CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-090 Bijlage 1 Beleidsnota erfgoed.pdf

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 16: Vaststellen beleidsnota erfgoedbeleid West Betuwe16.732 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ERFGOEDBELEID 28 SEPTEMBER 2021 Waard om te beschermen

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 Colofon .................................................................................................................................................... 3 1 - Inleiding .............................................................................................................................................. 4 2 - Wat is erfgoed? .................................................................................................................................. 8 3 - Welk erfgoed heeft West Betuwe? .................................................................................................. 10 4 - Wetgeving en huidig beleid.............................................................................................................. 16 5 – Beleidscontouren............................................................................................................................. 22 6 - Juridische implicaties ....................................................................................................................... 41 Literatuur ...............................................................................................................................................

44 Bijlagen .................................................................................................................................................. 45 Vrijstellingsgrenzen archeologie (oud vs. nieuw).................................................................................. 46 Bestaand beleid ..................................................................................................................................... 48

2 | ERFGOEDBELEID

Colofon Projectteam: Thea de Groot-Dokman Wilma Knippenburg-van Mourik Ludolf van Lith Remco Oldenbesten Frits Schmidt Marinus Smit Rutger van Stappershoef Auteurs / opstellers: Luuk Keunen (RAAP) Nico Willemse (RAAP) CeesJan Frank (MAB) Huib Jan van Oort (Omgevingsdienst Rivierenland) We danken ook alle betrokken burgers, organisaties en raadsleden voor de bijdrage die zij op verschillende manieren, onder meer via een enquête, leverden.

3 | ERFGOEDBELEID

Voorwoord Het is nu bijna 3 jaar geleden dat de gemeente West Betuwe ontstond na een fusie van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Op allerlei manieren was dit een dynamische tijd. Als het gaat over erfgoed is de komst van de Omgevingswet, vermoedelijk in 2022, een grote gebeurtenis die er nog aan gaat komen. De fusie en de Omgevingswet maken het nodig om het erfgoedbeleid van de gemeente op een nieuwe manier vorm te geven. Het resultaat daarvan ligt nu voor u. We hebben een aantal voornemens hierin benoemd. Die gaan we in een uitvoeringsprogramma nog verder uitwerken. Het raamwerk staat nu! Op naar een mooie, harmonieuze toekomst voor ons prachtige erfgoed.

Figuur 1. Het beeld ‘De Steenkruier’ van Joep Faddegon aan de Waal (foto: RAAP).

4 | ERFGOEDBELEID

1 - Inleiding Rijkdom Erfgoed is rijkdom! Dat kun je heel letterlijk bekijken: erfgoed is geld waard, en brengt geld op. Denk maar aan iedereen die de Betuwe opzoekt voor een fraaie fietstocht of bezoek aan een spannend fort of kasteel. Dag- en verblijfsrecreatie brengen inkomsten met zich mee. Tegelijk zijn er ook andere positieve effecten op de economie bewezen, zoals een hoog rendement op investeringen in erfgoed.1 Tegelijk is erfgoed ook rijkdom op een andere manier: het is een zegen en een genot om in zo’n mooie streek te mogen wonen en/of werken. Erfgoed geeft de bewoners een gevoel van ‘thuis zijn’, van geworteld zijn in het dorp of de streek en zorgt voor onderlinge verbondenheid. Het zichtbaar houden van erfgoed vormt bijvoorbeeld een verbinding tussen generaties. Het is geen toeval dat de historische verenigingen en archeologische werkgroepen in de gemeente West Betuwe zoveel leden hebben. Dat zijn allemaal redenen waarom erfgoed het waard is om te behouden.

Figuur 2. De kerk van Acquoy met de karakteristieke scheve toren (foto: RAAP).

1 Ruijgrok 2004; Bade & Smid z.j.; Div. auteurs 2009; Brouwer & Ruijgrok 2012; Van Dommelen & Pen 2013

5 | ERFGOEDBELEID

Achtergrond De beleidsnota die nu voor u ligt is bedoeld om de keuzes vast te leggen die de gemeente West Betuwe over haar erfgoed wil maken. Dat is juist nu heel belangrijk! Daarvoor zijn twee belangrijke redenen. Allereerst hebben we te maken met de zogenaamde ‘harmonisatie’. Op 1 januari 2019 fuseerden de toenmalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen tot de nieuwe gemeente West Betuwe. Elk van deze vroegere gemeenten had haar eigen erfgoedbeleid en/of manier om met erfgoed om te gaan. Nu er één gemeente West Betuwe is, is het belangrijk deze verschillende situaties op elkaar af te stemmen. Zo ontstaat er eenheid in de gemeente. Daarnaast zal per 1 juli 2022 een nieuwe grote wet, de Omgevingswet, worden ingevoerd. In deze wet komen tientallen vroegere wetten op het gebied van onze leefomgeving samen. De ruimtelijke ordening in Nederland wordt daardoor op een andere manier geregeld. Daarvoor moet de informatie waar de regels op gebaseerd zijn, actueel en compleet zijn. Daarna kunnen ook de regels zelf nieuw vormgegeven worden. Doel Het erfgoedbeleid dat nu voor u ligt, heeft daarom twee doelen: • Het erfgoedbeleid voor de hele gemeente West Betuwe op elkaar afstemmen (‘harmoniseren’); • Het erfgoedbeleid geschikt maken voor de invoering van de Omgevingswet. Bereiken van het doel Om de twee doelen te bereiken, is veel werk verzet.

Vanaf 2018 is het bestaande beleid van de drie gemeenten tegen het licht gehouden en vergeleken. Een jaar daarna is gestart met het samenvoegen en aanvullen van de informatie die onder het erfgoedbeleid ligt. Toen dat was afgerond is het opstellen van het nieuwe beleid van start gegaan. In dit document wordt samengevat hoe dat nieuwe beleid eruit ziet. Hoe is het beleid van de drie oude gemeenten naar elkaar toegebogen? Wat is er nodig om aan de eisen die de Omgevingswet stelt, te voldoen? De volgende stap na vaststelling van het erfgoedbeleid is het opstellen van een uitvoeringsprogramma: het concreet maken van alle voornemens die de gemeente West Betuwe voor de komende jaren heeft. Dat kan pas als dit erfgoedbeleid is vastgesteld.

6 | ERFGOEDBELEID

Figuur 3. De gemeente West Betuwe op kaart.

7 | ERFGOEDBELEID

2 - Wat is erfgoed? Soorten erfgoed Met erfgoed kunnen verschillende mensen verschillende dingen bedoelen. Het kan gaan om objecten die je daadwerkelijk kunt aanraken, zoals een kerk, een kasteel of aardewerk dat gevonden is bij een archeologische opgraving. Dan spreek je meestal over ‘materieel erfgoed’. Erfgoed kan ook over tradities, verhalen of namen gaan. Dat noemen we ‘immaterieel erfgoed’. In dit erfgoedbeleid ligt de nadruk op het materieel erfgoed. Daarvan kennen we de volgende soorten: • Archeologisch erfgoed: De mens loopt al duizenden jaren op aarde én in West Betuwe rond. Uit die lange geschiedenis is alleen van de laatste eeuwen bovengronds nog iets te zien. Het meeste ligt onder onze voeten, bewaard in de bodem. Archeologisch onderzoek maakt dat verleden zichtbaar en beleefbaar. • Landschappelijk erfgoed: Het landschap van de gemeente West Betuwe is gevormd door mens én natuur. De mens heeft steeds geprobeerd het landschap zo in te richten, dat er veilig gewoond en gewerkt kon worden. Natuurkrachten, zoals de rivieren, veranderden het landschap ook. Woonheuvels, dijken en omgrachte kasteelterreinen zijn voorbeelden van landschappelijk erfgoed. • Gebouwd erfgoed: kastelen, boerderijen, woonhuizen en dijkpalen: allemaal voorbeelden van gebouwd erfgoed. Sommige gebouwen stammen uit de middeleeuwen, andere staan er pas enkele tientallen jaren.

Het ene is sterk veranderd, het ander nog net zoals toen het gebouwd werd. De variatie aan gebouwd erfgoed in West Betuwe is heel groot. • Stedenbouwkundig erfgoed: gebouwen staan vaak niet alleen. Waar ze bij elkaar staan, ontstaat ook een samenhang: een gehucht, een dijklint, een kern of een buurtje: allemaal vormen van bij elkaar horend gebouwd erfgoed. Die samenhang die dan ontstaat, noemen we stedenbouw(kundig erfgoed). Wanneer is iets erfgoed? Uit de opsomming hiervoor blijkt al dat er veel verschillende soorten erfgoed zijn. Dat erfgoed is in de loop van duizenden jaren ontstaan. Steeds heeft de mens het landschap aan zijn behoeftes aangepast. Er waren tijden van voorspoed, tijden van neergang, van oorlog en van vrede: op allerlei manieren is dat in ons erfgoed terug te zien. In de loop van de geschiedenis zijn mensen het landschap steeds intensiever gaan gebruiken. Soms zorgde dat gebruik voor het opruimen van oudere geschiedenis, maar soms ook kwam er nieuw erfgoed bij terwijl het oude bleef bestaan. Zo is de ‘verzameling erfgoed’ ontstaan die we nu nog hebben. Vaak beschouwen we iets als erfgoed als het een bepaalde ouderdom heeft. Gaafheid of zeldzaamheid spelen soms ook een rol. Dit soort manieren om erfgoed te beoordelen noemen we ‘criteria’. In het erfgoedbeleid komt deze term een aantal keer voor, om te kunnen bepalen wat belangrijk en wat minder belangrijk is.

Dat helpt ons om keuzes te maken. Met die ouderdom is trouwens wel iets bijzonders aan de hand. Tot 1 januari 2012 moest erfgoed volgens de Monumentenwet minimaal 50 jaar oud zijn. Die grens is inmiddels geschrapt. Toch blijft wat afstand in de tijd belangrijk om te kunnen beoordelen of iets waardevol erfgoed is.

8 | ERFGOEDBELEID

Figuur 4. Aan de Voorstraat in Asperen staan waardevolle gebouwen, die tegelijk onderdeel uitmaken van een bijzondere stadsstructuur (foto: BBA).

9 | ERFGOEDBELEID

3 - Welk erfgoed heeft West Betuwe? Inleiding Om een beeld te krijgen van de rijkdom van West Betuwe laat dit hoofdstuk zien wat er aan erfgoed in de gemeente te vinden is. Voor wie nog veel meer wil lezen: een uitgebreide geschiedenis van West Betuwe is te lezen in het driedelige rapport bij de erfgoedkaarten.2 Deze erfgoedkaarten geven een overzicht van het erfgoed dat aanwezig is (landschap, bebouwing). Voor het ondergrondse erfgoed geldt dat het soms bekend is, maar dat soms ook alleen het vermoeden bestaat waar wat aanwezig is. In de rapporten bij deze kaarten staat beschreven op welke manier de kaarten zijn opgebouwd en welke bronnen we daarvoor gebruikt hebben. Ook is de geschiedenis van West Betuwe uitgebreid beschreven. In dit hoofdstuk zullen we vooral belichten wat voor typen erfgoed er zijn, en om wat voor aantallen het daarbij gaat. Uiteindelijk gaat het voor het beleid niet alleen om aantallen, maar ook om oppervlaktes die dat erfgoed beslaat – maar het is wel een eerste indicatie. Archeologie: het bodemarchief Archeologie heeft het nadeel dat het meestal niet zichtbaar is voor wie buiten rondloopt. Daarom spreken we over het bodemarchief: de bodem bewaart de resten van generaties vóór ons voor toekomstige generaties ná ons. De archeologische kaarten die zijn getekend laten verschillende soorten informatie zien.

Voor de hele gemeente is een uitspraak gedaan over hoe groot de kans is dat er archeologie kan worden gevonden. Dat noemen we de ‘archeologische verwachting’. Hoe aantrekkelijker het landschap voor mensen was, hoe vaker zullen ze er gewoond hebben en dus resten hebben achtergelaten. Op een oeverwal van een rivier, hoog en droog aan het water, is de verwachting dus meestal hoger dan verder er vandaan. Daarbij is het belangrijk dat de rivieren hun loop wel eens verlegden. Ook waar nu een komgebied ligt, kan dus duizenden jaren geleden een rivier hebben gestroomd. De archeologie ligt daar dan vaak wel wat dieper onder de grond. Daarnaast zijn er door professionele archeologen, vrijwilligers in de archeologie én grondgebruikers al veel vaker archeologische vondsten gedaan. Die worden in Nederland in een centrale database, ARCHIS genaamd, geregistreerd. Voor de gemeente West Betuwe zijn er al 817 locaties met archeologische resten in die database te vinden. Daarnaast zijn er ook nog eens meer dan 950 locaties met archeologische resten bekend die nog niet in ARCHIS zijn opgenomen. Sommige locaties waar resten zijn gevonden, zijn in het verleden al door archeologen beoordeeld. Die noemen we ‘terreinen van archeologische waarde’. Soms zijn ze al door de rijksoverheid (rijksmonument) of gemeente (gemeentelijk monument) beschermd.

Historische kaarten geven daarnaast ook belangrijke aanwijzingen waar archeologie te vinden is. Een historische dorps- of stadskern ligt daar vaak al een kleine 1000 jaar. Hetzelfde geldt voor sommige 2 Keunen e.a. 2021

10 | ERFGOEDBELEID

boerderijen. Daardoor zijn in de loop van de geschiedenis ook resten in de bodem terecht gekomen, zoals funderingen en waterputten van nu verdwenen gebouwen. Zulke terreinen staan daarom ook op de archeologische kaart.

Figuur 5. De resten van kasteel Waddestein in Asperen aan het licht (foto: Vereniging Oud-Asperen).

Tegelijk zijn er ook terreinen waar de archeologische resten helemaal of voor een deel zijn verdwenen. Dat kan zijn doordat ze al definitief archeologisch zijn onderzocht, maar ook bijvoorbeeld omdat de bodem er door graafwerkzaamheden tot (ver) beneden de bouwvoor (30 cm) omgespit is. Op de ene plek is daarmee de ‘archeologische laag’ misschien helemaal verdwenen, op andere plekken zijn de dieperliggende archeologische resten nog bewaard gebleven. Wat voor archeologische resten heeft West Betuwe dan? Het bodemarchief van West Betuwe is vooral opgebouwd uit de resten van agrarische nederzettingen op hoger gelegen oeverwallen. Deze ontstonden vanaf de late steentijd. Langs de Linge en de Waal stonden in de middeleeuwen naar verhouding veel kastelen. Daarvan zijn nu nog resten bewaard gebleven? Landschappelijk erfgoed Anders dan bij de archeologie is het landschap meteen voor iedereen te zien. De meesten krijgen er ook meteen een gevoel bij. Toch is ook dit een soort schatkist die meer van zijn rijkdom laat zien als je steeds meer leert over de achtergrond. Dit wordt ook wel ‘lezen van het landschap’ genoemd. Niets in het landschap is toevallig, alles heeft een reden. De kaarten bij het erfgoedrapport die over het landschap gaan, laten daarom allerlei soorten erfgoed zien. Allereerst gaat het om de soorten landschappen en de manier waarop mensen die gebruikten.

Waar de rivier vroeger zijn zandige gronddeeltjes achterliet, liggen nu de zogenaamde oeverwallen of stroomruggen: hoge ruggen in het landschap. Daarop legde de mens zijn akkertjes aan en bouwde hij

11 | ERFGOEDBELEID

zijn huizen. Later werd dit het centrum van de fruitteelt, met zijn prachtige hoogstamboomgaarden. Verder van de rivier ontstonden de komgebieden, drassige gebieden met zware klei. Dit gebied was heel lang niet geschikt voor meer dan wat grasland en om overtollig water op te lozen. Tijdens de ruilverkavelingen werd dit landschap in West Betuwe opnieuw ingericht. Langs lange wegen met bomenrijen in de lengterichting van de kom kwamen nieuwe boerenerven, modern ingericht naar de eisen van die tijd. Hier kwamen de grote veehouderijbedrijven van het gebied. In de middeleeuwen waren al dijken aangelegd om het land en de mens tegen overstromingen te beschermen. Het land daarbuiten, langs de Waal en Linge, heet ‘uiterwaard’. Dit land overstroomde regelmatig. Eeuwenlang werd hier vooral vee geweid. In de laatste eeuwen stonden hier steenfabrieken, zodat er veel huizen in heel Nederland in steen gebouwd konden worden. De klei die daarvoor nodig was, werd in de uiterwaarden afgegraven. In de twintigste eeuw werd er soms ook zand gewonnen. Daardoor ontstonden grote aaneengesloten waterplassen.

Figuur 6. Populierenaanplant aan de Kweldam ten zuiden van Deil binnen de ruilverkaveling Tielerwaard-West (foto: RAAP).

Bij deze landschappen gaat het vaak over aaneengesloten gebieden. Binnen die gebieden liggen landschapselementen die het gebied hun uiterlijk geven: een afwateringssloot, een weg, een dijk, een ruilverkavelingserf of een boomgaard. Samen geven ze een landschap ‘smaak’. Voor deze landschapselementen kon geput worden uit de drie erfgoedkaarten van de oude gemeenten. In sommige gevallen zijn de lagen aangevuld. Zo is het thema ‘ruilverkaveling’ verder uitgewerkt, omdat het zo bepalend is voor het landschap van West Betuwe. Tot slot is er ook een waarde aan de verschillende deelgebieden op de kaart toegekend. Daarvoor zijn, zoals hiervoor al genoemd, ‘criteria’ gebruikt. Elk gebiedje is bekeken op bijvoorbeeld de gaafheid en of

12 | ERFGOEDBELEID

er bijzondere kenmerken voorkomen. Daardoor is er een overzicht van laag tot zeer hoog gewaardeerde gebieden uitgekomen. Over het totaal bekeken scoort het landschap van de gemeente West Betuwe behoorlijk hoog. De landschappen van de oeverwallen met de oude dorps- en stadskernen daarop zijn vaak nog heel erg gaaf, er is een groot aantal waardevolle landgoederen en buitenplaatsen, en de ruilverkaveling Tielerwaard-West heeft in het midden van de vorige eeuw een kwalitatief hoogwaardig ‘masterplan’ voor de komgebieden opgeleverd. Gebouwd erfgoed De gemeente West Betuwe kent een enorm aantal gebouwen, maar natuurlijk is lang niet elk gebouw cultuurhistorisch waardevol. Waardevolle gebouwen zijn natuurlijk de rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten die de gemeente nu al kent. In totaal zijn er op dit moment 345 rijksmonumenten en 403 gemeentelijke monumenten.3 Daarnaast zijn gegevens uit bestaande onderzoeken samengevoegd. Waar nodig is er ook nieuw onderzoek uitgevoerd. Daaruit kwamen 384 panden naar voren die voldoende kwaliteit voor een gemeentelijke monumentenstatus zouden hebben (‘zeer hoge waarde’). Daarnaast zijn er nog 394 overige objecten in beeld die karakteristiek zijn voor de gemeente West Betuwe (‘hoge waarde’).4 In ieder geval in aantallen is agrarisch erfgoed verreweg de belangrijkste categorie in de gemeente West Betuwe.

Daarbij gaat het om boerderijen, maar ook om schuren, hooibergen, vloedschuren etc.: bijgebouwen op boerenerven. Ook militair erfgoed, kerkelijk erfgoed en erfgoed op landgoederen en buitenplaatsen komt veel voor. Veel daarvan heeft nu al een beschermde status. Veel minder vaak geldt dat voor woonhuizen. Daaronder vallen vooroorlogse villa’s, maar ook naoorlogse buurtjes. Die horen daarmee, net als de ruilverkavelingsboerderijen, tot het zogenaamde ‘erfgoed van de wederopbouw’. In heel Nederland wordt op het moment een inhaalslag gemaakt, zodat erfgoed uit die tijd ook de bescherming kan krijgen die het verdient. Naast deze grote thema’s zijn er kleinere thema’s, die toch zeker ook van belang zijn. Ook daarvan is wel al een deel beschermd. Denk aan de vroegere gemeentehuizen (‘bestuur en rechtspraak’), fraaie winkelwoonhuizen (‘handel en bankwezen’) en steenfabrieken (‘industrie, nijverheid en ambacht’). Net als bij het landschap is ook hierbij aan de hand van enkele ‘criteria’ een waardering uitgesproken. In de inleiding van deze paragraaf kwamen de aantallen al naar voren.

3 Hierbij gaat het om aantallen na uitsplitsing naar aantallen fysieke objecten. De officiële lijsten van rijk en gemeente kennen 281

resp. 316 monumenten, maar daar vallen soms meerdere objecten onder één formeel monument. 4 Bij de start van de harmonisatie werd afgesproken dat alleen de lijst met potentiële gemeentelijke monumenten compleet zou

worden gemaakt. Omdat vooral voor Geldermalsen veel meer in beeld was op basis van eerdere onderzoeken, is er een restcategorie. Daartoe behoren panden die op zichzelf wel waarde hebben, maar onvoldoende voor de status van gemeentelijk monument. Deze lijst is voor Lingewaal en Neerijnen niet compleet.

13 | ERFGOEDBELEID

Figuur 7. Het Hoog Huis en de naastgelegen vloedschuur in Beesd op een huisterp (foto: MAB).

Stedenbouwkundig erfgoed Gebouwen staan niet willekeurig over een gebied verspreid, maar staan vaak in groepjes bij elkaar. Waar dat het geval is, ontstaan soms ‘stedenbouwkundige waarden’. Denk daarbij aan de historische stadjes Asperen en Heukelum, maar ook aan dorpskernen en dijklinten. De structuur van straten, kavels en rooilijnen gaat vaak tot in de middeleeuwen terug. Ook bij dijklinten, op landgoederen en in naoorlogse wijken kan sprake zijn van zo’n samenspel. In totaal zijn er 76 waardevolle gebieden in kaart gebracht. Sommige zijn al beschermd als rijksmonument, maar de meeste hebben nog geen beschermde status. Dat geldt bijvoorbeeld voor de historische stadjes Asperen en Heukelum, maar ook het boerderijenlint met de ruilverkavelingsboerderijen langs Nieuwendijk en Lageveldweg, de historische kern van Meteren of het dijklint van het Benedeneind in Herwijnen. Alle gebieden hebben een waardering op een schaal van basis tot zeer hoog gekregen.

14 | ERFGOEDBELEID

Figuur 8. Stadsbeeld van Heukelum (foto: MAB).

Tot besluit Hiervoor is een kort overzicht geschetst van het erfgoed in de gemeente West Betuwe. Daaruit komt naar voren hoe groot en ook breed de rijkdom van de gemeente is. Tegelijk is daarbij steeds ook aangegeven dat niet alles even waardevol is en dat ook niet overal evenveel erfgoed voorkomt. De verzamelde informatie geeft daarmee de mogelijkheid om keuzes te maken. Dat is ook precies wat voor goed beleid nodig is: keuzes op basis van feiten.

15 | ERFGOEDBELEID

4 - Wetgeving en huidig beleid Inleiding Regels op het gebied van cultureel erfgoed zijn niet nieuw. Zoals het woord ‘harmonisatie’ al zegt, zijn er nu ook al regels voor de bescherming van erfgoed. Wetten voor de bescherming van het erfgoed bestaan al tientallen jaren. Denk daarbij maar aan de Monumentenwet 1961, de Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) uit 2007 en het Besluit ruimtelijke ordening uit 2012. Veel van dit soort wetten komen voort uit Europese afspraken, zoals het Verdrag van Granada 5 (1985) en het Verdrag van Malta 6 (1992). Aandacht voor het erfgoed staat ook de laatste jaren niet stil. Op het moment is er volop aandacht voor. Ook de wetten en regels rondom erfgoed zijn in ontwikkeling. In 2012 stelde het rijk bijvoorbeeld verplicht dat waardevolle landschappen voortaan beschermd moesten gaan worden, en in 2016 kwam er een nieuwe Erfgoedwet. Die verving de oude Monumentenwet en de Wamz. Nu is de Omgevingswet in aantocht, de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet in 1848. Daardoor verandert er veel. Waardevol erfgoed moet daarin als één van de belangrijke onderdelen van de ‘fysieke leefomgeving’ een plek krijgen. Dat betekent dat informatie over dat erfgoed actueel moet zijn en aan bepaalde eisen moet voldoen.

Iemand die een plan wil ontwikkelen, kan dan in het omgevingsplan voor zijn perceel duidelijk zien wat er aan waarden te vinden is. Ook komen daaruit de regels voort. Uiteindelijk wordt er een integrale afweging gemaakt door de gemeente als vergunningverlener. Hieronder komen de regels die nu al gelden aan bod. Eerst schijnen we ons licht op de wetgeving door rijk, provincie en gemeente. Daarna komen andere soorten regels en het geldende beleid aan de orde. Wetgeving en regels

Internationale regelgeving Ten tijde van het opstellen van dit beleid loopt de besluitvorming over het toevoegen van drie Nederlandse plekken aan de Werelderfgoedlijst. Eén daarvan ligt in de gemeente West Betuwe, en betreft de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). De adviseur van Unesco, ICOMOS, heeft geadviseerd het dossier met betrekking tot de NHW aan te passen en opnieuw in te dienen, omdat men zich afvraagt of het genomineerde erfgoed wel voldoende beschermd is tegen de grote ruimtelijke druk in delen van Nederland. De gemeente West Betuwe ondersteunt deze nominatie en zet zich in voor de status van Werelderfgoed. Tegelijk is duidelijk dat een werelderfgoedstatus niet vrijblijvend is. Zo zette de Raad van State in juni 2021 een streep door hoogbouwplannen aan de Hoge Maasdijk in Woudrichem.

Landelijke wetgeving In de Omgevingswet komen vanaf 1 juli 2022 tientallen wetten op het gebied van de ‘fysieke leefomgeving’ samen. Als die wet ingaat, krijgen alle bestaande regels - bestemmingsplannen en verordeningen – als het ware een ‘nietje’. Dat pakket noemen we dan het ‘tijdelijk omgevingsplan’.

5 De basis voor de borging van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening, vertaald in de aanpassing van het Besluit

ruimtelijke ordening (2012). 6 De basis voor de borging van archeologische waarden, vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007).

16 | ERFGOEDBELEID

Vervolgens hebben gemeenten tot eind 2029 de tijd om dat pakket aan regels om te zetten in een ‘definitief omgevingsplan’ volgens de spelregels zoals vastgelegd in de Omgevingswet. Het omgevingsplan bevat de regels op het gebied van cultureel erfgoed. De grote lijnen van het erfgoedbeleid worden vastgelegd in een omgevingsvisie. Naast de Omgevingswet blijft ook de Erfgoedwet bestaan. Daarin zijn enkele algemene zaken vastgelegd die zorgen dat de erfgoedzorg kan functioneren. Denk daarbij aan het instellen van bewaarplaatsen voor opgegraven archeologische resten (‘depots’), de regels rond de bedrijven die mogen opgraven en het aanwijzen van rijksmonumenten. In de Omgevingswet komen juist de regels terecht over de dagelijkse omgang met erfgoed. Denk daarbij aan het vastleggen van regels voor landschappelijk erfgoed in het omgevingsplan en de aanwijzing van gemeentelijke monumenten door de gemeente. De huidige erfgoedverordening wordt onder de Omgevingswet ook een onderdeel van het omgevingsplan.

Figuur 9. De verschillende rollen van de Erfgoedwet en Omgevingswet in een schema (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Provinciale wetgeving Erfgoed heeft een duidelijke plaats gekregen in de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland (2018). Daarin zijn bijvoorbeeld de belangrijkste kwaliteiten van de nationale landschappen vastgelegd, maar ook de kwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, en instructieregels hoe een gemeente landschap en molenbiotopen in het bestemmingsplan moet beschermen.

Gemeentelijke wetgeving Regels voor het beschermen van erfgoed heeft de gemeente West Betuwe vastgelegd in haar erfgoedverordening uit 2019. Daarin is vooral vastgelegd hoe de gemeente omgaat met haar rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beschermde gezichten. De gemeentelijke

17 | ERFGOEDBELEID

monumentenlijst en voor bepaalde aspecten ook de rijksmonumentenlijst zijn aan deze verordening ‘geknoopt’.

Gemeentelijke ruimtelijke regels Naast een verordening is er binnen het “oude stelsel” nog één andere mogelijkheid waarop een gemeente bindende regels voor haar burgers kan vastleggen: het bestemmingsplan. De gemeente West Betuwe kent nu nog een lappendeken aan bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan of elke verzameling van bestemmingsplannen kent een eigen manier van het beschermen van erfgoed. Vaak is er een duidelijk verschil tussen bestemmingsplannen voor het buitengebied en voor de oude kernen. In zijn algemeenheid zijn hierin regels opgenomen over behoud van waarden, vaak bijvoorbeeld via een enkel- of dubbelbestemming. Ook is hierin vastgelegd wanneer een initiatiefnemer archeologisch onderzoek moet laten uitvoeren. Als uitwerking van de provinciale regels zijn in sommige bestemmingsplannen regels voor de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie opgenomen.

18 | ERFGOEDBELEID

Figuur 10. Gebieden waar nu al regels vanwege een waardevol cultuurlandschap bestaan. De bouw- en functieaanduidingen beslaan zulke kleine oppervlakten dat ze op dit kaartbeeld niet zichtbaar zijn.

19 | ERFGOEDBELEID

Ruimtelijk beleid

Rijksbeleid Door de verkiezingen in het voorjaar van 2021 en de formatie van een nieuw kabinet bevindt het erfgoedbeleid van het rijk zich op dit moment in een overgangsfase. Het kabinet Rutte-III legde haar erfgoedbeleid vast in de beleidsbrief Erfgoed telt. Daarin lag de nadruk onder meer op duurzaamheid van erfgoed, op kwetsbaar erfgoed zoals kerken, op kennis en vakmanschap, op erfgoed in grote ruimtelijke opgaven en op vrijwilligers in de erfgoedsector. Het is waarschijnlijk dat een aantal actuele thema’s ook in het nieuwe erfgoedbeleid van het rijk terug zal komen. Eén van de belangrijke uitwerkingen van dit rijksbeleid is het document Erfgoed in transitie: energielinie. Daarin heeft het rijk beschreven hoe zij de opwekking van duurzame energie in ‘linielandschappen’ zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie, voor zich ziet. Daarbij speelt mee dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie een project van nationaal belang is. In dit document is opgeschreven dat de linie in de gemeente West Betuwe vrijwel niet onder druk staat. Alleen de zogenaamde hoofdweerstandslijn, de belangrijkste verdedigingslijn, staat bij Gorinchem onder druk. Men pleit in West Betuwe voor een extensieve veeteelt en biomassateelt in de overstromingsvlakte (het inundatiegebied) van de linie. Daarnaast is het de bedoeling terughoudend te zijn met zonnevelden en windturbines.

Daarnaast wordt vooral de nadruk gelegd op een rol voor de forten in de energieopwekking.

Provinciaal beleid Hiervoor benoemden we al de omgevingsverordening. De provincie Gelderland heeft in 2020 een nieuw cultuur- en erfgoedbeleid uitgewerkt. De provincie wil vooral jaarlijks flexibel kunnen bepalen waar zij haar energie in steekt, en zich minder vastleggen op plannen voor een langere termijn. Sommige bijdragen van de provincie zijn al in de zogenaamde uitgangspuntenbrief opgenomen. Soms sluiten die aan op het rijksbeleid, zoals de aandacht voor vrijwilligers en vakmensen. In andere gevallen zijn het typisch provinciale taken, zoals de ondersteuning van en samenwerking met provinciale organisaties en de uitvoering van wettelijke provinciale taken. Zo’n wettelijke taak is het archeologisch depot van de provincie in Nijmegen. Hier worden archeologische vondsten uit de hele provincie bewaard.

Gemeentelijk beleid Belangrijke onderleggers voor het gemeentelijk beleid zijn het coalitieakkoord en het bidbook voor de herindeling. Landschap en erfgoed komen daarin als belangrijke onderwerpen terug. Behoud en investering worden als belangrijke termen nadrukkelijk in het bidbook genoemd. Het coalitieakkoord richt zich op behoud van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Ook de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen hadden al eigen beleid op het gebied van erfgoed ontwikkeld. Neerijnen was de enige gemeente met een echte beleidsnota erfgoed. Daarin werden duidelijke keuzes gemaakt, zoals voor archeologie uit de Romeinse tijd en later, panden met een beschermde status, het beschermd gezicht Neerijnen-Waardenburg, panden en landschapsstructuren van vóór 1826 en panden uit de wederopbouwperiode (1940-1965) In 2008 hadden de drie gemeenten al samen een landschapsontwikkelingsplan opgesteld. De waarden van het historisch cultuurlandschap waren daarbij het vertrekpunt. Op dit moment wordt gewerkt aan een actualisatie van dat plan. In 2021 is de nieuwe Gids ruimtelijke kwaliteit in werking getreden. Deze vervangt het vroegere welstandsbeleid. De oude gids van Geldermalsen heeft daarmee een vervolg voor de hele gemeente

20 | ERFGOEDBELEID

gekregen. Deze gids heeft meestal de historische (ontwerp)structuren van kernen of buurten als uitgangspunt. Erfgoed is daarmee een belangrijke basis voor dit beleid. Ook toerisme en recreatie raken aan het erfgoedveld. In 2020 is daarvoor een nieuw beleid aangenomen. Cultureel erfgoed en landschap zijn daarin kansen én uitdagingen. De nadruk ligt onder andere op het aanbieden van kwaliteit, de spreiding over het jaar, het verbinden met cultuur en kunst, verbindingen met het verenigingsleven en met de agrarische sector. Ook belangrijk is de nieuwe kadernota Cultuur en kunst. Erfgoed en monumenten worden daarin als belangrijke verbinding tussen die nota en het erfgoedbeleid genoemd. Belangrijke aandachtspunten in de nota zijn onder meer de aandacht voor vrijwilligers, voor het meedoen van iedereen, voor het verbinden en voor het vernieuwen. Dat is in een aantal voorstellen uitgewerkt. Duurzaamheid is ook in de gemeente West Betuwe een belangrijk onderwerp. Landschap, cultuurhistorie en ook ecologie worden samen als één van de vier ‘wegingsgronden’ genoemd: er moet goed gekeken worden voordat er iets onherstelbaar beschadigd raakt. In de praktijk wordt gewerkt met een kaart van alle gebieden waar het is toegestaan grootschalige zonneparken te ontwikkelen.

21 | ERFGOEDBELEID

5 – Beleidscontouren Inleiding In de hoofdstukken hiervoor hebben we besproken wat er op de gemeente West Betuwe af komt en waar de gemeente nu staat. Er moet aan de ene kant nog een harmonisatie van erfgoedbeleid uitgevoerd worden. Daarnaast komt er een Omgevingswet aan die eisen stelt: het erfgoed moet in beeld gebracht worden en waardevol erfgoed moet een bepaalde vorm van bescherming krijgen. Ook moet de gemeente de regels die de provincie in haar verordening heeft opgenomen, straks in haar eigen omgevingsplan opnemen. Datzelfde geldt voor de rijks- en gemeentelijke monumenten die de gemeente al rijk is. Zoals hiervoor al besproken is erfgoedbeleid niets nieuws in de gemeente West Betuwe. Zo geldt er nu al een uitgebreid – maar niet geharmoniseerd – archeologisch beleid voor de gemeente. Ook heeft het landschap al een heel diverse, maar expliciete bescherming in het bestemmingsplan. Zo worden in de vroegere gemeente Geldermalsen landschapselementen nadrukkelijk beschermd. De gemeente kent daarnaast een groot aantal rijks- en gemeentelijke monumenten, rijksbeschermde tuinen en parken en rijksbeschermde dorpsgezichten. Het nieuwe erfgoedbeleid is er vooral op gericht om het beleid van de drie voormalige gemeenten gelijk te trekken. Daarnaast wordt het erfgoedbeleid geactualiseerd. Die actualisatie vindt plaats op basis van recente inhoudelijke informatie.

Ook worden de verplichtingen van de Omgevingswet en uitspraken van een rechter (‘jurisprudentie’) waaraan die bescherming moet voldoen erbij betrokken. In het tweede deel van dit hoofdstuk komt het bredere erfgoedbeleid aan de orde: ‘voorbij de regels’. Daarin worden thema’s voor ‘toekomstbestendig’ erfgoed benoemd die in het uitvoeringsprogramma verder kunnen worden uitgewerkt. Archeologie

Omgang met vindplaatsen West Betuwe ondersteunt het landelijke beleid dat behoud in situ, behoud van een archeologische vindplaats in de bodem, in principe de voorkeur heeft boven behoud ex situ. Dat is één van de uitgangspunten van het archeologisch bestel in Nederland: we zijn trots op ons erfgoed, en bewaren dat voor toekomstige generaties. Tegelijk is behoud in de bodem niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld wanneer er gebouwd wordt of natuurontwikkeling plaatsvindt. Om daar mee om te kunnen gaan is het bestaande vrijstellingsbeleid van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen onder de loep genomen. De (deel)gebieden zijn op een logische manier op elkaar aangesloten, en er is rekening gehouden met kwaliteitseisen aan de informatie vanuit de Omgevingswet. Hoe die nieuwe lijn eruitziet en waar deze van de oude verschilt, komt hierna aan de orde. Behoud van vindplaatsen in de bodem is in veel gevallen verenigbaar met voortzetting van het huidige bodemgebruik. Dat blijft ook gewoon zonder belemmeringen mogelijk. Alleen op de enkele plek waar de bestaande waarden bedreigd worden én sprake is van een zeer hoge erfgoedwaarde, kan het aanwijzen als gemeentelijk beschermd archeologisch monument in de toekomst een optie zijn (zie hierna).

22 | ERFGOEDBELEID

In een nadere uitwerking van dit erfgoedbeleid wil de gemeente West Betuwe een visie vastleggen hoe zij met haar bodemarchief in de toekomst wil omgaan. Waar ligt de focus ten aanzien van behoud, onderzoek, fysieke bescherming, monitoring, etc.?

Figuur 11. Een mantelspeld, een zogenaamde fibula, in de vorm van een ruiter, aangetroffen in Ophemert. De speld dateert uit de vroege middeleeuwen (500-1000) (foto: Rijksmuseum voor Oudheden, Leiden).

Gemeentelijke archeologische monumenten De gemeente West Betuwe kent al een aantal archeologische gemeentelijke monumenten, naast de archeologische rijksmonumenten. Daarnaast zijn er terreinen die op dit moment een beperkte bescherming hebben, maar die door hun kwetsbaarheid en waarde als archeologisch gemeentelijk monument in aanmerking komen. De gemeente streeft er vanuit dit erfgoedbeleid naar om in overleg met de regioarcheoloog te komen tot een selectie van terreinen die zo’n status zouden verdienen. Het gaat daarbij om een zeer klein deel van de archeologisch relevante terreinen (hooguit een paar handen vol). Vervolgens kunnen de formele stappen tot aanwijzing gezet worden. In het uitvoeringsprogramma wordt de werkwijze verder uitgewerkt.

Vrijstellingsbeleid Net als voor de andere erfgoedvelden geldt ook voor archeologie dat er grote verschillen zitten tussen het beleid van de drie voormalige gemeenten. Dat geldt aan de ene kant voor de kaarten die als onderlegger dienen, maar ook voor het beleid dat aan verschillende zones gekoppeld is. Daarom is harmonisatie echt nodig.

23 | ERFGOEDBELEID

In wetgeving is vastgelegd dat zogenaamde vrijstellingsgrenzen heldere normen voor de omgang met het bodemarchief bij ontwikkelingen zijn. Dat betekent, dat deze vrijstellingsgrenzen bepalen wanneer iemand wel en wanneer iemand geen archeologisch onderzoek hoeft te laten uitvoeren om een vergunning te kunnen krijgen. Daarbij geldt steeds een diepte- en een oppervlaktegrens. Pas wanneer een ingreep boven beide grenzen uitkomt, is een archeologisch onderzoek voor het krijgen van een omgevingsvergunning verplicht. Heel simpel gezegd: een heel groot maar ondiep gat (2000 m2 en 20 centimeter diep) óf een heel diep maar klein gat (10 m2 en 2 meter diep) kunnen in de meeste gevallen zonder omgevingsvergunning voor archeologie gegraven worden. Ook nu al is normaal agrarisch gebruik tot een diepte van 30 cm in vrijwel alle gevallen mogelijk, en dat verandert niet. Die diepte van 30 centimeter is door een uitspraak van de rechter (‘jurisprudentie’) vastgelegd, ténzij duidelijk is dat ‘het archeologisch niveau’ dieper ligt. Ook nu al gelden voor de drie gemeenten dit soort vrijstellingsgrenzen. Hoe groter de kans dat er archeologie te vinden is, hoe lager de vrijstellingsgrenzen. In gebieden met een zekere vindplaats of een hoge trefkans moet dus al sneller onderzoek gedaan worden dan in gebieden met een lagere trefkans.

Door het maken van nieuwe kaarten is de ligging en het oppervlak van de verschillende (beleids)zones veranderd. Dat heeft vooral te maken met de beschikbaarheid van nieuwe gegevens over bijvoorbeeld de ondergrond en over bekende archeologische vindplaatsen. Nieuwe kaart

Oude Kaarten

Verschil

Code

Omschrijving

opp. km2

opp. %

opp. km2

opp. % meer/minder

WA-1

monumenten

0,04

0,02%

0,17

0,08%

0,06%

WA-2

terreinen met arch.resten

5,7

2%

12,8

6%

-3%

WA-3

historische kern, woongrond

7,5

3%

nvt

WA-4

hoge verwachting

94,5

41%

51,3

22%

19%

WA-5

hoge verwachting, diep

18,2

8%

3,9

2%

6%

WA-6

middelhoge verwachting

10,6

5%

61,4

27%

-22%

WA-7

lage verwachting

74,7

33%

50,2

22%

11%

WA-8

restgeul

6,3

3%

2,9

1%

2%

WA-9

rivierbed Waal/Linge

7,7

3%

nvt

vrij

vrijgegeven terreinen*

3,7

2%

50,2

20%

229,1

100%

229,1

100%

3% -18%

* op de kaart van Geldermalsen uit 2016 waren de lage verwachtingszones vrijgegeven Tabel 1. Verschillen tussen de nieuwe en oude archeologische kaarten, voor wat betreft de verdeling van de verschillende zones (naar oppervlakte).

24 | ERFGOEDBELEID

Om nieuwe vrijstellingsgrenzen te bepalen is daarna aan een aantal ‘knoppen’ gedraaid. Doel was om het beleid voor gelijke zones (bijvoorbeeld: gebieden met een hoge verwachting op basis van een oude rivierloop) gelijk te trekken. De kans op het aantreffen van archeologie en de maatschappelijke lasten zijn daarbij tegen elkaar afgezet. Tegelijk zijn de vrijstellingsgrenzen op een aantal plekken beter hanteerbaar of inhoudelijk logischer gemaakt. 7 Daardoor wordt het beleid op de ene plek iets strenger, op de andere plek iets soepeler dan in de oude situatie. ∑

Geld2016

Ling2011

nieuw

Neerr2008

nieuw

nieuw

grenswaarden diepte [cm] / oppervlakte [m2] WA1 WA2 WA3 WA4 WA5 WA6 WA7 WA8 WA9 vrij

30/10

0/0

30/0

0/0

nvt

0/0

30/100

30/50

30/0

30/50

50/100

30/50

30/100

30/100

30/100

30/100

50/100

30/100

30/500

30/500

30/100

30/500

50/250

30/500

300/2500

150/2500

200/500

150/2500

nvt

150/2500

30/1000

30/2500

30/500

30/2500

50/5000

30/2500

vrij

30/5000

100/5000

30/5000

50/10.000

30/5000

30/1000

50/2500

nvt

nvt

nvt

nvt

vrij

30/10.000

vrij

30/10.000

vrij

30/10.000

vrij

vrij

vrij

vrij

vrij

geen

verlichting van beleid verzwaring van beleid onveranderd Tabel 2. Verschillen tussen de nieuwe en oude archeologische kaarten, voor wat betreft de geldende vrijstellingsgrenzen per zone.

Wat betekent dit nu in de praktijk, vooral voor gebieden waar in de gemeente West Betuwe veel ontwikkelingen plaatsvinden? Daarbij gaat het vooral om gebieden met een hoge archeologische verwachting. De oppervlakte van het gebied met die verwachting is in vergelijking met de oude kaarten toegenomen. Tegelijk gaan de vrijstellingsgrenzen die nu al in Geldermalsen geldt ook gelden in Lingewaal en Neerijnen. Daarmee is dat een flinke verlichting van de onderzoeksverplichting (zie tabel 2, WA-4). Ook voor een middelmatige archeologische verwachting geldt een verlichting voor het grondgebied van Geldermalsen en Lingewaal (zie tabel 2, WA-5).

7 Hierin zijn uitgevoerde onderzoeken en de resultaten daarvan meegewogen.

25 | ERFGOEDBELEID

Zoals met het huidige beleid ook al geldt zijn de belangrijkste (financiële) gevolgen voor ontwikkelaars. Aan dat principe verandert met de nieuwe vrijstellingsgrenzen niets. Conform de wet- en regelgeving liggen de kosten namelijk in principe bij de ‘verstoorder’, zoals dat genoemd wordt. Bij grootschalige projecten zijn de kosten procentueel doorgaans lager dan bij kleinschalige projecten. Juist om die reden is vrijwel altijd sprake van een vrijstellingsgrens waarbij huis-, tuin- en keukeningrepen niet vergunningplichtig zijn. Daardoor worden burgers met een kleinschalige ontwikkeling ontzien. Door bovendien te werken met een gefaseerd systeem zijn de kosten laag in het vooronderzoeksstadium, en worden ze hoger als duidelijk is dat er een waardevolle vindplaats ligt die niet in de bodem behouden kan worden. Kosten voor archeologisch onderzoek bij grotere ontwikkelingen worden doorgaans opgenomen in de grondexploitatie.

Figuur 12. Een uitsnede van de nieuwe archeologische beleidskaart van de gemeente West Betuwe.

26 | ERFGOEDBELEID

Metaaldetectie West Betuwe heeft het geluk te beschikken over een rijk bodemarchief. In periodes van grote welvaart, zoals de Romeinse tijd, was West Betuwe één van de drukst bevolkte gebieden van Nederland. Daardoor zijn er veel archeologische resten in de bodem te vinden, onder andere van metaal. De Erfgoedwet bepaalt dat alleen in de bouwvoor (de bovenste 30 centimeter) naar metaal gezocht mag worden met een metaaldetector, en dan alleen nog op land. Dieper zoeken dan 30 centimeter, zoeken op een archeologisch rijksmonument én metaal zoeken onder water (‘magneetvissen’) is altijd en overal bij wet verboden. Gelukkig zijn er veel belangstellenden die zich keurig aan de regels houden.

Figuur 13. Een voorbeeld van een zoeker met een metaaldetector (bron: wtnschp.be).

Juist door de rijkdom van het Betuwse bodemarchief trekt dat helaas ook veel zoekers van ‘buiten’ die zich niet aan de regels houden. Daardoor gaat er ongezien erfgoed voor de gemeenschap verloren. De gemeente heeft de mogelijkheid om de regels in de Erfgoedwet zó aan te passen, dat het erfgoed beter beschermd is én de regels ook nog eens beter handhaafbaar zijn. Dat kan door een bepaling in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) op te nemen dat metaaldetectie alleen toegestaan is met een ontheffing. Zo’n ontheffing kan door de gemeente aan personen of vereniging worden verstrekt die te goeder trouw zoeken. Zo worden de vrijwilligers die juist bijdragen aan de interesse voor het erfgoed niet benadeeld. De ontheffing is door de handhavers van de ODR ook nog eens veel makkelijker te controleren dan de diepte van een gegraven gat. De handhaving wordt dus een stuk eenvoudiger. Het mes snijdt daardoor aan twee kanten. Al bestaande regels worden aangepast om ze in de praktijk beter werkbaar te maken. Bovendien sluit West Betuwe hiermee aan bij de nieuwe regelgeving in de gemeente Buren.

27 | ERFGOEDBELEID

Landschap Net als voor archeologie gelden er voor de omgang met het waardevolle landschap op dit moment ook al regels. Die zijn alleen niet voor de drie voormalige gemeenten gelijk. Zo heeft de vroegere gemeente Geldermalsen een uitgebreide regeling voor waardevolle landschapselementen die op de (oude) cultuurhistorische waardenkaart staan. Neerijnen heeft juist weinig regels, Lingewaal zit daartussen. Daarnaast is de keuze waarom sommige gebieden wel en sommige gebieden niet beschermd zijn, onduidelijk. De onderbouwing voor de bescherming is daarmee onvoldoende.

Figuur 14. Eén van de pronkstukken van de gemeente: de Linge met Lingedijk (foto: RAAP).

Daarom wil de gemeente toe naar een aanpassing van de bescherming van landschappen, direct gekoppeld aan de informatie zoals die op de erfgoedkaart verzameld is. Die voorgenomen bescherming valt in enkele onderdelen uiteen: • Bescherming van erfgoed op basis van de provinciale Omgevingsverordening, namelijk vooral gericht op de Nieuwe Hollandse Waterlinie; • Bescherming van heel specifieke waarden met een eigen regelgeving, zoals molenbiotopen; • Een algemene bescherming van het waardevolle cultuurlandschap, op basis van de ‘waarderingskaart landschap’ uit de erfgoedkaart. Daarvoor kiest de gemeente de gebieden van zeer hoge en hoge waarde. Daarnaast worden ook de geïnventariseerde landschapselementen (‘kenmerkenkaart landschap’) met daarvoor relevante regels in het omgevingsplan opgenomen. Zoals uit een vergelijking van figuur 10 en figuur 15 te zien is, gaat het vooral om een aanpassing van de grenzen van beschermde gebieden op basis van goed onderbouwde en actuele informatie. Daarbij komt

28 | ERFGOEDBELEID

dan nog de gedetailleerde informatie over de landschapselementen. Zo is voor iedereen duidelijk om welke elementen het nu eigenlijk gaat. Daarnaast is het ook de bedoeling om de gebruikte systematiek van soorten beschermingen (enkelbestemming, dubbelbestemming, bouwaanduiding, gebiedsaanduiding, functieaanduiding) in het omgevingsplan logischer en begrijpelijker te maken. Dat wordt meegenomen in de verdere uitwerking, als duidelijk is hoe de nieuwe systematiek van het Omgevingsplan eruit komt te zien. In de uitwerking is uiteindelijk informatie nodig bij welke activiteiten toegekende waarden in gevaar kunnen komen. Daaraan worden dan regels en/of verplichtingen gekoppeld om de waarden te beschermen. Tegelijk met deze juridische aanpassing kan ook de beter onderbouwde inhoudelijke aanpassing verwerkt worden.

Figuur 15. Het cultuurhistorisch landschapsbeleid gaat zich richten op de zeer hoog en hoog gewaardeerde cultuurlandschappen (zie ook figuur 9).

Het krijgen van een vergunning gaat op een vergelijkbare manier als nu. Bij een aanvragen van een vergunning voor een initiatief moet de initiatiefnemer aantonen dat hij, net als bijvoorbeeld bij archeologie en milieu, voldoende rekening gehouden heeft met het aspect ‘cultuurhistorie’. Kleine

29 | ERFGOEDBELEID

ontwikkelingen vallen, net als bij archeologie, meestal buiten de verplichting. In veel gevallen zullen ze de cultuurhistorische waarden niet of maar weinig aantasten. Voor middelgrote ontwikkelingen kan een korte toelichting op het plan, aan de hand van de cultuurhistorische waardenkaart, voldoende zijn. Voor een grotere ontwikkeling is een aanvullend cultuurhistorisch onderzoek als onderbouwing voor het plan noodzakelijk. Deze werkwijze is op veel plaatsen in Nederland al gangbaar en een logisch gevolg van wetgeving die sinds 2012 geldt.8 Deze wetgeving wordt overgeheveld naar de Omgevingswet en nu op steeds meer plaatsen in lokale regels vertaald. Gebouwd erfgoed

Behoud als opgave De gemeente West Betuwe wil eigenaren het voor eigenaren van cultuurhistorisch waardevolle panden makkelijker maken om de bestaande waarden te behouden. Splitsing van cultuurhistorisch waardevolle panden is daarom mogelijk, mits de aanwezige waarden in stand gehouden worden. Ook kan aan waardevolle panden, die nu geen woonbestemming hebben, een woonbestemming worden toegekend als er geen andere regelgeving is die dit onmogelijk maakt. Onder cultuurhistorisch waardevolle panden verstaan we panden die een rijks- of gemeentelijke monumentenstatus hebben of een zeer hoge cultuurhistorische waarde kennen. Op het moment dat in de toekomst de lijst van panden met een hoge cultuurhistorische waarde is aangevuld 9, kan ook die categorie onder deze beleidsuitgangspunten vallen.

Monumentenlijst Op dit moment kent de gemeente West Betuwe een rijksmonumentenlijst met 345 objecten en een gemeentelijke monumentenlijst met 403 objecten. De samenstelling van de rijksmonumentenlijst is een taak van de rijksoverheid. Die staat in het gemeentelijk beleid dus niet ter discussie. Uit het onderzoek is nu naar voren gekomen dat er nog 384 panden op basis van de vastgestelde waarde in aanmerking zouden kunnen komen voor de status van gemeentelijk monument. De gemeente is van mening dat zij een taak heeft om deze waarden binnen haar mogelijkheden te beschermen. Bovendien is aanpassing wenselijk omdat de inhoud van de drie vroegere gemeentelijke lijsten niet met elkaar in evenwicht is. Praktisch en financieel moet het alleen dan wel haalbaar zijn. Daarom stelt zij voor om in dit beleid alleen de keuze vast te leggen dát de lijst uitgebreid gaat worden. In het uitvoeringsprogramma wordt een verder uitgewerkt voorstel opgenomen hoe tot een uitbreiding van de monumentenlijst te komen. Daarbij zijn de personele en financiële mogelijkheden leidend. In de praktijk zal dat neerkomen op bijvoorbeeld één of meerdere stappen van steeds enkele tientallen objecten per keer.

8 Aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening t.a.v. het vastleggen van cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen. 9 In het kader van de harmonisatie zijn alleen de panden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde geïnventariseerd. In de lijst

met panden met een hoge cultuurhistorische waarde bestaan vooral voor de voormalige gemeenten Lingewaal en Neerijnen nog omissies.

30 | ERFGOEDBELEID

Tegelijk zijn er ook enkele gemeentelijke monumenten waarvan het inmiddels de vraag is of die gebouwen die status nog verdienen. Zo zijn sommige stevig verbouwd. Door een vervolgonderzoek moet duidelijk worden of de waarden daar inderdaad verdwenen zijn. Als dat zo is, streeft de gemeente naar afvoering van deze panden van de gemeentelijke monumentenlijst.

Figuur 16. Een al aangewezen gemeentelijk monument: Dorpsstraat 8 in Meteren (foto: MAB).

Onder de nieuwe Omgevingswet is ook ‘de omgeving van het monument’ wettelijk beschermd. Dat betekent, dat de omgeving niet zo veranderd mag worden, dat dat het aanzien van het monument grote schade toebrengt. Wat er onder deze bescherming valt, is per situatie verschillend. Denk daarbij aan aanzicht, ligging, zichtbaarheid, relaties, waardering omgeving en afbakening. De gemeente past het budget voor de ondersteuning van eigenaren van gemeentelijke monumenten aan naar rato van het aantal toegevoegde monumenten. Verder wordt in een uitvoeringsprogramma uitgewerkt of de gemeente het onderhoudsbudget wil handhaven of dat er naar andere vormen van ondersteuning gekeken gaat worden. Daarbij is ook te denken aan advisering, bijvoorbeeld over verduurzaming.

31 | ERFGOEDBELEID

Voormalige Gemeente

Rijksmonumenten (op basis van aantal items op de chw)

Gemeentelijke monumenten (op basis van aantal items op de chw)

Orde 1 Potentiële Gemeentelijke monumenten (op basis van aantal items op de chw)

Orde 2 Potentiële Karakteristieke objecten (op basis van aantal items op de chw)

Geldermalsen Lingewaal Neerijnen

135 112 98

192 50 161

250 92 42

300 55* 39*

Totaal

345**

403***

384

394 *geen volledige inventarisatie **De officiële RM-lijst meldt 281 objecten; in de chw zijn rijksmonumentregistraties die uit meerderen objecten bestaan (bijv. een boerderij met bijschuur en bakhuis, of een uit verschillende items bestaande verdedigingslinie) opgesplitst. Dat verklaart het hogere aantal items op de chw. ***De officiële GM-lijst meldt 316 objecten; in de chw zijn gemeentelijk monumentregistraties die uit meerdere objecten bestaan (bijv. een boerderij met bijschuur en bakhuis) opgesplitst. Dat verklaart het hogere aantal items op de chw.

Tabel 3. Aantallen waardevolle panden zoals uit het recente onderzoek naar voren gekomen.

Het omgevingsplan Het uitbreiden van de gemeentelijke monumentenlijst is een belangrijke stap. Tegelijk heeft de gemeente daar veel beleidsvrijheid in. Met die stap alleen is niet voldaan aan de eisen van de Omgevingswet, namelijk het beschermen van cultuurhistorische waarden via het omgevingsplan. Voor de meest waardevolle panden die niet de status van gemeentelijk monument gaan krijgen moet daarom een vangnet gespannen worden. Daarvoor heeft de gemeente West Betuwe twee mogelijkheden: • Ambitieniveau 1: er zijn 384 niet-beschermde panden die de status van gemeentelijke monument verdienen (‘orde 1’). Het gedeelte daarvan dat nog niet of uiteindelijk niet die status krijgt, krijgt een bescherming via het omgevingsplan. • Ambitieniveau 2: hierbij wordt allereerst ambitieniveau 1 uitgevoerd. Daar bovenop volgt nog de opname van een deel of alle van de 394 niet-beschermde panden uit ‘orde 2’ in het omgevingsplan. Omdat deze lijst voor Lingewaal en Neerijnen nog niet compleet is, wordt deze door onderzoek verder aangevuld en wordt deze aanvulling ook in het omgevingsplan opgenomen. Ambitieniveau 1 is minimaal nodig om aan de wet te voldoen, ambitieniveau 2 is een mogelijkheid die afhangt van de (politieke) ambitie van de gemeente. Het aanwijzen van een pand als gemeentelijk monument brengt natuurlijk beperkingen voor de eigenaar met zich mee.

Tegelijk heeft die dan ook meer mogelijkheden om adviezen voor onderhoud en verduurzaming te krijgen.

32 | ERFGOEDBELEID

De beperkingen voor een eigenaar als een pand beschermd is via het omgevingsplan is veel kleiner dan wanneer deze als monument wordt aangewezen. Tegelijk zijn er ook minder mogelijkheden om waarden te beschermen. In de praktijk wordt er dan vaak een vergunningplicht gekoppeld aan het slopen of wijzigen van deze panden. Bij wijzigingen geldt de bescherming dan meestal voor veranderingen met ‘een ruimtelijke impact’. Denk daarbij aan veranderingen aan de buitenzijde van een monument. Het (nagelvaste) interieur en onderdelen die vanuit de openbare ruimte minder zichtbaar zijn, zijn via het omgevingsplan slechter te beschermen. Wat er precies onder de bescherming valt, is maatwerk per pand.

Figuur 17. Een uitsnede uit de waarderingskaart met historische bouwkunst (objecten) en stedenbouw (gebieden). De waardering loopt van rood/oranje (zeer hoog) tot groen (basis). De blauw omlijnde panden zijn nu al gemeentelijk monument, de donkerrood omlijnde rijksmonument.

Handhaving Handhaving op verwaarlozing is over het algemeen weinig nodig. In de regel is handhaving eerder aan de orde bij illegale of niet juist uitgevoerde wijzigingen van monumenten. Uitbreiding van de monumentenlijst of het opnemen van panden in het omgevingsplan zal dus enige extra uren voor handhaving vragen, afhankelijk van de aard van de uitbreiding.

Gemeentelijk bezit Ook de gemeente bezit een groot aantal waardevolle panden. De gemeente is van mening dat zij een voorbeeldfunctie heeft in het beheer en onderhoud van monumenten en andere waardevolle panden. Daarbij is samenwerking tussen de afdelingen erfgoed en vastgoed van groot belang. In het

33 | ERFGOEDBELEID

vastgoedbeleid wordt al rekening gehouden met de gemiddeld hogere ouderhoudskosten voor monumentaal gemeentelijk vastgoed. Stedenbouw Naast individuele gebouwen kent de gemeente West Betuwe ook gebieden met een waardevolle (bebouwings)structuur. Daarvan zijn er op dit moment 3 aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht: Neerijnen/Waardenburg, Acquoy en Beesd.10 Het onderzoek heeft aangetoond dat er daarnaast 15 gebieden zijn met een zeer hoge cultuurhistorische waarde (‘orde 1’). Net als voor de waardevolle gebouwen die in ‘orde 1’ terecht kwamen, is een monumentenstatus (‘gemeentelijk beschermd dorpsgezicht’) voor deze gebiedjes gerechtvaardigd. Het gaat bijvoorbeeld om de stadskernen van Asperen en Heukelum, een aantal dorpskernen langs Waal en Linge en de omgeving van Fort Asperen.

Figuur 18. De zeer waardevolle historische stadskern van Asperen (foto: MAB).

Mocht die monumentenstatus niet (voor alle gebieden) haalbaar zijn, dan is tenminste een (iets lichtere) bescherming via het omgevingsplan hier voor deze 15 gebieden noodzakelijk om de geconstateerde waarden op een goede manier in het omgevingsplan te beschermen. Vergelijkbaar met de gebouwen zou naast deze hoogste categorie een bescherming via het omgevingsplan van de lagere categorieën orde-2 (19 gebiedjes) en orde-3 (23 gebiedjes) afhankelijk zijn van de ambitie van de gemeente.

10

Formeel valt ook het rijksbeschermd stadsgezicht Zaltbommel nog voor een klein deel in de gemeente West Betuwe, namelijk

een stuk van de Waal.

34 | ERFGOEDBELEID

Wat betekent nu zo’n aanwijzing als beschermd gezicht of een bescherming via het omgevingsplan? Het gaat daarbij vooral om zorgvuldigheid. Hoe ziet de openbare ruimte eruit, en wat is daarin waardevol? Hoe goed voegt nieuwe bebouwing zich tussen de bestaande / waardevolle? Is de historische structuur van een gebiedje nog goed afleesbaar? Het betekent dus niet dat álle panden in zo’n gebied beschermd worden. Het gaat er vooral om dat als er een ontwikkeling plaatsvindt, deze goed wordt afgestemd op de waardevolle omgeving. Een gemeentelijk beschermd gezicht geeft iets meer beschermingsmogelijkheden dan enkel een bescherming via het omgevingsplan, maar de verschillen zijn niet heel groot. Voormalige Gemeente

Rijksbeschermde dorpsgezichten

Ensembles met orde 1, niet beschermd

Ensembles met orde 2

Ensembles met orde 3

Geldermalsen Lingewaal Neerijnen

2 0 1 11

10 4 1

9 2 8

9 14

Totaal

3

15

19

23

Tabel 4. Aantal waardevolle gebieden zoals uit het onderzoek naar voren gekomen.

11 Daarin opgenomen Neerijnen en Waardenburg, samen één beschermd gezicht.

35 | ERFGOEDBELEID

Figuur 19. De ligging van de waardevolle gebieden.

Algemeen

Actualisatie van kennis Om het beleid actueel te houden, is ook het bijhouden van kennis heel belangrijk. De gemeente West Betuwe streeft er naar om elke twee jaar de kaarten – als onderlegger van het omgevingsplan – te laten actualiseren. Dan worden bijvoorbeeld recente onderzoeken, die in het kader van ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, in de kaart verwerkt. Ook wordt nagegaan of de werkelijkheid de kaarten heeft ingehaald: zijn er bijvoorbeeld waardevolle panden onverhoopt verdwenen? Daarnaast wil de gemeente elke vijf jaar een grotere actualisatie laten uitvoeren. Dan worden bijvoorbeeld nieuwe thema’s onderzocht of worden met nieuwe technieken de bestaande kaarten verbeterd. Om die grotere actualisaties op een logische manier uit te voeren, wordt allereerst een onderzoeksagenda opgesteld. Daarom komen de thema’s aan de orde die in die grotere actualisaties onder handen worden genomen. Bij het opstellen van die onderzoeksagenda worden ook historische verenigingen en stichtingen betrokken, om aandachtsgebieden vast te stellen.

Toegankelijk maken van kennis Na de actualisatie van de erfgoedkaarten beschikt de gemeente over een enorme hoeveelheid informatie die waardevol is voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van West Betuwe. Op dit moment loopt het contract voor de erfgoedwebviewer van Geldermalsen af. Het voorstel is om deze webviewer technisch te laten moderniseren en te vullen met de informatie van West Betuwe.

36 | ERFGOEDBELEID

Breder erfgoedbeleid: benutten van kansen

Inleiding Erfgoed is meer dan alleen regels en bescherming. Erfgoed biedt ook kansen, verbindt mensen en kan oplossingen voor maatschappelijke problemen aandragen. Tegelijk kan erfgoed bedreigd worden als het niet meegenomen wordt in ruimtelijke veranderingen. Participatie, het samen doen met de inwoners, is daarbij een heel belangrijk uitgangspunt. In deze paragraaf benoemen we een aantal thema’s en projectideeën. In het uitvoeringsprogramma moeten deze onderwerpen verder uitgewerkt worden, zowel inhoudelijk als financieel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/329/documents/8046