RV2021-090 Bijlage 1 Beleidsnota erfgoed.pdf
Tekst van het document
Toerisme en recreatie Het aanwezige erfgoed kan een grote bijdrage leveren aan toerisme en recreatie van West Betuwe. De gemeente wil deze kansen met twee handen aanpakken. Daarbij kan gedacht worden aan het promoten van nieuwe erfgoedthema’s, het beter ontsluiten van bestaand erfgoed door bebording of andere soorten van toelichtingen, etc. Beleefbaarheid is daarbij een belangrijk begrip. In het toerismebeleid is vastgelegd dat de gemeente wil inzetten op kwaliteit en op spreiding (over gemeente en jaar), en dat is met de grote ‘voorraad’ erfgoed heel goed mogelijk.
Figuur 20. Bewust zijn van de plek.
37 | ERFGOEDBELEID
Erfgoed biedt allerlei kansen, ook toeristisch-recreatieve. Kansen komen alleen niet vanzelf uit de boom vallen. Daarom stelt de gemeente voor een plan te ontwikkelen hoe het rijke erfgoed van de gemeente nog beter ingezet kan worden voor het aantrekken van toeristen en (dag)recreanten. Daarbij kan inspiratie worden geput uit nationale en internationale voorbeelden. Er bestaat daarbij een belangrijke overlap tussen het erfgoedbeleid, het beleid Cultuur en Kunst en het toerismebeleid.
De opgaven van deze tijd Er zijn allerlei maatschappelijke ontwikkelingen die invloed (kunnen) hebben op erfgoed. Een belangrijke is de verduurzaming en de energieopwekking. In het beleid over zonneparken heeft erfgoed al een bijzondere plek gekregen. Hetzelfde geldt voor het rijksbeleid over energielandschappen. Toch is dat niet het hele verhaal. De gemeente West Betuwe wil een plan uitwerken hoe haar voorraad waardevol erfgoed, vooral landschappelijk en gebouwd, kan bijdragen aan de energietransitie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het energiezuinig maken van monumenten, maar ook of en hoe windmolens in het landschap passen. Hierbij gaat vooral aandacht uit naar het ondersteunen van eigenaren met de verduurzaming van hun waardevolle gebouwen. Een ander aspect is herbestemming. Leegstand is voor waardevolle gebouwen vaak achteruitgang, en daarom is continue aandacht voor dit probleem belangrijk. Daarom ook heeft de gemeente West Betuwe rijkssubsidie aangevraagd voor het opstellen van een kerkenvisie. Deze visie moet in de komende periode worden opgesteld. Verdiepend onderzoek is ook belangrijk om tot een betere toetsing van de plannen te komen. Dan ook kunnen de aanwezige waarden beschermd worden. Mogelijke onderzoeksvormen zijn verdiepend gebiedsonderzoek, bouwhistorisch onderzoek, tuinhistorisch onderzoek, etc.
Een schijnwerper op erfgoed Het ene erfgoed is bekender en staat meer in de belangstelling dan het ander. Onbekend maakt soms ook onbemind. Dat betekent niet dat het erfgoed onbelangrijker of minder spannend is. Denk aan de ruilverkavelingen: het was een periode waarin het gebied tot nieuwe bloei kwam, en een gebied helemaal opnieuw kon worden ingericht. Aandacht kan ook nieuwe kansen geven, mensen bewust maken, etc. Daarom stelt de gemeente West Betuwe voor om in concrete vervolgprojecten aandacht te besteden aan de hieronder genoemde soorten erfgoed. Doel is steeds om bewustwording te creëren en om mensen te verbinden aan de hand van deze thema’s. Op die manier kan op een indirecte manier gewerkt worden aan behoud voor de volgende generaties. • • • • •
immaterieel erfgoed (zie ook de Kadernota Cultuur en Kunst); historische interieurs; militair erfgoed (in het kader van de aanwijzingsprocedure van de NHW als werelderfgoed); wederopbouwerfgoed en ruilverkavelingen; bijgebouwen op boerenerven, waaronder hooibergen en vloedschuren;
Erfgoed als cultuurvorm Erfgoed draagt in de vorm van verhalen ook bij aan de lokale cultuur. Op het snijvlak van deze twee beleidsterreinen wil de gemeente werken aan zogenaamde ‘blauwe lijnen’. Dat zijn regionale verhaallijnen, die aansluiten bij verhaallijnen van Gelderland en het Rivierengebied. Daarop aansluitend streeft de gemeente naar het opstellen van een Canon van West Betuwe. Daarbij is het belangrijk aan te sluiten bij de andere canons die al in Nederland en de provincie Gelderland bestaan.
38 | ERFGOEDBELEID
In Rivierenland zijn dat Culemborg, Tiel en Buren. Deze canon kan ook ingezet worden op scholen en andere vormen van educatie. Ook hier is samenwerking met historische verenigingen een belangrijke manier om tot resultaten te komen. Daarnaast streeft de gemeente naar het integraal toegankelijk maken van de digitale informatie van de erfgoedkaart voor onze inwoners en andere belangstellenden.
Samen voor kwaliteit Dwars door alle projecten heen wil de gemeente graag samenwerken met andere belanghebbenden. De historische verenigingen en stichtingen in de gemeente zijn daarvan een belangrijk onderdeel. Juist door samenwerking kan meer kwaliteit én draagvlak voor erfgoed in de gemeente West Betuwe ontstaan. De gemeente streeft naar een samenwerking in het Erfgoedplatform waarin nu al over Cultuur en Kunst uitgewisseld wordt. Dat platform als vertegenwoordiging van de historische organisaties wordt daarmee verstevigd. De gemeente hecht er waarde aan, dat historische verenigingen en stichtingen betrokken en bevraagd worden wanneer er in opdracht van de gemeente of particulieren door professionals archeologisch of cultuurhistorisch onderzoek wordt verricht. Daarbij moet er voldoende aandacht zijn voor de mogelijkheden die vrijwilligers hebben om vaak op korte termijn informatie beschikbaar te stellen. Tot besluit In voorgaand hoofdstuk hebben we een overzicht gegeven van de voornemens van West Betuwe op het vlak van erfgoed in den brede. De hoofdlijn daarvan is in onderstaande kadertekst samengevat. Enkele onderdelen zijn in deze beleidsnota al vrij uitgebreid uitgewerkt, andere vragen om verdere verdieping in het nog op te stellen uitvoeringsprogramma.
39 | ERFGOEDBELEID
Het erfgoedbeleid van West Betuwe in 18 punten
Hoofddoelen • Gelijktrekken van het erfgoedbeleid in de verschillende delen van de gemeente West Betuwe • Geschikt maken van het erfgoedbeleid voor de invoering van de Omgevingswet
Archeologie • Nader uitwerken van de omgang met het archeologisch bodemarchief, inclusief het verkennen van de noodzaak om gemeentelijke archeologische monumenten aan te wijzen • Harmoniseren, actualiseren en onderbouwen van de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek bij ontwikkelingen • Regulering van metaaldetectie
Landschap • Harmoniseren, actualiseren en onderbouwen van de gebieden waar ontwikkelingen die het historisch cultuurlandschap onevenredig aantasten vergunningplichtig zijn, tevens rekening houdend met de status van werelderfgoed (Unesco) voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie
Bouwkunst en stedenbouw • Behoud van waardevol gebouwd erfgoed koppelen aan ruimere mogelijkheden voor gebruik • Bescherming, minimaal: behoud van de huidige gemeentelijke monumentenlijst, daarnaast opnemen van de zeer waardevolle panden in het omgevingsplan • Bescherming, minimaal: opnemen van de zeer waardevolle ensembles in het omgevingsplan • Optioneel, geen dekking in huidige begroting: aanwijzen van nader te kiezen aantal nieuwe gemeentelijke monumenten (uit de lijst met zeer waardevolle panden), en daarnaast het opnemen van de waardevolle panden in het omgevingsplan • Optioneel, geen dekking in huidige begroting: aanwijzen van nader te kiezen aantal gemeentelijke beschermde gezichten (uit de lijst met zeer waardevolle ensembles), en daarnaast het opnemen van de waardevolle ensembles in het omgevingsplan.
Algemeen • Het periodiek actualiseren van de inhoudelijke onderlegger: de erfgoedkaart • Het toegankelijk maken van de verzamelde digitale kennis voor inwoners, ondernemers en bezoekers
Breder erfgoedbeleid • Het gebruiken van erfgoedkwaliteiten ten behoeve van toerisme en recreatie • Het bijdragen aan oplossingen voor ‘opgaven van deze tijd’, zoals herbestemming van ‘erfgoed in de knel’, en maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid en energietransitie • Het bijdragen aan onderzoek naar en behoud van onbekend maar voor de gemeente waardevol erfgoed • Het stimuleren van het uitdragen van erfgoedkennis, onder meer op digitaal vlak • Faciliteren in samenwerking op het gebied van erfgoed
40 | ERFGOEDBELEID
6 - Juridische implicaties Erfgoed en de Omgevingswet Het vaststellen van het erfgoedbeleid maakt het nieuwe beleid nog niet meteen bindend voor de burger. Sterker nog: door de komst van de Omgevingswet lopen zaken nu even wat anders dan normaal. Voorlopig verandert er namelijk nog niets. De bestaande regels gaan per 1 juli 2022 op in het ‘tijdelijk omgevingsplan’. Dat is niets anders dan een nietje door de huidige bestemmingsplannen en verordeningen. Daarna heeft de gemeente West Betuwe nog tot en met 2029 om te werken aan een volwaardig, ‘definitief omgevingsplan’, nieuwe stijl. In dat omgevingsplan worden de uitgangspunten die zijn vastgelegd in het vastgestelde erfgoedbeleid omgezet in concrete regels, als opvolger van het huidige regelpakket. Het is de bedoeling dat de voorwaarden waaraan initiatiefnemers moeten voldoen straks gelden voor een activiteit die in het omgevingsplan past, maar ook voor een activiteit die niet in het bestaande omgevingsplan past. De verschillende erfgoedaspecten moeten in dat kader opnieuw worden afgewogen.
Archeologie Dat betekent dan voor archeologie dat de nieuwe zones en vrijstellingsgrenzen vertaald gaan worden in het omgevingsplan. In feite is dit een aanpassing van de bestaande ‘dubbelbestemming’: er wordt aan enkele knoppen gedraaid om het beleid beter te laten aansluiten op de opgedane kennis. Daarmee zijn voor elke locatie de regels bekend waaraan iemand moet voldoen om een omgevingsvergunning te krijgen. Als iemand een onderzoeksplicht opgelegd krijgt, is de eerste stap om te bepalen of er een vindplaats aanwezig is en of deze überhaupt behoudenswaardig is. Daarna kan de verlening van de omgevingsvergunning gekoppeld worden aan het treffen van technische maatregelen tot behoud van archeologie in de bodem (in situ) of het opgraven van de vindplaats (ex situ). Deze manier van werken is vastgelegd in de Kwaliteitsrichtlijn Nederlandse Archeologie (KNA).
Landschap Bij ontwikkelingen die plaatsvinden in gebieden en bij elementen waaraan een cultuurhistorische waarde is verbonden, wordt de verplichting gekoppeld een omgevingsvergunning aan te vragen. Daarbij is het steeds maatwerk om te bepalen of geen vervolg noodzakelijk is, volstaan kan worden met een korte toelichting op basis van de cultuurhistorische waardenkaart of een cultuurhistorisch onderzoeksrapport moet worden aangeleverd. Drie denkbare ontwikkelingen bij elk van de varianten zijn het bouwen van een garage bij een woning (geen vervolg noodzakelijk), het bouwen van een nieuwe stal bij een boerenbedrijf (korte toelichting op basis van de cultuurhistorische waardenkaart, bijvoorbeeld landschappelijke inpassing door groen) of het ontwikkelen van een bouwplan van meerdere woningen (onderzoeksrapport). Bij het verder uitwerken van richtlijnen voor deze drie varianten in het uitvoeringsprogramma moet meegenomen worden dat vele kleine ontwikkelingen ook een grote maken (sluipenderwijs verschraling) en dat e.e.a. ook afhankelijk kan zijn van de waarde en/of kwetsbaarheid van een gebied. Om die omgevingsvergunning te krijgen moet aangetoond worden dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast. De initiatiefnemer moet in zijn plannen en de toelichting daarop onderbouwen hoe er met de geconstateerde waarden omgegaan wordt.
41 | ERFGOEDBELEID
Het is daarnaast van belang dat de waardenkaart ook binnen de gemeentelijke organisatie gebruikt gaat worden, bijvoorbeeld als het gaat om het vervangen of aanplanten van openbaar groen in het buitengebied.
Bouwkunst en stedenbouw Bij het gebouwde erfgoed wordt er een soortgelijke verplichting gekoppeld aan individuele gebouwen: voor het wijzigen van een waardevol pand is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Voor de genoemde ‘clusters’ van gebouwd erfgoed wordt een regeling opgenomen dat nieuwe ontwikkelingen de bestaande waarden niet onevenredig mogen aantasten. Bij ingrijpende verbouwingen van in het omgevingsplan beschermde bouwkunst, kan, net als bij monumenten, een bouwhistorisch onderzoek worden verlangd. Zo’n bouwhistorisch onderzoek bevordert een optimale plantoetsing en geeft input voor het ontwerp. Daarnaast worden waarden die eventueel verloren gaan gedocumenteerd.
Toetsing De toetsing wordt ambtelijk afgehandeld, ondersteund door de Omgevingsdienst Rivierenland. Dat is een voortzetting van de huidige praktijk. Daarvoor is zowel archeologische als cultuurhistorische expertise aanwezig. Daarnaast is er ook een rol weggelegd voor de gemeentelijke monumentencommissie. Deze krijgen een adviserende rol bij ontwikkelingen, naast bij rijks- en gemeentelijke monumenten in het bijzonder bij via het omgevingsplan beschermd erfgoed.
Wat verandert er nu werkelijk? Als we de huidige en nieuwe bescherming van erfgoed bekijken, zien we dat er voor archeologie onder de streep misschien nog wel het minst verandert. Er wordt aan een aantal spreekwoordelijke knoppen gedraaid om vrijstellingsgrenzen gelijk te trekken voor de drie vroegere gemeenten. Op de ene plek wordt het wat strenger, op de andere wat soepeler, maar gemiddeld genomen verandert er niet zo heel veel. Voor landschap zijn de veranderingen iets groter, maar ook niet reusachtig. Dat heeft er vooral mee te maken dat ook nu al regels op het gebied van landschap voor een groot deel van de gemeente bestaan. Die worden nu vooral beter onderbouwd op basis van inhoudelijke informatie en ruimtelijk aangepast. Voor enkele gebieden, met name in de vroegere gemeente Neerijnen, worden cultuurhistorische landschapswaarden voor het eerst beschermd. Van de drie disciplines zijn de veranderingen op het gebied van het gebouwde erfgoed relatief het grootst. Dat heeft er vooral mee te maken dat er buiten de monumenten om nu geen bescherming van gebouwd erfgoed (zowel individuele gebouwen als ‘ensembles) in het bestemmingsplan bestaat. Onderzoek heeft aangewezen dat dat een belangrijke lacune is, en daar is ook een tekortkoming te zien ten aanzien van de wettelijke verplichting. Die bescherming moet dus in het omgevingsplan beter worden geregeld.
De aanwijzing van nieuwe gemeentelijke monumenten is in een nader te kiezen omvang en fasering een eigen bevoegdheid met beleidsvrijheid voor de gemeente.
42 | ERFGOEDBELEID
Gemeentelijke monumentenlijst Zoals in de tekst toegelicht heeft de gemeente de mogelijkheid om nieuwe archeologische of gebouwde monumenten of gemeentelijke beschermde gezichten aan te wijzen. De kosten, personele inzet en lasten zijn hoger naarmate er meer monumenten of gezichten aangewezen worden. Daarbij bestaat dus voor de gemeente veel vrijheid om keuzes te maken, afhankelijk van bijvoorbeeld beschikbare middelen. Met de vaststelling van dit beleid zijn er dus nog geen monumenten aangewezen. Het gemeentebestuur streeft minimaal naar een basisbescherming van de meest waardevolle panden in het omgevingsplan. In het uitvoeringsprogramma worden verdere keuzes over aantallen en doorlooptijd gemaakt of daar een ‘plus’ bovenop komt: de aanwijzing van extra monumenten en/of de verdere planologische bescherming van panden die net een waardeniveau lager liggen. Met die nadere keus kunnen verdere stappen worden gezet. Dat is allereerst een verdere beoordeling van de objecten die uit het onderzoek als ‘kansrijk’ naar voren gekomen zijn. Voor panden die dan nog steeds van voldoende waarde blijken, wordt een zogenaamde redengevende omschrijving opgesteld. Daarin staat precies omschreven wat de waardevolle onderdelen van het pand zijn. Daarna wordt een procedure voor aanwijzing tot gemeentelijk monument opgestart, zoals die is vastgelegd in de gemeentelijke erfgoedverordening.
Daarin is ook ruimte voor het indienen van een zienswijze door eigenaren / belanghebbenden. Na een formeel besluit door B&W bestaan de reguliere mogelijkheden voor bezwaar zoals vastgelegd in de Algemene Wet Bestuursrecht. Uitvoeringsprogramma In dit erfgoedbeleid heeft de gemeente West Betuwe een aantal algemene uitgangspunten voor haar omgang met het rijke erfgoed vastgelegd, zie pagina 38. Enkele zaken kunnen op basis van dit beleid zonder tussenstap naar het omgevingsplan vertaald worden. Daarnaast zijn er ook onderdelen waarvoor nog nadere keuzes gemaakt moeten worden, zoals voor het aanvullen van de gemeentelijke monumentenlijst en projecten op het gebied van het benutten van erfgoed. Om deze voornemens concreet te maken en daaraan ook geld en personele inzet te koppelen, is een uitvoeringsprogramma nodig. Dat uitvoeringsprogramma wordt in vervolg op de vaststelling van het erfgoedbeleid opgesteld. Zo kan, gelijktijdig met de voorbereidingen voor het ‘definitief omgevingsplan’, ook een aanzet worden gegeven voor een verdere invulling van het erfgoedbeleid in de jaren erna.
43 | ERFGOEDBELEID
Literatuur Bade, T. & G. Smid, z.j. Eigen haard is goud waard. Over de economische baten van cultuurhistorisch erfgoed. Triple E Productions, Arnhem. Brouwer, J., E. Ruijgrok & R. Abma, 2012. Historische buitenplaatsen en landgoederen. In stand houden loont! Economische betekenis van historische buitenplaatsen en landgoederen in de provincies Utrecht, Overijssel en Gelderland. Witteveen + Bos, Deventer. Div. auteurs, 2009. Het cultuurhistorisch argument. Projectbureau Belvedere, Utrecht. Dommelen, S. van & C.-J. Pen, 2013. Cultureel erfgoed op waarde geschat. Economische waardering, verevening en erfgoedbeleid. Platform 31/Vrije Universiteit/Universiteit Twente. Keunen, L.J., N.W. Willemse & C.J.B.P. Frank, 2021. Erfgoed in de gemeente West Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart. RAAP-rapport 4150. RAAP, Weesp. Ruijgrok, E., 2004. Economische waardering van cultuurhistorie. Casestudie Tieler- en Culemborgerwaard. Witteveen + Bos, Rotterdam.
44 | ERFGOEDBELEID
Bijlagen • 1: Vrijstellingsgrenzen archeologie (oud vs. nieuw) • 2: Bestaand beleid
Bijlagen raadsvoorstel als onderdeel van deze beleidsnota: • 3. Tabel Beleidsvoornemens • 4. Antwoorden op vragen enquête • 5. Rapportage deel 1-2-3 (actualisatie) • 6a. Kaartbijlagen archeologie • 6b. Addendum vrijgegeven gebieden • 6c. Kaartbijlagen landschap • 6d. Kaartbijlagen bouwkunst & Stedenbouw
45 | ERFGOEDBELEID
Bijlage 1 - Vrijstellingsgrenzen archeologie (oud vs. nieuw) Beleidszones
Geldermalsen
Lingewaal
Neerijnen
grenswaarden ingreepdiepte/-oppervlakte diepte cm
omvang m2
diepte cm
omvang m2
diepte cm omvang m2
rijksmonumenten/te behouden terreinen
30
10
30
0
geen categorie
AMK, dorpskern, historische vindplaats
30
100
30
0
50
vindplaats, woongronden
30
100
30
100
geen categorie
Hoge verwachting
30
500
30
100
50
restgeul Linge
30
1.000
30
1.000
30
300
2.500
Middelmatige verwachting diep gelegen stroomgordels
geen categorie
100
250
geen categorie 500
50
5.000
200
500
geen categorie
Lage verwachting
geen regels
100
5.000
50
onbekende verwachting
geen categorie
100
5.000
geen categorie
10.000
reeds opgegraven/vrijgegeven terreinen
geen regels
geen regels
geen regels
diep verstoord
geen regels
geen regels
geen regels
waterbodems
geen regels
geen regels
geen regels
Tabel 1. De oude vrijstellingsgrenzen van de drie voormalige gemeenten.
46 | ERFGOEDBELEID
Beleidszones
West Betuwe grenswaarden ingreepdiepte/-oppervlakte diepte cm
omvang m2
terreinen met gewaardeerde archeologische resten archeologische rijksmonumenten
0
0
gemeentelijke monumenten
0
0
historische kern 1832
30
100
AMK-terreinen 12
30
50
BATO-terreinen 13
30
50
historische vindplaats met 25 m bufferzone voor puntlocaties
30
100
ARCHIS3-vindplaats met 25 m buffer (hoge verwachting)
30
100
oude woongronden
30
100
terreinen met archeologische resten
verwachtingszones hoge verwachting
30
500
hoge verwachting, diep gelegen
150
2.500
middelhoog
30
2.500
lage verwachting
30
5.000
rivierrestgeulen
50
2.500
rivierbed Waal
30
10.000
overig reeds opgegraven/vrijgegeven terreinen
geen regels
diep verstoord
geen regels
Tabel 2. Het advies voor de vrijstellingsgrenzen van de gemeente West Betuwe.
12 AMK-terreinen zijn vastgestelde/begrensde archeologische terreinen op de vroegere Archeologische MonumentenKaart van de rijksoverheid, waarvan het hier om de niet-beschermde gaat.
Het voeren van beleid daarop is overgedragen aan de gemeente. 13 BATO-terreinen zijn archeologische vindplaatsen die zijn vastgesteld en begrensd door de BATO (Beoefenaren Archeologie in Tiel en Omgeving).
47 | ERFGOEDBELEID
Bijlage 2 - Bestaand beleid Deze beleidsanalyse verscheen eerder in de startnotitie erfgoedbeleid. Rijkswetten De belangrijkste wetten van rijkswege op het vlak van erfgoed zijn: • Erfgoedwet (geldend sinds 1 juli 2016); • bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die opgenomen gaan worden in de Omgevingswet op basis van het overgangsrecht Erfgoedwet; • Wet ruimtelijke ordening (Wro), met het daarbij horende Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarnaast speelt uiteraard de Omgevingswet een rol, die naar de huidige planning op 1 januari 2022 moet ingaan. Op het gebied van erfgoed is belangrijk hoe de Erfgoedwet en de Omgevingswet zich straks tot elkaar gaan verhouden. De Erfgoedwet gaat in de eerste plaats over de basisuitgangspunten, zoals de aanwijzing van rijksmonumenten, de certificering van bedrijven en de archeologische depots, terwijl de Omgevingswet regelgeving bevat op het gebied van de omgang met erfgoed. Op basis van de rijkswetgeving zijn in de gemeente West Betuwe 281 c.q. 345 rijksmonumenten 14, drie beschermde stads- en dorpsgezichten en vijf beschermde buitenplaatsen aangewezen. Rijksbeleid
Erfgoed telt Het vigerende erfgoedbeleid van de rijksoverheid is in 2018 vastgelegd in de beleidsbrief Erfgoed telt. Dit is een verdere uitwerking van het regeerakkoord van het Kabinet-Rutte-III, dat daarmee een looptijd tot in 2021 heeft. Dat betekent tegelijk ook, dat het voor het nieuwe erfgoedbeleid van West Betuwe maar beperkte betekenis heeft, omdat het beleid van het volgende kabinet daarvoor relevanter is. Toch vatten we de belangrijkste voornemens uit deze beleidsbrief hier samen, vooral omdat het niet onwaarschijnlijk is dat het volgende kabinet op deze beleidsbrief gaat verder bouwen. De focus in de beleidsbrief ligt op de volgende zaken:
14 Voor een uitleg over de aantallen, zie § 3.4.1.
48 | ERFGOEDBELEID
• • • • • • • • •
Religieus erfgoed, agrarische monumenten, groene monumenten en archeologisch erfgoed; Monumenten zonder duidelijke economische waarde, zoals leegstaande kerken in krimpgebieden; Duurzaamheid van erfgoed; Kennis en vakmanschap in de erfgoedzorg; Erfgoed in grote ruimtelijke opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, bereikbaarheid en bouw van nieuwe woningen; Verbindingen tussen erfgoed en creatieve industrie; Vergroten van kennis over ons erfgoed; Aandacht voor volkscultuur; Vrijwilligers in de erfgoedsector.
Deze onderdelen worden samengevat in enkele hoofdthema’s, te weten de instandhouding van het erfgoed, de leefomgeving en de verbindende kracht van erfgoed. De problematiek in het Gronings aardbevingsgebied heeft bijzondere aandacht. De bovengenoemde aandachtspunten worden in de beleidsbrief vervolgens in concrete acties en budgetten uitgewerkt. Concretiseringen zijn bijvoorbeeld het opstellen van kerkenvisies, het opzetten van een monitor voor archeologisch erfgoed, het uitvoeringsprogramma van de Erfgoed Deal en acties om erfgoededucatie en vrijwilligersbetrokkenheid te stimuleren. Voor de gemeente is van belang dat het rijk middelen ter beschikking stelt om concrete uitvoeringsprojecten mogelijk te maken, zoals hulp bij de herbestemming van kerken of ingrepen ten behoeve van klimaatadaptatie. 15
Erfgoed in transitie: energielinie In 2017 verscheen een beleidsdocument van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed over de omgang met energieopgaven in linielandschappen, specifiek de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Uitgangspunt voor het document was dat het onderhavige erfgoed zich niet zal onttrekken aan de ruimtelijke transformatie die de transitie van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen met zich mee brengt. Deze transformatie wordt in dit boek juist gezien als een kans om het erfgoed te behouden en te versterken, met name in de delen die momenteel onder druk staan door andere ruimtelijke ontwikkelingen.16 Als concrete voorbeelden worden het telen van vochtminnende energiegewassen in inundatiegebieden en eigen opwekking van energie bij zelfvoorzienende forten genoemd. Ook worden de kansen van energieopwekking voor het ‘businessmodel’ van de linie genoemd. Het rapport steekt de opgaven in door uit te gaan van ‘essentiële kenmerken als leidraad’, en ziet de energieopwekking als nieuwe laag in het landschap. Een belangrijk uitgangspunt is verder dat het gebied binnen de gemeente West Betuwe vrijwel volledig wordt gevat onder de noemer ‘erfgoed niet onder druk’,
15 Erfgoed telt. De betekenis van erfgoed voor de samenleving (Ministerie van OCW, 2018). 16 Erfgoed in transitie: energielinie, p. 9
49 | ERFGOEDBELEID
de meest positieve van de 3 kwalificaties.17 Alleen de hoofdweerstandslijn in de voormalige gemeente Lingewaal wordt benoemd als ‘hoofdweerstandslijn onder druk’, met name door de uitbreiding van Gorinchem en de landschappelijke transities rond het Lingebos. Het rijksbeleid ziet daarom voor de gemeente West Betuwe als belangrijkste opgave: Erfgoed intact, onderscheid binnen/buiten onduidelijk: contrast opvoeren, programmatisch opladen. Daarbij doelt men op het feit dat het erfgoed van de linie er nog wel is, maar dat voor de bezoeker niet altijd meer duidelijk is waar hij zich in de linie bevindt. Daarom pleit men ervoor om het ruimtelijke contrast te vergroten en in specifieke zones van de linie specifieke functies te bevorderen. Letterlijk zegt men daarover: Op plekken waar het erfgoed nog grotendeels intact is, staat het behoud van het linielandschap voorop. Dit kan door het ‘opladen’ van het erfgoed met meerdere (landschappelijke) betekenissen en door ruimte te creëren voor ontwikkelingen die deze betekenissen ondersteunen. Dit kan in plaats van, maar ook in aanvulling op een stevig beschermingsregime zoals bijvoorbeeld de Beemster dat geniet.
Deze betekenissen kunnen hun oorsprong hebben in landschappelijke opgaven zoals waterberging, natuurontwikkeling, (streek)voedselproductie, (extensieve) recreatie, landschappelijk wonen en kleinschalige energieopwekking, -opslag en –transport. Voor energie geldt hier dat naast ondergrondse (en dus niet zichtbare) modaliteiten, vooral biomassa (versterken van landschappelijke structuren), reductie van de CO2-uitstoot door opzetten van het waterpeil, energiebesparingen, kleinschalige elektriciteitsopwekking (bijvoorbeeld energieopwekking gekoppeld aan bebouwing) de voorkeur genieten. 18 Bouwstenen voor West Betuwe als onderdeel van het laagdynamische deel van de linie zijn daarbij: • • • • • • • • • • •
Extensieve veeteelt en biomassateelt met korte rotatiecyclus in inundatiegebied; Terughoudende én betekenisvolle toepassing van zonnevelden en windturbines *; Zorgvuldig ingepaste geothermie-systemen; Vrijwaringszone hoofdweerstandslijn door (boven)regionale kavels en leidingen (elektriciteit, warmte, co2, data); Oplaadpunten ten behoeve van elektrische mobiliteit langs (recreatieve) routes; Afvoerroutes van biomassa langs hoofdweerstandslijn en/of accessen; Elektriciteitskabels door de aanvoerroutes van het watermanagementsysteem; Hoogdynamische ontwikkeling van forten 19; Gebruik de kwaliteiten van het fort (nat, koud, stabiel klimaat); Voeg veel energie en geld toe; Voeg leven toe aan het fort;
17 Met name ten zuiden van de Waal en rond Amsterdam en Utrecht is de druk veel groter. 18 Erfgoed in transitie: energielinie, p. 29 19 De nota noemt het Geofort en Fort Asperen als positieve voorbeelden!
50 | ERFGOEDBELEID
• • • • • •
Gebruik lokale smartgrids en energieuitwisseling; Gebruik in het omliggende land geproduceerde biomassa in een fort; Gebruik zonnepanelen op bijgebouwen van forten; Gebruik klein wind, passend bij de schaal van de historische windmolens; Opslag van energie in forten; Forten als bouwsteen voor de energielinie.
* Ten aanzien van de energieopgave achten we dit punt van bijzonder belang voor West Betuwe: Zowel zonnevelden als windturbines dienen terughoudend en in overleg met lokale gebruikers in het linielandschap te worden toegepast en dienen betekenis aan het landschap toe te voegen.20 In de nota wordt voor het deelgebied ‘kommen en wallen’ een specificatie gegeven. Hier wordt herhaald dat het contrast tussen het ‘beschermde’ deel en het inundatiegebied aan de vijandige zijde versterkt zou kunnen worden, onder meer door waterberging en biomassateelt. Verder noemen ze de instandhouding van het erfgoed op de forten, waarbij ook de energetische opgave voor de forten een rol speelt. Windmolens en zonneparken worden voor dit deelgebied niet expliciet benoemd. Provinciale verordeningen De provincie Gelderland kent geen eigen monumenten- of erfgoedverordening en geen provinciale monumentenlijst, zoals sommige andere provincies wel. Wel heeft ze een Geconsolideerde Omgevingsverordening uit december 2018. Daarin zijn regels omtrent natuur en landschap opgenomen. Toegevoegd aan het plan is een bijlage met de kernkwaliteiten van de nationale landschappen.
Onderdeel van het aspect Natuur en landschap zijn onder meer de Nieuwe Hollandse Waterlinie, instructieregels bestemmingsplan bescherming landschap, instructieregels bestemmingsplan groene ontwikkelingszone en zaken met betrekking tot het Gelders natuurnetwerk. In de Omgevingsverordening is verder bescherming van molenbiotopen benoemd. Provinciaal beleid In 2020 ontwikkelde de provincie Gelderland haar beleid voor cultuur en erfgoed voor de komende zittingsperiode van GS. Men beoogt af te stappen van subsidieregelingen, om sneller op de actualiteit te kunnen inspelen. Inhoudelijk zijn de algemene speerpunten: • Verbinden, verwonderen en bewaren • Streven naar duurzame toegankelijkheid 20 Erfgoed in transitie: energielinie, p. 33
51 | ERFGOEDBELEID
• Ruimte voor de regio • Aandacht voor de makers Jaarlijks wordt in een uitvoeringsagenda vastgelegd waar men zich op wil richten. Daardoor ontstaat meer flexibiliteit. Samenwerking met gemeenten vindt plaats via de zogenaamde Cultuur- en Erfgoedpacten. Daarbij is cofinanciering het uitgangspunt. In de bijlage bij de uitgangspuntenbrief zijn de volgende algemenere en concrete bijdragen van de provincie Gelderland opgenomen: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Vakmensen in de restauratiesector; Cultuur- en erfgoedparticipatie; De leerstoel ‘Gelderse geschiedenis’ aan de Radboud Universiteit en bijdragen aan het Verhaal van Gelderland; Samenwerking met de Stichting Erfgoed Gelderland op het vlak van erfgoededucatie; Streektalen; Een Gelders Mediafonds; Ondersteuning van de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen; Een wettelijke taak in advisering over rijksmonumenten (i.s.m. RCE, gemeenten, Gelders Genootschap); Ondersteuning van eigenaren bij restauraties, herbestemmingen en verduurzaming; Cofinancieringsregeling bij een subsidieregeling van gemeenten voor gemeentelijke monumenten; Ondersteuning van (inter)nationale projecten over aanpak van monumentaal erfgoed; Samenwerking in de Gelderse Erfgoed Alliantie (met de Monumentenwacht, Gelders Genootschap, Gelders Restauratiecentrum, Geldersch Landschap en Kasteelen, en de Stichting Oude Gelderse Kerken); Verder delen van kennis over historische interieurs; Ondersteuning van Gelderse moleneigenaren; Samenwerkingsverband Erfgoed: ondersteuning van Gelderse gemeenten in erfgoedbeleid en uitvoering daarvan, w.o. het Planoverleg Cultuurhistorie Gelderland; Ontwikkeling van een provinciale kerkenvisie; Provinciale bijdrage aan de Monumentenwacht; Toeristisch-recreatieve vermarkting van de NHW en de Limes; Uitvoering van de wettelijke taak m.b.t.
het archeologisch depot; Reservering van middelen voor opgravingsgegevens die niet konden worden uitgewerkt.
Gemeentelijke verordeningen Sinds 2019 geldt de voormalige erfgoedverordening van Geldermalsen voor de gehele gemeente West Betuwe. Deze verordening voorziet met name in:
52 | ERFGOEDBELEID
• • • • • • • •
de aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen, inclusief een voorbescherming; de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en gemeentelijke archeologische monumenten, inclusief een voorbescherming; de instelling van een gemeentelijke adviescommissie; aanwijzing van voorlopige gemeentelijke monumenten; de instandhoudingsplicht van en omgevingsvergunningsplicht voor gemeentelijke monumenten; de adviesrol voor omgevingsvergunningen van rijksmonumenten de aanwijzing van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten; de toewijzing van de handhaving en toezicht aan de ODR.
De gemeentelijke monumentenlijst komt voort uit deze erfgoedverordening. Daarop zijn momenteel 316 c.q. 403 gemeentelijke monumenten opgenomen.21 De gemeente beschikt over representatiekosten voor de monumentencommissie. Bestemmingsplannen
Inleiding Een deel van het erfgoed in de gemeente West Betuwe is via de planologische weg geborgd. In de eerste plaats geldt dat de juridisch bindende borging van erfgoedwaarden in rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten via het bestemmingsplan verloopt. Dat betekent, dat de waarden zoals die zijn geconstateerd in de drie beschermde gezichten Waardenburg-Neerijnen, Acquoy en Beesd zijn vertaald naar de betreffende bestemmingsplannen.
Bestemmingsplannen buitengebied, kernen etc. In het kader van deze verkenning en de verkenning die enkele jaren geleden werd uitgevoerd is een selectie gemaakt uit de bestemmingsplannen van de drie gemeenten, om daarmee een algemeen inzicht te krijgen in de wijze waarop cultuurhistorie in deze plannen is meegenomen. Op basis daarvan kunnen adviezen voor eenduidige herziening worden geformuleerd. Dat kan vervolgens leiden tot een scan van álle bestemmingsplannen op deze aspecten. Geldermalsen Buitengebied 2018 – Een ontwerp-bestemmingsplan voor het buitengebied van Geldermalsen is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’. Daarin komen de relevante bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, ‘Gemengd’ en ‘Natuur’ voor. In die bestemmingen wordt expliciet gesproken over het behoud van cultuurhistorische waarden. 21 Voor een uitleg over de aantallen, zie § 3.4.1.
53 | ERFGOEDBELEID
Daarnaast komen als dubbelbestemmingen vijf verschillende waarden archeologie en een Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie voor. Daarbij wordt verwezen naar bijlagen naar de universele waarden en de kernkwaliteiten van de waterlinie. Een relevante aanduiding is verder ‘specifieke bouwaanduiding – beeldbepalende dijkbebouwing’. Een algemene borging van karakteristieke of beeldbepalende bebouwing lijkt niet voor te komen. Belangrijk is, dat in de regels onder 1.71 waardevol landschapselement wordt verwezen naar ‘zoals ondere is opgenomen in (…) RAAP-rapport 2887 (…) of diens rechtsopvolger’. Dat betekent dat bij vaststelling van een geactualiseerde versie, deze nog onder de genoemde definitie valt. Onder de algemene aanduidingsregels staan nog de volgende relevante aspecten: 36.7 Vrijwaringszone - molenbiotoop • 36.7.3 Afwijken van de bouwregels: afwijkingen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de werking en waarden van de molen; • 36.7.4 Omgevingsvergunning (…): idem 36.12 Overige zone – landgoed: • De gronden zijn mede bestemd voor behoud en/of ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden (…) 36.13 Overige zone – kromakkers • De gronden zijn tevens bestemd voor het behoud van de cultuurhistorische waarden.
Verder vinden we onder de algemene afwijkingsregels: 37.5 Schuurbergen bij woningen: • Bij omgevingsvergunningen kan worden afgeweken van de regels als de opgenomen oppervlakte uitsluitend ten behoeve van de bouw van bijgebouwen bij woningen in de vorm van schuurbergen, mits er sprake is van een cultuurhistorische toegevoegde waarde. 37.7 Mini-windturbines • Er kan worden afgeweken bij het toestaan van mini-windturbines op een gebouw als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de architectonische, cultuurhistorische, landschappelijke of natuurwaarden. Geldermalsen Centrum 2013 - Voor het bebouwde gebied hebben we het bestemmingsplan Geldermalsen centrum 2013 eruit gelicht. Aan de cultuurhistorische kwaliteiten wordt hierin uitgebreid aandacht besteed. De vertaling vindt op verschillende manieren plaats, onder meer door aandacht voor groene zones en door het hanteren van het historische stratenpatroon en het subtiel verspringende rooilijnenverloop. Daarnaast is een zone ‘beeldbepalend dorpsgebied’ geformuleerd, waar ‘beheer en herstel van het bestaande bebouwingsbeeld’ de basis voor ontwikkelingsmogelijkheden is.
54 | ERFGOEDBELEID
Ook aan herstel van niet-historische dissonanten is gedacht. Er is niet voorzien in een dubbelbestemming cultuurhistorie, maar wel in een vrijwaringszone – molenbiotoop. Beesd 2018 - Recentere bestemmingsplannen voor kernen zijn onder meer in Beesd en Deil (2018) opgesteld. In het plan van Beesd is veel aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de oude kern en dijkbebouwing, inclusief de vertaling ervan in de regels en de verbeelding. Aandachtspunten zijn onder meer het behoud van karakteristieke open plekken, het waarborgen van de afwisseling in schaal en positionering van de woningen en percelen, het plaatsen van nieuwbouw op de oude locatie van de voorganger, een splitsingsregeling voor cultuurhistorisch waardevolle panden (zie ook de bestemmingsplannen voor Rumpt, Buurmalsen, Meteren, Rhenoy en Tricht) en aansluiting op de bestaande regeling voor het beschermd dorpsgezicht van Beesd. Lingewaal Buitengebied 2012 - Voor het buitengebied van Lingewaal zijn het Bestemmingsplan Buitengebied 2012 en het Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014 van kracht. Cultuurhistorische waarden komen hier heel nadrukkelijk, uitgebreid en expliciet in naar voren. Paragraaf 3.2.7 laat duidelijk zien op welke manier ‘landschap, cultuurhistorie en archeologie’ in het bestemmingsplan terugkomen. Zo staat er dat behoud, versterking en vernieuwing van deze waarden uitgangspunt is.
De bestemmingen ‘agrarisch gebied’, ‘agrarisch gebied met waarden’ en ‘natuur’ werden heroverwogen. In de laatstgenoemde bestemming zijn weliswaar voorwaarden opgenomen om de landschappelijke en natuurwaarden te beschermen, maar cultuurhistorie wordt daarin niet expliciet genoemd. Bescherming van cultuurhistorische waarden vindt plaats bij uitbreiding van een bedrijf buiten het bouwvlak. Daarnaast raadt men aan niet-beschermde gebouwde objecten te beschermen via het bestemmingsplan. Dat is in de wijzigingsbevoegdheid verder uitgewerkt. In de verdere beschrijvingen zijn cultuurhistorische kernkwaliteiten beschreven. Onder de bestemming ‘natuur’ hangt, net als in Geldermalsen, de verplichting om rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Verder is het mogelijk gemaakt om panden met een cultuurhistorische waarde te splitsen. Er is geen dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie in het bestemmingsplan gebruikt. Voor de gemeente Lingewaal hebben we Heukelum, als waardevolle historische stadskern, uitgekozen als te analyseren bestemmingsplan voor het bebouwde gebied. Cultuurhistorie komt betrekkelijk basaal aan de orde in dit plan. Genoemd worden de waarde van de kern met de daarin aanwezige monumenten en de verschillende rijksnota’s waarin de Nieuwe Hollandse Waterlinie is opgenomen.
Evenals in hiervoor genoemde bestemmingsplannen is aandacht voor cultuurhistorische waarden expliciet verbonden aan de bestemming ‘Natuur’. Neerijnen Buitengebied 2016 - In het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Neerijnen wordt aandacht besteed aan de historische ontwikkeling en de daarmee samenhangende cultuurhistorische waarden. Naast het erfgoed dat op basis van de erfgoedverordening is beschermd worden ‘waardevolle
55 | ERFGOEDBELEID
structuren en objecten, zoals beeldbepalende panden’ genoemd. Ook komt de cultuurhistorische waarde aan de orde als er sprake is van bijvoorbeeld de natte infrastructuur, waarbij een deel van cultuurhistorische waarde wordt geacht. Naast een expliciet subdoel Archeologie/Cultuurhistorie wordt cultuurhistorie ook onder ‘landschap’ benoemd. Relevante enkelbestemmingen zijn ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden en landschapswaarden’ en ‘Natuur’. Opgenomen dubbelbestemmingen zijn vijf waarden archeologie en de Waarde - Buitenplaats. Onder meer in de bestemming ‘Agrarisch’ zijn diverse bepalingen opgenomen die tot doel hebben cultuurhistorische waarden te borgen, zoals de aanduiding ‘open landschap’ en de bouwaanduidingen voor rijks- en gemeentelijke monumenten. Extra beleidsruimte wordt geboden aan het bouwen van recreatieve verblijven bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, en net als in Lingewaal is het mogelijk gemaakt om cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te splitsen. Neerijnen heeft cultuurhistorisch waardevolle structuren vertaald naar de verbeelding. Daarin zijn opgenomen ‘cultuurhistorisch waardevolle gebieden en akkers, aardkundig waardevolle gebieden en waardevolle structuren, zoals oude wegen’. Ook niet-beschermde MIP/MSP-panden zijn opgenomen.
Waardevolle groenelementen zijn bestemd als bos of natuur, terwijl kleinere landschapselementen de gebiedsbestemming AW-L of AW-NL hebben gekregen. Binnen de gebiedsbestemmingen noemt Neerijnen onder ‘agrarisch met waarden - landschapswaarden’ als enige van de drie gemeenten cultuurhistorische waarden als toetsingsgrond. Onder ‘agrarisch met waarden – natuur- en landschapswaarden’ komt cultuurhistorie dan weer niet expliciet voor. Hetzelfde geldt voor de bestemming ‘natuur’, in afwijking van hoe Geldermalsen en Lingewaal met die bestemming omgaan. Verder wordt er in een paragraaf over cultuurhistorie opgemerkt dat er een aanduiding ‘openheid’ voor kommen gebruikt kán worden. Ook in de watertoets moet aandacht zijn voor het cultuurhistorisch aspect. Kern Waardenburg - Als stedelijk voorbeeld van een Neerijnens bestemmingsplan hebben we het Bestemmingsplan Kern Waardenburg uit 2008 genomen. In het bestemmingsplan is onder meer een aanduiding ‘water met cultuurhistorische waarde’ opgenomen. Er is hierbij gebruik gemaakt van kadastraal kaartmateriaal uit 1832, zoals in de erfgoednota al is opgenomen. In de bestemming Groen wordt heel nadrukkelijk gesteld dat gebieden met die bestemming een cultuurhistorische waarde kunnen vertegenwoordigen, in tegenstelling tot de bestemming Bos. Er is een dubbelbestemming Molenbiotoop in het bestemmingsplan opgenomen.
Het kastelenlandschap van Waardenburg – Neerijnen is vanwege de aanwijzing als beschermd gezicht in een afzonderlijk bestemmingsplan vertaald. Kern Varik 2016 – dit bestemmingsplan legt de bestaande situatie vast en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Daarmee wordt aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden tegengegaan.
56 | ERFGOEDBELEID
Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie Lingewaal en Geldermalsen hebben zich op basis van het Pact van Loevestein verbonden om de ruimtelijke kwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie planologisch te verankeren. Lingewaal heeft het parapluplan vastgesteld, terwijl Geldermalsen zich heeft verplicht om de randvoorwaarden te verankeren in een geactualiseerd bestemmingsplan. Beide gemeenten moesten hun stappen vóór 1 januari 2017 zetten. In Geldermalsen is dit opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2018 als dubbelbestemming Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie. Gemeentelijk beleid
Beleidsnota cultuurhistorie / erfgoed De voormalige gemeenten Geldermalsen en Lingewaal kenden geen expliciete beleidsnota cultuurhistorie of erfgoed. In het rapport van de actualisatie van de cultuurhistorische waardenkaart van Lingewaal zijn wel adviezen geformuleerd (hoofdstukken 4 en 5), bijvoorbeeld ten aanzien van een dubbelbestemming in het bestemmingsplan, de omgang met specifieke elementen of objecten en de koppeling met het omgevingsplan. De stap van adviezen naar een samenhangende nota en vervolgens omzetting naar specifieke instrumenten/actiepunten is echter niet gemaakt. Neerijnen beschikte als enige wel over een daadwerkelijke Nota cultuurhistorisch beleid, opgesteld in 2014. Daarin zijn de aandachtsgebieden vastgesteld die Neerijnen van belang achtte, zowel voor het onder- als bovengrondse erfgoed. Daarin werden strikte keuzes gemaakt, zowel naar periode als thema. De aandacht ging vooral uit naar: • • • • •
archeologische waarden, specifiek uit de periode 52 voor Chr. - 1965; monumenten of panden die een beschermde status hebben gehad; objecten en structuren binnen het beschermd dorpsgezicht Neerijnen-Waardenburg; wegen, structuren en gebouwen van vóór 1826; bouwwerken uit de periode 1940-1965, gebouwd binnen het kader van de wederopbouw.
Wat daarbij opvalt is dat heel expliciet archeologische vindplaatsen van vóór 52 voor Chr. en cultuurlandschappelijke waarden en gebouwen uit de periode 1826 – 1940 buiten het primaire aandachtsgebied vielen. De gemeente had zich wel voorgenomen om de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de periode 2008-2018 na 2018 te evalueren en het beleid te herijken.22 Wat opvalt is dat er geen duidelijke koppeling bestond tussen de cultuurhistorische waardenkaart (2008) en het cultuurhistorisch beleid (2014), met uitzondering van het archeologisch gedeelte. De nota kende een groot aantal historische kaarten als bijlage, met bijzondere aandacht voor de kadastrale minuutplans uit 1826. 22 Dat wordt in het kader van de harmonisatie reeds uitgevoerd.
57 | ERFGOEDBELEID
Landschapsontwikkelingsplan Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen kennen samen al een landschapsontwikkelingsplan, opgesteld in 2008. De kwaliteiten van en structuren in het historisch cultuurlandschap vormen de rode draad door deze nota. Er is bovendien gedegen analytisch kaartmateriaal in de nota opgenomen, wat ondersteunt dat cultuurhistorie een zware basis onder dit plan vormt. Momenteel (december 2020) wordt gewerkt aan een actualisatie.
Nota Ruimtelijke Kwaliteit / Welstandsnota Vóór de harmonisatie - Geldermalsen beschikte voor de harmonisatie over een Gids ruimtelijke kwaliteit, die als welstandsnota geldt. De gids dateert uit 2016. De relatie tussen ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie en landschap komt expliciet aan de orde. Daarin wordt ook het streven naar de integratie van het welstands- en monumentenbeleid benoemd. Bij de gebiedsindeling komen de historische dorpskernen er als zelfstandig onderdeel uit. Ook bij de planmatige woonbuurten is de historische ontwikkeling leidend voor de ambities. Historische (ontwerp)structuren zijn daarmee in de meeste gevallen leidend, ook in het buitengebied, dat uiteenvalt in oeverwallen en komgebieden. Lingewaal kende een vastgestelde Nota ruimtelijke kwaliteit uit 2015. Uitgangspunten over de omgang met het aanwezige erfgoed zijn door de hele nota verweven, en ten aanzien van erfgoed zijn er speciale uitgangspunten opgenomen. De gemeente is opgedeeld in drie welstandsregimes, te weten bijzonder (uiterwaarden, dijklinten en historische kernen), gewoon (agrarisch buitengebied) en grijs (overige bebouwde of sterk gewijzigde gebieden). Deze driedeling valt in een zesdeling uiteen als het gaat om te gebruiken toetsingscriteria. Ook op detailniveau komt aandacht voor erfgoed terug, zoals wanneer het gaat om de profilering van kozijnen in erfgoed.
De welstandsnota van Neerijnen dateerde uit 2012 en is daarmee de oudste van de drie. Ook hierin komt het belang van historische structuren en ensembles nadrukkelijk aan de orde. Ook de ontstaansgeschiedenis van gebieden wordt erin belicht. In de zonering komen historisch waardevolle gebieden en landschapstypen nadrukkelijk tot uiting, en in alle gevallen hebben zij een relatief hoog welstandsniveau. In 2017 is één welstandsvrije uitbreidingswijk aangewezen, ‘Haaften Noord’. Na de harmonisatie - Op 24 november 2020 werd de technische harmonisatie van de Gids Ruimtelijke Kwaliteit (op basis van het model-Geldermalsen) vastgesteld. In 2021 zal de nieuwe gids in werking treden, waarna ook in 2021 de verdieping zal worden uitgevoerd.
Toeristisch-recreatief beleid In mei 2020 heeft de gemeenteraad het beleidsvoorstel Recreatie en Toerisme 2020-2023 aangenomen. Cultureel erfgoed en het landschap worden daarin expliciet als kansen, maar ook als uitdagingen aangemerkt. Het beleid is er in de eerste plaats op gericht om activiteiten voor beweging en onthaasting te stimuleren en om de activiteiten meer over het jaar te spreiden. Het gaat daarbij vooral om kwaliteitstoerisme, gericht op gezondheid en regionaliteit. De
58 | ERFGOEDBELEID
verbinding met andere sectoren als cultuur en kunst, het verenigingsleven en de agrarische sector wordt van groot belang geacht. Ook deze visie is tot stand gekomen met meerdere partners, waaronder het regionaal bureau voor toerisme.
Kadernota Cultuur en Kunst Kadernota - Als uitwerking van het Coalitieakkoord Samen Bouwen (2019-2022) verscheen een kadernota Cultuur en kunst. Daarin is beleid op het gebied van erfgoed en monumenten expliciet als raakvlak genoemd, en wordt verwezen naar de beleidsnota erfgoed als parallel document. De belangrijkste speerpunten van de kadernota zijn: • Versterken o Een bloeiend cultureel verenigingsleven als cement van de leefbaarheid o Vrijwilligers in de verenigingen o Identiteit en traditie; ons levendige erfgoed koesteren • Verbreden o Iedereen doet mee o Speciale aandacht voor jongeren • Verbinden o 1+1= namelijk 3, altijd synergie zoeken in de werkwijze o Cultuur als verbinder; het verbindt mensen, dorpen en disciplines • Vernieuwen o Inspringen op de veranderende behoeftes en expressievormen o Digitale kunstontwikkelingen We zien dat erfgoed heel specifiek als speerpunt wordt benoemd. Dat bouwt voort op de natuurlijke en cultuurlijke rijkdommen die worden benoemd, en voor een belangrijk deel materiaal én immaterieel erfgoed zijn. Als het om cultuur uit deze nota gaat, wordt vooral het laatste benadrukt: Wij willen de ‘dorpsculturen’ van de 26 kernen erkennen en versterken. Tradities en beeldbepalende activiteiten, jubilerende verenigingen en organisaties zetten wij in het zonnetje.
Want de traditionele gebruiken en activiteiten zijn onderdeel van de dorpsculturen in onze 26 kernen. En ze verbinden de kernen ook met elkaar. Jaarlijks terugkerende activiteiten en evenementen zorgen voor een gevoel van gemeenschappelijkheid, saamhorigheidsgevoel en gedeeld identiteitsgevoel (bijvoorbeeld de Corso). Juist dat is wat ons betreft cultuur, ons levend erfgoed. Daarnaast benoemt de gemeente het erfgoedpact met de provincie Gelderland, waarin samengewerkt wordt met een aantal projecten in de gemeente. Ook in het financiële deel worden aspecten genoemd die direct gerelateerd zijn aan het erfgoedbeleid (gemarkeerd met een ! ervoor): • ! Realiseren van culturele routes door heel West Betuwe. • ! Cultuurhistorische elementen opnemen in de ANWB knooppunten.
59 | ERFGOEDBELEID
• Beter inzicht in aanbod door koppeling Cultuuragenda aan bestaande agenda’s en sites van cultuur en recreatie. • ! Het aanbod cultuureducatie meer koppelen aan het lokale aanbod. Voorbeelden: o Een kindvriendelijke versie van de cultuurhistorische waardenkaart maken (nu geschikt voor archeologen) o Samen met het voortgezet onderwijs educatie over WO 2 levendig maken. Door middel van verhalen lokale inwoners en excursies vliegeniersmuseum. o Game ontwikkelen waarbij verschillende monumenten, culturele activiteiten en tentoonstellingen bezocht moeten worden. Dit door jongeren laten bouwen. • Cursussen en workshops organiseren voor jongeren (zelf games maken, ontwikkeling, minecraft etcetera) • Cultuurmakelaar kan mogelijkheden fondsen, sponsorwerving, subsidie en andere financieringsmogelijkheden inzichtelijk maken. Subsidiebijeenkomsten organiseren met regionale en landelijke organisaties. • Aanjagen kennisplatform/netwerkvorming van lokale muziek verenigingen. Doel is om gemeenschappelijke problemen te bespreken, met elkaar bijvoorbeeld een Concertagenda af te stemmen, een gezamenlijke West Betuwse muziekdag te organiseren. Uitvoeringsagenda - In de uitvoeringsagenda zijn de plannen voor 2020-2021 uitgewerkt.
In de volgende thema’s is erfgoed één van de rode draden: • Een sterke basisinfrastructuur o Een samenhangend en zichtbaar cultuur- en kunstaanbod, zowel online als offline. o Toegankelijk en gevarieerd aanbod van cultuur- en kunstroutes. o Zichtbare en bereikbare monumenten en/of bezienswaardigheden. o Een sterk cultureel netwerk door kennisuitwisseling en deskundigheidsbevordering. • Lokaal cultureel en historisch besef o Het stimuleren van nieuw lokaal aanbod cultuureducatie. o Culturele reistafel /kunstenaarscollectief realiseren. o Zichtbare en beschikbare volkscultuur. o Zichtbare en toegankelijke kunst in de openbare ruimte, gerelateerd aan West Betuwse identiteit en/of iconen. In het uitvoeringsprogramma zijn deze doelstellingen vervolgens geconcretiseerd.
Coalitieakkoord In het Coalitieakkoord 2020-2022 is de volgende doelstelling opgenomen ten aanzien van monumenten, cultuurhistorische en landschappelijke waarden: Het behoud van monumenten in West Betuwe is een gemeenschappelijk belang. Zij zijn drager van onze lokale identiteit en cultuur. Waar mogelijk maken we onze monumenten toegankelijk voor publiek en nemen ze op in onze toeristische promotie. Dit is gunstig voor de lokale economie, waardoor monumenten ook een economische drager worden. We gaan met de eigenaren van monumenten in gesprek over mogelijkheden om deze verantwoord te verduurzamen.
60 | ERFGOEDBELEID
Voor de Omgevingswet maken we een gemeentelijk beleidskader. In de afwegingen nemen we het behoud van cultuurhistorische en landschappelijke waarden mee. Om hier inspiratie voor op te doen, krijgt de gemeenteraad door deskundigen op dit gebied uitleg. Archeologie komt daarentegen in het coalitieakkoord niet als zodanig voor. Daarnaast wordt voor landschap nog gemeld dat specifieke ontwikkelingen als (agrarische) gebouwen en huisvestingen van seizoenarbeiders in het landschap moeten worden ingepast.
Bidbook West Betuwe Het Bidbook West Betuwe uit november 2018, opgesteld met het oog op de herindeling, is een visie op de toekomst van de nieuwe gemeente. Landschap is daarin een belangrijk uitgangspunt en één van de drie ‘schappen’. Het heeft daarmee een heel belangrijke rol in het bidbook. Cultuurhistorie wordt daarbij als een essentieel onderwerp binnen het bredere thema ‘landschap’ gezien, en veel van de genoemde kwaliteiten zijn identiteiten die vanuit de geschiedenis zijn aangeleverd – en daarmee cultuurhistorie. Behoud en investering in het landschap zijn logische gevolgtrekkingen uit dat uitgangspunt, zowel voor de bewoners als de recreanten. Daarmee wordt als uitdaging gesteld: West Betuwe versterkt in 2030 de waarde van het gebied, zowel landschappelijk als op het gebied van cultuurhistorie. Uit de begeleidende tekst blijkt dat het daarmee zowel gaat om landschappelijk als gebouwd erfgoed als deelaspecten van de archeologie. Die laatste term als zodanig komt in het bidbook niet voor.
Beleidskader zonneparken West Betuwe Het beleidskader zonneparken West Betuwe gaat met name in op de toetsing van aanvragen en de wenselijkheid van ontwikkelingen op specifieke plekken. ‘Landschap, cultuurhistorie en ecologie’ worden samen als één van de 4 wegingsgronden genoemd, die samen voor 25% meewegen. Indirect hebben ook de andere 3 thema’s (locatie, agrarische structuur & extra’s en participatie) een relatie met erfgoed. Zo worden Natura2000-gebieden uitgesloten van zonneparken, en daarnaast worden komgebieden, dorpsranden, oeverwallen en het Gelders Natuurnetwerk als gevoelige locaties beschouwd waar men weinig, geen of zelfs negatieve punten voor kan krijgen. Locaties met weinig/minder bezwaar zijn op daken en gevels, in en op infrastructuur, zonnevelden kleiner dan 1-2 hectare, op voorkeurslocaties en in ontwikkelgebieden. Ten aanzien van de agrarische structuur is opgenomen dat hoe meer goede agrarische grond wordt aangetast/gebruikt, des te minder punten men krijgt. Voor het thema participatie is een participatieplan verplicht. Het puntensysteem is niet vastgesteld. In de praktijk wordt gewerkt met een kaart van alle gebieden waar het is toegestaan grootschalige zonneparken te ontwikkelen. Ten aanzien van landschap, cultuurhistorie en ecologie wordt een landschappelijk inpassingsplan verplicht gesteld.
Voor de NHW wordt gesteld dat ingrepen zorgvuldig moeten gebeuren en dat er getoetst moet worden door de provincie en de monumentencommissie. Voor ecologische aspecten is een natuuronderzoek verplicht.
61 | ERFGOEDBELEID