CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Landschapsontwikkelingsplan (2008).pdf

Beeldvormende vergadering(en) 2 november 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 20.05: Landschaps (ontwikkelings) plan (LOP)25.328 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.4.6 Landbouw Het agrarische gebruik van het landelijk gebied wordt vooral bepaald door de grondgebonden gedrijven met een nadruk op de melkveehouderij en de fruitteelt. Maïsteelt komt hierdoor vergeleken met de zandgebieden weinig voor. Intensieve veehouderij van varkens, vleesrunderen of pluimvee en gemengt bedrijf komt eveneens voor. De glastuinbouw zit voornamelijk geconcentreerd bij Est en Tuil met enkele bedrijven langs de Waaldijk bij Haaften, Varik en Heesselt. In de LOP-gemeenten domineerd het grasland als grondgebruik met zo’n 58% tot 76%. De gemeente Lingewaal kent met 76% grasland het hoogste percentage. Hiernaast is 20% voor akkerbouw en 3% voor tuinbouw in gebruik. Neerijnen kent door haar bodem meer bouwlanden met 24% akkerbouw, 15% tuinbouw in open grond en 2% glastuinbouw. De resterende 58% is grasland. Geldermalsen zit met 17% akkerland, 70% grasland en 13% tuinbouwland hier tussenin. Uit CBS-gegevens blijkt verder dat er in de drie gemeenten 693 landbouwbedrijven zijn, waarvan 36 akkerbouw, 254 tuinbouw en blijvende teelt (fruit), 343 graasdier (melkvee), 17 hokdier en 43 combinaties van typen. Weinig afwijkend van het landelijk en provinciaal gemiddelde, ligt de leeftijd van het bedrijfshoofd bij 13% onder de 40 jaar, bij 38% tussen de 40 en 55 jaar en bij 49% boven de 55 jaar. De grootte van de bedrijven varieert sterk.

In het rivierengebied ligt de gemiddelde bedrijfsgrootte op zo’n 7 tot 10 hectare. Bij een akkerbouwbedrijf is dat 15 tot 20 hectare, bij een tuinbouwbedrijf 1 tot 2 hectare, bij een blijvende teeltbedrijf 5 tot 7 hectare, bij een graasdierbedrijf 20 tot 30 hectare, bij een hokdierbedrijf 3 tot 4 hectare en bij combinaties 7 tot 30 hectare. Wat betreft grondgebruik nemen de fruittelers dus niet zoveel in beslag, omdat ze in vergelijking met de melkveebedrijven minder grond gebruiken.

Verdeling van de bedrijven over het gebied: scheiding tussen agrarische bedrijven in de kom (groene stippen) en verschillende andere bedrijven op de oeverwal (blauwe en rode stippen). Bron: Provincie Gelderland.

| 31

32 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

2.4.7 Recreatie De gemeenten zijn door menig toerist reeds gevonden en betreden. De Linge is één van de gaafste en fraaiste rivieren van het land en wordt door vele fietsers, automobilisten, motoren, wandelaars, ruiters en kanovaarders als zodanig gewaardeerd. De dijkdorpen zijn nog vooral decor waar wordt gewoond en gewerkt, met hier en daar een gedienstig initiatief van een terras of winkeltje. Landgoed Mariënwaerdt heeft een bijzondere recreatieve betekenis met landelijke uitstraling. De Waaldijk vormt een gelijkvormig lint, maar is minder kleinschalig en kent nog een beperkt recreatief gebruik. Verschillende wandel- en fietsroutes van bijvoorbeeld de ANWB en de NS volgen deze richtingen, zoals de Lusthofroute, Lingeroute en Neerijnenroute.

Toeristische attracties, recreatieterreinen, routes en veerponden

De oost-westgeöriënteerde routes zijn het meest populair, maar haaks hierop staat de Nieuwe Hollandse Waterlinie met attracties als Fort Asperen en Fort Vuren. De Waterlinieroute voor fietsers en het Waterliniepad voor wandelaars lopen hierlangs. Er zijn drie grote (dag)recreatieterreinen, te weten het Lingebos, het Betuwestrand en De Rotonde. Kleinere initiatieven liggen verspreid over de gemeenten.

Varen op de Linge

Kasteel te Heukelum

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

2.4.8 Steden en infrastructuur Rondom Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen liggen oude vestingsteden aan de rivier, zoals Culemborg, Tiel, Zaltbommel en Gorinchem. Deze steden zijn in de loop der tijd onder invloed van de industrialisatie uitgegroeid en hebben de voornaamste voorzieningen, zoals middelbare scholen en ziekenhuizen. De LOP-gemeenten zijn goed ontsloten door middel van spoor- en snelwegen van (inter)nationaal niveau. De A2 en A15 zijn daarbij het belangrijkst en in mindere mate de A27 net buiten het gebied. Voor reizigers is de spoorverbinding Utrecht-Den Bosch van nationaal belang, zodat stationsgebieden zoals dat van Geldermalsen een belangrijke poortfunctie hebben. Op lokaal niveau zijn de spoorverbindingen Tiel-Geldermalsen en Geldermalsen-Dordrecht van belang. Busdiensten vullen deze lokale ontsluiting beperkt aan. Grote vervoersaders als de Betuwelijn en de Waal kennen geen tot weinig haltes of aanlegplaatsen in het gebied, zodat deze relatief weinig economische invloed kennen. Ze werken wel sterk als barrière voor (recreatieve) noord-zuidgeoriënteerde routes. De Betuwelijn beperkt tevens het uitzicht van de bestuurder op de snelweg en doortrekkende recreant op het open landschap.

N327 N848

A15 N830

N833

A2

Regionale ontsluiting en dijken: opvallend is de relatieve geïsoleerdheid van de kommen.

Openbaar vervoer in het westelijk rivierengebied (www.arriva.nl)

De grootste invloed van hedendaagse ontwikkelingen zijn vooral terug te vinden rond de afslagen van de A2 en A15. Bij de afslagen naar Vuren, Waardenburg, Beesd en Geldermalsen, gemarkeerd door een MacDonaldsrestaurant, zijn bedrijventerreinen ontstaan.

Culemborg Het plangebied in het netwerk van hoofdtransportassen

Leerdam

Tiel

Gorinchem Zaltbommel

Regionale centra: Tiel als centrum van het rivierengebied; Culemborg, Zaltbommel en Gorinchem als subcentra; Geldermalsen en Leerdam lokale centra; plaatsen als Buren, Waardenburg en Beesd hebben enkele voorzieningen om op het laagste niveau de regio te bedienen.

| 33

34 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Kaart met daarop de waardevolle en karakteristieke landschapselementen

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap!

Legenda

Waardevolle akkercomplexen Kromakkers (draaiakkerscomplexen) Hoogstamfruitboomgaard Eendekooi Waardevolle kom (openheid, onbebouwd) Dijken en (verdwenen) kades Cultuurhistorisch waardevolle weteringen Wielen Molen Veerpont Oude bewoningsplekken Beschermde dorpsgezichten Acquoy, Beesd en Neerijnen Kerk Landgoederen (Verdwenen) kastelen Steenfabriek Nieuwe Hollandse Waterlinie . Inundatiegebied . Fortificatie met verboden kring Bos- en natuurterrein Recreatieterrein

| 35

36 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

3 Het eigentijdse landschap van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen 3.1 | Het westelijk rivierengebied in de regio Aan het begin van de 21ste eeuw, in een verstedelijkende samenleving, ligt tussen de Randstad, het KAN-gebied en de Brabantse stedenrij een open, groen rivierenlandschap van de inwoners van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Het is een trots, functioneel en modern landschap, waar bovenregionale stromen elkaar kruisen. Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen zijn nog steeds rustige gemeenten met een cultuurlandschap waarin het agrarisch gebruik een grote rol speelt. Er komen echter nieuwe functies bij; het gebied is niet meer alleen van en voor de boeren. Agrarische bedrijven ontwikkelen nieuwe activiteiten als bron van inkomsten, maar er zijn ook steeds meer niet-agrarische ondernemers in het buitengebied, zoals horeca, bouwbedrijven, tuincentra, metaalbewerking en adviesdiensten. In de landschapsensembles in het westen van de Tielerwaard, als groene poort vanuit de randstad, en die op de dynamische stroomrug tussen Geldermalsen en Haaften is die historische karakteristiek van het rivierengebied aan het verdwijnen onder druk van allerlei grootschalige vormen van agrarische en niet-agrarische bedrijvigheid, woningbouw en infrastructuur.

De relicten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het westen en de historische akkercomplexen op de stroomrug dreigen hierdoor te vervagen.

De drie gemeenten in de regio: parelsnoeren aan het water Het rivierenland is vanouds natuurlijk een stromenland, waarin het systeem van oeverwallen en kommen is ontstaan. In de tijd van de ruilverkavelingen is dit stromenland verbouwd, waarbij de driedeling in rivier met uiterwaarden, besloten oeverwallen en open kommen verder is geaccentueerd. Het LOP kan bijdragen aan een verfijning binnen deze heldere opbouw die ruimte biedt aan de nieuwe stromen van deze tijd.

Hoewel in de tweede helft van de vorige eeuw met de ruilverkaveling veel van het landschap is veranderd, en cultuurhistorische en natuurlijke elementen zijn verdwenen, zijn er nog veel aanknopingspunten in het gebied te vinden. De kommen zijn ontgonnen, maar verschillen nog steeds sterk van aard. Natuurterreinen als de Regulieren dijen steeds meer uit richting Diefdijk en in combinatie met waterberging en agrarische bedrijfsvoering is steeds meer mogelijk in de komgebieden. De uiterwaarden krijgen op veel plaatsen een natuurlijke bestemming, in samenspraak met de veiligheidsmaatregelen voor de rivier. De ontsluiting is wel sterk verbeterd met de nieuwe wegen aan de achterkant van de dijkdorpen en de autosnelwegen. Door de vooruitgang van de techniek is de waterhuishouding ook in grote mate veranderd van kleine dorpspolders met kades en molens naar één grote beheerseenheid met enkele gemalen. In het buitengebied wonen steeds meer mensen die kiezen voor rust, stilte, een aantrekkelijke woonomgeving en een goede sfeer. In die omgeving zijn de sporen en samenhangen uit het verleden overal ervaarbaar voor wie er oog voor heeft. De cultuurhistorie van het gebied wint aan interesse de laatste jaren. De rijke geschiedenis van dorpen, kastelen en dijkdoorbraken, wordt als inspiratiebron gebruikt om het landschap te ontwikkelen en aantrekkelijk te maken voor bewoners en bezoekers.

Mensen uit de dorpen, maar ook uit de stedelijke gebieden in de omgeving, verpozen zich graag in het landschap. Ommetjes vanuit de dorpen over en langs diezelfde dijken, oude kades, sloten en weteringen zijn ook bij mensen populair. Veel van de elementen die voor een groen-blauwe dooradering van het landschap kunnen zorgen zijn in de loop van de laatste decennia verdwenen uit het grootschalig cultuurlandschap.

De groene parel midden in het verstedelijkende Nederland!

| 37

38 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.2 | Zeven eigentijdse landschapensembles In een vogelvlucht over het gebied vallen enkele plekken op. Op de oostelijke Waaloeverwallen liggen de bijzondere terreinen van kastelen bij Ophemert, Neerijnen en Waardenburg. De grote uiterwaarden langs de Waal bij deze dorpen vertegenwoordigen belangrijke cultuur- en natuurwaarden. Langs de Linge ligt het enorme areaal van landgoed Mariënwaerdt op de overgang van oeverwal naar kom. Even hierboven liggen de Regulieren met grienden en eendekooien. Naar het westen ligt de Diefdijk die de ligging van de deels fictieve Nieuwe Hollandse Waterlinie accentueert. De restanten van deze verdedigingslinie lopen naar het zuiden door met forten bij Asperen en Vuren. Daar liggen ook de historische steden Heukelum en Asperen tussen hun rechthoekige grachten. Ten slotte ligt het recreatiegebied Lingebos als uitvergrote referentie aan een eendekooi in het landschap van de rationele ruilverkaveling. Oude en nieuwe stromen door het landschap hebben nog steeds grote invloed op haar verschijningsvorm: de snelwegen en spoorlijnen, de Nieuwe Hollandse waterlinie en de rivieren!

In deze vogelvlucht komt het beeld op, voortkomend uit de geschiedenis van het landschap, maar zeker ook door het hedendaagse gebruik ervan, waarbij de identiteit van het landschap bepaald wordt door de verschillen en de samenhangen tussen zeven verschillende eigentijdse ‘landschaps-ensembles’. Het betreft het landschap van de mensen in: 1. de poort van de groene parel 2. het rustieke hart van de Tielerwaard 3. de dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften 4. het knoopsgat Deil 5. de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen 6. de Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy 7. de kom van de Regulieren en de Diefdijk Het woord ‘ensemble’ gebruiken we om te benadrukken dat het om delen van het landschap gaat die niet zo zeer eenvormig zijn, maar in deze tijd als samenhangende gehelen worden ervaren. Zoals vroeger de uiterwaard, het dorp op de oeverwal en de dorpspolder met hooilanden in de kom bij elkaar hoorden, zo zijn er ook in deze tijd samenhangen in het landschap. Die samenhang is evenwel op een ander grondgebruik en op een andere maatschappij gebaseerd. De landschapsensembles die in dit LOP als uitgangspunt worden genomen zijn de deelgebieden die mensen in deze tijd als hún landschap ervaren. Binnen de landschapensembles zijn vaak delen van de uiterwaard, oeverwal of kom te onderscheiden.

Deze zijn niet appart genomen als landschapstype, maar gecombineerd naar bijvoorbeeld dynamiek en karakter. Deze indeling is niet gebaseerd op de oude cultuurlandschappen, omdat het voor een ontwikkelingsgericht plan noodzakelijk is geacht, eveneens inzicht te hebben in de te verwachten ontwikkelingen in het gebied. Wellicht nog belangrijker is het om te weten waardoor die ontwikkelingen aangestuurd of bepaald worden. De indeling is vergelijkbaar met het boekje ‘Landschapsontwikkeling, inspiratiebron voor denkers en doeners’ van de provincie Gelderland van maart 2006.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

3.3 | Een ontwikkelingsgerichte karakterisering In de volgende paragrafen wordt ieder van de zeven landschap-ensembles beschreven aan de hand van hun verschijningsvorm en hun functionele karakteristiek. Om aan te sluiten op het ontwikkelingsgerichte karakter van het LOP wordt daarnaast een indruk gegeven van de krachten die de actuele en toekomstige ontwikkeling van dit landschap bepalen. Hier worden deze aangeduid met de term ‘stuwende krachten’. Stuwende krachten kunnen mensen zijn die het landschap op verschillende manieren gebruiken of willen gaan gebruiken. Dat kunnen (agrarische) bedrijven zijn. Het kunnen ook opgaven zijn die de overheid in dit gebied moet realiseren, zoals regionale waterberging of het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone. En het kunnen natuurlijke processen zijn zoals stijging van de hoeveelheid water dat in neerslagpieken moet worden afgevoerd. Deze stuwende krachten vallen binnen een aantal ontwikkelingen - ofwel megatrends - die de ontwikkelingsopgave voor het gehele gebied bepalen. Hieronder komen er vijf aan bod: Transitie van de landbouw

De huidige landbouwstructuur is aan verandering onderhevig. De huidige structuur voldoet vaak niet meer, waardoor de ontwikkeling van de landbouw zich op een kruispunt begeeft: op bedrijfsniveau zijn en worden er fundamentele keuzes gemaakt die de structuur van het platteland voor de komende decennia zullen bepalen. Daarbij is er enerzijds sprake van een schaalvergroting van agrarische bedrijven door hetzij intensivering, hetzij door uitbreiding van bedrijven met de daarbij behorende mechanisatie en optimalisering van bedrijfsprocessen. Dit zijn bedrijven die in toenemende mate voor een grotere (inter)nationale markt zullen produceren en reageren op internationale productprijzen. Het perspectief voor deze bedrijven ligt vaak in een

Zeven eigentijdse landschapensembles die elk om een verschillende aanpak vragen. Er zijn bijvoorbeeld gebieden waar veel op stapel staat en gebieden waar de hoge kwaliteit niet tussen wal en schip mag vallen.

| 39

40 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

verdergaande specialisatie, maar ook in (grootschalige) productie voor niche-markten en, in toenemende mate, biomassa. Het gevolg is een opschaling van bedrijfsomvang door het samenvoegen van bedrijven, wat soms gepaard gaat met schaalvergroting van percelen of het realiseren van nieuwe, omvangrijke bedrijfsgebouwen en de toename van zware transportbewegingen. Daarnaast komen er veel kleinschaligere bedrijfsgebouwen vrij, waar nieuwe functies voor gevonden moeten worden. Anderzijds is er sprake van een verdergaande verbreding, waarbij men inspeelt op een specifieke vraag in de samenleving. Daarbij kiest men om ‘klein’ te blijven en gaat men bijvoorbeeld ‘authentieke’ streekproducten (vers van het land) leveren en tegelijkertijd voorzien in niet-agrarische producten als zorg, recreatie en toerisme en andere diensten. Nieuwe bewoners in het buitengebied

Het aantal ‘burgers’ (mensen die hun inkomen buiten de landbouw genereren) op het platteland neemt toe, wat te verklaren is uit de behoefte aan het wonen in een groene omgeving. Het vrijkomen van agrarische gronden en gebouwen (VAB’s) maken deze ontwikkeling mogelijk, zij het met beperkingen in de natuur- en waardevolle open gebieden. Veel van deze burgers zijn mede grondeigenaar van het buitengebied (veelal met een bezit tussen de 0,5 en 5 ha) en zijn daarmee mede-beheerder van het landschap. Gedurende de laatste jaren heeft deze ontwikkeling zich voornamelijk in de dorpen gemanifesteerd en verwacht wordt dat steeds meer burgers ook buiten de dorpen willen wonen. Ervaring leert dat men daarbij bereid is om te investeren in de kwaliteit van het omliggende landschap. Toenemende behoefte aan recreatief gebruik platteland

De vrijetijd van mensen neemt toe met als gevolg een toename van het recreatief gebruik van het platteland. Waarden die mensen daarin zoeken zijn onder andere authenticiteit, rust en natuur; waarden die het gebied bij uitstek biedt. Deze ontwikkeling biedt kansen voor het genereren van inkomsten op bedrijven in het buitengebied uit recreatie en toerisme. Er schuilt echter een gevaar in de schaal waarop deze ontwikkeling plaatsvind: bij een te grote toeristisch-recreatieve druk haken mensen af omdat daarmee de belevingswaarde van authenticiteit, rust en natuur afnemen. Deze ontwikkeling concentreerde zich oorspronkelijk op de oeverwallen, maar zal zich steeds minder tot deze zone beperken. Vooral de Nationale Landschappen (o.a. Nieuwe Hollandsche Waterlinie) en de gebieden die door de provincie zijn aangewezen als waardevol landschap (de Linge en de kom ten noorden daarvan, en het stroomruggengebied tussen Opijnen en Passewaay) lenen zich bij uitstek voor een recreatieve ontwikkeling. Bedrijvigheid nabij de snelwegen

De rijkswegen A2 en A15 zijn belangrijke transportassen voor het (inter)nationale wegverkeer. Daarmee zijn de gebieden die grenzen aan deze rijkswegen in trek als vestigingslocatie voor bedrijven. Gedurende de laatste jaren zijn diverse bedrijventerreinen ontwikkeld. De vraag naar locaties zal de komende jaren niet minder worden, zeker niet met de verbreding van de A2. Het is te verwachten dat de

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

openheid van het gebied rond deze rijkswegen daarmee onder druk zal blijven staan. Ruimte voor water en natuurontwikkeling

Door de vele gradiënten van nat en droog, en de dynamiek van de rivieren, is het rivierengebied bijzonder geschikt voor waardevolle natuurontwikkeling. Op de van oorsprong natste gronden, die slecht in agrarisch gebruik konden worden genomen, liggen al veel natuurterreinen. Deze bestaande natuurterreinen worden in de Ecologische Hoofdstructuur verbonden tot een netwerk van gebieden. De Regulieren, de gronden langs de Diefdijk en Nieuwe Zuider Lingedijk en grote delen van de uiterwaarden van Linge en Waal vallen hieronder. Na de dreiging en evacuatie door het hoogwater in 1995 zijn de dijken verzwaard en begonnen met plannen voor waterberging en aanpassing van de uiterwaarden. Op de agenda staan nog de verzwaring van de Diefdijklinie tot aan Gorinchem en de maatregelen in de Waaluiterwaarden (Ruimte voor de rivier). Naast de veiligheidsopgave speelt behoud van kwaliteit en kwantiteit van water een belangrijke rol om verdroging, vervuiling en - in mindere mate - verzilting te voorkomen. In het algemeen geldt dat wanneer ontwikkelingen plaatsvinden die de bergingscapaciteit van water verminderen, bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk, deze op dezelfde locatie of elders gecompenseerd moet worden. Waterberging binnendijks zal door het waterschap vooral gezocht worden in verbreding van waterlopen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Uit bovenstaande blijkt al dat belangen van natuur en water in het gebied op veel locaties overlappen. Hier liggen kansen voor zowel het algemeen belang als voor lokale ondernemers.

Legenda Ecologische Hoofdstructuur met ecoduct A2 bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden weidevogel- en ganzengebied stiltegebied drinkwaterwinningsgebied stedelijke uitbreidingen waardevolle open kom Nieuwe Hollandse Waterlinie beschermd dorpsgezicht CGT concentratiegebied glastuinbouw (CGT) zoekgebied windenergie Kaart met daarop de hoofdpunten van het beleid. Voor een grotere versie, zie de bijlagen.

| 41

42 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.4 | De poort van de groene parel In dit westelijk deel van het plangebied domineert de grote schaal van de Tielerwaard. Onder stedelijke druk vanuit de Randstad is bij Gorinchem en Vuren een golf van activiteiten langs de snelweg ontstaan. Van oorsprong lag deze bedrijvigheid langs de Waaldijk waar nu nog grote bedrijven als een betonfabriek te vinden zijn. De bedrijven bevinden zich globaal tussen Leuven en Vuren en omvatten tankstations, groothandel, transport en distributie, autoverkoop en horeca. De vervoersbewegingen die dit genereerd hebben grote impact op de recreatieve aantrekkelijkheid. In het naastgelegen Gorinchem zijn uitgebreide bouw- en waterbergingplannen die bijna tot aan de gemeentegrens bij fort Vuren lopen. Hier begint de zuidvleugel van de Randstad. In de rustige hoek van het Spijkse veld ligt een groot cluster van recreatieve terreinen: het Lingebos, een pannenkoekenrestaurant en een golfbaan. Langs de Linge heeft zich een gouden woonzoom ontwikkeld van Spijk naar Heukelum. De huizen staan op, aan of net onder de Lingedijk met daarachter een kleine, open kom. Aan de waterkant liggen enkele recreatieve voorzieningen en afwisselend rietlanden en kleine bossages. Soms vertoeft hier ook een hobbyboer met paarden- of ponyweide. Bedrijventerrein ‘De Zeiving’ bij Vuren

Nieuwbouw aan de dijk bij Vuren

Even verderop liggen de historische steden Heukelum en Asperen met een kleine landbouwenclave tussen oude en nieuwe Zuider Lingedijk. Het aantal agrarische bedrijven is hier op één hand te tellen. Met het kasteel in het groen en oude kerken hebben de vestingstadjes een bijzondere sfeer. Ze hebben nog een duidelijke relatie met de Linge en met het aan de overkant gelegen Leerdam. Asperen vormt eveneens een schakelpunt in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tussen de inundatiekom langs de Diefdijk en de kom in de Tielerwaard (richting Gorinchem). Tussen fort Asperen en fort Vuren ligt nog een lijn van groepsschuilplaatsen langs de Nieuwe Zuider Lingedijk en over A15 die de hoofdweerstandslijn vormde. De unieke waaiersluizen, het fort en de wapenplaats vormen bij Asperen een gaaf cluster van militair erfgoed. Naast deze bij Asperen zijn bij Dalem en Tiel eveneens inundatiesluizen te vinden. En vanaf fort Vuren vaart in de zomer een pontveer naar Slot Loevestein dat markant afsteekt aan de overkant van de Waal. De Nieuwe Zuider Lingedijk is nu een belangrijk natuurgebied met broekbossen in venig terrein. Deze staan in verbinding met de andere natuurterreinen van Staatsbosbeheer in de Linge-uiterwaarden en de kom. Functionele karakteristiek

Boten in de Linge nabij Spijk

De landbouwgronden bestaan voornamelijk uit weidebouw met hier en daar een akker op de Linge- of Waaloeverwal. Recreatiebos en -plas het Lingebos en een golfterrein liggen in het Spijkse Veld. De natte terreinen rond de Nieuwe Zuider Lingedijk zijn natuurterreinen, net als een groot deel van de uiterwaarden van de Linge. Aan en langs de dijken staan woningen en bedrijven. De snelweg en Betuwelijn doorsnijden het gebied, met afslagen bij Gorinchem en Leuven.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Stuwende krachten

• stedelijke druk vanuit het westen met bedrijvigheid langs snelweg en bebouwings langs dijk; • uitbreidingen bedrijvigheid bij Vuren en woonwijken bij Heukelum en Asperen; • experimenteel bouwen in de uiterwaarden bij Vuren; • recreatieve ontwikkelingen rond Lingebos met ruimte voor nieuwe landgoederen; • de Nieuwe Hollandse Waterlinie als cultuurhistorische en recreatieve noord-zuidlijn; • ontwikkeling cultureel en recreatief cluster Lingekwartier rondom de forten Asperen en Nieuwe Steeg; • heroriënterende landbouw: schaalvergroting of verbreding • ruimte voor de rivier, ook in relatie tot bedrijven in uiterwaarden; • natuur en vernatting langs de Nieuwe Zuider Lingedijk; • mooi en historisch wonen rond Asperen en Heukelum.

Groepschuilplaatsen langs de A15

Een dijkwoning in Spijk

Gracht en bebouwing van Heukelum

Deze oude kade of zeiving loopt vanaf kasteel Merckenburg tot aan Vuren onder de Nieuwe Zuider Lingedijk door, welke na de watersnood in 1809 werd aangelegd.

Kasteel Merckenburg te Heukelum

| 43

44 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.5 | Het rustieke hart van de Tielerwaard Door een smalle oeverwal is de overgangszone uiterwaarden-oeverwal-kom hier een duidelijk herkenbare gradiënt die parallel loopt aan de dijk. Op de oeverwal liggen compacte dijkdorpen met bochtige straten en kleine boomgaarden tot aan de provinciale weg, die een ‘nieuwe achterstraat’ vormt waaraan na de ruilverkaveling woonwijken en sportterreinen liggen en bedrijven zich vestigen.

Zicht op de open kom vanaf de Waaldijk

Daarachter ligt de grote open kom van de Tielerwaard tussen de N848 en Marijkestraat. Enkele planmatige boerderijstraten en wegen met (selectieve) wegbeplanting lopen kaarsrecht door de kom. Leegte en rust domineren deze kom. Alles is met de ruilverkaveling Tielerwaard-West gerationaliseerd tot recht, ontwaterd, vlak en vierkant, waardoor slechts een enkele zijdwende of eendenkooi rest. Langs de wegen staan overwegend essen en in de bosjes vooral populieren en wilg. De A15 en Betuwelijn doorsnijden de kom, ontnemen het zicht vanaf de snelweg en vormen een barrière voor recreatief verkeer. De dijk vormt een harde grens tussen de wereld van het water en die van de bewoners. Kunstwerken op de dijk staan voor het bewustzijn van een eeuwenlang gevecht met het water. De smalle uiterwaarden worden extensief beweid en kennen een eigen karakteristiek met brede sloten met riet, knotwilgen, zomerdijken en sporadisch meidoornhagen. In de wat grotere uiterwaarden als de Beneden- en bovenwaard van Herwijnen en de Crobsche waard liggen (voormalige) steenfabrieken en vindt geleidelijk natuurontwikkeling plaats. Functionele karakteristiek

In de kom liggen de boerderijstraten met hier en daar een eendekooi als natuurterrein in het landbouwgebied. Twee torens van een radarstation vallen op. Op de smalle oeverwal wordt gewoond en gewerkt en hier en daar zijn boomgaarden en productiebossen. In de uiterwaarden liggen enkele (restanten van) steenfabrieken met uitgegraven waterplassen. Er wordt gewoond en gewerkt in kleine dorpen en oude boerderijen. De recreatie is aan de dijk en rivier gekoppeld. Het veer naar Brakel

Stuwende krachten

• de landbouw, eventueel met nieuwe teelten of verbrede activiteiten; • wonen in kleine kernen op de oeverwal van de Waal; • nieuwe bewoners met hobbydieren als paarden en geiten; • seizoensberging water in verbrede waterlopen; • natuurontwikkeling in de smalle uiterwaarden en in de kom.

Dijkwoningen langs de Waaldijk

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Boomgaarden op de oeverwal

Molen bij Herwijnen

De kerk van Haaften

Opslag van wilgetenen bij Hellouw

De Waal zonder uiterwaarden

Natuur in de uiterwaarden bij Herwijnen

Zicht op de kom met populieren in de verte

Nieuwbouw bij Herwijnen

| 45

46 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.6 | De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften Dit gebied ligt op de kruising van twee belangrijke transportaders: de A2 en A15. Rond de afslagen van Geldermalsen en Waardenburg zijn forse bedrijventerreinen (aan het) ontstaan. Daarnaast is Geldermalsen bezig verder naar het zuiden uit te breiden met een woonwijk. Aan de Waal bij Haaften liggen enkele grote terreinen, zoals een slibdepot en distributiebedrijven. Er zijn zelfs plannen voor een binnenhaven geopperd. Langs de oude Rijksstraatweg tussen Geldermalsen en Waardenburg, tussen akkers en boomgaarden, komt steeds meer andere bedrijvigheid, zoals een buxuskwekerij en een recyclingsbedrijf. Bij Tuil en Est liggen verschillende glastuinbouwbedrijven geconcentreerd.

Bedrijvigheid tussen Haaften en Tuil

Het ensemble kent net als de rest van het plangebied een lange historie, al dreigen de sporen ervan uitgewist te worden. Rond Tuil leven mysterieuze verhalen dat het de hoofdstad van Teisterband zou zijn geweest. In ieder geval hebben er verschillende kastelen gestaan. Er liggen verschillende kromakkers met boomgaarden langs Rijksstraatweg. En de oude Culemborgsche Vaart is een historische handelsroute en trekvaart van noord naar zuid door de polder. De infrastructuur werkt als barrière, waardoor geïsoleerde plekken ontstaan, zoals in de oksels van knooppunt Deil. De toekomst staat hier nog open. Vanaf de dijk heeft men een markant zicht op de Martinus Nijhoffbrug en Zaltbommel. Functionele karakteristiek

Wonen in woonwijken bij Waardenburg en Geldermalsen nabij de snelweg en werken op grotere bedrijventerreinen langs de snelweg met uitzaaiingen langs de doorgaande wegen, spoor en dijk. Verder kent het gebied boomgaarden, afgewisseld met glastuinbouw, weilanden, akkers en paardenweidjes. Er dreigt hier het gevaar dat restgebieden, afgesloten door infrastructuur, worden volgebouwd, verrommelen of een andere ongewenste bestemming krijgen. Glastuinbouw bij Haaften

Stuwende krachten

• dynamiek vanuit de snelwegafslagen bij Waardenburg en Geldermalsen met bedrijvigheid, snelwegcorridor met etalages en reclameborden; • zoekzone windenergie rond A15 op de Bergakker en het AVRIterrein; • aansluiting op de Waal bij slibdepot Haaften; • intensivere landbouw, zoals (boom)kwekerijen en glastuinbouw; • scheepvaart op de Waal; • natuurontwikkeling in de uiterwaarden; • mooi wonen in het buitengebied nabij de snelweg; • dag- en verblijfsrecreatie; • nieuwe bewoners die de wens naar een groen, recreatief hart, toename van het forenzenverkeer, villa’s en tuincentra met zich meebrengen. Glastuinbouw bij Tuil

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Glastuinbouw bij de rondweg van Est

Nieuwbouw in Waardenburg

Spoordijk bij Waardenburg

Viaduct over A2 bij Waardenburg

Boomgaarden in de Lage Paarden

Dorpsrand van Haaften

Boomkwekerij in de Hooge Paarden

De Martinus Nijhoffburg bij Zaltbommel

| 47

48 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.7 | Het knoopsgat Deil Als een stil oog in een wervelstorm ligt knooppunt Deil aan de rand van de Tielerwaardkom. Het knoopunt is sterk beplant met onder andere populieren en essen en vanuit de omliggende kwadranten onbereikbaar. Met uitzicht op de omringende leegte van de Tielerwaardkom vormt het de toonkamer van dit karakteristieke rivierenlandschap. Het komgrondenreservaat met drinkwaterwinning liggen in het zuidoostkwadrant, waarmee dit het meest besloten deel is. De natuurterreinen hebben een hoge ecologische waarde, maar worden ook bedreigd door de vervuiling vanaf de snelweg (fijnstof) en de verdroging vanuit omliggende landbouwgronden. Middendoor loopt de Oude Culemborgsche Vaart.

Zicht vanaf de A15

Het zuidoostelijk kwadrant wordt afgesloten door de spoorweg tussen Geldermalsen en Waardenburg en ligt daardoor sterk geïsoleerd. Mede door de kleine bossen en hoge populieren is dit een bijzonder stil stuk van de kom dat daarmee in contrast staat met het razende verkeer op de snelwegen. Aan de Hemelseweg bevindt zich bos met bijzonder fraaie wilgenstoelen. Met de komst van de Betuwelijn is er een extra knooppunt van spoorrail bijgekomen dat grotendeels aan de kant van Meteren ligt. De barrièrewerking van de spoorlijn en de N327 heeft aan het contrast tussen het landelijk karakter enerzijds en bebouwing van Geldermalsen anderzijds bijgedragen. Daar waar de provinciale weg aanhaakt op de A2 ligt recreatieoord ‘De Rotonde’ met een McDonaldsrestaurant. Aan de andere kant van de A2 ligt het noordwestelijk kwadrant met enkele boerderijen en een grote eendekooi. Aan de rand loopt de Boutensteinsche Wetering waardoor vroeger het water uit de polder in de Linge werd afgevoerd. Bij de N327 liggen een verlaten slipschool en sportterrein tegen de oeverwal aan. Functionele karakteristiek

Knooppunt Deil

Het gebied wordt gedomineerd door de infrastructuur van snelwegen en spoorlijnen. De lagere wegen lopen allen dood of rond in de oksels van het knooppunt. In de kom liggen enkele boerderijen met voornamelijk grasland rondom. Enkele eendekooien liggen in en nabij het komgrondenreservaat, dat wel natuurgebied is, maar geen deel uitmaakt van de Ecologishce hoofdstructuur. Stuwende krachten

Opvallend is de bovenregionale beleidsleemte die geldt voor dit gebied. • drinkwaterwinning bij ‘t Broek; • zoekgebied windenergie in het Molenveld; • uitbreiding recreatieve aantrekkingskracht van stilte en ruimte.

Landbouw in het oksel van knooppunt Deil

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Rationele beplanting in knooppunt Deil

Rechte wegen met populieren in de kom

Oud en nieuw spoor

Populieren langs de A15

Populierenbos in het Molenveld

Boerderij uit de tijd van de ruilverkaveling

Wetering in Het Broek

Boerderij met melkvee en boerengolf

| 49

50 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.8 | De Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen Aan de noordkant van deze grote Waalmeander ligt een grotendeels agrarisch landschap met kleine dijkdorpen en kastelen. De historische dorpen liggen aan de dijk, uitlopend in linten langs de dijk. Kerktorens markeren de hoeken van bochten in rivier en dijk bij Heesselt en Varik, het verhaal van weggespoelde dorpskernen stil prekend. De overgang van oeverwal naar stroomrug en naar (kleine) kom is geleidelijk en minder goed zichtbaar dan ten westen van Haaften. Op de oeverwal liggen boomgaarden en kassen; op de stroomrug voornamelijk boomgaarden en akkers. Hierop liggen grote hoeves met een rijke, oude erfbeplanting, waaronder oude beuken, treurwilgen, notenbomen en (lei)lindes. De wegen zijn summier beplant, waarbij de windsingels van els rond boomgaarden en de erfbeplanting voor beslotenheid zorgen.

Natuur in de Waaluiterwaarden

De sloten lopen grillig in een redelijk fijn netwerk richting de in- en uitlaatpunten in de Linge. Het komgebied ‘De Steendert’ met als kern het populierenbos onderscheidt zich van de rest van de omgeving door de openheid, de grasvlakte en de wegen die erin doodlopen. Andere kleine kommetjes bevinden zich tussen Opijnen en Varik (Westerbroek) en tussen Opijnen en Est (Estse Oploop, Tieflaarstraat). De buitendijkse gronden, de uiterwaarden, hebben een enorme omvang en grote waterplassen. Er is een start gemaakt met grootschalige, zelfregulerende natuurontwikkeling van moerassen, zandbanken, open water, natte en droge ooibossen en nevengeulen, maar een tegenbeweging met het motto ‘doe mij maar een gewone koe’ is nadrukkelijk aanwezig. Functionele karakteristiek

Beplanting nabij Neerijnen

Verschillende agrarische bedrijfsvormen in het buitengebied, waaronder fruitboomgaarden, glastuinbouw, akkerbouw en weilanden. Wonen en werken langs de dijk op een brede oeverwal. Afwisselend natuurterreinen en (extensieve) landbouw in de uiterwaarden. De recreatie is voornamelijk aan dijk, kastelen en rivier gekoppeld. Stuwende krachten

• (verbrede) agrarische bedrijvigheid deelt ruimte met andere functies als waterberging, recreatie en wonen; • wonen aan de dijk in kleine kernen; • grootschalige natuurontwikkeling in de uiterwaarden en tegenbewegingen; • scheepvaart op de Waal; • waterberging en hoogwatermaatregelen; • lekker wonen in de nabijheid van de stad; • dag- en verblijfsrecreatie; • nieuwe bewoners, eventueel met hobbydieren.

‘Doe mij maar een gewone koe’ in de uiterwaarden

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Openheid van de Achterste Haar

Fietsers nabij Opijnen, waar de Waal tot aan de dijk komt

Nieuwbouw van Opijnen

De kerk van Varik

Horeca in Opijnen

Boerderij met paarden nabij Heesselt

Brede wetering nabij De Steendert

Boerderij bij Ophemert

De Kapelstraat met bebouwing dicht op de straat

Windsingels langs de Bommelse Straat

Glastuinbouw bij Varik

Natuurontwikkeling nabij Varik

| 51

52 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.9 | De Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy Samen met het ensemble van de Regulieren en Diefdijk geeft dit lommerrijke gebied blijk van een contrast tussen het kleinschalige, veelbezochte landschap langs de Linge en de ondoordringbare broekbossen in de kom. Rond de Linge met gevarieerde uiterwaarden en slingerende dijk zijn de pittoresque kleine dijkdorpen gelegen. De smalle oevers en uiterwaarden hebben afwisselend een natuurlijke, agrarische of recreatieve bestemming. In de kernen staan oude kerken, molens en huizen met historische plekken van oude, veelal verdwenen kastelen. Deze kernen zijn aangekleed met fraaie beplantingen, als laanbomen, treur- en leibomen en hagen. Buiten de kernen liggen afwisselend boomgaarden, akkers en weilanden bij grote boerderijen. Landgoederen als Mariënwaerdt en Noordenhoek, en in de toekomst mogelijk nieuwe landgoederen, passen naadloos in deze omgeving. Op deze oeverwal zijn ook de dorpen Geldermalsen en - in mindere mate - Beesd uitgegroeid tot kernen van enige omvang. Globaal geldt dat naar het westen toe de dorpen kleiner en meer op de dijk georiënteerd zijn. Zijsloot van Linge met knotwilgen en fruitbomen en daarachter Rhenoy

Functionele karakteristiek

Er is een afwisselend grondgebruik als boomgaard, akker, weide en bos, natuur en landbouw. Boomgaarden en bossen liggen voornamelijk langs de Linge en in de uiterwaarden. Op de smalle oeverwallen wordt gewoond en gewerkt in kleine en grote kernen. Snelweg en spoor doorkruisen het gebied, met als knooppunt Beesd. Er zijn enkele campings met dagrecreatie (zwemwater). En langs de Linge liggen de landgoederen Mariënwaerdt en Noorderhoek. Stuwende krachten

Zitje aan de Linge in Rumpt

De Appeldijk in bloesemtijd

• recreatie en toerisme op het water en de dijken; • heroriëntatie grondgebonden landbouw met verbrede nevenactiviteiten; • fruitteelt; • landgoedactiviteiten op Mariënwaerdt; • wonen aan de Linge, ook in nieuwe landgoederen; • nieuwe bewoners aan de dorpsrand, eventueel met hobbydieren; • ruimte voor de rivier in de uiterwaarden van de Linge.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

De Voorstraat te Beesd

Appeldijk

Kerk te Enspijk

Huizen in Enspijk

Crayestein bij Tricht

Huis nabij Deil

Verhoogd liggende boerderij in Deil

Akker tussen Tricht en Buurmalsen

Spoor en viaduct A2 bij Beesd

Bocht van de Linge nabij Acquoy

| 53

54 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

3.10 | De kom van de Regulieren en de Diefdijk Komend vanaf de oeverwal van de Linge zijn de wegen in de kom van de Culemborgerwaard ineens rechter, de gronden groener en de bomen minder gekromd. Enkele oude woonplaatsen zijn op woerden en in linten langs wegen te vinden. Van de Regulieren tot aan de Diefdijk liggen natte gronden met rietlanden, grienden, eendenkooien, populieren- en elzenbossen. Deze vormden vroeger de inundatievlakte van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en geven nu aanleiding tot een ecologische verbindingszone. Op deze verkeersstromen na is het gebied uniek in haar rust. Er lopen weinig wegen door het gebied en de natuurterreinen zijn door hun veelal natte bodem slecht toegankelijk. Aan de noordgrens van de gemeente zijn de restanten van een ‘proefbedrijf binnenvisserij’ gelegen. Functionele karakteristiek

Afwisselend weide en broekbos, natuur en landbouw. Snelweg en spoor doorkruisen het gebied. Er lopen weinig wegen door het gebied en de natuurterreinen zijn door hun veelal natte bodem slecht toegankelijk. Onverhard pad op Mariënwaerdt

Stuwende krachten

• natuurontwikkeling op de natste gronden, in handen van Staatsbosbeheer en Gelders Landschap; • heroriëntatie grondgebonden landbouw met verbrede nevenactiviteiten; • recreëren in de rust van de natuur; • koppeling natuurontwikkeling aan cultuurhistorische recreatie in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; • nieuwe bewoners, evt. met hobbydieren; • waterberging in Regulieren en langs Diefdijk.

De spoorlijn tussen Geldermalsen en Dordrecht

Praktische brug op Mariënwaerdt van bielzen met populierenbos op achtergrond

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 55

Verhoogd gelegen boerderij De Woerd

Grienden en rietvelden

Populierenbos in het Hooge Veld ten noorden van Rhenoy

Weg uit de tijd van de ruilverkaveling met essen

Wandelaars langs de Diefdijk

Verhoogd gelegen boerderij aan Busterweg

Boerderij nabij Diefdijk

Ganzepanweg ten noorden van Buurmalsen Gestalde caravans

Nieuwe wetering met daarlangs de Zeedijk

Spoor en viaduct A2 bij Beesd

56 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 57

4 Visie op hoofdlijnen: koester deze groene parel! 4.1 | De groene parel De gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen hebben een waardevol en gevarieerd landschap. De inwoners en bezoekers van de gemeente maken gebruik van dat landschap om te ondernemen, wonen, werken en recreëren. Het behoud, beheer en de ontwikkeling van natuur is dan ook gebaseerd op dit historisch gegroeide landschap. Ook in de toekomst blijft het landschap een belangrijke basis voor de initiatieven en activiteiten van de mensen in Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. De gemeenten willen meedenken als mensen in het landschap initiatieven willen ontplooien, mits enkele spelregels in acht worden genomen. Deze spelregels zijn niet bedoeld als beperkingen, maar als kansen. De landschapsvisie levert die spelregels. Het uitgangspunt daarbij is dat iedereen een bijdrage kan leveren aan een positieve ontwikkeling van het landschap waarbij privaat en publiek belang samen kunnen gaan. Zo kunnen alle betrokkenen werken aan een cultuurlijk en natuurlijk rijk landschap.

Koester deze groene parel midden in het verstedelijkende Nederland!

Wees zuinig op het historisch cultuurlandschap, maar speel ook in op de dynamiek gekoppeld aan oude en nieuwe stromen door het landschap: de snelwegen en spoorlijnen, de Nieuwe Hollandse waterlinie en de rivieren!

58 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

4.2 | Een ontwikkelingsgerichte landschapsvisie Het hoofddoel van het LOP is samen te vatten als: “Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap! Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.” Op basis van dit doel is de ontwikkelingsvisie van dit LOP te vatten in de volgende drie ruimtelijke opgaven en een organisatorische opgave.

1. Behoud én versterk de kernkwaliteiten van de landschapsensembles waarin de historische ontwikkeling van de rivierenlandschappen nog herkenbaar is. Versterk de groen-blauwe dooradering van het landschap. Koppel die aan het waterbeheer en aan het herstel en behoud van cultuurhistorsche landschapselementen en structuren. Koppel ze aan nieuwe ommetjes vanuit de dorpen en de toegankelijkheid van het agrarisch cultuurlandschap. Doe dat voor elk deel van het landschap op een eigen karakteristieke manier.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

2. Bouw “tussen de bedrijven door” aan een vernieuwde robuuste landschappelijke groenstructuur waarbinnen de grootschalige bedrijvigheid en verstedelijking ontwikkelingsruimte heeft in de meest dynamische landschaps-ensembles.

3. Accentueer de kruisingen van de bovenregionale stromen door het landschap. Etaleer daar de waarde van dit landschap voor de omliggende stedelijke gebieden: een groots, open, groen weids stromenland! Langs de Linge zie je de pittoreske kleinschaligheid, in de kom de weidsheid, en langs de Waal ruimte voor de gewone koe bij de dorpen en zelfregulerende natuur wat verderop!

| 59

60 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Nieuwe stromen door een groene parel!

4. Organisatorische opgave

In bovenstaand ‘logo’ van het LOP zijn de drie ruimtelijke opgaven van de ontwikkelingsvisie over elkaar heen geprojecteerd. Hiermee is de visie in grote lijnen neergezet. Belangrijk is dat deze inspeelt op het actuele grondgebruik en op de historie, maar ook vooruit kijkt. Er zal aangesloten moeten worden op de stuwende krachten achter de ontwikkeling van het landschap. Dat zijn lang niet alleen de overheden, maar ook ondernemers, organisaties en burgers die initiatieven ontplooien in het landschap. Om die initiatieven in goede banen te leiden, te inspireren en te stimuleren is het nodig om het LOP orginisatorisch en financieel goed op poten te zetten. Een landschapsfonds kan daartoe een goed middel zijn.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 61

5 Uitwerking visie per deelgebied

In dit hoofdstuk wordt de visie uitwerkt voor de verschillende landschapsensembles en deelgebieden. Hierin worden de drie ruimtelijke opgaven gevolgd, zoals in voorgaand hoofdstuk verwoord. Eerst komen de landschapsensembles aan bod waarin de historische ontwikkeling van de rivierenlandschappen nog herkenbaar is. Vervolgens worden de meest dynamische landschaps-ensembles besproken. In de laatste paragraaf wordt ingegaan op de opgaven die bij de kruispunten van de bovenregionale stromen spelen.

Visiekaart voor het landschap van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Voor een grote versie, zie de bijlagen.

Elk deel van het landschap krijgt zijn eigen duidelijke ontwikkelingsperspectief. Dit geeft duidelijkheid over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor initiatieven in het buitengebied. Deze visiekaart vormt echter geen blauwdruk, maar een instrument om creatieve en inspirerende (in plaats van beperkende) spelregels te ontwikkelen zodat alle initiatieven in het buitengebied bij kunnen dragen aan de identiteit en duurzaamheid van het landschap van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen.

62 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

5.1 | Behoud én versterk de kernkwaliteiten Deze paragraaf zal nader ingegaan op de eerste ruimtelijke opgave die dit LOP stelt: Behoud én versterk de kernkwaliteiten van de landschapsensembles waarin de historische ontwikkeling van de rivierenlandschappen nog herkenbaar is. In het historische cultuurlandschap van de rivieren is de indeling in uiterwaarden, oeverwallen en stroomruggen en de komkleigebieden bepalend. Ze worden hier eerst in grote lijnen en vervolgens per landschapsensemble behandeld.

De oeverwallen en stroomruggen Deze zijn vanouds zeer afwisselend en besloten, doordat daar de dorpen en bebouwing aan de dijk liggen. Verder liggen hier vanouds ook de meeste akkers, boomgaarden en boomteeltpercelen. In het LOP wordt ervoor gekozen om dit beeld van afwisselend verdichte oeverwallen met uitzichten naar de uiterwaarden en komgebieden te behouden en versterken. De toegankelijkheid voor de recreërende dorpelingen zou versterkt kunnen worden via groene diensten op vrijwillige basis zonder dat de agrarische bedrijvigheid daar last van heeft. Daarvoor worden voortbouwend op de historische beplantingen enkele nieuwe typen landschapselementen voorgesteld in dit LOP: herenlanen, jonkheersingels en jonkvrouwgaarden. Principe voor de oeverwallen en stroomruggen

Aan de dijk bij de dorpen ligt ook de meeste bedrijvigheid. De laatste decennia ontstaat ook bedrijvigheid aan de rand van het dorp op de overgang naar de komgebieden. In het LOP wordt in de landschapsensembles waar het historisch cultuurlandschap nog herkenbaar is deze ontwikkeling als landschappelijk ongewenst beschouwd. In het rustieke hart en bij de dorpen langs de Linge moet voorkomen worden dat zich een ‘boulevard’ met bedrijvigheid zoals meubelhandels en autodealers ontwikkelt.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

De uiterwaarden langs de Waal In het LOP wordt voorgesteld om langs de Waal dicht bij de dorpen te kiezen voor de uiterwaarden van de ‘gewone koe’ en verder van de dorpen voor uiterwaarden met een ‘plan ooievaar-achtige’ natuurontwikkeling met nieuwe nevengeulen, ooibossen, zandbanken en struinpaden. Vanuit de dorpen zouden wandel- en fietspaden over wandeldijkjes naar de zomerdijk behouden of ontwikkeld moeten worden. Deze zouden ook in de delen van de ooibosontwikkeling met elkaar verbonden moeten worden.

Principe voor de uiterwaarden langs de Waal

De uiterwaarden langs de Linge Langs de Linge zijn de uiterwaarden vanouds veel kleinschaliger dan langs de Waal. Er is een grote afwisseling van kleine weides, boomgaardjes, grienden en andere natte percelen. Er zijn geen zomerdijken en de uiterwaarden zijn soms te smal voor een wandelpad. Ook kunnen paden op sommige plekken natuurwaarden verstoren. In dit LOP wordt voorgesteld om zowel binnendijks als buitendijks wandel- en fietspaden evenwijdig aan de dijk te stimuleren gekoppeld aan doorsteekjes naar de dijk: de Lingeslingers. Zo kan door een samenwerking van gemeente en particulieren een recreatieve route ontstaan die om de dijk slingert en zo een alternatief zal vormen voor het verkeer over de dijk. Principe voor de uiterwaarden langs de Linge

| 63

64 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

De komgebieden met hun historie van dorpspolders Eeuwen geleden hadden de dorpen op de oeverwallen hun eigen dorpspolder. Daartoe omgaven zij een deel van de natte kom met kades. Noord-zuid liepen door de kom zijkades, of zijvingen. Oost-west liepen in het lage deel van de kom, ver van de dorpen de achterkades. Soms lag er ook een kade tussen dorp en kom om het hoge water van de kom uit het dorp te houden. Deze wordt soms meikade of meidijk genoemd.

Principe van de dorpspolders in het verleden

Tijdens de ruilverkavelingen werd de ontwatering van de kommen verbeterd, waardoor de gronden droger werden en beter verkaveld konden worden. Van de dorpspolders bleven slechts enkele kades gehandhaafd.

Principe van de dorpspolders in het huidige landschap

In dit LOP wordt voorgesteld om de dorpspolders nieuw leven in te blazen, niet alleen om de cultuurhistorie zichtbaar te maken. Ze kunnen nu goed dienst doen als routes voor dorpsommetjes en een betere ontsluiting van de kom voor voetgangers en fietsers over kadepaden. Daartoe worden oude kades hersteld en soms nieuwe zijkades en achterkades gemaakt op plekken waar de oude niet te restaureren zijn. De Graaf Reinaldweg vormt nu een barrière tussen dorpen en de kades. Door in de noordelijke berm een nieuwe meikade te maken en deze bij rotondes aan de dorpen te koppelen kan deze worden opgeheven. Ook kan het waterpeil van de boezems buiten de dorpspolders wellicht omhoog zodat de dorpspolders zich nog meer onderscheiden in het landschap. Langs de kades kan een typische kade-struweelbeplanting worden geplant. Deze zorgt er dan ook voor dat de snelweg en Betuweroute minder prominent in het landschap zichtbaar zijn. Over de boezems tussen de polders door blijven noord-zuid zichtlijnen mogelijk.

Principe voor herstel van de dorpspolders als landschappelijk raamwerk in de kom

Los van de meikade ligt een verbinding tussen de dorpspolders. Om het verschil tussen de kadepaden om de dorpspolder en boezems ertussen te benadrukken liggen de wegen door die boezem niet op een kade en zijn ze onbeplant. Zo is grote delen van het jaar wel een verbinding tussen de ommetjes om de verschillende dorpspolders mogelijk.

Vanouds lopen er enkele doorgaande wegen door de kom van de oeverwal langs de Waal naar de oeverwal langs de Linge. In dit LOP wordt voorgesteld om deze als gedekte wegen vorm te geven. Dit geeft beschutting voor de fietsers. Als de weg langs een polderrand loopt worden de gedekte weg en kade gecombineerd. Principe voor de doorgaande verbindingen door de kom tussen Linge en Waal

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

5.1.1 | Het rustieke hart van de Tielerwaard a. De open kommen

Motto: Houd de kom open voor landbouw en vogels, maar doorader de kom met kadepaden en ‘gedekte wegen’. In het beeld van de rustieke kom tussen globaal Haaften en Fort Nieuwe Steeg zal weinig veranderen in vergelijking met de huidige situatie. De kom blijft open met ruimte voor grondgebonden, duurzame landbouw. Deze landbouw is de beste garantie voor het behoud van de karakteristieke openheid en de weidevogelbiotoop. Aan de wegen in de kom liggen linten van boerderijen uit de tijd van de ruilverkaveling. Wanneer hier nieuwe bedrijfsuitbreidingen plaatsvinden, zal dit achter de bestaande bebouwing moeten gebeuren, waardoor het open zicht zo min mogelijk wordt aangetast. Bij forse uitbreidingen zal inpassing moeten plaatsvinden door langszij populierenbos of een fijnstofsingel aan de noord-oostzijde aan te leggen. Als een stevig netwerk zullen zijkaden (loodrecht op de winterdijk), meidijken (parallel aan de winterdijk, tussen dorp en polder) en achterkaden (middenin de kom, waar nu de A15 en Betuwelijn liggen) worden hersteld en beplant om een aantrekkelijk recreatief netwerk te vormen en de polder te compartimenteren. Dit herstel van de kades kan gepaard gaan met een verbreding van naastgelegen sloot ten behoeve van waterberging en natuurvriendelijke oevers.

Dit netwerk van kadepaden helpt de winterdijken te ontlasten van de recreatieve druk, werkt als ecologische verbinding en maakt de historie van het komgebied weer leesbaar. Daar waar het onmogelijk is geworden de kades te herstelling, kan worden getracht zo dicht mogelijk bij het oude tracé een nieuwe kade op te werpen. Enkel de kades en ‘gedekte wegen’ worden beplant met heesters of bomen, de andere wegen verliezen in de loop van de tijd hun beplanting. De singels langs de ‘kadepaden’ bestaan uit een mengsel van verschillende soorten wilg, populier, iep, els en doornige soorten als meidoorn en sleedoorn. Door de beplanting op de achterkaden is tevens het zicht op de betonnen wand van de Betuwelijn weggenomen.

a

b

c

Deelgebieden in het Rustieke Hart: kom, oeverwal en uiterwaarden

Voorbeeld van een singel met fietspad langs een watergang.

In het rustieke hart zullen de dorpspolders voornamelijk in landbouwkundig gebruik blijven. De meikades, zijkades en achterkades kunnen tussen de grote bedrijven door vorm krijgen, zonder dat ze die bedrijven hinderen. Wellicht kunnen delen ervan als groene dienst geleverd worden. De meikades langs de Graaf Reinaldweg kunnen door de provincie worden gerealiseerd. De gedekte wegen zijn veelal gemeentelijke projecten.

| 65

66 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Impressie van nieuwe ‘kooigoederen’ langs de snelweg. Ten noorden van de Betuweroute kunnen particulieren wellicht overgaan tot het stichten van nieuwe landgoederen van het type ‘Kooigoed’ zoals die in het landgoederenbeleid van Geldermalsen wordt beschreven. Daarnaast kunnen in de kom grote schuren aansluiten bij het komlandschap door een populierenbos ernaast aan te planten.

Enkele doorgaande noord-zuidverbindingen worden als ‘gedekte gemeenschapspaden’ ingericht met aan de westzijde een lage beplantingsstrook en aan de oost- of zuidkant een lage kade. Door de beplanting wordt het aantrekkelijker om door de kom te fietsen. De Zeek, Haaftensche Molenvliet en Boutensteinseweg verdienen extra aandacht, omdat de grotendeels verdwenen kades hier tevens de oostgrens vormden van het inundatieveld van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Langs de snelweg kan een enkel nieuw landgoed in de vorm van een ‘kooigoed’ worden ontwikkeld, maar de openheid en het landbouwkundig gebruik van het gebied hebben prioriteit.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

b. De oeverwal met dijk en dorpen

Motto: Koppel de dorpen aan de rivier door waardpaden en aan de kom via nieuwe meidijken De oeverwallen zijn afwisselend en kleinschalig met boomgaarden, voormalige kasteelterreinen, enkele wielen en kromakkers. Grootschalige uitbreidingen van bebouwing zijn hier uitgesloten, zeker aan de noordkant van de provinciale weg in de kom. Kleinschalige verdichting op de oeverwal, waarbij bebouwing en beplanting hand in hand gaan, is mogelijk, bijvoorbeeld als nieuw landgoed. Enkele dorpsranden verdienen een betere afronding met beplanting. Tussen de dorpen wordt de aanleg van houtsingels en solitaire bomen gestimuleerd, zo mogelijk in combinatie met een wandelpad als jonkheerdreef. De dorpslinten mogen daarbij langs de dijk niet aan elkaar groeien en dienen hun uitzicht op de rivier met uiterwaarden te behouden.

Voorbeeld van boomgaard met fruitbomen en begrazing.

c. De uiterwaarden van de Waal

Motto: Geef ruimte voor de rivier én het dorp Bij voorkeur blijven vlak bij de dorpen ‘cultuurlijke uiterwaarden met ‘gewone koeien’ in de wei en Wilde Bertam in de slootkant’. Daardoor wordt ook het zicht op de dorpen behouden vanaf de rivier en de dijk aan de overkant. De uiterwaarden en rivier moeten toegankelijk blijven voor dorpsbewoners. Maak daarom de uiterwaarden met een doorgaand wandelpad van Tiel naar Gorinchem over de zomerdijken verder toegankelijk, ook vanuit de dorpen. Daarbij dient aandacht te zijn voor cultuurhistorische elementen als steenfabrieken, wielen en oude kades. De aanwezige landbouw is daarbij waardevol voor het uitzicht op de Waal en het beheer van de uiterwaarden. De uiterwaarden verder van de dorpen kunnen zich natuurlijker ontwikkelen met zacht ooibos en nevengeulen. Maatregelen in het kader van Ruimte voor de Rivier kunnen samengaan met ontsluiting van de uiterwaarden en natuurontwikkeling, bijvoorbeeld in de Benedenwaard en Crobsche Waard.

Natuurontwikkeling en agrarisch gebruik evenwichtig aanwezig in de uiterwaarden

| 67

68 |

HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN

Visiekaart voor ‘het rustieke hart van de Tielerwaard’. In de kom zullen in de komende jaren de oude dorpspolderkades weer zichtbaar worden gemaakt en het recreatieve raamwerk gaan vormen. Ten noorden van de A15 en Betuwelijn is in een smalle strook ruimte voor nieuwe landgoederen. De doorgaande wegen met viaduct over de A15 worden ingericht als gedekte wegen: veilige en beschutte routes door de kom. Op de oeverwal wordt gewerkt aan de wegbeplanting en de dorpsranden (herenlanen en gaarden). Op eigen initiatief kunnen burgers ‘bakenbomen’ plaatsen op bijzondere plekken als baken in de tijd. De uiterwaarden nemen geleidelijk een meer cultuurlijke of meer natuurlijke vorm aan, afhankelijk van de afstand tot het dorp. Nadere bepalingen ten opzichte van de inrichting en het beheer van de uiterwaarden volgen in de beleidsnotitie ‘Stroomlijn’.

LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN

| 69

Behoud én versterk de kernkwaliteiten

5.1.2 | De Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen a. Open kom De Steendert

Motto: Laat de wegen doodlopend en de kom open In deze gave open kom dient primair ruimte te blijven voor weidebouw, weidevogels en andere natuur. Het blijft open en onbebouwd. Het is juist een kernkwaliteit dat de wegen hier nog doodlopen in de leegte van de kom, enkel toegankelijk gemaakt via een fietspad. Het bos in het kommetje is nu grotendeels in eigendom en beheer van het Staatsbosbeheer. Verrommeling van de randen moet echter wel worden voorkomen. De landbouwsector zal er samen met het waterschap in moeten slagen oplossingen te vinden voor waterberging in de haarvaten van het watersysteem.

a d

b c

Deelgebieden in de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen: kom, stroomruggen, oeverwal en uiterwaarden

b. De stroomruggen met kleine kommen ertussen

Motto: Geef initiatieven voor kleine landschapselementen een kans en bouw aan een recreatieve stroomruggengraat. Dit deelgebied bestaat uit afwisselend hogere ruggen en lagere delen. Binnen de lagere delen zoekt het Waterschap naar mogelijkheden voor verbreding van waterlopen om water te bergen. De stroomruggen zullen recreatief beter ontsloten moeten worden met wandel- en fietspaden. De aandacht voor historie, bijvoorbeeld voor hoogstamfruit en rijk beplante erven, is al goed aanwezig. Populieren en windsingels van elzen vormen een vertrouwd beeld rond kavels, maar verdienen wellicht verrijking met andere soorten als meidoorn, eik en iep. Langs de wegen kunnen hier en daar fruitbomen komen te staan. In de open velden en akkers bieden solitaire bomen (o.a. paardekastanje, linde of eik) een aantrekkelijke aanvulling, die het vee, de biodiversiteit en het landschap ten goede komt. Nieuwe woningen en bedrijven dienen goed te worden ingepast, waarbij de beuken- en ligusterhagen het erf kunnen sieren. In dit landschapsensemble zijn de komgebieden veel kleiner en is van dorpspolders geen sprake. In dit landschapsensemble zullen volgens het LOP de oeverwallen en stroomruggen verder worden verdicht met herenlanen en jonkvrouwgaarden door het cultuurlandschap en langs de dorpsranden. Verder zullen enkele nieuwe landgoederen hier bij kunnen dragen aan een mooie afronding van de dorpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/337/documents/8483