CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

IN048-Bijlage-voortgangsrapportage-RES-1.0-FruitDelta-Rivierenland.pdf

Lijst ingekomen stukken 30 mei 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: C: C Informatie vanuit het college van B&W17.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

2.3.4 Kansen en verkenningen opwek Samenwerking netbeheerders & overheden De energietransitie gaat onverminderd hard door. Ondanks forse investeringen, kunnen netbeheerders de snelheid waarmee de energietransitie plaatsvindt moeilijk bijhouden. Het ‘Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat’ (PMIEK) is een uitvoeringsprogramma om overheden, marktpartijen en netbeheerders Liander en TenneT met elkaar te laten samenwerken door tijdlijnen op elkaar af te stemmen en afspraken te maken over uitvoeringscoördinatie. De PMIEK is het

middel om energiesysteemkeuzes en ruimtelijke ordening in samenhang te ontwikkelen en samen te programmeren en prioriteren. Vanwege de doorlooptijden van werkzaamheden is het essentieel om tijdig te kunnen handelen en ook een doorkijk ná 2030 te maken. Strategiegroep E-netwerk In 2022 is gestart met een strategiegroep E-netwerk. Hierin werken de gemeenten West Betuwe, Maasdriel

NSCHAPPEL IJK M EE E GE TENBASIS I FE

Planningen op elkaar leggen

• Samen naar de kaart kijken, koppelkansen verkennen • Inbreng slimme oplossingen door Liander

1

4 MEN SA OGRAMMEREN PR

Hoe netimpact reduceren?

Ontwikkelingen integraal in beeld

T PAC IM ALEN BEP

• Huidige investeringsplanning Liander en planningen van alle andere partijen op tafel • Volgordes en prioriteiten op elkaar afstemmen • Opmaat naar integraal uitvoeringsplan en ‘assetkaart’ huidig en komende 5-10 jaar

en Zaltbommel samen met Liander en marktpartijen (o.a. woningcorporaties, LTO Noord) op het niveau van het verzorgingsgebied van verdeelstation Zaltbommel. Deze strategiegroep streeft naar een betrouwbare, betaalbare en duurzame elektriciteitsinfrastructuur in de drie gemeenten, die tijdig beschikbaar is. De strategiegroep doorloopt een jaarcyclus (zie hieronder) waarbij partijen gezamenlijk programmeren en prioriteren om de afzonderlijke plannen op elkaar af te stemmen.

• • • •

Wat weten we allemaal al? Welke informatie updaten? Welke informatie ontbreekt? Bespreken ‘gaps’ tussen regiobeeld en prognose Liander

Benodigde netcapaciteit in beeld

2

3 KEUZ

E SLI M M EN ES M A K

• Doorrekening van alle ontwikkelingen door Liander • Inzicht in noodzakelijke netuitbreidingen richting 2030, vertaald naar ruimte, tijd en geld

Jaarcyclus toekomstvast E-netwerk Bron: Strategiegroep E-netwerk

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

26

Handelingsperspectief Naast uitbreiding van de netinfrastructuur is er meer nodig voor de vernieuwing van het energiesysteem: •

•

uit. De uitdaging in de energietransitie is veel

Een zonnedak direct aan een verbruiker koppelen,

opwek in de zomer en een grote warmtevraag

het plaatsen van een batterij in combinatie met

in de winter. Onderzoek wat er nodig is om

nieuwe contractvormen en een manier om de

de pieken omlaag te brengen en/of tijd te

opgewekte stroom op te vangen. •

overbruggen. Programmeren en prioriteren

Lokale oplossingen rondom bedrijventerreinen

op provinciaal niveau in de PMIEK helpt om

of woonwijken bieden kansen om de groei van

de uitbreidingen van energie-infrastructuur

zonnepanelen, warmte-oplossingen en elektrisch

te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen,

vervoer op elkaar af te stemmen. Het inzetten

zodat we zorgen dat gewenste regionale

op een combinatie met opslag en/of conversie is

ontwikkelingen tijdig kunnen worden

rendabel bij grootschalige zonneparken. •

Onderzoek welke ontwikkelingen kunnen schuiven in de tijd: wat kan ná de congestieperiode aangesloten worden? Hierbij de processen rondom vergunningverlening en het aanvragen van een aansluiting op elkaar afstemmen.

•

Zoek naar alternatieve zoekgebieden in de buurt van locaties stations met (op termijn) capaciteit. Zo kun je denken aan het ontwikkelen van Energy

Werk ontwikkelingen integraal en gebiedsgericht

aangesloten. •

Zet in op slimme oplossingen, zowel technisch, juridisch als organisatorisch: denk aan cablepooling (combineer wind, zon en opslag op één kabel), sluit zonontwikkelingen aan op 50% van het piekvermogen of benut nieuwe contractvormen om de ruimte op het net buiten piekuren te benutten.

hubs op bedrijventerreinen zoals: De Wildeman, Medel, Poort van Maasdriel of om grootschalige opwek qua planning af te stemmen op nieuw/

Disclaimer: Liander is nog beperkt in de mogelijkheden voor het aanbieden van deze contractvormen.

uitbreiding van/vervanging van station.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

Opslag, Smart energy hubs, Waterstof In de regio hebben meerdere initiatiefnemers voor windmolens en zonnevelden interesse in een combinatie met (batterij)opslag. Hiermee spelen zij in op de netcongestie. Met een batterij kun je op piekmomenten energie opslaan en later weer verkopen. Zo kan een kleinere netaansluiting voldoende zijn. Op meerdere plekken in de regio werken ondernemers samen om slimmer om te gaan met opwekken en verbruiken van duurzame energie. Als de zon opwek van de een wordt gebruikt voor het laden van machines van de ander, hoeft het elektriciteitsnet niet of minder te worden gebruikt. Er ontstaat zo een lokaal elektriciteitsnetwerk. Dit worden ook wel Smart Energy Hubs genoemd. Bij Medel wordt nagedacht over zo’n Energy-Hub met een waterstoftankstation dat het elektrificeren van de binnenvaart ondersteunt. Een heel concreet voorbeeld is het laadplein WattHub in Geldermalsen. De energie die wordt opgewekt door windmolens en het zonneveld bij de AVRI wordt direct gebruikt op het snellaadplein voor elektrische vrachtwagens en bouwmaterieel. Deze stroom hoeft het net niet op en daarmee is WattHub ook een slimme bijdrage aan het vermijden van netcongestie.

27

Waterkracht “Waarom doen we niet meer met waterkracht”, is een veel gestelde vraag in onze waterrijke regio. Daarom heeft provincie Gelderland en ook de gemeente Zaltbommel laten uitzoeken of het rendabel is om elektriciteit op te wekken via waterkracht uit onze rivieren. De theoretische potentie van Maas en Waal, maar ook de Linge is berekend. Er is gekeken naar stuwen en naar de mogelijkheid om in stromend water elektriciteit op te wekken. De conclusie van dit onderzoek is dat er wel veel stromend water is, maar dat we in onze regio relatief weinig hoogteverschil hebben. Anders dan in landen als in Zwitserland en Noorwegen waar de hoogteverschillen groter zijn en er meer gebruik wordt gemaakt van waterkracht. Ook vraagt de scheepvaart ruimte in onze rivieren. Dit betekent dat er geen plekken geschikt lijken voor nieuwe waterkrachtcentrales. De twee bestaande centrales (in Lith en Maurik) draaien op halve kracht om schade aan de natuur (vissen) te beperken. Er zijn moderne turbines die de vissterfte voorkomen. De eigenaar van de centrales heeft nog geen plannen (bekend gemaakt) om te investeren in nieuwe turbines.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Ook is gekeken naar het benutten van sluizen. Van de Prins Bernhardsluis in Tiel zijn berekeningen verder uitgewerkt. De totale theoretische potentie is 2,7 GWh/jaar, verdeeld over 17 stuwen en 1 sluis (ongeveer 1/10e windmolen). Oftewel 0,2% van het RES-bod. Er zijn nog geen initiatieven met een rendabele businesscase. Ondanks dat er dus veel stromend water in onze regio is waar energie in zit, zijn er nieuwe, rendabele technieken nodig om de energie er ook daadwerkelijk uit te halen. De verwachting is dat er voor 2030 geen of weinig nieuwe toepassingen tot realisatie komen en waterkracht dus niet kan bijdragen aan onze opgave van 1200 GWh. Dit wil niet zeggen dat we de mogelijkheden van waterkracht afschrijven. In het programma OER (Opwek Energie Rijksgronden) gaan de RESgemeenten met Rijkswaterstaat en Waterschap de concrete perspectieven verkennen in een nieuwe OER-aanvraag.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

OER/A15 In het programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) wordt gekeken waar en hoe er met steun van de omgeving grootschalig energie opgewekt kan worden op Rijksgronden. Meerdere RES-regio’s hebben zoekgebieden op Rijksgronden opgenomen in hun plannen. Ook vanuit Rivierenland is een verzoek ingediend, gehonoreerd en een integraal projectteam opgezet. Een aanvullende OERaanvraag wordt voorbereid. In het project OER/A15 wordt voor de snelweg A15 en Betuwelijn gekeken waar de mogelijkheden zijn voor nieuwe zonnepanelen in bermen, bij afritten en op geluidsschermen. Behalve Rijkswaterstaat, ProRail, Liander en de provincie doen alle gemeenten van onze RES FruitDelta Rivierenland hieraan mee, net als de buurregio Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. In 2022 is een redelijk beeld ontstaan wat waar mogelijk is. Vragen die het integrale projectteam nu moet beantwoorden zijn: Wie wordt bevoegd gezag en daarmee trekker van het project? Vindt marktconsultatie plaats voor of na het participatietraject en hoe en wanneer worden inwoners in de omgeving geïnformeerd en uitgenodigd te participeren? Het plan is om in het eerste deel van 2023 dit soort besluiten te hebben genomen, inclusief een advies voor een participatieproces en het maken van een communicatieplan, om vervolgens in de 2e helft van 2023 aan de slag te gaan.

28

2.4 S  amenhang elektriciteit, warmte en energie besparen Binnen de RES FruitDelta Rivierenland samenwerking werken we vanuit drie pijlers: • Opwek van duurzame energie • Warmte (aardgasvrij verwarmen) • Energie besparen We beseffen namelijk dat deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hoe minder energie we gebruiken, hoe minder we hoeven op te wekken. Als iedereen voor een ‘all electric’ oplossing, zoals een warmtepomp of airconditioner gaat, betekent dit in de toekomst een forse extra behoefte van het aantal windmolens en zonneparken dat in de regio nodig is. Dat willen we graag voorkomen. Tijdens het opstellen van de RES 1.0 stond de warmtetransitie daarom al hoger op onze prioriteitenlijst dan formeel vanuit de RESopdracht van het Rijk van ons gevraagd werd. Een inventarisatie waar grote en kleinere warmtebronnen aanwezig zijn en of deze ingezet kunnen worden om bijvoorbeeld huizen en kantoren te verwarmen leidde tot de conclusie dat Rivierenland niet veel grote warmtebronnen kent. “Om aan de regionale warmtevraag in 2030 te voldoen is veel inzet nodig. Als we actief warmtebronnen als geothermie, groen gas en restwarmte gaan gebruiken en inzetten op de ontwikkeling van warmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties, kunnen we in 2030 voorzien in ongeveer 15% van de warmtebehoefte.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Als we echter ook inzetten op het maken van warmte uit de zon en onze rivieren en plassen kunnen we in theorie grotendeels aan onze warmtebehoefte voldoen. Dit vergt wel stevige investeringen en vooral samenwerking met alle regionale partners. Dit vraagt ook om een veel ondernemendere overheid dan nu. Als de kansen voor warmte niet worden benut, dan hebben we flink meer elektriciteit nodig om onze huizen te verwarmen” (Bron: RES 1.0 FruitDelta Rivierenland maart 2021)

Wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken Een goed geïsoleerde woning levert naast een lagere energierekening ook wooncomfort op. De woning terugbrengen van label F naar C kan tot wel de helft aan energie besparen. Dat is een enorme kans voor de inwoners van Rivierenland, maar ook voor de hoeveelheid elektriciteit die we straks duurzaam moeten opwekken. In de Transitievisies Warmte van de gemeenten wordt hier daarom veel aandacht aan besteed. In een goed geïsoleerde woning zijn er meer mogelijkheden om aardgasvrij te verwarmen. De warmtepomp werkt een stuk beter in een label B woning dan bij label G. Het daaruit volgende elektriciteitsverbruik is dan ook een flink stuk lager: tot wel 75%. En daar ligt meteen een verband met andere elektriciteitsvragers in onze huizen, zoals televisies, koelkasten, wasmachines en (steeds meer) elektrische auto’s. Hoe minder elektriciteit de verwarming van onze

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

woningen vraagt, hoe meer er (lokaal) overblijft voor apparaten. De toename van de elektriciteitsvraag per woning heeft niet alleen impact op de totale energiebehoefte, maar ook op de infrastructuur in onze kernen. Grotere kabels, meer trafohuisjes zijn onontkoombaar. De individuele aanschaf van warmtepomp of airco kan collectieve oplossingen onrendabel maken. Het is daarom belangrijk dat gemeenten snel duidelijkheid geven aan hun inwoners hoe elke buurt/wijk of kern in de toekomst van warmte zal worden voorzien. Op dit moment zijn we daarom bezig om inzichtelijk te maken wat de relatie precies is tussen elektriciteit en warmte. Maar ook hoe we op de verwachte verandering kunnen inspringen.

Minder energie gebruiken is ook een kwestie van houding en gedrag Minder energie gebruiken heeft naast het verduurzamen van de woning ook een houding- en gedragscomponent. Dit is een heel persoonlijk vraagstuk, maar wordt ook door media en beeldvorming gevoed over wat we als samenleving zien als de norm. Tel je pas mee met een regendouche in je badkamer of is een energiebesparende douchekop het nieuwe normaal? Zijn we bereid om minder (ver) te vliegen, minder vlees te eten, wordt deelmobiliteit ooit ook normaal in dorpen, etc. Dialoog, goede voorlichting en eenduidige communicatie blijft belangrijk.

29

2.5 Warmte We gaan onze wijken en gebouwen op een andere manier verwarmen. Maar als we ons RES 1.0 bod niet willen verdubbelen, zullen we onze huizen op een andere manier moeten gaan verwarmen dan met behulp van elektriciteit. Geothermie (aardwarmte uit de diepe ondergrond), aquathermie (warmte uit oppervlakte-, drink of afvalwater, en restwarmte van de industrie) kunnen wellicht oplossingen bieden. Momenteel wordt 97% van de gebouwen in Rivierenland verwarmd met aardgas. Dat is opgeteld een energieverbruik van ruim 6000 TJ. Die warmtevraag zal verlaagd moeten worden en waar dat niet kan, vervangen door duurzamere bronnen. Rivierenland kent geen grote restwarmtebronnen vanuit industrie, maar is wel rijk aan zon en water. Door in nauwe regionale samenwerking de kansen voor warmte uit de rivieren en plassen en met zonthermie de warmte uit de zon te benutten, kunnen we het aardgasverbruik flink verminderen zonder dat de elektriciteitsvraag te veel stijgt. Daarom is de regio daarmee bezig sinds de vaststelling van de RES 1.0.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Warmte uitdaging omzetten naar kansen voor de hele regio De uitdaging waar we met elkaar voor staan, is om de ruim 80 kleine kernen in Rivierenland een alternatief voor aardgas te bieden, zonder heel veel extra elektriciteit te gaan verbruiken. Om deze uitdaging om te vormen tot kans is er gestart met onderzoek in Rivierenland naar alternatieven voor warmte die passen in ons gebied, voor groepen woningen een oplossing kunnen bieden en waar nog niet in andere gebieden in Nederland mee wordt geëxperimenteerd.

Vertrekpunt voor dit onderzoek is het maken van een onderscheid in welke ‘soorten’ warmte er bestaan op basis van het temperatuurniveau voor onze gebouwde omgeving. Op basis daarvan is een onderscheid gemaakt in welke bronnen daarbij passen om daarna te kijken of en waar we die willen uitproberen om te leren hoe het werkt en wat we er mee kunnen. Dat heeft geleid tot het volgende overzicht:

Temperatuurniveau

Bron

Pilotlocatie

Lage Temp

Aquathermie

Enspijk

Restwarmte

Buiten de regio

PVT

Neder Betuwe

Restwarmte

Geldermalsen

Geothermie

Provincie

Zonthermie

Zaltbommel

Midden Temp

Hoge Temp

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

30

Concreet wordt er in Rivierenland op dit moment gewerkt aan drie pilots om te onderzoeken welke alternatieve methoden mogelijk zijn; één met lage temperatuur bron, één met midden temperatuur bron en één met hoge temperatuur bron. Het is de bedoeling dat de kennis die we met deze pilots opdoen ook elders in Rivierenland kan worden toegepast, om zo te zorgen voor een versnelling in de kernen die nog niet begonnen zijn. Om de opgedane kennis voor iedereen toegankelijk te maken worden de pilots goed begeleid en beschreven. De eerste pilot: aquathermie in Enspijk, is al uit de startblokken. Pilot 1: Aquathermie in Enspijk Voor lage temperatuur verwarming lijkt de rivier de Linge geschikt als bron. Aquathermie heet dat. Bijna 20 kernen of wijken liggen aan de Linge en kwamen qua locatie in aanmerking voor de pilot. Door ook naar draagvlak, bestaand bewoners initiatief en kleinschaligheid (geschikt voor proefproject) te kijken is de keuze op Enspijk gevallen. De provincie heeft een quickscan laten uitvoeren, die bevestigde dat aquathermie in Enspijk zowel technisch als energetisch mogelijk. Vervolgens is er samen met de gemeente West Betuwe gestart om de pilot vorm te geven. De pilot loopt inmiddels ruim anderhalf jaar en het is geen geheim meer dat de pilot ook goed verloopt. Op het laatste NPRES-congres mochten inwoners hun verhaal presenteren en ook op

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

de Regio Deal-dag stond Enspijk in de spotlights. Inmiddels is door de inwoners zelf een Plan van Aanpak opgesteld en in januari 2023 gepresenteerd aan de rest van de inwoners.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

31

2.5.1 Risico’s en aandachtspunten warmte Transitievisie Warmte gemeenten geven onvoldoende duidelijkheid Gemeenten beschrijven in hun Transitievisie Warmte (TVW) van welke bronnen zij gebruik willen maken. Afstemming met omliggende gemeenten voorkomt dat een warmtebron ten onrechte dubbel gebruikt wordt of juist onbenut blijft. Dat is de reden dat inzicht in de warmtevraag en het warmteaanbod onderdeel uitmaakt van de Regionale Energiestrategie. Dat gebeurt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW).

De gemeentelijke visie moet uiteindelijk leiden tot een plan op wijkniveau: het Wijkuitvoeringsplan (WUP). Alle WUP’s bij elkaar opgeteld geven een beeld wat de gemeenten aan warmtebehoefte voorzien en hoe ze denken daarin te kunnen voorzien. Alle TvW’s opgeteld geven inzicht wat er totaal in de regio opgewekt moet worden. Als het goed is, is die optelling in ieder geval voldoende om aan de vraag, nu en in de toekomst, te voldoen.

Alle acht gemeenten van Rivierenland hebben een eerste versie van de TvW vastgesteld. Wat opvalt is dat in de TvW veel aandacht uitgaat naar het isoleren en aardgasvrij gereed maken van woningen. Er is nauwelijks een helder beeld over welke bronnen aardgas moeten gaan vervangen. Over welk alternatief (warmtebron) per wijk of kern wordt gedacht is niet helder. Waar er wel iets wordt gezegd over een alternatief, gaat het vooral over een elektrische oplossing voor warmte met een warmtepomp of gaat het om uitbreiding van het bestaande warmtenet.

Leidt de Transitievisie Warmte tot verdubbeling RES bod? Als we in al die woningen warmtepompen gaan plaatsen en de woningen waar nog geen plan voor is op een soortgelijke manier gaan aanpakken, hebben we al snel 0,95 TWh nodig voor warmte. Dat is 80% van ons bod van 1,2 TWh. Daarnaast zijn de elektriciteitskabels in de kleinere kernen niet voldoende om die vraag aan te kunnen. Als we ons RES bod niet willen verdubbelen, komen we er niet onderuit om een groot deel van de woningen op een andere manier te gaan verwarmen. Anders dan met elektriciteit. Bron: RES 1.0

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

32

Alle TVW’s opgeteld M3 Oplossingsrichting

40% = bepaald in TvW TWh

TJ

aantal woningen Aardgas/Biogas Elektriciteit

Hybride

13.547

All Electric

5.609

LT warmte

9.920

HT warmte

8.921

Ht warmte gas

2.200

Nog nader te bepalen

61.343

Totaal aantal woningen

101.540

12.478.595

60% = nog geen plan voor

Warmte

TJ

0,02

673

Hybride ketel

Gas + elektriciteit

0,08

278

Volledig warmtepomp

COP gem = 1,2

591

591

Aquathermie, LT restwarmte

Vereist hulpelektriciteit

531

531

Geothermie

Nog erg onzeker

64

warmtenet uitbreiding

Gasgestookt warmtenet

2.026.450 0,85

3.043

Scenario 1

129.895.293

0,10

1.122

Tot 2030, Hybride is tijdelijk, schil H en AE naar C

Scenario 2

14.505.046

0,95

1.122

Hybride=permanent, NNtB=AE, Schil H en AE,C

scenario 3

14.505.046

0,52

2.948

50% NNtB = warmtenet 50% = AE, Hybride is permanent

Financiering Onlangs heeft de Rijksoverheid, via de Wet Collectieve Warmte, besloten dat de warmteinfrastructuur (grotendeels) in publieke handen moet komen. Dat is goed nieuws, omdat grotere gemeenten nu echt aan de slag kunnen samen met provincies en (semi-)publieke warmtebedrijven als Firan en Enpuls. Hierdoor ontstaat een model waar ook de inkomsten lokaal kunnen blijven. Maar dat goede nieuws geldt voorlopig alleen voor de grotere gemeenten waar grote netten kunnen worden aangelegd. Voor kleine gemeenten en kernen blijft nog steeds dat ze (voorlopig) meestal onder de radar

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

blijven van warmtenetten. Dat is ook in lijn met de Transitievisies Warmte die gemeenten in Rivierenland hebben opgeleverd. Juist voor kleine gemeenten kan het lastig zijn om de infrastructuur die nodig is voor een warmtenet aan te leggen, financieren en beheren. Provincie Gelderland kan daarin een helpende hand bieden met het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB). Het GWIB kan helpen in de planfase, maar ook met aanleg en financiering. Hiervoor wordt samen met de gemeenten een Lokaal Warmte Infrabedrijf opgezet. Dit kan versnellend werken in de transitie naar duurzame warmte voor kleinere kernen.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

Governance Daarnaast zijn warmtebedrijven grote professionele organisaties met een stevige besturingsstructuur en in de wet vastgelegde gedragsregels (governance). Lokale initiatieven hebben noch die professionaliteit, noch de vooraf bepaalde gedragsregels. Daarnaast is het bestuur van de meeste energiecoöperaties op basis van vrijwilligheid en inzet. Willen we lokale warmtenetten in lokaal eigendom hebben en stimuleren, dan moet er zeker nog wat gebeuren aan die governance. Ook daar willen we ons op gaan richten qua onderzoek dit jaar. Vragen als: hoe werkt de rol van leverancier, welke risico’s loop ik als coöperatie, welke vergunningen moet ik hebben moeten allemaal duidelijk worden. Dat is er nu nog niet en daarmee een risico op stilstand.

33

Waterwinning Naar aanleiding van een aantal langdurige droogteperiodes vorig jaar, bevolkingsgroei en economische groei heeft de provincie Gelderland beleid opgesteld hoe om te gaan met extra zoekgebieden voor drinkwater. Daarin zijn zoekgebieden aangewezen die moeten leiden tot aanvullende drinkwatergebieden (ASV gebieden). In deze zoekgebieden wordt nog geen water gewonnen, maar ze moeten beschermd worden. In Rivierenland liggen drie drinkwaterreserveringsgebieden: Twee ‘minder kwetsbare drinkwaterreserveringsgebieden’ (Betuwe-West-Buren en Tielerwaard) en één kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied (Winssen-Slijk-Ewijk). Waar een ASV-gebied wordt aangewezen gelden stevige beperkingen voor wat er in de ondergrond mag. Die beperkingen zijn afhankelijk of er een kleilaag in de diepere ondergrond aanwezig is. Als deze kleilaag er is dan wordt het gebied ‘minder kwetsbaar’ genoemd. Deze kleilaag beschermt het drinkwater tegen invloeden van bovenaf. Is deze kleilaag er, dan mag er boven die kleilaag nog best wat. Is die kleilaag er niet, we hebben het dan over een kwetsbaar gebied, dan worden de mogelijkheden erg beperkt. Maar ook als er nog wel wat mag, geldt er vaak nog een flinke beperking. De kleilaag is er wel in het westen van Rivierenland, maar niet in het oostelijke deel. In het oostelijk deel mogen dus in principe geen bodemenergiesystemen.

Dat betekent bijvoorbeeld geen warmte-koude opslag

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

of bodemwarmtepompen. In het westelijk deel mag er meer, maar tot de kleilaag en die ligt op ongeveer tussen de 65 en 75 meter diep. Daaronder mag niet geboord worden. Voor veel technieken die gebruik

maken van aardwarmte is 75 meter niet diep genoeg. Bij zwaarwegende warmtebelangen kunnen, in goed overleg met provincie Gelderland, mogelijk ruimere mogelijkheden worden geboden.

Bron: Provincie Gelderland

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

34

2.5.2 Kansen en verkenningen warmte Pilot 2: Zonthermie in Zaltbommel Deze pilot bevindt zich nog in de opstartfase. In Zaltbommel wordt gekeken naar Zonthermie (warmte door het opvangen van zonne-energie via thermische zonnepanelen). Er is een mogelijke locatie gevonden, waar zowel de woningen, als de glastuinbouw via zonthermie van warmte kunnen worden voorzien. Dit in combinatie met een seizoensopslag. Pilot 3: PVT in Neder-Betuwe Deze pilot bevindt zich nog in de opstartfase. Samen met gemeente Neder-Betuwe wordt bekeken of PVT (een PVT-paneel is een zonnepaneel dat zowel elektriciteit als warmte opwekt) toegepast kan worden in een nog te bouwen wijk. Warmte en elektriciteit worden dan door inwoners lokaal in een zogenaamd micro-grid opgewekt, uitgewisseld en opgeslagen Een micro-grid is een miniversie van een klassiek stroomnet.

was van plan om zowel de tuinders als omliggende woningen van warmte te voorzien via geothermie, maar omdat er op de gewenste locatie niet genoeg warmte uit de ondergrond gehaald kan worden is besloten hier niet mee door te gaan. De provincie Gelderland heeft wel een vervolgonderzoek laten doen en daar komen toch andere mogelijke locaties naar voren. Daarom wil de provincie Gelderland samen met gemeenten en EBN een

ontwikkelprogramma opstellen. Doel is om geothermie te versnellen. Uiteraard wordt hier de komende tijd verder naar gekeken. Uiteindelijk zijn de pilots bedoeld om uit te vinden welke warmteoptie bij welke kern of wijk past en vooral hoe we die warmteopties zelf kunnen uitvoeren en beheren. Voor heel Rivierenland zou dat er uiteindelijk als volgt uit kunnen zien:

Pilots opgeschaald

Dodewaard

De verwachting is dat zowel de pilot in Zaltbommel als in Neder-Betuwe nog voor de zomer van 2023 daadwerkelijk kunnen starten.

Enspijk

Pilot 4: Geothermie Voor hoge temperatuur verwarmen komt geothermie steeds als meest geschikte methode naar voren. Een kleinschalige pilot met geothermie is niet mogelijk, omdat er meestal voor duizenden woningen warmte vrijkomt en de kosten enkele tientallen miljoenen zijn. De gemeente Zaltbommel

Zaltbommel

Lage Temperatuur

Aquathermie

Midden Temperatuur

PVT

Hoge Temperatuur

PT (zonthermie) Combinaties

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

35

Gereedschapskist vol kennis Naast de kennis in techniek en temperatuur die met bovenstaande pilots wordt opgedaan, zijn er ook andere aspecten rondom gezamenlijke warmteoplossingen om over te leren. Zo is er ook aandacht hoe bijvoorbeeld de financiering van warmtenetten in elkaar zit, wie straks de rol van leverancier op zich moet nemen of welke organisatievorm waar het beste bij past. Al deze aspecten kun je zien als bouwblokken. Het idee is om al die bouwblokken in een ‘gereedschapskist’ te stoppen waar lokale initiatieven gebruik van kunnen maken.

In Nederland (en daarbuiten) wordt hierin al veel onderzocht en opgeschreven. Dat wiel hoeven we dus niet helemaal opnieuw uit te vinden. Wel is het nodig om deze te vertalen naar Rivierenland en weten toe te passen in Rivierenland. Daarom is het de intentie om de ‘gereedschapskist’ ook te voorzien van een lerende omgeving, waarbij kennis opgehaald wordt uit andere regio’s en kijken we hoe die toepasbaar is in Rivierenland en stellen we nieuwe leerdoelen. Deze leiden hopelijk weer tot nieuwe pilots en inzichten waardoor we steeds sneller en nauwkeuriger op ons doel af gaan; duurzame verwarming van onze huizen en gebouwen.

Lerend Netwerk Warmte in kleine Kernen

Kennis buitenland

Cureren, aanpassen, herschrijven

Pilots Rivierenland

Kennis Nederland

Gereedschapskist

nieuwe leerdoelen

Expert sessies LEAFLETS LEREN

LEAFLETS REKENEN

LEAFLETS AANSTUREN

LEAFLETS FINANCIEREN

Masterclasses Welke kennis mist?

Energie besparen en isoleren Verduurzamen van het huis blijkt in praktijk lastiger dan gedacht. Maatregelen worden niet genomen omdat mensen niet precies weten hoe ze het aan moeten pakken, verschillende adviezen krijgen, wachten op wat de gemeente doet, het niet kunnen betalen of de overheid niet meer vertrouwen. Toch gaan steeds meer mensen wel over tot energiebesparende maatregelen en weten ze de weg naar Energieloket Rivierenland te vinden. Elke gemeente werkt met het Energieloket waar inwoners advies kunnen krijgen. Ook is de landelijk overheid grootschalig aan de slag gegaan met subsidies en tools om inzicht te krijgen. De bekendheid van het Energieloket als dé plek voor onafhankelijk en advies op maat, vraagt wel om structurele communicatie. Sinds de stijgende energieprijzen is er meer aandacht geweest voor energiebesparende tips in en rondom huis en (het voorkomen van) energiearmoede. De stijgende energieprijzen hebben er in de winter 2022-2023 toe geleid dat inwoners van Nederland fors minder energie zijn gaan gebruiken. Financiën blijken dus een duidelijke gedragsprikkel. Of deze gedragsaanpassing structureel is of slechts tijdelijk van aard, wordt pas duidelijk als de energieprijzen weer dalen. Structurele voorlichting onder meer door het Energieloket blijft belangrijk.

Leer- en uitvoeringsproces kern X

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

36

2.6 B  orging van de RES in Omgevingsbeleid In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de RES-afspraken door alle overheden worden vastgelegd in beleid voor wind en zon en in de omgevingsvisies.

Lokaal

Provinciaal

Voor de zes Gelderse RES-regio’s is eind 2022 een inventarisatie uitgevoerd waar gemeenten momenteel staan bij de uitvoering van de afspraken uit de RES 1.0 en in hoeverre dit verankerd is in lokaal omgevingsbeleid. Voor Rivierenland levert dit de volgende resultaten op: • Zeven gemeenten hebben beleid voor zonneenergie, alleen de gemeente Culemborg niet. In het gemeentelijk beleid wordt geborgd dat initiatieven gerealiseerd kunnen worden zoals is afgesproken in de RES. • Gemeente Tiel bereidt zon- en windbeleid voor waarover in het najaar van 2023 wordt besloten in de gemeenteraad. • Gemeentelijk beleid voor windenergie ligt complexer. Zo wordt in West Maas en Waal geen medewerking verleend aan initiatieven voor windparken tot 2030. Drie gemeenten hebben geen beleid voor windenergie (grote windmolens).

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Actualisatie windbeleid Het provinciaal windbeleid sluit niet goed aan op de Gelderse RES’en. Dat kan ertoe leiden dat de provincie als bevoegd gezag voor wind medewerking verleend aan initiatieven op locaties die niet in de RES zijn opgenomen. Daarom wordt het provinciaal windbeleid geactualiseerd.

Het uitvoeren van een MER is ook verplicht op windprojectniveau. Dit betekent dat voor elk project een procedure moet worden uitgevoerd. Ook dit vraagt tijd. Te verwachten is dat het planMER onderzoek van de provincie kan helpen bij de onderzoeken op projectniveau.

De provincie Gelderland doorloopt hiervoor in 2023 een plan-MER procedure voor het actualiseren van het provinciaal windbeleid. Met een actueel windbeleid heeft de provincie een basis om te reageren op aanvragen voor windprojecten waarvoor de provincie bevoegd gezag is. In het planMER worden de mogelijke milieueffecten onderzocht van windmolens en zonnevelden ten aanzien van de leefomgeving, natuur, energiesysteem en het landschap in de provincie. Het plan-MER wordt medio 2023 verwacht.

Omgevingsverordening Gedeputeerde Staten heeft ervoor gekozen om de omgevingsverordening te gebruiken voor het vastleggen van de afspraken uit de RES. De werkwijze verandert niet: samen met de RES-partners de doelen behalen. De omgevingsverordening geeft hiervoor sturing. Deze werkwijze komt overeen met de regionale programmering woon- respectievelijk werklocaties die ook in de omgevingsverordening is opgenomen. De omgevingsverordening wordt naar verwachting in 2024 vastgesteld.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

37

2.7 RES in breder perspectief De brede samenwerking binnen de RES richt zich vanaf het begin op meer dan alleen de inpassing van zon en wind. Via de samenwerkingsagenda RES worden ook thema’s als energiebesparing, innovatie, warmte en energiearmoede opgepakt. In onze gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland en het regioarrangement leggen we de relatie met de andere grote opgaven in onze regio.

2.7.1 Samenwerkingsagenda RES Energieloket De acht gemeenten trekken als onderdeel van de uitvoering van RES 1.0 samen op in de opdrachtverlening aan het Energieloket Rivierenland. Hiervoor is de procedure doorlopen om het Energieloket als Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) aan te wijzen. Dit zorgt voor de inwoners van Rivierenland dat zij langjarig gebruik kunnen maken van de diensten. Dit is nodig voor de lange periode die de hele energietransitie in beslag neemt. De regionaal georganiseerde DAEB-aanwijzing zorgt voor eenduidige afspraken en daarmee meer kwaliteit en minder overhead. De regionale samenwerking zorgt voor kwaliteitsverbetering in 2023 door het maken van goede afspraken over veilige uitwisseling

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

van gegevens tussen gemeente en Energieloket. Ook werken we toe naar een Energieloket 2.0 waar inwoners via één internettool worden geadviseerd en, zonder bij een ander adres opnieuw gegevens in te vullen, worden doorverwezen naar marktpartijen: op kwaliteit geselecteerde adviseurs en installateurs. Energie Expertiseteam bedrijven Het “Energie Expertiseteam Rivierenland” gaat in 2023 van start met ondersteuning voor ondernemers die voortbouwt op de bestaande samenwerking van bedrijfsleven, lokale- en regionale coöperaties. Het is een bundeling en daardoor versterking van bestaande samenwerkingen in Rivierenland. Het team is voor ondernemers goed te bereiken voor adviezen.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

Bij het vaststellen van RES 1.0 hebben meerdere gemeenteraden een motie aangenomen die opriep tot regionale samenwerking bij het benutten van bedrijfsdaken voor de opwek van energie uit zon. Het expertiseteam is een invulling van die moties. In de regio is er een doeners-mentaliteit. Niet alleen praten maar vooral ook aanpakken. De vele familiebedrijven passen hierbij. Een regionaal Energie Expertiseteam Rivierenland wordt gedragen door de georganiseerde ondernemers, op bedrijventerreinen, in kernen en overige bedrijven. In het gebied van Rijn, Waal en Maas zetten partijen samen de schouders er onder! Het Energie Expertiseteam start in de eerste helft van 2023. In sommige gemeenten lopen al projecten die straks met het expertiseteam worden versterkt.

38

Innovatieversneller Rivierenland De Innovatieversneller Rivierenland is een versnellingsprogramma, gericht op burgercoöperaties, innovatieve MKB-bedrijven en familiebedrijven die werken aan duurzame innovaties waarvan het product of de dienst zich nog in de ontwikkelingsfase bevindt, klaar is om door te groeien of de markt wil benaderen om investeringen op te halen. Ook de innovatieversneller komt mede voort uit enkele moties waarin bij het vaststellen van de RES 1.0 werd opgeroepen om naast wind en zon ook actief op zoek te gaan naar nieuwe duurzame ideeën en innovaties in Rivierenland.

Energieportaal Rivierenland In het Energieportaal staan alle wind- en zonprojecten op kaart die bijdragen aan de RES 1.0. Dit is beschikbaar voor iedere inwoner in de regio. Minstens één keer per half jaar worden de gegevens geactualiseerd. Dan worden nieuwe projecten opgenomen en de voortgang van bestaande projecten vastgelegd. Het Energieportaal is ook instrument voor monitoring over de voortgang van de RES 1.0. De resultaten worden twee keer per jaar gepubliceerd. Ook is het de basis om landelijk onze voortgang te rapporteren aan de NPRES, net als de 29 andere RES-regio’s.

Voorkomen energiearmoede De energietransitie moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Het afgelopen jaar is energiearmoede helaas een bekend begrip geworden, omdat een steeds grotere groep inwoners moeite kreeg met het betalen van de energierekening. In gemeenten helpen Energieloket Rivierenland, Energiebank Rivierenland en vele andere partijen deze inwoners bij het besparen van energie en het voorkomen dat schulden verder oplopen.

2.7.2 CO2-reductie

Met de RES en onze Samenwerkings-agenda levert Rivierenland een belangrijke bijdrage aan de doelstelling aan het Gelders Energieakkoord om in 2030 de uitstoot van CO2 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990. Waar de landelijke opgave voor de RES zich richt op een bijdrage aan elektriciteit en warmte voor de gebouwde omgeving, gaat het Gelders Energieakkoord over 55% CO2-reductie in alle sectoren. De verwachting is dat in 2030 een CO2-reductie van 16% gehaald wordt via een gemiddelde energiebesparing van 1,5% per jaar en veranderingen in bijvoorbeeld elektrisch rijden, zonnepanelen op woningen en de duurzame verwarming van huizen. Samen met ons bod van 1,2 TWh uit de RES 1.0 leidt dit tot 34% CO2-reductie in 2030. Met de huidige stand van de duurzame opwekprojecten in combinatie met de besparingen staan we op 1 januari op een CO2-reductie van 24%. Om de 55% CO2-reductie dichterbij te brengen is dus meer nodig. Kansen liggen er in de sectoren industrie, landbouw (met name glastuinbouw en fruitteelt) en mobiliteit. (Bron: Energie Transitie Model.)

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

39

2.7.3 G  ebiedsagenda FruitDelta Rivierenland

2.7.4 Regio-arrangement

De energietransitie is niet de enige grote maatschappelijke opgave waar in Rivierenland aan gewerkt wordt. De Gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland is een werkwijze om de complexe opgaven in onze regio aan te kunnen pakken.

Er spelen veel ruimtelijk functionele opgaven. Voor Rijk en provincie aanleiding om in gesprek te gaan met waterschap en gemeenten om te kijken hoe dit gefaciliteerd kan worden. Dat betekent kiezen en slim combineren.

Met onze regionale aanpak en samenwerking kunnen we regio brede problemen beter en efficiënter aanpakken. Dit wordt gedaan samen met partners in het gebied, in een brede samenwerking zoals we die in de RES ook met elkaar hebben ontwikkeld.

In een regio-arrangement worden afspraken gemaakt met Rijk, gemeenten, waterschap en andere partners. Hiervoor wordt, ook in Rivierenland, in de eerste helft van 2023 een proces doorlopen om tot regionale afspraken te komen. In een provinciale agenda zijn bestaande beleidsdoelen en -kaders gebundeld (waaronder de RES 1.0), bedoeld om inzicht te bieden in hoe opgaven in samenhang worden bekeken.

Ook worden dilemma’s, kansen en knelpunten uitgelicht die vanuit een integrale blik naar voren komen. Op basis van Op basis van de agenda’s van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen wordt gezamenlijk een interbestuurlijke agenda opgesteld en afspraken gemaakt op regio niveau: een regioarrangement. Dit regioarrangement is het gezamenlijke perspectief van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen op de opgaven voor Gelderland voor de komende 20 tot 30 jaar. Ieder regioarrangement bevat straks de bestuurlijke afspraken over hoe de opgaven in samenhang worden opgepakt, inclusief de ruimtelijke inpassing en de inzet van mensen en middelen.

GEBIEDSAGENDA

De opgaven voor onze regio 1.

Behouden en versterken innovatievermogen van

5.

krachtige regionale sectoren 2.

en het verminderen van de CO2-uitstoot met 55%

Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van transitieopgaven, robotisering en

in 2030 6.

automatisering 3.

4.

Versnellen van de energietransitie in de regio

Behouden en verbeteren van de biodiversiteit in de regio

Inspelen op de groeiende vraag naar woningen en

7.

Verbeteren en behouden van benodigde

daarbij rekening houden met de woningbehoefte

regionale mobiliteit in een regio met een relatief

van inwoners, inclusief aandachtsgroepen

lage bevolkingsdichtheid

Beschermen van Rivierenlanders voor toekomstige

8.

Behouden en optimaliseren van de ruimtelijke

risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals

kwaliteit bij een toenemende druk op de ruimte

overstromingsgevaar, hittestress en droogte

door onder andere woon- en transitieopgaven

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

40

3. Vooruitblik naar 2025 We doen het goed in Rivierenland, maar als we niet doorpakken, halen we de ambitie 2030 niet. Als we ons RES 1.0 bod niet willen verdubbelen, zullen we onze huizen op een andere manier moeten gaan verwarmen dan met behulp van elektriciteit. Om de CO2-reductie van 55% in 2030 te halen zal er meer moeten gebeuren dan het behalen van de RES 1.0 ambitie, die ‘slechts’ tot 34% besparing leidt. Intensief samenwerken blijft daarom van belang.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Doorpakken op en versnellen van de uitvoering RES 1.0 kan door: • Windprojecten die stagneren snel vlot te trekken om voortgang in vergunningverlening en uitvoering van de RES 1.0 ambitie mogelijk te maken. • De zon/wind verhouding van duurzame opwek in ons RES-bod in evenwicht te houden om de infrastructuur zo stabiel mogelijk te houden en de maatschappelijke kosten van de net-infra zo laag mogelijk te houden. • Snel en structureel gegevens te delen met Liander over mogelijke toekomstige woonwijken en andere energievragers, zodat de planning en versterkingsoperatie van het netwerk goed aansluit op de toekomstige behoefte. • Netuitbreidingen door Tennet en Liander goed te prioriteren en belemmeringen in de uitvoering van de versterkingsoperatie waar mogelijk weg te nemen. • Lokaal en regionaal door te werken aan slimme oplossingen zoals opslag, smart energy hubs en direct gebruik van elektriciteit.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

•

•

•

•

Snel duidelijkheid te geven binnen de Transitievisies warmte van gemeenten, hoe zij denken dat elke buurt, wijk of kern in de toekomst waarschijnlijk van warmte wordt voorzien. Dit geeft inwoners inzicht of zij op individueel niveau een oplossing moeten genereren of in de toekomst van een collectieve oplossing gebruik kunnen maken. Ook biedt dit inzicht in de toename van elektriciteitsvraag en benodigde versterking van de net-infrastructuur in elke kern. Inwoners die zelf en/of samen het initiatief nemen om collectief te verduurzamen en/of oplossingen voor het anders verwarmen van de woning/wijk willen starten, maximaal te faciliteren en te ondersteunen. Doorontwikkeling van gerichte communicatie en participatie voor en door onze inwoners en bedrijven. De samenhang tussen elektriciteit en warmte beter in beeld te krijgen, alsook de samenhang met andere energie vragende thema’s, zoals mobiliteit en glastuinbouw.

41

Samenwerkingsagenda RES FruitDelta Rivierenland Ook richting 2025 wordt er breed samengewerkt aan RES-gerelateerde onderwerpen die randvoorwaardelijk dan wel wenselijk zijn voor de uitvoering van de RES. Denk hierbij aan uitvoering van ingediende moties, maar ook maatschappelijke ontwikkelingen, zoals betaalbaarheid van energie. Via de samenwerkingsagenda wordt gewerkt aan: • Aandacht voor het voorkomen van energiearmoede en bieden van steun aan mensen die, om wat voor reden dan ook, niet mee kunnen komen in de energietransitie. • Onderzoek kansen en aandachtspunten bij 50% lokaal eigendom. • Regio Dealprojecten (Innovatieversneller, energiearmoede, Energieportaal, aquathermie). • Energiebesparing/Energieloket Rivierenland. • Energie-expertiseteam Rivierenland. • Smart-energy hubs. • Kennisuitwisseling. Dit wordt gedaan samen met de Stuurgroep partners en andere partners in de regio.

De RES in het samenhangende regionale energiesysteem De RES is daarnaast slechts één van de sectorale opgaven met impact op het regionale energiesysteem. Dit geldt onder meer ook voor laadinfra voor mobiliteit, de woonagenda, transitievisies warmte en het regionaal programma werklocaties.

Het Landelijk actieprogramma Netcongestie (LAN) richt zich op 3 sporen: 1.

Sneller bouwen – sneller realiseren van netuitbreidingen. Aanpak waarin verschillende projecten in een gebied in samenhang worden aangestuurd door provincies, Rijk, gemeenten en netbeheerders.

2.

Sterker sturen – sturen op betere benutting van het net. Met regelgeving, contractvormen, nettarieven, etc. Door ACM, netbeheerders, Rijk in samenspraak met netgebruikers.

3.

Netcongestie doet zich, ook in onze regio, voor bij zowel het aanbieden van duurzaam opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet, als bij het leveren van elektriciteit aan bijvoorbeeld woningen en bedrijven. Van landelijk tot lokaal niveau wordt gewerkt aan het oplossen en voorkomen van knelpunten. In het kader van spoor 1 en 3 is in 2022 een samenwerking tussen provincie, TenneT, Liander en Gelderse RES-regio’s gestart: de Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS). Partners werken hierin samen aan het oplossen van regionale knelpunten, het voorkomen van nieuwe knelpunten, slimme oplossingen en kennisuitwisseling. De inbreng van Rivierenland binnen GEIS is momenteel nog beperkt tot duurzame opwek. Daarbij heeft, naast de inpassing van zon en wind, de elektriciteitsvraag voor de warmtevoorziening in onze regio onze speciale aandacht. Richting 2025 zal dit moeten worden verbreed naar het hele energiesysteem (duurzame opwek en vraag).

Vergroten flexibele capaciteit – publiek-private acties voor slimme oplossingen. Industrieën en bedrijven ontwikkelen en benutten flexibel energiegebruik. Door netgebruikers, netbeheerders, Rijk, provincies, gemeenten en ACM.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

42

Tijdig in gesprek over nieuwe afspraken Op basis van deze voortgangsrapportage lijkt de ambitie van 1200 GWh in 2030 uit de RES 1.0 haalbaar. Maar er zijn ook verschillende onzekerheden benoemd die kunnen leiden tot het maken van nieuwe (ruimtelijke) afspraken. Najaar 2023 wordt daarom het politieke gesprek over nut en noodzaak van een RES 2.0 gestart. Onzekerheden die kunnen leiden tot nieuwe (ruimtelijke) keuzes: • Netcongestie. Regionaal wordt de ruimte voor netuitbreidingen en onderstations in beeld gebracht en waar mogelijk de uitvoering versneld. Daarbij wordt steeds lokaal gestart met zoeken naar oplossingen (samenwerken bij slimme oplossingen om beter van het bestaande net gebruik te maken). Daar waar projecten toch niet voor 2030 aangesloten kunnen worden, leidt dit mogelijk tot een heroverweging. • Raad van State procedures en landelijke normen voor geluid. Afhankelijk van de uitspraken en consequenties moeten mogelijk nieuwe keuzes worden gemaakt voor locaties voor wind. • Plan-MER actualisatie provinciaal windbeleid. Een plan-MER voor de RES 1.0 was op dat moment nog niet verplicht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat dat veranderen. Bij het opstellen van de RES 1.0 zijn zorgvuldige integrale afwegingen gemaakt rondom landschap, netcapaciteit en draagvlak en is advies ingewonnen bij de commissie

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Raadsinformatiebijeenkomst in 2023

MER. Dan nog kan de plan-MER-procedure die provincie Gelderland doorloopt voor de actualisatie van haar windbeleid ook voor Rivierenland leiden tot nieuwe inzichten rondom de gemaakte keuzes in de RES 1.0 en reden zijn voor het maken van nieuwe keuzes in een RES 2.0. Het is ook belangrijk om te beseffen dat we er met het behalen van het RES 1.0-bod niet zijn. De energiebehoefte gaat richting 2050 door

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

aardgasvrij wonen, elektrisch rijden en andere vormen van elektrificatie significant toenemen. Ook het doel van 55% CO2-reductie wordt met het behalen van het RES 1.0 bod niet gehaald. Meer maatregelen zijn dus nodig richting de doelstelling van 2050. Dan moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn, willen we voldoen aan het klimaatakkoord en de opwarming van de aarde niet verder laten oplopen dan 1,5 0C.

43

BIJLAGEN

BIJLAGE BIJLAGE 1: 1: Voortgang Voortgang opwek opwek Elektriciteit Elektriciteit per per gemeente gemeente RES RES 1.0 1.0 stand stand uitvoering uitvoering 11 januari januari 2023 2023 Regio

Grootschalig Zon op gebouw >15 kWp

Grootschalig Zon op veld >15 kWp

huidig

Culemborg

Maasdriel

Neder-Betuwe

Tiel

West Betuwe

West Maas en Waal

Zaltbommel

fasering

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

*

131

118

17

15

8

7

9

8

15

14

16

14

33

30

12

11

22

20

ambitie (nog te realiseren)

232

209

54

48

6

5

28

25

27

24

25

23

63

57

9

8

22

19

totaal 2030

363

327

70

63

13

12

37

34

42

37

41

37

97

87

20

18

44

39

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

ha

GWh/jr

huidig

37

39

7

9

1

1

0

0

9

10

2

1

12

10

6

6

1

2

pijplijn

voortraject

17

21

6

9

0

0

0

0

6

7

0

0

5

6

0

0

0

0

RO-procedure

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vergunningaanvraag

95

142

48

71

0

0

0

0

0

0

0

0

21

39

25

31

1

2

Vergunningverlening

43

48

0

0

0

0

0

0

6

7

2

1

34

40

0

0

0

0

Subsidiebeschikking en bouw

14

16

0

0

0

0

0

0

14

16

0

0

0

0

0

0

0

0

ambitie (nog te realiseren)

56

66

1

1

4

5

20

23

0

10

12

20

23

0

0

2

2

totaal 2030

262

334

61

89

5

6

20

23

35

41

14

14

93

118

30

37

4

6

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

MW

GWh/jr

fasering Wind op land

Buren

huidig

(in 2030!)

28

270

4

22

3

10

0

0

4

18

0

0

14

190

0

0

3

30

pijplijn

voortraject

12

208

0

0

4

72

0

0

8

136

0

0

0

0

0

0

0

0

RO-procedure

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vergunningaanvraag

3

60

3

60

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vergunningverlening

3

30

0

0

0

0

3

30

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Subsidiebeschikking en bouw

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

ambitie (nog te realiseren)

8

150

0

0

0

0

2

40

0

0

2

40

0

0

0

0

4

70

totaal 2030

26

718

3

82

4

82

5

70

8

154

2

40

0

190

0

0

4

100

Totaal in pijplijn (= in ontwikkeling)

526

139

72

30

166

1

85

31

2

Totaal huidig

427

46

18

8

42

15

230

16

52

Totaal overige ambities (nog te realiseren)

425

49

10

88

24

74

80

8

92

Totaal RES 1.0 in 2030

1379

234

100

127

232

91

395

55

145

De De tabel tabel bevat bevat per per gemeente gemeente en en voor voor de de regio regio als als totaal totaal de de ontwikkeling ontwikkeling van de onderdelen zon op gebouw, zonnevelden en windenergie. van de onderdelen zon op gebouw, zonnevelden en windenergie. Per Per

onderdeel onderdeel zijn zijn er er drie drie categorieën categorieën opgenomen. opgenomen. De De categorie categorie ‘huidig’ ‘huidig’ is is wat wat aanwezig aanwezig is is op op 11 januari januari 2023. 2023. De De categorie categorie ‘pijplijn’ ‘pijplijn’ zijn zijn de de projecten projecten

in in ontwikkeling ontwikkeling waar waar op op 11 januari januari aan aan wordt wordt gewerkt. gewerkt. De De categorie ‘ambitie’, overig beleid is wat nog nodig is om categorie ‘ambitie’, overig beleid is wat nog nodig is om het het RES-bod RES-bod van van gemeenten gemeenten en en regio regio uit uit te te voeren. voeren. Het Het totaal totaal van van de de RES RES 1.0 1.0 in in 2030 2030 komt komt in in de de tabel tabel uit uit op op

1379 1379 GWh. GWh. Dit Dit is is hoger hoger dan dan het het RES-bod RES-bod van van 1200 1200 GWh GWh omdat de RES 1.0 rekening houdt met tegenvallers. omdat de RES 1.0 rekening houdt met tegenvallers. Bron: Bron: Energieportaal Energieportaal Rivierenland Rivierenland

BIJLAGE 2 Andere meetwaarden voortgang Elektriciteit Andere meetwaarden als gevolg van verbetering Informatievoorziening energietransitie Om de monitoring van de voortgang van de energietransitie en de opdracht van de 30 RES regio’s om 35 TWh op te wekken in 2030 goed in beeld te krijgen, is het van belang om toegankelijke bruikbare data beschikbaar te hebben. Deze moet consistent, betrouwbaar en goed vindbaar zijn. Dit betekent dat het belangrijk is dat iedereen terminologie op eenzelfde wijze toepast en dezelfde meetwaarde hanteert. In 2022 heeft de NPRES hiervoor een geactualiseerde begrippenlijst uitgebracht die is opgesteld door VIVET (Verbetering Informatievoorziening energietransitie), een samenwerkingsverband van vijf publieke organisaties, ondersteund door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Concreet betekent het dat waar in de RES 1.0 een ambitie van 1,2 TWh werd genoemd, dit voortaan gecommuniceerd wordt als 1200 GWh.

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

Voor de monitoring van de opwek van duurzame energie worden drie belangrijke begrippen gehanteerd die de fase van ontwikkeling en realisatie weergeven: •

•

•

Huidig: Installaties die volledig gerealiseerd en in bedrijf zijn. In deze fase is sprake van een daadwerkelijk vermogen en productie. Peildatum is het einde van het jaar (1 januari 2023). Pijplijn: Initiatieven en projecten die in ontwikkeling zijn voordat ze daadwerkelijk produceren. Pijplijn is onderverdeeld in verschillende fases: voortraject, vergunningaanvraag, vergunningverlening en subsidiebeschikking en bouw. Ambitie: Het aanvullende deel van een RES bieding waarmee het toegezegde RES bod wordt behaald in 2030. Deze plannen, die onderdeel zijn van het bod, moeten nog verder uitgewerkt worden.

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

Naast deze drie begrippen heeft RES FruitDelta Rivierenland in de RES 1.0 drie typen kansrijke gebieden voor wind opgenomen: ambitie-, verkennings- en reservegebieden. De gebieden met stempel ‘ambitie’ vormen samen het RES 1.0 bod van Rivierenland. Gegevens Rivierenland te bekijken in energieportaal De gegevens over de voortgang van de uitvoering in Rivierenland is het hele jaar door voor iedereen toegankelijk via het energieportaal. Het energieportaal wordt minimaal twee keer per jaar geactualiseerd. De begrippen in deze praktische en visuele tool zijn recent aangepast op de landelijk afgesproken terminologie en meetwaarden. De cijfers genoemd in deze voortgangsrapportage beschrijven de stand van zaken per 1 januari 2023 en kunnen daarmee licht afwijken van de cijfers in het energieportaal.

46

[VOORTGANGSRAPPORTAGE RES

/

FRUITDELTA RIVIERENLAND

/

APRIL 2023]

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/637/documents/12544