CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-045 Bijlage 2 Nota van Antwoord Dijkversterking Tiel-Waardenburg.pdf

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 19: Instemmen nota van zienswijze en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Dijkversterking Tiel-Waardenburg”55.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Nota van Antwoord zienswijzen Dijkversterking Tiel – Waardenburg

Overzicht gegevens document Titel

Nota van Antwoord zienswijzen

Subtitel

Dijkversterking Tiel-Waardenburg

Projectnummer

363913

Referentienummer

D1.2

Revisie

Definitief

Datum

9 maart 2021

Autorisatie

2

INHOUD

1 INLEIDING .................................................................................................................................. 4 1.1 Het project.............................................................................................................................4 1.2 Gecoördineerde projectprocedure projectplan Waterwet...................................................4 1.3 Beantwoording zienswijzen...................................................................................................4 1.4 Hoe verloopt de verdere procedure?....................................................................................5 1.5 Leeswijzer ..............................................................................................................................5 2 DE MEEST VOORKOMENDE ZIENSWIJZEN EN DE BEANTWOORDING DAARVAN .....................

6 2.1 Overzicht zienswijzen ............................................................................................................6 2.2 Zienswijzen over dijkontwerp ...............................................................................................7 2.2.1 Afweging grondoplossing of constructie ...................................................................7 2.2.2 Bruikbaarheid steunbermen ......................................................................................7 2.2.3 Openbaarheid beheerstroken ....................................................................................7 2.2.4 Invloed op tuinen .......................................................................................................8 2.3 Zienswijzen over realisatie ....................................................................................................8 2.3.1 Schade algemeen .......................................................................................................8 2.3.2 Bereikbaarheid ...........................................................................................................8 2.3.3 Schade aan woning door trillingen ............................................................................9 2.3.4 Vergoedingen in verband met planschade of nadeelcompensatie ............................9 2.4 Zienswijzen over grondverwerving,

overeenkomsten en gebruik van de grond ............... 10 2.4.1 Beleid grond- en vastgoedverwerving .................................................................... 10 2.4.2 Beheer en onderhoud.............................................................................................. 10 2.5 Zienswijzen over verkeer en weginrichting ........................................................................ 11 2.5.1 Verkeer en weginrichting ........................................................................................ 11 2.6 Zienswijzen over participatie en communicatie................................................................. 11 2.6.1 Toelichting participatie en omgevingsdialoog ........................................................ 11 2.6.2 Uitvoeringsfase ....................................................................................................... 12 2.6.3 Afweging maatschappelijk en persoonlijk belang .................................................. 12 3 WIJZIGINGEN IN PLANPRODUCTEN ......................................................................................... 14 3.1 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpprojectplan Waterwet..................................... 14 3.1.1 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen .........................................................

14 3.1.2 Ambtshalve aanpassingen in het projectplan Waterwet........................................ 14 3.1.3 Milieueffectrapport ................................................................................................. 15 3.2 Wijzigingen ten opzichte van ontwerp bestemmingsplannen ........................................... 16 3.2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan West Betuwe naar aanleiding van zienswijzen . 16 3.2.2 Wijzigingen in bestemmingsplan Tiel naar aanleiding van zienswijzen ................. 16 3.2.3 Ambtshalve aanpassingen in bestemmingsplan gemeente West Betuwe ............. 16 3.2.4 Ambtshalve aanpassingen in bestemmingsplan gemeente Tiel. ............................ 16 3.3 Wijzigingen ten opzichte van andere ontwerpbesluiten ................................................... 17 3.3.1 Wijziging in omgevingsvergunning activiteit bouwen gemeente West Betuwe naar aanleiding van zienswijzen ..................................................................................................... 17 3.3.2 Overige wijzigingen in besluiten ............................................................................. 17 BIJLAGE I INDIVIDUELE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ......................................................... 18 BIJLAGE II TEKENINGEN BIJ BIJLAGE I ......................................................................................... 19

3

1 Inleiding 1.1 Het project De Waaldijk tussen Tiel en Waardenburg voldoet niet aan de wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid: de dijk is te laag en heeft onvoldoende stabiliteit. De beheerder van de waterkering, waterschap Rivierenland, heeft daarom van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) de opdracht gekregen om de dijk te versterken. Deze versterkingsopgave moet eind 2026 zijn uitgevoerd. De dijkversterking valt binnen de gemeenten Tiel en West Betuwe. Waterschap Rivierenland heeft ten behoeve van dijkversterking Tiel – Waardenburg een projectplan Waterwet opgesteld.

1.2 Gecoördineerde projectprocedure projectplan Waterwet Op dit projectplan Waterwet is de gecoördineerde projectprocedure van toepassing. Dit betekent dat alle benodigde ontwerp – ‘hoofdbesluiten’ en het projectMER (Milieueffectrapport) gelijktijdig gepubliceerd en ter inzage gelegd zijn. Op basis van de Waterwet is het college van Gedeputeerde Staten aangewezen als coördinerend bevoegd gezag voor de projectplan Waterwet procedure. De Gedeputeerde Staten van Gelderland zien toe op en dragen zorg voor de gecoördineerde projectprocedure. De provincie Gelderland regelt als coördinerend bevoegd gezag de procedure van de besluiten en het MER, zoals publiceren van de stukken en het runnen van het loket voor alle reacties op de ontwerpbesluiten. Vastgestelde ontwerpbesluiten Voor de realisatie van deze dijkversterking zijn twee nieuwe bestemmingsplannen en vijf hoofdvergunningen nodig. Deze stukken hebben tegelijkertijd in ontwerpversie ter inzage gelegen van dinsdag 1 december 2020 tot en met maandag 18 januari 2021. Een ieder kon zienswijzen op de volgende stukken indienen: · · · · · · · · ·

Ontwerp projectplan Waterwet Dijkversterking Tiel – Waardenburg van waterschap Rivierenland; ProjectMER Dijkversterking Tiel – Waardenburg; Ontwerpbestemmingsplan Dijkversterking Tiel-Waardenburg van gemeente West Betuwe; Ontwerpbestemmingsplan-Buitengebied Dijkversterking Tiel-Waardenburg van gemeente Tiel; Ontwerpbesluit – vergunning op grond van de Wet natuurbescherming van provincie Gelderland; Ontwerpbesluit – ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming van de provincie Gelderland; Ontwerpbesluit – handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van gemeente West Betuwe; Ontwerpbesluit – activiteiten bouwen, monumenten en kappen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van gemeente West Betuwe; Ontwerpbesluit – activiteiten bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van gemeente Tiel.

1.3 Beantwoording zienswijzen Alle zienswijzen zijn doorgestuurd naar de desbetreffende bevoegde instanties (gemeente West Betuwe en gemeente Tiel, waterschap Rivierenland en provincie Gelderland) die de zienswijzen betrekken bij de definitieve besluitvorming. De zienswijzen zijn zorgvuldig beoordeeld en beantwoord. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, wordt geïnformeerd over hoe hiermee is omgegaan via deze Nota van Antwoord. Alle zienswijzen zijn individueel beoordeeld (bijlage 1). Veel gestelde

4

vragen zijn in hoofdstuk 2 van deze Nota van Antwoord beantwoord; bij de individuele beantwoording is soms naar dit algemene deel verwezen. Een aantal zienswijzen leidt tot aanpassingen in het ontwerp van de dijk en daarmee tot aanpassingen aan het projectplan Waterwet. Vanwege deze aanpassingen zijn sommige nadere besluiten (bestemmingsplannen of vergunningen) ook aangepast. Andere zienswijzen leiden niet tot aanpassingen in het ontwerp.

1.4 Hoe verloopt de verdere procedure? Het Algemeen Bestuur van waterschap Rivierenland stelt het projectplan Waterwet naar verwachting op 23 april 2021 vast. Na vaststelling van het projectplan Waterwet door het Algemeen Bestuur van het waterschap ontvangen alle indieners van een zienswijze een concept reactie op hun zienswijze. Eind mei nemen de gemeenten West Betuwe en Tiel hun besluit over de bestemmingsplannen en de omgevingsvergunningen. Waterschap Rivierenland legt het projectplan Waterwet vervolgens ter goedkeuring voor aan de provincie Gelderland. De provincie Gelderland heeft wettelijk gezien 13 weken om het projectplan Waterwet goed te keuren. De goedkeuring zal naar verwachting op 29 juni 2021 plaatsvinden. Zodra de provincie Gelderland het projectplan Waterwet heeft goedgekeurd en een besluit heeft genomen over de vergunning Wet natuurbescherming, worden de gecoördineerde besluiten door de provincie binnen twee weken gepubliceerd. Elke indiener ontvangt na goedkeuring van de planproducten een definitieve reactie op zijn/haar zienswijze. Het goedkeuringsbesluit, het projectplan Waterwet en de andere definitieve besluiten liggen na publicatie 6 weken ter inzage voor beroep.

Mocht de indiener het niet eens zijn met de beantwoording van de zienswijze, dan kan de indiener tegen het goedkeuringsbesluit en/of de overige besluiten in beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak. Op de gecoördineerde projectprocedure van het projectplan Waterwet is de Crisis- en Herstelwet van toepassing. Belanghebbenden of indieners van zienswijzen, kunnen later tegen de definitieve besluiten rechtstreeks beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1.5 Leeswijzer De beantwoording van de individuele zienswijzen is te vinden in bijlage 1. Daarbij is de naam van de indiener niet opgenomen in verband met de AVG. In hoofdstuk 2 zijn de meest voorkomende zienswijzen toegelicht. In de hoofdstukken 3 tot en met 5 zijn achtereenvolgens per besluit de wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en de ambtelijke wijzigingen beschreven. In hoofdstuk 3 de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp projectplan Waterwet, de wijzigingen ten opzichte van de ontwerp bestemmingsplannen en de wijzigingen ten opzichte van de andere ontwerpbesluiten opgenomen.

5

2 De meest voorkomende zienswijzen en de beantwoording daarvan In dit hoofdstuk wordt eerst een kort overzicht gegeven van het aantal zienswijzen dat is ingediend, op welke planproducten zienswijzen zijn ingediend en de meest aangehaalde onderwerpen. Vervolgens wordt voor de meest voorkomende zienswijzen naar onderwerp een beantwoording gegeven. Deze beantwoording dient als nadere toelichting, iedere individuele zienswijze is beantwoord in bijlage 1.

2.1 Overzicht zienswijzen In totaal zijn er 85 zienswijzen ingediend waarbij er soms meerdere vragen in een zienswijze zijn gesteld. Voor de overzichtelijke beantwoording zijn de vragen uit elke zienswijze in verschillende onderwerpen bij elkaar gezet. Dit heeft geleid tot 332 losse vragen of bezwaarpunten die stuk voor stuk zijn beantwoord. Daarnaast is buiten de zienswijzetermijn een brief ontvangen, deze is niet ontvankelijk verklaard. De zienswijzen hebben voor het overgrote deel betrekking op het ontwerpprojectplan Waterwet. Er zijn enkele zienswijzen ingediend op de ontwerpbestemmingsplannen of hoofdvergunningen. Ook heeft een aantal indieners aangegeven dat hun zienswijzen betrekking hebben op alle besluiten. In onderstaande afbeelding is een korte analyse van de verdeling van onderwerpen van de zienswijzen op de terinzage gelegen planproducten opgenomen. De verdeling betreft een analyse van alle zienswijzen in totaal, er is geen onderscheid gemaakt naar type planproduct.

Beheer en onderhoud 2%

Overig 15%

Ecologie 3%

Dijkontwerp 38%

Waterhuishouding 4% Participatie en communicatie 5% Verkeer en weginrichting 6% Grondverwerving en overeenkomsten 8%

Realisatie 19%

De meeste aangehaalde onderwerpen in de zienswijzen hebben betrekking op het dijkontwerp. Binnen het onderwerp dijkontwerp is een onderscheid te maken naar zienswijzen met betrekking tot details ter plaatse (25,9%), algehele afweging (24,4%), op- en afritten (18,1%), beheerstroken (13,4%), steunbermen (12,6%) en constructies (5,5%). 6

Hierna wordt verder ingegaan op de binnengekomen zienswijzen, door de meest voorkomende thema’s en vragen te beantwoorden. Bij de individuele beantwoording van de zienswijzen kan naar dit hoofdstuk worden verwezen. Voor de beantwoording van individuele zienswijzen verwijzen we naar bijlage 1.

2.2 Zienswijzen over dijkontwerp Er is diverse zienswijzen binnengekomen die betrekking hebben op het ontwerp en het daartoe behorende ruimtebeslag. De zienswijzen hebben in algemene zin betrekking op: · Afweging grondoplossing of constructie; · Bruikbaarheid van steunbermen; · Openbaarheid beheerstroken; · Invloed op tuinen.

2.2.1 Afweging grondoplossing of constructie Het is belangrijk om stil te staan bij de gemaakte keuzes van het wel of niet plaatsen van een damwandconstructie. Dit betreft namelijk niet enkel een financiële, ruimtelijke of technische afweging, maar gaat ook over de balans tussen individueel en algemeen belang. De grondoplossing is vanuit het voorkeursalternatief (VKA) de standaard oplossingsrichting, omdat deze als het meest duurzaam en robuust is beoordeeld. De grondoplossing is daarom als uitgangspunt gekozen voor dit project waarbij de financiële of ruimtelijke overweging niet alleen doorslaggevend is geweest. Wanneer de gekozen grondoplossing op locaties niet past, is gekeken naar andere mogelijkheden, zoals het optimaliseren van de grondoplossing (bijvoorbeeld de steunberm op een halve dijkhoogte laten aanhaken in plaats van op een derde van de dijkhoogte) of het plaatsen van constructies. Het plaatsen van een damwand is daarmee een uitzondering op het uitgangspunt en is dan ook niet aan de orde als de grondoplossing past en andere omstandigheden dit niet vereisen. Voor een aantal locaties is het verzoek ingediend om de dijk buitenwaarts te versterken. Een buitenwaartse versterking is een optie die op een beperkt aantal locaties is overwogen en in het ontwerp is opgenomen, omdat een andere oplossing niet mogelijk is gebleken.

In de basis geldt dat buitenwaarts versterken niet gewenst is, omdat dit moeilijk vergunbaar is gebleken. Een buitenwaartse versterking heeft op de meeste locaties namelijk een directe impact op het buitendijks gelegen Natura 2000-gebied Rijntakken, wat gecompenseerd dient te worden om in aanmerking te komen voor een vergunning. Daarnaast heeft een buitenwaartse versterking een verhogend effect op de waterstand van de Waal, waarvoor niet per definitie een vergunning verkregen kan worden voor compensatiemaatregelen. Deze gegevens meenemend in een integrale afweging is de conclusie getrokken dat buitenwaarts versterken voor de meeste locaties geen optie is.

2.2.2 Bruikbaarheid steunbermen In het ontwerp is veelal gebruik gemaakt van steunbermen die in veel gevallen op het gebruiksperceel van grondeigenaren worden geplaatst. Een aantal zienswijzen wijst erop dat het huidige grondgebruik van die locaties door deze steunbermen wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. In het ontwerp is zoveel mogelijk rekening gehouden met het huidige gebruik door te zorgen voor extra flauwe taluds, waar mogelijk.

2.2.3 Openbaarheid beheerstroken Een aantal zienswijzen hebben betrekking op de toegankelijkheid van de beheerstrook in verband met privacy. In beginsel zijn de beheerstroken volgens het beleid van het waterschap openbaar. Het waterschap hanteert in de nota recreatief medegebruik van waterschapseigendommen het uitgangspunt dat recreatie zoals wandelen door een individuele wandelaar mogelijk is. Uitgangspunt is 7

overigens dat dit niet mag leiden tot schade of overlast. De beheerstroken worden net als het talud in basis bekleed met gras.

2.2.4 Invloed op tuinen Uit ingediende zienswijzen blijkt dat er bezwaar wordt gemaakt tegen het effect dat de dijkversterking zal hebben op tuinen. Tijdens de dijkversterking ontkomen we er niet aan dat er op een aantal percelen ruimtebeslag plaats vindt of dat er werkstroken gecreëerd moeten worden. Binnen het dijkontwerp is het ruimtebeslag en daarmee het effect op tuinen al geoptimaliseerd en het ruimtebeslag kan dus niet verder verkleind worden. De werkstroken zijn van tijdelijke aard, hier staat compensatie tegenover. Na uitvoering wordt e.e.a. zoveel als mogelijk weer teruggebracht naar de huidige staat. Ook zijn er zienswijzen ingediend over het behoud van specifieke delen van tuinen of beplanting in verband met waarde die mensen toekennen aan de bomen of de privacy die de beplanting verschaft. Voor veel bomen geldt dat er een vergunning nodig is om ze te kappen en dat de perceeleigenaren op de hoogte zijn van het al dan niet behouden kunnen blijven van bomen op het perceel. Voor een aantal bomen geldt dat er alsnog geprobeerd wordt om ze te sparen. Dit zal meer gedetailleerd worden uitgewerkt in het Uitvoeringsontwerp. Het streven is uiteraard om beplanting zoveel als mogelijk ongemoeid te laten.

Er wordt echter geen toezegging gedaan over het behoud van bomen, omdat er geen garantie gegeven kan worden dat deze bomen de dijkversterking overleven, bijvoorbeeld door ophoging van de grond rondom de bomen.

2.3 Zienswijzen over realisatie Het versterken van de dijk is een grote onderneming waarbij mensen, materieel en materialen nodig zijn. De uitvoering heeft ook impact op de omgeving. Hierover zijn diverse zienswijzen binnengekomen. Hieronder zullen we ingaan op specifieke onderdelen van de uitvoering en daarbij de mogelijkheden en afspraken omtrent het voorkomen en vergoeden van hinder en schade ophelderen.

2.3.1 Schade algemeen Het is natuurlijk het streven om alles te laten verlopen met zo min mogelijk hinder voor de bewoners in het gebied. Toch zal er hinder en overlast zijn. Wanneer er door algemene uitvoeringswerkzaamheden aantoonbaar schade ontstaat aan de woning of tuin van bewoners, dan zal deze schade worden vergoed. Meer informatie hierover staat in de schadefolder die door het waterschap opgesteld is. De hoogte van de schadevergoeding zal door een onafhankelijke schadedeskundige worden bepaald.

2.3.2 Bereikbaarheid Uit zienswijzen blijkt dat mensen zich om verschillende redenen zorgen maken om de bereikbaarheid in het gebied. Er zullen werkzaamheden verricht moeten worden die de bereikbaarheid tijdelijk beperken. Het uitgangspunt van het waterschap is dat de bereikbaarheid van woningen aan de dijk tijdens de uitvoering ten alle tijden geborgd blijft, ook wanneer de dijk op plekken waar wordt gewerkt tijdelijk afgesloten zijn. Waterschap Rivierenland heeft daarom in de uitvraag naar de aannemers nadrukkelijk aandacht gevraagd voor bereikbaarheid en daar ook eisen over opgenomen. Tijdelijke ontsluitingen voor de aangrenzende woningen worden nog uitgewerkt in een verkeersplan. Woningen, bedrijven en agrarische gronden blijven daarmee ten alle tijde bereikbaar. In overleg met bewoners worden (wanneer nodig) tijdelijke bereikbaarheidsvoorzieningen getroffen. Dit gebeurt mede in overleg met de aannemer. Over de bereikbaarheid in relatie tot transport van bouwmaterialen kan nog worden opgemerkt dat het de intentie is om de benodigde bulk materialen zoals grond en dergelijke via het water aan te 8

voeren. Het bouwverkeer dat hiervoor nodig is, vindt hoofdzakelijk buitendijks plaats binnen de projectgrenzen. Hierdoor is de overlast als gevolg van bouwverkeer en transport tot een minimum beperkt.

2.3.3 Schade aan woning door trillingen Het is begrijpelijk dat er zorgen zijn over schade aan de woning door de werkzaamheden. Waterschap Rivierenland borgt een zorgvuldige en veilige uitvoering. Het waterschap geeft specifieke eisen mee aan de aannemer gericht op beperking van risico op schades door de werkzaamheden, onder andere dat de aannemer voorafgaand aan de werkzaamheden een monitoringsplan moet opstellen. Tijdens de uitvoering worden woningen die dichtbij de dijk en waar daar aanleiding voor is wordt gemonitord. Het doel van monitoring is om tijdig te kunnen zien of en wanneer een (trillings-)grenswaarde overschreden wordt en om daar vervolgens snel op te kunnen anticiperen, voordat er daadwerkelijk schade ontstaat. Voor start uitvoering worden er nulopnames uitgevoerd van alle woningen die: • Bij een binnenwaartse of buitenwaartse grondoplossing binnen een straal van 25 meter van de dijk liggen; • Bij een langsconstructie/pipingmaatregel binnen een straal van 50 meter van de constructie liggen; • Monumenten die binnen een straal van 150m van de dijk liggen. Op basis van de bouwkundige staat van de woning, het soort werkzaamheden dat uitgevoerd wordt en de geotechnische gegevens van de ondergrond wordt vervolgens bepaald of en hoe er gemonitord wordt tijdens de uitvoering.

Er worden trillingsmeters, hoeksensoren, meetbouten en scheurmeters aangebracht op een aantal representatieve locaties/woningen om de huidige situatie in beeld te brengen en om inzicht te krijgen in de huidige bewegingen van de woning (dus zonder dat werkzaamheden plaatsvinden). Hoe en welke woningen exact gemonitord worden, zal eind 2021 duidelijk zijn. Dit wordt opgenomen in het monitoringsplan. Wanneer het monitoringsplan gereed is wordt hierover meer informatie verstrekt. Monitoringsgegevens worden voor, tijdens en na de werkzaamheden geregistreerd. Waterschap zal ook gegevens delen met de betrokken stakeholders. In welke vorm en hoe dit precies gebeurt wordt momenteel nader bekeken en zal op een later tijdstip worden gecommuniceerd. Als er toch schade ontstaat, wordt dit zo snel mogelijk vergoed.

2.3.4 Vergoedingen in verband met planschade of nadeelcompensatie Burgers en bedrijven die geen grond verliezen, kunnen financiële schade lijden als gevolg van de dijkversterking. Een bedrijf kan door de werkzaamheden bijvoorbeeld tijdelijk verminderd bereikbaar zijn, waardoor de ondernemer een verlies aan omzet heeft. Ook kan een woning in waarde dalen door het verlies van uitzicht. In dit soort gevallen ontstaat schade als gevolg van rechtmatig handelen door de overheid. Burgers en bedrijven kunnen dan aanspraak maken op planschade- of nadeelcompensatie. Anders dan bij onteigening van gronden wordt deze schade niet geheel vergoed. Welke schade wordt uitgekeerd, wordt bepaald aan de hand van de Verordening schadevergoeding Waterschap Rivierenland 2014. Een ieder kan een aanvraag voor nadeelcompensatie indienen bij het dagelijks bestuur van het waterschap. Dit kan zodra het projectplan Waterwet onherroepelijk is. De claims zullen op een eenduidige wijze worden beoordeeld door een onafhankelijke deskundigencommissie en zullen zoveel 9

mogelijk naar dezelfde maatstaven worden beoordeeld. Op voorhand zijn hierover nog geen uitspraken te doen. Om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding verzoekt het waterschap een indiener om een indicatie van het schadebedrag en zo mogelijk een uitgewerkte opsomming van het schadebedrag te geven. Als het waterschap die informatie heeft ontvangen, dan zal het waterschap het verzoek verder in behandeling nemen. Burgers die wel betrokken zijn bij de grondverwerving, maar die daarnaast ook een nadeelcompensatieclaim willen indienen, kunnen kiezen voor een gelijktijdige afwikkeling van deze schadeclaim met de grondverwerving. Deze gecombineerde behandeling kan dus alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Wanneer burgers daarna nogmaals een beroep doet op de Verordening schadevergoeding Waterschap Rivierenland zal dit verzoek worden afgewezen omdat de schade dan reeds is vergoed in het kader van de grondverwerving.

2.4 Zienswijzen over grondverwerving, overeenkomsten en gebruik van de grond Voor de succesvolle uitvoering van de dijkversterking dient er van een aantal percelen een deel van de grond verworven te worden. In enkele gevallen gaat het zelfs om de sloop van opstallen op het perceel. Daarnaast verandert in een hoop gevallen de situatie omtrent het beheer van gronden, waaronder dijktaluds, die momenteel door bewoners worden beheerd. Hieronder zal per thema een korte toelichting worden gegeven op het beleid dat binnen dit project gehanteerd wordt.

2.4.1 Beleid grond- en vastgoedverwerving Op het dijktraject zijn er meerdere percelen waarvan een deel zal moeten worden verworven om de versterking uit te kunnen voeren. Ook zijn er woningen die verworven en gesloopt zullen worden. Voor de beantwoording van specifieke, op perceelniveau ingediende, zienswijzen verwijzen we u naar Bijlage 1. Indien er voor de dijkversterking gronden aangekocht of tijdelijk gebruikt dienen te worden, wordt dit door taxateurs van het waterschap met de grondeigenaar besproken. Vervolgens wordt een schriftelijk advies opgesteld over de schadeloosstelling. Na dit advies zal de taxateur namens waterschap Rivierenland de onderhandelingen over de schadeloosstelling met de eigenaar voeren.

2.4.2 Beheer en onderhoud Momenteel zijn delen van het dijktalud en de aangrenzende grond in beheer bij bewoners van de dijk. In het projectplan Waterwet wordt duidelijk dat er veranderingen kunnen plaatsvinden in het beleid omtrent beheer en onderhoud. Via de zienswijzen beroepen indieners zich op hun huidige recht om bijvoorbeeld schapen te houden. Over alle zaken betreffende beheer en onderhoud en de bijbehorende overeenkomsten geldt de volgende procedure. Het waterschap gaat alle overeenkomsten binnen het projectgebied voor de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk opzeggen. Dit geldt tevens voor de gebruikersovereenkomst van het perceel van het waterschap dat indiener nu in gebruik heeft. Vanaf dat moment bestaan er geen verplichtingen meer tussen de bewoners van de woningen en het waterschap en is de betreffende grond vrij van welk recht dan ook. Bruikleen in het algemeen, en daarmee ook het recht tot beweiding met schapen, vervalt daarmee. Na afronding van de werkzaamheden stelt het waterschap een nieuw uitgifteplan op. Op dat moment wordt opnieuw bekeken of grond weer in bruikleen kan worden genomen of aangekocht kan worden.

10

Het in gebruik geven van gronden geschiedt op basis van afwegingen en mogelijkheden. Belangrijk daarbij is dat het de taakuitoefening van het waterschap niet mag belemmeren. Voordat de grond wordt uitgegeven, moet eerst zijn bepaald of de grond door het waterschap zelf benodigd is. Als dit niet het geval is, kan de grond aan derden in (mede-)gebruik worden gegeven. In dit uitgifteplan wordt vastgesteld waar openbare en niet-openbare eigendommen van het waterschap liggen en welk gebruik op de niet-openbare eigendommen is toegestaan. Bij het gebruik van openbare ruimte (voor eenieder toegankelijk) is geen overeenkomst noodzakelijk. Er wordt dan geen overeenkomst gesloten met de individuele gebruikers. Onder niet-openbare ruimte wordt de grond verstaan die niet voor eenieder toegankelijk is. Dit kan bijvoorbeeld blijken doordat er een heg, hek of afrastering is geplaatst.

2.5 Zienswijzen over verkeer en weginrichting Enkele zienswijzen hebben betrekking op maatregelen rondom verkeer- en weginrichting.

2.5.1 Verkeer en weginrichting Enkele zienswijzen vragen om opheldering omtrent de straatverlichting die momenteel op de dijk aanwezig is. Het uitgangspunt is dat de bestaande straatverlichting tijdelijk wordt verwijderd en weer op (ongeveer) dezelfde plaats terugkomt, dit is buiten de bebouwde kom bij gevaarlijke kruisingen en gevaarlijke locaties als bijvoorbeeld een scherpe bocht. Dit wordt in het Uitvoeringsontwerp nader uitgewerkt. Ook hebben enkele zienswijzen betrekking op verkeersdrempels. Bij het bepalen van locaties is onder andere gekeken naar de afstand tot woningen. De definitieve locaties van verkeersdrempels worden in het uitvoeringsontwerp nader uitgewerkt. De gemeente is beheerder van de weg en Bevoegd Gezag als het gaat om de inrichting. Het waterschap zal in overleg met de gemeente als wegbeheerder de locatie van drempels bepalen.

2.6 Zienswijzen over participatie en communicatie Verschillende zienswijzen hebben betrekking op de participatie en communicatie. In de volgende paragraaf wordt kort het participatie- en communicatieproces van het project toegelicht.

2.6.1 Toelichting participatie en omgevingsdialoog Reeds in de MIRT-verkenningsfase is de omgevingsdialoog opgestart (zie hoofdstuk 10 projectplan Waterwet). In de planuitwerkingsfase bestond de participatie uit de volgende onderdelen: Dijkgesprekken Met de direct belanghebbende eigenaren van percelen aan de dijk is tijdens dijkgesprekken op verschillende momenten het dijkontwerp besproken. Per deeltraject zijn de uitkomsten van de berekeningen en wat dit betekent voor de benodigde ruimte voor de dijkversterking besproken. Ook is gekeken hoe het ontwerp en de inpassing daarvan verder konden worden verbeterd. Met de resultaten van de dijkgesprekken heeft het waterschap verder gewerkt aan het (concept) vergunningenontwerp. Dijkbijeenkomsten Voor alle betrokkenen uit de dorpen langs de dijk zijn dijkbijeenkomsten georganiseerd als vervolg op de dijkgesprekken. Dit zijn bijeenkomsten die per dorp zijn gehouden. Daarin is het concept vergunningenontwerp toegelicht en kon eenieder reageren op dit ontwerp.

11

Dijkdagen Met de verschillende bevoegde gezagen, gemeenten West Betuwe en Tiel, provincie Gelderland en ook de interne organisatie van waterschap Rivierenland zijn dijkdagen gehouden. Tijdens deze bijeenkomsten is met verschillende specialisten het (concept) vergunningenontwerp besproken. Keukentafelgesprekken De keukentafelgesprekken (persoonlijke gesprekken) vinden doorlopend plaats. Na de dijkbijeenkomsten zijn keukentafelgesprekken gehouden die vooral gaan over de individuele situatie en grondeigendommen. Beperkingen in communicatie in 2020 door het Corona virus In maart 2020 werd het project, net als de rest van Nederland, geconfronteerd met de gevolgen van het Corona virus. Op dat moment wist niemand hoe de komende weken en maanden zouden gaan verlopen. Waterschap Rivierenland heeft op dat moment gezocht naar oplossingen en mogelijkheden om de voortgang en informatieverstrekking er zo goed mogelijk in te houden. Het projectteam stond op dat moment in de startblokken om ook net als in 2019 in een ronde dijkgesprekken met groepen aanwonenden en in keukentafelgesprekken het definitieve dijkontwerp toe te lichten. Omdat deze fysieke bijeenkomsten door de Coronamaatregelen niet mogelijk waren heeft het waterschap gezocht naar andere middelen om over het dijkontwerp te communiceren.

Het waterschap heeft toen aan iedere dijkbewoner en perceeleigenaar die direct te maken gaat krijgen met de gevolgen van de dijkversterking een persoonlijke brief of email gestuurd (indien het emailadres bekend was) waarin het waterschap uitleg heeft gegeven over het ontwerp dat ter inzage gelegd zou worden. Hierin werd ingezoomd op de oplossing en het effect dat het ontwerp zou hebben op het perceel van de eigenaar. Met de bewoners waar op dat moment van bekend was dat er nog een ontwerpopgave lag of waar een wijziging is opgetreden t.o.v. het laatst getoonde dijkontwerp heeft het waterschap een (digitaal)keukentafel gesprek of tuingesprek gevoerd, net wat er binnen de op dat moment geldende coronamaatregelen mogelijk was. In de brieven die zijn verstuurd naar de bewoners en eigenaren heeft het waterschap altijd vermeld dat er een mogelijkheid was om contact op te nemen voor een digitale afspraak. Daarnaast heeft het waterschap in 2020 door middel van 3 nieuwsbrieven en een informatiebrief t.a.v. coronamaatregelen en het project, een ieder op de hoogte gehouden over de op dat moment relevante informatie. In december, toen het project net ter inzage lag, heeft het waterschap een digitale webinar gegeven waarin de procedure rondom de ter inzage liggende documenten heeft uitgelegd. Daarnaast was er in de webinar de mogelijkheid om vragen te stellen aan het projectteam.

Het waterschap heeft het webinar via verschillende kanalen aangekondigd.

2.6.2 Uitvoeringsfase De aannemer moet, wanneer die voor het werk is geselecteerd, nog onderdelen uitwerken naar een definitief- en uitvoeringsontwerp. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden worden door de aannemer vervolgens detailplanningen en werkplannen opgesteld. Deze stukken worden voor de start van de werkzaamheden afgestemd met belanghebbenden en voor goedkeuring worden deze nog getoetst door het waterschap.

2.6.3 Afweging maatschappelijk en persoonlijk belang In diverse zienswijzen komt naar voren dat er onvoldoende tegemoet gekomen wordt aan het persoonlijk belang. Deels is dat te verklaren doordat ten aanzien van persoonlijke belangen (bijvoorbeeld tuinen, opritten en woongenot) pas in detail afspraken gemaakt kunnen worden op het moment dat het ontwerp op voldoende detailniveau is uitgewerkt en de haalbaarheid van deze wensen beschouwd kan worden. Voor een deel van de wensen van persoonlijk belang komt dat detailniveau wanneer het ontwerp uit het projectplan Waterwet verder uitgewerkt wordt naar een uitvoeringsontwerp, dat pas klaar is als de uitvoering gaat starten. Aan de andere kant is het ook zo 12

dat het waterschap een afweging moet maken tussen persoonlijk belang en maatschappelijk belang. Deze belangen kunnen tegenstrijdig zijn. Het waterschap is verantwoordelijk voor de uiteindelijke keuze, die altijd zeer zorgvuldig (en consequent) is gemaakt door alle belangen in de afweging mee te nemen. Daar waar het persoonlijk belang niet wordt gehonoreerd, wordt dit toegelicht in de beantwoording van de betreffende zienswijzen. In het projectplan Waterwet (paragraaf 3.4) is uitgebreid toegelicht welke ontwerpprincipes gehanteerd zijn. Belangrijke uitgangspunten zijn: - Dijkversterkingen in grond hebben de voorkeur boven constructies; - Binnenwaartse dijkversterking heeft de voorkeur boven buitenwaartse dijkversterking, om negatieve rivierkundige effecten en aantasting van natuurwaarden te vermijden.

13

3 Wijzigingen in planproducten 3.1 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpprojectplan Waterwet 3.1.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Kruisstraat Ter plaatse van de adressen Kruisstraat 5a t/m 12 en Bredestraat 7a (gemeente Tiel) wordt het talud van de steunberm verflauwd van 1:5 naar 1:10 en wordt een leeflaag toegepast over de steunberm (naar aanleiding van zienswijze nr. 9, 16, 30 en 43). Hermoesestraat Voor de adressen aan de dijk tussen de Hermoesestraat en de Bredestraat (gemeente Tiel) vervalt de beheerstrook binnendijks (naar aanleiding van zienswijze nr. 23, 26, 28 en 58-3). Donkerstraat Naar aanleiding van zienswijze nr. 1, 11, 29, 47, 49, 55, 56, 62, 66 en 71 zal de dijkversterking in grond met een steunberm worden vervangen voor een dijkontwerp met een constructie ter plaatse van de adressen Donkerstraat 29 t/m 55 (gemeente West Betuwe). Het dijkversterkingsontwerp is voor de genoemde locatie nogmaals beoordeeld in het licht van de ingebrachte zienswijzen. Dit heeft er toe geleid dat het waterschap heeft geoordeeld voor deze locatie toch een constructie in de dijk te moeten toepassen. Beperkte wijzigingen van lokale aard Op verzoek van bewoners zijn op diverse plaatsen wijzigingen doorgevoerd aan op-/afritten. Dit betreft de zienswijzen nr. 2-1, 15-2, 20, 21, 38a-4, 45, 50, 60, 65 (gemeente West Betuwe) en 3-1 en 17-1 (gemeente Tiel). In de tabel in bijlage 1 is aangegeven wat de wijziging betreft.

Er zijn op enkele plaatsen kleine wijzigingen doorgevoerd in het dijkontwerp op verzoek van bewoners, zoals het aanpassen van het talud van een steunberm en de aanpassing van een paadje. Dit is het geval naar aanleiding van zienswijze nr. 3-2 (gemeente Tiel) en 14-1, 14-2, 24-6, 37, 39-14 en 40 (gemeente West Betuwe). In de tabel in bijlage 1 is aangegeven wat de wijziging betreft. Tevens is er een wijziging doorgevoerd in een C-watergang, naar aanleiding van zienswijze nr. 73-10 (gemeente West Betuwe). Tot slot is dankzij de indieners van een zienswijze (nr. 13-1, 49b-21 en 73-9 en 73-11, gemeente West Betuwe) een kleine verschrijving opgemerkt in het projectplan Waterwet, het betreft een tekstuele aanpassing.

3.1.2 Ambtshalve aanpassingen in het projectplan Waterwet Er zijn ook aanpassingen doorgevoerd in de stap van ontwerp naar definitief projectplan Waterwet die niet voortkomen uit een zienswijze. Het gaat om (kleine) onvolkomenheden en verduidelijkingen. De ambtshalve wijzigingen op het projectplan Waterwet zijn hieronder kort beschreven. Woningbouwontwikkelingen Molenblok en Slingerbos Ten aanzien van de woningbouwontwikkelingen Molenblok en Slingerbos in de gemeente West Betuwe is een tekstuele toevoeging opgenomen met informatie over de stand van zaken t.o.v. de weergaven voor deze plannen in de Landschapsplannen. In de Landschapsplannen die als bijlage bij het Milieueffectrapport (bijlage bij het Projectplan Waterwet en de bestemmingsplannen) zijn gevoegd, staat een indicatie voor de inrichting van de twee woningbouwlocaties Molenblok en Slingerbos gebaseerd op de landschappelijke uitgangspunten van de dijkversterking. Gemeente West 14

Betuwe heeft haar plannen verder uitgewerkt waardoor de getoonde principes in de Landschapsplannen hiervoor inmiddels zijn achterhaald. Toevoegen watergang Ter hoogte van TG082 (gemeente West Betuwe) is per abuis niet de watergang opgenomen op de grondverwervingstekening. De watergang is toegevoegd, inclusief beheerstrook. Verkleinen steunberm Ter hoogte van dijkvak 13 (TG069+10 – TG072+50, gemeente West Betuwe) worden door het dijkontwerp uit het projectplan Waterwet net enkele percelen geraakt. De berm wordt ingekort tot de kavelgrens, zodat geen grondaankoop nodig is. Dit is mogelijk gebleken en is dus aangepast in de tekeningen. Oprit Naar aanleiding van een eerdere toezegging die per abuis niet verwerkt is in het ontwerpprojectplan Waterwet wordt ter hoogte van TG172 (gemeente West Betuwe) een wijziging doorgevoerd aan de oprit. In het landschapsplan was deze oprit al ingetekend als vleugelstoep, in het basisontwerp nog niet. De tekening van het basisontwerp is aangepast. Beheertoeritten Op verschillende plaatsen ontbraken de beheertoeritten op de tekeningen. Deze zijn alsnog toegevoegd.

Het gaat om beheertoeritten ter plaatse van TG010 (enkel toevoegen aanduiding), TG021 – TG022 binnen de gemeentegrenzen van Tiel en TG036+50, TG057, TG058, TG068, TG073, TG096 (in plaats van TG095), TG101, TG105, TG106, TG110+50 (verplaatst zodat deze aansluit op de zomerkade), TG124, TG129, TG138, TG147, TG180+50, TG189+50, TG191, TG195, TG201 binnen de gemeentegrenzen van West Betuwe. Buitendijks bij TG042+50 (gemeente West Betuwe) de toerit als vleugelstoep uitvoeren, mede voor bereikbaarheid buitendijks gelegen percelen. Ter hoogte van TG064 (gemeente West Betuwe) is een tekenaanpassing doorgevoerd, per abuis liep hier de beheerstrook niet door. Steenbekleding Per abuis ontbreekt de steenbekleding aan de buitenzijde tussen TG121 en TG125 (gemeente West Betuwe) op de tekening. Dit is toegevoegd. Hellingbaan Ter hoogte van TG037+50 (gemeente West Betuwe) ontbreekt de hellingbaan (1:5) over de zomerkade aan beide zijden op de tekening. Dit is toegevoegd.

3.1.3 Milieueffectrapport In de zomer van 2020 is het Concept Milieueffectrapport (MER) door de Commissie voor de milieueffectrapportage beoordeeld. Zij hebben toen een tekortkoming geconstateerd ten aanzien van cultuurhistorische waarde: de aantasting van de oorspronkelijke dijk van vóór de vorige dijkversterking was niet in beeld gebracht. Dit is in een aanvulling uitgewerkt en beoordeeld. Deze aanvulling is door de Commissie voor de milieueffectrapportage meegenomen in de Definitieve beoordeling van het MER en zij hebben aangegeven dat het MER voldoende informatie bevat voor de besluitvorming. Het Voorlopig toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage, de Aanvulling en het Definitieve advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage hebben ter inzage gelegen bij het MER en de gecoördineerde besluiten in de periode van 1 december 2020 tot en met 18 januari 2021. 15

3.2 Wijzigingen ten opzichte van ontwerp bestemmingsplannen 3.2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan West Betuwe naar aanleiding van zienswijzen Donkerstraat Als gevolg van de zienswijzen op het ontwerpprojectplan Waterwet wordt de dijkversterking in grond met een steunberm vervangen voor een dijkontwerp met een constructie ter plaatse van de adressen Donkerstraat 29 t/m 55. Het bestemmingsplan is aangepast op deze ontwerpwijziging. Gasunie Gasunie heeft middels een zienswijze verzocht om op een aantal punten de planregels van het bestemmingsplan West Betuwe aan te passen of aan te vullen (zienswijze 85). In overleg met Gasunie zijn de regels aangepast. Tevens is de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ op de verbeelding aangepast. Hier bleek een omissie in de tekening. Tot slot bleek in de regels een verschrijving te zitten (artikel 7), dit is aangepast naar aanleiding van zienswijze 42-2.

3.2.2 Wijzigingen in bestemmingsplan Tiel naar aanleiding van zienswijzen Hermoesestraat Als gevolg van de zienswijzen op het ontwerpprojectplan Waterwet vervalt de beheerstrook binnendijks. Het bestemmingsplan is aangepast op deze ontwerpwijziging. Steenfabriek Zennewijnen Naar aanleiding van zienswijze 27-6 is de natuurbestemming ter hoogte van de inrit van het perceel van indiener komen te vervallen.

3.2.3 Ambtshalve aanpassingen in bestemmingsplan gemeente West Betuwe Er zijn ook aanpassingen doorgevoerd in de stap van ontwerp naar definitief bestemmingsplan die niet voortkomen uit een zienswijze. De aanpassingen wordt hieronder kort beschreven. Woningbouwlocaties Molenblok en Slingerbos Ten aanzien van de woningbouwontwikkelingen Molenblok en Slingerbos is een tekstuele toevoeging opgenomen onder paragraaf ‘meekoppelkansen’ (paragraaf 4.1.4). De toevoeging gaat in op de huidige stand van zaken van beide projecten. Op de verbeelding van het bestemmingsplan van de gemeente West Betuwe wordt een kleine correctie uitgevoerd bij het plan Slingerbos. De groenbestemming is hier aangepast.

3.2.4 Ambtshalve aanpassingen in bestemmingsplan gemeente Tiel. Er zijn geen ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan van de gemeente Tiel.

16

3.3 Wijzigingen ten opzichte van andere ontwerpbesluiten 3.3.1 Wijziging in omgevingsvergunning activiteit bouwen gemeente West Betuwe naar aanleiding van zienswijzen Donkerstraat Naar aanleiding van zienswijze nr. 1, 11, 29, 47, 49, 55, 56, 62, 66 en 71 zal de dijkversterking in grond met een steunberm worden vervangen voor een dijkontwerp met een constructie ter plaatse van de adressen Donkerstraat 29 t/m 55. Als gevolg van deze wijziging is de constructiezone toegevoegd aan de omgevingsvergunning activiteit bouwen.

3.3.2 Overige wijzigingen in besluiten Er zijn verder geen wijzigingen ten opzichte van andere ontwerpbesluiten naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve aanpassingen.

17

BIJLAGE I

Individuele beantwoording zienswijzen

OPPWW: PPWW: Bp: GNN: WB: CDH:

Ontwerp Projectplan Waterwt Projectplan Waterwet Bestemmingsplan dijkversterking Gelders Natuurnetwerk Gemeente West Betuwe College van Dijkgraaf en Heemraden

Algemene reactie n.a.v. diverse zienswijzen over inrichtingsvoorstellen in de Landschapsplannen In de Landschapsplannen die als bijlage bij het Milieueffectrapport (bijlage bij het Projectplan Waterwet en de bestemmingsplannen) zijn gevoegd, staat een indicatie voor o.a. de inrichting van de twee woningbouwlocaties Molenblok en Slingerbos, de uit te werken locaties en een voorstel voor inrichting van de omgeving, gebaseerd op de landschappelijke uitgangspunten van de dijkversterking. De Landschapsplannen moeten dus ook gelezen worden als ‘voorstel voor een inrichting’ en zijn op onderdelen inmiddels mogelijk achterhaald. De Landschapsplannen zijn na zomer 2020 niet meer bijgewerkt t.a.v. eventuele aanpassingen in het dijkontwerp en worden daar ook niet op aangepast. De aannemer zal in het uitvoeringsontwerp, dat door de aannemer gemaakt gaat worden, de verdere detaillering van het landschapsontwerp van de dijkomgeving, waar nodig, uitwerken.

18

Antwoord

Aanpassing Onderdeel waarin in planpro- wijzigingen doorgevoerd ducten ? moeten worden

Nr.

subnr. Plaatsnaam Dijkvak

Inhoud zienswijze

1a

1

Heesselt

DV 21b, TG113

Indieners voelen zich enorm benadeeld door de steunberm die over een deel van hun Het dijkversterkingsontwerp is voor de genoemde locatie nogmaals beoordeeld in het licht van de ingebrachte zienswijzen. eigendom aan Donkerstraat 31 is gelegd. Door gewijzigd eigendommenbeleid wordt de grond Dit heeft er toe geleid dat het waterschap heeft geoordeeld voor deze locatie toch een constructie in de dijk te moeten ook niet aangekocht, maar komt er een schuin talud. Indieners geven aan dat hierdoor meer toepassen. Het ontwerp is hierop aangepast. dan de helft van hun oppervlakte voor de dijkversterking wordt gebruikt. Indieners verzoeken op deze locatie te kiezen voor een constructie en anders wensen indieners te worden uitgekocht.

1b

1

Heesselt

DV 21b, TG113

Opgenomen onder zienswijze 1a-1

2

1

Ophemert

2

2

Ophemert

DV 12, TG066 DV 12, TG066

Indiener verzoekt om het ontzien van zijn perceel t.b.v. de oprit van Waalbandijk 19a zodat geen grond hoeft te worden aangekocht van indiener. Indiener verzoekt om het terugbrengen van de stoep (dijktrap) ter hoogte van Blankenburgsestraat 7 en 7a in Ophemert. In de landschapsplannen is opgenomen dat dit wordt teruggebracht, echter staat de private opgang nog niet vermeld.

3

1

Tiel

DV 1, TG011

Indiener geeft aan dat in overleg met gemeente Tiel, het waterschap en Staatsbosbeheer eerder al door die partijen is toegezegd dat de oostelijke afrit de uiterwaarden in, gezien vanaf Ophemertsedijk 10 te Tiel zal worden voorzien van verboden toegangsborden. Omdat het op ter inzage liggende tekeningen lijkt alsof het een reguliere toegang gaat worden, verzoekt indiener rekening te houden met de genoemde afspraak met derden.

3

2

Tiel

DV 1, TG011

Indiener verzoekt om de westelijk van Ophemertsedijk 11 gelegen beheertoerit te verleggen De beheerstrook is iets meer westelijk ingetekend om de haag van indiener te sparen. De beheerstrook wordt, net als het in westelijke richting. Door deze beheertoerit komt volgens indieners de ingang naar de dijktalud, uitgevoerd in gras en wordt niet ingericht om te worden benut als weg. Wetlands dichter bij hun huis te liggen, dan in de huidige situatie. Indiener verwacht veel overlast van auto's, afval, lawaai e.d. door toenemende recreatie.

4

1

Ophemert

DV12, TG066

Beide indieners, Waalbandijk 19 en 19a, verzoeken een onderweg om van beide kanten Uitgangspunt is dat het waterschap terugbrengt wat er aanwezig is. Een nieuwe onderweg wordt enkel toegepast wanneer nee gebruik van te maken en eigen vervoersmiddelen langs te parkeren i.p.v. op de kruin van de er een mogelijkheid is om meerdere (>3) afritten samen te voegen in 1 onderweg. Op deze locatie is dat niet mogelijk en is dijk langs de weg parkeren, waar deze nu soms het verkeer op de dijk wat hinderen en ze ook er gekozen om de huidige situatie met twee losse afritten te behouden. Parkeren langs de dijk zal ook in de nieuwe situatie niet heel veilig staan. toegestaan zijn.

4

2

Ophemert

DV12, TG066

4

3

Ophemert

DV12, TG066

Indieners hadden hun verzoek graag willen toelichten in een keukentafelgesprek, dat er niet is gekomen. En de brief van 22 september met kenmerk 2020065433/202006555 hebben zij nooit ontvangen, waardoor zij daar niet op hebben kunnen reageren. Indieners willen graag duidelijkheid over de werkstrook en of het fietsenhok en de bomen wel kunnen blijven staan.

5

1

Tiel

DV 4b, TG025

Indieners maken bezwaar tegen de beheerstrook van 5 meter bij perceel K2513 aan de De dijk moet toegankelijk zijn voor beheer en onderhoud, ook tijdens calamiteiten. Dit wordt gerealiseerd via beheerstroken nee Zennewijnenseweg te Tiel, die hun inziens niet in verhouding is tot de breedte van het aan zowel de binnenzijde als de buitenzijde van de dijk, behalve op locaties waar dit leidt tot ernstige negatieve effecten. perceel. De beheerstrook maakt volgens indieners het perceel te smal om het bestaande Het uitgangspunt is dat de beheerstrook aan de binnenzijde van de waterkering langs de binnenteen 5 meter breed is. boomgaardje terug te planten. Zij vinden de argumentatie voor de beheerstrook van 5 meter Indien een steunberm aanwezig is, zoals op perceel K2513 het geval, wordt langs de teen van deze berm niet nogmaals een onvoldoende en zien mogelijkheden voor beheer met minder groot materieel of schapen. beheerstrook aangelegd, maar ligt de beheerstrook op de steunberm tegen het dijktalud aan. Ook zien indieners mogelijkheden voor onderhoud van de dijk via het huidige perceel, waar Door de overslagcriteria van de nieuwe dijk en de bestuursdoelstelling voor biodiversiteit zal na de dijkversterking indieners bereid zijn over in overleg te gaan. schapenbeweiding niet meer terugkeren.

Het waterschap ontsluit haar eigen percelen via haar eigendom en niet via percelen van derden en maakt hier geen uitzonderingen op. Er blijft inderdaad een smalle strook over.

6

1

Ophemert

DV 11, TG059061

Indieners verzoeken duidelijkheid over de toekomstige bestemming van de (met de dijk mee te verplaatsen) overtuinen, buitenwaarts bij Ophemert. Daarnaast geven indieners aan dat uit het Landschapsplan Ophemert (pag 13) blijkt dat het waterschap de buitendijkse waarden, waaronder de overtuinen, wil behouden. Indieners geven aan dat als het waterschap dat wil, zij dat dient te concretiseren. Indieners willen duidelijkheid over wat er met hun overtuin gaat gebeuren, dat hebben zij, geven zij aan, tot op heden namelijk nog niet gekregen van de omgevingsmanager van het waterschap. En indieners zijn van mening dat het waterschap, vanwege het nalaten van het plegen van contact met indieners, maar hierover wel schrijven in de stukken en plannen, gesteld kan worden dat het Projectplan op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en niet voldoet aan het zorgvuldigheidsbeginsel ex artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht en het rechtszekerheidsbeginsel.

ja

Indieners hebben na indienen van zienswijze onder nummer 1a nogmaals een zienswijze ingediend. Omdat deze inhoudelijk nee op hetzelfde onderwerp ingaat, weliswaar iets anders verwoord, verwijzen wij voor de beantwoording naar die van zienswijze 1a. De ontwerptekening is n.a.v. de zienswijze aangepast. De oprit naar 19a is zo ingetekend, dat er geen grond aangekocht ja hoeft te worden ter plaatse van het perceel van indiener. Uitgangspunt is dat het waterschap terugbrengt wat er aanwezig is, zowel de dijktrap als de private opgang worden nee teruggebracht. ja In overleg met verschillende partijen en indiener is eerder bepaald, dat daar een 'verboden toegang voor onbevoegden'bordje komt om ongewenste recreatie bij de plas tegen te gaan/te verbieden. De oprit naar de uiterwaard ten oosten van de woning blijft behouden (als bestaand). Het ontwerp wordt hierop aangepast.

ja

Het waterschap heeft op 22 september 2020 brieven gemaild naar zowel nr. 19 als 19a. Deze email is gestuurd naar het nee emailadres van indiener, waarvandaan indiener de zienswijze heeft ingediend. Het waterschap heeft op de verzonden email geen foutmelding ontvangen. De werkstrook is één meter en deze kan de aannemer tijdelijk gebruiken voor de uitvoer van de werkzaamheden. Binnen die nee werkstrook gelden voor de aannemer beperkingen vanwege omgevingswaarden: aanwezige bomen blijven, indien mogelijk behouden. Het fietsenhok komt te vervallen, dit staat op kadastraal eigendom van het waterschap.

Het waterschap wenst, net als de indieners, de overtuinen met de dijk mee te verplaatsen. Echter, dit kan het waterschap nee niet afdwingen. Het waterschap kan dit niet afdwingen, omdat de overtuinen/overhoogte in de berekeningen niet bijdragen aan de dijkveiligheid en zij geen beschermde status hebben. Het waterschap is momenteel nog in gesprek met de grondeigenaar waarvan gronden verworven zouden moeten worden, om de overtuinen met de dijk mee naar het zuiden te verplaatsen. Dit kan enkel in minnelijke overeenstemming worden bereikt. Omdat die gronden niet in bezit zijn, is dit nu geen mogelijkheid of zekerheid om deze in te zetten voor de dijkversterking. In het voorliggende ontwerp en bestemmingsplan zijn deze gronden daarom niet als zodanig bestemd. Het waterschap zal met indiener contact houden over de ontwikkeling van dit proces. Mochten de gronden in de nabije toekomst alsnog beschikbaar komen dan bepaalt het waterschap in overleg met indiener en de andere eigenaren van de overtuinen of verplaatsing alsnog mogelijk is.

tekst en kaarten ppww + bp WB + vergunning bouwen WB

kaarten ppww

kaarten ppww

kaarten ppww

nee De dijk heeft ter plaatse een asverschuiving naar buiten/rivierzijde. De dijk komt in de toekomst dus deels over de overtuinen heen te liggen. Het buitentalud van de dijk, dat in eigendom bij het waterschap zal moeten komen, krijgt de bestemming 'Natuur' i.v.m. compensatie van GNN (Gelders Natuurnetwerk). Het deel van de overtuinen dat over blijft, blijft de bestemming 'Agrarisch met waarden' behouden, omdat de bestemming hier ongewijzigd is. Het vigerende bestemmingsplan kan daar immers blijven gelden en dit deel is daarom ook niet herhaald in het bestemmingsplan voor de dijkversterking.

6

2

Ophemert

DV 11, TG059061

Indieners geven aan in het MER te lezen dat het waterschap t.a.v. het verplaatsen van de overtuinen afstemming zoekt met onder andere de betrokken grondeigenaren, maar indieners zijn hierover door het waterschap, na meerdere verzoeken, niet benaderd. Dit vinden indieners opmerkelijk.

6

3

Ophemert

DV 11, TG059061

T.a.v. de reeds gedane PAS-uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van Het is gezien de wet en regelgeving tav N2000 niet mogelijk om een stuk beschermde natuur dat niet wordt aangetast weg State en het soms buitenwaarts verplaatsen van de dijk en daarmee de weg op de dijk, doen te halen. indieners de suggestie om een stuk beschermde natuur langs het wegdek weg te halen en elders te compenseren, om zo overbelasting van stikstof op stikstofgevoelige habitats te voorkomen.

6

4

Ophemert

DV 11, TG059061

Indieners geven aan dat hun onduidelijk is in het Ontwerpbestemmingplan Dijkversterking TiWa van West Betuwe wat de enkelbestemming van het dijktalud binnendijks 'groen' en buitendijks 'natuur' inhoudt. Indieners zijn van mening dat het beheer van het dijktalud binnendijks en buitendijks hetzelfde blijft.

De gekozen plansystematiek gaat uit van een verkeersbestemming op de kruin van de dijk, een natuurbestemming op het nee buitentalud en een groenbestemming op het binnentalud. Deze werkwijze is op de gehele lengte van de dijk toegepast. Het grootste gedeelte van de buitenberm wordt in de toekomstige situatie onderdeel van het GNN. Vandaar dat hier gekozen is voor een natuurbestemming. Voor de binnenberm is gekozen voor een groenbestemming, waarin iets meer mogelijkheden zijn opgenomen. De gekozen bestemming heeft geen gevolgen voor het beheer en onderhoud van de dijk. Het volledige waterstaatswerk is namelijk tevens bestemd met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze bestemming maakt de aanleg en het beheer van het waterstaatswerk mogelijk.

6

5

Ophemert

DV 11, TG059061

Indieners gevan aan dat het het Ontwerpbestemmingsplan Dijkversterking TiWa van West Betuwe er vier soorten gebiedsaanduidingen zijn en dat het voor hun geenszins duidelijk is wat de betreffende gebiedsaanduidingen inhouden.

De plansystematiek is beschreven in paragraaf 6.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het vertrekpunt is de nee dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze bestemming maakt de aanleg en het beheer van de waterkering mogelijk. Deze bestemming is toegekend aan het volledige waterstaatswerk. Naast de dubbelbestemming zijn aangrenzend de beschermingszones aangeduid. Deze beschermingszones komen overeen met de beschermingszones uit de legger van het waterschap. De beschermingszone 'vrijwaringszone - 1' is aangeduid als bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering. In deze aanduidingszone mag niet worden gebouwd zonder omgevingsvergunning. Aangrenzend op 'vrijwaringszone - 1' is 'vrijwaringszone - 2' opgenomen. In het bestemmingsplan heeft 'vrijwaringszone - 2' een attenderingsfunctie. In het bestemmingsplan zijn hierover geen regels opgenomen. Uit de legger volgt dat voor deze zone voor afgravingen een vergunning nodig is.

6

6

Ophemert

DV 11, TG059061

Indieners geven aan in openbare bijeenkomsten met het waterschap mogen ervaren dat er De situatie rondom de overtuinen is toegelicht in een dijkgesprek in restaurant het Dijkhuis en zijn ook op latere afspraken sprake is van de responsieve overheid, die haar transparantie, slagvaardigheid en oplossend met de indiener besproken. Vanwege de Coronamaatregelen was fysiek afspreken nauwelijks meer mogelijk sinds maart vermogen vergroot, en draagvlak voor gekozen oplossingen creeert middels een dialoog met 2020, daarom is er eind juli 2020 door het waterschap een brief over het ontwerp en de eigendomssituatie verstuurd via de samenleving en dus voldoende aandacht voor het burgerperspectief. Echter, geven email. De brief is verzonden naar hetzelfde emailadres als waarmee de zienswijze is ingediend. Hierin zijn tevens indieners aan, heeft er geen enkel persoonlijk contact plaatsgevonden, ondanks meermaals mogelijkheden tot contact aangegeven voor nadere uitleg. verzoek van indieners naar het waterschap, over het persoonlijk bezit van indieners, namelijk de overtuin. Gelet op vorenstaande concluderen indieners dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur zijdens het waterschap.

Indieners geven aan dat het waterschap zich niet heeft gehouden aan meerdere beginselen van behoorlijk bestuur, namelijk: zorgvuldigheidsbeginsel (vanwege het nalaten contact te plegen met indieners betreffende hun overtuin) en het rechtszekerheidsbeginsel (omdat het voor indieners als grondeigenaren niet duidelijk is wat er met hun eigendom zal gebeuren).

6

7

Ophemert

DV 11, TG059061

Indieners geven aan in par. 2.2 van het Eigendommenbeleid 2019 van het waterschap te Het is vervelend dat indiener ervaart dat het eigendommenbeleid enkel voor het waterschap geldt. Dat beleid is zeker niet nee zo bedoeld. Het waterschap streeft naar heldere en transparante communicatie omtrent eigendommen en moet vanuit haar lezen dat "het eigendomsrecht het meest omvattende recht is waarop men aanspraak kan maken. De positie als eigenaar biedt het waterschap zeggenschap over eigendom.” en stellen taak hier de afweging maken tussen algemeen belang en het individuele belang. dat vorenstaande blijkbaar enkel voor het waterschap zelf geldt en niet voor de grondeigenaren. Indiener hebben namelijk het gevoel gekregen de zeggenschap over hun eigendom te hebben verloren.

7

1

Heesselt

DV 19, TG104

Voor indieners ligt de dijkverbetering van 25 jaren geleden nog vers in het geheugen. Voor de aanstaande dijkversterking doet het waterschap er alles aan om bij de selectie van de uitvoerende partij (de nee aannemer) rekening te houden met hoe deze omgaat met en rekening houdt met de omgeving, zeker waar het gaat om Indieners verzoeken om zo min mogelijk overlast voor alle aanwonenden tijdens de werkzaamheden, goede bereikbaarheid van de woningen en door in overleg te blijven met de aspecten als communicatie, bereikbaarheid en hinder. Het waterschap zal daar tijdens de uitvoering dan ook op te toetsen. aanwonenenden en te zorgen voor dag en nacht (telefonische) bereikbaarheid bij het Tijdens de uitvoering zal er nauwe samenwerking zijn tussen het waterschap en de aannemende partij, die ook de waterschap voor eventuele klachten. communicatie met de omgeving op zich neemt. Het waterschap schrijft voor dat de aannemer de percelen tijdens de uitvoering bereikbaar houdt. Er volgt nog informatie over de telefonische bereikbaarheid in het geval van klachten en schades.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/329/documents/6913