RV2021-073 Bijlage 1 Jaarstukken 2020 - definitieve versie 5 juli 2021 schone versie.pdf
Tekst van het document
Indicatoren Indicator
Eenheid
Fijn huishoudelijk restafval
Niet gescheiden aantal kilo's ingezameld 2019 huishoudelijk afval per inwoner Percentage 2018
Hernieuwbare elektriciteit
Periode
West Nederland Betuwe 84
163
7,6
17,6
Dit betreft de verplichte BBV-indicatoren welke zijn opgenomen in "waar staat je gemeente". Dit zijn de meest recente cijfers, de metingen vinden namelijk niet elk jaar plaats.
Verbonden partijen Wat heeft er gespeeld? Afvalverwerking Rivierenland (Avri) • Het algemeen bestuur heeft het evaluatieonderzoek naar invoering van het nieuwe inzamelbeleid afgerond en met de raden besproken. • De Covid-19 maatregelen hebben voor Avri de volgende consequenties gehad: o Handhavers zijn deels ingezet voor gemeente specifieke handhavingsverzoeken met betrekking tot coronamaatregelen. De reguliere uren handhaving op de afvalverordening zijn hierdoor voor de eerste helft 2020 lager dan begroot. o Extra transport, inzet medewerkers, toezicht en aanvullend de inzet van verkeersregelaars bij de milieustraten. o Extra tijdelijke brenglocatie/milieustraat voor het zuidoostelijke deel van de regio gehuurd. o Opbrengsten grondstoffen zijn aanzienlijk lager dan begroot. Met uitzondering van papier. De afzet van het ingezamelde papier heeft meer geld opgebracht dan begroot. o De Avri-organisatie heeft in de laatste maanden van 2020 te kampen gehad met een fors aantal coronabesmettingen onder haar personeelsleden. Dit had grote gevolgen voor de personele bezetting. Ondanks deze problemen is Avri wel in staat geweest om de reguliere ophaalroutes conform planning uit te voeren.
Jaarstukken West Betuwe 2020
33
•
•
In november zijn bestuurlijke afspraken gemaakt met de provincie ten aanzien van de planning en kosten rondom de overdracht van de stortplaats. De financiële consequenties van dit uitstel van de overdracht stortplaats worden in 2021 verder uitgewerkt. De afspraken met de Provincie zijn vastgelegd in de Statenbrief van 8 december 2020 en bevat de volgende onderdelen: 1. Er worden geen uitspraken over het tijdstip van overdracht gedaan gedurende een periode van 10 jaar. In 2031 zal de provincie, na overleg met de Avri-gemeenten, een besluit nemen -op basis van de wet Milieubeheer- wanneer de overdracht gaat plaatsvinden. De Avrigemeenten gaan er hierbij vanuit dat de overdracht op langere termijn pas gaat plaatsvinden. 2. Zolang de stortplaats niet overgedragen is, dient er uiterlijk elke 10 jaar een geactualiseerd nazorgplan te liggen. 3. Zolang de stortplaats niet overgedragen is, worden de jaarlijkse werkzaamheden die uit het actuele nazorgplan volgen (conform vergunning), uitgevoerd voor rekening en risico van Avri. De provincie kan Avri hierbij ondersteunen en controleert of de werkzaamheden zijn uitgevoerd. 4. Zolang de stortplaats niet overgedragen is, zijn eventuele calamiteiten voor rekening en risico van Avri. 5.
Zolang de stortplaats niet overgedragen is en de datum van overdracht niet bekend is, zijn zowel Avri als gemeenten er mee akkoord dat de inspecteur voorlopige aanslagen oplegt waarbij het bedrag niet onderbouwd kan worden door een vastgesteld en doorgerekend nazorgplan. 6. Jaarlijks gaan Avri en de provincie in overleg over de nazorg (over technische en juridische aangelegenheden), bestuurlijk (over ontwikkelingen en de verwachtingen voor de komende jaren), en financieel (over het opgebouwde weerstandsvermogen in relatie tot het risico en het reeds overgedragen doelvermogen en over de voorlopige aanslagen). Rondom de maatwerkopdracht voor IBOR-taken hebben drie aspecten een rol gespeeld: o De geplande werkzaamheden zijn conform het DVO en binnen het budget uitgevoerd (positief resultaat: ongeveer 110.000 euro). De samenwerking tussen Avri en gemeente was goed. o De corona-maatregelen maakte het vervoer van de medewerkers naar de werkplek lastig, maar het heeft voor Avri, de uitvoering van de werkzaamheden en het resultaat weinig tot geen consequenties gehad. o De DVO is geactualiseerd voor 2021 en er is overeenstemming over de werkbegroting.
Financiën De lasten en baten van het programma zijn hieronder weergegeven. Duurzaamheid en Milieu
Begroting voor wijziging Begroting na wijziging 2020 2020
Rekening 2020
Bedragen (x €1.000) Lasten
-14.233
-14.593
-15.093
Baten
14611
13.348
14.177
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
378
-1.245
-916
Toevoegingen aan reserves
-54
-5.882
-5.882
Onttrekkingen van reserves
149
3.656
3.579
Gerealiseerd resultaat
473
-3.471
-3.219
34
Jaarstukken West Betuwe 2020
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke vernieuwing Doelstellingen Wat wilden we bereiken en wat hebben we gedaan Beleid huisvesting seizoenarbeiders en arbeidsmigranten.
Inventarisatie omvang en knelpunten huisvesting bij logistiek en agrarische bedrijven in eerste kwartaal 2020. De inventarisatie is gemaakt en deze nemen we mee bij het opstellen van het beleidsplan. Besluitvorming beleidsnota in het tweede kwartaal 2020. Uit de inventarisatie bleek dat de problematiek groter was dan verwacht. Vandaar dat we eerst een tussenstap in september maakten met een plan van aanpak door ons college. Daarna volgt het opstellen van een beleidsplan. Besluitvorming over een beleidsplan vindt in mei 2021 plaats. Harmonisatie nota grondbeleid.
Vaststellen nota grondbeleid in tweede kwartaal 2020. De raad stelde de Nota Grondbeleid op 29 september 2020 vast. Deze strategische nota fungeert als paraplunota voor een viertal nota’s waarmee uitvoering wordt gegeven aan het grondbeleid en de gestelde kaders. Het betreft de uitvoeringsnota’s Restgroen, Kostenverhaal, Grondprijs- en uitgiftebeleid en Bovenwijks. Invoering Omgevingswet.
Besluitvorming 'Omgevingsvisie' in vierde kwartaal 2020. In november 2020 behandelde de raad de uitgangspunten voor de omgevingsvisie en de algemene uitgangspunten voor de invoering van de Omgevingswet. In 2021 volgt het participatietraject waarna de formele vaststelling van de Omgevingsvisie West Betuwe plaats vindt in het vierde kwartaal 2021. Dit sluit aan bij de herziene planning van het Rijk om de wet in 2022 in te voeren. Woningbouw naar behoefte.
Opstellen woningbouwprogramma West Betuwe in eerste kwartaal 2020. Wij informeerden de gemeenteraad in maart 2020 via een informatienota over de stand van zaken met betrekking tot het gemeentelijk woningbouwprogramma. De oude programma’s van de drie fusiegemeenten zijn samengevoegd. Nieuwe verzoeken zijn nog niet opgenomen. Deze toetsen we aan de hand van een afwegingskader, dat op 21 april 2020 is vastgesteld door het college.
Vaststelling woonvisie door gemeenteraad in tweede kwartaal 2020. De raad stelde de Woonvisie vast op 15 december 2020.
Jaarstukken West Betuwe 2020
35
Indicatoren Indicator
Eenheid
Nieuwbouw woningen
Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 2020 woningen. De som van het aantal personen van 0 tot 2020 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.
Demografische druk
Periode
West Nederland Betuwe 6,6
8,9
77
70
Dit betreft de verplichte BBV-indicatoren welke zijn opgenomen in "waar staat je gemeente". Dit zijn de meest recente cijfers, de metingen vinden namelijk niet elk jaar plaats.
Verbonden partijen Wat heeft er gespeeld? Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) • Aan het begin van 2020 heeft het college met uw raad een discussie gevoerd over het terughalen van de Vergunning-, Toezicht- en Handhavingstaken (de zogenaamde VTH-taken) van de ODR. Er was ontevredenheid over het niveau van dienstverlening en men achtte de organisatie in staat deze taken beter en goedkoper uit te voeren. Het college heeft uw raad twee scenario’s voorgelegd: alle VTH-taken terughalen of alle VTH-taken bij de ODR te laten. Eind april nam u de beslissing alleen de vergunningstaken terug te halen en de advisering en de toezicht- en handhavingstaken bij de ODR te laten. Het college heeft voor het uitwerken van dit besluit een kwartiermaker vergunningverlening aangetrokken en heeft in november de raad over de te volgen koers geïnformeerd. Besloten werd namelijk tot het gefaseerd terughalen van de bouwvergunningtaken om, door zo goed mogelijk te blijven aansluiten bij de eisen vanuit de nieuwe Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging, de frictiekosten tot een minimum te beperken en de dienstverlening te verbeteren. In de eerste fase wordt daartoe een vergunningloket bij de gemeente ingericht. • Het algemeen bestuur stelde het Koersdocument ‘Van MEERwaarde voor u, Strategische koers 2020 –2025 Omgevingsdienst Rivierenland’ vast.
• De geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst is vastgesteld en ondertekend. • Voorbereiding van de komst van de Omgevingswet. • Er is input geleverd voor de verantwoording van huidige Werkprogramma 2020 en komend Werkprogramma 2021.
Financiën De lasten en baten van het programma zijn hieronder weergegeven. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke vernieuwing
Begroting voor wijziging Begroting na wijziging 2020 2020
Rekening 2020
Bedragen (x €1.000) Lasten
-14.946
-14.662
-15.812
Baten
9847
12.291
15.052
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
-5.098
-2.371
-761
Toevoegingen aan reserves
-1.148
-1.000
-1.000
Onttrekkingen van reserves
5
30
0
-6.242
-3.341
-1.761
Gerealiseerd resultaat
36
Jaarstukken West Betuwe 2020
Programma 10 Financiering en Algemene dekkingsmiddelen Doelstellingen Wat wilden we bereiken en wat hebben we gedaan Financiële huishouding van West Betuwe is en blijft op orde.
Vaststelling planning & control-producten volgens de P&C cyclus 2020. Alle planning & controlproducten zijn in overeenstemming met de P&C cyclus 2020 opgeleverd. De jaarrekening 2019, de eerste bestuursrapportage 2020 en de Kadernota 2020 zijn volgens planning op 7 juli 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De tweede bestuursrapportage 2020 en de begroting 2021 zijn in de raadsvergaderingen van 27 oktober respectievelijk 5 november vastgesteld. In december 2020 stelde de raad de laatste begrotingswijziging 2020 vast.
Uiterlijk in het tweede kwartaal 2020 inzicht in de liquiditeitsprognose en het benodigde weerstandsvermogen. De liquiditeitsprognose en het benodigde weerstandsvermogen maakten we inzichtelijk in het tweede kwartaal 2020. Sinds september 2020 bespreken we de actuele liquiditeitsprognose per kwartaal in een treasurycommissie. Daarnaast doorliepen we in 2020 het traject West Betuwe Financieel in Evenwicht voor een structureel sluitende meerjarenbegroting. Inzicht in beheer gemeentelijk vastgoed en structurele lasten.
Uiterlijk in het vierde kwartaal 2020 wordt de beleidsnota Gemeentelijk vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed of onderwijs) vastgesteld. Op 6 oktober sprak de gemeenteraad beeldvormend over een visie op gemeentelijk vastgoed. De nota Vastgoed stelden wij daarna op, deze bieden wij voor vaststelling in het tweede kwartaal van 2021 aan de raad aan. Transparantie over de gemeentelijke uitgaven.
Infographic over de jaarrekening 2019 medio 2020 beschikbaar. We ontwikkelden een format voor de infographic over de jaarrekening 2019 en publiceerden dat in het Weekblad West Betuwe.
Infographic bij de tussentijdse rapportages vanaf de eerste bestuursrapportage 2020. Bij de tussentijdse rapportages stelden we een infographic op en publiceerden deze in het Weekblad West Betuwe.
Indicatoren Indicator
Eenheid
Woonlasten éénpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's 2021 per jaar dat een éénpersoonshuishouden aan woonlasten betaalt Het gemiddelde totaalbedrag in euro's 2021 per jaar dat een meerpersoonshuishouden aan woonlasten betaalt De gemiddelde WOZ waarde in €1.000 2019 van woningen.
Woonlasten meerpersoonshuishouden
WOZ-waarde woningen
Jaarstukken West Betuwe 2020
Periode
West Nederland Betuwe 1.036
737
1.050
811
281
248
37
Dit betreft de verplichte BBV-indicatoren welke zijn opgenomen in "waar staat je gemeente". Dit zijn de meest recente cijfers, de metingen vinden namelijk niet elk jaar plaats.
Verbonden partijen Wat heeft er gespeeld? Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) • Het dagelijks bestuur heeft met instemming van het algemeen bestuur de verlaging van de invorderingsrente tot 0,01% verlengd tot 1 januari 2022. Algemene verlenging van uitstel van betaling voor ondernemers is geëindigd op 1 september 2020. Na 1 september is BSR passende invorderingsmaatregelen blijven treffen voor individuele ondernemers die zijn getroffen door de gevolgen van het Covid-19 virus. Het aantal betalingsregelingen, kwijtscheldingen en faillissementen in het verzorgingsgebied van BSR hebben volgens BSR vooralsnog een minimale financiële impact. Voorgaande zegt op balansdatum 2020 niets over de concrete uiteindelijke financiële consequenties. Het is afwachten welk gedeelte van de vorderingen waarvoor uitstel van betaling is verleend uiteindelijk kan worden geïnd. BSR houdt ons op de hoogte. • BSR heeft de beleidsadviseurs belastingen betrokken bij de voorstellen die zij inmiddels aan alle deelnemers hebben gedaan met betrekking tot harmonisering van de verordening rioolheffing. • BSR actualiseerde de service-level agreement (SLA) met haar deelnemers. Op de nieuwe SLA heeft het college haar zienswijze gegeven. Het algemeen bestuur heeft de ingediende zienswijzen besproken en heeft op van 10 december 2020 ingestemd met de nieuwe SLA.
• BSR hield een klanttevredenheidsonderzoek onder haar deelnemers. Zowel de portefeuillehouders in het algemeen bestuur als de ambtelijke contactpersonen zijn bevraagd. Beide groepen waarderen BSR met een score van ruim een 7.
Financiën De lasten en baten van het programma zijn hieronder weergegeven. Financiering en Algemene dekkingsmiddelen
Begroting voor wijziging Begroting na wijziging 2020 2020
Rekening 2020
Bedragen (x €1.000) Lasten
-2.757
-1.393
-1.653
Baten
85708
101.681
102.592
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
82.951
100.289
100.938
Toevoegingen aan reserves
-236
-14.081
-14.081
Onttrekkingen van reserves
7.985
15.171
13.249
Gerealiseerd resultaat
90.700
101.378
100.106
38
Jaarstukken West Betuwe 2020
Paragrafen
Jaarstukken West Betuwe 2020
39
1 Lokale heffingen Algemeen De gemeentelijke belastingen bedragen landelijk circa 17 procent van de totale inkomsten. In deze paragraaf gaan wij in op de heffingen die de gemeente mag opleggen vanuit haar publiekrechtelijke taak. De mogelijkheden voor gemeenten om belastingen te heffen, zijn wettelijk geregeld. Ze mogen alleen belastingen heffen die in de wet worden genoemd. Er geldt geen verplichting om belastingen te heffen. De gemeente bepaalt zelf of een lokale belasting wel of niet binnen de gemeente wordt ingevoerd.
Samenvattend overzicht Begroting Begroting na Realisatie voor
wijziging
2020
wijziging Onroerende zaakbelastingen (OZB) Hondenbelasting Rioolheffing Parkeergelden Naheffingsaanslagen parkeergelden Parkeervergunningen Invalideparkeerkaarten Precariobelasting op kabels en leidingen Precariobelasting (standplaatsen markten) Precariobelasting (reclamebakken) Reclamebelasting Toeristenbelasting Leges omgevingsvergunningen Leges burgerlijke stand Leges reisdocumenten Leges rijbewijzen Evenementenleges Overige legesopbrengsten Liggelden Lijkbezorgingsrechten Marktgelden Bruto opbrengst Kwijtscheldingen belastingen Oninbare onroerende zaakbelastingen 2020 Oninbare rioolheffing 2020 Oninbare reclamebelasting 2020 Oninbare onroerende zaakbelastingen (correctie) voorgaande jaren Oninbare rioolheffing (correctie) voorgaande jaren Oninbare reclamebelasting (correctie) voorgaande jaren Totaal netto opbrengst
40
12.628.224 12.789.000 12.878.121 0 0 -769 6.932.033 6.932.033 7.470.619 162.500 52.500 127.737 59.644 59.644 10.929 8.800 8.800 8.001 12.000 12.000 14.718 4.982.305 4.982.305 4.982.412 30.371 30.371 16.103 11.150 11.150 0 40.000 40.000 32.222 151.530 151.530 166.207 1.325.100 1.959.100 2.041.060 89.353 89.353 65.097 190.385 190.385 142.741 297.000 297.000 258.834 16.368 16.368 14.100 244.777 868.377 1.204.640 3.900 3.900 1.460 714.152 714.152 874.422 39.000 39.000 36.603 27.938.592 29.246.968 30.345.257 -191.252 -54.000 0 0 0 0 0
-191.252 -54.000 0 0 0 0 0
-266.526 -53.235 -35.317 -245 24.602 14.552 86
27.693.340 29.001.716 30.029.174
Jaarstukken West Betuwe 2020
Beleidskader Belastingen en rechten Lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten (retributies), die volgens de Gemeentewet worden aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Belastingen Kenmerkend voor belastingen is dat er geen direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Met andere woorden: de burger draagt bij aan de algemene middelen van de gemeente, waaruit een gedeelte van de uitgaven worden betaald. Rechten Kenmerkend voor rechten is dat er wel sprake is van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Er is sprake van een specifieke dienst die door de gemeente wordt verleend. Het streven is 100 procent kostendekkendheid. Bij rechten mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefeningen van de taak. De gemeente West Betuwe streeft naar beperking van de toename van de lastendruk voor de burgers. De belastingtarieven zijn in 2020 trendmatig verhoogd met een inflatiepercentage van 1,5 procent. Kwijtscheldingsbeleid De mogelijkheid om kwijtschelding van lokale heffingen te verlenen, is in artikel 255 van de Gemeentewet geregeld. Hoofdregel is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgen, zoals dat in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld.
Een uitzondering is dat gemeenten bij de berekening in het kader van een kwijtscheldingsverzoek van 100 procent van de bijstandsnorm mogen uitgaan. Het Rijk hanteert 90 procent. De gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) behandelt kwijtscheldingsverzoeken. Op grond van de belastingverordeningen wordt kwijtschelding verleend voor OZB en rioolheffing. Voor de overige belastingen en rechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Gemeentelijke belastingen De gemeente West Betuwe heft de volgende belastingen: • onroerende-zaakbelasting (OZB),* • rioolheffing,* • parkeerbelasting, • precariobelasting op kabels en leidingen, • precariobelasting op standplaatsen, • reclamebelasting,* • toeristenbelasting. De heffingen met een * worden door BSR verzorgd. BSR verzorgt ook de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). West Betuwe heeft de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij het gemeentelijk samenwerkingsverband Afvalverwijdering Rivierenland (Avri) ondergebracht. De belangrijkste taken van Avri zijn de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en grondstoffen, het beheer van openbare ruimte en handhaving. Het algemeen bestuur van Avri stelt jaarlijks de tarieven voor de afvalstoffenheffing vast.
Jaarstukken West Betuwe 2020
41
Vergelijking tarieven met de regiogemeenten Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) wordt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten opgesteld. Een onderdeel van deze publicatie is het inzichtelijk maken van de woonlasten lokale belastingen per gemeente. Hierdoor kan de gemeente vergeleken worden met andere gemeenten. De gemeente met rangnummer 1 heeft de laagste woonlasten in de categorie meerpersoonshuishouden. Gemeente
Buren Culemborg Gorinchem Maasdriel Neder-Betuwe Tiel Vijfheerenlanden West Betuwe West Maas en Waal Zaltbommel Landelijk gemiddelde
Eenpersoons huishouden
Meerpersoons huishouden
2019
2020
2019
2020
817 744 653 766 818 653 721 901 800 785 672
932 795 668 815 867 702 800 969 815 823 705
852 779 749 803 855 744 803 934 833 822 740
971 836 768 857 910 794 860 1.009 850 865 776
Rangnummer meerpersoons huishouden 2019 2020 317 229 169 260 318 164 Niet bekend 352 297 284
354 258 140 276 331 189 283 361 272 292
OZB De grondslag voor de heffing van onroerendezaakbelasting (OZB) is een percentage van de WOZwaarde. De WOZ-waarde voor het belastingjaar 2020 is bepaald naar de waarde op waardepeildatum 1 januari 2019. In de categorie woningen steeg de waarde ten opzichte van waardepeildatum 1 januari 2019 met gemiddeld 6,4 procent. Voor de niet-woningen is sprake van een gemiddelde waardestijging van 2 procent. Tarieven OZB
2020
Woningen OZB eigenarenbelasting
0,1251 %
Niet woningen OZB gebruikersbelasting
0,2225 %
OZB eigenarenbelasting
0,2730 %
De totaal in 2020 gerealiseerde (netto) opbrengst OZB is 114.000 euro hoger dan uiteindelijk begroot. Uitgedrukt in een percentage van de totaal begrote opbrengst is dit 0,9 procent.
42
Jaarstukken West Betuwe 2020
Rioolheffing Binnen de gemeente West Betuwe geldt als maatstaf van de heffing het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het tarief voor de rioolheffing is, conform het uitgangspunt alle belastingen te harmoniseren, voor 2020 berekend op 345 euro per jaar per huishouden, tot en met 500 m3 waterverbruik. De opbrengst rioolheffing is 518.000 euro hoger dan de raming voor 2020. Omdat er bij de rioolheffing sprake is van een gesloten financieringssysteem heeft de hogere gerealiseerde opbrengst geen gevolgen voor de jaarrekening 2020. De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn en de gemeente West Betuwe streeft ook naar die maximale kostendekkendheid. Bedragen x € 1.000 Kostendekking rioolheffing Directe lasten (inclusief rente) Directe baten (exclusief heffingen) Netto lasten
5.606 24
-/-
5.582
Toe te rekenen lasten: Overhead
638
BTW
1.412
Totale lasten
7.632
Opbrengst heffingen
7.187
100%
Dekking
94%
Toelichting: De rioolheffing leidt niet tot een totale kostendekking. Een bedrag van 445.800 euro aan overheadkosten is niet aan de rioolheffing toegerekend.
Parkeerbelasting In bepaalde gebieden van West Betuwe geldt de verplichting parkeerbelasting te betalen. Deze belasting wordt gebruikt om de kosten van de parkeervoorzieningen te bestrijden en het parkeren te reguleren. Kosten naheffingsaanslag Indien niet of onvoldoende parkeerbelasting op aangifte wordt voldaan, volgt bij controle een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Deze bestaat uit het tarief voor één uur, verhoogd met kosten. Voor 2020 bedroegen deze kosten 64,50 euro. De gerealiseerde opbrengst parkeerbelasting is 75.000 euro hoger dan de (gewijzigde) begroting. Bij de eerste bestuursrapportage 2020 raamden we teveel af omdat we dachten dat corona meer effect zou hebben op de parkeerbelasting.
Jaarstukken West Betuwe 2020
43
Precariobelasting Kabels en leidingen Precariobelasting is gebaseerd op artikel 228 van de Gemeentewet. Hierin is geregeld dat "ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, een precariobelasting kan worden geheven". Afschaffen precariobelasting voor nutsbedrijven. In 2017 is het wetsvoorstel aangenomen tot afschaffing van de mogelijkheid tot het heffen van precariobelasting op kabels en leidingen van nutsbedrijven. Er geldt een overgangstermijn van vijf jaar. Dit betekent dat in 2021 voor het laatst heffing kan plaatsvinden. In de wet is ook bepaald dat de tarieven zoals die op 10 februari 2016 golden, niet meer mogen worden verhoogd. De tarieven voor West Betuwe zijn vastgesteld op 3,87 euro per strekkende meter per jaar. Aanslagen precariobelasting op kabels en leidingen 2020 Voor belastingjaar 2020 is voor in totaal 4.982.412 euro aan precariobelasting opgelegd. Precario op standplaatsen Standplaatsen worden ingenomen door ondernemers met bijvoorbeeld een kraam of een verkoopwagen op plaatsen waar geen sprake van een markt is conform de marktgeldverordening. Voor standplaatsen kunnen verschillende heffingen naast elkaar worden geheven, namelijk een precariobelasting voor het in gebruik nemen van gemeentegrond en leges voor de afgifte van een standplaatsvergunning, al dan niet naar tijdsduur.
Beiden worden geheven in West Betuwe. Precariobelasting is een algemene belasting met een onbeperkte tariefstelling. Voor 2020 is het tarief gecorrigeerd met de inflatiecorrectie van 1,5 procent. Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad naar aanleiding van het initiatiefvoorstel van ChristenUnie en Dorpsbelangen de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting voor standplaatsen gemeente West Betuwe 2020 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 aangepast. De tarieven zijn naar beneden bijgesteld en er is onderscheid gemaakt tussen het innemen van een standplaats voor maximaal 4 uur of meer dan 4 uur. Daarnaast is er geen tarief meer per m2 ingenomen gemeentegrond, maar een vast tarief per standplaats.
Reclamebelasting Binnen West Betuwe wordt enkel reclamebelasting in de kern van Geldermalsen geheven. Deze reclamebelasting werd in 2017 op verzoek van de ondernemers ingevoerd. Afgesproken is dat de opbrengsten na aftrek van de perceptiekosten via een aparte subsidieverordening in een ondernemersfonds worden gestort. Vanuit dit fonds worden collectieve evenementen, promotieactiviteiten en feestverlichting gefinancierd, evenals activiteiten voor het versterken van het centrumgebied en het verbeteren van het vestigingsklimaat. Het tarief bedroeg in 2020, net als in 2019, minimaal 350 euro en maximaal 1.000 euro per vestiging.
44
Jaarstukken West Betuwe 2020
Toeristenbelasting Eigenaren van campings, hotels, pensions enzovoort moeten toeristenbelasting betalen en zij rekenen die door aan degenen die bij hen verblijven. Dit zijn nooit inwoners van de gemeente. West Betuwe heft toeristenbelasting voor een verblijf met overnachting. Dit betekende een uitbreiding van de toeristenbelasting voor voormalig Neerijnen. In 2019 is daar voor het eerst toeristenbelasting geïnd. Het tarief is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van Geldermalsen en Lingewaal en vastgesteld op 1,05 euro per persoon per overnachting. Het tarief bedroeg in 2020, net als in 2019, per overnachting 1,05 euro per persoon.
Gemeentelijke rechten De gemeente West Betuwe heft de volgende rechten: • leges, • liggeld, • lijkbezorgingsrechten, • marktgeld, • staangelden woonwagens.
Leges Leges zijn de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening. Het uitgangspunt is dat deze tarieven kostendekkend zijn. Voor de harmonisatie ervan is gecontroleerd of die niet tot een kostendekking van meer dan 100 procent leidt. De bij de Legesverordening behorende Tarieventabel bestaat uit 3 titels. Titel 1 omvat de algemene dienstverlening zoals de Burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen etc. Titel 2 heeft betrekking op de omgevingsvergunningen, terwijl Titel 3 bestaat uit vergunningen die onder de werking van de Europese Dienstenrichtlijn vallen, zoals horecavergunningen, evenementen en markten, etc. In 2020 is de opbrengst inzake de omgevingsvergunningen 82.000 euro hoger dan begroot. De totale kostendekkendheid van de Legesverordening is ongeveer 74 procent. Onderstaand treft u een overzicht aan van de kostendekkendheid van de Legesverordening en de daarbij behorende titels: Bedragen x € 1.000 Kostendekking leges Directe lasten (inclusief rente) Directe baten (exclusief heffingen) Netto lasten
Titel 1 593 593
Titel 2 2.307 2.307
Titel 3 3 3
Totaal 2.903 2.903
Toe te rekenen lasten: Overhead (inclusief rente) BTW Totale lasten
324 30 947
303 413 3.023
3 6
630 443 3.976
Opbrengst heffingen Dekking
663 70%
2.281 75%
10 179%
2.954 74%
Jaarstukken West Betuwe 2020
45
Toelichting: De tarieventabel bij de legesverordening leidt niet tot een totale kostendekking. Voor een deel komt dit doordat er sprake is van wettelijk vastgestelde tarieven of gemaximeerde tarieven. In enkele gevallen is bewust voor gematigde tarieven gekozen.
Liggeld Voor het hebben van een ligplaats wordt liggeld geheven van de houders van een ligplaatsvergunning. In de praktijk betekent dit een heffing voor woonschepen. Eigenaren van woonschepen betalen geen onroerende zaakbelasting, omdat schepen roerende zaken zijn. Het liggeld is daarvoor een alternatief. In West Betuwe wordt van in totaal van tien belastingplichtigen liggeld geheven. Het liggeld mag niet meer dan kostendekkend zijn. Bedragen x € 1.000 Kostendekking liggelden Directe lasten (inclusief rente)
4
Directe baten (exclusief heffingen)
-
Netto lasten
4
-/-
Toe te rekenen lasten: Overhead
-
BTW
1
Totale lasten
5
Opbrengst heffingen
1
Dekking
100%
34%
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het verlenen van diensten, bijvoorbeeld het begraven, en voor het gebruik van voorzieningen op gemeentelijke begraafplaatsen. De lijkbezorgingsrechten mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Ten behoeve van een nieuwe beheersverordening voor de begraafplaatsen in West Betuwe is in 2018 en 2019 onderzoek naar de lijkbezorgingsrechten uitgevoerd en is de kostendekking berekend. Daarbij is uitgegaan van alle kosten van de begraafplaatsen ‘binnen de hekken’. In 2019 is de "Beleidsvisie en beheerplan begraafplaatsen 2019 t/m 2023" vastgesteld. In Geldermalsen kon het onderhoud sinds 2012 ook jaarlijks worden betaald. Wie daarvoor heeft gekozen, krijgt van West Betuwe tot het einde van de afgesproken termijn jaarlijks een aanslag voor het onderhoud.
46
Jaarstukken West Betuwe 2020
Bedragen x € 1.000 Kostendekking lijkbezorgingsrechten Directe lasten (inclusief rente) Directe baten (exclusief heffingen) Netto lasten
1.681 255
-/-
1.426
Toe te rekenen lasten: Overhead BTW Totale lasten
Opbrengst heffingen
426 8 1.860
100%
874
Dekking
47%
Toelichting: De lijkbezorgingsrechten leiden niet tot een totale kostendekking. Een bedrag van 986.000 euro komt ten laste van de algemene middelen. Dat deze taak niet kostendekkend is komt enerzijds door de in het verleden genomen besluiten uit de voorgaande gemeenten en anderzijds door de besluitvorming bij de vaststelling van het beheerplan Begraafplaatsen op 25 juni 2019.
Marktgeld West Betuwe heft marktgeld voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt in Geldermalsen. Ook de geraamde opbrengsten van marktgelden mogen niet hoger dan de geraamde kosten zijn. De opbrengst marktgelden is 2.400 euro lager dan begroot. Bedragen x € 1.000 Kostendekking marktgelden Directe lasten (inclusief rente)
45
Directe baten (exclusief heffingen)
3
Netto lasten
42
-/-
Toe te rekenen lasten: Overhead
19
BTW
5
Totale lasten
66
Opbrengst heffingen
37
Dekking
Jaarstukken West Betuwe 2020
100%
56%
47
Staangelden woonwagens Voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen en voor de diensten en het gebruik van voorzieningen die met de standplaats verband houden, wordt staangeld geheven. Er wordt alleen staangeld geheven als er geen privaatrechtelijke huurovereenkomst is afgesloten. De verordening voor woonwagenrechten is dus een vangnet voor de gevallen waarin geen huurovereenkomst is gesloten.
48
Jaarstukken West Betuwe 2020
2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doel In de paragraaf over weerstandsvermogen en risicobeheersing geven we aan in hoeverre de gemeente West Betuwe binnen de eigen middelen financiële risico's kan opvangen. En op welke wijze de gemeente risicomanagement inzet voor het beheersen en terugdringen van risico's.
Beleidskaders Op het gebied van weerstandsvermogen en risicobeheersing is de nota Risicomanagement het beleidskader. Deze is op 24 november 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. In de nota beschrijven we hoe we risico's kunnen identificeren en beheersen en welke middelen we rekenen tot de weerstandscapaciteit. Ook geven we in de nota aan hoe we omgaan met incidentele en structurele risico's.
Samenvatting De gemeente West Betuwe acht het wenselijk risico's die van invloed op de bedrijfsvoering zijn, beheersbaar te maken. Inzicht in de risico's stelt de organisatie in staat op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de huidige risico’s en de aan toekomstige investeringen gerelateerde risico’s in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen krijgen, is een risico-inventarisatie uitgevoerd en op basis daarvan is het weerstandsvermogen berekend. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan tegen de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Weerstandsratio:
Weerstandscapaciteit Gewogen risicototaal
22.852.000 9.845.000
= 2,32
Financiële kengetallen In het Besluit begroting en verantwoording is bepaald dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. De kengetallen worden meerjarig gepresenteerd. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Vanaf dit jaarverslag publiceren we de kengetallen afgerond op hele cijfers, de vergelijkende cijfers pasten we hierop aan. Jaarrekening 2020 Kengetallen netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Jaarstukken West Betuwe 2020
verloop van de kengetallen Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020 67% 91% 34% 63% 87% 31% 40% 31% 47% 7% 3% 3% 44% 39% 30% 130% 130% 136%
49
De provincie Gelderland hanteert bij de beoordeling van de kengetallen een classificering in drie categorieën, waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest risicovol. Per kengetal voor de jaarrekening 2020 gaan wij nader in op de vergelijking met deze classificatie. De provincie zal bij de beoordeling van de begroting ook het ‘Gelderse gemiddelde’ van alle kengetallen publiceren, zodat wij het kengetal van West Betuwe daarmee kunnen vergelijken. Netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote De netto schuldquote geeft de netto-schuld als aandeel van de totale inkomsten weer. Dit kengetal geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Volgens de classificatie van de provincie is tussen 90 procent en 130 procent sprake van een enigszins risicovolle score, een getal <90% geeft een minst risicovolle score. De ontwikkeling van dit kengetal laat voor West Betuwe een (sterke) verbetering ten opzichte van de jaarrekening 2019 en de begroting 2020. Deze verbetering wordt vooral veroorzaakt doordat de netto schuld in 2020 met ruim 31,8 miljoen euro is afgenomen.
Ten opzichte van de begroting 2020 is de netto schuld ruim 60,6 miljoen euro lager dan geraamd. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de toevoeging van de positieve resultaten van de jaarrekening 2019 aan de reserves, de verkoop van de Eneco-aandelen, hogere grondverkopen en het achterblijven van de voorgenomen investeringen. Voor 2020 heeft West Betuwe de categorie 'minst risicovol' behaald. Dit kengetal wordt in hoge mate beïnvloed door de hoogte van de totale inkomsten (inclusief grondverkopen). De gecorrigeerde netto schuldquote geeft hetzelfde beeld. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Een solvabiliteitsratio onder de 20 procent wordt door de provincie als meest risicovol beschouwd; een ratio van 50 procent en hoger is het minst risicovol. West Betuwe scoort in de jaarrekening 2020 de classificatie B, hetgeen een enigszins risicovolle score betekent, hoewel ten opzichte van de begroting 2020 er een duidelijke verbetering zichtbaar is. Structurele exploitatieruimte Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is, en of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.
Een positieve begroting én meerjarenraming wordt door de provincie gezien als minst risicovol. De kengetallen voor West Betuwe komen boven deze norm uit en krijgen daarom een ruime voldoende. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. De provincie classificeert een uitkomst >35 procent als meest risicovol. Over de uitkomsten van dit kengetal kan worden gesteld dat de grondexploitatie van West Betuwe enigszins risicovol is. De jaarrekening 2020 geeft een voordeliger uitkomst dan begroot (30 procent werkelijk ten opzichte van 39 procent geraamd). Ook ten opzichte van het kengetal bij de jaarrekening 2019 (44 procent) is er sprake van een aanzienlijke verbetering. Het voordeel ten opzichte van de jaarrekening 2019 en de begroting 2020 wordt vooral veroorzaakt door de lagere boekwaarde van de complexen. Deze bedraagt eind 2020 47,4 miljoen euro. Eind 2019 was dit nog 57 miljoen euro, terwijl de raming in de begroting 2020 48,7 miljoen euro is. Daarnaast zijn de werkelijke baten in 2020 aanzienlijk hoger dan in 2019 en de raming voor 2020 (respectievelijk 33 en 36 miljoen euro hoger). Beide afwijkingen beïnvloeden het kengetal in positieve zin.
50
Jaarstukken West Betuwe 2020
Belastingcapaciteit Voor de berekening van dit kengetal worden de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZwaarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde voor een gezin in het voorafgaande begrotingsjaar. De uitkomsten van dit kengetal laten zien dat de gemiddelde woonlasten in West Betuwe boven het landelijk gemiddelde liggen. De provinciale classificatie C bevestigt dit beeld. Het hogere percentage ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde aanslag voor de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in 2020 in werkelijkheid naar verwachting 37 euro hoger zal uitvallen dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde door de Avri in rekening gebrachte afvalstoffenheffing 46 euro hoger is, terwijl de gemeentelijke heffingen gemiddeld juist 9 euro lager zijn dan geraamd. Beoordeling financieel beeld in samenhang met de kengetallen De kengetallen van deze jaarrekening laten zien dat de financiële positie van West Betuwe verbeterd is ten opzichte van de begroting 2020. Zowel de netto-schuldquote als de solvabiliteit vallen in de provinciale categorie 'minst risicovol. Bij de grondexploitatie zijn er positieve ontwikkelingen en het kengetal scoort in de categorie 'enigszins risicovol'. Er zijn weinig mogelijkheden om de lokale lasten verder te verhogen.
Risicobeheersing Een organisatie is in control wanneer de bedrijfsvoering bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelstellingen, zodanig dat er geen grote onverwachte verrassingen zullen optreden. Risicomanagement is een van de instrumenten die de gemeente inzet voor control. Wij hebben een nota risicomanagement opgesteld waarin de uitgangspunten voor het risicomanagementbeleid, taken en verantwoordelijkheden, het risicomanagementproces en de kaders voor de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen zijn opgenomen. Belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige werkwijze voor de bepaling van het risicoprofiel en het weerstandsvermogen van de gemeente is de uitbreiding van het aantal risicoklassen van 3 naar 5. West Betuwe hanteert bij het risicomanagement de volgende uitgangspunten: 1. Het risicomanagement gaat over risico’s die financiële, politieke, juridische en maatschappelijke gevolgen hebben; 2. De financiële risico’s worden op een consistente wijze gekwantificeerd en gewogen; 3. Financiële risico’s met een score van 50.000 euro of hoger tellen mee in de benodigde weerstandscapaciteit; 4. Het proces van risicomanagement wordt minimaal twee keer per jaar doorlopen; 5. Frauderisico’s en beheersingsmaatregelen worden afzonderlijk in beeld gebracht; 6. Over de uitvoering van risicomanagement wordt gerapporteerd in de documenten van de planning & controlcyclus.
Met ingang van dit jaarverslag 2020 rapporteren we over de risico's volgens de vijf-punts risicoklassenindeling. Verder stelden we in het voorjaar van 2020 een eerste frauderisico analyse op die we in het voorjaar van 2021 actualiseren.
Jaarstukken West Betuwe 2020
51
Risicoprofiel Met ingang van het jaarverslag 2020 rapporteren we over de financiële risico's volgens de richtlijnen die hiervoor in de nota risicomanagement zijn opgenomen.
Risico omschrijving
Bedrag * €1.000
I/S
Kans
2021
190 60
S I
Gemiddeld Gemiddeld
30
PM
I
Gemiddeld
PM
PM
S
Gemiddeld
PM
PM
I
Gemiddeld
64
S
Zeer klein
6
Programma Sport, cultuur en recreatie Vervanging bomen
150
I
Groot
105
Programma Sociaal domein en volksgezondheid Nieuwe wetgeving
PM
S
Klein
365
S
Zeer klein
66
S
500 525 800
Programma Bestuur en ondersteuning Verbonden partijen Kosten als gevolg van sociaal plan Effect ontbinding landelijke overeenkomst door VNG Programma Veiligheid Verbonden partijen Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Verkeersontsluiting Geldermalsen -Oost Programma Onderwijs Leerlingenvervoer open einde regeling
Participatiewet BUIG open einde regeling Minimaregelingen open einde regeling Wmo open einde regeling Jeugdzorg open einde regeling Transitiekosten beleidsplan Bouwen aan sociale kracht Extra kosten door later uitvoeren onderzoeken JGZ als gevolg van Corona Verbonden partijen
52
2022
2023
2024
95
95
95
PM
PM
PM
PM
6
6
6
PM
PM
PM
37
37
37
37
Klein
16
16
16
16
S S I
Gemiddeld Groot Groot
250 368
250 368
250 368 560
250 368 560
100
I
Klein
25
PM
S
Zeer groot
140
253
290
417
Jaarstukken West Betuwe 2020
Risico omschrijving
Bedrag * €1.000
I/S
Kans
2021
2022
2023
2024
PM
S
Groot
PM
PM
PM
PM
200
S
Gemiddeld
100
100
100
253
I
Groot
177
I S
Absoluut Gemiddeld
8.385 93
139
Terughalen V-taken ODR Verbonden partijen
8.385 oplopend vanaf 2023 200 340
S S
Zeer groot Zeer groot
180 306
180 306
Programma Financiering en dekkingsmiddelen Algemene uitkering Garantstellingen Totaal
0 PM 12.538
S I
Groot Zeer klein
0
0
2.301
2.474
Programma Duurzaamheid en milieu Niet nakomen afspraken bestuursakkoord klimaatadaptatie 2018 Toezicht en handhaving sanering Golfbaan Spijk Verbonden partijen Programma Volkshuisvesting, RO en stedelijke vernieuwing Grondexploitatie Nieuwe wetgeving
306
PM 9.845
180 306
1.611
Bij elk risico geven we aan of het risico structurele financiële gevolgen heeft of dat het een incidenteel risico betreft. De risico’s worden in klassen ingedeeld naar kans. Kans
Weging in %
Zeer klein
10
Klein
25
Gemiddeld
50
Groot
70
Zeer groot
90
Toelichting op de risico’s: Programma Bestuur en ondersteuning Verbonden partijen: dit betreft de risico's van de Regio Rivierenland op het gebied van tekort op de contractgestuurde dienstverlening en het risico op hogere kosten als gevolg van overdracht van taken aan BWB. De kans op deze risico's schatten we als gemiddeld in. Hogere kosten als gevolg van sociaal plan: In de loop van 2019 zijn we gestart met het evalueren van de huidige organisatiestructuur en gingen we in gesprek met de medewerkers of zij op de juiste plek zitten. Mogelijk leidt dit tot wijzigingen waarbij het sociaal plan financiële gevolgen heeft. Om dit risico in te dammen, stellen we in 2021 een flexpool in. Met enkele medewerkers is rondom de fusiedatum een personele regeling getroffen, de kosten hiervan kunnen hoger uitvallen. In beginsel proberen we dit risico binnen de beschikbare budgetten op te vangen, maar waar dit niet lukt, doen we beroep op de begrotingsruimte. We schatten de kans op gemiddeld in.
Jaarstukken West Betuwe 2020
53
Effect ontbinding landelijke overeenkomst door VNG: Als gevolg van de aanbesteding overheidstelefonie GT Connect heeft VNG een overeenkomst gesloten met Atos, die mogelijk ontbonden wordt. Op de vraag aan de VNG wat dit voor consequenties heeft voor de deelnemers kan de VNG nog geen antwoord geven. Wel geeft de VNG aan dat het verstandig is om de uitspraak van het kort geding af te wachten alvorens nieuwe verplichtingen (lees: nieuwe/eigen aanbestedingsinitiatieven) aan te gaan. Ook heeft de VNG geantwoord dat het mogelijk is dat kosten die voortvloeien uit eventuele boetes, schadevergoedingen en procedures ten laste kunnen komen van de deelnemers. Hoe groot deze kans is en een eventuele indicatie van deze kosten kan de VNG nog niet afgeven. Programma Veiligheid Verbonden partijen: Bij de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid bestaat de kans op verhoging gemeentelijke bijdrage door de duiktaak en mogelijk in te halen activiteiten als gevolg van de coronacrisis. De reserve is nog altijd onder bestuurlijke norm. De VRGZ heeft de risico's niet gekwantificeerd. Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Oplossen knelpunt verkeersontsluiting Geldermalsen-Oost. De ontwikkeling van Hondsgemet Noord leidt tot een knelpunt in de verkeerssituatie op de Rotonde bij De Plantage/Hondsgemet in Geldermalsen.
De financiële gevolgen van de oplossing van dit knelpunt kunnen niet volledig ten laste van de grondexploitaties worden gebracht. Ook is niet bekend in hoeverre de provincie bijdraagt in de kosten van de oplossing. Daarom wordt de omvang van het risico op PM en de kans op gemiddeld gewaardeerd. Programma Onderwijs Leerlingenvervoer open einderegeling: Voor de open einden regelingen houden we 5% van het jaarlijkse budget als risico aan. Gelet op de ontwikkelingen tot en met 2020, waarin we overhielden op het budget voor leerlingenvervoer, verwachten we dat de kans dat het risico zich voordoet minimaal is. Programma Sport, Cultuur en Recreatie Voor grootschalige vervanging van bomen is in het groenbeheerplan beperkt budget (30% van de behoefte) beschikbaar gesteld. Vanwege de leeftijd van de bomen verwachten wij dat er veel bomen zullen moeten worden vervangen om aansprakelijkheidsrisico's te voorkomen Daarom wordt dit risico hoog gewaardeerd. Programma Sociaal domein en Volksgezondheid Het risico bij nieuwe wetgeving bestaat uit drie subrisico's: • Decentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Vanaf 1 januari 2023 wordt het nieuwe verdeelmodel van kracht. Dit betekent dat de middelen niet meer over de 43 centrumgemeenten worden verdeeld, maar onder alle individuele gemeenten.
Voor de totale decentralisatie van deze middelen wordt een termijn van 10 jaar gehanteerd. de middelen die we als gemeente ontvangen zijn niet geoormerkt voor deze taak, maar maken onderdeel uit van het Wmo-budget. Aan de colleges van de gemeenten Nijmegen, Rijk van NIjmegen en regio Rivierenland wordt voorgesteld om het budget dat we als individuele gemeenten, vanaf 2023, gaan ontvangen voor de uitvoering van BW regionaal in te brengen voor de bekostiging van BW. Er komt waarschijnlijk een rekentool waarmee we kunnen berekenen wat de "plus" op ons Wmo budget is voor wat betreft BW middelen. Nijmegen ontvangt nu als centrumgemeente BW de middelen voor de uitvoering van deze taak. Als we als individuele gemeenten de middelen die wij straks ontvangen in één pot doen, blijft het totale budget gelijk. Het wordt anders als één van de deelnemende gemeenten in de komende jaren zelf aan de slag wil met deze middelen en ze niet meer regionaal inzet. We maken regionale afspraken over het proces dat we gaan volgen als dit aan de orde is. Vooralsnog schatten we de kans Klein in dat dit risico zich voordoet.
54
Jaarstukken West Betuwe 2020
• Invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen: Er ligt een wetsvoorstel om dit per 1 januari 2023 in te voeren. De gemeente van herkomst betaalt dan voor een bepaalde periode de kosten van de voorziening in een andere gemeentenWe maken regionaal (niveau Gelderland-Zuid) afspraken om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, maar als we samen geld tekort komen moet iedereen (naar rato) bijdragen. De kans schatten we nu op Zeer klein. • Nieuwe Wet inburgering: De invoering van de wet is opnieuw uitgesteld. De beoogde implementatie is 1 januari 2022. Financiering vindt plaats op basis van T-1, wat maakt dat structureel sprake is van voorfinanciering. Het budget dat gemeenten ontvangen bestaat uit twee delen: een deel uitvoeringskosten (uitvoering brede intake, PIP, financieel ontzorgen) en een deel inburgeringsvoorzieningen. Hieronder wordt verstaan het aanbieden van leerroutes, module arbeidsmarkt en participatie, participatieverklaringstraject en de maatschappelijke begeleiding. De uitvoeringskosten in 2020 op basis van inwoneraantallen bedragen € 100.927,-. De inkomsten in 2021 voor de nieuwe wet inburgering bedragen €66.500,-. Tot 1 januari 2022 (zodra de nieuwe wet van kracht wordt) ontvangen we voor iedere 18+ statushouder die in onze gemeente gehuisvest wordt, conform de huidige wetgeving een vergoeding van € 2.360,-.
Het uitgangspunt bij de implementatie is dat de middelen die we van de Rijksoverheid krijgen het financieel kader vormen. Daarom ramen we het risico op PM met een kleine kans dat het risico zich voordoet. Participatiewet BUIG open einderegeling: Voor de open einde regelingen houden we 5% van het jaarlijkse budget als risico aan. Gelet op de ontwikkelingen tot en met 2020, waarin we fors overhielden op het budget voor de BUIG, verwachten we dat de kans dat het risico zich voordoet minimaal is. Minimaregelingen open einderegeling: Voor de open einde regelingen houden we 5% van het jaarlijkse budget als risico aan. Gelet op de ontwikkelingen tot en met 2020, verwachten we dat de kans dat het risico zich voordoet klein is. Wmo open einderegeling: Voor de open einde regelingen houden we 5% van het jaarlijkse budget als risico aan. Gelet op de ontwikkelingen tot en met 2020 en de vergrijzing van de bevolking, verwachten we dat de kans dat het risico zich voordoet hoog is. Omdat we in het kader van het beleidsplan Bouwen aan sociale kracht actief inzetten op het verminderen van dure zorg, zien we dat als beheersmaatregel voor dit risico en brengen we de kans terug tot gemiddeld Jeugdzorg open einderegeling: Voor de open einde regelingen houden we 5% van het jaarlijkse budget als risico aan.
Gelet op de ontwikkelingen tot en met 2020 en de coronacrisis, verwachten we dat de kans dat het risico zich voordoet zeer groot is. Omdat we in het kader van het beleidsplan Bouwen aan sociale kracht actief inzetten op het verminderen van dure zorg, zien we dat als beheersmaatregel voor dit risico en brengen we de kans terug tot groot. Transitiekosten beleidsplan Bouwen aan sociale kracht: Voor het terugdringen van de tekorten in het sociaal domein en het bereiken van de transformatie van de Wmo en de Jeugdzorg stelden wij het beleidsplan Bouwen aan sociale kracht 2021-2024 op. De transitiekosten 2021 en 2022 en de verwachte besparing in die jaren hebben we structureel verwerkt in de begroting 2021-2024. De mogelijke besparingen vanaf 2023 zijn opgenomen in de groslijst van ombuigingsmaatregelen voor de begroting. De verwachte transitiekosten voor 2023 en 2024 zijn in beeld gebracht, maar worden afhankelijk van de midterm review in 2022 in deze omvang daadwerkelijk nodig. Daarom nemen we die bedragen op in de risicoparagraaf met een hoge kans dat het risico zich voordoet.
Jaarstukken West Betuwe 2020
55
Extra kosten door later uitvoeren onderzoeken Jeugdgezondheidszorg als gevolg van corona: Door corona zijn o.a. de reguliere onderzoeken van de GGD onder jongeren uitgevoerd. De verwachting is dat in 2021 een inhaalslag plaatsvindt en deze kosten gedeclareerd kunnen worden bij het rijk. Risico is dat een deel van de kosten niet gedeclareerd kunnen worden. Het risico van verbonden partijen gaat bij dit programma over Werkzaak Rivierenland. Werkzaak heeft in 2020 een traject doorlopen waarbij verdeelsystematiek en zeggenschap binnen de GR heroverwogen worden. De besluitvorming hierover is nog niet definitief, maar de kans is groot dat dit voor West Betuwe leidt tot een structureel hogere bijdrage aan deze GR. Programma Duurzaamheid en milieu Niet nakomen afspraken bestuursakkoord klimaatadaptatie 2018: Vanuit het bestuursakkoord klimaatadaptatie 2018 hebben alle overheden de opgave om vanaf 2021 klimaat- en waterrobuust in te richten. Hiervoor moet klimaatadaptatie integraal worden geborgd in diverse beleid- en uitvoeringsregels. Bij de harmonisatie van de diverse beleidsprogramma's is klimaatadaptatie tot op heden onvoldoende meegenomen, soms ook wegens bezuinigingen. De borging van de opgave voor het klimaat- en waterrobuust inrichten moet daarom beter worden opgenomen in de diverse programma’s.
Zolang dit niet verandert kan er maar beperkt uitvoering gegeven worden aan het klimaat- en waterrobuust inrichten. Toezicht en handhaving sanering Golfbaan Spijk: Het college heeft in 2020 besloten om de kosten voor handhaving en toezicht niet structureel in de begroting op te nemen, maar te onderzoeken hoe de kosten vanaf 2022 gefinancierd en omlaag gebracht kunnen worden. Dit onderzoek is nog niet afgerond. Verbonden partij Avri: Voor Avri is het tekort 2020 met de uitwerking van de jaarrekening bekend. Op basis daarvan wordt de eindafrekening met ons geregeld (253k). Deze kosten zijn niet alleen gerelateerd aan de overdracht stortplaats maar ook de afwikkeling vergoeding kunststof verpakking. Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Grondexploitatie: Voor alle grondexploitaties brachten wij de risico's en de kansen daarop in beeld. Deze zijn vervolgens doorgerekend via de Monte Carlo risicosimulatie en dit leidde tot een totale risico omvang van 8.385.000 euro. Voor de afdekking van dit financiële risico is de algemene reserve Grondexploitatie beschikbaar. Het risico bij nieuwe wetgeving gaat over met name over lagere opbrengsten leges omgevingsvergunning door de invoering van de Omgevingswet. We maken 2021 keuzes over de mate van vrijheid en sturing op de ruimtelijke kwaliteit.
Afhankelijk van de keuzes die de gemeenteraad hierbij gaat maken, zullen minder aanvragen vergunningsplichtig worden, zal er anders of minder worden gehandhaafd, en zullen werkprocessen anders gaan verlopen. In de gesprekken met de gemeenteraad zullen we ook – waar mogelijk - de financiële gevolgen van de mogelijke keuzes inzichtelijk maken. Het effect zou kunnen oplopen tot 20% van de legesopbrengsten vanaf 2025. Op dit moment weten wij niet in hoeverre onze raad hierin durft los te laten of juist wil gaan sturen. En in hoeverre het innen van legesinkomsten voor hen belangrijk is. Daarom schatten we de kans op gemiddeld in. Terughalen Vergunningtaken van de Omgevingsdienst: Voor het verzekeren van de bedrijfscontinuïteit rond vergunningverlening en planvorming naar aanleiding van het besluit van de raad de V-taken terug te halen naar West Betuwe, zal de formatie structureel moeten worden verhoogd.
56
Jaarstukken West Betuwe 2020
Verbonden partijen: Dit risico gaat over het werkprogramma van de ODR. Tijdens de harmonisatieronde van beleid is de dienstverlening die wordt afgenomen door de drie voormalige gemeenten bij de ODR en daarmee de structurele dekking van het werkprogramma van de ODR nog niet geharmoniseerd. Net als in 2020, 2021 en ook voor 2022 zijn de kosten voor het werkprogramma gemiddeld 300k hoger dan er structurele dekkingsmiddelen beschikbaar zijn. Het verminderen van de basis dienstverlening in het werkprogramma brengt de bedrijfscontinuïteit van West Betuwe in gevaar en is bovendien beperkt mogelijk op grond van de GR regeling. Het risico is daarmee zeer groot. Programma Financiering en algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering: In 2023 wordt naar verwachting de nieuwe verdeelsystematiek voor het gemeentefonds ingevoerd. In de begroting hebben we inmiddels rekening gehouden met een nadelig effect. Uit het model dat voorgelegd werd aan de Raad voor Openbaar Bestuur bleek dat West Betuwe een voordeelgemeente was. Omdat veel gemeenten in het noorden van het land en een aantal grote gemeenten er in dit model stevig op achteruit gaan, verwachten wij dat het model nog wordt bijgesteld. Aanvullend op het bedrag in de begroting verwachten we echter geen extra risico meer.
Garantstellingen: zoals u in de paragraaf Financiering kunt lezen, staat West Betuwe voor een bedrag van 138,5 miljoen euro garant voor leningen die door andere partijen zijn aangegaan. In een aantal gevallen als achtervang voor een waarborgfonds, in andere gevallen zijn we de eerste partij, die aangesproken wordt als de lener zijn verplichtingen niet nakomt. Op dit moment hebben wij geen aanleiding om te verwachten dat de gemeente West Betuwe wordt aangesproken voor verstrekte garanties.Wanneer we een gering percentage als risicobedrag opnemen zorgt de weging, zelfs bij de kans Zeer klein, tot een groot beslag op het weerstandsvermogen. Daarom hebben we dit risico hier niet gekwantificeerd. Risico's als gevolg van Corona-pandemie De risico's als gevolg van de Corona-pandemie hebben betrekking op eerder vermelde risico's in de programma's, we hebben deze niet afzonderlijk in beeld gebracht. Wel hebben we de gevolgen van de Corona-pandemie voor de economie en de gezondheid laten meewegen in de kansinschattingen. In 2021 onderzoeken we de mogelijke lange termijn risico's van de pandemie.
Weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente West Betuwe bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Tabel : Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand Algemene reserve (stand 31-12-2020)
Startcapaciteit 29.289.000 euro
Algemene reserve (aanwendingen begroting 2021) - 21.705.000 euro Algemene reserve grondexploitatie Begrotingsruimte 2021 (stand dec.wijziging 2020) Totale weerstandscapaciteit
Jaarstukken West Betuwe 2020
13.882.000 euro 1.386.000 euro 22.852.000 euro
57
Relatie tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen enerzijds de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en anderzijds de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze relatie wordt in de figuur hieronder weergegeven.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan tegen de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 22.852.000 € 9.845.000
= 2,32
De normtabel is in samenwerking met de Universiteit Twente ontwikkeld en biedt een waardering van de berekende ratio. Tabel 4: Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
De ratio van de gemeente West Betuwe valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
58
Jaarstukken West Betuwe 2020
3 Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een van de kerntaken van onze gemeente. Een functionele en goed onderhouden buitenruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van de bevolking en is daarnaast van groot economisch belang. Inzicht in en een visie op de openbare ruimte is onmisbaar voor het beheer ervan. Actuele gegevens over het areaal en de kwaliteit zijn de basis voor dat inzicht. De kaders voor de aanleg en het onderhoud van de openbare ruimte zijn voor West Betuwe vastgelegd in de zogenoemde Koepelnota openbare ruimte. Deze nota overkoepelt alle afzonderlijke beleid- en beheerplannen en wordt eens in de vijf jaar geactualiseerd. Er staan niet alleen kwaliteitsuitgangspunten in, maar ook de kaders voor bijvoorbeeld duurzaamheid en bewonersparticipatie. De Nota is door de raad op 25 juni 2019 vastgesteld Op basis van de Koepelnota stellen we beleid- en beheerplannen op of actualiseren deze. In de afgelopen twee jaar zijn dat geweest: het gemeentelijk Water en rioleringsbeleidsplan (WRP), het Beleid- en beheerplan begraafplaatsen (beiden in 2019), het beleid- en beheerplan wegen en het groenbeleidsplan. De overige beheerplannen zullen in de komende twee à drie jaar een harmonisatieslag ondergaan.
Tot die tijd hanteren we de uitvoeringsprogramma’s van de verschillende beheerdisciplines, op basis van de huidige beheerplannen van de drie voormalige gemeenten. Het actueel beleidskader, het areaal, het bestede budget en de uitgevoerde maatregelen over 2020 zijn in het overzicht per beheerplan op hoofdlijnen weergegeven. Wat de maatregelen betreft zijn alleen de bijzondere of grotere maatregelen genoemd, tenzij die voornamelijk uit jaarlijks terugkerend cyclisch onderhoud bestaan.
Infrastructuur en gebouwen Beheerplan Civiele kunstwerken
Areaal 93 stuks
Onderhoudsniveau Beeldkwaliteit B (CROW beeldkwaliteit)
Beleidskader Geldermalsen: Beleids-- en beheerplan Kunstwerken 2011-2014, looptijd verlengd naar 2021 Lingewaal: Geen apart beleidsplan: onderdeel van wegbeheer Neerijnen: Geen beleidsplan aanwezig. West Betuwe: Nieuw beleidsplan vanaf 2023 Uitgevoerde activiteiten en kosten In 2020 is kleinschalig onderhoud uitgevoerd en is er een brug overgenomen van het waterschap. Het areaal komt daardoor uit op 93 stuks. Civiele kunstwerken Omschrijving Kosten 2020 Onderhoud Investeringen Advies en Onderzoek Exploitatie Totaal