RV2021-101 Bijlage BP Zonnepark Beesd excl. bijlagen 4-9-2018.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Zonnepark Beesd Gemeente Geldermalsen
Planstatus:
ontwerp
Datum:
3 september 2018
Contactpersoon Plannen-makers:
Dhr. C. Vaartjes
Kenmerk Plannen-makers:
PM180320
Opdrachtgever:
VindoSolar B.V.
Plannen-makers Abstederdijk 36 3582 BN Utrecht 06-18964686 www.plannen-makers.nl BTW nummer: NL193436899B01 KvK nummer: 59112751
Pagina 2
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4
1.2
Leeswijzer ................................................................................................................................ 4
Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1
Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5
2.2
Beschrijving plan...................................................................................................................... 6
Beleidsmatige onderbouwing .......................................................................................................... 8 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................... 8
3.2
Provinciaal beleid..................................................................................................................... 9
3.3
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 12
Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 16 4.1
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 16
4.2
Geluidhinder .......................................................................................................................... 16
4.3
Natuurbescherming ............................................................................................................... 16
4.4
Bodem ................................................................................................................................... 17
4.5
Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 18
4.6
Externe Veiligheid .................................................................................................................. 18
4.7
Archeologie & Cultuurhistorie ................................................................................................ 20
4.8
Waterhuishouding .................................................................................................................. 21
4.9
Verkeer en Parkeren ............................................................................................................. 25
Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 26 5.1
Plansystematiek..................................................................................................................... 26
5.2
Opzet van de regels .............................................................................................................. 26
5.3
De bestemmingen.................................................................................................................. 26
Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid...................................................................... 27 6.1
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 27
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 27
Bijlagen .......................................................................................................................................... 29
Pagina 3
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doelstelling
Vindo Solar B.V. is voornemens om op een perceel langs de A2 bij Beesd een zonnepark op te zetten voor een periode van maximaal 25 jaar. Het beoogde zonnepark bestaat uit meerdere rijen met zonnepanelen, twee kleine ondersteunende gebouwtjes, een onderhoudspad en een deel dat wordt omgevormd tot natuur. Omdat de realisatie van een zonnepark strijdig is met het geldende bestemmingsplan is in overleg tussen gemeente en initiatiefnemer besloten een nieuw bestemmingsplan op te stellen. De ontwikkeling van het Zonnepark draagt bij aan een duurzame energievoorziening wat een gemeentelijke ambitie is. Het plan draagt zodoende bij aan het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen.
1.2
Leeswijzer
Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. In geval van verwijzing naar brieven of nadere onderzoeken kunnen bijlagen bij de toelichting opgenomen zijn. Het tweede onderdeel van het bestemmingsplan betreft de planregels. De planregels zijn voor een ieder geldend. Indien van toepassing zijn bij de regels ook bijlagen opgenomen. De planregels hebben een eigen paginanummering en tellen daarmee niet door vanuit de toelichting. Het laatste onderdeel van het bestemmingsplan betreft de verbeelding. De verbeelding is een geografische kaart met het plangebied van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangeduid. De planregels in het tweede onderdeel zijn van toepassing op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en op het plangebied als geheel.
Pagina 4
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
2 Het plan 2.1
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft een perceel langs de A2 met een oppervlakte van circa 4 hectare. Het perceel is kadastraal bekend als Beesd sectie D perceel 1930. Het plangebied is gelegen te midden van open graslanden en enkele akkers aan de Ridderslag. De Ridderslag is een oude ontsluitingsweg binnen het gebied, maar pas na verbeterde ontwateringstechnieken en de ruilverkaveling van de jaren 60-70 is er een open bebouwingslint langs de weg ontstaan. De boerderijen liggen als kleine clusters, veelal omgeven door erfbeplanting, in het open landschap. Een dicht slotenpatroon vormt de begrenzing tussen de percelen. Naast de erfbeplanting accentueren enkele andere kleine landschapselementen de open ruimte, zoals de houtsingel rond het Texaco tankstation en de laanbeplanting die de Ridderslag, Katijdeweg en Banweg begeleidt en op sommige plekken perceelrandbeplanting. Op wat grotere afstand van het plangebied wordt het landschap kleinschaliger en de zichtlijnen minder lang door een toename van het aantal bospercelen en grienden. Aan de noordoostzijde van het plangebied is de snelweg A2 gelegen. De A2 ligt op gelijke hoogte met het plangebied en is nadrukkelijk aanwezig door de constante stroom van auto’s. Op het perceel is geen bebouwing aanwezig. Het perceel is in gebruik als grasland en heeft geen waardevolle opgaande beplanting.
Wel is de direct aangrenzende laanbeplanting van populieren langs de Ridderslag een waardevol lijnelement in het landschap. Het perceel wordt aan alle zijden omgeven door diep gelegen sloten die de erfbegrenzing vormen. Het perceel heeft een vlak maaiveld. Direct ten zuiden van het plangebied is een bestemmingsplan vastgesteld voor de realisatie van een crematorium. Het crematorium en het zonnepark vormen geen belemmering voor elkaar.
Luchtfoto plangebied in omgeving met globale plangrens (bron: google earth)
Pagina 5
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Luchtfoto plangebied met globale plangrens (bron: google earth)
2.2
Beschrijving plan
De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel een zonnepark met meerdere rijen zonnepanelen, twee trafostations en een onderhoudspad te realiseren. Door het zonnepark binnen de bestaande infrastructuur en watergangen te situeren, het park volledig landschappelijk in te passen in combinatie met de beperkte hoogte van maximaal 1.75 meter van de panelen, ontstaat een logisch en afgerond geheel passend in de ruimtelijk-functionele structuur en schaal van het landschap langs de A2. Voor het landschappelijk inpassen van het plan is een landschapsontwerp gemaakt, zie bijlage 1. Bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan vormen de doelstellingen uit de omgevingsvisie Gelderland en het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ten aanzien van de kernkwaliteiten van het deelgebied ‘De Regulieren’ de basis. De aansluiting van het plan op het LOP wordt bij het gemeentelijk beleid nader toegelicht. De volgende ontwerpuitgangspunten zijn aangehouden: • • • • •
Realiseren van een zonnepark met een omvang van ca. 4 ha Plaatsing van 2 trafo’s Informele onderhoudspaden van ca. 1.0 m tot 2.8 m breed rondom het zonnepark Toegang tot het terrein middels de hoofdentree. Vrije toegankelijkheid is niet gewenst vanuit het oogpunt van veiligheid en vandalisme. (Natte) natuurontwikkeling in de vorm van rietvelden.
Hierna worden de concrete uitwerkingen uit het landschapsontwerp beschreven. Het zonnepark wordt in het landschap ingepast door het op te nemen in het karakteristieke patroon van langgerekte smalle percelen en door o.a. aan de noordzijde een groot rietveld te realiseren. Vanaf de A2 wordt het zicht op het zonnepark gemaskeerd door een losse struweelheg bestaande uit gebiedseigen beplanting.
Pagina 6
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Ontwerp Zonnepark, bron: Bongers Landschap De beide buurerven Ridderslag 20-22 aan de westzijde van het zonnepark worden eveneens door een struweelheg afgescheiden van het terrein. De struweelheggen complementeren de bestaande erfbeplanting bij Ridderslag 20-22 en maakt de erven en het zonnepark herkenbaar als een zelfstandige cluster in het landschap.
Doorsneden Zonnepark, bron: Bongers Landschap Aan de zuidzijde vormt een brede strook riet met elzenhakhout een bufferzone tussen de zonnepanelen en de agrarische percelen aan de Ridderslag. Een solitaire boomgroep in het noordelijke rietveld vormt een blikvanger vanaf de snelweg A2. Pagina 7
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1
Rijksbeleid
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk een aantal nationale belangen (vastgelegd in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro)). Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. In het MIRT wordt ook de samenhang met decentrale belangen en regionale opgaven besproken. De ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd.
Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Door het nationale karakter van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit bestemmingsplan zeer beperkt raakvlak met het nationale beleid. Onderhavig plan sluit wel aan op een van de voornaamste ambities van de structuurvisie. De SVIR heeft onder andere als ambitie: ‘dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet ‘ Voorliggend plan draagt daar in bij.
In de structuurvisie zijn nationale belangen vastgelegd. In het Barro zijn dit 14 gebieden en of onderwerpen. Het onderwerp Energievoorziening wordt hier ook in benoemd. Dit artikel van de Barro gaat echter in op het garanderen van een adequate energievoorziening voor Nederland en dan met name op welke locaties hierin voorzien wordt. Voorliggend plangebied maakt geen onderdeel uit van deze benoemde locaties. Tot slot dient beoordeeld te worden of voldaan wordt aan de ladder duurzame verstedelijking. De eerste vraag hierbij is of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij de aanleg van een zonnepark. Uit artikel 1 van de Bro wordt duidelijk dat het een zonnepark niet onder de definitie van een stedelijke ontwikkeling valt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Uit de handreiking bij de nieuwe Pagina 8
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
ladder duurzame verstedelijking is ook op te maken dat het niet onder de ‘restcategorie’ van andere ontwikkelingen valt. Een windmolenpark is op basis van jurisprudentie bijvoorbeeld ook bestempeld als geen stedelijke ontwikkeling. De ladder duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op voorliggend plan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gelderland is 9 juli 2014 vastgesteld. Het vertrekpunt bij het maken van de Omgevingsvisie zijn de maatschappelijke opgaven geweest die in gesprekken met overheden, organisaties en particulieren zijn benoemd. De opgaven zijn die zaken die partijen met elkaar delen. Ongeacht wie wat doet en welke rollen zij spelen, staan deze opgaven centraal voor de komende pakweg vijf tot tien jaar. In de context van 2014 zijn onder meer de volgende ontwikkelingen te voorzien: -
veel veranderingen in consumentengedrag, in wonen en werken, veel snelle technische veranderingen; onzekerheden over de gevolgen van klimaatontwikkelingen; minder groei en minder investeringen in nieuwbouwplannen; krimp-gebieden, demografische ontwikkelingen (ontgroening en vergrijzing); complexe actuele opgaven (onder meer leegstand) in de stedelijke gebieden; opgaven waarin de overheid slechts een van de vele spelers is.
De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om krachtige steden en vitale dorpen met voldoende werkgelegenheid. Het verbeteren van de economische structuur is een belangrijke opgave voor de Gelderse samenleving. Dat betekent vooral dat de provincie zich met haar partners richt op: - kansen bieden aan bestaande en nieuwe bedrijven; - het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's; - het creëren van een goede bereikbaarheid van de stedelijke gebieden en de - economische kerngebieden met fiets, openbaar vervoer en auto maar ook digitaal; - het versterken van ruimtelijke randvoorwaarden voor de sterke (top)sectoren en het - verbeteren van de kennisinfrastructuur; - een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor cultuurbeleving; - een adequaat beheer (kwaliteit en kwantiteit) van bestaande en eventueel nieuwe woongebieden, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel in Gelderland. 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap in Gelderland, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodem- en watersysteem.
De provincie zet daarom in op het waarborgen en op het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland. De realisatie van deze tweede centrale doelstelling betekent vooral: - ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; - zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap; - een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed; - een gezonde en veilige leefomgeving; Pagina 9
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
-
een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor beleving, bereikbaarheid en toegankelijkheid van cultuur, natuur en landschap.
In de visie worden verschillende ruimtelijke opgaven voor de provincie beschreven. Een hiervan is de energietransitie. De provincie streeft naar een betrouwbare, betaalbare en hernieuwbare energievoorziening en naar energieneutraliteit in 2050. De omslag die zij willen maken is: • • •
van gebruik van fossiele energie naar gebruik van hernieuwbare energie zuinig gebruik van energie en grondstoffen, de kringloop sluiten aanwijzen van gebieden voor windmolens
De provincie heeft als doelstelling om in 2020 van alle in Gelderland gebruikte energie 14% hernieuwbaar op te wekken in Gelderland. Om dit te bereiken is inzet op een brede mix van hernieuwbare energiebronnen noodzakelijk. De provincie stimuleert dan ook de opwekking van zonneenergie, windenergie, de productie van biogas en het gebruik van aarden restwarmte. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van een zonnepark. Het plan draagt bij aan de provinciale opgave om 14% van de energiebehoefte door middel van hernieuwbare energie op te weken. Daarnaast wordt het plan zorgvuldig landschappelijk ingepast zoals beschreven in hoofdstuk 2 en in bijlage 1. Er wordt daarmee invulling gegeven aan het borgen van de aanwezige kwaliteit zoals beschreven in de visie. Het plan is derhalve in overeenstemming met de omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland is 24 september 2014 vastgesteld. De verordening is een uitwerking van het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie in toetsbare regels. De verordening stelt regels en voorwaarden waaraan de inhoud van (gemeentelijke) bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen.
Inhoudelijk gaat de verordening onder andere in op het realiseren van stedelijke functies buiten bestaand stedelijk gebied, het vrijkomen van agrarische bebouwing, regels over uitbreiding van bedrijventerreinen en glastuinbouw en natuur- en landschapsbescherming. Planspecifiek Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het plangebied ligt aan de rand van het gebied dat door de provincie gerekend wordt tot het Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie. Uitgangspunt is dat kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie moeten worden gerespecteerd of versterkt. Dat is het geval bij dit zonnepark, er is een specifiek plan gemaakt voor de landschappelijke inpassing van dit zonnepark. Het Rijk heeft twintig karakteristieke gebieden in Nederland aangewezen als Nationaal Landschap, waarvan er zeven liggen in Gelderland. Ze geven op (inter)nationale schaal een afspiegeling van de landschappelijke diversiteit en hebben daarom speciale aandacht. Kenmerkend zijn de samenhang tussen natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De ontstaansgeschiedenis van het landschap is hier nog leesbaar. Voor de Nationale landschappen geldt een beschermingsregiem. De provincie wil dit landschap ontwikkelen, versterken en behouden, zij stimuleert daarom ontwikkeling met kwaliteit. Hierbij is het actuele landschap het referentiekader voor deze kwaliteit.
Het plangebied is gelegen in het Nationale landschap de Nieuwe Hollandse waterlinie, in het deelgebied De Regulieren. De Regulieren kent twee typen landschappen; het oeverwallenlandschap langs de sterk meanderende Linge en de gave open kommen ten noorden van de Linge. In aanvulling hierop zijn in beide landschappen cultuurhistorische elementen van het 19e en 20e-eeuwse hydrologische en militair verdedigingssysteem ‘de Nieuwe Hollandse waterlinie’ gelegen. De voornaamste landschappelijke Pagina 10
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
elementen hierin zijn; de Diefdijk, forten, inundatievelden, inundatiekanalen, kaden, e.d. Het plangebied is gelegen in de open kom, in een voormalig inundatiegebied. De kernkwaliteiten van het landschap zijn: -
-
Gave open komgronden met weidebouw, grienden, populierenbosjes en op de laagste plaatsen enkele eendenkooien. Patronen van sloten en weteringen. De weteringstructuur is gaaf, het slotenpatroon is vergrofd. Veel restanten van kades van de middeleeuwse dorpspolders. Van oorsprong zijn de percelen langgerekt, vele percelen zijn samengevoegd tot min of meer blokvormige percelen. Groepen van percelen kennen dezelfde richting, die over de weteringen heen verspringt. Wegbeplanting langs rechte wegen. Dit zijn veelal populierenlanen. Rust, ruimte, donkerte.
De komgronden vormen een contrast met de kleinschaligheid van het Lingelandschap op de oeverwallen. Ter plaatse van het plangebied geldt het beleidsregiem: ‘Ja-mits’ de kernkwaliteiten niet worden aangetast. Het inpassingsplan is dusdanig opgesteld dat het zonnepark volledig wordt ingepast in het landschap, op een manier die passend is in de Hollandse Waterlinie. De kernkwaliteiten worden niet aangetast. Zie ter nadere onderbouwing het Landschappelijke inpassingsplan in bijlage 1.
3.2.3 Actualisatie omgevingsvisie en verordening Er wordt momenteel gewerkt aan een actualisatie van de omgevingsvisie. De ontwerp-Omgevingsvisie en het actualisatieplan Omgevingsverordening hebben van 14 juni tot en met 9 augustus 2018 ter inzage gelegen. Het hoofddoel van de omgevingsvisie is: ‘Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dat is het streven. Dit doen wij door bij de uitoefening van onze taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geven wij hier richting aan.’ In de omgevingsvisie is veel aandacht voor de omvangrijke energietransitie waartoe Nedeland zich verplicht heeft. De provincie heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. In de omgevingsvisie staat hierover het volgende: Forse ingrepen in de gebouwde omgeving zijn nodig om de overstap naar alternatieve, duurzame energiebronnen voor elkaar te krijgen. Om te beginnen, zetten wij in op energiebesparingen het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huizen en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie, in de landbouw. Daarnaast zetten we in op duurzame opwekking.
Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermieen waterkracht; ze zijn allemaal van belang en nodig. Wij stimuleren de ontwikkelingen toepassing van nieuwe technologieën. En: we pakken de kansen die dit biedt voorde werkgelegenheid door de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op dit vlakte versterken. Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, willen wij onze ambitie halen. In de bodem zoeken wij naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie).Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Geldersekwaliteiten – zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden, het zich top ons mooie erfgoed. Tegelijkertijd ontbreekt het in de Gelderse steden vaak aan ruimte om duurzame alternatieven in te passen. We zien al veel, en steeds meer, energie-initiatieven van onderop komen: zonneakkers, windmolens. Deze initiatieven willen we verder ontwikkelen. Maar er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met onze partners moeten we bepalen waar we de noodzakelijke extra meters kunnen maken en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op
Pagina 11
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zetten we ons voor in en pakken we door, als dat nodig is. In de omgevingsvisie is ook een visiekaart opgenomen op basis waarvan het gesprek aangegaan kan worden over verduurzaming en andere belangen. Op de visiekaart is aangegeven waar zonneparken mogelijk zijn. De visiekaart is voor het onderdeel zonneparken niet als vereiste opgenomen in de verordening. Over de omgevingsvisie en de actualisatie van de verordening is, zoals aangegeven door de provincie, op 19 december 2018 besluitvorming door Provinciale Staten voorzien. Planspecifiek De ontwikkeling van het zonnepark is in overeenstemming met de beleidsdoelstelling van de ontwerp omgevingsvisie en de verordening. De visie geeft aan dat de provincie de ambitie heeft om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het zonnepark draagt wezenlijk bij aan deze ambitie. In de visie is aangegeven waar zonneparken mogelijk zijn. Het plangebied is nabij maar niet gelegen in een gebied dat aangeduid is voor zonneparken. Zoals aangegeven is de visiekaart een plan om in gesprek te gaan over de energietransitie. Door middel van het landschappelijk inpassingsplan, zie bijlage 1, is er heel zorgvuldig nagedacht over de inpassing van het plan in het landschap.
Er wordt dan ook voldaan aan de landschappelijke voorwaarden van de huidige verordening. In de nieuwe verordening zijn de gebieden van zonneparken niet limitatief voorgeschreven. Het plan sluit dan ook aan op de ambitie van de ontwerpvisie en is niet strijdig met de ontwerpverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Visiedocument gemeente Geldermalsen In de raadsvergadering van 27 mei 2008 heeft de gemeenteraad het 'Visiedocument gemeente Geldermalsen' vastgesteld. Geldermalsen is zelfstandig, zelfbewust en koestert de traditionele eigenschappen van een landschappelijke gemeente met 11 karakteristieke kernen. Geldermalsen is zich daarbij bewust van de unieke ligging. Dichtbij nationale landschappen én met de Randstad om de hoek Doorsneden door de Linge én door infrastructurele hoofdstromen. De gemeente staat voor een rustieke woon- en leefomgeving. Tegelijk heeft Geldermalsen een verantwoordelijkheid voor bedrijvigheid en woningbouw op grond van de knooppuntligging. Hieraan wordt gerichte invulling gegeven. De 11 kernen hebben traditioneel hun eigen karakter. Die sociale en fysieke eigenheid blijft behouden. In het visiedocument zijn drie overkoepelende cruciale beleidswaarden vastgesteld voor het heden en toekomst van de gemeente Geldermalsen. Het betreft de kernwaarden: • landschapskwaliteit; • kernenkwaliteit; • knooppuntenkwaliteit. Het toekomstperspectief van de visie is erin gelegen om de bestaande kwaliteiten in stand te houden danwel hierop voort te bouwen.
Planspecifiek Gezien de relatieve kleinschaligheid van het plan en omdat de fysieke wijzigingen passen binnen het bestaande landschap, dat een belangrijk onderdeel is van de visie, zijn de raakvlakken met de omgevingsvisie beperkt. Onderhavig plan tast de landschapskwaliteiten en kernkwaliteiten niet aan, zie bijlage 1. De visie spitst zich niet toe op vormen van energieopwekking. Het plan is derhalve niet in strijd met de visie.
Pagina 12
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
3.3.2 Visie ‘Malsen aan de Linge’ In de raadsvergadering van 27 maart 2012 heeft de gemeenteraad haar visie nader aangescherpt: De gemeente Geldermalsen biedt een prettige woonomgeving waarin de mooie karakteristieke kernen, gelegen aan de Linge, met daartussen grote open groene ruimtes wordt algemeen gewaardeerd. Het is rustig en veilig in de gemeente. Deze woonomgeving is belangrijk voor haar inwoners en is het kapitaal van de gemeente. Uitgangspunt bij beleid is de nadruk op groen, leefbaarheid, rust en ruimte. De gemeente stimuleert de ontwikkeling en onderlinge sociale betrokkenheid van haar inwoners, waarbij tegelijkertijd eigen verantwoordelijkheid belangrijk blijft. De gemeente heeft als speerpunt van beleid de sociaal zwakkeren te activeren en te ondersteunen. De gemeente wil zich verder inspannen om de jeugd aan de streek te binden en ze een toekomst te bieden mede door de komst van hoger onderwijs naar de gemeente te stimuleren. Geldermalsen is trots op haar agrarische sector en de daaraan verbonden economie, waarin fruitteelt een bijzondere rol heeft. Geldermalsen ziet kansen in hoogwaardige en duurzame ontwikkeling van deze sector (zogenaamde Fruitvalley). De ontwikkeling van deze economie moet volop de ruimte krijgen, met behoud van de kwaliteit van de leefomgeving waarbij inpassing in het landschap belangrijk is.
Verder moet de economische ontwikkeling meer hoogwaardige bedrijvigheid opleveren en aansluiten bij de bevolkingsopbouw. Voorbeelden zijn productie, verwerking, distributie, zakelijke dienstverlening (onder andere ICT), onderzoek, gezondheid en recreatie en toerisme. Bovengenoemde aangescherpte visie dient als uitgangspunt te worden gehanteerd voor een nieuw op te stellen gemeentelijke structuurvisie. Planspecifiek Onderhavig plan heeft beperkt raakvlak van de visie. De visie geeft aan dat een veilig en leefbaar woonklimaat behouden en waar mogelijk versterkt moet worden. Voorliggend plan betreft het realiseren van een zonnepark. Het plan draagt bij aan een duurzame leefomgeving. Voorliggend plan is dan ook in overeenstemming met de visie. 3.3.3 Lekker leven langs de Linge (Structuurvisie Gemeente Geldermalsen 2009 - 2015) In de raadsvergadering van 23 februari 2010 is de Structuurvisie Gemeente Geldermalsen 2009 - 2015: 'Lekker leven langs de Linge' vastgesteld. Deze structuurvisie vormt het ruimtelijk kader voor de gemeente Geldermalsen voor de periode tot 2015, waarin ontwikkelingen en ambities voor de korte en lange termijn in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin zijn opgenomen`. Het dient als opmaat voor nieuwe bestemmingsplannen, en biedt via een uitvoeringsparagraaf de mogelijkheid voor kostenverhaal zoals bedoeld in de Wro.
Inhoudelijk is er geen sprake geweest van grote beleidswijzigingen ten opzichte van eerdere ruimtelijke visiedocumenten en sectorale beleidsdocumenten. Volstaan is met een actualisatie van het reeds in 2005 ingezette beleid ('Wikken en Wegen').
Pagina 13
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Uitsnede structuurvisie ‘lekker leven langs de linge’ plangebied nabij pijl Planspecifiek In de structuurvisie wordt niet specifiek over zonneparken gesproken. Het plangebied is gelegen in gebied dat is aangeduid als Komgrond geschikt voor landbouw, recreatief medegebruik en open landschap. Het landschapsontwerp voor het Zonnepark zorgt voor een verantwoorde inpassing in het landschap, zie bijlage 1. Het plan sluit derhalve aan bij het aangewezen zoekgebied in visie. 3.3.4 Landschapsontwikkelingsplan Het landschapsontwikkelingsplan heeft als doel dat de drie gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen zorgvuldig met hun landschap om kunnen gaan. Het pan heeft twee hoofddoelen: Ten eerste door de waarden in het landschap te beschermen. Daar horen de bestaande natuur- en landschapselementen bij zoals bosjes en eendekooien, maar ook wielen en oude kades, en het hoogstamfruit. Ten tweede willen ze in het landschap nieuwe waarden ontwikkelen, door aan te sluiten bij de initiatieven, wensen en ruimtelijke opgaven in het gebied. Zo kan het LOP bijdragen aan de vitaliteit van het buitengebied. In het LOP wordt per plandeel een visie uitgewerkt om ontwikkelingen mogelijk te maken met behoud van het landschap. De hoofdbeleidsuitgangspunten voor deze deelgebieden is behoud van de kernkwaliteiten Planspecifiek Het zonnepark valt in het plandeel van het LOP betiteld als de regulieren.
De regulieren bestaat uit komgronden die deels groen omkaderd zijn. Het deel dat onder de Hollandse Waterlinie valt heeft een meer open karakter. Uitgangspnten uit het LOP voor de komgronden zijn: • • • •
Handhaven van de openheid van de komgronden Behouden en versterken van het patroon van sloten en weteringen Behouden en versterken van de langgerekte percelen in het gebied Stevige erfbeplantingen die bijdragen aan natuurlijke rijkdom door het planten van gevarieerd gebiedseigen groen
Pagina 14
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
In het LOP staat voor het plandeel van de Hollandse Waterlinie het volgende: Om de Nieuwe Hollandse Waterlinie te respecteren en zichtbaar te maken, kunnen enkele natuurgebieden verder worden vernat tot rietveld of nat grasland In het landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor het zonnepark is expliciet aansluiting gezocht bij deze uitgangspunten van natte natuur en de omlijsting van komgronden. Aan de noordzijde komt een stuk ingericht met rietvelden. Om de zonnepanelen komt een houtsingel waardoor de zonnepanelen niet de uitstraling van het landschap aantasten. De houtsingels sluiten aan bij de omlijsting van komgronden. Het plan is dan ook in overeenstemming met het LOP. 3.3.5 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie is het bestemmingsplan “Buitengebied”. Het bestemmingsplan is op 28 november 2006 vastgesteld en op 11 februari 2009 gedeeltelijk in werking getreden. Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming “Landelijk gebied I “ Op het perceel is geen bouwvlak opgenomen . Op het bestemmingsplan “Buitengebied” is een tweetal herzieningen vastgesteld: • Het bestemmingsplan “Buitengebied”, eerste herziening herstelt diverse niet goedgekeurde plandelen(plankaart en planvoorschriften) van het op 28 november 2016 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied”.
Daarnaast bevat het bestemmingsplan ook enkele extra wijzigingen van de voorschriften en de plankaart als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Dit bestemmingsplan is op 27 januari 2009 vastgesteld. • Het bestemmingsplan “Buitengebied, derde herziening” herstelt deels enkele onderdelen van het op 28 november 2006 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied”, dit naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 11 februari 2009. Verder is deze herziening gebruikt om het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 alsmede het bestemmingsplan “Buitengebied, eerste herziening” uit 2009 op enkele ander onderdelen te wijzigen. Dit bestemmingsplan is op 15 februari 2011 vastgesteld. Voor de van toepassing zijnde onderdelen blijven deze bestemmingsplannen van toepassing.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied (plangebied in rode ovaal) Planspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van een zonnepark. Deze beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van voorliggend planologisch kader. Een nieuw planologisch kader is derhalve noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in dit kader.
Pagina 15
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand.. Planspecifiek Het zonnepark vormt geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit in termen van milieuzonering.
De bestemming zelf betreft ook geen gevoelige functie. Het aspect bedrijven en milieuzonering is dan ook niet relevant voor de ontwikkeling.
4.2
Geluidhinder
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Het plangebied is gelegen aan de Ridderslag langs de A2 in Beesd. Een zonnepark is geen geluidsgevoelige functie. Voor de realisatie van de zonnepanelen is dan ook geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Tevens wordt in het voorliggende plan geen geluid producerende functie toegelaten die zorgt voor mogelijke overlast voor nabijgelegen functies. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor realisatie van het zonnepark.
4.3
Natuurbescherming
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. De Wet Natuurbescherming vormt hiervoor het wettelijk kader. De bescherming van de natuur wordt vanuit twee invalshoeken benaderd, namelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Pagina 16
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of deze beschermde soorten al dan niet aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. De Natuurbeschermingswet richt zich tevens op de bescherming van gebieden. Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is de verantwoordelijkheid van de verschillende provincies. In de Natuurbeschermingswet zijn de volgende gronden aangewezen en beschermd: • • •
Natura 2000-gebieden (Habitat- en Vogelrichtlijngebieden beschermde Natuurmonumenten; wetlands
Planspecifiek Gebiedsbescherming De locatie ligt niet in of in de directe nabijheid van natuurgebieden vallend onder het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de afstand en de lokale aard van de ingreep kunnen negatieve effecten op de NNN worden uitgesloten. Het plangebied ligt op circa 3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. De werkzaamheden, van beperkte omvang en van tijdelijke aard, zullen slechts een lokaal effect hebben. Ook is er geen sprake van toename in verkeersintensiteit of ander gebruik ten opzichte van de uitgangssituatie. Er worden geen bomen gekapt. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is dan ook niet van toepassing. Soortenbescherming Om te bepalen of het plan nadelige effecten heeft op beschermde soorten is een ecologische quickscan uitgevoerd, zie bijlage 2. De conclusie van het onderzoek luidt: ‘Op basis van het veldbezoek, de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten zijn van de (niet-vrijgestelde) nationaal of Europees beschermde soorten, vaste rust- en verblijfplaatsen uit te sluiten binnen het intensieve, open en voedselrijke plangebied. Nader onderzoek naar deze eventueel binnen het plangebied voorkomende overige beschermde soorten is dan ook niet nodig.’ Tot slot gelden de verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming ten alle tijden.
Wanneer ten tijden van het uitvoeren van de plannen beschermde soorten of broedende soorten aangetroffen worden dient hiernaar gehandeld te worden. Bij de planning van de werkzaamheden zal rekening worden gehouden zodat broedende vogels zo min mogelijk verstoord worden.
4.4
Bodem
Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Pagina 17
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Planspecifiek Dit plan voorziet in de realisatie van zonnepanelen. De zonnepanelen zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde en in het trafostation verblijven niet voortdurend mensen (één en dezelfde persoon structureel niet meer dan 2 uur per dag). Het zonnepark is niet aan te merken als een gevoelige functie in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Voor de realisatie van de zonnepanelen is geen bodemonderzoek noodzakelijk. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem..
4.5
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2)
Toetsing van Grenswaarde jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar 200 µg / m³ worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 50 µg / m³ keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³
Geldig sinds 2015
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011 Sinds 2015
Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m 2. Voorliggend plan betreft het realiseren van zonnepark voor het opwekken van zonne-energie. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden geen verkeersaantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is nihil. Het plan blijft derhalve ruim onder het criterium. Nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.
4.6
Externe Veiligheid
Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle
Pagina 18
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan.
Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Bevi stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is dit moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden.
Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in plaatsgebonden en groepsrisico. Een onderdeel van houdt in dat voor sommige transportassen rekening worden gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het
Pagina 19
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Naar aanleiding van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) moeten plannen getoetst worden op de aspecten van externe veiligheid. Een zonnepark is geen gevoelige functie in het kader van externe veiligheid. Het zonnepark heeft geen dagelijkse bezetting met personeel. Er vinden slechts periodiek onderhoudswerkzaamheden plaats.
Daarnaast zal door onderhavig plan geen risicovolle functie worden toegelaten die, in het kader van het Bevi, een belemmering zal vormen voor gevoelige functies in de omgeving van het plangebied. Het aspect Externe Veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor het plan.
4.7
Archeologie & Cultuurhistorie
Archeologie Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Monumentenwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed grotendeels bij de gemeente. Sinds 1 september 2007 kent Nederland de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz). Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Op de archeologische beleidskaart staan archeologische waarden- en verwachtingszones aangegeven waaraan beleidsregels zijn gekoppeld die in de bestemmingsplannen kunnen worden opgenomen. In de beleidsregels zijn vrijstellingsgrenzen opgenomen voor de oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingreep. Indien een plangebied groter is dan de gestelde oppervlakte-ondergrens en de ingreep dieper gaat dan de diepte-ondergrens dient vooraf archeologisch onderzoek conform de Archeologische MonumentenZorg-Cyclus (AMZ-cyclus) te worden uitgevoerd. Cultuurhistorie Algemeen In het kader van de Nota Belvedère zijn gebiedsbeschrijvingen opgesteld voor de Belvedèregebieden. Voor het Belvedèregebied Tieler- en Culemborgerwaard, waarin het plangebied is gelegen, wordt de volgende cultuurhistorische identiteit beschreven: De Tieler- en Culemborgerwaard vormen een typisch voorbeeld van het rivierenlandschap.
Op de oeverwallen van de Nederrijn-Lek, Waal en Linge heeft zich vanouds bewoning afgespeeld. Tussen de grote rivieren bevindt zich het Lingegebied, een uniek kleinschalig rivierengebied van Europese betekenis, in verhouding erg gaaf en ongestoord. Buitendijks meandert de Linge nog deels op natuurlijke wijze. Ten noorden en zuiden van het Lingegebied liggen de uitgestrekte komgebieden die veel opener zijn en een rationele verkaveling kennen uit de tweede helft van de 20e eeuw.
Pagina 20
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Planspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van een zonnepark. In de bestaande situatie is het een weiland. Er zijn geen cultuurhistorische objecten op het terrein aanwezig. Het plan is gelegen op de grens van het cultuurhistorisch waardevolle gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het plan wordt middels een landschapsontwerp landschappelijk ingepast. In het ontwerpproces is in overleg met de landschapsarchitecten van Gemeente het plan in overeenstemming gebracht met de aspecten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Archeologie Om te bepalen of archeologisch onderzoek noodzakelijk is, is de gemeentelijke archeologische beleidskaart geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in gebied met een middelmatige archeologische verwachting. In de beleidskaart is aangegeven dat bij gebieden met een hoge archeologische verwachting waarbij ingrepen uitgevoerd worden in de ondergrond, groter dan 1000 m 2, archeologisch begeleiding bij de aanlegwerkzaamheden vereist worden.
Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied in ovaal (bron: gemeente Geldermalsen) De zonnepanelen worden gemonteerd op een metalen frame met een betonnen voet. De betonnen voet wordt op het maaiveld geplaatst. Voor het plan zal dan ook niet in de ondergrond gegraven worden. Ter plaatse van de twee transformatorhuisjes zal dit wel gebeuren. Dit betreft echter een zeer klein oppervlakte, in totaal nog geen 20 m 2. Nader onderzoek ten behoeve van archeologie is dan ook niet nodig.
4.8
Waterhuishouding
Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het Pagina 21
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
•
water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.
Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het nationaal waterplan 2016 - 2021 is op 10 december 2015 vastgesteld.
In het plan staan de volgende ambities centraal: • • • • •
Nederland blijft de veiligste delta in de wereld Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement Nederlanders leven waterbewust.
Waterschap Rivierenland Het Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor en werkt aan een duurzaam waterbeheer voor een veilig en leefbaar ‘Rivierenland’. Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Naast het beheerplan beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Deze watervergunning wordt vervolgens door het waterschap verleend of geweigerd. Ook is het mogelijk dat nadere eisen worden gesteld aan de vergunningverlening. Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' Het waterbeheerprogramma geeft richting aan het waterbeheer in het hele rivierengebied voor de periode 2016-2021. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren.
Bij de uitvoering van het programma wordt meebewogen met alle veranderingen en worden kansen benut die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe. Pagina 22
Bestemmingsplan Zonnepark Beesd
Kaderrichtlijn water (planperiode 2) In het eerste KRW Rivierenlandplan uit 2009 heeft Waterschap Rivierenland vastgesteld aan welke eisen de waterkwaliteit in het rivierengebied moet voldoen en welke maatregelen nodig zijn om deze doelen te bereiken. Het bevat een haalbaar en betaalbaar pakket aan maatregelen Op 26 september 2014 heeft het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland ingestemd met het ontwerp KRW-Rivierenlandplan 2 (2016-2021). In dit plan wordt de 1e uitvoeringsperiode (2010-2015) geëvalueerd, wordt een strategie voor de nieuwe uitvoeringsperiode beschreven en worden verdere maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit voorgesteld. Daarnaast wordt een prognose gegeven van de toestand van de KRW waterlichamen in 2021. Ook wordt ingegaan op onderzoek en monitoring, samenwerking met andere organisaties en de kosten van het maatregelpakket. Hoofdzakelijk wordt ingezet op inrichting- en beheermaatregelen en het beperken van de emissies van verontreinigende stoffen. Het gaat hierbij vooral om aanleg en reconstructie van natuurvriendelijke oevers, verbreden/verdiepen van watergangen en het vispasseerbaar maken van stuwen en overige kunstwerken. Maar ook om optimalisatie van beheer en onderhoud, natuurvriendelijk beheer, baggeren, nieuwe onderzoeksmaatregelen en het beperken van emissies uit de landbouw.