RV2021-087 Bijlage 2021.06.11 Toelichting Uitbreiding Landgoed Bloemfonteijn.pdf
Tekst van het document
4.4.1 Flora en Fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het herbouwen van twee woningen. Daarnaast worden de agrarische gronden getransformeerd naar natuurlandschap. Voor voorliggend plan zal bestaande bebouwing gesloopt, bosschages verwijderd en watergangen vergraven worden. Omdat zowel in de watergangen, bosschages en de bestaande panden beschermde soorten, zoals vleermuizen, vissen, amfibieën en of vogels kunnen huisvesten, moet beoordeeld worden of er geen beschermde soorten benadeeld worden als gevolg van de planontwikkeling. Om dit te beoordelen is een Ecologische QuickScan uitgevoerd, zie bijlage 5. De conclusie van het onderzoek luidt: Soortenbescherming Op basis van de Quickscan kan de aanwezigheid van functioneel leefgebied voor vleermuizen en huismussen niet uitgesloten worden.
Tevens is de planlocatie mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Dit kan middels de AERIUS Calculator. Houtopstanden
Pagina 25 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming Op basis van bovenstaande conclusies dient nader onderzoek naar vleermuizen en huismussen uitgevoerd te worden. Voor de huismus is het nader onderzoek reeds uitgevoerd, zie bijlage 6. De conclusie van deze notitie luidt: ‘Op basis van de technische inspectie en de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna is gebleken dat in de geïnspecteerde woning en schuur geen nestlocaties aanwezig zijn van huismus. De beoogde sloop leidt derhalve niet tot overtreding van verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Procedurele of juridische noodzakelijke vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.’ Voor het nader vleermuisonderzoek is reeds opdracht verstrekt. Dit onderzoek is reeds in uitvoering en de eerste onderzoeksronde van september 2020 is ook al uitgevoerd. De laatste onderzoeksronde zal uitgevoerd worden in mei/juni 2021. Dit onderzoek zal als bijlage aan het bestemmingsplan worden toegevoegd dan wel als separate bijlage opgeleverd. Wanneer vleermuizen aangetroffen worden zullen de noodzakelijke mitigerende maatregelen getroffen worden en zal de vereiste ontheffing daarvoor aangevraagd worden. Voor de op termijn te realiseren woning op het bestaande landgoed deel wordt een bouwvlak opgenomen in het plan.
Deze woning wordt niet binnen een tijdsbestek van 3 jaar gerealiseerd. Het uitvoeren van een ecologische quickscan voor deze woning is dan ook niet zinvol. De ecologische waarden kunnen tussen de ontwerpfase van het bestemmingsplan en de feitelijke realisatie van de woning sterk wijzigen. Om de ecologische waarden toch afdoende te beschermen is voor dit bouwvlak een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat voorafgaand aan de bouw een ecologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. 4.4.2 Natuurgebieden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet vindt plaats via de Natura 2000-gebieden met Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Daarnaast zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is de vroegere Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarische gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) en nieuwe natuurgebieden, landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, alle Natura 2000-gebieden en alle grote wateren van Nederland (meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee). Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld.
Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie. In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie als gevolg van de maatregelen niet gegarandeerd kan worden. Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofemissies en deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator (update april 2020). Pagina 26 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Planspecifiek Het plangebied ligt in de buurt van Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebied de Rijntakken, zie onderstaande afbeelding. Bij voorgenomen planontwikkeling worden twee woningen en verschillende agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Verder worden er twee woningen en een zorgpaviljoen met therapiebad gebouwd. Daarnaast wordt op de huidige agrarische gronden een landgoed aangelegd, waarvan een groot deel bestaat uit natuur met verschillende natuurdoeltypen.
Figuur 9. Situering Natuurnetwerk Nederland (NNN) (grijs) en Natura 2000-gebieden (groen-blauw). Gele ster is de locatie van de nieuwe woningen en het zorgpaviljoen. (Bron: atlas natuurlijk kapitaal).
Het plangebied ligt in de nabijheid van Natura 2000-gebied de Rijntakken. Er dient daarom een stikstofberekening te worden uitgevoerd voor de sloop-nieuwbouw van twee woningen en het zorgpaviljoen. Daarom is er een Aeriusberekening uitgevoerd, zie bijlage 7. De conclusie van de Aeriusberekening luidt: De Aeriusberekening is uitgevoerd om te bepalen of de uitbreiding van zorglandgoed Bloemfonteijn aan Hooiakker 2 te Heesselt geen nadelige effecten oplevert voor Natura 2000-gebieden in de omgeving. Het plangebied ligt om minder dan 1 km afstand van het natuurgebied Rijntakken. Er is door middel van de Aeriuscalculator bepaald of de stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase op deze Natura 2000gebieden of verder gelegen gebieden hoger is dan de maximaal toegestane waarde van 0,00 mol/ha/j. De conclusie van de eerste berekening is dat de gebruiksfase leidt tot een toename van stikstof op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden met 0,01 kg/j. Na deze situatie te hebben vergeleken met de referentiesituatie is de conclusie dat na intern salderen de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. De pdf en GML-bestanden van de berekeningen zijn bij deze notitie apart bijgevoegd. Het GML bestand kan het bevoegd gezag importeren in de Aeriuscalculator om de berekening te controleren..
De conclusie van de projectberekening is dat de activiteit na intern salderen niet leidt tot een toename van stikstof op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Pagina 27 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Gezien bovenstaande conclusies vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor voorliggend plan.
Erfgoedbeheer Het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Planspecifiek Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer in de ondergrond archeologische waarden worden verwacht en de planontwikkeling aantasting van deze waarden in zal houden.
Het plangebied heeft de aanduidingen Archeologie waarde 2, waarde 3 en waarde 4, dus in de gronden kunnen archeologische waarden worden verwacht. Verder zullen voor het plan watergangen vergraven worden en funderingen aangelegd worden voor de woningen en de dependance. Er is daarom een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 8. De conclusie van het onderzoek luidt: Bureau voor Archeologie adviseert om rekening te houden met de vindplaats in het zuiden van het westelijke perceel van het plangebied door daar geen bodemingrepen uit te voeren dieper dan 40 cm onder maaiveld (top archeologisch niveau ligt op 70 cm minus veiligheidsmarge van 30 cm). De initiatiefnemer heeft aangegeven het plan hierop aan te passen. In de rest van het plangebied waar bodemingrepen zijn voorzien, zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de ontwikkeling met de aanpassing dat ingrepen dieper dan 40 cm in de rode zone van fig. 40 worden vermeden. [red. figuur 40 is weergegeven op de volgende pagina] Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht.
Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente West Betuwe.
Pagina 28 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
In voorliggend bestemmingsplan wordt in het rood ingekleurde deel in het plangebied geen bebouwing of afgraven van de grond voorzien. De daar eventueel aanwezige waarden worden dan ook niet verstoord als gevolg van het plan. In het plan worden twee bestaande woningen gesloopt en herbouwd binnen het plangebied. De te slopen woningen betreffen geen cultuurhistorisch waardevolle panden. Zoals toegelicht in paragraaf 2,3 is een landschapsinrichtingsplan opgesteld en een beeldkwaliteitplan. De ontwikkeling vindt plaats met een zorgvuldige afweging ten aanzien van het landschap en ten aanzien van de bebouwing. Er ontstaat geen aantasting als gevolg van het plan met landschappelijke en of cultuurhistorische waarden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Pagina 29 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Bodemkwaliteit Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Het huidige gebruik van de gronden is agrarisch gebruik. Het beoogde gebruik houdt de realisatie van natuur in op een zorglandgoed en daarnaast de realisatie van twee woningen en een zorgpaviljoen. Om te bepalen of de milieu-hygiënische bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is een bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 9. De conclusie luidt als volgt: In augustus en september 2020 is in opdracht van Zorglandgoed Bloemfonteijn te Heesselt milieukundig bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het terrein Bommelsestraat in Heesselt, gemeente West Betuwe. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Varik E, nummers 158, 159 en 172. Bloemfonteijn is een zorginstelling waar mensen met een verstandelijke beperking wonen, werken en leven. De locatie ligt rond de kruising van de Bommelsestraat en de Donkerstraat.
Het huidige terrein heeft een oppervlak van circa 6.0 hectare. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding en ontwikkeling van het landgoed. Voor het onderzoek is onderscheid gemaakt in drie deellocaties, met een totaal oppervlak van 2.6 hectare. Wat eventuele verontreiniging betreft is de bodem als onverdacht beschouwd, met uitzondering van asbest en asbest-verdachte druppel-gootlijn achter de schuur op het terrein Bommelsestraat 2A-B. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, PFAS en asbest. 5.1 Conclusies De bodem van het te ontwikkelen terrein bestaat uit zandige klei of kleiig zand. In meerdere boringen is puin waargenomen, tot een diepte van ongeveer 0.5 m-mv. Het gehalte is sporen van of zwak. Het puin bestaat uit onverdacht materiaal zoals grind, baksteen en plaatselijk een enkel kooltje. Er is visueel nergens asbest-verdacht materiaal zoals plaatjes aangetroffen. Grond De boven- en ondergrond van de drie deellocaties langs de Bommelsestraat en Donkerstraat zijn maximaal licht verontreinigd. Voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket wordt een tussenwaarde overschreden. Dat geldt ook voor bestrijdingsmiddelen. Er zijn drie representatieve bovengrondmengmonsters op PFAS geanalyseerd. Geen van de PFAS-componenten is boven de Achtergrondwaarde verhoogd.
Asbest Er is visueel nergens asbest aangetroffen in of op de bodem van de drie onderzochte deellocaties. In het monster van de druppel-gootlijn van de schuur op het terrein achter de woning Bommelsestraat 2A heeft het lab asbest kleiner dan 20 mm aangetoond. Het gaat om 59 stukjes met een grootte tussen 0.5 en 20 mm. De stukjes resulteren in een gewogen asbestgehalte van 14 mg/kg ds. Het asbest bestaat uit hechtgebonden en niet-hechtgebonden crocidoliet en chrysotiel. In de geroerde, licht puinhoudende grond van de oprit van de Donkerstraat naar het akkerland van Locatie Drie heeft lab drie stukjes asbest gevonden, resulterend in een gewogen asbestgehalte van 2.6 mg/kg ds. Pagina 30 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Asbest SEM-analyse schuur Bommelsestraat 2A Voor het monster van de gootlijn achter de schuur aan de Bommelsestraat is een SEM-analyse uitgevoerd. Het lab heeft geen vezels kleiner dan 0.5 mm aangetoond in het mengmonster. Het aantal respirabele vezels is dus niet kleiner dan, maar nul. Er zijn bij de eerste analyse echter wel kleine vezels waargenomen. Deze blijken uit onderzoek met de elektronen-microscoop dus geen asbest te zijn. Voor asbest in grond is een interventiewaarde of hergebruikswaarde van toepassing van 100 mg/kg ds. Onder sommige omstandigheden is ook een tussenwaarde van 50 mg/kg ds relevant. Het gemeten asbestgehalte in de gootlijn van de schuur achter de woning aan de Bommelestraat ligt daar onder. Als er respirabel asbest was vastgesteld in de gootlijn achter de schuur aan de Bommelsestraat 2A, dan was een interventiewaarde van 10 mg/kg ds van toepassing geweest. Daar is dus echter geen sprake van. Grond met gehaltes aan standaard asbest (niet zijnde respirabel asbest) onder de interventiewaarde wordt geacht geen risico te zijn voor de volksgezondheid. Grondwater Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op circa 1.5 m-mv. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Voor geen van de andere stoffen uit het NEN 5740-pakket wordt verder en streefwaarde overschreden.
Barium is landelijk verhoogd en niet specifiek voor het landgoed Bloemfonteijn zelf. Conclusie, aanbevelingen Licht verontreinigde grond is geen risico voor de volksgezondheid en geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het terrein. Omdat er geen tussenwaarden worden overschreden in grond of grondwater is verder onderzoek niet nodig. Als er grond vrijkomt bij de ontwikkeling van het terrein en als deze afgevoerd moet worden kan binnen de regio gebruik gemaakt worden van de bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Rivierenland. Als er grond naar buiten de regio wordt afgevoerd is Partijkeuring voor deze grond nodig. Voor hergebruik van grond op de locatie zelf gelden geen restricties. Bij voorkeur blijft bovengrond daarbij bovengrond en ondergrond ondergrond. Bevoegd gezag bij de resultaten van het onderzoek in relatie tot de ontwikkeling van het terrein is Omgevingsdienst Rivierenland, namens gemeente West Betuwe. Tevens is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie van de te 2 e te verplaatsen bedrijfswoning. Deze woning zal op termijn gerealiseerd worden. In het bestemmingsplan is hiervoor een bouwvlak met de woonbestemming gereserveerd. Middels het verkennend bodemonderzoek, zie bijlage 10, is beoordeeld of de bodem geschikt is voor dit beoogd gebruik.
De conclusie van dit onderzoek luidt: ‘Op 15 maart 2021 is in opdracht van Zorglandgoed Bloemfonteijn te Heesselt actualisatiebodemonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Hooiakker 2 in Heesselt, gemeente West Betuwe. Het onderzoek betreft de locatie waar een nieuwe woning gebouwd gaat worden, ten zuidoosten van de bestaande woning. Het onderzochte terrein heeft een oppervlak van 750 m², de ruime contour van de nieuwbouw. Kadastrale gegevens zijn Varik E, nummer 1024. De locatie van de nieuwe woning is bij eerder bodemonderzoek betrokken geweest. Dat was onderzoek van Nipa Milieutechniek BV, juli 2011. Conclusie van het onderzoek was dat de bovengrond van een deel van het zorglandgoed matig tot sterk verontreinigd was met bestrijdingsmiddelen. Er is daarna bodemsanering uitgevoerd op het landgoed. Er zijn voor onderhavig onderzoek acht boringen geplaatst tot max 2.0 m-mv. De grond is geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, PFAS en bestrijdingsmiddelen. Doel van het onderzoek is het actualiseren van de resultaten van het onderzoek van 2011, in het kader Pagina 31 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
van de voorgenomen bouwplannen. Het grondwater was in 2011 schoon. Het grondwater is nog net zo onverdacht als in 2011 en de kwaliteit er van is weinig relevant voor de plannen voor ontwikkeling. Het grondwater heeft daarom geen deel uitgemaakt van het onderzoek. 5.1 Conclusies De bodem van het terrein bestaat uit kleiig zand, overgaand in siltige, grijsbruine klei tussen 0.3 á 0.5 mmv. Er is geen puin in de grond waargenomen. Ook asbest verdacht materiaal is dus nergens aangetroffen. Grond De boven- en ondergrond van het terrein aan de Hooiakker is licht verontreinigd met enkele metalen, cadmium, kobalt en nikkel. Van de bestrijdingsmiddelen is het afbraakproduct DDE als enige boven de Achtergrondwaarde verhoogd. Licht verhoogde gehaltes aan bestrijdingsmiddelen komen overeen met de resultaten van het eerdere onderzoek van Nipa BV van juli 2011. Indicatief is de kleiige bovengrond van twee boringen aan de westkant van het terrein industrie-kwaliteit, op basis van DDE. De rest van de grond is indicatief schoon, AW-kwaliteit. Van de PFAS-componenten zijn de sommen PFOA en PFOS meetbaar verhoogd in de bovengrond. Het gehalte som-PFOA is gelijk aan de Achtergrondwaarde. Conclusie Omdat er geen tussenwaarden worden overschreden is er geen aanleiding voor verder onderzoek. De kwaliteit van de grond is geen belemmering voor de ontwikkeling van het terrein.
Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten in het kader van de plannen met het terrein is Omgevingsdienst Rivierenland, namens Gemeente West Betuwe. Bovenstaande conclusies tonen dat er vanuit het aspect bodem geen knelpunten bestaan voor het bestemmingsplan. De asbest in de druiplijn, geconstateerd in het bijlage 9 bodemonderzoek, ligt ook buiten het plangebied. Het aspect bodem vormt dan ook geen belemmering voor het plan.
Pagina 32 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit.
Toetsing van Stof Stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg / m³ 200 µg / m³
Advieswaarde (WHO) 40 µg / m³
40 µg / m³ 50 µg / m³
20 µg / m³
25 µg / m³
10 µg / m³
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Het planvoornemen betreft het ontwikkelen van een kleinschalige woonvoorziening, een aantal ondergeschikte recreatieve voorzieningen ten behoeve van dagbesteding en 2 woningen. Deze ontwikkeling zal een niet noemenswaardige toename aan verkeer opleveren. De ontwikkeling is dan ook aan te merken als ‘Niet in betekenende mate’ om het kleinschaliger is dan de in de regeling genoemde drempel (500 woningen bij één ontsluitingsweg). Derhalve hoeft er geen onderzoek naar luchtkwaliteit plaats te vinden. Daarnaast is de huidige situatie ten aanzien van de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Hiervoor is de site https://www.nsl-monitoring.nl geraadpleegd.
Figuur 10. Concentratie NO2, plangebied in rood kader. (Bron: NSL Monitoringstool)
Pagina 33 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Figuur 11. Concentratie fijnstof PM2.5, plangebied in rood kader. (Bron: NSL Monitoringstool)
Figuur 12. Concentratie fijnstof PM10, plangebied in rood kader. (Bron: NSL Monitoringstool)
De concentraties blijven op basis van de NSL monitoringstool onder de wettelijk vereiste gemiddelde concentraties. De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM 10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM 2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Voorliggend plan is getoetst aan het wettelijk vereiste. Gelet op het bovenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen beletsel voor dit plan.
Externe Veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht.
Pagina 34 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels en horeca. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect.
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen.
Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen.
Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb
Pagina 35 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er risico’s in het kader van Externe Veiligheid zijn, is de risicokaart geraadpleegd.
Figuur 13. Overzicht risicokaart. Plangebied in blauw kader. (Bron: risicokaart.nl)
Risicovolle inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in de omgeving van een Bevi-bedrijf. Het plangebied ligt buiten de invloedsgebieden van Bevi-bedrijven, hoge druk aardgasleidingen en defensieleiding voor brandbare vloeistoffen. Daarnaast ligt het plangebied ook niet binnen de veiligheidsafstanden van bestaande stationaire risicobronnen, waarop het Bevi niet van toepassing is. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig. De overige risicovolle installaties in de omgeving van het plangebied betreffen propaangastanken voor privégebruik. De plaatsgebonden risicocontour ligt niet tot over het plangebied. Het aantal persponen dat in de nabijheid van deze tanks verblijft wijzigt zeer beperkt. De op termijn te realiseren woning ligt op ca. 225 meter afstand van de meest nabijgelegen propaantank. Deze tanken vormen geen belemmering voor het aspect externe veiligheid. Gezien de bovenstaande beschrijving wordt duidelijk dat het plangebied ook niet binnen de plaatsgebonden risicocontour (10-6 contour) van risicovolle inrichtingen is gelegen. Vervoer van gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid alleen relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal.
Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: - de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en - de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Pagina 36 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 10 juni 2021 aangegeven dat in dit geval, waar voorzien wordt in het oprichten/uitbreiden van een zeer kwetsbaar gebouw, toch sprake is van een situatie waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Als onderdeel van de omgevingsvergunning zal, gelijk als bij het bestaande pand, uitgebreid overleg met de brandweer plaatsvinden om aan de veiligheidseisen voor gebouwen met minder tot niet zelfredzame personen te kunnen voldoen. Deze nadere uitwerking vindt plaats bij de omgevingsvergunning. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten.
In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. In de bebouwing zal een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem aangebracht worden. Omdat het plan de maatschappelijke bestemming voor niet tot minder zelfredzame personen betreft zal er ook een uitgebreid veiligheidsplan opgesteld worden gelijk als voor de bestaande situatie aanwezig is. Op de locatie is 24h zorg aanwezig in zowel het bestaande als nieuwe gebouw. Er is derhalve altijd toezicht aanwezig om uitvoering te geven aan het veiligheidsplan. Om de voorziening van een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem te waarborgen is in de planregels een aanvullende specifieke gebruiksregel (artikel 3.3.) opgenomen die luidt: ‘Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk-zorgpaviljoen” dient, bij langdurig verblijf van zeer kwetsbare personen, in de bebouwing een functionerend centraal-afschakelbaar mechanisch ventilatiesysteem aanwezig te zijn. Leidingen Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied ook niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen.
Gezien de bovenstaande beschrijving wordt duidelijk dat het plangebied ook niet binnen de plaatsgebonden risicocontour (10-6 contour) van buisleidingen voor gevaarlijke stoffen is gelegen. Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voor het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid.
Waterbeheer Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Pagina 37 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Wettelijk kader Op rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’.
Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
Waterschap Rivierenland Het Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor en werkt aan een duurzaam waterbeheer voor een veilig en leefbaar ‘Rivierenland’. Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Naast het beheerplan beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Deze watervergunning wordt vervolgens door het waterschap verleend of geweigerd. Ook is het mogelijk dat nadere eisen worden gesteld aan de vergunningverlening. Pagina 38 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' Het waterbeheerprogramma geeft richting aan het waterbeheer in het hele rivierengebied voor de periode 2016-2021. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma wordt meebewogen met alle veranderingen en worden kansen benut die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe. Kaderrichtlijn water (planperiode 2) In het eerste KRW Rivierenlandplan uit 2009 heeft Waterschap Rivierenland vastgesteld aan welke eisen de waterkwaliteit in het rivierengebied moet voldoen en welke maatregelen nodig zijn om deze doelen te bereiken. Het bevat een haalbaar en betaalbaar pakket aan maatregelen Op 26 september 2014 heeft het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland ingestemd met het ontwerp KRW-Rivierenlandplan 2 (2016-2021). In dit plan wordt de 1e uitvoeringsperiode (2010-2015) geëvalueerd, wordt een strategie voor de nieuwe uitvoeringsperiode beschreven en worden verdere maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit voorgesteld. Daarnaast wordt een prognose gegeven van de toestand van de KRW waterlichamen in 2021.
Ook wordt ingegaan op onderzoek en monitoring, samenwerking met andere organisaties en de kosten van het maatregelpakket. Hoofdzakelijk wordt ingezet op inrichting- en beheermaatregelen en het beperken van de emissies van verontreinigende stoffen. Het gaat hierbij vooral om aanleg en reconstructie van natuurvriendelijke oevers, verbreden/verdiepen van watergangen en het vispasseerbaar maken van stuwen en overige kunstwerken. Maar ook om optimalisatie van beheer en onderhoud, natuurvriendelijk beheer, baggeren, nieuwe onderzoeksmaatregelen en het beperken van emissies uit de landbouw. Eveneens worden enkele rioolwaterzuiveringsinstallaties aangepast. Planspecifiek Het aspect water van het bestaande landgoed is al behandeld in onderliggend bestemmingplan. Aan de verschillende watergangen op het bestaande landgoed wordt niks veranderd. Het aspect water zal daarom verder toelicht worden voor de uitbreidingsgronden van het landgoed. Bestaand watersysteem Uit de interactieve legger van het waterschap blijkt dat aan de uitbreidingsgronden voornamelijk Bwatergangen liggen. Aan de zuidoostzijde van perceel 159 ligt een A-watergang. Aan de noordoostzijde van perceel 172 ligt een A-watergang met gedeeld onderhoud.
Pagina 39 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Figuur 14. Overzicht legger van het waterschap. De uitbreidinggronden betreft perceel 158-159 en 172 (rood omcirkeld). Bij de paarse cirkels zijn de verschillende overgangen gepland.
De verschillende percelen worden met elkaar verbonden door middel van wandelpaden. Deze wandelpaden raken de watergangen op verschillende plaatsen. Het bestaande landgoed wordt met perceel 159 verbonden door middel van de bestaande aarden wal. Er bevindt zich op die plaats geen watergang. Op perceel 158 wordt gebruik gemaakt van de bestaande waterovergang naar de Bommelsestraat. Ter hoogte van perceel 172 wordt een nieuwe waterovergang gerealiseerd. Verder worden er geen watergangen beïnvloedt door voorgenomen planontwikkeling. Afvalwater In voorliggend plan wordt er drie gebouwen gerealiseerd waarin de woonfunctie mogelijk wordt gemaakt. Het huishoudelijk afvalwater wat in deze gebouwen gecreëerd wordt zal worden afgevoerd op het bestaande riool van de betreffende percelen. Op perceel 172 wordt een therapiebad gerealiseerd. Vanwege hygiëne-eisen voor badwater zal het water chloor bevatten. Het afvalwater van het badwaterbassin wordt daarom aangesloten op de bestaande bedrijfsafvoer op het perceel. Hemelwater Het hemelwater op het landgoed is in de bestaande situatie en zal in de nieuwe situatie ook afgekoppeld blijven. Het hemelwater wordt afgevoerd op de omliggende gronden. Vanwege de aanleg van natuur en verschillende waterlopen op het perceel is er genoeg gelegenheid voor het water om langzaam weg te zakken.
In de huidige situatie is perceel 172 is het bouwvlak bebouwd met twee woningen en verschillende bedrijfswoningen. Deze gebouwen worden gesloopt en vervangen door nieuwe woningen, een langs de Bommelsestraat en een op het bestaande landgoed. Daarnaast wordt op perceel 172 een zorgdependance met therapiebad gerealiseerd. Het plangebied is gelegen in drie verschillende peilgebieden. Vereiste is dat het afgekoppelde hemelwater en de toename van verharding in eigen peilgebied opgelost wordt. Daarom is per peilgebied aangegeven wat de toename dan wel afname van verharding is en waar de compensatie gerealiseerd is.
Pagina 40 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Figuur 14: uitsnede kaart peilgebieden, landgoed bloemfontein met globale rode plangrens (bron: wsrl) Op perceel 172 (het lichtgroene peilgebied) komt de onderstaande wijziging in verharding. Toe te voegen verharding: • Nieuwbouw dependance ca. 600 m2 met ca. 400 m2 verharding = 1.000 m2 • nieuwbouw woning ca. 150 m2 met ca. 250 m2 verharding = 400 m2 Te verwijderen verharding: - Te slopen bedrijfsbebouwing incl. bedrijfswoning 580 m2 - Te verwijderen verharding agrarisch bedrijfsperceel 420 m 2 De toename van verharding op perceel 172 komt daarmee op 1.400 – 1.000 = 400 m2. Gezien de beperkte toename van verharding is op basis van de beleidsregels van het waterschap voor dit plandeel geen watercompensatie verplicht. In het plandeel wordt op diverse plaatsen water aangelegd door middel van waterpartijen en natuurvriendelijke oevers. Er wordt ca. 1.500 m2 aan water en ca. 1.500 m2 aan oevers/plasdras gebied gerealiseerd. Op het perceel 158-159 (het paarse peilgebied) wordt een ponystal gebouwd. Het oppervlak van de ponystal is nog niet exact bekend maar zal niet meer dan 10 x 10 meter bedragen. Het oppervlakte is dermate klein dat watercompensatie niet nodig is voor dit plandeel. Daarnaast wordt in dit plandeel ook een waterpartij met natuurvriendelijke oevers aangelegd. Het oppervlakte zal ca. 750 m2 bedragen.
Op het bestaande landgoed (het zalmroze peilgebied) wordt de te verplaatsen woning gerealiseerd. De te verplaatsen woning komt uit het peilgebied van perceel 172 en wordt gebouwd in het verlengde van de bestaande bedrijfswoning. De woning zal pas op termijn gebouwd worden. In ieder geval niet in de eerste 5 jaar. Het oppervlakte van deze woning zal naar verwachting ca. 250 m 2 bedragen. De bijbehorende erfverharding zal ongeveer 500 m 2 bedragen. De totale toename aan verharding in dit plandeel bedraagt 750 m2. Voor de beperkte toename van verharding zal op basis van de beleidsregels van het waterschap geen watercompensatie nodig zijn. In dit plandeel is echter recent, vanwege het verleggen van een waterpomp 855 m2 extra water in dit plandeel gerealiseerd.
Pagina 41 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Figuur 14: situatietekening plandeel bestaand landgoed met in rood globale positie te verplaatsen woning en locatie recent gegraven extra wateroppervlakte. In elk peilgebied is watercompensatie niet verplicht. Desalniettemin wordt of is recent in elk peilgebied veel extra open water aangelegd. In het plan wordt de bergingscapaciteit van de peilgebieden aanzienlijk vergroot. Tot slot, de wandelpaden in het gehele plangebied worden aangelegd met halfverharding of door middel van een graspad. De wandelpaden hebben geen wezenlijke invloed op het water afvoerend vermogen van het perceel. Uitloogbare materialen Er worden bij de nieuwbouw van de woningen en dependance zo min mogelijk uitloogbare materialen gebruikt die door hemelwater zouden kunnen uitspoelen. Watertoets De waterparagraaf is opgesteld in overleg met het waterschap. In het kader van het wettelijk vooroverleg zijn nog aanvullende opmerkingen op het bestemmingsplan gemaakt. Deze opmerkingen zijn verwerkt in het plan.
Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Het bestaande zorglandgoed wordt uitgebreid met een dependance van het zorgpaviljoen en twee woningen. De nieuwe woningen krijgen een parkeergelegenheid nabij het huis. Uitbreiding zorgpaviljoen De uitbreiding van het landgoed creëert ruimte voor 8 nieuwe bewoners. Dit resulteert in een toenemende parkeereis van het verzorgend personeel, overdag bestaand uit twee zorgverleners en ’s nachts bestaand uit een nachtwacht. Maximaal zijn voor de uitbreiding dus twee zorgmedewerkers aanwezig. Voor het extra zorgpersoneel zullen 2 parkeerplaatsen nabij de uitbreiding gerealiseerd worden. Pagina 42 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
De parkeerbehoefte neemt eveneens toe door bezoek voor de extra bewoners. Op basis van ervaring komen 1 tot 2 bezoekers per dag voor het bestaande zorgpaviljoen met 24 bewoners. De 8 extra bewoners zullen daarmee minder dan 1 bezoeker per dag genereren. De bestaande parkeervoorziening van 16 parkeerplaatsen bij de hoofdingang zijn gemiddeld genomen bezet met ca. 10 auto’s. Er is dan ook voldoende parkeerruimte om de toenemende vraag aan bezoekersparkeren bij het hoofdgebouw op te vangen. Recreanten Verwacht wordt dat de uitbreiding van het landgoed geen significante toename van recreanten creëert. Daarnaast wordt verwacht dat de meeste recreanten die gebruik maken van de wandelpaden van het landgoed buurtbewoners zijn die met de benenwagen komen. Recreanten die wel met de auto komen kunnen parkeren op de bestaande parkeervoorziening bij de hoofdingang van het landgoed. De recreanten worden verder niet meegenomen in de uitbreiding van de parkeereis. Woningen De eigenaars van de woningen krijgen parkeergelegenheid op eigen erf. In buitengebied is de parkeereis voor een vrijstaande woning 2,0-2,8 pp. Bij beide woningen worden 3 parkeerplaatsen op eigen erf gerealiseerd. Aangezien de woningen een vervanging zijn van de bestaande twee woningen op perceel 172, neemt de verkeersgeneratie niet toe. Het aspect Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Pagina 43 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘herziening landgoed Bloemfonteijn’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van de uitbreiding van het landgoed. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het direct aangrenzende bestemmingsplan ter plaatse ‘Landgoed Bloemfonteijn’, het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).
De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.
Pagina 44 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
De bestemmingen In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Maatschappelijke doeleinden Deze bestemming omvat voorzieningen die een min of meer algemeen of bijzonder openbaar nut hebben en een ideëel of technisch doel dienen. In dit geval gaat het om het zorgpaviljoen dat gebruikt wordt als woonzorgvoorziening. Via een aanduiding is binnen deze bestemming de nieuwe woning van de eigenaar/beheerder van het landgoed mogelijk gemaakt. Tot de beheerderswoning behoren eveneens de bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven en daarop gesitueerde aangebouwde bijgebouwen. Het gebruik van ruimten binnen de woning ten behoeve van een aan huis verbonden beroep (zoals het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch of juridisch gebied) en bed & breakfast is binnen de bestemming toegestaan. Artikel 4 Natuur Deze bestemming betreft het openbaar toegankelijk gedeelte van het landgoed waar natuurontwikkeling en extensieve recreatie zijn toegestaan. Binnen deze bestemming zijn water, retentievoorzieningen, wegen, paden en parkeervoorzieningen toegestaan. Voor de ontsluiting van gemotoriseerd verkeer is een specifieke aanduiding opgenomen om de gebouwen in het plangebied te kunnen ontsluiten.
Tevens bevat de bestemming natuur een specifieke aanduiding voor het dierenverblijf. Beide voorzieningen zijn dermate kleinschalige dat ze ondergeschikt zijn aan de bestemming natuur. In de bestemming Natuur is ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De 2e bedrijfswoning die op het perceel aanwezig was, kan herbouwd worden binnen het gebied dat aangeduid is met ‘wijziggingsbevoegdheid – 1’. Aan deze bevoegdheid zijn in de planregels voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden om de natuurbestemming te kunnen wijzigen. Het gaat hier dan om voorwaarden die een goede ruimtelijke ordening borgen. Artikel 5 Water Alle watergangen, taluds, natuurvriendelijke oevers en bijbehorende voorzieningen hebben de bestemming „water‟. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de hierboven genoemde bestemming worden gebouw, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 5 meter mag bedragen. Artikel 6 Wonen De bestemming Wonen is opgenomen voor de bestaande bedrijfswoningen die omgezet worden naar de reguliere woonbestemming. De regels voor wonen zijn opgenomen vanuit de omliggende woonbestemming vastgelegd in bestemmingsplan Veegplan Neerijnen Artikel 7 + 8 + 9 Archeologische waarden 2, 3 en 4 (dubbelbestemming) Op de gronden zijn de archeologische waarden 2, 3 én 4 mogelijk. Nummer 4 is een toevoeging.
Pagina 45 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
De gronden binnen deze bestemming zijn, behalve de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. Op de gronden mag niet worden gebouwd. Ter bescherming van de archeologische waarden van de gronden wordt een aanlegvergunningenstelsel opgenomen, dit houdt in dat bepaalde werken en werkzaamheden niet zonder omgevingsvergunning uitgevoerd kunnen worden. De bestemming mag worden gewijzigd indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden beschermd blijven. Alvorens te beslissen winnen burgemeester en wethouders advies in bij de ter zake deskundige instantie. Aangezien voor dit specifieke plangebied reeds een archeologisch onderzoek is uitgevoerd zullen de nu geplande bouwwerken geen problemen opleveren voor wat betreft de te verlenen omgevingsvergunning. Artikel 10 Waterstaat – Waterkering (dubbelbestemming) Voor de gronden langs de Waalbandijk is de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering opgenomen. Deze bestemming regelt dat naast de bestemming tevens de instandhouding van de waterkering geborgd wordt. Bouwen en of werkzaamheden in of op de dijk zijn alleen toegestaan na goedkeuring van het waterschap.
Pagina 46 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatieverslag Bij de ontwikkeling van het landgoed zijn de omringende buurtbewoners op de hoogte gesteld van de plannen. Een belangrijke opmerking van verschillende bewoners aan de zuidoostzijde van perceel 172 is dat zij liever het water grenzend aan hun achtertuin hadden dan natuur. Hierdoor wordt de erfgrens duidelijker, heeft men geen last van de schaduwwerking van bomen en houdt men vrij uitzicht. Hierop is de inrichting van de akker gespiegeld, waarbij het water achter de huizen komt te liggen. In eerste instantie was de ponystal gepland aan de noordoostelijke helft van perceel 158-159. Dit leverde zowel voor de milieuzonering een belemmering op, als dat buurtbewoners aangaven dat de ponystal te dicht bij de huizen lag. De ponystal is vervolgens verder naar achter verplaatst in de richting van de tennisbaan. Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In voorliggend geval betreft dat de provincie en het waterschap. De provincie en het waterschap hebben enkele opmerkingen gemaakt ten aanzien van de onderbouwing in de toelichting.
De opmerkingen zijn samengevat in de Nota van inspraak en vooroverleg, zie bijlage 11. In de nota is beschreven dat en op welke wijze alle opmerkingen van de provincie en het waterschap verwerkt zijn. Verslag zienswijzen Het plan zal tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd worden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf [datum] gedurende 6 weken ter inzage gelegen, waarbij gelegenheid is geboden voor het indienen van zienswijzen.
Pagina 47 Bestemmingsplan Landgoed Bloemfonteijn, Hooiakker 2 te Heesselt
7 Bijlagen 1. Ontwerp omgevingsvergunning uitbreiding Bloemfonteijn 2. Compensatieplan Gelders Natuurnetwerk - dijkversterking Tiel-Waardenburg, Sweco, Referentienummer: SWNL0264907, 16-10-2020 3. Onderzoek spuitzones landgoed Bloemfonteijn, Adromi Groep, kenmerk xxx, xx-06-2021 4. Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Bommelsestraat te Heesselt, Weel Geluidadvies, referentienummer PLA.20.08, datum 16 maart 2021. 5. QuickScan Wet natuurbescherming Bommelsestraat ong. en 2a/b te Varik, Blom Ecologie B.V., kenmerk BE/2020/580/r, datum 25 september 2020 6. Notitie inspectie woningen en schuur Bommelsestraat 2b te Varik, Faunaconstruct, kenmerk: FC/2020/036/n, 22 oktober 2020 7. Aeriusberekening Uitbreiding Landgoed Bloemfonteijn te Heesselt, Plannen-makers, kenmerk PM20028, datum 17 maart 2021 8. Archeologisch bureau en inventariserend veldonderzoek Bloemfonteijn, Bureau voor Archeologie, rapportnummer 962, 22 oktober 2020 9. Verkennend bodemonderzoek Bloemfonteijn Bommelsestraat Heesselt, Linge milieu B.V., Projectnummer 20-2083, datum 25 14 mei 2021 10. Verkennend bodemonderzoek bouwlocatie (woning) Zorglandgoed Bloemfonteijn Heesselt, Linge milieu B.V. Projectnummer 21-2047, datum 19 maart 2021 11. Nota van inspraak en vooroverleg