CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Landschapsontwikkelingsplan (2008).pdf

Beeldvormende vergadering(en) 2 november 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 20.05: Landschaps (ontwikkelings) plan (LOP)25.328 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daar staat tegenover dat de wegen door de kleine komgebieden tussen oeverwal en stroomruggen volgens het LOP juist weinig of geen beplanting krijgen. Hier kunnen de sloten wel bredere oevers en bijbehorende beplanting krijgen. Het waterschap kan op deze manier ook haar bergingsopgave vervullen. In de kommetjes zijn openheid en natte bosjes te vinden. De typerende doodlopende weggetjes dienen in de kommen wel te worden gehandhaafd! Wellicht kunnen er langs de verbrede oevers meteen ook nieuwe wandeldijkjes aangelegd worden.

70 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Op de oeverwallen worden de wegen beplant tot herenlanen. In de lagere delen tussen de stroomruggen worden sloten verbreed en ontbreekt de beplanting langs de wegen. Het contrast tussen oeverwal en lager gelegen kommetjes neemt hierdoor verder toe. Grote hallen op de oeverwal worden door de herenlanen, singels en gaarden ingepast in het landschap.

Modellen voor waterbergingsoevers van het Waterschap; zie www.waterschaprivierenland.nl voor meer informatie.

De verkeerskundige structuur van de kronkelige wegen verdient aandacht, zodat wordt voorkomen dat langzaam verkeer in gevaar wordt gebracht door vracht- en doorgaand autoverkeer. Met de aanleg van extra fietspaden kunnen veilige en aantrekkelijke routes vanuit de dijkdorpen naar centrale kernen en stations worden gerealiseerd. Woningen staan hier en daar dicht op de weg, wat karakteristiek is voor deze stroomruggen. Boerderijen staan veelal op lage natuurlijke of gemaakte verhogingen, een kenmerkend patroon dat kan inspireren bij nieuwbouwplannen.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

c. De oeverwal met dijk en dorpen

Motto: Koppel de dorpen aan het landschap door ommetjes naar de uiterwaarden en het cultuurlandschap In de Waalbocht tussen Neerijnen en Ophemert is het landschap tussen de dijkdorpen op de oeverwal en stroomruggen kleinschalig en afwisselend. De dorpen liggen in linten parallel aan de dijk, met (oude) dijkwoningen op de dijk. Om het contrast te versterken met de stroomruggen en het open gebied dat tussen de ruggen ligt, wordt in de toekomst de gemeentelijke wegbeplanting alleen op de oeverwal aangeplant. Dit zijn bijvoorbeeld de ‘herenlanen’ en ‘jonkvrouwgaarden’. Op de oeverwal dienen agrarische ondernemers de ruimte te krijgen, bijvoorbeeld voor fruitboomgaarden, mits de landschappelijke kleinschaligheid behouden blijft. Kleine natuurterreinen en waterplassen maken eveneens deel uit van de zone langs de dijk. Verbreding van de agrarische sector dient positief te worden benaderd, bijvoorbeeld in geval van productverwerking en -verkoop, voorlichting over landschapsbeheer en ontsluiting voor bewoners en recreanten. De recreatieve ontwikkeling van de oeverwal kan ook verder plaatsvinden door horeca-ondernemers ruimte te geven, en routes aan te leggen en te bewegwijzeren. De vele cultuurhistorische monumenten en plekken bieden volop mogelijkheden, zoals dijkdoorbraken en landgoederen en abdijen.

Nieuwbouw dient daarbij goed te worden ingepast, bijvoorbeeld door hoogstamboomgaarden in combinatie met recreatieve paden

Jonkvrouwgaarden op de oeverwal

Gaarden met fruitbomen op de oeverwal

d. De uiterwaarden van de Waal

Motto: Geef ruimte voor de rivier én het dorp (inclusief de gewone koe) De uiterwaarden nemen op veel plaatsen in natuurlijkheid toe door herinrichting om de rivier meer ruimte te geven. Daarbij kunnen enkele uitzichten verdwijnen en nieuwe doorzichten ontstaan. De ruimte voor de rivier, de ecologische hoofdstructuur en het cultuurhistorische uiterwaardenlandschap dienen in ieder geval in evenwicht te worden ontwikkeld. Dicht bij de dorpen zal het cultuurlandschap een belangrijkere rol moeten spelen en verder van de dorpen kan de natuur de ruimte krijgen. Deze natuur kan bestaan uit zacht ooibos en nevengeulen, plaatselijk ontsloten door paden. Op zorgvuldig gekozen plekken moeten dorpelingen ook bij de rivier kunnen blijven komen door ‘waardpaden’, ‘knuppelpaden’ en ‘oversteken’ aan te leggen. De agrariër zal daarbij een constante rol kunnen blijven spelen, bijvoorbeeld in het onderhoud van landschapselementen en paden.

Natuurontwikkeling en agrarisch gebruik evenwichtig aanwezig in de uiterwaarden

| 71

72 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Visiekaart voor ‘de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen’. In de kommetjes tussen de stroomruggen zullen in de komende jaren enkele waterlopen geschikt worden gemaakt voor waterberging met natuurvriendelijke oevers. Op eigen initiatief kunnen particulieren werken aan fraaie erven met kenmerkende landschapselementen. Op de oeverwal wordt gewerkt aan de wegbeplanting en de dorpsranden (herenlanen en gaarden). Op eigen initiatief kunnen burgers ‘bakenbomen’ plaatsen op bijzondere plekken als baken in de tijd. De oeverwal is tevens grotendeels zoekgebied voor nieuwe landgoederen. De uiterwaarden nemen geleidelijk een meer cultuurlijke of meer natuurlijke vorm aan, afhankelijk van de afstand tot het dorp. Nadere bepalingen ten opzichte van de inrichting en het beheer van de uiterwaarden volgen in de beleidsnotitie ‘Stroomlijn’.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

5.1.3 | Het Knoopsgat Deil a. Open kom rond het knooppunt

Motto: Maak van het knoopsgat de toonkamer van de groene parel Het landbouwgebied rond dit knooppunt is de Deil-biotoop waarin een schijnbare leegte heerst. Rond knooppunt Deil ligt een open landschap met een rationele beplanting rond agrarische bedrijven. De weidse ruimte rond het knooppunt dient een etalage te blijven voor het rivierengebied, waar de inwoners trots op kunnen zijn. Dit vergt een investering in kernkwaliteiten als openheid, rationaliteit en stilte vanuit eventuele nieuwe gebruiksvormen. Waterbeheer kan hierbij tevens een rol spelen. In het zuidwestelijke kwadrant ligt het komreservaat ‘Het Broek’. Het waterregiem van het natuurgebied kan worden verbeterd door binnen de oude dorpspolderkades een eigen hydrologisch regiem te stellen. Over deze kades kan het gebied tevens worden ontsloten voor recreanten. De twee noordelijke kwadranten van het knooppunt vallen binnen de gemeente Geldermalsen. Dit zijn open komgebieden met een agrarische bestemming. Het gebied kent waardevolle elementen als oude dorpspolderkades, eendenkooien en archeologische vindplaatsen uit de IJzertijd. Nieuwe bestemmingen, zoals landgoederen, zullen met de bestaande kwaliteiten rekening moeten houden, wil het gebied een ‘toonkamer’ blijven waar de gemeente trots op kan zijn.

a

Deelgebied in het knoopsgat Deil, de kom

Knooppunt Deil verdeelt het oostelijk deel van de kom van de Tielerwaard in vier kwadranten. Ieder kwadrant heeft zijn eigen dorpspolder. In de Geldermalsense polders kunnen kooigoederen langs de zuidrand van de polders gesticht worden. In de zuidwestelijke rand zullen de bestaande natuurgebieden het beeld bepalen. In de zuidoostelijke dorpspolders is het landbouwkundig gebruik al aan het verbreden. Winning van windenergie kan daar deel van gaan uitmaken. Een plaatsing van windmolens in een doordachte opstelling en gekoppeld aan de aanleg en het beheer van natuur en weides op enkele molengoederen, kunnen Deil als regionaal knooppunt allure geven, zoals de Martinus Nijhoffbrug dat nu al doet bij de oversteek over de Waal.

| 73

74 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Mogelijke inpassing van nieuwe windturbines als molengoederen in het zuid-oost kwadrant van knooppunt Deil. De ondernemers in windenergie financieren de aanleg en het onderhoud van de natuurlijke terreinen rondom de molen: de molenbiotopen. Door het kwadrant loopt eveneens twee dorpspolderkades.

Fotomontage voor een mogelijke toekomst: in samenwerking met grondeigenaren en grondgebruikers kunnen langs waterlopen wandel- en fietspaden worden aangelegd op kades, gecombineerd met waterberging.

huidig

Ook het zuidoostelijke kwadrant is overwegend agrarisch met enkele kleine bossages. Het ondernemen in windenergie kan hier een extra inkomensbron worden, maar de politiek moet zich hier nog over uitspreken. Mocht de politiek akkoord gaan met de windmolens dan zouden ze deel moeten worden van ‘windgoederen’, die behalve uit de molen ook bestaan uit een bestaand erf en 20 hectare weide, eendenkooi of griend die gegarandeerd voor lange termijn open en onbebouwd worden gehouden en worden beheerd door de windgoedeigenaar.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

Visiekaart voor ‘Knoopsgat Deil’. In de kom zullen in de komende jaren de oude dorpspolderkades weer zichtbaar worden gemaakt en het recreatieve raamwerk gaan vormen. Ten noorden van de A15 en Betuwelijn, en ten westen van de A2 is in een smalle strook ruimte voor nieuwe landgoederen.

| 75

76 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

5.1.4 | De Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy

a

b

Deelgebieden in de Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy: oeverwal en uiterwaarden

Monumentale bebouwing langs de Linge die een schilderachtig beeld oplevert. Deze parels moeten worden gekoesterd onder het motto ‘behoud door ontwikkeling’.

In dit LOP wordt voorgesteld om zowel binnendijks als buitendijks wandel- en fietspaden evenwijdig aan de dijk te stimuleren gekoppeld aan doorsteekjes naar de dijk: de Lingeslingers. Zo kan door een samenwerking van gemeente en particulieren een recreatieve route ontstaan die om de dijk slingert en zo een alternatief zal vormen voor het verkeer over de dijk.

a. De oeverwal met dijk en dorpen

Motto: Houd de dorpen compact en geef nieuwe landgoederen een kans Op de hogere gronden van de oeverwallen langs de Linge heeft de fruitteelt veelal het primaat. Dit biedt met de dorpen een karakteristiek pittoresk beeld van het rivierengebied. Om dit te behouden dient met de kleinschaligheid van het landschap en cultuurhistorische elementen als oude kasteelterreinen, kromakkers, wielen en rabatten respectvol te worden omgegaan. Verbreding van de landbouw met bijvoorbeeld groenblauwe diensten moet goed mogelijk zijn, zeker nu het gebied is aanwijzen als Nationaal Landschap. De kronkelende wegen blijven afwisselend beplant met onder andere eik, beuk en linde. Langs dijken kan de karakteristieke beplanting met fruitbomen worden doorgezet. Op nog niet toegankelijke dijken, zogenaamde grasdijken, wordt de toegankelijkheid gestimuleerd. Hier en daar kunnen nieuwe landgoederen worden gesticht langs de Linge met groene, openbare voorzieningen en een rijke verzameling landschapselementen. Mariënwaerdt biedt wat betreft landschapselementen een prachtige staalkaart. Deze landgoederen voorzien in een vergroting van het recreatieve aanbod en de mogelijkheden voor dorpelingen een ommetje te maken. Op kleine schaal kan tevens verblijfsrecreatie worden toegestaan.

Bij de dorpsranden waar geen nieuwe landgoederen bij liggen, kunnen de randen worden afgewerkt met boomweiden of singels, gecombineerd met paden en waterpartijen. Tevens dient daarbij aandacht te zijn voor beschermde dorpsgezichten.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

Impressies van een oevergoed (boven) en een Lingehoeve (onder) op de oeverwallen van de Linge. Naast deze nieuwe landgoederen kunnen tal van particuliere initiatieven bijdragen aan een verfijning van de landschapskwaliteit langs de Linge. Dit kunnen bijvoorbeeld gaarden, singels of paden zijn, waarbij de beplanting tevens kan worden gebruikt voor inpassing van grote schuren en hallen.

b. De uiterwaarden van de Linge

Motto: Houd in de Linge-uiterwaarden een patchwork van natuur en cultuur De Linge-uiterwaarden blijven een bijzonder waardevol en afwisselend gebied, met weiland, grienden, boomgaarden, bosjes en waterplassen. Ze kennen verschillende, met elkaar verweven functies, zoals waterberging, recreatie, natuur en landbouw. De uiterwaarden dienen wel recreatief beter ontsloten te worden voor wandelaars, wellicht in combinatie met de landerijen van nieuwe landgoederen. De wateropgave, en cultuurhistorische en ecologische waarden dienen ten alle tijden gerespecteerd te worden. Dichter bij het dorp zou de uiterwaard beter toegankelijk moeten zijn, en verder van het dorp meer natuurlijk en ontoegankelijker. Nieuwe elementen als diverse paden en ‘jonkvrouwgaarden’ worden gestimuleerd om de Linge beter toegankelijk en zichtbaar te maken voor bewoners en recreanten. Deze vormen samen de ‘Lingeslingers’ die de oeverwal en de dorpen met de uiterwaarden en de Linge verbinden. Griendteelt en natuurlijk grasland kunnen naast reguliere weidebouw en fruitteelt onderdeel zijn van verbrede vormen van agrarisch gebruik.

Afwisselende beplanting en doorzichten langs de Linge

| 77

78 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Visiekaart voor ‘de Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy’. Op schilderachtige oeverwal wordt gekoesterd, waarbij allert moet worden gereageert op storende ontwikkelingen. Bestaande landschapselementen en wegbeplantingen worden behouden en aangevuld. Op eigen initiatief kunnen burgers ‘bakenbomen’ plaatsen op bijzondere plekken als baken in de tijd. De uiterwaarden vormen een mozaïek van vormen van landgebruik, waaronder boomgaard, weide, griend en rietmoeras. Door de toegankelijkheid van de uiterwaarden te vergroten (door middel van ‘Lingeslingers’), worden bewoners weer meer bij de rivier betrokken.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 79

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

5.1.5 | De Regulieren en de Diefdijk a. De besloten kom van de Regulieren en de Diefdijk

Motto: Maak de natuur beter toegankelijk en geef haar een ruime en natte broek In het gebied van de Linge, de Regulieren en de Diefdijk worden de hoge kwaliteiten behouden en versterkt. Het besloten landschap kent weinig bebouwing, veel rust en natuurlijke afwisseling. Kleine productiebossen en grienden wisselen verwilderde eendenkooien en broekbossen af. De wegen zijn afwisselend wel en niet beplant en hebben veelal aan weerszijden een diepe sloot. Om deze rust te behouden kent nieuwe bebouwing strenge restricties in de kom. Bebouwing is hooguit toegestaan op de huidige erven en buiten de EHS. Oude bebouwingsplaatsen zoals woerden dienen evenwel gerespecteerd te worden, eventueel door juist hierop te bouwen. Door de aanleg van ‘kadepaden’, ‘jaagpaden’, ‘gedekte wegen’ en ‘rietdekkerspaden’ in de kom kunnen de rivierdijken ontlast worden en kunnen aan recreanten aantrekkelijke routes worden geboden. Deze paden kunnen over bestaande oude wegen en kades gaan of langs weteringen. Passages over het spoor, waar deze dreigen te verdwijnen of onveilig zijn, verdienen aandacht om een veilige spoorovergang te behouden. Snelverkeer als motoren dient te worden gereguleerd, bijvoorbeeld door expliciete aanwijzing van routes als fiets-, ruiter- of wandelpad.

Bij de versterking van de Diefdijklinie als waterkering, zal moeten worden gekeken naar de mogelijkheden een doorlopend fietspad parallel aan de dijk te realiseren om een alternatief voor de smalle, maar druk begaande dijk te bieden. Daarbij kan worden aangesloten op het fietspad langs de Culemborgse Vliet. Met hulp van het waterschap kan maatwerk geleverd worden om waterberging in de haarvaten van het watersysteem, natuurontwikkeling en een duurzame agrarische bedrijfsvoering bij elkaar te brengen. Groen-blauwe diensten en wellicht de energieteelt (bijvoorbeeld grienden of populierenbos) kunnen daarin een rol spelen.

b b

a

b

Deelgebieden in de Regulieren en Diefdijk: open komgronden en meer besloten komgebieden

In dit LOP wordt voorgesteld om ook in de Culemborgerwaard de dorpspolders leidend te laten zijn in de ontwikkeling van het landschap. In de Regulieren liggen vanaf de dorpen langs de Linge vaak meerdere polders achter elkaar. Tegenwoordig zijn de polders dicht bij de dorpen in gebruik door rundveebedrijven. De polders verder weg in het laagste deel van de Culemborgerwaard zijn veel natuurlijker en natter, waaronder de Regulieren met grienden en broekbossen. De landbouwpolders blijven optimaal voor de rundveehouderij ingericht.

80 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Een enkele dorpspolder kan deels met nieuwe landgoeden worden ontwikkeld, net als dat Mariënwaerdt een eigen dorpspolder vormt. Zo kunnen ‘griendgoederen worden ontwikkeld, bestaande uit verschillende natte bosjes.

Om de Nieuwe Hollandse Waterlinie te respecteren en zichtbaar te maken, kunnen enkele natuurgebieden verder worden vernat tot rietveld of nat grasland, als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. Daarnaast zijn open zichten over agrarisch grasland eveneens waardevol buiten de EHS. De natte Regulieren geven nog een fraai beeld van een besloten kom met bosjes. De oude populierenweides worden al geleidelijk omgevormd tot natuurlijker kombos met meidoorn, els, eik en wilg, maar op enkele plaatsen in de kom, buiten de EHS, kan de functie van productiebos blijven bestaan.

Mogelijkheid van inpassing van nieuwe schuren en hallen in het komgebied. Naast de nieuwe schuur (linker gebouw) is een populierenbos aangeplant om de schuur landschappelijk in te passen. Ten noordoosten van de schuur is een houtsingel geplant tegen de verspreiding van fijnstof.

b. De meer open landbouwgebieden

Motto: Houd de kom open voor landbouw en vogels, met ‘gedekte wegen’ en kadepaden. De meer open kommen herbergen een aantal gezonde agrarische bedrijven. Deze dienen goede bestaansperspectieven te behouden. Het gebied blijft daarom grotendeels primair agrarisch. In enkele gebieden is het eveneens mogelijk om nieuwe landgoederen te ontwikkelen die aansluiten op de natuurwaarden in de Ecologische Hoofdstructuur. Aan de wegen in de kom liggen verspreid boerderijen uit de tijd van de ruilverkaveling. Nieuwe bedrijfsuitbreidingen zullen achter de bestaande bebouwing moeten plaatsvinden, waardoor het open zicht zo min mogelijk wordt aangetast. Bij forse uitbreidingen zal inpassing moeten plaatsvinden door langszij populierenbos en/of een fijnstofsingel aan de noord-oostzijde aan te leggen. Het westelijke deel van het landschapsensemble maakt deel uit van de inundatievelden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is waardevol dat de schootsvelden en doorzichten onder landbouwkundig gebruik open blijven, ook voor de ganzen en weidevogels. Water krijgt hier weer een rol in de vorm van waterberging in verbrede waterlopen, zoals rond de Nieuwegraaf. De vrijwillige aanleg van recreatieve paden dient ook hier te worden bevorderd, bijvoorbeeld ‘jaagpaden’ of ‘kadepaden’ langs weteringen, als ‘gedekte wegen’ of ‘rietdekkerspaden’ door het gebied.

Deze paden kunnen wellicht ook geschikt gemaakt worden als ruiter- en menpaden.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 81

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

Indicatie van oorspronkelijke ligging van de dorpspolderkades. Naar het westen en noorden toe wordt de kom dieper en natter.

Agrarische ondernemers kunnen groen-blauwe diensten leveren, zoals het onderhoud van hoogstamfruit, weidevogelbeheer of waterberging. Door de aanleg en onderhoud van percelen met populierenbossen, griendvelden, rietvelden en moerasbos draagt men bij aan landschappelijke en natuurwaarden, waar een redelijke betaling tegenover kan staan.

Voorbeeld van natuurcompensatie voor de verbreding van de Rijksweg A2: 1,8 ha aan de Ridderslag te Beesd door de VANL Tieler- en Culemborgerwaarden. Fotomontage voor een mogelijke toekomst: oude bewoningsplaatsen en griendgronden.

huidig

82 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Visiekaart voor ‘de Regulieren en de Diefdijk’. In de kom zullen in de komende jaren de oude dorpspolderkades weer zichtbaar worden gemaakt en het recreatieve raamwerk gaan vormen. De polders die onder de Ecologische Hoofdstructuur vallen kunnen daarin een eenheid vormen met apart waterregiem. Een aantal locaties zijn geselecteerd als zoekgebied voor nieuwe landgoederen om bij te dragen aan nieuwe natuur en uitloopgebied voor de dorpen.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Een vernieuwde robuuste groenstructuur

5.2 | Een vernieuwde robuuste groenstructuur In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de tweede ruimtelijke opgave die dit LOP stelt: Bouw “tussen de bedrijven door” aan een vernieuwde robuuste landschappelijke groenstructuur waarbinnen de grootschalige bedrijvigheid en verstedelijking ontwikkelingsruimte heeft in de meest dynamische landschaps-ensembles.

De kommen in de poort van de groene parel In ‘de poort van de groene parel’ zullen de dorpspolders zich op drie totaal verschillende manieren ontwikkelen. De dorpspolders ten westen van de hoogweerstandslijn met o.a. het Lingebos zullen met het uitgebreide golfterrein en nieuwe landgoederen verdichten. Een afwisseling van bossen, stoere lanen en open weides zullen het beeld bepalen. Ten oosten van de hoogweerstandslijn zullen de boezems tussen de dorpspolders kunnen vernatten. Zo kan daar een verwijzing naar de inundatievelden vorm krijgen. De dorpspolders aan de Nieuwe Zuider Lingedijk zijn nu al met moeite droog te pompen. Een meer natte toekomst ligt daar voor de hand. In het zuidoosten kunnen de dorpspolders zich landbouwkundig ontwikkelen. De bedrijventerreinen bij Vuren krijgen een landschappelijke afronding met de kades en boezem in het oosten en met een gedekte weg ten westen van dit bedrijventerrein. Voor het verstedelijkende Gorinchem in de dorpespolders bij Dalem vormen de drie typen dorpspolder van de ‘poort ‘ een ideaal recreatief uitloopgebied. De Hoogweerstandslijn ligt er als een stevige parkway tussendoor.

Principe voor de westelijke dorpspolders van de Tielerwaard: het recreatieve cluster van het Lingebos in het noord-westen, stedelijke bebouwing bij Gorinchem in het zuid-westen, landbouw in het zuid-oosten en agrarische groen-blauwe diensten in het noord-oosten.

De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften Het gebied van ‘De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften’ kenmerkt zich door grote contrasten en vele sporen van het verleden. Het contrast tussen hogere en lagere delen wordt aangezet door de ‘akkerranden’ van de Bergakker (de Blokken), de Hooge Tieflaar en de overslaggronden van de Steegakkers te benadrukken met beplanting. Rondom en op de akkers wordt de aanleg van verschillende landschapselementen gestimuleerd. De oude Rijksstraatweg vormt een bijzondere route over de stroomrug. Enkele dorpsranden vragen om een betere inpassing ten opzichte van het omringende, open landschap.

Principe voor een robuuste groenstructuur tussen Geldermalsen en Haaften

| 83

84 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

5.2.1 De Poort van de Groene Parel

a b

c d

e f

Deelgebieden in de poort van de groene parel: de uiterwaarden van de Linge, de oeverwal met Heukelum en Asperen, de natuurgebieden langs de Nieuwe Zuider Lingedijk, open komgronden, Spijk en het recreatiecluster rondom het Lingebos en de oeverwal en uiterwaarden langs de Waal

a. Het buitengebied van Asperen en Heukelum tussen Oude en Nieuwe Zuider Lingedijk

Motto: Koppel de historische stadjes aan de Linge en aan het landschap met ommetjes en kadepaden. Dit gebied ligt goeddeels op de oeverwal van de Linge. Het heeft dan ook een droger en kleinschaliger karakter dan de kommen. Boomgaarden met hoogstamfruit en erfbeplanting kunnen hier zorgen voor meer intimiteit. Natuurvriendelijke oevers, ruigtestroken (jonkheersingels), bloemrijke akkerranden (jonkvrouwzomen) en (historische) wandelkades kunnen zorgen voor ecologische en recreatieve ontsluiting naar de omliggende stadjes Asperen en Heukelum, de kasteelterreinen, het Lingebos en fort Asperen. Plaatselijk kunnen eiken- of lindenlanen de landgoedsfeer bij de stadjes versterken. De recreatieve ontsluiting kan via oude kades plaatsvinden, over kadepaden, bijvoorbeeld tussen de Heidensweg en Nieuwe Zuider Lingedijk rond de N848. De grondgebonden en verbrede landbouw dient voldoende ruimte te krijgen, al is het geibed te klein voor grootschalige landbouw. De agrariër kan tevens een rol spelen waar hij natuur en landschap kan beheren. Nieuwbouw rond de stadjes dient zorgvuldig ingepast te worden in het landschap, rekening houdend met cultuurhistorische elementen als kaden en wielen, en met beschermde stadsuitzichten zoals over het toernooiveld bij Heukelum.

Landschappelijke verdichting, waarbij beplanting en woningbouw hand in hand gaan, is mogelijk op de oeverwallen, ook in het kader van de westelijke ligging ten opzichte van hoofdweerstandstrook van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Rietvelden en moerasbos kunnen in lager gelegen delen de zone langs de Nieuwe Zuider Lingedijk versterken, ontsloten via rietdekkerspaden en kadepaden.

b. Het natte natuurgebied van de Nieuwe Zuider Lingedijk tussen Fort Nieuwe Steeg en het Lingebos

Motto: Zet de natte gronden in het groen met nieuwe kooigoederen en griendvelden.

Voorbeeld van een populierenlaan op een kooi- of griendgoed

Tussen Vuren en Asperen vormt de Nieuwe Hollandse Waterlinie een belangrijke, doorgaande landschapsstructuur, die zichtbaar wordt gemaakt in rietvelden en behoud van open vlaktes. Langs de Nieuwe Zuider Lingedijk staan betonnen groepschuilplaatsen in een lijn van fort Asperen langs het Lingebos naar fort Vuren: dit was de hoofdweerstandslijn van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het natuurreservaat langs de Nieuwe Zuider Lingedijk zal worden uitgebreid en wordt hier en daar voor wandelaars ontsloten via oude of nieuwe kades, met laarzenpaden, rietdekkerspaden en kadepaden. Doordat hier op lage plekken in het westen van de kom meer beplanting (o.a. wilg, riet, els) wordt toegestaan, zal dit deel van de kom een meer besloten aanzien krijgen, waardoor een vergelijkbaar afwisselend beeld als van de Regulieren ontstaat. Nieuwe landgoederen kunnen hier bijdragen aan de realisering van openbare, nieuwe natuur, bijvoorbeeld als

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Een vernieuwde robuuste groenstructuur

‘kooigoederen’ (zie de landgoederennotitie van Geldermalsen ‘Land goed voor landschap’). Waterberging kan hier een belangrijke functie gaan vervullen, eventueel als blauwe dienst door agrarische bedrijven.

c. De uiterwaarden van de Linge

Motto: Houd de smalle uiterwaarden vrij van obstakels. De uiterwaarden tussen Gorinchem en Asperen zijn veelal smal en fragiel. Naast waardevolle, moerassige natuur en landbouwpercelen bevinden er zich enkele bedrijven en aanlegplaatsen voor recreatievaart. Al deze functies zullen steeds meer rekening moeten houden met waterberging en goede waterafvoermogelijkheden van de Linge. Bij kernen als Asperen en Heukelum kunnen de uiterwaarden beter toegankelijk worden gemaakt voor bewoners om bij de Linge te komen. Aanleg van ‘Lingeslingers’ en ‘Linge-meenten’ kunnen interessant zijn voor horecaondernemers in de stadjes. De dijkzone is het meest karakteristieke element in het gebied voor recreanten. Een aanplanting met fruitbomen op of nabij de dijkhelling kan het beeld van de dijk versterken. Daarbij dienen wel de doorkijkjes op de Linge gespaard te blijven.

d. Het Lingebos, het dorp Spijk en (recreatieve) ontwikkelingen rondom

Motto: Zorg voor een aantrekkelijk recreatiegebied dat past in het rivierengebied. Het dorp Spijk strekt zich uit tussen Lingedijk en Spijkse Kweldijk. De uitzichten tussen de dijkwoningen door op het Hooge Veld zijn waardevol, net als de oude kades, percelering en lengterichting. De hoofdweerstandstrook van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ligt aan de oostzijde van dit deelgebied, waarin de lijn van betonnen groepschuilplaatsen beter zichtbaar kan worden gemaakt bij het Lingebos. Een verbinding (vormgegeven als ‘gedekte weg’) ter hoogte van de hoofdweerstandstrook over de A15 en Betuwelijn verdient nadere investering. Deze route verbindt voor recreanten de Linge met de

Een gedekte weg (boven) en kadepad (onder). Beide kades kunnen zo mogelijk worden gerealiseerd door gebruik te maken van grond die vrijkomt bij de verbreding van sloten of de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Voorbeeld van een ‘gedekte weg’

| 85

86 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Vier verschillend gekleurde dorpspolders. De dorpspolder van Spijk wordt gekleurd door de recreatieve voorzieningen. Bij Dalem liggen de uitbreidingen van Gorinchem. De polder bij Vuren blijft in gebruik bij de landbouw. En het Heukelumsche Veld is van nature relatief nat en kan in samenhang met kooigoederen en agrarisch landschapsbeheer vernatten. Elke dorpspolder heeft een eigen omgang met grote hallen en schuren: bij Spijk en Dalem met loofbos, bij Vuren met populierenbos en in het Heukelumsche Veld met kooi- en griendbossen.

Waal op een aantrekkelijk punt met attracties als het Lingebos en fort Vuren langszij. Zo kan voor de Randstad een groene poort naar deze gemeenten ontstaan, een ‘parkway’ op de grens met Gorinchem. Door deze verbinding wordt het gebied beter ontsloten en de barrièrewerking van de snelweg en Betuwelijn verminderd. Het Lingebos krijgt door meer verbindingen met de Linge-uiterwaarden en met de Tielerwaard over de ‘kadepaden’ en ‘gedekte wegen’ een betere aansluiting op haar omgeving. Dit is ook een belangrijk uitloopgebied voor de (toekomstige) inwoners van Gorinchem en Dalem. Door middel van de beplanting op de achterkades (achterkadehagen) kan het zicht op de betonnen wand van de Betuwelijn worden weggenomen. De golfbaan wordt verder uitgebreid, waarbij rekening dient te worden gehouden met het open zicht naar Spijk over het Hooge Veld. e. De centrale open kom rond de A15

Motto: Geef actief vorm aan de groene Poort van de groene Parel Dit is de open kom met enkele (restanten van) eendenkooibossen. Het is er stil en leeg, wat ten goede komt aan weidevogels. De oude polderkades worden hier in ere hersteld in de vorm van ‘kadepaden’ met doornige singelbeplanting en ‘gedekte wegen’. Bij het herstellen en opwerpen van de kades kan worden uitgegaan van een neutrale grondbalans, wanneer de sloot naast de kade gelijkertijd wordt verbreed of van een natuurvriendelijke oever wordt voorzien. Daar waar het onmogelijk is geworden de kades te herstelling, kan worden getracht zo dicht mogelijk bij het oude tracé een nieuwe kade op te werpen. Enkel de kades en ‘gedekte wegen’ worden beplant met heesters of bomen, de andere wegen verliezen in de loop van de tijd hun beplanting. De singels langs de ‘kadepaden’ bestaan uit een mengsel van verschillende soorten wilg, populier, iep, els en doornige soorten als meidoorn en sleedoorn. Door de beplanting op de achterkaden is tevens het zicht op de betonnen wand van de Betuwelijn weggenomen. Onder stimulans van de Nieuwe Hollandse Waterlinie kan de inundatievlakte beter zichtbaar worden gemaakt door vernatting van het boezemgebied tussen de achterkades. Deze boezemgebieden liggen tegen de hoofdweerstandslijn, rondom de dorpspolders en tegen de snelweg aan, zoals op de vogelvlucht is aangegeven.

Dit dient wel op vrijwillige basis en met een compensatiestrategie plaats te vinden, wellicht in de vorm van ‘kooigoederen’ of groen-blauwe diensten. De vernatting kan dan periodiek of tot op bepaalde hoogte plaatsvinden. Ook in de dorpspolder van Heukelum (Leuvense Veld) speelt vernatting een grote rol, afhankelijk van de mogelijkheden op de individuele agrarische bedrijven. Hier en daar kunnen in de trant van eendenkooien ‘kombosjes’ worden aangelegd, met beplanting als wilg, populier, riet en els, vergelijkbaar met het afwisselende beeld van de Regulieren. De dorpspolder van Vuren blijft primair voor de landbouw bestemd.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 87

Een vernieuwde robuuste groenstructuur

De westzijde van Lingewaal tussen fort Vuren (middenonder) en de Linge (linksboven). De dorpspolders gaan weer een rol spelen, zoals de Vurensche Polder en het Heukelumsche Veld. Tussen de dorpspolders krijgt het water meer ruimte, waardoor in dit boezemgebied rietvelden en blauwgraslanden komen. De hoogweerstandslijn van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vormt een barrière naar het westen. Ten westen hiervan liggen de bossen van het Lingebos en nieuwe landgoederen, en de bebouwing van Spijk, Gorinchem en Dalem.

Indicatieve ligging van de oude dorpspolderkades

88 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Aan de wegen in de kom liggen linten van boerderijen uit de tijd van de ruilverkaveling. Nieuwe bedrijfsuitbreidingen zullen achter de bestaande bebouwing moeten plaatsvinden, waardoor het open zicht zo min mogelijk wordt aangetast. Bij forse bedrijfsuitbreidingen zal landschappelijke inpassing moeten plaatsvinden door naast de stallen populierenbos of ten noordoosten een fijnstofsingel aan te leggen. De oude kades kunnen als ‘kadepaden’ en ‘gedekte wegen’ drager van de ecologisch-recreatieve dooradering van de kom worden, bijvoorbeeld de Tiendweg, Kerkweg, Landscheiding, Molenweg en Dalemse Zeiving. De ‘gedekte weg’ is een doorgaande noord-zuidverbinding van de Linge naar de Waal, waarlangs de recreant beschut tegen weer en wind de kom kan doorsteken. Langs zo’n pad komt aan de westzijde een bomenrij en aan de oost- of zuidkant een lage kade met struweel te liggen. Langs de Graaf Reinaldweg zullen ‘meidijken’ worden aangelegd om bewoners in de dorpen langs de dijk een veilige en aantrekkelijke route naar de kom te bieden.

huidig Fotomontage voor een mogelijke toekomst: bundeling van waterberging, natuurontwikkeling, recreatie en cultuurhistorie aan de rand van de Randstad.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 89

Een vernieuwde robuuste groenstructuur

f. Wonen en bedrijvigheid op de oeverwal en aan de Waal

Motto: Laat bedrijvigheid groen uitpakken. Deze zone langs de Waal kent relatief een smalle oeverwal en smalle uiterwaard. Deze zones zijn afwisselend meer en minder dicht bebouwd en beplant en liggen aan de openheid van de kom. Dit uitzicht vanaf de dijk op de kom is waardevol, maar het contrast tussen kom en oeverwal kan sterker worden aangezet door de omgeving van bebouwing en bedrijven te beplanten met ‘jonkheersingels’ en hoogstamboomgaarden (‘jonkvrouwgaarden’). Daarmee kunnen tevens de harde randen van de bedrijven een betere aansluiting krijgen op de omgeving. Vanuit het dorp Vuren moet het beter mogelijk worden ommetjes te maken over ‘kadepaden’ in de kom en ‘waardpaden’ langs de rivier in de uiterwaarden. Die kunnen met elkaar verbonden worden ter hoogte van de nieuwe ‘meidijk’ langs de Graaf Reinaldweg. Cultuurhistorische elementen als het wiel, de steenfabriek en het voormalige kasteelterrein verdienen meer aandacht, met als voorbeeld de aantrekkelijke transformatie van fort Vuren tot pleisterplaats. In de uiterwaarden speelt het beleid van Ruimte voor de Rivier, waarbij het terrein rond de oude steenfabriek De Heuff is aangewezen als locatie voor “Experimenteren met aangepast bouwen (EMAB)”. Het is mogelijk hier een kwaliteitslag te maken voor het dorp Vuren, en haar relatie met de rivier, wanneer dit goed wordt opgepakt en uitgewerkt.

Ten westen van bedrijventerrein Zeiving wordt een gedekte weg aangelegd als onderdeel van een recreatieve route tussen Linge en Waal. Ten oosten van het terrein ligt een deel van het boezemgebied met beplantingssingels op de oude dorpspolderkades. Hiermee wordt het bedrijventerrein ingepast in het landschap en worden aantrekkelijk routes aan recreanten geboden. Alleen wegen op kades krijgen een singelbeplanting. De doorgaande gedekte wegen krijgen een dubbele rij populieren aan de westkant van de weg. De overige wegen in de kom zullen op den duur zonder beplanting zijn.

Voorbeeld van een boezemgebied tussen beplante kades

90 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Visiekaart voor ‘de Poort van de groene parel’. In de kom zullen in de komende jaren de oude dorpspolderkades weer zichtbaar worden gemaakt en het recreatieve raamwerk gaan vormen. Het gebied tussen de dorpspolders vormt een relatief nat ‘boezemgebied’ , waar blauwe diensten een belangrijke rol spelen. De Hoofdweerstandslijn vormt een robuuste ecologische en recreatieve verbinding. Op de oeverwal wordt gewerkt aan de wegbeplanting en de dorpsranden (herenlanen en gaarden). Langs de Graaf Reinaldweg komt een nieuwe ‘meidijk’ om de grens tussen oeverwal en kom te markeren en recreanten een veilige oversteekplaats te bieden. Op eigen initiatief kunnen burgers ‘bakenbomen’ plaatsen op bijzondere plekken als baken in de tijd. De oeverwal is tevens grotendeels zoekgebied voor nieuwe landgoederen, evenals de omgeving van het Lingebos en de kom. De Waaluiterwaarden nemen geleidelijk een meer cultuurlijke of meer natuurlijke vorm aan, afhankelijk van de afstand tot het dorp.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 91

Een vernieuwde robuuste groenstructuur

5.2.2 | De Dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften

c

a. Het buitengebied ten westen van de A2 tussen Haaften en Waardenburg

Motto: Laat bedrijvigheid en kassen groen uitpakken! De oeverwal tussen Haaften en Waardenburg is de laatste decennia flink in aanzien gewijzigd. Daarbij zijn landschappelijke verbanden verbroken en heeft verrommeling plaatsgevonden. Om deze beweging in goede banen te geleiden en te komen tot een aantrekkelijker landschap om in te wonen en werken, is het nodig een robuuste landschapsstructuur te ontwikkelen. Zo dient het karakteristieke ronde terreinpatroon van de overslaggrond rond Tuil het te worden geaccentueerd met een brede strook wegbeplanting (‘overslagbos’), waarbij de kassen in het groen worden gezet. De Oude Culemborgse trekvaart zal een recreatieve ader tussen de kassen en het bedrijventerrein Slimwei gaan vormen, uitkomend op het kadepad langs de Boutensteinseweg. Door de uiterwaarden heeft Waardenburg onder de bruggen een aantrekkelijke recreatieve route langs de rivier. Deze verdient verder te worden ontwikkeld, in samenhang met de natuurontwikkeling in de uiterwaard. De dorpsranden en bedrijventerreinen zullen een groene aankleding moeten krijgen, begeleid met aantrekkelijke recreatieve routes vanuit het dorp naar de kom, aansluitend op de meikade langs de Graaf Reinaldweg en andere kadepaden.

De onduidelijke structuur rondom Tuil, onder andere door het slibdepot, de camping, de kassen en bedrijven kan met de herstructurering van de Graaf Reinaldweg en strategische benutting van terreinen door nieuwbouw (nieuwe landgoederen) worden verbeterd. Op de oeverwal dienen de cultuurhistorische parels zoals wielen, voormalige kasteelterreinen, kades en weteringen te worden ‘opgepoetst’. De kleinschaligheid van de oeverwal is hierbij leidend, met hier en daar een doorkijkje naar uiterwaard of kom.

b a

Deelgebieden in de Dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften: De uiterwaarden en oeverwal bij Haaften en Waardenburg, de stroomruggen aan weerszijden van de Rijksstraatweg en het doorsneden akkercomplex bij Est

b. De stille dynamiek tussen Waardenburg en Meteren rond de Rijkstraatweg

Motto: Maak groene kamers op de stroomruggronden Het gebied tussen Waardenburg en Meteren/Est is nog niet zo verstedelijkt als de beide uiteinden van dit ensemble, maar ondervindt wel de druk hiervan. Ook hier is het daarom nodig te bouwen aan een nieuwe robuuste groenstructuur. Moderne agrarische bedrijven en verspreid landelijk wonen kunnen hier in een ruime groene jas worden gezet, de oude wegen en akkercomplexen volgend. De gemeente bouwt mee aan de groenstructuur door de aanleg van noten- en fruitweides en wegbeplanting. De beplanting rond een kas kan in de stijl van windsingels rond de boomgaarden (singels van els of peer). Kleinschalig werken in vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) kan, mits er een groene prestatie tegenover staat. Dit kan bijvoorbeeld het onderhoud van een hoogstamboomgaard betreffen of het opnemen van kromakkers op een nieuw landgoed.

Principe voor een robuuste groenstructuur tussen Geldermalsen en Haaften. Het gebied kenmerkt zich door grote contrasten en vele sporen van het verleden. Het contrast tussen hogere en lagere delen wordt aangezet door de ‘akkerranden’ van de Bergakker (de Blokken), de Hooge Tieflaar en de overslaggronden van de Steegakkers te benadrukken met beplanting. Rondom en op de akkers wordt de aanleg van verschillende landschapselementen gestimuleerd. De oude Rijksstraatweg vormt een bijzondere route over de stroomrug. Enkele dorpsranden vragen om een betere inpassing ten opzichte van het omringende, open landschap.

92 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Een nieuw landgoed aan de rand van het dorp biedt een mooie uitloopmogelijkheid. Als ‘weeromgoederen’ kunnen bedrijven investeren in een aantrekkelijke omgeving, waarbij bedrijfsgebouwen op een goede manier worden ingepast in het landschap. Op andere plekken kunnen hardhoutbossen schuren en hallen inpassen in het landschap.

c. Tussen Geldermalsen en Est: de A15 over de akker

Motto: Geef de akker een gouden rand met weeromgoederen en gaarden

Een ‘gaard’ met fruit- of notenbomen als zoom langs een dorpsrand biedt bewoners een aangename wandeling en beschutting.

Voorbeeld van hard loofbos op de stroomruggen.

Tussen Est, Meteren en Geldermalsen ligt een brede stroomrug met akkers. De bebouwing ligt van oorsprong rondom deze akkers. Bebouwing op de akkers is ongewenst, zeker bedrijfsmatige hallen. Rond de dorpen zal een robuuste structuur de dorpsranden moeten verfraaien en de akkercomplexen op de stroomruggen accentueren, bijvoorbeeld met beplanting langs de Neerijnensche Mark en de Blankertseweg. Hier zou bijvoorbeeld extra leefruimte kunnen worden gegeven aan de steenuil, door knotwilgen en hoogstamboomgaarden aan te planten en te onderhouden. Aan de rand van de dorpen kunnen noten- en fruitweides en verschillende soorten gaarden de overgang van het dorp naar het landschap begeleiden. Vooral de nieuwbouw van woningen en glastuinbouw vraagt aandacht voor een groene aankleding, zoals rondom Est. De nieuwe rondwegen, zoals bij Est en straks tussen Geldermalsen en Buurmalsen, krijgen meer allure wanneer deze met notenbomen, eiken of lindes wordt beplant. In de omgeving van het AVRI-terrein bevindt zich een ‘zoekgebied voor windenergie’. Een besluit over het al dan niet plaatsen van windmolens zal nog genomen moeten worden. Bij een besluit tot plaatsing zal dit tot een landschappelijke meerwaarde moeten leiden.

De toegankelijkheid van deze zone voor wandelaars, fietsers en andere recreanten kan sterk verbeterd worden, met name door de doorsnijding van de A15 en Betuwelijn van dit gebied. Dit kan bijvoorbeeld met ‘akkerpaden’ en ‘jonkheerdreven’. Aan de dorpsrand kunnen de ommetjes over de akker beginnen, bijvoorbeeld vanuit de toekomstige wijk ‘de Plantage’, via het oude terrein van het Huis te Meteren, over het viaduct naar Est. Ook de Blankertseweg als oud bebouwingslint speelt een belangrijke rol in de overgang tussen de nieuwbouw en de omgeving. Het streefbeeld voor deze zone is rijk aan kleur en details, met elementen als fruitbomen, smalle paden langs de akkerranden, weelderige akkerbloemen en bonte singels. De nieuwe landschapselementen kunnen onderdeel vormen van nieuwe landgoederen die aan de rand van Est mogen worden ontwikkeld.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Visiekaart voor ‘de Dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften’. Op de stroomrug wordt de komende jaren gewerkt aan een robuuste groenstructuur van wegbeplanting, struwelen, singels en bosjes. Op eigen initiatief kunnen particulieren werken aan fraaie erven met kenmerkende landschapselementen. Met smalle wandelpaden en kruidenrijke bermen of akkerranden krijgen de akkers gouden randen. Indien wordt gekozen voor plaatsing van windmolens bij het AVRI-terrein moet zorgvuldig worden gekeken naar gevolgen en kansen voor op de beleving van het landschap. Op de oeverwal bouwt men aan de wegbeplanting en de dorpsranden (herenlanen en gaarden). Op eigen initiatief kunnen burgers ‘bakenbomen’ plaatsen op bijzondere plekken als baken in de tijd. De stroomrug en oeverwal kan tevens grotendeels zoekgebied voor nieuwe landgoederen zijn. De uiterwaarden nemen geleidelijk een meer cultuurlijke of meer natuurlijke vorm aan, afhankelijk van de afstand tot het dorp.

| 93

94 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

5.3 | Accentueer de kruisingen van de stromen In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de derde ruimtelijke opgave die dit LOP stelt: Accentueer de kruisingen van de boven-regionale stromen door het landschap. Etaleer daar de waarde van dit landschap voor de omliggende stedelijke gebieden: een groots, open, groen weids stromenland! Dat betekent dat ruimtelijke opgaven die zich op de kruisingen voordoen, allert en zorgvuldig dienen te worden opgepakt. Anders zullen de ontwikkelingen de karakteristieken van het gebied tekort en, sluipenderwijs, teniet doen. Langs de Linge zie je de pittoresque kleinschaligheid, in de kom de weidsheid, en langs de Waal ruimte voor de gewone koe bij de dorpen en zelfregulerende natuur wat verderop!

De rivieren Waal en Linge houden niet op bij de gemeentegrens, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Ecologische Hoofdstructuur, snelwegen en spoorlijnen evenmin. Op kruispunten van deze bovenregionale stromen liggen belangrijke ontwerpopgaven die om speciale aandacht vragen. Het zijn kansen om de kwaliteit en identiteit van de regio kenbaar te maken aan de vele voorbijgangers. Het beleid voor deze rivieren en infrastructuur volgt meestal een eigen spoor. Rijkswaterstaat werkt bijvoorbeeld aan de verbreding van de A2 en de verruiming van de afvoercapaciteit van de Waal. Ze lijken onafhankelijk van de gemeentelijke organisatiete verlopen, maar spelen zich wel af op het grondgebied van de gemeenten. Door als gemeente met dit LOP in de hand actief een inbreng in die processen op te eisen kunnen deze groet projecten beter aansluiten op de ontwikkeling van het landschap als geheel. Dat biedt kansen om hier een samenhangende groep landmarks van allure te ontwikkelen.

Vooral als het donker is, en veel details in het landschap onzichtbaar zijn, kunnen de bovenregionale knooppunten belangrijke bakens zijn.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Accentueer de kruisingen van de stromen

De Martinus Nijhoffburg

Deze grootse brug over de brede Waal met de rode lichten op de brugstaanders is een voorbeeld van hoe een landmark uit kan pakken. Vanaf de brug is tevens uitzicht op de transformatie van de Waaluiterwaarden in het kader van Ruimte voor de Rivier.

Molengoed Molenveld

Knooppunt Deil is één van de meest bekende en bereden punten van Nederland. Niet alleen het verkeersknooppunt zelf zal opnieuw worden vormgegeven, ook de mogelijke plaatsing van windmolens in het Molenveld vraagt om speciale aandacht. In het LOP is het streefbeeld voor het landschap rond knooppunt Deil een open komgebied met daarin verspreide bosjes (eendenkooien, ruigtes en grienden) en een rationele beplanting op het knooppunt en rond enkele agrarische bedrijven. Grote windmolens kunnen in dit streefbeeld passen mits zij die openheid niet verstoren. Vanuit de landschapsvisie is het nog beter om windmolens juist in te zetten voor het duurzaam in stand houden van de openheid in het gebied.

Van vuilnisbelt naar Belvedere

Bij de voormalige vuilnisbelt van de AVRI komen, spoorlijn, snelweg en Linge vlak bij elkaar. Hier rust de opgave om een mogelijke inpassing van windmolens te combineren met de beleving van het landschap. Te denken valt aan een combinatie met een kunstobject in de vorm van een klimen speelelement op de bult. Dit kunstobject is niet alleen een landmark vanaf de snelweg, maar ook voor de mensen in Geldermalsen een plek om heen te gaan en rondom prachtige uitzichten over het Lingelandschap te genieten.

| 95

96 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Door de linie!

De aanleg van de Betuweroute is de zichtbaarheid van de kruising van de Nieuwe Hollandse Waterlinie met de snelweg niet ten goede gekomen. Een ontwerp voor deze zone kan de zichtbaarheid van de linie, de recreatiegebieden en waterberging aan elkaar koppelen. Wellicht is het mogelijk om de delen van de kom die tussen de dorpspolders liggen te vernatten en zo en indruk van het inundatiegebied van de NHW ervaarbaar te maken.

Geen regulier Ecoduct

Met de verbreding van de A2 hangen in ieder geval twee belangrijke opgaven samen. De eerste is de aanleg van een ecoduct op de hoogte van de ecologische verbindingszone in het Beesdsche Veld. Hier wordt ook een koppeling met een recreatieve kruising van de snelweg gemaakt door een afgescheiden wandel- en fietsroute over het viaduct aan te leggen.

Linge uit zicht?

Ten tweede zullen het viaduct over het spoor en de brug over de Linge worden vervangen, waarbij aandacht is vereist voor de inpassing in en beleving van de omgeving. Zo bepalen de geluidsschermen bij Beesd nu het zichtsveld en vragen nieuwe schermen een nieuwe vormgeving.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 97

Accentueer de kruisingen van de stromen

Vuren in de linie

Het terrein rond de voormalige steenfabriek bij Vuren is aangewezen als proeflocatie waar buitendijks gebouwd mag worden (EMAB-locatie). De meningen zijn hierover verdeeld, maar mocht het tot ontwikkeling komen, dient terdege rekening te worden gehouden met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook de afvoercapaciteit van de Waal is een essentieel aspect. Tenslotte vormt de relatie met het dorp Vuren en haar uitloopmogelijkheden een belangrijk uitgangspunt.

Het Lingekwartier

De planvorming rond dit gebied loopt. Staatsbosbeheer heeft ondertussen gekozen voor een nieuwe bestemming voor fort aan de Nieuwe Steeg: GeoFort. Ook hier ligt de opgave in het ervaarbaar maken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het landschap. De relatie met de landbouw in de polder en de natuur langs de Linge en Nieuwe Zuider Lingedijk is sturend voor de omgeving van de forten. Wellicht dat winwinsituaties te ontwikkelen zijn, zonder dat deze afbreuk doen aan specifieke kwaliteiten als stilte en openheid.

98 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

6 Van visie naar uitvoering

Per landschapsensemble een andere aanpak

6.1 | De organisatorische opgave De gemeenten zullen zich in de geest van het LOP actief opstellen ten opzichte van mensen, instanties en bedrijven om ze te stimuleren met hun initiatieven aan te sluiten bij de landschapsvisie. Ze inspireren boeren en dorpsbewoners hun eigen initiatieven op de goede plekken te laten landen. Ze zoeken samen naar een aansluiting bij de karakteristiek van hun eigen landschap. Verevening kan privaat profijt en publiek belang samen op laten gaan. De landschaps-ensembleboeken bieden daarvoor een handleiding. Het is van groot belang dat de gemeenten zich betrouwbare overheden tonen met dit LOP. Hiertoe dient een goede organisatie voor de begeleiding van initiatieven opgezet te worden. Ook moet er een financiële regeling komen om positieve bijdragen aan het landschap te belonen. Die regeling moet niet alleen betrekking hebben op de aanleg van landschapselementen. Het dient op langere termijn de betaling van groene en blauwe diensten veilig te stellen. Bij het nader bekijken van de mogelijkheden kan een landschapsfonds een ideaal middel blijken.

beplanting langs de Nieuwe Zuider Lingedijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/337/documents/8483