CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-045 Bijlage 1 Dijkversterking Tiel - Waardenburg_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 19: Instemmen nota van zienswijze en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Dijkversterking Tiel-Waardenburg”29.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het gaat om een watergang met een lengte van circa 500 m en breedte van 2 m (figuur 5-7). Door de tijdige aanleg van voldoende nieuw voortplantingswater met geschikt land- en winterbiotoop, aansluitend aan het bestaande leefgebied, blijft te allen tijde voldoende geschikt leefgebied beschikbaar.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 45 van 76

Figuur 5-7 Ruimtebeslag v an het VO op leef gebied v an kamsalamander in de Heesseltsche uiterwaarden binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken

Figuur 5-8 geeft een inrichtingsschets weer van het vervangende leefgebied. Omdat er tijdig (ruim voorafgaand aan de uitvoering) voldoende nieuw leefgebied voor de kamsalamander wordt gerealiseerd aansluitend aan bes taand leefgebied voor de soort in de Heesseltsche uiterwaarden, leidt een beperkte aantasting van bestaand leefgebied niet tot een significant effect op deze kwalificerende habitatsoort. Met deze maatregel wordt de draagkracht voor deze habitatsoort tijdig dusdanig vergroot, dat op het moment van de ingreep het effect van verlies aan leefgebied geen gevolgen heeft voor de draagkracht van de soort binnen Natura 2000-gebied Rijntakken. De omvang en/of kwaliteit van het leefgebied neemt niet af, maar wordt verbeterd, waardoor als gevolg van het voorgenomen project de instandhoudingsdoelstellingen van de soort niet in het geding komen.

Figuur 5-8 Inrichtingsschets leef gebied kamsalamander Heesseltsche uiterwaarden

Verstoring De verschillende werkzaamheden kunnen gedurende de uitvoeringsfase alle leiden tot een bepaalde mate van verstoring. De aanleg- en graafwerkzaamheden gaan gepaard met optische

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 46 van 76

verstoring, geluidsverstoring, lichtverstoring en trillingen door aanwezigheid mensen en/of inzet materieel. Dit leidt tot verstoring op leefgebieden van kwalificerende soorten. Tijdens het broedseizoen kunnen hierdoor kwalificerende broedvogels verstoord worden die nabij het plangebied voorkomen, zoals ijsvogel, blauwborst, kwartelkoning, porseleinhoen, watersnip, dodaars en zwarte stern. Buiten het broedseizoen kunnen door de genoemde effecten foeragerende kwalificerende niet-broedvogels zoals eenden, ganzen en zwanen worden verstoord. Ze zijn met name gevoelig voor optische verstoring. Graslanden en andere foerageergebieden en slaapplaatsen (killen, plassen en kleiputten) van (foeragerende en rustende) kwalificerende niet-broedvogels in een straal van enkele honderden meters rondom werklocaties kunnen hierdoor tijdelijk verstoord worden tijdens de uitvoeringsfase. Omdat gefaseerd gewerkt wordt zijn er telkens ook onverstoorde gebiedsdelen binnen het plangebied waar naartoe kan worden uitgeweken. Een significante verstoring van kwalificerende niet-broedvogels wordt derhalve niet verwacht. Op basis van de Voortoets en Passende beoordeling blijkt dat er geen sprake is van significante effecten (verstoring en verlies leefgebied) op kwalificerende broed- en niet-broedvogels.

5.5.2.2 Stikstofdepositie Bij de uitvoeringswerkzaamheden van de dijkversterking komt tijdelijk extra stikstof vrij. Het materieel dat wordt ingezet bij de dijkversterking leidt tot uitstoot van stikstofoxiden (NOx ), hetgeen onder andere kan leiden tot verzuring en vermesting van stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Het dijktraject grenst aan het Natura 2000-gebied Rijntakken. Verder liggen in de omgeving van de dijk tussen Tiel en Waardenburg verschillende Natura 2000-gebieden. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn Kolland & Overlangbroek en Lingegebied & Diefdijk-Zuid. De effecten van stikstof zijn berekend met behulp van AERIUS-Calculator (versie 2019a). Uit deze AERIUS berekening blijkt dat de uitvoering van de voorgenomen dijkversterking resulteert in een (tijdelijke) uitstoot van maximaal 1,10 mol N/ha/jr. De resultaten van de berekening, de effecten en de volledige analyse en onderbouwing zijn nader uitgewerkt in de Passende Beoordeling. Berek ening Uit de berekeningen blijkt dat als gevolg van de uitvoeringswerkzaamheden op 14 habitattypen/leefgebieden in 3 Natura 2000-gebieden een tijdelijke stikstofbelasting zal optreden. De hoogste bijdragen vinden plaats in het aangrenzende Natura 2000-gebieden, te weten Rijntakken.

In onderstaande tabel 5-1 zijn de waarden op volgorden van stikstofbijdrage weergegeven, waarbij de toenames van de depositie is opgenomen op habitattypen/leefgebieden waarvan de kritische depositiewaarde al wordt overschreden. Tabel 5-1 Maximale tijdelijke stikstof bijdragen op habitatty pen/leef gebieden bov en de KDW als gev olg v an de uitv oering v an TiWa

Natura 2000-gebied

Habitattype

Beschrijving

Maximale depositiebijdrage KDW (mol/ha/jaar)

Rijntakken

Lg08

Nat, matig voedselrijk grasland

1,10

Rijntakken

ZGLg11

Kamgrasweide zoekgebied 0,97

Rijntakken

Lg11

Kamgrasweide

0,85

Rijntakken

ZGLg08

Nat, matig voedselrijk grasland zoekgebied

0,77

Rijntakken

H6510A

glanshaverhooiland

0,34

Rijntakken

ZGLg02

Geïsoleerde meander en petgat zoekgebied

0,18

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 47 van 76

Rijntakken

Lg07

Dotterbloemgrasland

0,11

Rijntakken

H6120

Stroomdalgrasland

0,11

Rijntakken

ZGLg07

Dotterbloemgrasland zoekgebied

0,11

Rijntakken

Lg02

Geïsoleerde meander en petgat

0,05

Kolland & Overlangbroek H91E0C

vogelkers-essenbos

0,01

Rijntakken

H91F0

Droge hardhoutooibossen

0,01

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

H91E0C

vogelkers-essenbos

0,01

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

H91E0B

Essen-iepenbossen

0,01

Rijntakken

ZGH3150baz

Meren met krabbenscheer 0,00 en fonteinkruiden zoekgebied

Rijntakken

H3150baz

Meren met krabbenscheer 0,00 en fonteinkruiden

Rijntakken

H91E0B

Essen-iepenbossen

0,00

Conclusie stikstofanalyse Van elk van de behandelde habitattypen is op grond van de ecologische analyse geconcludeerd dat de tijdelijke extra depositie als gevolg van dijkversterking TiWa geen significante effecten veroorzaakt. De samenhang binnen de habitattypen en tussen de habitattypen komt niet in gevaar. Significant negatieve effecten op het duurzaam behalen van geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende habitattypen als gevolg van de tijdelijke extra depositie door TiWa zijn met zekerheid uitgesloten. Er is geen sprake van een ecologisch waarneembaar of meetbaar effect op habitattypen dan wel leefgebied van soorten. Cumulatie De effecten van de dijkversterking TiWa moet worden bezien 'in combinatie met andere plannen en projecten' (cumulatie). Daarbij wordt gekeken naar plannen en projecten waarvoor een vergunning is verleend maar die nog niet zijn uitgevoerd (en verwerkt in de achtergronddepositie). Als wordt gekeken naar de cumulatie met andere plannen en projecten dan is dijkversterking Gorinchem – Waardenburg (GoWa) het meest relevant. Deze dijkversterking is het 'buurproject' van TiWa; het betreft eveneens een versterking van de dijk langs de noordoever van de Waal. De beide dijkversterkingen sluiten op elkaar aan.

Dijkversterking GoWa loopt in planning iets voor op dijkversterking TiWa en de aanvraag om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming zal van TiWa later worden ingediend dan voor GoWa. TiWa dient dus bij het bepalen van de cumulatie rekening te houden met GoWa. Ook gezien de overlap in de periode van de uitvoering en locatie van de effecten is de cumulatie van de effecten van beide projecten beschouwd. Van het Natura 2000-gebied Rijntakken lopen de effecten van dijkversterking Tiel – Waardenburg in tijd en plaats samen met die van dijkversterking GoWa. Of het gezamenlijke depositie-effect van TiWa en GoWa als significant moet worden beoordeeld kan worden betwijfeld. Zekerheidshalve is er van uitgegaan dat significante effecten niet kunnen worden uitgesloten. Om juridische zekerheid te krijgen dat de projecten door kunnen gaan, worden de effecten op die habitattypen die de hogere stikstofbelastingen ondervinden als gevolg van beide projecten uit voorzorg gecompenseerd. Het betreft de habitattypen Glanshaverhooiland (H6510A) en Stroomdalgrasland (H6120). Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 48 van 76

Uit het voorgaande blijkt dat in het Natura 2000-gebied Rijntakken, rekening houdend met de samenloop in tijd en plaats van de dijkversterkingen TiWa en GoWa, significante negatieve effecten op de volgende habitattypen in het Natura 2000-gebied Rijntakken niet geheel uit te sluiten zijn: Glanshaverhooilanden (H6510A) Stroomdalgraslanden (H6210) Het effect op de habitattypen waarvoor significante effecten in deze analyse niet kunnen worden uitgesloten, wordt gecompenseerd. Hiervoor is een compensatieplan opgesteld. Hiertoe is de compensatie-opgave (in oppervlak) in beeld gebracht. Hierbij zijn de opgaven die voortvloeien uit TiWa en GoWa bij elkaar opgeteld. Vervolgens is op basis van verschillende uitgangspunten gezocht naar een locatie die geschikt is om de compensatie uit te voeren. De gekozen locatie is een deel van de Heesseltsche Uiterwaarden, direct langs de dijkversterking TiWa. Op basis van de standplaatsvereisten van de betreffende habitattypen is vervolgens een inrichtingsplan gemaakt. Voor nadere informatie over de gevolgde werkwijze, de locatiekeuze en het inrichtingsplan wordt verwezen naar de Passende Beoordeling.

5.5.2.3 Gelders natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone Vrijwel het gehele buitendijkse deel van het plangebied – dat ook is begrensd als Natura 2000 – maakt onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en/of de Groene Ontwikkelingszone (GO), deelgebied 179; Waaluiterwaarden Tiel-Waardenburg. Gebiedsdelen van GNN/GO binnen het plangebied bevatten (landschaps)elementen die onderdeel uitmaken van de kernkwaliteiten natuur en landschap van GNN/GO, zoals half natuurlijk cultuurlandschap met natuurcomplexen, A-locatie bos, leefgebieden van weidevogels, water- en moerasvogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en bever en kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen en ooibos. Binnendijks is het landgoed Waardenburg onderdeel van GNN en zijn daarnaast slechts enkele kleinere bosgebieden begrensd als GNN en enkele graslandpercelen in en rondom deze bosgebieden als GO. Deze GNN/GO gebieden liggen in deelgebied 49; Ophemert – Neerijnen.

Figuur 5-9 Ligging Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen)

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 49 van 76

Als gevolg van de dijkversterking (Vergunningenontwerp, VO), vindt ruimtebeslag plaats op het GNN/GO met aantasting van de kernkwaliteiten op GNN als gevolg (27,92 ha). Aantasting van de kernkwaliteiten is toegestaan doordat er met de dijkversterking sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en doordat er geen alternatieven zijn. De negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de ecologische samenhang worden zoveel mogelijk beperkt. De resteffecten aan verlies van kwaliteit en/of oppervlakte wordt gecompenseerd. De ontwikkeling van de kernkwaliteiten c.q. de natuurtypen zoals voorgesteld op de nieuwe buitentaluds (23,7 ha), de restopgave op het terrein van Zorgland Bloemfontein (1,56 ha), in de Winssensche Waarden (8,95 ha) en op het Heuffterrein (2,18 ha), is ruim voldoende om de compensatieopgave te realiseren. Een en ander past binnen de bestaande natuurbestemmingen ter plaatse.

Figuur 5-10

Locatie GNN Compensatie bij 'Stichting Bloemf ontein' grenzend aan het kwelbos bij Varik

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 50 van 76

Figuur 5-11

Locatie GNN compensatie bij 'Stichting Bloemf ontein' t.o.v . de ligging v an het dijktraject Tiel - Waardenburg

Figuur 5-12

Locatie GNN compensatie in de 'Winssensche Waarden'

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 51 van 76

Figuur 5-13

5.5.3

Locatie GNN compensatie in de 'Winssensche Waarden' t.o.v . de ligging v an het dijktraject Tiel-Waardenburg

Soortenbescherming

Soort specifieke (veld)onderzoek is uitgevoerd naar het voorkomen van diverse beschermde (niet vrijgestelde) soorten. Het betreft onderzoek naar diverse soort(groep)en: vleermuissoorten zoals gewone- en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, baardvleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zoals huismus, gierzwaluw, steenuil, buizerd, havik, sperwer en ooievaar. Amfibieën waaronder kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Zoogdieren zoals steenmarter, kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) en bever. De resultaten van het aanvullende onderzoek en de daadwerkelijke functie van het plangebied voor desbetreffende soorten is uitgewerkt in de rapportage veldonderzoek Tiel-Waardenburg en in het Soortenmanagementplan deel 1 (SMP deel 1). De werkzaamheden in het kader van de dijkversterking TiWa leiden tot de volgende effecten op hoofdlijnen: effecten sloop van gebouwen; effecten van maaien/rooien opgaande vegetatie; effecten dempen van watergangen; effecten van verschuiving van de dijk (binnenwaartse- of buitenwaartse as verschuiving). Effecten sloop van gebouwen De sloop van gebouwen (woningen, boerderijnen en schuren) leidt tot vernietiging van 3 (potentiële) nestlocaties van huismus (Vogelrichtlijn art.

3.1 Wnb) en 4 zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis (Habitatrichtlijn art. 3.5 Wnb). Effecten op verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis zijn uitgesloten. Gebouwen met een functie als zomeren paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis vallen buiten de begrenzing van het VO of behoren niet tot de te amoveren gebouwen. Effecten van maaien opgaande vegetatie en kap houtopstanden Binnen het ruimtebeslag (VO) van de dijkversterking wordt de aanwezige vegetatie gemaaid en Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 52 van 76

worden diverse bomen gerooid. Maaien/rooien van opgaande vegetatie en bomen zal leiden tot het aantasten dan wel plaatselijk verdwijnen van foerageergebied van diverse soorten vleermuizen (Habitatrichtlijn art. 3.5 Wnb), kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn (Andere soorten art. 3.10 Wnb) en diverse vogelsoorten (Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb). Lijnvormige vegetatiestructuren (houtwallen en bomenrijen) worden door vleermuizen en kleine marterachtigen respectievelijk gebruikt als vliegroute geleiding van en naar foerageergebieden en als verblijfplaatsen. Het rooien van bomen kan leiden tot het vernietigen van jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen van steenuil, buizerd en havik (Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb), en rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen (specifiek ruige dwergvleermuis) (Habitatrichtlijn art. 3.5 Wnb). Opgaande vegetatie heeft tevens een functie als schuilplek of nestplaats voor algemeen voorkomende vogels (Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb) en diverse soorten zoogdieren waaronder kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn (Andere soorten art. 3.10 Wnb). Opgaande vegetatie langs oevers, kleiputten en killen hebben specifiek betekenis voor bever (Habitatrichtlijn art. 3.5 Wnb). Het verwijderen van deze vegetatie in uiterwaarden waar de bever voorkomt leidt tot een beperkte aantasting van foerageergebied van de bever.

Effecten dempen van watergangen Het dempen van wateren (poelen, kleiputten, killen) kan voortplantingsplaatsen van kamsalamander en poelkikker aantasten (Habitatrichtlijn art. 3.5 Wnb). Tijdens het dempen kunnen daarnaast exemplaren van de soort worden gedood. Ook algemeen voorkomende amfibieën en vissen (Andere soorten art. 3.10 Wnb) hebben voortplantingshabitat in te dempen wateren. Effecten van verschuiving van de dijk Als gevolg van een (as)verschuiving van de dijk wordt landbiotoop (overwinteringshabitat) van kamsalamander en poelkikker (Habitatrichtlijn art. 3.5 Wnb) en enkele algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren (Andere soorten art. 3.10 Wnb) vernietigd. Ook kan dit leiden tot aantasting van foerageergebied van steenuil (Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb). Conclusie soortenbescherming Door het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen (landschappelijke inpassing) zoals benoemd in het Soortenmanagementplan (SMP deel 2), is de duurzame 'gunstige staat van instandhouding' van beschermde soorten op gebiedsniveau gewaarborgd en zullen effecten van de dijkversterking op soorten per saldo positief uitvallen, waardoor het gewenste ambitieniveau (de 'plus') wordt bereikt. 5.5.4

Conclusie

Effecten op beschermde soorten zijn niet uit te sluiten. Effecten op gebieden; Natura 2000-gebieden en NNN treden op. Voor het verdwijnen van en/of de negatieve effecten op deze beschermde soorten en gebieden vindt mitigatie dan wel compensatie plaats. Hiertoe zijn compensatieplannen opgesteld. Voor de dijkversterking is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig in het kader van soorten. Tevens is een Wet natuurbeschermingsvergunning nodig voor het onderdeel gebiedsbescherming. De ontheffing en vergunning maken onderdeel uit van de gecoördineerde procedure. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect ecologie.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 53 van 76

5.6

Bodem

5.6.1

Wettelijk kader en inleiding

In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. 5.6.2

Milieukundige bodemkwaliteit

Uit het vooronderzoek bodem blijkt dat ter plaatse van de dijkversterking Tiel – Waardenburg in het algemeen kan worden gesteld dat het stedelijk dijkgebied bestaat uit kwaliteitsklasse wonen en het landelijk gebied bestaat uit kwaliteitsklasse landbouw/natuur. In het plangebied zijn in totaal vier voormalige stortplaatsen, twee nog niet (voldoende) gesaneerde ondergrondse brandstoftanks, twee nog niet onderzochte historisch verdachte locaties (potentieel geval bodemverontreiniging) en negen gevallen van bodemverontreiniging aanwezig. De voormalige stortplaatsen liggen in twee gevallen dicht bij de waterkering, namelijk nabij Tiel en Sprokkelenburg. Langs de gehele dijk liggen asbestverdachte locaties en op twee locaties is ook daadwerkelijk asbest aangetroffen, namelijk nabij Tiel-Passewaaij en Opijnen. De milieukundige bodemkwaliteit is beschreven in het milieukundig onderzoek van Geofoxx, (2018). De voornaamste bevindingen zijn dat binnen de scope van de dijkversterking vier stortlocaties en 50 verdachte locaties aanwezig zijn, waarvan reeds 33 zijn onderzocht. Uit deze lijst is een vijftiental 'hotspots' overgebleven. Ter plaatse van de verdachte, dan wel de verontreinigde, locaties is het op basis van de Wet bodembescherming, de Arbeidsomstandighedenwet alsmede de Nota Bodembeheer niet zonder meer toegestaan om werkzaamheden in de bodem te verrichten.

Ter plaatse van de uiterwaarden is geen milieukundig onderzoek verricht. Er wordt van uitgegaan dat deze grond herbruikbaar is (klasse B) vanwege het beperkt aantal menselijke activiteiten. Ter plaatse van de verdachte, dan wel de verontreinigde, locaties is het op basis van de Wetbodembescherming, de Arbeidsomstandighedenwet alsmede de Nota Bodembeheer niet zonder meer toegestaan om werkzaamheden in de bodem te verrichten. Op 1 januari 2022 zal de Omgevingswet inwerking treden. De Wet bodembescherming (Wbb) is dan niet meer van toepassing en de verdachte locatie vallen dan onder de omgevingswet (gemeente is bevoegd gezag). De historische gevallen van bodemverontreiniging die echter formeel reeds beschikt zijn als spoedeisende gevallen blijven via het overgangsrecht onder de Wbb vallen en zijn de Wbb-regels van toepassing. Conclusie De aanwezigheid van voormalige stortplaatsen ter plaatse van Sprokkelenburg en de bekende Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 54 van 76

historische verontreinigingen zijn aandachtspunten, omdat deze kostenverhogend kunnen zijn voor de dijkversterking indien sprake is van ontgravingswerkzaamheden. Waar de dijkversterking de verontreinigingen raakt wordt ten behoeve van het bepalen van de kosten door de aannemer vroegtijdig nader veldonderzoek uitgevoerd. Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door de aannemer en dient te voldoen aan de wettelijke eisen. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.7

Archeologie en cultuurhistorie

5.7.1

Wettelijk kader

Wet op de Archeologische Monumentenzorg In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) zijn de uitgangspunten van het in 1992 ondertekende Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. In deze wet is vastgelegd dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening ook rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient inventariserend archeologisch onderzoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. Uitgangspunt van de WAMZ is om archeologische waarden te beschermen, zonder meer maatschappelijke last te veroorzaken dan nodig is. Wat er moet gebeuren, verschilt per gebied en regio, dus niet alle activiteiten zijn even ingrijpend.

De WAMZ heeft vier belangrijke pijlers: archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard, omdat de bodem de beste conserveringsomgeving is; archeologie moet tijdig worden meegenomen in de procedures van ruimtelijke planvorming; de verstoorder van het bodemarchief betaalt de kosten van archeologisch vooronderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voorzover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder; gemeenten en provincies krijgen een belangrijke rol in de verankering van archeologie in hun ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen; zij krijgen de ruimte om omgevingsvergunningvoorwaarden genuanceerd in te vullen. Erfgoedwet In het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een beschrijving moet staan op welke wijze rekening gehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Met de Erfgoedwet wil de overheid het cultureel erfgoed in Nederland beter beschermen.

De wet regelt de omgang met Rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. 5.7.2

Archeologie

Voor het plangebied is een archeologische inventarisatie uitgevoerd door Sweco. Hieruit blijkt dat uit de Steentijd en Bronstijd nauwelijks vindplaatsen in het plangebied voorkomen. De oudste nederzettingslocaties die bekend zijn in het plangebied dateren uit de Late IJzertijd. Vanaf deze periode is sprake van intensieve bewoning in het plangebied. Uit de Romeinse tijd zijn veel nederzettingsterreinen bekend. In de vroege Middeleeuwen nam het bevolkingsaantal af. Vanaf de Karolingische tijd ontstonden de bestaande dorpen. Deze dorpen breidden zich geleidelijk aan verder uit. Ook werden in de loop der jaren in de polder verspreid liggende boerderijen en diverse kastelen gebouwd. In de Volle en Late Middeleeuwen ontstonden ook kerken, kapellen en een klooster.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 55 van 76

Uit de archeologische inventarisatie van de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) blijkt dat in het plangebied veel vindplaatsen aanwezig zijn. Het betreft losse vondsten zonder context maar ook nederzettingsterreinen waarvan de grenzen grotendeels bekend zijn. Ook komen in het plangebied elf AMK-terreinen voor waarvan één een wettelijke bescherming heeft (dit terrein ligt tussen de woonwijk Passewaaij en de Waal en betreft een voormalige Romeinse villa). Langs het dijktraject zijn er verschillende archeologische waarden aanwezig. In het vergunningenontwerp is het ontwerp zodanig ingepast zodat de effecten op archeologische waarden zo veel mogelijk worden beperkt. Voor de belangrijkste archeologische waarden is toegelicht op welke wijze deze worden ingepast in het ontwerp. Romeinse Villa (dijkvak 4): De dijk wordt ingepast tussen de Zennewijnseweg en de huidige waterkering. Er zijn dus geen directe effecten op de resten van de Romeinse Villa. Ook indirecte effecten zijn beperkt Lambertuskerk (dijkvak 10): Ter plaatse van de voormalige Lambertuskerk wordt de as van de huidige dijk licht naar buiten geschoven. Hiermee wordt aanvullende grondbelasting op de resten van de Lambertuskerk beperkt. De dijk krijgt een relatief steil talud van 1:2,5 aan de buitenzijde om de notenbomen met hoge ecologische en landschappelijke waarde te behouden.

Huis te Varik (dijkvak 16): De omliggende binnengracht van Huis te Varik wordt in het vergunningenontwerp zichtbaar gemaakt in het landschap. Hiervoor wordt een deel van de bestaande waterkering afgegraven en wordt een cortens-stalen damwand aangebracht in de waterkering. Voor een uitgebreide beschrijving van de archeologische inventarisatie per dijkvak wordt verwezen naar hoofdstuk 14 van het MER. Daar waar (verwachte) archeologische waarden worden bedreigd door de geplande ingrepen zal nader archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Met uitzondering van de locatie van het mogelijke grafveld bij Tiel-Passewaay is geadviseerd dit onderzoek ten behoeve van het aanbrengen van de steunbermen uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek direct voorafgaand aan de werkzaamheden. Indien uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat binnen een diepte van 30 à 40 cm -mv een archeologische vindplaats aanwezig is, zal het aan te brengen grondlichaam op het maaiveld worden aangebracht, zonder verwijdering van de bouwvoor. De vindplaats kan zodoende in situ worden behouden. Vanwege de mogelijke kwetsbare vondsten wordt de locatie van het mogelijke grafveld bij Tiel-Passewaay voorafgaand aan de werkzaamheden onderzocht. Indien hier een vindplaats aanwezig is, zal deze in zijn geheel moeten worden opgegraven, indien de locatie niet kan worden ontzien in de planvorming.

Ten aanzien van de constructies (bunkers, synagoge) in de dijk is aanbevolen de buitendijkse asverschuiving hier onder archeologische begeleiding uit te voeren. Bij de voorbereiding van de dijkversterking zijn verschillende archeologisch onderzoeken uitgevoerd in het plangebied van de dijkversterking. In het plangebied komen gronden met een (hoge) archeologische verwachtingswaarde voor (aangeduid in de verbeelding van het bestemmingsplan met 'Waarde – Archeologie 1-2-3-4'). Op grond van de uitgevoerde onderzoeken is een Programma van Eisen (zomer 2020) opgesteld ten aanzien van archeologie dat is goedgekeurd door de gemeenten. Bij de werkzaamheden voor de dijkversterking dient dit PvE te worden gevolgd. Het PvE bevat voorwaarden om er voor te zorgen dat de archeologische waarden tijdens de uitvoering van de dijkversterkingswerkzaamheden beschermd worden.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 56 van 76

5.7.3

Cultuurhistorie

Voor het plangebied is cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd (Raap 2016 en aanvulling in 2019). Hieruit blijkt dat het plangebied cultuurhistorisch zeer waardevol is. In het plangebied zijn diverse beschermde cultuurhistorische waarden aanwezig. Het gaat om een groot aantal rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, het beschermd dorpsgezicht van de kern Neerijnen (waarvan ook kasteel Neerijnen en Waardenburg en een deel van de Rijswaard onderdeel uitmaken) en drie van rijkswege beschermde buitenplaatsen (waaronder het Landgoed Waardenburg en Neerijnen). Daarnaast is sprake van niet beschermde cultuurhistorische waarden in het plangebied. Het gaat hier om het landschap waarin de dijk ligt en de dijk zelf. Dit is hoog tot zeer hoog gewaardeerd. Ook de brede uiterwaarden zoals de Heesseltsche Uiterwaarden en de Rijswaard bij Waardenburg zijn zeer hoog gewaardeerd net als veel stroken direct aansluitend op de buitenteen van de dijk. Binnendijks zijn het bos tussen Varik en Heesselt, de gronden tussen Opijnen en Neerijnen en het terrein van het landgoed Waardenburg – Neerijnen hoog gewaardeerd. Binnendijks zijn de historische kernen cultuurhistorisch waardevol omdat het historisch stratenpatroon en de bebouwing gaaf behouden zijn. Veel wegen langs de dijk zijn ontstaan als kwelkade/scheiding tussen dijk met veel kwel en rest van het poldergebied.

Grote delen van de oeverwallen zijn ook cultuurhistorisch waardevol omdat het wegenpatroon, de verkaveling en het grondgebruik goed behouden zijn gebleven. De dijk is als landschapstype gedeeltelijk hoog gewaardeerd omdat het verloop van de dijk de rijke geschiedenis van dit deel van het rivierengebied leesbaar maakt. Gedeeltelijk scoort de dijk ook gemiddeld omdat de dijk door verhoging en verharding zijn historische profiel heeft verloren. Het meest westelijke deel van de dijkversterking, tussen Waardenburg en Neerijnen, wordt de Landgoeddijk genoemd en is onderdeel van het Landgoed Waardenburg - Neerijnen. In het vergunningenontwerp is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden. Voor een uitgebreide beschrijving van de cultuurhistorische waarden per dijkvak wordt verwezen naar hoofdstuk 14 van het MER. 5.7.4

Monumenten

Langs de dijk zijn Rijks- en gemeentelijke monumenten aanwezig. 50 van de in totaal 57 aanwezige monumenten binnen de 50 meter zone bevinden zich in de gemeente West Betuwe, de overige 7 liggen binnen de gemeente Tiel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanwezige monumenten (gemeentelijk en rijks) binnen 20 meter van de teen van de heringerichte dijk. Tabel 5-4

Monumenten binnen 20 m v anaf teen dijk

Deelgebied

Rijksmonument

Gemeentelijk monument

Object MAB-lijst

Passewaay

/

/

/

Zennewijnen

/

/

Zennewijnensestraa t 23

Ophemert

Waalbandijk 87

Waalbandijk 83

Hermoesestraat 8 Waalbandijk 85

Varik

Waalbandijk 27 Akkersestraat 17

/

/

Kwelbos Varik – Donkerstraat

Waalbandijk 12 Waalbandijk 14

Achterstraat 44 Waalbandijk 8 Waalbandijk 10 Waalbandijk 24 Waalbandijk 26

/

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 57 van 76

Heesselt

/

Waalbandijk 78 Waalbandijk 7 Waalbandijk 5

/

Heesseltsche Uiterwaarden

/

/

/

Opijnen

Repelsestraat 9

Pastoriestraat 6 Waaldijk 20 Waaldijk 19 Waalbandijk 33 Waalbandijk 32

/

Rijswaard

Waalbandijk 16 Gasthuisstraat 24 Gasthuisstraat 23 Waalbandijk 12 Kerkstraat 23

Waalbandijk 19 Waalbandijk 17 Voorstraat 8 Gasthuisstraat 19 Dorpsstraat 27

/

Er zijn 33 monumenten die mogelijke effecten kunnen ondervinden als gevolg van de dijkversterking. Voor de monumenten die daadwerkelijk door het grondverzet geraakt zouden worden, zijn ruimtebesparende oplossingen ontwikkeld. Op deze manier kunnen alle aanwezige monumenten behouden blijven. Er worden op voorhand technische maatregelen genomen om te zorgen dat schade aan monumenten ten gevolge van trillingen en zettingen voorkomen worden. Er zijn enkele monumenten die deels binnen het ruimtebeslag van de nieuwe dijk liggen. Dit zijn de Waalbandijk 8 te Varik, Waalbandijk 78 te Heesselt, Waalbandijk 32, 33 en 16 bij Neerijnen, en Gasthuisstraat 24 bij Waardenburg. Dit ruimtebeslag is niet groot en mogelijk overkomelijk met maatregelen die in een volgende fase door de aannemer genomen kunnen worden. De monumenten worden niet fysiek geraakt, dit geldt voor zowel de gemeentelijke als de Rijksmonumenten. Wel heeft de dijkversterking beperkte invloed op bijvoorbeeld de zichtlijnen van ca. 4 monumenten. Voor deze gemeentelijke monumenten wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. De bevoegde gezagen zijn hierbij al in een vroeg stadium aangehaakt. De omgevingsvergunningen maken onderdeel uit van de gecoördineerde procedure. 5.7.5

Conclusie

Ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden en archeologische waarden zijn dubbelbestemmingen opgenomen. Voor deze dubbelbestemmingen geldt een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Het bestemmingsplan is voor wat betreft de aspecten archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar. Effecten worden ruimtelijk aanvaardbaar geacht.

5.8

Woon-, werk- en leefmilieu

5.8.1

Verkeer

Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Huidige situatie De huidige verkeerssituatie van dijk kan als volgt worden gekenmerkt. Het overgrote deel van dijk Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 58 van 76

heeft als erftoegangsweg een geringe verkeersfunctie en is bedoeld als ontsluiting van de aanliggende bebouwing, percelen en andere bestemmingen. Voor het westelijk gedeelte van dijk (Waardenburg tot en met Ophemert) is de verblijfsfunctie dan ook primair. Alleen op het oostelijk gedeelte (tussen Ophemert en Tiel/Passewaaij) heeft dijk naast een verblijfsfunctie ook een ontsluitende functie. Dit gedeelte van de dijk vormt samen met de Bommelsestraat, Zandweg en Repensestraat de oost-westverbinding tussen Tiel/Passewaaij en Waardenburg en ontsluit daarnaast onder andere een steenfabriek. De dijk tussen Waardenburg en Neerijnen is alleen toegankelijk voor (brom-)- fietsers. De Ophemertsedijk (tussen het Inundatiekanaal en de Waalbandijk) is alleen toegankelijk voor (brom-)fietsers en bestemmingsverkeer. Op deze beide trajectdelen is de verblijfsfunctie dus ook primair. Over nagenoeg het gehele tracé is sprake van gemengd gebruik. Fietsers, voetgangers en gemotoriseerd verkeer maken gebruik van dezelfde ruimte. Door het relatief smalle profiel maken elkaar passerende (grotere) voertuigen gebruik van de berm, welke veelal is voorzien van grasbetontegels. Op enkele gedeelten is sprake van een vrijliggende fietsvoorziening (onverplicht fietspad, bijvoorbeeld ter hoogte van Ophemert) of een parallelweg onderlangs de dijk aan de landzijde.

Op het dijkvak tussen Ophemert en Tiel/Passewaaij is de weg breder, waarbij tevens met rode suggestiestroken ruimte is aangeduid voor de fietsers. Dit wijkt af van de rest van het traject, waar enkel sprake is van een onderbroken kantmarkering. Er wordt op dijk door gebruikers (subjectieve) verkeersonveiligheid ervaren. Met name door de aanwezigheid van motoren die de dijk als toeristische route gebruiken en vaak te hard rijden. Op het dijkvak tussen Ophemert en Tiel/Passewaaij wordt door fietsers het gebruik van de dijk door tractoren en (vracht)auto's als minder veilig ervaren. Verder is op sommige dagen (weekend- en vakantiedagen met mooi weer) sprake van grote drukte met veel recreatief verkeer. De in juni/juli 2017 door Sweco uitgevoerde verkeerstellingen op dijk (inclusief enkele omliggende wegen) geven het volgende beeld: 1. de dijk kent op het westelijk gedeelte (vanaf Waardenburg tot en met Ophemert) met maximaal ca. 820 mvt/etm veel lagere verkeersintensiteiten dan op het oostelijk gedeelte (tussen Ophemert en Tiel/Passewaaij) met maximaal ca. 2.800 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag. 2. Het aantal fietsers op de dijk is niet hoog. Maximaal circa 300 fietsers op een gemiddelde werkdag op het dijkvak tussen Varik en Tiel. Op de overige dijkvakken rijden minder fietsers.

Tijdens de meetperiode is het op zondagen doorgaans (wat) drukker met fietsers met maximaal circa 400 fietsers op het dijkvak tussen Varik en Tiel. 3. De maximaal toegestane rijsnelheden op de dijk (60 km/h buiten de bebouwde kom; 30 km/h binnen de bebouwde kom) worden veelvuldig overschreden. Toekomstige situatie De kruinbreedte van de dijk blijft min of meer gelijk aan de huidige situatie. Het wegprofiel van dijk (asfaltrijbaan 4,20m met aanliggende lage betonbanden van 0,60m aan rivierzijde en 0,20m aan landzijde) kent een totaalbreedte van 5,00m en is ingericht conform het Masterplan Gastvrije Waaldijk (OKRA Landschapsarchitecten, documentnaam: 18-086_Gastvrije-Waaldijk_A4s, maart 2019). Het dijkvak tussen Ophemert en Tiel/Passewaaij heeft een breder wegprofiel van 6.00m. De wegbreedte blijft op dit drukkere trajectdeel tenminste gelijk aan de huidige situatie. De huidige 30 en 60 km/h-trajectdelen en komgrenzen op dijk worden gehandhaafd. Als uniforme snelheidsremmende maatregelen zijn op dijk verkeersplateau's (verhoogde kruisingsvlak of wegvakplateau) toegepast. Deze maatregelen zijn toegepast op de komgrensovergangen en op of nabij alle kruispunten met openbare zijwegen. Aanvullend zijn plateau's toegepast op tussenliggende wegvakken.

De steilte van de private op- en afritten en aansluitingen van openbare wegen op dijk verslechtert niet (of nauwelijks) ten opzichte van de huidige situatie. Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 59 van 76

De huidige private op- en afritten op de dijk zijn gehandhaafd en op sommige locaties deels gebundeld via een (nieuwe) weg onderlangs met aansluiting op dijk. Verkeersafwikkeling Bij inpassing van het (geactualiseerde) profiel Gastvrije Waaldijk op dijk verbetert de passeerbaarheid (en dus ook enigszins de verkeersafwikkeling) van elkaar tegemoetkomend verkeer ten opzichte van de huidige situatie. De (verharde) wegbreedte (asfalt inclusief betonbanden) van het nieuwe wegprofiel is namelijk breder dan de asfaltwegbreedte in de huidige situatie. Het verkeersnetwerk in het directe invloedsgebied van dijk wijzigt in de toekomstige situatie (2030) niet. Er worden geen (aansluitingen van) wegen toegevoegd of weggehaald. De verkeersfunctie van dijk (erftoegangsweg) blijft daarmee laag en is met name bedoeld als (erf)ontsluiting van de aanliggende bebouwing, percelen en andere bestemmingen. Het oostelijk gedeelte (tussen Ophemert en Tiel/Passewaaij) behoudt wel een zekere ontsluitende functie met hogere verkeersintensiteiten, maar dit wordt gefaciliteerd door een breder wegprofiel (en voorrangsstatus) om de verkeersstromen goed te kunnen (blijven) verwerken. Op beperkte schaal zijn in het Vergunningenontwerp private uitritten gebundeld aangesloten op dijk.

Daarnaast worden er (veel) meer snelheidsremmende maatregelen (plateau's / verhoogde kruisingsvlakken) op de dijk aangebracht dan nu het geval is. Deze maatregelen leveren bij een te hoge passeersnelheid weliswaar discomfort op, maar hebben een beperkt effect op de verkeersafwikkeling. Verkeersveiligheid Door inpassing van het (geactualiseerde) profiel Gastvrije Waaldijk verbetert de passeerbaarheid van elkaar tegemoetkomend verkeer op de dijk ten opzichte van de huidige situatie. De lage betonbanden zijn als uitwijkmogelijkheid veiliger voor fietsers en gemotoriseerd verkeer dan de (veelal verzakte) grasbetontegels in de huidige situatie. Door de bredere (verharde) wegbreedte kunnen fietsers door auto's veiliger worden gepasseerd, wordt bermschade beter voorkomen en kunnen ook voetgangers hierop lopen. De toepassing van betonbanden met een smallere rijloper zorgen voor een snelheidsremmend effect voor auto's/motoren. Daarnaast zorgt ook het toepassen van (veel) meer snelheidsremmende maatregelen (verkeersplateau's) op komgrenzen en kruispunten (lees: potentiele conflictpunten) en tussenliggende wegvakken dat de verkeersveiligheid wordt vergroot ten opzichte van de huidige situatie. Op trajectdelen binnen de bebouwde kom kunnen/worden bredere betonbanden toegepast, zodat ook voetgangers een (weliswaar) smalle ruimte in het wegprofiel krijgen.

Aanlegfase Randvoorwaardelijk is dat tijdens de aanlegfase de woningen en bedrijven langs dijk bereikbaar blijven, ook voor hulpdiensten. Hetzij vanuit westelijke richting of vanuit oostelijke richting. Voor het westelijk trajectdeel vanaf Waardenburg tot en met Ophemert heeft dijk geen of een zeer beperkte rol in de ontsluiting van het achterliggend gebied naar het bovenliggend wegennet en is de verkeersfunctie beperkt. Voor het dijkvak tussen Ophemert en Tiel / Passewaaij is voor de verkeersrelatie tussen Ophemert en Tiel / Passewaaij een alternatieve route beschikbaar via Zijvelingsestraat, Dreef, Lingedijk en Lingeweg, Provincialeweg (en vice versa). Deze wegen zijn in principe voldoende breed om (tijdelijk) de extra verkeersstromen te kunnen verwerken. Hogere verkeersintensiteiten en extra vrachtverkeer op deze wegen geeft wel een hoger veiligheidsrisico met (overstekende) voetgangers (bijvoorbeeld in de kern Wadenoijen) en fietsers, welke ook gebruik maken van deze wegen. Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 60 van 76

5.8.2

Geluid

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Huidige situatie Het plangebied is grotendeels te typeren als een rustig buitengebied. Van grootschalige geluidshinder is dan ook geen sprake. Aan de westrand van het plangebied zijn de A2 en de spoorlijn 's-Hertogenbosch – Utrecht gelegen. Deze hebben geluidscontouren tot in het plangebied (zie figuur 5-14).

Verder zijn in het plangebied geen belangrijke verkeersaders aanwezig, er is enkel sprake van gebiedsontsluitingswegen. De A15 ten noorden van het plangebied is op dusdanige afstand gelegen dat deze het plangebied niet beïnvloedt. Op de dijk zelf betreft het een rustige tot zeer rustige weg met intensiteiten variërend van 380 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag ter hoogte van Opijnen topt maximaal 2.529 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag ter hoogte van Tiel. De maximaal toegestane snelheid bedraagt 30 of 60 km/uur. Ondanks dat sommige woningen erg dicht op de weg zijn gelegen is de geluidbelasting ten gevolge van deze weg op de woningen beperkt. Geluidshinder vanwege weg- en spoorverkeerslawaai is dan ook beperkt in het plangebied.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 61 van 76

Figuur 5-14

Geluidsproductie rijkswegen (bron:https://geoserv ices.rijkswaterstaat.nl/apps/pdokkaart/applicaties/geluidskaart)

In en nabij het plangebied zijn geen vliegvelden gelegen. Van vliegverkeerslawaai is dan ook geen sprake in het plangebied. Wel is verspreid over het plangebied bedrijvigheid aanwezig. Er is geen sprake van gezoneerde bedrijventerreinen. De geluidshinder vanwege aanwezige bedrijvigheid is dan ook lokaal van aard en beperkt. Een groot deel van het plangebied is aangewezen als stiltegebied (figuur 5-15). Het betreft een groot deel langs de dijk. In het stiltegebied gelden regels ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Deze regels zijn in de omgevingsverordening van de provincie Gelderland opgenomen. Zo is het in het stiltegebied verboden om zich buiten de openbare weg met een motorvoertuig of bromfiets in het gebied te bevinden.

Figuur 5-15 Stiltegebied langs de dijk

Toekomstige situatie De verkeersstructuur en de functie van de dijk veranderen niet, er is derhalve geen sprake van verkeersaantrekkende werking. Het project voorziet in een verschuiving van de wegas op verschillende plaatsen. Op de meeste locaties is dat van de geluidgevoelige objecten af, alleen ter hoogte van Opijnen en in het buitengebied tussen Opijnen en Heesselt en tussen Ophemert en Tiel komt de wegas dichter naar de geluidgevoelige objecten toe. Tevens zal het dijklichaam opgehoogd worden. Voor de volgende woningen geldt dat de wegas richting de woningen verplaatst: Waaldijk 19 en 20 te Opijnen; Waalbandijk 90a, 92, 94, 100, 102 en 104 te Heesselt; Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 62 van 76

Waalbandijk 61, 65, 71, 73 te Ophemert. Voor een aantal representatief gelegen woningen is in onderstaande tabel het effect opgenomen. In de bestemmingsplannen is een flexibiliteit opgenomen waarbij de dijk nog twee meter kan verschuiven, en daarmee dan ook de as van de weg. Naar de woningen toe, of van de woningen af. In de tabel zijn de resultaten daarvan cursief weergegeven. Tabel 5-5

Woning

Resultaten woningen

Verkeersintensiteit Afstand Verhoging (mvt/etmaal, woning-wegas (m) dijklichaam weekdag) (m)

Geluidbelasting (dB)

Huidig

Huidig Toekomst

Waaldijk 20 380 Opijnen

Waaldijk 33 380 Opijnen

Waalbandijk 812 102 Heesselt

Waalbandijk 812 90 Heesselt

Waalbandijk 1.733 65 Ophemert

Toekomst Huidig Toekomst 432

432

924

924

1.972

8

12

54

37

40

9

45,3

0,4

7

46,8

1,9

11

44,2

-0,7

47,2

0,1

12

48,0

0,9

16

46,4

-0,7

44,0

0,8

48

44,2

1,0

52

43,8

0,6

45,7

0,9

31

46,1

1,4

35

45,4

0,6

48,9

0,9

35

49,2

1,2

39

48,6

0,6

14

50

33

37

0,6

0,6

0,2

0,2

0,5

44,9

Verschil (dB)

47,1

43,2

44,8

48,0

De effecten op de geluidbelasting ter plaatse van deze woningen blijven beperkt tot maximaal 0,9 dB inclusief de effecten van autonome verkeersgroei. Op de woningen die verder van de weg zijn gelegen zal het effect alleen maar minder worden, omdat de wijzigingen daar in verhouding kleiner zijn. De Wet geluidhinder staat toenames toe tot maximaal 1,5 dB (dan is nog geen sprake van een reconstructie-effect). Daarbij geldt tevens dat deze toenames pas gelden boven 48 dB. Voor de meeste woningen ligt de geluidbelasting lager dan 48 dB, daar is sprake van een rustige omgeving. Alleen op het wegvak van Ophemert richting Tiel ligt de geluidbelasting rondom de 48 dB, maar ook daar zijn de toenames beperkt. De uitvoering van dit project leidt niet tot een waarneembare toename van de geluidbelasting ter plaatse van de woningen aan deze dijk. Op de woningen die verder van de dijk zijn gelegen zal het effect alleen maar minder worden, omdat de wijzigingen daar in verhouding kleiner zijn. In het bestemmingsplan wordt enige ruimte geboden voor flexibiliteit bij de aanleg. Ook als gebruik gemaakt wordt van de flexibiliteit om de dijk twee meter te verschuiven blijft de toename

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 63 van 76

van de geluidbelasting beperkt tot maximaal 1,4 dB. Alleen voor de woning Waaldijk 20 te Opijnen neemt de geluidbelasting toe met ongeveer 1,9 dB als de weg dichterbij komt. De geluidbelasting ligt daar echter nog steeds ruim onder de 48 dB. Ook is er niet veel ruimte tussen de woning en de weg om de dijk daar dichter naar de woning te leggen. Als de dijk 2 meter verder van de woningen af komt dan zijn de toenames beperkt tot maximaal 0,6 dB met op een aantal woningen zelfs een afname. Bij het gebruikmaken van de flexibiliteit is nog steeds sprake van een rustige omgeving. Aanlegfase Tijdens de werkzaamheden aan de dijk wordt gebruik gemaakt van diverse geluidproducerend materieel zoals grondverzetmachines. Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk voorkomen van bouw- en slooplawaai. Voor aanleg van infrastructuur wordt de circulaire bouwlawaai 2010 toegepast. De circulaire bouwlawaai hanteert een dagwaarde. Deze waarde: is de waarde van het equivalente geluidsniveau bepaald over de periode lopend van 7.00 tot 19.00 uur indien noodzakelijk vermeerderd met een straftoeslag voor geluid met een impulsachtig karakter. wordt bepaald op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. wordt bepaald overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.

Deze dagwaarde komt overeen met de dagwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT,dag), waarbij dat alleen de impulstoeslag wordt toegepast. De streefwaarde van de dagwaarde is 60 dB(A). Om hieraan te kunnen voldoen, kunnen maatregelen worden toegepast zoals: het inzetten van stil materieel of het toepassen van stille technieken. een gunstige indeling van de bouwplaats. een gunstige toepassing van de bouwvolgorde. Als de dagwaarde hoger is dan 60 dB(A), dan worden maximaal aantal blootstellingsdagen geadviseerd. Dit geldt voor het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden, als ook voor de bijbehorende installaties en toestellen gedurende het gehele project, die plaatsvinden tussen 07.00 en 19.00 uur op werkdagen. De dagwaarde mag niet meer bedragen en niet langer duren dan de in onderstaande tabel aangegeven waarden en maximale blootstellingduur in dagen. Een geluidsniveau boven de 80 dB(A) wordt afgeraden. Tabel 5-6

Blootstellingsdagen

Dagwaarde

Maximale blootstellingsduur

Tot 60 dB(A)

Geen beperking in dagen

Boven de 60 dB(A)

Ten hoogste 50 dagen

Boven de 65 dB(A)

Ten hoogste 30 dagen

Boven de 70 dB(A)

Ten hoogste 15 dagen

Boven de 75 dB(A)

Ten hoogste 5 dagen

Boven de 80 dB(A)

0 dagen

Er vanuit gaande dat de werkzaamheden alleen in de dagperiode wordt uitgevoerd en daarbij het geringe aantal aanwezige geluidgevoelige bestemmingen (voornamelijk buitengebied met een enkele solitaire woning), zal het wat betreft bouwlawaai geen probleem moeten zijn om aan de circulaire te kunnen voldoen. 5.8.3

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 64 van 76

voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46). Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2

een grenswaarde is opgenomen of het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die 'niet in betekende mate' bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden. Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Betek enis voor het plan Met het bestemmingsplan worden in beginsel geen activiteiten mogelijk gemaakt die bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Effecten op de luchtkwaliteit in de aanlegfase worden niet verwacht. De emissies van uitlaatgassen vanuit vrachtwagens en machines zijn relatief beperkt. Bovendien vinden de werkzaamheden zowel in tijd als plaats verspreid plaats in een groot gebied. Hierdoor verwaaien de emissies snel en is er geen verhoging van de concentraties stikstofdioxide en fijnstof te verwachten.

De effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn eerder al behandeld in 5.5.2. Het dijkversterkingsproject Tiel-Waardenburg leidt niet tot extra verkeer over de dijk. Ook wordt de dijk niet of nauwelijks verlegd. Aangezien er geen veranderingen zullen zijn in de verkeerssituatie, zullen er geen effecten zijn op de luchtkwaliteit. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit. 5.8.4

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of de in het plangebied te realiseren functies een belemmering betekenen of van invloed zijn op het wonen binnen (of in de directe omgeving van) het plangebied, of dat er functies in de omgeving van invloed zijn op realisering van nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Het bestemmingsplan gaat in beginsel niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, dan wel voor wonen belemmerende activiteiten. Hierdoor is (nader onderzoek naar) een specifieke milieuzoneringsregeling niet noodzakelijk.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 65 van 76

5.9

Duurzaamheid

Het thema duurzaamheid is opgepakt op basis van de Duurzaam-GWW2.0 aanpak. In deze planuitwerkingsfase is als eerste stap een Ambitiewebsessie uitgevoerd. Vervolgens zijn maatregelen ontwikkeld om invulling te geven aan deze ambities. Een deel van de maatregelen vind zijn weerslag in het Projectplan Waterwet, andere maatregelen worden uitgewerkt in het kader van het realisatiecontract. De duurzaamheidsthema's waar op wordt ingezet zijn energie, materialen en biodiversiteit. Energie Binnen het thema Energie is als doelstelling geformuleerd: het realiseren van een energieneutraal project waarbij alle benodigde energie om het project uit te voeren wordt opgewekt door hernieuwbare energie. Deze doelstelling is niet binnen het project getrokken, maar is geformuleerd op het niveau van de HWBP-projecten binnen het Waterschap. De reden is dat het effectiever en efficiënter is om dit centraal op te pakken. Er is wel gekeken naar maatregelen die het mogelijk maken om vanuit het project aan deze doelstelling bij de dragen. Om zicht te krijgen op de omvang van deze doelstelling is een berekening van de CO2-kosten van de aanlegfase gemaakt met Dubo-Calc. De uitkomst hiervan is circa 82 duizend ton CO2.

Om dit in 25 jaar te compenseren is een duurzame energieproductie van ca 10 [check] ha zonnepanelen (of een equivalent daarvan in andere vormen van opwekking van duurzame energie) noodzakelijk. Maatregelen om de CO2-emissie van het project te reduceren zijn stapsgewijs geformuleerd op basis van de Trias Energetica: Energiegebruik zoveel mogelijk beperken; Benodigde energie duurzaam opwekken. Materiaalgebruik De doelstelling voor het thema materialen is het inzetten op hergebruik van materialen en het toepassen van circulaire materialen. Deze doelstelling wordt uitgewerkt in het kader van het opstellen van het realisatiecontract. Biodiversiteit Binnen het aspect ecologie is voor het thema duurzaamheid specifiek gekeken naar versterking van de biodiversiteit. Biodiversiteit is hierin meetbaar gemaakt met het systeem van natuurpunten dat ontwikkeld is door het Planbureau voor de leefomgeving. Op basis van dit systeem heeft Sweco een calculator ontwikkeld waardoor kaartgegevens in een analyse gehanteerd kunnen worden. Aan de hand van de aanwezige natuurwaarden (Bron: Nationale databank Flora en Fauna, periode 2009-2019) zijn de natuurpunten bepaald voor de huidige en de toekomstige situatie. In de huidige situatie levert het gehele dijktraject Tiel – Waardenburg 17,9 natuurpunten op voor de in totaal ca. 71 hectare.

In de toekomstige situatie wordt het totaal aantal natuurpunten 38,9. De grootste oppervlakte heeft hier natuurdoeltype 3.39 Bloemrijk grasland van het rivieren- en zeekleigebied (59,5 ha), met gemiddeld 0,38 Natuurpunten per hectare. In de huidige situatie is dit natuurdoeltype in hogere oppervlakte aanwezig, 63,5 hectare, in vergelijking tot de toekomstige situatie (59,5 ha). Het gemiddeld aantal natuurpunten ligt in de huidige situatie echter wel lager met 0,17 Natuurpunten per hectare. Reden voor deze stijging in natuurpunten (per hectare) in de toekomstige situatie ten opzichte van de huidige situatie, is de kwaliteitsverbetering van de grazige dijk/bermvegetatie door ander beheer, waardoor een natuurdoeltype ontstaat welke een hogere wegingsfactor heeft, en daarbij er meer doelsoorten verwacht worden in het gebied, waardoor de kwaliteit toe zal nemen. Dit leidt tot een hogere natuurpuntenscore.

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 66 van 76

5.10

Overige aspecten

5.10.1 Externe veiligheid Onder externe veiligheid wordt verstaan het risico van bepaalde activiteiten voor personen die in de omgeving verblijven. Het beleid is gericht op scheiding van risicobronnen en kwetsbare functies. Er zijn normen voor bedrijven die (grootschalig) met risicovolle stoffen werken en voor transport van gevaarlijke stoffen over weg en spoor of door buisleidingen. In het plangebied worden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare activiteiten gerealiseerd. 5.10.2 Kabels en leidingen In het plangebied zijn diverse kabels en leidingen aanwezig. Met behulp van een oriëntatiemelding zijn alle kabels en leidingen in het plangebied in kaart gebracht en zijn knelpunten gesignaleerd. Gelet op een lange procesduur bij het verleggen, aanpassen of beschermen van de hoofdleidingen (categorie 1 leidingen) is besloten om vroegtijdig contact te zoeken met de beheerders. In april 2017 is hiertoe al het overleg met de beheerders opgestart. Hieronder zijn de categorie 1 leidingen weergegeven. Van dergelijke leidingen moet de verlegging gereed zijn, voor het werk (de dijkversterking) kan starten. Er zijn daarnaast categorie 2 en 3 leidingen. Denk hierbij aan huisaansluitingen en telefoonkabels. Deze categorieën leidingen zijn veel gemakkelijker (en vooral sneller) te verleggen en de verlegging hiervan wordt vaak door de aannemer gecoördineerd tijdens de uitvoering van het werk.

Voor categorie 2 leidingen moet voor aanvang van de aanbesteding/uitvoering een verleggingsplan gereed zijn. Categorie 3 leidingen kunnen tijdens de uitvoering ingepast worden.

Figuur 5-16

Ligging belangrijkste kabels en leidingen

Bij uitwerking van het dijkontwerp is het ontwerp zodanig geoptimaliseerd dat er geen

Dijkversterking Tiel - Waardenburg Pagina 67 van 76

gasleidingen meer verlegd hoeven te worden. Voor kabels en leidingen zijn in het concept vergunningenontwerp wel verleggingen nodig van lokale leidingen en huisaansluitingen. 5.10.3 Niet gesprongen explosieven In het kader van het planvoornemen is een vooronderzoek uitgevoerd naar het aantreffen van Niet Gesprongen Explosieven (NGE). Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen eind 1944 – begin 1945. Op basis hiervan zijn delen van het gebied verdacht bevonden op Conventionele Explosieven (CE). Door deze oorlogshandelingen kunnen Conventionele Explosieven (CE) in de bodem terecht zijn gekomen. Het gehele oostelijke deel van het plangebied (van Varik tot Tiel) is verdacht voor het aantreffen van geschutsmunitie. Daarnaast zijn tussen Waardenburg en Varik ook enkele gebieden verdacht voor het aantreffen van afwerpmunitie. Ook is sprake van enkele locaties die verdacht zijn voor het aantreffen van ontstekingsinrichtingen of granaatwerpers, handgranaten, geweergranaten en munitietoebehoren. In de uiterwaarden zijn daarnaast veel voormalige loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig. Ook zijn op diverse plekken bij de dijk voormalige stellingen aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/329/documents/6906