuur, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - zeer grootschalig zalenverhuur'; grootschalig zalenverhuur uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - grootschalig zalenverhuur'; middelgroot zalenverhuur, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - middelgroot zalenverhuur; kleinschalig zalenverhuur, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - kleinschalig zalenverhuur'; evenemententerrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein'; behoud en herstel van de molen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen'; kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; één recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen';
met de daarbij behorende: j. k. l. m. n. o. p.
opslag; nutsvoorzieningen; toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; erven en tuinen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
b.
c.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - zeer grootschalig zalenverhuur', 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - grootschalig zalenverhuur', 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - middelgroot zalenverhuur', 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - kleinschalig zalenverhuur' en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen' zijn gebouwen toegestaan. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - zeer grootschalig zalenverhuur', 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - grootschalig zalenverhuur', 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - middelgroot zalenverhuur' en 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - kleinschalig zalenverhuur' gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte vermeerderd met 10%; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte; voor het bouwen van de toegestane woning en de daarbij behorende bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'wonen' gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; 2. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan de bestaande oppervlakte vermeerderd met 10%; 3.
voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt dat: de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;
43
bestemmingsplan Buitengebied 2018
d.
de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 75 m2 . ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen' zijn uitsluitend de bestaande gebouwen toegestaan.
8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt.
8.3
Specifieke gebruiksregels
8.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan buitenopslag dat niet gerelateerd is aan de activiteiten genoemd in lid 8.1.
44
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 9 9.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
educatie; ontspanning; expositieruimte, vergaderruimte en horeca van categorie 2, zoals is bedoeld in artikel 1 lid 1.34, met bijbehorend terras uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - fort'; wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; behoud en herstel van cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden; parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; een natuurbezoekerscentrum, een dagactiviteitencentrum, een zorgboerderij, kleinschalige verkoop van landproducten en ter plaatse vervaardigde producten, één bedrijfswoning en horeca van categorie 2, met dien verstande dat niet meer dan 100 m2 van de gebouwen gebruikt mag worden ten behoeve van horeca en de oppervlakte van het terras ten behoeve van horeca niet meer mag bedragen dan 100 m2 , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd natuurbezoekerscentrum';
met de daarbij behorende: h. i. j.
toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
b.
de oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - natuurbezoekerscentrum' de oppervlakte aan gebouwen niet meer mag bedragen dan 1.675 m2 ; de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte.
9.2.2
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - natuurbezoekerscentrum' gelden de volgende regels: a. b. c.
de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan 750 m3 , dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; 3. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 75 m2 .
9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - natuurbezoekerscentrum' mag niet meer bedragen dan 15 m.
45
bestemmingsplan Buitengebied 2018
9.3
Specifieke gebruiksregels
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruik van gronden ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en stacaravans voor dag en/of verblijfsrecreatieve doeleinden; het aanleggen en gebruiken van recreatielandjes.
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
b. c.
d.
e.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. ophogen, afgraven, afschuiven, ontgronden en egaliseren; 2. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel, het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen en het aanbrengen van drainage; 3. het opruimen/verwijderen van wegen en paden; 4. het aanleggen van voet-, fiets- en ruiterpaden en dagrecreatieve voorzieningen; 5. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 6. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek; 7. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem dieper dan 30 cm; 8. het aanleggen van picknickplaatsen, visoevers; Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die: 1. het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande beplantingen en de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 2.
gelet op de in lid 9.1 genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn; 3. reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreden van dit plan. De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen; Alvorens een vergunning ten aanzien van de onder a, sub 2 bedoelde werken en werkzaamheden te verlenen, winnen burgemeester en wethouders advies van de waterbeheerder in.
46
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 10 10.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
groenvoorzieningen; dagrecreatie;
met de daarbij behorende: c. d.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; waterberging.
10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemeen
Op de voor 'Groen' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kapschuur' gebouwen zijn toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m. 10.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1,5 m.
10.3
Specifieke gebruiksregels
10.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruik van gronden ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en stacaravans voor dag en/of verblijfsrecreatieve doeleinden; het gebruik van gronden voor het kweken en telen van gewassen.
47
bestemmingsplan Buitengebied 2018
48
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 11 11.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
horeca van categorie 1 en 2; horeca van categorie 3 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3'; detailhandel uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; 1 bedrijfswoning per bestemmingsvlak dan wel niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen';
met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j.
nutsvoorzieningen; toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; erven en tuinen.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
b.
c.
d.
ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte vermeerderd met 10%; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte; ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan 2.000 m2 ; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m, voor 50% van de gebouwen; op het perceel Lingedijk 16a gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan 270 m2 , met dien verstande dat de oppervlakte aan gebouwen voor zover buitendijks gelegen niet meer mag bedragen dan 55 m2 ; 2. de bouwhoogte van gebouwen voor zover buitendijks gelegen mag niet meer bedragen dan 4 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze hoger is; voor het bouwen van de toegestane bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; 2. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan 750 m3 , dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; 3.
voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt dat: de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 75 m2 .
11.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt.
49
bestemmingsplan Buitengebied 2018
11.3
Specifieke gebruiksregels
11.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken van bijgebouwen bij een bedrijfswoning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte. 11.4
Afwijken van de gebruiksregels
11.4.1
Mantelzorgvoorzieningen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.3.1 ten behoeve van de realisering van een mantelzorgvoorziening in een bijgebouw, mits: a. b. c. d. e. f. g.
de behoefte aan mantelzorg is aangetoond, dan wel de mantelzorg een ouder-kind relatie betreft waarbij de ouder 65 jaar of ouder is; de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; de waarden en belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; er geen zelfstandige woning ontstaat; na beëindiging van de mantelzorgsituatie dient de tijdelijke woonunit weer verwijderd te worden; bij de mantelzorgvoorziening geen afzonderlijke bijgebouwen worden opgericht.
50
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 12 12.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f. g. h. i.
een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; bijzondere begraafplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - bijzondere begraafplaats', ten behoeve van het landgoed waar zij deel van uitmaken, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan grafruimten niet meer mag bedragen dan 150 m2 ; een kerk en één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kerk'; een school, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - school'; een onderzoeksinstelling en één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - onderzoeksinstelling'; een ambulancepost met overnachtingsmogelijkheid voor het personeel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - ambulancepost'; een gezondheidscentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorg'; een zorginstelling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling'; ter plaatse van de aanduiding 'groen' is uitsluitend landschapsverzorging in de vorm van houtopstanden en afschermende beplanting, een en ander met bijbehorende voorzieningen, toegestaan;
met de daarbij behorende: j. k. l. m. n. o.
nutsvoorzieningen; toegangswegen, -paden, onverharde paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; erven en tuinen.
12.2
Bouwregels
12.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
b. c.
d.
de oppervlakte van gebouwen bedraagt niet meer dan de bestaande oppervlakte, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kerk' de oppervlakte aan gebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen, niet meer mag bedragen dan 800 m2 ; de goot- en de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte; voor het bouwen van de toegestane bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van maatschappelijk - kerk' en 'specifieke vorm van maatschappelijk - onderzoeksinstelling' gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; 2. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan 750 m3 , dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; 3. voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt dat: de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 75 m2 .
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - bijzondere begraafplaats' zijn
51
bestemmingsplan Buitengebied 2018
e.
uitsluitend kelders toegestaan; in afwijking van het bepaalde in a. tot en met d. gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - ambulancepost' voor het bouwen van gebouwen de volgende regels: 1. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7,5 m; 3. de oppervlakte aan gebouwen mag niet meer bedragen dan 330 m2 ; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1. is buiten het bouwvlak een overdekte fietsenstalling toegestaan, met dien verstande dat: de fietsenstalling niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'groen'; de bebouwde oppervlakte niet meer bedraagt dan 30 m2 ; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
12.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.
d.
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - bijzondere begraafplaats' zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 m toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfscheidingen niet meer mag bedragen dan 1 m; ter plaatse van de aanduiding 'groen' mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer bedragen dan 1 m.
12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1
Vergroten oppervlakte
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.2 ten behoeve van het vergroten van de bestaande oppervlakte van gebouwen, mits: a. b. c. d.
de oppervlakte met niet meer dan 10% wordt vergroot; de vergroting of vormverandering noodzakelijk is voor de continuïteit of ontwikkeling van de toegestane activiteiten; de vergroting zich verdraagt met de ter plaatse van belang zijnde kwaliteiten (natuur, landschap en/of water) en de waardevolle landschapselementen moeten behouden blijven; er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
52
bestemmingsplan Buitengebied 2018
Artikel 13 13.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f. g. h. i. j.
behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschappelijke alsmede cultuurhistorische waarden van het natuur- en bosgebied; de instandhouding en ontwikkeling van voorkomende dan wel aan de gronden eigen natte landschapsen natuurwaarden, meer in het bijzonder de grondwaterstand, grondwaterstroming en kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, met uitzondering van de gronden die zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - niet nat natuurgebied'; water; behoud en herstel van cultuurhistorische waarden en de bestaande woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur - fort’; bestaande maatschappelijke doeleinden, een kantoor, opslag en één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschapsbeheer'; één kampeermiddel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur kampeermiddel'; een bijgebouw behorende bij de woning op het adres Kooiweg 1 in Enspijk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - bijgebouw bij woning'; extensieve dagrecreatie; recreatielandjes, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie recreatielandjes'; wegen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines met een maximum breedte van 5 meter, alsmede voor kraanopstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van