IN075-bijlage-1-RV2021-083 Bijlage participatiebeleid.pdf
Tekst van het document
KRACHTEN BUNDELEN PARTICIPATIEBELEID
Inhoud Deel 1: Duiding Participatie Voorwoord ............................................................................................................................................. 3 1. Kern van het participatiebeleid .................................................................................................... 4 2. Inleiding ................................................................................................................................................. 5 3. Participatie binnen de context van lokaal bestuur .............................................................. 8 4. Wettelijke kaders.............................................................................................................................. 14 5. Wat gaan we doen? .......................................................................................................................... 17
Deel 2: Handreiking Participatie 1. Inleiding................................................................................................................................................20 2. Stappenplan ....................................................................................................................................... 21 3. Participatiemeter Omgevingswet .............................................................................................30 4. Gereedschapskist.............................................................................................................................36
2
Voorwoord Met participatie benutten we de kracht van de samenleving. Steeds meer inwoners nemen zelf initiatieven om de samenleving te verbeteren. Daarin werken we graag samen. In de gesprekken met de samenleving horen we graag waar het goed gaat maar liever nog waar het beter kan. Door te verbeteren versterken we West Betuwe. Een missie van zowel raad als college. Door blijvend in gesprek te zijn met inwoners weten we wat voor hen belangrijk is. Om dat goed te weten betrekken we veel verschillende mensen, stellen vragen aan hen en luisteren vooral veel. Participatie is meer dan luisteren, het is ook invloed geven aan de samenleving en de samenleving serieus nemen. Daarbij hoort ook terugkoppelen op wat de gemeente doet met alles wat inwoners haar vertellen. We laten ons graag verrassen door de mogelijkheden die de samenleving ziet. Het zijn juist die mogelijkheden die ons allemaal verder brengen. Dit participatiebeleid gaat over dat gesprek en die mogelijkheden. We kijken er naar uit om er verder mee aan de slag te gaan en de kracht van de samenleving vaker te benutten. Het college van burgemeester en wethouders
3
1. Kern van het participatiebeleid Wat is het? Participatie is een dialoog, waarin gemeente en samenleving gesprekspartners zijn.
Waarom participatiebeleid? Bij participatie gaat het om het betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. In de gemeente West Betuwe gaan we een stap verder en benutten we met participatie en kerngericht werken de waarde van de aanwezige lokale kennis, ervaring en uitvoeringskracht gemeentebreed. Elke inwoner is daarin waardevol. Met deze inwoners onderhouden we een goede relatie en we vertrouwen elkaar. Dat betekent dat relatiemanagement belangrijk is voor elke medewerker van de gemeente. We gaan naar buiten en graag in gesprek met mensen, omdat we hart hebben voor onze inwoners en met ze sparren ons veel oplevert. Kortom, we nemen onze inwoners serieus en het gesprek met de samenleving is voor ons vanzelfsprekend. Hierbij denken en handelen we vanuit mogelijkheden en vertrouwen. We zijn daarbij geïnteresseerd en eerlijk, hebben tact en geduld, en gaan in gesprekken uit van de bedoeling van een initiatief of idee. We zijn nieuwsgierig naar het achterliggende doel en werken vanuit het ‘ja,tenzijprincipe’. Dat betekent niet dat alles kan, maar we zijn eerlijk als iets niet mogelijk is. Dat betekent dat we inwoners ook eigenaarschap geven en maatschappelijk initiatief stimuleren. Onderdeel van een serieus gesprek is ook goed verwachtingsmanagement en terugkoppelen aan je gesprekspartner.
Dat vraagt ook verantwoordelijkheid van de samenleving als gesprekspartner. De gemeente spant zich in om de samenleving informeren, en de samenleving heeft een haalplicht. Participatie is immers soms ook de verantwoordelijkheid van particuliere en professionele initiatiefnemers. Onderdeel van het gesprek met de samenleving is dat we participatie en kerngericht werken zien als integraal en van de hele gemeente. Kerngericht werken en participatie zijn communicerende vaten: participatie is belangrijk voor kerngericht werken en legt verbindingen in de kernen. Participatie leent zich bij uitstek om te kijken wat we breed en integraal samen kunnen brengen aan thema’s en wensen om ambities te bereiken en inventariseren wat we samen willen. Het gaat steeds meer om faciliteren en verbinden om zo de communicatie en participatie met de samenleving te intensiveren. Zo werken we samen met de samenleving. Hierdoor krijgt het zelforganiserend vermogen van de samenleving ruimte en vertrouwen om zelf initiatieven te ontplooien. We houden hierbij oog voor verwachtingsmanagement. Gezamenlijk zijn we aan de slag als partners in de omgeving.
Wat is het doel? 1. Vergroten van de kwaliteit van lokale democratische processen 2. Versterken samenwerking gemeente-inwoners 3. Helderheid scheppen in proces en rollen, mogelijkheden en onmogelijkheden De kern van het participatiebeleid is als volgt vormgegeven: Samenleving en gemeente gaan met elkaar in gesprek
Inleiding De gemeente heeft een optimistische, open en houding 2. geïnteresseerde Inleiding
De gemeente levert maatwerk bij participatietrajecten
De gemeente geeft vooraf aan het gesprek duidelijkheid over doel, participatieniveau en rollen 4
In West Betuwe is participatie al langer de praktijk. Voor en sinds de fusie is al veel aan participatie gedaan. Denk aan het Bidbook dat in 2018 op een uiterst participatieve manier tot stand is gekomen. Ook de eerste twee jaren van West Betuwe is er rondom de beleidsharmonisaties en uitvoeringsplannen veelvuldig aan participatie gedaan. De kernagenda’s zijn een participatief proces. Dit beleidskader is richtinggevend voor de volgende fase waarin we een volgende stap zetten naar een blijvend gesprek tussen de samenleving en de gemeente. Een dynamiek die we al terug zien in bijvoorbeeld het kerngericht werken. Die dynamiek geven we met dit beleid een slinger en we voldoen aan toekomstige wettelijke eisen. Op 30 maart 2021 heeft de gemeenteraad de startnotitie vastgesteld met de kaders en uitgangspunten voor dit participatiebeleid.
In de beeldvorming en oordeelsvorming heeft de raad de volgende uitgangspunten meegegeven: • Beschrijving van het onderscheid tussen representatieve democratie en inwonersparticipatie • Heldere rolverdeling samenleving/gemeente en definities inwoners- en overheidsparticipatie • Gereedschapskist met instrumenten (online en offline) in heldere en begrijpelijke taal • Kader over doel, publiek, welke instrumenten worden ingezet en terugkoppeling • Beschrijving van het onderscheid tussen communicatie en participatie • Betrek een brede groep inwoners en geef het uitdaagrecht een prominente plek in de verordening • Transparantie over de reikwijdte, middelen en wat er met de uitkomsten wordt gedaan • Goede introductie van het participatiebeleid in de organisatie en train de medewerkers • Ga experimenteren met vormen van participatie en het inzetten van instrumenten en evalueer • Betrek de raad actief bij het ontwikkelproces rond het participatiebeleid • Zorg ervoor dat ook partners als de ODR en GGD werken vanuit dezelfde basisgedachtes • Laat zien wat we al doen aan participatie en welke instrumenten we daarbij inzetten • Betrek een brede groep inwoners bij het ontwikkelen van het participatiebeleid In de startnotitie wordt terug gegrepen op de uitgangspunten voor participatie vanuit het coalitieakkoord zoals hieronder opgenomen: • Het college kiest voor transparant en daadkrachtig
besturen. Wij hechten aan ruimte voor eigen initiatief, participatie en inspraak vanuit de samenleving. Ideeën van onze inwoners, ondernemers en organisaties zijn hard nodig. Daarom willen we de communicatie en participatie met hen intensiveren door een ondersteunende en faciliterende rol te vervullen. • We nemen onze verantwoordelijkheid voor de uitvoering van onze kerntaken en de verantwoording van publiek geld. We hechten veel belang aan een zorgvuldige en doelgerichte besteding van gemeenschapsgeld • We zijn betrouwbaar en onze besluitvorming is transparant. We doen wat we zeggen en dat doen we goed. We doen niet te weinig, want dan neemt de veerkracht af. En niet teveel, want dan dooft het initiatief vanuit de samenleving. We werken actief samen met onze inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties, waarbij duidelijk is we aan zet is, wie eigenaar is. Soms zijn dat de inwoners, soms de gemeente, en soms is het een wisselwerking. Als we initiatieven faciliteren, zijn de kaders vooraf duidelijk. We hebben een beleid dat uitgaat van de bedoeling van het initiatief. Ook in de regio zijn we een betrouwbare partner. Onze focus ligt lokaal, we werken regionaal samen waar dat meerwaarde heeft. • Onze inwoners en partners weten ons te vinden, voelen zich gehoord door de gemeente en begrijpen wat de gemeente wel doet, en wat niet.
We informeren betrokkenen dan ook passend en proactief over nieuw beleid, procedures en regelgeving • Ons streven is dat inwoners onze dienstverlening als kwalitatief goed ervaren. En dan het voor onze partners en inwoners duidelijk is wat ze van de gemeenten kunnen verwachten: we doen wat we zeggen. Deze uitgangspunten komen ook terug in het College-Uitvoeringsprogramma: • Een herkenbare gemeente die zichtbaar is in de kern en goed bereikbaar • Inwoners worden betrokken bij onderwerpen naast de goede contacten met de dorpstafels/dorpsraden • De gemeente ondersteunt initiatieven en laat duidelijk zien op welke manier dit gebeurt 5
Noodzaak participatie voor de samenleving In juli 2020 heeft de gemeente West Betuwe een steekproef van 2.400 inwoners (van 18 jaar en ouder) uitgenodigd deel te nemen aan de burgerpeiling ‘Waar staat je gemeente’1. In totaal hebben 728 respondenten (30,3%) de vragenlijst volledig ingevuld en geretourneerd. Voor participatie heeft deze burgerpeiling de volgende resultaten opgeleverd: • De wijze waarop de gemeente inwoners betrekt en samenwerking zoekt, krijgt een 5,7. Dit ligt lager dan het landelijk gemiddelde van een 6,2 • 20% van de inwoners heeft vertrouwen in het college en de raad, het landelijk gemiddelde ligt op 30% Op 9 december 2020 is het Kerngericht Werken online geëvalueerd met vrijwilligers uit de kernen: • 92% van de deelnemers zegt ja op de vraag of het een goed idee is om kernagenda’s te maken • 80% is tevreden over de samenwerking met de gebiedsmakelaar • 64% vindt dat de gemeente luistert naar de betrokkenen en iets doet met hun inbreng Deze resultaten geven de noodzaak aan om meer de verbinding en samenwerking te zoeken met de samenleving om de ambitie te bereiken van participatie als een dialoog, waarin gemeente en samenleving gesprekspartners zijn. Hiertoe kunnen beide gesprekspartners initiatief nemen. Zoals het betrekken van ervaringsdeskundigen bij inclusie.
Vanuit hun ervaring kunnen deze deskundigen aangeven wat werkt, wat helpt en waar zij behoefte aan hebben. Een ander voorbeeld van zo’n dialoog zijn de kernagenda’s waarin de initiatieven van inwoners terugkomen naast plannen van de gemeente en samenleving en gemeente gesprekspartners zijn. De kernagenda’s zijn een mooi voorbeeld om tot dialoog te komen en inwoners uit te nodigen om initiatieven gezamenlijk op te pakken en met meer initiatieven te komen. Zo zijn de kernagenda’s een dynamisch doe-document op maat, omdat kernbetrokkenen hierin initiatieven borgen en wensen en behoeften inventariseren die passen bij de kern. Een ander voorbeeld van doe-participatie zijn de laagdrempelige ontmoetingsplekken die eenzaamheid verminderen. Dit gebeurt dankzij de ontmoetingsactiviteiten georganiseerd door initiatieven vanuit de dopen. Participatie is ook een belangrijke pijler onder de nieuwe Omgevingswet. Hoofdstuk vier gaat hier verder op in. Participatie is natuurlijk niet nieuw in West Betuwe, naast de genoemde kernagenda’s participeren inwoners in adviesraden, de jongerenraad, bij de harmonisaties van beleid, in zwerfvuilgroepen, dorps- en stadsraden, in het beheer van dorpshuizen en speeltuinen en nog veel meer manieren. Andersom participeert de gemeente in netwerken van inwoners, ondernemers en instellingen.
De gemeente maakt voor participatie gebruik van informatie-avonden, enquêtes en het inwonerspanel. Ook het leefbaarheidsbudget en elk open gesprek met inwoners waarin we geïnteresseerd zijn in hun mening en daadkracht zijn vormen van participatie. De doelen van participatie bereiken we alleen in een proces van samen leren. In dat proces evalueren we onze participatie en nemen het geleerde mee in de volgende participatiemogelijkheid. Zo blijven we leren en verbeteren tijdens het proces door continu te monitoren. Concreet doen we dit door vijf participatietrajecten om mee te oefenen, te monitoren en te evalueren.
Deze enquête vond plaats binnen een korte termijn na de bestuurlijke impasse in mei 2020 en het is aannemelijk dat de bestuurlijke impasse een van de oorzaken is van de beeldvorming op samenwerken en vertrouwen. 1
6
De opbrengsten daarvan delen we om op voort te bouwen. In het programmaplan voor participatie & kerngericht werken krijgt dit verder vorm, evenals het meenemen van de organisatie in dit proces dat we zien als een groeimodel. Leeswijzer Het volgende hoofdstuk gaat in op participatie in de context van lokaal bestuur. Aan bod komen definities, de specifieke rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende deelnemers en wettelijke kaders. In deel 2: Handreiking Participatie staan de praktische kaders, instrumenten voor de uitvoering en de gereedschapskist.
Samenleving
Gemeente
Dialoog Omgevingswet, Kernagenda’s Adviesraden, Jongerenraad, Harmonisaties beleid, Zwerfvuilgroepen, Dorps- en stadsraden, Speeltuinen, etc.
Elk open gesprek met inwoners, Informatie-avond, Enquêtes, Inwonerspanel, Leefbaarheidsbudget, etc.
Uitbouwen
Evaluatie
Wat werkt goed?
Wat werkt niet goed? Stoppen
7
3. Participatie binnen de context van lokaal bestuur We leven in een representatieve democratie. Inwoners kiezen iedere vier jaar een gemeenteraad die hun belangen vertegenwoordigt in het vaststellen van beleid. Daarnaast controleert zij de uitvoering: het college van burgemeester en wethouders. Dit betekent niet dat inwoners vervolgens vier jaar op hun handen zitten. Integendeel. We leven ook in een directe democratie: inwoners doen mee in de besluitvorming. Inwoners blijven betrokken bij de vorming van nieuw beleid of het opstarten van projecten. Ze spelen een belangrijke rol bij het kennen van de mening van de diverse inwoners van West Betuwe. Die belangrijke rol kunnen zij inzetten bij inwonersparticipatie en overheidsparticipatie. Inwonersparticipatie en overheidsparticipatie Inwonersparticipatie: de gemeente nodigt de samenleving (inwoners, ondernemers, bedrijven) uit om mee te denken, te ontwerpen, adviseren etc. bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, projecten en plannen. De gemeente heeft het eigenaarschap en is verantwoordelijk voor het beleid, project of plan dat ontwikkeld wordt. Inwonersparticipatie wordt geïnitieerd door de gemeente en heeft als doel om het gemeentelijk beleid te verbeteren. Inwonersparticipatie kan de vorm aannemen van informeren, inventariseren, verdiepen en samen doen.
Voorbeeld van inwonersparticipatie: de gemeente knapt een straat op en vraagt de mensen uit de straat om wat zij zien.
Overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning biedt of een bijdrage geeft aan samenlevingsinitiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Deze ondersteuning kan de vorm aannemen van loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren. Bij overheidsparticipatie ligt het initiatief bij de samenleving. Initiatieven zijn meestal informeel van aard en hebben als doel om de leefbaarheid te verbeteren in de kernen. Het verschil met inwonersparticipatie zit met name in het eigenaarschap: wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de totstandkoming? Bij overheidsparticipatie nemen inwoners een initiatief, waarbij ze zelf verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming. Initiatiefnemers kunnen hun idee presenteren en advies op maat krijgen. De gemeente laat het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid bij het initiatief, maar kan wel een rol vervullen door te stimuleren en faciliteren. Vormen hiervan zijn ondersteuning of advies en geld. Een samenlevingsinitiatief is een initiatief van één of meerdere inwoners, ondernemers, bedrijven, verenigingen en stichtingen of een combinatie daarvan. Het initiatief wordt onverplicht opgestart ten behoeve van anderen of de (lokale) samenleving en levert een bijdrage aan de verbetering van de (lokale) samenleving.
Dat kan bijvoorbeeld zijn: individuele ondersteuning van inwoners, initiatieven om de leefbaarheid van de buurt of de sociale samenhang te versterken. Het gaat bij dit initiatief om de eigen ideeën en inzet van de samenleving. Inspraak: Een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester.
8
De meervoudige overheid Het onderscheid tussen inwonersparticipatie en overheidsparticipatie wordt verder verduidelijkt met een uitwerking van de verschillende rollen die de gemeente heeft in haar relatie met de samenleving. Omdat het gaat om verschillende rollen spreken we van de meervoudige overheid. In het model van de meervoudige overheid op hieronder wordt verduidelijkt hoe de gemeente en de samenleving zich tot elkaar verhouden. Type 1: Samenleving is eigenaar
Groen is overheidsparticipatie (samenlevingsinitiatief)
Type 2: Samenleving is eigenaar en gemeente biedt ondersteuning
Type 3: Gemeente is eigenaar en
Blauw is inwonersparticipatie
samenleving levert bijdrage Type 4: Gemeente is eigenaar
Rood is geen participatie
Voorbeeld: Overheidsparticipatie
Inwonersparticipatie
Geen participatie (rood)
(groen)
(blauw)
Een buurt organiseert een
Gemeente knapt straat op en
Gemeente behandelt een
zwerfvuildag
vraagt aan bewoners om
aanvraag voor een paspoort
mee te denken Het groene gebied is het domein van de samenleving, waarin bij type 2 activiteiten de gemeente meedoet. Het blauwe domein is het publieke domein waarin de samenleving een stem heeft. Het rode domein gaat over de autonome overheidsrol. Het gaat in die rol bijvoorbeeld over de gemeente als vergunningverlener, uitreiker van paspoorten en bij handhaving en inspectie. Het model geeft aan dat er voor alle partijen rollen zijn weggelegd en dat per project of initiatief moet worden bekeken welke rol dat is. De gemeente doet er goed aan om weg te blijven uit het groene domein, tenzij zij daarvoor expliciet wordt gevraagd. En dan nog is de vraag gerechtigd: moet de gemeente hier wel een rol in willen of afwachten wat er gebeurt? Zowel bij inwoners- als overheidsparticipatie is vertegenwoordiging essentieel. Spreken inwoners namens zichzelf, of vertegenwoordigen ze een groep?. Hoe groter de vertegenwoordiging hoe gezagvoller de inbreng van een samenlevingsgroep. Bij inwonersparticipatie is het van belang samenlevingsgroepen niet te overvragen en strategisch na te denken wanneer wel of niet of op welke wijze deze samenlevingsgroepen wordt gevraagd een rol te spelen hierin. Op het spelbord van de participatie bewegen zich vier spelers: de raad, het college, de organisatie en de inwoners / de samenleving. De gemeenteraad is er primair voor de kaders en de controle.
Met zijn beslissingen verstrekt de raad legitimiteit aan handelen en keuzes. Dit wordt hierna uitgewerkt. Het college is de verbinding binnen de gemeente en de samenleving. Het is, binnen de gestelde kaders, de uitvoerende, leidende partij die in dat handelen verantwoording aflegt aan de raad.
9
De organisatie onderzoekt, verbeeldt en coördineert het participatieproces en is op die manier dienend aan de andere drie spelers. Dat alles met een samenleving die onbevangen is, doelgericht en informeel georganiseerd is, met snel wisselende verbanden en uiteenlopende wensen en belangen.
Te midden van die spelers ontstaat ‘ruimte’. In die ruimte speelt participatie zich af. Deze ruimte benutten we in een proces van samen leren steeds beter. Participatie is per situatie anders, met een eigen rolverdeling. Rolverdeling De behoefte om een eigen kleur aan participatie te geven is al benoemd in het Bidbook. Op pagina 92 staat dat er afspraken gemaakt kunnen worden over de manier waarop raad, college en organisatie enerzijds en de samenleving anderzijds vorm en inhoud geven aan participatie. Om participatie goed te kunnen uitvoeren is dus een heldere rolverdeling tussen raad, college en medewerkers van groot belang. De raad stelt de kaders vast en neemt een besluit over het participatiebeleid en de participatieverordening. De raad wordt periodiek door het college geïnformeerd over de voortgang van de participatie. Dat gebeurt steeds bij het vaststellen van beleidsdocumenten over onderwerpen, waarbij participatie relevant is en dat gebeurt tenminste ook in het jaarverslag. Participatie vanuit de gemeente wordt (grotendeels) uitgevoerd door de ambtelijke organisatie, onder verantwoordelijkheid van het college. Daarnaast wil de raad ook zelf aan participatie doen. Het is van belang om dubbelingen te voorkomen, omdat dan participatiemoeheid kan ontstaan. Maar wat betekent dit voor de rol van de gemeenteraad? Die heeft in principe drie, bekende rollen.
Kaders stellen, controleren en vertegenwoordigen.
1 – Kaderstellend – De raad als hoogste bestuursorgaan Als we kijken naar participatie komt deze rol van de gemeenteraad het meest tot uiting in besluitvorming. Het is de raad die de rode draad en kaders van het participatiebeleid en de participatieverordening vaststelt.
10
Bij beleidsvorming op terreinen waarop het participatiebeleid wordt toegepast, kan de raad aan de voorkant nog aanvullende participatiewensen of –kaders meegeven aan het college. “Denkt u vooral hieraan, vergeet
u deze groep inwoners niet, heeft u ook oog voor de belangen van deze groep.” 2 – Controlerend – De raad als kwaliteitsbewaker van het proces Zodra de raad het participatiebeleid en de participatieverordening heeft vastgesteld zijn de kwaliteitseisen bekend. Het is vervolgens aan het college en de organisatie om die uit te voeren. Daarmee is de rol van de raad niet ten einde. Periodiek informeert het college de raad over de voortgang van het participatiebeleid. Dit gebeurt uiteraard bij ieder beleidsthema waarop participatie relevant is: welke mate van participatie
heeft plaatsgevonden en wat is er met de input gedaan? Tegelijkertijd wordt in de jaarlijkse P&C-cyclus een verantwoording afgelegd door het college, ook op de uitvoering van het participatiebeleid. Op die manier controleert de raad of het college en de organisatie op adequate wijze uitvoering heeft gegeven aan de gestelde kwaliteitseisen.
3 – Vertegenwoordigend – De raad als bruggenbouwer De raad is en blijft volksvertegenwoordiger. Een raadslid behartigt de belangen van zijn kiezers met het oog op het algemeen belang van de gemeente. Het is daarom belangrijk dat raadsleden betrokkenheid tonen naar inwoners en zichtbaar geïnteresseerd te zijn in de samenleving. Zo motiveert de raad niet alleen inwoners om mee te doen in de samenleving, maar wekt het ook vertrouwen in participatie als dialoog. Hoe? Door steeds te laten merken dat er goed is geluisterd naar de inbreng van inwoners. Daarnaast kunnen raadsleden tussentijds polsen bij inwoners hoe ze het participatieproces ervaren, los van de mogelijke uitkomsten ervan. Op die manier zit er ook een overlap met de controlerende rol van de raad (zie 2, hierboven). Bij de rol van volksvertegenwoordiger past ook dat de raad zélf aan participatie doet. Niet om het participatieproces van het college nog eens dunnetjes over te doen (dit zou ook participatiemoeheid in de hand kunnen werken bij inwoners), maar wel om nieuwe ideeën op te halen en om een indruk te krijgen van wat er leeft in de gemeente. Welke problemen ervaren inwoners? Welke ideeën zijn er om de gemeente te verbeteren? Rode draad van zulke gesprekken met de samenleving is dat het tweerichtingsverkeer is: de vraag is ook wat inwoners, ondernemers en organisaties zelf kunnen bijdragen.
Zowel de raad, als het college en de organisatie moeten een stijl hanteren die hen stimuleert en inspireert om zelf het heft in handen te nemen bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Deze wens tot participatie door de raad georganiseerd vraagt om heldere uitgangspunten op twee verschillende momenten:
In de voorbereiding Raad en college moeten naar participerende inwoners duidelijk aangeven dat er grenzen zitten aan hun bevoegdheid en dat zij uiteindelijk het algemeen belang dienen. Ook na de best vormgegeven en uitgevoerde dialoog zijn inwoners en andere belanghebbenden het niet altijd eens of hebben ze elkaar niet kunnen vinden. De gemeenteraad heeft dan de verantwoordelijkheid om politieke keuzes te maken en knopen door te hakken om het bredere maatschappelijke belang te dienen. Perceptiemanagement is dus erg belangrijk om teleurstellingen te voorkomen. Dit betreft ook de doorlooptijd van ideeën. Het is niet reëel dat ideeën van de ene op de andere dag af zijn, hier gaat (soms lange) tijd overheen. Het is goed om dat aan de voorkant al aan te geven.
11
In die zin is participatie niet een bedreiging voor het representatieve karakter van de democratie, maar een versterking ervan: ze is een bron van informatie en collectieve wijsheid die de kwaliteit van besluitvorming vergroot.
In de BOB-cyclus Het college moet in zijn voorstel aan de raad duidelijk verwoorden hoe de participatie is vormgegeven, wie er hebben meegepraat en meegedacht, wat de input uit de samenleving is en hoe deze input is meegenomen in het voorstel. De gemeenteraad moet voldoende informatie hebben om tot een gewogen besluit te komen. Dit voorkomt dat de raad een eigen participatieproces gaat lopen en dat alle belanghebbenden opnieuw worden gehoord. Tijdens beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen over een beleidsvoorstel van het college aan de raad zijn belanghebbenden uiteraard meer dan welkom (al is het maar om de raad zijn controlerende taak te laten doen), en zijn als het goed is de wensen, ideeën en suggesties van belanghebbenden terug te lezen in het beleid, inclusief de gemotiveerde(!) toelichting van het college hoe hiermee omgegaan is. Bij belangrijke gemeentelijke thema’s waarbij veel belangen een rol spelen kan ervoor gekozen worden om een raadswerkgroep in te stellen. Denk bijvoorbeeld aan de huisvesting van arbeidsmigranten: de behandeling van dit onderwerp moet een balans zijn tussen verschillende belangen die spelen. Het is belangrijk dat de gemeenteraad niet voor een voldongen feit wordt gesteld bij de presentatie van deze onderwerpen, maar al in het proces wordt meegenomen bij het opstellen ervan. Dit kan via een raadswerkgroep.
Door periodiek even bij te praten over de voortgang van het proces en de geconstateerde knelpunten blijft de raad goed aangesloten en kent zij de context waarbinnen de behandeling tot stand is gekomen. Alleen actief in de voorbereiding? Bij participatie als dialoog speelt participatie niet alleen een rol bij de voorbereiding van beleid maar ook bij de uitvoering en evaluatie van beleid. Op die manier zijn we blijvend in gesprek met de samenleving, bijvoorbeeld met het inwonerspanel of in gesprekken. Door terug te kijken kunnen we samen bepalen of we nog op de goede weg zijn om de doelen te behalen die we willen behalen. Na participatie in de uitvoering en evaluatie van beleid kan beleid worden voortgezet, verbeterd of afgebroken. Een tussentijdse evaluatie helpt om de kwaliteit van participatie te beoordelen en te verbeteren in de vorm van planevaluatie, procesevaluatie of productevaluatie. Het uitvoeren van (tussentijdse) evaluaties met de samenleving draagt ook bij aan het creëren van een evaluatiecultuur waarin we blijvend in gesprek zijn met de samenleving. Voor dat blijvende gesprek zien we evaluatie als een leermoment en niet als een moment om verantwoording af te leggen. Voortgang De griffie adviseert, ondersteunt en faciliteert de gemeenteraad.
Griffie en organisatie zijn voortdurend in contact om samen nieuwe vormen van participatie en democratie vorm te geven en tot uitvoering te brengen. Dat contact is belangrijk om te voorkomen dat de snelheid van omarmen van die nieuwe vormen uit elkaar gaat lopen. De organisatie, de raad of het college kan dan harder lopen of meer willen dan de andere twee spelers. Dit komt het participatieproces en de communicatie richting inwoners niet ten goede. Het is zowel voor inwoners en andere belanghebbenden als voor het gemeentebestuur van belang dat vooraf duidelijk is hoe breed de marges van beïnvloeding zijn. Met het participatiebeleid en de participatieverordening voorziet de raad in een regeling om die duidelijkheid te bieden.
12
In de participatieverordening maken we helder op welke manier de resultaten van de participatie betrokken worden bij de besluitvorming. In de participatieverordening staat hierover:
1. Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden: a. Het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming b. Het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming. c. Het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders. Dit betekent dat college en raad vooraf een keuze maken over hoe zij omgaan met de uitkomsten van het participatieproces.
13
4. Wettelijke kaders Op landelijk niveau wordt gewerkt aan de invoering van twee wetten, die een sterke relatie hebben met participatie: de Omgevingswet en de wet Versterking participatie op decentraal niveau. Met participatie gaat de samenleving in gesprek met de gemeente en wordt de waarde van lokale kennis, ervaring en uitvoeringskracht benut. Omgevingswet De Omgevingswet heeft impact op (vrijwel) alle regels over de fysieke leefomgeving en beoogt ruimte te bieden aan initiatieven. De Omgevingswet maakt duidelijk dat we als overheid alleen samen met de samenleving invulling kunnen geven aan grote opgaven als energietransitie of de aanpassing aan klimaatverandering, die naast bijvoorbeeld wonen, mobiliteit en recreatie ook een claim gaan leggen op de ruimte. Gemeenten moeten voor de invoering van deze wet participatiebeleid vaststellen. Dit participatiebeleid sluit aan op de eerder door de gemeenteraad hieronder opgenomen vastgestelde uitgangspunten voor de invoering van de Omgevingswet: 1. Ruimte bieden voor particuliere en private initiatieven. 2. Alleen noodzakelijke regels, overzichtelijk geordend, met ruimte voor lokaal maatwerk. 3. Gesprek met de samenleving is vanzelfsprekend; denken en handelen vanuit mogelijkheden en vertrouwen (ja, mits i.p.v. nee, tenzij). 4. Informatie is inzichtelijk en (digitaal) toegankelijk.
Inwoners en partners begrijpen wat de gemeente wel en niet doet. 5. Goede samenwerking in de keten met andere overheden en partners. 6. Snelle en integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving. 7. Besluitvorming is transparant en kenmerkt zich door integer handelen. Een samenvatting van de wettelijke verplichtingen op het gebied van participatie staat hier onder. Instrument Regels Wie is Waar staat het? verantwoordelijk voor het naleven van de regels? Omgevingsvisie Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe Bevoegd gezag Omgevingsbesluit burgers, bedrijven, maatschappelijke (gemeenteraad) (art. 10.7) organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Programma Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe Bevoegd gezag Omgevingsbesluit burgers, bedrijven, maatschappelijke (B&W) (art. 10.8) organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Omgevingsplan Het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving Bevoegd gezag Omgevingsbesluit van het voornemen om een omgevingsplan (Gemeenteraad (art. 10.2, eerste lid) vast te stellen aan hoe het de participatie stelt vormgeeft. In de kennisgeving beschrijft het Omgevingsplan Omgevingsbesluit bevoegd gezag wie worden betrokken, vast; (art.
10.2, tweede waarover en wanneer, wat de rol is van het kennisgeving is lid bevoegd gezag en de initiatiefnemer en waar bevoegdheid B&W; meer informatie beschikbaar komt. terugkoppeling ligt weer bij de Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe Gemeenteraad). burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.
14
Omgevingsvergunning
De initiatiefnemer moet bij de aanvraag aangeven of, en zo ja hoe, hij participatie heeft vormgegeven en wat hij met het resultaat heeft gedaan. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging
Initiatiefnemer
Omgevingswet (art. 16.55) Participatie-eis is uitgewerkt in art. 7.4 van de Omgevingsregeling
Concreet betekent dit dat bij de kennisgeving van het voornemen van plan- of beleidsvorming wordt aangegeven hoe de participatie wordt vormgegeven. Bij besluitvorming over het plan of beleid wordt aangegeven hoe de participatie is verlopen en welke inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereidingen en wat de resultaten van de participatie zijn. In de omgevingsvisie wordt in beeld gebracht wat de hoofdlijnen zijn van al het beleid dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving. De gemeenteraad beslist over de uitgangspunten, zoals het detail-niveau van de visie, de verschijningsvorm en de manier waarop de visie wordt geactualiseerd. Ook de manier, waarop participatie wordt vormgegeven, wordt door de gemeenteraad vastgelegd. Bij het harmoniseren van beleid en het ontwikkelen van nieuw beleid zal gebruik worden gemaakt van het participatiebeleid en de participatie-instrumenten. In de Omgevingswet zijn er verschillende initiatiefnemers: de gemeente, professionele partijen (zoals een projectontwikkelaar) en inwoners. Door participatie wordt de kwaliteit van plannen en besluiten verbeterd door de lokale kennis en ervaring te benutten. Participatie is niet overal gelijk. In simpele gevallen zoals een dakkapel volstaat gezond verstand en dus een gesprek met de buren.
Bij complexere gevallen wordt gebruik gemaakt van de participatiemeter uit het praktijkplan om te bepalen in welke mate participatie nodig is. In de ontwikkeling van omgevingswetinstrumenten krijgt de samenleving vooraf de mogelijkheid om input te leveren. Voordat deze vraag aan de samenleving wordt gesteld is helder welke beïnvloedingsruimte er is. De input binnen deze beïnvloedingsruimte wordt meegenomen in een concept waarna er voor iedereen de mogelijkheid is om voor de vaststelling van het definitieve instrument te reageren. In zowel het concept- als definitieve instrument wordt teruggekoppeld wat er met de input is gedaan. Voor deze terugkoppeling wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel. Participatietrede Wie zijn er hoe betrokken? 1. Ideeën en suggesties die zijn meegenomen
2. Ideeën en suggesties die niet zijn meegenomen
Waar en hoe meegenomen
Uitleg waarom niet meegenomen
Participatie bij omgevingsvergunningen stimuleren we actief omdat het betrekken van de omgeving waardevolle inzichten op kan leveren en een initiatief beter kan maken. Dat doen we onder meer met voorlichtingsmateriaal en door onszelf als organisatie te trainen in participatie. De gemeenteraad kan specifieke gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is. In dat geval moet een aanvrager een participatie-proces vormgeven en doorlopen. De gemeenteraad heeft in aantal gevallen het vormgeven en doorlopen van een participatieproces in West Betuwe verplicht voor omgevingsvergunningen met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze gevallen zijn opgenomen in het document ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij afwijkingen van het Omgevingsplan’.
15
Wetsvoorstel “versterking participatie op decentraal niveau” Vanuit het wetsvoorstel “Versterking participatie op decentraal niveau” zijn gemeenten verplicht een participatieverordening te formuleren. Dit wetsvoorstel regelt dat het decentraal bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Een specifieke vorm van participatie in de uitvoering van beleid is het uitdaagrecht (right to challenge). Het uitdaagrecht is nu al in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning voor het sociaal domein verankerd. Dit recht wordt met het wetsvoorstel breed wettelijk verankerd. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners de gemeente verzoeken om de uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen, al dan niet met bijhorend budget, omdat zij denken deze taak beter of goedkoper te kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld als het gaat om het onderhoud van openbaar groen, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen. De verwachting is dat met deze wetswijziging inwoners meer betrokken worden in verschillende beleidsfasen en de nabijheid tussen bestuur en inwoner toeneemt. Het wetsvoorstel expliceert dat de gemeenteraad regels kan stellen ten aanzien van het uitdaagrecht en dat inwoner altijd een verzoek kunnen indienen voor het overnemen van de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente.
Dankzij deze wet kan elke gemeenteraad in de participatieverordening kaders stellen voor participatie, zodat voor zowel de inwoners als voor gemeenten duidelijk is op welke manier zij in welke fase van het proces betrokken worden. Bij het opstellen van de participatieverordening heeft de gemeenteraad de ruimte om rekening te houden met de lokale behoefte en omstandigheden. Uit het wettelijk kader komt naar voren dat de wetgever het van belang vindt dat participatie plaatsvindt aan de hand van de volgende aspecten: ▪ Participatie moet plaatsvinden over de formulering, de uitvoering en de evaluatie van beleid ▪ De gemeenteraad kan kaders stellen voor de participatie in een verordening ▪ Participatie moet (vroeg)tijdig plaatsvinden ▪ Participatie is maatwerk
16
5. Wat gaan we doen? Werken met dit participatiebeleid vraagt dat de samenleving het beleid kent. Na vaststelling van het participatiebeleid communiceren we over het beleid via online en offline communicatiekanalen. Daarnaast werken we aan informatiemateriaal voor initiatiefnemers als leidraad voor het uitvoeren van participatie rond hun initiatief. Om het beleid te implementeren in de organisatie en participatie te verankeren in de organisatie is blijvende aandacht nodig voor het proces, de instrumenten, de benodigde competenties van medewerkers en de hierbij horende verandering in kennis, houding en gedrag. Hierna volgt een overzicht met planning. Enkele actiepunten zijn een mix van participatie en kerngericht werken. Deze actiepunten zijn een nadere uitwerking van het vastgestelde plan kerngericht werken. Actie 1. 2. 3. 4.
5.
6.
7.
8.
9.
10. 11. 12.
13.
14.
Participatiebeleid bekend maken in het Elektronisch gemeenteblad, schriftelijk in Weekblad West Betuwe en ter inzage legging Praatplaat maken voor communicatie participatiebeleid Inwonerspanel uitbreiden Digitale participatiekalender maken (inclusief inzet van het inwonerspanel en rol raad) waarop hulpmiddelen, methodieken en gereedschapskist staan. Vijf participatietrajecten als pilot om uit te voeren, te oefenen, experimenteren en door evaluatie te leren over wat goed werkt en wat niet. De opbrengsten halen we op met een leertafel Specifiek plan voor het uitbouwen van de participatiekalender tot een brede en een kerngerichte vindplaats voor informatie en participatievraagstukken, kernkalenders (incl. kernagenda’s), kaarten en inzicht in de actuele fases van projecten. Enthousiasme, betrokkenheid en inzet van inwoners in het participatietraject voor dit beleid houden we vast door twee keer per jaar een bijeenkomst te organiseren waar inwoners worden bijgepraat over de uitvoering van het beleid Participatie en kerngericht werken en het model lerend veranderen komen terug komen terug binnen de organisatie-ontwikkeling Samen West Betuws Werken Beschrijving van de participatie nemen we op als standaard onderdeel van college- en raadsvoorstellen.
Daarin kan ook de afweging worden opgenomen dat participatie bij een voorstel niet zinvol is en of de participatie gemeentebreed of kerngericht heeft plaatsgevonden. Communicatiestrategie om inwoners op verschillende manieren te bereiken, bijvoorbeeld via lokale kranten, brieven huis aan huis of jongeren via scholen Inrichten van een adviespunt over participatie met ambassadeurs voor advies Adviseren, stimuleren en ondersteunen van medewerkers in alle teams op het gebied van ontwerpen, plannen en uitvoeren van participatieprocessen. Uit de participatie komt dat verbeteren van de eigen omgeving, beheer en onderhoud, woningbouw en de energietransitie de belangrijkste onderwerpen zijn voor participatie en we beginnen dus daarmee. Medewerkers krijgen de gelegenheid tot het ervaren van nieuwe verhoudingen en het oefenen met nieuwe rollen/kwaliteiten in opleidingen en trainingen (train je collega) gericht op deskundigheidsbevordering over participatie waarbij we gezamenlijk optrekken in de programma’s en trajecten Samen West Betuws Werken, Dienstverlening, Sociale Kracht en Omgevingswet. Experimenteren met vormen van participatie, zoals het combineren van meerdere onderwerpen op één avond, en het inzetten van instrumenten uit de gereedschapskist en evalueren de ervaringen in leercycli.
Wanneer Q3 2021 Q4 2021 Q4 2021 en doorlopend Q4 2021 start en uitbouwen gedurende 2022 Q4 2021-Q3 2022
Q4 2021
Q4 2021 en doorlopend
Q4 2021 en doorlopend
Q4 2021 en doorlopend
Q1 2022 Q1 2022 Q1 2022 en doorlopend
Q1 2022 en doorlopend
Q1 2022 en doorlopend
17
15. Delen van participatietips voor de samenleving op onze website, schriftelijke informatie hierover beschikbaar stellen en geven van de mogelijkheid tot een gesprek hierover 16. Inventariseren in de samenleving waar kansen liggen om te oefenen met het uitdaagrecht 17. Verzamelen van interesses en kennis van inwoners om hen gericht te betrekken 18. Evaluatiemoment over wat de opbrengst is van participatie in de afgelopen periode. Onderdeel van de evaluatie is het samenspel tussen inwoners, raad, college en organisatie. In 2022 is wederom de burgerpeiling en vindt meting plaats ten opzichte van nulmeting. Deze meting en leerervaringen geven inzicht in waar we nu staan en wat er nodig is voor de komende periode.
Q2 2022
Q2 2022 Q2 2022 en doorlopend Q3 2023
Inwoners en ondernemers hebben niet alleen met de gemeente te maken als het gaat om participatie. De gemeente West Betuwe laat een aantal taken uitvoeren door andere organisaties in regionaal verband (Gemeenschappelijke Regeling) Een open, positieve en geïnteresseerde houding is ook het uitgangspunt in gesprekken tussen deze regionale organisaties en de samenleving. Deze houding wordt uitgedragen door portefeuillehouders en accounthouders. De accounthouders stemmen actief af met de regionale organisaties over dit participatiebeleid en de manier waarop zij in gesprek gaan met de samenleving. Voor de implementatie kunnen de regionale organisaties gebruik maken van bovengenoemde acties. Financiën Voor de uitvoering van het participatiebeleid maken we gebruik van een digitaal inwonerspanel en scholingskosten van medewerkers om hen te versterken in hun rol van gesprekspartner in de dialoog van participatie. De structurele kosten hiervoor bedragen € 26.650,- per jaar en € 10.000,- voor 2022 aan extra scholingskosten. Participatietrajecten vinden plaats binnen de lopende begroting en capaciteit van het betreffende beleid en/of uitvoering.
18
Deel 2: Handreiking participatie Inhoud 1. Inleiding................................................................................................................................................20 2. Stappenplan ....................................................................................................................................... 21 3. Participatiemeter Omgevingswet .............................................................................................30 4. Gereedschapskist.............................................................................................................................36
19
1. Inleiding Het belangrijkst bij participatie is de basis op orde hebben: beïnvloedingsruimte, doel, communicatie en weten welke wettelijke eisen er meespelen en weten waarop geen invloed is. Om die basis goed op orde te hebben is nadenken over participatie onderdeel van het begin van elk traject met het beantwoorden van de eerste vragen in dit hoofdstuk. Daarnaast zijn er noodzakelijke randvoorwaarden: er moet vroegtijdig aan participatie worden gedacht en voldoende tijd zijn om de participatie voor te bereiden en uit te voeren. Ook voldoende geld en begeleidingscapaciteit zijn een noodzakelijke randvoorwaarden voor participatie. Als deze randvoorwaarden er niet, is participatie gedoemd te mislukken. Bovengenoemde randvoorwaarden komen overeen met de resultaten uit het inwonerspanel over participatie: het zijn precies deze randvoorwaarden waar inwoners behoefte aan hebben. Om een beeld te krijgen van wat we nodig hebben aan capaciteit maken we inzichtelijk op welke onderwerpen we sowieso willen participeren. Dit weten we sowieso al voor de Omgevingsvisie, Warmtetransitievisie en de lokale adaptatiestrategie. De hamvraag bij participatie is of het (beleids)onderwerp zich leent voor participatie. Deze vraag bewust beantwoorden bepaalt het succes of falen van de inzet van participatie. Hiervoor gebruiken we het afwegingskader hieronder.
Afwegingskader inwonersparticipatie Wanneer het antwoord op een subvraag onder vragen 1 nee is, is het automatisch niet geschikt voor participatie. Er zijn situaties waarbij een snel besluit noodzakelijk is en participatie niet mogelijk is. In dat geval wordt in het besluit gemotiveerd waarom er niet geparticipeerd is.
Ruimte
1. Leent het vraagstuk zich voor participatie? a. Is er voldoende beïnvloedingsruimte? Is er voldoende juridische ruimte: zijn wetten en regels geen belemmering? Valt er iets te kiezen? b. Is het onderwerp geschikt? Hebben inwoners kennis en/of ervaringen op dit onderwerp?
ja
nee
Geen participatie (wel informeren of ter inzage leggen)
Doel
2. Waarom? Benoem doel van participatie in dit project. a. Verhogen van de kwaliteit van het betreffende beleid b. Combinatie van verhogen van de kwaliteit van het betreffend beleid en informeren/kennis delen
3. Ga door naar het stappenplan om de participatie voor te bereiden.
20
2. Stappenplan
Goede participatie vraagt tijd. Begin daarom aan het begin van een project/beleidscyclus met nadenken over participatie. Dat voorkomt tijdsdruk verderop in het traject. Beginnen met participatie is voorbereiden, nadenken en het maken van keuzes. Om dat te kunnen doen, doorloop je onderstaand stappenplan om per situatie te bepalen op welke manier participatie vorm kan krijgen. Veel onderdelen zijn ook terug te vinden in het Model Lerend Veranderen van Samen West Betuws Werken dat gebruikt kan worden als start aangevuld met dit stappenplan. Samen West Betuws Werken is het interne programma van de gemeente om integraal samen te werken met de samenleving.
Model voor Lerend Veranderen
Doel Onderdeel van de doelbepaling is de beïnvloedingsruimte die er is voor participatie en daarmee een keuze voor een trede op de participatietrap hieronder. Aan de voorkant van een participatietraject is de beïnvloedingsruimte begrensd en duidelijk waar de participatie eindigt. Dat geeft inwoners ook helderheid over wat er gevraagd wordt van hen. Kortom, duidelijkheid over de kaders van het participatietraject. Onderdeel van de doelbepaling is ook kijken of het een groot of klein participatievraagstuk is. Gaat het gemeentebreed over iedereen in de samenleving? Dan volgt een uitgewerkt participatieplan aan de hand van dit stappenplan.
21
Gaat het om een klein participatievraagstuk, bijvoorbeeld de aanpassing van een straat? Dan is de opzet en uitvoering van het participatieplan veel kleiner en eenvoudiger en helpt het stappenplan bij het helder krijgen van doel, vraag, ruimte en vorm voordat de participatie gestart wordt.
4.
3.
2.
1.
0.
Op bovenstaande trap worden verschillende gradaties van communicatie en participatie weergegeven, variërend van initiatieven uit de samenleving die al dan niet door de overheid worden gefaciliteerd via meebeslissen over beleid tot aan een overheid die zelf bedenkt en beslist. Deze trap komt overeen met de participatieladder van het Nederlands Jeugdinstituut dat door de jongerenraad wordt gebruikt. Aan de voorkant van een participatietraject delen we welke trede we gebruiken en benoemen we in onze voorstellen hoe we hebben nagedacht over participatie, welke keuzes we hebben gemaakt en wat de participatie heeft opgeleverd. Door aan de voorkant na te denken over participatie kunnen we maatwerk bieden: eenheid in verscheidenheid. De eerste stap bij participatie is de vraag of er beïnvloedingsruimte is voor de samenleving. Als er geen beïnvloedingsruimte is wordt er geen participatieproces gestart en worden betrokkenen alleen geïnformeerd. Dit is de eerste trede van de participatietrap en geen participatie maar communicatie. Het is immers geen gesprek maar eenzijdige communicatie. Zowel bij communicatie als participatie is aansluiten bij de belevingswereld essentieel. Bij beïnvloedingsruimte zijn de kaders helder. Dit geldt in het bijzonder voor gevoelige onderwerpen. Door duidelijk te zijn over de kaders en de mate van invloed weten mensen waarop ze wel en niet invloed hebben.
Publiek Wanneer doel en trede op de participatieladder helder zijn, is de volgende stap nadenken over wie er betrokken worden in de participatie. Wie heb je nodig om het doel van de participatie te bereiken? Dat kan een brede groep inwoners of juist een specifieke groep of groepen. Bij een abstracte visie als de Omgevingsvisie wordt niet gekozen voor een brede groep maar voor specifieke groepen. Het gaat er om dat het onderwerp van participatie relevant is voor de betrokkenen. Bij het betrekken van een brede groep inwoners, kan dat door bijvoorbeeld te werken met online participatie zoals het inwonerspanel en een oproep in het huis aan huis blad, of op social media. Ook een persbericht en het inwonerspanel helpen hierbij. In zeer grootschalige gevallen kan een campagne worden ingezet met posters (in abri’s), flyers of een huis-aan-huisbrief van de burgemeester. Flitspeilingen en het benutten van netwerken (van (jeugd)raadsleden) betrekken eveneens meer inwoners. Bij een specifieke groep kunnen inwoners actief en persoonlijk benaderd worden en/of een specifieke doelgroep gericht aanspreken (bijvoorbeeld jongeren). Bij moeilijk bereikbare groepen kan gebruik worden gemaakt van platforms die toegang bieden tot moeilijk bereikbare groepen, bijvoorbeeld voor een netwerk van ervaringsdeskundigen. Het kan zijn dat deze platforms nu niet zijn ingericht op actieve participatie. 22
Het kan een strategie zijn om in samenwerking met deze platforms participatie te organiseren waarbij de platforms toegang tot deze moeilijke groepen ondersteunen. Een andere strategie is flitsparticipatie waarbij mensen spontaan worden opgezocht om kortstondig mee te denken. We hebben extra aandacht voor het betrekken van moeilijk bereikbare doelgroepen zoals ouderen, statushouders/nieuwkomers of mensen met een beperking en experimenteren hoe hen te bereiken. Gespreksvorm Door te weten wie er betrokken worden kan er een geschikte gespreksvorm worden gekozen. Bij gevoelige onderwerpen maken we gebruik van een externe, neutrale en onafhankelijke gespreksleider die over vaardigheden beslist om zo’n gesprek goed te leiden. Hoe gevoeliger het onderwerp, hoe vaardiger de gespreksleider moet zijn. Voor de communicatie van het participatietraject is het belangrijk om doel, beïnvloedingsmogelijkheden (trede participatietrap), rollen van de gesprekspartners, het netwerk dat betrokken wordt en de in te zetten participatie-instrumenten helder te hebben. Dat helpt bij het verwachtingsmanagement van de gesprekspartners. Voor de communicatie is het belangrijk om mensen op tijd te betrekken en in de stukken die we voorleggen en teksten die we gebruiken kort en bondig te zijn en begrijpelijk Nederlands te gebruiken en gebruik te maken van filmpjes, vlogs en visuals.
Zo weet iedereen aan de voorkant wat de marges van beïnvloeding zijn, hoe we het organiseren en wat er met de uitkomsten gedaan wordt. Participatiekalender Om participatiemoeheid te voorkomen wordt de inzet van participatie afgestemd met het team Communicatie en ingepast en werken we aan een participatiekalender die inzichtelijk is voor inwoners, raads- en collegeleden en de medewerkers van de gemeente. Deze inzichtelijkheid helpt ook bij het onderling leggen van verbanden en om aan te sluiten bij participatietrajecten. Dat levert ook tijdswinst op voor de gemeentelijke organisatie doordat thema’s en vraagstukken met elkaar mee kunnen liften. Voor de effectiviteit van de participatiekalender maken we keuzes over wat er wel en niet opstaat. Participatievraagstukken op de treden van adviseren, coproduceren en meebeslissen komen op de kalender. Inspraak zonder dialoog (bijvoorbeeld zienswijzen) blijft buiten de kalender. De participatiekalender bouwen we graag uit tot een brede en een kerngerichte vindplaats voor informatie en participatievraagstukken, kernkalenders, kaarten en inzicht in de actuele fases van projecten en kerngericht communiceren waarbij ook gedacht kan worden aan het omvormen van de kernagenda’s naar ideeënplatforms. Dit volledig uitbouwen vraagt meer dan wat we nu hebben. We komen terug met een specifiek plan hoe we dit gaan realiseren.
In de tussentijd beginnen we met de Participatiekalender en bouwen deze uit als een groeimodel. Onze ambitie is kerngerichte en uitnodigende communicatie: we betrekken de kern om informatie op te halen en gaan in gesprek met de kern bij kernspecifieke vraagstukken, ook over het neerleggen van uitdagingen bij de samenleving in de kern. Om goed met elkaar in gesprek te kunnen, delen we ook de informatie die we al hebben en is in de communicatie dat duidelijk is wat de gemeente in dit participatieproces wel en niet doet. Zo creëren we een gelijk speelveld voor het gesprek met de samenleving.
23
Stappenplan
Terugkoppeling participatie Een voorbeeld van hoe participatie kan worden verwerkt, wordt op de volgende pagina’s weergegeven. Dit voorbeeld betreft de uitgevoerde participatie bij de totstandkoming van het participatiebeleid dat voor u ligt. In december 2020 hebben 60 sleutelpersonen (afkomstig uit dorpsorganisatie, dorpshuizen en verenigingen) mee gedaan aan een schriftelijke enquête. Aansluitend is met hen een verdiepend gesprek gevoerd over participatie. Van 29 april 2021 tot 14 mei 2021 konden inwoners via het inwonerspanel ook een schriftelijke enquête invullen. Dat hebben 261 inwoners gedaan. Op 3 juni 2021 was er een verdiepend gesprek met 30 van deze inwoners. De verschillende participatieresultaten zijn hieronder opgenomen. Participatietrede Wie zijn er hoe betrokken en hoe is er geparticipeerd?
Ideeën en suggesties
Inwoners en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor de leefomgeving Inwoners willen betrokken worden bij het gemeentelijk beleid over de leefomgeving
Raadplegen en adviseren Gesprekken met een interne en externe klankbordgroep. Inwoners zijn ook via het digitale inwonerspanel betrokken en konden via een open link de vragenlijst invullen. Daarnaast zijn in december 2020 sleutelpersonen (afkomstig uit dorpsorganisaties, dorpshuizen en verenigingen) benaderd via een schriftelijke enquête. Met inwoners en sleutelpersonen zijn verdiepende gesprekken gevoerd over de resultaten van het panel en de enquête. Voor de beeldvormende raadsvergadering in de raad zijn inwoners actief gevraagd om mee te praten. Wordt meegenomen (waar en hoe) Wordt niet meegenomen (en uitleg daarbij waarom niet) De gezamenlijke verantwoordelijkheid komt terug in het ruimte geven aan en stimuleren van inwonersinitiatief Komt terug in het gebruikmaken van lokale kennis en in de aandacht voor participatie rondom de leefomgeving 24
Inwoners willen betrokken worden bij activiteiten in de directe fysieke leefomgeving Inwoners verwachten van de gemeente openheid en goede communicatie in duidelijke taal
Informeren over doel, nakomen van afspraken, tijdig betrekken van inwoners en helderheid over wat je vraagt Duidelijkheid geven over de mate van invloed van inwoners en teruggeven wat met input is gedaan met motivering waarom input niet is meegenomen Verbeteren van de eigen woonomgeving is een belangrijke participatiereden Beheer en onderhoud belangrijkste onderwerp om betrokken te worden, daarnaast woningbouw en windmolens Inwoners willen zelf wat doen om hun leefomgeving te verbeteren Inwonersinitiatieven ondersteunen met betrokkenheid, kennis en geld Participatietips op website, schriftelijke informatie of een gesprek Actief zoeken naar een brede groep inwoners
Kennis en vaardigheden van inwoners worden onderschat De gemeente is zichtbaar
Uitgangspunten participatie ook nodig voor partners gemeente en regierol gemeente bij trajecten waar andere overheden bij betrokken zijn Informatie is nu onvindbaar of niet toegankelijk, suggestie voor participatiekalender per kern, gebruik maken van lokale kranten, brieven huis aan huis en inzicht fase project Contact leggen met de gemeente is lastig
Komt terug in de gezamenlijke dialoog, het stimuleren en faciliteren van initiatief en kerngericht werken Komt terug in gemeente en samenleving als gesprekspartners die informatie delen en implementatie van beleid en komt terug in gemeentelijke communicatiestrategie en gemeentelijk beleid om taalniveau B1 toe te passen Komt terug in het voorbereiden van participatie en communicatie
Komt terug in het voorbereiden van participatie als voorwaarde voordat gesprek met de samenleving plaatsvindt en met een tabel zoals deze en in terugkoppeling. Komt terug in het kerngericht werken en in de implementatie van dit beleid om deze participatie-energie te verzilveren We starten met participatiepilots op beheer en onderhoud, woningbouw en de energietransitie Komt terug in het ruimte geven aan en stimuleren van inwonersinitiatief en kerngericht werken Komt terug in gemeente en samenleving als gesprekspartners, waarbij eigenaarschap bij initiatiefnemer ligt en gemeente ondersteunt als dit nodig is Komt terug in implementatie beleid en wordt gezamenlijk uitgewerkt met het traject rond de Omgevingsvisie Inventariseren en benutten van kennis komt terug in het voorbereiden van participatie, kerngericht werken en samenwerking met dorpsplatforms Komt terug in het voorbereiden van participatie als gemeente en samenleving als gesprekspartners Komt terug in gemeente en samenleving als gesprekspartners, kerngericht werken en het leefbaarheidsbudget Komt terug in implementatie beleid als onderdeel accounthouderschap en regierol gemeente.