CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

IN088-bijlage-5d-verkeerskundig_onderzoek-GVWD.pdf

Lijst ingekomen stukken 27 september 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: C: C Informatie vanuit het college van burgemeester en wethouders13.181 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GASTVRIJE WAALDIJK VERKEERSKUNDIG ONDERZOEK

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

GASTVRIJE WAALDIJK VERKEERSKUNDIG ONDERZOEK

status

Definitief

opdrachtgever

Waterschap Rivierenland

kenmerk

DWr2101-R01 d2.0

contactpersoon

Martin Groenewoud

datum

19 januari 2022

opdrachtnemer

Megaborn Traffic Development BV

opgesteld door

Remco Keizer

gecontroleerd door

Stefan Montens

vrijgegeven door

Stefan Montens

Megaborn

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

INHOUDSOPGAVE Samenvatting advies ..................................................................................................... 1 1

Inleiding ............................................................................................................. 5

1.1 1.2

Aanleiding..................................................................................................................................... 5 Vraagstelling ................................................................................................................................. 5

2

Beoordelingskader ............................................................................................. 7

2.1 2.2

Principe Duurzaam Veilig ............................................................................................................. 7 Wegcategorie GVWD.................................................................................................................... 7

3

Beoordeling ontwerpprincipes GVWD ................................................................ 9

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.3 3.4

Wegprofiel .................................................................................................................................... 9 Rijloper ......................................................................................................................................... 9 Obstakelvrije zone ...................................................................................................................... 11 Kantmarkering en fietsstroken ................................................................................................... 12 Inrichting bochten ...................................................................................................................... 13 Snelheidsremmende maatregelen ............................................................................................. 14 Uitgangspunten .......................................................................................................................... 14 Binnen de bebouwde kom ......................................................................................................... 15 Buiten de bebouwde kom .......................................................................................................... 16 Overgangen ................................................................................................................................

17 Attentie verhogende markering ................................................................................................. 19 Casus GoWa................................................................................................................................ 21 Maatregelen bij kruispunten en aansluitingen parallelwegen ................................................... 22 Toepassen van verlichting .......................................................................................................... 23 Uitritten ...................................................................................................................................... 24 Belevingspunten ......................................................................................................................... 26

4

Akoestiek ......................................................................................................... 29

Bijlage 1 – Beoordeling snelheidsremmende maatregelen Bijlage 2 – Casus snelheidsremmende maatregelen GoWa

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

SAMENVATTING ADVIES De komende jaren versterkt Waterschap Rivierenland de noordelijke Waaldijk tussen Gorinchem en Nijmegen. Daarbij wordt ook de weginrichting aangepakt waarbij wordt gestreefd naar dezelfde weginrichting voor het gehele dijktracé. De weginrichting en de realisatie van herkenbare rustpunten moeten zorgen voor een ‘Gastvrije Waaldijk’ (hierna: GVWD). In het Masterplan Gastvrije Waaldijk 2021 is een inrichtingsvoorstel opgenomen. In opdracht van Waterschap Rivierenland heeft Megaborn het inrichtingsvoorstel beoordeeld op verschillende verkeerskundige aspecten. Dit is gedaan op basis van landelijk geldende richtlijnen van het CROW1. De resultaten van de uitgevoerde verkeerskundige toets zijn beschreven in dit rapport. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen die uit de beantwoording van de geformuleerde onderzoeksvragen naar voren komen. Algemeen Op de hoofdvraag of het inrichtingsvoorstel voor de dijk verkeersveilig is kan op basis van de principe-inrichting geen eenduidig antwoord worden geven. Over het gehele traject (van 80 km) kent de dijk verschillende functies. Op grote delen van de dijk waar de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer beperkt is, is de voorgestelde inrichting verkeersveilig toe te passen.

Met name op de delen van de dijk die woonkernen of bedrijven ontsluiten is sprake van een grotere hoeveelheid verkeer en zal maatwerk nodig zijn. Uitgangspunt is dat functie, vormgeving en gebruik in evenwicht moeten zijn. Rijloper De voorgestelde inrichting bestaat uit een rijbaan van asfalt met aan de zijde van de rivier een betonband en aan de binnendijkse zijde een strook grasbeton. De asfaltverharding kan daarbij worden gezien als rijloper en de betonband en de strook grasbeton als bermverharding. Obstakelvrije zone De minimale aanbevolen obstakelvrije zone op erftoegangswegen (ETW) buiten de bebouwde kom bedraagt 1,50 meter. Mede vanwege het sterk aflopende talud langs de dijk is het advies om daar niet of zo weinig mogelijk af te wijken. Vanwege de beschikbare breedte op de dijk zal de gewenste obstakelvrije zone van 1,50 meter niet overal gerealiseerd kunnen worden. Bij de uitwerking van die locaties of trajecten dient beoordeeld te worden of aanvullende maatregelen wenselijk zijn om de rijsnelheid te verlagen of de alertheid te stimuleren. Kantmarkering en fietsstroken Het inrichtingsvoorstel komt overeen met een erftoegangsweg type 2 (ETW-2). Op die wegen wordt geen kantmarkering toegepast, mits de verhardingsbreedte kleiner is dan 4,50 meter.

Bij een grotere verhardingsbreedte heeft het de voorkeur om: of de rijbaan versmallen tot 4,50 m of minder, al dan niet met het verbreden van de bermverharding; of de keuze voor ETW-2 heroverwegen.

1 CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

1

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Zoals hiervoor beschreven is het op sommige locaties vanwege functie en gebruik van de weg wenselijk om een grotere verhardingsbreedte toe te passen. In die gevallen past mogelijk beter de inrichting van een erftoegangsweg type 1, inclusief kantmarkering. In beginsel maken alle verkeerssoorten op erftoegangswegen gebruik van dezelfde rijbaan. Bij relatief hoge intensiteiten, 2.000 á 2.500 motorvoertuigen/etmaal, zijn voor een Duurzaam Veilige inrichting fietsvoorzieningen zoals fietssuggestiestroken gewenst. Inrichting in de (scherpe) bochten op de dijk Voor een veilig weggebruik is het noodzakelijk dat weggebruikers het verloop van de weg over een voldoende lengte kunnen overzien. Daarom wordt bij het ontwerp van bochten in erftoegangswegen een minimumboogstraal van 200 meter geadviseerd. In bestaande situaties, zoals bij de reconstructie van de wegen binnen het project GVWD kan er sprake zijn van kleinere bogen, bijvoorbeeld door dwangpunten in bestaande situaties. Bij bogen met een kleinere straal dan 200 meter wordt in verband met de verkeersveiligheid geadviseerd het attentieniveau te versterken. In volgorde van zichtbaarheid kan bij de GVWD gekozen worden voor het plaatsen van verlichting, bochtreflectorpalen, bochtschilden of het plaatselijk toepassen van kantstrepen. Aanvullend kunnen wegdekreflectoren, al dan niet met actieve verlichting, worden toegepast.

Ook hier is maatwerk nodig. Snelheidsremmende maatregelen Binnen de bebouwde kom Geadviseerd wordt om binnen de bebouwde kom langere rechtstanden dan 100 meter zonder snelheidsremmende elementen te voorkomen. In basis worden drempels of plateau’s geadviseerd, in ieder geval op kruispunten op de dijk. Deze maatregel heeft het grootste snelheidsremmende effect en heeft de minste nadelige effecten op de veiligheid voor (brom)fietsers. Buiten de bebouwde kom Voor de wegen buiten de bebouwde kom is voor GVWD de keuze gemaakt om alleen drempels en plateaus toe te passen. In richtlijnen van CROW is aangegeven dat er eventueel een snelheidsbeperkende voorziening nodig is op kruispunten (maatwerk, afhankelijk van de situatie). Bij GVWD is het uitgangspunt dat er een plateau aangebracht op elk kruispunt op de dijk. Geadviseerd wordt om naast de kruispunten drempels aan te brengen bij actie- en gevarenpunten op de dijk zoals oversteken voor langzaam verkeer, voor bochten, obstakels en recreatieve voorzieningen zoals belevingspunten op de dijk. Per traject is maatwerk nodig. Andere vormen van snelheidsremmende maatregelen worden niet geadviseerd omdat deze in verband met een te lage verkeersintensiteit voor het gewenste effect gecombineerd moeten worden met een drempel of plateau.

Attentie verhogende markering Waar drempels of plateaus in verband met overlast door geluid of trillingen niet mogelijk of wenselijk zijn, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, wordt geadviseerd de attentiewaarde op een andere manier te verhogen. Er moet gestreefd worden naar een uiteindelijke situatie die verkeersveilig en handhaafbaar is, dus waar de politie kan en wil handhaven. Het toepassen van taludmarkering (schijndrempel) wordt niet geadviseerd omdat de politie daarmee niet kan instemmen. Het toepassen van blokmarkering is niet onjuist maar heeft niet de voorkeur. Om de gelijkwaardigheid te benadrukken op kruispunten waar geen Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

2

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

plateau mogelijk is, wordt geadviseerd het kruisingsvlak in een afwijkende kleur uit te voeren of een druppelmarkering toe te passen. Overgangen Geadviseerd wordt om bij bebouwde komgrenzen (60 naar 30) de standaard vormgeving van een zonepoort toe te passen binnen GVWD, met kom- en zonebebording en lijnen (markering met ongelijke breedte) over de volledige breedte van de weg. Indien toepasbaar in combinatie met een plateau. Aanvullend kan de toegestane rijsnelheid met markering op de rijbaan worden aangebracht. Op basis van de beoordeling van een themakaart met voorgestelde snelheidsremmende maatregelen voor het project Gorinchem-Waardenburg (GoWa) is geconcludeerd dat de geloofwaardigheid van de bebouwde kom bij verschillende dorpen twijfelachtig is. Aanbevolen wordt om allereerst vast te stellen of de locatie van de grens van de bebouwde kom op de juiste plaats gelegen is. Daar waar dit niet het geval is, is de aanbeveling de grens van de bebouwde kom te verplaatsen. Dit draagt bij aan de geloofwaardigheid van de aanwezige snelheidsregimes en naleven daarvan. Kruispunten en aansluitingen van parallelwegen op de dijk met weinig tussenruimte Dit betreft met name dijkopgangen, welke grotendeels evenwijdig met de dijk omhoog lopen, waarna deze aansluiten bovenop de dijk in een kleine hoek.

Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is er geen noodzaak om dit soort aansluitingen anders vorm te geven dan de ‘gewone’ rechte aansluitingen op de dijk. In het kader van eenduidigheid en verwachtingspatroon van de weggebruiker is het wenselijk om ook deze aansluitingen gelijkwaardig vorm te geven (bestuurders van rechts hebben voorrang) met een plateau of schijndrempel en eventueel een gekleurd kruisingsvlak. Zoals eerder beschreven heeft een schijndrempel niet de voorkeur van de politie. Toepassen van verlichting Over het algemeen is er binnen de bebouwde kom van plaatsen binnen GVWD openbare verlichting aanwezig. In het algemeen wordt de verlichting langs erftoegangswegen in 60 km/h-gebieden beperkt tot oriëntatieverlichting, verlichting van bijzondere objecten en woonclusters. Incidenteel kan het voorkomen dat in het kader van sociale veiligheid of verkeersveiligheid meer dan alleen oriëntatieverlichting moet worden aangebracht. Terughoudendheid met verlichting in het buitengebied is echter op zijn plaats. Richtlijnen van het CROW geven wel aan dat het aan te bevelen is om op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom op alle kruispunten met plateaus verlichting aan te brengen. Geadviseerd wordt om op kruispunten met plateaus altijd openbare verlichting aan te brengen. Het is niet noodzakelijk om bij elke drempel/plateau een lichtmast te plaatsen.

Per wegvak of deeltraject moet maatwerk geleverd worden. Bij de belevingspunten is in principe geen verlichting nodig, er van uitgaande dat deze punten veilig zijn ingericht (zie hierna).

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

3

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Toepassen van een witte streep bij uitritten Wanneer er wordt voldaan het bestemmings- en/of constructiecriterium is het niet nodig een witte streep toe te passen. Het belangrijkste bij een uitrit is dat aansluitbogen/ bochtbanden ontbreken (er worden rechte banden toegepast om de zijweg te laten aansluiten op de Waaldijk). Om de uitrit extra te benadrukken kan ervoor gekozen worden om de grasbetonstrook over de uitrit door te laten lopen. Het aanbrengen van een witte streep tussen de uitrit en de rijbaan bij particuliere inritten (eis vanuit gemeente West Betuwe) is niet fout. In tegendeel, dit kan de uitrit extra benadrukken. Wanneer ervoor wordt gekozen om wel een witte streep toe te passen dan heeft het de voorkeur om dit op het gehele dijktracé op dezelfde wijze toe te passen. Belevingspunten Op de belevingspunten, zoals beschreven in het Masterplan Gastvrije Waaldijk 2021, zijn plaatsen waar mensen samen komen. Hoe groter het belevingspunt, hoe groter de kans op verkeersonveiligheid. De belevingspunten dienen goed zichtbaar te en het is wenselijk dat verkeer met gepaste snelheid passeert. Indien nodig kan de snelheid worden verlaagd door het toepassen van snelheidsremmende maatregelen. Ook bij belevingspunten dient een obstakelvrije zone van minimaal 1,50 meter aangehouden te worden.

Geadviseerd wordt om belevingspunten niet aan te leggen recht tegenover op de dijk aansluitende wegen. Akoestiek Op basis van uitgevoerd onderzoek naar het akoestisch effect van de herinrichting van de weg verdient de keuze van het type grasbeton aandacht. Zowel vanuit het oogpunt van geluidsbelasting als hinderbeleving. Geadviseerd wordt om nabij woningen te kiezen voor een stille variant van grasbeton. Daarbij is een profiel in de dwarsrichting lawaaiiger dan een profiel in de rijrichting. Een hogere profieldiepte is lawaaiiger dan een ondiep profiel. Bij typen grasbeton waar het profiel verhoogd wordt in de dwarsrichting (om de attenderende werking te vergroten naarmate de rand van de weg genaderd wordt), neemt ook de geluidafstraling toe met de dwarspositie. Zowel in geluidbelasting als in hinderbeleving. Boulevards als loopstroken In het Masterplan GVWD 2021 is beschreven dat over de gepavede betonband naast het asfalt (Waalband) ook gelopen kan worden. Omdat de betonband ook door andere verkeerssoorten wordt gebruikt kan deze niet als formele voetgangersvoorziening worden gezien. Op verschillende locaties worden dorpsboulevards aangelegd. Dat zijn plaatsen om uit te rusten of te genieten van de omgeving. De Waalband heeft een breedte van 40 cm en wordt ter plaatse van de dorpsboulevard verbreed naar 80 cm. Dat is te smal om op te lopen.

Een formeel voetpad of trottoir heeft een gewenste breedte van minimaal 1,50 meter en is bij voorkeur verhoogd aangelegd. Op de dorpsboulevards is meestal geen plek voor een apart voetpad. De voetganger maakt dan gebruik van de rijbaan en de Waalband. Dit kan verkeersveilig als er voldoende aandacht is voor verkeersveiligheid. Conform het masterplan is het wenselijk om de dorpsboulevards alleen binnen 30 km/uur-gebieden aan te leggen en snelheidsremmende maatregelen te treffen. Daarnaast is een goede overgang van 60 naar 30 km/uur nodig.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

4

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding De komende jaren versterkt Waterschap Rivierenland de noordelijke Waaldijk tussen Gorinchem en Nijmegen. Een Waaldijk met een gastvrij karakter, waar fietsers de hoofdgebruikers zijn en de auto te gast. Het gaat om een dijk van 80 kilometer lang met dezelfde weginrichting en herkenbare rustpunten; een 'Gastvrije Waaldijk'. Zes gemeenten aan de Waal: West Betuwe, Tiel, Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard, Waterschap Rivierenland en provincie Gelderland werken aan de Gastvrije Waaldijk (hierna: GVWD). Het inrichtingsvoorstel in het Masterplan Gastvrije Waaldijk bestaat uit een rustige, zo smal mogelijke asfaltbaan met een herkenbare band aan de rivierzijde. Deze Waalband is een doorgaand betonnen lint. Het laat de lange lijn van de Waaldijk zien en vestigt de aandacht op de rivier en de uiterwaarden. Op plaatsen waar het uitzicht vraagt om ervan te genieten verbreedt de Waalband zich tot een belevingspunt. Deze punten zijn bedoeld om de beleving van de rivier in het landschap te versterken. Ook deze belevingspunten krijgen een herkenbare en eenduidige uitstraling in verschillende varianten.

1.2

Vraagstelling De hoofdvraag is of het inrichtingsvoorstel voor de weg verkeersveilig is. De asfaltbreedte is 4,20 m voor de dijkversterkingen Gorinchem-Waardenburg, Tiel-Waardenburg en Stad Tiel en 4,60 m voor de dijkversterkingen Neder-Betuwe en Wolferen-Sprok. Aan de zijde van de rivier wordt betonband van 0,40 m aangebracht en aan de binnendijkse zijde een strook grasbeton van 0,40 m. Uitgangspunt is gedeeld gebruik van de dijk door zowel gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers. De weginrichting dient getoetst te worden aan de CROW2-richtlijnen met daarbij in het achterhoofd houdend dat de weg op een dijk ligt met een beperkte kruinbreedte. In de toetsing dient een relatie gelegd te worden met Duurzaam Veilig en wat dit betekent dit voor de inrichting van de weg. Er wordt in dit rapport ingegaan op de volgende vragen: • Rijloper: – Wat is rijloper in het ontwerp? GVWD gaat uit van het asfalt als rijloper en de betonbanden als bermverharding. – Hoe veilig is het verschil in wegverharding bij remmen? • Hoe moet de obstakelvrije zone worden gedefinieerd in relatie tot de verharding? • Markering bij bredere rijbaan dan 4,50 m: – Vanuit GVWD is de wens om geen markering in de lengterichting, zoals een kantstreep of fietsstrook, toe te passen.

Hoe verhoudt dit zich tot de CROW-richtlijnen? – Wat betekent dit voor de inrichting in de (scherpe) bochten op de dijk? • Welke snelheid beperkende maatregelen en frequentie zijn passend op de dijk (plateau’s, drempels, markering, versmallingen enz.)?

2 CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

5

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

• Conform GVWD komen er alleen plateaus op de kruisingen met zijwegen waarbij op de dijk een fysieke drempelconstructie zal komen. In sommige gevallen wordt binnen GVWD een schijndrempel voorgesteld. Schijndrempelmarkering is niet wenselijk vanuit de politie. Wat zijn de mogelijkheden? • Welke maatregelen moeten of kunnen genomen worden bij de kruisingen en aansluitingen van parallelwegen op de dijk met weinig tussenruimte? • Is het toepassen van een witte streep bij particuliere uitritten noodzakelijk? Indien niet noodzakelijk: op welke andere wijze moeten uitritten worden gemarkeerd? • Is bij elke drempel/plateau een lichtmast noodzakelijk? • Belevingspunten: – Hoe veilig zijn de belevingspunten langs de weg? – Hoe is de verkeer juridische beoordeling van de inrichting? – Advies op de boulevards als ‘loopstroken’? • Afsluiten voor gemotoriseerd verkeer: – Veilig Verkeer Nederland (VVN) heeft op verzoek van bewoners advies uitgebracht over de verkeersveiligheid op de Waaldijk, op het traject Ophemert-Waardenburg. Dit is met name toegespitst op het gebruik van de dijk door motoren.

Megaborn is gevraagd een reactie te geven op de conclusies en aanbevelingen in het rapport; – Is het juridisch gezien mogelijk om de weg op de kruin van de dijk het al of niet (gedeeltelijk) af te sluiten voor motoren? Daarbij mede beschouwen: • De situatie (handhaafbaarheid) in Tiel (Bord aan de dijk: ‘Geslotenverklaring voor motoren, m.u.v. bestemmingsverkeer’) • Een voorstel voor Gorinchem-Waardenburg (hierna: GoWa) gedeelte (gedeeltelijke afsluitingen en éénrichtingsverkeer op gedeeltes van de dijk t.h.v. 30 km zones?). • Akoestiek: – Hoe wordt het opgenomen inrichtingsvoorstel voor de weg beschouwd i.r.t. akoestiek (de weginrichting als veroorzaker van (extra?) geluid)? Daarbij uitgaande van representatieve verkeersintensiteiten (aan te leveren door desbetreffende gemeente(n) in twee situaties: • Daar waar de asfaltrijloper voldoende breed is, zodat gemotoriseerd verkeer elkaar kan passeren (betonranden als bermverharding, is uitgangspunt GVWD); • Daar waar de asfaltrijloper te smal is om elkaar goed te kunnen passeren, de betonranden worden gebruikt als uitwijkmogelijkheid.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

6

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

2

BEOORDELINGSKADER

2.1

Principe Duurzaam Veilig Het Nederlandse wegennet wordt zoveel mogelijk opgebouwd volgens het principe Duurzaam Veilig. Duurzaam Veilig is er in eerste instantie op gericht om ongevallen te voorkomen. Binnen Duurzaam Veilig worden functie, vormgeving en gebruik van wegen op elkaar afgestemd, zodat weggebruikers als vanzelf het gewenste verkeersgedrag vertonen.

2.2

Wegcategorie GVWD Eén van de eisen van Duurzaam Veilig is dat wegcategorieën herkenbaar zijn. Voor de beoordeling van de ontwerpprincipes voor GVWD is het van belang te bepalen van welk wegtype uitgegaan dient te worden. Voor het overgrote deel van het tracé geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur (veelal binnen de bebouwde kom) of 60 km/uur (buiten de bebouwde kom. Er is op basis daarvan sprake van erftoegangswegen. Binnen Duurzaam veilig wordt onderscheid gemaakt in erftoegangswegen (ETW) type 1 en 2: • type 1: wegen met een hoog verkeersaanbod die relatief grote gebieden ontsluiten of meerdere kernen verbinden; • type 2: (smalle) plattelandswegen met een laag verkeersaanbod die hoofdzakelijk dienen om landbouwgronden of aanliggende bebouwing en functies te ontsluiten én/of een recreatieve functie hebben. De huidige Waaldijk heeft, op de meeste locaties, vooral een functie voor lokaal en landbouwverkeer en daarnaast recreatief verkeer. Het project GVWD moet de recreatieve functie en beleving voor de recreatieve gebruiker versterken. Alle partners willen van de dijk een echte bestemming maken. Voor GVWD is het uitgangspunt dan ook een inrichting passend bij ETW-2. Onderstaande afbeelding geeft een standaarddwarsprofiel weer voor een ETW-2 (CROW).

Figuur 1: Standaarddwarsprofiel ETW type 2 (Handboek wegontwerp, CROW)

Aandachtspunten: • Verkeersintensiteiten (gemotoriseerd- en langzaam verkeer) zijn niet bekend en zullen variëren per dijktraject; • Uit het Masterplan blijkt dat er wegvakken zijn met een toegestane snelheid van 50 km/uur, gebiedsontsluitingswegen (GOW). Het is de vraag of deze worden afgewaardeerd; • Uit het document met technische uitgangspunten (Overzicht technische uitgangspunten Gastvrije Waaldijk, d.d. 11 mei 2021) blijkt dat op verschillende wegvakken/trajecten een grotere wegbreedte wordt gehandhaafd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de ontsluiting van bedrijven, dorpskernen of de toerit naar een veerpont. Hier dient mogelijk afgeweken te worden van het standaard inrichtingsprincipe en is maatwerk nodig.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

7

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Eén uniforme inrichting voor het gehele dijktracé is het uitgangspunt, maar is gezien het voorgaande mogelijk op enkele locaties lastig te realiseren. Bij de uitwerking per deeltraject zal op deze locaties ingezoomd moeten worden en is mogelijk maatwerk gewenst.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

8

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

3

BEOORDELING ONTWERPPRINCIPES GVWD Op basis van CROW-richtlijnen zijn de ontwerpprincipes voor de GVWD beoordeeld en is hierna antwoord gegeven op de geformuleerde deelvragen.

3.1

Wegprofiel

3.1.1

Rijloper Wat is rijloper in het ontwerp? Hebben wij het hier over het asfalt of incl. betonstrook en/of grasbetonstrook? GVWD gaat uit van het asfalt als rijloper en de betonbanden als bermverharding. Definitie rijloper De rijloper is het gedeelte van het verharde dwarsprofiel dat voldoende breed is voor een enkel maatgevend ontwerpvoertuig, en waar het verkeer gebruik van dient te maken. Buiten de bebouwde kom op 60 km/u wegen zijn er twee categorieën: erftoegangswegen type 1 (ETW-1) en erftoegangswegen type 2. (ETW-2). Bij ETW-1 wordt de rijloper weergegeven met onderbroken markering. Aan weerszijden van de rijloper is een uitwijk- of suggestiestrook aanwezig. Bij ETW-2 is de rijloper gelijk aan de verhardingsbreedte. Zie onderstaande figuur (CROW).

Figuur 2: Rijloper ETW type 1 en 2 (Handboek wegontwerp, CROW)

Rijbaanbreedte De ideale breedte van de rijloper van een ETW-2 is 4,50 meter. De gebruikelijke (standaard) standaardbreedte is echter 3,50 meter. Bij smalle dijkwegen met verblijfsfunctie (30/60 km/h) past een wegprofiel met een verhardingsbreedte van 3,3 tot 4,2 m. Indien de intensiteit dit noodzakelijk maakt, wordt een bermverharding toegepast. In bijzondere situaties, zoals bij doodlopende wegen met bestemmingen die weinig verkeer genereren, kan de breedte van de rijloper worden versmald naar 2,50 meter. Zie figuur 3 op de volgende pagina.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

9

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Op erftoegangswegen type 2 is de verhardingsbreedte gelijk aan de breedte van de rijloper. In die situaties kunnen motor- en landbouwvoertuigen elkaar op de verharding niet passeren (ook niet bij zeer lage snelheden). Bromfietsers, fietsers en motor- of landbouwvoertuigen kunnen elkaar alleen op een veilige wijze passeren bij een lage snelheid en een goed aansluitende buitenberm. Toepassing van een erftoegangsweg type 2 met uitsluitend een rijloper van 3,50 meter is in verband met de verkeersveiligheid en het voorkomen van (ernstige) bermschade alleen acceptabel als de intensiteit lager is dan 350 à 400 motorvoertuigen per etmaal. Op veruit de meeste trajecten op de Gastvrij Waaldijk is de breedte van de rijloper groter dan 3,5 meter. Op een enkele locatie is de breedte kleiner. Op die locatie(s) zal te zijner tijd verder ingezoomd moeten worden en is maatwerk nodig. Afhankelijk van de breedte van de verharding op erftoegangswegen type 2 en de grondslag (zand of klei/veen) ligt de bovengrens van de intensiteit op respectievelijk 1.000 motorvoertuigen/etmaal (zand) en 800 motorvoertuigen/etmaal (klei) bij een breedte van 4,50 meter.

Figuur 3: Breedte rijloper ETW type 2 (Handboek wegontwerp, CROW)

Bermverharding Bermverharding is wenselijk op smalle wegen waar het verkeer elkaar net kan passeren, of op de bredere wegen om te zorgen voor een visuele versmalling. Bermverharding kan door middel van het toepassen van een beklinkerde molgoot, zichtbare overrijdbare opsluitbanden, grasbetontegels en/of halfverharding. Bij het ontwerp voor de GVWD is gekozen voor een strook grasbeton aan de binnendijkse zijde van de rijbaan en een betonband (Waalband) aan de rivierzijde. Gezien het voorgaande kunnen beide stroken worden gezien als bermverharding. De Waalband heeft voornamelijk een esthetische functie. Het is een doorgaand betonnen lint die de lange lijn van de Waaldijk laat zien en de aandacht vestigt op de uiterwaarden en de rivier. De band heeft ook een verkeersfunctie, namelijk die van bermverharding. De grasbetonstrook heeft enkel een functie als bermverharding. Omdat de rijloper en de bermverharding uit verschillende materialen bestaan is de vraag gesteld hoe veilig dit verschil in verharding is bij remmen. De remvertraging van beton en asfalt is gelijk, zowel in droge als natte toestand. Daarmee is sprake van een veilige situatie wanneer een voertuig (hevig) remt met 2 wielen op de rijloper en 2 wielen op de betonband.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

10

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Voor de wrijving in het contactvlak tussen de banden en het wegoppervlak wordt onderscheid gemaakt tussen de natte stroefheid en de droge stroefheid, respectievelijk bij een natte weg en een droge weg. De droge stroefheid wordt bepaald vlak na aanleg van steenrijke asfaltmengsels. Deze mengsels hebben vlak na aanleg een dikke bitumenfilm. Bij blokkerend remmen kan de remweg op dit soort mengsels lang zijn (bituplaning). Om die reden wordt dan ook vaak met bebording gewaarschuwd voor een langere remweg bij een nieuw wegdek. Na verloop van tijd slijt de bitumenlaag en is er veelal sprake van voldoende stroefheid. Een betonverharding krijgt de gewenste grove textuur door nabehandeling. Bij GVWD wordt dit bereikt door de Waalband te bezemen. Aandachtspunten: • Om wegverbreding, met snelheidsverhoging als gevolg, te voorkomen heeft een bermverharding met een groene uitstraling (gras) de voorkeur; • Het heeft de voorkeur om de Waalband in een voldoende contrasterende kleur uit te voeren. Dit om een (visuele) wegverbreding te voorkomen; • Het moet visueel duidelijk zijn dat de verharde berm niet bedoeld is als fietsstrook. Dat kan ertoe leiden dat automobilisten fietsers naar de berm drukken. • In de visualisaties in het Masterplan lijkt de Waalband qua kleur voldoende contrasterend met de asfaltverharding. Binnen de bebouwde kom wordt een lichtere kleur asfalt toegepast.

Omdat daar de rijsnelheden over het algemeen lager liggen is het contrast met het asfalt minder relevant. Het heeft de voorkeur om trottoirs binnen de kom verhoogd aan te leggen ten opzichte van de rijbaan. Wanneer de Waalband onderdeel is van het trottoir dient deze dus ook verhoogd aangelegd te worden. 3.1.2

Obstakelvrije zone Hoe moet de obstakelvrije zone worden gedefinieerd in relatie tot de verharding? Binnen de bebouwde kom In de richtlijnen van het CROW wordt de term obstakelvrije zone voor situaties binnen de bebouwde kom niet gebruikt. Wel moet rekening gehouden worden met het profiel van vrije ruimte van de verkeersdeelnemers bij het plaatsen van objecten. Buiten de bebouwde kom De inrichting van de berm en (mogelijk) aanwezige obstakels in de berm bepalen in hoge mate de ongevalskans voor weggebruikers die met hun voertuig uit koers zijn geraakt. Binnen de zogenoemde obstakelvrije zone mogen om die reden geen obstakels voorkomen die botsonvriendelijk zijn. Daarnaast moet de draagkracht van de berm zodanig zijn dat een uit koers geraakt voertuig veilig tot stilstand kan komen. In het ontwerp van de GVWD wordt daar al deels aan tegemoet gekomen door de toepassing van een goed gefundeerde en aansluitende betonband en grasbetonstrook. De obstakelvrije zone wordt gemeten vanuit de kant van de verharding. Zie figuur 3 op de vorige pagina. Voor de GVWD geldt dat dat de kant asfalt is, omdat de beide banden onderdeel uitmaken van de berm. De standaardbreedte van de obstakelvrije zone langs een erftoegangsweg bedraagt 2,50 m. Uit oogpunt van kosten en ruimtebeslag kan langs bestaande wegen een obstakelvrije zone van minimaal 1,50 meter worden aangehouden.

Er kunnen zich situaties voordoen waar het niet wenselijk is de minimale obstakelvrije zone aan te houden, bijvoorbeeld in de buitenbocht van krappe bogen.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

11

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Omdat er langs het tracé van de GVWD sprake is van een sterk aflopend talud is het advies om niet of zo weinig mogelijk af te wijken van de voorgeschreven minimale obstakelvrije zone van 1,50 meter. Het is daarbij ook zaak dat de wegbreedte zorgvuldig is bepaald op basis van functie en gebruik zoals beschreven in paragraaf 2.1 en 2.2. Bots onveilige obstakels, zoals bankjes, dienen op minimaal 1,50 meter van de kant asfalt geplaatst te worden. Vanwege de beschikbare breedte op de dijk zal de gewenste obstakelvrije zone van 1,50 meter niet overal gerealiseerd kunnen worden. Bij de uitwerking van die locaties of trajecten dient beoordeeld te worden of aanvullende maatregelen wenselijk zijn om de rijsnelheid te verlagen of de alertheid te verhogen. 3.1.3

Kantmarkering en fietsstroken Vanuit GVWD is de wens om geen belijning in de lengterichting, zoals een kantstreep of fietsstrook, toe te passen. Hoe verhoudt dit zicht tot de CROW-richtlijnen? Kantmarkering Kantmarkering dient buiten de bebouwde kom toegepast te worden op ETW-1. Bij smalle 60 km/h-wegen (ETW-2) wordt in principe geen markering toegepast met uitzondering van gevaarlijke situaties zoals in onopvallende of onoverzichtelijke bochten (zie paragraaf 3.1.4). Wanneer de wens is om geen kantmarkering toe te passen dienen de wegvakken van de GVWD aangewezen te worden als ETW-2 en ook als zodanig te worden ingericht. De vraag is of dat op basis van het huidige gebruik van de wegdelen overal mogelijk is (zie paragraaf 2.1 en 2.2). Wanneer er op een ETW-2 een verhardingsbreedte van meer dan 4,50 m aanwezig is, zijn er twee opties: • optie 1 = rijbaan versmallen tot 4,50 m of minder, al dan niet met het verbreden van de bermverharding; • optie 2 = keuze voor ETW-2 heroverwegen. Fiets(suggestie)stroken Op de erftoegangswegen maken alle verkeerssoorten in beginsel gebruik van dezelfde rijbaan. De afwikkeling van (veel) fietsers op een verhardingsbreedte van circa 3,50 meter - 4,50 meter kan bij relatief hoge intensiteiten niet als Duurzaam Veilig worden aangemerkt.

Bovendien is volledige integratie van fietsers alleen mogelijk als de rijsnelheid van het autoverkeer overeenkomt met de maximumsnelheid (60 km/h). Bij verkeersintensiteiten hoger dan 2.000 à 2.500 motorvoertuigen per etmaal zijn fietsvoorzieningen volgens richtlijnen van CROW noodzakelijk. Deze kunnen bijvoorbeeld bestaan uit fietssuggestiestroken. Dit betreft dus maatwerk en zal per weggedeelte bekeken moeten worden.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

12

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

3.1.4

Inrichting bochten Wat betekent de beantwoording met betrekking tot kantmarkering zoals beschreven in paragraaf 3.1.3 voor de inrichting in de (scherpe) bochten op de dijk? Voor een veilig weggebruik is het noodzakelijk dat weggebruikers het verloop van de weg over een voldoende lengte kunnen overzien. Voor erftoegangswegen geldt dat er in principe geen extra maatregelen worden getroffen in horizontale bogen (bochten), uitgaande van een bepaalde minimumboogstraal. De minimale boogstraal is afhankelijk van de toegepaste verkanting van de weg. Op erftoegangswegen wordt bij voorkeur geen verkanting toegepast. Er dient rekening gehouden te worden met een minimumboogstraal van 200 meter. In bestaande situaties, zoals bij de reconstructie van de wegen binnen het project GVWD kan er sprake zijn van kleinere bogen, bijvoorbeeld door dwangpunten in bestaande situaties. Bij bogen met een kleinere straal dan 200 meter wordt in verband met de verkeersveiligheid geadviseerd het attentieniveau te versterken. Daarbij kan, in het algemeen, worden gedacht aan: • plaatselijk toepassen van kantstrepen (1-3; 0,10 meter); • bomen; • hagen; • bochtschilden; • bochtreflectorpalen; • verlichting.

Specifiek voor dijken is door het Waterschap Rivierenland aangegeven dat zowel bomen als hagen/struiken in principe niet toegepast worden op dijken, omdat dit invloed heeft op de kwaliteit van de waterkering. Voor weggebruikers is het wenselijk het wegbeeld bij bochten op afstand te kunnen (over)zien, om zo voldoende tijd te hebben om hierop te anticiperen. Dit geldt voornamelijk in het donker. Hieronder zijn de maatregelen op volgorde van zichtbaarheid voor het wegverloop gerangschikt: 1 2 3 4

verlichting plaatsen bochtreflectorpalen plaatsen bochtschilden plaatsen plaatselijk toepassen van kantstrepen.

De toepassing van met name bochtschilden moet met enige terughoudend plaatsvinden. Voorkomen moet worden dat hierdoor het ‘verkeerskarakter’ van de weg wordt versterkt. Toepassing van geleiding dient tot een haalbaar minimum te worden beperkt in verband met risico op ongevallen. Een andere optie is het toepassen van wegdekreflectoren, al dan niet met actieve verlichting. Deze optie wordt niet genoemd in de literatuur. Voordeel is dat de actieve wegdekreflectoren het verloop van de weg op afstand al goed aanduiden. Nadeel is dat de bochten bij hogere begroeiing in de bermen minder goed zichtbaar zijn en de reflectoren onderhoudsgevoelig zijn. Uiteraard kan ook voor een combinatie van maatregelen worden gekozen.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

13

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Verder kan uit het oogpunt van verkeersveiligheid de snelheidslimiet lokaal worden aangepast ( v advies =40 km/h ). Ook hiervoor geldt weer maatwerk noodzakelijk is.

Figuur 4: Voorbeeld toepassing van bochtreflectorpalen IJsseldijk te Welsum (bron: Google Maps)

3.2

Snelheidsremmende maatregelen GVWD gaat uit van één uniforme en herkenbare inrichting voor het gehele dijktracé. Het profiel bestaat uit een rijloper van asfalt met aan de zijde van de rivier een betonband en aan de binnendijkse zijde een strook grasbeton. De breedte van de rijloper varieert per deeltraject. Er is sprake van gemengd verkeer, er zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig. Dit profiel past, zoals eerder beschreven, bij de categorie erftoegangsweg type 2 (mits functie, vormgeving en gebruik in evenwicht zijn). Idealiter worden alle wegen binnen GVWD gecategoriseerd als erftoegangsweg, wat inhoudt dat sommige wegvakken afgewaardeerd dienen te worden. Uitgaande van die situatie geven we hierna op basis van CROW-richtlijnen een advies voor het toepassen van snelheidsremmende maatregelen voor zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

3.2.1

Uitgangspunten Er zijn verschillende soorten snelheidsremmende maatregelen denkbaar voor GVWD. Alleen maatregelen die toepasbaar zijn binnen GVWD zijn beschouwd. De volgende uitgangspunten zijn daarbij gehanteerd: • Er worden geen maatregelen getroffen in de vorm van een asverspringing of het uitbuigen van de weg bij aansluitingen van zijwegen. Hiervoor zouden ingrijpende aanpassingen van het dijklichaam nodig zijn; • In verband met dijkbeheer zijn elementen in de berm, zoals een traphekwerk, niet gewenst; • Zowel bomen als hagen/struiken worden in principe niet toegepast op dijken, omdat dit invloed heeft op de kwaliteit van de waterkering; • Er worden geen verhoogde trottoirbanden toegepast in het profiel; • De gehele dijk is een (hoofd)fietsroute. Maatregelen mogen geen belemmering vormen of onveiligheid veroorzaken voor fietsverkeer;

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

14

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

• Drempels hebben vanuit landschappelijke inpassing de voorkeur; – Binnen de bebouwde kom is een drempel of plateau de standaard, maar deze worden alleen toegepast waar het en kan en waar deze geen of weinig overlast veroorzaken; – Buiten de bebouwde kom is de keuze gemaakt om alleen snelheidsremmende maatregelen in de vorm van drempels toe te passen. In elk geval worden alle kruispunten met zijwegen op de dijk buiten de bebouwde kom vormgegeven als kruispuntplateau. 3.2.2

Binnen de bebouwde kom Frequentie Binnen de bebouwde kom is het van belang dat er in 30 km/uur zones maatregelen worden getroffen op plaatsen waar de kans op ongevallen het grootst is. Locaties zoals kruispunten, nabij scholen, bij doorsteekjes, schoolroutes en winkels zijn hier voorbeelden van. De snelheid is dan namelijk het laagst op plaatsen waar de kans op een ongeval het grootst is. Bovendien zijn deze maatregelen ook voor de verkeersdeelnemer geloofwaardiger. Daar waar er een lange rechtstand overblijft zonder maatregelen wordt geadviseerd als vuistregel een maximale afstand van 100 meter tussen snelheidsremmers te hanteren om de snelheid niet te hoog te laten oplopen. Toe te passen maatregelen Op basis van CROW-richtlijnen is bekeken welke snelheidsremmende maatregelen toepasbaar zijn op erftoegangswegen en gezien het ruimtebeslag van de maatregel realistisch zijn voor toepassing binnen GVWD. Er is onderscheid gemaakt naar maatregelen die kunnen worden getroffen op wegvakken, op kruispunten en op overgangen. De positieve en negatieve aspecten per maatregel zijn beschreven in bijlage 1 bij dit rapport. Hierna volgt de conclusie van deze beoordeling. Voor maatregelen op wegvakniveau zijn de volgende mogelijkheden beoordeeld: • Drempel Effectief voor het verlagen van de snelheid en ongevaarlijk voor (brom)fietsers en motorrijders.

Gezien het gebruik van de dijk is dit de meest gewenste oplossing. In verband met toename van geluids- en trillingshinder is toepassing nabij woningen niet altijd mogelijk. • Asverspringing Het effect op de rijsnelheid is matig. Daarnaast nadelig voor fietsers. Op basis van CROWrichtlijnen worden op zeer smalle wegen in principe geen maatregelen in de langsrichting getroffen. Gezien de beperkte breedte van de dijk is deze maatregel moeilijk inpasbaar. Geadviseerd wordt om geen asverspringing toe te passen. • Versmalling met fietsvoorziening Een versmalling zonder fietsvoorziening (fietser rijdt om de versmalling heen) is nadelig voor de fietser en wordt afgeraden op de dijk. Bij intensiteiten tot 4.000 motorvoertuigen per etmaal heeft deze maatregel nauwelijks effect. De verwachting is dat dat intensiteiten hoger dan 4.000 motorvoertuigen per etmaal niet voorkomen op de dijk. De doorgang van de versmalling moet geschikt zijn voor landbouwverkeer. Daarnaast is er ruimte aan weerszijden voor fietsers nodig. Gezien de benodigde ruimte is een versmalling met fietsvoorzieningen niet goed inpasbaar binnen GVWD.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

15

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Voor maatregelen op kruispuntniveau zijn de volgende mogelijkheden beoordeeld: • Kruispuntplateau Effectief voor het verlagen van de snelheid en ongevaarlijk voor (brom)fietsers en motorrijders. Gezien het gebruik van de dijk is dit de meest gewenste oplossing. In verband met toename van geluids- en trillingshinder is toepassing nabij woningen niet altijd mogelijk; • Punaise Effectief voor het verlagen van de snelheid. Bij voorkeur wordt deze maatregel niet toegepast in (hoofd)fietsroutes. Vanwege de nadelige effecten voor de verkeersveiligheid van met name (brom)fietsers wordt deze maatregel niet geadviseerd. • Uitstulping op T-kruispunt Snelheidsverlagend effect is matig tot goed. Voor fietsers ontstaat het risico op klemrijden, wat op een (hoofd)fietsroute niet wenselijk is. Conclusie Geadviseerd wordt om snelheidsremmende maatregelen binnen de bebouwde kom zodanig te positioneren dan langere rechtstanden dan 100 meter zonder snelheidsremmende elementen worden voorkomen. In basis worden drempels of plateau’s geadviseerd, in ieder geval op kruispunten op de dijk. Deze maatregel heeft het grootste snelheidsremmende effect en heeft de minste nadelige effecten op de veiligheid voor (brom)fietsers.

Waar drempels of plateaus op wegvakken niet mogelijk of wenselijk zijn, in verband met overlast door geluid of trillingen, wordt geadviseerd met markering te werken voor attentieverhoging. In paragraaf 3.2.5 wordt daar verder op ingegaan. Per wegvak of traject moet dus maatwerk geleverd worden. 3.2.3

Buiten de bebouwde kom Frequentie In de richtlijnen van CROW zijn voor erftoegangswegen buiten de bebouwde kom geen criteria opgenomen met betrekking tot de frequentie van snelheidsremmende maatregelen. Sommige wegbeheerders hebben hiervoor wel regels opgenomen in hun beleid. In die gevallen wordt vaak 300 á 400 tussen snelheidsremmende maatregelen toegepast. In 60 km/uur-gebieden ligt de V85-snelheid vaak boven de maximumsnelheid, bijvoorbeeld op rechtstanden. De aanleg van één of meer snelheidsremmende maatregelen zoals plateaus (wat voor GVWD het uitgangspunt is buiten de bebouwde kom) op een wegvak zal daarom niet altijd leiden tot de gewenste snelheid. Maatregelen liggen op dergelijke wegen daarom vooral ter plaatse van gevarenpunten (kruispunten, oversteken langzaam verkeer, voor bochten, obstakels en recreatieve voorzieningen zoals belevingspunten op de dijk). De dijk kenmerkt zich door het bochtige karakter. Door de aanwezigheid van bochten wordt de snelheid op diverse locaties al op een natuurlijke manier verlaagd (‘natuurlijke sturen’). Daar waar lange rechtstanden zonder maatregelen zijn, kunnen nog steeds hoge snelheden worden bereikt. Geadviseerd wordt om in ieder geval maatregelen te treffen op de hiervoor beschreven actie-/gevarenpunten. Het aanvullend toepassen van regulier verkeerstechnische maatregelen is locatieafhankelijk.

Per dijktraject dient hiervoor een plan gemaakt te worden (maatwerk).

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

16

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Toe te passen maatregelen Zoals beschreven bij de uitgangspunten is de keuze gemaakt om buiten de bebouwde kom alleen snelheidsremmende maatregelen in de vorm van drempels toe te passen. Andere maatregelen, zoals een asverspringing of een wegversmalling worden bij voorkeur uitgevoerd in combinatie met een drempel. Omdat de intensiteit op de meeste trajecten van de dijk relatief laag is hebben deze maatregelen zonder drempel weinig effect. Daarnaast is op veel dijkwegen sprake van landbouwverkeer. Voor dit type verkeer zijn andere maatregelen dan drempels, op de relatief smalle dijkwegen, minder gewenst. Er dient terughoudend omgegaan te worden met de dichtheid van de maatregelen op wegvakken. Aanbevolen wordt om een knelpuntenbenadering te volgen voor de locatiekeuze van de maatregelen. Dat houdt in dat alleen op risicopunten en potentiële conflictpunten de snelheid door middel van maatregelen wordt teruggebracht. Net als binnen de bebouwde kom dient terughoudend omgegaan te worden met maatregelen in bus- en/of bevoorradingsroutes en uitrukroutes voor hulpdiensten. Conclusie Voor de wegen buiten de bebouwde kom is de keuze gemaakt om alleen drempels en plateaus toe te passen. In elke geval wordt een plateau aangebracht op elk kruispunt op de dijk.

Andere vormen van snelheidsremmende maatregelen worden niet geadviseerd omdat deze in verband met een te lage verkeersintensiteit voor het gewenste effect gecombineerd moeten worden met een drempel of plateau. Daar waar drempels of plateaus op wegvakken niet mogelijk of wenselijk zijn, in verband met overlast door geluid of trillingen, wordt geadviseerd met markering te werken voor attentieverhoging. In paragraaf 3.2.5 wordt daar verder op ingegaan. Daarnaast wordt geadviseerd om naast de kruispunten drempels aan te brengen bij actie- en gevarenpunten op de dijk zoals oversteken voor langzaam verkeer, voor bochten, obstakels en recreatieve voorzieningen zoals belevingspunten op de dijk. 3.2.4

Overgangen In principe zijn er bij GVWD geen overgangen tussen wegcategorieën. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom heeft de dijk de functie erftoegangsweg. Overgangen die wel voorkomen zijn de overgangen van binnen naar buiten de bebouwde kom, de bebouwdekomgrenzen. Op basis van CROW-richtlijnen is bekeken welke vormgeving voor overgangen toepasbaar zijn. In bijlage 1 van dit rapport is hier nader op ingegaan. Op basis van de uitgevoerde beoordeling wordt geadviseerd om de standaard vormgeving van een zonepoort toe te passen binnen GVWD: • kom- en zonebebording • lijnen (markering met ongelijke breedte) over de volledige breedte van de weg Indien toepasbaar wordt geadviseerd om de hiervoor beschreven inrichting van de komgrens te combineren met een plateau. Aanvullend kan de toegestane rijsnelheid met markering op de rijbaan worden aangebracht. Dit komt neer op een combinatie van de twee onderstaande afbeeldingen.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

17

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Figuur 5: Komgrens met plateau (ASVV, CROW)

Figuur 6: Aanduiding maximumsnelheid 30 km/h (Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen, CROW)

Geloofwaardigheid bebouwde kom In paragraaf 3.2.6 is voor een gedeelte van het project GoWa (Gorinchem - Waardenburg) een themakaart met voorgestelde snelheidsremmende maatregelen beoordeeld. Daarbij is geconcludeerd dat de geloofwaardigheid van de bebouwde kom bij verschillende dorpen twijfelachtig is. CROW-publicatie ‘bebouwde komgrenzen’ beschrijft de aanpak voor een goede positionering van bebouwde komgrenzen. Om dat te bepalen worden vier stappen beschreven. Alleen als aan alle stappen en eisen wordt voldaan is er sprake van een herkenbare en geloofwaardige bebouwde kom. In het kort zijn deze stappen als volgt: • Voor de beleving van een gesloten ruimte moet de afstand tussen de wegas en de bebouwing kleiner zijn dan driemaal de hoogte van de bebouwing en niet meer bedragen dan 25 m; • Is de lengte van de kom > 400 m?; • Bepaal of er sprake is van eenzijdige of tweezijdige bebouwing; – Bij eenzijdige bebouwing is de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 50%; – Bij tweezijdige bebouwing is de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 30%.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

18

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Aanbevolen wordt om allereerst vast te stellen of de locatie van de grens van de bebouwde kom op de juiste plaats gelegen is. Daar waar dit niet het geval is, is de aanbeveling de grens van de bebouwde kom te verplaatsen. Dit draagt bij aan de geloofwaardigheid van de aanwezige snelheidsregimes en naleven daarvan. 3.2.5

Attentie verhogende markering Conform GVWD komen er alleen plateaus op de kruisingen met zijwegen waarbij op de dijk een fysieke drempelconstructie zal komen. Wanneer een verhoging op de op de dijk aansluitende weg (i.v.m. met de al stijgende weg) niet mogelijk is dan wordt op die tak van het kruispunt een schijndrempel aangebracht. Daarnaast is het op kruispunten waar vanwege geluid of trillingen geen plateau kan worden toegepast wenselijk om te zorgen voor attentieverhoging. Schijndrempelmarkering is niet wenselijk vanuit de politie. Als mogelijke optie hebben zij blokmarkering voorgedragen. Wat is juist? Wat zijn de mogelijkheden? De principeoplossing voor kruispunten tussen twee erftoegangswegen type 2 is een gelijkwaardig kruispunt, eventueel voorzien van snelheidsbeperkende voorzieningen zoals een kruispuntplateau. Wanneer twee dijkopgangen (in twee richtingen) relatief dicht bij elkaar aansluiten op de dijk, en dit ook als zodanig herkenbaar is voor de weggebruiker, kan dit worden gezien als één kruispunt. Er kan dan volstaan worden met één kruispuntplateau. Schijndrempel (taludmarkering) Er is geen uniforme eis in Nederland hoe een gelijkwaardig kruispunt vormgegeven dient te worden. In het kader van uniformiteit en herkenbaarheid is het wenselijk om op het gehele traject van de GVWD zo veel mogelijk dezelfde vormgeving toe te passen.

Op de GVWD wordt op diverse locaties een kruispuntplateau met taludmarkering aangelegd. Het ligt daarom voor de hand om ook taludmarkering (schijndrempel) toe te passen op gelijkwaardige kruispunten waar geen plateau wordt of kan worden toegepast. Er zijn geen onderzoeken bekend waarin blijkt dat schijndrempels onveiliger zouden zijn dan gewone drempels. Veel gemeenten passen schijndrempels toe. Van de bij GVWD betrokken gemeenten is bekend dat schijndrempels zijn toegepast in Overbetuwe. Blokmarkering Diverse gemeentes gebruiken een blokmarkering om de gelijkwaardigheid van een kruispunt te benadrukken. De uitvoering van deze blokmarkering wordt in de richtlijnen van CROW niet genoemd. In sommige situaties kan het er zelfs toe leiden dat de gelijkwaardigheid van het kruispunt door de blokmarkering ondermijnd wordt. In het RVV wordt de toepassing van blokmarkering bij voorsorteervakken en bij bushaltes genoemd. Daarnaast wordt blokmarkering bij wegontwerp toegepast voor oversteekplaatsen voor (brom) fietsoversteken in de voorrang. De toepassing van blokmarkering voor gelijkwaardige kruispunten wordt niet benoemd. Alternatieven Als alternatief voor de hiervoor beschreven markeringen zijn de volgende maatregelen denkbaar:

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

19

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Verkeersdruppel In de richtlijnen van CROW is een voorbeeld opgenomen voor de toepassing van een druppelmarkering bij gelijkwaardige kruispunten. Zie figuur 7. ‘Geverfde’ verkeersdruppels kunnen worden toegepast op kruispunten van wegen waar geen asstrepen zijn aangebracht, zoals het geval is op erftoegangswegen, om het kruispunt te accentueren en de gedragsregel ‘van rechts voorrang’ ondersteunen. De druppel draagt bij aan de verbetering van de opvallendheid van een kruispunt. Bliksemflits De bliksemflits (zie figuur 8 op de volgende pagina) wordt toegepast op smalle wegen zonder rijstrookindeling om een onopvallende oversteekplaats voor voetgangers of (brom)fietsers op een wegvak te benadrukken. Deze markering zou ook toegepast kunnen worden om weggebruikers te waarschuwen dat zij een gelijkwaardig kruispunt naderen. Kruisingsvlak in afwijkende kleur Om de gelijkwaardigheid te benadrukken kan gekozen worden om het kruisingsvlak uit te voeren in een afwijkende kleur.

Figuur 7: Verkeersdruppel met markering (Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen, CROW)

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

20

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Figuur 8: Bliksemflits (Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen, CROW)

Conclusie Er moet gestreefd worden naar een uiteindelijke situatie die verkeersveilig en handhaafbaar is, dus waar de politie kan en wil handhaven. Het toepassen van taludmarkering (schijndrempel) wordt daarom niet geadviseerd. Het toepassen van blokmarkering is niet onjuist maar heeft niet de voorkeur. Om de gelijkwaardigheid te benadrukken op kruispunten waar geen plateau mogelijk is, wordt geadviseerd het kruisingsvlak in een afwijkende kleur uit te voeren of een druppelmarkering toe te passen. 3.2.6

Casus GoWa Voor het project GoWa (Gorinchem - Waardenburg) is een themakaart gemaakt waarop de locaties van de voorgestelde snelheidsremmende maatregelen staan aangegeven, samen met de geldende snelheidsregimes. Er is beoordeeld of dit voorstel aansluit bij de in dit hoofdstuk opgenomen adviezen ten aanzien van snelheidsremmende maatregelen en of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Dit is gedaan voor het gedeelte tussen Gorinchem - Vuren. Deze beoordeling is opgenomen in bijlage 2 bij dit rapport. De beoordeelde themakaart betreft de versie met kenmerk ‘210614_GoWa_Themakaarten_Verkeersveiligheid en bereikbaarheid_CS5_Totaalkaart’. Op die kaart wordt de term ‘fruitvriendelijke drempels’ nog genoemd, maar die wordt niet meer toegepast. Voor die locaties zijn wij uitgegaan van een normale drempel. Door de projectorganisatie GoWa zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd ter onderbouwing van de locatiekeuze van verkeersdrempels:

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

21

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

• Bij elke openbare aansluiting op de dijk worden verkeersplateaus toegepast; • Geen drempels nabij woningen; • Geen drempels in cultuurhistorische onderdelen, denk aan de Dalemse overlaten of de Dalemse sluis; • Drempels toepassen in rechtstanden; • Geen drempels voor/ na scherpen bochten; • Geen drempels binnen 30km zone. Dit valt grotendeels buiten de scope van GoWa i.v.m. omdijking; • Nog nadere invulling overgang 30 / 60 km/u zone. Wel gemarkeerd op tekening; • Afwijkend profiel GVWD betreft dorpsprofiel aangegeven op tekening. 3.2.7

Maatregelen bij kruispunten en aansluitingen parallelwegen Welke maatregelen moeten of kunnen genomen worden bij de kruisingen en aansluitingen van parallelwegen op de dijk met weinig tussenruimte? Het gaat bij deze vraag met name om de dijkopgangen, welke grotendeels evenwijdig met de dijk omhoog lopen, waarna deze aansluiten bovenop de dijk in een kleine hoek. Hierdoor kan het zicht vanaf de oprit slecht zijn. Er zijn verschillende mogelijkheden om de aansluitingen van parallelwegen op de dijk vorm te geven. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is er echter geen noodzaak om de aansluitingen anders vorm te geven dan de ‘gewone’ haakse aansluitingen op de dijk. In het kader van eenduidigheid en verwachtingspatroon is het wenselijk om ook deze aansluitingen gelijkwaardig vorm te geven (bestuurders van rechts hebben voorrang) met een plateau of zoals beschreven in paragraaf 3.2.5. Lange rechtstanden en het verre zicht zijn vaak een probleem op dijkwegen. Dit nodigt uit tot hard rijden, maar kan ook tot onoplettendheid leiden. Een mogelijk alternatief voor het aansluiten van zijwegen, waardoor de rechtstand wordt doorbroken, is het uitbuigen van de dijkweg richting de zijweg. Figuur 9 geeft dit principe weer. Figuur 10 is een voorbeeld van een toepassing van deze oplossing.

Figuur 9: Alternatieve aansluiting zijweg op dijk

Voordeel van deze oplossing is dat het doorgaande karakter op de dijk doorbroken wordt en snelheid ter hoogte van de aansluiting omlaag gaat. Een ander voordeel is dat er aan de rivierzijde ruimte ontstaat om het kruispunt te combineren met een belevings- en/of uitzichtpunt. We realiseren ons dat dit voor de toepassing bij de GVWD ook nadelen heeft. Zo leidt dit principe op een dijk voor extra grondwerk en dus kosten. In verband met eigendomssituaties is dit principe ook niet overal toepasbaar. Daarnaast doorbreekt een dergelijke inrichting de doorgaande lange lijn, die juist zo karakteristiek is voor de GVWD. Overigens zou deze oplossing ook toegepast kunnen worden op de ‘gewone’ haakse aansluitingen op de dijk. Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

22

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Figuur 10: Alternatieve aansluiting, Winterswijkseweg te Eibergen (bron: Google Maps)

3.2.8

Toepassen van verlichting Is bij elke drempel/plateau een lichtmast noodzakelijk? CROW geeft aan dat onderzoek naar het effect van verlichting op de verkeersveiligheid laat zien dat van verlichting een positief effect uitgaat op de verkeersveiligheid. De resultaten leveren echter geen harde uitspraken op zoals daadwerkelijke (absolute of relatieve) reductie van ongevallen. Op erftoegangswegen is op het gebied van de verkeersveiligheid in het algemeen met openbare verlichting weinig winst te behalen met uitzondering van bijzondere situaties. Over het algemeen is er binnen de bebouwde kom van plaatsen binnen GVWD openbare verlichting aanwezig. In het algemeen wordt de verlichting langs erftoegangswegen in 60 km/h-gebieden beperkt tot: • Oriëntatieverlichting • Verlichting van bijzondere objecten • Woonclusters Incidenteel kan het voorkomen dat in het kader van sociale veiligheid – bijvoorbeeld op een fietsroute – meer dan alleen oriëntatieverlichting moet worden aangebracht. Ook op plekken waar het verloop van de weg en de locaties van zijtakken en inritten niet duidelijk waarneembaar zijn kan op strategische locaties oriëntatieverlichting (een of meer lichtpunten) of goede reflecterende materialen worden aangebracht. Plaatsing van lichtmasten dient bij voorkeur niet in buitenbocht te gebeuren, tenzij dit voor het benadrukken van het wegverloop gewenst is.

Megaborn

DWr2101-R01 d2.0 19 januari 2022

23

Waterschap Rivierenland Gastvrije Waaldijk

Terughoudendheid met verlichting in het buitengebied is echter op zijn plaats. Richtlijnen van het CROW geven wel aan dat het aan te bevelen is om op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom op alle kruispunten met plateaus verlichting aan te brengen. Geadviseerd wordt om op kruispunten met plateaus altijd openbare verlichting aan te brengen. Het is niet noodzakelijk om bij elke drempel/plateau een lichtmast te plaatsen. Per wegvak of deeltraject moet mogelijk wel maatwerk geleverd worden. Bij de belevingspunten is in principe geen verlichting nodig, er van uitgaande dat deze punten veilig zijn ingericht (zie paragraaf 3.4). 3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/522/documents/11054