CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-001 Bijlage BNR, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert.pdf

Oordeelsvorming Voorronde 1 12 januari 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 6: Voorstel tot ongewijzigde vaststelling Ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert”16.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op de planlocatie zijn tenslotte geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een melding- of vergunningplicht geldt. Conclusie Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen van de bebouwing in het plangebied zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Er dient wel rekening te worden gehouden met het broedseizoen en de zorgplicht van de Wet natuurbescherming dient in acht te worden genomen. De beoogde ontwikkeling (nieuwbouw van een woning met bijgebouw, na bestemmingswisseling) aan de Molenstraat 45 te Ophemert is uitvoerbaar conform het bepaalde in de Wro (artikel 3.1.6 Bro).

4.4

Verkeer en parkeren

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Ontsluiting/bereikbaarheid Het plangebied zal worden ontsloten worden via de Molenstraat. In de nieuwe situatie is geen sprake van extra verkeer als gevolg van de herbouw van de woning gezien het slechts om de verplaatsing van het woonperceel gaat. Verkeersmaatregelen worden dan ook niet nodig geacht. De realisatie van de woning op deze locatie zal niet leiden tot onaanvaardbare verkeershinder. Parkeren De gemeente Neerijnen heeft geen eigen parkeerbeleid. Hierom heeft de beoordeling plaatsgevonden op basis van ervaringscijfers en kentallen van het CROW (CROW publicatie 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, oktober 2012) uit de verkeerskundige praktijk. Op basis van deze kencijfers levert een vrijstaande koopwoning in het 'buitengebied' in een 'niet stedelijk' gebied een extra parkeerbehoefte op van minimaal 2,0 en maximaal 2,8 per woning. Het parkeren wordt op eigen terrein opgelost en voorwaardelijk in dit bestemmingsplan verplicht.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie.

30 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

De Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 vervangen als het gaat om gebouwde monumenten en archeologie. Daarnaast gaat de Erfgoedwet ook over roerend erfgoed. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, zoals vergunningen, gaan naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden.

De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het initiatief betreft de herbouw van de voormalige boerderij De Vliegen-Est. Deze boerderij, die omschreven wordt als "dwarshuis met rechthoekig daarachter gebouwde schuur, naar het Zuid-Hollandse type, met rieten dak", heeft landbouwer en diaken van de Hervormde Kerk Jells Gijsen, laten bouwen. De architect/aannemer was Wouterlood. Boven de deur bevond zich een steen: De eerste steen is gelegd door Jelis Gijsen 1849. Deze boerderij met de landerijen eromheen was al voor de eeuwwisseling eigendom van de heer van Ophemert. Op 6 oktober 1944 werd "De Vliegen-Est" door brandgranaten, afgevuurd vanuit het al bevrijde Maas en Waal, door de Engelsen zo goed als vernield. Op het perceel ten westen van "De Vliegen-Est" werd een noodwoning gebouwd. In paragraaf 2.1 zijn topografische kaarten en een foto van de voormalige boerderij opgenomen. Het plangebied bevat verder geen monumentale of beeldbepalende bomen die behouden dienen te worden. Archeologie Bij de realisatie van de woning worden bouwwerkzaamheden binnen het plangebied uitgevoerd.

Het is daarom van belang te kijken naar de archeologische waarden binnen het plangebied. Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt de locatie van de voorgenomen woning in een gebied met een 'lage verwachtingswaarde', en is aangemerkt met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4". Ter plaatse geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en dieper dan 50 cm. Een archeologisch onderzoek kan daarmee achterwege blijven. De dubbelstemming blijft behouden op het perceel ter bescherming van de archeologische waarden ter plaatse.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

31

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

32 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  Artikel 2: Agrarisch De gronden binnen de bestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, hobbymatige grondgebonden agrarische activiteiten, dagrecreatie, tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Daarnaast mogen deze gronden buiten een bouwvlak niet worden bebouwd.  Artikel 3: Wonen Binnen de bestemming 'Wonen' is wonen toegestaan. Tevens mogen er aan-huis-verbonden beroepen worden uitgeoefend en is kleinschalig kamperen toegestaan. Het is daarnaast toegestaan om op de gronden met deze bestemming tuinen, erven, verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen aan te leggen. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter.  Artikel 4: Waarde - Archeologie - 4 De zogenoemde dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is toegekend aan terreinen met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor deze locaties geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en dieper dan 50 cm. Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

33

Daarnaast zijn de volgende gebiedsaanduiding van toepassing:  Gebiedsaanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug' Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke elementen van de rivieroeverwallen en stroomruggen. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

34 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. In voorliggend bestemmingsplan is afgezien van inspraak, gezien de beperkte schaal van het initiatief. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Vanwege de beperkte omvang van het plan is het als vooroverleg toegezonden aan de provincie Gelderland en het waterschap Rivierenland. De provincie heeft per brief (bijlag 6) aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen de voorgenomen ontwikkeling. Ook het waterschap heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan. Het vooroverleg is hiermee succesvol afgerond.

6.3

Verslag inspraak

Het plan is als voorontwerp gepubliceerd op ruimtelijke plannen. Tot 14 augustus 2019 was eenieder in de gelegenheid een inspraakreactie te geven op het plan. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.

6.4

Verslag zienswijzen

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

35

Bijlagen bij de toelichting

36 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek en partijkeuring

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

37

Bijlage 2

38 Ophemert

Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Bijlage 3

Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

39

Bijlage 4

40 Ophemert

Ecologische voortoets stikstof

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Bijlage 5

Beoordeling ecologische voortoets

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

41

Bijlage 6

42 Ophemert

vooroverleg reactie provincie Gelderland

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

43

Regels

44 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

45

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert met identificatienummer NL.IMRO.1960.OPHmolenstraat45-ONT1 van de gemeente West Betuwe. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aan-huis-verbonden bedrijf een ambachtelijk, handels-technisch, constructietechnisch of daarmee gelijk te stellen beroep of bedrijf in milieucategorie 1 of 2, al dan niet met ondergeschikte productiegebonden detailhandel. 1.4 aan-huis-verbonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep of bedrijf dat, in een woonruimte wordt uitgeoefend, inclusief ondergeschikte productiegebonden detailhandel; 1.5 aanbouw een aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat bouwkundig ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw; 1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9 afhankelijke woonruimte een aangebouwd of vrijstaand bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht; 1.10 afwijking een afwijking als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.11 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, of het fokken en houden van dieren, nader te onderscheiden in:  Grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: akkerbouw-, fruitteelt,- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Melkveebedrijven en rundveebedrijven worden hieronder ook begrepen; 46 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond. Niet-grondgebonden bedrijven zijn intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en grondgebonden teeltbedrijven en kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, nertsenkwekerijen en sommige viskwekerijen en wormenkwekerijen;  Grondgebonden veehouderij: een agrarisch bedrijf voor het houden van vee waarbij het houden van vee geheel of grotendeels afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waarover het bedrijf kan beschikken, met uitzondering van mestkalverhouderijen, paardenhouderij en manege; 1.12 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.13 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.14 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.15 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.

1.16 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met het voorkomen van archeologische relicten. 1.17 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.18 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.19 bed en breakfast een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristisch-recreatieve activiteit. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.20 bedrijf/niet agrarisch bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.21 bedrijfswoning een woonruimte in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.22 bestaand bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.23 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

1.24 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

47

1.25 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.26 bijgebouw een niet voor bewoning bestemd op zichzelf staand gebouw, dat zowel bouwkundig als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en ten dienste staat van het hoofdgebouw; 1.27 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.28 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.29 bouwperceel en aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.31 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.32 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop, het verkopen of bewaren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; dienstverlening door een horecabedrijf wordt hieronder niet begrepen; 1.33 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. 1.34 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.35 evenementen alle tot vermaak en recreatie bedoelde tijdelijke al dan niet periodiek terugkerende activiteiten op of aan de openbare weg, dan wel voor publiek toegankelijk, zoals feesten, markten, braderieën, sportwedstrijden, voorstellingen, optochten en dergelijke; 1.36 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.37 hoofdgebouw een of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is; 1.38 horecabedrijf een bedrijf of instelling gericht op het verstrekken van logies en van maaltijden en spijzen of van dranken, met daaraan ondergeschikt het exploiteren van zaalruimten inclusief de daarbij behorende terrassen, zoals een hotel, restaurant, afhaalcentrum, cafetaria of café;

48 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

1.39 huishouden één, of meerdere personen, die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn. 1.40 kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend bestemd of opgericht dan wel kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.41 kampeerplaats een plaats op een kampeerterrein bedoeld voor het plaatsen van één kampeermiddel. 1.42 kampeerterrein terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.43 kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, niet zijnde openbare dienstverlening, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.44 kleinschalig kamperen een voorziening gericht op kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, zoals kamperen bij de boer; 1.45 logies het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de betreffende huurder het hoofdverblijf elders heeft. 1.46 maaiveld de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden; 1.47 maatschappelijke en culturele voorzieningen educatieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijs-, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen; 1.48 mantelzorg het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.49 opslag, buiten opslag buitenopslag van goederen die een regelmatige verplaatsing behoeve vanwege productie en/of handel voor het eigen bedrijf; 1.50 paardenbak een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport.

1.51 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.52 perceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.53 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

49

1.54 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.55 voorgevellijn de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan, met dien verstande dat: a. bij gesplitste (monumentale) woningen van voor 1940 de oorspronkelijke voorgevel als voorgevel(rooi)lijn wordt aangehouden, tenzij in een specifiek geval anders is vastgelegd; 1.56 voorgevelrooilijn de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd; 1.57 woongebouw een gebouw waarin meerdere wooneenheden gevestigd zijn; 1.58 woonruimte een besloten ruimte, die al dan niet tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd is voor de bewoning door één huishouden.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil verticaal tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

50 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

2.7 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 peil: a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,20 m; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,20 m.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

51

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. hobbymatige grondgebonden agrarische activiteiten; c. dagrecreatie; d. tuinen, erven en verhardingen; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. evenementen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen niet worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen: a. Kuilvoerplaten en mestzakken zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak. b. De bouwhoogte van poeren en poorten mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat een poer vierkant dient te zijn en dat de oppervlakte per poer niet meer dan 1 m² mag bedragen. c. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. d. Het bouwen van betonpalen ten behoeve van het ondersteunen van fruitbomen is toegestaan mits de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m. e. Het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is toegestaan, mits: 1. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m². 3.2.3 Paardenbakken a. Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende bepalingen: a.

Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 800 m². c. Lichtmasten zijn niet toegestaan. 3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 onder a ten behoeve van kuilvoerplaten en mestzakken buiten het bouwvlak tot maximaal 500 m², mits: 1. de mestzakken en kuilvoerplaten worden aangelegd aansluitend aan het bouwvlak; 2. aangetoond is dat het aanleggen van kuilvoerplaten en mestzakken niet mogelijk is binnen het bouwvlak;

52 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

3.

b.

de afwijking dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling van het bedrijf. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. het bepaalde in 3.2.3 ten behoeve van de bouw van paardenbakken aansluitend aan het bouwvlak, dan wel aan de bestemming 'Wonen', onder de volgende voorwaarden: 1. de afstand van de paardenbak tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 40 m; 2. de afstand van de paardenbak tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 40 m; 3. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 800 m²; 4. lichtmasten zijn niet toegestaan; 5. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen ten behoeve van paardenbakken mag niet meer bedragen dan 1,5 m.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen, behoudens bestaande en vervanging van bestaande boomgaarden. b. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren; c. het opslaan van goederen van derden en het stallen van caravans; d. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte; e. mestverwerking; f. grootschalige opslag van aardoliehoudende vloeistoffen of schadelijke stoffen. 3.4.2 Evenementen Evenementen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. Er mag per terrein per jaar één maal een evenement worden georganiseerd. b. Het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. c. Het evenement dient te voldoen aan het gemeentelijk beleid. d. Er mag geen sprake zijn van aantasting van natuur- en landschapswaarden. e. De duur van een evenement, inclusief op- en afbouwen mag niet meer bedragen dan 5 dagen.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken afstand boomgaarden tot gevoelige functies Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 3.4.1 onder a ten behoeve van de realisering van een boomgaard binnen 50 m van gevoelige functies, mits uit onderzoek blijkt dat: a. De afwijking milieuhygiënisch inpasbaar is. b. Er geen hinder is voor omliggende (bedrijfs)woningen en bedrijven.

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen; c. kleinschalig kamperen; d. tuinen, erven en verhardingen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

53

4.2 Bouwregels 4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Indien een bouwvlak is opgenomen, mag het hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. Het aantal hoofdgebouwen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan één; c. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)'. d. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' anders is weergegeven; e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' anders is weergegeven; f. De afstand van woningen tot de as van de openbare weg mag niet minder bedragen dan 15 m; g. De afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 3 m, geldt deze afstand als minimale afstand. 4.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met dien verstande dat aanbouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd indien een bouwvlak aangegeven; b.

Indien een aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen zijn de bijgebouwen uitsluitend toegestaan ter plaatse van die aanduiding; c. De maximale gezamenlijke oppervlakte van aan- uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 150 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' de maximum oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan is aangegeven; d. De maximale goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; f. In afwijking van het bepaalde b, mag op de gronden voor de voorgevellijn per woning één aanbouw, zoals een portaal of erker worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan maximaal 6 m²; 2. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; 4. de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de gevel. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, achter de voorgevellijn mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat: 1.

de bouwhoogte van pergola's niet meer dan 2,5 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overkappingen niet meer dan 2,5 m mag bedragen; 3. de bouwhoogte van kinderspeelwerktuigen niet meer dan 3 m mag bedragen; 4. de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen, antennes en vlaggenmasten niet meer dan 5 m mag bedragen; c. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de voorgevellijn mag niet meer dan 1 m bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van pergola's niet meer dan 2,5 m mag bedragen;

54 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

2. d.

de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen, antennes en vlaggenmasten niet meer dan 5 m mag bedragen. De bouwhoogte van poeren en poorten mag niet meer bedragen dan 2 m.

4.2.4 Paardenbakken Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende bepalingen: a. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 800 m² . b. Lichtmasten zijn niet toegestaan. c. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen ten behoeve van paardenbakken mag niet meer bedragen dan 1,5 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het opslaan van goederen van derden en het stallen van caravans; b. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het opslaan van goederen van derden en het stallen van caravans; b. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte. 4.4.2 Aan-huis-verbonden beroepen Binnen de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan als nevengeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing; b. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c. Detailhandel is niet toegestaan. d.

De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 4.4.3 Bed and Breakfast Bed and breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. Voorzieningen voor bed & breakfast zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande woning. b. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. c. Per woning is sprake van niet meer dan 3 bed & breakfast eenheden tot een oppervlakte van maximaal 150 m². d. De woonfunctie van de woning blijft behouden. e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. 4.4.4 Kleinschalig kamperen a. Kleinschalig kamperen is toegestaan, waarbij maximaal 15 standplaatsen tot maximaal 3.000 m² is toegestaan binnen of aansluitend aan het bouwvlak. b. Binnen het bouwvlak is maximaal 75 m² aan sanitaire voorzieningen toegestaan.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

55

4.4.5 Voorwaardelijke verplichting parkeren Gebruik overeenkomstig de bestemming conform lid 4.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien er twee parkeerplaatsen worden toegevoegd op het perceel waarmee voldaan wordt aan de normen uit de CROW. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Afwijken mantelzorgvoorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 4.4.1 onder b ten behoeve van de realisering van een mantelzorgvoorziening in een bijbehorend bouwwerk, mits: a. de behoefte aan mantelzorg is aangetoond, dan wel de mantelzorg een ouder-kind relatie betreft waarbij de ouder 65 jaar of ouder is; b. de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van een huishouden; c. de waarden en belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; d. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; e. er geen zelfstandige woning ontstaat. f. na beëindiging van de mantelzorgsituatie dient de tijdelijke woonunit weer verwijderd te worden; g. bij de mantelzorgvoorziening geen afzonderlijke bijgebouwen worden opgericht.

4.5.2 Aan huis verbonden bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bepaalde in 4.4.2 voor het toestaan van lichte bedrijvigheid als nevengeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 50 m². b. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c. Detailhandel is niet toegestaan. d. De activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. e. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.

Artikel 5

Waarde - Archeologie 4

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden dienen alleen bij projecten in het kader van de Tracéwet en projecten met een bodemingreep/ verstorende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² te worden onderzocht op eventuele archeologisch waardevolle resten.

56 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Maatvoering In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige aanduiding van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Algemene gebruiksregels In die gevallen dat het bestaande gebruik, dat in overeenstemming met een verleende vergunning tot stand is gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de gebruiksregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt dat gebruik in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 8.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte; c. het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden en bebouwing als opslag- of bergplaats van gebruikte, afgedankte c.q. aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen, voorwerpen of materialen, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden voor het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover dat noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het gebruiken van gebouwen ten behoeve van de huisvesting van de verzorgers van paarden; f.

evenementen tenzij uitdrukkelijk toegestaan.

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1 Overige zone - oeverwal - stroomrug Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - oeverwal - stroomrug' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke elementen van de rivieroeverwallen en stroomruggen.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

57

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken: a. Van de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van de inhoud van een (bedrijfs)woning, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. b. Van deze regels en toestaan dat de afstand van gebouwen tot de as van de weg niet minder mag bedragen dan 10 m, met dien verstande dat: 1. de afwijking stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is; 2. er geen onevenredige hinder ontstaat voor omliggende functies. c. Van deze regels en toestaan dat de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens met derden niet minder mag bedragen dan 2 m, met dien verstande dat: 1. de afwijking stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is; 2. er geen onevenredige hinder ontstaat voor omliggende functies. d. Van deze regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. e. Van deze regels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft. f.

Van deze regels ten behoeve van de overschrijding van de voorgevellijn of voorgevelrooilijn voor de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw, geen woning zijnde, met dien verstande dat: 1. de overschrijding van de voorgevellijn of voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 2 m; 2. de bouwhoogte van de luifel niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 3. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. g. Van deze regels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m3 mag bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen; h. Van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 40 m; 2. ten behoeve van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 50 m; 3. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m; i.

Van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw.

58 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

10.2 Afwijking bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van het uitoefenen van een bed & breakfast, mits: a. de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd blijft, waarbij de oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de bed & breakfast maximaal 40% van het vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning bedraagt, met een maximum van 50 m²; b. de bed & breakfast binnen de bestaande woning wordt gerealiseerd; c. de bed & breakfast in parkeergelegenheid en bergingsmogelijkheden volledig op het eigen perceel voorziet; d. er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan.

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Wijzigen Waarde - Archeologie 4 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aan gronden alsnog de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' of 'Waarde - Archeologie 4' toe te kennen indien uit aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

Artikel 12

Overige regels

12.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

59

60 Ophemert

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert'.

Buitengebied Neerijnen, Veegplan 2017, herziening Molenstraat 45 Ophemert

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/288/documents/5873