CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-044 Bijlage Beleidsplan arbeidsmigranten West Betuwe 29032022.pdf

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 18: Vaststellen beleidsplan Huisvesting arbeidsmigranten West Betuwe12.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN 2021 concept beleidsplan 29 maart 2021

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 Hoofdstuk 1: Waarom beleid? ................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 2: Huidige situatie .................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3: Huisvestingsbeleid ........................................................................................................... 12 Hoofdstuk 4: Registratie, toezicht en handhaving ................................................................................ 21 Hoofdstuk 5: Sociaal perspectief ........................................................................................................... 24 Hoofdstuk 6: Samenwerking ................................................................................................................. 28 Hoofdstuk 7: Uitvoering, monitoring en evaluatie................................................................................ 30

2 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Hoofdstuk 1: Waarom beleid?

Arbeidsmigranten zijn in Nederland al decennia een bekend verschijnsel. Na de ‘gastarbeiders’ van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw kennen we in deze eeuw veel arbeidsmigranten die voor een belangrijk deel uit Midden- en Oost-Europa afkomstig zijn. Aanvankelijk waren zij vooral in de agrarische sector werkzaam, maar nu door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking steeds meer krapte op de arbeidsmarkt ontstaat, werken zij ook in veel andere sectoren zoals transport en logistiek en de zakelijke dienstverlening. Dat is ook het geval in West Betuwe. In onze gemeente zijn arbeidsmigranten vooral werkzaam in de fruitteelt, de veiling (Fruitmasters in Geldermalsen) en de distributiecentra van Albert-Heijn en Blokker. West Betuwe kent wel enkele specifieke regelingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, maar integraal beleid ontbreekt nog. Er zijn meerdere redenen om daar nu toe over te gaan . 1.1 Het wordt moeilijker voldoende arbeidsmigranten naar Nederland te halen

Door de vergrijzing van de bevolking wordt de arbeidsmarkt in Nederland steeds krapper. Arbeidsmigranten hebben de afgelopen jaren in belangrijke mate het tekort aan arbeidskrachten opgevuld. Zo is het in een sector als bijvoorbeeld de fruitteelt moeilijk om Nederlandse arbeidskrachten te krijgen. Door de Corona pandemie heeft de economie in 2020 en 2021 een grote terugslag gekregen, maar op termijn zal de economie zich herstellen. Daarom zullen arbeidsmigranten ook in de toekomst van groot belang zijn voor onze economie. Het wordt steeds moeilijker om voldoende arbeidsmigranten naar Nederland te halen. Dat heeft te maken met de economische groei en verbeterde arbeidsomstandigheden in veel Midden- en OostEuropese landen en een ook daar vergrijzende arbeidsmarkt. Maar ook omdat andere landen in West-Europa eveneens een groot beroep doen op arbeidsmigranten. Zeker als de economie in 2021 mogelijk weer aantrekt, zal dat merkbaar worden. Het gaat Oost-Europa voor de wind. Nu de werkgelegenheid en het arbeidsloon groeien, daalt de motivatie voor Oost-Europeanen om richting West-Europa te vertrekken. “Landen die verder van Oost-Europa liggen, zoals Nederland, ondervinden hiervan de meeste gevolgen. Er werken nu veel Oost-Europese arbeidskrachten – vooral Polen – in Nederland, maar hierin gaat geleidelijk verandering komen.

Vooral de agrarische sector, bouw, industrie en de transportsector worden hierdoor getroffen, omdat bedrijven hier nu al worstelen met een groot personeelstekort”, zegt Nora Neuteboom, Econoom Opkomende Markten van ABN AMRO. Bron: https://insights.abnamro.nl/2019/06/special-arbeidsmigratie-oost-west-thuis-best/ Wil Nederland en dus ook West Betuwe aantrekkelijk blijven voor arbeidsmigranten, dan zal sprake moeten zijn van goede arbeidsomstandigheden en een kwalitatief goede huisvesting. Dat is allereerst de verantwoordelijkheid van werkgevers, uitzendbureaus en degenen die plannen ontwikkelen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Maar ook de gemeente vervult hierbij een rol, bijvoorbeeld door kaders te bieden voor de huisvesting. Of om toezicht te houden op legale, goede en veilige huisvestingssituaties, op het tegengaan van uitbuiting en de opkomende ondermijning en – als het om langer of permanent hier verblijvende arbeidsmigranten gaat – het stimuleren van integratie in onze samenleving

3 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

1.2 Goede huisvesting is tevens een maatschappelijke opgave

Arbeidsmigranten hebben weliswaar een inkomen uit arbeid, maar zijn toch kwetsbare burgers in onze samenleving. Ze zijn vaak onzichtbaar omdat ze niet ingeschreven staan in de BRP (Basisregistratie Personen) en hun huisvestingssituatie daarmee niet bekend is. Ook zijn velen de Nederlandse taal onvoldoende machtig, waardoor ze hun weg niet weten te vinden in onze samenleving. De Corona uitbraak in het voorjaar van 2020 heeft duidelijk gemaakt dat een goed huisvestingsbeleid noodzakelijk is: arbeidsmigranten wonen vaak dicht op elkaar en worden gezamenlijk vervoerd. Hiermee hebben ze een groter risico op besmettingen. De vaak slechte huisvesting van arbeidsmigranten leidt soms tot overlast voor omwonenden, vooral binnen de bebouwde kom. Een bijkomend probleem is dat, doordat werkgevers woningen opkopen om arbeidsmigranten te huisvesten, de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor andere inwoners in het gedrang komt. In West Betuwe is dit echter een beperkt voorkomend verschijnsel. Ook vanuit maatschappelijk perspectief is goede, veilige en legale huisvesting dan ook een belangrijke opgave. De gemeente moet hiervoor de voorwaarden scheppen en op basis van heldere criteria huisvestingsinitiatieven op hun wenselijkheid en haalbaarheid beoordelen.

Daarnaast willen we, zeker voor de langere tijd in onze gemeente verblijvende arbeidsmigranten, bijdragen aan een goed aanbod van voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning die passen bij hun behoeften. 1.3 Andere gemeenten, de provincie en het Rijk maken ook beleid

Steeds meer gemeenten in Rivierenland en aangrenzende regio’s maken beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Zij werken hierbij vaak samen in het regionale bestuurlijke en ambtelijke overleg arbeidsmigranten. Als een gemeente de huisvesting niet goed reguleert, ontstaat een ‘waterbed effect’ doordat ongewenste huisvestingssituaties zich naar deze gemeenten verplaatsen. Gemeenten willen ook steeds vaker het huisvestingsaanbod beperken tot de plaatselijk werkzame arbeidsmigranten. Voor West Betuwe, waar veel arbeidsmigranten werken maar weinig arbeidsmigranten wonen (zie hoofdstuk 2), ligt er daarom een flinke beleidsopgave. Gemeentelijk beleid wordt ook steeds urgenter omdat de provincie Gelderland en het Rijk kaders ontwikkelen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Gemeenten worden gestimuleerd dit verder uit te werken. Zo wil de provincie gemeenten faciliteren en stimuleren om tot goede huisvestingsplannen te komen. De provincie kijkt samen met de gemeenten naar de mogelijkheden voor grootschalige huisvesting aan de rand van de bebouwing.1 Het Rijk zet in op een integrale aanpak om misstanden in de huisvesting en arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten tegen te gaan.

De focus ligt hierbij op 6 thema’s: voorlichting, registratie, huisvesting, vermindering van de afhankelijkheid van werkgevers en uitzendbureaus, de aanpak van malafide uitzendbureaus en het melden van misstanden.2 Voor het beleidsplan is met name het streven naar goede huisvesting belangrijk. Vanuit het Rijk worden provincies aangesproken op hun coördinerende rol en het kabinet gaat in overleg met gemeenten, werkgevers en huisvesters over goede huisvesting van arbeidsmigranten.

1 2

Provincie Gelderland: Statenbrief huisvesting arbeidsmigranten, 16 juni 2020. Minister Koolmees c.s.: Brief aan de voorzitter der Staten-Generaal, Arbeidsmigratie en sociale zekerheid, 20 december 2019

4 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Het naar aanleiding van het Corona virus door minister Koolmees ingestelde Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer heeft inmiddels haar eerste adviezen uitgebracht. Zie hiervoor hoofdstuk 2. 1.4 Werkwijze en opzet van het beleidsplan

Al met al ligt er een stevige beleidsopgave voor de gemeente West Betuwe. In het op 8 september 2020 aan de gemeenteraad gepresenteerde plan van aanpak wordt beschreven hoe tot een doordacht beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten kan worden gekomen. Het plan van aanpak berust op drie pijlers: 1. We ontwikkelen het beleid in een aantal stappen: allereerst een inventarisatie van de huidige situatie in West Betuwe, vervolgens een dialoogfase (zie bij punt 3) die leidt tot het vastleggen van de hoofdlijnen van het beleid en tot slot een uitwerking in concrete maatregelen. De ontwikkelingen en effecten van de maatregelen bij de uitvoering van het beleid zullen goed moeten worden gemonitord en zo nodig moet het beleid hierop worden aangepast.

Beleidsontwikkeling in drie stappen: Stap 1: verkrijgen van inzicht en overzicht  Schatting van het huidig en toekomstig aantal arbeidsmigranten  Beeld van hun huidige huisvestingssituatie  Overzicht van initiatieven voor nieuwe huisvesting Stap 2: dialoog met stakeholders en hoofdlijnen voor het beleid  Verkenning van de belangen van de verschillende partijen  Voor het gemeentelijk beleid relevante speerpunten  Toetsingskader voor huisvestingsinitiatieven en bestaande situaties  Voorstellen voor samenwerking met stakeholders (vitale coalities) Stap 3: uitwerking in concrete maatregelen  (Juridisch) instrumentarium  Organisatie en capaciteit  Overleggremia  Financiële middelen  Voorstellen voor monitoring 2. We ontwikkelen integraal beleid. Huisvesting staat centraal, maar andere thema’s zijn flankerend voor het huisvestingsbeleid: het stimuleren van de inschrijving van arbeidsmigranten in de BRP, het stimuleren dat (zeker de hier langer verblijvende) arbeidsmigranten gaan deelnemen aan onze samenleving en de taal leren, mede ten behoeve daarvan goede informatie aan en communicatie met arbeidsmigranten en als sluitstuk van het beleid controle en handhaving waar dat nodig is.

Dat betekent dat vanuit de gemeentelijke organisatie disciplines als wonen, ruimtelijke ordening, economie, burgerzaken, communicatie en handhaving nauw zijn betrokken bij het opstellen van het beleidsplan. 3. We ontwikkelen interactief beleid. Dat betekent dat het beleidsplan in samenspraak met werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en maatschappelijke organisaties tot stand is gekomen. In november 2020 en februari 2021 zijn daarvoor digitale bijeenkomsten georganiseerd. Ook bij de uitvoering van het beleid worden deze partijen periodiek betrokken.

5 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

De werkwijze heeft geleid tot de volgende inhoud van het beleidsplan:  In hoofdstuk 2 wordt een beeld gegeven van de huidige situatie in West Betuwe: wie zijn de arbeidsmigranten die in West Betuwe werken en wonen, hoe kijken werkgevers en uitzendbureaus aan tegen arbeidsmigranten, welke huisvestingsinitiatieven liggen er en wat is het huidige beleid van de gemeente en andere overheden?  In hoofdstuk 3 beschrijven we de kaders voor de huisvesting van arbeidsmigranten: hoeveel arbeidsmigranten willen we huisvesten en welke huisvestingsvormen komen in aanmerking, hoe worden die gespreid over de gemeente en welke eisen stellen we aan de huisvesting?  In hoofdstuk 4 komt het sociaal perspectief voor arbeidsmigranten aan de orde: wat kan vanuit het gemeentelijk beleid worden gedaan om de hier langer verblijvende arbeidsmigranten kansen te bieden deel te nemen aan onze samenleving? Hierbij kan worden gedacht aan taal en onderwijs, sociale contacten en deelname aan het verenigingsleven, (preventieve) gezondheidszorg en informatie en communicatie.

 In hoofdstuk 5 gaat het om zaken die het voor de gemeente mogelijk maken zicht te houden op de woon-, werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten: hoe zorgen we ervoor dat arbeidsmigranten worden ingeschreven in de BRP en hoe gaan we effectieve controle en handhaving inrichten als het gaat om de huisvesting van arbeidsmigranten en daarmee samenhangende zaken?  In hoofdstuk 6 staat de samenwerking met andere partijen centraal: hoe betrekken we niet alleen bij de voorbereiding van het beleid maar ook bij de uitvoering belangrijke partners als werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en maatschappelijke organisaties? Maar ook onze inwoners, waaronder arbeidsmigranten zelf.  Tot slot gaan we in hoofdstuk 7 in op de uitvoering van het beleid: wat zijn de belangrijkste maatregelen, wie gaat ze uitvoeren en wanneer, wat zijn de kosten daarvan? Ook zullen we in de vorm van een ‘monitoring’ de voortgang goed moeten bewaken en de effecten van de maatregelen in beeld brengen.

6 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Hoofdstuk 2: Huidige situatie

Uit ervaring en weten we dat in West Betuwe veel arbeidsmigranten werken, bijvoorbeeld in de fruitteelt, bij de veiling en distributiecentra. Veel van hen pendelen vanuit andere gemeenten, sommigen wonen hier. Maar hoeveel dat er precies zijn, weten we niet. Dat komt omdat ze vaak niet staan ingeschreven in de BRP. Waar en hoe arbeidsmigranten wonen is daarom ook niet volledig bekend, al hebben we hiervan wel een globale indruk. Op basis van deze kennis schetsen we een beeld van de huidige situatie. Daarbij gebruiken we ook informatie die bij werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters is verzameld. Verder geeft dit hoofdstuk een overzicht van huisvestingsinitiatieven die momenteel spelen en staan we stil bij het huidige beleid van de gemeente. Voorafgaand hieraan beginnen we met enkele algemene trends. 2.1 Cijfers en aantallen

2.1.1 Algemene trends

Juist omdat we op lokaal niveau niet alles weten, is het van belang enkele algemene trends aan te geven. Deels zullen deze ook op West Betuwe van toepassing zijn. Het gaat om cijfers van voor de coronacrisis van 2020/2021 en daardoor zal het huidige beeld mogelijk anders zijn. Volgens het CBS werden in 2017 in Nederland ruim 838 duizend banen vervuld door mensen met een buitenlandse nationaliteit3. Dat kunnen dus ook anderen dan arbeidsmigranten zijn, maar schattingen komen uit op minstens 500.000 arbeidsmigranten. Bijna de helft wordt vervuld door personen uit een EU-land. Werknemers van Poolse herkomst vormen hiervan de grootste groep. Zij bezetten bijna 180 duizend banen en behoren tot de laagst betaalden. De laatste jaren neemt het aandeel Poolse arbeidsmigranten af, vooral omdat de arbeidsmarkt en lonen in dit land sterk zijn verbeterd. Het aandeel arbeidsmigranten uit andere OostEuropese landen neemt toe. Een groot deel van de buitenlandse werknemers heeft een baan in de zakelijke dienstverlening, waarbij het vooral om uitzendbureaus gaat. Vooral werknemers afkomstig uit Midden- en Oost-Europese landen behoren hiertoe 3

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/14/bijna-180-duizend-banen-vervuld-door-polen

7 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

en zijn in de praktijk in andere sectoren werkzaam. In West Betuwe gaat het vooral om distributiecentra en de fruitteelt. Daarnaast zijn relatief veel werknemers uit Polen, Roemenië en Bulgarije werkzaam in de landbouw (onder andere ook de fruitteelt). Veel arbeidsmigranten verblijven minder dan een jaar in Nederland, maar er is ook een grote groep die volgens een onderzoek van SEO langer of zelfs permanent in Nederland verblijft4. Landelijk gezien gaat het om zo’n 40% die hier 4 jaar of langer verblijft. Het onderzoek van SEO maakt duidelijk dat naar schatting zo’n 37% van de arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa (de zogeheten ‘MOE-landers’) zich laten inschrijven in de BRP (Basisregistratie Personen). Een onderzoek van de provincie Gelderland (zie par. 2.2) geeft aan dat in de provincie zo’n 45 tot 55% van de arbeidsmigranten zich laat inschrijven. De betekenis van arbeidsmigranten voor onze economie is groot. In 2016 droegen zij volgens het rapport van SEO voor € 11 miljard bij aan ons BNP (Bruto Nationaal Product). Na aftrek van de loonkosten bleef hier ruim € 5 miljard van over. Daar staan enkele maatschappelijke kosten tegenover, zoals gezondheidszorg, sociale zekerheid, huisvesting en sociale integratie. Sindsdien is dit bedrag nog aanzienlijk toegenomen; schattingen komen uit op zo’n € 15 miljard in 2019.

Voor West Betuwe zou dat bij de naar schatting 4.500 werkzame arbeidsmigranten (zie par. 2.2) om een jaarlijkse bijdrage aan de lokale economie van € 135 miljoen gaan. De economische crisis als gevolg van de coronapandemie zal op dit moment vermoedelijk leiden tot een lager bedrag. 2.1.2 In de gemeente werkzame arbeidsmigranten

Volgens onderzoek van de provincie Gelderland werkten in 2017 in West Betuwe (althans de toenmalige gemeenten waaruit West Betuwe nu bestaat) 1.840 arbeidsmigranten. 5 Twee derde werkt via een uitzendbureau, daarnaast zijn kleine aantallen arbeidsmigranten in dienst bij werkgevers in de groothandel, transport en logistiek en agrarische bedrijven. Op basis van een eigen inschatting van de gemeente ging het in 2019 om een veel hoger aantal: zo’n 4.500 arbeidsmigranten. Het verschil kan mogelijk deels worden verklaard door de extra seizoenarbeiders in met name het plukseizoen van het fruit. Het is een voortdurend wisselende groep: seizoenarbeiders kunnen voor een langere periode werkzaam zijn door de opeenvolgende plukperioden van de verschillende fruitsoorten en voor permanente werkzaamheden kunnen de arbeidsmigranten toch vaak van baan wisselen, zeker als zij via uitzendbureaus werken. Grote werkgevers in de gemeente die het jaar rond arbeidsmigranten in dienst hebben zijn Otto Workforce met 1.020 arbeidsmigranten (bij de distributiecentra van Albert Heijn en Blokker in Geldermalsen) en VDU met 400-500 arbeidsmigranten (bij de Veiling in Geldermalsen), samen dus 1.500 arbeidsmigranten. Als we er van uit gaan dat bij andere niet-agrarische bedrijven ook nog enkele honderden arbeidsmigranten werken, komen we al gauw uit op zo’n 2.000 arbeidsmigranten buiten de agrarische sector.

In de agrarische sector zouden dan zo’n 2.500 arbeidsmigranten werken. Traditioneel wordt hier een onderscheid gemaakt tussen arbeidsmigranten die slechts enkele maanden tijdens het pluk- en oogstseizoen werken en arbeidsmigranten die het jaar rond op een bedrijf werken. Hoewel we geen concrete gegevens hebben gaan we uit van zo’n 500 arbeidsmigranten die het jaar rond in de agrarische sector werken en 2.000 extra in het pluk- en oogstseizoen. Samenvattend is de schatting dat er ongeveer 2.500 mensen het jaar rond in onze

4 5

SEO: ‘De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland’, 2018 Decisio: ‘Memo cijfers arbeidsmigranten provincie Gelderland’, december 2019

8 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

gemeente werken. In het pluk- en oogstseizoen is de schatting dat er ongeveer 2.000 extra mensen werkzaam zijn. 2.1.3 Woon- en leefsituatie van de arbeidsmigranten

In West Betuwe staan 736 mensen met een Midden- of Oost- Europese nationaliteit ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Het merendeel heeft een Poolse nationaliteit, gevolgd door Roemenen en Hongaren. Daarnaast zijn er 59 mensen met een Portugese of Spaanse nationaliteit. In totaal gaat het dus om 805 mensen. Een groot deel van hen woont in Geldermalsen (204), Haaften (98) en Meteren (86). Uiteraard hoeft het niet uitsluitend om arbeidsmigranten te gaan, maar aangenomen mag worden dat het merendeel wel arbeidsmigrant is. De ervaring elders leert dat hooguit 50% van het totaal aantal arbeidsmigranten ingeschreven staat in de BRP. Daarmee lijkt – er rekening mee houdend dat er ook niet-arbeidsmigranten en kinderen staan ingeschreven – de schatting gerechtvaardigd dat in West Betuwe minimaal z’n 1.400 arbeidsmigranten wonen. Er werken dus veel meer arbeidsmigranten in West Betuwe (2.500 mensen het jaar rond) dan dat er wonen. Bekend is dat veel van de arbeidsmigranten die werkzaam zijn in West Betuwe, wonen in de gemeenten Tiel en Neder-Betuwe. Zowel op basis van verleende vergunningen als meldingen en signalen van burgers weten we dat arbeidsmigranten vooral zijn ondergebracht bij agrarische bedrijven en in woonpanden die kamergewijs worden verhuurd.

Bij dat laatste gaat het vermoedelijk meer om particulieren die verhuren dan bedrijven die deze panden aankopen om arbeidsmigranten te huisvesten. Hoe de leefsituatie van arbeidsmigranten is en wat hun motieven zijn om hier te werken vraagt om nader onderzoek. Vaak zijn er heel verschillende motieven. Zo zijn er de seizoenarbeiders die hier enkele maanden per jaar werken en mogelijk ook andere arbeidsmigranten (vaak alleenstaande mannen) die gedurende korte tijd in Nederland verblijven om voldoende geld verdienen. Maar er zijn ook arbeidsmigranten die hier langere tijd verblijven of zelfs permanent willen blijven wonen. Vaak nemen zij dan hun partner en kinderen mee. Vooral voor deze laatste groep is het van belang te weten hoe zij het leven hier ervaren. Vanuit verschillende onderzoeken kan een beeld worden geschetst, dat niet altijd positief is. Een onderzoek van de provincie Gelderland laat zien dat arbeidsmigranten weinig deel uitmaken van onze samenleving en zich vaak buitengesloten voelen. Ze ervaren ook problemen bij het vinden van huisvesting, waarbij sprake is van discriminatie. Als ze huisvesting hebben, is deze vaak van slechte kwaliteit.6 2.2 Huidig beleid

2.2.1 Huidig beleid West Betuwe

Het huidige beleid van de gemeente richt zich op het reguleren van de kamergewijze verhuur, waarvoor regels in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) zijn opgenomen, en de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven. Voor seizoenarbeiders is huisvesting bij agrarische bedrijven algemeen toegestaan voor een periode van enkele maanden. De voormalige gemeenten die nu de gemeente West Betuwe vormen, kenden hiervoor verschillende regelingen. Een van de voor te stellen maatregelen in het beleidsplan is het harmoniseren van deze regelingen.

6

Provincie Gelderland: ‘Huisvestingsstatus van arbeidsmigranten in de provincie Gelderland’, mei 2020

9 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Regelingen huisvesting seizoenarbeiders  Bij nagenoeg alle agrarische bedrijven in het buitengebied kan via het bestemmingsplan een vergunning worden verkregen voor een vorm van huisvesting van buitenlandse medewerkers op het agrarische bedrijf. In de oude gemeente Geldermalsen kan dat alleen op bedrijven binnen de hoofdbestemming “Landelijk gebied II”.  In alle plannen is op één of andere manier een begrenzing gelegd aan de omvang van de voorzieningen: - In de oude gemeente Lingewaal gaat het altijd om een afwijkingsprocedure waarbij sprake moet zijn van seizoenarbeiders die voor het betreffende bedrijf werkzaam zijn. De omvang van de voorzieningen moet in evenwicht zijn met de behoefte bij dat bedrijf. Dit wordt getoetst op het moment van aanvraag. Op voorhand is in de regels geen sprake van een maximaal aantal personen en/of maximale oppervlakte. - In de oude gemeente Neerijnen mogen niet meer dan 12 seizoenarbeiders worden gehuisvest in een maximale oppervlakte van 200m². Onder voorwaarden kan een afwijking worden verleend tot maximaal 32 seizoenarbeiders. - In de oude gemeente Geldermalsen is het mogelijk om voorzieningen tot maximaal 200 m² te realiseren in bedrijfsgebouwen. Hiervan kan niet worden afgeweken. In het ontwerpplan van het nieuwe bestemmingsplan is wel sprake van een verruiming indien de behoefte kan worden aangetoond.

- In alle bestemmingsplannen wordt voorrang gegeven aan het realiseren van voorzieningen in gebouwen. Het gebruiken van woonunits/stacaravans komt pas in beeld als aangetoond kan worden dat de voorzieningen niet in gebouwen kunnen worden gerealiseerd. Vanwege de Corona uitbraak heeft de gemeente tijdelijke maatregelen genomen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De agrarische bedrijven die tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten bieden zijn verantwoordelijk voor gezonde en veilige huisvestingsomstandigheden. Hoewel deze huisvesting binnen het bestaande bouwblok dient plaats te vinden, mag dit in overleg met ODR en de gemeente ook hierbuiten. Bij constatering van het corona virus moet voor een gelijkwaardig alternatief worden gezorgd als de arbeidsmigrant vanwege ziekte niet in zijn woonruimte kan blijven. 2.2.2 Beleid van de regio en de provincie West Betuwe werkt ook als het om de huisvesting van arbeidsmigranten gaat samen met de andere gemeenten in de Regio Rivierenland. Over dit onderwerp is periodiek bestuurlijk en ambtelijk overleg. Het beleid richt zich vooral op het onderling afstemmen van het lokale beleid, het delen van kennis en ervaring en het gezamenlijk uitvoeren van projecten op het terrein van de huisvesting van arbeidsmigranten.

Het provinciale beleid richt zich op het ondersteunen en stimuleren van huisvestingsprojecten in de gemeenten en het verbinden van de gemeenten op dit terrein. Hiervoor is door de provincie een procesregisseur huisvesting arbeidsmigranten aangesteld. De provincie stimuleert met name de ontwikkeling van grotere huisvestingsvormen in of aan de rand van de bebouwing. Daar waar

10 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

huisvestingslocaties afwijken van de bestemmingsplannen is afstemming met de provincie aan de orde. 2.2.3 Rijksbeleid

Het Rijk zet sinds 2019 in op integrale beleidsontwikkeling om mistanden in de werk- en woonomstandigheden bij arbeidsmigranten tegen te gaan.7 Naar aanleiding van misstanden die tijdens de coronacrisis aan het licht zijn gekomen is het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer ingesteld. Het aanjaagteam heeft inmiddels aanbevelingen gedaan.8 Zo is een aanscherping van de eisen voor goede huisvesting voorgesteld. Daarnaast wordt een verhuurdersvergunning voorgesteld voor onder andere werkgevers en uitzendbureaus die woningen opkopen om arbeidsmigranten te huisvesten. Ook een vergunningsplicht voor uitzendbureaus kan bijdragen aan betere werk-, woon- en leefomstandigheden voor arbeidsmigranten. Tot slot zijn maatregelen voorgesteld om de inschrijving van arbeidsmigranten in de BRP beter te regelen, evenals de toegang van arbeidsmigranten tot de gezondheidszorg. Om het realiseren van goede huisvesting voor arbeidsmigranten te stimuleren komt er een nieuwe (2e) tranche van € 50 miljoen voor de gemeenten beschikbaar.9 Daarnaast is er voor de woningcorporaties de tijdelijke stimuleringsregeling flexwonen, waarbij de investeringen in mindering gebracht mogen worden op de af te dragen verhuurdersheffing.

7

Brief minister Koolmees c.s. aan de Staten-Generaal over arbeidsmigratie en sociale zekerheid (29861 nr. 48 d.d. 20 december 2019). 8 Rapport ‘Geen tweederangsburgers; aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’ 30 oktober 2020. 9 Informatie hierover wordt opgenomen op de website woningmarktbeleid.nl van het ministerie van BZK en in een nog op te stellen nieuwsbrief.

11 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Hoofdstuk 3: Huisvestingsbeleid

West Betuwe wil het tekort aan goede en legale huisvesting inlopen. Het gaat zowel om nieuwbouw als het legaliseren van bestaande huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten die hier een aantal jaren verblijven. Daarbij gaat het ook om de huisvesting van arbeiders in de agrarische sector, zowel het jaar rond als in het pluk- en oogstseizoen. Omdat er veel meer arbeidsmigranten werken in West Betuwe dan er wonen, is een inhaalslag voor de huisvesting nodig. De gemeente realiseert zelf geen huisvesting, maar staat deze – als aan de nodige voorwaarden is voldaan – wel toe. Niet alleen de nieuwbouw zal aan goede kwaliteitseisen moeten voldoen, maar ook de te legaliseren nu al aanwezige huisvesting. Bij dat laatste zal er ook een goede overgangsregeling moeten komen. Dit hoofdstuk beschrijft dan ook vooral het toetsingskader om initiatieven voor nieuwe huisvesting te kunnen beoordelen en voor de te legaliseren bestaande situaties. 3.1 Huisvestingsopgave in West Betuwe

Voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘short stay’ en ‘mid stay’. Bij short stay gaat het om een verblijf van vooral seizoenwerkers van maximaal 4 maanden10. Het zijn vooral arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij agrarische bedrijven in het pluken oogstseizoen en daarom vaak bij deze bedrijven zijn gehuisvest. Bij mid stay gaat het om verblijf voor maximaal een paar jaar. Voor arbeidsmigranten die hier een groot aantal jaren of permanent verblijven, is het huren van een (sociale) huurwoning of het kopen van een woning de meest aangewezen weg. Zeker bij permanent verblijf kan dan niet meer van arbeidsmigranten worden gesproken, maar van EU-burgers die emigreren naar Nederland. Uiteraard leidt dit tot een toename van de druk op de woningmarkt in vooral de sociale huur en goedkope koopsector. De ervaring leert dat het al gauw om 20 tot 25% van de arbeidsmigranten gaat. Veel arbeidsmigranten gaan er in eerste instantie van uit dat ze hier hooguit een paar jaar werken, maar in de praktijk blijkt dit vaak langer het geval te zijn. Doorstroming vanuit tijdelijke naar permanente huisvesting is door het woningtekort dan vaak niet eenvoudig. In dit beleidsplan ligt de nadruk op de mid stay huisvesting. Daarnaast wordt ingegaan op de short stay huisvesting. In beide gevallen gaat het om de huisvesting van arbeidsmigranten die hier tijdelijk wonen.

Dat kan in accommodaties die voor een tijdelijke periode worden gerealiseerd, maar ook in permanente gebouwen. Arbeidsmigranten die zich hier permanent willen vestigen, zijn afhankelijk van de reguliere huur- en koopmarkt. Deze vraag zit in de reguliere woningbehoefte en wordt verder niet behandeld in dit plan, maar legt wel een extra druk op de woningmarkt. 3.2 Beleidskeuzes

De gemeente heeft als taak om te bezien of al aanwezige huisvesting kan worden gelegaliseerd en om initiatieven voor nieuwbouw op hun wenselijkheid te beoordelen. Daarvoor is een toetsingskader nodig dat is gebaseerd op 2 hoofdvragen:

10

In het beleidsplan stellen we deze periode op maximaal 4 maanden. De vigerende regeling van de Regio Rivierenland staat voor een periode van maximale 3 maanden het verblijf van seizoenwerkers bij agrarische bedrijven toe. Arbeidsmigranten behoeven gedurende de eerste 4 maanden van hun verblijf in Nederland niet in de BRP te worden ingeschreven (wel in de RNI: Registratie Niet-Ingezetenen).

12 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

1. Past de feitelijke situatie of het initiatief bij de gewenste huisvestingsoplossingen? 2. Voldoet de feitelijke situatie of het initiatief aan de gestelde randvoorwaarden en kwaliteitseisen? Ad 1: Gewenste huisvestingsoplossingen Voor de mid stay huisvesting zijn verschillende opties denkbaar: bij agrarische bedrijven, geconcentreerd op andere locaties in het buitengebied, aan de randen van (schone, gemengde) bedrijventerreinen, geconcentreerd in of aan de rand van woonwijken, door kamergewijze verhuur in reguliere woonpanden en door de verbouw van vrijkomende panden (bijvoorbeeld scholen of maatschappelijk vastgoed. De gemeente wil inzetten op de volgende strategie: 1.

2.

3.

4.

Het ook voor een periode langer dan 3 maanden mogelijk maken van de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven. Dit komt grotendeels neer op het legaliseren van bestaande situaties, mits deze aan nader te stellen randvoorwaarden en kwaliteitseisen voldoen. Het kan ook om de toevoeging van nieuwe huisvesting gaan. Het is een praktische oplossing, waarbij arbeidsmigranten dicht bij het werk wonen. Nadelen als minder kansen om deel te nemen aan de samenleving, zullen zo goed mogelijk moeten worden ondervangen. Uiteraard draagt doorstroming naar reguliere huisvesting hieraan bij. Plus het uitbreiden van mogelijkheden op wat er nu mogelijk is. Huisvesting in grootschaligere complexen voor arbeidsmigranten werkzaam bij met name de veiling en distributiecentra in Geldermalsen. Er zijn inmiddels 2 initiatieven bekend voor respectievelijk de huisvesting van arbeidsmigranten bij de veiling (300 plaatsen) en bij de distributiecentra van Albert Heijn en Blokker (256 plaatsen). In totaal gaat het dus om 556 plaatsen. Over de medewerking aan deze 2 initiatieven zal de gemeente apart besluiten nemen. Besluitvorming over andere grootschalige initiateven kan pas plaatsvinden na evaluatie van deze twee initiatieven, mochten ze gerealiseerd worden.

Andere, kleinschalige huisvestingsinitiatieven met 25 of minder plaatsen die niet gerealiseerd worden bij agrarische bedrijven, sluiten we niet op voorhand uit. Zoals de transformatie van niet-woonpanden als zich hiervoor mogelijkheden aandienen. Dergelijke initiatieven kunnen worden gerealiseerd als ze ruimtelijk goed kunnen worden ingepast en er voldoende draagvlak bij omwonenden is. In combinatie met het voorgaande het zoveel mogelijk tegengaan van de kamergewijze verhuur van woningen. Deze huisvesting voldoet vaak niet aan te stellen kwaliteitseisen en leidt soms tot overlast voor omwonenden. Bovendien gaat het vaak om woningen die door bedrijven worden opgekocht en daardoor onttrokken aan de reguliere woningvoorraad. Het betreft vaak goedkope koopwoningen die anders door starters en anderen met een kleine beurs zouden kunnen worden gekocht. Het tegengaan van kamergewijze verhuur vraagt om nadere regelgeving en is een geleidelijk proces. Niet alleen vanwege het overgangsrecht voor bestaande situaties, maar ook omdat daarvoor eerst de met name onder punt 1 en 2 genoemde huisvesting in voldoende mate aanwezig moet zijn. We willen niet dat arbeidsmigranten hun huidige huisvesting moeten verlaten zonder dat er een goed alternatief is.

13 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Voor de genoemde plannen voor grootschalige huisvesting geldt dat de gemeente hierover een apart besluit zal moeten nemen. Na vaststelling van dit beleidsplan kunnen initiatiefnemers een verzoek indienen dat moet passen binnen de uitgangspunten van dit beleidsplan. Over die verzoeken zullen het college en raad oordelen of ze daaraan mee wil werken. In de loop van de ruimtelijke procedure om realisatie mogelijk te maken, kunnen omwonenden en belanghebbenden op reguliere wijze inspreken Door de vestiging van nieuwe bedrijven maar ook door vergrijzing en daarmee uitstroom uit de arbeidsmarkt is de verwachting dat in de toekomst de vraag naar arbeidsmigranten nog toeneemt. Als het gaat om de vestiging van nieuwe bedrijven of de uitbreiding van bestaande bedrijven waar veel arbeidsmigranten werken, zal de gemeente de afweging moeten maken of dit wenselijk is en zo ja van meet af aan de eis stellen dat de werkgever zelf voor hen met een goed huisvestingsinitiatief komt. Ad 2: Randvoorwaarden en kwaliteitseisen Nieuw te realiseren huisvesting voor arbeidsmigranten is alleen mogelijk op basis van een door de gemeente verstrekte tijdelijke of permanente omgevingsvergunning (zie par. 3.6). Panden die nu al worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten kunnen, voor zover dat nu nog niet het geval is, worden gelegaliseerd door de gemeente.

Voor beide geldt dat voor de vergunningverlening randvoorwaarden en kwaliteitscriteria gelden, die in de volgende paragrafen worden benoemd. 3.3 Randvoorwaarden en kwaliteitseisen mid stay huisvesting

De hier genoemde randvoorwaarden en criteria gelden voor alle typen huisvesting die gericht zijn op mid stay huisvesting. Wonen  De eisen van het Bouwbesluit.  Minimaal 15m2 gebruiksoppervlak (GBO) per persoon. 11  Een eigen slaapvertrek van minimaal 5,5m2 GBO per arbeidsmigrant, voor stellen een slaapvertrek samen     

van minimaal 10m2 GBO. 12 Ouder(s) met kinderen worden gehuisvest in volledig zelfstandige woonruimte of een apart woongedeelte. De huisvesting moet beschikken over sanitair (minimaal 1 douche en wc per 8 bewoners), kookgelegenheid en een algemene verblijfsruimte voor de bewoners. Er moeten voldoende voorzieningen aanwezig zijn, afhankelijk van schaalgrootte. In ieder geval gelegenheid voor ontspanning en sport en spel, bij grotere aantallen arbeidsmigranten een afzonderlijke sportruimte. De accommodatie voldoet aan de overige eisen van het keurmerk van AKF (Agrarisch Keurmerk Flexwonen) of SNF (Stichting Normering Flexwoning). Het bedrijf dient te zijn aangesloten bij en gecertificeerd door AKF resp. SNF.

11

Deze eis is hoger dan het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (12m2), maar vloeit voor uit de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming Arbeidsmigranten 12 Deze eis is hoger dan het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (3,5m2 per arbeidsmigrant), maar vloeit voor uit de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming Arbeidsmigranten

14 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Buitenruimte (met uitzondering van kamergewijze verhuur) 

   

 

Er moet voldoende buitenruimte voor de arbeidsmigranten beschikbaar zijn. Deze buitenruimte mag niet ook voor andere functies (zoals parkeren, opslag t.b.v. het bedrijf etc.) gebruikt worden. De minimumomvang van de buitenruimte bedraagt 4 m2 per persoon. Er moet voldoende ruimte voor de opslag van fietsen, tuinmeubilair en dergelijke zijn. De buitenruimte moet goed en prettig leefbaar zijn ingericht. Er moet voldoende capaciteit voor het verzamelen van afval zijn, waarbij wordt voldaan aan de in de gemeente geldende eisen voor het scheiden en aanbieden van afval. Alle benodigde parkeervoorzieningen moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd, waarbij als norm wordt aangehouden 0,8 parkeerplaats per bewoner. Voor huisvesting van meer dan 30 personen kan worden volstaan met minimaal 0,5 parkeerplaats per bewoner. De huisvestingsvoorziening dient vrij toegankelijk te zijn vanaf de openbare weg (bijvoorbeeld zonder hek voorzien van sloten en/of codes). Dit is onder meer van belang voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. Afhankelijk van de omvang van de huisvesting en de locatie kan gevraagd worden om een vervoersplan.

Inpassing in de omgeving

 

De huisvestingsvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Er mag geen overmatige druk op de woonomgeving in een kern ontstaan. Daarom kijkt de gemeente bij elke verzoek in hoeverre er in de omgeving al andere initiatieven voor huisvesting van arbeidsmigranten zijn gerealiseerd. Het aantal plaatsen moet in verhouding zijn met de omvang van een kern of wijk.

Overige punten 

 

Op een duidelijk zichtbare plaats moet een Informatiekaart opgesteld in de taal van de bewoners worden opgehangen over het handelen bij nood met tenminste telefoonnummers van de eigen hulpverlener/beheerder en hulpdiensten (112) alsmede verkorte huis- en leefregels, een ontruimingsplan en de geldende noodprocedure. Gebruik kan worden gemaakt van een door de gemeente op te stellen informatiekaart. Met de gemeente worden sluitende afspraken gemaakt over goed beheer. Bij locaties met een capaciteit van minimaal 120 personen is sprake van 24/7 toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van een beheerdersechtpaar. De werkgever mag zijn werknemers niet verplichten gebruik maken van de huisvesting die de werkgever (op zijn terrein) beschikbaar heeft; Bij beëindiging van de arbeidsrelatie mag de werknemer maximaal 4 weken op zijn (tijdelijke) woonadres verblijven zodat de werknemer voldoende gelegenheid heeft om een vervangende woonruimte te vinden13. Deze eis geldt niet als sprake is van een tijdelijk huurcontract met een vooraf afgesproken periode of ontslag op staande voet vanwege meerdere keren overlast of van crimineel gedrag.

In de informatievoorziening die de gemeente voor arbeidsmigranten zal verstrekken (en die ook op de huisvestingslocatie voor de arbeidsmigrant zichtbaar zal moeten zijn, zie hoofdstuk 5) zullen de kwaliteitseisen en rechten van de arbeidsmigrant worden opgenomen.

13

Deze eis is opgenomen omdat arbeidsmigranten geen enkele huurbescherming hebben als sprake is van logies of van een flexibel huurcontract in de zin van een huurovereenkomst voor korte duur (dus zonder vooraf afgesproken vaste periode). Zij kunnen daardoor direct op straat worden gezet.

15 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Als het gaat om de mid stay huisvesting bij agrarische bedrijven gelden de volgende aanvullende eisen: Aanvullende eisen mid stay huisvesting agrarische bedrijven  De huisvesting is bestemd voor bij het bedrijf werkzame personen. In overleg met de gemeente kunnen 

afspraken gemaakt worden over het huisvesten van arbeidsmigranten die bij een ander agrarisch bedrijf werkzaam zijn. Het maximaal aantal te huisvesten arbeidsmigranten bedraagt per bedrijf 40 personen (dit kan op verschillende locaties, behorende bij het bedrijf plaatsvinden) en is afhankelijk van de aard van de activiteiten en de omvang van het bedrijf. Hiervoor gelden de volgende indicaties: 14 glastuinbouw (algemeen) 9 per ha fruit- en groenteteelt 6,5 per ha aardbeien 15 per ha (in de piek 20) framboos/braam/bes 5 per ha (in de piek 25) paprika 5 per ha tomaat 7,6 per ha komkommer 5,3 per ha rozen 15,5 per ha troschrysanten 5 per ha pluischrysanten/santini 9,5 per ha gerbera 8 per ha alstroemeria 12,8 per ha overige bloemen 11 per ha champignons 7,2 per 1.000m2 Het aantal van maximaal 40 personen is voor mid stay en short stay plaatsen samen. Het bedrijf dient de concrete huisvestingsbehoefte te onderbouwen. De genoemde richtgetallen kunnen hierbij helpen. In uitzonderlijke gevallen kan het college besluiten een hoger aantal te huisvesten arbeidsmigranten toe te staan. Huisvesting is ook mogelijk bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering of bij afsplitsing van een tweede of derde agrarische bedrijfswoning, waarbij de gronden en gebouwen rondom de woning in gebruik blijven ten dienste van een agrarisch bedrijf (Wet Plattelandswoningen 2013).

In dat geval mogen er net zoveel arbeidsmigranten per woning worden gehuisvest als er slaapkamers zijn en moet voldaan worden aan de vereiste gebruiksoppervlakte per persoon. De huisvestingsvoorzieningen worden geplaatst binnen of aansluitend aan het (agrarisch) bouwvlak. Als aangetoond wordt dat onvoldoende ruimte aanwezig is binnen de aanwezige bedrijfsgebouwen, mag voor dit doel ook worden uitgebreid of nieuw gebouwd, Tijdelijke voorzieningen als chalets of stacaravans zijn niet toegestaan. De huisvesting is alleen mogelijk als voldaan is aan de geldende randvoorwaarden vanuit natuur, landschap, milieu en agrarische bedrijfsvoering. Zo mogen ook omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun agrarische bedrijfsvoering.

3.4 Randvoorwaarden en kwaliteitseisen short stay huisvesting

Ook voor de seizoenarbeiders in de agrarische (met name fruit-) sector geldt dat als zij voor bedrijven in West Betuwe werken de huisvesting hier gevonden moet worden. Daarbij is huisvesting in caravans of tenten niet acceptabel. Wel kan conform de huidige situatie worden gedacht aan 14

De normen zijn overgenomen uit de nota ‘Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2019’ van de gemeente Zaltbommel. Deze nomen zijn eerder toegepast in Maasdriel en tot stand gekomen in samenspraak met de brancheorganisaties ZLTO en LTO.

16 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

huisvesting binnen de agrarische bedrijfsbebouwing of eventueel tijdelijk te plaatsen chalets. Daarbij zal wel aan de mid stay huisvesting vergelijkbare randvoorwaarden en kwaliteitseisen voldaan moeten worden. De door het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten voorgestelde normstelling (zie par. 3.2) is echter vaak niet haalbaar vanwege de aanzienlijke investering in huisvesting die maar een paar maanden per jaar wordt gebruikt. Daarom wordt bij short stay uitgegaan van de normstelling van het AKF resp. de SNF. Deze verschillen weinig, maar het AKFkeurmerk geldt voor bij de agrarische werkgever in dienst zijnde arbeidsmigranten, terwijl die van SNF geldt voor de huisvesting van via een uitzendbureau ingehuurde werknemers. Om tot een uniform beleid voor de gehele gemeente te komen (zie de oude regelingen in par. 2.4 van de voormalige gemeente waaruit West Betuwe bestaat) wordt de volgende regeling voorgesteld. Regeling short stay huisvesting Doelgroep  De huisvesting is uitsluitend bestemd voor bij het bedrijf of naastgelegen bedrijf werkzame personen tijdens het pluk- of oogstseizoen met een maximumduur van 4 maanden. Hiervoor moet een omgevingsvergunning bij de gemeente worden aangevraagd, waarbij de huisvestingsbehoefte door de initiatiefnemer wordt onderbouwd. De gemeente kan hiervan gemotiveerd afwijken.

 Voor de huisvestingsbehoefte bij agrarische bedrijven wordt uitgegaan van de normen zoals genoemd in paragraaf 3.3. Het maximaal aantal te huisvesten arbeidsmigranten is 40 personen en is voor mid stay en short stay plaatsen samen. Locatie-eisen  De huisvestingsvoorzieningen worden geplaatst binnen of aansluitend aan het (agrarisch) bouwvlak.  De huisvesting is alleen mogelijk als voldaan is aan de geldende randvoorwaarden vanuit natuur, landschap, milieu en agrarische bedrijfsvoering. Zo mogen ook omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun agrarische bedrijfsvoering.  De huisvestingsvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Woonruimte  Minimaal 12m2 gebruiksoppervlak (GBO) per persoon in het geval van huisvesting in een reguliere woning en 10m2 in het geval van een andersoortige accommodatie.  Maximaal 2 personen per vertrek met een oppervlak van minimaal 3,5m2 per persoon.  Ouder(s) met kinderen worden gehuisvest in volledig zelfstandige woonruimte of een apart woongedeelte.

 De huisvesting moet beschikken over sanitair (minimaal 1 douche en wc per 8 bewoners), kookgelegenheid en een algemene verblijfsruimte voor de bewoners met (beperkte) recreatieve voorzieningen (TV, kleine sport- en spelvoorzieningen).  De accommodatie mag niet geschikt zijn voor permanente bewoning.  Er moet een vergunning (bij meer dan 10 personen) dan wel melding zijn voor brandveilig gebruik (bij 5 tot 10 personen). Buitenruimte  Er moet voldoende buitenruimte voor de arbeidsmigranten beschikbaar zijn. Deze buitenruimte mag niet ook voor andere functies (zoals parkeren, opslag t.b.v. het bedrijf etc.) gebruikt worden. De minimumomvang van de buitenruimte bedraagt 4 m2 per persoon.  Alle benodigde parkeervoorzieningen moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd, waarbij als norm wordt aangehouden 0,8 parkeerplaats per bewoner. Voor huisvesting van meer dan 30 personen kan worden volstaan met minimaal 0,5 parkeerplaats per bewoner.

17 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

De huisvestingsvoorziening dient vrij toegankelijk te zijn vanaf de openbare weg (bijvoorbeeld zonder hek voorzien van sloten en/of codes). Dit is onder meer van belang voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. Overige punten  Op een duidelijk zichtbare plaats moet een Informatiekaart opgesteld in de taal van de bewoners worden opgehangen over het handelen bij nood met tenminste telefoonnummers van de eigen hulpverlener/beheerder en hulpdiensten (112) alsmede verkorte huis- en leefregels, een ontruimingsplan en de geldende noodprocedure. Gebruik kan worden gemaakt van een door de gemeente op te stellen informatiekaart.  Met de gemeente worden sluitende afspraken gemaakt over goed beheer.  De werkgever mag zijn werknemers niet verplichten gebruik maken van de huisvesting die de werkgever (op zijn terrein) beschikbaar heeft.  Bij beëindiging van de arbeidsrelatie mag de werknemer maximaal 4 weken op zijn (tijdelijke) woonadres verblijven zodat de werknemer voldoende gelegenheid heeft om een vervangende woonruimte te vinden.

Voor short stay is het aanvaardbaar dat de arbeidsmigranten in tijdelijke units, chalets en stacaravans worden gehuisvest, mits deze tijdelijke voorzieningen na de periode van maximaal 4 maanden worden verwijderd. Per bedrijf bedraagt het maximumaantal tijdelijk geplaatste stacaravans en chalets 10 stuks. 3.5 Overgangsregeling

In het verleden is door de gemeente (of één van de voormalige gemeenten die nu West Betuwe vormen) soms al een vergunning afgegeven voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zowel voor short stay als mid stay. Aangezien – mede vanwege de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten – in dit beleidsplan hogere eisen aan de huisvesting van arbeidsmigranten worden gesteld dan ten tijde van de vergunningverlening het geval was, is voor deze situaties een overgangsregeling van kracht. Wanneer huisvesting in de afgelopen 10 jaar met vergunning is gerealiseerd, is aanpassing aan de nieuwe eisen en normen niet nodig. Op het moment dat er sprake is van uitbreiding of aanpassing, zal er voldaan moeten worden aan de eisen en criteria die in dit beleidsplan zijn opgenomen. Daarbij is er ruimte voor maatwerk, waarbij de gemeente samen met de huisvester streeft naar een oplossing die enerzijds voldoende huisvestingskwaliteit voor de arbeidsmigrant garandeert en anderzijds geen onredelijke investeringen van de huisvester vergt. 3.6 Regulering

Hoewel regulering altijd administratieve lasten voor zowel de gemeente als de huisvester inhoudt, is deze toch wenselijk. Juist omdat arbeidsmigranten een vaak onzichtbare en kwetsbare groep vormen, moeten er voldoende waarborgen zijn voor goede, veilige en gelegaliseerde huisvesting. Bovendien moet voorkomen worden dat de huisvesting leidt tot overlast voor omwonenden. Het gaat daarbij zowel om het verlenen van een (al dan niet tijdelijke) omgevingsvergunning als om het aan banden leggen van de kamergewijze verhuur. Daarnaast is de vergunning of melding brandveilig gebruik aan de orde. Omgevingsvisie De belangrijkste uitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten zullen worden opgenomen in de op te stellen omgevingsvisie voor de gemeente West Betuwe. Het gaat bijvoorbeeld om de noodzaak van passende huisvesting voor de buitenlandse werknemers in onze gemeente. Deze dient veilig, duurzaam, leefbaar en gezond te zijn; zowel voor de werknemer als voor de directe omgeving van de huisvestingslocatie. Dat betekent dat voor zowel ‘short stay’ en

18 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

‘mid stay’ huisvesting geboden zal worden bij agrarische bedrijven als in de vorm van enkele grootschalige complexen, bij voorkeur nabij de bedrijven waar de werknemers werken. Nader bezien zal worden of en hoe kamergewijze verhuur in bestaande woningen kan worden tegengegaan. Omgevingsvergunning voor huisvesting arbeidsmigranten Voor de huisvesting anders dan kamergewijze verhuur is een permanente of tijdelijke omgevingsvergunning noodzakelijk. Waar mogelijk wordt een permanente omgevingsvergunning verleend op basis van de kruimelregeling. Deze regeling is een relatief snelle route om van een bestemmingsplan af te kunnen wijken. Voor deze regeling geldt een voorbereidingsprocedure van 8 weken. Wordt na verlening van de vergunning door het college geen bezwaar gemaakt, dan is vervolgens sprake van een onherroepelijke vergunning. De regeling zal met name voor huisvesting bij agrarische bedrijven worden gehanteerd. Voor grootschalige complexen is een bestemmingsplanwijziging nodig. Een tijdelijke omgevingsvergunning kan voor maximaal 15 jaar worden verleend. Voor geconcentreerde huisvesting buiten de agrarische bedrijven (zoals bij het Veilingterrein) is dit veelal te kort, zodat sprake moet zijn van een permanente omgevingsvergunning.

Voor bestaande locaties die nu volgens het bestemmingsplan niet zijn toegestaan, zal moeten worden beoordeeld of zij wenselijk zijn en aan de kwaliteitseisen voldoen. Bij een positief oordeel kunnen ze worden gelegaliseerd. Reguleren logies en kamergewijze verhuur De gemeente kan met verschillende instrumenten de kamergewijze verhuur reguleren en eventueel aan banden leggen. Deze instrumenten gelden overigens voor alle vormen van kamergewijze verhuur en niet specifiek voor de verhuur aan arbeidsmigranten. Afgezien zal worden van bestemmingsplannen via een paraplubestemmingsplan om kamergewijze verhuur tegen te gaan, aangezien dit met het inwerkingtreden van de Omgevingswet begin 2022 niet langer mogelijk is. In een nieuw artikel 2.40 van de APV zijn voorwaarden opgenomen over het afgeven van een vergunning voor een kamerverhuurbedrijf anders dan een logiesgebouw of -verblijf. Het artikel kent echter weinig verplichtende maatregelen. Zo staan er geen sancties op het niet invullen van het nachtregister, is er geen beperking voor de omvang van de kamergewijze verhuur c.q. het aantal arbeidsmigranten per straat; wordt niet gewerkt met meldingen/vergunningen in het kader van de brandveiligheid en vinden geen aanschrijvingen plaats. Aanscherping van de APV is dan ook wenselijk. Sinds enkele jaren experimenteren enkele gemeenten met de verhuurdersvergunning.

Deze vergunning beoogt wanpraktijken van kamerverhuurders en bemiddelingsbureaus tegen te gaan. Een vergunning wordt afgegeven na eventueel een Bibop onderzoek en kan bij slecht gedrag worden ingetrokken. Zo behoedt de gemeente huurders (waaronder arbeidsmigranten) voor wanpraktijken. Minister Ollongren van het ministerie van BZK overweegt te komen tot een landelijke uniformering van de aanpak van malafide verhuurders voor zowel gemeenten, huurders als verhuurders. De huidige pilots bieden echter nog geen sluitend antwoord of een uniformerend kader kan worden gevormd voor een verhuurdervergunning die enerzijds een vaste vorm kent maar ook lokaal maatwerk mogelijk laat.15 De gemeente wacht dit daarom voorlopig af.

15

Brief minister Ollongren aan de Tweede Kamer ‘Excessen op de huurwoningmarkt’ 6 november 2020

19 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Voor commerciële logiesverstrekkende verhuurders, bijvoorbeeld bij een overnachtingscapaciteit voor meer dan 10 personen, kan de gemeente de eis stellen dat dit alleen mogelijk is op basis van een exploitatievergunning. Hierin staan de voorwaarden waaronder logies verstrekt mag worden. Melding of vergunning brandveilig gebruik Volgens artikel 15.1 van het Bouwbesluit is de eigenaar verplicht om in het kader van brandveiligheid (in het geval van West Betuwe bij de ODR) te melden dat hij/zij overnachting biedt aan vijf of meer personen. Bij bedrijfsmatige verhuur of verhuur aan meer dan 10 personen is volgens ditzelfde artikel een omgevingsvergunning brandveilig gebruik vereist. Dit gaat vanaf 2022 deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Handhaving Het afgeven van vergunningen houdt in dat waar nodig ook sprake moet zijn van controle en handhaving. Voordeel van vergunningverlening is dat de gemeente ook zicht krijgt op de beschikbare capaciteit voor de huisvesting van arbeidsmigranten en de kwaliteit en maatschappelijke gevolgen daarvan. De ervaring leert dat toezicht en handhaving in de praktijk niet eenvoudig is. Als dit systematisch wordt gedaan, vraagt het om een aanzienlijke en permanente inspanning. De gemeente zal (waar dit aan de orde is in samenwerking met politie en brandweer) meer aandacht gaan besteden aan de handhaving van gestelde regels (zie par. 4.3).

20 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

Hoofdstuk 4: Registratie, toezicht en handhaving

Veel arbeidsmigranten zijn onzichtbaar in onze samenleving, zeker als ze niet ingeschreven staan in de BRP. Voor arbeidsmigranten die hier langer dan 4 maanden verblijven, is inschrijving niet alleen een wettelijke verplichting maar ook een maatschappelijke noodzaak. Alleen op deze wijze zijn woonadressen bekend en kan worden gecontroleerd of sprake is van goede, veilige en legale huisvesting. Bovendien hebben arbeidsmigranten dan recht op sociale voorzieningen als dat nodig is. Controle en handhaving zijn belangrijk en vormen het sluitstuk van het beleid. Het gaat zowel om vergunninggebonden handhaving (huisvesting) als nietvergunninggebonden handhaving (zoals meldingen en klachten overlast en illegale bewoning). 4.1 Registratie van arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten die hier kort verblijven, zoals seizoen werkers, dienen zich in te schrijven in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) te Nijmegen. Hiermee krijgt de arbeidsmigrant een Burgerservicenummer, waarmee toegang wordt verkregen tot de Nederlandse arbeidsmarkt, het mogelijk is een woning te huren of kopen, een ziektekostenverzekering kan worden afgesloten, enz. De registratie in de RNI omvat geen adresgegevens van de arbeidsmigrant, waardoor bijvoorbeeld vanuit de gemeente geen zicht is op de arbeidsmigranten en hun woonomstandigheden. Een van de aanbevelingen van het Aanjaagteams bescherming Arbeidsmigranten (zie par. 2.5) is dan ook deze gegevens wel in de RNI op te nemen. Voor een verblijf langer dan 4 maanden is inschrijving in de BRP verplicht. Helaas doen veel arbeidsmigranten dat niet. De Rijksoverheid wil een betere koppeling tussen RNI en BRP, waardoor langer verblijvende arbeidsmigranten in de toekomst mogelijk automatisch worden ingeschreven in de BRP. De gemeente stimuleert dat arbeidsmigranten zich (laten) inschrijven in de BRP (Basisregistratie Personen) of RNI (Registratie Niet-ingezetenen). Dit kan eventueel meegenomen worden in afspraken die met de werkgevers gemaakt worden.

Inschrijving in de BRP kan worden gestimuleerd door een goede informatieverstrekking aan de arbeidsmigranten zelf bij hun huisvestingslocatie en op de gemeentelijke website (zie par. 5.2). Daarnaast door werkgevers en uitzendbureaus te activeren om samen met de arbeidsmigranten naar het gemeentehuis te gaan voor inschrijving. En in de derde plaats – als het om grote aantallen arbeidsmigranten gaat – door inschrijfsessies te organiseren in samenspraak met werkgevers, eventueel op locatie. De gemeente kan bij overtreding van de inschrijfplicht in de BRP op grond van de Wet BRP een bestuurlijke boete opleggen. Hoewel op dit moment nog weinig sprake is van arbeidsmigranten van buiten de EU, is dit in de toekomst denkbaar als te weinig arbeidsmigranten uit de EU hiernaar toekomen. Zij kunnen pas worden ingeschreven bij de gemeente als sprake is van een geldige verblijfsstatus. Werkgevers moeten hierover eerst afspraken maken met de IND. Overigens werken sommige arbeidsmigranten van buiten de EU toch met een omweg in Nederland, bijvoorbeeld Oekraïners die hier met een Poolse werkvergunning naar toe komen.

21 | HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN

4.2 Digitaal nachtregister

Ook nu al kan de gemeente zicht krijgen op de huisvestingssituatie van in de RNI ingeschreven arbeidsmigranten. Namelijk door logiesverstrekkende huisvesters, werkgevers en uitzendbureaus te verplichten een nachtregister bij te houden, vergelijkbaar met toeristische overnachtingen waarvoor hotels en dergelijke een nachtregister bijhouden. De gemeente is voornemens deel te nemen aan een regionaal op te zetten digitaal nachtregister, dat elke 24 uur via een link op de gemeentelijke website dient te worden bijgehouden. Dit nachtregister kan dan ook voor de toeristische overnachtingen worden gebruikt. Voor het verplicht stellen van het bijhouden van het nachtregister wordt de APV van de gemeente aangepast. De gemeente kan toeristenbelasting (verblijfsbelasting) heffen voor de overnachtingen van arbeidsmigranten, waarvan het bedrag gelijk is aan de reguliere toeristenbelasting. Deze mogelijkheid zal onderzocht worden zodra de administratie binnen het nachtregister goed werkt. 4.3 Toezicht en handhaving

Het stellen van regels heeft weinig zin als hier niet op wordt gehandhaafd. Arbeidsmigranten hebben zelf niet altijd voldoende kennis van zaken als het gaat om rechten ten aanzien van huisvesting en arbeid en inkomen. Dat betekent dat de gemeente, soms in samenwerking met andere partijen, periodiek moet controleren op hun woon- en werkomstandigheden. Er lopen in de gemeente diverse handhavingszaken met dwangsom. Handhaving vindt plaats in samenwerking met de ODR (Omgevingsdienst Rivierenland) en de politie. Wonen: vergunninggebonden handhaving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/314/documents/6901